CConstaterende datHaarlemmermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

4. RV Vaststellen bestemmingsplan Haarlemmerliede Penningsveer 3-4 (2022.0000982).pdf

Raadsplein: Agenda en raadsstukken 16 juni 2022, gemeente HaarlemmermeerBij agendapunt: RV Vaststellen bestemmingsplan Haarlemmerliede Penningsveer 3-4 (2022.0000982).28.464 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

gemeente Haarlemmermeer

raadsvoorstel Onderwerp

Portefeuillehouder Steller Collegevergadering

Vaststellen bestemmingsplan Haarlemmerliede Penningsveer 3-4 mr. Mariëtte Sedee-Schuitemaker Clarissa Mornout-Guijt 24 mei 2022

Raadsvergadering Raadsvoorstelnummer

2022.0000982 1. Voorstel Collegebesluit(en)

Het college besluit de raad voor te stellen om: 1. geen exploitatieplan vast te stellen voor het bestemmingsplan Haarlemmerliede Pennings­ veer 3-4, omdat het kostenverhaal middels een anterieure overeenkomst is verzekerd; 2. het bestemmingsplan Haarlemmerliede Penningsveer 3-4 met planidentificatie NL.IMR0.0394.BPGhllpveer3x4-C001, bestaande uit een verbeelding en bijbehorende re­ gels met bijlagen, volgens de artikelen 1.2.1 tot en met 1.2.5 van het Besluit ruimtelijke or­ dening in elektronische vorm vast te leggen en in die vorm ongewijzigd vast te stellen, één en ander overeenkomstig de bij dit besluit gevoegde bescheiden en op grond van de over­ wegingen genoemd in het voorstel van het college van burgemeester en wethouders; 3. het college van burgemeester en wethouders te machtigen het verder nodige te verrich­ ten. 2. Samenvatting

Hiermee doen wij het voorstel om het bestemmingsplan Haarlemmerliede Penningsveer 3-4 on­ gewijzigd vast te stellen om op deze manier de beoogde bouw van drie woningen naast Pen­ ningsveer 4 mogelijk te maken. Ook worden Penningsveer 3 en 4 passend bestemd in dit be­ stemmingsplan. Er zijn geen zienswijzen ingediend tegen het ontwerpbestemmingsplan, waar­ door deze ongewijzigd vastgesteld kan worden. 3. Uitwerking 3.1 Wat willen we bereiken?

De gronden van het plangebied Penningsveer 3-4 hebben in het geldende bestemmingsplan 'Buitengebied' de bestemming Bedrijf. Er rust een wijzigingsbevoegheid op, die drie nieuwe wo­ ningen mogelijk maakt. Deze wijzigingsbevoegdheid is opgenomen ter compensatie van het be­ drijf dat er gevestigd was en dat intussen verhuisd is naar Polanenpark. De beoogde ontwikkeling voldoet qua maatvoering niet geheel aan de wijzigingsregels, maar heeft wel onze instemming. We willen ook dat het vrije doorzicht vanaf de Lagedijk op het

Vaststellen bestemmingsplan Haarlemmerliede Penningsveer 3-4

pagina 2

aangrenzende fort Penningsveer geborgd wordt. Dit is de reden dat er een nieuw bestemmings­ plan wordt vastgesteld. De doelstelling van het bestemmingsplan is het planologisch-juridisch mogelijk maken van drie woningen en het passend bestemmen van Penningsveer 3 en 4, 3.2 Wat gaan we daarvoor doen?

Om de voorgenomen woningbouw mogelijk te maken, is het nodig een nieuw planologisch-juri­ disch kader vast te stellen. Met het bestemmingsplan Haarlemmerliede Penningsveer 3-4 wordt hierin voorzien. De bestaande situatie, voor zover die gehandhaafd wordt, bestaat uit twee aaneengebouwde woningen Penningsveer 3 en 4 en een rietdekkersbedrijf achter de woning Penningsveer 3. De woningen krijgen de bestemming Wonen, evenals het achterterrein van nummer 4. Het achterterrein van nummer 3 krijgt de bestemming Bedrijf. In het nieuwe bestemmingsplan wordt er maximaal milieucategorie 2 toegestaan. Zo kunnen niet alleen de huidige bedrijfsacti­ viteiten worden voortgezet, ook zijn overige bedrijfsactiviteiten binnen categorie 2 mogelijk. Het nieuwe element bestaat uit de mogelijkheid om drie woningen te bouwen naast de woning Penningsveer 4. De nieuwe woningen zijn zo geprojecteerd, dat het achterliggende fort Penningsveer zo veel mogelijk wordt gerespecteerd.

Afbeelding Plangebied Milieu- en externe veiligheidseffecten Er is naar verschillende aspecten zoals bodem, geluid, flora en fauna en externe veiligheid het benodigde onderzoek gedaan. Uit het bodemonderzoek is gebleken dat er een saneringsplan moet worden opgesteld voor de benodigde bodemsanering. Doel van het saneringsplan is om de locatie geschikt te maken voor de gebruiksfunctie wonen met tuin. De sanering bestaat uit het ontgraven van grond in combi­ natie met het onttrekken en reinigen van grondwater. Voor de beheersing van de waterhuis­ houding is een tijdelijke damwand nodig om de toestroming van de naastgelegen fortgracht te­ gen te gaan. Voor het plaatsen van deze damwand is al toestemming verleend door het

Vaststellen bestemmingsplan Haarlemmerliede Penningsveer 3-4

pagina 3

Rijksvastgoedbedrijf en er is een watervergunning afgegeven door het hoogheemraadschap van Rijnland. Uit het geluidsonderzoek is gebleken dat de geluidsbelasting vanwege de Lageweg overgaand in Liedeweg de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden, maar de maximale ontheffingswaarde niet. Dit is de reden dat er een besluit hogere waarden is genomen. Met vaststellen van het ontwerpbestemmingsplan is er op 1 maart 2022 (2022.0000370) tevens een besluit genomen over de ingediende mer-aanmeldingsnotitie, namelijk dat de beoogde ont­ wikkeling geen belangrijke negatieve milieueffecten kan veroorzaken, die de opstelling van een milieueffectrapport (MER) noodzakelijk maken. Procedure Het ontwerpbestemmingsplan heeft samen met het ontwerpbesluit hogere waarden op grond van de Wet geluidhinder gedurende een periode van zes weken vanaf 11 maart 2022 ter inzage gelegen. In die periode zijn er geen zienswijzen ingediend. Participatie Tijdens het verplichte wettelijke vooroverleg met de provincie Noord-Holland, het hoogheem­ raadschap van Rijnland en de Veiligheidsregio Kennemerland heeft ook de dorpsvereniging van Penningsveer gebruik gemaakt van de mogelijkheid om te reageren. De provincie heeft in het vooroverleg aangegeven dat drie woningen in strijd zijn met het pro­ vinciaal beleid.

Als reactie hierop hebben we aangegeven dat de wijzigingsbevoegdheid al drie woningen mogelijk maakte (bestaand recht). De keuze voor een bestemmingsplan was juist om de ruimtelijke kwaliteit beter te kunnen waarborgen. In paragraaf 6.2.3 van de toelichting bij het bestemmingsplan worden de vooroverlegreacties inclusief reactie uitgebreid omschreven. De provincie had ook al op het oorspronkelijke bestemmingsplan, de wijzigingsbevoegdheid, ge­ reageerd bleek uit het dossier. Maar uiteindelijk hebben ze het oorspronkelijke bestemmings­ plan geaccepteerd. De provincie heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om een ziens­ wijze in te dienen tegen het ontwerpbestemmingsplan Haarlemmerliede Penningsveer 3-4. 3.3 Wat mag het kosten?

