Bestuurlijke Voortgangsrapportage Kantoren en Bedrijven Haarlemmermeer.pdf
Tekst van het document
gemeente Haarlemmermeer
nota van B&W Onderwerp
Bestuurlijke Voortgangsrapportage Kantoren en Bedrijven Haarlemmermeer 2020
Portefeuillehouder Collegevergadering Inlichtingen Registratienummer
drs. Marja Ruigrok 6 juli 2021 Maaike van Buuren, Samira Errami 2021.0001746 1. Voorstel Collegebesluit(en) Het college heeft besloten om: 1. de bestuurlijke voortgangsrapportage Kantoren en Bedrijven Haarlemmermeer 2020, (hierna BVR 2020) vast te stellen met als belangrijkste bevindingen: • de Haarlemmermeerse economie is hard geraakt in 2020. Bruto regionaal product daalde in het tweede, derde en vierde kwartaal met 29%, 21% en 18% fors en ook de werkgelegenheid daalde in de eerste zes maanden van de coronacrisis (april tot en met september) met 2.200 banen (-1,7%); • de kantorenmarkt laat nog geen sterke corona effecten zien. De kantorenvoorraad (in gebruik plus leegstand) blijft afnemen (-19.000 m2) en ook de leegstand daalde (-2 procentpunt tot 15,9%). Wel ligt de indicator voor de dynamiek op de markt, de bruto opname van bestaande vierkante meters door nieuwe gebruikers, l/3e lager dan vorig jaar (-40.000 m2); • op de bedrijventerreinenmarkt heerst schaarste. Er is een flink aantal hectare (ha) bedrijventerreinen uitgegeven (28 Ha) en hoewel de planvoorraad afdoende lijkt, is het merendeel van de ruimte vergeven. Daarnaast wordt vanuit andere opgaven druk op de nog beschikbare ruimte uitgeoefend; • de voortgang op uitvoeringsopgaven verschilt en geeft input voor eventuele bijsturing.
Op het gebied van herstructurering (1), ICT/Smart Industry activiteiten (3), visievorming (4) en op de lange termijn focus programmalijn Zuidwest AmsterdamSchiphol-Hoofddorp (ZWASH) is voortgang geboekt. Op ruimte voor hogere milieucategorieën (2) en informele werklocaties (5) is dit beperkt het geval geweest. Als vervolgstap op de uitkomsten bekijken we of, waar en hoe we moeten bijsturen op de uitvoeringsopgaven; 2. deze nota ter informatie te zenden aan de raad. 2. Samenvatting De wereld stond in 2020 in het teken van de coronacrisis. De effecten van de pandemie zijn breed: op de volksgezondheid, maatschappij en wereld-, Nederlandse, Metropoolregio Amsterdam (MRA)- en lokale economie. In deze bestuurlijke voortgangsrapportage (BVR 2020) geven we op hoofdlijnen aan hoe de Haarlemmermeerse economie zich heeft ontwikkeld het afgelopen jaar en welke ontwikkelingen er zijn geweest op de kantorenmarkt en bedrijventerreinen. Dit jaar is een deel van de inhoud van de BVR aangepast. Naast een
Bestuurlijke voortgangsrapportage Kantoren en Bedrijven Haarlemmermeer 2020
Pagina 2
beknopter kwantitatief inzicht in de macro-economische ontwikkelingen en ontwikkelingen op de lokale werklocatiemarkt maakt de BVR 2020 ook de voortgang op de zes uitvoeringsopgaven uit de strategie inzichtelijk. Duidelijk is dat de Haarlemmermeerse economie sterk afhankelijk is van Schiphol en (in)direct daaraan gerelateerde werkgelegenheid. Onder normale omstandigheden is Schiphol een solide bron van werkgelegenheid en omzet. Nu de luchthaven harde klappen ontvangt, wordt de keerzijde van deze sterke afhankelijkheid van Schiphol merkbaar. Desondanks moet ook gezegd worden dat de daling in de werkgelegenheid niet zo sterk is als op grond van het verlies aan Bruto Regionaal Product werd verwacht. Dit komt voor een deel omdat bedrijven voor het behoud van banen steunmaatregelen vanuit de Rijksoverheid ontvangen en door initiatieven als het regionaal werkcentrum. Dit initiatief verbindt werkgevers die door de coronamaatregelen geen werk voor hun personeel hebben, met werkgevers die juist mensen zoeken. Met andere woorden het werkcentrum brengt vraag en aanbod van werkgevers snel bij elkaar om personeel te koppelen en zo werkloosheid te voorkomen.
Daarnaast zijn er sectoren die in de crisis juist sterk gegroeid zijn zoals: de bouw (+160 banen), industrie (+180 banen) en het openbaar bestuur (+100 banen bij Koninklijke Marchausse en de Luchtvaart Politie, mede als gevolg van de Brexit). Wat de gevolgen van de coronacrisis zijn op de kwantiteit en kwaliteit van de Haarlemmermeerse werklocatiemarkt, is nog niet helemaal duidelijk; de kantorenmarkt laat in 2020 namelijk nog geen duidelijke corona effecten zien en op de bedrijventerreinenmarkt heerst juist schaarste. Bovendien is de verwachting voor de toekomst is dat er kwantitatief minder vierkante meter per werknemer gevraagd zal worden voor werkplekken, maar meer vierkante meters voor ontmoetings- en vergaderruimten. Wat dit per saldo voor de ruimtevraag doet, zal de tijd leren. 3.
Uitwerking
3.1 Wat willen we bereiken?
De kantoren- en bedrijventerreinenmarkt vormt een belangrijk onderdeel van de Haarlemmermeerse economie. Het goed functioneren van deze markten is van belang voor het behoud en aantrekken van bedrijvigheid en werkgelegenheid. Met de BVR 2020 willen we de raad en andere geïnteresseerden inlichten over de ontwikkelingen van het afgelopen jaar op de lokale kantoren- en bedrijventerreinenmarkt en de voortgang op de uitvoeringsopgaven uit de Strategie werklocaties gemeente Haarlemmermeer 2019 (2019.0027561); hierna strategie. Wat is de aanleiding, context?
In overeenstemming met de strategie wordt de raad jaarlijks middels de BVR geïnformeerd over de stand van zaken op de werklocaties alsook over de macro-economische ontwikkelingen van Haarlemmermeer. Dit jaar is bij het opstellen van de BVR 2020, conform de toezegging aan de raad bij de bespreking van de nota BVR 2019 (2020.00001466) op 3 september 2020, de markt (het midden en kleinbedrijf (MKB) en internationale bedrijven/hoofdkantoren) in vier sessies geconsulteerd. Ook is een deel van de inhoud van de BVR 2020 aangepast. Naast een beknopter kwantitatief inzicht in de macro-economische ontwikkelingen en ontwikkelingen op de lokale werklocatiemarkt in het afgelopen jaar maakt de BVR 2020 ook de voortgang op de zes uitvoeringsopgaven uit de strategie inzichtelijk. Op deze manier wordt helder op welke onderdelen van de uitvoeringsopgaven voortgang is geboekt en op welke niet en kan beter in kaart worden gebracht of de focus nog steeds op de juiste opgaven ligt of dat deze moet worden aangepast of verlegd. Hiermee wordt de BVR 2020 daadwerkelijk een instrument
Bestuurlijke voortgangsrapportage Kantoren en Bedrijven Haarlemmermeer 2020
Pagina 3
waarmee de voortgang op de strategie in kaart wordt gebracht. De BVR oude stijl met een uitgebreide toelichting op de ontwikkeling van de kantoren- en bedrijventerreinmarkt is dit jaar nog als bijlage toegevoegd. Welk doel wordt nagestreefd?
Onze economische koers, zoals vastgesteld in het Economisch Perspectief 2030 (2016.0020280), richt zich op het versterken van de lokale en regionale economie waarmee we ervoor zorgen dat ook in de verdere toekomst Haarlemmermeer een plek is waar mensen goed kunnen wonen, werken en leven. Specifiek met betrekking tot de werklocaties is het doel, vanuit de strategie, om meer de regie te voeren op de locatie en toekomstbestendigheid van werklocaties in Haarlemmermeer. Dit vanuit de ontwikkelingen die wij op ons af zien komen zoals de schaarste op de markt voor bedrijventerreinen en kantoren, aandacht voor economische diversificatie en de grotere economische rol van Haarlemmermeer in de Metropoolregio Amsterdam (MRA) bij de mogelijke gebiedsontwikkeling Zuidwest Amsterdam-SchipholHoofddorp (ZWASH). 3.2 Wat gaan we daarvoor doen?
