CConstaterende datHaarlemmermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

3127050-E

Raadsplein: Agenda en raadsstukken 28 maart 2024, gemeente HaarlemmermeerBij agendapunt: 1. Concept Technisch ontwerp elektrotechnische installaties37.079 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

CONCEPT TECHNISCH ONTWERP ELEKTROTECHNISCHE INSTALLATIES Ten behoeve van de elektrotechnische installaties voor de nieuwe huisvesting Gemeentehuis Haarlemmermeer te Hoofddorp R&V-nummer: 3127050-E Datum: 2 februari 2024

TECHNISCH ONTWERP ELEKTROTECHNISCHE INSTALLATIES

Ten behoeve van: de elektrotechnische installaties voor de nieuwe huisvesting Gemeentehuis Haarlemmermeer te Hoofddorp

TO-nummer: 3127050-E

Datum: 2 februari 2024

Op dit TO rust het STABU Keurmerk onder licentienummer: 903502-E

Concept

TO-nummer: 3127050-E Datum: 2 februari 2024 Technisch Ontwerp ten behoeve van: de elektrotechnische installaties voor de nieuwe huisvesting Gemeentehuis Haarlemmermeer te Hoofddorp

Hoofdzakelijk bestaan de werkzaamheden uit het: - engineren van de elektrotechnische installaties; - tekenwerk van de gehele elektrotechnische installatie; - leveren en bedrijfsklaar installeren, inbedrijfstellen/commissioning, opleveren en nazorg van de elektrotechnische installatie; - een en ander inclusief goedkeuring en certificaten van de keuringsinstanties. De elektrotechnische werkzaamheden van dit Technisch Ontwerp is een onderdeel van de totale bouw voor de nieuwe huisvesting Gemeentehuis Haarlemmermeer te Hoofddorp

Concept

ALGEMENE INFORMATIE Opdrachtgever: Gemeente Haarlemmermeer Postbus 250 2130 AG HOOFDDORP Telefoon: 023-5677415 Contactpersoon: de heer N. Lamme E-mail: Nils.Lamme@haarlemmermeer.nl Architect: Architectenbureau Cepezed b.v. Ezelsveldlaan 61 2611 RV DELFT Telefoon: 06-40117732 Contactpersoon: mevrouw F. van Alphen E-mail: frederique.van.alphen@cepezed.nl Bouwmanagement: DVP Planontwikkeling B.V. Prinses Alexialaan 6 2496 XA DEN HAAG Telefoon: 088-0106838 Contactpersoon: de heer W. Bruinsma E-mail: wbu@dvp.nl

Concept

Constructeur: Royal HaskoningDHV Postbus 8520 3009 AM ROTTERDAM Telefoon: 06-15559927 Contactpersoon: de heer W. Van Adrichem E-mail: walter.van.adrichem@rhdhv.com Adviseur bouwfysica en brandveiligheid: ZRi Balistraat 1 2585 XK DEN HAAG Telefoon: 06-15559927 Contactpersoon: mevrouw A. Haak E-mail: haak@zri.nl Adviseur bouwkosten: IGG bouweconomie Prinses Catharina-Amaliastraat 32 2496 XD DEN HAAG Telefoon: 070-5145420 Contactpersoon: de heer H. Smit E-mail: h.smit@igg.nl

Adviseur installaties Halmos Adviseurs Wassenaarseweg 30 2596 CJ DEN HAAG Telefoon: 070-3468300 Contactpersoon: de heer R. Franke E-mail: rfr@halmos.nl

Concept

OVERZICHT BIJLAGEN Bij de beschrijving van het werk behorende tekeningen: Schema's SE-10-01 SE-10-02 SE-10-03

Blokschema verdeelinrichtingen (incl. noodstroom) Principeschema hoofdverdeelinrichting HVK Principeschema onderverdeelinrichting

SE-20-01

Principeschema aardingsinstallatie

SE-30-01 SE-30-02 SE-30-03 SE-30-04

Principeschema brandmeldinstallatie Principeschema ontruimingsinstallatie Principeschema mindervalidetoiletsignalering Principeschema beveiligingsinstallatie

SE-40-01 SE-40-02

Principeschema Datanetwerk Principe indeling patchkast

SE-50-01

Renvooi

DEW-10-01

Principe plafondindeling inclusief sensoren Smart Building

-

Installatiemodel

Concept

Plattegronden PE-10-0K Elektrotechnische installaties kelder PE-10-00 Elektrotechnische installaties begane grond PE-10-01 Elektrotechnische installaties 1e verdieping PE-10-02 Elektrotechnische installaties 2e verdieping PE-10-03 Elektrotechnische installaties 3e verdieping PE-10-04 Elektrotechnische installaties 4e verdieping PE-10-05 Elektrotechnische installaties 5e verdieping PE-10-0D Elektrotechnische installaties Dak PE-20-0D

Bliksembeveiligingsinstallatie Dak

PE-30-00 PE-30-01 PE-30-02 PE-30-03 PE-30-04 PE-30-05

Zwakstroominstallaties begane grond Zwakstroominstallaties 1e verdieping Zwakstroominstallaties 2e verdieping Zwakstroominstallaties 3e verdieping Zwakstroominstallaties 4e verdieping Zwakstroominstallaties 5e verdieping

PE-40-00 PE-40-01 PE-40-02 PE-40-03 PE-40-04 PE-40-05

Beveiligingsinstallatie begane grond Beveiligingsinstallatie 1e verdieping Beveiligingsinstallatie 2e verdieping Beveiligingsinstallatie 3e verdieping Beveiligingsinstallatie 4e verdieping Beveiligingsinstallatie 5e verdieping

Bijlagen: De volgende bijlagen met datum 2 februari 2024 tenzij anders aangegeven behoren tot dit TO: E-1 Specificatie inschrijfsom E-2 Armaturenboek E-3 Inhoud onderverdeelinrichtingen E-4 PvE Brandmeld-/ontruimingsinstallaties E-5 Overzicht sturingen en signaleringen GBS E-6 Eisen verzekeraar m.b.t. PV-panelen (Allianz) E-7 Keukenplan Vijverborgh E-8 Docudistri trace E-9 Typicals E Fokkema en Partners E-10 Boorprotocol E-11 Smart Building en Smart Sensoring

Concept

Halmos Adviseurs TO: Gemeentehuis Haarlemmermeer te Hoofddorp. Elektrotechnische installaHes

INHOUDSOPGAVE 00 VOOR HET WERK GELDENDE VOORWAARDEN UAV 2012 00.01 VAN TOEPASSING ZIJNDE VOORWAARDEN EN VOORSCHRIFTEN 00.04 AANBESTEDING/INSCHRIJVING 00.09 AANVULLENDE BEPALINGEN 09 AANVULLENDE KWALITEITSEISEN 09.00 AANVULLENDE KWALITEITSEISEN 09.01 EISEN EN UITVOERING 09.02 GEMEENSCHAPPELIJKE LEIDINGWEGEN 09.03 SCHAKEL- EN VERDEELINRICHTINGEN 09.04 LEIDINGEN EN TOEBEHOREN 09.05 SCHAKEL- EN AANSLUITMATERIAAL 09.06 VERBRUIKENDE TOESTELLEN 09.07 AARDINGSVOORZIENINGEN 09.08 MATERIALEN 09.09 FABRIKATEN 70 ELEKTROTECHNISCHE INSTALLATIES 70.00 ALGEMEEN 70.11 FUNCTIONELE OMSCHRIJVING, INSTALLATIE-ONDERDELEN 70.12 WERKBESCHEIDEN 70.13 BEPROEVEN, INREGELEN, IN BEDRIJF STELLEN EN CONTROLEREN 70.31 TRANSFORMATOREN 70.32 AGGREGATEN 70.35 NO-BREAKSYSTEMEN 70.41 KANALISATIE 70.42 BUISLEIDINGEN EN SLANGEN 70.43 DOORVOERINGEN 70.51 SCHAKEL- EN VERDEELINRICHTINGEN, HOOGSPANNING 70.52 SCHAKEL- EN VERDEELINRICHTINGEN, LAAGSPANNING 70.61 ENERGIEKABELS, HOOGSPANNING 70.62 ENERGIEKABELS, LAAGSPANNING 70.63 INFORMATIE- EN SIGNAALKABELS 70.64 DRADEN 70.65 TOEBEHOREN DRAAD/KABEL 70.72 SCHAKELAARS, LAAGSPANNING 70.74 CONTACTDOZEN EN AANSLUITMATERIAAL, LAAGSPANNING 70.81 VERLICHTINGSARMATUREN 70.88 AARDINGS- EN BLIKSEMAFLEIDERMATERIALEN 75 COMMUNICATIE- EN BEVEILIGINGSINSTALLATIES 75.00 ALGEMEEN 75.10 FUNCTIONELE OMSCHRIJVINGEN INSTALLATIEDELEN 75.13 METEN, BEPROEVEN/INREGELEN, IN BEDR.

