2025-11-20 Sessiedebat Conceptparticipatiebeleid vaststellen en vrijgeven voor participatie
Tekst van het document
VERSLAG VAN DE SESSIE VAN DE RAAD DER GEMEENTE HAARLEMMERMEER OP DONDERDAG 20 NOVEMBER 2025 Onderwerp:
Conceptparticipatiebeleid vaststellen en vrijgeven voor participatie (12574209)
Voorzitter:
dhr. S.J. Bier
De leden: mw. B.M. Antolini, dhr. T.M. Beusenberg, mw. N.M. Elfers, mw. A.E. Gumbert, mw. M.R. Hogervorst, mw. J.M. Hup, mw. J.B. Kamsteeg, dhr. H.C.M. Koning, mw. J. Koolmoes, mw. S. van de Meeberg, mw. A.N. Mees-Marhe, dhr. A. de Ruiter, dhr. F. Sidali, dhr. H.P. Spijker Griffier: mw. B. Heerema Portefeuillehouder: mw. M. Steffens-van de Water Insprekers: Geen
De VOORZITTER: Ja goedenavond, dank u wel. Ik zie de woordvoerders allemaal in gesprek met elkaar, maar we gaan beginnen. Welkom bij het sessiedebat waarin de nota conceptparticipatiebeleid vaststellen en vrijgeven voor participatie besproken wordt. Er wordt hard gewerkt aan een raadsvoorstel geactualiseerd participatiebeleid en het conceptparticipatiebeleid wordt op dit moment getoetst onder inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties. De betreffende nota is op verzoek van het presidium aan u voorgesteld om vanavond te agenderen, zodat u ook als raad in de gelegenheid wordt gesteld om uw input te leveren op dit concept. Er hebben zich geen insprekers aangemeld voor deze sessie. Dan starten wij met de eerste termijn waarvoor u allen spreektijd heeft. Ter afronding van de eerste termijn zal het college eventueel reageren op vragen. Technische vragen behoren niet tot de mogelijkheid. Er zijn ook al schriftelijk vragen gesteld. Die zijn, voor zover ik weet, allemaal beantwoord. Wie mag ik als eerste het woord geven? Ik zie daar het woord voor mijnheer Koning van het CDA. Het is een sessiedebat achter het spreekgestoelte. Dat doen we achter het spreekgestoelte. De heer KONING: Dank u wel, voorzitter. Allereerst wil het CDA kwijt dat de voorliggende stukken duidelijk en goed geschreven zijn.
Het enige is dat het enigszins onduidelijk is wat wij als raad met dit conceptparticipatiebeleid moeten. In de aanhef staat nota conceptparticipatiebeleid vaststellen en vrijgeven voor participatie. Maar het is dus geen raadsvoorstel, maar een nota waarop het college al heeft besloten het conceptbeleid vast te stellen en vrij te geven voor participatie. Wat is onze rol nu? Kunnen wij nog zaken wijzigen? Nee, want het is vastgesteld en vrijgegeven. Wij snappen dus niet wat we nu moeten doen met dit voorstel. Het antwoord op de brief van GroenLinks-PvdA gaf gelukkig duidelijkheid. Wij mogen nu ook inspreken. Het definitieve participatiebeleid wordt door ons vastgesteld. Zie de tabel op pagina 2 van het raadsvoorstel. Op andere plekken staat weer dat het slechts ter bespreking naar de raad gaat. Het hele proces blijft dus onduidelijk. Wat de inhoud betreft: in dit concept is opgenomen dat participatie vroegtijdig en goed voorbereid moet zijn. Houding en gedrag is van belang. Een grondhouding waar de wil tot samenwerking, gelijkwaardigheid en openheid, reflectie, inlevingsvermogen en aanpassingsvermogen centraal staan. Een terugkoppeling en uitleg is essentieel om het participatieproces goed af te ronden. Wij laten voortaan zien wat met de participatie is gedaan en geven dit terug aan de participanten. Precies die dingen die in het verleden nogal eens fout gingen.