De strategie is op een vijftal korte tot middellange termijn uitvoeringsopgaven gebaseerd en een lange termijn opgave, te weten: 1. inventarisatie problematiek en beheer verouderde bedrijventerreinen om de krapte op de markt te ontlasten; 2. rekening houden met bedrijventerreinen milieucategorie 4 of hoger vanuit toekomstbestendigheid; 3. het opzetten en uitvoeren van een acquisitiestrategie voor de sector ICT in combinatie met datacenters en mogelijke Smart Industry activiteiten; 4. het opstellen van een integrale gebiedsvisie voor de kantorenlocaties Hoofddorp; 5. het realiseren van informele werklocaties, voor onder andere zelfstandige professionals (Zp'ers), op of bij formele werklocaties; 6. strategie lange termijn: aansluiten bij ZWASH. In deze BVR 2020 doen wij verslag van de inspanningen die zijn verricht en de resultaten die zijn geboekt op bovengenoemde uitvoeringsopgaven. Ook wordt een stand van zaken gegeven van de werklocaties en de macro economische ontwikkeling van Haarlemmermeer in 2020. Wat zijn de kanttekeningen?
Algemene kanttekening De Strategie Werklocaties is gericht op de periode 2019-2030. We zijn twee jaar geleden gestart met het tot uitvoering brengen van de strategie. Het afgelopen jaar stonden economische en werklocatie-ontwikkelingen in het teken van de coronacrisis. Daarnaast zijn er allerlei andere opgaven (zoals de verstedelijkingsopgave, de energietransitie etc.) die een steeds sterker effect op de werklocaties hebben. Deze ontwikkelingen hebben hun weerslag gehad op de voortgang van bepaalde uitvoeringsopgaven, de ideeën over wat er nodig is voor de realisatie van de opgaven en de gedachten over de invulling of strekking van de opgaven. Voor de beperktere voortgang op bepaalde opgaven geldt daarnaast dat sommige opgaven simpelweg meer tijd nodig hebben voordat resultaat zichtbaar is. Tegen deze achtergrond zien wij drie specifieke kanttekeningen bij de voortgang op de uitvoeringsopgaven die aanleiding voor vervolgstappen geven. Daarnaast hebben we één specifieke kanttekening die betrekking heeft op de mogelijke effecten van de coronacrisis en de BVR 2020.
Bestuurlijke voortgangsrapportage Kantoren en Bedrijven Haarlemmermeer 2020
Pagina 4
1.
Bij uitvoeringsopgave 2, waarbij ruimte voor hogere milieucategorieën op de Liede (Vijfhuizen) en Polanenpark (Haarlemmerliede) wordt gereserveerd, zien we dat de vraag vanuit de markt voor deze locaties beperkt is gebleken. Ook is het samenwerkingsverband Circulaire Westas, waar deze opgave een uitvloeisel van is, niet meer actief. Tegelijkertijd is er wel vraag naar ruimte op deze terreinen vanuit bedrijven met lagere milieucategorieën. Deze vraag wordt mede door de steeds sterker wordende verstedelijkingsopgave op andere terreinen gevoed. Een deel van de terreinen is hierdoor al verkleurd, wat de vestiging van hogere milieu categorieën minder eenvoudig maakt (vanwege mogelijke geluid- en geuroverlast). Daarbij komt verder nog dat deze bedrijven zich ook niet zo makkelijk (laten) verplaatsen vanwege de hoge kosten die dat met zich meebrengt en dat er mogelijk meer geschikte locaties voor dit type bedrijvigheid is. Hierbij kan gedacht worden aan havengebied. Als vervolg op deze voortgangsconclusie willen we de opgave tegen het licht houden en kijken of er voldoende reden/onderbouwing is voor een andere invulling van de opgave.
2.
Ook voor uitvoeringsopgave 5 geldt dat de vraag naar informele werklocaties vanuit de markt beperkt is gebleken. In gebiedsontwikkelingstrajecten zijn informele locaties aangeboden, maar deze hebben beperkt aftrek gevonden. Reden hiervoor kan zijn dat de sectoren waarin zelfstandigen in Haarlemmermeer werken meer uitvoerend werk betreft (bouw, vervoer en opslag). Dat er op dit moment weinig vraag is, wil niet zeggen dat dit voor de toekomst ook zo zal zijn. Gezien de ontwikkelingen rond thuis- en meer flexibel werken als gevolg van de coronacrisis, kan de vraag naar flexibele en informele werklocaties in de toekomst mogelijk toenemen. Ook kunnen toekomstige gebiedsontwikkelingen waarin met hogere dichtheden wordt gebouwd (zoals bij het stationsgebied Hoofddorp) ervoor zorgen dat er meer vraag naar informele werklocaties komt. Gezien de beperkte voortgang op de uitvoeringsopgave willen we de invulling van deze opgave nader bekijken.
3.
Bij uitvoeringsopgave 4 (de integrale gebiedsvisie voor de kantorenlocaties Hoofddorp) zijn we, door alle aan corona gerelateerde ontwikkelingen en andere opgaven (energietransitie, woningbouw, leegstand etc.) die wij op de werklocaties af zien komen, gaan inzien dat de opgave breder moet worden ingestoken en overkoepelend is aan het geheel. Breder ingestoken wil zeggen dat het gaat om een beschouwing van de gehele Haarlemmermeerse werklocatiemarkt (kantoren en bedrijventerreinen) in haar lokale en regionale context. Met overkoepelend aan het geheel bedoelen we dat deze brede beschouwing van de werklocatiemarkt een soort paraplu moet vormen waaronder alle relevante onderzoeken, afspraken, omgevingsplannen, gebiedsontwikkelingstrajecten, de Noord/Zuidlijn etc. die van invloed op de werklocaties zijn bij elkaar komen. Deze brede beschouwing (de paraplu) vormt het kader waar vanuit verder invulling gegeven kan worden aan de strategie en de uitvoeringsopgaven. Zo kan worden gekeken of we nog met de relevante uitvoeringsopgaven bezig zijn of een andere focus/herziening van de strategie en uitvoeringsopgaven noodzakelijk is. Ook de hiervoor genoemde vervolgstappen voor uitvoeringsopgaven 2 en 5 moeten kunnen worden opgepakt. Daarnaast levert de bredere beschouwing van de werklocatiemarkt input voor verschillende trajecten (lokaal en regionaal) en opgaven die we op ons af zien komen.
Op dit moment hebben we een aantal bouwstenen gerealiseerd en is er een aantal in de maak. Vervolgstap op de BVR 2020 is om hiermee aan de slag te gaan en na te denken over de vorm en de inhoud van de brede beschouwing. Er zal worden verkend of het vervolg op het Oostflanktraject een geschikte plek voor het oppakken van de brede beschouwing van de werklocatiemarkt is. Zie voor schematische weergave van de gedachten de figuur hieronder.
Bestuurlijke voortgangsrapportage Kantoren en Bedrijven Haarlemmermeer 2020
Pagina 5
Figuur: schematische weergave gedachten over vervolg op knelpunt 3
Strategie werklocaties
Uitvoeringsopgave
1
4.
■
Uitvoeringsopgave
2
■
Uitvoeringsopgave
3
■
Uitvoeringsopgave
4
■
Uitvoeringsopga.'e
5
■
Uitvoeringsopgave
De terugblik die de BVR 2020 geeft op de trends en ontwikkelingen op de Haarlemmermeerse werklocatiemarkt wijkt (nog) niet veel af van voorgaande jaren. Zo is de leegstand relatief hoog (15,4%), maar dalende, en bevindt deze zich veelal op monofunctionele en minder goed bereikbare locaties zoals Schiphol Rijk en Beukenhorst Oost. Daartegenover staat dat we de bedrijventerreinenmarkt in Haarlemmermeer steeds krapper hebben zien worden. Niettemin zien we voor de toekomst omvangrijke opgaven op de werklocatiemarkt afkomen zoals de energietransitie en de woningbouwopgave. En verwachten marktpartijen, onderzoeksbureaus, vastgoedpartijen en banken allerlei aan corona gerelateerde ontwikkelingen voor de werklocatiemarkt (zoals een afnemende ruimtevraag en toenemende kwaliteitseisen). Al deze opgaven en mogelijk aan corona gerelateerde ontwikkelingen kunnen ervoor zorgen dat het werklocatiebeeld in de toekomst wel verandert (en mogelijk ongunstig). Enerzijds omdat de schaarste aan bedrijventerreinen nog sterker toeneemt door de toenemende druk op de ruimte vanuit de opgaven. Anderzijds omdat de leegstand van kantoren toe kan nemen omdat door de coronapandemie verwacht wordt dat met name kwaliteitseisen aan panden, omgeving en locaties/bereikbaarheid veranderen en toenemen.
