Beleidsvoorstel voor een nieuwe woonruimteverdeling (2021.0000184).pdf
Tekst van het document
gemeente Haarlemmermeer
raadsvoorstel
Onderwerp
Portefeuillehouders Steller Collegevergadering
Beleidsvoorstel voor een nieuwe woonruimteverdeling Fouad Sidali, drs. Jurgen Nobel Rik Enequist 9 februari 2021
Raadsvergadering Raadsvoorstelnummer
2021.0000184 1. Voorstel Collegebesluit(en)
Het college heeft besloten om: 1. de nota van beantwoording voor de inspraakreacties bij het beleidsvoorstel voor een nieuwe woonruimteverdeling vast te stellen en de insprekers te informeren; Het college besluit de raad voor te stellen om: 1. in te stemmen met het beleidsvoorstel 'een sociale huurwoning zoeken verandert', waardoor de woonruimteverdeling kan worden aangepast, zodat bij de toewijzing van betaalbare huurwoningen rekening kan worden gehouden met wie de woning het hardst nodig heeft. 2. Samenvatting
Sinds 2018 werken gemeenten en corporaties in de regio's Amstelland-Meerlanden, Amsterdam en Zaanstreek-Waterland (RAP-regio) samen aan een beleidsvoorstel voor een nieuwe woonruimteverdeling. Op dit moment worden sociale huurwoningen van corporaties toegewezen op basis van of inschrijfduur of urgentie. Sociale huurwoningen zijn schaars. De gemiddelde wachttijd voor een sociale huurwoning ligt in de hele regio boven de tien jaar. Niet iedereen kan zo lang wachten. Dringende situaties kunnen ineens ontstaan, bijvoorbeeld bij een relatiebreuk. Daarnaast is de wens om de positie van starters te bevorderen. Doel van dit beleidsvoorstel voor de nieuwe woonruimteverdeling is meer ruimte te bieden aan woningzoekenden met een dringende verhuiswens ten opzichte van huishoudens met vooral een kwalitatieve verhuiswens. Daarom gaan naast wachten (inschrijfduur) ook zoeken en de situatie van de woningzoekende een rol spelen bij toewijzing. Uit onderzoek blijkt dat de kansen van starters en huishoudens die intensief zoeken en in aanmerking komen voor situatiepunten erop vooruit zullen gaan1. Binnen dit regionale kader is en blijft er ruimte voor lokale invulling, zodat wij in Haarlemmermeer maatregelen kunnen nemen die passen bij de lokale situatie op de woningmarkt.
Na instemming van de gemeenteraad zullen wij het beleidsvoorstel juridisch 1 RIGO (2020) Naar een nieuw verdeelsysteem, zie: https://socialehuurwoninRzoeken.nl/wpcontent/uploads/2020/06/20200527-Rapport-simulatiemodel.pdf
Beleidsvoorstel voor een nieuwe woonruimteverdeling
pagina 2
uitwerken tot een nieuwe huisvestingsverordening, die wij voor de zomer van 2021 ter vaststelling zullen aanbieden aan de gemeenteraad. Verwachting is dat vanaf mei 2022 woningen zullen worden toegewezen via het nieuwe systeem. 3.
Uitwerking
3.1 Wat willen we bereiken? Sinds 2018 werken gemeenten en corporaties in de regio's Amstelland-Meerlanden, Amsterdam en Zaanstreek-Waterland (RAP-regio) samen aan een voorstel voor een nieuwe woonruimteverdeling voor betaalbare huurwoningen. Doel van het beleidsvoorstel is meer ruimte te bieden aan woningzoekenden met een dringende verhuiswens ten opzichte van huishoudens met vooral een kwalitatieve verhuiswens. Daarom gaan naast wachten (inschrijfduur) ook zoeken en de situatie van de woningzoekende een rol spelen bij toewijzing. Het voorstel voor een nieuwe woonruimteverdeling is tot stand gekomen door een samenwerking tussen 15 gemeenten en 14 woningcorporaties in de regio en door een participatietraject waarbij veel inwoners hun stem hebben laten horen. Mensen in noodsituaties die dringend een woning nodig hebben krijgen een urgentieverklaring. Er is ook een groep mensen die dringend een woning nodig heeft, maar niet in aanmerking komt voor een urgentieverklaring en een korte inschrijfduur heeft. Deze groep mensen komt in de knel in het huidige systeem. Daarom willen wij komen tot een betere manier om de schaarse woningen te verdelen. Doel van het voorstel is dat bij toewijzing van sociale huurwoningen rekening wordt gehouden met wie de woning het hardst nodig heeft en dat een actieve rol van de woningzoekende eraan bijdraagt om eerder een woning toegewezen krijgen.
In het coalitieakkoord en in het door de gemeenteraad vastgestelde 'Woonbeleidsprogramma 2019-2025: Het verschil maken' (2019.0058049) hebben wij de ambitie uitgesproken om de wachttijd voor een sociale huurwoning in Haarlemmermeer te verkorten, zoveel mogelijk gebruik te maken van lokaal maatwerk en om de slaagkansen van diverse groepen op de woningmarkt te verbeteren. In februari 2020 hebben wij een ontwerpvoorstel op hoofdlijnen vastgesteld en toegelicht aan de gemeenteraad (2020.0000307). In maart 2020 heeft hierover een raadsconsultatie plaatsgevonden. In mei 2020 hebben wij het beleidsvoorstel vrijgegeven voor inspraak gedurende de zomer van 2020 (2020.0001160). Gedurende de zomer van 2020 heeft het voorstel voorgelegen ter inspraak. In oktober van 2020 hebben wij de gemeenteraad geïnformeerd over het proces van het beleidsvoorstel (2020.04665). In dit raadsvoorstel zullen wij ingaan op de inspraakreacties en hoe dit in het definitieve beleidsvoorstel is verwerkt. Na vaststelling van het beleidsvoorstel in de 15 gemeenteraden in het eerste kwartaal van 2021 zullen de aanbodsites van sociale huurwoningen worden aangepast, zoals WoningNet. De inhoudelijke afspraken, die zijn vastgelegd in het regionale beleidsvoorstel, worden door de gemeenten juridisch vertaald in de lokale huisvestingsverordeningen.
Na instemming van de gemeenteraad zullen wij het beleidsvoorstel uitwerken tot een nieuwe huisvestingsverordening voor Haarlemmermeer, die wij voor de zomer van 2021 ter vaststelling zullen aanbieden aan de gemeenteraad. Verwachting is dat per 1 mei 2022 gestart kan worden met de nieuwe werkwijze van de woonruimteverdeling. Hoofdlijnen van het beleidsvoorstel Het beleidsvoorstel voor een nieuwe woonruimteverdeling 'Een sociale huurwoning zoeken verandert' heeft de volgende hoofdlijnen: a. De volgordebepaling voor woningzoekenden verandert. Inschrijfduur wordt vervangen door toewijzing op basis van wachten, zoeken en situatie. Er wordt voor de
Beleidsvoorstel voor een nieuwe woonruimteverdeling
b.
c.
d. e.
f.
g. h. i.
pagina 3
woningzoekende een puntensysteem ingevoerd, met wachtpunten, zoekpunten en situatiepunten. De wachtpunten zijn gebaseerd op de oude inschrijfduur. Eén jaar is daarbij gelijk aan één wachtpunt. Zoekpunten worden maandelijks opgebouwd door minimaal vier keer per maand te reageren. Bij een dringend huisvestingsprobleem kunnen in een drietal situaties punten worden opgebouwd. Deze situaties zijn: 1) relatiebreuk met kinderen, 2) inwonend met kinderen en 3) problematisch thuiswonende jongeren. Er zijn twee categorieën jongeren (18-35 jaar) die in aanmerking komen voor situatiepunten voor problematisch thuiswonende jongeren, namelijk pleegjongeren en jongeren met ambulante ondersteuning. Op 50% van de woningen die worden aangeboden via de aanbodsites (bijvoorbeeld WoningNet) tellen situatiepunten mee. Wachtpunten zijn de basis en worden blijvend opgebouwd. Zoekpunten en situatiepunten zijn voorwaardelijk. Als een woningzoekende een maand lang niet reageert op een woning, wordt één zoekpunt afgetrokken. Als een woningzoekende in een maand één tot drie keer reageert, blijft het aantal zoekpunten gelijk. Verder vindt aftrek van één zoekpunt plaats bij niet accepteren van een uitnodiging of weigering van een woning na bezichtiging.