De Wet ruimtelijke ordening (Wro) stelt verplicht dat de gemeenteraad tegelijk met de vaststel­ ling van een bestemmingsplan een exploitatieplan vaststelt voor kostenverhaal in het geval het bestemmingsplan nieuwe, bij Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) aangewezen bouwplan­ nen mogelijk maakt. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om de bouw van één of meer woningen, de bouw van één of meer andere hoofdgebouwen of de uitbreiding of verbouwing van gebouwen. In de wet is aangegeven welke kosten verhaald kunnen worden. Het vaststellen van een exploi­ tatieplan is niet nodig indien het kostenverhaal anderszins verzekerd is, bijvoorbeeld door gronduitgifte of een anterieure overeenkomst. Er is inmiddels een anterieure overeenkomst af­ gesloten met de initiatiefnemer van dit plan, waardoor het kostenverhaal anderszins is verze­ kerd. Er hoeft geen exploitatieplan te worden vastgesteld. Wat zijn de financiële risico's?

Onze gemeente loopt geen vermeldenswaardige financiële risico's bij de uitvoering van dit voorstel. 3.4 Wie is daarvoor verantwoordelijk?

Op grond van de Wro stelt de gemeenteraad het bestemmingsplan vast. De portefeuillehouder Ruimtelijke ordening is namens het college het eerste aanspreekpunt voor het opstellen van het bestemmingsplan. Door ons college te machtigen het verder noodzakelijke te verrichten, zijn wij

pagina 4

Vaststellen bestemmingsplan Haarlemmerliede Penningsveer 3-4

bevoegd op te treden in een eventuele beroepsprocedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. 3.5 Welke overige relevante informatie is beschikbaar?

Na vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad is de gemeentelijke besluitvor­ ming daarover afgerond. Dan volgen de bekendmaking en terinzagelegging van het vastgestelde plan. Tijdens de inzagetermijn van zes weken kan beroep worden ingediend bij de Raad van State. Na deze termijn is het plan van kracht, tenzij beroep wordt ingesteld. Als tegen het plan wel beroep wordt inge­ steld, maar niet binnen de beroepstermijn een verzoek om voorlopige voorziening bij de Raad van State is gedaan, dan treedt het plan direct na de beroepstermijn in werking. 3.6 Wanneer en hoe zal de raad over de voortgang worden geïnformeerd?

Wij stellen de raad in kennis van de uitspraak van de Raad van State in een eventuele beroeps­ procedure. 3.7 Wat betekent dit voor de Metropoolregio Amsterdam (MRA)?

Het plan draagt met drie woningen bij aan invulling van de regionale woningbouwopgave. 4. Ondertekening

w LA/

riihrje Sch urmans-Wijdeven

•

Bestemmingsplan Haarlemmerliede Penningsveer 3-4 (regels, verbeelding en toelichting inclusief bijlagen)

Haarlemmerliede Penningsveer 3-4

bestemmingsplan Haarlemmerliede Penningsveer 3-4

Inhoudsopgave

Toelichting

2

3

Inhoudsopgave (vastgesteld)

bestemmingsplan Haarlemmerliede Penningsveer 3-4

Toelichting

Toelichting (vastgesteld)

3

Haarlemmerliede Penningsveer 3-4 Vastgesteld bestemmingsplan – mei 2022 Toelichting

Inhoudsopgave 1

2

3

4

5

Inleiding .............................................................................................................................. 4 1.1

Aanleiding ............................................................................................................................... 4

1.2

Ligging en begrenzing plangebied .......................................................................................... 4

1.3

Doel en planvorm ................................................................................................................... 5

1.4

Geldende bestemmingsplannen en regelingen...................................................................... 6

1.5

Planproces .............................................................................................................................. 8

1.6

Leeswijzer ............................................................................................................................... 8

Bestaande situatie ............................................................................................................... 9 2.1

Ontstaansgeschiedenis ........................................................................................................... 9

2.2

Ruimtelijke en functionele structuur ...................................................................................... 9

Beleid en regelgeving ........................................................................................................ 11 3.1

Rijksbeleid ............................................................................................................................. 11

3.2

Provinciaal en regionaal beleid............................................................................................. 15

3.3

Gemeentelijk beleid .............................................................................................................. 27

Toekomstige situatie ......................................................................................................... 33 4.1

Planbeschrijving .................................................................................................................... 33

4.2

Ruimtelijke structuur ............................................................................................................ 36

4.3

Landschappelijke inpassing .................................................................................................. 36

Onderzoek en beperkingen ................................................................................................ 38 5.1

Water .................................................................................................................................... 38

5.2

Bodem ................................................................................................................................... 43

5.3

Flora en fauna ....................................................................................................................... 47

5.4

Cultuurhistorie en archeologie ............................................................................................. 50

5.5

Geluid .................................................................................................................................... 53

5.6

Lucht ..................................................................................................................................... 54

5.7

Externe veiligheid ................................................................................................................. 56

5.8

Geur ...................................................................................................................................... 57

5.9

Licht....................................................................................................................................... 58

5.10

Bedrijven en milieuzoneringen ......................................................................................... 58

5.11

Luchtvaartverkeer ............................................................................................................. 60

5.12

Kabels, leidingen en telecommunicatie installaties .......................................................... 61

5.13

Explosieven ........................................................................................................................ 61

5.14

Milieueffectrapportage ..................................................................................................... 62 Haarlemmerliede Penningsveer 3-4

2

6

7

5.15

Planologie .......................................................................................................................... 63

5.16

Verkeerskundige aspecten ................................................................................................ 64

Uitvoerbaarheid ................................................................................................................ 68 6.1

Financiële uitvoerbaarheid ................................................................................................... 68

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid....................................................................................... 68

6.3

Handhaarbaarheid ................................................................................................................ 73

Juridische aspecten ........................................................................................................... 75 7.1

Opzet regels en verbeelding ................................................................................................. 75

7.2

Inleidende regels .................................................................................................................. 75

7.3

Bestemmingsregels............................................................................................................... 75

7.4

Algemene regels ................................................................................................................... 76

7.5

Overgangs- en slotregels ...................................................................................................... 77

7.6

Handhaafbaarheid ................................................................................................................ 77

Haarlemmerliede Penningsveer 3-4

3

1 Inleiding 1.1 Aanleiding Molenaar Beheer BV is voornemens om op de locatie aan Penningsveer 4 te Haarlemmerliede drie vrijstaande woningen te realiseren op het perceel dat kadastraal bekend staat als H - 807 in de gemeente Haarlemmermeer. De huidige bebouwing op de kavel bestaat uit leegstaande opslaggebouwen. De voorgenomen herontwikkeling naar wonen is op zichzelf in strijd met het geldende bestemmingsplan "Buitengebied", maar het plan kent een wijzigingsbevoegdheid om drie nieuwe woningen mogelijk te maken, mits deze woningen op een bepaalde manier worden gesitueerd. Deze situering is echter niet in lijn met de 'Visie Penningsveer', waardoor de woningen anders gesitueerd dienen te worden dan is opgenomen binnen de wijzigingsbevoegdheid. Daarnaast worden de bedrijfswoningen ter hoogte van Penningsveer 3 en 4, kadastraal bekend als H - 707 en H - 868, middels de voorgenomen ontwikkeling gewijzigd in een burgerwoning. Het rietdekkersbedrijf ter hoogte van Penningsveer 3a wordt voorzien van een functieaanduiding 'bedrijf tot en met categorie 2'. De bedrijfsbestemming is gesitueerd binnen de kadastrale percelen H - 869 en H - 1868. Ook de kadastralen percelen H - 1983 en H - 1984 maken deel uit van het plangebied als water en groen. Derhalve dient het geldende bestemmingsplan "Buitengebied" te worden gewijzigd.