Monofunctionele locaties in Haarlemmermeer met weinig menging/vertier, weinig duurzaamheidsaspecten en een mindere bereikbaarheid kunnen het hierdoor nog moeilijker krijgen. In het onderzoek 'Effecten van de coronacrisis op de kantorenmarkt Amstelveen en Haarlemmermeer' wordt het corona-effect op de leegstand van kantoren geschat op 3% tot 7% extra leegstand. Echter uit hetzelfde onderzoek en uit twee marktconsultaties blijkt ook dat hoe de ruimtevraag en de leegstand zich door kwantitatieve en kwalitatieve trends zullen ontwikkelen hoogst onzeker is. Zo hoeft de ruimtevraag niet per definitie af te nemen omdat door meer thuiswerken de werkplek verandert in ontmoetingsplek en hier juist meer ruimte voor nodig is en omdat kantoren ondanks het thuiswerken nog steeds op piekbelasting (op maandag, dinsdag en donderdag) ingericht moeten worden. Daarbij wordt aangegeven dat de effecten van de coronacrisis in de praktijk, met de afbouw van
6
Bestuurlijke voortgangsrapportage Kantoren en Bedrijven Haarlemmermeer 2020
Pagina 6
steunpakketten en aflopende huurcontracten, later dit jaar en verder in de tijd worden verwacht. Om deze redenen zetten we de huidige beleidskoers voort, blijven we ontwikkelingen nauwlettend monitoren, blijven we in gesprek met de markt en gaan we aan de slag met de brede beschouwing van de werklocatiemarkt. In de bijlagen is het volledige onderzoek en de notitie van de marktconsultaties opgenomen. 3.3 Wat mag het kosten?
Aan het opstellen van de BVR 2020 zijn, naast beschikbare ambtelijke capaciteit, externe kosten verbonden. De kosten worden gedekt uit het in de programmabegroting beschikbare budget van Haarlemmermeer is een aantrekkelijke, duurzame en veilige vestigingsplaats voor kleine en (middel)grote ondernemingen, van het programma Economische zaken, taakveld 2.1. 3.4 Wie is daarvoor verantwoordelijk?
De ontwikkeling en herstructurering bedrijventerreinen en kantorenlocaties valt onder de verantwoordelijkheid van het college. De portefeuillehouder Economie en Bedrijven- en kantorenterreinen is het eerste aanspreekpunt binnen het college voor de uitvoering van de BVR 2020 gemeente Haarlemmermeer. 3.5 Welke overige relevante informatie is beschikbaar?
Input vanuit het Haarlemmermeers Ondernemersplatform (HOP) Naast de marktconsultaties is het HOP gevraagd mee te denken over het vervolg op de uitvoeringsopgaven van de strategie zoals opgenomen in de BVR 2020. Hiertoe zijn de voorlopige resultaten van de voortgang op de uitvoeringsopgaven gepresenteerd. De reflectie van het HOP op de hiervoor genoemde kanttekeningen worden daar waar relevant meegenomen in de mogelijke bijsturing van de uitvoeringsopgaven. Toekomstbestendige werklocaties In het traject toekomstbestendige werklocaties wordt ingezet op de verbetering van de samenwerking op en het verduurzamen van kantorenlocaties en bedrijventerreinen. De gemeente heeft hierin een stimulerende, faciliterende en verbindende rol. Voor het versterken van de toekomstbestendigheid en de collectiviteit op de werklocaties is op dit moment met name de energietransitie een belangrijk thema om de samenwerking te stimuleren. In samenwerking met partners in de regio, zoals de provincie Noord-Holland (PNH), Projectbureau Herstructurering Bedrijventerreinen (PHB) en de Metropoolregio Amsterdam (MRA) wordt ook toegewerkt naar een regionale aanpak die zich met name richt op financiering en samenwerkingsstructuren. Over de laatste stand van zaken rond de toekomstbestendige werklocaties is de raad geïnformeerd bij brief van 18 november 2020 (X.2020.05736).
3.6 Wanneer en hoe zal de raad/het college over de voortgang worden geïnformeerd?
De raad wordt jaarlijks met de BVR geïnformeerd over de stand van zaken op de werklocaties in Haarlemmermeer. 3.7 Wat betekent dit voor de Metropoolregio Amsterdam (MRA)?
Vasstelling van de BVR 2020 heeft vooralsnog geen invloed op de gemaakte regionale afspraken binnen het platform bedrijven en kantoren (PlaBeKa). Dit zou in de toekomst wel het geval kunnen zijn wanneer uit de bredere beschouwing van de werklocaties en de strategie volgt dat
Bestuurlijke voortgangsrapportage Kantoren en Bedrijven Haarlemmermeer 2020
Pagina 7
bijvoorbeeld de reservering voor hogere milieu-categorieën wordt losgelaten. Wanneer dit zich voordoet, zal de raad hierover worden geïnformeerd. Daarnaast is het goed om te weten dat PlaBeKa op dit moment nog altijd werkt aan het traject om een kwaliteitsslag te maken ten aanzien van de economische ontwikkeling in de deelregio's. Hierover is de raad geïnformeerd bij brief van 26 augustus 2020 (X.2020.016480). Deze economisch kwalitatieve onderbouwing is input voor de Verstedelijkingsstrategie en is van belang om een goede balans te houden tussen wonen en werken. PlaBeKa maakt zich namelijk zorgen over de uitsortering die er binnen de MRA gaande is en waarbij werkfuncties worden vervangen door woningbouw. Zie hierover de bijgevoegde brief van PlaBeKa van 17 juni 2021 (MRA20216001) aan de portefeuillehouders Economie MRA.
Bijlage(n) • Bestuurlijke voortgangsrapportage Kantoren en Bedrijven 2020 • Bijlage bij BVR K&B 2020: Toelichting macro -economische ontwikkelingen en ontwikkelingen op kantoorlocaties en bedrijventerreinen • Onderzoek: Effecten coronacrisis op kantorenmarkt Amstelveen en Haarlemmermeer • Notitie marktconsultatie kantoren Haarlemmermeer • Bestuurlijke brief PlaBeKa
BESTUURLIJKE VOORTGANGSRAPPORTAGE KANTOREN EN BEDRIJVEN HAARLEMMERMEER 2020 4
1
Bestuurlijke voortgangsrapportage
Auteur(s): Ad Reijneveld, Maaike van Buuren, Samira Errami (gemeente Haarlemmermeer) Jaap Meijs, Miles Copping, Bianca van Baar (Bureau BUITEN)
Kantoren en Bedrijven Haarlemmermeer 2020
Datum: 24 juni 2021
2
Inhoudsopgave Inleiding
4
1
Macro-economische ontwikkelingen en stand van zaken op onze werklocaties 5
2
Voortgang uitvoeringsopgaven
2.1
2.5 2.6
Uitvoeringsopgave 1: Inventarisatie problematiek en beheer verouderde bedrijventerreinen om de krapte om de markt te ontlasten 11 Uitvoeringsopgave 2: Invulling bedrijventerreinen milieucategorie 4 of hoger om rekening te houden met meervoudig toekomstgebruik 12 Uitvoeringsopgave 3: Het opzetten en uitvoeren van een acquisitiestrategie voor de sector ICT in combinatie met datacenters en mogelijke smart industry activiteiten 13 Uitvoeringsopgave 4: Het opstellen van een integrale gebiedsvisie voor de kantorenlocaties Hoofddorp 13 Uitvoeringsopgave 5: Het realiseren van informele werklocaties 14 Strategie lange termijn: aansluiten bij ZWASH 15
3
Conclusie
2.2
2.3
2.4
11
17
3
Inleiding Deze voortgangsrapportage geeft de stand van zaken aan op twee samenhangende punten: de macro-economische ontwikkelingen in onze gemeente en de voortgang op de zes uitvoeringsopgaven die zijn opgenomen in de Strategie Werklocaties Haarlemmermeer uit 2019. De gemeente Haarlemmermeer telt van alle gemeenten in Nederland de meeste banen in verhouding tot de potentiële beroepsbevolking. Die ligt, afhankelijk van de gehanteerde definitie, op 1,34 baan per inwoner in de (15-64 jaar). Voor de hele provincie Noord-Holland ligt deze op 0,84 baan per inwoner in de potentiële beroepsbevolking. We hebben daarmee een belangrijke werkgelegenheidsfunctie. De bedrijventerreinen en kantorenlocaties in de gemeente leveren een belangrijke bijdrage aan die werkgelegenheid. Om de raad op de hoogte te houden van de ontwikkelingen op de werklocaties in onze gemeente, stellen we jaarlijks de Bestuurlijke Voortgangsrapportage Kantoren en Bedrijven (hierna BVR K&B) Haarlemmermeer op. De BVR K&B is tot stand gekomen op basis van input van beleidsmedewerkers, groepsgesprekken met het bedrijfsleven en een uitgebreide data-analyse.