Als een woningzoekende tweemaal na acceptatie van een woning, maar vóór de ondertekening van het huurcontract alsnog weigert, vindt aftrek van alle zoekpunten en situatiepunten plaats. Gemeenten krijgen de mogelijkheid om voor de periode van twee jaar een experiment te starten met het toekennen van startpunten aan jongeren die na afloop van hun jongerencontract dakloos worden. Deze punten zijn alleen lokaal geldig. Na afloop van het experiment volgt evaluatie en het gesprek of deze regeling voortgezet kan worden. Het wordt mogelijk om een experiment te starten met tijdelijke contracten voor spoedzoekers. Alle urgenten in de regio worden direct bemiddeld, met uitzondering van stadsvernieuwingsurgenten. Zij kunnen zelf zoeken. Uitlegbaarheid en uitvoerbaarheid zijn belangrijke randvoorwaarden, net als de beschikbaarheid van goede informatie op WoningNet (kwaliteit advertenties).
In bijlage 1 staat het complete beleidsvoorstel voor een nieuwe woonruimteverdeling 'Een sociale huurwoning zoeken verandert.'
Straks
Nu
wachten
O InschrtjftJjd
Beleidsvoorstel voor een nieuwe woonruimteverdeling
pagina 4
Inspraak en wijzigingen in het beleidsvoorstel In de periode van 2 juni 2020 tot en met 28 juli 2020 heeft het voorstel ter inspraak gelegen. In totaal zijn er in de regio 951 inspraakreacties gekomen waarvan 49 reacties uit Haarlemmermeer. Op basis van de inspraakreacties is een aantal wijzigingen doorgevoerd voor verbetering van het voorstel. Tevens is een Nota van Beantwoording opgesteld (zie bijlage 2) waarin op alle inspraakreacties in de 15 gemeenten wordt gereageerd. Wij zullen de insprekers uit Haarlemmermeer ook informeren over de resultaten van de inspraak op basis van de Nota van Beantwoording. Als gevolg van de inspraak zijn er wijzigingen doorgevoerd in het beleidsvoorstel. De belangrijkste wijzigingen zijn: De op- en afbouw van zoekpunten. Zoekpunten worden minder snel afgebouwd. De sancties op weigeren van een woning zijn versoepeld. Een aantal categorieën bij de situatie problematisch thuiswonende jongeren is geschrapt. Uit de inspraak en raadsconsultaties is gebleken dat uitvoerbaarheid en transparantie een aandachtspunt is. Bij uitwerking bleek dat lastig voor de geschrapte categorieën. Door deze aanpassingen wordt de woonruimteverdeling beter uitvoerbaar. Er worden meer eisen gesteld aan de kwaliteit van de woningadvertenties en het uitnodigingsbeleid voor bezichtiging van een woning door corporaties. De uitlegbaarheid van het voorstel is een aandachtspunt.
Om woningzoekenden te informeren wordt daarom een brede informatiecampagne opgestart. Een compleet overzicht van de wijzigingen die in het beleidsvoorstel zijn verwerkt is opgenomen in de Nota van Beantwoording (zie bijlage Nota van Beantwoording, hoofdstuk VII: wijzigingen en toezeggingen). Standpunt over het gewijzigde voorstel Enkele punten in het nu gewijzigde voorstel verdienen aandacht en wij zullen onze standpunten weergeven. Ten eerste de uitwerking voor situatiepunten voor jongeren. Ten tweede de mogelijkheid voor een lokaal experiment met het toekennen van (lokale) startpunten voor jongeren die na afloop van hun jongerencontract dakloos dreigen te worden. Ten eerste de uitwerking van situatiepunten voor jongeren. In mei 2020 hebben wij het beleidsvoorstel vrijgegeven voor inspraak gedurende de zomer van 2020 (2020.0001160). Hierbij is aandacht gevraagd voor de uitwerking van de situatiepunten die problematisch thuiswonende jongeren kunnen krijgen. Mede omdat er hierover tijdens de raadsconsultatie in Haarlemmermeer in maart 2020 vragen zijn gesteld over de complexiteit van het systeem en de definitie van deze groep. In het voorjaar van 2020 hebben wij in het bestuurlijk overleg aangegeven niet akkoord te zijn met de uitwerking van de situatiepunten voor problematisch thuiswonende jongeren.
Redenen hiervoor waren de complexiteit van de gekozen oplossing, het ontbreken van eenduidige definities over problematisch thuiswonende jongeren en de verwachte kosten voor het noodzakelijke gemeentelijk maatwerk. Zoals wij ook al eerder hebben aangegeven zien wij graag dat er een nieuwe manier van woonruimteverdeling komt die sociale huurwoningen meer terecht laat komen bij de mensen die het hard nodig hebben -waaronder jongeren. Hiervoor zijn compromissen in de regio noodzakelijk. In het definitieve beleidsvoorstel wordt nu tegemoetgekomen aan de bezwaren die wij hadden: het aantal situaties waarvoor deze punten beschikbaar zijn is teruggebracht van vijf naar twee groepen. Tevens zijn er heldere definities en criteria opgesteld, zodat de uitvoering op een efficiënte en voor de gehele regio gelijke manier kan worden vormgegeven.
Beleidsvoorstel voor een nieuwe woonruimteverdeling
pagina 5
Een tweede aandachtspunt betreft de mogelijkheid die gemeenten krijgen om voor de periode van twee jaar een experiment te starten met het toekennen van startpunten aan jongeren die na afloop van hun jongerencontract dakloos dreigen te worden. Deze punten zijn alleen lokaal geldig. Na afloop van het experiment volgt evaluatie en het gesprek of deze regeling voortgezet kan worden. Wij zien duidelijke nadelen bij het invoeren van een lokaal experiment met (lokale) startpunten voor jongeren met een aflopend jongerencontract in Haarlemmermeer. Ten eerste omdat een dergelijke regeling jongeren die nog geen woning hebben benadeelt. En ten tweede omdat er bij dreigende dakloosheid van jongeren met een aflopend jongerencontract al mogelijkheden zijn voor maatwerk door corporaties - en een verlenging van het jongerencontract met twee jaar mogelijk is. Wij zullen daarom in Haarlemmermeer geen experiment uitvoeren met startpunten voor jongeren. 3.2 Wat gaan we daarvoor doen? Het beleidsvoorstel wordt aan de gemeenteraden van alle 15 gemeenten ter besluitvorming aangeboden. In het regionale beleidsvoorstel zijn de beleidsinhoudelijke afwegingen gemaakt. Na vaststelling van het beleidsvoorstel volgt de juridische vertaling in de lokale huisvestingsverordeningen. Hiervoor zijn regionale modelbepalingen opgesteld.
In Haarlemmermeer bieden wij de huisvestingsverordening aan de gemeenteraad aan ter vaststelling, naar verwachting in juni 2021. Na vaststelling van het beleidsvoorstel in de gemeenteraden start de implementatiefase: • Gemeenten bereiden zich voor op de nieuwe werkwijze. • Gemeenten richten een regionaal digitaal portaal in, waar woningzoekenden situatiepunten kunnen aanvragen. • De woningcorporaties zullen opdracht geven aan WoningNet en Woonmatch om hun systeem aan te passen aan de nieuwe beleidsregels. Doorlooptijd hiervan is ruim een jaar na opdrachtverlening. De nieuwe werkwijze kan naar verwachting per 1 mei 2022 van start gaan. • Om inwoners van de regio te informeren over de nieuwe volgorderegels bij toewijzing van sociale huurwoningen wordt eind 2021 gestart met een brede publiekscampagne. Wij leggen dit raadsvoorstel nu aan de raad voor. Het is namelijk van belang dat er in alle 15 gemeenten eenduidige besluitvorming plaatsvindt over het regionale beleidsvoorstel, zodat na akkoord in alle gemeenteraden in het voorjaar van 2021 er daadwerkelijk gestart kan worden met de implementatie, door zowel gemeenten als woningcorporaties. Al geruime tijd werken de gemeenten in de regio's Amstelland-Meerlanden, Amsterdam en Zaanstreek-Waterland samen op het gebied van woonruimteverdeling.
