3127050-T
Tekst van het document
CONCEPT TECHNISCH ONTWERP TRANSPORTINSTALLATIES Ten behoeve van de transportinstallaties voor de nieuwe huisvesting Gemeentehuis Haarlemmermeer te Hoofddorp R&V-nummer: 3127050-T Datum: 2 februari 2024
TECHNISCH ONTWERP TRANSPORTINSTALLATIES
Ten behoeve van: de transportinstallaties voor de nieuwe huisvesting Gemeentehuis Haarlemmermeer te Hoofddorp
TO-nummer: 3127050-T
Datum: 2 februari 2024
Op dit TO rust het STABU Keurmerk onder licentienummer: 903502-E
Concept
TO-nummer: 3127050-T Datum: 2 februari 2024 Technisch Ontwerp ten behoeve van: de transportinstallaties voor de nieuwe huisvesting Gemeentehuis Haarlemmermeer te Hoofddorp
Hoofdzakelijk bestaan de werkzaamheden uit het: - engineren van de transportinstallaties; - tekenwerk van de gehele transportinstallatie; - engineering en commissioning, leveren en bedrijfsklaar installeren, opleveren en nazorg van de transportinstallatie; - een en ander inclusief goedkeuring en certificaten van de keuringsinstanties. De elektrotechnische werkzaamheden van dit Technisch Ontwerp is een onderdeel van de totale bouw voor de nieuwe huisvesting Gemeentehuis Haarlemmermeer te Hoofddorp
Concept
ALGEMENE INFORMATIE Opdrachtgever: Gemeente Haarlemmermeer Postbus 250 2130 AG HOOFDDORP Telefoon: 023-5677415 Contactpersoon: de heer N. Lamme E-mail: Nils.Lamme@haarlemmermeer.nl Architect: Architectenbureau Cepezed b.v. Ezelsveldlaan 61 2611 RV DELFT Telefoon: 06-40117732 Contactpersoon: mevrouw F. van Alphen E-mail: frederique.van.alphen@cepezed.nl Bouwmanagement: DVP Planontwikkeling B.V. Prinses Alexialaan 6 2496 XA DEN HAAG Telefoon: 088-0106838 Contactpersoon: de heer W. Bruinsma E-mail: wbu@dvp.nl
Concept
Constructeur: Royal HaskoningDHV Postbus 8520 3009 AM ROTTERDAM Telefoon: 06-15559927 Contactpersoon: de heer W. Van Adrichem E-mail: walter.van.adrichem@rhdhv.com Adviseur bouwfysica en brandveiligheid: ZRi Balistraat 1 2585 XK DEN HAAG Telefoon: 06-15559927 Contactpersoon: mevrouw A. Haak E-mail: haak@zri.nl Adviseur bouwkosten: IGG bouweconomie Prinses Catharina-Amaliastraat 32 2496 XD DEN HAAG Telefoon: 070-5145420 Contactpersoon: de heer H. Smit E-mail: h.smit@igg.nl
Adviseur installaties Halmos Adviseurs Wassenaarseweg 30 2596 CJ DEN HAAG Telefoon: 070-3468300 Contactpersoon: de heer R. Franke E-mail: rfr@halmos.nl
Concept
OVERZICHT BIJLAGEN Bij de beschrijving van het werk behorende tekeningen: Schema's T-01 Liften 1 en 2 T-02 Lift 3 Bijlagen: De volgende bijlagen met datum 2 februari 2024 tenzij anders aangegeven behoren tot dit TO: T-1 Specificatie inschrijfsom T-2 Boorprotocol
Concept
Halmos Adviseurs TO: Gemeentehuis Haarlemmermeer te Hoofddorp. TransporEnstallaEes
02.02.2024
INHOUDSOPGAVE 00 ALGEMEEN 00.01 ALGEMENE OMSCHRIJVING 80 LIFTINSTALLATIES 80.00 ALGEMEEN 80.11 FUNCTIONELE OMSCHRIJVING, INSTALLATIE-ONDERDELEN 80.12 TEKENINGEN EN BEREKENINGEN 80.13 KEURING 80.31 LIFTKOOIEN 80.32 CONSTRUCTIES IN SCHACHT, MACHINE- EN SCHIJVENRUIMTE 80.33 AANDRIJVINGEN 80.34 BESTURING EN SIGNALERING 80.35 SCHACHTTOEGANGEN 80.80 TOEBEHOREN 80.90 ELEKTRISCHE INSTALLATIES TEN BEHOEVE VAN LIFTEN ALGEMEEN
6 6 7 7 13 16 18 20 24 27 29 33 35 36
Concept
TO: KUBUS/3127050-T
Printdatum: 2-2-2024
Halmos Adviseurs TO: Gemeentehuis Haarlemmermeer te Hoofddorp. TransporEnstallaEes
6 02.02.2024
00
ALGEMEEN
00.01
ALGEMENE OMSCHRIJVING
00.01.09
ALGEMENE OMSCHRIJVING VAN HET WERK 01. COMPLETE UITVOERING Op de tekeningen en in het TO zijn de installaties globaal aangegeven. Wijziging van routing, afmetingen en capaciteiten noodzakelijk van goede coördinatie en goede werking worden geacht tot het werk te behoren. Indien in de omschrijving, in de materiaal- specificatie, op tekeningen enz. één of meer onderdelen niet genoemd of aangegeven zijn, welke echter voor een goede en volledige uitvoering van het werk noodzakelijk zijn, dus geacht moeten worden tot het werk te behoren, dan moet de liftinstallateur deze werken uitvoeren zonder daarvoor enige vergoeding in rekening te brengen en zonder dat bijbetaling volgt. Voorzover niet nadrukkelijk anders omschreven, moeten alle benodigde materialen door en voor rekening van de liftinstallateur worden geleverd en verwerkt. In geval van tegenspraak tussen de aantallen, aangegeven in het TO en op de TO-tekeningen, prevaleert de hoogst aangegeven waarde en geeft geen recht op verrekening. 02. ALGEMENE OMSCHRIJVING Dit TO omvat de engineering, commissioning, levering, montage, installering, bedrijfsvaardig opleveren van de transportinstallaties zoals omschreven in dit TO. 03. ALGEMENE VOORWAARDEN Van toepassing zijn alle algemene 'voor het werk geldende voorwaarden', zoals gesteld in de algemene bepalingen van Cepezed.
De hierna omschreven aanvulling en wijzigingen zijn mede van toepassing op deze voorwaarden c.q. vormen hier een aanvulling op.
Concept
00.01.19
ALGEMENE OMSCHRIJVING VAN HET WERK 01. OMVANG VAN DE WERKZAAMHEDEN Met betrekking tot de transportinstallaties voor de nieuwe huisvesting Gemeentehuis Haarlemmermeer te Hoofddorp bestaat het werk uit: de levering, detailengineering, montage, inbedrijfstelling, certificering en het bedrijfsvaardig opleveren van de volgende installaties: a. 1 liftgroep (L1 en L2) bestaande uit 2 liften van ieder 1.000 kg voorzien van 5 stopplaatsen b. 1 goederenlift (L3) van 2.000 kg voorzien van 5 stopplaatsen Een en ander conform de TO, bijlagen en tekeningen. De onder a. en b. genoemde werkzaamheden moeten worden uitgevoerd volgens de bepalingen van dit TO, met inbegrip van alle rechtstreeks of zijdelings voor de uitvoering nodige kosten, waaronder alle leveranties, winst, arbeidsloon, sociale lasten, reis- en verblijfkosten, risico, transportkosten e.d.
TO: KUBUS/3127050-T
Printdatum: 2-2-2024
Halmos Adviseurs TO: Gemeentehuis Haarlemmermeer te Hoofddorp. TransporEnstallaEes
7 02.02.2024
80
LIFTINSTALLATIES
80.00
ALGEMEEN
80.00.19
VAN TOEPASSING ZIJNDE VOORSCHRIFTEN 01. NORMEN EN BEPALINGEN De installaties dienen te voldoen aan de wetten, voorschriften, bepalingen, normen et cetera met de aanvullingen hierop, zoals die gelden drie maanden voor uitgave van dit TO. Dit betreft met name: - de plaatselijke nutsbedrijven. - het plaatselijk Bouw- en Woningtoezicht. - de plaatselijke Brandweer. - het Bouwbesluit. - de wet Milieubeheer en de Arbo-wet. - Handboek voor Toegankelikheid. - de keuringsinstanaties KIWA, KEMA, KOMO, VdE en VdS/TNO. - de NEN-1010 en de hierop van toepassing zijnde correctiebladen. - de praktijkrichtlijn “Brandveiligheid in hoge gebouwen” van de SBA. - de telecomprovider, CAI. - ISO 9001. - RIchtlijn Liften 95/16/EG. - de bepalingen van het LIftinstituut. - Warenwetbesluit liften. Alle normen van het Nederlands Normalisatie Instituut, met name: - NEN-EN 81-1: 202; Veiligheidsregels voor het vervaardigen en aanbrengen van liften. - NEN-EN 81-20 - Veiligheidsregels voor de vervaardiging en de installatie van liften: liften voor het vervoer van personen en goederen : deel 1: elektrische personenliften inclusief aanvullingen. - NEN-EN 81-28 - Veiligheidsregels voor het vervaardigen en het aanbrengen van liften: liften voor het vervoer van personen en goederen: deel 28: afstandalarm voor personen- en personen-goederenliften.