En dat vindt het CDA dus positief. Gaat het nu wel werken, dat nieuwe beleid? Ja, dat weten we pas als we deze uitgangspunten gaan invoeren. Daar zijn we ook voor. Wat ook goed is en helpt, is dat vooraf duidelijkheid wordt gegeven, met een communicatie- en participatieplan. Vooraf duidelijkheid over waar Conceptverslag Sessiedebat Conceptparticipatiebeleid vaststellen en vrijgeven voor participatie 20 november 2025
1
wel en niet geparticipeerd kan worden en hoeveel invloed het heeft, is volgens het CDA zeer belangrijk voor het welslagen. De nota geeft voorts aan dat de gemeente geen financiële risico's loopt, maar uitvoering van deze nota geeft toch enorm veel; extra werk, terwijl de organisatie al overbelast is. Denk maar eens aan de te schrijven communicatie- en participatieplannen en de terugkoppeling en uitleg wat met de participatie is gebeurd. In het conceptparticipatiebeleid op pagina 13 staat ook: een participatieplan is niet alleen handig om tijdig budget en capaciteit te organiseren. Dit nieuwe beleid gaat dus geld kosten. En medewerkers moeten ook nog eens meer afstemmen dan voorheen, hetgeen ook extra tijd vergt. Ja, en voorzitter, we moeten niet nu het beleid vaststellen en de rekening indienen bij de voorjaarsreportage. Tot zover. De VOORZITTER: Ja, dank u wel. Ik heb dan de heer De Ruiter van BVNL. De heer DE RUITER: Dank u, dank u voorzitter. Namens BVNL Haarlemmermeer zal ik proberen kort maar krachtig te reageren op dit conceptparticipatiebeleid. We lezen weer veel mooie woorden. Samen beter, inclusief, vroegtijdig, terugkoppeling. Maar de praktijk van de afgelopen jaren liegt er niet om. Participatie die vaak pas begint als alles al in kannen en kruiken is. Informatie die selectief wordt gedeeld en inbreng die uiteindelijk weinig verandert.
De inwoners mogen kiezen of de turbines lichtgrijs of donkergrijs worden. Dit conceptbeleid belooft nu eindelijk echte afspraken en een participatieplan vooraf. Goed zo, maar woorden alleen zijn niet genoeg. We missen in dit concept twee cruciale instrumenten die echte invloed aan inwoners geven. Een veel laagdrempeliger raadgevend referendum, zodat inwoners zelf hun onderwerp gemakkelijker op de agenda kunnen krijgen, als de politiek weer eens niet wil luisteren. En vooral ook het invoeren van een bindend correctief referendum. Zodat inwoners een onwelgevallig raadsbesluit alsnog kunnen terugdraaien of eventueel voorkomen. Zolang die instrumenten ontbreken, blijft participatie vooral een praatcircus zonder tanden. Maak werk van echte zeggenschap, niet alleen van meedenken. Mooi concept, maar nu daag ik het college uit om de daad bij het woord te voegen en echte instrumenten voor de inwoners te realiseren. Want dat is beter voor Haarlemmermeer. Dank u. De VOORZITTER: Dank u wel. Ik geef het woord aan mevrouw Kamsteeg van de PvdA. Mevrouw KAMSTEEG: Ja, hij doet het. Dank u wel, voorzitter. De nota Conceptparticipatiebeleid is een mooi stuk geworden waarin duidelijk is uitgelegd welke stappen in het verleden zijn gezet en wat onder participatie wordt verstaan en wat niet.
