5001184 Informatie over de Voortgangsrapportage Mobiliteit. d.d. 7-7-2021.pdf
Tekst van het document
gemeente Haarlemmermeer
De leden van de gemeenteraad van Haarlemmermeer
Postbus 250 2130 AG Hoofddorp
Bezoekadres: Raadhuisplein 1 Hoofddorp Telefoon 0900 1852 Faxnummer 023 563 95 50
cluster contartpersoon Telefoon
Ruimte, Economie en Duurzaamheid de heer B. Pover 0g00 1852
Verzenddatum
- 7 JULI 2021
Uw brief Ons kenmerk Bijiage(n) onderwerp
X.2021.04281 Voortgangsrapportage Mobiliteit juni 2021 Informatie over de Voortgangsrapportage Mobiliteit
Geachte heer, mevrouw, Door middel van de Voortgangsrapportage Mobiliteit ontvangt u drie keer per jaar informatie over de stand van zaken van projecten en andere lopende zaken op het gebied van verkeer en vervoer. Bijgevoegd is een nieuwe voortgangsrapportage. Projecten waar sinds de vorige voortgangsrapportage geen noemenswaardige veranderingen hebben plaatsgevonden, zijn niet opgenomen in bijgevoegde rapportage. Voor de het project stationsgebied en het programma Oostflank en Noord/Zuidlijn zal in het vervolg een eigen voortgangsrapportage worden opgesteld, deze behoeven daarom geen toelichting meer in deze Voortgangsrapportage Mobiliteit. Verder vindt u in de rapportage de invulling van de volgende toezeggingen aan de raad: •
tijdens de raadsvergadering van 4 maart 2021 hebben wij u toegezegd de overlast van de elektrische scooters te blijven monitoren;
•
tijdens de raadsvergadering van 8 april 2021 hebben wij u toegezegd in de Voortgangsrapportage Mobiliteit van juni 2021 informatie te verstrekken over nudging;
•
tijdens de raadsvergadering van 8 april 2021 hebben wij u toegezegd meer informatie te geven over de ontsluiting van De Liede;
•
tijdens de raadsvergadering van 8 april hebben wij u toegezegd terug te koppelen over de aanpassingen aan de Ringdijk;
•
tijdens het vragenuurtje van 17 juni 2021 hebben wij u toegezegd terug te koppelen over de verkeerssituatie bij de kruising van de Kruisweg en Fokkerweg als gevolg van de werkzaamheden HOV Amsterdam Schiphol Zuid;
•
tijdens het vragenuurtje van 17 juni 2021 hebben wij u toegezegd terug te koppelen over Zwanenburgerdijk in relatie tot het ringdijkbeleid;
Ons kenmerk: X.2021.04281
Pagina 2
•
tijdens het vragenuurtje van 17 juni 2021 hebben wij u toegezegd terug te koppelen over scooters op het trottoir langs de Uweg in Hoofddorp;
•
tijdens het vragenuurtje van 17 juni 2021 hebben wij u toegezegd u informatie te verstrekken over het bestaan van fake drukknoppen bij de verkeerslichten in Haarlemmermeer;
•
tijdens het vragenuurtje van 17 juni 2021 hebben wij u toegezegd terug te koppelen over de bewegwijzering op fietspaden bij de 380 KV route in Nieuw Vennep en Zwaanshoek;
•
tijdens de raadssessie van 8 april 2021 hebben wij u toegezegd een lijst te maken met witte vlekken in het ringdijkbeleid, daarvoor hebben wij de maatregelen in het ringdijkbeleid opnieuw opgenomen in deze voortgangsrapportage.
Wij verwachten u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Hoogachtend, ers van de gemeende Haarlemmermeer, de burgemeester,
'rugman
j^A , fLcuJs
rmans-Wijdeven
Voortgangsrapportage Mobiliteit Juni 2021
Foto: Slim laadplein van Peter van Dam
Inhoudsopgave 1
VOORTGANGSRAPPORTAGE MOBILITEIT ..................................................................... 2
2
LANGZAAM VERKEER................................................................................................. 2 2.1 FIETSPLAN ............................................................................................................ 2 2.2 NATIONAAL TOEKOMSTBEELD FIETS ....................................................................... 3 2.3 SNELFIETSROUTE F200 ......................................................................................... 4 2.4 DEELMOBILITEIT - TWEEWIELERS............................................................................ 4 2.5.1 DEELSCOOTERS ....................................................................................................... 4 2.5.2 DEELFIETSEN DONKEY REPUBLIC .............................................................................. 5 2.5 FIETSBEWEGWIJZERING ......................................................................................... 6
3
REGIONALE MOBILITEIT ............................................................................................. 7 3.1 NIEUWS UIT DE VERVOERREGIO AMSTERDAM ......................................................... 7 3.1.1 JAARSTUKKEN EN BEGROTING VRA ........................................................................... 7 3.1.2 REGIONAAL SUMP ................................................................................................... 7 3.1.3 TRANSITIEPROGRAMMA OPENBAAR VERVOER ............................................................. 7 3.1.4 VERKEERSVEILIGHEID REGIONAAL ............................................................................. 8 3.1.5 REGIONAAL ACTIEPLAN VERKEERSVEILIGHEID ........................................................... 9 3.1.6 VAN 50 NAAR 30 BINNEN DE BEBOUWDE KOM ............................................................. 9 3.2 PERSPECTIEF MOBILITEIT .................................................................................... 10 3.3 PROGRAMMA “SAMEN BOUWEN AAN BEREIKBAARHEID” .......................................... 11 3.4 REGIONAAL MOBILITEITSPROGRAMMA .................................................................. 12 3.5 NETWERKSTUDIE .................................................................................................
13 3.6 VERKEERSSTRUCTUURPLAN HOOFDDORP EN NIEUW-VENNEP ............................... 15 3.7 BEREIKBAARHEID BOLLENSTREEK – HAARLEMMERMEER ....................................... 15 3.8 VERKENNING KRUISWEGCORRIDOR ...................................................................... 17
4
WEG ....................................................................................................................... 17 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7
5
OPWAARDEREN NIEUWE BENNEBROEKERWEG...................................................... 17 MIRT-ROTTERPOLDERPLEIN ................................................................................ 18 VERVANGING EN RENOVATIE KUNSTWERKEN A44 .................................................. 19 WESTELIJKE ONTSLUITING SUGAR CITY ................................................................ 20 POLDERWEGEN HAARLEMMERLIEDE ..................................................................... 21 RONDWEG BEDRIJVENTERREIN DE LIEDE .............................................................. 21 OVERDRACHT N520 ............................................................................................ 22 OPENBAAR VERVOER .............................................................................................. 23
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6
HOV WESTTANGENT ........................................................................................... 23 HOV SCHIPHOL-OOST, OUDE MEER EN RIJK (SOOMR) ....................................... 23 HOV AALSMEER – SCHIPHOL-ZUID (HOVASZ) .................................................... 24 HOV NOORDWIJK – SCHIPHOL ............................................................................. 24 HOV HAARLEM – SCHIPHOL – AMSTERDAM .......................................................... 25 ADVIESAANVRAAG NS-DIENSTREGELING 2022 ...................................................... 26
6
VERKEERSVEILIGHEID.............................................................................................. 27 6.1 RINGDIJKBELEID .................................................................................................. 27 6.2 SLOTERBRUG ...................................................................................................... 28 6.3 HERINRICHTING FANNY BLANKERS-KOENLAAN IN HOOFDDORP .............................. 28 6.4 KNELPUNTEN AANPAK .......................................................................................... 29 3.1.6 SCOOTERS OP TROTTOIR IJWEG.............................................................................. 30 6.5 KLEINE VERKEERSMAATREGELEN ......................................................................... 30
7
PARKEREN .............................................................................................................. 31 7.1 7.2 7.3 7.4
8
VOORTGANG KLEINE PARKEERMAATREGELEN ....................................................... 31 PARKEREN VAN LENT .......................................................................................... 32 PARKEREN STATION HALFWEG ............................................................................. 32 VRACHTWAGENPARKEREN BEDRIJVENTERREIN OUDE MEER .................................. 33 SMART MOBILITY .................................................................................................... 33
8.1 8.2 8.3 8.4 8.5 9
SMART CITY ........................................................................................................ 33 SMART PARKING.................................................................................................. 34 GOINGDUTCH ..................................................................................................... 35 TURBINE BIJ VERKEERSLICHTEN BENNEBROEKERWEG/RIJNLANDERWEG ................ 35 “FAKE” DRUKKNOP BIJ VERKEERSLICHTEN ............................................................. 35 DUURZAME MOBILITEIT............................................................................................ 36
9.1 9.2 9.3 10
STIKSTOF ............................................................................................................ 36 SLIM LAADPLEIN .................................................................................................. 37 ZE-ZONE SCHIPHOL ............................................................................................ 38 SLOT ...................................................................................................................... 39
Pagina 1
1 Voortgangsrapportage Mobiliteit In deze voortgangsrapportage informeren wij de leden van de gemeenteraad van Haarlemmermeer over de stand van zaken van projecten op het gebied van verkeer en vervoer. Projecten waar sinds de vorige rapportage geen noemenswaardige veranderingen hebben plaatsgevonden of waarover de raad recent afzonderlijk is geïnformeerd, zijn niet opgenomen in deze rapportage. Ieder onderwerp start met een stukje achtergrond, gevolgd door een deelparagraaf nieuws. Dit wordt met tussenkopjes aangegeven. Alle onderwerpen zijn voorzien van een stoplicht, waarmee de status van het project in één oogopslag duidelijk wordt gemaakt. Hieronder wordt het stoplicht toegelicht: Project kan op tijd worden afgerond en de gestelde doelen worden gehaald. Project ondervindt of vertraging of de doelen moeten worden aangepast. Project ondervindt ernstige vertraging of de doelen worden niet gehaald, zonder bijsturing.
