4. RV Belastingvoorstellen 2022 (2021.0002240).pdf
Tekst van het document
gemeente: de gemeente Haarlemmermeer Artikel 2 Belastbaar feit Onder de naam ‘precariobelasting’ wordt een directe belasting geheven ter zake van het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, bedoeld of genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel. Artikel 3 Belastingplicht 1. De precariobelasting wordt geheven van degene die het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft, dan wel van degene ten behoeve van wie dat voorwerp of die voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond aanwezig zijn. 2. In afwijking van het eerste lid wordt, indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, degene aan wie de vergunning is verleend of diens rechtsopvolger aangemerkt als degene bedoeld in het eerste lid, tenzij blijkt dat hij niet het
Verordening Precariobelasting 2022
Pagina 2 van 6
voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft. Artikel 4 Vrijstellingen De precariobelasting wordt niet geheven ter zake van het hebben van: a. voorwerpen, indien de gemeente ter zake van het gebruik van de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond waarop het voorwerp of de voorwerpen zich bevinden een recht heft op grond van artikel 229, eerste lid, onderdeel a, van de Gemeentewet, dan wel een privaatrechtelijke vergoeding is overeengekomen; b. voorwerpen, waarvan de gemeente genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is, met uitzondering van voorwerpen die in gebruik zijn bij een derde; c. voorwerpen waarvoor reeds uit andere hoofde een vergoeding is verschuldigd; d. buizen in de grond tot lozing van fecaliën, van huishoud- of van het hemelwater; e. voorwerpen op de openbare weg bij kleinschalige niet-commerciële buurtactiviteiten; f. voorzieningen aangebracht ten behoeve van mindervaliden, tot het toegankelijk maken van een eigendom; g. voorwerpen op de openbare weg bij het houden van een georganiseerde fietstocht of wandelmars van maximaal één dag en bij fiets- en wandelvierdaagsen; h. wegwijzers en verkeersaanduidingen van de ANWB en soortgelijke instellingen, uitsluitend geplaatst ten behoeve van het verkeer.
Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief De precariobelasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel, met inachtneming van het overigens in deze verordening bepaalde. Artikel 6 Berekening van de precariobelasting 1. Voor de berekening van de precariobelasting wordt met betrekking tot een in de tarieventabel genoemde lengte- of oppervlaktemaat een gedeelte daarvan als een volle eenheid aangemerkt. 2. Indien een tarief per oppervlakte is vastgesteld, wordt de precariobelasting berekend naar de oppervlakte van de horizontale projectie van de voorwerpen, tenzij anders is bepaald. 3. De oppervlakte van andere dan rechthoekige voorwerpen wordt gesteld op het product van de twee aangrenzende zijden van een om het voorwerp geplaatste denkbeeldige rechthoek. 4. Indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, wordt voor de berekening van de precariobelasting aangesloten bij de geldigheidsduur van die vergunning, tenzij blijkt dat het belastbaar feit zich gedurende een kortere periode heeft voorgedaan. In dat geval bestaat aanspraak op ontheffing, waarbij het vijfde lid van overeenkomstige toepassing is. 5.
Indien in de tarieventabel voor een voorwerp tarieven voor verschillende tijdseenheden zijn opgenomen, wordt de precariobelasting berekend op de voor de belastingplichtige meest voordelige wijze. 6. In afwijking van het bepaalde in artikel 1 wordt voor de berekening van de precariobelasting: a. indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel een weektarief, maar geen dagtarief is opgenomen, een gedeelte van een week gelijkgesteld met een week; b. indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel een maandtarief, maar geen dag- of weektarief is opgenomen, een gedeelte van een maand gelijkgesteld met een maand. 7. Indien in de tarieventabel voor een voorwerp een dagtarief, weektarief of maandtarief is opgenomen en het belastingtijdvak een langere periode dan een dag, onderscheidenlijk
Verordening Precariobelasting 2022
Pagina 3 van 6
een week of een maand omvat, gelden deze tarieven per dag, onderscheidenlijk week of maand van het belastingtijdvak. Artikel 7 Belastingtijdvak 1. In de gevallen waarin de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, is het belastingtijdvak de periode waarvoor de vergunning is verleend, met dien verstande dat bij een kalenderjaar overschrijdende geldigheidsduur van de vergunning het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar. 2. In andere dan de in het eerste lid bedoelde gevallen, is het belastingtijdvak de aaneengesloten periode gedurende welke het belastbaar feit zich voordoet of heeft voorgedaan. Artikel 8 Wijze van heffing 1. De precariobelasting wordt geheven bij wege van aanslag. 2. In afwijking van het eerste lid wordt de voor een dag verschuldigde precariobelasting geheven door middel van een mondelinge kennisgeving, dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt Artikel 9 Ontstaan van belastingschuld en heffen naar tijdsgelang 1.
In de gevallen bedoeld in artikel 7, eerste lid, is de precariobelasting verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt is de naar jaartarieven geheven precariobelasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde belasting als er in dat tijdvak, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor de naar jaartarieven geheven precariobelasting voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde precariobelasting als er in dat tijdvak, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Artikel 10 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet de aanslag worden betaald binnen een maand na de dagtekening van het aanslagbiljet. 2. In afwijking van het eerste lid, moet de precariobelasting ingeval de kennisgeving bedoeld in artikel 8, tweede lid: a. mondeling wordt gedaan, worden betaald op het moment van het doen van de kennisgeving; b.
schriftelijk wordt gedaan, worden betaald op het moment van het uitreiken van de kennisgeving, dan wel ingeval van toezending ervan, binnen 10 dagen na de dagtekening van de kennisgeving. 3. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel 11 Overgangsrecht De "Verordening precariobelasting 2020", vastgesteld bij raadsbesluit van 5 november 2020, nummer 2020/0002299 wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2022, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
Verordening Precariobelasting 2022
Pagina 4 van 6
Artikel 12 Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2022. Artikel 13 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: "Verordening precariobelasting 2022". Vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 11 november 2021. De griffier,
De voorzitter,
J. van der Rhee, B. Ha
M. Schuurmans - Wijdeven
Verordening Precariobelasting 2022
Pagina 5 van 6
Tarieventabel behorende bij de ‘Verordening op precariobelasting 2022’
HOOFDSTUK 1 ALGEMEEN 1.1 De belasting bedraagt per strekkende meter, m2, m3, voorzover deze niet afzonderlijk met naam in deze tarieventabel is genoemd: – per dag € 0,62; – per week € 1,89; – per maand € 6,36; – per jaar € 48,50. HOOFDSTUK 2 STANDPLAATSEN EN UITSTALLING 2.1 De belasting bedraagt per dag voor een vaste standplaats gelegen op een standplaatslocatie genoemd in het stippenplan: a. Categorie I € 44,05; b. Categorie II € 31,48; c. Categorie III € 15,73. 2.2 De belasting bedraagt voor incidentele standplaatsen, met uitzondering van ideële standplaatsen, € 62,93 per dag. 2.3 De belasting bedraagt voor een uitstalling € 44,11 per m², per jaar, per uitstallocatie. HOOFDSTUK 3
VERVALLEN
HOOFDSTUK 4 BENZINEPOMPINSTALLATIES 4.1 De belasting bedraagt voor een benzinepompinstallatie of een vergelijkbare inrichting om motorrijtuigen van vloeibare brandstof te voorzien, dit met inbegrip van de daarbij behorende leidingen en opstelplaatsen per aftappunt, per jaar € 223,01. 4.2 De belasting bedraagt voor een installatie om motorrijtuigen van water of lucht te voorzien, dit met inbegrip van de daarbij behorende leidingen, per punt, per jaar € 88,23. 4.3 Voor het hebben van bedrijfspompen wordt de onder 4.1 en 4.2 bedoelde belasting met de helft verminderd. 4.4 De belasting bedraagt voor een vulput, niet behorend bij een installatie als bedoeld onder 4.1, 4.2 en 4.3, per vulput, per jaar € 21,83. HOOFDSTUK 5
VERVALLEN
HOOFDSTUK 6 RAILS EN TRANSPORTBANEN 6.1 De belasting bedraagt voor het hebben van rails, per strekkende meter, per jaar € 3,53. 6.2 De belasting bedraagt voor het hebben van een transportbaan of een dergelijke inrichting, per strekkende meter, per jaar € 5,83. HOOFDSTUK 7 RECLAMEOBJECTEN 7.1 De belasting bedraagt voor het hebben van voor tot reclame dienende lichtbakken, lichtapparaten, uithangborden of uithangtekens, uitstalkasten, gevelborden, gevelplaten en andere tot reclamedoeleinden gebezigde objecten, vitrines en automaten, per strekkende meter naar de grootste afmeting, per jaar € 37,81. 7.2 De belasting bedraagt voor het hebben van aankondigingborden boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, voor zover bevestigd aan bomen, palen,
Verordening Precariobelasting 2022
7.3
Pagina 6 van 6
lichtmasten et cetera, alsmede voor het hebben van borden op de openbare weg, per dag, per aankondigingsbord, € 1,19. De belasting bedraagt in de onder 7.2 opgenomen gevallen tenminste € 16,55.