De PvdA kan zich vinden in het stappenplan en de zeven Haarlemmermeerse participatievragen die voorgesteld worden. Uit de beantwoording van onze vraag, waarvoor dank, blijkt dat wij vanavond nog wat mee kunnen geven. Dus here we go. In het stuk lezen wij dat het doel van participatie is dat degenen die door een opgave worden geraakt de ruimte krijgen om mee te praten, mee te denken of mee te beslissen en dat de gemeente dit kan benutten voor betere plannen en projecten. Het creëren van draagvlak onder inwoners zou wat de PvdA betreft als doel toegevoegd mogen worden. Dan de opbrengst van de participatie. De PvdA vindt het zeer wenselijk dat bij alle vormen van participatie, meepraten, meedenken of meebeslissen, de opbrengst hiervan in het voorstel zichtbaar wordt en niet alleen bij meebeslissen. Mijn fractie vindt het namelijk zeer waardevol te weten wat er bij de inwoners is opgehaald. Ook zou de PvdA graag zien dat er aan de inwoners die het betreft bij een project of voorstel toegelicht wordt waarom niet geparticipeerd is en niet alleen aan de raad. Bijvoorbeeld in de vorm van een bewonersbrief. De PvdA zou ook graag een nieuwe tool in dit participatieplan, die landelijk al regelmatig wordt toegepast, willen toevoegen en dat is het burgerberaad.
Het zou mooi zijn om aan de inwoners voor te leggen of zij hiervan gebruik zouden willen maken en dit bij een positieve reactie toevoegen aan de toolbox. Tot slot, voorzitter, wil de PvdA naar aanleiding van de insprekers van vanavond toch iets kwijt. Laat de uiteindelijke nota participatiebeleid geen papieren tijger zijn. Papier is geduldig, dus van belang is wat er in de praktijk mee wordt gedaan en tot nu toe levert dat ook vooral veel onvrede op bij onze inwoners. Conceptverslag Sessiedebat Conceptparticipatiebeleid vaststellen en vrijgeven voor participatie 20 november 2025
2
De VOORZITTER: Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Koolmoes van Lid Koolmoes. Mevrouw KOOLMOES: Voorzitter, de stappen in het plan van aanpak participatiebeleid bestaan uit zes en vanavond zijn we bij stap 5, dus we zijn er bijna. Met de actualisatie van ons participatiebeleid willen we de randvoorwaarden, de uitgangspunten en de afspraken aanscherpen. En vanavond zal Lid Koolmoes, aangezien ze kort de tijd heeft, alleen over de afspraken uit het raadvoorstel haar mening geven. Naar mijn mening moet de participatie in Haarlemmermeer nou eens echt volwassen worden. En mijn verzoek aan het college is, kijk eens naar de Z-afspraken op pagina 3. In de bijlage is dat pagina 19. In dit raadsvoorstel staat bij het stipje op de achtste plek, met een terugkoppeling en evaluatie: we koppelen terug en leggen uit wat er met de opbrengst van de participatie is gedaan. Daarnaast evalueren we het participatieproces om ervan te kunnen leren. Voorzitter, dat leest als twee afspraken onder één stip. En het terugkoppelen is een afspraak op zichzelf en het evalueren is dat ook. Door deze twee onder één noemer te plaatsen, ontstaat het risico dat een van beide, en in de praktijk is dat vaker terugkoppelen, wordt vergeten of minder belangrijk wordt gezien. En precies dat is waarom participatie in Haarlemmermeer nog te vaak hapert.
Wanneer we onze eigen afspraken al niet helder kunnen scheiden, kunnen we van inwoners moeilijk verwachten dat zij erop vertrouwen dat hun inbreng serieus wordt genomen. En ik hoor graag van het college of deze afspraken nog beter in het uiteindelijke plan terug kunnen komen. Tot slot, voorzitter. Het participeren bevindt zich nog altijd in een voortschrijdende ontwikkeling. En dit raadsvoorstel is op de goede weg en we zetten een flinke stap dichterbij waar we uiteindelijk willen zijn. Een participatieproces dat in theorie klopt, maar in de praktijk ook het vertrouwen geeft en recht doet aan de inbreng van onze inwoners. En we moeten blijven investeren in terugkoppeling en transparantie, want alleen dan kan dit zelfs uitgroeien tot een voorbeeld van hoe de participatie wel perfect kan functioneren. Tot zover. De VOORZITTER: Dank u wel. Ik heb GroenLinks. Volgens mij is mevrouw Gumbert aan het woord. Mevrouw GUMBERT: Voorzitter, GroenLinks is blij met de algemene strekking van het conceptparticipatiebeleid. Je raakt soms een beetje in de war met dit onderwerp. Wij willen wel de inwoners meer ruimte geven om actief mee te doen en ook mee te beslissen want daardoor ontstaat draagvlak, legitimiteit en vertrouwen en dat hebben we hard nodig.