STELLEN EN CONTR. 75.19 BEVEILIGING/BEWAKINGSSYSTEMEN 75.61 INFORMATIEKABELS/-LEIDINGEN 75.69 INFORMATIEKABEL/-LEIDINGEN 79 TELEMATICA-INSTALLATIE 79.00 TELEMATICA-INSTALLATIE 79.21 PATCHKASTEN 79.31 WERKPLEKAANSLUITING ALGEMEEN 79.41 WERKPLEKAANSLUITING ALGEMEEN 79.71 ACTIEVE COMPONENTEN 79.80 PATCHSNOEREN

Concept

TO: KUBUS/3127050-E

02.02.2024

7 7 8 9 10 10 11 12 17 24 34 36 38 41 43 45 45 58 82 85 88 88 91 93 97 98 98 100 104 104 106 108 108 110 111 113 114 117 117 121 123 127 141 141 144 144 151 153 154 155 155

Printdatum: 2-2-2024

Halmos Adviseurs TO: Gemeentehuis Haarlemmermeer te Hoofddorp. Elektrotechnische installaHes

7 02.02.2024

00

VOOR HET WERK GELDENDE VOORWAARDEN UAV 2012

00.01

VAN TOEPASSING ZIJNDE VOORWAARDEN EN VOORSCHRIFTEN

00.01.09

ALGEMENE OMSCHRIJVING VAN HET WERK 01. ALGEMENE OMSCHRIJVING Het betreft de de nieuwe huisvesting van het Gemeentehuis Haarlemmermeer te Hoofddorp, bestaande uit: 5 bouwlagen (begane grond t/m 4e verdieping), opgesplitst in het voorhuis en kantoordeel. 02. OMVANG VAN DE WERKZAAMHEDEN Met betrekking tot de elektrotechnische werkzaamheden bestaat het werk uit: het berekenen, engineren en de levering, de montage, inbedrijfstelling, certificering, het bedrijfsvaardig opleveren en onderhouden van de volgende installaties: a. Centrale elektrische voorziening b. Gemeenschappelijke leidingwegen c. Voedingskabels d. Laagspannings-, schakel- en verdeelinrichtingen e. Lichtinstallatie f. Noodverlichtingsinstallatie g. Armaturen h. Krachtinstallatie i. Voorzieningen W-installaties j. Voorzieningen liftinstallaties k. Noodstroominstallatie l. No-breakinstallatie m. Voorzieningen keukeninstallaties n. Alarmsignalering mindervalidetoilet o. PV-installatie p. Bliksembeveiligingsinstallatie q. Veiligheidsaarding r. Potentiaalvereffening s. Doorvoeringen t. Brandmeldinstallatie u. Ontruimingsinstallatie v. Intercominstallatie w. Inbraakbeveiligingsinstallatie x. CCTV-installatie y. Toegangscontrole-installatie z. Voorzieningen GBS/bedieningspanelen aa. Data-installatie ab. Indoor GSM-installatie ac. Smart Building Installatie ad. Buizenpost ae. Voorzieningen AV-installatie af.

Voorzieningen smartgrid

Concept

Een en ander conform dit TO compleet met bijbehorende bijlagen en tekeningen. De onder a. t/m af. genoemde werkzaamheden moeten worden uitgevoerd volgens de bepalingen van dit TO, met inbegrip van alle rechtstreeks of zijdelings voor de uitvoering

TO: KUBUS/3127050-E

Printdatum: 2-2-2024

Halmos Adviseurs TO: Gemeentehuis Haarlemmermeer te Hoofddorp. Elektrotechnische installaHes

03.

04.

05.

06.

07.

nodige kosten, waaronder alle leveranties, winst, arbeidsloon, sociale lasten, reis- en verblijfkosten, risico, transportkosten e.d. ALGEMENE VOORWAARDEN Van toepassing zijn alle algemene 'voor het werk geldende voorwaarden', zoals gesteld in de algemene bepalingen van Cepezed. De hierna omschreven aanvulling en wijzigingen zijn mede van toepassing op deze voorwaarden c.q. vormen hier een aanvulling op. COMPLETE UITVOERING Op de TO-tekeningen en in het TO zijn de installaties zo ver mogelijk uitgewerkt. Wijziging van routing, afmetingen en capaciteiten noodzakelijk van goede coördinatie en goede werking worden geacht tot het werk te behoren. Indien in de omschrijving, in de materiaalspecificatie, op tekeningen enz. één of meer onderdelen niet genoemd of aangegeven zijn, welke echter voor een goede en volledige uitvoering van het werk noodzakelijk zijn, dus geacht moeten worden tot het werk te behoren, dan moet de installateur deze werken uitvoeren zonder daarvoor enige vergoeding in rekening te brengen en zonder dat bijbetaling volgt. Voorzover niet nadrukkelijk anders omschreven, moeten alle benodigde materialen door en voor rekening van de installateur worden geleverd en verwerkt. In geval van tegenspraak tussen de aantallen, aangegeven in het TO en op de TO-tekeningen, prevaleert de hoogst aangegeven waarde en geeft geen recht op verrekening.

CAPACITEITEN EN AFMETINGEN Daar waar in dit TO en op de TO-tekeningen capaciteiten, aantallen en/of afmetingen zijn aangegeven, zijn deze op basis van berekeningen voorzien. De installateur dient aan de hand van aan te passen deze berekeningen de exacte capaciteiten en afmetingen te bepalen. Afwijkingen t.o.v. in dit TO en tekeningen aangegeven waarden zijn niet verrekenbaar. Alle maatvoeringen en capaciteiten die niet zijn aangegeven dienen door de installateur te worden bepaald, gebaseerd op de uitgangspunten zoals aangegeven in dit TO. Na gunning is de installateur verantwoordelijk voor het ontwerp en de berekende capaciteiten. BOUWKUNDIGE TEKENINGEN De bouwkundige TO-tekeningen en constructietekeningen, zoals aangegeven in het bouwkundig besteksdeel, zijn leidend op de tekeningen van dit TO. Alle installatietechnische voorzieningen en hoeveelheden materialen die noodzakelijk zijn om de installaties in te passen in de bouwkundige tekeningen, worden geacht in de aanneemsom te zijn opgenomen. BRANDWERENDE AFDICHTINGEN Uitgangspunt is dat alle brandwerende afdichtingen door de bouwkundige aannemer zullen plaatsvinden.

Concept

00.04

AANBESTEDING/INSCHRIJVING

00.04.09

AANBESTEDING/INSCHRIJVING 01. AANBESTEDING, EISEN EN GEGEVENS Aan de open begrotingen zoals wordt geëist bij inschrijving worden de volgende voorwaarden gesteld: - codering zodanig dat kan worden gesorteerd op de TO-volgorde - uitsplitsen in: * materiaal bruto per eenheid * kortingspercentage * materiaal netto per eenheid * materiaal per regel totaal * montage per eenheid * montage per regel totaal * B.T.W. In het totaaloverzicht dienen per installatiesoort alle nettomaterialen, toeslagen en

TO: KUBUS/3127050-E

8 02.02.2024

Printdatum: 2-2-2024

Halmos Adviseurs TO: Gemeentehuis Haarlemmermeer te Hoofddorp. Elektrotechnische installaHes

9 02.02.2024

uurlonen specifiek te zijn vermeld. Per installatiesoort zoals in de specificatie inschrijfsom is aangegeven, dient een totaalblad met begrotingsschema te worden opgesteld. De open begroting dient in euro's te zijn opgebouwd. De open begroting dient verder opgebouwd te zijn conform de van toepassing zijnde algemene bepalingen.

00.09

AANVULLENDE BEPALINGEN

00.09.02

KERNDOCUMENT EN REVISIEDOCUMENTEN 01. KERNDOCUMENT EN REVISIEDOCUMENTEN Gewaarborgd dient te worden dat de duurzaamheid van het ontwerp en de uitvoering na oplevering is geborgd. Daartoe dient een kerndocument conform ISSO publicatie 105 door de installateur tijdens de uitvoering te worden opgesteld en ingediend en uiteindelijk bij de revisiestukken te worden ingediend. Zowel het kerndocument als ook alle revisiedocumenten dienen zowel in PDF als in een originele digitale bewerkbare versie te worden geleverd.

Concept

TO: KUBUS/3127050-E

Printdatum: 2-2-2024

Halmos Adviseurs TO: Gemeentehuis Haarlemmermeer te Hoofddorp. Elektrotechnische installaHes

10 02.02.2024

09

AANVULLENDE KWALITEITSEISEN

09.00

AANVULLENDE KWALITEITSEISEN

09.00.10

ALGEMEEN 90. NORMEN, VOORSCHRIFTEN Het werk dient te voldoen aan de normen en voorschriften van het Nederlandse Normalisatie Instituut. Tevens zijn van toepassing de plaatselijk geldende voorschriften en de voorschriften van de Arbeidsinspectie. Nadere en eventueel afwijkende eisen zijn in het hoofdstuk 70 vermeld. 91. INSTALLATIE VOORSCHRIFTEN De elektrische installatie dient geheel volgens de richtlijnen van de NEN 1010, laatste druk, alsmede de aanvullingen en de aansluitvoorwaarden van het plaatselijk netwerkbedrijf te worden uitgevoerd. Alle overige van toepassing zijnde voorschriften en normen zijn eveneens van toepassing. 92. VERSCHILLEN TUSSEN VOORSCHRIFTEN In het geval dat er verschillen zijn tussen genoemde voorschriften, de wetsvoorschriften, de plaatselijke verordeningen, de gebruikelijke bedrijfsvoorschriften of de contractstukken, dienen de meest dwingende te overheersen. De installateur zal prompt de directie inlichten als zulk een verschil zich voordoet. 93. AFWIJKINGEN VAN VOORSCHRIFTEN Indien de installateur een of ander werk uitvoert, dat niet in overeenstemming is met de gebruikelijke wetsvoorschriften, plaatselijke verordeningen of de gebruikelijke bedrijfsvoorschriften, dan zal hij alle kosten dragen, welke betrekking hebben op de correctie. 94.