Onderhavig postzegelbestemmingsplan voorziet in een nieuw planologisch regime voor het plangebied.

1.2 Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied is gelegen in het buurtschap Penningsveer in de plaats Haarlemmerliede, deel uitmakend van de gemeente Haarlemmermeer. Het plangebied wordt globaal begrensd door:  water en Fort bij Penningsveer aan de zuidwestzijde;  water aan de westzijde;  een nautisch bedrijf aan de noordzijde;  de Lagedijk en weilanden aan de noordoostzijde;  groen en een parkeerplaats aan de zuidzijde. De globale ligging en begrenzing van het plangebied is weergegeven in onderstaande afbeeldingen.

Haarlemmerliede Penningsveer 3-4

4

Figuur 1.1: Luchtfoto plangebied, uitgezoomd (bron: QGIS, eigen bewerking).

Figuur 1.2: Luchtfoto plangebied, ingezoomd (bron: QGIS, eigen bewerking).

1.3 Doel en planvorm Het doel van de ontwikkeling is om de realisatie van drie woningen mogelijk te maken op de locatie Penningsveer 4 te Haarlemmerliede. De bedrijfsvoering ter plaatse van het perceel is niet langer wenselijk, waardoor een nieuw bestemmingsplan wordt vastgesteld om de nieuwe situatie planologisch mogelijk te maken. Doordat de bedrijfsvoering binnen het plangebied stopt, is het tevens wenselijk om de bedrijfswoning ter plaatse van Penningsveer 4 om te zetten naar een burgerwoning. Ook de bedrijfswoning ter plaatse van Penningsveer 3 wordt omgezet naar een Haarlemmerliede Penningsveer 3-4

5

burgerwoning. Het rietdekkersbedrijf aan Penningsveer 3a kent reeds de enkelbestemming 'Bedrijf', maar wordt middels onderhavig bestemmingsplan voorzien van een functieaanduiding 'bedrijf tot en met categorie 2', zoals de feitelijke situatie zich nu voordoet. In de huidige situatie zijn namelijk bedrijven tot en met milieucategorie 4.1 toegestaan, wat niet wenselijk is in de nabije omgeving van burgerwoningen. De doelstelling van het bestemmingsplan (Haarlemmerliede Penningsveer 3-4 en NL.IMRO.0394.BPGhllpveer3x4-A001) is het bieden van een actueel juridischplanologisch kader voor het plangebied zoals wordt beschreven in paragraaf 1.2.

1.4

Geldende bestemmingsplannen en regelingen

De geldende planologische regelingen binnen het plangebied zijn:  Bestemmingsplan "Parapluplan wonen", ontwerp,10 november 2020;  Voorbereidingsbesluit "Voorbereidingsbesluit biomassacentrales 2021", vastgesteld op 5 november 2020;  Bestemmingsplan "Parapluplan datacenters", geheel in werking, vastgesteld op 22 oktober 2020;  Bestemmingsplan "Parapluplan Parkeerregels Haarlemmerliede en Spaarnwoude", onherroepelijk vastgesteld op 27 november 2018;  Bestemmingsplan "Buitengebied", onherroepelijk vastgesteld op 24 juni 2014. Omdat het bestemmingsplan "Parapluplan wonen" nog een ontwerp is, zal dit plan niet verder worden toegelicht. Binnen het plangebied zijn in de huidige situatie geen datacenters of biomassacentrales aanwezig. Tevens zullen datacenters en biomassacentrales in de toekomstige situatie niet aanwezig zijn binnen het plangebied, waardoor deze geldende planologische regimes buiten beschouwing kunnen blijven. Het parapluplan Parkeerregels heeft betrekking op de verkeer- en parkeeraspecten en wordt nader in paragraaf 5.16 van deze toelichting behandeld.

1.4.1 Bestemmingsplan “Buitengebied” Het bestemmingsplan "Buitengebied" is het geldende bestemmingsplan ter plaatse van het plangebied. Het bestemmingsplan is door de raad van gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude vastgesteld op 24 juni 2014. Het plangebied kent de volgende bestemmingen:  de enkelbestemming 'Bedrijf';  de enkbelstemming 'Maatschappelijk';  de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4';  de dubbelbestemming 'Waterstaat- Waterkering';  de gebiedsaanduiding 'luchtvaartverkeerszone - lib 2.2.3';  de gebiedsaanduiding ''wetgevingzone - wijzigingsgebied'. In het zuidelijk deel van het plangebied geldt een bouwvlak, waarbinnen gebouwd mag worden tot een maximale goothoogte van 6 meter, een maximale bouwhoogte van 10 meter en een maximum bebouwingspercentage van 60%. Figuur 1.3 bevat een uitsnede van de verbeelding behorende bij het bestemmingsplan.

Haarlemmerliede Penningsveer 3-4

6

Figuur 1.3: Uitsnede bestemmingsplankaart (bron: QGIS, eigen bewerking).

Het bevoegd gezag is bevoegd om overeenkomstig artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingszone - wijzigingsgebied' de bestemming te wijzigen in de bestemming 'Wonen - 2' onder de volgende voorwaarden: 1. na de wijziging zijn de regels van de bestemming 'Wonen - 2' overeenkomstig van toepassing met dien verstande dat het aantal nieuw te realiseren woningen binnen het bestemmingsvlak maximaal 3 bedraagt, waarmee het totaal aantal woningen binnen het bestemmingsvlak maximaal 5 bedraagt; 2. met de situering van de woningen dient in voldoende mate rekening te worden gehouden met het vrije doorzicht vanaf de Lagedijk op het aangrenzende fort, zulks ter beoordeling van het bevoegd gezag. Op basis van artikel 3.6 is het mogelijk om binnen het plangebied drie nieuwe woningen te realiseren naast de twee bestaande (bedrijfs)woningen. Een van de voorwaarden hiervoor is echter dat aan de bouwregels behorende bij de bestemming 'Wonen - 2' uit het bestemmingsplan "Buitengebied" moet worden voldaan. Aan deze bouwregels kan echter niet worden voldaan, omdat de randvoorwaarden uit de Gebiedsvisie Penningsveer van gemeente Haarlemmermeer (vastgesteld op 24 september 2018) hieraan in de weg staan. Bovendien is de beoogde ontwikkeling niet te realiseren binnen het huidige bouwvlak.

De voorgenomen ontwikkeling bestaande uit de nieuwbouw van drie woningen en het omzetten van twee bedrijfswoningen naar burgerwoningen is qua functie en bouwmogelijkheden strijdig met de geldende bestemming 'Bedrijf'. Het plan kan daarnaast niet mogelijk worden gemaakt conform de geldende wijzigingsbevoegdheid. Derhalve is middels onderhavig postzegelbestemmingsplan een nieuw planologisch regime opgesteld voor de voorgenomen ontwikkeling.

Haarlemmerliede Penningsveer 3-4

7

1.5 Planproces Een bestemmingsplan doorloopt de procedure zoals bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Het voorontwerp bestemmingsplan wordt ex art. 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) voor advies voorgelegd aan Rijk, provincie en waterschap. Door de gemeente Haarlemmermeer wordt in dit stadium van planvorming ook de betreffende dorps- of wijkraad in de gelegenheid gesteld op het voorontwerp bestemmingsplan te reageren. Binnengekomen reacties uit het wettelijk vooroverleg worden verwerkt in het ontwerp bestemmingsplan. Tijdens de ter visie legging van het ontwerp bestemmingsplan kan eenieder schriftelijk of mondeling een zienswijze kenbaar maken. De ingediende zienswijzen worden verwerkt in het vast te stellen bestemmingsplan. Het vastgestelde bestemmingsplan wordt nogmaals ter inzage gelegd. Gedurende deze terinzagelegging kan beroep worden ingesteld bij de Raad van State. Dit kan uitsluitend door belanghebbenden die ook een zienswijze tegen het ontwerpbestemmingsplan hebben ingediend, of door eenieder voor zover het onderdelen betreft die door de gemeenteraad gewijzigd zijn vastgesteld.

