5. RV (2022.0000685) Vaststelling bestemmingsplan Rijsenhout Rijshornstraat.pdf
Tekst van het document
gemeente Haarlemmermeer
raadsvoorstel
onderwerp Vaststelling bestemmingsplan 'Rijsenhout Rijshornstraat' Portefeuillehouder Steller Collegevergadering Raadsvergadering Raadsvoorstelnummer
mr. Mariëtte Sedee-Schuitemaker Judith Filippo 5 apri 1 2022 2022.0000685 1. Voorstel Collegebesluit(en) Het college besluit de raad voor te stellen om: 1. geen exploitatieplan vast te stellen voor het bestemmingsplan 'Rijsenhout Rijshornstraat' omdat het kostenverhaal anderszins verzekerd is; 2. het bestemmingsplan 'Rijsenhout Rijshornstraat' met planidentificatie NL.IMRO.0394.BPGrysrijshornstrt-CO0l, bestaande uit een verbeelding en bijbehorende regels, conform de artikelen 1.2.1 tot en met 1.2.5 Besluit ruimtelijke ordening in elektronische vorm vast te leggen en in die vorm vast te stellen, overeenkomstig de bij dit besluit gevoegde bescheiden en op grond van de overwegingen genoemd in het voorstel van burgemeester en wethouders; 3. het college van burgemeester en wethouders te machtigen het verder nodige te verrichten . 2. Samenvatting Het bestemmingsplan 'Rijsenhout Rijshornstraat' maakt de bouw van drie woningen mogelijk ter plaatse van de tuinbouwgrond tussen de Rijshornstraat 94 en 98 in Rijsenhout. 3. Uitwerking 3.1 Wat willen we bereiken? Het bestemmingsplan 'Rijsenhout Rijshornstraat' maakt de bouw van drie grondgebonden woningen mogelijk. In het geldende bestemmingsplan "Rijsenhout en omgeving", zijn de gronden bestemd als "Agrarisch -Tuinbouw" en deels "Wonen". Het realiseren van woningen is niet mogelijk binnen het huidige bestemmingsplan.
Om de transformatie naar woningbouw juridisch-planologisch mogelijk te maken is voorliggend bestemmingsplan opgesteld. Ligging plangebied Het plangebied is gelegen tussen bestaande (kwekers)woningen aan de Rijshornstraat 94 en 98 in Rijsenhout die in het vigerende bestemmingsplan de bestemming 'wonen' hebben en waar ook de agrarische bestemming niet meer wordt gebruikt voor glastuinbouw. Het plangebied ligt aan de parallelweg van de Rijshornstraat in Rijsenhout. Aan de Rijshornstraat bevindt zich een
Vaststelling bestemmingsplan 'Rijsenhout Rijshornstraat'
pagina 2
lint met diverse burgerwoningen, vaak voormalige bedrijfswoningen en kwekerswoningen . De burgerwoningen bestaan uit grote villa 's en/of rijwoningen . Aan de overzijde van de Rijshornstraat bevindt zich de woonbuurt Rijsenhout Zuid, die in de jaren zeventig rondom de dorpskern is gerealiseerd . Meer in westelijke richting bevinden zich nog enkele actieve kwekers met grote glastuinbouwbedrijven en vrijstaande kwekerswoningen.
Ligging plangebied
Planinhoud
Aan de Rijshornstraat, tussen de bestaande woningen met huisnummers 94 en 98, worden drie vrijstaande woningen beoogd op drie kavels van elk maximaal 1.500 m 2 • De maximale goothoogte van de woningen bedraagt 4 meter en de nokhoogte 9 meter. Er geldt een maximaal bouwvlak om het open en landelijke karakter van het lint aan de Rijshornstraat te waarborgen . De woningen worden gesitueerd op ruime, natuurlijke kavels en zijn nadrukkelijk georiënteerd op het lint van de Rijshornstraat, aansluitend bij de bebouwingstypologie van het lint. De drie woningen versterken de huidige lintbebouwing langs de Rijshornstraat. De drie woningen worden ontsloten op de parallelle Rijshornstraat en voorzien allen in minimaal drie parkeerplaatsen op eigen terrein.
Vaststelling bestemmingsplan 'Rijsenhout Rijshornstraat'
pagina 3
l
1 1
1
1 1
1
l 1
1 1 1 1 1
Situatietekening waningbouwontwikkeling Rijshornstraat
Ruimtelijke onderbouwing
Wij zijn van mening dat er sprake is van verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Het beëindigen van de glastuinbouw ter plaatse is meer dan wenselijk. Het plangebied heeft geen glastuinbouwfunctie meer en is aangemerkt als kansarm glastuinbouwgebied volgens de Ruimtelijke Economische Visie Rijsenhout. Andere functies zijn niet passend in de stedenbouwkundige structuur. Bovendien is de vraag naar landelijk wonen vele malen groter dan het aanbod op dit moment. Versterking van de bestaande woonlinten zijn hiervoor de meest wenselijke plek. Om voor deze grote groep woningzoekenden in Rijsenhout en omgeving een mogelijkheid op huisvesting te bieden zijn dit soort ontwikkelingen cruciaal. Door het mogelijk maken van woningbouw wordt een belangrijke stap gezet in het transformeren van een (volgens het gemeentelijke beleid) afgeschreven kassengebied naar woningbouw. Hiermee wordt een transformatie gefaciliteerd die verrommeling tegengaat. Het behalen van deze doelstelling kan niet zonder lokale overheden en initiatiefnemers. Enige flexibiliteit in de regelgeving is daarvoor noodzakelijk. Daarnaast moet het voor eigenaren van deze percelen wel mogelijk zijn te transformeren . Transformatie is alleen mogelijk als daar financieel draagvlak voor gecreëerd kan worden . Dit financiële draagvlak kan alleen ontstaan als de huidige/voormalige metrages aan glastuinbouw
Vaststelling bestemmingsplan 'Rijsenhout Rijshornstraat'
pagina 4
ergens voor ingewisseld kunnen worden, bij voorkeur woningbouw. Andere functies zijn niet passend en financieel niet haalbaar.
3.2 Wat gaan we daarvoor doen? Wettelijk vooroverleg Om de voorgenomen woningbouw mogelijk te maken, is het nodig een nieuw planologischjuridisch kader te bieden. Dat doen wij met het bestemmingsplan 'Rijsenhout Rijshornstraat' . Het voorontwerpbestemmingsplan is in het wettelijk vooroverleg gebracht met de overlegpartners. Er is uit dit overleg de opmerking vanuit de provincie gekomen, dat het plan strikt genomen in strijd is met artikel 6.9 van de Omgevingsverordening Noord-Holland. De regels laten woningbouw toe, als aan de voorwaarde wordt voldaan, dat ter plaatse van het agrarisch bouwperceel op grond van het vigerende bestemmingsplan ten minste één bedrijfswoning planologisch is toegestaan . Er is nu geen bedrijfswoning toegestaan. Gelet op de forse verbetering van de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse heeft het college 7 december 2021 (2021.0000356) ingestemd met het verder in procedure brengen van het ontwerpbestemmingsplan.
Terinzagelegging Dit ontwerpbestemmingsplan met de daarop betrekking hebbende stukken hebben vanaf 21 december 2021 tot en met 31 januari 2022 gedurende zes weken ter inzage gelegen . In deze periode zijn geen zienswijzen ingediend .