UITVOERING De gehele aanleg dient te voldoen aan de hoogste eisen die hieraan kunnen worden gesteld, ongeacht de hierna volgende omschrijving. De uitvoering geschiedt in overleg met de directie, overeenkomstig de voorschriften voor elektrotechnische installaties van het netwerkbedrijf, Bouw- en Woningtoezicht en de eventueel nader door deze bedrijven en instanties te geven aanwijzingen. Tevens zal worden voldaan aan de bepalingen van de Milieu- en veiligheidswet en de publicatiebladen uitgegeven door de Arbeidsinspectie, voor zover deze van toepassing zijn op dit werk, en/of aan alle verdere door de directie vast te stellen meerwerken. 95. VOORSCHRIFTEN LEVERANCIERS Voor de verwerking van materialen dient de installateur/de voorschriften van de fabrikant en/of de leverancier op te volgen.

Concept

09.00.11

MACHINERICHTLIJNEN 90. CERTIFICERING De certificering CE markering van alle in dit hoofdstuk 70 omschreven installaties en installatieonderdelen dient te worden verzorgd door de installateur. Er kan worden volstaan met een zogenaamde II B- verklaring. De kosten nodig ter verkrijging van de CE certificering voor het elektrotechnische deel zijn voor rekening van de installateur. 91. BESCHIKBAARHEID DOCUMENTEN OP HET WERK Op eerste verzoek dient het technisch constructie- dossier ter inzage te worden gesteld aan de directie. De bediening-, onderhouds-, installatievoorschriften en eventueel andere in het kader van

TO: KUBUS/3127050-E

Printdatum: 2-2-2024

Halmos Adviseurs TO: Gemeentehuis Haarlemmermeer te Hoofddorp. Elektrotechnische installaHes

92.

11 02.02.2024

de certificering benodigde voorschriften dienen tijdig aanwezig te zijn op het werk, uiterlijk voor de opneming of voor een overeengekomen datum van vervroegde ingebruikname. COORDINATIE CE-CERTIFICERING Alle nodige informatie van de bouwkundig aannemer ter verkrijging van een dergelijke certificering dient door de installateur te worden gecoördineerd en verzameld. De kosten ter verkrijging van een CE-certificering voor de totale elektrotechnische installatie zijn voor de installateur.

09.01

EISEN EN UITVOERING

09.01.10

ALGEMEEN 90. OCTROOIEN De installateur is aansprakelijk voor alle gevolgen van die materialen of toestellen waartoe hij krachtens aan de bouwkundig aannemer verleende octrooien niet is gerechtigd, hij dient zowel de hierboven eventueel aan de directie opgelegde boeten, schadevergoedingen en dergelijke, als de aan het monteren en vervangen van die materialen resp. toestellen verbonden kosten te vergoeden. 91. FABRIKAATWIJZIGING Indien in de periode tussen de aanbesteding en aflevering door een fabrikant wijzigingen aan de voorgeschreven apparatuur worden aangebracht, dient de installateur eerst toestemming van de directie te krijgen alvorens de gewijzigde apparatuur toe te passen. Wanneer de directie deze toestemming weigert en de apparatuur niet meer overeenkomstig de oorspronkelijke uitvoering kan worden geleverd, zal de directie een ander fabrikaat voorschrijven. De eventuele financiële gevolgen zullen als meer- of minderwerk worden verrekend. 92. BEMONSTERING Alvorens tot bestelling van materialen over te gaan dient de installateur de directie te vragen of er in verband met eventuele wijzigingen geen bezwaren hiertegen bestaan. Desgewenst dienen voor de bestelling maatschetsen, monsters of nadere gegevens ter goedkeuring aan de directie te worden aangeboden. Verstrekte monsters blijven zolang de directie dit nodig acht, uiterlijk tot einde werk, in haar bezit.

De monsters zijn voor rekening van de installateur en blijven zijn eigendom. 93. MAAT- EN INDELINGSTEKENINGEN Alvorens de fabrikant begint met de productie van de schakel- en verdeelinrichtingen, de geluids-, brandmeld- en inbraakcentrales en de bedieningstableaus e.d., zal de installateur nauwkeurige maat- en indelingstekeningen, bedradingsschema's, omschrijvingen e.d., in de Nederlandse taal, ter controle, in tweevoud indienen. 94. AFNAME APPARATUUR De directie is bevoegd om de apparatuur in de fabriek te controleren, te keuren, te testen en af te nemen. De voor deze werkzaamheden benodigde apparatuur zal door de installateur kosteloos ter beschikking worden gesteld.

Concept

09.01.11

MAATREGELEN TEGEN CORROSIE 90. ALGEMEEN Opslag van materialen die door vocht nadelig kunnen worden beïnvloed dient te geschieden op een voor deze materialen geschikte plaats. 91. GRONDVERF Alle niet verzinkte stalen constructies en onderdelen zoals plaatwerk, bevestigings- en ophangmaterialen, kabelgoten, hulzen e.d. dienen door de installateur voor de aanvang van de montage grondig te worden gereinigd en ontvet, ontdaan van bramen, losse walshuid en roest. Daarna dienen deze materialen en onderdelen door de installateur te worden voorzien van een voor dit doel geschikte corrosiewerende grondverf, passend in het naderhand door

TO: KUBUS/3127050-E

Printdatum: 2-2-2024

Halmos Adviseurs TO: Gemeentehuis Haarlemmermeer te Hoofddorp. Elektrotechnische installaHes

92.

93.

94.

95.

09.01.12

12 02.02.2024

de bouwkundig aannemer aan te brengen verfsysteem. Het fabrikaat van de grondverf dient door de directie te worden goedgekeurd. BESCHADIGINGEN Beschadigde zinklagen van verzinkt stalen constructies dienen te worden hersteld met zinkcompound. TRANSPORT BESCHADIGINGEN Indien tijdens het transport en/of de uitvoering een verflaag wordt beschadigd dienen de beschadigde plaatsen opnieuw te worden behandeld zoals onder artikel 09.01.11-95 is aangegeven. BEVESTIGINGSMIDDELEN De bevestigingsmiddelen voor leidingen, armaturen, schakelaars, wandcontactdozen, andere onderdelen en toestellen dienen van corrosiebestendig materiaal te zijn; in vochtige ruimten en in de buitenlucht dienen deze bevestigingsmiddelen van messing of roestvast staal te zijn. REPARATIE BESCHADIGINGEN Onderdelen met beschadigde zinklagen langer dan 15 mm worden afgekeurd. Kleine beschadigingen reinigen en bijwerken met zinkstofverf die ten minste 92% zink bevat.

PLAATSBEPALING EN MATEN 90. ALGEMEEN De installateur dient gaten, sleuven e.d. aan te geven en af te tekenen. Tevens dient de installateur ervoor te zorgen dat de door de bouwkundig aannemer aan te brengen sparingen, in te metselen of in te storten beschermbuizen, bouten, ondersteuningen e.d. in de juiste stand en volgens de juiste maten worden aangebracht. 91. PLAATSBEPALING INSTALLATIEDELEN De plaatsen van installatieonderdelen zoals schakel- en verdeelinrichtingen, leidingen, toestellen, armaturen, schakelaars, wandcontactdozen e.d. zijn op de tekeningen bij benadering aangegeven. 92. DEFINITIEVE PLAATSBEPALING Betreffende de definitieve plaatsen en maten zoals bedoeld onder artikel 09.01.12-90 en 09.01.12-91 dient de installateur overleg te plegen met de directie. Indien de definitieve plaatsen en maten binnen een ruimte afwijken, geeft dit geen aanleiding tot verrekening.

Concept

09.02

GEMEENSCHAPPELIJKE LEIDINGWEGEN

09.02.10

KABELGOTEN 90. KABELGOTEN ALGEMEEN Kabelinstallatiesystemen dienen te worden samengesteld uit standaard onderdelen van één en hetzelfde gerenommeerde fabrikaat. 91. BRANDSCHEIDINGEN Bij doorgangen van kabelgoten en ladderbanen door brandscheidingen van 30 minuten of meer, dienen deze goten en banen over 500 mm voorzien te worden van een deksel. Brandwerende afdichtingen aan te brengen conform de attesten/certificaten van de toe te passen materialen, zodat de brandwerendheid kan worden aangetoond. 92. MUURDOORVOERINGEN Daar waar goten, banen of wandgoten door wanden of vloeren worden gevoerd, dienen deze doorvoeringen, door de installateur, om en in de goten, banen of kokers geluidwerend en brandwerend (door bouwkundig aannemer), indien van toepassing, te worden afgesloten. 93. GOEDKEURING

TO: KUBUS/3127050-E

Printdatum: 2-2-2024

Halmos Adviseurs TO: Gemeentehuis Haarlemmermeer te Hoofddorp. Elektrotechnische installaHes

94.

