Bijlage 1.3 Quickscan flora & fauna (openbaar)
Tekst van het document
Vogels Als gevolg van de voorgenomen activiteiten tijdens de voortplantingsperiode , wordt mogelijk een bezet vogelnest beschadigd en vernield met als gevolg dat mogelijk vogels gedood worden of eieren beschadigd of vernield worden. Van de in het plangebied nestelende soorten is uitsluitend het bezette nest beschermd , niet het oude nest of de nestplaats. Voor het beschadigen/vernielen van een bezet nest (eieren) of het doden van een vogel kan geen ontheffing van de verbodsbepalingen verkregen worden omdat de voorgenomen activiteit niet als een in de wet genoemd belang wordt beschouwd. Werkzaamheden die kunnen leiden tot het verstoren/vernielen van vogelnesten dienen daarom buiten de voortplantingsperiode van vogels uitgevoerd te worden. De meest geschikte periode om de voorgenomen activiteiten uit te voeren is augustus-februari. Voorgenomen werkzaamheden mogen juridisch beschouwd wel plaats vinden tijdens het broedseizoen van vogels , mits geen bezette vogelnesten beschadigd/vernield worden. Wettelijke consequenties in het kader van de Wnb: rooien beplanting (kap van bomen en verwijderen struweel) buiten de voortplantingsperiode (of broedvogelscan uitvoeren).
Overige soorten
28
Quickscan Ecologisch Onderzoek Boslaan-Kruisweg te Hoofddorp
10 oktober 2023
(geanonimise rd) J
Het
onderzoeksgebied
behoort niet tot functioneel
leefgebied van andere beschermde flora- of faunasoorten. Vanwege de lokale invloedsfeer heeft de voorgenomen activiteit geen negatief effect op andere beschermde soorten. Nader onderzoek of het aanvragen
In tabel 5.1
29
>
en
van
een
ontheffing is niet noodzakelijk.
tabel 5.2 worden de wettelijke consequenties samengevat weergegeven.
Quickscan Ecologisch Onderzoek Boslaan-Kruisweg
te Hoofddorp
>
10 oktober
2023
cens
Tabel 5. 1: Samenvatting van de wettelijke consequenties. Soortgroep
Functie
AmfibieÇn
Foerageergebied
Beschermde soorten planlocatie Diverse soorten
AmfibieÇn
Vaste rustplaats
Diverse soorten
AmfibieÇn AmfibieÇn
Voortplantingsplaats Doden van dieren
Niet aanwezig Diverse soorten
Grondgebonden zoogdieren Grondgebonden zoogdieren
Foerageergebied
Diverse soorten
Vaste rust- en voortplantingsplaats
Grondgebonden zoogdieren
Vaste rust- en voortplantingsplaats
Diverse soorten m. u. v. kleine marterachtigen Kleine marterachtigen
Grondgebonden zoogdieren
Doden van dieren
Grondgebonden zoogdieren
Doden van dieren
Vleermuizen
Verbodsbepalingen (Wet natuurbescherming) Niet van toepassing ; vrijstelling i. v. m. ruimtelijke ontwikkeling Niet van toepassing ; vrijstelling i. v. m. ruimtelijke ontwikkeling Niet van toepassing Art. 3. 10 lid 1a
Niet van toepassing ; vrijstelling i. v. m. ruimtelijke ontwikkeling Niet van toepassing ; vrijstelling i. v. m. ruimtelijke ontwikkeling Art. 3. 10 lid 1a
Art. 3. 10 lid 1a
Mogelijk
Art. 3. 5 lid 1
Niet aanwezig
Niet van toepassing
Vleermuizen
Rust- of voortplantingsplaats Essentieel foerageergebied Vliegroute
Mogelijk
Art. 3. 5
Vleermuizen
Doden van dieren
Mogelijk
Art. 3. 5 lid 1a
Vogels
Foerageergebied
Diverse soorten
Vogels
Bezette nesten (niet jaarrond beschermd)
Diverse soorten
Niet van toepassing ; vrijstelling i. v. m. ruimtelijke ontwikkeling Art. 3. 1 lid 2
Vogels
Jaarrond beschermde nest- en rustplaats Doden van dieren
Niet aanwezig
Niet van toepassing
Diverse soorten
Art. 3. 1 lid 1
Dieren en overige functies
Niet aanwezig
Niet van toepassing
Vogels
Overige soorten
30
Art. 3. 10 lid 1a