Dit zorgt er ook voor dat woningzoekenden kunnen reageren op woningaanbod in alle 15 gemeenten. De aanbodsystemen voor sociale huurwoningen (WoningNet en Woonmatch) zijn dan ook op regionaal niveau ingericht. Dat vereist gezamenlijke afspraken over de volgordebepaling, waarbinnen per gemeente ruimte is voor maatwerk in de vorm van lokale voorrang en labeling voor doelgroepen. Voor de woningzoekende betekent dit dat het mogelijk is om te zoeken en te reageren binnen een ruimer aanbod sociale huurwoningen, waardoor de slaagkansen toenemen. Deze nieuwe manier van woonruimteverdeling vraagt om een aanpassing van de huisvestingsverordening. De voorbereidingen daarvoor starten dit voorjaar. We maken dan ook gebruik van de mogelijkheid om de huisvestingsverordening te actualiseren in de lijn van de ambities uit de Woonbeleidsprogramma. Tevens hebben wij in het raadsvoorstel over het Verblijfsaccommodatiebeleid (2020.00026640) aangegeven dat wij het mogelijk willen maken om de eigen (gehele) woning tijdens de vakantie van de bewoner te verhuren, bijvoorbeeld via het platform Airbnb. Omdat het over de eigen vakantieperiode van de bewoner gaat, willen we
pagina 6
Beleidsvoorstel voor een nieuwe woonruimteverdeling
een periode hanteren van maximaal 30 dagen per jaar. De precieze invulling van de regels zullen wij meenemen bij de actualisatie van de huisvestingsverordening. 3.3 Wat mag het kosten? De implementatie van het voorstel voor een nieuwe woonruimteverdeling leidt tot kosten voor de woningcorporaties en gemeenten. Het betreft: • implementatie van de wijzigingen op de aanbodsites voor sociale huurwoningen in de regio, WoningNet en Woonmatch; • inrichten van een loket ('centraal team') om aanvragen voor situatiepunten te beoordelen en afhandeling van bezwaar en beroep hierop; • de interne en externe communicatiecampagne. In het regionale overleg van de wethouders wonen van 17 december 2020 is ingestemd om de kostenverdeling voor de nieuwe woonruimteverdeling voor te leggen aan college en raad. Er is afgesproken dat corporaties de kosten voor de implementatie in WoningNet en Woonmatch betalen. Gemeenten dragen de kosten voor de beoordeling van situatiepunten en de afhandeling van bezwaar en beroep. De kosten voor de communicatiecampagne worden door gemeenten en corporaties gedeeld (zie bijlage 'Overzicht regionale kosten gemeenten en woningcorporaties'). De kosten voor de uitvoering van dit voorstel in onze gemeente staan in tabel 1. Tabel 1: Kosten gemeente Haarlemmermeer 2021
Incidenteel a. Investering portaal situatiepunten
€ 16.859
b. communicatiecampagne
€9.032
c. extra toetsing boeggolf centraal team subtotaal
€25.891
2024
2025
€40.790
€40.790
€40.790
€35.596
€35.596
€21.063
€21.063
€ 76.386
€76.386
€61.853
€61.853
€ 100.231
€ 100.061
€ 61.853
€ 61.853
2022
2023
€23.845
€23.675
€23.845
€23.675
€40.790
Structureel d. Toetsing: bekostiging centraal team Personeelskosten e. Geraamde kosten bezwaar en beroep subtotaal totaal
€ 25.891
De structurele kosten voor toetsing van situatiepunten (d.) en de incidentele kosten (a, b en c in tabel 1) worden gedekt uit de middelen van het programma Wonen, beleidsdoel B, taakveld 8.3: 'door woonbeleid waarborgen van een toegankelijke en toekomstbestendige woningmarkt voor huidige en nieuwe inwoners van Haarlemmermeer'. Voor de incidentele kosten kunnen wij subsidie aanvragen bij de provincie van circa € 15.053; de gemeenten zullen dit gezamenlijk aanvragen als het beleidsvoorstel in alle gemeenten is aangenomen. Tevens houden wij rekening met personeelskosten voor de juridische afhandeling van bezwaar en beroep (ad e.). In 2022 en 2023 verwachten wij dat € 35.596 per jaar nodig is, vanwege een 'boeggolf' in het aantal aanvragen. Vanaf 2024 verwachten wij € 21.060 nodig te hebben. Voor het personeelsbudget wordt dekking gevonden binnen de beschikbare ambtelijke capaciteit. Wij zullen vanaf de invoering monitoren hoe het aantal bezwaar- en beroepszaken zich ontwikkelt.
pagina 7
Beleidsvoorstel vooreen nieuwe woonruimteverdeling
3.4 Wie is daarvoor verantwoordelijk? De raad bepaalt de kaders voor het woonbeleid en de raad stelt de Huisvestingsverordening vast op grond van de Huisvestingswet. Het college doet hiervoor een voorstel. De wethouder woningbouw is het eerste aanspreekpunt binnen het college. 3.5 Welke overige relevante informatie is beschikbaar? Participatie In 2019 heeft een uitgebreid participatietraject plaatsgevonden. Deze participatie bestond onder andere uit een enquête die door ruim 23.000 inwoners van de regio is ingevuld. Daarnaast zijn er bijeenkomsten georganiseerd voor verschillende doelgroepen, zoals jongeren en huurderverenigingen. Gedurende het traject heeft er regelmatig overleg plaatsgevonden met huurderskoepels en verenigingen en zijn zorginstellingen betrokken. Tot slot heeft in de periode 2 juni 2020 tot en met 28 juli 2020 formele inspraak plaatsgevonden. In totaal zijn er 951 reacties op het voorstel gekomen; in de gemeente Haarlemmermeer zijn er 49 reacties binnengekomen. Met de bijgaande Nota van Beantwoording wordt op alle inspraakreacties gereageerd. Communicatie Er is een projectwebsite www.socialehuurwoninezoeken.nl en een nieuwsbrief. Via de website kunnen ook vragen gesteld worden door belangstellenden. Na vaststelling van het beleidsvoorstel wordt een uitgebreide informatiecampagne voorbereid.
Ook verzorgen wij de informatievoorziening binnen de gemeentelijke organisatie en met externe stakeholders zoals Meerwaarde, zodat zij zullen goed worden geïnformeerd over de nieuwe werkwijze. 3.6 Wanneer en hoe zal de raad/het college over de voortgang worden geïnformeerd? Na akkoord van de 15 betrokken gemeenteraden wordt met de implementatie van het voorstel gestart. Gemeenten leggen de afspraken uit het beleidsvoorstel vast in de lokale huisvestingsverordening: wij bieden de raad rond de zomer van 2021 een Huisvestingsverordening aan. Ook zal opdracht worden gegeven aan de aanbodsites voor sociale huurwoningen, WoningNet en Woonmatch, om de aanpassingen in hun systemen te verwerken. Tot slot wordt een digitaal portaal voor het aanvragen van situatiepunten ingericht. Volgens planning kan per 1 mei 2022 met de nieuwe werkwijze gestart worden. Proces nieuwe woonruimteverdeling Vaststelling beleidsvoorstel nieuwe woonruimteverdeling (gemeenteraad) Uitwerking nieuwe Huisvestingsverordening (B&W) Vaststelling Huisvestingsverordening in gemeenteraad (gemeenteraad) Verwachte inwerkingtreding nieuwe woonruimteverdeling
maart 2021 eerste en tweede kwartaal 2021 derde kwartaal 2021 1 mei 2022
3.7 Wat betekent dit voor de Metropoolregio Amsterdam (MRA)? Het beleidsvoorstel heeft geen directe gevolgen voor de MRA. De samenwerking in de woonruimteverdeling vindt plaats tussen de 15 gemeenten in Amstelland-Meerlanden, Zaanstreek-Waterland en Amsterdam. 4. Ondertekening
Burgemejester_en yvethouders van de gemeente Haarlemmermeer, de burgemeester.