2 Langzaam verkeer 2.1
Fietsplan
Achtergrond Fietsen is milieuvriendelijk, duurzaam en gezond. In de gemeente en de regio wordt steeds meer en verder gefietst. De e-bike is ondertussen een bekende in het straatbeeld maar ook de speedpedelec 1 is steeds meer in opkomst. Hiermee komen ook grotere afstanden binnen fietsbereik. Zeker in onze uitgestrekte gemeente geeft dit nieuwe kansen. Groeiend fietsgebruik zal een belangrijke bijdrage moeten leveren aan de grote maatschappelijke opgaves op het gebied van economie, woningbouw en verstedelijking, bereikbaarheid, gezondheid, veiligheid, klimaat en leefbaarheid. Het goed en veilig geleiden van deze groei en de bijkomende uitdagingen op het gebied van verkeersveiligheid en toenemend ruimtebeslag vergt structurele en langjarige investeringen in fietsinfrastructuur. Investeringen in fietsinfrastructuur zijn snel uit te voeren, zeer kosteneffectief en de maatschappelijke baten zijn hoger dan de kosten. In het Uitvoeringsprogramma Mobiliteit 2020/2021 (UPM 2020/2021) hebben wij voor 2021 een
1
een speedpedelec is een elektrische fiets die ondersteuning biedt tot een snelheid van 45 km/uur en zich in het verkeer als een brommer gedraagt. Pagina 2
fietsplan aangekondigd, waarmee invulling wordt gegeven aan de fietsbehoefte die de gemeente als gevolg van de schaalsprong doormaakt. Nieuws Landelijk en regionaal zien we veel aandacht voor de fiets. Ten behoeve van het Bestuurlijk Overleg Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (BO-MIRT) lopen er voor dit thema twee trajecten: 1. het Nationaal Toekomstbeeld Fiets (NTF) (zie paragraaf 2.3); 2. het Toekomstbeeld Fiets. Dit is een onderdeel van het Multimodaal Toekomstbeeld Fiets (MTF), wat weer een onderdeel is van Samen Bouwen aan Bereikbaarheid (SBaB) (zie paragraaf 3.3). De gemeentelijke invulling voor deze trajecten gebruiken we tegelijkertijd als input voor ons fietsplan. Dit zorgt voor enige vertraging voor de uitrol van ons fietsplan. Het fietsplan wordt nu in het vierde kwartaal van 2021 verwacht. Bij de start van de Green Deal fiets hebben we aangekondigd te willen inzetten op fietssnelroutes en de coronacrisis te gebruiken om de rol van de fiets in het mobiliteitssysteem nog verder te verstevigen. Ook de thema’s fietsservicepunten, stimuleren van fietsgebruik via de arbeidsvoorwaarden en ontsluiting van data over fietsgebruik hebben op dit moment grote belangstelling binnen de Green Deal. Binnen de Metropoolregio Amsterdam (MRA) is onze wethouder Verkeer en Vervoer samen met die van Velsen trekker van de Green Deal.
2.2
Nationaal Toekomstbeeld Fiets
Achtergrond Als uitvloeisel van de ‘Tour de Force - 2e etappe Schaalsprong Fiets’ spraken het rijk en de veertien regio’s in het najaar van 2020 af om een Nationaal Toekomstbeeld Fiets (NTF) op te stellen, met als doel: de fiets neerzetten als volwaardige modaliteit met structurele financiering vanuit het Rijk. Het NTF dient 1 september 2021 opgeleverd te worden en biedt de basis voor structurele afspraken in onder andere het BO-MIRT en collegeakkoorden. Rijk en regio bezien in het NTF gezamenlijk wat de ontbrekende schakels in het nationale fietsnetwerk zijn. Daarbij wordt ook een analyse gedaan van op welke plekken nieuwe stromen te ontsluiten zijn, bijvoorbeeld bij stadsontwikkeling of nieuwe wijken. Ook de parkeeropgave voor fiets wordt hierin meegenomen. In de MRA is onze wethouder Verkeer en Vervoer, samen met de wethouder van de gemeente Velsen, trekker van de uitvoeringslijn fiets. Tussen het toekomstbeeld fiets en de uitvoeringslijn is een goede afstemming. Nieuws In de eerste fase van de regionale uitwerking van het NTF is een inventarisatie gemaakt van de gewenste projecten. Dit heeft geresulteerd in een ambtelijk overzicht waarin de
Pagina 3
gezamenlijke opgave en ambitie op het gebied van fietsroutes en fietsparkeren is samengevoegd. In de tweede fase en tevens in aanloop naar het BO-MIRT van 2021 zal deze opgave verder worden gespecificeerd. Op 8 maart 2021 heeft de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat het Nationaal Toekomstbeeld Fiets op hoofdlijnen gepresenteerd. Daaruit bleek dat er tot 2040 een landelijke optelsom van ongeveer € 13 miljard aan ambities op het gebied van fietsroutes en fietsparkeren ligt. In aanloop naar het BO-MIRT van 2021 zullen we moeten komen tot een prioritering van de projecten. We doorlopen daarvoor twee stappen: 1. Toevoegen, samenvoegen of afvoeren van projecten; 2. Afweging van kansrijke projecten (bijvoorbeeld op basis van beleidsdoelen, draagvlak, aanwezigheid in huidige planvorming en technische haalbaarheid)
2.3
Snelfietsroute F200
Achtergrond De provincie Noord-Holland, Vervoerregio Amsterdam en de gemeente Haarlemmermeer hebben afgesproken een snelfietsroute te realiseren langs het tracé van de N200, tussen Haarlem en Amsterdam, via Halfweg. Het eerdere ontwerp van de snelfietsroute F200 is afgekeurd omdat deze niet voldeed aan de eisen voor een snelfietsroute. Op dit moment wordt gewerkt aan het optimaliseren van de bestaande route. Nieuws De verwachting is dat de uitvoering van de fietsstraat tussen de oostelijke- en westelijke ontsluiting van Sugar City in het derde kwartaal van 2021 start. De aanbesteding van het werk voor de Weerenbrug tot aan de Zoete inval wordt in het derde kwartaal van 2021 gedaan. De planning is mede door financiële vraagstukken aangepast. In verband met de corridorstudie is de inventarisatie voor de fietsroute aan de noordzijde van het spoor langs de N200 als alternatieve route intussen opgestart.
2.4
Deelmobiliteit - Tweewielers
2.5.1 Deelscooters
Achtergrond In de Mobiliteitsvisie Haarlemmermeer (2018.0065348) stellen wij open te staan voor nieuwe, duurzame en slimme initiatieven op het gebied van deelmobiliteit. Niet alleen biedt dat meer keuzevrijheid voor de reiziger (vrijheid van bewegen), ook draagt het bij aan onze duurzaamheidsambities op het gebied van mobiliteit. Wij zetten hiervoor in op bijvoorbeeld deelfietsen en (elektrische) deelscooters. Verschillende aanbieders uit de markt hebben interesse getoond.