- NEN-EN 81-50 - Veiligheidsregels voor de vervaardiging en de installatie van liften : onderzoeken en beproevingen : deel 50 : ontwerpregels, berekeningen, onderzoeken en beproevingen van liftonderdelen. - NEN-EN 81-58 - Veiligheidsvoorschriften voor het vervaardigen en het aanbrengen van liften: onderzoek en beproevingen : deel 58 : beproeving van brandwerendheid van schachtdeuren. - NEN-EN 81-70 - Veiligheidsregels voor de vervaardiging en de installatie van liften Bijzondere toepassingen voor personenliften en personen-goederenliften - Deel 70: Toegankelijkheid van liften voor personen inclusief personen met een handicap. - NEN-EN 81-72 - Veiligheidsregels voor het vervaardigen en aanbrengen van liften : bijzondere toepassingen voor personenliften en personen-goederenliften : deel 72 : Brandweer liften. - Eveneens dienen alle liften te voldoen aan de eisen van de geldende BReeam Beoordelignsrichtlijn, inclusief de NTA4614-4/ISO8100-32 “excellent” ambitieniveau. De liftinstallateurs worden geacht op de hoogte te zijn van alle hierboven omschreven voorschriften en normen om vanaf het TO te realiseren. 02. NOODSTROOM Alle liften dienen te zijn voorzien van accu’s zodanig dat deze bij uitval van de
Concept
TO: KUBUS/3127050-T
Printdatum: 2-2-2024
Halmos Adviseurs TO: Gemeentehuis Haarlemmermeer te Hoofddorp. TransporEnstallaEes
03.
80.00.29
8 02.02.2024
netspanning automatisch dalen of stijgen naar de dichtstbijzijnde verdieping, afhankelijk van de belastingsituatie in de cabine. INGEBRUIKNAME Voor ingebruikname van een liftinstallatie dient: - de liftkooi, de schacht- en kooitoegangen en de liftschacht te worden schoongemaakt; - de lift te zijn goedgekeurd (eindcontrole) door een Notified Body; - de lift te zijn opgeleverd middels een door alle partijen ondertekend Proces-Verbaal van Oplevering.
EISEN EN UITVOERING: ALGEMEEN 01. BOREN/LASSEN/SLIJPEN/AANWERKEN Het boren van gaten in, het lassen en slijpen aan bouwkundige constructies behoort tot de werkzaamheden van de liftinstallateur, maar is alleen na toestemming van de directie toegestaan. Tot het werk van de liftinstallateur behoort het boren van gaten, tot een diameter van 25 mm, voor zover dit voor de uitvoering van zijn werkzaamheden noodzakelijk is. Het boren van gaten met een diameter groter dan 25 mm wordt uitgevoerd door de bouwkundig aannemer. De liftinstallateur is verantwoordelijk voor het aanwerken van gaten, sleuven, sparingen en dergelijke die door of vanwege hem zijn gemaakt. 02. BOUTVERBINDINGEN Bij boutverbindingen moet de steel van de bout ten minste 2, doch ten hoogste 5 gangen buiten het installatie-onderdeel steken. 03. TRILLINGEN/VORMVERANDERINGEN Een liftinstallatie moet zonder schokken en trillingen functioneren. Onderdelen van een liftinstallatie dienen zodanig gemonteerd of bevestigd te zijn dat deze door trillingen of vormveranderingen niet losraken of beschadigen. 04. LEIDEROPSTELLING De geleider profielen moeten zuiver te lood gesteld zijn en op de juiste afstand (speermaat) worden aangebracht. Geleidingen moeten aan de nauwste toleranties voldoen. De leider overgangen moeten een zelfde stijfheid hebben als de leiders zelf.
Leiderovergangen moeten aan de loopvlak zijden vlak zijn zonder waarneembare overgang. 05. VERVANGBAARHEID ONDERDELEN Onderdelen van een liftinstallatie moeten afzonderlijk kunnen worden vervangen en onderling uitwisselbaar zijn. 06. HANDBOEK VOOR TOEGANKELIJKHEID Alle liftinstallaties dienen te voldoen aan de eisen gesteld binnen het handboek voor toegankelijkheid.
Concept
80.00.30
INFORMATIE-OVERDRACHT: ALGEMEEN 01. MELDING AANVANG De liftinstallateur moet de directie tijdig melden wanneer een aanvang wordt gemaakt met de werkzaamheden en wanneer de volgende bewerking plaats vindt.
80.00.39
INFORMATIE-OVERDRACHT: REVISIEBESCHEIDEN ALGEMEEN 01. REVISIETEKENINGEN Door de aannemer te vervaardigen revisietekening(en): - de complete lifttechnische installaties De gegevens moeten worden vastgelegd voordat de onderdelen aan het zicht zijn onttrokken. Aantal te verstrekken exemplaren: - ter goedkeuring: in PDF - goedgekeurde: in PDF Tijdstip van levering:
TO: KUBUS/3127050-T
Printdatum: 2-2-2024
Halmos Adviseurs TO: Gemeentehuis Haarlemmermeer te Hoofddorp. TransporEnstallaEes
02.
03.
05.
06.
80.00.39
9 02.02.2024
- 14 dagen voor de oplevering REVISIEGEGEVENS ELEKTRISCH SCHAKEL-/AANSLUITMATERIAAL De revisiegegevens met betrekking tot schakel- en aansluitmateriaal moeten ten minste bevatten: - de locatie - het soort - het fabrikaat en typenummer - de belastbaarheid van schakelaars - de aansluitgegevens REVISIEGEGEVENS LIFTINSTALLATIE De revisiegegevens met betrekking tot liftinstallaties moeten ten minste bevatten: - opstelling van de installatie - aanzichten van fronten en deuren - kooi-interieur - signalerings- en bedieningstableau - elektrische werkingsschema's - kastcoderingen conform hoofdverdeelschema REVISIEBESCHEIDEN APPARATUUR INSTALLATIES De revisiebescheiden moeten bestaan uit: - revisietekeningen; - de standaard fabrieksdocumentatie van alle toegepaste onderdelen; - een kopie van de typeonderzoekscertificaten van de veiligheidscomponenten die in de lift gebruikt worden - de bedieningsvoorschriften; - onderhoudsvoorschriften; - meetrapporten brandcertificaat deuren; - beproevingsrapporten; - logboek door de liftinstallateur aan de directie te verstrekken revisiebescheiden: GROEPENVERKLARING, ELEKTRISCHE VERDELING Door de liftinstallateur te verstrekken groepenverklaring: van alle schakel- en verdeelinrichtingen in de liftmachinekamers waarop ten minste zijn aangegeven: - de afgaande groepen - de beveiligingen - al dan niet geschakeld - aantal fasen - waarvoor bestemd - de
reservegroepen - kastcodering De groepenverklaring moet zijn voorzien van een lijst van de gebruikte symbolen. De groepenverklaring moet zijn geplaatst in een houder in of nabij de betreffende verdeelkast bij oplevering.
Concept
INFORMATIE-OVERDRACHT: ONDERHOUDS-/BEDRIJFSVOORSCHRIFTEN ALGEMEEN 01. ONDERHOUDSVOORSCHRIFT Door de aannemer te verstrekken onderhoudsvoorschriften: - van de complete liftinstallatie Taal: Nederlands Aantal te verstrekken exemplaren: - ter goedkeuring: in PDF - goedgekeurde: in PDF Tijdstip van verstrekking: 14 dagen voor de oplevering Opstelplaats: per liftmachinekamer tegen vuil en vocht gevrijwaard exemplaar Het onderhoudsvoorschrift dient te bestaan uit: - Het de liftinstallateur te verstrekken onderhoudsvoorschriften van liftinstallaties
TO: KUBUS/3127050-T
Printdatum: 2-2-2024
Halmos Adviseurs TO: Gemeentehuis Haarlemmermeer te Hoofddorp. TransporEnstallaEes
02.
10 02.02.2024
moeten een volledig overzicht geven van alle periodiek aan de installaties te verrichten werkzaamheden en de frequentie van het aantal beurten. Van iedere geleverde installatie moet duidelijk worden aangegeven op welke wijze de installatie moet kunnen worden geregeld en afgesteld. Tevens moet van de toe te passen smeermiddelen een overzicht worden gegeven, gerelateerd aan het betreffende onderdeel. De onderhoudsvoorschriften van liftinstallaties dienen opgenomen te zijn in de gebruikershandleiding. BEDRIJFS-/BEDIENINGSVOORSCHRIFT Door de liftinstallateur te verstrekken bedieningsvoorschrift(en): - van de complete liftinstallaties Voorzien van een lijst van toegepaste symbolen Voorzien van een technische beschrijving van de installatie Voorzien van specificaties Aantal te verstrekken exemplaren: - ter goedkeuring: in PDF - goedgekeurde: in PDF Taal: Nederlands Tijdstip van verstrekking: 14 dagen voor de oplevering Opstelplaats: per liftmachinekamer tegen vuil en vocht gevrijwaard exemplaar Het door de liftinstallateur te leveren bedrijfs-/bedieningsvoorschrift dient te bestaan uit: - Het door de liftinstallateur te verstrekken bedrijfs-/bedieningsvoorschriften dienen opgenomen te zijn in de gebruikershandleiding.