HOOFDSTUK 8 TERASSEN 8.1 De belasting bedraagt voor het hebben van een terras € 44,20 per m² per jaar. HOOFDSTUK 9 SCHUTTINGEN, STEIGERS, BOUWMATERIALEN, DIRECTIEKETEN 9.1 De belasting bedraagt voor het hebben van schuttingen, steigers of soortgelijke getimmerten, het opslaan van bouwmaterialen, alsmede voor het hebben van directieketen, directiewagens, schaftwagens, werken en dergelijke, per m2 ingenomen grond: - per dag € 0,62; - per week € 1,89; - per maand € 6,36; - per jaar € 48,50. 9.2 De belasting bedraagt in de onder 9.1 genoemde gevallen ten minste € 16,55. HOOFDSTUK 10 VERKOOPTOESTELLEN EN TIJDELIJKE VERKOOP- EN KANTOORRUIMTES 10.1 De belasting bedraagt voor het hebben van een automatisch verkooptoestel, niet zijnde een installatie als bedoeld in 4.1 en 4.2, per m³, per jaar € 44,20. 10.2 De belasting bedraagt voor het hebben van een tijdelijke verkoop- en/of kantoorruimte en andere soortgelijke opstallen op gemeentegrond per m², per week € 5,78. 10.3 De belasting bedraagt in de onder 10.2 opgenomen gevallen tenminste € 16,55. HOOFDSTUK 11 OPSTELPLAATS VOOR WINKELWAGENTJES 11.1 De belasting bedraagt voor opstelplaatsen voor winkelwagentjes per 5 m2, per jaar € 66,71. HOOFDSTUK 12 TELEFOONCELLEN EN BRIEVENBUSSEN 12.1 De belasting bedraagt voor telefooncellen per stuk, per jaar € 37,69.
12.2 De belasting bedraagt voor brievenbussen, die als intermediair fungeren tussen verzender en ontvanger van poststukken per stuk, per jaar € 17,41. HOOFDSTUK 13 OPSTELPLAATS VOOR AUTODELEN 13.1 De belasting bedraagt voor het in gebruik nemen van een parkeerplaats ten behoeve van autodelen per parkeerplaats, per jaar € 100,00. Vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 11 november 2021. De griffier,
De voorzitter,
J. van der Rhee, B. Ha
M. Schuurmans - Wijdeven
De raad van gemeente Haarlemmermeer; gelezen het voorstel van het college van Burgemeester en Wethouders van 28 september 2021, nummer 2021.0002240; gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet; besluit: vast te stellen de volgende verordening:
Verordening op de heffing en de invordering van rechten voor het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen in de gemeente Haarlemmermeer 2022 (“Verordening graf- en begraafrechten 2022 (Lijkbezorgingsrechten 2022”). Artikel 1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: a. begraafplaats(en): de begraafplaatsen: • Wilgenhof, gelegen aan de Hoofdweg 395 te Hoofddorp; • Taxushof, gelegen aan de Rustoordstraat 17 te Nieuw-Vennep; • Lindenhof, gelegen aan de Papaverstraat 30 te Nieuw-Vennep; • Iepenhof, gelegen aan de Hoofdweg 776 te Hoofddorp; • Meerterpen, gelegen aan de Spieringweg 1021 te Zwaanshoek; • Gods Akker / Stompe Toren, gelegen aan de Kerkweg 26 te Spaarnwoude; b. graf: een zandgraf of een keldergraf; c. kindergraf: een particulier of algemeen graf met een afwijkend formaat (zoals is aangegeven in de Uitvoeringsregeling beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen Haarlemmermeer 2016) bestemd voor het begraven van één of twee overledenen van personen beneden de leeftijd van 12 jaar; d. grafkelder: een betonnen of gemetselde constructie waarin een of meerdere overledenen kunnen worden begraven of asbussen kunnen worden bijgezet. Grafkelders kunnen onderdeel zijn van een bovengrondse muur of wand; e. asbus: een bus ter berging van as van een overledene; f. urn: een voorwerp ter berging van een of meerdere asbussen; g.
particulier graf: een graf waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot: • het doen begraven en begraven houden van overledenen; • het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; • het doen verstrooien van as; h. algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer waarin gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van overledenen; i. particulier urnengraf: een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot: • het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; • het doen verstrooien van as; j. algemeen urnengraf: een graf bij de gemeente in beheer waarin gelegenheid wordt geboden tot het doen bijzetten van asbussen met of zonder urnen;
Verordening Graf- en begraafrechten 2022
Pagina 2 van 8
k. particuliere urnennis: een nis waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; l. verstrooiingsplaats: een plaats waarop as wordt verstrooid; m. grafbedekking: gedenkteken of grafbeplanting op een graf, gedenkplaats of verstrooiingsplaats. Artikel 2 Belastbaar feit Op basis van deze verordening worden rechten geheven voor het gebruik van een begraafplaats en voor het door de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaats. Artikel 3 Belastingplicht De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt. Artikel 4 Vrijstellingen De rechten worden niet geheven voor: a. het opgraven van een overledene of asbus op rechterlijk gezag en het weer opnieuw terugplaatsen in dezelfde grafruimte; b. het begraven van doodgeboren kinderen of kort na de geboorte overleden kinderen, die in één kist met hun overleden moeder worden begraven of bijgezet; c. het onderhoud van gereserveerde graven waarin nog niemand begraven ligt. Dit gaat pas in vanaf het moment dat er een begrafenis in het graf plaatsvindt. Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief 1.