1.6 Leeswijzer Het tweede hoofdstuk van deze toelichting geeft een beeld van de bestaande situatie in het plangebied. Er wordt een beschrijving gegeven van de ruimtelijke en functionele structuur van het gebied. In het derde hoofdstuk wordt ingegaan op het relevante beleid en de regelgeving en de invloed hiervan op het bestemmingsplan. Het vierde hoofdstuk gaat in op de nieuwe situatie met de te verwachten ontwikkelingen en de gewenste ruimtelijk-functionele structuur. Het vijfde hoofdstuk gaat in op de onderzoeksgegevens en beperkingen. In het hoofdstuk zes komt de uitvoerbaarheid aan bod en in het laatste hoofdstuk wordt ingegaan op de juridische aspecten van dit bestemmingsplan.

Haarlemmerliede Penningsveer 3-4

8

2 Bestaande situatie In dit hoofdstuk wordt het plangebied nader toegelicht door de ontstaansgeschiedenis van het gebied beschreven. Tevens wordt de bestaande ruimtelijke en functionele structuur toegelicht.

2.1 Ontstaansgeschiedenis Ten noorden van Haarlemmerliede ligt de woongemeenschap Penningsveer. Dit betreft een kleine zelfstandige kern, gelegen langs de Liedeweg en de Lagedijk. De kern ligt tussen het groengebied en het water van de Mooie Nel en De Liede. Aan de westzijde strekt Penningsveer zich uit tot op het grondgebied van de gemeente Haarlem. Penningsveer is ontstaan als plaats waar een veer in het begin van de 16e eeuw de belangrijkste verbinding tussen Amsterdam en Haarlem vormde. De ligging aan het water – met name de specifieke ligging aan de versmalling van De Liede – heeft ervoor gezorgd dat de kern een belangrijke functie vervult voor de watersport. Penningsveer heeft enkele jachthavens met mogelijkheden voor winterstalling, reparatie en onderhoud. Daarnaast zijn er enkele horecagelegenheden. In de hoek van Penningsveer en de Liedeweg was een bielzenhandel gevestigd: het reeds verplaatste bedrijf van de familie Molenaar en thans het plangebied. In Penningsveer is, evenals in Haarlemmerliede, een fort gelegen dat vroeger onderdeel uitmaakte van de Stelling van Amsterdam: Fort Penningsveer. Dit fort is in gebruik voor opvang van (probleem)jongeren en als verblijfsrecreatie. Tezamen met de naastgelegen fortwachterswoning betreft dit een provinciaal monument. Het fort ligt grotendeels verscholen tussen het groen, hetgeen het vroegere vrije schootsveld heeft ingevuld.

2.2 Ruimtelijke en functionele structuur Het plangebied bevindt zich aan de kruising van Penningsveer en Lagedijk in Haarlemmerliede. Het plangebied grenst in het noorden aan de jachthaven Renautic en in het zuiden aan het fortterrein. Aan de westzijde van het plangebied bevindt zich het water van de fortgracht, aan de oostzijde bevindt zich een open landschap dat is ingericht voor recreatief gebruik. In de huidige situatie is een oude loods van de voormalige vestiging van Molenaar Haarlem BV gevestigd binnen het plangebied. Het plangebied heeft een langgerekte vorm en is grotendeels bedekt met stelconplaten. Ten oosten van het plangebied vormt een sloot de erfafscheiding tot de bestaande woningen en is de ingang voor onder andere vrachtverkeer aan de Penningsveer gesitueerd aan de noordzijde van het plangebied, afgescheiden met een laag hek en twee slagbomen. Over de Lagedijk mag 50 km/u worden gereden en over de Penningsveer gedeeltelijk 30 km/u en gedeeltelijk 50 km/u.

Haarlemmerliede Penningsveer 3-4

9

Ook behoren de twee bedrijfswoningen aan de Penningsveer 3 en 4 tot het plangebied, evenals Molenaar Rietdekbedrijf aan de Penningsveer 3a. Het plangebied wordt aan de zuidzijde afgescheiden door groen en water.

Haarlemmerliede Penningsveer 3-4

10

3 Beleid en regelgeving 3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

Per 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie vastgesteld. Hierin zijn de kaders van het nieuwe rijksbeleid opgenomen. In het kader van de nahangprocedure kunnen in de Nationale omgevingsvisie nog opmerkingen en wensen van de Tweede Kamer worden verwerkt. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. In de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) wordt door het Rijk een langetermijnvisie gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk.

Figuur 3.1: Afwegen met de NOVI. Bron: Nationale Omgevingsvisie.

De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met de ambities: wat willen we bereiken? Vervolgens worden de 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. De vier prioriteiten De Uitvoeringsagenda beschrijft de vier prioriteiten. De opgaven uit de toelichting kunnen veelal niet apart van elkaar worden aangepakt. Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is, over

Haarlemmerliede Penningsveer 3-4

11

de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet. De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie 2. Duurzaam economisch groeipotentieel 3. Sterke en gezonde steden en regio's 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Drie afwegingsprincipes Het doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: '(a) het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften'. Beschermen en ontwikkelen sluiten elkaar niet per definitie uit en kunnen elkaar zelfs versterken. Echter, gaan beschermen en ontwikkelen niet altijd en overal zonder meer samen en zijn soms echt onverenigbaar. Een optimale balans tussen deze twee vergt steeds een zorgvuldige afweging en prioritering van ongelijksoortige belangen. Om dit afwegingsproces en de omgeving inclusieve benadering richting te geven, is in de NOVI een drietal afwegingsprincipes geformuleerd: 1. Combineren boven enkelvoudig 2. Kenmerken & identiteit 3.

Afwentelen voorkomen Relatie tot ontwikkeling De voorgenomen ontwikkeling maakt de realisatie van drie nieuwe woningen mogelijk, de omzetting van twee bedrijfswoningen naar een burgerwoningen en het vastleggen van de feitelijke situatie van het rietdekkersbedrijf. Omdat er woningbouw wordt mogelijk gemaakt is nationaal belang nummer 5 van toepassing: 'zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften'. De opgave is aansluitend op de woonbehoefte (met name in en bij de stedelijke regio's) tussen 2019 en 2030 om circa 1 miljoen woningen te realiseren en een goede kwaliteit van de woningvoorraad in regio's met bevolkingsdaling te behouden. Met de realisatie van drie nieuwe burgerwoningen en de omzetting van twee bedrijfswoningen wordt een bescheiden bijdragen geleverd aan de opgave van de realisatie van 1 miljoen woningen in 2030. Op het projectgebied zijn geen van de andere 20 nationale belangen van toepassing. Conclusie De beoogde ontwikkeling levert een bijdrage aan nationaal belang nummer 5. Geen van de andere 20 nationale belangen worden negatief geraakt met voorliggend project. Beleid voor deze specifieke locatie dan wel ontwikkeling wordt daarom overgelaten aan de provincie en de gemeente.