Standpunt provincie Na de terinzagetermijn, op 14 februari 2022, is een brief van de provincie binnengekomen met een zienswijze op het onderhavige plan . De provincie verwijst hierbij naar de inhoudelijke reactie uit het wettelijk vooroverleg. Daarnaast stelt de provincie dat niet wordt voldaan aan de voorwaarde om bestaande bedrijfsbebouwing te slopen, aangezien de kas al in 2016 is verwijderd . De provincie geeft aan, dat indien het vastgestelde bestemmingsplan niet in overeenstemming is met de provinciale verordening zij een reactieve aanwijzing of beroep overweegt. De zienswijze is buiten de termijn verstuurd en hierdoor niet ontvankelijk. Voor een reactieve aanwijzing dient te worden voldaan aan de formele en materiele eisen . Dat wil zeggen dat onder andere binnen de termijn van de terinzagelegging een zienswijze ingediend moet zijn. De mogelijkheid voor het indienen van beroep bestaat nog wel. Op voorhand is niet te zeggen of de provincie daadwerkelijk een zwaarwegend belang geschaad ziet om in beroep te gaan.
Vaststelling bestemmingsplan Na vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad wordt het vastgestelde plan gedurende zes weken ter inzage gelegd. Na die inzagetermijn is het plan van kracht, tenzij beroep wordt ingesteld en voorlopige voorziening wordt gevraagd bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling). Als tegen het plan wel beroep wordt ingesteld maar niet binnen de beroepstermijn een verzoek om voorlopige voorziening bij de Afdeling is gedaan, dan treedt het plan in werking direct na de beroepstermijn.
3.3 Wat mag het kosten? Artikel 6.12 lid 1 Wet ruimtelijke ordening (Wro) bepaalt dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt voor gronden waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen . In vervolg op artikel 6.12 lid 1 Wro wordt in artikel 6.12 lid 2 Wro bepaald dat de gemeenteraad geen exploitatieplan vaststelt als het kostenverhaal anderszins is verzekerd . Voor het bestemmingsplan geldt dat het kostenverhaal anderszins
Va ststelling bestemmingsplan 'Rijsenhout Rij shornstraat'
pagina 5
verzekerd is. Dit is geregeld in een anterieure overeenkomst welke op 9 februari 2021 (2021.0000235) is vastgesteld. Wat zijn de financiële risico's Onze gemeente loopt geen vermeldenswaardige financiële risico's bij de uitvoering van dit voorstel. 3.4 Wie is daarvoor verantwoordelijk? Op grond van de Wet ruimtelijke ordening stelt de gemeenteraad het bestemmingsplan vast. De portefeuillehouder Ruimtelijke Ordening is eerste aanspreekpunt binnen het college voor het opstellen van het bestemmingsplan. Door het college te machtigen het verder noodzakelijke te verrichten, zijn wij bevoegd op te treden in een eventuele beroepsprocedure bij de Raad van State. 3.5 Wanneer en hoe zal de raad/het college over de voortgang worden geïnformeerd? Met de vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad is de procedure afgerond. Als tegen het plan beroep wordt ingesteld, zal de gemeenteraad op de hoogte worden gesteld van de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State hierover. 3.6 Wat betekent dit voor de Metropoolregio Amsterdam (MRA)? Het plan draagt drie woningen bij aan invulling van de regionale woningbouwopgave. 4. Ondertekening
ers van de gemeente H
• • • •
Toelichting Regels Verbeelding Bijlagen bij de toelichting
Rijsenhout Rijshornstraat Bestemmingsplan – Februari 2022 Toelichting & Regels Plannaam
1
Inhoud 1
2
3
4
5
Inleiding .............................................................................................................................. 5 1.1
Aanleiding ............................................................................................................................... 5
1.2
Ligging en begrenzing plangebied .......................................................................................... 5
1.3
Doel en planvorm ................................................................................................................... 6
1.4
Geldende plannen en regelingen ........................................................................................... 7
1.5
Leeswijzer ............................................................................................................................... 7
Beschrijving huidige situatie ................................................................................................ 8 2.1
Ruimtelijke structuur .............................................................................................................. 8
2.2
Functionele structuur ........................................................................................................... 11
Beleid en regelgeving ........................................................................................................ 12 3.1
Europa en Rijk ....................................................................................................................... 12
3.2
Provinciaal en regionaal beleid............................................................................................. 15
3.3
Gemeentelijk beleid .............................................................................................................. 22
Nieuwe situatie ................................................................................................................. 31 4.1
Visie op het plangebied ........................................................................................................ 31
4.2
Ruimtelijke structuur ............................................................................................................ 31
4.3
Functionele structuur ........................................................................................................... 32
Onderzoeken en beperkingen ............................................................................................ 33 5.1
Water .................................................................................................................................... 33
5.2
Bodem ................................................................................................................................... 39
5.3
Flora en fauna ....................................................................................................................... 41
5.4
Cultuurhistorie en Archeologie............................................................................................. 44
5.5
Geluid .................................................................................................................................... 46
5.6
Luchtkwaliteit ....................................................................................................................... 49
5.7
Externe veiligheid ................................................................................................................. 51
5.8
Geur ...................................................................................................................................... 53
5.9
Licht....................................................................................................................................... 54
5.10
Milieuzoneringen............................................................................................................... 54
5.11
Kabels, leidingen en telecommunicatie installaties .......................................................... 56
5.12
Verkeer en parkeren.......................................................................................................... 57
5.13
Luchtvaartverkeer ............................................................................................................. 58
5.14
Explosieven ........................................................................................................................ 61
5.15
Milieueffectrapport ........................................................................................................... 62 Rijsenhout Rijshornstraat 2
6
7
Uitvoerbaarheid ................................................................................................................ 63 6.1
Economische uitvoerbaarheid .............................................................................................. 63
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid ....................................................................................... 63
Juridische aspecten ........................................................................................................... 65 7.1
Algemeen .............................................................................................................................. 65
7.2
Opzet regels en verbeelding ................................................................................................. 65
7.3
Inleidende regels .................................................................................................................. 66
7.4
Bestemmingsregels ............................................................................................................... 66
7.5
Algemene regels ................................................................................................................... 67
7.6
Overgangs- en slotregels ...................................................................................................... 67
7.7
Handhaafbaarheid ................................................................................................................ 68
Regels ...................................................................................................................................... 73 Inleidende regels ...................................................................................................................... 74 Artikel 1
Begrippen .................................................................................................................... 74
Artikel 2
Wijze van meten ......................................................................................................... 77
Bestemmingsregels .................................................................................................................. 79 Artikel 3
Tuin ............................................................................................................................. 79
Artikel 4
Verkeer ....................................................................................................................... 80
Artikel 5
Wonen ........................................................................................................................ 81
Algemene regels....................................................................................................................... 84 Artikel 6
Anti-dubbeltelregel ..................................................................................................... 84
Artikel 7
Algemene afwijkingsregels ......................................................................................... 85
Artikel 8
Algemene wijzigingsregels .......................................................................................... 86
Artikel 9
Luchtvaartverkeerzone - LIB ....................................................................................... 87
Artikel 10
Overige regels .......................................................................................................... 88
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels ....................................................................................... 89 Artikel 11
Overgangsrecht ....................................................................................................... 89
Artikel 12
Slotregel................................................................................................................... 90
Bijlage 1
Luchtvaartverkeerzone - LIB art. 2.2.1 Beperking bebouwing ................................. 93
Bijlage 2
Luchtvaartverkeerzone - LIB art. 2.2.2 Hoogtebeperkingen..................................... 94
Bijlage 3
Luchtvaartverkeerzone - LIB art. 2.2.3 Beperking aantrekking vogels ...................... 95
Rijsenhout Rijshornstraat 3
Toelichting
Rijsenhout Rijshornstraat 4
1 Inleiding 1.1 Aanleiding De aanleiding voor het opstellen van voorliggend bestemmingsplan is de wens om tuinbouwgronden gelegen in Rijsenhout te transformeren tot woonkavels. Het plan voorziet in de bouw van drie woningen ter plaatse van de tuinbouwgrond tussen de Rijshornstraat 94 en 98 in Rijsenhout met daarbij horende 2 bijzondere bijgebouwen. In het geldende bestemmingsplan "Rijsenhout en omgeving", vastgesteld op 26 augustus 2015, zijn de gronden bestemd als "Agrarisch - Tuinbouw" en deels ''Wonen''. Om de transformatie naar woningbouw juridisch-planologisch mogelijk te maken is voorliggend bestemmingsplan opgesteld.