De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. 2. Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. Artikel 6 Belastingjaar 1. Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. 2. Met betrekking tot de rechten genoemd in hoofdstuk 5 van de tarieventabel is het belastingtijdvak gelijk aan de periode waarvoor wordt afgekocht. Artikel 7 Wijze van heffing 1. De onderhoudsrechten, bedoeld in hoofdstuk 5 van de tarieventabel, worden geheven bij wege van aanslag. 2. Andere rechten dan die bedoeld in hoofdstuk 5 van de tarieventabel worden geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Het gevorderde bedrag wordt door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt. Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang voor de jaarlijks verschuldigde rechten 1. De onderhoudsrechten, bedoeld in hoofdstuk 5 van de tarieventabel worden voor het eerst geheven over het kalenderjaar, volgend op dat waarin het graf is uitgegeven. 2.
Vervalt het uitsluitend recht om in een graf te doen begraven, dan wordt het recht tot en met 31 december van het jaar waarin het recht vervalt geheven.
Verordening Graf- en begraafrechten 2022
3.
Pagina 3 van 8
Vervalt het uitsluitend recht om in een graf te doen begraven, dan vindt geen terugbetaling plaats van vooruitbetaalde of afgekochte onderhoudsrechten.
Artikel 9 Ontstaan van de belastingschuld voor de overige rechten Andere rechten dan die bedoeld hoofdstuk 5 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen. Artikel 10 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de rechten worden betaald binnen 30 dagen na de dagtekening van het aanslagbiljet of de schriftelijke kennisgeving. 2. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen. Artikel 11 Kwijtschelding Bij de invordering van de lijkbezorgingsrechten wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 12 Overgangsrecht 1. De 'Verordening graf en begraafrechten 2021' van 5 november 2020 (nummer 2020.0002299) wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 13, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. Indien de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt na de in artikel 13, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, blijft de in het eerste lid genoemde verordening gelden voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten voor zover de heffing van de rechten hiervoor in die periode plaatsvindt.
Artikel 13 Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2022. Artikel 14 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: “Verordening graf- en begraafrechten 2022 (lijkbezorgingsrechten)”. Vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 11 november 2021. De griffier,
De voorzitter,
J. van der Rhee, B. Ha
M. Schuurmans - Wijdeven
Verordening Graf- en begraafrechten 2022
Pagina 4 van 8
Tarieventabel behorende bij de Verordening op de graf- en begraafrechten 2022. Hoofdstuk 1
Verlenen van rechten
1.1
Voor het verlenen van het uitsluitend recht op een graf (particulier graf) wordt geheven:
1.1.1
voor een periode van 10 jaar:
1.1.2
1.1.3
-
Plaatsbiedend aan 1 overledene
€ 1148,00
-
Plaatsbiedend aan 2 overledenen
€ 1380,00
-
Plaatsbiedend aan 3 overledenen
€ 1724,00
voor een periode van 20 jaar: -
Plaatsbiedend aan 1 overledene
€ 1844,00
-
Plaatsbiedend aan 2 overledenen
€ 2220,00
-
Plaatsbiedend aan 3 overledenen
€ 2772,00
Voor particuliere kindergraven (graven met een kleiner formaat dan particuliere graven) voor 10 jaar Voor particuliere kindergraven (graven met een kleiner formaat dan particuliere graven) voor 20 jaar
1.1.4
Tarief 2022
€ 690,00
€ 1110,00
Indien door de rechthebbende zelf de grafplek wordt bepaald wordt een toeslag geheven van: -
Voor een particulier graf
-
Voor een particulier kindergraf
€ 416,00 € 208,00
1.2
Voor het verlenen van het uitsluitend recht op een urnengraf (particulier urnengraf) wordt geheven:
1.2.1
voor een periode van 10 jaar
€ 760,00
1.2.3
voor een periode van 20 jaar
€ 1380,00
1.3
Voor het verlenen van het uitsluitend recht op een urnennis (particuliere urnennis) wordt geheven:
1.3.1
voor een periode van 10 jaar Verlengen van rechten
€ 1380,00
Verordening Graf- en begraafrechten 2022
Pagina 5 van 8
1.4
Voor het verlengen van het uitsluitend recht op een particulier graf wordt geheven:
1.4.1
voor een periode van 5 jaar:
1.4.2
1.4.3
1.4.4
-
Plaatsbiedend aan 1 overledene
€ 634,00
-
Plaatsbiedend aan 2 overledenen
€ 760,00
-
Plaatsbiedend aan 3 overledenen
€ 953,00
Voor een periode van 10 jaar -
Plaatsbiedend aan 1 overledene
€ 1148,00
-
Plaatsbiedend aan 2 overledenen
€ 1380,00
-
Plaatsbiedend aan 3 overledenen
€ 1724,00
Voor een periode van 20 jaar -
Plaatsbiedend aan 1 overledene
€ 1844,00
-
Plaatsbiedend aan 2 overledenen
€ 2220,00
-
Plaatsbiedend aan 3 overledenen
€ 2772,00
Voor een kindergraf: -
voor een periode van 5 jaar
€ 380,00
-
voor een periode van 10 jaar
€ 690,00
-
voor een periode van 20 jaar
€ 1110,00
1.5
Voor het verlengen van het uitsluitend recht op een particulier urnengraf wordt geheven:
1.5.1
Voor een periode van 5 jaar
€ 416,00
1.5.2
Voor een periode van 10 jaar
€ 760,00
1.5.3
Voor een periode van 20 jaar
€ 1380,00
1.6
Voor het verlengen van het uitsluitend recht op een particulier urnennis wordt geheven:
1.6.1
Voor een periode van 5 jaar
€ 760,00
1.6.2
Voor een periode van 10 jaar
€ 1380,00
Hoofdstuk 2
Begraven
2.1
Voor het begraven van een overledene van een persoon van 12 jaar of ouder wordt geheven:
Verordening Graf- en begraafrechten 2022
Pagina 6 van 8
2.1.1
in een particulier graf
€ 1256,00
2.1.2
in een algemeen graf
€ 1188,00
2.2
Voor het begraven van een lichaam van een kind beneden één jaar wordt geheven:
2.2.1
in een particulier kindergraf (25%)
€ 314,00
2.2.2
in een algemeen kindergraf (25%)
€ 297,00
2.3
Voor het begraven van een lichaam van een kind van beneden 12 jaar wordt geheven:
2.3.1
in een particulier kindergraf (50%)
€ 628,00
2.3.2
in een algemeen kindergraf (50%)
€ 594,00
2.4
Voor het begraven op een buitengewoon uur (voor 9.00 uur en na 16.30 uur) op werkdagen van maandag tot en met vrijdag worden de rechten vermeld onder 2.1, 2.2, 2.3 en 3.1 verhoogd met 25%.
2.5
Voor het begraven, bijzetten of verstrooien op zaterdag worden de rechten vermeld onder 2.1, 2.2, 2.3 en 3.1 verhoogd met 25%. Voor het begraven, bijzetten of verstrooien op een algemeen erkende feestdag worden de rechten vermeld onder 2.1, 2.2, 2.3 en 3.1 verhoogd met 100%.