rugman
Beleidsvoorstel voor een nieuwe woonruimteverdeling
pagina 8
Bijlage(n): • Beleidsvoorstel voor een nieuwe woonruimteverdeling 'Een sociale huurwoning zoeken verandert.' • Nota van Beantwoording Haarlemmermeer • Overzicht regionale kosten gemeenten en corporaties
Een sociale huurwoning zoeken verandert
Nota van Beantwoording Haarlemmermeer
Inhoud Samenvatting
3
I. Beantwoording zienswijzen per onderwerp
6
II. Reacties op het regionale beleidsvoorstel
8
III. Inspraak op aanpalend beleid, niet op het voorstel
33
IV. Vragen over het huidige systeem van woonruimteverdeling 36
2
V. Overige vragen/opmerkingen beleid
38
VI. Reacties huurdersverenigingen
40
VII. Wijzigingen en toezeggingen
64
Een sociale huurwoning zoeken verandert | Nota van beantwoording
Samenvatting Woonruimteverdeling is een onderwerp dat leeft. Sociale huurwoningen in de regio Amsterdam zijn erg schaars. Een nieuwe manier voorstellen om deze woningen te verdelen raakt veel mensen daarom direct. Dat blijkt ook uit de vele inspraakreacties op dit voorstel. In dit voorstel worden sociale huurwoningen niet alleen toegewezen op basis van inschrijfduur. Zoeken en specifieke situaties gaan ook een rol spelen. Daarmee doen we recht aan woningzoekenden die dringend op zoek zijn naar een woning. De reacties op dit voorstel laten een divers beeld zien. Er zijn ongeveer evenveel positieve als negatieve reacties. Insprekers vinden het positief dat zoeken een rol gaat spelen en dat er meer ruimte komt voor woningzoekenden die dat het hardste nodig hebben. Zorgen zijn er vooral over wat de nieuwe regels betekenen voor mensen met veel inschrijfduur en of mensen zonder situatiepunten straks nog wel in aanmerking komen voor een woning. Daarnaast zijn er vragen over de uitlegbaarheid en wordt er aandacht gevraagd voor mensen die minder digitaal vaardig zijn. In de nota wordt op deze verschillende reacties ingegaan. Ook zijn een deel van de reacties reden geweest om zaken te wijzigingen in het beleidsvoorstel. Gezien het grote aantal reacties is ervoor gekozen de inhoudelijke vragen en opmerkingen uit deze reacties te rubriceren.
Per rubriek wordt steeds een inhoudelijke reactie gegeven en waar nodig een wijzigingsvoorstel of toelichting hoe hiermee wordt omgegaan. Alle regionale reacties zijn meegenomen. Vragen van lokale aard zijn ook opgenomen in deze nota van beantwoording.
De volgende vijf onderwerpen komen vaak terug in de reacties: Invoeren puntensysteem Veel mensen zijn positief over het invoeren van een puntensysteem. Doordat naast inschrijfduur ook zoeken en specifieke situaties gaan meetellen, zijn er meer kansen voor woningzoekenden die voorheen niet in aanmerking kwamen voor een sociale huurwoning. Vooral jongeren en starters hopen met het puntensysteem meer kans te maken op een woning. Ook zijn veel mensen positief over het werken met situatiepunten. Zij ervaren dit als een steun voor hun benarde situatie, of kennen iemand die in zo’n situatie zit. Zij vinden het rechtvaardig dat deze mensen voorrang krijgen. Tegelijkertijd zijn er ook veel zorgen over het puntensysteem. Genoemd wordt dat de complexiteit toeneemt, waardoor ouderen en minder digitaal vaardigen minder kans maken. Ander belangrijk punt is de positie van gewone woningzoekenden. De wachttijden voor een sociale huurwoning zijn erg lang. Vrees is dat het voor woningzoekenden die straks geen situatiepunten krijgen nog moeilijker wordt een woning te bemachtigen. Reactie hierop is dat één van de doelen van dit puntensysteem is de positie van starters en jongeren te bevorderen. De situaties waarvoor punten worden toegekend zijn gebaseerd op een breed participatietraject.
Veel draagvlak bleek voor het toekennen van punten voor mensen in de situaties relatiebreuk met kinderen, inwonend met kinderen en problematisch thuiswonende jongeren. Om te zorgen dat ook gewone woningzoekenden nog aan bod komen, kunnen situatiepunten ingezet worden bij 50% van het aanbod via de media. Bij de invoering van het nieuwe systeem wordt veel aandacht besteed aan de uitlegbaarheid. Uitgangspunt is dat de uitlegbaarheid niet mag afnemen ten opzichte van het huidige systeem. Zoekpunten De reacties ten aanzien van zoekpunten zijn divers. Een deel van de mensen is positief over het invoeren van zoekpunten, maar er zijn ook zorgen over hoe dit gaat werken. Mensen die positief reageren, vinden het fijn dat activiteit beloond wordt en dat inschrijfduur niet meer het enige doorslaggevende criterium is. Zorgen gaan vooral over het laten opbouwen en afbouwen van zoekpunten per maand. Indruk is dat
3
Een sociale huurwoning zoeken verandert | Nota van beantwoording
mensen altijd moeten blijven zoeken, alleen om punten op te bouwen en mee te kunnen doen. Ook zijn er zorgen of er wel voldoende aanbod is en of zoekpunten niet te fraudegevoelig zijn. Op basis van deze reacties is het beleidsvoorstel aangepast. Zoekpunten worden opgebouwd door vier keer per maand te reageren, maar afbouw vindt minder snel plaats. Alleen als geen enkele reactie wordt geplaatst in een maand, wordt één zoekpunt in mindering gebracht. Het is niet nodig om altijd/ continu te zoeken. Alleen als je echt op zoek bent naar een woning, loont het om actief te reageren. Binnen 2,5 jaar kan het maximaal aantal zoekpunten opgebouwd worden. Je zoekpuntensaldo wordt bovendien nooit lager dan nul. Als je niet actief op zoek bent, hoef je dus niet te reageren. Reageren is niet vrijblijvend. Als iemand na reactie geen interesse blijkt te hebben, vervalt het zoekpunt weer. Ook zijn de sancties tegen het licht gehouden: men kan zich nu afmelden voor een bezichtiging en men kan na bezichtiging afzien van een woning. Dit heeft een lichte sanctie tot gevolg; de afname van één zoekpunt. Tot slot worden in het systeem waarborgen ingebouwd om fraude tegen te gaan. Situatiepunten De reacties op situatiepunten zijn overwegend positief, alhoewel ook hier wel wat kanttekeningen geplaatst worden.
Veel insprekers vinden het eerlijk dat mensen in één van de genoemde situaties een voordeel krijgen. Voor veel insprekers zijn de situaties dan ook herkenbaar. Of zij verkeren in deze situatie, hebben hier in het verleden mee te maken gehad, of kennen iemand die in een van deze situaties zit. Daarnaast zijn er veel voorstellen om het aantal categorieën uit te breiden, of om mensen een andere vorm van voorrang of urgentie te geven. Negatieve reacties gaan vooral over de toegenomen complexiteit en transparantie bij toetsing en toewijzing van de situatiepunten. Daarnaast vindt een deel van de insprekers het oneerlijk dat deze categorieën voorrang krijgen. Dit speelt vooral bij gescheiden mensen en bij problematisch thuiswonende jongeren. Reactie is dat het draagvlak voor deze situaties getoetst is via het participatietraject. Bij de uitwerking is met veel aandacht gekeken naar de mogelijkheden om de criteria zo transparant en eenvoudig mogelijk weer te geven. Bij de situatie problematisch thuiswonende jongeren heeft dit ertoe geleid dat een aantal categorieën geschrapt is. Deze categorieën waren moeilijk toetsbaar. Kwaliteit van de informatie in relatie tot het weigeringsbeleid Veel insprekers vinden dat als er sancties op weigeren ingevoerd worden, betere informatievoorziening op WoningNet/Woonmatch nodig is.
Men vindt de voorwaarden die aan de advertenties gesteld worden in het beleidsvoorstel niet voldoende. Daarnaast willen veel insprekers een klantgerichter uitnodigingsbeleid. Zij vragen uitnodigingen voor bezichtiging tijdig te versturen en de termijn voor afmelding van een bezichtiging te verlengen. Veel insprekers vinden het niet eerlijk, wanneer een woning geweigerd wordt, meteen puntenaftrek plaatsvindt. Een bezichtiging is nodig om te kunnen beoordelen of een woning geschikt is. Op basis van deze reacties is het beleid met betrekking tot weigeren van een woning aangepast. De kwaliteitseisen voor de advertenties op WoningNet/Woonmatch worden aangescherpt. Corporaties versturen minimaal 72 uur voor bezichtiging een uitnodiging en woningzoekenden en krijgen de mogelijkheid zich tot het moment van bezichtiging af te melden. Op het moment dat een woningzoekende, na reactie op een woning, de belangstelling intrekt, vindt aftrek van één zoekpunt plaats. Het is niet de bedoeling dat mensen alleen maar reageren op woningen om zoekpunten op te bouwen, terwijl er geen echte belangstelling is.