1.2 Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied betreft de gronden tussen de Rijshornstraat 94 en 98 in Rijsenhout. De grond is kadastraal bekend als sectie AM, gemeente Haarlemmermeer, perceelnummers 1796 en 685 gedeeltelijk. Het plangebied wordt aan de noord- en westzijde begrensd door de woonbuurt Rijsenhout Zuid, gelegen tussen de Rijshornstraat en de Aalsmeerderweg. Aan de zuid- en oostzijde grenst het plangebied aan inactieve glastuinbouwbedrijven en enkele voormalige (kwekers)woningen.
Figuur 1.1 Plangebied
Rijsenhout Rijshornstraat 5
Figuur 1.2 Ligging plangebied in Rijsenhout
1.3 Doel en planvorm De doelstelling van het bestemmingsplan "Rijsenhout Rijshornstraat" is het bieden van een actueel juridisch-planologisch kader voor de realisatie van 3 woningen aan de Rijshornstraat in Rijsenhout waarbij ook twee (bijzondere) bijgebouwen zullen worden gerealiseerd. Daarnaast zal de bestemming van de weg en de hobbyloods geactualiseerd worden.
Rijsenhout Rijshornstraat 6
1.4 Geldende plannen en regelingen Ter plaatse van het plangebied vigeert het bestemmingsplan 'Rijsenhout en omgeving'. Vastgesteld op 16 april 2015 (herstelbesluit) en onherroepelijk geworden op 26 augustus 2015. Op het plangebied rusten de bestemmingen 'Wonen' en 'Agrarisch – Tuinbouw'. De gronden met de bestemming 'Wonen' zijn bestemd voor wonen en aan huisgebonden beroepsuitoefening. De gronden met de bestemming 'Agrarisch - Tuinbouw' zijn bestemd voor vollegronds tuinbouwbedrijven met daaraan ondergeschikt kleinschalig kamperen en kleinschalige bedrijfsactiviteiten. Op deze gronden zijn bijbehorende bouwwerken toegestaan met een goothoogte van maximaal 3 meter en een bouwhoogte van maximaal 5 meter. Ook bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegestaan. Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'glastuinbouw' mogen tevens bedrijfsgebouwen of kassen worden gebouwd. Het gehele plangebied kent daarnaast de gebiedsaanduiding “luchtvaarverkeerszone – lib”. Voor gebieden met deze aanduiding gelden beperkingen op grond van het Luchthavenindelingbesluit Schiphol. In paragraaf 5.13 wordt hier verder op ingegaan.
Figuur 1.3 Uitsnede bestemmingsplan 'Rijsenhout en omgeving'
1.5 Leeswijzer Het tweede hoofdstuk van deze toelichting geeft een beeld van de bestaande situatie in het plangebied. Er wordt een beschrijving gegeven van de ruimtelijke en functionele structuur van het gebied. In het derde hoofdstuk wordt ingegaan op het relevante beleid en de regelgeving en de invloed hiervan op het bestemmingsplan. Het vierde hoofdstuk gaat in op de nieuwe situatie met de te verwachten ontwikkelingen en de gewenste ruimtelijk-functionele structuur. Het vijfde hoofdstuk gaat in op de onderzoeksgegevens en beperkingen. In hoofdstuk zes komt de uitvoerbaarheid aan bod en in het laatste hoofdstuk wordt ingegaan op de juridische aspecten van dit bestemmingsplan. Rijsenhout Rijshornstraat 7
2 Beschrijving huidige situatie Rijsenhout bestond vorige eeuw voornamelijk uit landarbeiderplaatsjes en kleine kassenbedrijfjes. Pas na de jaren '50 volgt er een groeiperiode en worden in Rijsenhout woonbuurten ontwikkeld. De rechte polderwegen, de tochten en de kavelstructuur bepalen het landschap van Rijsenhout. Rijsenhout ligt op de overgang van oud land (veengebied) naar nieuw land (droogmakerij). Dat is ook terug te zien in de kavelmaten en het patroon en is anders dan in de rest van de Haarlemmermeer.
2.1 Ruimtelijke structuur 2.1.1 Algemeen Rijsenhout ligt in het oosten van de gemeente Haarlemmermeer, aan de Ringvaart van de Haarlemmermeerpolder. De woonomgeving heeft een dorps karakter met de daarbij behorende bebouwing. De meest voorkomende woningtype zijn grondgebonden woningen van twee bouwlagen met een kap. Het plangebied bevindt zich aan de zuidzijde van het dorp Rijsenhout. De huidige structuur van Rijsenhout wordt bepaald door rechte tochten en polderwegen zoals de Aalsmeerderweg, de Bennebroekerweg en de Venneperweg, de Geniedijk en ook door de natuurlijke loop van de Ringvaart. Bebouwing ontstond in eerste instantie langs de Leimuiderdijk/Aalsmeerderdijk. Vervolgens kwam er bebouwing langs de Bennebroekerweg. Na een periode van betrekkelijke stilstand volgde in de jaren vijftig en zestig een groeiperiode. Ten oosten van de Bennebroekerweg kwam een woonwijk. Vanaf de jaren zeventig tot en met de jaren negentig wordt een aantal woonbuurten rondom de dorpskern gerealiseerd. De woonomgeving heeft een dorps karakter met de daarbij behorende bebouwing. De meest voorkomende woningtype zijn grondgebonden woningen van twee bouwlagen en een kap.
2.1.2 Planspecifiek Het plangebied ligt aan de parallelweg van de Rijshornstraat in Rijsenhout. Aan de Rijshornstraat bevindt zich een lint met diverse burgerwoningen, vaak voormalige bedrijfswoningen en kwekerswoningen. De burgerwoningen bestaan uit grote villa's en/of rijwoningen. Aan de overzijde van de Rijshornstraat bevindt zich de woonbuurt Rijsenhout Zuid, die in de jaren zeventig rondom de dorpskern is gerealiseerd. Meer in westelijke richting bevinden zich nog enkele actieve kwekers met grote glastuinbouwbedrijven en vrijstaande kwekerswoningen. De Rijshornstraat is een belangrijke straat die dwars door het dorp loopt en daarmee de verbinding is tussen de woongebieden tussen de Aalsmeerderweg, de Leimuiderdijk en het centrum van Rijsenhout. De beplanting aan de Rijshornstraat zorgt voor een groen beeld binnen Rijsenhout. Rijsenhout Rijshornstraat 8
Figuur 2.1 Woonbuurt overzijde Rijshornstraat
Figuur 2.2 Glastuinbouwbedrijven aan de Rijshornstraat Het plangebied bestaat uit een gebied dat de bestemming 'agrarisch', 'wonen', en 'tuin' kent. De agrarische tuinbouwgrond wordt niet meer gebruikt voor de glastuinbouw. Het terrein heeft een oppervlakte van circa. 4.800 m². Het plangebied is ook gelegen tussen bestaande (kwekers)woningen aan de Rijshornstraat 94 en 98 die in het vigerende bestemmingsplan de bestemming 'wonen' hebben en waar ook de agrarische bestemming niet meer wordt gebruikt voor glastuinbouw. De agrarische bestemmingen worden dus in de nabije toekomst niet meer gebruikt waar deze in de vigerende bestemmingsplannen voor bedoelt zijn.