In het tweede deel gaan we in op de voortgang van de zes uitvoeringsopgaven uit de Strategie Werklocaties. In hoofdstuk 3 schetsen we enkele conclusies. Het bijlagenrapport bij deze voortgangsrapportage bestaat uit een uitgebreide weergave van de macro-economische ontwikkelingen en werkgelegenheid, het ‘corona-effect’ in Haarlemmermeer en een weergave van specifieke ontwikkelingen op de kantoorlocaties en bedrijventerreinen. Hoofdstuk 1 is hier een samenvatting van. De BVR K&B is daarmee anders opgebouwd dan voorgaande jaren. Het bijlagenrapport is herkenbaar in het format van voorgaande jaren. Dit hoofdrapport is een beknopte en overzichtelijke weergave daarvan, ingedeeld naar de uitvoeringsopgaven. Het bevat ook de hoofdlijnen van de macro-economische ontwikkelingen die in het bijlagenrapport zijn opgenomen.
De BVR K&B bestaat uit drie hoofdstukken. In het eerste deel vindt u een beknopte weergave van de macro-economische ontwikkeling, de ontwikkeling van de werkgelegenheid en economische en andere ontwikkelingen op onze werklocaties (kantoorlocaties en bedrijventerreinen). Uiteraard gaat dit hoofdstuk ook in op de economische effecten van de corona-pandemie voor Haarlemmermeer.
4
1 Macro-economische ontwikkelingen en stand van zaken op onze werklocaties De wereld stond in 2020 in het teken van de corona-pandemie. De effecten van de pandemie zijn breed: op de volksgezondheid, maatschappij en wereld-, Nederlandse, MRA- en lokale economie. In dit hoofdstuk geven we op hoofdlijnen aan hoe de Haarlemmermeerse economie zich heeft ontwikkeld het afgelopen jaar en welke ontwikkelingen er zijn geweest op de kantorenmarkt en bedrijventerreinen. In bijlage 1 van deze bestuurlijke voortgangsrapportage is een nadere analyse hiervan opgenomen. Economie en arbeidsmarkt: sterk corona-effect op onze economie De werkgelegenheid van de gemeente Haarlemmermeer is tussen april 2019 en april 2020 – de periode voorafgaand aan de coronacrisis – gegroeid met circa 1.500 banen. Onze gemeente deed het goed in die periode, al was dat wel een minder sterke groei dan de jaren daarvoor. Eén van de oorzaken daarvan was het plafond aan vliegbewegingen dat is bereikt. Rond april 2020 sloeg de coronacrisis ook in Nederland hard toe. Als gevolg daarvan daalde tussen april 2020 en september 2020 de werkgelegenheid in onze gemeente met 2.200 banen, oftewel -1,7%. Deze daling in de werkgelegenheid is niet zo sterk als op grond van het verlies aan Bruto Regionaal Product werd verwacht. Dit komt omdat een deel
van de bedrijven voor het behoud van banen steunmaatregelen vanuit de Rijksoverheid ontvangt. Dat bleek ook uit de resultaten van de coronaenquête en groepsdiscussies met bedrijven die we de afgelopen periode hebben gehouden. Er is sprake van een asymmetrische crisis: waar sommige bedrijven en sectoren zeer sterk geraakt zijn, merken andere bedrijven in economische zin veel minder van de coronacrisis. In de periode april-september 2020 zijn er namelijk ook sectoren die zijn gegroeid. Dit zijn de bouw (+160 banen), industrie (+180 banen) en het openbaar bestuur (+100 banen bij Koninklijke Marchausse en de Luchtvaart Politie, mede als gevolg van de Brexit). De afname van 2.200 banen in Haarlemmermeer betreft voornamelijk banen van ≥12 uur per week bij grootbedrijven. De grootste banenafname is zichtbaar op de werklocaties rond Schiphol. De grootste klappen vielen dan ook bij Schiphol-gerelateerde bedrijvigheid zoals vervoer en opslag, maar ook de horeca kreeg harde klappen. Belangrijkste oorzaken daarvan zijn de reisbeperkingen en de daling van het aantal passagiersvluchten, met 60% in 2020. Uiteraard speelde ook de sluiting van de horeca mee. De verwachting voor de nabije toekomst is dat het aantal banen bij Schipholgerelateerde bedrijvigheid in 2021 (en daarna) verder afneemt; doordat het herstel van de luchtvaart meerdere jaren zal gaan duren.
Uit een onderzoek van Nieuwsuur1 blijkt daarnaast dat meerdere
1
Bron: Grote Nederlandse bedrijven gaan ook na corona minder vliegen (Nieuwsuur, 18 december 2020)
5
Nederlandse toonaangevende bedrijven de verwachting hebben uitgesproken minder te gaan vliegen.
vastgelegd en stamt dus van voor de coronacrisis, maar is nu actueler dan ooit.
Hoewel op moment van schrijven de eerste versoepelingen zijn doorgevoerd, weten we nog niet hoe lang contactbeperkingen nodig zullen blijven. Het is ook dan niet zomaar gezegd dat alles snel weer bij het oude zal zijn. In sommige sectoren zullen de economische effecten langer doorwerken, in sommige sectoren valt dat erg mee, terwijl in andere sectoren mogelijk structurele veranderingen optreden. Onderzoek en verwachtingen lopen uiteen; wel lijkt de flinke economische crisis die een aantal maanden geleden verwacht werd, uit te blijven. Dat is ook de verwachting van de Rabobank uit maart dit jaar2. Zij verwachte dat de economie eind dit jaar weer hersteld is naar het niveau ‘pre-corona’; maar dat dat wel afhankelijk is van de vaccinatiestrategie, vaccinatiebereidheid en eventuele nieuwe varianten van het virus die nopen tot beperkende maatregelen. Het kan ook betekenen dat, waar onze economie nu een flinke klap krijgt, deze straks ook snel weer kan opveren. Deze diepe dalen en hoge pieken kennen we ook van de periode voor, tijdens en na de vorige crisis en kunnen ook nu voorkomen.
Kantorenmarkt: minder kantoren, minder leegstand, maar ook minder opname De kantorenvoorraad van Haarlemmermeer bedraagt in 2020 ongeveer 1,2 miljoen m2 BVO, waarvan 79% op formele kantorenlocaties. Op deze kantorenlocaties bevinden zich ruim 60.000 banen (of 43,8%) van de totale werkgelegenheid in Haarlemmermeer.
Duidelijk is dat de Haarlemmermeerse economie sterk afhankelijk is van Schiphol en (in)direct daaraan gerelateerde werkgelegenheid. Onder normale omstandigheden is Schiphol een solide bron van werkgelegenheid en omzet. Nu de luchthaven echter harde klappen incasseert, wordt de keerzijde van deze sterke afhankelijkheid van Schiphol merkbaar. De gemeente heeft daarom de ambitie om in te zetten op meer economische diversificatie, zowel binnen het cluster van Schipholgerelateerde bedrijvigheid als daarbuiten, om zo een brede economische basis te creëren. Deze ambitie is in het coalitieakkoord 2
https://www.rabobank.nl/kennis/s011128064-nederlandse-economie-mogelijkeind-dit-jaar-weer-terug-op-precrisisniveau
De meeste kantoren staan op de Beukenhorsten en op en rondom Schiphol. Tussen 2020 en 2021 is de kantorenvoorraad in onze gemeente gedaald met 19.000 m2. Dit is een (iets) grotere afname dan in het jaar ervoor. Net als in de voorafgaande jaren wordt de afname veroorzaakt door de sloop en transformatie van (veelal leegstaande) kantoren. Er is 27.400 m2 kantoorvloeroppervlak getransformeerd (naar wonen of hotel) of gesloopt, een stuk minder dan in recordjaar 2019 (43.600 m2). Naast transformatie is er zo’n 8.000 m2 nieuw vloeroppervlak (het circulair gebouwde SHARE) opgeleverd. Het opgeleverde volume ligt een stuk lager dan in 2019, toen dat zo’n 25.000 m2 was. Het totale kantoorgebruik3 in Haarlemmermeer is tussen 2020 en 2021 toegenomen met ca 1 procentpunt ten opzichte van vorig jaar, terwijl in de MRA als geheel en in Amstelland-Meerlanden, sprake was van een lichte afname van het kantoorgebruik (in beide gebieden 1 procentpunt minder kantoorgebruik t.o.v indexjaar 2011).