Pagina 4
Nieuws Sinds eind januari 2021 is GO Sharing van start gegaan met de deelscooters in Hoofddorp. GO Sharing maakt hierbij gebruik van elektrische 25km/uur snorscooters. De afgelopen maanden heeft GO Sharing haar uiterste best gedaan om de hinder te voorkomen en eventuele klachten zo snel mogelijk op te lossen. Gemiddeld krijgen wijzelf 1 à 2 klachten per week binnen. Dit gaat met name over ongewenste parkeersituaties en overlast door gebruikers. Met GO Sharing is afgesproken dat vragen en klachten naar hen worden doorgezet, zodat zij er zelf zorg voor dragen dat deze opgelost worden. Hiermee worden wij door hen ontzorgd. In een enkel geval zijn de grenzen van de servicegebieden (waar de scooter gestald mag worden) aangepast om hinder te voorkomen. Zo is in de wijk Toolenburg de grens van het servicegebied meer richting de plas gelegd, om overlast van gebruikers van de deelscooters met bestemming Toolenburgerplas in de aangrenzende wijk te verminderen. Ook is op verzoek het gebied rondom het Kai Munk College uitgesloten van het stallen van deelscooters. Omdat bij GO Sharing meerdere verzoeken van inwoners uit Floriande binnenkwamen om deelscooters in deze wijk aan te bieden, is het servicegebied uitgebreid met een deel van Floriande. Felyx is ook een deelscooter aanbieder die in Haarlemmermeer actief wil worden.
Hiervoor willen zij in plaats van één servicegebied meerdere kleine servicehubs in Halfweg en Hoofddorp creëren. Hierbij gaat het om elektrische scooters van zowel 25km/uur als 50km/uur. Op dit moment is nog niet bekend wanneer Felyx van start wil gaan. Vanwege de aanhoudende Coronacrisis zijn zij wat terughoudend om hun product in nieuwe gebieden uit te rollen. 2.5.2 Deelfietsen Donkey Republic
Achtergrond Met de start van de concessie Amstelland-Meerlanden (10.12.2017) biedt Donkey Republic in opdracht van vervoerder Connexxion sinds 19 juni 2018 deelfietsen aan voor de ‘first & last mile’. Deze deelfietsen zijn in samenspraak met de Vervoerregio Amsterdam aangeboden in de vorm van een tweejarige pilot. Voor de Coronacrisis zagen we dat het gebruik van de deelfietsen langzaam toenam. Om meer mensen te verleiden om de deelfietsen te gebruiken, hadden we belangstelling om de deelfietsen op meer locaties aan te bieden. Nieuws Donkey Republic heeft zijn dienstverlening in Haarlemmermeer per april 2021 gestopt. Voor Donkey Republic betekent de aanhoudende Coronacrisis veel minder aanvoer vanuit het openbaar vervoer, waardoor de fietsen het afgelopen jaar grotendeels ongebruikt bleven. Ook de oproep om zo veel mogelijk thuis te werken werkte nadelig voor hen uit;
Pagina 5
het overgrote deel van de gebruikers bij de meest populaire verhuurlocaties (Hoofddorp NS en De Hoek) zijn namelijk zakelijke gebruikers. Buiten Haarlemmermeer heeft Donkey Republic geen aanbod in de regio. Ondersteuning en onderhoud vindt vanuit Rotterdam plaats. De Vervoerregio, Donkey Republic, Connexxion en wijzelf zijn daarom tot de conclusie gekomen dat er niets anders op zit dan de pilot te beëindigen. De andere aanbieders blijven wel actief in Haarlemmermeer. Dit zijn de OV-fiets op de stations Hoofddorp, Schiphol en Halfweg-Zwanenburg en Uwdeelfiets.nl (Nieuw-Vennep station, Hoofddorp station, De Hoek en één nabij het Raadhuis). Daarnaast heeft Schiphol Real Estate nog een contract met Flickbike voor 300 deelfietsen op Schiphol-Oost. Gezien de toegenomen interesse van andere soorten deelaanbieders (deelscooters) en de geplande woningbouw verwachten wij dat – wanneer de situatie normaliseert en de vraag aantrekt – nieuwe aanbieders zich vanzelf zullen melden bij de gemeente.
2.5
Fietsbewegwijzering
Achtergrond Fietsbewegwijzering is onderdeel van de totale bewegwijzering, over het algemeen is de wegbeheerder verantwoordelijk voor deze bewegwijzering. Daarnaast kent de fietsbewegwijzering een aantal specials, denk aan de fietsknooppunten, de lange afstandspaden en enkele recreatieve routes. Hiervoor zijn verschillende instanties verantwoordelijk. In het komende fietsplan zal een manier van bewegwijzeren overeenkomstig de gemeente Houten worden uitgewerkt waarbij fietsers via gekleurde routes door de gemeente geleid worden. Nieuws In de vergadering van de raad op 17 juni 2021 is gevraagd naar de bewegwijzering bij Nieuw-Vennep en Zwaanshoek. De nieuwe fietspaden langs de 380 KV-leidingen hebben daar geen bewegwijzering. Deze paden zijn in beheer bij Staatsbosbeheer, zij zijn daarom ook verantwoordelijk voor de bewegwijzering. Staatsbosbeheer heeft slechts heel beperkt fondsen om uitvoer te geven aan het beheer van fietsinfrastructuur. We treden in overleg met Staatsbosbeheer om een oplossing te zoeken.
Pagina 6
3 Regionale mobiliteit 3.1
Nieuws uit de Vervoerregio Amsterdam
3.1.1 Jaarstukken en begroting VRA
Achtergrond In april heeft de raad de concept-jaarstukken en de kaderbrief 2021 van de VRA ontvangen. De jaarstukken bestaan uit het jaarverslag en de jaarrekening over 2020. Het is een bevoegdheid van de Regioraad om de jaarstukken en kaderbrief vast te stellen. Alle gemeenteraden van inliggende gemeenten worden van tevoren in de gelegenheid gesteld om te reageren op de concept-jaarstukken. Wij zien geen aanleiding om vanuit Haarlemmermeer hierop te reageren. De jaarstukken 2020 en kaderbrief 2022 staat geagendeerd voor de Regioraad op 6 juli. 3.1.2 Regionaal SUMP
Achtergrond Voor het aanvragen van Europese subsidies is onder andere een Sustainable Urban Mobility Plan (SUMP) nodig. De Vervoerregio kan een SUMP voor de hele regio samenstellen uit bestaande documenten (bijvoorbeeld Beleidskader Mobiliteit, Investeringsagenda Mobiliteit). Na vertaling kan elke regiogemeente die aanspraak wil maken op Europese subsidie dit document gebruiken als onderbouwing bij de aanvraag. In het SUPM is geen nieuw beleid opgenomen en heeft daarmee geen inhoudelijke gevolgen voor de gemeente. De VRA levert hiermee een dienst aan de inliggende gemeenten. In een later stadium zal de VRA een programmaplan opstellen om invulling te geven aan verschillende duurzaamheidsdoelstellingen. Deze zullen in de Regioraad aan bod komen. 3.1.3 Transitieprogramma openbaar vervoer
Achtergrond Vanwege de Coronacrisis is het openbaar vervoer in de regio afgeschaald. Zo zijn hoogfrequente lijnen minder frequent gaan rijden. Ook is er gesneden in het nachtvervoer. De fijnmazige ontsluitende lijnen zijn ontzien en de maatregelen zijn erop gericht om dat zo te houden. De Vervoerregio Amsterdam informeert de raad over de ontwikkelingen rondom het transitieplan openbaar vervoer en de kansen die het mogelijk blijvend veranderde mobiliteitsgedrag van inwoners en werknemers in de regio met zich meebrengt.