Rijsenhout Rijshornstraat 9
Figuur 2.3 Bestaande situatie plangebied
Figuur 2.4 Bestaande situatie plangebied Rijsenhout Rijshornstraat 10
2.2 Functionele structuur 2.2.1 Algemeen De oorsprong van Rijsenhout ligt bij ondernemers. Tuinbouwondernemers bouwden hun bedrijven langs de oude linten. De ontwikkeling van glastuinbouw startte aan het eind van de jaren '20. Na een rustige periode kreeg de glastuinbouw in de jaren vijftig en zestig te maken met een opleving. Ten zuiden en noorden van de dorpskern kwamen nieuwe glastuinbouwgebieden tot stand. De zuidwaartse uitbreiding zette in de jaren tachtig en negentig door. In diezelfde jaren werden ook woonbuurten ontwikkeld. In de loop der jaren is het woongebied verder uitgebreid. De vraag naar kleinschalig glastuinbouw is echter afgenomen door schaalvergroting in de tuinbouw. De afgelopen jaren zijn veel meer kassen leeg komen te staan, waardoor dit gebied aan herstructurering toe is. In 2006 besloot de gemeenteraad om een deel van het bestaande glastuinbouwgebied te herstructureren en tussen de Geniedijk, A4, Venneperweg en Aalsmeerderweg een nieuw grootschalig glastuinbouwgebied te ontwikkelen: PrimA4a. Kansarme glastuinbouwgebieden komen in aanmerking voor transformatie naar een andere functie.
Figuur 2.5 Glastuingebieden in PrimA4a
2.2.2 Planspecifiek De Rijshornstraat is een gemengde woonstraat die overgaat in glastuingebied. Het plangebied heeft geen glastuinbouwfunctie meer en is aangemerkt als kansarm glastuinbouwgebied volgens de Ruimtelijke Economische Visie Rijsenhout (paragraaf 3.3.5). Aangezien er geen actieve kwekers zijn in de nabije omgevings van het plangebied kan het plangebied ingezet worden om de vraag naar woningbouw te kunnen aanbieden. De vraag naar woningbouw is op het moment groter dan het aanbod. Daarnaast is het gebied niet bestempeld als een gebied waar glastuinbouw zou kunnen worden ontwikkelt. Het gebied biedt daarom een goede kans voor transformatie tot woningbouw.
Rijsenhout Rijshornstraat 11
3 Beleid en regelgeving 3.1 Europa en Rijk 3.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geeft een totaalbeeld van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau. Het Rijk formuleert drie hoofddoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): • Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk economische structuur van Nederland; • Het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; • Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Het Rijk wil de ruimtelijke ordening meer overlaten aan gemeenten en provincies, tenzij rijksdoelen en nationale belangen raken aan regionale opgaven. Er worden in de structuurvisie onderwerpen van nationaal belang benoemd, waarvoor het Rijk verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken. Betreffende opgaven worden per regio beschreven. Gemeente Haarlemmermeer valt binnen regio Noordwest-Nederland. Opgaven van nationaal belang in dit gebied zijn onder meer: • Het versterken van de mainport Schiphol en het bijbehorende netwerk van verbindingen door het opstellen van de Rijksstructuurvisie voor de Schipholregio (SMASH).
• Het robuust en compleet maken van het hoofdenergienetwerk (380 kV). • Het tot stand brengen en beschermen van de (herijkte) EHS, inclusief de Natura 2000 gebieden.
Planspecifiek De met dit bestemmingsplan gepaard gaande nieuwbouw heeft wel raakvlakken met de SVIR, met name waar het gaat om het waarborgen van de kwaliteit van de leefomgeving. Het abstractieniveau van de SVIR is dusdanig hoog, dat dit geen directe opgaven voor het bestemmingsplan heeft.
Rijsenhout Rijshornstraat 12
3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is vertaald in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Dit besluit omvat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmings- en inpassingsplannen. Met het Barro maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen, inpassingsplannen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Uit de regels en kaarten behorende bij het besluit kan worden afgeleid welke aspecten relevant zijn voor het ruimtelijke besluit. Voor Haarlemmermeer is hierin van belang: • Titel 2.6: Defensie • Titel 2.9: Buisleidingen van nationaal belang voor het vervoer van gevaarlijke stoffen • Titel 2.10: Natuurnetwerk Nederland • Titel 2.13: Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde • Titel 2.14: Ruimtereservering parallelle Kaagbaan
Planspecifiek Voorliggend bestemmingsplan houdt rekening met de hierboven genoemde titels van het Rijk die relevant zijn voor de gemeente Haarlemmermeer. Daarnaast zijn er verschillende ruimtelijke aspecten in het Barro die algemeen van belang zijn. In voorliggend bestemmingsplan is hiermee rekening gehouden. Waar nodig zijn de regels vertaald in de regels van het bestemmingsplan en/of toegelicht in Hoofdstuk 5.
3.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) geeft regels waar concrete ruimtelijke projecten aan moeten voldoen. Zo is in het Bro de Ladder voor duurzame verstedelijking verankerd. Het doel van de Ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Met de Ladder wordt er een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd. In de praktijk werd de toepassing van de Ladder voor duurzame verstedelijking als lastig ervaren. Daarom is op 1 juli 2017 het Bro gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. De derde trede is geschrapt en de eerste twee treden zijn samengevoegd. Hiermee is de 3-trapsstructuur losgelaten. Ook zijn de termen 'actueel' en 'regionaal' geschrapt die waren opgenomen in de voormalige eerste trede. De Ladder voor duurzame verstedelijking bestaat nu uit twee onderdelen. Het tweede lid van artikel 3.1.6. Bro omvat de Ladder voor duurzame verstedelijking.
Deze luidt: De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.
Rijsenhout Rijshornstraat 13
Het begrip 'stedelijke ontwikkeling' is nader gespecificeerd in de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State op 23 april 2014. De Afdeling noemt in de uitspraak de uitgangspunten, die zij hanteert voor de beoordeling of een voorziene ontwikkeling voldoende substantieel is om als stedelijke ontwikkeling te kunnen gelden. Op 28 juni 2017 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een overzichtsuitspraak gedaan over de Ladder voor duurzame verstedelijking. Ook hier is het begrip 'stedelijke ontwikkeling' nader gespecificeerd. Met betrekking tot woningbouwlocaties geldt het volgende uitgangspunt: Wanneer een ruimtelijke ontwikkeling voorziet in niet meer dan 11 woningen die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, Bro, kunnen worden aangemerkt, kan deze ontwikkeling in beginsel niet als een stedelijke ontwikkeling worden aangemerkt.