3
Kantoorgebruik refereert naar het aantal m2 aan kantoorruimte dat verhuurd is. Dit is gelijk aan de kantorenvoorraad min de leegstand.
6
De bruto opname4 ligt in 2020 met 66.800 m2 lager dan de opname in de voorafgaande jaren. De bruto opname is een indicator van de dynamiek in de markt. De lage opname van 2020 kan verklaard worden door de coronacrisis. Uit meerdere gesprekken en bronnen komt naar voren dat de coronacrisis op de kantorenmarkt vooral heeft geleid tot een uitstel van huisvestingsbeslissingen (een ‘pauzestand): bedrijven stellen hun beslissing over verhuizing, uitbreiding of inkrimping van kantoorruimte uit tot het stof van de coronacrisis is neergedaald (zowel qua economische situatie als qua effecten op het kantoorgebruik door b.v. thuiswerken). Hierbij speelt mee dat huurcontracten vaak nog volgens de ‘5+5 jaar’ worden afgesloten en dus langdurig zijn. De kantorenleegstand nam in 2020 af met 27.000 m2 tot 190.000 m2. Hiermee daalde de relatieve kantorenleegstand tot 15,4%, een afname van 1,9 procentpunten t.o.v. 2019. De totale afname van de leegstand is het gevolg van enerzijds een toename in kantoorgebruik en anderzijds een afname van de kantorenvoorraad door transformatie. Een groot deel van de daling zat in grote kantoren (met een oppervlakte van meer dan 10.000 m2), wat met name veroorzaakt wordt door transformatie. Relatief gezien kennen Beukenhorst Oost (23%) en Schiphol Rijk (26%) evenals vorig jaar - de grootste leegstand.
Wel is de leegstand op Beukenhorst Oost – die vorig jaar 31% was –flink afgenomen. In de regio Amstelland-Meerlanden is er dit jaar onderzoek gedaan naar incourante en structurele leegstand, waar handvatten uit zijn gekomen voor de toekomstige aanpak hiervan5.
Elzenhof en Schiphol-Oost. Daarnaast is er plancapaciteit op Badhoevedorp Zuid, Beukenhorst Zuid en Beukenhorst Oost-Oost. Corona-effect op kantorenmarkt: verwachting is dat vraag naar kantoorruimte afneemt, afhankelijk van locatie en type bedrijvigheid Bureau BUITEN heeft in 2021 een analyse gemaakt van de verwachte effecten van de coronacrisis op de kantorenmarkt in de gemeenten Haarlemmermeer en Amstelveen. Doordat veel beperkende maatregelen i.v.m. het coronavirus nog gelden (zoals het advies thuis te werken) en op de kantorenmarkt vaak gewerkt wordt met langjarige contracten, is het nog onzeker wat de effecten van de coronacrisis gaan zijn op de kantorenmarkt. Ook lijken de economische effecten van de coronapandemie voor veel sectoren mee te vallen, maar hangt de daadwerkelijke ontwikkeling ook af van de continuering / afbouw van de steunmaatregelen. Kwantitatief effect kantorenmarkt: geen trendbreuk, wel versnelde daling vraag Kwantitatief wordt er geen duidelijke trendbreuk verwacht. Wel een korte periode van onzekerheid (met minder dynamiek), gevolgd door een continuering van de langjarige ontwikkeling op de kantorenmarkt van een afname van de behoefte aan kantoren. Enkele bronnen verwachten dat de vraag naar kantoren (versneld) daalt met zo’n 3-7% door ‘corona’.
Naar verwachting zullen internationale vestigingen van bedrijven en bedrijven in de zakelijke en financiële dienstverlening het grootste ‘thuiswerk-effect’ kennen, met als gevolg een sterkere afname van het benodigde kantoorvloeroppervlak voor die bedrijven.
Tot 2030 beschikt Haarlemmermeer over ruim 650.000 m2 aan planvoorraad voor kantoren in Plabeka. Nabij Schiphol bevinden zich drie planlocaties van substantiële omvang: Schiphol Centrum, Schiphol
4 Bestaande kantoorruimte die door nieuwe gebruikers wordt betrokken
5 Stec Groep (2020). Toekomstperspectief incourant vastgoed Amstelland-Meerlanden
7
Vertaling naar Haarlemmermeer: terugdringen leegstand wordt grotere opgave Als we met deze verwachting kijken naar de Haarlemmermeerse kantorenmarkt dan valt ten eerste op dat kwantitatief gezien de markt op dit moment (ook ‘voor corona’) al ruim in zijn jas zit. De kantorenvoorraad is sinds 2016 afgenomen (alhoewel minder dan in de Amstelland-Meerlanden en de MRA totaal). Dat sluit aan op de langjarige trend van afnemende kantoorbehoefte. Daarnaast blijft transformatie een opgave: de leegstand is met ruim 15% nog steeds flink (waarvan een deel structureel) en er is nog planvoorraad. Als de vraag versneld met 3 tot 7% afneemt de komende 5 jaar, neemt de leegstand toe naar zo’n 18 tot 21%. De opgave om leegstand terug te dringen, wordt daarmee groter. Natuurlijk speelt niet alleen de kwantitatieve ontwikkeling van de vraag mee, juist de kwalitatieve effecten zijn het meest van invloed. Voor een toekomstbestendige kantorenmarkt is het namelijk van belang goed te kijken naar de typen locaties. De kwalitatieve trends bepalen waar leegstand worden teruggedrongen en wat juist kansrijke kantoorlocaties voor de toekomst zijn. Plancapaciteit op de goede locaties kan daarbij een belangrijke rol spelen.
Kwalitatief: meer ontmoeting, kwaliteit locatie en pand nog belangrijker Kwalitatief lijkt de markt rekening te moeten gaan houden met een veranderende functie van het kantoor: minder een bureauwerkplek, meer een ontmoetingsplek. Dit vraagt iets van: • de inrichting en indeling van het kantoorpand: minder bureauwerkplekken, meer ontmoetingsruimten, mogelijk ook meer aandacht voor uitstraling en inrichting; • de omgeving van het kantoor: de trend waarbij er meer behoefte is aan een menging van functies in kantooromgevingen, wordt versterkt; • de locatie van het kantoor: de trend van goed bereikbare plekken wordt versterkt.
Vertaling naar Haarlemmermeer: duidelijke verschillen per locatie Kwalitatief verdient het beeld nuance. Er zijn namelijk in onze gemeente goed bereikbare plekken met moderne panden met grote vloeroppervlakken die naast bureauwerkplekken ook goed geschikt zijn (te maken) voor ontmoeting. Bovendien zijn deze locaties in een aantrekkelijke omgeving gelegen met (steeds meer) een mix van functies. Dat zijn bijvoorbeeld Beukenhorst-Zuid, (delen van) Beukenhorst-Oost en (in mindere mate) het zuidelijk deel van Schiphol-Rijk. Hier zal het ‘corona-effect’ op basis van de huidige verwachtingen wellicht meevallen. Anderzijds zijn er locaties waar verwacht kan worden dat het coronaeffect groter is. Het gaat dan om: • Plekken waar de kwaliteit van de omgeving minder is, net als de kwaliteit van de gebouwen en de bereikbaarheid. Dat is bijvoorbeeld het geval bij kantoren die verspreid op bedrijventerreinen staan (zoals De Hoek). • Kantoorlocaties met grote concentraties internationale bedrijven (zoals Schiphol Centrum) of zakelijke/financiële dienstverlening, zoals Beukenhorst-Noord. Door dat type bedrijvigheid is het corona-effect daar mogelijk groter. • Kantoorlocaties en bedrijventerreinen met veel luchthavengerelateerde gebruikers, zoals op Schiphol-Oost.