Pagina 7
Nieuws Connexxion rijdt nu circa 90% van de dienstregelingkilometers die ze in 2019 reed. Sinds de versoepelingen trekken de reizigersaantallen aan tot circa 60% van het niveau van 2019. Alleen als het aantal reizigers onder een bepaald minimum zakt, bestaat een risico dat er gesneden moet worden in de fijnmazigheid. Hierover is de raad begin van dit jaar geïnformeerd door Connexxion en Vervoerregio Amsterdam. Op dit moment lijkt dit scenario niet aan de orde te zijn, maar de impact van de Coronacrisis voor de toekomst is onvoorspelbaar. De verwachting is dat het meerdere jaren duurt voordat het aantal reizigers weer op het oude niveau is teruggekeerd. 3.1.4 Verkeersveiligheid Regionaal
Achtergrond Verkeersveiligheidsproblematiek houdt niet op bij de gemeentegrenzen. Ook zijn er vaak gemeenschappelijke opgaven die in meerdere gemeenten spelen. Daarom pakken wij steeds meer verkeersveiligheidsvraagstukken op in en met de Vervoerregio Amsterdam. Een voorbeeld hiervan is het overhevelen van verkeerscampagnes en verkeerseducatie naar uitvoeringsorganisatie Verkeer & Meer. Nieuws De afgelopen drie jaar is Verkeer & Meer voor de scholen in de Vervoerregio Amsterdam het vertrouwde loket voor verkeerseducatie. Dat blijven zij ook in het aankomende schooljaar doen, in een nieuwe samenstelling. Doordat de vraagstukken op het gebied van verkeersveiligheid steeds groter worden, is besloten om marktpartijen in te schakelen voor de uitvoering. De afgelopen maanden is daarom het onderdeel ‘verkeerseducatie op scholen’ aanbesteed. Vanaf het nieuwe schooljaar zal het consortium Veilig Verkeer Nederland, Verkeersplein Amsterdam, DTV Consultants en TeamAlert onder de vlag van Verkeer & Meer aan de slag gaan. Deze organisaties staan garant voor kwaliteit van verkeerseducatie en het ontzorgen van leerkrachten daarin. In principe verandert er voor de gemeenten en de scholen weinig. Het doel blijft om gemeenten en scholen te ontzorgen en van goede verkeerseducatie en campagnes te voorzien.
Daarbij is in de opdrachten ruimte voor innovatie en gemeente-specifieke (verkeers/gedrags) problemen ingebouwd, waardoor we ook nieuwe ontwikkelingen in de gemeenten en het beleid kunnen meenemen: hierdoor blijft Verkeer & Meer redelijk flexibel en open voor wensen. Tegelijkertijd krijg het programma van Verkeer & Meer meer focus, waardoor het ook meer gericht is om onze ambities op verkeersveiligheid te kunnen verwezenlijken.
Pagina 8
3.1.5 Regionaal Actieplan Verkeersveiligheid
Achtergrond Omdat het aantal ernstig gewonde verkeersslachtoffers blijft toenemen en de daling van het aantal verkeersdoden stagneert heeft het Rijk in 2018 het Strategisch Plan Verkeersveiligheid 2030 (SPV2030) gelanceerd. De hoofdambitie hiervan is om in 2050 tot nul verkeersslachtoffers te komen. Vanuit het Landelijke Actieplan Verkeersveiligheid is de eis gekomen dat de twaalf provincies en twee regio’s met een risicogestuurde aanpak komen. Dit zijn de regionale actieplannen verkeersveiligheid. Ook voor de Vervoerregio Amsterdam is een actieplan gemaakt; het Regionaal Actieplan Verkeersveiligheid 2030 Vervoerregio Amsterdam. De basis van dit actieplan ligt in de risico-inventarisatie die in 2019 is uitgevoerd voor alle Vervoerregio gemeenten. Wij hebben de raad hierover bericht in de Voortgangsrapportage Mobiliteit juni 2020 (X.2020.01607). Op 18 mei 2021 is de conceptversie van het actieplan behandeld in de regioraad van de Vervoerregio Amsterdam. De definitieve versie is geagendeerd voor vaststelling in de regioraadsvergadering van 6 juli 2021. 3.1.6 Van 50 naar 30 binnen de bebouwde kom
Achtergrond Op 27 oktober 2020 heeft de Tweede Kamer een motie aangenomen waarin de regering verzocht werd om binnen de bebouwde kom een maximumsnelheid van 30 km/u als leidend principe te hanteren, met 50km/u als uitzondering. Dit in plaats van de huidige situatie waarbij 50km/u de verkeers-juridische norm is binnen de bebouwde kom, met 30km/u als uitzondering. De minister van Infrastructuur en Waterstaat heeft hierop gereageerd dat zij van mening is dat dit onder de beleidsvrijheid van de wegbeheerders valt, maar dat zij wel een afwegingskader wil aanbieden. Met dit afwegingskader kunnen wegbeheerders weloverwogen keuzes kunnen maken in welke situaties 30km/u en in welke situaties 50km/u gehanteerd kan worden. Nieuws In de afgelopen maanden hebben veel gemeenten vooruitlopend op het afwegingskader de keuze gemaakt om de bebouwde kom standaard als 30km/u aan te merken. Ook het Regionaal Actieplan Verkeersveiligheid 2030 van de Vervoerregio Amsterdam benoemt als één van de doelstellingen het volgende; “In 2030 zijn in de vervoerregio de meeste wegen in de bebouwde kom 30 km/u en is 50 km/u als snelheidslimiet de uitzondering“. Voor Haarlemmermeer geldt dat wij in ons wegcategoriseringsplan vrijwel alle nietdoorgaande wegen die nadrukkelijk een ‘woonstraatfunctie’ hebben al als erftoegangsweg 30km/uur gecategoriseerd hebben.
In de mobiliteitsvisie benoemen we als doelstelling dit uiterlijk in 2030 bereikt te hebben, met name door werk-met-werk te maken. Op deze manier geven wij al grotendeels invulling aan het zoveel mogelijk hanteren van 30km/uur als norm in de bebouwde kom. Daarnaast hebben wij voor ‘grijze wegen’ (wegen die binnen Duurzaam Veilig qua functie tussen woonstraatfunctie en ontsluitingsfunctie
Pagina 9
vallen) het afgelopen decennium de categorie “Gebiedsontsluitingsweg-30 (GOW30)” doorgevoerd. Daarmee lopen wij al ver vooruit op het landelijke voornemen om voor deze ‘grijze wegen’ de categorie GOW30 in te voeren. Wegen die als GOW30 zijn vastgesteld en heringericht zijn onder andere de Schoolstraat in Nieuw-Vennep, de Fanny BlankersKoenlaan in Hoofddorp en de Bennebroekerweg in Zwaanshoek. Voor de Oranje Nassaustraat in Halfweg wordt onderzocht of hier afwaardering naar GOW30 mogelijk is. Voor overige bestaande 50km/u wegen wachten wij het afwegingskader af. Dit omdat er enkele vragen spelen met betrekking tot de ‘Van 50 naar 30 ambitie’ waar nog geen antwoorden op zijn. Dit gaat bijvoorbeeld over handhaving (op 30km/u wegen wordt niet gehandhaafd, wat als alles 30km/u wordt?) en aanrijdtijden (wat zijn de effecten op nood/hulpdiensten) en openbaar vervoer (hoge kosten als gevolg van langere rijtijden en aantrekkelijkheid voor reizigers) bij een algemene snelheidsverlaging in de bebouwde kom. De verwachting is dat de minister later dit jaar met het afwegingskader komt. Dan kan ook een inschatting worden gemaakt van de financiële gevolgen van deze maatregel.
3.2
Perspectief Mobiliteit
Achtergrond De provincie Noord-Holland stelt momenteel een ‘Perspectief Mobiliteit’ op. Dit is een bundeling van de opgaven en beleidsvoornemens van de provincie Noord-Holland voor mobiliteit. Het Perspectief Mobiliteit bevat geen nieuw beleid, maar schetst de onderlinge samenhang en geeft prioriteiten tussen beleidsvoornemens aan. Het Perspectief Mobiliteit geldt voor de hele provincie. Omdat de provincie groot en divers is, wil de provincie Noord-Holland per regio een ‘strategische agenda mobiliteit’ opstellen. Wij zien de Netwerkstudie Haarlemmermeer 2040 als vertrekpunt voor langjarige samenwerking op het gebied van mobiliteitsbeleid en maatregelen daaruit voortkomend. De Netwerkstudie is een co-product van de Provincie Noord-Holland, de VRA en de gemeente Haarlemmermeer (zie paragraaf 3.5). We zullen de komende jaren samen invulling moeten geven om deze studie te vertalen naar maatregelen met onder andere zaken zoals prioritering en rolverdeling. Wat ons betreft is de Netwerkstudie Haarlemmermeer 2040 en de uitwerking daarvan komend jaar daarom de invulling van de door de provincie gewenste ‘Samenwerkingsagenda’. Samen met de bestuurders uit de Amstelland-Meerlanden-regio hebben wij een reactie aan de provincie gestuurd over dit perspectief mobiliteit.