De toelichting op de geschiedenis van inwonerparticipatie in Haarlemmermeer is verhelderend en ook het onderdeel over wat participatie eigenlijk inhoudt. Het lijkt een goed idee om een ander woord te gebruiken voor de soort participatie waar we het vanavond over hebben. Maar in dit stuk valt meteen al op dat het woord participatie toch heel moeilijk te vermijden is en ook niet echt vervangen kan worden door meedenken, meepraten en meebeslissen. Onderdeel 5. De input van participanten noemt precies de punten die ook volgens GroenLinks voorop moeten staan bij participatie. Tijdig, betekenisvol, met heldere en minder ingewikkelde communicatie en met extra aandacht voor goede terugkoppeling. Dat hebben we al vaker gehoord daarnet. Maar dat medewerkers aangeven dat het in de organisatie niet duidelijk is wie er verantwoordelijk is, daar schrikken wij van. Bij een Duisenberggesprek over dienstverlening zeiden medewerkers dat dienstverlening als een satéprikker is, die dwars door de hele organisatie heen loopt en dus niet de verantwoordelijkheid is van één afdeling. Wij denken dat dit ook voor participatie geldt. Iedereen heeft daarmee te maken en daar moet extra aandacht voor zijn, want er is weinig verschil tussen iedereen is verantwoordelijk en niemand is verantwoordelijk.
Een participatieplan kan helpen om grip te krijgen, maar mag niet leiden tot vertraging en extra bureaucratie, want dat kan de tijdigheid van het proces in gevaar brengen en dus ook weer de betrokkenheid en het vertrouwen van inwoners schaden. Wat GroenLinks echt jammer vindt, is dat de raad zelf niet een van de stakeholders was die om input is gevraagd. Nu hebben we een ophaalsessie, maar over wat wij vanavond nog bespreken, kunnen inwoners niet meer participeren. Toch willen wij één belangrijk onderwerp alsnog toevoegen aan dit concept. GroenLinks wil het burgerberaad opnemen in de nieuwe participatieverordening. Want Conceptverslag Sessiedebat Conceptparticipatiebeleid vaststellen en vrijgeven voor participatie 20 november 2025
3
in dit stuk wordt gesteld dat er, wanneer nodig verordeningen kunnen worden opgesteld voor andere instrumenten. Dat klinkt mooi, maar als er eerst een aparte verordening moet worden geregeld op het moment dat het nodig is, dan zijn we dus te laat. Als we die verordening nu vaststellen, kan een burgerberaad, wanneer nodig, gewoon worden ingezet. Een kant-en-klaar initiatiefvoorstel hebben wij daarvoor klaarliggen en zullen we op het moment dat het definitieve participatiebeleid besproken wordt ook indienen. En voor een actieve rol van inwoners bij het maken van plannen voor hun eigen omgeving is een burgerberaad natuurlijk niet de enige mogelijkheid, maar het is wel een verrijking van de instrumenten die tot nu toe gebruikt worden, die namelijk vooral gericht zijn op meedenken en meepraten. Tot zover. De VOORZITTER: Hartelijk bedankt. Ik geef het woord aan mevrouw Antolini van Forum voor Democratie. Mevrouw ANTOLINI: Dank u voorzitter. Als Forum voor Democratie staan wij voor echte burgerzeggenschap. Niet voor trajecten waarin inwoners vooral mogen meepraten, maar nauwelijks mogen meebeslissen. En precies dat zien we terug in dit conceptparticipatiebeleid. Voorzitter, in het document staat letterlijk dat meedenken en meepraten niet betekent dat er ook gebeurt wat inwoners willen.