Deze beschrijving bestaat minimaal uit een technische omschrijving van de installatie (helder en beknopt) en van de werking van de installatie, inclusief een lijst met verklaring van toegepaste symbolen.
Concept
03.
04.
Tornvoorschrift: De liftinstallateur verzorgt het 'Tornvoorschrift' in de Nederlandse taal en geplastificeerd uitgevoerd. Dit voorschrift moet worden aangebracht in de machineruimte/ besturingskast nabij de apparatuur waarop deze van toepassing is. BEDIENINGSINSTRUCTIE Na inbedrijfstelling van de installatie geeft de liftinstallateur aan de opdrachtgever ter plaatse instructie over de bediening en het onderhoud van de installatie BEMONSTERING Bij inschrijving dient duidelijke documentatie te worden ingediend van: - het cabine interieur met daarin de keuzemogelijkheden voor de wand, vloer- en plafondafwerking; - de cabine voorzieningen met daarin de keuzemogelijkheden voor type verlichting, leuningen, spiegels, opklapbare zitjes, et cetera; - de bedieningspanelen (schacht en cabine) met daarin de keuzemogelijkheden voor type tableaus, drukknoppen, meldpanelen, signaleringen, et cetera. Indien de opdrachtgever daarom verzoekt, voor of na eventuele gunning, dienen deze materialen te worden bemonsterd.
80.00.40
RISICOVERDELING EN GARANTIES: ALGEMEEN 02. TE GARANDEREN ONDERDELEN Voor de volgende onderdelen wordt een garantie verlangd die moet gelden vanaf het gereedkomen of de levering van het gegarandeerde onderdeel gedurende de vermelde periode. Onderdeel: gehele installatie - te garanderen door: de liftinstallateur 91. GELUIDSNIVEAU DEUREN Het geluidsniveau tengevolge van het openen en sluiten van de liftdeuren moet kleiner of
TO: KUBUS/3127050-T
Printdatum: 2-2-2024
Halmos Adviseurs TO: Gemeentehuis Haarlemmermeer te Hoofddorp. TransporEnstallaEes
92.
93.
80.00.50
11 02.02.2024
gelijk zijn aan 55 dBA, gemeten op 1 meter uit de betreffende deur. Het toegestane equivalente geluidsniveau van de gebouwinstallaties waaronder de liften, mag in verkeersruimten zoals de lifthal niet meer bedragen dan 40 dB(A). GELUIDSNIVEAU KOOI Bij het remmen mogen in de kooi geen onaangename stoten voelbaar zijn, noch buiten de machinekamer hoorbaar gierende geluiden optreden. Beide ter beoordeling van de directie. GELUIDSNIVEAU/TRILLINGEN ALGEMEEN Buiten de machineruimten dient nergens geruis, andere geluiden en trillingen afkomstig van de liftinstallatie waarneembaar te zijn. Ter beoordeling van de directie.
BIJBEHORENDE VERPLICHTINGEN: ALGEMEEN 90. BIJBEHORENDE VERDEELKASTEN Onder de liftinstallatie behoort eveneens de licht en krachtverdeelkasten inclusief hoofdschakelaars. 91. BIJBEHORENDE INSTALLATIES Mede tot de te leveren en aan te brengen installaties behoren: - de lichtinstallaties in de liftschachten - de benodigde putladders (indien van toepassing) 92. EXTERNE MELDINGEN De liften dienen per lift te worden voorzien van externe status- en storingssignalering d.m.v. een potentiaalvrij storingsrelais ter beschikking te stellen in het aansluitpaneel van de liftmachine, ten behoeve van de doormelding naar het gebouwbeheerssysteem GBS. In de schakelkasten van de liften dienen een storingsrelais te worden geplaatst. Dit relais dient af te vallen als: a. het faserelais niet inkomt of afvalt b. de veiligheidslijn vóór de stopschakelaar op de kooi en de grendel- en deurcontacten onderbroken wordt c. de thermische maximaal beveiliging aanspreekt Een potentiaalvrijmaakcontact van het storingsrelais dient te worden aangesloten op de klemmenstrook in de schakelkast. Door de elektrotechnische installateur wordt de bedrading vanaf een nader omschreven kunststof kast in de lift servicepaneel van de liftinstallaties naar een centraal paneel aangebracht.
Door de liftinstallateur dienen alle storingscontacten verzameld te worden in een kunststof kast welke centraal per liftinstallatie is geplaatst. 93. EXTERNE SCHAKELINGEN LIFT BIJ BRAND Bij een brandmelding dienen de liften automatisch naar de begane grond te keren, de deuren te openen waarbij de "buiten bedrijf"-signalering in bedrijf dient te treden. Door de elektrotechnische installateur zal hiervoor per machinekamer een potentiaalvrij wisselcontact geleverd worden rechtstreeks aangesloten op de aanwezige brandmeldcentrale. 94. VENTILATIEVOORZIENINGEN SCHACHTEN De benodigde ventilatievoorzieningen voor de schachten dienen te worden geleverd, gemonteerd en inbedrijfgesteld door de liftinstallateur. 95. HANDBOEK VOOR TOEGANKELIJKHEID De liftinstallaties dienen bij oplevering te voldoen aan het gestelde voor het Handboek voor toegankelijkheid. Door de bouwdirectie zal hiervoor door derden een keuring plaatsvinden. Eventuele hierin geconstateerde afwijkingen dienen door de liftinstallateur kosteloos aangepast te worden. Dit betekent dat de liftinstallaties mede voorzien dienen te worden van: - Akoestische signalering bij aankomst verdiepingen, openende deuren, terugmelding drukknoppen
Concept
TO: KUBUS/3127050-T
Printdatum: 2-2-2024
Halmos Adviseurs TO: Gemeentehuis Haarlemmermeer te Hoofddorp. TransporEnstallaEes
96.
97.
80.00.60
12 02.02.2024
- Separate optische vertreksignalering HIJS- EN TRANSPORTMIDDELEN De transportweg dient te worden bepaald in overleg met de directie en de constructeur. De optredende vloerbelastingen en de benodigde vrije doorgangsruimten tijdens het transport door het gebouw, dienen bij de inschrijving opgegeven te worden. De noodzakelijke beschermende maatregelen ten behoeve van deze transportroute worden door en in overleg met de bouwkundig aannemer gerealiseerd. Alle voor het werk benodigde hijs- en transportmiddelen moeten door de liftinstallateur zelf worden voorzien. Zelf toegepaste c.q. benodigde hijsmiddelen moeten zijn voorzien van geldig certificaat van goedkeuring. CONSTRUCTIES IN DE SCHACHT Voor bevestiging van geleidingssteunen, deuren etc. aan de schachtwanden of staalconstructies moet de liftinstallateur zelf zorgdragen, d.w.z. het leveren en aanbrengen van ankerbouten en boren van de benodigde gaten. Bevestigingen aan staalconstructies moeten zoveel mogelijk plaatsvinden door middel van boutverbindingen. Bij een muurdoorvoering moeten kabels en buisleidingen worden beschermd door slagvaste kunststof buis of koker. Door de liftinstallateur van dit TO dienen de benodigde werkvloeren op tekening te worden aangegeven, indien er wordt gekozen voor montage middels steigers.
De benodigde werkvloeren ten behoeve van de montage, conform de eisen van de arbeidsinspectie, dienen door de liftinstallateur van dit TO geleverd en aangebracht te worden. Bij gebruik van steigers behoort de montage, demontage en afvoeren van de steigers eveneens tot de werkzaamheden van de liftinstallateur van dit TO.
BOUWSTOFFEN: ALGEMEEN 09. CORROSIEBEHANDELING/VERF SPECIFICATIES Stalen delen moeten voor verzending door middel van staal stralen van de walshuid en van roest en vuil ontdaan zijn (kwaliteit SA 2,5) en direct na het stralen worden voorzien van twee lagen grondverf/primer. De verfspecificaties dienen ter beoordeling aan de directie te worden aangeboden. De machines en andere in de schacht opgestelde apparatuur mogen op het werk worden aangevoerd, zoals deze in de fabriek met roestwerende verf zijn behandeld. In het werk beschadigde of gecorrodeerde onderdelen moeten opnieuw worden gereinigd en geverfd, één en ander ter beoordeling van de directie. 19. STAALPLAAT Warmgewalst staalplaat moet zijn van de kwaliteit zoals gesteld in de NEN-EN 10025 (warmgewalst) en de NEN-EN 10030 (toleranties staalplaat 3 mm of dikker). Koudgewalst staalplaat moet voldoen aan de NEN-EN 10130 (koud gewalst) en de NEN-EN 10131 (toleranties op afmetingen en vorm). De materiaaldikte moet tenminste 1,5 mm zijn. Derhalve moet ook worden voldaan aan de NEN-EN 10111. Plaatstaal mag zonder corrosiebescherming niet worden aangevoerd. Bij overdracht middels een garantieverklaring te overleggen. 29. ROESTVASTSTAALPLAAT Onder roestvaststaal wordt begrepen kwaliteit 1.4306 (AISI 304) OF kwaliteit 1.4521 (AISI 443) voor binnendoeleinden.