Het ‘corona-effect’ van deze kantoorgebruikers zal, zeker bij passagiersvervoerders, afhangen van in welke mate de sector zich herstelt. Het verwachte corona-effect van 3 tot 7% (extra) daling van de vraag naar kantoren, zal dus naar verwachting met name op de minder gunstige plekken terecht komen, waardoor opgaven zich op die locatie concentreren. Per locatie zal bekeken moeten worden wat op dat gebied mogelijk is rond het verbeteren van de locatie of transformatie van kantoren. Het Luchthavenindelingsbesluit (LIB) maakt transformatie naar
8
wonen vaak lastig en voor transformatie van kantoren naar bedrijfsruimte is een businesscase moeilijk rond te krijgen. Tegelijkertijd moet er voor gezorgd worden dat de kwalitatief goede locaties ook aantrekkelijk blijven. Een deel van de (nu) minder aantrekkelijke locaties heeft potentie om te verbeteren, zoals rond de stationsomgeving Hoofddorp en het toekomstige metrotraject. Bedrijventerreinen: flinke uitgifte, planvoorraad staat onder druk De gemeente Haarlemmermeer telt 47 bedrijventerreinen, van zo’n 667 hectare (netto). Hier is 30% (of 40.000 banen) van de totale werkgelegenheid in onze gemeente te vinden. De sectoren vervoer en opslag (19.000 banen) en groothandel (5.700 banen) zijn het sterkst vertegenwoordigd op de bedrijventerreinen. In 2020 is er 28 hectare bedrijventerreinen uitgegeven; 10 hectare minder dan in 2019, maar nog steeds hoger dan gemiddeld de afgelopen jaren. De locaties met de grootste uitgifte in 2020 zijn Schiphol Trade Park (19,7 ha) en Wilhelminahoeve (4,5 ha). Volgens CBS bedraagt de leegstand op bedrijventerreinen in Haarlemmermeer 4,0% (of 160.000 m2) in 2020. Dit is een toename van 0,7 procentpunten ten opzichte van 2019. De leegstand is hiermee licht hoger dan in Amstelland-Meerlanden en de MRA (respectievelijk 3,4 en 3,5%). Er is nog ongeveer 155 ha netto planvoorraad beschikbaar.
Naast de harde planvoorraad kent de gemeente nog 58 ha zachte planvoorraad. Op het eerste oog lijkt dat misschien afdoende, maar in de praktijk is dat niet zo. Een groot deel (bijna 70 ha) van deze planvoorraad ligt in de verschillende segmenten van Schiphol Trade Park. Daarnaast zijn er opties op een deel van de planvoorraad. Ook speelt mee dat door de
verschillende andere ruimtelijke opgaven, zoals woningbouw en de energietransitie, de druk op bestaande bedrijventerreinen en de planvoorraad toeneemt. In onderstaande tabellen zijn de cijfers nog eens samengevat. Tabel 1.1a: ontwikkeling werkgelegenheid 2019 en 2020 (voor zover bekend) 2019 Ontwikkeling werkgelegenheid
2020
+1.500 (april ’19 – april ’20)
-2.200 (april’20 – sept ’20)
Tabel 1.1b: ontwikkelingen op bedrijventerreinen en kantoorlocaties 2019 en 2020
Voorraad Leegstand Realisatie / uitgifte Planvoorraad (hard) Transformatie (gerealiseerd) Banen op deze locaties
Bedrijventerreinen (netto ha) 2019 2020 639 667 3,3% 4% 37,7 170 0 40.000
28 155 0 40.000
Kantoren (m2 bvo) 2019 2020 1.27 mln 1.25 mln 217.000 190.000 (17,3%) (15,4%) 25.600 8.000 627.000 650.000 43.600 27.400 60.000 60.000
Toekomstbestendige en duurzame kantoren en bedrijventerreinen Op het gebied van toekomstbestendigheid/verduurzaming van de kantoren en bedrijventerreinvoorraad zijn en worden werkzaamheden opgepakt. Zo wordt in het traject toekomstbestendige werklocaties ingezet op het stimuleren, faciliteren en verbinden. Samenwerkingsverbanden (BIZ of Parkmanagement) op bedrijventerreinen worden op deze manier geholpen met de invulling en uitvoering van duurzaamheidsmaatregelen (vooral geënt op de energietransitie). Voor kantorenlocaties
9
geldt een verplicht energielabel C in 2023. Het energieloket en de omgevingsdienst werken hier samen aan het creëren van awareness middels brieven en webinars en helpen met energiescans en adviseurs bij het inzichtelijk maken van maatregelen die moeten worden genomen. Ook wordt hulp geboden bij het verkrijgen van een energielabel. 56% van de 317 label plichtige kantoren heeft op dit moment een energielabel C of beter.
10
2 Voortgang uitvoeringsopgaven In de Strategie Werklocaties (2019) is een vijftal uitvoeringsopgaven benoemd. In dit hoofdstuk gaan we in op de voortgang van deze uitvoeringsopgaven. In elke paragraaf gaan we in op één van de uitvoeringsopgaven. We geven op basis van een driepuntsschaal onderbouwd aan wat de voortgang is: = We liggen op schema = Er is in 2020 voortgang bereikt, maar minder dan verwacht of gehoopt = Er is in 2020 geen voortgang bereikt op deze opgave
De Strategie Werklocaties richt zich op de korte en middellange termijn, tot uiterlijk 2030. De weergegeven voortgang is dan ook relatief over de periode van ca 11 jaar; waarvan op moment van schrijven ca 2 jaar is verstreken. Per uitvoeringsopgave geven we de voortgang aan, staan we kort stil bij de inhoud van de uitvoeringsopgave, zoals in de strategie werklocaties beschreven en lichten we de voortgang toe.
2.1 Uitvoeringsopgave 1: Inventarisatie problematiek en beheer verouderde bedrijventerreinen om de krapte om de markt te ontlasten Voortgang
Inhoud uitvoeringsopgave (2019) “Per bedrijventerrein worden de opties voor herstructurering, transformatie en beheer vastgesteld, inclusief een eerste inschatting van
kosten en opbrengsten. In eerste instantie staat bewustwording en draagvlak bij huidige huurders en eigenaren voorop. Vervolgens wordt vastgesteld wat er op vergunningen gebied moet gebeuren en welke organisatie het meest geschikt is om de transformatie/herstructurering uit te voeren.” Toelichting voortgang Niet op alle plekken is er aanleiding om herstructurering of transformatie te overwegen. Voor een aantal bedrijventerreinen zijn plannen in ontwikkeling of uitvoering voor herstructurering, opwaardering of transformatie. We lichten de relevante voortgang toe: • Op Hoofddorp de Hoek zijn in 2019 en 2020 al de nodige acties uitgevoerd (o.a. reconstrueren Rijnlanderweg, renovatie / herbestemming diverse panden) en er zijn plannen om o.a. extra groen, wandelpaden en een snelfietspad aan te leggen. • Voor De Liede is er subsidie aangevraagd en verkregen voor de uitvoering van een parkeerplan en worden veiligheidsissues aangepakt. • Op Graan voor Visch Zuid zijn de ondernemers op 1 januari 2020 van start gegaan met een BIZ en worden diverse acties uitgevoerd om het terrein schoner en veiliger te maken. • Op Spoorzicht functioneert nog steeds een BIZ en is het groenplan dit jaar naar tevredenheid afgerond. Het aansluitende bedrijventerrein is door ons aangekocht en is krediet verleend om dit gedeelte op te knappen.
• Voor het verouderde Hoofddorp-Noord is in 2019 een herstructureringssubsidie verkregen en is de Graftermeerstraat opnieuw ingericht. Het is in 2020 helaas niet gelukt voldoende draagvlak te krijgen voor een BIZ.
11
• Voor Nieuw-Vennep Zuid wordt gekeken of de kavel, die is beoogd voor een hotel, van functie veranderd kan worden. Sinds de vaststelling van de strategie is op een aantal terreinen voortgang geboekt op deze uitvoeringsopgave. Voor bovengenoemde en een aantal andere bedrijventerreinen zitten daarnaast onderzoeken en een plan van aanpak in de pijplijn voor 2021 en verder. Zo is er voor Graan voor Visch Zuid onderzoek beoogd naar vermeende wateroverlast en liggen er opgaven voor het Pionier / Bolsterrein in verband met mogelijke transformatie in het kader van het programma Versnelling Woningbouw.