Planspecifiek Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de bouw van 3 woningen aan een bestaand woonlint. Op grond van de jurisprudentie kan de voorgenomen ontwikkeling in beginsel niet als 'stedelijke ontwikkeling' worden aangemerkt. Desondanks wordt in deze paragraaf de behoefte aan de ontwikkeling beschreven. Het plangebied valt onder de regio Amstelland-Meerlanden. Voor de regio AmstellandMeerlanden is gemeten dat woningbehoefte hoger is dan de harde plancapaciteit, wat betekent dat er in de regio een tekort is aan woningen en er woningen bij kunnen/moeten worden gebouwd. De woonbehoefte is zo groot, dat vrijwel in alle marktsegmenten tekorten zijn. De kwalitatieve woningbehoefte van de regio bestaat dan ook uit de vraag naar alle typen en prijsklasse woningen, om tegemoet te komen aan de vraag van verschillende groepen woningzoekenden. Met voorliggend bestemmingsplan worden drie, ruime vrijstaande woningen gerealiseerd die aansluiten bij de kwantitatieve en kwalitatieve woonbehoefte van de regio en goed passen binnen de stedenbouwkundige kwaliteiten van het lint van de Rijshornstraat. Daarnaast wordt de woningbouw ingezet om invulling te geven aan de transformatieopgaven van kansarme glastuinbouwgebieden binnen de regio. Hier wordt verder op ingegaan in de paragrafen 3.2.5, 3.3.4 en 3.3.5.
Rijsenhout Rijshornstraat 14
3.2 Provinciaal en regionaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie NH2050 Op 19 november 2018 is de Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 vastgesteld. Dit beleidsdocument vervangt de Provinciale structuurvisie Noord-Holland 2040. In de omgevingsvisie staat beschreven hoe de provincie de ambities wil realiseren voor de belangrijkste ontwikkelingen zoals klimaatverandering, de overgang naar duurzame energie, verdere verstedelijking, bereikbaarheid, een gezonde leefomgeving, de economische transitie en natuur en biodiversiteit. De omgevingsvisie NH2050 wil zorgen voor balans tussen economische groei en leefbaarheid. Een economisch vitale provincie draagt bij aan het welzijn, en een leefbare provincie draagt bij aan economische vitaliteit. De visie laat in algemene zin zien wat de ontwikkelprincipes zijn voor de hele provincie om een hoge leefomgevingskwaliteit te bieden. Deze principes zijn overkoepelend: ze gelden voor de hele provincie. Daarnaast worden er vijf bewegingen geschetst, die laten zien hoe er wordt omgegaan met deze ontwikkelprincipes. Het betreft onderstaande vijf bewegingen: • Dynamisch schiereiland • Metropool in ontwikkeling • Sterke kernen, sterke regio's • Nieuwe energie • Natuurlijk en vitaal landelijk omgeving De bewegingen verbinden de economische kansen aan het versterken van de leefbaarheid, juist met het oog op duurzame economische groei.
Met de visie wordt de juiste koers uitgezet om ook in 2050 een economisch concurrerende en leefbare provincie Noord-Holland te zijn en te blijven.
Planspecifiek Het plangebied valt binnen de beweging 'Metropool in ontwikkeling'. De metropool in ontwikkeling kenmerkt zich door een grote verscheidenheid aan steden, dorpen en deelregio's, met specifieke identiteiten en kwaliteiten. De vraag naar woningen houdt aan, evenals de ruimtevraag voor recreatie en andere functies. Tegelijkertijd willen we de landschappen in de metropool sparen. De bebouwingsopgave moet dan ook zoveel mogelijk binnen de bestaande kernen plaatsvinden. Wonen en werken worden binnenstedelijk geconcentreerd (transformeren, bundelen, verdichten). Hierbij houden we oog voor behoud en versterking van de leefbaarheid in bestaande en nieuwe gebieden. De voorgenomen ontwikkeling draagt met de realisatie van 3 grondgebonden woningen bij aan de bewegingen 'sterke kernen, sterke regio's' en 'metropool in ontwikkeling'. Daarnaast draagt de voorgenomen ontwikkeling bij aan de ambitie van de provincie om woningbouw vooral in en aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden in te plannen, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes en trends. Het plangebied is gelegen aan een bestaand woonlint en er wordt voorzien in zowel een kwalitatieve als kwantitatieve behoefte. Dit blijkt tevens uit de toets aan de beleidsstukken in de volgende paragrafen.
Rijsenhout Rijshornstraat 15
3.2.2 Provinciale Ruimtelijke Verordening De belangrijkste onderwerpen uit de Omgevingsvisie worden verankerd in de nieuwe Omgevingsverordening Noord-Holland. Deze vervangt alle bestaande verordeningen die betrekking hebben op de leefomgeving, zoals de Provinciale Ruimtelijke Verordening, de Provinciale Milieuverordening, de Waterverordeningen en de Wegenverordening. De omgevingsverordening NH2020 is op 16 november 2020 vastgesteld. In de nieuwe omgevingsverordening worden regels op het gebied van natuur, milieu, mobiliteit, erfgoed, ruimte en water samengevoegd. Hiermee maakt de provincie Noord-Holland ontwikkelingen zoals woningbouw en energietransitie mogelijk, en wordt tegelijkertijd het waardevolle Noord- Hollandse landschap beschermd. Deze verordening stelt algemene regels aan bestemmingsplannen met als doel het veiligstellen van de provinciale belangen. Voorliggend bestemmingsplan ligt heeft een relatie tot de volgende relevante onderdelen van de provinciale omgevingsverordening: • MRA Landelijk gebied; • LIB 5 zone Schiphol.
Planspecifiek MRA Landelijk gebied In artikel 6.9 (MRA landelijk gebied) staat beschreven dat een bestemmingsplan uitsluitend in een kleinschalige woningbouwontwikkeling kan voorzien als de ontwikkeling maximaal 2 burgerwoning per agrarisch perceel mogelijk maakt. Voorliggend bestemmingsplan heeft betrekking op 1 agrarisch perceel en 1 bestaand woonperceel. Ter plaatse van het agrarische perceel worden 2 woningen gerealiseerd, ter plaatse van het bestaande woonperceel wordt voorzien in het benodigde bouwvlak. Het bestemmingsplan voorziet in 3 nieuwe woningen en voldoet aan het door de provincie gestelde maximum voor nieuwe woningen aan bestaande linten. Tevens moet het bestemmingsplan voorzien in een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. De ontwikkeling draagt bij aan het waarborgen van een kwalitatief goede leefomgeving door verloedering van de inactieve agrarische grond tegengegaan en versterkt het de ruimtelijke kwaliteit van het bestaande lint. In paragraaf 3.3.5 wordt hier nader op ingegaan. In paragraaf 3.1.3 is reeds toegelicht dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio Amstelland-Meerland gemaakte afspraken.
De functieverandering naar woningbouw past binnen de door de stuurgroep Greenport Aalsmeer gemaakte schriftelijke afspraken om gebieden die zijn aangewezen als 'transformatiegebied', zoals het plangebied, gefaseerd te transformeren naar andere functies. In de toekomst behoren deze gebieden niet meer tot het teeltareaal binnen de Greenport Aalsmeer.
Rijsenhout Rijshornstraat 16
LIB 5 zone Schiphol In artikelen 6.22 en 6.23 is vastgelegd dat dat het luchthavenindelingbesluit van toepassing is binnen het werkingsgebied van de Omgevingsverordening en dat luchtvaartgeluid expliciet meegewogen wordt bij het realiseren van woningen. In artikel 6.24 "Wonen binnen de 20 Kecontour" wordt bepaald dat binnen de 20 Ke-contour binnen bestaand stedelijk gebied nieuwe woningen mogelijk zijn, voor het buitengebied geldt dat aan bestaande linten bouwplannen tot 3 woningen mogelijk zijn. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in 3 woningen aan het bestaande bouwlint de Rijshornstraat In paragraaf 5.13 volgt een uitgebreidere onderbouwing.