Als alternatief is voor dit project ook de kwaliteit 1.4509 (AISI 441) toegestaan.
Concept
RVS-plaat moet aan de zichtzijde zijn geborsteld structuur: minimaal K 240 De materiaaldikte moet tenminste 1,5 mm zijn. Alle roestvaststalen delen moeten voorzien van beschermfolie worden aangevoerd.
TO: KUBUS/3127050-T
Printdatum: 2-2-2024
Halmos Adviseurs TO: Gemeentehuis Haarlemmermeer te Hoofddorp. TransporEnstallaEes
80.00.69
13 02.02.2024
BOUWSTOFFEN: AANVULLEND 01. ELEKTRISCHE APPARATUUR Van alle toe te passen elektrische apparatuur moeten gegevens en specificaties beschikbaar zijn en op verzoek van de directie overlegd worden. 02. INSTEEKELEMENTEN Insteekelementen zoals relais, printplaten en schakelaar delen van sleutelschakelaars mogen zonder mechanische vergrendeling of borging niet toegepast worden. 03. OPTISCHE DISPLAYS Alle cijfers/letters ten behoeve van verdiepingsaanduidingen en dergelijke moeten middels optische displays kenbaar worden gemaakt en worden uitgevoerd als LCD (Liquid Crystal Display) of dot matrix. Afwijkingen in overleg. 04. TRILLINGSISOLATOREN Rubber- of kunststof-trillingsisolatoren moeten olie-bestendig zijn. 05. DRUKKNOPPEN EN SIGNAALLAMPKASTEN Alle drukknop- en signaallampkasten moeten worden uitgevoerd met een afneembare afdekplaat. Opschriften op de platen moeten in strakke letters en cijfers worden ingegraveerd en worden opgevuld met graveerlak. Drukknoppen mogen van buitenaf niet uitneembaar zijn. Bevestigingsmateriaal van tableaus dient alleen met speciaal gereedschap te kunnen worden verwijderd. 06. OPTISCHE SIGNAALGEVERS/LAMPJES Alle toe te passen optische signaalgevers tot en met een bedrijfsspanning van 60 volt DC moeten worden uitgevoerd als LED of MULTI LED. 07.
AKOESTISCHE SIGNAALGEVERS Alle toe te passen akoestische signaal gevers moeten worden uitgevoerd met een instelbare volumeregeling. Het regelbereik moet lopen van 10 tot 100 % signaal. 08. ALARMMELDING Alle liftinstallaties (L1 t/m L3) te voorzien van een gsm-module.
Concept
80.11
FUNCTIONELE OMSCHRIJVING, INSTALLATIE-ONDERDELEN
80.11.19-a
LIFT MET BETREEDBARE KOOI LIFTEN L1 EN L2 0. LIFT BETREEDBARE KOOI VOLGENS NEN-EN81-20 EN NEN 81-50 LIFT PERSONEN Specificatie lift L1 en L2 Aantal liften: 2 per groep Toelaatbare last (kg): 1.000/13 personen Nominale hefsnelheid (m/s): 1,0 Nominale daalsnelheid (m/s): 1,0 Besturing: op en neerwaarts duplex Regeling: frequentie geregeld Stop onnauwkeurigheid: max. 5 mm + of Hefhoogte bij 5 stopplaatsen: 15,2 meter Aantal stopplaatsen: 5 Aantal schacht toegangen: 5 Aantal kooitoegangen: 1 Ophang 2: 1 Aandrijving: tractie/gearless Schachttoegangen: enkelzijdig Breedte toegang (mm): 900
TO: KUBUS/3127050-T
Printdatum: 2-2-2024
Halmos Adviseurs TO: Gemeentehuis Haarlemmermeer te Hoofddorp. TransporEnstallaEes
1.
2.
3.
4.
5.
TO: KUBUS/3127050-T
14 02.02.2024
Hoogte toegang (mm): 2.300 Bestemming liften: personen Inwendige kooiafmetingen bxdxh (mm): 1.100 x 2.100 x 2.400 Inwendige schachtafmetingen bxd (mm): 1.650 x 2.500 (per lift) Noodstroomvoorziening: accu t.b.v. noodbeweging Elektrische spanning, kracht: 400V/230V gecombineerd Uitvoering: conform handboek voor toegankelijkheid Tophoogte (mm): 3.900 Putdiepte (mm): min. 1.110 Deurtype: 2-delig telescopisch RITBESTURING NORMAAL BEDRIJF LIFT OPROEPEN Aantal per bouwlaag: 2 per liftinstallatie Plaats: naast de lifttoegang Hoogte: tussen 900 - 1.200 mm In een inbouw buitentableau welke is voorzien van: Kleur: materiaal RVS 2 knops op- en neerwaarts verzamelend KOOIBESTURING Uitvoering RVS, vandaalbestendig in cabine tableau over de gehele hoogte aangebracht Overige besturingseisen: Parkeerverdieping: dynamisch te bepalen Bij parkeerstand deuren liftkooien: gesloten De cabine van de liften te voorzien van een kaartlezer voor vrijgave gebruik (kaartlezer levering derden). T.b.v. deze kaartlezer een netwerklabel cat 6A te leveren vanaf de besturingskast tot in de liftkooi. STATISCHE LIFTAANDUIDING Per liftinstallatie en per toegang een statische liftaanduiding boven elke toegang. Deze uit te voeren als 1-zijdig afleesbaar paneel gemonteerd boven de lifttoegang. De bedientableaus, displays en overige toebehoren dienen in een antivandaal uitvoering te worden geleverd.
De hoogte en uitvoering van de knoppen overeenkomstig “Handboek voor Toegankelijkheid”. DIVERSEN Ventilatiecabine: te voorzien van een virus filter systeem Spraakmodule: van toepassing voor slechtziende Regeling: vloeiende loop door frequentieregeling: Telecommunicatievoorziening: de leidingen ten behoeve van de intercom moeten geleverd en aangebracht zijn vanaf het aansluitpunt in de kooi tot in de machinekamer en af te monteren op een klemmenstrook welke in een kunststof kast is aangebracht. Intercom: De intercom te integreren in de bedieningsstrook. Elektrische leidingen: elektrische leidingen inclusief reservekabels moeten zijn aangebracht onder het kooidak. Reserve kabels elektrisch: in het totaal van de elektrische hangkabels in de liftinstallatie moeten ten minste 10 reserve-aders zijn meegevoerd en als zodaning zijn gemerkt aan beide uiteinden. MACHINERUIMTE De machineruimte bevindt zich bovenin de schacht. De machineruimte moet zijn voorzien van: - voldoende verlichting ter plaatse van de aandrijving en de besturingskast; - een hijsframe, welke dient te worden aangeleverd aan de bouwkundig aannemer die
Concept
Printdatum: 2-2-2024
Halmos Adviseurs TO: Gemeentehuis Haarlemmermeer te Hoofddorp. TransporEnstallaEes
15 02.02.2024
deze aanbrengt / integreert in de schachtkop; eventueel benodigd hulpstaal voor de montage en bevestiging van liftcomponenten bovenin de schacht, zoals de regeling, de weerstandbank, de snelheidsbegrenzer, et cetera, dienen door de liftinstallateur zelf te worden verzorgd en aangebracht. 6. RAAKVLAKKEN MET ANDERE INSTALLATIES De lift moet aangesloten worden op: - een elektrische voeding; - een telefoon-/intercomlijn ten behoeve van de spreek-/luisterverbinding - de brandmeldinstallatie ten behoeve van de brandmeldevacuatieschakeling; - de potentiaalvereffening op het gebouw / de liftschacht. De lift wordt daarnaast voorzien van: - voldoende verlichting voor de schachttoegangen. .01 LIFTINSTALLATIE PERSONEN L1 T/M L2 De liftinstallaties uit te voeren conform de TO-tekening T-01. -
80.11.19-b
LIFT MET BETREEDBARE KOOI LIFT L3 0. LIFT BETREEDBARE KOOI VOLGENS NEN-EN81-20 EN NEN 81-50 LIFT PERSONEN/GOEDEREN Aantal liften: 1 Toelaatbare last (kg): 2.000/25 personen Aantal ritten/h (st): 180 Nominale hefsnelheid (m/s): 1,0 Nominale daalsnelheid (m/s): 1,0 Besturing: simplex, 2 knops op- en neerwaarts verzamelend Regeling: frequentie geregeld Stop onnauwkeurigheid: max. 5 mm + of Hefhoogte bij 5 stopplaatsen: 15,2 m Aantal stopplaatsen: 5 Aantal schacht toegangen: 6 Aantal kooitoegangen: 2 Ophang 2: 1 Aandrijving: tractie/gearless Schachttoegangen: enkelzijdig Breedte toegang (mm): 1.100 Hoogte toegang (mm): 2.300 Bestemming liften: personen/goederen Inwendige kooiafmetingen bxdxh (mm): 1.350 x 2.700 x 2.500 Inwendige schachtafmetingen bxd (mm): 2.300 x 3.340 Noodstroomvoorziening: accu t.b.v. noodbeweging Elektrische spanning, kracht: 400V/230V gecombineerd Uitvoering: conform handboek voor toegankelijkheid Tophoogte (mm): 4.300 Putdiepte (mm): min. 1.500 Deurtype: eenzijdig automatisch telescopisch openende schuifdeuren 1. RITBESTURING NORMAAL BEDRIJF LIFT OPROEPEN Aantal per bouwlaag: 1 per liftinstallatie Plaats: naast de lifttoegang Hoogte: tussen 900 - 1.200 mm In een inbouw buitentableau welke is voorzien van: Kleur: materiaal RVS 2 knops op- en neerwaarts verzamelend Ingebouwde terugmeldlamp Buitendienst signalering optisch 2.