2.6
Voor het begraven van twee of meer lichaampjes van levenloos geboren kinderen uit één moeder (twee- of meerlingen) wordt, mits tegelijkertijd begraven in dezelfde grafruimte, slechts eenmaal het recht zoals vermeld 2.2.1. en 2.2.2 geheven
2.7
Indien tegelijkertijd meer dan een overledene wordt begraven in een particulier graf, wordt voor de tweede en volgende begraving of bijzetting de helft geheven van het van toepassing zijnde recht zoals vermeld onder 2.1.1 en 2.3.1
Hoofdstuk 3
Bijzetten van asbussen en urnen
3.1
Voor het bijzetten van een asbus of urn wordt geheven:
3.1.1
in een urnennis
€ 100,00
3.1.2
In of op een urnengraf
€ 200,00
3.1.3
in of op een particulier graf
€ 200,00
Hoofdstuk 4
Verstrooien van as
4.1
Voor het verstrooien van as wordt per asbus geheven:
4.1.1
op een particulier graf of particulier urnengraf
€ 100,00
4.1.2
op een verstrooiingsplaats
€ 100,00
Verordening Graf- en begraafrechten 2022
Pagina 7 van 8
Hoofdstuk 5
Grafbedekking en algemeen onderhoud
5.1
Voor het afgeven van een vergunning tot het aanbrengen van een grafkelder, als bedoeld in artikel 16 van de Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Haarlemmermeer 2011 wordt geheven:
€ 278,00
5.2
Voor het afgeven van een vergunning voor het hebben van een grafbedekking als bedoeld in artikel 20 van de Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Haarlemmermeer 2011 wordt geheven:
€ 139,00
5.3
Per kalenderjaar is door de rechthebbende van een particulier graf, particulier urnengraf, particuliere urnennis, een bijdrage verschuldigd in de kosten van het onderhoud van paden, wegen en plantsoenen, de bereikbaarheid en omgeving van de graven en de gedenkstenen. Dit onderhoud vindt plaats in het kader van het algemeen aanzien van de begraafplaats en bedraagt per jaar
€ 148,00
5.3.1.
Voor particuliere kindergraven wordt 50% gerekend van het tarief onder 5.3 genoemde recht
€ 74,00
5.4
Het onder 5.3 bedoelde onderhoud kan worden afgekocht voor de tijd van 5, 10 of 20 jaar door betaling ineens van een afkoopsom. Deze afkoopsom is gelijk aan vijf, tien respectievelijk twintig maal het van toepassing zijnde jaarlijkse recht zoals vermeld onder 5.3 met inachtneming van het bepaalde onder 5.3.1.
5.5
Voor het afnemen en na begraving al dan niet opnieuw plaatsen van op particuliere graven geplaatste grafbedekking
Hoofdstuk 6
Lijkschouwing
6.1
Voor het schouwen van een lijk door een gemeentelijke lijkschouwer wordt geheven:
Hoofdstuk 7
Inschrijven en overboeken van particulier graf en of een particulier urnengraf of -nis,
7.1
Voor het inschrijven en overboeken van een particulier graf en of een particulier urnengraf of –nis in een daartoe bestemd register wordt geheven:
Hoofdstuk 8
Opgraven of ruimen
8.1
Voor het opgraven van een overledene wordt geheven:
€ 1042,00
Voor een de opgraving van een tweede- of derde overledene in hetzelfde graf per overledene (50%)
€ 521,00
Voor het na opgraven weer begraven in een ander graf wordt geheven:
€ 1256,00
Voor het na opgraven weer begraven van een tweede of derde overledene in hetzelfde graf per overledene (50%)
€ 628,00
8.2
€ 416,00
€ 357,00
€ 28,00
Verordening Graf- en begraafrechten 2022
Pagina 8 van 8
8.3
Voor het opgraven, verwijderen en afgeven van een asbus wordt geheven:
8.3.1
uit een particulier graf
€ 200,00
8.3.2
uit een particulier urnengraf
€ 200,00
8.3.3
uit een particuliere urnennis
€ 100,00
8.4
Voor het ruimen (schudden) van een graf op verzoek van de belanghebbende wordt geheven per overledene:
€ 1042,00
8.5
Indien direct na de ruiming van een particulier graf een begraving in het zelfde graf plaatsvindt, wordt het onder 8.4 vermelde recht voor de helft geheven.
Hoofdstuk 9
Overige diensten
9.1
Voor het gebruik van de ontvangruimte wordt geheven per half uur:
€ 50,00
9.2
Voor het gebruik van de aula wordt geheven per half uur:
€ 100,00
Gezien d.d. 11 november 2021, de griffier,
J. van der Rhee, B. Ha
Raadsbesluit De raad van de gemeente Haarlemmermeer; gelezen het voorstel van het college van Burgemeester en Wethouders van 28 september 2021, nummer 2021.0002240; gelet op de artikelen 156, eerste en tweede lid, aanhef en onderdeel h, en 229, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Gemeentewet en de artikelen 2, tweede lid, en 7 van de Paspoortwet; besluit: vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en de invordering van leges gemeente Haarlemmermeer 2022 ("Legesverordening 2022").
Artikel 1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: a. dag: de periode van 00.00 uur tot 24.00 uur, waarbij een gedeelte van een dag als een hele dag wordt aangemerkt; b. week: een aaneengesloten periode van zeven dagen; c. maand: het tijdvak dat loopt van ne dag in een kalendermaand tot en met de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand, met dien verstande dat als de n e dag in een kalendermaand 30 of 31 januari is, de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand altijd de laatste dag van de maand februari is; d. kwartaal: een aaneengesloten periode van drie maanden; e. half jaar: een aaneengesloten periode van zes maanden; f. jaar: het tijdvak dat loopt van de ne dag in een kalenderjaar tot en met de (n-1)e dag in het volgende kalenderjaar; g. kalenderjaar: de periode van 1 januari tot en met 31 december. Artikel 2 Belastbaar feit Onder de naam ‘leges’ worden rechten geheven voor: a. het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten; b. het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van een Nederlandse identiteitskaart of een reisdocument; een en ander zoals genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel.
Artikel 3 Belastingplicht Belastingplichtig is de aanvrager van de dienst, de Nederlandse identiteitskaart of het reisdocument dan wel degene ten behoeve van wie de dienst is verleend of de handelingen zijn verricht. Artikel 4 Vrijstellingen Leges worden niet geheven voor:
Legesverordening 2022
Pagina 2 van 4
a.
diensten waarvan de kosten krachtens afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening (grondexploitatie) zijn of worden verhaald; b. diensten die ingevolge wettelijk voorschrift zijn vrijgesteld van rechtenheffing of kosteloos moeten worden verleend; c. het afgeven van bewijzen van onvermogen en verklaringen als bedoeld in artikel 857 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering; d. het afgeven van stukken nodig voor de ontvangst van pensioenen, lijfrenten, wachtgelden, lonen, bezoldigingen of aan Nederlandse ridderorden verbonden uitkeringen; e. de aan de belanghebbende uitgereikte beschikkingen of afschriften daarvan betreffende aanstelling, benoeming, toekenning van bezoldiging, vergoeding of toelage dan wel verhoging hiervan, bevordering en ontslag met betrekking tot een gemeentelijke functie of dienstverlening voor de gemeente; f. de aan belanghebbende uitgereikte beschikkingen of afschriften daarvan betreffende beslissingen op verzoeken om subsidie van de gemeente; g. de in onderdeel 1.17.4 van de tarieventabel bedoelde nasporingen en raadplegingen, indien deze geschieden in het openbaar belang door of ten behoeve van besturen van openbare lichamen met uitzondering van bedrijven van die lichamen en de in onderdeel 1.17.4 van de tarieventabel bedoelde nasporingen en raadplegingen met een zuiver wetenschappelijk doel; h.