In de reactie vragen we daarbij onder andere extra aandacht voor een robuuste nieuwe oost-westverbinding met de Noordelijke Duin- en Bollenstreek, om de verkeershandhaving door politie in Haarlemmermeer ook op lokale wegen in te zetten (zoals in de VRA wel gebeurt) en om de VRA nauw bij het Perspectief Mobiliteit te betrekken. Binnen de VRA is een werkgroep verkeershandhaving. Deelnemers daaraan zijn de VRA gemeenten, een vertegenwoordiging van OM en Politie Amsterdam-Amstelland. In die werkgroep worden jaarlijkse verkeershandhavingsplannen opgesteld en teruggekoppeld.
Pagina 10
Echter valt een deel van de gemeenten wel onder de VRA, maar niet onder Politieregio Amsterdam-Amstelland. Haarlemmermeer is een van deze gemeenten. Wij vallen onder de veel grotere politieregio Noord-Holland en hun verkeersteam opereert vrijwel primair op de Rijks- en provinciale wegen. Vanuit de VRA is dus de oproep gekomen richting de Provincie Noord-Holland om ook voor deze gemeenten dergelijke verkeershandhavingsplannen op te stellen zodat er ook specifieke acties kunnen worden afgesproken voor lokale (gemeentelijke) wegen.
3.3
Programma “Samen bouwen aan bereikbaarheid”
Achtergrond In het Bestuurlijk Overleg Meerjarenprogramma Infrastructuur Ruimte en Transport (BO MIRT2) van oktober 2016 hebben Rijk en regio een programma Bereikbaarheid van, naar en in de Metropoolregio Amsterdam (MRA) opgezet met als doel de bereikbaarheidsopgaven in gebiedsgerichte samenhang met de verstedelijkingsopgave en andere relevante opgaven aan te pakken. Uitgangspunt bij het programma is wederkerige beleidsmatige én financiële afspraken te maken (‘samen sturen en samen financieren’). Het Rijk heeft daarvoor € 200 miljoen gereserveerd vanuit het verlengde Infrafonds. In het BO MIRT van maart 2018 is het programmaplan vastgesteld en is het Gebiedsgerichte Programma gestart met de naam “Samen bouwen aan bereikbaarheid” (SBaB). Er is een programmaraad ingesteld. In de programmaraad van oktober 2019 is het MIRT-onderzoek Bay Area (Amsterdam-Almere) aan het programma toegevoegd. Ook is besloten de trajecten van Samen Bouwen aan Bereikbaarheid (waaronder programmalijn ZuidWest Amsterdam Schiphol Hoofddorp (ZWASH)) en het project Toekomstbestendig Mobiliteitssysteem Amsterdam – Schiphol - Hoofddorp (MASH) bij elkaar te brengen. Het doortrekken van de Noord/Zuidlijn tot Hoofddorp en het sluiten van de metroring in Amsterdam (Sloterdijk – Amsterdam CS) zijn hier onderdeel van.
Dit onderzoek hebben wij samen met Schiphol, Amsterdam, Vervoerregio Amsterdam, Nederlandse Spoorwegen, Prorail en KLM gestart met het oog op het versnellen van de procedures. In de programmaraad is de gemeente Haarlemmermeer vertegenwoordigd door de wethouder woningbouw en de wethouder Verkeer en Vervoer. Nieuws Uit het MIRT onderzoek ZWASH komen het verlengen van de Noord/Zuidlijn naar Schiphol en Hoofddorp en het sluiten van de kleine metroring Isolatorweg-Amsterdam Centraal als effectieve opties naar voren. Voor een vervolgstap in het MIRT is nu nog geen zicht op de benodigde 75% financiering. 2 Het BO MIRT geeft vorm aan de samenwerking tussen het rijk, decentrale overheden (provincies,
gemeenten, vervoerregio’s, waterschappen), maatschappelijke organisaties en het bedrijfsleven. Waar opgaven elkaar raken, worden deze gezamenlijk opgepakt. De gemeente Haarlemmermeer is vertegenwoordigd met twee wethouders.
Pagina 11
Het Nationaal Groeifonds heeft op 9 april 2021 aan de minister geadviseerd om € 1,5 miljard te reserveren voor het doortrekken van de Noord/Zuidlijn naar Schiphol en Hoofddorp. Dit is ongeveer 50% van de te financieren geschatte kosten. Vorig jaar stelde Haarlemmermeer samen met zes andere partijen (Amsterdam, provincie Noord-Holland, Vervoerregio, NS, Schiphol en KLM) al ruim € 1 miljard beschikbaar voor het gecombineerde metropakket Noord-Zuidlijn en het sluiten van de kleine ring. De groeifondsbijdrage is voorlopig. De zeven partners en de Samen Bouwen aan Bereikbaarheid-samenwerking richten zich de komende maanden op het in kaart brengen van wat precies de logistieke en economische opbrengsten zijn van de uitbreiding om het gereserveerde geld uit het groeifonds daadwerkelijk te ontvangen. De raad zal inhoudelijk over dit onderwerp apart worden geïnformeerd met een eigen voortgangsbrief. Ook op de weg is er een opgave in deze corridor. Om deze opgave beter in beeld te brengen is een aanvullend onderzoek binnen het programma Samen Bouwen aan Bereikbaarheid gestart, waarin gekeken wordt naar het herontwerp van het wegennetwerk. Daarnaast lopen er sporen voor het Regionaal Toekomstbeeld Fiets, een spoor voor HUB’s (overstaplocaties voor diverse modaliteiten) en mobiliteitstransitie. Deze onderwerpen komen aan het eind samen in één multimodaal toekomstbeeld.
3.4
Regionaal Mobiliteitsprogramma
Achtergrond In het Klimaatakkoord is afgesproken dat alle regio’s een Regionaal Mobiliteitsprogramma (RMP) opstellen. De VNG heeft dit Klimaatakkoord namens alle gemeenten ondertekend. Met het RMP geeft de regio invulling aan hoe de CO2-uitstoot door mobiliteit te reduceren. Er wordt één RMP opgesteld voor de provincies Noord-Holland en Flevoland. Dat overheden zich moeten inspannen om de CO2-uitstoot te reduceren is al eerder vastgelegd in het door de VNG ondertekende Energieakkoord uit 2013 en in de landelijke Klimaatwet uit 2019. Daarin zijn harde doelstellingen opgenomen waar ook gemeenten aan zijn gebonden. Er wordt één RMP opgesteld voor de provincies Noord-Holland en Flevoland. Nieuws Dit eerste RMP kan gezien worden als basisdocument. Het schrijft geen beleid of maatregelen voor, maar legt de basis vast om de komende jaren mee verder te werken. Het RMP beschrijft de ambitie en urgentie om samen te werken aan de doelstelling uit het Klimaatakkoord. Daarnaast bevat het RMP een menukaart van maatregelen op basis waarvan afwegingen kunnen worden gemaakt over te nemen maatregelen en geeft de menukaart een compacte samenvatting van de ambities en doelstellingen die we voor ogen hebben.
Voorbeelden van maatregelen uit de menukaart zijn het stimuleren van de fiets, werkgevers te stimuleren werknemers meer thuis te laten werken, het verduurzamen van inkoop van eigen voertuigen (zoals auto’s, maar ook mobiele werktuigen), zeroemissie-zones en Zero Emissie Stadslogistiek.
Pagina 12
In het RMP en de menukaart Duurzame Mobiliteit wordt gewerkt met de volgende zes thema’s: • Werkgevers- en onderwijsaanpak • Fiets, OV en innovatieve mobiliteit • Parkeer-, ruimtelijk en overig beleid • Elektrisch vervoer en beprijzing • Verduurzaming logistiek • Duurzaam inkopen Het RMP is een gemeenschappelijk programma zonder juridische grondslag en geeft invulling aan de verplichting die gemeenten hebben vanuit het Klimaatakkoord. Als de gemeente beleid voortkomend uit het RMP gaat uitvoeren, doen we dat onder andere via de eigen beleidsregels en het Uitvoeringsprogramma Mobiliteit (UPM). Het uitgangspunt van het RMP is dat maatregelen moeten passen bij de gemeente en dat niet elke (type) maatregel overal past. Zo zijn er in stedelijke gebieden andere mogelijkheden om vervuilende vervoersbewegingen te vervangen dan in de meer afgelegen gebieden. Uiteindelijk besluit de gemeente de komende jaren welke maatregelen het neemt om te voldoen aan de afspraken die de VNG voor ons gemaakt heeft in het Klimaatakkoord. Het RMP en de menukaart zijn daarbij ondersteunend. Op 20 oktober 2020 heeft de Regioraad van de VRA kennis genomen van de 75%-versie. Hierbij zijn de genoemde ambities en doelstellingen beschreven. Het afgelopen half jaar is de menukaart ontwikkeld. De VRA organiseert op 22 juni 2021 een technisch informerende sessie over het RMP.