95.

96.

97.

98.

09.02.11

13 02.02.2024

Voordat met de fabricage van de kabelinstallatie- systemen mag worden begonnen moet de installateur constructie en montage- tekeningen in tweevoud ter goedkeuring bij de directie indienen; eerst na definitieve goedkeuring mag met de fabricage worden begonnen. LEIDINGTRACÉS De leidingtracés zijn overzichtelijk, aanpasbaar en uitbreidbaar. De leidingtracés en hun onderlinge verbindingen zijn aangepast aan onder ander buigstralen van de toe te passen kabelsystemen. HIerbij dient ook rekening te worden gehouden met de nog toekomstig te leggen kabels. HULPSTUKKEN Hulpstukken, zoals aftak- en verloopstukken, scheidingsschotten, eindschotten, afdekplaten, koppelplaten en universele montageplaten, zijn vervaardigd van dezelfde specifcaties als de kanalisatie waartoe zij behoren. Kabelladder, kabel-, wand-, plint- en vloergoten voorzien van 3 compartimenten. KABELGOTEN Kabelgoten moeten in thermisch verzinkte uitvoering met een materiaaldikte van 1 mm worden aangebracht. Kabelgoten smaller dan 400 mm moeten aan één zijde bereikbaar zijn. Kabelgoten breder dan 400 mm moeten aan beide zijden bereikbaar zijn. KABELGOTEN Kabelgoten voor voedingsleidingen > 5 kVA, zijn tenminste 60 mm verwijderd van goten voor de telematicabekabeling.

OPLEVERING Bij de oplevering van alle kabelinstallatiesystemen geldt dat nauwkeurig zal worden toegezien dat de goten schoon worden opgeleverd, dat wil zeggen zonder kabelafval, en bouwafval, zoals kalk, zand, specie en dergelijke. De installateur is verplicht zonodig het gotensysteem schoon te vegen c.q. te stofzuigen, ongeacht door wiens toedoen de vervuiling is ontstaan.

Concept

EISEN EN UITVOERING 90. ALGEMEEN Metalen kabelinstallatiesystemen boven afneembare verlaagde plafonds dienen in verzinkte uitvoering te zijn en de in het zicht blijvende kabelinstallatiesystemen (ook boven bedieningspanelen) dienen in gelakte uitvoering te zijn van een nader te bepalen standaard RAL- kleur en dienen indien in het zicht te worden voorzien van een deksel. 91. OPSTAANDE KANTEN Open plaatstalen kabelgoten dienen voorzien te zijn van opstaande kanten van uitwendig minimaal 60 mm. 92. PLAATS TEN OPZICHTE VAN CV-LEIDINGEN Kabelgoten mogen niet onder evenwijdig lopende sanitaire, sprinkler- en CV- leidingen worden aangebracht. 93. BEREIKBAARHEID Voor vrijhangende kabelgoten zijn de eisen ten aanzien van de bereikbaarheid dezelfde als bij wandmontage, met dient verstande dat kabelgoten breder dan 400 mm aan weerszijden bereikbaar moeten zijn. 94. BEREIKBAARHEID AANVULLEND Vrijhangende kabelgoten breder dan 400 mm dienen aan beide zijden bereikbaar te zijn. 95. VERBINDINGEN TUSSEN GOTEN De verbindingen tussen kabelgoten onderling alsmede de overgang van horizontale naar verticale verbindingen dienen met behulp van bij het systeem behorende hulpstukken tot stand te worden gebracht. Deze bepaling geldt ook voor ladders en kokers.

TO: KUBUS/3127050-E

Printdatum: 2-2-2024

Halmos Adviseurs TO: Gemeentehuis Haarlemmermeer te Hoofddorp. Elektrotechnische installaHes

14 02.02.2024

09.02.12

MATERIAALVOORSCHRIFTEN 90. ALGEMEEN Tenzij anders vermeld, dienen de kabelsystemen vervaardigd te zijn van metaal, sendzimir verzinkt.

09.02.13

MONTAGEVOORSCHRIFTEN 90. ALGEMEEN Beschadigingen van gelakte kabelgoten en wandgoten, ontstaan voor, tijdens of na de montage, zullen op een door de directie goed te keuren wijze door de installateur worden bijgewerkt. 91. KRUISINGEN BOUWKUNDIGE CONSTRUCTIES Voor het kruisen van kanalen en betonconstructies dienen de benodigde voorzieningen te worden aangebracht om de kabelinstallatiesystemen deugdelijk te kunnen bevestigen, dit in overleg met de directie en alle betrokken partijen. 92. UITRICHTEN Voor alle kabelinstallatiesystemen geldt dat na het gereedkomen van het gotensysteem en het aanbrengen van alle kabels en leidingen hierin en eventuele armaturen hieraan, de goten uitgericht en zonodig bijgesteld dienen te worden, zodanig dat het geheel een glad en strak aanzien biedt. 93. ONDERLINGE AFSTAND OPHANGCONSTRUCTIE De onderlinge afstand van de ophanginrichtingen resp. consoles mag in het algemeen niet groter zijn, dan onderstaand is vermeld. - voor goten tot 300 mm breedte: 1750 mm - voor goot 400 mm breedte: 1500 mm - voor goten van 500 t/m 600 mm breedte: 1250 mm Aan weerszijden van bocht- en aftakstukken, dienen eveneens ophanginrichtingen respectievelijk consoles te worden toegepast. 94. WANDMONTAGE Bij wandmontage dienen goten een vrije ruimte te hebben van minimaal 300 mm ten opzichte van de bovenkant en 50 mm ten opzichte van de zijkant van de goot. 95.

WANDCONSOLES Toepassing van wandconsoles is toegestaan voor kabelgoten tot een maximale breedte van 600 mm, bij bredere goten dienen aan de vrij liggende zijde, ter extra ondersteuning pendelophangingen te worden gemonteerd. 96. KABELDOZEN Bij vrijhangende goten dienen de kabeldozen verticaal te worden gemonteerd op een universele schetsplaat, waarop eveneens de op de doos aankomende buisleiding dient te kunnen worden bevestigd. De voorzijde van de dozen dient, in verband met de invoering van de kabels vanuit de goot, gelijk te zijn met de zijkant van de goot. 97. AFGAANDE LEIDINGEN Haaks afgaande leidingen van de goot dienen te worden bevestigd op een schetsplaat en beugels van bijbehorende diameter. 98. PLAFONDBEUGEL Tenzij in het hoofdstuk 70 anders vermeld de plafondbeugels als volgt bevestigen: - met een zelfborende betonanker M10 en bout M10 tegen betonplafond - met een spantklem of met een ophangrail met span- en kikkerplaten tegen metalen constructies - met een houtdraaibout M10, lengte 60 mm tegen houten constructies Daar waar de ophanginrichtingen resp. consoles voor de kabelgoten, kabelbanen en kabelladders niet rechtstreeks kunnen worden vastgezet, dient de installateur bevestigingsrails aan te brengen, waarop de hiervoor genoemde ophanginrichtingen resp. consoles kunnen worden gemonteerd.

Indien kabelgoten, kabelbanen en kabelladders op consoles worden gemonteerd, dient er per ruimte en/of muur zoveel mogelijk een

Concept

TO: KUBUS/3127050-E

Printdatum: 2-2-2024

Halmos Adviseurs TO: Gemeentehuis Haarlemmermeer te Hoofddorp. Elektrotechnische installaHes

15 02.02.2024

gelijkmatige verdeling aangehouden te worden. 09.02.14

HULPMATERIALEN EN HULPSTUKKEN 90. ALGEMEEN De toe te passen hulpstukken zoals hoek-, aftak-, verloop-, stijg-, verval- en T-stukken, bochten e.d. dienen in de fabriek te worden geproduceerd. Het op de bouwplaats vervaardigen van deze hulpstukken is niet toegestaan. 91. SCHEIDINGSCHOTTEN Bij de hoek-, kruis- en aftakstukken dienen voor de scheiding tussen de gootcompartimenten de benodigde voorzieningen te worden getroffen. 92. BEVESTIGING VAN DE HULPMATERIALEN Alle benodigde koppelplaten, bochten en dergelijke dienen geleverd te worden in overeenkomstige uitvoering en passende maten. Bouten, moeren en volgringen voor onderlinge verbinding van de kabelgootdelen en in elektrolytisch vercadmiumde uitvoering. 93. OPHANGCONSTRUCTIE Afhankelijk van de plaatselijke situatie dienen voor de bevestiging van kabelbanen, resp. kabelgoten metalen beugels, resp. dito consoles te worden toegepast. 94. UITVOERING Hulpstukken zoals bochten, aftak- en verloopstukken dienen afzonderlijke te delen zijn. De aftakstukken dienen evenals de bochten afgeronde hoeken te hebben. 95. DEKSELS Deksels dienen omgezette randen te hebben van 10 mm. Hulpstukken dienen te worden voorzien van afzonderlijke deksels. De deksels bevestigen met dekselklemmen. 96.