Quickscan Ecologisch Onderzoek Boslaan-Kruisweg te Hoofddorp
Geen Geen Geen Geen dieren doden: werken volgens Gedragscode of ontheffing aanvragen Geen Geen
Nader onderzoek naar de functie van het plangebied voor kleine marterachtigen verplicht Geen dieren doden: werken volgens Gedragscode of ontheffing aanvragen Nader onderzoek naar de functie van het plangebied voor kleine marterachtigen verplicht Nader onderzoek naar verblijfplaats verplicht Geen
Diverse soorten m. u. v. kleine marterachtigen Kleine marterachtigen
Vleermuizen
Aandachtspunt
Nader onderzoek naar vliegroute verplicht Nader onderzoek naar verblijfplaats verplicht Geen Werken buiten voortplantingsperiode of broedvogelscan uitvoeren Geen Werken buiten voortplantingsperiode of broedvogelscan uitvoeren Geen
10 oktober 2023
Tabel 5. 2: Vereenvoudigde samenvatting van de wettelijke consequenties per diergroep. Soortgroep
Vaste rust plaats
Vliegroute (vleermuizen) n. v. t.
Essentieelfoerageergebied Nee
Wettelijke consequenties
Ja
V oortplantingsplaats Nee
Nee
Nader onderzoek vereist Nee
AmfibieÇn Grondgebonden zoogdieren
Ja
Ja
n. v. t.
Nee
Nee
Ja
Vleermuizen
Ja , mogelijk
Ja , mogelijk
Ja
Nee
Ja
Ja
Vogels
Nee
Ja
n. v. t.
Nee
Ja
Nee
5. 7.
Historische gegevens en overige bronnen
Er zijn geen historische gegevens van het plangebied bekend.
5. 8.
Volledigheid van het onderzoek
Het onderzoek is volledig uitgevoerd met geschikte weersomstandigheden.
31
Quickscan Ecologisch Onderzoek Boslaan-Kruisweg te Hoofddorp
10 oktober 2023
Ontheffing vereist
Nee , tenzij dieren gedood worden Nader onderzoek naar kleine marterachtigen verplicht Nader onderzoek naar verblijfplaats en vliegroute verplicht Nee , tenzij vogels gedood , bezette nesten verstoord , beschadigd of vernield worden
6. Houtopstanden Voor de te rooien bomen is de bomenverordening van de desbetreffende gemeente van kracht. Er dient te worden nagegaan of een (omgevings-)vergunning aangevraagd moet worden voor het rooien van de desbetreffende bomen. Indien er een vergunning nodig is , dient , afhankelijk van de gemeente , een Bomen Effect Analyse en een Boomwaardebepaling te worden uitgevoerd. Eveneens geldt er een herplantplicht voor de bomen die gerooid worden. In hoeverre deze plicht geldt , is ook afhankelijk van de desbetreffende gemeente.
32
Quickscan Ecologisch Onderzoek Boslaan-Kruisweg te Hoofddorp
10 oktober 2023
7. Conclusie De voorgenomen activiteiten worden gezien als ┥ruimtelijke ontwikkeling┦. Voor een aantal algemeen voorkomende en talrijke faunasoorten geldt in Noord-Holland een vrijstelling van de verbodsbepalingen ┥doden┦ , en het opzettelijk ┥verstoren , beschadigen en vernielen van rust- en voortplantingsplaats┦ , als gevolg van werkzaamheden die in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling worden uitgevoerd. Voor beschermde soorten die niet op deze vrijstellingslijst staan , is een ontheffing vereist om ze te mogen verstoren of te doden en om opzettelijk de vaste rust- en voortplantingsplaats te mogen beschadigen en te vernielen. Afhankelijk van de status van de beschermde soorten , kan soms ook gewerkt worden conform een door de Minister goedgekeurde , en op de situatie toepasbare , gedragscode. In het kader van de zorgplicht moet rekening worden gehouden met alle in het plangebied aanwezige planten en dieren en moet er gekozen worden voor een werkmethode en/of planning in de tijd , waardoor planten en dieren zo min mogelijk schade ondervinden als gevolg van de voorgenomen activiteiten.