3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geeft de juridische kaders die nodig zijn om het vigerend ruimtelijk rijksbeleid te borgen en legt daarmee nationale ruimtelijke belangen Haarlemmerliede Penningsveer 3-4

12

vast. De ruimtelijke onderwerpen van nationaal belang zijn daardoor beperkt. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. In hoofdstuk 2 van het Barro is, om de nationale belangen te beschermen per onderwerp (één onderwerp per titel) aangegeven welke beperkingen er per welk (ruimtelijk) gebied gelden. Relatie tot ontwikkeling Het plangebied bevindt zich op basis van het Barro binnen een gebied behorend tot erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, in dit geval het werelderfgoed 'de Stelling van Amsterdam'. In de nabije omgeving van het plangebied is het Fort van Penningsveer gelegen. In de Omgevingsverordening NH2020 worden de kernkwaliteiten uitgewerkt en geobjectiveerd. Op basis van de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) is het plangebied gelegen binnen meerdere radargebieden, namelijk:  radarverstoringsgebied maximale hoogte 90 meter t.o.v. NAP;  radarverstoringsgebied bouwwerken behorende bij radarstation Schiphol Centrum;  radarverstoringsgebied bouwwerken behorende bij radarstation Schiphol TAR West. De beoogde ontwikkeling heeft een maximale bouwhoogte van circa 8,5 meter, waardoor de radars niet verstoord zullen worden. Conclusie Het Barro legt geen restricties op voor de locatie waar de ontwikkeling wordt voorzien.

De Provincie is het bevoegd gezag ten behoeve van het Fort Penningsveer.

3.1.3 Besluit ruimtelijke ordening

Het Bro stelt vanuit de Rijksverantwoordelijkheid voor een goed systeem van ruimtelijke ordening juridische kaders aan de processen van ruimtelijke belangenafweging en besluitvorming bij de verschillende overheden. Onderwerpen zoals Ladder voor duurzame verstedelijking en de proceseisen voor goed ontwerp, aandacht voor de waterhuishouding (watertoets), het milieu en het cultureel erfgoed zijn allen geborgd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De relevante onderwerpen voor onderhavig project worden behandeld in hoofdstuk 4, waarin de ruimtelijke en milieutechnische aspecten worden behandeld. Relatie tot ontwikkeling De relevante onderwerpen voor onderhavig project worden behandeld in hoofdstuk 4, waarin de ruimtelijke en milieutechnische aspecten worden behandeld. Conclusie Het Bro legt geen restricties op voor de locatie waar de ontwikkeling wordt voorzien.

Haarlemmerliede Penningsveer 3-4

13

3.1.4 Luchthavenindelingsbesluit Schiphol Gemeenten die (deels) gelegen zijn binnen het beperkingengebied rondom Schiphol moeten rekening houden met beperkingen die worden gesteld aan het ruimtegebruik. Deze beperkingen staan in het Luchthavenindelingsbesluit Schiphol (Lib). De regels moeten door gemeenten in acht worden genomen bij de totstandkoming van bestemmingsplannen en bij het beoordelen van aanvragen om een omgevingsvergunning. In sommige gevallen kan van de Lib-regels worden afgeweken met een verklaring van geen bezwaar. Relatie tot ontwikkeling Voorliggend bestemmingsplan maakt de realisatie van drie vrijstaande woningen mogelijk, evenals de omzetting van de twee bestaande bedrijfswoningen naar een burgerwoningen. Het plangebied bevindt zich binnen een zone waarin beperkingen gelden met betrekking tot de vogelaantrekkende werking, zoals is aangegeven middels een gebiedsaanduiding in het geldend bestemmingsplan 'BP Buitengebied'. De voorgenomen ontwikkeling verhoogt de vogelaantrekkende werking echter niet. Conclusie Het Luchthavenindelingsbesluit legt restricties op ten aanzien van de vogelaantrekkende werking binnen het plangebied. Echter voorziet het voorgenomen initiatief niet in een vogelaantrekkende werking, omdat er geen gewassen of waterpartijen worden mogelijk gemaakt middels de beoogde ontwikkeling. Doorgaans heeft woningbouw geen vogelaantrekkende werking.

3.1.5 Nationaal waterplan 2016-2021 Het Nationaal Waterplan (2015) geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de planperiode 2016-2021, met een vooruitblik richting 2050. Het kabinet speelt proactief in op de verwachte klimaatveranderingen op lange termijn, om overstromingen te voorkomen. Het Nationaal Waterplan gaat in op het robuust en toekomstgericht inrichten van het Nederlands watersysteem, gericht op een goede bescherming tegen overstromingen, het voorkomen van wateroverlast en droogte en het bereiken van een goede waterkwaliteit en een gezond ecosysteem als basis voor welzijn en welvaart. De volgende onderdelen komen in het plan naar voren:  De Deltabeslissingen (waterveiligheid, zoetwatervoorziening en ruimtelijke adaptatie);  De Beleidsnota Noordzee;  De verankering van afspraken die betrekking hebben op water vanuit het Energieakkoord;  De Natuurvisie;  De Internationale Waterambitie;  De geactualiseerde plannen en maatregelenprogramma’s om te voldoen aan de Europese eisen voor waterkwaliteit, overstromingsrisico's en het mariene milieu. Het plan omvat een integrale benadering, door natuur, scheepvaart, landbouw, energie, wonen, recreatie, cultureel erfgoed en economie (inclusief verdienvermogen) zo veel mogelijk in samenhang met de wateropgaven te ontwikkelen.

De ambitie is dat overheden, bedrijven en burgers zich in 2021 meer bewust zijn van de kansen en bedreigingen van het water in hun omgeving. Haarlemmerliede Penningsveer 3-4

14

Relatie tot ontwikkeling De waterhuishoudkundige situatie met betrekking tot het voorgenomen project komt aan de orde in paragraaf 5.1. Het Nationaal Waterplan legt vooruitlopend op paragraaf 5.1 geen restricties op voor het plangebied. Conclusie Het Nationaal Waterplan legt vooralsnog geen restricties op voor het plangebied.

3.1.6 Beleidsnota mainport en metropool Het Rijk heeft in samenwerking met de zogenaamde regiopartijen en de partijen uit de luchtvaartsector een beleidsnota (2016) opgesteld voor de Schipholregio. Deze beleidsnota is een uitwerking van het programma SMASH (Structuurvisie Mainport Amsterdam Schiphol Haarlemmermeer) en is erop gericht de mainport Schiphol en haar regio te versterken en helderheid te bieden wat betreft de mogelijkheden voor de verdere ruimtelijke en infrastructurele ontwikkeling. De nota heeft de ambitie om de kracht en kwaliteiten van de regio verder uitbouwen, de economische ontwikkeling van de regio en Schiphol te stimuleren en kansen en potenties in de regio beter benutten. Daarnaast willen de partijen binnen de regio de verwachte woningbehoefte van 440.000 geschatte woningen accomoderen. De kracht en kwaliteit van de Schipholregio komt voort uit de compactheid ervan en haar diversiteit aan functies. De focus ligt hierbij op vier beleidsopgaven: 1. het versterken van de ruimtelijk-economische structuur; 2. het ruimte bieden voor verstedelijking, kwaliteit van leefomgeving en leefbaarheid; 3. het ruimte bieden voor verdere ontwikkeling van een veilige, concurrerende en duurzame luchtvaart in combinatie met een optimale netwerk- en mainportkwaliteit. 4. meer en betere samenwerking tussen Rijk, regio, marktpartijen en luchtvaartsector.