KOOIBESTURING Uitvoering RVS, vandaalbestendig in cabine tableau over de gehele hoogte aangebracht
Concept
TO: KUBUS/3127050-T
Printdatum: 2-2-2024
Halmos Adviseurs TO: Gemeentehuis Haarlemmermeer te Hoofddorp. TransporEnstallaEes
16 02.02.2024
signalering (optisch): van toepassing middels etagedrukknoppen met ingebouwde terugmeldlamp Signalering (akoestisch): van toepassing Deur-open en sluitknop: van toepassing Signalering bij overbelasting: van toepassing Parkeerverdieping: dynamisch te bepalen Bij parkeerstand deuren liftkooien: gesloten De cabine van de lift te voorzien van een kaartlezer voor vrijgave gebruik (kaartlezer levering derden) 3. DIVERSEN Spraakmodule: van toepassing voor slechtziende Regeling: vloeiende loop door frequentieregeling: Telecommunicatievoorziening: de leidingen ten behoeve van de intercom moeten geleverd en aangebracht zijn vanaf het aansluitpunt in de kooi tot in de machinekamer en af te monteren op een klemmenstrook welke in een kunststof kast is aangebracht. Intercom: De intercom te integreren in de bedieningsstrook. Uit te voeren spreek-/luistersysteem aan te sluiten op noodaccu, 230V aansluitpunt, microfoon en data-aansluitpunt. Elektrische leidingen: elektrische leidingen inclusief reservekabels moeten zijn aangebracht onder het kooidak. Reserve kabels elektrisch: in het totaal van de elektrische hangkabels in de liftinstallatie moeten ten minste 10 reserve-aders zijn meegevoerd en als zodaning zijn gemerkt aan beide uiteinden. 4. MACHINERUIMTE De machineruimte bevindt zich bovenin de schacht.
De machineruimte moet zijn voorzien van: - voldoende verlichting ter plaatse van de aandrijving en de besturingskast; - een hijsframe, welke dient te worden aangeleverd aan de bouwkundig aannemer die deze aanbrengt / integreert in de schachtkop; - eventueel benodigd hulpstaal voor de montage en bevestiging van liftcomponenten bovenin de schacht, zoals de regeling, de weerstandbank, de snelheidsbegrenzer, et cetera, dienen door de liftinstallateur zelf te worden verzorgd en aangebracht. 5. RAAKVLAKKEN MET ANDERE INSTALLATIES De lift moet aangesloten worden op: - een elektrische voeding; - een telefoon-/intercomlijn ten behoeve van de spreek-/luisterverbinding; - de brandmeldinstallatie ten behoeve van de brandmeldevacuatieschakeling; - de potentiaalvereffening op het gebouw / de liftschacht. De lift wordt daarnaast voorzien van: - voldoende verlichting voor de schachttoegangen. .01 LIFTINSTALLATIE PERSONEN/GOEDEREN L3 De liftinstallaties uit te voeren conform de TO-tekeningen T-02.
Concept
80.12
TEKENINGEN EN BEREKENINGEN
80.12.19-a
TEKENINGEN ALGEMEEN 0. TEKENINGEN Door de liftinstallateur te vervaardigen tekeningen. Van: de liftinstallatie Op de tekening moet zijn aangegeven:
TO: KUBUS/3127050-T
Printdatum: 2-2-2024
Halmos Adviseurs TO: Gemeentehuis Haarlemmermeer te Hoofddorp. TransporEnstallaEes
17 02.02.2024
- horizontale schachtdoorsnede. - verticale schachtdoorsnede. - deursparingen. - put en uitloop. - aanzichten deuren en fronten. Aantal te verstrekken exemplaren: - ter goedkeuring: in PDF - goedgekeurde: in PDF 9. SPECIFICATIE TEKENINGEN Door de liftinstallateur te vervaardigen tekeningen betreffende liftinstallaties: De tekeningen van een liftinstallatie dient minimaal te bestaan uit: - de volledig uitgewerkte opstellingstekening van de omschreven lift, waarin op schaal zijn getekend de machine, besturingskast, geleidingen met steunen, afsteunbalken, kooi met kooiframe, deuren, buffer constructies et cetera met aangegeven maten; - doorsneden van technische ruimten (schachtkop), schachten (met werkelijk gemeten afmetingen); - constructie en detailtekeningen van deuren, kozijnen, muurkoppen, fronten, et cetera; - uitgewerkte kooitekening met kooidetails; - tableautekeningen (drukknoptableaus en meldpanelen); - elektrische principeschema's met bijbehorende verklaringen; - tekeningen met daarop aangegeven de benodigde sparingen, inclusief afmetingen en maatvoeringen t.o.v. systeemlijnen/stramienen; - aansluitschema's per E-kast; - op de te verstrekken tekeningen van schakel- en verdeelinrichtingen dienen de volgende gegevens te worden vermeld: a. Aantal geleiders en raildoorsnede, inclusief de aardrail; b.
Type en nominale waarden beveiligingstoestellen voorzien van instelgegevens en selectiviteit aangegeven in een diagram; c. Soort en hoedanigheid schakelapparatuur (vermogensschakelaars, groepsschakelaars, bedieningsschakelaars, omschakelaars, magneetschakelaars, zekering lastscheiders, installatie automaten, et cetera); d. Thermische- en dynamische kortsluitstroom van het railsysteem, aangegeven in kA/s respectievelijk kA; e. Afschakelvermogens, schakel- en beveiligingsapparatuur, zomede levensduur in aantal schakelingen; f. Eventuele meet- en regelapparatuur, vergrendelingen, et cetera. .01 TEKENINGEN LIFTINSTALLATIE Ten behoeve van de liftinstallaties L1 t/m L3.
Concept
80.12.30-a
MONTAGEPLAN 0. MONTAGEPLAN Montageplan, te verstrekken door de liftinstallateur het montageplan moet de volgende gegevens bevatten: - start werkzaamheden - duur werkzaamheden - gedetailleerde montageplanning per installatie en hoofdcomponenten (motoren, deuren, leiders) - oplevering - keuring - te treffen veiligheidsvoorzieningen - benodigde assistentie derden Het montageplan dient gebaseerd te zijn op de overall planning van de liftinstallateur. Aantal te verstrekken exemplaren: - ter goedkeuring: PDF - goedgekeurde: PDF
TO: KUBUS/3127050-T
Printdatum: 2-2-2024
Halmos Adviseurs TO: Gemeentehuis Haarlemmermeer te Hoofddorp. TransporEnstallaEes
18 02.02.2024
.01 MONTAGEPLAN LIFTINSTALLATIE Ten behoeve van de liftinstallaties L1 t/m L3. 80.12.39-a
INSTALLATIEBEREKENING 0. SPECIFIEK LIFTINSTALLATIE Door de liftinstallateur te vervaardigen berekening(en) van: - de optredende krachten aan/op de bouwkundige constructie: * putbelasting; * schachtwand bevestigingen; * schachtplafond bevestigingen; * hijsvoorzieningen; * vloerbelastingen. .01 INSTALLATIEBEREKENING Ten behoeve van de liftinstallaties L1 t/m L3.
80.13
KEURING
80.13.19-a
BEPROEVINGS-/KEURINGSRAPPORT ALGEMEEN 0. KEURING LIFTINSTALLATIE Door: - een door de Minister van SZW krachtens wettelijk voorschrift aangewezen instelling, welke tevens is aangemeld bij de Commissie van de Europese Gemeenschappen als bevoegde instelling om binnen de EER geldige certificaten en verklaringen af te geven (Notified Body).
Concept
Type keuring: eindcontrole op basis van het Warenwetbesluit liften en aan te sluiten op de door de fabrikant/liftinstallateur afgegeven EG-verklaring van overeenstemming. Het uitvoeren van de keuring door de liftinstallateur (module H) is niet toegestaan. De volledige keuring (en eventuele herkeuringen), inclusief alle bijbehorende assistentie en benodigde materialen zoals bijvoorbeeld de proefbelasting, dienen in de aanneemsom te zijn inbegrepen. De liftinstallateur deelt de directie 2 weken voor de keuring van een liftinstallatie mee wanneer de keuring of delen ervan zal plaatsvinden.
9.