Conclusie m. b. t. gebiedsbescherming Het plangebied behoort niet tot Natura 2000-gebied , het Natuurnetwerk Nederland , natuurverbindingen of Bijzonder Provinciaal Landschap. Door de voorgenomen activiteiten worden de wezenlijke kenmerken en waarden van deze gebieden in de omgeving van het plangebied niet negatief beËnvloed en leiden daarom niet tot wettelijke consequenties. Een negatief effect van stikstof op Natura 2000-gebied , als gevolg van de voorgenomen activiteiten , kan op basis van voorliggende studie niet uitgesloten worden. Om de wettelijke consequenties te kunnen vaststellen , is een stikstofberekening nodig.
Conclusie m. b. t. soortenbescherming De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde planten , maar wel tot een geschikt functioneel leefgebied van verschillende beschermde diersoorten. Beschermde diersoorten benutten het plangebied hoofdzakelijk als foerageergebied , maar mogelijk bezet een beschermd grondgebonden zoogdier en vleermuis er een vaste (winter)rust- en/of voortplantingsplaats , bezet een amfibie er een (winter)rustplaats en nestelen er vogels. AmfibieÇn bezetten geen vaste voortplantingsplaats in het plangebied. Verblijfplaatsen van vleermuizen zijn jaarrond beschermd en mogen alleen met een ontheffing beschadigd of vernield worden en vleermuizen mogen alleen verstoord , verwond of gedood worden indien daarvoor een ontheffing is verkregen. Om de functie van de bebouwing voor vleermuizen vast te kunnen stellen is specifiek vervolgonderzoek vereist. Een volledig onderzoek , conform het vleermuisprotocol , bestaat uit minimaal vijf bezoeken aan het plangebied in de periode half mei-september. Daarnaast wordt mogelijk een essentiÇle vliegroute aangetast. Hiervoor dient de functie van het bos en de Kaagtocht ten oosten van het plangebied te worden onderzocht.
Een volledig onderzoek naar de functie van vliegroute , conform het vleermuisprotocol , bestaat uit minimaal twee veldbezoeken aan het plangebied in de periode half april tot half oktober.
33
Quickscan Ecologisch Onderzoek Boslaan-Kruisweg te Hoofddorp
10 oktober 2023
Kleine marterachtigen (bunzing , hermelijn en wezel) en de vaste rust- en voortplantingsplaats van de kleine marterachtigen zijn beschermd. Kleine marterachtigen mogen niet gedood worden en de vaste rust- en/of voortplantingsplaats mogen niet zonder ontheffing beschadigd of vernield worden. Voor het mogen uitvoeren van activiteiten , met negatieve effecten voor de kleine marterachtigen (met uitzondering van verstoring) , dient een ontheffing van de verbodsbepalingen van de Wnb verkregen te zijn. Om een ontheffing te verkrijgen dient eerst nader onderzoek te worden uitgevoerd naar de functie van het plangebied voor kleine marterachtigen. Een volledig onderzoek , conform handreiking kleine marters in relatie tot soortbescherming (Bouwens , S. , versie 11 oktober 2017) , bestaat uit minimaal zes weken aaneengesloten onderzoek met wildcamera┦s in de actieve periode (maart-augustus). Overige beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieÇn die in het plangebied aanwezig zijn mogen niet (opzettelijk) gedood worden. Om te voorkomen dat grondgebonden zoogdieren of amfibieÇn gedood worden , mogen ze weggevangen of verjaagd worden. Indien niet voorkomen kan worden dat beschermde dieren gedood worden , dient een ontheffing van de verbodsbepalingen (doden) aangevraagd te worden.