2.2 Uitvoeringsopgave 2: Invulling bedrijventerreinen milieucategorie 4 of hoger om rekening te houden met meervoudig toekomstgebruik Voortgang
Inhoud uitvoeringsopgave (2019) “Deze categorie is van belang voor de economische diversiteit en circulariteit. Bedrijventerreinen met hogere milieu categorieën zijn beperkt beschikbaar. Daarbij is het van belang dat het werklocaties betreft met een milieucategorie van 4 of 5, zodat de industriële verwerking van grondstoffen en reststromen is toegestaan. Ook voor de eigen behoeften in Haarlemmermeer. Met name de timing van de uitgifte is hierbij belangrijk. Op dit moment wordt geen specifieke aandacht in de acquisitie aan dit marktsegment besteed. Specifieke acquisitie van bedrijvigheid moet uitwijzen op welke termijn de vraag zich kan manifesteren en of er aanvullende randvoorwaarden nodig zijn voor het aantrekken van bedrijven met een milieucategorie 4 en hoger. Vanuit de Ruimtelijk-Economische Eindrapportage Westas 2018 zijn specifieke aanbevelingen gedaan over de benodigde ruimte voor het realiseren van
een circulaire regio. Op basis van deze aanbevelingen worden potentiële bedrijven geïdentificeerd en benaderd. Daarbij wordt specifiek aandacht gegeven aan industriële bedrijven die binnen de MRA moeten verhuizen, met name als gevolg van transformatie van havengebieden.” Toelichting voortgang Op basis van de aanbevelingen uit de Ruimtelijk-Economische Eindrapportage Westas is binnen de MRA afgesproken om bedrijvigheid gerelateerd aan de circulaire economie, die zich veelal in hogere milieu categorieën bevindt, de ruimte te geven. De strategie en uitvoeringsopgave heeft ertoe geleid dat er ruimte op De Liede en Polanenpark is gereserveerd voor deze hogere milieucategorieën. Het samenwerkingsverband circulaire Westas bestaat inmiddels niet meer. De afgelopen jaren was er weinig tot geen interesse vanuit bedrijven met een hogere milieucategorie om zich op De Liede en Polanenpark te vestigen. Daarbij komt dat het in de praktijk moeilijk is om dit typen bedrijven te verplaatsen. Vanuit andere, lagere milieucategorieën staan de gebieden wel in de belangstelling. Op de Liede Noord heeft de ontwikkelaar Dura Vermeer dan ook kavels verkocht aan andere partijen. Ook door de woningbouwopgave op andere terreinen en de schaarste aan beschikbare bedrijventerreinen zien we een toenemende vraag op deze terreinen.
De afgelopen jaren zijn er inspanningen gepleegd om de ruimte voor de hogere milieucategorieën te reserveren. Eén van de redenen dat dat beperkt is gelukt, komt door het gebrek aan interesse in deze kavels op de korte termijn. Daarnaast speelt mee dat de druk op de ruimte vanuit andere functies en andere categorieën bedrijven, hoog is.
12
2.3 Uitvoeringsopgave 3: Het opzetten en uitvoeren van een acquisitiestrategie voor de sector ICT in combinatie met datacenters en mogelijke smart industry activiteiten Voortgang
Inhoud uitvoeringsopgave (2019) “Deze sector is belangrijk, zowel voor de kantoorlocaties als specifieke bedrijventerreinen, en draagt bij aan economische diversificatie. Dat wil zeggen het aantrekken van nieuwe bedrijvigheid die niet direct luchthaven gebonden is. Uitwerking van datacenterbeleid volgt separaat. De voorziening van elektriciteit en de energietransitie vormen belangrijke randvoorwaarden voor deze uitwerking.” De goede digitale connectiviteit is een unique selling point van onze gemeente voor deze sectoren. Toelichting voortgang • Het datacenterbeleid is opgesteld en door de gemeenteraad vastgesteld in oktober 2020. Doel van het beleid is beter te kunnen sturen op waar datacenters worden ontwikkeld en bepaalde voorwaarden te kunnen stellen aan datacenters. Het beleid houdt in dat we onder strikte voorwaarden datacenters toestaan op enkele specifieke bedrijventerreinen, waarbij we inzetten op het faciliteren van de meest innovatie, duurzame en groene datacenters in onze gemeente. Ook geeft het beleid specifieke kaders mee voor de wijze waarop datacenters aangesloten worden op het elektriciteitsnetwerk. Het datacenterbeleid is in samenwerking met de MRA en gemeente Amsterdam en Almere tot stand gekomen.
• Omdat we vanuit het datacenterbeleid selectiviteit toepassen op het toelaten van datacenters en er vanuit de markt veel vraag is, wordt er geen actieve acquisitie gevoerd.
• Acquisitie specifiek gericht op ICT en Smart Industry bedrijven heeft niet zodanig plaatsgevonden. Wel wordt via het platform Amsterdam in Business en vanuit de diversificatiegedachte ingezet om dit type bedrijven en mooie en interessante bedrijven uit andere sectoren naar Haarlemmermeer toe te halen. In reguliere acquisitie-activiteiten wordt hier wel op ingezet.
2.4 Uitvoeringsopgave 4: Het opstellen van een integrale gebiedsvisie voor de kantorenlocaties Hoofddorp Voortgang
Inhoud uitvoeringsopgave (2019) “De toekomstige vraag naar kantorenlocaties komt naar verwachting voor een belangrijk deel vanuit (luchthavengerelateerde) zakelijke dienstverlening en internationale hoofdkantoren en landt veelal op multimodale locaties en op gemengde, stedelijke milieus. Functiemenging op bestaande kantoorlocaties biedt een kans om meer gemengde werkgebieden te creëren en tegelijkertijd in te spelen op de vraag. De gebiedsvisie moet inzicht bieden in welke activiteiten op welke locaties in onze gemeente het beste passen. Hierbij is de relatie met onze omliggende gemeenten essentieel. Onder andere binnen het Platform Bedrijven en Kantoren (PlaBeKa) en het traject Zuidwest Amsterdam Schiphol Hoofddorp (ZWASH) werken we hieraan. De verhouding tussen de kantoorlocaties in Hoofddorp (met aandacht voor al onze kantoorlocaties, en met Schiphol Centrum als toplocatie) en andere toplocaties in de MRA (met name Zuidas) is hierbij van belang.” In de Strategie Werklocaties geven we aan dat herprofilering van de kantoorlocaties in Hoofddorp nodig is omdat er een duidelijke tweedeling is tussen een aantal populaire kantoorlocaties met weinig leegstand (zoals
13
Beukenhorst-Zuid) en veel toekomstperspectief, en een aantal andere kantoorlocaties zoals de andere delen van Beukenhorst. Om dit te bereiken is een van de opgaven om een integrale gebiedsvisie op te stellen voor de Hoofddorpse kantoorlocaties. Uitgangspunten van de visie zijn o.a. dat de visie moet passen binnen integrale gebiedsvisies voor Haarlemmermeer (zoals de omgevingsvisie), duurzame en multimodale ontsluiting, en dat de herprofilering moet aansluiten op ZWASH.
Deze en andere bouwstenen moeten leiden tot een integraal beeld voor de toekomst van onze werklocaties. De vervolgstap is na te denken over de vorm en inhoud van een dergelijk inzicht voor de werklocaties. Kansen hiervoor liggen in het vervolg van het Oostflanktraject.
Toelichting voortgang Het afgelopen jaar stond de kantorenmarkt in het teken van corona en het effect van beperkende maatregelen. Op moment van schrijven komt het einde van deze maatregelen steeds dichterbij. Het is de vraag in hoeverre er blijvende effecten zijn op de kantorenmarkt. In hoofdstuk 1 hebben we hier een aantal eerste conclusies over weergegeven.
Voortgang
De insteek is nog steeds om de Hoofddorpse kantoorlocaties integraal te bezien en de scope uit te breiden naar alle kantoorlocaties en bedrijventerreinen in onze gemeente. De vraag is of dat een overkoepelende visie moet zijn, of dat onze doelen ook op andere manieren te bereiken zijn. Op dit moment zijn er voor dit integrale beeld, al een aantal bouwstenen beschikbaar of in de maak. Het gaat om: • Een onderzoek naar het toekomstperspectief van incourant kantooren bedrijfsvastgoed in onze regio Amstelland-Meerlanden (AM)6; • Een gezamenlijk onderzoek met Amstelveen over de corona-effecten op de kantorenmarkt in onze gemeenten7; • Ontwikkelingen rondom doortrekken Noordzuidlijn en ZWASH; • Aanpak Hoofddorp stationsgebied; • De corona-monitor op gebied van economie; • Markconsultatie bedrijven over het ‘corona-effect’.