Er staat zelfs dat het algemeen belang leidend is en dat participatie in veel gevallen alleen bedoeld is om het plan te verrijken, niet om het bij te sturen. En dat is dus geen participatie. We lezen pagina's vol met mooie woorden, gelijkwaardigheid, transparantie, open gesprekken, participatiepartners, ga zo maar door. Maar nergens, nergens wordt de inwoner echte macht gegeven. Geen bindende invloed, geen harde rechten. Alleen advies dat het bestuur vervolgens mag negeren. Voorzitter, inwoners hebben geen behoefte aan nog een traject vol bijeenkomsten, klankbordgroepen, enquêtes. Inwoners willen invloed, zeggenschap. Ze willen de garantie dat hun stem telt en dit beleid biedt dat niet. En als FvD zeggen wij: democratie hoort niet te stoppen bij de verkiezingen. Geef inwoners het instrument waar ze wel echte invloed mee hebben, het lokale bindende referendum. Laat inwoners besluiten over grote dossiers zoals windturbines, azc's, gebiedsontwikkeling en ingrijpende plannen in hun leefomgeving. Participatie zonder macht is een wassen neus. En met dit beleid praten we weer over inwoners, maar niet met inwoners. En zeker niet door inwoners. Voorzitter, als deze raad participatie werkelijk serieus neemt, dan geeft hij inwoners niet nog een inspraakronde, maar een stem die telt. Dank u wel. De VOORZITTER: Dank u wel. Ik wil het woord geven aan mevrouw Hup, ChristenUnie-SGP.
Mevrouw HUP: Voorzitter, wij zijn blij dat de burgers kunnen gaan participeren op het participatiebeleid. We hopen dat daar nog veel nuttige toevoegingen uitkomen. Nauwe betrokkenheid van burgers bij de totstandkoming van het beleid moet bevorderd worden. Allerlei vormen van vroegtijdige participatie zijn daardoor goede instrumenten. Belanghebbenden en doelgroepen moeten wat onze fractie betreft in de beleidsvoorbeelden een duidelijke plaats krijgen. Een onmisbaar element hierbij is een uitvoerige en heldere informatievoorziening naar de betrokken burgers. Zij horen vooraf duidelijk te weten binnen welke kaders ze kunnen meedenken en waar hun rol eindigt en de verantwoordelijkheid van het gemeentebestuur begint. Voor onze partij is het een principieel punt dat de gemeentelijke overheid altijd de uiteindelijke integrale afweging maakt en de knopen doorhakt. Een belangrijke taak voor de gemeenteraad is bij de participatie het bewaken van de kwaliteit van het bestuurlijk proces. Als volksvertegenwoordiging moet de gemeenteraad erop toezien dat alle belangen worden meegewogen. Goede inspraakprocedures en gedegen burgerparticipatie hebben sterk de voorkeur boven adviserende referenda wat ons betreft.