Van de in het plangebied nestelende vogelsoorten , is uitsluitend het bezette nest beschermd , niet het oude nest of de nestplaats. Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet beschadigd of vernield worden. Gelet op de aard van de werkzaamheden kan geen ontheffing verkregen worden voor het beschadigen of vernielen van bezette vogelnesten. Indien de voorgenomen activiteiten uitgevoerd worden tijdens de voortplantingsperiode , dient een broedvogelscan uitgevoerd te worden om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te sluiten. In het kader van de zorgplicht moet rekening worden gehouden met alle in het plangebied aanwezige planten en dieren en moet er gekozen worden voor een werkmethode en/of planning in de tijd , waardoor planten en dieren zo min mogelijk schade ondervinden als gevolg van de voorgenomen activiteiten. Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten , wordt de functie van het plangebied als foerageergebied , voor de in het plangebied foeragerende diersoorten , aangetast. Dit leidt echter niet tot wettelijke consequenties in het kader van soortenbescherming.
Conclusie m. b. t. houtopstanden Voor de te rooien bomen is de bomenverordening van de desbetreffende gemeente van kracht. Er dient te worden nagegaan of een (omgevings-)vergunning aangevraagd moet worden voor het rooien van de desbetreffende bomen. Indien er een vergunning nodig is , dient , afhankelijk van de gemeente , een Bomen Effect Analyse en een Boomwaardebepaling te worden uitgevoerd. Eveneens geldt er een herplantplicht voor de bomen die gerooid worden. In hoeverre deze plicht geldt , is ook afhankelijk van de desbetreffende gemeente.
34
Quickscan Ecologisch Onderzoek Boslaan-Kruisweg te Hoofddorp
10 oktober 2023
8. Bronnen AERIUS. (2020). AERIUS-Calculator. Opgehaald van aerius. nl: www. aerius. nl Broekhuizen , S. , Spoelstra , K. , Thissen J. B. M. (2016) , Atlas van de Nederlandse Zoogdieren. -Natuur van Nederland 12. Naturalis Biodiversity Centre & EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden , Leiden. BIJ12 (2017). Kennisdocument. BIJ12 , versie 1. 0. Creemers , R. C. M. & J. J. C. W. van Delft (2009). De amfibieÇn en reptielen van Nederland , - Nederlandse fauna 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis , European Invertebrate Survey -Nederland , Leiden. Floron (2011). Nieuwe Atlas van de Nederlandse Flora , Knnv Uitgeverij , Utrecht. Limpens , H. , K. Mostert en W. Bongers (1997). Atlas van de Nederlandse Vleermuizen. Utrecht: KNNV Uitgeverij. Ministerie van Economische Zaken (2016). Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Ministerie van Economische Zaken , versie 1. 3. SOVON Vogelonderzoek Nederland (2002). Atlas van de Nederlandse broedvogels , - Nederlandse fauna 5. Leiden , Nederland: KNNV Uitgeverij & European invertebrate Survey ┡ Nederland. Soort- en gebiedsinformatie: www. eurobats. org www. natura2000. nl www. nederlandsesoorten. nl www. pdok. nl www. ravon. nl www. ruimtelijkeplannen. nl www. sovon. nl www. verspreidingsatlas. nl www. vogelbescherming. nl www. zoogdiervereniging. nl Omgevingsverordening Waarnemingen: ndff-ecogrid. nl
35
Quickscan Ecologisch Onderzoek Boslaan-Kruisweg te Hoofddorp
10 oktober 2023
Bijlage 1: Foto┦s
Bijlage 2: Toelichting Wet natuurbescherming
Drie beschermingsregimes De Wet natuurbescherming kent een apart beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn , een apart beschermingsregime voor soorten van de Habitatrichtlijn (het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn) en een apart beschermingsregime voor andere soorten , die vanuit nationaal oogpunt beschermd worden. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of onthe邙ng van de verboden. Alle vogels (ruim 700 soorten) , zijn beschermd. Daarnaast worden ongeveer 230 overige Europese en nationale soorten beschermd. Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een onthe遄ing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is. Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid. Tenslotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort. Als aan deze drie vereisten voldaan is , kan een onthe邙ng worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingen mogelijk , bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode.