Figuur 3.1 Plangebied binnen de 20 Ke zone Voor zover een bestemmingsplan nieuwe woningen toestaat op de gronden binnen de 20 Kecontour, moet volgens de Omgevingsverordening in de toelichting van dat plan rekenschap gegeven worden van het feit dat op de betreffende locatie sprake is van geluid vanwege het luchtverkeer en moeten de redenen worden vermeld die er toe hebben geleid om op de betreffende locatie nieuwe woningen te bestemmen, alsmede de uitkomsten van het onderzoek naar de maatschappelijke haalbaarheid hieromtrent. In paragraaf 5.5 en 5.13 wordt verder rekenschap gegeven van het feit dat binnen het plangebied sprake is van geluid vanwege luchtverkeer
Rijsenhout Rijshornstraat 17
Geconcludeerd kan worden dat de beoogde ontwikkeling in overeenstemming met de Omgevingsverordening is. Derhalve past het bestemmingsplan binnen de kaders van het provinciaal beleid.
3.2.3 Provinciale woonvisie 2010 - 2020 Voldoende woningen in 2020, afgestemd op de behoeften van de inwoners van Noord-Holland. Dat is de doelstelling van de provincie, zoals die is verwoord in de Provinciale woonvisie. De speerpunten van het beleid zijn: • Verbeteren van de afstemming tussen vraag en aanbod voor alle consumenten, en specifiek voor doelgroepen die minder kansen hebben op het vinden van een geschikte woning; • Verbeteren van de mate waarin voorzieningen in de woonomgeving aansluiten bij de vraag van bewoners; • Verbeteren van de duurzaamheid van het woningaanbod en de woonomgeving. Door samen met de regio's Regionale actieprogramma's (RAP's) te ontwikkelen met daarin duidelijke afspraken over de regionale woningbouwprogramma's en deze uit te voeren, wil de provincie hier een bijdrage aan leveren. De gemeente Haarlemmermeer behoort tot de Stadsregio Amsterdam. Zij hebben samen met de provincie het 'Actieprogramma Regionale Woningmarkt 2016-2020' vastgesteld. Hiermee hebben zij uitvoering gegeven aan de Provinciale Woonvisie 2010-2020. In paragraaf 3.2.4 wordt het actieprogramma beschreven.
Planspecifiek Met onderhavig planinitiatief wordt voorzien in de vraag naar verduurzaming van het woningaanbod. Dit plan draagt hier sterk aan bij, doordat de nieuwe woningen duurzaam en gasloos gebouwd zullen worden.
Rijsenhout Rijshornstraat 18
3.2.4 Regionale Actieprogramma Wonen 2016 -2020 - Amstelland-Meerlanden, Amsterdam De gemeenten van de Stadsregio hebben allemaal hun eigen woonvisie en uitvoeringsprogramma. Een optelsom van deze lokale plannen leidt echter niet vanzelfsprekend tot de beste ondersteuning van de regionale woonmarkt. Daarom hebben de gemeenten afgesproken om naar de kwalitatieve bouwprogramma's te kijken en hierbij rekening te houden met de verschillende lokale identiteiten. De ambitie van de Metropoolregio Amsterdam is een hoogwaardig en duurzaam leef- en woonmilieu te bieden, waar bedrijven, bewoners en bezoekers zich graag willen vestigen. Belangrijke aandachtspunten daarin zijn: • de omslag van vooral aanbodgericht bouwen naar meer vraaggericht bouwen; • verder onderzoek naar de werking van het uitgebreide instrumentarium voor de regulering van de woningbouw; • hoe door het benutten van de subregionale identiteiten lokale bouwopgaven zo goed mogelijk in balans gebracht kunnen worden met de regionale opgave; • hoe de regionale samenwerking in het woningbouwdossier zo effectief mogelijk handen en voeten gegeven kan worden. • herprogrammering en faseren van gemeentelijke plannen.
Planspecifiek Rijsenhout valt onder de gemeente Haarlemmermeer, die behoort tot de deelregio AmstellandMeerlanden. Onderstaande tabel geeft inzicht in de woningbehoefte van deze deelregio.
Tabel 3.1 Tegenspoedscenario woningbehoefte Amstel-Meerlanden 2015-2025 Voor de regio Amstelland-Meerlanden is gemeten dat woningbehoefte hoger is dan de harde plancapaciteit, wat betekent dat er in de regio een tekort is aan woningen en er woningen bij kunnen/moeten worden gebouwd. Met voorliggend bestemmingsplan worden 3 woningen gerealiseerd, waarmee wordt bijgedragen aan de kwantitatieve woonbehoefte. De woonbehoefte is zo groot, dat in alle marktsegmenten tekorten zijn. De kwalitatieve woningbehoefte van de regio bestaat dan ook uit de vraag naar alle typen en prijsklasse woningen, om tegemoet te komen aan de vraag van verschillende groepen woningzoekenden. Met voorliggend bestemmingsplan worden drie, ruime vrijstaande woningen gerealiseerd die aansluiten bij de kwantitatieve en kwalitatieve woonbehoefte van de regio. Rijsenhout Rijshornstraat 19
3.2.5 Ruimtelijke Visie Greenport Aalsmeer 2015 - 2025 In de Ruimtelijke Visie Greenport Aalsmeer 2015 - 2025 die in 2015 is vastgesteld door de Stuurgroep Greenport Aalsmeer geeft een ruimtelijke visie op de glastuinbouwproductie van de regio Greenport Aalsmeer. De ruimtelijke visie zorgt voor dynamiek en biedt perspectief voor tuinbouwgebieden. In de visie zijn vijf categorieën genoemd met elk een eigen ontwikkel- en investeringsgebied: • Bestaand modern grootschalig glastuinbouwgebied. • Bestaand kleinschalig (glas)tuinbouwgebied (specialistische teelt en niche producten). • Nieuw grootschalig glastuinbouwgebied. • Tuinbouwgebieden met maatwerkopgave. • Transformatiegebieden en verspreid glas.
Planspecifiek Het plangebied behoort tot categorie 5 "Transformatiegebieden en verspreid glas" (figuur 3.3). Deze gebieden zullen niet meer tot het glastuinbouwconcentratiegebied behoren. In deze gebieden is de glastuinbouw niet meer kansrijk en moet worden gezocht naar een andere invulling van het gebied. Regionaal wordt gezocht naar maatwerkoplossingen om deze gebieden te transformeren. De transformatie naar andere functies is gepland of reeds gestart. Het saneren en transformeren wordt gedoseerd en gefaseerd gedaan. Prioriteitstelling van deze sanering wordt afgestemd op kansen voor andere (verdien) functies. De benutting van kansen en het vinden van oplossingen ontstaat door gezamenlijke inzet binnen de Greenport Aalsmeer. In de toekomst behoren deze gebieden niet meer tot het teeltareaal binnen de Greenport Aalsmeer. Het provinciale en gemeentelijke ruimtelijk economisch beleid wordt hierop aangepast.
Figuur 3.3 Categorie-indeling glastuinbouwgebieden Ruimtelijk Visie Greenport Aalsmeer 2015 2025
Rijsenhout Rijshornstraat 20
Met behulp van de transformatie van inactieve glastuinbouw naar woningbouw binnen het plangebied wordt invulling gegeven aan de binnen de regio Greenport Aalsmeer gemaakte afspraken om delen van Rijsenhout te transformeren naar andere (verdien) functies. Tegelijkertijd wordt hiermee verloedering tegengegaan en wordt de ruimtelijke kwaliteit van het lint aan de Rijshornstraat versterkt.