Het valt ons wel op dat er geen enkele consequentie is voor het niet uitvoeren van participatie, zoals dit niet door de gemeente of niet door de initiatiefnemer gedaan wordt in het stuk. Het is ons ook niet heel erg duidelijk geworden of een initiatiefnemer nu ook zelf gebonden is aan alle punten in het hele participatiebeleid of niet. Maar we kunnen ervan uitgaan dat deze punten ook uit de Conceptverslag Sessiedebat Conceptparticipatiebeleid vaststellen en vrijgeven voor participatie 20 november 2025
4
participatie zullen komen. Daarmee hebben we toch nog even enkele vragen aan het college, voorzitter. Kan de portefeuillehouder misschien iets meer achtergrondinformatie geven of een initiatiefnemer en de gemeente beiden aan dit volledige beleid zijn gebonden? En zijn er consequenties als de participatie niet of op verkeerde wijze wordt uitgevoerd? Zo ja, wat zijn dan die consequenties? Wat dat betreft zijn we wel voldoende overtuigd nu dat dit participatiebeleid het doel zal behalen en zullen we dus ook instemmen met de vaststelling van dit conceptbeleid. Tot zover, voorzitter. De VOORZITTER: Dank u wel. Sociaal Rechts Haarlemmermeer. De heer Beusenberg junior. De heer BEUSENBERG: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, participatie is geen modewoord. Het is een democratisch recht en een bestuurlijke plicht. Maar wat we hier voor ons hebben liggen is opnieuw een stuk vol mooie intenties, zonder echte garanties op resultaat. Sociaal Rechts Haarlemmermeer staat voor duidelijke en betekenisvolle betrokkenheid van onze inwoners. Niet een vragenlijst hier, een klankbordgroep daar, maar echte invloed op besluiten die hun leefomgeving raken. Niet iedereen kan bij elke ontwikkeling tevreden worden gesteld. Natuurlijk niet. Maar dat mag nooit een excuus zijn om kritische geluiden te marginaliseren of inwoners slechts achteraf te informeren onder het mom van participatie.
Wat ons betreft moet het beleid steviger verankerd worden. Meer ruimte voor het burgerinitiatief, een versterkt uitdagingrecht en vooral een verplichting tot terugkoppeling op alle participatieprocessen want alleen dan voelen mensen zich serieus genomen. Wij roepen het college op om minder te praten over participatie en meer te doen aan participatieve, zo, dat is echt een heel mooi woord dat ik heb verzonnen, besluitvorming. Niet alleen luisteren, maar horen. Niet alleen betrekken, maar ook handelen. Dat is de Haarlemmermeerse bestuurscultuur waar wij voor staan. Dank u wel. De VOORZITTER: Dank u wel. Ik wil het woord geven aan mevrouw Hogervorst van Forza! Mevrouw HOGERVORST: Ja, dank u wel voorzitter. Allereerst ben ik het eens met het eerste gedeelte van het betoog van de heer Koning. Maar niet alleen de raad wordt voor het gevoel van Forza! buitenspel gezet. De raad heeft eerder gekozen voor scenario B, de kaderstellende en controlerende rol. Dat betekent dat de raad stuurt op een zorgvuldig participatieproces en dat inwoners op tijd en op de juiste momenten betrokken worden. Als ik nu kijk naar het proces dat voor ons ligt, dan zie ik een ander beeld ontstaan. De analysefase is uitgevoerd zonder brede inwonersbijeenkomsten. De gesprekken zijn alleen met vaste participatiepartners gevoerd.
Het conceptparticipatiebeleid is vervolgens al geschreven, voordat de inwoners mochten aansluiten. En pas in stap 5 komen de enquêtes en de inwonersbijeenkomsten. Voorzitter, dat betekent dat inwoners meedoen op het moment dat het concept eigenlijk al grotendeels af is. Het voelt dan een beetje alsof inwoners nog de topping mogen kiezen terwijl de taart zelf al klaar is. En op social media wordt gezegd, kom meedenken, uw stem telt. Maar in werkelijkheid mogen inwoners reageren op een stuk dat al staat. Voorzitter, Forza! heeft scenario B gesteund, omdat wij uitgingen van een zorgvuldig, open en tijdig participatieproces. Wij herkennen ons niet in de manier waarop dit nu is ingevuld. En daarom heb ik de volgende vragen aan de wethouder. Ziet de wethouder zelf ook dat de inwoners pas in stap 5 worden betrokken? En op het moment dat de koers in grote lijnen al vastligt. En vindt zij dat passen bij de bedoeling van scenario B? Kan de wethouder toelichten waarom er in stap 3, waar dat wel was voorzien, geen brede inwonersbijeenkomsten zijn georganiseerd, maar pas in stap 5? En erkent de wethouder dat de communicatie naar inwoners de indruk wekt dat zij mogen mee vormen, terwijl zij in werkelijkheid pas kunnen reageren? En is de wethouder bereid om die communicatie eerlijker en duidelijker te maken? Voorzitter, ik stel deze vragen niet om pessimistisch te zijn.