Deze is toegankelijk voor regioraadsleden én gemeenteraadsleden. Een uitnodiging hiervoor wordt via de griffie verstuurd. Op 6 juli wordt het RMP ter vaststelling aangeboden aan de Regioraad. Vervolg Het RMP is, net als bijvoorbeeld de Regionale Energie Strategie (RES), een document dat regelmatig wordt geactualiseerd. Na het vaststellen van het RMP 1.0 worden de huidige en lopende maatregelen op hun effect doorgerekend. Op basis hiervan komt de VRA in het najaar van 2021 met een voorstel voor een pakket aan nieuwe maatregelen voor 2022 en verder. Het is de bedoeling dat de regio procesmatige en financiële afspraken maakt met Rijk over nieuwe maatregelen die Rijk en regio raken voor de periode 2022 en verder. Dit wordt geagendeerd voor het BO MIRT in het najaar 2021. De uitkomsten van het BO MIRT worden verwerkt in een RMP 2.0 (begin 2022).
3.5
Netwerkstudie
Achtergrond Met provincie Noord-Holland en Vervoerregio Amsterdam studeren we op het benodigde mobiliteitsnetwerk in Haarlemmermeer tot circa 2040. Naast de autonome knelpunten en ontwikkelingen betrekken we in deze studie de gebiedsontwikkelingen die we tot die tijd voorzien, zoals voor woningbouw en bedrijvigheid. De Netwerkstudie heeft hiervoor zo actueel mogelijke gegevens gebruikt om de groeiende mobiliteitsbehoefte te
Pagina 13
onderzoeken. Vanzelfsprekend wordt in de Netwerkstudie niet besloten over woningaantallen of hectaren bedrijventerrein. Daarvoor werkt de gemeente op dit moment aan stukken die inhoudelijk gaan over de woningbouwontwikkelingen, zoals de Verdichtingsvisie, de Uitvoeringsstrategie Versnelling Woningbouw en het Verdichtingsplan voor het Stationsgebied Hoofddorp. Wij verwachten deze stukken na ze zomer aan de raad te kunnen voorleggen. De gegevens uit deze studies zijn uiteraard wel input geweest voor de Netwerkstudie om de mobiliteitseffecten te bepalen en met oplossingen daarvoor te kunnen komen. In de Netwerkstudie wordt de volle breedte van het mobiliteitsspectrum betrokken, onder meer: fiets, (Hoogwaardig) Openbaar Vervoer, auto, Park & Ride. Het doel van de studie is om een door provincie, Vervoerregio en onze gemeente gedragen beeld te krijgen van benodigde mobiliteitsmaatregelen. De opgaven zijn te complex om als gemeente alleen te realiseren, maar met elkaar krijgen we dat wel voor elkaar. Het gefaseerd uitwerken en realiseren van maatregelen volgt daarna, in de komende tien tot twintig jaar. Het resultaat van de netwerkstudie zal daarom niet een kant en klaar pakket van maatregelen zijn, maar een in de loop van de tijd aanpasbaar (adaptief) pakket. Nieuws Op 20 mei is de raad in een informatieve sessie op de hoogte gebracht van de ontwikkelingen van de Netwerkstudie.
De afgelopen periode zijn er gesprekken gevoerd met stakeholders en is de adaptieve samenwerkingsagenda gevuld. In het voorjaar van 2021 zijn verschillende gesprekken met stakeholders georganiseerd. Er is gesproken met omliggende gemeenten, de provincie Zuid-Holland en de regio Holland Rijnland. Daarnaast is gesproken met belangenverenigingen en vervoerders, zoals de fietsersbond, TLN, VNO-NCW, Connexxion, NS en ProRail. En er is gesproken met vertegenwoordigers van dorps- en wijkraden. De gesprekken levereden aangescherpte inzichten op zowel de bestaande problemen, als ook wat in de Netwerkstudie nog ontbrak. Waar mogelijk is dit direct in de probleemanalyse en oplossingsrichtingen verwerkt, denk daarbij aan de locaties van gewenste verbindingen, veiligheidsknelpunten en aansluitingen. Een aantal waardevolle bijdragen zijn niet verwerkt in de Netwerkstudie. Deze worden meegenomen in de (wensenlijst van) gebiedsprogramma’s. Dit gaat over opmerkingen die betrekking hebben op een onderwerp of schaalniveau dat niet binnen de scope van de Netwerkstudie valt. Vervolg Naar verwachting kan de Netwerkstudie in juni worden vastgesteld. De Netwerkstudie wordt vastgesteld door Gedeputeerde Staten van de Provincie Noord-Holland, in het Dagelijks Bestuur van de Vervoerregio en in het college van burgemeester en wethouders van onze gemeente.
Nadat het college de Netwerkstudie heeft vastgesteld zal de raad daarover geïnformeerd worden.
Pagina 14
3.6
Verkeersstructuurplan Hoofddorp en Nieuw-Vennep
Achtergrond Wij gaan starten met het opstellen van twee verkeersstructuurplannen (VSP) voor Hoofddorp en Nieuw-Vennep, als een eerste uitwerking van de Netwerkstudie. De Netwerkstudie vormt het kader voor de VSP's. Uitgangspunt hierbij is dat vanuit beide kernen het verkeer zo snel mogelijk naar het hoofdwegennet rijdt (onder andere de N201, N205, N207, Nieuwe Bennebroekerweg) en doorgaand verkeer niet door de kernen rijdt. Nieuws De studie voor de twee VSP’s moet resulteren in een adaptief maatregelpakket dat in de tijd gekoppeld is aan de ruimtelijke ontwikkelingen (woningbouw en bedrijvigheid) in en rondom de beide kernen. Door te kiezen voor een adaptief maatregelpakket is het mogelijk om tussentijds in te spelen op maatschappelijke veranderingen of onverwachte ontwikkelingen. De omgeving en overige stakeholders worden betrokken bij het opstellen van de VSP's. We verwachten begin 2022 twee voorlopige (voorkeur) VSP's gereed te hebben voor inspraak.
3.7
Bereikbaarheid Bollenstreek – Haarlemmermeer
Achtergrond Op 5 november 2020 heeft de raad met het raadsinitiatief 'regierol Bereikbaarheid Haarlemmermeer- Bollenstreek' het college gevraagd om samen met de buurgemeenten in de grensstreek een regietafel op te zetten. Het doel hiervan is om samen met de buurgemeenten op zoek te gaan naar een geschikte samenwerkingsvorm en van daaruit mogelijke oplossingen te vinden. Nieuws Op 12 maart 2021 was er een bestuurlijk overleg met de vier gemeenten uit ZuidKennemerland: Zandvoort, Haarlem, Bloemendaal en Heemstede. Alle gemeenten onderschrijven het belang om met elkaar voor de grensstreek Haarlemmermeer-ZuidKennemerland aan de slag te gaan. De gemeenten in Zuid-Kennemerland gaven aan dat zij graag willen beginnen met het verkennen van korte termijn verkeersmaatregelen op de Bennebroekerbrug en de N201-west. Dit is opgepakt door de gemeenten Bloemendaal, Heemstede en Haarlemmermeer. Zuid-Kennemerland geeft aan dat zij beperkte ambtelijke capaciteit en middelen hebben. Op 29 april 2021 vond de eerste Regietafel Bollenstreek plaats. Hierbij waren de wethouders van Teylingen, Lisse, Hillegom, Noordwijk en Haarlemmermeer aanwezig. Ook hier onderschrijven alle gemeenten het belang om met elkaar aan de slag te gaan om de bereikbaarheid en leefbaarheid in de grensregio te verbeteren en hiertoe bestuurlijk periodiek overleg te hebben.