Het toepassen van een sanctie, waarbij alle zoek- en situatiepunten vervallen, vindt plaats in twee situaties: 1 Als een woningzoekende zonder bericht niet komt opdagen bij bezichtiging 2 Bij de tweede keer dat een woningzoekende na bezichtiging de woning heeft geaccepteerd, maar alsnog weigert het huurcontract te ondertekenen
4
Een sociale huurwoning zoeken verandert | Nota van beantwoording
Voorrang voor eigen inwoners Veel mensen vinden dat inwoners uit de eigen gemeente voor moeten gaan ten opzichte van buitenstaanders of nieuwkomers. Zij hebben het gevoel dat zij, en hun kinderen die willen starten, verdrongen worden van de woningmarkt. Reactie is dat de huisvestingswet de kaders geeft voor het toepassen van lokale voorrang. Jaarlijks kan maximaal 25% van de woningen worden toegewezen met voorrang aan inwoners van de eigen gemeente. Het beleidsvoorstel voorziet in regionale afspraken over de woonruimteverdeling op hoofdlijnen. Gemeenten gaan zelf over het toepassen van lokale voorrang. Naast de inhoudelijke reacties die gaan over het beleidsvoorstel zijn er ook veel reacties die buiten de scope van het beleidsvoorstel vallen, bijvoorbeeld omdat ze gaan over de noodzaak meer woningen te bouwen. De enige manier om de schaarste op te lossen is inderdaad het bouwen van meer woningen. Gemeenten zetten hier via diverse nieuwbouwprogramma’s op in. Toch zal zelfs als alle ambities gerealiseerd worden, de schaarste de komende jaren niet worden opgelost. De huisvestingswet biedt gemeenten het kader om juist in zo’n periode van schaarste te sturen op toewijzing van sociale huurwoningen.
5
Een sociale huurwoning zoeken verandert | Nota van beantwoording
I. Beantwoording zienswijzen per onderwerp Inleiding Deze Nota van beantwoording is opgesteld naar aanleiding van alle ingekomen reacties op het beleidsvoorstel voor een nieuwe woonruimteverdeling: “Een sociale huurwoning zoeken verandert”. Dit voorstel heeft in de periode 2 juni 2020 tot en met 28 juli 2020 in de inspraak gelegen in de 15 gemeenten in de regio’s Amstelland-Meerlanden, Amsterdam en Zaanstreek-Waterland. In totaal kwamen er 951 reacties binnen, 930 van inwoners en 21 reacties van belangenbehartigers en platforms. Het grootste aantal inspraakreacties is binnen gekomen in de gemeente Amsterdam, in totaal 657. Het aantal reacties in overige gemeenten varieert van 4 tot 83 per gemeente. In Amsterdam beperkten zich 64 reacties tot een vraag of opmerking. In de regio bleken in verhouding meer vragen over lokale voorrang en lokale situaties te gaan. Van de 289 inspraakreacties buiten Amsterdam zijn 71 inspraakreacties waarbij nog een extra lokale aanvulling nodig is. Veel van deze vragen gingen over de zoektocht naar een woning. Soms was de vraag algemeen van aard: “Kunt u mij helpen aan een woning?” Soms werden specifieke vragen gesteld. Bijvoorbeeld over rolstoelwoningen, woningen voor SV-urgenten of ging het om een meer persoonlijke hulpvraag. Deze insprekers hebben een persoonlijke mail ontvangen met een verwijzing naar de juiste informatie.
De zienswijzen zijn verder ingedeeld in 27 categorieën die in deze Nota van beantwoording worden beantwoord. Binnen elke categorie zijn vragen gebundeld en voorzien van een antwoord. In deze Nota van beantwoording zijn alle reacties die in de 15 gemeenten zijn binnengekomen, behandeld. Waar nodig en mogelijk is ingegaan op de situatie in Haarlemmermeer.
Beeld op hoofdlijnen reacties en gemeentelijke verschillen Van de insprekers die duidelijk te kennen geven voorstander of tegenstander te zijn van de wijzigingen, is ongeveer de helft positief. De andere helft ziet het systeem liever niet ingevoerd worden. Een groot deel van hen is voorstander van de huidige wijze van verdelen. Uit de participatie in alle gemeenten in de regio in het voorjaar van 2019 bleek echter ook een groot draagvlak voor aanpassing van het huidige systeem naar een puntensysteem. In de enquête van 2019 bleek dat deze manier van verdelen op het meeste draagvlak kon rekenen. 33% van de respondenten ondersteunde dit, tegenover 29% voor inschrijfduur en 21 % alleen op basis van zoekpunten. De inspraakreacties binnen en buiten de gemeente Amsterdam verschillen enigszins. Deze verschillen zijn niet groot, in grote lijnen komen de reacties overeen als het gaat om de verdeling over de categorieën. Zowel in Amsterdam als de regio gaan veel inspraakreacties over zoekpunten en uitlegbaarheid. In de kleinere kernen zoals bijvoorbeeld Landsmeer is meer behoefte aan lokale voorrang voor jongeren. Ook wordt in de regio net als in Amsterdam vaak om een vergroting van het aanbod gevraagd, in de regio wordt daarbij ook vaak om meer aanbod van seniorenwoningen gevraagd.
Verder is men bijvoorbeeld in Haarlemmermeer wat positiever over de situatiepunten voor gescheiden met kinderen dan in andere gemeenten. Verder valt op dat men in de regio meer vragen over de regionale werking van het systeem heeft en meer kritiek lijkt te hebben op het landelijke beleid van passend toewijzen.
6
Opbouw Nota van beantwoording In de hoofdstukken II tot en met V wordt ingegaan op de ingekomen gecategoriseerde reacties, onderverdeeld in de verschillende hoofdpunten. → Hoofdstuk II (punt 1-18): reacties ten aanzien van het beleidsvoorstel → Hoofdstuk III (punt 19-20): reacties naar aanleiding van het beleidsvoorstel, maar die betrekking hebben op aanpalend beleid en niet direct over woonruimteverdeling → Hoofdstuk IV (punt 21-23): huidige toewijzing → Hoofdstuk V (punt 24-25): beleid van gemeente en rijk opgenomen → Per hoofdpunt worden de inspraakreacties verder uitgesplitst. De inspraak is cursief en vervolgens staat er een reactie op de genoemde inspraak
Hoofdstuk VI gaat in op de inspraakreacties van de huurdersverenigingen. Het laatste hoofdstuk, hoofdstuk VII gaat in op de wijzigingen en toezeggingen naar aanleiding van de inspraak.
7
II. Reacties op het regionale beleidsvoorstel 1.
Positief over het puntensysteem
Veel zienswijzen zijn positief over het nieuwe toewijzingssysteem. Mensen vinden het eerlijker en goed dat woningzoekenden met dringende omstandigheden een extra steun in de rug krijgen. Er worden ook veel categorieën voor situatiepunten toegevoegd, zie hiervoor paragraaf 6, over de situatiepunten. Naast een aantal algemene vragen wordt de verwachting uitgesproken dat woningzoekenden meer kans maken om sneller een woning te vinden.
1.1
Vragen en opmerkingen – algemeen
Maximeer de wachttijd voor woningzoekenden Woningzoekenden bouwen in het huidige systeem inschrijftijd op. Die inschrijftijd wordt straks omgezet naar wachtpunten. Wachttijd of wachtpunten zijn de basis van het woonruimteverdeelsysteem. Ze blijven een belangrijk onderdeel van de verdeling van huurwoningen. Daarom worden ze niet gemaximeerd. Iedereen die ingeschreven staat op WoningNet en/of Woonmatch bouwt wachtpunten op en deze blijven altijd behouden tot het moment dat een nieuwe huurwoning gevonden is. Ten aanzien van de maximale wachttijd van woningzoekenden geldt dat daar geen uitspraken over te doen zijn. Dat hangt af van de beschikbaarheid van sociale huurwoningen en het aantal woningzoekenden op dat moment. Wordt de positie van gewone woningzoekenden ten opzichte van urgenten beter? Nee, mensen met een urgentieverklaring hebben altijd voorrang. Daar zijn wel strikte voorwaarden aan verbonden. In het nieuwe systeem wordt de huidige urgentieregeling voortgezet. De positie van een woningzoekende die urgent is, is niet te vergelijken met een gewone woningzoekende. Die kan nu alleen op basis van inschrijftijd een woning krijgen. In het nieuwe systeem kan de gewone woningzoekende zijn kansen vergroten door actief te zoeken in het woningaanbod.