Forza! wil juist dat participatie lukt en dat inwoners zich serieus genomen voelen. Echte participatie begint aan de voorkant, niet aan het einde. En als inwoners het gevoel krijgen dat hun stem weinig invloed heeft, dan participeren ze op een andere manier. Bij de verkiezingen in maart. Voorzitter, wij zijn graag bereid om constructief mee te denken
Conceptverslag Sessiedebat Conceptparticipatiebeleid vaststellen en vrijgeven voor participatie 20 november 2025
5
over hoe dit proces alsnog verbeterd kan worden. Ik hoor graag de reactie van de wethouder en wil dit bespreken met de collega's in de tweede termijn. Dank u wel. De VOORZITTER: Dank u wel. Dan heb ik D66, mevrouw Van de Meeberg. Mevrouw VAN DE MEEBERG: Dank u wel, voorzitter. Ik kan me de vorige keer dat we het over dit stuk hadden nog goed herinneren. Dat was een vrij warrige sessie, omdat niet iedereen helemaal begreep waar het nou eigenlijk over ging. En daarom wil ik toch graag de complimenten geven aan de stellers van dit stuk, dat ze daar toch echt wel chocola van hebben gemaakt en wij herkennen heel veel van onze inbreng in het stuk dat nu voorligt. Dus daar zijn wij heel tevreden over. Bijvoorbeeld de terugkoppeling na het besluit. verschillende werkvormen. Het is gewoon een goede uitwerking van wat er allemaal is meegegeven. Wat ik mooi vind, om in de eerste termijn te horen, is toch best wel veel brede steun voor het indienen van het initiatiefvoorstel van het burgerberaad dat GroenLinks samen met D66 zal doen in de toekomst en zo te horen gaat dat er wel komen. Ik zie de VVD heel hard nee schudden. Leuk. Er is één ding dat wij missen, voorzitter, in dit voorstel en dat is representatie. Daar hebben we het in die sessie ook geprobeerd over te hebben. Toen werd ik nog beschuldigd van etnisch profileren door mijnheer De Ruiter. Dus ik ga het nu nog een keer inbrengen.
Hoe zorg je er nou voor? Oh, mijnheer De Ruiter wil reageren. De VOORZITTER: Ja en misschien snap ik het wel, want graag via de voorzitter en hou het alsjeblieft bij de partij. Mijnheer De Ruiter, u heeft het woord voor een reactie op de inbreng van mevrouw Van de Meeberg. De heer DE RUITER: Ja, dank u voorzitter. Ik heb mevrouw Van de Meeberg nergens van beschuldigd. Ik heb alleen geconstateerd dat zij aan de voorkant invloed wilde uitoefenen op het samenstellen van een groep die dan mocht participeren en dan met name op de samenstelling van die groep. En ja, dat zou je kunnen uitleggen als etnisch profileren en volgens mij wordt dat in dit land niet heel fijn ontvangen. De VOORZITTER: Dank u voor de toelichting. Mevrouw Van de Meeberg. Mevrouw VAN DE MEEBERG: Dank u wel, voorzitter. Daar heeft mijnheer De Ruiter gelijk in. Dat werd niet heel fijn ontvangen. Wat wij hebben gezegd de vorige keer is dat het, wat ons betreft, belangrijk is dat je niet alleen de usual suspects meekrijgt. We zien vaak dezelfde mensen aan dezelfde tafels en dat wordt ontzettend gewaardeerd, want dat zijn mensen die heel betrokken zijn bij de samenleving. Die hebben daar tijd voor, bijvoorbeeld omdat ze gepensioneerd zijn of omdat ze op een andere wijze heel veel tijd hebben om zich gelukkig te bemoeien met onze samenleving. Maar we willen natuurlijk graag alle inwoners betrekken bij participatie.