De gemeenten hebben elkaar geïnformeerd over lopende studies, zoals de Netwerkstudie Haarlemmermeer, de Regionale Strategie Mobiliteit in
Pagina 15
Holland Rijnland en de studie die Hillegom en Lisse op dit moment doen samen met de Provincie Zuid-Holland. Er is afgesproken om circa twee keer per jaar een Regietafel te organiseren en om los daarvan ‘Gelegenheidscoalities’ te organiseren, eerst ambtelijk en bij goed resultaat ook bestuurlijk. In het voorjaar heeft wethouder Verkeer en Vervoer verschillende één op één ‘Walk&talks’ gehad met de wethouders uit Noordwijk, Teylingen, Lisse en Hillegom. Hier is gesproken over de lokale problematiek. 7 juli staat de volgende Regietafel gepland. Hier zullen de gemeenten elkaar informeren over de uitkomsten van de verschillende studies. Update per brug Er ligt inmiddels een concept-notitie over de kansen van korte termijn maatregelen rondom de Bennebroekerbrug. Hierover vindt nog overleg plaats met Heemstede, Bloemendaal en Hillegom. De raad wordt in een volgende voortgangsrapportage verder geïnformeerd over de uitkomsten van dit onderzoek. Inmiddels zijn ambtelijk de eerste stappen gezet om te kijken naar de grensstreek LisseLisserbroek en omgeving (Lisserbrug) en naar Hillegom-Beinsdorp en omgeving (Hillegommerbrug). De raad is voornemens om in het najaar een bijeenkomst met raadsleden van de buurgemeenten te organiseren. De ambtelijke opbrengst voor de drie bruggen kan hiervoor als input dienen.
Nudging Volgens Veilig Verkeer Nederland is gedrag van weggebruikers in 95% van de ongevallen een bepalende factor. Gedrag en inrichting van de weg bepalen grotendeels de snelheid van weggebruikers. Deze zijn zich niet altijd bewust van hun gedrag en vertonen daarom onbewust in een risicovolgedrag. In de kernen Lisserbroek, Beinsdorp en Zwaanshoek rijdt een deel van het (vracht)verkeer sneller dan de toegestane 30 of 50 km/uur. In combinatie met fietsverkeer, spelende en overstekende kinderen levert dit risicovolle verkeerssituaties op en een gevoel van onveiligheid bij inwoners. Zij passen hun gedrag hierop aan. Daarmee voorkomen ze ongevallen, maar inwoners willen vrij bewegen in de omgeving van hun woning en verwachten dat automobilisten zich aan de snelheid houden. Voor een belangrijk deel dwingt de inrichting van de weg de snelheid af, voor een deel is de bestuurder verantwoordelijk. Dit vraagt iets van zijn of haar gedrag en het hiervan bewust zijn. Nudging is het onbewust beïnvloeden van het gewenste gedrag, zonder de keuzevrijheid te beperken. Voorbeelden van nudging zijn smileys, 30 km stickers op containers, bomen en hagen langs de weg (tunneleffect), de rijbaan versmallen door brede fietsstroken of een dubbele midden as (voorbeeld De Liede) of andere markering op de weg die het gevoel van snelheid vergroot.
Het (weinige) onderzoek laat zien dat het te verwachten effect op de snelheid in geval van een smiley tijdelijk is en/of beperkt in geval van bijvoorbeeld bomen, groen of bredere fietsstroken. Toch is het goed om nudging in te zetten en daarmee de verkeersveiligheid te vergroten. In de drie kernen is het niet eenvoudig om met de inrichting de gewenste snelheid af te dwingen. In Lisserbroek (verkeersdrempels), Beinsdorp en Zwaanshoek (herinrichting Venneperweg en Bennebroekerweg) is de situatie afgelopen decennium verbeterd, maar onvoldoende. De
Pagina 16
ideale inrichting bestaat nooit, maar verschillende factoren maken het hier lastiger. Op de Ringdijk maken niet onderheide huizen en constructie eisen aan de ringdijk verkeersdrempels niet mogelijk. Op de Bennebroekerweg door Zwaanshoek zijn de drempels weggehaald op verzoek van de bewoners omdat vrachtverkeer veel lawaai en trillingen veroorzaakt. Met beplanting en inrichtingselementen is hier wel al deels nudging toegepast. In Beinsdorp is de Venneperweg tien jaar geleden heringericht en proberen we in samenspraak met de verkeerscommissie elementen van nudging toe te voegen. Ook zijn ze zelf actief om acties op te zetten die bestuurders bewegen langzamer te rijden.
3.8
Verkenning Kruiswegcorridor
Achtergrond Met provincie Noord-Holland, Vervoerregio Amsterdam en Schiphol is de afgelopen jaren een verkenning gedaan naar de noodzakelijke maatregelen om de mobiliteitsknelpunten op te kunnen lossen in het hoog dynamische gebied van de Kruiswegcorridor. Dit gebied wordt begrensd door met de klok mee; de Ringvaart, de Geniedijk, de komgrens van Hoofddorp en Schiphol. Het doel van de verkenning Kruiswegcorridor is om de huidige en toekomstige mobiliteitsknelpunten in het gebied te definiëren en vervolgens te komen tot integrale en geprioriteerde maatregelen richting 2040. Deze maatregelen dienen in samenhang bij te dragen aan het meer logisch ordenen en optimaliseren van de verkeersstromen in het gebied. Het resultaat van de studie wordt samengevat in een maatregelenagenda, de Gebiedsvisie Kruiswegcorridor 2040. Nieuws De afgelopen maanden is hard gewerkt aan het afronden van het eindrapport van de verkenning. In eerste instantie werd de studie ondersteund door een extern ingenieursbureau. Tussentijds is echter besloten om de samenwerking stop te zetten, omdat de kwaliteit en samenwerking onvoldoende was. De partijen hebben in gezamenlijkheid besloten om zelf de rapportage verder uit te werken. De beoogde kwaliteitsslag is hiermee behaald, echter heeft de uitwerking daarmee vertraging opgelopen. Ook de Coronacrisis heeft helaas meegespeeld in de opgelopen vertraging.
Wij verwachten dat het eindrapport in het derde kwartaal van 2021 naar de raad gestuurd wordt.
4 Weg 4.1
Opwaarderen Nieuwe Bennebroekerweg
Achtergrond Op 25 mei 2020 hebben Provinciale Staten van Noord-Holland besloten om niet langer in te zetten op de hele scope van het project Duinpolderweg, maar alleen op de opwaardering van de (Nieuwe) Bennebroekerweg tussen de A4 en de N205.
Pagina 17
De Duinpolderweg was, naast het project HOV Noordwijk – Schiphol, het resultaat van de Bereikbaarheidsstudie Grensstreek die Noord-Holland en Zuid-Holland in 2008 hebben uitgevoerd. Nieuws Op 12 maart 2021 hebben de Provincie Noord-Holland, Vervoerregio Amsterdam en de gemeente Haarlemmermeer een samenwerkingsovereenkomst (SOK) getekend. Hierbij is een plan van aanpak opgeleverd voor de gecombineerde verkenning en planstudie voor de opwaardering Nieuwe Bennebroekerweg. Deze SOK is met de raad gedeeld en de studie is inmiddels gestart. Hiervoor is een omgevingsmanager aangesteld die een participatie- en communicatieplan heeft opgesteld, dat is ook gedeeld. Ook is een extern ingenieursbureau ingehuurd die verantwoordelijk is voor het opleveren van de onderzoeken en (schets)ontwerpen. De oplossingsrichtingen zullen wij met de raad delen tijdens de raadssessie in september. Wij verwachten eind dit jaar een voorkeursalternatief te hebben en begin 2022 hier een bestuurlijk besluit over te nemen. Dit voorkeursalternatief werken de drie partijen in de hierop volgende planuitwerkingsfase uit tot een definitief ontwerp. Omdat er een ruimtelijk juridisch product gemaakt moet worden (projectbesluit) is een milieueffectrapportage (MER) onderdeel van het proces om te komen tot de opwaardering van de (Nieuwe) Bennebroekerweg.
Dit proces start met de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) welke door ons en de provincie Noord-Holland is vrijgegeven voor inspraak. De NRD heeft de raad onlangs ter informatie ontvangen (2021.0000928). De partij die in de volgende projectfase de rol van het bevoegd gezag invult, moet volgens de wet nu ook de definitieve NRD na inspraak vaststellen. Daarom is in overleg met de provincie Noord-Holland bepaald dat wij als gemeente deze rol op ons nemen. Dit houdt onder andere in dat wij als gemeente het projectbesluit in het kader van de omgevingswet vaststellen. Dit is logisch omdat wij eigenaar en beheerder van de weg zijn en blijven.