Hoeveel punten heb je nodig om uitgenodigd te worden voor een bezichtiging? Neemt de wachttijd af? Dat hangt af van op welke woning je reageert. Op WoningNet/Woonmatch wordt een indicatie gegeven van je voorlopige positie bij woningtoewijzing. Punten worden in het nieuwe systeem niet meer alleen bepaald door inschrijftijd, maar ook op basis van zoeken en situatie. Voor sommige woningzoekenden zal de wachttijd afnemen, voor anderen niet. Op basis van inschrijftijd, zoekduur en omstandigheden wordt een puntenaantal opgebouwd. Dit puntenaantal is bepalend voor de woningtoewijzing. De woningzoekende met het hoogste aantal punten krijgt de woning. De opbouw van punten werkt als volgt: 1 Wachtpunten (inschrijfduur): per jaar wordt één wachtpunt opgebouwd. Er is geen maximum; 2 Zoekpunten: per maand kan één punt worden opgebouwd met een maximum tot dertig punten; 3 Situatiepunten: per maand kan één punt worden opgebouwd. Drie groepen komen hiervoor in aanmerking: 0uders die uit elkaar gaan en samen de zorg voor de kinderen hebben, inwonende gezinnen en problematisch thuiswonende jongeren. 4 Jongeren die uitstromen uit een jongerencontract kunnen in sommige gemeenten bij wijze van een experiment onder voorwaarden in aanmerking komen voor tien startpunten.
8
Vanaf de start van het nieuwe systeem wordt gemonitord hoeveel punten gemiddeld nodig zijn om in aanmerking te komen voor een woning. Komen spoedzoekers zonder (vaste) baan of contract ook in aanmerking? Voor de toewijzing van een sociale huurwoning maakt het niet uit welke vorm van inkomen een huurder heeft, of dit wel of niet voortkomt uit een vast contract. Belangrijk is wel dat het inkomen voldoende is om de huur te kunnen betalen, dat een woningzoekende in een financieel ‘passende’ woning komt te wonen. Zo kunnen woningzoekenden met een laag inkomen niet reageren op relatief dure sociale huurwoningen. Sommige corporaties hanteren een tweehurenbeleid, waarbij de keuze voor de hoge of lage huurprijs afhankelijk is van de hoogte van het inkomen van degene aan wie de woning is toegewezen. Ook voor de aanvraag voor situatiepunten is het niet relevant of iemand wel/geen vast contract of vaste baan heeft. Wat is de rechtsgeldigheid van het systeem? Het nieuwe woonruimteverdeelsysteem is nu een beleidsvoorstel van vijftien gemeenten. Dit beleidsvoorstel wordt samen met de Nota van beantwoording ter besluitvorming voorgelegd aan alle raden van de deelnemende gemeenten. Als alle gemeenten positief besluiten wordt het beleid in de gemeentelijke huisvestingsverordeningen neergelegd. Na vaststelling van die aangepaste verordeningen treedt het nieuwe systeem in werking.
1.2
Vragen en opmerkingen – positief
Het is positief dat niet meer alleen toegewezen wordt op basis van inschrijfduur. Dit is eerlijker. Er wordt niet alleen voorrang gegeven op basis van wachten. Zo maakt iedereen kans. Het huidige systeem op basis van inschrijfduur is frustrerend, dit moet veranderen. Mensen hopen met dit voorstel sneller een woning, of een meer passende woning te vinden en dat hiermee de wachttijd verkort wordt. Ook wordt genoemd dat iedereen hierdoor een woning kan krijgen. Al langere tijd zijn er signalen dat de huidige regels voor woonruimteverdeling niet meer voldoen. De wachttijden voor een sociale huurwoning zijn de afgelopen jaren opgelopen naar ruim tien jaar voor starters. Het uitgangspunt van het huidige systeem van woonruimteverdeling is dat de woningzoekende die het langst wacht, als eerste aan de beurt komt. Dat wordt door veel mensen als frustrerend ervaren. Het doet ook geen recht aan de vraag van woningzoekenden die vanwege een dringend huisvestingprobleem hard op zoek zijn naar een woning. Uit een regionale enquête en het regionale participatietraject, in het voorjaar van 2019, bleek veel draagvlak voor het bieden van meer ruimte aan woningzoekenden die dat hard nodig hebben. Vanwege de schaarste en omdat groepen woningzoekenden in de knel komen, hebben vijftien gemeenten en veertien corporaties in de regio de woonruimteverdeling tegen het licht gehouden.
In het nieuwe systeem wordt niet alleen toegewezen op basis van inschrijftijd. Ook intensief zoeken en bepaalde omstandigheden gaan een rol spelen. Daarmee vergroten woningzoekenden hun kansen om eerder een woning te krijgen.
1.3
Positief: bepaalde groepen krijgen meer kans
Het voorstel helpt mensen die het het hardste nodig hebben. Goed dat gezinnen een extra steun krijgen. Goed dat ook sociale factoren/situatie meegewogen wordt. Starters, nieuwkomers en spoedgevallen krijgen nu meer kans op woonruimte in Amsterdam. Het nieuwe systeem biedt meer kansen voor jongeren. Thuiswonenden jongeren (en hun ouders) en thuiswonenden jonge stellen ervaren meer kansen. Het beleidsvoorstel biedt mensen die hard op zoek zijn naar een woning meer mogelijkheden. Dat kan door naast het opbouwen van wachtpunten ook te werken met zoekpunten en eventueel situatiepunten. De bedoeling van zoekpunten is mensen die actief zoeken meer kans te geven. Daarmee hebben ze zelf meer invloed op het verkrijgen van een woning. Veel jongeren en starters zoeken op dit moment intensiever dan huishoudens die al wonen. Daarom wordt verwacht dat dit systeem meer kansen geeft aan jongeren en starters.
12
Een sociale huurwoning zoeken verandert | Nota van beantwoording
Situatiepunten bouwt een woningzoekende alleen op als diegene specifieke dringende omstandigheden heeft. Inwoners zijn in de voorbereiding van het beleidsvoorstel uitgebreid betrokken via een regionale enquête, lokale discussieavonden en focusbijeenkomsten. 23.000 mensen hebben de enquête ingevuld. Bewoners is onder meer gevraagd welke woningzoekenden voorrang moeten krijgen. De drie meest genoemde omstandigheden zijn één op één overgenomen in het voorstel. De drie situaties zijn: relatiebreuk met kinderen, inwonende gezinnen en problematisch thuiswonende jongeren.
1.4
Vragen/opmerkingen over werking puntensysteem
Zet voorrangsregels en urgentie ook om in punten. Er is voor gekozen om ook in het nieuwe beleidsvoorstel te werken met een urgentiesystematiek. Urgentie wordt toegekend aan huishoudens die in een directe noodsituatie verkeren. Zij kunnen het zich niet permitteren om op een woning te wachten. Daarom krijgen zij urgentie. Uitgangspunt bij deze urgentie is dat woningzoekenden binnen zes maanden een woning kunnen vinden. Dit uitgangspunt maakt ook dat ervoor gekozen is om niet met punten te werken voor urgenten. Om de termijn van zes maanden te realiseren moeten urgenten altijd voorgaan op andere woningzoekenden. Dan heeft het geen meerwaarde om de urgentie om te zetten in punten. Er moet een garantie zijn dat de woningzoekende met urgentie ook binnen de gestelde termijn slaagt. Kunnen punten met terugwerkende kracht worden opgebouwd? Punten worden niet met terugwerkende kracht opgebouwd. Op het moment dat de nieuwe woonruimteverdeling van start gaat, wordt de inschrijftijd van alle woningzoekenden omgezet naar wachtpunten en kunnen zoekpunten worden opgebouwd en situatiepunten worden aangevraagd. Positief dat het systeem regionaal wordt bekeken en dat je regionaal kunt reageren. Regionale afspraken tussen gemeenten en corporaties bieden het voordeel dat woningzoekenden een ruimer gebied hebben om te zoeken naar een woning.
Door dit beleidsvoorstel worden door alle deelnemende partijen dezelfde regels gehanteerd. Zo ontstaat een eenduidig beleid.
13
Een sociale huurwoning zoeken verandert | Nota van beantwoording
2.