Soortenbescherming en het ┥nee , tenzij principe┦ De verbodsbepalingen voor vogels en Habitatrichtlijnsoorten in de Wet natuurbescherming sluiten vrijwel ÄÄn op ÄÄn aan bij de bepalingen uit de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. De verbodsbepalingen zijn gericht op de bescherming van individuen van soorten. Ook voor de andere soorten , die niet op grond van de Vogel- of Habitatrichtlijn maar vanuit nationaal oogpunt beschermd worden , geldt dat de verbodsbepalingen zien op het individu , maar of onthe邙ng verleend kan worden , wordt afgewogen tegen het e遄ect van de ingreep op het populatieniveau van de soort.
Zorgplicht voor dieren en planten Of dier- en plantensoorten nu wettelijk beschermd zijn of niet , iedereen moet voldoende rekening houden met in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. De wet erkent daarmee de intrinsieke waarde van in het wild levende soorten. De Memorie van Toelichting zegt het zo: ┨De zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten , alsmede voor hun directe leefomgeving. Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld ; de zorgplicht kan wel door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd┩.
Vrijstelling regelgeving Onder de Wet natuurbescherming is niet altijd een onthe邙ng nodig bij handelingen met gevolgen voor beschermde plant- en diersoorten. In (veel) gevallen kunt u gebruik maken van een vrijstelling. Een vrijstelling is een uitzondering op een wettelijk verbod , die wordt vastgesteld voor een van tevoren bepaalde categorie van gevallen. Er zijn verschillende vrijstellingen van de verboden voor beschermde soorten mogelijk. Een bekende en reeds in de praktijk toegepaste vorm van vrijstelling is die van de gedragscode. In de Wet natuurbescherming zijn voor beschermde soorten ook andere vormen van vrijstelling geËntroduceerd , zoals door middel van een Programmatische Aanpak of via een provinciale verordening. Overigens is ook een vrijstelling in de vorm van een ministeriÇle regeling mogelijk. Provinciale staten kunnen vrijstelling van de verbodsbepalingen verlenen. Dit moet worden geregeld in een provinciale verordening. Gedragscodes die zijn opgesteld onder de Flora- en faunawet kunnen worden uitgebreid ten aanzien van soorten die op grond van de Wet natuurbescherming beschermd worden maar dat op grond van de Flora- en faunawet nog niet waren. Goedkeuring van een gedragscode op grond van de Flora- en faunawet blijft ook onder de Wet natuurbescherming geldig , voor de duur van de goedkeuring.
Daarna dient de gedragscode voor goedkeuring getoetst te worden aan de Wet natuurbescherming.
Welke soorten zijn beschermd? De Wet natuurbescherming kent drie categorieÇn beschermde soorten: Ten eerste worden alle van nature in Nederland in het wild levende vogels beschermd volgens het beschermingsregime van de Vogelrichtlijn ; Ten tweede worden soorten beschermd op grond van de Habitatrichtlijn , het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn ; Tenslotte is er een beschermingsregime voor ┥andere soorten┦ waaronder soorten vallen die vanuit nationaal oogpunt bescherming behoeven. Figuur B2. 1: Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming.
Vrijgestelde soorten In afwijking van de verboden in artikel 3.10 , eerste lid , van de Wet is het toegestaan de onderstaande soorten opzettelijk te doden , en te vangen en de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van deze soorten opzettelijk te beschadigen of te vernielen wanneer er geen andere bevredigende oplossing bestaat. De vrijstelling is van kracht wanneer de handeling verband houdt met de volgende activiteiten: De ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden , daaronder begrepen het daaropvolgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied ; Het bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen , watergangen , waterkeringen , waterstaatswerken , oevers , vliegvelden , wegen , spoorwegen of bermen , of in het kader van natuurbeheer.
Tabel B2. 1: Lijst met soorten waarvoor een vrijstelling van de verbodsbepalingen geldt als gevolg van handelingen die in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling worden uitgevoerd.