3.2.6 Intentieovereenkomst Aardgasvrije Nieuwbouw Metropoolregio Amsterdam De gemeente Haarlemmermeer stemde op 30 januari 2018 in met de intentieovereenkomst Aardgasvrije Nieuwbouw Metropoolregio Amsterdam. De Metropoolregio Amsterdam (MRA) heeft de ambitie uitgesproken om de gebouwde omgeving al grotendeels aardgasvrij te maken per 2035. Dat zorgt voor een grote opgave voor de bestaande woningvoorraad binnen de regio. Om die opgave niet groter te maken dan die nu al is, is het een logische stap als regio zo snel mogelijk aan de slag te gaan met aardgasvrije nieuwbouw. De MRA heeft de betrokken gemeenten opgeroepen om op 1 februari 2018 een intentieovereenkomst aan te gaan met als doel alle nieuwbouwprojecten voortaan aardgasvrij te realiseren. Door dit gezamenlijk als regio te doen ontstaat ook een gelijk speelveld voor ontwikkelaars. De gemeente Haarlemmermeer heeft ingestemd met de intentieovereenkomst Aardgasvrije Nieuwbouw Metropoolregio Amsterdam.
Planspecifiek De gemeente Haarlemmermeer heeft ingestemd met de intentieovereenkomst, dit betekent dat nieuwbouwprojecten binnen de gemeente aardgasvrij moeten worden gebouwd. De 3 woningen worden aardgasloos gebouwd. Hiermee wordt voldaan aan de intentieovereenkomst Aardgasvrije Nieuwbouw Metropoolregio Amsterdam.
Rijsenhout Rijshornstraat 21
3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1 Structuurvisie Haarlemmermeer 2030 De Structuurvisie Haarlemmermeer 2030 is vastgesteld in 2012. Het gaat over belangrijke structurerende zaken met ontwerpprincipes voor duurzaamheid, een duurzaam en klimaatbestendig watersysteem, energie, netwerk- en ketenmobiliteit, de synergie met Schiphol, ruimte voor attracties, en de cultuurhistorie en diversiteit als drager van de ontwikkelingen. Het doel van de structuurvisie is het bieden van een kader, waarmee Haarlemmermeer: 1. de ruimtelijk bestaande situatie, de huidige ontwikkelingen en de gewenste toekomstige ontwikkelingen in hun onderlinge samenhang (voor de periode tot 2030) borgt; 2. het toetsingskader voor het ruimtelijk beleid voor de periode 2010-2020 geeft; 3. de kaders voor het maken van financiële afspraken met overheden en marktpartijen voor bovenplanse verevening biedt. In de toekomst wil Haarlemmermeer de bestaande diversiteit aan woon- en werkmilieus - haar zogeheten atypische stedelijkheid - versterken. Haarlemmermeer wil een gemeente zijn die verbonden is en verbindt, een samenleving met samenhang. Dat betekent ook dat er samenhang moet zijn tussen alle ontwikkelingen die plaats vinden. Haarlemmermeer positioneert zich in de toekomst als een attractieve ontmoetings- en vestigingsplaats.
Duurzaamheid en oog voor bestaande structuren zijn leidend bij de toekomstige ruimtelijke, economische en sociale ontwikkelingen. De ambities voor Haarlemmermeer in 2030 zijn daarmee: • sterk gevarieerd en gebruikmakend van de atypische stedelijkheid; • duurzaam en klimaatbestendig; • fysiek en sociaal verbonden met elkaar en met de omgeving, en • blijvend gepositioneerd als attractieve ontmoetingsplaats.
Planspecifiek In de structuurvisie Haarlemmermeer 2030 is het plangebied aangemerkt als gebied voor glastuinbouw, nieuwbouw en herstructurering. In Rijsenhout zijn grote ontwikkelingen gaande in het glastuinbouwgebied, zoals bijvoorbeeld PrimA4a. Dit is de ontwikkeling van duurzaam glastuinbouwgebied. Er wordt hier 200 hectare nieuwe glastuinbouw gerealiseerd en het bestaande glastuinbouwgebied van 140 hectare wordt geherstructureerd en in het totaalplan geïntegreerd. Het kansarme glastuinbouwgebied in Rijsenhout zal worden getransformeerd. Middels voorliggend bestemmingsplan wordt het bestaande glastuinbouwgebied getransformeerd naar woongebied, zodat er aan bestaande woonlinten ontwikkeld kan worden. Middels voorliggend bestemmingsplan wordt kansarm, inactieve glastuinbouwgebied getransformeerd naar woongebied in lijn met de ambities volgens de Structuurvisie Haarlemmermeer 2030.
Rijsenhout Rijshornstraat 22
3.3.2 Woonbeleidsprogramma Haarlemmermeer 2019-2025: Het verschil maken De Woonagenda Haarlemmermeer en de Nota Wonen 2015-2018 Haarlemmerliede en Spaarnwoude zijn vervangen door het Woonbeleidsprogramma Haarlemmermeer 2019-2025. Vanwege het herstel van de economie, onze bouwopgave, de herindeling, nieuwe wetgeving en onze bestuurlijke ambities zoals opgenomen in het coalitieakkoord, was er aanleiding om een nieuwe integrale visie op het wonen vast te laten stellen door de raad. Doel van het Woonbeleidsprogramma is het in stand houden en versterken van een aantrekkelijke gemeente. Ook met een sterke bevolkingsgroei en veranderende samenstelling van huishoudens. De woningmarkt staat momenteel sterk onder druk. Met name huishoudens met een midden- of laag inkomen hebben veel moeite om een geschikte woning te vinden. De komende jaren worden er extra maatregelen genomen om deze druk te laten afnemen. Er is een viertal beleidslijnen opgesteld die hieraan gaan bijdragen: • Divers aanbod door middel van nieuwbouw • Vitale en kwalitatief goede woningvoorraad in wijken en kernen • Beschikbaarheid van betaalbare woningen • Goede huisvesting van aandachtsgroepen
Planspecifiek Een van de pijlers uit het Woonbeleidsprogramma Haarlemmermeer 2019-2025 is: divers aanbod door middel van nieuwbouw. Tevens speelt het project ook in vitale en kwalitatief goede woningvoorraad in wijken en kernen. Verloedering van Rijsenhout wordt tegengegaan en de vitaliteit en leefbaarheid van het gebied wordt hiermee gewaarborgd. Het nieuwbouwaanbod aan de Rijshornstraat speelt in op de behoefte die er bestaat vanuit de markt door woningen te realiseren. Voorliggend plan past binnen het Woonbeleidsprogramma Haarlemmermeer 20192025.
Rijsenhout Rijshornstraat 23
3.3.3 Welstandsnota In de Welstandsnota 2013 staat dat er plekken zijn in de polder waar een welstandelijke beoordeling niet zo belangrijk is en dat er andere plekken zijn die juist wel sturing of bescherming nodig hebben. Het grondgebied van Haarlemmermeer wordt daarbij onderscheiden naar welstandsregimes van verschillende 'zwaarte': • Welstandsvrij regime: er wordt niet getoetst aan redelijke eisen van welstand. • Regulier welstandsregime: het gebouw in zijn omgeving maar ook als zelfstandig object, de architectonische benadering. • Bijzonder welstandsregime: het gebouw in zijn omgeving, als zelfstandig object en daarnaast ook nog bijzondere onderdelen en details van het gebouw, de esthetische benadering. • Specifiek welstandsregime: in het gebied is een beeldkwaliteitsplan van toepassing.
Planspecifiek Het plangebied kent een welstandsvrij regime. Bouwactiviteiten zullen de kwaliteit van de openbare ruimte niet wezenlijk aantasten en de ruimtelijke dynamiek kan haar gang gaan. Voorliggend initiatief is opgesteld binnen de kaders van het Ruimtelijk Kader Rijsenhout (paragraaf 3.3.4).