de vergunningen voor het innemen van standplaatsen op weekmarkten. Artikel 5 Maatstaven van heffing en tarieven 1. De leges worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. 2. Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het nemen van een projectuitvoeringsbesluit als bedoeld in artikel 2.10 van de Crisis- en herstelwet bedraagt het tarief de som van de bedragen die op grond van deze verordening verschuldigd zouden zijn voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning, ontheffing, vrijstelling of enig ander besluit in het kader van de ontwikkeling en verwezenlijking van het project, voor zover het projectuitvoeringsbesluit strekt ter vervanging van deze besluiten, zoals bedoeld in artikel 2.10, derde lid, van de Crisis- en herstelwet. 3. Voor de berekening van de leges wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. 4. Indien op grond van de bij deze verordening behorende tarieventabel een bedrag wordt geheven dat afhankelijk is van tijdsbesteding per tijdseenheid, wordt door de behandelend ambtenaar voorafgaand aan het verrichten van de dienst de verwachte tijdsbesteding meegedeeld aan de aanvrager, waarna de aanvrager de mogelijkheid heeft om van de dienstverlening af te zien.
Artikel 6 Wijze van heffing De leges worden geheven door middel van een mondelinge kennisgeving, een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, een zegel, een nota of andere schriftuur, of een uitreiking langs elektronische weg. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving of langs elektronische weg aan de belastingschuldige bekendgemaakt. Artikel 7 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de leges ingeval de kennisgeving als bedoeld in artikel 6:
Legesverordening 2022
Pagina 3 van 4
a.
mondeling wordt gedaan, worden betaald op het moment van het doen van de kennisgeving; b. schriftelijk wordt gedaan, worden betaald op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen 30 dagen na de dagtekening van de kennisgeving; c. langs elektronische weg in het aanvraagproces wordt gedaan, onverwijld worden betaald. 2. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen. Artikel 8 Kwijtschelding Bij de invordering van de leges wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 9 Vermindering of teruggaaf 1. Gehele of gedeeltelijke vermindering of teruggaaf van leges voor een in de bij deze verordening behorende tarieventabel omschreven dienst wordt verleend overeenkomstig een met betrekking tot die dienst in die tarieventabel opgenomen bepaling. 2. Voor de toepassing van artikel 28, vierde lid, van de Invorderingswet 1990 wordt de teruggaaf van leges, bedoeld in het eerste lid, aangemerkt als een vermindering van de belastingaanslag. Artikel 10 Overdracht van bevoegdheden Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het wijzigen van deze verordening in de loop van het kalenderjaar, indien de wijzigingen: a. van zuiver redactionele aard zijn; b. een tariefsverlaging betreffen; c.
een gevolg zijn van nieuwe of gewijzigde rijksregelgeving die in werking treedt binnen drie maanden na de officiële bekendmaking van de inwerkingtreding ervan in het Staatsblad of de Staatcourant en het de volgende hoofdstukken of onderdelen van titel 1 van de tarieventabel betreft: 1. hoofdstuk 2 (reisdocumenten); 2. hoofdstuk 3 (rijbewijzen); 3. hoofdstuk 4, onderdeel 1.4.3 (papieren verstrekking uit de basisregistratie personen); 4. hoofdstuk 9, onderdeel 1.9.1 (verklaring omtrent het gedrag); 5. hoofdstuk 14 (kansspelen) een en ander voor zover met deze wijzigingen niet reeds bij het vaststellen of bij latere wijziging van deze verordening bij raadsbesluit rekening is gehouden. Artikel 11 Overgangsrecht De ‘Legesverordening 2021’ van 5 november 2020 nummer 2020.0002299 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 12, derde lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel 12 Inwerkingtreding 1. Deze verordening en de bijbehorende tarieventabel treden in werking met ingang van 1 januari 2022.
Legesverordening 2022
2.
3.
Pagina 4 van 4
De in deze verordening en tarieventabel genoemde normbladen NEN 2580 en NEN 2699 worden bekendgemaakt door terinzagelegging bij de Stichting Koninklijk Nederlands Normalisatie Instituut (NNI), in Delft. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2022.
Artikel 13 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: "Legesverordening 2022". Vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 11 november 2021. De griffier,
De voorzitter,
J. van der Rhee, B. Ha
M. Schuurmans - Wijdeven
Tarieventabel behorende bij de Legesverordening 2020 (Zie bijlage 1).
Tarieventabel 2022 behorende bij de Legesverordening 2022 Titel 1 Algemene dienstverlening ............................................................................................................. 2 Hoofdstuk 1 Burgerlijke stand ............................................................................................................. 2 Hoofdstuk 3 Rijbewijzen ..................................................................................................................... 5 Hoofdstuk 4 Verstrekkingen uit de basisregistratie personen ................................................................... 6 Hoofdstuk 5 Verstrekkingen uit het Kiezersregister (vervallen) ................................................................ 6 Hoofdstuk 6 Verstrekkingen op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) .............. 6 Hoofdstuk 7 Bestuursstukken .............................................................................................................. 7 Hoofdstuk 10 Historisch archief ........................................................................................................... 8 Hoofdstuk 11 Gemeentegarantie (vervallen) .......................................................................................
10 Hoofdstuk 12 Standplaatsen.............................................................................................................. 10 Hoofdstuk 13 Winkeltijdenwet (vervallen) ........................................................................................... 10 Hoofdstuk 14 Kansspelen .................................................................................................................. 10 Hoofdstuk 15 Telecommunicatie ........................................................................................................ 10 Hoofdstuk 16 Verkeer en vervoer ....................................................................................................... 11 Hoofdstuk 17 Diverse vergunningen en diensten .................................................................................. 12 Hoofdstuk 18 Leegstandwet .............................................................................................................. 13 Hoofdstuk 19 Huisvestingswet ........................................................................................................... 14 Hoofdstuk 20 Openstellingsvergunning tunnel ..................................................................................... 14 Hoofdstuk 21 In deze titel niet benoemde vergunningen, ontheffingen, beschikkingen of andere diensten ..
14 Titel 2 Dienstverlening vallend onder de fysieke leefomgeving/ omgevingsvergunning .................................. 15 Hoofdstuk 1 Begripsomschrijvingen .................................................................................................... 15 Hoofdstuk 2 Initiatief, conceptaanvraag of globaal haalbaarheidsonderzoek ............................................ 15 Hoofdstuk 3 Omgevingsvergunning .................................................................................................... 16 Hoofdstuk 4 Intrekking omgevingsvergunning (vervallen) ..................................................................... 22 Hoofdstuk 5 Wijziging omgevingsvergunning als gevolg van wijziging project .......................................... 22 Hoofdstuk 6 Bestemmingswijzigingen zonder activiteiten ...................................................................... 23 Hoofdstuk 7 Sloopmelding (vervallen) ................................................................................................ 23 Hoofdstuk 8 In deze titel niet benoemde vergunningen, ontheffingen, beschikkingen of andere diensten, alsmede tenaamstelling ....................................................................................................................