De datum van de keuring moet zijn gebaseerd op de stand van het werk aan en rond de installatie(s). De kosten voor de keuring en eventuele herkeuring(en) van de installatie zijn onderdeel van de aanneemovereenkomst. Het niet gereed zijn van de liftinstallatie, de liftschacht en de omgeving van de installatie is geheel voor de verantwoording van de liftinstallateur. De liftinstallateur stelt voor de duur van de keuring van de installatie het benodigde personeel, de proef belastingen en alle overige benodigde apparatuur beschikbaar. KEURINGSRAPPORT EN CERTIFICAAT Door de liftinstallateur te verstrekken beproevingsrapport. Onderdelen: - een liftinstallatie, zoals omschreven in dit TO. Beproevingsresultaten: - de beproevingsresultaten moeten in een rapport worden vastgelegd; - in dit rapport dienen alle geconstateerde keuringspunten te worden vastgelegd;
TO: KUBUS/3127050-T
Printdatum: 2-2-2024
Halmos Adviseurs TO: Gemeentehuis Haarlemmermeer te Hoofddorp. TransporEnstallaEes
19 02.02.2024
- voor een liftinstallatie moet een certificaat van goedkeuring worden afgegeven. Verstrekkingsvorm: - hardcopy (A4) op te nemen in de revisiebescheiden; - digitaal in PDF. Tijdstip van verstrekking: vóór de oplevering Alle keurings- en restpunten dienen uiterlijk 14 dagen na oplevering naar de tevredenheid van de directie te zijn verholpen. .01 BEPROEVINGS-/KEURINGSRAPPORT Ten behoeve van liftinstallaties L1 t/m L3. 80.13.29-a
BEPROEVEN/INREGELEN 0. ALGEMEEN Conform de voor dit werk geldende algemene technische bepalingen. 9. SPECIFIEK LIFTINSTALLATIE Ten behoeve van een liftinstallatie, zoals omschreven in dit TO, dienen per installatie de volgende metingen te worden uitgevoerd en in een rapport te worden vastgelegd: - meetrapport ruimtemaatvoering; - meetrapport liftinstallatie. Meetrapport ruimtemaatvoering: De liftinstallateur van een liftinstallatie dient zo spoedig mogelijk na gereedkoming van de ruwbouw alle voor de installaties relevante ruimtemaatvoering in het werk te controleren. Ten minste de volgende maatvoering dient te worden gecontroleerd: - schachtmaatvoering: breedte, diepte, put, uitloop, et cetera; - machinekameruitvoering (indien van toepassing): lengte, breedte, hoogte, et cetera; - afmetingen en positie van alle benodigde en opgegeven sparingen in liftschacht en eventuele machinekamer. De meetresultaten dienen vastgelegd te worden in een rapport en te worden gebruikt ten behoeve van de montage van een installatie.
Concept
Meetrapport liftinstallatie: De liftinstallateur van de liftinstallaties dient zo spoedig mogelijk na installatie van een lift deze in te regelen en te beproeven op een juiste werking en afstelling. De volgende gegevens dienen te worden gemeten en in een rapport te worden vastgelegd: - nominale- en aanloopstroom (A) - op de motor gemeten; - liftsnelheid (m/s¹) - op de motor gemeten; - aanloop- en afremkarakteristiek (m/s²) - op de motor gemeten; - deurtijden(sec): - deur-open tijd; - deur-sluit tijd; - deur-openhoud tijd. De meetstaat moet de navolgende grootheden bevatten gemeten over 15 minuten, inclusief: - Aantal ritten in zowel op- als neergaande richting; - U (V); - I (A); - Cos phi; - Power factor (is niet gelijk aan cos phi bij harmonische vervorming); - P (kW) (gemiddeld en maximaal); - P (kVA) (gemiddeld en maximaal); - P (kVar) (gemiddeld en maximaal); - P (kVac) (gemiddeld en maximaal);
TO: KUBUS/3127050-T
Printdatum: 2-2-2024
Halmos Adviseurs TO: Gemeentehuis Haarlemmermeer te Hoofddorp. TransporEnstallaEes
-
20 02.02.2024
Frequentie (Hz); THD* (I) (stroom, A); THD* (U) (spanning, V); Tijdsduur van de meting (minimaal 15 min.);
Geldt alleen bij vermogens groter dan 5 kW. * THD = totale harmonische vervorming. Aantal te verstrekken exemplaren: - Ter goedkeuring: digitaal in PDF (maximaal 2 controle ronden) - Goedgekeurde: digitaal in PDF - Tijdstip van verstrekking: oplevering en ingebruikname. De meetresultaten dienen vastgelegd te worden in een rapport en bij oplevering te worden overlegd. Het meetrapport dient tevens in de revisiebescheiden te worden opgenomen. .01 BEPROEVEN/INREGELEN Ten behoeve van liftinstallaties L1 t/m L3. 80.13.39-a
IN BEDRIJF STELLEN 0. ALGEMEEN Conform de voor dit werk geldende algemene technische bepalingen. 9. SPECIFIEK LIFTINSTALLATIE Een liftinstallatie mag alleen in bedrijf worden gesteld, nadat aan de volgende voorwaarden is voldaan: - de liftinstallatie beschikt over een geldige verklaring van eindcontrole - de liftinstallatie is opgeleverd, waarbij het Proces-Verbaal van Oplevering door zowel opdrachtgever, adviseur als liftinstallateur is ondertekend - de opdrachtgever / directie toestemming heeft gegeven voor het in bedrijf stellen van de liftinstallatie .01 IN BEDRIJF STELLEN Ten behoeve van liftinstallaties L1 t/m L3.
Concept
80.31
LIFTKOOIEN
80.31.09-a
BETREEDBARE LIFTKOOI L1 T/M L3 0. BETREEDBARE LIFTKOOI Een betreedbare liftkooi bestaat in hoofdlijnen uit: - frameconstructie; - kooivloer; - kooiwanden; - kooidak; - kooiplafond; - kooisnuit; - kooidak; - werkvloer. Alle bekleding van de kooi, zoals de wandbekleding, plafond en vloerbedekking, als overige (decoratieve) materialen en onderdelen moeten worden vervaardigd uit nietbrandbare materialen.
TO: KUBUS/3127050-T
Printdatum: 2-2-2024
Halmos Adviseurs TO: Gemeentehuis Haarlemmermeer te Hoofddorp. TransporEnstallaEes
80.31.19-a
21 02.02.2024
BETREEDBARE LIFTKOOIEN ALGEMEEN VOOR CABINELIFTEN L1 T/M L3 0. LIFTKOOIEN Frameconstructie: - materiaal: profiel stalen frame - uitvoeringsvorm: boven en onderbalkconstructie onderling verbonden door hangstijlen, eventueel voorzien van schoren, inclusief montagevoorziening of constructie waaraan de ophanging wordt bevestigd - ophanging: begrensd verend opgehangen aan staalkabels, utivoering 2:1 ophanging via leischijven boven of onder de kooi - geleiding: instelbare verende leisloffen met verwisselbare kunststof voeringen, twee aan bovenzijde en twee aan onderzijde van het frame - montagewijze: in het werk ingehesen mits deugdelijke voorzieningen voor rekening van de liftinstallateur worden getroffen ter voorkoming van beschadiging, roesten/of andere corrosievorming, vervuiling e.d. - afwerking: geïsoleerd opgehangen Kooivloer: - toelaatbare belasting: gewicht kooi + gewicht afwerkvloer (liften L1 t/m L2) - materiaal: stalen raamwerk van profiel stalen constructiebalken, maximale doorbuiging 1 mm bij volle belasting - kooivloer: natuursteen door derden gelijk aan de vloer op de begane grond (liften L1 t/m L3) - vloerbedekking: staal; tranenplaat lift L3 - overgang wand/vloer: hoeken rond en waterdicht af te werken kleur: n.v.t.
- de vloerplinten: RVS Kooiwanden: - lift L1 zijn wanden volledig in glas, achterwand volledig in RVS - lift L2 linker zijwand volledig in glas, overige wanden volledig in RVS - lift L3 volledig in RVS - naden: zo vlak mogelijk Kooidak: - materiaal: staalplaat voorzien van veiligheidsrand van 100 mm - constructie: samengesteld uit gezette lamellen voorzien van verstijvingsprofielen aan de bovenzijde, waarop de werkvloer rust - extra voorzieningen: * inbouwvoorziening ten behoeve van een ventilator. * ventilatie voorzien van virusfilter. Kooiplafond: - materiaal: RVS - afwerking: standaard - uitvoering: het kooiplafond en de kooiverlichting zodanig uitvoeren dat er geen vuil ingelegd kan worden. Kooiverlichting: - uitvoering door middel van inbouw Led-verlichting - verlichtingsniveau 200 lux De kooiverlichting dient uitgevoerd te worden met: - Contactloos geschakeld op basis van directe liftactiviteit via LED-driver; - LED-driver uitgevoerd met schakel- & dimfunctie; - Verlichting moet worden gevoed vanuit preferente net (AAS noodstroom); - Kleur warm wit (vergelijkbaar met 830) gedurende de gehele levensduur; - Minimale levensduur (uitval < 10%) is 50.000 branduren; - Gedurende de gehele levensduur moet de minimale lichtopbrengst volgens norm geleverd kunnen worden. - Verlichtingsintensiteit in de kooi conform norm, zonder overbelichting, mogelijk door
Concept
TO: KUBUS/3127050-T
Printdatum: 2-2-2024
Halmos Adviseurs TO: Gemeentehuis Haarlemmermeer te Hoofddorp. TransporEnstallaEes
4.