OPHANGCONSTRUCTIE BIJ HULPSTUKKEN Ophangpunten cq ondersteuningen dienen zo dicht mogelijk bij iedere bocht-, aftak- of verloopstuk aan weerszijden te worden bevestigd. 97. DEKSELS BIJ HELLINGEN GROTER DAN 45 GRADEN Kabelgoten met een hellingshoek groter dan 45 graden afsluiten met een deksel; de deksel bevestigen met dekselklemmen.

09.02.15

MONTAGE BEKABELING 90. ALGEMEEN Indien kabelgoten worden voorzien van scheidingschotten en/of scheidingsgoten dient de installateur er zorg voor dragen dat de kabels van de verschillende installaties in de juiste compartimenten worden aangebracht. De overgang van afgaande kabels op buisleidingen dient door middel van universele kabeldozen te geschieden. Deze dozen dienen ten allen tijde goed bereikbaar te worden aangebracht. 91. HELLING KLEINER DAN 30 GRADEN In kabelgoten met een hellingshoek kleiner dan 30°, mogen de kabels los worden gelegd, mits ordelijk en overzichtelijk. 92. HELLING GROTER DAN 30 GRADEN In kabelgoten met een hellingshoek groter dan 30°, dienen de kabels om de ca. 300 mm te worden vastgezet met nylon bevestigingsbanden. 93. HELLING GROTER DAN 45 GRADEN Kabelgoten met een hellingshoek groter dan 45°. dienen met deksels te worden afgesloten; de deksels bevestigen met dekselklemmen.

09.02.16

KABELLADDERS 90. KABELLADDERS ALGEMEEN Onder ladderbanen en kabelladders wordt verstaan een stalen constructie sendzimir verzinkt overeenkomstig een ladder, bestaande uit 2 evenwijdig aan elkaar gemonteerde langsliggers, waartussen op korte onderlinge afstanden dwarsliggers of sporten zijn aangebracht, vervaardigd uit U- of railprofiel. 91. OVERIGE BEPALINGEN

Concept

TO: KUBUS/3127050-E

Printdatum: 2-2-2024

Halmos Adviseurs TO: Gemeentehuis Haarlemmermeer te Hoofddorp. Elektrotechnische installaHes

16 02.02.2024

Zie 09.02.10.91 en 09.02.10.92. 09.02.17

EISEN EN UITVOERING 90. OVERIGE BEPALINGEN Zie 09.02.11.90 t/m 09.02.11.96.

09.02.18

MATERIAALVOORSCHRIFTEN 90. ALGEMEEN Ladderbanen dienen met inbegrip van alle bijbehorende hulpstukken fabrieksmatig te zijn vervaardigd. 91. UITVOERING Ladderbanen dienen te zijn met geprofileerde sendzimir verzinkte stalen zijwanden en sporten. De zijwanden dienen een materiaaldikte te hebben van 2 mm en een hoogte van minimaal 70 mm. 92. SPORTEN De afstand tussen de sporten dient zodanig te zijn, dat een goede verdeling van de druk op de isolatie van de kabel wordt verkregen en mag maximaal 300 mm zijn. De bovenkant van de sporten dient vlak te zijn zodat de lokale druk wordt verdeeld. 93. BELASTING VAN DE SPORTEN De sporten dient geschikt te zijn voor een maximale sportbelasting van 1750 Newton.

09.02.19

MONTAGEVOORSCHRIFTEN 90. ALGEMEEN Kabelladders door middel van ophang- respectievelijk wandconsoles te bevestigen aan plafonds of wanden. 91. ONDERLINGE AFSTAND OPHANGCONSTRUCTIE De onderlinge afstand van de bevestigingspunten overeenkomstig de voorschriften leverancier bepalen met een maximum van 1500 mm. 92. CONSOLES Consoledragers dienen met minstens twee schroeven en pluggen aan het plafond te worden gemonteerd. Bij grote lengten en eenzijdige belasting dienen consoledragers aan de onderzijde te worden afgesteund.

Concept

09.02.20

HULPMATERIALEN EN HULPSTUKKEN 90. OVERIGE BEPALINGEN Zie 09.02.14.90 t/m 09.02.14.97.

09.02.21

MONTAGE BEKABELING 90. ALGEMEEN Bij toepassing van ladderbanen voor horizontale leidingbundels of verticale tracé's van leidingen en kabels, dienen deze leidingen en kabels op de voorgeschreven onderlinge afstanden door middel van beugels te worden vastgezet. In deze gevallen mogen de leidingen, c.q. kabels, maximaal één laag dik aan beide zijden van de baan worden aangebracht, echter zodanig, dat aan de voor- of bovenzijde nog een reserveruimte resteert zoals vermeld in de materiaalspecificatie artikel 70. 91. VOEDINGSKABELS Bij toepassing van kabelladders in horizontale tracé's voor voedings- en overige zware kabels, dienen de kabels op regelmatige afstanden te worden vastgezet met behulp van kunststof klembanden of gemeenschappelijke beugels.

09.02.22

KABELBANEN 90. KABELBANEN METAAL ALGEMEEN Plaatstalen kabelbanen dienen voorzien te zijn van opstaande kanten van uitwendig 15 mm en een perforatie van 20 x 7,5 mm.

TO: KUBUS/3127050-E

Printdatum: 2-2-2024

Halmos Adviseurs TO: Gemeentehuis Haarlemmermeer te Hoofddorp. Elektrotechnische installaHes

17 02.02.2024

09.02.23

WANDGOTEN EN PLINTGOTEN 90. WANDGOTEN EN PLINTGOTEN ALGEMEEN Wandgoten en plintgoten van plaatstaal dienen een uitwendige diepte van minimaal 65 mm te hebben en voorzien van afneembare deksels.

09.02.24

EISEN EN UITVOERING 90. ALGEMEEN Plaatstalen onderdelen, welke na montage van het systeem zichtbaar blijven, dienen indien niet nader aangegeven, te worden gelakt. 91. SCHEIDINGSCHOTTEN De wandgoten en plintgoten dienen te zijn voorzien van metalen scheidingschotten. 92. INBOUWDOZEN Installatiematerialen dienen in inbouwdozen te worden aangebracht. 93. INDELING Indien wand-/plintgoten worden voorzien van 3 kanalen, is: - het bovenste kanaal voor de sterkstroomleidingen; - het middelste kanaal voor de zwakstroomleidingen; - het onderste kanaal voor de telefoon- en dataleidingen.

09.02.25

MONTAGEVOORSCHRIFTEN 90. ALGEMEEN Indien wand-/plintgoten in plaatstalen gelakte, geanodiseerde aluminium en/of sendzimir verzinkte uitvoering worden toegepast, zal de installateur de nodige maatregelen treffen om beschadiging te voorkomen, b.v. door de goten in plastic krimpfolie verpakt aan te voeren en te verwerken. Nadat de ruimten bouwkundig zijn afgewerkt, dient de krimpfolie door de installateur zorgvuldig te worden verwijderd. Beschadigingen ontstaan voor, tijdens of na de montage, zullen door de installateur op een door de directie goed te keuren wijze worden hersteld. 91. VRIJE RUIMTE T.O.V. CV-LEIDINGEN Bij montage van kunststof wandgoten boven verwarmingsradiatoren dient bij een voorlooptemperatuur van 90°C een verticale afstand van tenminste 80 mm te worden aangehouden.

Concept

09.03

SCHAKEL- EN VERDEELINRICHTINGEN

09.03.10

SCHAKEL- EN VERDEELINRICHTINGEN 90. AFMETINGEN EN PLAATSING De afmetingen van de schakel- en verdeelinrichtingen dienen zodanig te zijn, dat de onderdelen en de bedradingen overzichtelijk kunnen worden aangebracht en het aansluiten zonder verwijdering van onderdelen kan geschieden. Schakel- en verdeelinrichtingen dienen zodanig te worden geplaatst dat de vrije werkruimte en vluchtruimte, overeenkomstig de NEN1010 wordt gewaarborgd. De vluchtweg dient in alle gevallen obstakelvrij te zijn en de draairichting van de deuren mag de vluchtweg niet blokkeren. 91. HANDGREEP MESPATRONEN Bij de schakel- en verdeelinrichtingen waar mespatronen voorkomen, dient een handgreep te worden meegeleverd, waarvoor een afzonderlijke klem voor het opbergen in de kast dient te worden aangebracht. 92. HOUDER GROEPENVERKLARING In alle schakel- en verdeelinrichtingen dienen groepenverklaringen te worden aangebracht. Houders voor groepenverklaringen dienen te worden vastgezet op vooraf aangebrachte

TO: KUBUS/3127050-E

Printdatum: 2-2-2024

Halmos Adviseurs TO: Gemeentehuis Haarlemmermeer te Hoofddorp. Elektrotechnische installaHes

93.

94.

95.

96.

97.

98.