23 Hoofdstuk 9 Vermindering ................................................................................................................ 23 Hoofdstuk 10 Teruggaaf ................................................................................................................... 24 Hoofdstuk 11 Toetsing pilot Crisis- en herstelwet en Omgevingswet ....................................................... 25 Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn ................................................................ 26 Hoofdstuk 1 Horeca.......................................................................................................................... 26 Hoofdstuk 2 Organiseren evenementen .............................................................................................. 27 Hoofdstuk 3 Prostitutiebedrijven ........................................................................................................ 27 Hoofdstuk 4 Commerciële uitlaatactiviteiten ........................................................................................ 27 Hoofdstuk 5 Winkeltijdenwet ............................................................................................................. 28 Hoofdstuk 6 Kinderopvang ................................................................................................................
28 Hoofdstuk 7 In deze titel niet benoemde vergunningen, ontheffingen, beschikkingen of andere diensten .... 28
Titel 1 Algemene dienstverlening Hoofdstuk 1 Burgerlijke stand
1.1.1
Voltrekking van een huwelijk of registratie van een partnerschap Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor de voltrekking van een huwelijk, of registratie van een partnerschap, dan wel voor het omzetten van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk
1.1.1.1
in de trouwzaal behorende bij het raadhuis Hoofddorp op
1.1.1.1.1
maandag tot en met donderdag 09.00 - 17.00 uur:
€ 344,65
€ 339,60
1.1.1.1.2
vrijdag 09.00 -17.00 uur:
€ 461,90
€ 455,10
1.1.1.2
in de trouwkamer van het raadhuis Hoofddorp op
1.1.1.2.1
maandag tot en met donderdag 09.00 - 17.00 uur, met uitzondering van dinsdag om 9.00 uur en woensdag om 9.00 uur:
€ 286,15
€ 281,95
1.1.1.2.2
vrijdag 09.00 -17.00 uur:
€ 402,20
€ 396,30
1.1.1.2.3
maandag tot en met donderdag 09.00 - 12.00 uur, met uitzondering van dinsdag om 9.00 uur en woensdag om 9.00 uur (basishuwelijk):
€ 199,85
€ 196,90
€ 518,25
€ 510,60
€ 575,70
€ 567,20
€ 634,25
€ 624,90
zaterdag:
€ 749,20
€ 738,15
zondag (niet mogelijk in het Raadhuis):
€ 864,20
€ 851,45
€ 286,15
€ 281,95
1.1.1.3
1.1.1.4
1.1.1.5
1.1.1.5.1 1.1.1.5.2 1.1.1.5.3 1.1.1.6
1.1.2
in een ander ingevolge artikel 1:63 van het Burgerlijk Wetboek aangewezen huis der gemeente als bedoeld in artikel 7 lid 2 van het Reglement burgerlijke stand Haarlemmermeer 2022, op maandag tot en met vrijdag 09.00 - 17.00 uur in een ander ingevolge artikel 1:63 van het Burgerlijk Wetboek aangewezen huis der gemeente als bedoeld in artikel 7 lid 1 van het Reglement burgerlijke stand Haarlemmermeer 2022, op maandag tot en met vrijdag 09.00 - 17.00 uur in de trouwzaal behorende bij het Raadhuis of in een ander ingevolge artikel 1:63 van het Burgerlijk Wetboek aangewezen huis der gemeente als bedoeld in artikel 7 van het Reglement burgerlijke stand Haarlemmermeer 2022, op een doordeweekse avond 17.00 uur - 24.00 uur (niet mogelijk in het Raadhuis):
in een bijzonder gebouw als bedoeld in artikel 1:64 van het Burgerlijk wetboek Buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand voor één dag Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een verzoek om een buitengewoon ambtenaar van de burgerlijk stand aan te wijzen voor één dag
2022
2021
1.1.2.1
als beëdiging bij de rechtbank al heeft plaatsgevonden:
€ 100,60
€ 100,10
1.1.2.2
als beëdiging bij de rechtbank nog niet heeft plaatsgevonden:
€ 295,10
€ 290,75
1.1.3
Aanwijzen huis der gemeente Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een verzoek om een locatie aan te wijzen als huis der gemeente als bedoeld in artikel 7 lid 2 van het Reglement burgerlijke stand Haarlemmermeer 2022:
€ 500,00
1.1.4
Trouw- of partnerschapboekje
1.1.4.1
In de in artikel 1.1.1 genoemde tarieven zijn de leges voor een trouw- of partnerschapboekje in een gewone uitvoering inbegrepen.
2
1.1.4.2
1.1.4.3 1.1.4.4
1.1.5
1.1.6
1.1.6.1
Het tarief bedraagt voor het verstrekken van een trouw- of partnerschapboekje in een gewone uitvoering in geval het huwelijk of het geregistreerd partnerschap kosteloos wordt voltrokken: Het tarief bedraagt voor het verstrekken van een duplicaat van een trouw- of partnerschapboekje: Het tarief bedraagt voor het verstrekken van een trouw- of partnerschapboekje in een luxe uitvoering (lederen omslag): Beschikbaar stellen getuigen door gemeente Het tarief bedraagt voor het door de gemeente beschikbaar stellen van een getuige voor de huwelijksvoltrekking of de registratie van een partnerschap, per getuige: Teruggaaf Bij annulering van een huwelijk, registratie van een partnerschap, dan wel een omzetting van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de geheven leges als bedoeld in onderdeel 1.1.1. Het percentage van de geheven leges dat wordt teruggegeven bedraagt bij annulering binnen een periode van 14 dagen voorafgaand aan de daarvoor gereserveerde datum:
€ 7,65
€ 7,55
€ 12,35
€ 12,20
€ 19,20
€ 18,95
€ 20,85
€ 20,55
25%
25%
75%
1.1.6.2
tot 14 dagen voorafgaand aan de daarvoor gereserveerde datum:
75%
1.1.7
Aanvullende dienstverlening Wanneer de (buitengewoon) ambtenaar van de burgerlijke stand daartoe beschikbaar is en de voltrekking van een huwelijk of registratie van een partnerschap een half uur of later dan het gereserveerde tijdstip aanvangt bedraagt het tarief voor ieder kwartier of gedeelte daarvan:
€ 50,00
Hoofdstuk 2 Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart
1.2.1
Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart ingezetenen Het tarief bedraagt het maximumtarief zoals dat voor het desbetreffende document is opgenomen in artikel 6 lid 2 van het Besluit paspoortgelden afgerond op een veelvoud van € 0,05 naar beneden voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag:
1.2.1.1
van een nationaal paspoort:
1.2.1.1.1
voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is:
1.2.1.1.2
voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt:
1.2.1.2
van een nationaal paspoort, een groter aantal bladzijden bevattende dan een nationaal paspoort als bedoeld in onderdeel 1.2.1.1 (zakenpaspoort)
1.2.1.2.1
voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is:
1.2.1.2.2
voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt:
1.2.1.3
van een reisdocument ten behoeve van een persoon die op grond van de Wet betreffende de positie van Molukkers als Nederlander wordt behandeld (faciliteitenpaspoort)
2022
2021
Maximaal door het rijk vastgestelde tarief Maximaal door het rijk vastgestelde tarief
Maximaal door het rijk vastgestelde tarief Maximaal door het rijk vastgestelde tarief
Maximaal door het rijk vastgestelde tarief Maximaal door het rijk vastgestelde tarief
Maximaal door het rijk vastgestelde tarief Maximaal door het rijk vastgestelde tarief
3
1.2.1.3.1
voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is:
1.2.1.3.2
voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt:
1.2.1.4
van een reisdocument voor vluchtelingen of een reisdocument voor vreemdelingen:
1.2.1.5
van een Nederlandse identiteitskaart
1.2.1.5.1
voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is
1.2.1.5.2
voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt
1.2.1.6
van een vervangende Nederlandse identiteitskaart voor een persoon met een uitreisverbod, ongeacht de leeftijd van de betrokken persoon
1.2.2
Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart nietingezetenen Het tarief bedraagt het maximumtarief zoals dat voor het desbetreffende document is opgenomen in artikel 6 lid 3 van het Besluit paspoortgelden afgerond op een veelvoud van € 0,05 naar beneden voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag:
1.2.2.1
van een nationaal paspoort
1.2.2.1.1
voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is:
1.2.2.1.2
voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt:
1.2.2.2
van een nationaal paspoort, een groter aantal bladzijden bevattende dan een nationaal paspoort als bedoeld in subonderdeel 1.2.2.1 (zakenpaspoort):
1.2.2.2.1
voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is:
1.2.2.2.2
voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt:
1.2.2.3
van een reisdocument ten behoeve van een persoon die op grond van de Wet betreffende de positie van Molukkers als Nederlander wordt behandeld (faciliteitenpaspoort)
1.2.2.3.1
voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is:
1.2.2.3.2
voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt:
Maximaal door het rijk vastgestelde tarief Maximaal door het rijk vastgestelde tarief Maximaal door het rijk vastgestelde tarief
Maximaal door het rijk vastgestelde tarief Maximaal door het rijk vastgestelde tarief Maximaal door het rijk vastgestelde tarief
Maximaal door het rijk vastgestelde tarief Maximaal door het rijk vastgestelde tarief Maximaal door het rijk vastgestelde tarief
Maximaal door het rijk vastgestelde tarief Maximaal door het rijk vastgestelde tarief
Maximaal door het rijk vastgestelde tarief Maximaal door het rijk vastgestelde tarief
Maximaal door het rijk vastgestelde tarief Maximaal door het rijk vastgestelde tarief
Maximaal door het rijk vastgestelde tarief Maximaal door het rijk vastgestelde tarief
Maximaal door het rijk vastgestelde tarief Maximaal door het rijk vastgestelde tarief
Maximaal door het rijk vastgestelde tarief Maximaal door het rijk
Maximaal door het rijk vastgestelde tarief Maximaal door het rijk
4
1.2.2.4
van een reisdocument voor vluchtelingen of een reisdocument voor vreemdelingen
1.2.2.5
van een Nederlandse identiteitskaart
1.2.2.5.1
voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is:
1.2.2.5.2
voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt:
1.2.2.6
van een vervangende Nederlandse identiteitskaart voor een persoon met een uitreisverbod, ongeacht de leeftijd van de betrokken persoon
1.2.3
1.2.4
1.2.4.1
1.2.4.2
Spoed (versnelde uitreiking) Het tarief bedraagt, voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag voor de versnelde uitreiking van een in de onderdelen 1.2.1.1 tot en met 1.2.1.5 genoemd document, zijnde een toeslag op de in die onderdelen genoemde bedragen, het maximumtarief zoals dat voor versnelde uitreiking is opgenomen in artikel 6 lid 2 van het Besluit paspoortgelden afgerond op een veelvoud van € 0,05 naar beneden. Bezorgen Het tarief bedraagt, voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag voor het bezorgen van een document, van maandag tot en met vrijdag van 09.00 tot 17.00 uur op een adres in Nederland (met uitzondering van de Waddeneilanden), genoemd in de onderdelen 1.2.1.1 tot en met 1.2.1.6, zijnde een toeslag op de in die onderdelen genoemde bedragen, het maximumtarief zoals dat voor bezorgen is opgenomen in artikel 6 lid 2 van het Besluit paspoortgelden afgerond op een veelvoud van € 0,05 naar beneden genoemd in de onderdelen 1.2.2.1 tot en met 1.2.2.5, zijnde een toeslag op de in die onderdelen genoemde bedragen, het maximumtarief zoals dat voor bezorgen is opgenomen in artikel 6 lid 3 van het Besluit paspoortgelden afgerond op een veelvoud van € 0,05 naar beneden
vastgestelde tarief Maximaal door het rijk vastgestelde tarief
vastgestelde tarief Maximaal door het rijk vastgestelde tarief
Maximaal door het rijk vastgestelde tarief Maximaal door het rijk vastgestelde tarief Maximaal door het rijk vastgestelde tarief
Maximaal door het rijk vastgestelde tarief Maximaal door het rijk vastgestelde tarief
Maximaal door het rijk vastgestelde tarief
Maximaal door het rijk vastgestelde tarief
Maximaal door het rijk vastgestelde tarief
€ 4,95
Maximaal door het rijk vastgestelde tarief
€ 4,95
Hoofdstuk 3 Rijbewijzen
1.3.1
1.3.2
1.3.3
Rijbewijs afgeven of vernieuwen Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het afgeven of vernieuwen van een rijbewijs geldt het maximale tarief zoals dat is bepaald door het Rijk, afgerond op een veelvoud van € 0,05 naar beneden. Rijbewijs omwisselen Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het omwisselen van een rijbewijs geldt het maximale tarief zoals dat is bepaald door het Rijk, afgerond op een veelvoud van € 0,05 naar beneden. Spoedlevering Het tarief genoemd in onderdeel 1.3.1 en 1.3.2 wordt bij een spoedlevering vermeerderd met het tarief voor een spoedaanvraag zoals dat is bepaald door het Rijk.