6
Stec Groep, 2020
2.5 Uitvoeringsopgave 5: Het realiseren van informele werklocaties
Inhoud uitvoeringsopgave (2019) “Het realiseren van informele werklocaties, voor onder andere Zp’ers, op of bij formele werklocaties, ook in combinatie met voorzieningen zoals kinderopvang, horeca, supermarkten, ophaalpunten en smart mobility concepten zoals deelfietsen en deelauto’s. In de uitwerking van deze opgaven wordt vastgesteld welke partijen samenwerken en wie de leiding neemt.” We gaan uit van de definitie van informele werklocaties die we in de strategie werklocaties hebben omschreven: alle werklocaties buiten de bedrijventerreinen en kantoorparken. Denk aan winkelgebieden en aan de randen van de formele werklocaties (bedrijventerreinen en kantoorparken). Toelichting voortgang Uit de in het kader van deze voortgangsrapportage gevoerde groepsgesprekken met marktpartijen en uit verschillende andere onderzoeken komt naar voren dat de functie van het kantoor door de coronacrisis naar verwachting gaat veranderen. De functie van kantoren 7
Bureau BUITEN, 2021 (dit onderzoek loopt nog)
14
verschuift van vooral een bureauwerkplek, naar steeds meer een plek om te ontmoeten, overleggen en te brainstormen. De kwaliteit van de werklocatie zal daarin ook belangrijker worden. Een interessante mix van functies, hogere verblijfswaarde en goede OV-bereikbaarheid spelen voor kantoorgerelateerde werkzaamheden een belangrijkere rol in de toekomst dan vóór de corona-pandemie. Informele of gemengde kantoorlocaties winnen aan belang en daarmee ook deze uitvoeringsopgave.
vanuit Zp’ers, omdat er met hogere dichtheden wordt gebouwd en de gemiddelde woningomvang afneemt, of doordat kantoorgebruikers zich willen vestigen in een meer gemengde omgeving. Deze uitvoeringsopgave blijft daarmee van belang, zeker gezien de veranderende rol van kantoren op de post-corona kantorenmarkt.
2.6 Strategie lange termijn: aansluiten bij ZWASH Voortgang
Het realiseren van informele werklocaties gaat niet van de ene op de andere dag en is een langetermijn proces, met veel verschillende partijen. Het is van belang dat er een zekere massa en aantrekkelijk milieu ontstaat in een gebied, door een combinatie van voorzieningen, inrichting, locatie maar ook mensen en typen ondernemers die er gebruik van maken. Informele werklocaties zijn dus maar tot op zekere hoogte ‘maakbaar’ en ook afhankelijk van de onderliggende economische structuur. De afgelopen jaren is in verschillende gebiedsontwikkelingstrajecten gekeken naar het toevoegen van informele werkmilieus. Een voorbeeld daarvan zijn woon-/werkplekken in Cruquius (bestaand) en het Lincolnpark (in ontwikkeling). In de markt bleek animo voor dergelijke plekken beperkt, ondanks het grote aantal Zp’ers in onze gemeente. Dat kan ermee te maken hebben dat, bijvoorbeeld in vergelijking met Amsterdam, in onze gemeente een groter deel van de Zp’ers actief zijn in uitvoerend werk zoals bouwnijverheid en vervoer en opslag, en een kleiner deel in de IT, advies en onderzoek en cultuur8. Met andere woorden: de vraag is of de onderliggende economische structuur hier voldoende aanknopingspunten biedt voor een informele werklocatie. Dat er nu weinig animo is wil natuurlijk niet zeggen dat dat altijd zo blijft. Het kan zijn dat de vraag naar informele werklocaties toch toeneemt 8
Inhoud uitvoeringsopgave (2019) en toelichting “Voor de langere termijn (2050) wordt de strategie afgestemd bij de mogelijke gebiedsontwikkeling ZWASH en de wens om daar waar mogelijk functies te combineren om woon-werkverkeer bewegingen te verkleinen, in te zetten op circulariteit en de "bewoner" van het bedrijventerrein centraal te zetten.” De aanleg van de metro van Amsterdam Zuid naar Schiphol en Hoofddorp zal van invloed zijn op de werklocaties (kantoren en bedrijventerreinen) die langs één van de mogelijke metrotracés liggen. Door de aanleg worden de werklocaties langs het tracé en daarbuiten immers onderdeel van het zogenaamde Daily Urban System van Amsterdam. Dit zal een sterke kwaliteitsimpuls aan de bereikbaarheid van de gebieden geven, omdat een directe verbinding met andere delen van de metropool ontstaat. De verbeterde bereikbaarheid zal vervolgens zijn weerslag hebben op het gewenste en gevraagde soort gebiedsontwikkeling, het economische profiel, de kwantiteit en kwaliteit van de locaties en de bebouwing. Dit geldt voor de bestaande en nog te ontwikkelen werklocaties langs de tracés en daarbuiten. Zo kan een metrohalte ervoor zorgen dat meer dynamische werkmilieus mogelijk en wenselijk zijn, of
Bron: LISA
15
dat deze kansrijker zijn door een betere ontsluiting. Dat wil zeggen, werkmilieus waarin bijvoorbeeld meer menging van functies plaats kan vinden (wonen, werken en vrijetijdsbesteding) of verschillende typen bedrijvigheid een plek vinden. Toelichting voortgang Met het werk aan de komst van de metro en de in startende en lopende gebiedsontwikkelingstrajecten wordt invulling gegeven aan de doelstelling uit de Strategie werklocaties 2019 om de gebiedsontwikkeling van de werklocaties op de ontwikkeling rond de Zuidwest Amsterdam Schiphol Hoofddorp (ZWASH)-corridor aan te laten sluiten. • Binnen het ZWASH-traject wordt samen met het Rijk (I&W), de Vervoersregio Amsterdam, de gemeente Amsterdam, de Provincie Noord-Holland en Schiphol gewerkt aan de komst van de Noordzuidlijn naar Schiphol en Hoofddorp, de invulling van het tracé en wordt aan de ruimtelijke en economische componenten gewerkt. Dit loopt en onlangs is in het BO MIRT afgesproken de inzet hierop te continueren. • In startende en lopende gebiedsontwikkelingstrajecten wordt samen met de markt nagedacht over de impact van de beoogde komst van de metro op de ontwikkeling van deze gebieden. Hier gaat het onder andere om de kwantitatieve impact, de kwalitatieve impact en faseringsvraagstukken.
Kwantitatieve impact zegt iets over hoeveel vierkante meters kantoren en hectaren bedrijventerrein en met welke dichtheid kan worden gebouwd. Kwalitatieve impact gaat over de ruimtelijke en functionele kwaliteit van een locatie en de gebouwen en het type werkmilieu dat kan worden gecreëerd. Faseringsvraagstukken gaan over wanneer en welk deel van een gebied in de tijd ontwikkeld kan worden. Voorbeelden van startende en lopende gebiedsontwikkelingstrajecten waarin hierover wordt nagedacht, zijn: het Stationsgebied Hoofddorp, Beukenhorst Oost-Oost en Badhoevedorp Zuid/Catharina-hoeve. • Punt van aandacht is dat de komst van de metro nog niet vaststaat en dat er daarnaast nog verschillende metrotracé-opties zijn die met
name voor de ontwikkeling van Schiphol Noord en Badhoevedorp Zuid en omgeving bepalend zijn voor de kwantitatieve en kwalitatieve kansen, invulling en fasering van het gebied. • Ook in de bredere visievorming van de gemeente wordt de komst van de metro en het effect op woon-/werkmilieus meegenomen. Bijvoorbeeld in de Omgevingsvisie en in het Oostflanktraject.
16
3 Conclusie In dit hoofdstuk geven we een aantal conclusies over de algehele voortgang van de Strategie Werklocaties. Goede voortgang op de meeste uitvoeringsopgaven We hebben op de meeste uitvoeringsopgaven tot nu toe goede voortgang geboekt. Op verschillende bedrijventerreinen in onze gemeente hebben we acties ondernomen om de kwaliteit te verbeteren, te herstructureren of te transformeren waar dat nodig is (uitvoeringsopgave 1). Daarnaast hebben we in oktober 2020 ons datacenterbeleid vastgesteld (uitvoeringsopgave 3). Ook op uitvoeringsopgave 4 hebben we, met de ontwikkeling van verschillende bouwstenen, goede voortgang geboekt. Tot slot zijn er gezet op onze langetermijn strategie, doordat we goed zijn aangehaakt bij het ZWASH-traject (uitvoeringsopgave 6). Voor een aantal uitvoeringsopgaven is een lange adem nodig Het afgelopen jaar stond voor veel bedrijven in het teken van het omgaan met de coronapandemie. Op moment van schrijven gelden nog steeds een aantal beperkende maatregelen en is er bovendien nog veel onzeker over het lange termijn effect van de pandemie, zoals het effect op het kantoorgebruik en de toekomst van de luchtvaart. Uitvoeringsopgave 4 (integrale gebiedsvisie kantorenlocaties Hoofddorp) en 5 (informele werklocaties) zijn daardoor alleen maar relevanter geworden voor de toekomst.