09.03.11

18 02.02.2024

steunpunten met niet doorlopende tapgaten aan de binnenzijde van de deur of deksel. GOEDKEURING Schakel- en verdeelinrichtingen dienen te voldoen aan de eisen, die bij de gewone keuring van geprefabriceerde schakel- en verdeelinrichtingen voor lage spanning door de KEMA worden gesteld. KEURING De directie kan verlangen dat schakel- en verdeelinrichtingen geheel samengebouwd in de fabriek worden gekeurd en beproefd. GOEDKEURING AANVULLEND Van alle voor het werk benodigde schakel- en verdeelinrichtingen, schakel- en bedieningspanelen, enz. dient de installateur, alvorens met de fabricage of samenstelling wordt begonnen, opstellings-, indelings-, constructie en bedradingstekeningen, in tweevoud, ter goedkeuring aan de directie te verstrekken. Met de uitvoering van de kasten, panelen, etc. mag niet worden begonnen alvorens de directie de bedoelde tekeningen heeft goedgekeurd. Van de goedgekeurde tekeningen dient de installateur afdrukken, in drievoud, aan de directie te verstrekken. BESCHADIGING De installateur is aansprakelijk voor beschadigingen van de verdeelinrichtingen; zonodig dienen hiervoor passende maatregelen te worden getroffen. Indien toch beschadigingen zijn ontstaan, dienen deze op een door de directie goed te keuren wijze te worden hersteld. DEUREN Deuren in geopende stand mogen niet in aanraking komen met apparatuur, wanden en andere deuren.

BLOKSCHEMA Bij elke hoofdverdeelinrichting dient een blokschema van de installatie in een passende wissellijst, voorzien van ontspiegelde kunststof beschermplaat, te worden opgehangen. Vorm en indeling van het schema dienen te worden bepaald in overleg met de directie.

Concept

EISEN EN UITVOERING 90. ALGEMEEN De schakel- en verdeelinrichtingen samenstellen zoals aangegeven op de installatie- en stroomkringsschema's e.d., compleet bedraad en voorzien van de benodigde patronenlastscheiders, mespatroonhouders, mespatronen, patroonhouders, passchroeven, afschermkappen, schroefkoppen (ook voor reservegroepen), smeltpatronen, installatieautomaten, schakelaars, fase-, nul- en beschermingsrails, aansluitklemmen, relais, transformatoren, afschermplaten, buis- en/of kabelinvoeringen e.d. 91. AARDING Voor aarding dienen de deuren d.m.v. koperlitzeband, 6 mm², te worden doorverbonden met de kast. 92. SLOTEN De sluitingen dienen te worden voorzien van een deugdelijke kruk en voorzien van ingebouwd cilinderslot. Naar behoefte zullen alle kastsleutels in een gebouw van een dan wel van verschillende typen worden uitgevoerd. 93. SLUITING Eén-deurskasten dienen te worden uitgevoerd met knevel- of espagnoletsluiting. Dubbeldeurskasten dienen te worden uitgevoerd met espagnoletsluiting. Hierbij dient één van de deuren over de volle hoogte te zijn voorzien van een aanslag. Het type sleutel/slot dient voor definitieve bestelling te worden vastgesteld met de opdrachtgever. 94. AFDEKPLATEN De schroefpatroonhouders dienen te worden afgedekt met een kunststof plaat, dik minimaal 3 mm, voorzien van de benodigde boringen.

Deze plaat mag alleen met behulp van gereedschap, zonder verwijdering van de schroefkoppen en schakelaarknoppen, kunnen worden weggenomen. De afschermplaten in de navolgende kleuren te leveren:

TO: KUBUS/3127050-E

Printdatum: 2-2-2024

Halmos Adviseurs TO: Gemeentehuis Haarlemmermeer te Hoofddorp. Elektrotechnische installaHes

95.

96.

97.

98.

09.03.12

19 02.02.2024

Licht/kracht: grijs NAAMPLATEN Ter aanduiding van de bestemming van de kasten en de functies van de verschillende in of op de kast aanwezige onderdelen dienen door de installateur de nodige resopal opschriftplaatjes te worden aangebracht, voorzien van teksten zoals vermeld op de vooraf in te dienen naamplatenlijst. De resopalplaatjes dienen wit-zwartwit voorzien van facetranden en dienen op solide wijze te worden bevestigd, bij voorkeur d.m.v. schroeven. Afmetingen van de resopalplaatjes in nader overleg met de directie te bepalen. Bij de hoofdschakelaar dient de aanduiding "hoofdschakelaar" te worden aangebracht. VENTILATIE Indien transformatoren, magneetschakelaars, relais en/of andere warmteproducerende apparatuur wordt aangebracht, de verdeelinrichtingen aan de onder- en bovenkant voorzien te worden van ventilatiesleuven en aan de binnenzijde voorzien van fijn gaas z.g.n. vliegengaas. TOEPASSING MEETINSTRUMENTEN Alle hoofdverdeelinrichtingen, aangesloten op een transformator van 100 kVA of meer, indien op de tekeningen aangegeven, voorzien van een meetklemmenstrook, type 288-190, fabrikaat Wieland, waarop de ampère- en voltmeters en/of eventueel buiten de verdeelinrichting aan te brengen meetapparatuur kan worden aangesloten. De meetklemmenstrook aanbrengen aan de binnenzijde van de deur.

VREEMDE SPANNING Bij apparatuur met een gevaarlijke, respectievelijk vreemde spanning die niet door de hoofdschakelaar wordt afgeschakeld, dient een naamplaat, rood-wit-rood, te worden aangebracht met de tekst: "spanning, ook bij uitgeschakelde hoofdschakelaar", respectievelijk "vreemde spanning".

Concept

MATERIAALVOORSCHRIFTEN 90. ALGEMEEN De oppervlaktebehandeling van plaatstalen verdeelinrichtingen dient te geschieden volgens de richtlijnen van de verfleverancier. De verdeelinrichtingen dienen te worden uitgevoerd conform standaard leveringskleuren van de fabrikant. 91. SAMENSTELLING De verdeelinrichtingen dienen te zijn samengesteld uit panelen welke zijn vervaardigd van koudgewalst profielstaal en blank, koudgewalst en dubbel gestrekt plaatstaal met een dikte van 2 mm of zoveel meer als nodig is voor de verkrijging van de vereiste stijfheid. 92. DEUREN De deuren en de afneembare beplating van plaatstaal dienen omgezette randen te hebben met een hoogte van tenminste 20 mm. Waar nodig dienen zij van een verstevigingsconstructie aan de binnenzijde te zijn voorzien. 93. SCHARNIEREN De deuren dienen van binnen- liggende, aangelaste scharnieren in zware uitvoering met bronzen pennen te zijn voorzien. Zij dienen over een hoek van 180°. geopend en van de kast verwijderd te kunnen worden. 94. PAKKINGSBUSSEN Indien bij een opbouw schakel- en verdeelinrichting de meerderheid van de afgaande leidingen kabels zijn, dienen ook voor alle reserve groepen kunststof pakkingbussen te worden aangebracht. Alle doorvoeringen dienen absoluut afgesloten te zijn tegen het binnentreden van ongedierte. 95.

INVOERING KUNSTSTOF BUIS Bij invoeringen van kunststof buizen dienen de deksels eveneens voorzien zijn van gaten met stootrand. 96. PARALLELKABELS AANSLUITEN Indien aders van voedingskabels parallel op een pool of fase dienen te worden aangesloten, geschiedt dit op geïsoleerde en versprongen opgestelde aansluitrails of - klemmen. Elke ader

TO: KUBUS/3127050-E

Printdatum: 2-2-2024

Halmos Adviseurs TO: Gemeentehuis Haarlemmermeer te Hoofddorp. Elektrotechnische installaHes

97.

98.

09.03.13

20 02.02.2024

afzonderlijk met een perskabelschoen en aansluitbout op de rail aansluiten. AARDRAIL In de verdeelinrichtingen dient een over de volle breedte en/of hoogte doorlopende aardrail te worden aangebracht, waarop de aardaders, elk voor zich, kunnen worden vastgezet met behulp van bij te leveren koperen tapbouten met sluitringen. Niet gebruikte gaten dienen te worden opgevuld met bouten. TESTEN HOOFDSCHAKEL- EN VERDEELINRICHTINGEN Hoofdschakel- en verdeelinrichtingen dienen direct na opstelling en montage, en voordat zij op de voeding van het energieleverend bedrijf worden aangesloten, door de leverancier te worden getest door: - de isolatieweerstand te meten bij 1 kV; - een proefspanning van 2,5 kV gedurende 1 min. aan te leggen; - de stroomcircuits op goede geleiding te controleren; - de schakelaars te beproeven. De resultaten dienen te worden vastgelegd in een testrapport en aan de directie te worden verstrekt. Na de ingebruikneming van de installatie dient de installateur de belasting van hoofdschakel- en verdeelinrichtingen gedurende twee perioden van een week verdeeld over de service- en onderhoudsperiode te controleren met behulp van een registrerende meter. De data in een excel-formaat dient aan de directie te worden gezonden.

Indien nodig dient de installateur, naar aanleiding van de meetgegevens, de belasting gelijkmatig over de fasen te verdelen; een en ander in overleg met de directie.