22 02.02.2024
vanuit LEDdriver gedimd. - Schakeling op basis van aanwezigheid met spaarstand. Werkvloer: - materiaal: stalen raamwerk met multiplex werkvloer van minimaal 18 mm dikte De toelaatbare vervorming van de kooi na het vangen, met nominale, gelijkmatig over de kooivloer verdeelde belasting dient minimaal te zijn Hekwerk - Hekwerk op kooidak: 1.100 mm hoog, uitgevoerd in RVS BETREEDBARE LIFTKOOI, KOOIDEUR - Uitvoeringsvorm: automatisch telescopisch openende deuren - De liften L1 en L2 te voorzien in glazen kooi- en schachtdeuren. Lift 3 te voorzien van RVS deuren conform onderstaand. - De deurlamellen moeten worden vervaardigd van extra gestrekte staalplaat van tenminste 1,5 mm dikte, voorzien van de nodige verstijvingsribben, zodat een dergelijke stalen constructie wordt verkregen. De kooideuren mogen in gesloten stand naar buiten niet meer uitwijken dan 15 mm. Door een kracht van 300 N in een willekeurig punt loodrecht op de deuren, die gelijkmatig verdeeld is over een rond of vierkant vlak van 5 cm2. Na deze proef mogen zij niet blijvend zijn vervormd en normaal kunnen werken. De deurlamellen moeten aan de boven- en onderzijde worden geleid. - Bediening: elektrisch Door middel van een op de kooi aangebrachte geluidarme draaistroom deurmachine kan de kooiafsluiting worden aangedreven, welke op haar beurt de schachtafsluiting moet bedienen door middel van een meenemer.
Het openen en afsluiten van de schachtdeuren op de verdieping waar de kooi stopt, moet gelijktijdig met de kooideuren geheel automatisch geschieden. Het openen en sluiten moet een vloeiend verloop hebben. - Voorzien van automatische terugloop beveiliging deurafwerking kooi- en instapzijde: RVS - Beveiliging kooitoegangen Ter voorkoming van klemmingsgevaar tijdens het sluiten van de deuren moeten de kooideuren worden voorzien van een deurbewakingssysteem (lichtlijst) - deurgeleidingsprofiel, voorzien van vuilafvoergaten - deurvleugels uitvoeren in: RVS-uitvoering - kooidagstukken: RVS BETREEDBARE KOOI VOORZIENINGEN Bedieningspanelen: - materiaal afdekplaat: vandaal bestendig - lijsten afdekplaat: RVS - bedieningsknoppen: etagedrukknoppen, vandaalbestendig en geschikt voor bediening door slechtzienden - deurbedieningsknoppen: deur open en deur dicht - signalering: overbelasting van toepassing - Uitvoering drukknop en signaleringstableaus: - Alle drukknop- en signaallampen, kasten dienen te worden uitgevoerd als gesloten stalen kasten met de nodigde scheidingschotten en gemakkelijk bereikbare aansluitklemmen. - Alle kasten dienen te worden voorzien van een wegneembare 2 mm dikke afdekplaat. - Opschriften op de platen dienen in strakke letters en cijfers gegraveerd te worden een en ander in overleg met de directie.
- De druktoetsen mogen van buitenaf niet uitneembaar zijn en dienen gegarandeerd te zijn voor tenminste 10.000.000 schakelingen. - Bedieningstableau over de hele hoogte van de kooi. - Alarmknop: knop ten behoeve van bedieningsfunctie “intercom-/alarm”
Concept
5.
TO: KUBUS/3127050-T
Printdatum: 2-2-2024
Halmos Adviseurs TO: Gemeentehuis Haarlemmermeer te Hoofddorp. TransporEnstallaEes
23 02.02.2024
positie alarmknop: de intercom-/alarmknop mag geen deel uitmaken van de etage drukknoppen. Dit om zoveel mogelijk uit te sluiten dat liftgebruikers dezeknop verwarren met de etageknoppen en deze al dan niet moedwillig uitdrukken - Signalering: * optisch: - buitendienst indicatie - terugmelding in of om de drukknoppen - overbelast indicatie - digitale etagestandaanwijzing * Akoestisch - aankomstgong (instelbaar), akoestische signalering moet instelbaar zijn tussen de 35 dB(a) en 65 dB(A) zodat een en ander aan de omgevingsomstandigheden kan worden aangepast. Het akoestisch signaal dient uit drie verschillende tonen te bestaan met de navolgende functies: * één toon (signaal) voor ‘OP’ * twee tonen (signaal) voor ‘NEER’. Afmeting pijlen en verdiepingsaanduiding tussen de 40 en 70 mm. De vertreksignalering moet toegepast worden boven de toegang.
Noodverlichting: - armatuur: - autonome brandduur (uren): 2 geintegreegd in aanwezige armaturen Ventilatie: - ventilator: van toepassing - ventilatorschakeling: automatische in-/uitschakeling, aangesloten op de kooiverlichting - ventilator in te bouwen boven plafond (inclusief virusfilter) - ventilator geluidsniveau: geluidsarm Spreek-/luistervoorziening (intercom) - geïntegreerd in cabinetableau - conform NEN-EN 81-28 Inspectiepanelen: - omhulling: metalen leidingkoker - afdekplaat: aluminium plaat - inspectieschakelaar: van toepassing - schakelaar kooibesturing: van toepassing resp. 1x "op" en 1x "neer" - schakelaar kooideuren: van toepassing - noodstopschakelaar: van toepassing - wandcontactdoos met randaarde: van toepassing - inspectieschakelaar waarmee overige besturingen uitgeschakeld en eventueel aanwezig buitendienst lampen worden ingeschakeld - de drukknoppen mogen niet overnemen; tijdens de ritduur moeten deze geheel ingedrukt gehouden worden INRICHTING LIFTINSTALLATIE L1 EN L2 Leuning: in de cabine aan 3 zijwanden uitgevoerd in RVS met een diameter van Ø35 mm op een hoogte van 1.100 mm Spiegel: op de achterwand Zitbankje: n.v.t. Integrale toegankelijkheid conform NEN-EN 81-70 INRICHTING LIFTINSTALLATIE L3 Leuning: in de cabine aan 2 zijwanden uitgevoerd in beuken stootranden op 2 hoogten.
Afmetingen: 175x30 Hoogte: uitgangspunt harde stootrand 175 mm boven de vloer en 1.100 mm boven de vloer
Concept
6.
7.
TO: KUBUS/3127050-T
Printdatum: 2-2-2024
Halmos Adviseurs TO: Gemeentehuis Haarlemmermeer te Hoofddorp. TransporEnstallaEes
24 02.02.2024
Spiegel: niet van toepassing Zitbankje: niet van toepassing .01 LIFTINSTALLATIE PERSONEN/GOEDEREN ALGEMEEN VOOR CABINELIFTEN L1 T/M L3 De liftinstallatie uit te voeren conform de TO-tekeningen.
80.32
80.32.13-a
CONSTRUCTIES IN SCHACHT, MACHINE- EN SCHIJVENRUIMTE
LIFTMONTAGE, GELEIDERS 0. MONTAGE GELEIDERS Bevestiging: te bepalen door de liftinstallateur afgestemd op de schachtconstructie Hulpconstructie: inclusief Type: traverse Instelbaarheid vertikaal: van toepassing Instelbaarheid horizontaal: van toepassing Uitvoering deling: conform norm Stijfheid kooibegeleiding: bij het in en uit de kooi brengen van de nominale last varieert: - de helling van de kooivloer met ten hoogste (%): conform de norm - de drempelsspleet ten hoogste (mm): 30 mm De geleidingen dienen zuiver en op het zuiver te lood staan dient de liftinstallateur loodlijnen in de schacht aan te brengen. 4. GELEIDER Fabrikaat: moederbedrijf Uitvoeringsvorm: blank getrokken T-profiel met verdikt loopvlak Afwerking loopvlakken Toebehoren: - geleiderbevestigingen - koppelplaten - instelbaarheid geleiderbevestiging - olielekbak aanbrengen onder onderzijde van de geleidingen 9. VANG Bij alle liften welke voorzien zijn van een betreedbare ruimte onder de put dienen de vereiste maatregelen te zijn voorzien. .01 CONSTRUCTIE IN SCHACHT, MACHINE EN SCHIJVENRUIMTE Ten behoeve van liftinstallaties L1 t/m L3.