Relatie tot ontwikkeling De voorgenomen ontwikkeling realiseert onder andere drie vrijstaande woningen, waardoor een bijdrage wordt geleverd aan de verwachte woningbehoefte van 440.000 woningen binnen de Schipholregio. Daarbij staat de kwaliteit van de leefomgeving en de leefbaarheid van het gebied centraal. Bovendien worden twee bedrijfswoningen omgezet naar twee burgerwoning middels onderhavige ontwikkeling. De bedrijfsvoering ter plaatse van Penningsveer 4 wordt stopgezet en het bestaande rietdekkersbedrijf aan Penningsveer 3 wordt voorzien van een functieaanduiding 'bedrijf tot en met categorie 2'. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling is in lijn met de Beleidsnota mainport en metropool.

3.2 Provinciaal en regionaal beleid

Haarlemmerliede Penningsveer 3-4

15

3.2.1 Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 De Omgevingsvisie NH2050 is vastgesteld door de Provinciale Staten van Noord-Holland op 19 november 2018. De leidende hoofdambitie in de Omgevingsvisie NH2050 is de balans tussen economische groei en leefbaarheid. De Omgevingsvisie richt zich op lange termijn ambities en – doelen, met oog voor kwaliteiten die de provincie langjarig wil koesteren en die proberen in te spelen op veranderingen en transities die tijd nodig hebben. De visie spreekt zich dus uit over het 'waarom' en ten dele over het 'wat'. Onder de hoofdambitie, 'balans tussen economische groei en leefbaarheid', zijn samenhangende ambities geformuleerd. De ambities zijn uitgewerkt in zogenaamde samenhangende bewegingen naar de toekomst. In die bewegingen worden meerdere ontwikkelprincipes gehanteerd. Alle ontwikkelprincipes hangen met elkaar samen. De omgevingsvisie laat in algemene zin zien wat de ontwikkelprincipes zijn voor de hele provincie om een hoge leefomgevingskwaliteit te bieden. Deze principes zijn overkoepelend: ze gelden voor de hele provincie. Hierbij komen de thema's gezondheid, veiligheid, klimaatadaptatie en landschap aan bod, alsook een aantal generieke principes voor het gebruik van de fysieke leefomgeving.

Daarnaast schetst de provincie vijf samenhangende bewegingen, die laten zien hoe wordt omgegaan met opgaven die op de samenleving afkomen en die de provincie wil faciliteren. Deze bewegingen zijn niet overkoepelend en zijn locatie- of onderwerp specifiek. Het gaat om de onderwerpen: Dynamisch Schiereiland, Metropool in ontwikkeling, Sterke kernen, sterke regio's, Nieuwe energie en Natuurlijk en Vitaal landelijke omgeving. Relatie tot ontwikkeling In de eerste fase van de omgevingsvisie, zijn verkenningen uitgevoerd. Deze verkenningen maken nu onderdeel uit van de omgevingsvisie. In de Verkenningen NH2050 zijn acht hoofdthema's van trends en ontwikkelingen, met hun kernopgaven, geformuleerd. Een van deze acht hoofdthema's is verstedelijking. Hierin wordt aangegeven dat de woningbehoefte voor Noord-Holland Noord en Noord-Holland Zuid in de toekomst nog steeds toeneemt. De prognoses laten ook in lage scenario's nog groei zien in de Metropoolregio Amsterdam (MRA). Ook in Noord-Holland Noord is er een groei vergelijkbaar met het Nederlands gemiddelde, waarbij een deel van Noord-Holland Noord langzamerhand meer in beeld komt bij woningzoekenden in het zuidelijk deel van de provincie. Migratie, vooral van expats, heeft in toenemende mate invloed op de woningbehoefte.

Tegelijkertijd is er steeds meer structureel leegstaand vastgoed en kunnen er leefbaarheidsproblemen in verouderde nieuwbouwwijken ontstaan. De woningbehoefte op de korte termijn is groot, op de lange termijn neemt deze volgens de huidige inzichten af. De ambitie ten aanzien van woningbouw is dat vraag en aanbod van woon- en werklocatie, zowel kwantitatief als kwalitatief, beter met elkaar in overeenstemming zijn. De woningbouw wordt vooral in en aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden gepland, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes en trends. Duurzaamheid van de totale voorraad is uitgangspunt. De beoogde ontwikkeling wordt binnen het bestaande verstedelijkte gebied gebouwd. Bovendien geldt er voor het plangebied een wijzigingsbevoegdheid om drie woningen te realiseren. Binnen het plangebied zijn in de huidige situatie een oude bedrijfsopslagen gevestigd en twee bestaande Haarlemmerliede Penningsveer 3-4

16

bedrijfswoningen, die worden omgezet naar twee burgerwoningen. Door de stopzetting van het bielzenbedrijf ter plaatse en de realisatie van drie nieuwe burgerwoningen, omgeven door groen en water, wordt bijgedragen aan de beweging Natuurlijk en Vitaal landelijk gebied en de thema's klimaatadaptatie en landschap. De woningen worden onder andere conform de BENG-eisen gerealiseerd. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling is in lijn met de Omgevingsvisie NH2050.

3.2.2 Omgevingsverordening NH2020

In de Omgevingsverordening NH2020 zijn regels samengevoegd op het gebied van natuur, milieu, mobiliteit, erfgoed, ruimte en water. De provincie wil met de omgevingsverordening ontwikkelingen, zoals woningbouw en de energietransitie, mogelijk maken en zet in op het beschermen van mooie en bijzondere gebieden in Noord-Holland. Er wordt gezocht naar een evenwichtige balans tussen economische groei en leefbaarheid. De belangrijkste belangrijke ambities voor Noord-Holland, zoals omschreven in de Omgevingsvisie, zijn verankerd in de nieuwe Omgevingsverordening Noord-Holland. Relatie tot ontwikkeling De provincie Noord-Holland heeft een interactieve kaart ontworpen, behorend tot de Omgevingsverordening NH2020. Alle afdelingen en/of artikelen die relevant zijn voor het plangebied of de beoogde ontwikkeling worden hieronder nader toegelicht: Afdeling 6.1 Stedelijke functies Een ruimtelijk plan kan uitsluitend voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als de ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. Het plangebied bevindt zich binnen het MRA landelijk gebied. Een ruimtelijk plan kan ter plaatse van het werkingsgebied MRA landelijk gebied niet voorzien in een kleinschalige woningbouwontwikkeling, op enkele uitzonderingen na.

Op basis van de wijzigingsbevoegdheid is de realisatie van drie nieuwe burgerwoningen binnen de enkelbestemming 'Bedrijf' mogelijk, waarmee in totaal vijf burgerwoningen binnen het plangebied zijn toegestaan. Onderhavige ontwikkeling maakt drie nieuwe burgerwoningen mogelijk en zet twee bedrijfswoningen om naar twee burgerwoningen. Vanwege het behoud van de zichtlijnen kan niet aan de maatvoering van de wijzigingsbevoegdheid worden voldaan, daarom wordt onderhavig bestemmingsplan opgesteld. Echter blijkt uit deze eerder vastgestelde wijzigingsbevoegdheid dat de gemeente voornemens is om binnen het plangebied drie nieuwe woningen te realiseren, waardoor er totaal vijf burgerwoningen zijn toegestaan binnen het plangebied. Van een 'nieuwe' kleinschalige ontwikkeling kan in dit kader niet meer worden gesproken, omdat dit aantal woningen reeds was opgenomen in het moederplan en enkel de inpassing nog uitgewerkt moest worden. De ontwikkeling is daarom passend binnen het MRA landelijk gebied. Haarlemmerliede Penningsveer 3-4