MONTAGEVOORSCHRIFTEN 90. ALGEMEEN Kasten van schakel- en verdeelinrichtingen dienen met metalen pluggen of ankers te worden bevestigd: - In het algemeen dienen kasten van schakel- en verdeelinrichtingen met keilbouten te worden bevestigd. - Waar de directie dit nodig vindt, dienen doorgaande bevestigingsbouten met volgplaten en moeren te worden gebruikt. - Opbouwkasten vrij van de wanden bevestigen met behulp van vulplaten of verhoogde bevestigingsnokken. 91. OPSTELLING Voor zover de kasten op de vloer worden opgesteld, dienen zij aan de onderzijde van profielstaal UNP100 te zijn voorzien. 92. VLOERMONTAGE De installateur kan zich er bij het opstellen niet op beroepen dat de wand en/of vloer niet geheel vlak, recht en/of waterpas is als zou blijken dat wringing in het frame of slecht sluiten van de deuren optreedt. De installateur draagt er zorg voor dat de schakel- en verdeelinrichtingen recht en te lood worden aangebracht. 93. SCHOONMAAK VERDEELKASTEN Na het aansluiten van de voedings- en groepsleidingen dienen de schakel- en verdeelinrichtingen in- en uitwendig te worden schoongemaakt. Tevens dienen alle verbindingen te worden gecontroleerd; boutverbindingen e.d. natrekken met een sleutel met momentbegrenzing. 95.

AFDICHTING SPARINGEN BIJ VLOERMONTAGE Bij schakel- en verdeelinrichtingen uitgevoerd voor vloermontage dienen, nadat alle groepen in de kabelruimte zijn aangesloten, de openingen in de vloer onder de kasten brandwerend te worden afgesloten. Brandwerende afdichtingen (door bouwkundig aannemer) aan te brengen conform de attesten/certificaten van de toe te passen materialen, zodat de brandwerendheid kan worden aangetoond. 96. NATREKKEN VERBINDINGEN In de service- of onderhoudsperiode dienen de bouten van de verbindingen tussen de rails,

Concept

TO: KUBUS/3127050-E

Printdatum: 2-2-2024

Halmos Adviseurs TO: Gemeentehuis Haarlemmermeer te Hoofddorp. Elektrotechnische installaHes

21 02.02.2024

de schakelaars en de kabels van alle verdeelinrichtingen éénmaal met behulp van een momentsleutel, ingesteld op het juiste moment te worden nagetrokken. De juiste tijdstippen waarop de installateur deze werkzaamheden denkt te verrichten behoeven de uitdrukkelijke goedkeuring van de gebruiker. De directie dient tijdig van de tijdstippen op de hoogte te worden gesteld. 09.03.14

BEREKENINGSUITGANGSPUNTEN 90. ALGEMEEN Alle in de kasten voorkomende schroefveiligheden dienen complete schroefveiligheden volgens het Diazedsysteem te zijn, aangepast aan de betreffende groep tot een maximum berekende waarde. 91. SCHAKELAARS De hoofdschakelaars 3- en 4-polig t/m 2000A geschikt voor een nominale spanning van 690V. De groepsschakelaars 2-polig 25A geschikt voor een nominale spanning van 250 V. De groepsschakelaars 4-polig, geschikt voor een nominale spanning van 415 of 690 V. De hoofdschakelaar als lastschakelaar uitvoeren. De schakelstand dient bij de hoofdschakelaars te zijn aangegeven. Uitgangspunt qua kwaliteit; type Duco resp. Dumeco, fabrikaat Schneider o.g.

09.03.15

INDELING VERDEELKASTEN 90. ALGEMEEN Zowel de onderdelen als de bedrading overzichtelijk aanbrengen. Het aansluiten van afgaande leidingen en het verwisselen van apparatuur dient te kunnen geschieden zonder enig onderdeel in de schakel- of verdeelinrichting te verwijderen, met uitzondering van de afschermplaten. Kabels met aders, zwaarder dan 16 mm², mogen direct op de betreffende apparatuur worden aangesloten. De voedingsleidingen dienen rechtstreeks op de klemmen van de hoofdschakelaars te worden aangesloten, tenzij in de hoofdstuk 70 en/of op de bijbehorende tekeningen anders is aangegeven. Gelijksoortige groepen zijn gerangschikt in complete rechthoekige blokken, eventueel door toevoeging van extra groepen. 91. COMPARTIMENT HOOFDSCHAKELAAR Het compartiment, waarin zich de hoofdschakelaar bevindt, dient door middel van een metalen scheidingschot geheel te zijn gescheiden van de vakken waarin de overige apparatuur is ondergebracht. 92. AANSLUITRUIMTE De vrij toegankelijke aansluitruimte in de kasten ten behoeve van de afgaande leidingen dient voor leidingen tot 6 mm² minimaal 50 mm te zijn. 93. BEDRADINGSKOKERS Bedradingskokers zodanig monteren, dat de afstand van de kokers tot de relais, schakelaars en andere apparaten minstens 30 mm bedraagt.

- De bedrading in kokers voor spanning hoger dan 50 V dient door middel van tussenschotten te worden gescheiden van bedrading voor een spanning van 50 V en lager. - Bedradingskokers dienen bij de oplevering nog 25% reserveruimte te hebben. - Bedradingskokers en deksels te voorzien van een gelijke codering. 94. DRAADBOMEN Er dient voor te worden gezorgd dat de temperatuur in draadbomen en draadgeleiders, de maximaal toelaatbare temperatuur niet wordt overschreden.

Concept

09.03.16

HULPMATERIALEN DEEL 1 90. RIJGKLEMMEN Eind- en reservegroepen alsmede stuurstroom-, signaalleidingen en leidingen van hulpcontacten dienen te worden afgemonteerd op rijg- of blokklemmen geschikt voor hun doel. 91. SCHEIDINGSCHOTJES T.B.V. RIJGKLEMMEN Tussen klemmen voor verschillende spanningen en tussen klemmen van afwijkende

TO: KUBUS/3127050-E

Printdatum: 2-2-2024

Halmos Adviseurs TO: Gemeentehuis Haarlemmermeer te Hoofddorp. Elektrotechnische installaHes

92.

93.

94.

95.

96.

22 02.02.2024

afmetingen dienen scheidingsschotjes te worden aangebracht. Deze schotjes dienen grotere afmetingen te hebben dan de betreffende klemmen. De klemmen coderen op een door de directie goed te keuren wijze. AFTAKKLEMMEN Alle op de kasten aankomende en doorgaande hoofd- en stuurstroomleidingen dienen te worden aangesloten op aftakklemmen. Andere op de kasten aankomende leidingen mogen niet rechtstreeks op schroefpatroonhouders, doch dienen via aansluitklemmen te worden aangesloten. Deze aftak- en aansluitklemmen dienen geschikt te zijn voor de bedrading als aangegeven in het hoofdstuk 70 en/of op de tekeningen. MAGNEETSCHAKELAARS In de kasten voorkomende magneetschakelaars en relais dienen bromvrij te zijn en voorzien van nummeringen, zoals aangegeven op de tekeningen. Relais, welke dienen voor het schakelen van TL-verlichting dienen geschikt te zijn voor een inductieve belasting (TL-belasting) van 16 Amp. STROOMTRANSFORMATOREN De laagspanningsstroom- transformatoren dienen van het raildoorvoertype; nauwkeurigheidsklasse 1, geschikt voor maximaal 500V, 15VA te zijn, bijvoorbeeld type RM of UTD, uitvoering digitaal. MEETINSTRUMENTEN De Ampere- en Voltmeters dienen geschikt te zijn voor inbouwmontage in het front van de deur.

Afmetingen minimaal 96x96 mm.De Amperemeters geschikt voor 0-..../5A en de Voltmeter 0-500V inclusief een zevenstanden Voltmeteromschakelaar, bijvoorbeeld EIV-96, uitvoering digitaal. KWH-METERS kWh-meters dienen registrerende driefasen-viergeleider kWh-meters te zijn voor het meten in ongelijk belaste fasen. Op de kWh-meters dienen de volgende functies minimaal aanwezig te zijn: kW, kVA, kVAR, cos phi 1 t/m 3, U 1 t/m 3. Het is ook toegestaan om in combinatie met de Ampere- en Voltmeters een elektronisch combi-instrument toe te passen. De bemetering digitaal uit te voeren en te koppelen binnen het GBS.

Concept

09.03.17

HULPMATERIALEN DEEL 2 90. MOTORBEVEILIGINGSSCHAKELAARS Elektromagnetische motorbeveiligingsschakelaars dienen te zijn voorzien van een maak- en verbreekcontact voor bedrijfsmelding en storingsmelding 91. THERMISCHE RELAIS De thermische relais instellen op de stroomsterkte, zoals vermeld op het typeplaatje van de motor. Alle schade, voortvloeiende uit een foutieve instelling, komt voor rekening van de installateur. De magneetschakelaar met thermisch relais zodanig aanbrengen dat de bediening van de thermische beveiliging voor de afschermplaat kan worden uitgevoerd.