2022
2021
Maximaal door het rijk vastgestelde tarief
Maximaal door het rijk vastgestelde tarief
Maximaal door het rijk vastgestelde tarief
Maximaal door het rijk vastgestelde tarief
Maximaal door het rijk vastgestelde tarief
Maximaal door het rijk vastgestelde tarief
5
1.3.4
1.3.5
Verhoging Het tarief als genoemd in onderdeel 1.3.1 en 1.3.2 wordt bij het, anders dan door overmacht, niet bij de aanvraag van een nieuw rijbewijs kunnen overleggen van het eerder verstrekte rijbewijs vermeerderd met: Gezondheidsverklaring Het tarief bedraagt voor het verstrekken van een gezondheidsverklaring het door het CBR gehanteerde tarief vermeerderd met een bedrag van
€ 24,55
€ 24,20
€ 4,80
Hoofdstuk 4 Verstrekkingen uit de basisregistratie personen
1.4.1
1.4.2 1.4.2.1 1.4.2.2
1.4.2.3
1.4.3
1.4.4
Verstrekking Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder één verstrekking verstaan: verstrekking van één of meer gegevens over één persoon waarvoor de Basisregistratie Personen moet worden geraadpleegd, alsmede het op verzoek op schrift stellen van de bevindingen van deze raadpleging, ongeacht de aanwezigheid van de gevraagde informatie. Verstrekkingen Basisregistratie Personen Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van gegevens, per verstrekking en niet aangevraagd via Digid: tot het verstrekken van gegevens, per verstrekking en aangevraagd via Digid: om een meertalig modelformulier woon- en/of verblijfplaats als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van verordening (EU) nr. 2016/1191 van het Europees Parlement en de Raad van 6 juli 2016 betreffende de bevordering van het vrije verkeer van burgers door vereenvoudigde overlegging van bepaalde openbare documenten in de Europese Unie en tot wijziging van Verordening nr. 1024/2012 (PbEU 2016, L 200) In afwijking van de voorgaande onderdelen bedraagt het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het schriftelijk verstrekken van gegevens als bedoeld in artikel 17, tweede lid, van het Besluit basisregistratie personen Het tarief bedraagt voor het op verzoek doornemen van de Basisregistratie Personen, voor ieder daaraan besteed kwartier
2022
2021
€ 15,90
€ 15,70
€ 5,00
€ 5,00
€ 18,90
€ 7,50
€ 7,50
€ 17,45
€ 17,20
2022
2021
€ 28,65
€ 28,25 € 0,30 € 0,55
Hoofdstuk 5 Verstrekkingen uit het Kiezersregister (vervallen) Hoofdstuk 6 Verstrekkingen op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) 1.6.1
1.6.1.1
1.6.1.1
Verstrekkingen op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming Het verstrekken van communicatie en het treffen van de maatregelen bedoeld in de artikelen 15 tot en met 22 en 34 van de AVG is kosteloos, tenzij sprake is van een kennelijk ongegrond of buitensporig verzoek (met name vanwege het repetitieve karakter) (artikel 12 lid 5 AVG). In dat geval bedraagt het tarief: Onderzoek in opdracht per half uur of deel daarvan Afdrukken /fotokopieën
1.6.1.2
·
- gemaakt door medewerker, A4:
€ 0,30
·
- gemaakt door medewerker, A3:
€ 0,55
6
1.6.1.3
1.6.1.4
Met betrekking tot het doen van onderzoek als bedoeld in 1.6.1.1 en het verstrekken van afdrukken / fotokopieën als bedoeld in 1.6.1.2 worden de geraamde kosten voorafgaand aan het in behandeling nemen van het verzoek aan verzoeker medegedeeld. Indien een kostenraming als bedoeld in 1.6.1.3. is uitgebracht wordt het verzoek in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de kostenraming aan verzoeker is medegedeeld, tenzij het verzoek voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.
Hoofdstuk 7 Bestuursstukken Verstrekkingen van bestuursstukken
2022
2021
de gemeentebegroting:
€ 29,70
1.7.1.1.2
de gemeenterekening:
€ 29,70
1.7.1.1.3
het burgerjaarverslag:
€ 29,70
1.7.1.1.4
de Algemene Plaatselijke Verordening (APV):
€ 10,70
1.7.1.1.5
de bouwverordening van de gemeente:
€ 29,70
€ 29,30 € 29,30 € 29,30 € 10,55 € 29,30
1.7.1.2
het afsluiten van een abonnement voor een kalenderjaar op
1.7.1.2.1
de verslagen van de raadsvergaderingen:
€ 302,70
1.7.1.2.2
de stukken behorende bij de raadsvergaderingen:
€ 302,70
1.7.1.2.3
de verslagen van de vergaderingen van een raadscommissie:
€ 302,70
1.7.1.2.4
de stukken behorende bij de vergaderingen van een raadscommissie:
€ 302,70
€ 298,25 € 298,25 € 298,25 € 298,25
2022
2021
1.7.1
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot
1.7.1.1
het verstrekken van een afschrift van
1.7.1.1.1
Hoofdstuk 8 Vastgoedinformatie Verstrekkingen van een plan
1.8.1
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een fotokopie van een plan of soortgelijk stuk in het kader van de ruimtelijke ordening, zoals bestemmingsplan, beheersverordening, voorbereidingsbesluit, streekplan, structuurplan, stadsvernieuwingsplan of wegenkaart behorende bij de legger bedoeld in artikel 27 van de Wegenwet
1.8.1.1
in formaat A4 of kleiner, per bladzijde:
€ 0,10
€ 0,10
1.8.1.2
in formaat A3:
€ 0,15
€ 0,15
1.8.2
Overige verstrekkingen Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een afschrift van of uittreksel uit
1.8.2.1
de legger bedoeld in artikel 27 van de Wegenwet:
€ 33,50
€ 33,05
1.8.2.2
een inschrijving in het rijksmonumentenregister die aan de gemeente verzonden is, als bedoeld in artikel 3.3, vijfde lid, van de Erfgoedwet
€ 33,50
€ 33,05
1.8.2.3
Vervallen
1.8.2.4
het gemeentelijke beperkingenregister of de gemeentelijke beperkingenregistratie, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a en b van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen, dan wel tot het verstrekken van een aan die registratie
€ 33,50
€ 33,05
7
1.8.3
1.8.3.1
1.8.3.2 1.8.3.3 1.8.3.4 1.8.3.5 1.8.3.6 1.8.3.7
ontleende verklaring, als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder c, van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen: Inlichtingen Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: tot het handmatig verstrekken van inlichtingen uit het bedrijven- en/of bodembestand met betrekking tot de gesteldheid van de bodem en/of de aan-/afwezigheid van ondergrondse tanks, per kadastraal perceel: tot het digitaal verstrekken van inlichtingen uit het bedrijvenen/of bodembestand met betrekking tot de gesteldheid van de bodem en/of de aan-/afwezigheid van ondergrondse tanks, per kadastraal perceel:
€ 100,40
€ 98,95
€ 34,55
€ 34,05
€ 57,45
€ 56,65
€ 57,45
€ 56,65
€ 57,45
€ 56,65
€ 57,45
€ 56,65
€ 57,45
€ 56,65
2022
2021
Maximaal tarief vastgesteld bij MR
Maximaal tarief vastgesteld bij MR
€ 6,90
€ 6,80
€ 6,90
€ 6,80
2022
2021
- eenvoudig onderzoek (waaronder schriftelijk/e-mail verzoeken om kopieën), per kwartier of deel daarvan:
€ 10,95
€ 10,80
- complex onderzoek, per half uur of deel daarvan
€ 28,65
€ 28,25
- gemaakt door medewerker, A4:
€ 0,30
€ 0,30
- gemaakt door medewerker, A3:
€ 0,55
€ 0,55
- per bestelling:
€ 4,85
€ 4,80
- per akte burgerlijke stand
€ 2,35
€ 2,35
inzake de bestemming van een perceel, per kadastraal perceel: inzake de toekomstige planologische ontwikkelingen, per kadastraal perceel: inzake de monumentale status van de opstal, per kadastraal perceel: inzake toepassing van de Wet voorkeursrecht gemeenten, per kadastraal perceel: inzake toepassing van artikel 14 – 20 Woningwet, per kadastraal perceel:
Hoofdstuk 9 Overige publiekszaken
1.9.1
1.9.2
1.9.3
Verklaring omtrent het gedrag Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een verklaring omtrent het gedrag natuurlijke personen geldt het maximale tarief zoals dat is opgenomen in artikel 1 van de Regeling vergoeding verklaring omtrent het gedrag en gedragsverklaring aanbesteden, afgerond op € 0,05 naar beneden. Legalisatie handtekening Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het legaliseren van een handtekening Waarmerken documenten Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het waarmerken van documenten
Hoofdstuk 10 Historisch archief
1.10.1
Verstrekkingen uit het historisch archief (gemeentearchief) Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een Onderzoek in opdracht