17

Afdeling 6.4 Beschermd landelijk gebied Paragraaf 6.4.2 Bijzonder provinciaal landschap Het plangebied is gelegen binnen het Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL) Spaarnwoude en omgeving. Een ruimtelijk plan ter plaatse van het werkingsgebied Bijzonder Provinciaal Landschap bevat regels ter bescherming van de voorkomende kernkwaliteiten. Het ruimtelijk plan bevat geen regels die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken. Echter kan het ruimtelijk plan wel regels bevatten die een andere nieuwe ruimtelijke ontwikkeling dan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, mits deze ontwikkeling de voorkomende kernkwaliteiten niet aantast. Spaarnwoude en omgeving Het BPL Spaarnwoude en omgeving is een voornamelijk open (veen)polderlandschap tussen Haarlem en Amsterdam. Het gebied kent een viertal kernkwaliteiten, namelijk:  aardkundige waarden: 1. strandwal Spaarnwoude en aangrenzend poldergebied; 2. veenrivieren en -plassen; 3. onregelmatige en regelmatige strookverkaveling veenweidepolders en regelmatige rechthoekige verkaveling en de droogmakerijen.  openheid en ruimtebeleving: 1. open ruimte met vergezichten in veenpolders en delen van de droogmakerijen (IJpolders); 2. afwisselend besloten en meer open, groene karakter recreatiegebied Spaarnwoude; 3. habitat voor weidevogels.  ruimtelijke dragers: 1. (zee)dijken en liniedijken; 2.

Zijkanaal B en Zijkanaal C, ringvaart Haarlemmermeer; 3. Bebouwingslinten. Hieronder wordt het plan getoetst aan de kernkwaliteiten. 1. Aardkundige waarden Het plangebied is gelegen rondom de strandwal Spaarnwoude en aangrenzend poldergebied. Ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk indien de leesbaarheid van de aardkundige kernkwaliteit in stand blijft. Dit betekent dat het bodemprofiel en reliëf (bijv. door activiteiten als heien, graven en egaliseren) niet significant mogen worden aangetast. Bij ruimtelijke ontwikkelingen die beroering tot een diepte van één meter onder maaiveld vergen is in beginsel geen sprake van aantasting van de aardkundige kernkwaliteit. De beoogde ontwikkeling voorziet niet in bodemroering dieper dan één meter, waarmee de kernkwaliteiten niet worden aangetast. 2. Openheid en ruimtebeleving Het plangebied bevindt zich niet in één van de gebieden behorend tot openheid en ruimtebeleving. Haarlemmerliede Penningsveer 3-4

18

3. Ruimtelijke dragers Het plangebied bevindt zich tussen (zee)dijken en liniedijken. De ontstaansgeschiedenis en de historisch ontstane vorm van de dijken zijn uniek en onvervangbaar. Ruimtelijke ontwikkelingen waarbij bijvoorbeeld het dijkprofiel wordt vergraven zijn een aantasting van deze kernkwaliteit. Dijkverbeteringen zijn mogelijk, mits de continue lijn en het herkenbare dijkprofiel niet aangetast worden. De Stelling van Amsterdam is UNESCO Werelderfgoed en heeft een eigen beschermingsregime waaronder de liniedijk, de forten en ook de accessen en schootsvelden van de forten vallen. Ruimtelijke ontwikkelingen die niet passen binnen de regels van dit regime zijn een aantasting van de kernkwaliteit. De beoogde ontwikkeling maakt geen wijziging aan dijken mogelijk. Uit de volgende paragraaf zal blijken hoe de beoogde ontwikkeling zich verhoudt tot de Stelling van Amsterdam. Paragraaf 6.4.3 Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde Het plangebied is gelegen binnen een gebied met erfgoederen van uitzonderlijke universele waarden. Artikel 6.49 geeft aan dat een ruimtelijke plan binnen het werkingsgebied moet zorgen voor de instandhouding of versterking van de kernkwaliteiten van de erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde. Bovendien mogen de kernkwaliteiten niet worden aangetast.

Het plangebied bevindt het invloedsgebied van het Werelderfgoed Stelling van Amsterdam. Kernkwaliteiten Erfgoederen van Uitzonderlijke Universele Waarden (UNESCO) 1. Het unieke, samenhangende en goed bewaard gebleven, laatnegentiende-eeuwse en vroegtwintigste-eeuwse hydrologische en militair-landschappelijke geheel, bestaande uit: a. een doorgaand stelsel van liniedijken in een grote ring om Amsterdam; b. sluizen en voor- en achterkanalen; c. de forten, liggend op regelmatige afstand, voornamelijk langs dijken; d. inundatiegebieden; e. voormalige schootsvelden (visueel open) en verboden kringen (merendeels onbebouwd gebied); f. de landschappelijke inpassing en slechte zichtbaarheid van de voormalige militaire objecten; 2. Relatief grote openheid; 3. Groene en relatief stille ring rond Amsterdam Uitwerking kernkwaliteiten Stelling van Amsterdam In de Stelling van Amsterdam zijn verschillende zoneringen te onderscheiden: I. Stellingzone; I. Kernzone; II. Monumentenzone. Stellingzone De gehele Stelling van Amsterdam (UNESCO-werelderfgoed) is Stellingzone. De Stellingzone vormt Haarlemmerliede Penningsveer 3-4

19

het samenhangend geheel tussen de verdedigingswerken en het landschap. Ook voormalige inundatiegebieden maken deel uit van de Stellingzone. Voor deze Stellingzone geldt:  Behoud van nog bestaande zichtlijnen tussen de forten en doorzichten op de forten;  Openhouden van schootscirkels rond de forten in de nog open landschappen;  Behoud van bestaande accessen. Dit zijn de plaatsen waar de hoofdverdedigingslijn werd doorsneden door dijken, kanalen, spoorlijnen en wegen. Kernzone De kernzone wordt gevormd door de hoofdverdedigingslijn en de schootscirkels rond de forten. De hoofdverdedigingslijn en de schootscirkels rond de forten zijn belangrijke elementen in het Stellinglandschap. De hoofdverdedigingslijn markeert de grens aanval-verdediging en tevens de grens van de inundaties. De kernzone is als volgt begrensd: 1. Hoofdverdedigingslijn: 100 meter aan de aanvalszijde en 100 meter aan de verdedigingszijde. 2. Schootscirkels rond de forten: cirkels van 1.000 meter rond een fort. Voor de Kernzone geldt:  Geen bebouwing in gebieden die nu nog open zijn;  Kleinschalige incidentele ontwikkelingen binnen de kernzone zijn alleen mogelijk als deze als doel hebben de ruimtelijke kwaliteit van de Stelling van Amsterdam te versterken.

De ontwikkeling dient ingepast te zijn in het landschap en met respect voor zichtlijnen en mag niet leiden tot een significant hoger geluidsniveau in de open ruimte en tot een significante aantasting van het groene en open landschap  Verdichting van bestaande bebouwingslinten is toegestaan, mits passend in het landschap en de bestaande bebouwingsintensiteit van het lint;  Voor bestaande bebouwing die afbreuk doet aan de open ruimte in de schootscirkel en de zone langs de hoofdverdedigingslijn geldt: kansen tot aanpassing benutten in het kader van een integrale herinrichting van het gebied, waarbij per saldo een verbetering van de ruimtelijke situatie ontstaat;  Handhaving van de eenheid en herkenbaarheid van de Stellingdijken die specifiek voor de Stelling van Amsterdam zijn aangelegd. Dit zijn onder andere de Liniewal Liebrug-Liede en de Geniedijk. De zichtlijnen langs deze dijken moeten gehandhaafd blijven;  Een groene of blauwe zone rond de forten waarborgen op die plaatsen waar die nu nog aanwezig is;  Stimuleren en ontwikkelen van blauwe functies die het contrast met de hoofdverdedigingslijn versterken of die (voormalige) inundatiegebieden in het landschap zichtbaar maken. Monumentenzone De Monumentenzone vormt het hart van de Stelling van Amsterdam.