Negatief over het puntensysteem
Bij de negatieve reacties wordt de schaarste aan woningen veel genoemd. Dit voorstel lost de schaarste immers niet op. Ook wordt vaak genoemd dat de gewone woningzoekende steeds minder kans maakt en dat het voorstel niet goed is voor de doorstroming. Dat wordt als oneerlijk ervaren.
2.1
Negatief - algemeen
Slecht plan, oneerlijk systeem. Iedereen moet op zijn beurt wachten. Sociale huurwoningen zijn schaars. Daarom moeten huishoudens lang wachten op een woning. Veel woningzoekenden hebben niet alle tijd. Ze hebben een situatie die vraagt om een snelle oplossing, maar komen niet in aanmerking voor een urgentie. Veel mensen zoeken jarenlang hard naar een woning, maar vissen keer op keer achter het net. Dat moet anders: meer dan nu moet de woning in het nieuwe systeem terecht komen bij de huishoudens die de woning het hardst nodig hebben. Dit is via een participatietraject getoetst bij de inwoners van de 15 deelnemende gemeenten. Uit dit participatietraject bleek brede steun voor deze doelen. Waarom is deze wijziging noodzakelijk? Waarom is het systeem niet meer van deze tijd? Tellen alle punten gelijk mee? Voor een woningtoewijzing tellen alle punten gelijk mee, het totaal aantal wacht, zoek- en situatiepunten bepalen of een woning toegewezen wordt. Het nieuwe systeem voor de woonruimteverdeling biedt woningzoekenden met dringende omstandigheden die hard op zoek zijn naar een woning meer mogelijkheden. Uit de participatie in het voorjaar van 2019 blijkt ook dat hier draagvlak voor is. Deze woningzoekenden hebben nu veel minder kans omdat het systeem nu alleen is gebaseerd op inschrijftijd.
Als mensen zich niet meteen op hun 18e hebben ingeschreven of de kans niet hebben gehad om voldoende inschrijftijd op te bouwen, moeten ze heel lang wachten op een woning. Als zich dan een dringende verhuiswens voordoet, kan de woningzoekende het zich vaak niet permitteren ruim tien jaar te wachten. Het kan mensen niet kwalijk genomen worden dat ze ingeschreven staan. Dit is aangemoedigd en hier is voor betaald. Woningzoekenden worden aangemoedigd zich in te schrijven op WoningNet of Woonmatch als zij in aanmerking willen komen voor een sociale huurwoningen in de regio Amstelland-Meerlanden, Amsterdam of Zaanstreek-Waterland. Dat blijft zo. Door de schaarste is er echter behoefte ontstaan extra ruimte te creëren voor woningzoekenden die nog niet veel inschrijftijd hebben kunnen opbouwen, maar toch dringend op zoek zijn naar een woning. Bij de toewijzing blijft inschrijftijd, omgezet naar wachtpunten, echter nog steeds een belangrijke rol spelen. De woonruimteverdeling wordt te vaak aangepast. In 2015 is een grote aanpassing geweest in het woonruimteverdeelsysteem. Toen is de woonduur afgeschaft en omgezet naar inschrijfduur. Verder zijn er geen grote systeemwijzigingen geweest. Wel worden op lokaal niveau regelingen aangepast, zoals bijvoorbeeld in de lokale voorrang. Dit zijn echter kleinere wijzigingen. Het voorstel houdt geen rekening met mensen in tijdelijke contracten.
De huur is niet zomaar opzegbaar, dus zij kunnen niet reageren. Het is aan woningzoekenden om te beoordelen wanneer zij actief op zoek gaan naar een sociale huurwoning. Het is begrijpelijk dat dubbele lasten zo veel mogelijk beperkt worden, maar dit zal nooit helemaal aansluiten. Het moment van actief zoeken blijft een individuele keuze.
2.2
Negatief: het voorstel maakt het ingewikkelder/ complexer
Het voorstel lost niets op en is nodeloos ingewikkeld en kostbaar. Het systeem is minder objectief (situatiepunten) en dus onrechtvaardiger. Wat dringend voor de een is, is dat niet voor de ander. Urgentie moet volstaan voor mensen met een dringende verhuiswens. Er worden teveel urgenties afgegeven. Voer de situatiepunten niet in, dit gaat ten koste van mensen met inschrijfduur.
14
Een sociale huurwoning zoeken verandert | Nota van beantwoording
Het huidige systeem is in de basis eenvoudig en duidelijk. De woningzoekende die het langst heeft gewacht, is als eerste aan de beurt. Hierdoor werkt het wel als een spaarsysteem: veel mensen die nu geen sociale huurwoning nodig hebben, schrijven zich voor de zekerheid in. Doordat veel mensen zich inschrijven, loopt de wachttijd op en maken woningzoekenden pas na ruim 10 jaar kans op een woning. Niet iedereen schrijft zich echter meteen in, of heeft de kans gehad voldoende inschrijfduur op te bouwen. Als zich dan een dringende verhuiswens voordoet, kan de woningzoekende het zich vaak niet permitteren ruim tien jaar te wachten. Veel van deze woningzoekenden komen niet in aanmerking voor urgentie. Om hen toch perspectief te bieden, wordt in een aantal omstandigheden situatiepunten toegekend. Deze omstandigheden zijn gebaseerd op de resultaten van een omvangrijk participatietraject. Eerder was beloofd dat het voorstel voor de woonruimteverdeling een combinatie zou worden van punten inschrijfduur/woonduur en zoekpunten. Dat is nu niet zo. Het nieuwe voorstel is een combinatie van wachtpunten, zoekpunten en situatiepunten. De wachtpunten zijn gebaseerd op de huidige inschrijfduur en naar inschrijfduur omgezette woonduur van woningzoekenden.
Dit voorstel is tot stand gekomen op basis van een uitgebreid participatietraject, waarbij onderzocht is welke manier van toewijzen het meeste steun heeft. In december 2019 is een beleidsvoorstel op hoofdlijnen vastgelegd. Dit beleidsvoorstel is daar een uitwerking van. Er is geen sprake van wijzigingen ten opzichte van eerdere voorstellen.
2.3
Minder kansen voor groepen woningzoekenden
Schaarste wordt anders verdeeld, er komen niet meer woningen. Het doel van dit beleidsvoorstel is de sociale huurwoningen anders te verdelen. Het lost inderdaad de schaarste aan sociale huurwoningen niet op. Er is wel een fors bouwprogramma voor de nieuwbouw van sociale huurwoningen. Zo is in de Woondeal tussen de Metropoolregio Amsterdam en het Rijk afgesproken dat er tot en met 2025 100.000 woningen gebouwd worden, waarvan een substantieel deel sociale huur. Een groot deel van deze woningen wordt gebouwd in Amstelland-Meerlanden, Amsterdam en Zaanstreek-Waterland. Ondanks deze inspanningen is de verwachting dat de schaarste voorlopig niet afneemt. De bevolking blijft groeien en er komen steeds meer eenpersoonshuishoudens. Bovendien zijn er steeds minder betaalbare alternatieven buiten de sociale huursector van corporaties, waardoor meer woningzoekenden hierop aangewezen zijn. Gewone woningzoekenden hebben straks nog minder kans. Het is nu al moeilijk om aan een sociale huurwoning te komen. Zonder voorrang kom je niet meer aan de beurt. De veranderingen zijn ingrijpend voor mensen/ouderen die lang ingeschreven staan. Om ervoor te zorgen dat gewone woningzoekenden straks ook kans maken, tellen op 50% van de aangeboden woningen de situatiepunten niet mee. Door meer te zoeken, kunnen woningzoekenden zelf actief hun kansen vergroten.
Inschrijfduur speelt daarbij nog steeds een grote rol in de toewijzing. Starters maken minder kans. Mensen in categorie 40-65 jaar maken minder kans. Doel van het systeem is juist meer kansen aan starters te geven. Als zij actiever zoeken, komen ze eerder aan bod. Daarnaast blijven de huidige mogelijkheden voor jongeren, zoals het reageren op gelabelde jongerenwoningen gewoon bestaan. Ook voor woningzoekenden in de categorie 40 tot 65 jaar bestaat de mogelijkheid om actief te zoeken en zo zoekpunten op te bouwen. Zoekpunten zijn voor iedereen beschikbaar die dringend op zoek is naar een woning. Zij komen dan nog steeds in aanmerking voor een woning. Geldt dit voorstel ook voor 65+? Maak een uitzondering voor deze groep/categorie. Dit beleidsvoorstel geldt voor alle mensen die in aanmerking komen voor een sociale huurwoning, dus ook voor senioren van 65+. Voor senioren wordt in het huidige systeem al voorrang toegepast. Denk bijvoorbeeld aan woningen op de begane grond waarbij senioren voorrang krijgen op overige woningzoekenden of regelingen als Van hoog naar laag en Van groot naar beter. Over het algemeen is de positie van senioren beter dan die van andere woningzoekenden. Aandachtspunt is dat een deel van de senioren meer afhankelijk is van het sociale netwerk in de buurt.