4.2
MIRT-Rotterpolderplein
Achtergrond Uit het MIRT Onderzoek Noordwestkant Amsterdam (NowA) kwam de ontvlechting van het Rottepolderplein naar voren als een logische maatregel in de verbetering van de autobereikbaarheid op de A9. Door het scheiden van de verschillende verkeerstromen (ontvlechten) in beide richtingen kan de doorstroming op het knooppunt naar verwachting verbeterd worden. In het bestuurlijk overleg MIRT van maart 2018 heeft dit geleid tot een besluit voor een aparte MIRT-verkenning naar de ontvlechting van het Rottepolderplein (A9). Het Rottepolderplein vormt een belangrijk onderdeel van de ‘draaischijf’ rond Amsterdam. Voor het functioneren van deze draaischijf is het noodzakelijk dat dit knooppunt een optimale doorstroming kent. In de MIRT-verkenning wordt nadrukkelijk rekening gehouden met eventuele aanknopingspunten van de grotere MIRTprogrammalijn Netwerk, ringen en de stad (NRS) van het MIRT-programma SBaB (zie paragraaf 3.3).
Pagina 18
Achtergrond De afgelopen twee jaar is door het projectteam onder leiding van het Ministerie van Infrastructuur & Waterstaat (I&W) en Rijkswaterstaat gewerkt aan het verkennen van de knelpunten en mogelijke oplossingen. Dit is gedaan voor het gehele Rottepolderplein, zowel Rottepolderplein-noord (het verkeersplein op de kruising van de A200 en A9) en Rottepolderplein-zuid (de aansluiting van de N205/A205 op de A9). Hieruit kwamen eerder dit jaar vier mogelijke oplossingsrichtingen. Deze vier zijn getoetst aan het landelijke verkeersmodel NRM (Nederlands Regionaal Model) en het regionaal verkeersmodel van de Metropoolregio Amsterdam. Hieruit bleek dat de voertuigverliesuren (meeteenheid om de kosten van files financieel-economisch te kwantificeren) in drie van de vier oplossingsrichtingen niet substantieel verbeterd ten opzichte van de autonome situatie (niets doen). De positieve effecten voor de doorstroming zijn dus minimaal. Daarom is vervolgens gekeken met een dynamisch verkeersmodel naar wat de effecten zijn op het detailniveau van wegvakken en kruisingen. Hieruit bleek dat geen van de vier oplossingsrichtingen voldoen aan de opgaven; verbeteren van de doorstroming en het oplossen van de verkeersveiligheidsknelpunten.
Ofwel verbetert de doorstroming van de A9, maar gaat dit ten koste van de doorstroming op de A200 en/of A205/N205, ofwel ontstaan er nieuwe verkeersveiligheidsrisico's op de hoofdrijbaan. Geconcludeerd is dat binnen de scope en taakstellend budget van € 30 miljoen er geen substantiële oplossingen mogelijk zijn die zowel de doorstroming verbeteren als de verkeersveiligheidsknelpunten oplossen. Vanuit de MIRT-verkenning zal daarom de minister geadviseerd worden om de scope terug te brengen naar de oorspronkelijke vraag; het oplossen van het verkeersveiligheidsknelpunt op het verkeersplein en de doorstroming aan de oostzijde van het Rottepolderplein. Daarbij wordt ook geadviseerd om de overige punten, zoals doorstroming en mogelijke ontvlechting aan de westzijde, op te nemen in het MIRT-programma Samen Bouwen aan Bereikbaarheid.
4.3
Vervanging en renovatie kunstwerken A44
Achtergrond Rijkswaterstaat is een project gestart om de kunstwerken op de A44 te vervangen of renoveren. Het gaat om het traject tussen Oegstgeest en de A4 bij knooppunt Burgerveen. In totaal gaat het om zeventien kunstwerken, waarvan er vier in Haarlemmermeer liggen. Het project ligt in twee regio's (West-Nederland Noord en West-Nederland Zuid) en wordt daardoor door Rijkswaterstaat behandeld als een regio-overstijgend project. Rijkswaterstaat is voornemens om eind 2021 een intern tussenbesluit te nemen. In 2022 wil zij een uitvraag voor de uitvoering van het project gereed hebben voor de markt. Nieuws De kunstwerken dateren vrijwel allemaal uit de jaren ‘30. Rijkswaterstaat heeft de levensduur ervan geïnventariseerd. Een aantal kunstwerken zal het einde van de technische levensduur aan het eind van 2024 bereiken. Dat geldt in ieder geval voor de Kaagbruggen, het viaduct ter hoogte van de Lisserweg en de bruggen bij de Hoofdvaart. Van de overige kunstwerken wordt nog onderzocht wat het einde van de levensduur is, maar dit zal in ieder geval na 2024 zijn.
Pagina 19
Haarlemmermeer is betrokken als stakeholder. Hierbij zoeken we nadrukkelijk de samenwerking met de partners in Zuid-Holland, zoals de gemeenten Lisse, Teylingen en de provincie Zuid-Holland. Dit project van Rijkswaterstaat heeft geen financiële gevolgen voor onze gemeente. Aandachtspunt is dat Rijkswaterstaat zich beperkt tot het sober en doelmatig vervangen of renoveren van de kunstwerken. Extra aansluitingen, langere opritten en dergelijken vallen buiten de scope van dit project. Wel zijn we met Rijkswaterstaat in gesprek om ontwikkelingen in de zuidwestkant van onze gemeente met dit vervangings- en renovatieproject niet onmogelijk te maken. Zoals de rol die de A44 heeft, of kan spelen, in de regionale bereikbaarheid tussen de Noordelijke Duin- en Bollenstreek en de MRA, maar ook het aansluiten van Lisserbroek op de A44.
Figuur 1: Overzicht van viaducten A44 (rood = einde levensduur 2024).
4.4
Westelijke ontsluiting Sugar City
Achtergrond De Westelijke ontsluiting is de toegang vanaf de A200 naar het westelijke deel van het terrein van Amsterdam The Style Outlets, inclusief de infrastructurele aanpassingen rond het Zwetviaduct. Nieuws De werkzaamheden zijn voor het grootste deel opgeleverd rond 25 november 2020, voor de opening van dit winkelcentrum. De belangrijkste restpunten zijn de plaatsing van dynamische- en vaste bebording voor (parkeer)route-informatie. De plaatsing zal
Pagina 20
afhankelijk van gesprekken met Rijkswaterstaat en de Nationale BebordingsDienst in het derde kwartaal van 2021 plaatsvinden.
4.5
Polderwegen Haarlemmerliede
Achtergrond Een aantal polderwegen in het buitengebied tussen Haarlemmerliede, Spaarndam en Halfweg is toe aan onderhoud. Het betreft de Houtrakkerweg, Noorderweg, Inlaagpolder/Hornweg, Spaarndammerdijk, Oude Notweg en de Groeneweg. Het onderhoud of herstel van de genoemde wegen kan alleen worden uitgevoerd als dit onderling op elkaar is afgestemd. Dit heeft te maken met: • • • • •
de bereikbaarheid voor bewoners en ondernemers van woningen, panden en kavels in het betrokken gebied; het verkeer tussen de kernen Spaarndam, Halfweg, Haarlemmerliede, Spaarnwoude en Penningsveer; in te stellen omleidingsroutes; evenementen in het recreatiegebied Spaarnwoude; de inzetbaarheid van de nood- en hulpdiensten.
De voormalige gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude heeft met TenneT afspraken gemaakt voor het kunnen berijden van twee transportroutes om de werkzaamheden te kunnen bereiken voor het ontmantelen van 150 kV-masten en de aanleg van 380 kVmasten. De werkzaamheden aan de Houtrakkerweg, ten noordwesten van Halfweg, de Noorderweg en de Inlaagpolder/Hornweg zijn gerealiseerd. Nieuws De Oude Notweg, tussen de Liedeweg (Haarlemmerliede) en de A9 ter hoogte van het Rottepolderplein, is een transportroute van TenneT. De verhardingen en de fundering zijn als gevolg van de transporten dusdanig beschadigd, dat dit wegvak snel onderhoud behoeft. Er is besloten af te zien van het verhalen van de schade op TenneT, omdat dit weinig kansrijk wordt geacht. Het herstel is in voorbereiding. Tevens wordt, in samenwerking met het Recreatieschap Noord-Holland en de Vervoerregio Amsterdam, gekeken naar de mogelijkheden voor een fietsstraat buiten de bebouwde kom op het traject Liedeweg - station Halfweg/Zwanenburg.