Binnen de Monumentenzone liggen objecten die door de Erfgoedwet of deze Omgevingsverordening zijn beschermd, zoals dijken, forten, sluizen en andere objecten. Voor deze Monumentenzone gelden naast de regels in deze verordening over de erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde ook de regels uit de Erfgoedwet en de regels over monumenten (cultureel erfgoed) in deze Haarlemmerliede Penningsveer 3-4

20

verordening. Dit komt samengevat neer op geen ontwikkelingen toestaan die het (UNESCO-) monument beschadigen, vernielen of ontsieren, en een verbod om noodzakelijk onderhoud aan het monument te onthouden. Toetsing kernkwaliteiten Stelling van Amsterdam De afstand tussen de beoogde nieuwe woningen en de het Fort Penningsveer bedraagt circa 26 meter en valt daarmee binnen de kernzone van de Stelling van Amsterdam. Het gebied was ten tijden van de bedrijfsvoering niet 'open'. De voorgenomen ontwikkeling is door Hosper landschappelijk ingepast door middel van behoud van de zichtlijnen vanaf Fort Penningsveer. Het behouden van de zichtlijnen naar het Fort is de reden dat er geen gebruik wordt gemaakt van de wijzigingsbevoegdheid. De wijzigingsbevoegdheid voorziet in de kans om drie nieuwe woningen te realiseren met bepaalde maatvoering. In totaal zijn er vijf woningen toegestaan binnen het plangebied. Echter respecteert de maatvoering de zichtlijnen niet. De groen-blauwe zone blijft behouden en wordt tevens uitgebreid door middel van een te graven sloot en het uitsluiten van bebouwing hoger dan 1 meter binnen de zichtlijnen c.q. achtertuinen van de woningen, welke zijn aangegeven middels de enkelbestemming 'Groen'. Daarnaast wordt de ruimtelijke kwaliteit beter dan in de huidige situatie, omdat de overblijfselen van de bedrijfsvoering aan Penningsveer 4 voor 'verrommeling' zorgen.

Het bedrijf aan Penningsveer 3 blijft behouden. Echter is dit bedrijf niet binnen de zichtlijnen gesitueerd en is dit bedrijf grotendeels verscholen achter de bestaande bedrijfswoningen en bomen. Afdeling 6.5 Ruimtelijke inpassing in landelijk gebied Er geldt een ruimtelijke kwaliteitseis ingeval van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling in het landelijk gebied. De beoogde ontwikkeling dient getoetst te worden aan de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie. In paragraaf 3.2.3 wordt getoetst aan de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie. Afdeling 6.6 Klimaatadaptie Deze afdeling gaat over het rekening houden met risico's ten aanzien van klimaatverandering bij nieuwe ontwikkelingen en het inventariseren van mogelijke adaptatiemaatregelen. De beoogde ontwikkeling zal voldoen aan het Bouwbesluit 2012 en de eisen omtrent het BENG. Daarnaast wordt de groen-blauwe zone uitgebreid door middel van het graven van een sloot aan de west- en noordzijde van het plangebied. Ook wordt er groen aangelegd waarbinnen bebouwing hoger dan 1 meter niet is toegestaan in verband met de te behouden zichtlijnen. Afdeling 6.9 Regionale waterkeringen Deze afdeling gaat over regionale waterkeringen en beschermingszones. Binnen de regionale waterkering wordt de waterkerende functie beschermd, terwijl in de beschermingszone geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen zijn toegestaan.

Paragraaf 5.1 gaat verder in op het aspect water. De beoogde ontwikkeling is niet in strijd met de regels ten aanzien van de waterkeringen en beschermingszones. Afdeling 6.10 Water Deze afdeling is gericht op: Haarlemmerliede Penningsveer 3-4

21

a. regels stellen omtrent het beheerplan van een waterschap betreffende regionale wateren; b. nadere voorschriften geven ten aanzien van de legger van een waterschap; c. aanwijzen van oppervlaktewaterlichamen waarvoor een waterschap verplicht is één of meer peilbesluiten vast te stellen; en d. een verdeling van het beschikbare water in het geval van een onmiddellijk of dreigend watertekort. Paragraaf 5.1 van onderhavige ruimtelijke onderbouwing gaat in op het aspect water, waarbinnen de waterkwaliteit, waterkwantiteit, beschermde gebieden en riolering aan bod komt. De beoogde ontwikkeling is niet in strijd met Afdeling 6.10 Water. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling is in lijn met de regels uit de Omgevingsverordening NH2020.

3.2.3 Leidraad Landschap en Cultuurhistorie

De Leidraad Landschap en Cultuurhistorie 2018 is een provinciale handreiking voor het inpassen van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in het landschap, zoals bebouwing, agrarische bedrijven, infrastructuur of vormen van energieopwekking. De Leidraad geeft gebiedsgerichte én ontwikkelingsgerichte beschrijvingen en biedt zo toepasbare informatie over de manier waarop ruimtelijke ontwikkelingen kunnen bijdragen aan de kwaliteit van de leefomgeving. De provincie beoogt met deze Leidraad om samen met bijvoorbeeld gemeenten, ontwikkelaars en initiatiefnemers te werken aan het behouden en versterken van de kwaliteit van het landschap en de cultuurhistorie. Per 'ensemble' worden de structuren, context, ontstaangeschiedenis, kernwaarden, dynamiek en ambities besproken. Relatie tot ontwikkeling Het plangebied bevindt zich binnen het ensemble 'Spaarnwoude'. Het ensemble Spaarndam ligt tussen Haarlem en Amsterdam. Het ensemble bestaat uit veenpolder- en droogmakerijenlandschap. Aan de westzijde gaat het landschap van Zuid-Kennemerland over in het veenpolderlandschap van Spaarnwoude. Aan de oostzijde begrenzen de havens en woongebieden van Amsterdam het ensemble. De Ringvaart van de Haarlemmermeer vormt de zuidgrens. Spaarnwoude maakt deel uit van de Bufferzone Amsterdam-Haarlem tussen de stedelijk gebieden van de Metropoolregio Amsterdam (MRA).

De Stelling van Amsterdam loopt aan de westzijde van dit ensemble. Ensemble Spaarnwoude is beschreven aan de hand van drie provinciale kernwaarden:  de landschappelijke karakteristiek: de landschapstypen en de belangrijkste kenmerken van deze landschappen.  openheid en ruimtebeleving: de beleving van de vrije open ruimte, de horizon en de oriëntatiepunten.  de ruimtelijke dragers: de driedimensionale structuren en lijnen die in het (vlakke) landschap het beeld bepalen en begrenzen. Denk hierbij aan bebouwingslinten, bomenlanen en dijken. Haarlemmerliede Penningsveer 3-4

22

Landschappelijke karakteristiek Dit ensemble bevat veenpolderlandschap en droogmakerijen die zijn ontstaan bij de aanleg van het Noordzeekanaal. Bij Spaarndam is de Stelling van Amsterdam manifest aanwezig in het landschap, groepen verdedigingswerken van de Stelling maken dit landschap tot een waar ‘Linielandschap’. Het Fort Penningsveer, oftewel de Stelling van Amsterdam, wordt geborgd in het plan middels het behoud van de zichtlijnen. Middels de bestemming Groen worden de zichtlijnen behouden, omdat bebouwing hoger dan 1 meter niet binnen 'Groen' is toegestaan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Haarlemmermeer&id=f2632273-3988-4874-815a-988e6491a5d7