Nederlandse naam
Wetenschappelijke naam
AmfibieÇn en reptielen Bruine kikker Rana temporaria Gewone pad Bufo bufo Hazelworm Anguis fragilis Kleine watersalamander Triturus vulgaris Levendbarende hagedis Zootoca vivipara Pelophylax ridibundus Meerkikker (Rana ridibunda) Pelophylax klepton Middelste groene kikker esculentus / Bastaardkikker (Rana esculenta) Grondgebonden zoogdieren Aardmuis Microtus agretis Bosmuis* Apodemus sylvaticus Bunzing Mustena putorius Dwergmuis Micromys minutes Dwergspitsmuis Sorex minutus Egel Erinaceus europaeus Eekhoorn Sciurus vulgaris Gewone bosspitsmuis Sorex ananeus Haas Lepus europeus Hermelijn Mustela erminea Huisspitsmuis* Crocidura russula Konijn Oryctolagus cuniculus Molmuis Arvicola scherman Ondergrondse woelmuis Pitymys subterraneus Ree Capreolus capreolus Rosse woelmuis Clethrionomys glareolus Steenmarter Martes fiona Tweekleurige bosspitsmuis Sorex coronatus Veldmuis* Microtus arvalis Vos Vulpes vulpes Wezel Mustela nivalis Wild zwijn Sus scrofa Woelrat Arvicola terrestris
dn al ov leF
eh tn er D
dn lar ed le G
dn las ier F
ne gn in or G
tn ab ar Bdr oo N
rgu b miL
x x
x x
x x
x x
x x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
DR x x x x x x
FL x x
x x x x x
x x
x x x
dn all oH -d ro oN
le ssij re vO
th ce rt U
VN Le ir et si inM
dn lal oH -d iu Z
dn lae eZ
)1 13. .tr a NR Bv MA (
x x x1 x x2
x x
x x
x x
x x
x x
x x
x x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
FR x x x x x x
GD x x
GR x x x x x x
NB x x
NH x x
OV x x
ZL x x
x x x
x x x
x x
UT x x x x x x
ZH x x x x x x
MLNV x x x x x x
x x x x x
x x
x x
x x
x x
x x
x x
x x
x x x x x
x x
x x
x x x x x
x x x x x
x x x x x
x x x
x x x x
x x x
x x x
LB x x x x x x x3 x x x x x x x x x x4
x x x
x x x
x x x
x x x
x x x
x x
x x x
x x x x
x x x
x x x x
x x x
x x x x
x x x x
x x x
x x x
x x x
x x x x
x x x
x x x
x x x x
x
x
x
x
x
x
x x
x
x
x
x
x
x
x x x
x x
x x x
x x x
x x
Tabel B2. 2: Lijst met soorten waarvoor een vrijstelling van de verbodsbepalingen geldt als gevolg van handelingen die in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling worden uitgevoerd. * voor deze soorten daarnaast algemene vrijstelling in/op gebouwen en bijbehorende erven Wnb 3. 10 3e lid x1 = vrijstelling geldt in de periode maart-april en juli tot en met november x2 = vrijstelling geldt in de periode 15 augustus tot en met februari x3 = vrijstelling geldt in de periode juli , augustus en september x4 = vrijstelling geldt in de periode 15 augustus tot en met 15 oktober Opmerking bij Friesland: in de stukken wordt ook vrijstelling gegeven voor de mol , maar deze is niet beschermd onder de Wnb.
3. 10. 2. a / Rnb 3. 31. d ikv RO en gebruik van gebieden 3. 10. 2. d voorkomen onnodig lijden ikv beheer of onderhoud 3. 10. 2. e / Rnb 3. 31. b langbouw of bosbouw 3. 10. 2. f / Rnb 3. 31. a ikv beheer of onderhoud overig ikv beheer of onderhoud landsch 3. 10. 2. g kwaliteiten bepaald gebied 3. 10. 2. i / Rnb 3. 31. c Bestendig gebruik (geldt alleen voor amfibieÇn) ikv bescherming wilde flora , fauna en habitats
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x x
Toelichting grondslagen In dit document kunt u secties vinden die onleesbaar zijn gemaakt. Deze informatie is achterwege gelaten op basis van de Wet open overheid (Woo). De letter die hierbij is vermeld correspondeert met de bijbehorende grondslag in onderstaand overzicht.
J Art. 5.1 lid 2 sub e Het belang van de openbaarmaking van deze informatie weegt niet op tegen het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van betrokkenen