15
Een sociale huurwoning zoeken verandert | Nota van beantwoording
Kritiek op het regionale systeem. Verdringing door Amsterdammers en/of grotestedenproblematiek. De kracht van een regionale systeem is dat woningzoekenden in alle tot de regio behorende gemeenten naar een huurwoning kunnen zoeken. Daarmee worden de mogelijkheden voor woningzoekenden ruimer dan wanneer ze alleen lokaal naar een woning kunnen zoeken. Zo is de kans groter dat zij een passende woning kunnen vinden op het moment dat zij daadwerkelijk op zoek gaan. Dat is dan wel afhankelijk van de wachttijd. Dat er regionaal gezocht wordt blijkt ook uit de resultaten van het systeem. Amsterdammers verhuizen naar de regio en vice versa. Toch zoekt en vindt het grootste gedeelte van de woningzoekenden een woning binnen de eigen gemeente. Als het gemeentebestuur van mening is dat er verdringing ontstaat, kan bij 25% van de toewijzing voorrang worden gegeven aan de lokaal ingezetenen.
2.4
Negatief - doorstroming
Voorstel niet goed voor de doorstroming. Met meer doorstroming help je meer mensen, minder doorstroming zorgt voor minder aanbod. Doorstroming valt weg door nieuwkomers met urgentie. Door de introductie van punten voor zoeken en omstandigheden is toewijzing niet alleen meer gebaseerd
op inschrijftijd. Woningzoekenden die actief zoeken hebben zelf invloed op hun slaagkans door actief te zoeken en eventueel door situatiepunten aan te vragen. Op deze manier zijn zij zelf in staat om hun positie op de ranglijst te verbeteren. Aandachtspunt daarbij is dat de doorstroming afneemt. Dat komt omdat het aantal toewijzingen aan starters en actieve zoekers toeneemt. Met de wijziging wil het college juist meer kansen bieden aan de woningzoekenden die nu geen (eigen) woning hebben. Dat betekent dat anderen langer moeten wachten. Als zij echter actief zoeken, maken zij nog steeds veel kans in het nieuwe systeem. Voor de kwaliteitszoeker die selectief reageert, is minder ruimte.
3.
Wachttijd/inschrijftijd moet leidend blijven
In het voorstel voor de nieuwe woonruimteverdeling blijft inschrijfduur bestaan. De opgebouwde inschrijfduur wordt één op één omgezet naar wachtpunten in het nieuwe systeem. In het nieuwe systeem kunnen woningzoekenden ook punten krijgen indien ze actief zoeken of wanneer ze dringende omstandigheden hebben. Dat neemt niet weg dat wachtpunten de basis van het systeem blijven. Als er twee woningzoekenden zijn met evenveel zoek- en situatiepunten, dan krijgt de woningzoekende met de meeste wachtpunten de woning als eerste aangeboden. Aan de andere kant is het inderdaad zo dat woningzoekenden zonder zoek- en situatiepunten straks minder kans hebben op een woning dan nu. De nieuwe woonruimteverdeling is zo ingericht dat huishoudens die veel zoeken en die dringende omstandigheden hebben meer kans maken. Meer kans voor deze groepen, betekent minder kans voor de andere groepen.
3.1
Niet minder kansen van huishoudens die selectief zoeken
Selectief zijn in het zoekgedrag mag niet leiden tot minder kansen. Woningzoekenden die specifiek een woonwens hebben en daardoor selectief zoeken verwachten dat het niet mogelijk is om elke maand op vier woningen te reageren. Zij bouwen dan geen zoekpunten op. Uit een analyse blijkt dat op het niveau van de deelregio voldoende aanbod is om vier keer te reageren. Ook als gekeken wordt naar verschillende woningtypes. Een andere mogelijkheid is dat het zoekprofiel van een woningzoekende te specifiek is. Daardoor wordt niet al het aanbod zichtbaar, waar een woningzoekende op kan reageren. Dit wordt aangepast bij de invoering van het nieuwe systeem. Bedoeling van het systeem is echter de kansen van woningzoekenden die dringend een woning nodig hebben te bevorderen. Zij zullen minder selectief zijn in hun zoekgedrag en dus meer zoekpunten opbouwen. Omdat ook wachtpunten onderdeel blijven uitmaken van het puntentotaal, hebben selectieve zoekers wel nog steeds een kans.
16
Een sociale huurwoning zoeken verandert | Nota van beantwoording
3.2
Negatief- positie van huishoudens met een lange inschrijfduur gaat achteruit
Het is eerlijk dat een woningzoekende meer kans maakt door langer te wachten. Starters worden te veel bevoordeeld. Het is oneerlijk dat iemand met veel wachttijd straks twee jaar moet zoeken om weer gelijke kansen te hebben. Insprekers wijzen er op dat het in het huidige systeem mogelijk is om zoveel inschrijfduur op te bouwen dat wanneer een huishouden wil doorstromen dat dit in een korte periode mogelijk is. In het nieuwe systeem moeten eerst zoekpunten opgebouwd worden alvorens de woningzoekende kans heeft. Als het maximaal aantal punten nodig is, dan is tweeëneenhalf jaar zoeken noodzakelijk. Het college wijst erop dat het voor een zeer selectieve groep nu inderdaad mogelijk is om zonder wachttijd een woning te vinden. Voor de meeste mensen geldt dit niet. Met dit beleidsvoorstel wil het college prioriteit geven aan woningzoekenden die dringend een woning nodig hebben. Oneerlijk: mensen die jarenlang inschrijfgeld betaald hebben kunnen worden voorbijgestreefd door mensen die nog veel minder betaald hebben. Er wordt gevraagd om restitutie van het betaalde inschrijfgeld. Insprekers wijzen er op dat ze jarenlang geld hebben betaald aan WoningNet en Woonmatch voor hun inschrijving. In het nieuwe systeem kunnen woningzoekenden met een kortere inschrijfduur voor gaan. Zij hebben dan minder betaald. Dat wordt als oneerlijk gezien. Inschrijven op WoningNet/Woonmatch kost € 50,-.
De jaarlijkse verlenging kost € 8,-. Voor de doelgroep van de sociale huur zijn dit behoorlijke bedragen. Inschrijftijd blijft echter een belangrijke rol spelen in de toewijzing, via wachtpunten. Zonder inschrijfgeld is het ook niet mogelijk om op woningen te reageren. Ook is het niet zo dat de woningzoekende die het meeste heeft betaald aan WoningNet/Woonmatch het meeste recht op een woning heeft. De inschrijfkosten zijn bedoeld als bijdrage aan het zoeksysteem. Er wordt op gewezen dat niet iedereen in staat is zoekpunten op te bouwen (bijvoorbeeld chronisch zieken). Er is geen wezenlijk verschil met het huidig systeem, behalve dat over een periode van 2,5 jaar elke maand twee keer twee reacties geplaatst moeten worden, om maximale zoekpunten op te bouwen. Daarom wordt verwacht dat er ten opzichte van het huidige systeem geen verslechtering optreedt. In zeer schrijnende situaties kan urgentie aangevraagd worden.
3.3
Vragen over het systeem in relatie tot wachttijd
Insprekers zijn bang de voorrang voor speciale (WMO geschikte) woning te verliezen. Dit is niet het geval. WMO geschikte woningen blijven gereserveerd voor deze doelgroep. WMO-indicaties die voorrang verlenen voor woningen blijven van kracht. Hoe wordt onderscheid gemaakt tussen iemand met 15 jaar en 10 maanden wachtpunten en iemand met 15 jaar en 9 maanden wachtpunten? Elk vol jaar inschrijfduur wordt omgezet in 1 wachtpunt. Elke dag wordt omgezet in 0,003 wachtpunt. Zo gaat er geen inschrijfduur verloren en wordt er onderscheid gemaakt tussen de inschrijfduur tot op de dag nauwkeurig.