09.03.18

BEDRADING, RAILS 90. ALGEMEEN Interne bedrading van schakel- en verdeelinrichtingen dient zoveel mogelijk op de rijgklemmen te worden aangesloten, zodanig dat de aders van elke kabel naast elkaar kunnen worden gemonteerd. 91. STUURSTROOMBEDRADING EN AFWERKING De aders van de leidingen voor bedrading van stuurstroomcircuits dienen tenminste een doorsnede te hebben van 1,5 mm²: - Alle overige aders dienen een doorsnede van tenminste 2,5 mm² te hebben, tenzij op de tekeningen anders is aangegeven. - De nulleider uitvoeren als ringleiding. - Uiteinden van leidingen met soepele kern afwerken met een kernhuls met schacht. - Indien twee van dergelijke aders dezelfde potentiaal bezitten en aldus deel uitmaken van een verbinding, kan het worden toegestaan de uiteinden van deze aders

TO: KUBUS/3127050-E

Printdatum: 2-2-2024

Halmos Adviseurs TO: Gemeentehuis Haarlemmermeer te Hoofddorp. Elektrotechnische installaHes

23 02.02.2024

gemeenschappelijk af te werken in een daarvoor geschikte kernhuls met schacht. Bij klemmen in schroefloze uitvoering kan bij leidingen met soepele kern worden volstaan met het knijpen van een messing bandje om het uiteinde van elke leiding. - Leidingen in bedradingskokers dienen een soepele kern te bevatten. Voor bedrading niet in kokers, in schakel- en verdeelinrichtingen kan tot een doorsnede van 6 mm² gebruik worden gemaakt van leidingen met massieve kern. - Voor de bedrading met een doorsnede tot 2,5 mm² gebruik maken van soepele leidingen. - Voor de bedrading vanaf een doorsnede van 4 mm² gebruik maken van draad met een massieve kern. RAILS De fase(n)-, nul- en beschermingsrail(s) dienen te zijn vervaardigd van getrokken elektrolytisch koper en zodanig van afmeting, dat deze tenminste de kortsluitstroom en de nominale stroom kan voeren overeenkomstig de waarde van de hoofdschakelaar. De nulrail van gelijke doorsnede als de faserails. De rails bevestigen met steunblokken of afstandhouders van glastic, klasse F, temperatuurbestendig tot 155°C continu en zelfdovend, die tevens als scheidingswanden tussen de kasten dienst kunnen doen. De ondersteuningen zodanig uitvoeren en bevestigen dat optredende krachten en warmte-ontwikkeling bij een eventuele kortsluiting kunnen worden weerstaan.

De faserails aftapen in de fasekleuren overeenkomstig de voorschriften van het netwerkbedrijf of zoals vermeld in de NEN 3286, de nulrail lichtblauw met de aanduiding N; de aardrail groen/geel. AARDRAILS De beschermingsrails dienen met de in de kasten aangebrachte klemmen te zijn verbonden. Bij het samenbouwen van de kasten dienen zich daarin bevindende beschermingsrails onderling te worden doorverbonden met één-aderige leidingen waarvan de kleur van de isolatie dezelfde is als die waarmee de beschermingsrails zijn gemerkt. VOEDINGSLEIDINGEN Bij het aansluiten van de voedingskabels dient er rekening mee gehouden te worden, dat bij alle schakel- en verdeelinrichtingen, de volgorde van de fasen L1, L2 en L3 gelijk en rechtsdraaiend dient te zijn. Tevens dienen in alle schakel- en verdeelinrichtingen de rails van boven naar beneden en van links naar rechts, in de volgorde L1, L2 en L3, als zodanig gemerkt te worden. GROEPSLEIDINGEN De groepsleidingen in de verdeelinrichtingen bij de klemmen voorzien van een merktule in de betreffende fasekleur. De draden op volgorde en volkomen strak aanbrengen en de afgaande bekabeling met een overlengte, met een zgn. "lus", recht op de klemmen laten aankomen. -

92.

93.

94.

95.

09.03.19

Concept

KUNSTSTOF SCHAKEL- EN VERDEELINRICHTING 90. ALGEMEEN Onder een kunststof verdeelinrichting wordt verstaan een verdeelinrichting, opgebouwd uit één of meer slagvaste kunststofkasten. De verdeelinrichting is voorzien van een railsysteem en voldoet aan de keuringseisen zoals in het hoofdstuk 70 vermeld. Tenzij in het hoofdstuk 70 anders vermeld, dienen kunststof schakel- en verdeelinrichtingen met toebehoren te worden vervaardigd van met glasvezel versterkt polyester. 91. DEKSELS Indien verkrijgbaar, de front- deksels in doorzichtige uitvoering en vervaardigd van polyester versterkt met polycarbonaat. De deksels voor kasten met smeltveiligheden scharnierbaar of als onverliesbaar uitvoeren. 92. KABELDOORVOERINGEN De kabeldoorvoeringen aan de onderzijde en bovenzijde van de kunststof verdeelinrichting uitvoeren door middel van pakkingbussen in platen, een en ander ter beoordeling van de directie. De doorvoeringen dienen absoluut afgesloten te zijn tegen het binnentreden van ongedierte. Extra dienen de doorvoeringen voorzien worden van een, tegen ongedierte bestendige kit.

TO: KUBUS/3127050-E

Printdatum: 2-2-2024

Halmos Adviseurs TO: Gemeentehuis Haarlemmermeer te Hoofddorp. Elektrotechnische installaHes

93.

94.

95.

96.

97.

98.

09.03.20

24 02.02.2024

HOOFD- EN GROEPENSCHAKELAARS Hoofd- en groepsschakelaars bedienbaar op het front van het deksel, de doorvoeringen waterdicht en onverliesbaar. FRAME De schakel- en verdeelinrichtingen dienen door de fabrikant te worden samengesteld op zgn. C-profielen en compleet op het werk worden aangevoerd. TEKENINGHOUDER Bij kunststof verdeelinrichtingen de tekeninghouder op een door de directie te bepalen plaats op de wand naast de verdeelinrichting aanbrengen. HANDGREEP MESPATRONEN Bij kunststof schakel- en verdeelinrichtingen de handgreep voor de mespatronen op de wand naast de verdeelinrichting aanbrengen. PASVLAKKEN Indien een schakel- en verdeelinrichting uit meer elementen is samengesteld, dienen deze elementen aan vier zijden van pasvlakken te zijn voorzien. Niet gebruikte pasvlakken dienen door middel van passende deksels van kunststof te worden afgesloten. AARDRAILS Over de gehele lengte van de kunststofverdeling een aardrail aanbrengen met een doorsnede van minimaal 50 mm², waarop de aarddraden van de kabels worden afgewerkt.

SPECIFICATIE ELEKTROTECHNISCHE APPARATUUR EN MATERIAAL 90. ALGEMEEN In een gedetailleerde specificatie behorende bij de werktekeningen dient de installateur behalve de fabrikaten van de te gebruiken schakelpanelen en apparatuur, ook de typenummers van de verschillende onderdelen te vermelden. 91. EISEN APPARATUUR Elk apparaat dient geschikt te zijn voor de ter plaatse in het circuit optredende spanningen en stroomsterkten. De ter plaatse mogelijke kortsluitstroom mag het apparaat niet beschadigen. 92. EISEN TEMPERATUUR Elk apparaat dient geschikt te zijn voor de ter plaatse optredende klimatologische omstandigheden. Als uitgangspunt geldt een omgevingstemperatuur van 30°C. 93. EISEN VERVANGING De onderdelen dienen zoveel mogelijk van gelijk fabrikaat en type te zijn, zodat met een minimaal aantal reservedelen kan worden volstaan. 94. STUKLIJSTEN In stuklijsten dient een overzicht te worden gegeven van alle toe te passen apparatuur, met vermelding van fabrikaat, type en eventuele nadere gegevens, zoals bouwgrootte, aansluitspanning e.d. Met het plaatsen van apparatuur mag niet worden begonnen voor de stuklijsten door de directie zijn goedgekeurd.

Concept

09.04

LEIDINGEN EN TOEBEHOREN

09.04.10

ALGEMEEN 90. ALGEMEEN Alvorens tot de montage van leidingen wordt overgegaan dient overleg gepleegd te worden met de installateurs van de W- en L-installaties en de installateur van het bouwkundig werk in verband met plaatsbepaling. 91. PLAATS T.O.V. CV-LEIDINGEN Op plaatsen waar leidingen naast leidingen van verwarmingsinstallaties worden gelegd, dient een vrije ruimte tussen deze leidingen van tenminste 80 mm te worden aangehouden. 92. STALEN BUIS

TO: KUBUS/3127050-E

Printdatum: 2-2-2024

Halmos Adviseurs TO: Gemeentehuis Haarlemmermeer te Hoofddorp. Elektrotechnische installaHes

93.

25 02.02.2024

Stalen buis indien toegepast, dient zorgvuldig te worden ontgebraamd. KEURING Na het aanbrengen van de buisleidingen en dozen dient het geheel, voor het storten of dichten van de sleuven in overleg met de directie te worden gekeurd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Haarlemmermeer&id=90d60dc8-359f-4c04-bf59-b57f398ecdfc