Concept
80.32.21-a
TEGENGEWICHT 0. TEGENGEWICHT Massa (kg): geoptimaliseerd voor een gunstig energie gebruik Afmetingen massa (mm): te bepalen door de liftinstallateur van dit TO Constructie: - frame: raamwerk van profielstaal, geschikt voor takelophanging - veren voor ophanging instelbaar - vulblokken: giet- of vloei-ijzer (beton is niet toegestaan) - frame met vulblokken aan twee zijden voorzien van staalplaat in verband met glazen schacht Afwerking: in grondverf en afgeschilderd in een nader te bepalen RAL-kleur (zwart) Afscherming tegengewicht: - materiaal: staalplaat of zincorplaat - afwerking: in grondverf en afgeschilderd in een nader te bepalen RAL-kleur (zwart) Toebehoren: - frameconstructie
TO: KUBUS/3127050-T
Printdatum: 2-2-2024
Halmos Adviseurs TO: Gemeentehuis Haarlemmermeer te Hoofddorp. TransporEnstallaEes
25 02.02.2024
- slotgaten in plaat waardoor deze eenvoudig wegneembaar is - bevestigingsmiddelen Leisloffen: - type: verende sloffen met verwisselbare kuntstof voering - aantal: 4 Leisloffen op kooi dienen te worden voorzien van een doelmatige beveiliging. De bovenste leisloffen dienen te zijn van smeertoestellen voor het automatisch doch spaarzaam smeren van de leiders. 4. LIFTMONTAGE, TEGENGEWICHT Het bovenprofiel moet zijn voorzien van een bevestigingspunt voor de montage van de tractie kabels. De kabelbevestigingen moeten makkelijk bereikbaar blijven voor controle. De ballast blokken moeten worden gestapeld en vastgezet tegen opspringen(borgen). De blokken moeten eenvoudig te verwijderen/bij te plaatsen zijn, zonder blijvende beschadigingen aan het frame. 9. VANG OP TEGENGEWICHT Het tegengewicht moet zijn voorzien van een eigen vang. Dit in verband met een betreedbare ruimten onder een liftput. .01 TEGENGEWICHT Ten behoeve van liftinstallaties L1 t/m L3. 80.32.29-a
MONTAGE LEISCHIJVEN 0. MONTAGE LEISCHIJVEN De leischijven moeten van levensduur onderhoudsvrije lagers worden voorzien.
80.32.31-a
SNELHEIDSBEGRENZER 0. SNELHEIDSBEGRENZER Bediening: conform leveringsprogramma van de liftinstallateur Snelheidsbegrenzer inclusief spanwiel en contragewicht. Snelheidsbegrenzer kabels uitvoeren als volle stalen kabels zonder kunststof kern (in verband met overmatige rek).
Concept
Ook een snelheidsbegrenzer op het tegengewicht voorzien, vanwege de vang op het tegengewicht. 9. BEPROEVING Bij boven in de schacht geplaatste snelheidsbegrenzer moet beproeving van buiten de liftschacht (vanuit de besturingskast) kunnen plaatsvinden, zodat geen inspectieluik boven in de schacht behoeft te worden aangebracht. .01 SNELHEIDSBEGRENZER Ten behoeve van de liftinstallaties L1 t/m L3. 80.32.39-a
PUT VOORZIENINGEN, LADDER 0. PUTLADDER Per liftput, indien van toepassing, dient, doorlopend tot op de putbodem en buiten de baan van een liftkooi, een vaste putladder te worden geleverd en aangebracht. De ladderbomen van de putladder moeten doorlopen tot 1.100 mm boven de vloer van de onderste stopplaats. 4. MONTAGE De locatie van de putladder moet zodanig worden gekozen dat deze op een veilige manier, vanaf de vloer van de onderste stopplaats, kan worden bereikt. De putladder moet vast tegen de wand worden gemonteerd. Indien een putladder scharnierend of uitklapbaar wordt uitgevoerd moet dit middels een schakelaar(contact) worden gecontroleerd. 7. AARDING Op de putladder moet een voorziening aanwezig zijn zodat de installatie-aarde / potentiaal vereffening deugdelijk kan worden bevestigd en aangesloten.
TO: KUBUS/3127050-T
Printdatum: 2-2-2024
Halmos Adviseurs TO: Gemeentehuis Haarlemmermeer te Hoofddorp. TransporEnstallaEes
26 02.02.2024
.01 PUTVOORZIENINGEN, LADDER Ten behoeve van de liftinstallaties L1 t/m L3. 80.32.41-a
VERDIEPINGTOESTEL 0. VERDIEPINGTOESTEL Uitvoeringsvorm met benaderingsschakelaars
80.32.49-a
PUT VOORZIENINGEN, BUFFERS 0. BUFFERS Type: conform leveringsprogramma van de liftinstallateur behorende bij het type lift en snelheid Plaats: onder kooi en tegengewicht Aantal: te bepalen door de liftinstallateur Toebehoren: - (verlengde) profielstalen poeren, afgewerkt in grondverf en afgeschilderd in een nader te bepalen .01 PUTVOORZIENINGEN, BUFFERS Ten behoeve van de liftinstallaties L1 t/m L3.
80.32.69-a
HIJSBALK EN/OF MACHINEFRAME (INDIEN NODIG) 0. HIJSBALK EN/OF MACHINEFRAME (INDIEN NODIG) Het, per lift, leveren van een hijsbalk en/of machineframe voor in de schachtkop. Bevestiging van een hijsbalk en/of machineframe moet zijn afgestemd op de schachtconstructie. Het aanbrengen van een hijsbalk in de schachtkop geschiedt door een bouwkundig aannemer. Een hijsbalk moet zijn beproefd. Daarnaast dient de maximaal toegestane last te zijn aangegeven.
Concept
Toebehoren: bevestigingsmiddelen.
Afwerking: een hijsbalk en/of machineframe dient te worden afgeschilderd (in verband met zichtwerk) in een nader te bepalen RAL-kleur (zwart) voordat deze aan de bouwkundig aannemer wordt aangeleverd. Het schilderwerk dient in de aanneemsom te zijn opgenomen. .01 HIJSBALK EN/OF MACHINEFRAME Ten behoeve van de liftinstallaties L1 t/m L3. 80.32.89-a
CONSTRUCTIEBALKEN/SCHEIDINGSWANDEN 0. CONSTRUCTIEBALKEN Het, per lift, leveren van de de benodigde constructiebalken voor de ophanging van de schachtdeuren. Bevestiging van de constructiebalken afgestemd op schachtconstructie. Het aanbrengen van de constructiebalken boven de toegangen geschiedt door een bouwkundig aannemer. De posities van de constructiebalken dienen op tekening te worden aangegeven. Toebehoren: bevestigingsmiddelen. Afwerking: de constructiebalken dienen te worden afgeschilderd in een nader te bepalen RAL-kleur (zwart) voordat deze aan de bouwkundig aannemer wordt aangeleverd. Het schilderwerk dient in de aanneemsom te zijn opgenomen. .01 CONSTRUCTIEBALKEN Ten behoeve van de liftinstallaties L1 t/m L3.
TO: KUBUS/3127050-T
Printdatum: 2-2-2024
Halmos Adviseurs TO: Gemeentehuis Haarlemmermeer te Hoofddorp. TransporEnstallaEes
27 02.02.2024
80.32.90-a
STUITINGEN 0. STUITINGEN Onder de baan van de kooi dienen verende stuitingen en buffers te worden aangebracht. .01 STUITINGEN Ten behoeve van de liftinstallaties L1 t/m L3.
80.32.99-a
LIFTSCHACHTEN ALGEMEEN 1. SCHACHTEN EN PUTTEN De kooigeleiding in de schachten moet zijn vervaardigd van Mannsteadt T-leiders of gelijkwaardig met verdikte loopvlakken. De uiteinden van de leiders moeten op lasplaten zuiver met messing en groef in elkaar plaatsen. De geleiders dienen te worden bevestigd op mede te leveren beugels, die aan de schachtwanden dienen te worden bevestigd door middel van door de liftinstallateur mede te leveren betonboorankers (stalen schachten uitgezonderd). Alle benodigde bevestigingsgaten in de schachtwanden dienen door de liftinstallateur te worden geboord. Indien stalen schachtconstructies worden toegepast, dienen de bevestigingsgaten door de liftinstallateur aan de bouwkundig aannemer te worden opgegeven. De geleiders onder in de put te beëindigen op een stalen of kunststof lekbak. De levering en plaatsing onder in de schachtput van twee verende stuitingen met bevestiging en constructie, behoren tot de verplichtingen van de liftinstallateur. Er worden door de bouwkundige aannemer geen opstoringen of andere constructies in de put gemaakt. 2. VOORKOMEN VAN GELUIDSHINDER De geluidsspecificaties van de liften dient minimaal te voldoen aan de eisen conform de notitie “Rijcomfort liftinstallaties” met kenmerk 11035HBer380754 van 2 maart 2012.
80.33
AANDRIJVINGEN
80.33.19-a
LIFTMACHINE TRACTIE LIFTEN 1. LIFTMACHINE TRACTIE Liftmachines liften L1 en L2: - uitvoering: conform het leveringsprogramma van de liftinstallateur en zodanig uitgevoerd zodat de complete aandrijving het aantal ritten gedurende de operationele levensduur zonder revisie probleemloos moet kunnen functioneren. De liftmachine moet gedurende de totale operationele tijd met een hoog rendement en lage kosten functioneren. - hefsnelheid (m/s): 1,0 - daalsnelheid (m/s): 1,0 - aantal schakelen per uur: 180 - nominale spanning: 400V - toelaatbare aanloopstroom in verhouding tot de nominale stroom (maal In): 2,5 - vermogen lift L1 en L2 ca. 9,2 kW - cos phi: 0,9 - plaats liftmachine: in schacht De liftmachine moet 25% overbelasting kunnen weerstaan.