3.3.4 Ruimtelijk Kader Rijsenhout In het Ruimtelijk Kader Rijsenhout (2011) zijn acht speerpunten beschreven die richting geven aan de ruimtelijke ontwikkeling van Rijsenhout op langere termijn, zodat Rijsenhout een dorp blijft waar het prettig wonen, werken en recreëren is. Belangrijke aandachtsgebieden zijn met name de deelgebieden die ‘opgegeven’ zijn voor glastuinbouw en vragen om transformatie naar een nieuwe functie. De acht speerpunten zijn: • Vernieuwing en het vergroten van de leefbaarheid in het dorp • Meer groen en blauw in het dorp • Realiseren van nieuwe woonwijken • Centrumgebied vernieuwen en uitbreiden • Ruimtelijk plannen van bedrijvigheid en een betere bereikbaarheid • Karakter van Rijsenhout behouden en versterken • Benutten van de wateroever en meer recreatie • Burgerveen: Verbetering van infrastructuur en ruimtelijke structuur
Planspecifiek In het Ruimtelijk kader wordt de Rijshornstraat geschetst als een belangrijke straat die dwars door het dorp loopt en de woongebieden tussen de Aalsmeerderweg en de Leimuiderdijk verbindt met het centrum van Rijsenhout. Aan de Rijshornstraat bevindt zich een ruim opgezet lint van nieuwere, vrijstaande (voormalige) kwekerswoningen. De Rijshornstraat wordt daarom gezien als potentiële woningbouwlocatie.
Rijsenhout Rijshornstraat 24
Het Ruimtelijk Kader Rijsenhout uit 2011 heeft een goede basis gelegd voor de nieuwe invulling van enkele verouderde glastuinbouwclusters. In de Ruimtelijke Economische Visie Rijsenhout (paragraaf 3.3.5) wordt voortgeborduurd op de principes uit het Ruimtelijk Kader Rijsenhout. De visie geeft een nieuwe ruimtelijke en functionele invulling voor overige clusters, waaronder voor het plangebied.
3.3.5 Ruimtelijke Economische Visie Rijsenhout De glastuinbouw in Rijsenhout heeft het net als op andere plekken in Nederland de laatste decennia erg moeilijk gehad. Concurrentie vanuit het buitenland, de slechte economische situatie en de noodzaak tot schaalvergroting hebben ertoe geleid dat veel glastuinbouwbedrijven zijn gestopt. Het gevolg is dat het kassengebied is verrommeld door ingestorte kassen waardoor de leefbaarheid onder druk is komen te staan. De Ruimtelijke Economische Visie (2018) is opgesteld om een nieuw perspectief en planologische duidelijkheid te bieden voor deze kansarme gebieden. Samen met bewoners, grondeigenaren en overheden zijn via diverse participatiebijeenkomsten de verschillende ontwikkelmogelijkheden verkend die gebruikt zijn voor het uitwerken van een nieuwe ruimtelijke en functionele invulling van deze te herstructureren gebieden. De visie onderscheidt 8 glastuinbouwclusters, met elk een eigen invulling om een bijdrage te leveren aan een leefbaar en duurzaam Rijsenhout.
Figuur 3.4 Cluster indeling Ruimtelijke Economische Visie Rijsenhout
Rijsenhout Rijshornstraat 25
Planspecifiek In de Ruimtelijk Economische Visie Rijsenhout is het plangebied aangewezen als transformatiegebied cluster 7. Cluster 7 is niet meer kansrijk voor moderne en duurzame glastuinbouw en dient daarom getransformeerd te worden. Nieuwe kansen liggen voornamelijk op het gebied van recreatie en kleinschalige sport- en leisurevoorzieningen. Onder meer kan gedacht worden aan een kleinschalig recreatiepark, een kleinschalig hotel of camping, B&B's, een kasrestaurant, moes- en pluktuinen, een kweekas voor studenten en scholieren of een kinderboerderij. Het plangebied is aangewezen als een open gebied dat gebruikt kan worden om de lintbebouwing te versterken (figuur 3.5). Hierbij moet worden ingezet op landelijk wonen door grote en diepe kavels te creëren waarbij ook bijvoorbeeld het hobbymatig houden van dieren mogelijk is. Voldoende ruimte tussen de bebouwing is van belang, zodat de openheid van de lint niet wordt aangetast.
Figuur 3.5 Plangebied (zwart omcirkelt) als gebied om de lintbebouwing te versterken
Rijsenhout Rijshornstraat 26
3.3.6 Op weg naar duurzaam evenwicht in 2030 In 2004 heeft de gemeenteraad de nota 'Op weg naar een duurzaam evenwicht in 2030' vastgesteld. De centrale doelstelling van het gemeentelijk milieubeleid is als volgt geformuleerd: "In 2030 hebben we de voorwaarden bereikt voor een duurzame en leefbare groei en ontwikkeling". In deze gemeentelijke visie concentreren de milieu-inspanningen zich op drie hoofdonderwerpen: • Ontwikkeling: maatregelen bij ruimtelijke ontwikkelingen die vooral de milieudruk beogen te verminderen (bijvoorbeeld grondstoffen besparing, beperken wateroverlast, gezond bouwen). • Beheer: milieu-inspanningen die de leefomgeving beogen te verbeteren (bijvoorbeeld vermindering afval, garanderen veiligheid en luchtkwaliteit). • Klimaat: alle activiteiten die ervoor zorgen dat er minder CO2 de lucht in gaat teneinde het broeikaseffect te verminderen (realiseren van windmolens, energiebesparing, enzovoorts). Eén van de speerpunten is dat ruimtelijke ontwikkelingsprojecten duurzaam worden ontwikkeld volgens het ambitieniveau uit de daarvoor ontwikkelde beleidskaders.
Planspecifiek Bij voorgenomen ontwikkeling worden er maatregelen getroffen om de milieudruk te verminderen, doordat er wordt voldaan aan de huidige eisen van duurzaamheid, gebruik wordt gemaakt van niet uitlogende bouwmaterialen die de grond niet kunnen verontreinigen en de woningen gasloos worden gebouwd.
Rijsenhout Rijshornstraat 27
3.3.7 Kaders klimaatbeleid 2008 - 2020 In 2008 heeft de gemeenteraad de nota 'Kaders klimaatbeleid 2008-- 2020' vastgesteld. Algemene doelstelling van het klimaatbeleid is (1) een reductie van de CO2 uitstoot in 2020 van 30 procent ten opzichte van 1990 en (2) de realisatie van 20 procent duurzame energie in 2020. Bij de ontwikkeling en uitvoering van het klimaatbeleid/ energiebeleid wordt de trias energetica aangehouden als leidend principe: 1. beperking van de energievraag; 2. opwekking noodzakelijke energie door gebruikmaking van duurzame energiebronnen; 3. indien nodig dient de opwekking van de resterende noodzakelijke energie door gebruikmaking van fossiele brandstoffen, zo efficiënt en zo schoon mogelijk te gebeuren. Het klimaatbeleid is uitgewerkt in tien thema's. Per thema is aangegeven wat de beoogde CO2reductie of beoogde realisatie van duurzame energie binnen dat thema is. De thema's zijn: • Gemeentelijke gebouwen, bestaand en nieuwbouw. • Bestaande woningen. • Nieuwbouw woningen. • Bestaande bedrijven. • Agrarische bedrijven / Glastuinbouw.
Planspecifiek In de voorgenomen ontwikkeling wordt rekening gehouden met de doelstelling om een CO2reductie te behalen door de woningen gasloos te bouwen.