En soms moet je daar iets harder voor werken om buiten de usual suspects uit te komen. En inderdaad, dat betekent soms dat je ongelijk moet investeren om gelijkheid te krijgen. Ik vind het vergezocht om dat etnisch profileren te noemen, want dat heeft niks met afkomst te maken. Dat heeft te maken met dat je ervoor zorgt dat iedereen bereikt wordt bij de oproep tot participatie. En ik vraag me af, omdat het helemaal niet genoemd wordt in het stuk, of de wethouder daar een terugkoppeling op kan geven. En ik zou het er ook graag, misschien, over willen hebben in de tweede termijn. Mocht de terugkoppeling van de wethouder daar aanleiding toe geven. Tot zover. De VOORZITTER: Dank u wel. EEN Haarlemmermeer, de heer Spijker. De heer SPIJKER: Voorzitter, toen EEN Haarlemmermeer dit stuk las, dachten we even dat een fata morgana betrof richting een oase van participatie. Het concept klinkt perfect, maar de werkelijkheid is zo weerbarstig. Inwoners willen betrokken worden en vooral gehoord worden. Maar zoals blijkt uit de dorps- en wijkradenoverleg van 5 november jl., hoorden wij ook veel teleurstelling na intensieve Conceptverslag Sessiedebat Conceptparticipatiebeleid vaststellen en vrijgeven voor participatie 20 november 2025
6
participatierondes. Mensen voelen zich helaas niet gehoord. Dan het meepraten, meedenken, meebeslissen. Het is prachtig omschreven, maar we moeten echt wel blijven controleren of dit gebeurt en vooral op tijd en juist aan het begin van het project. En dan bij de Omgevingsvergunning en de wijziging van het Omgevingsplan is de initiatiefnemer verantwoordelijk om een participatieproces te starten met de omwonenden en alle belanghebbenden. De gemeente faciliteert, maar die zou eigenlijk een controlerende rol moeten hebben of alle betrokkenen ook hebben kunnen participeren. Wij zijn het er wel mee eens dat participatie betekenisvol moet zijn. Communiceer dit vooral vooraf en de resultaten achteraf aan de betrokkenen. EEN Haarlemmermeer is zeer positief over het Right to Challenge, het uitdaagrecht. Bij het uitdaagrecht kunnen bewoners, maatschappelijke organisaties, onder andere taken van de gemeenten, aansturen of overnemen als ze denken dat ze dat slimmer, beter, goedkoper of anders kunnen doen. Voorzitter, dan wordt er eindelijk eens keer geluisterd naar de mening en de kennis van de betrokkenen. Onze conclusie, dit beschreven concept van het participatiebeleid is een enorme stap vooruit in het meedenken- en meedoenproces. Maar laten we dit mooie concept eens heel snel uitrollen tot reële acties en duidelijke resultaten naar onze bewoners en ondernemers. Dank u wel.
De VOORZITTER: Dank u wel. Dan roep ik mevrouw Mees op van de VVD. Mevrouw MEES: Voorzitter, het fijne van dit participatieproces is dat we meerdere mogelijkheden krijgen om aan te geven wat we als VVD Haarlemmermeer nou belangrijk vinden. Dus daar maken we ook deze keer weer gebruik van. Participatie is belangrijk, daar zijn we helder over. Het zorgt voor betere plannen en voor meer draagvlak in de samenleving. Als VVD Haarlemmermeer vinden we dat inwoners betrokken moeten kunnen zijn bij besluiten die hen raken, maar wel op een manier die doelgericht, realistisch en uitvoerbaar is. Tegelijkertijd is participatie ook complex. Verwachtingen moeten goed worden gemanaged. Het is soms lastig om als gemeenteraad keuzes te maken die voor een deel van de participanten niet gewend is, maar dat is wel onze taak, het afwegen van belangen in het licht van het algemeen belang. We moeten bij participatie niet alleen oog hebben voor de actieve groepen, maar juist ook voor de stille meerderheid. Mensen die misschien niet vanzelfsprekend op een participatiebijeenkomst afkomen, maar wel geraakt worden door besluiten. Die groep moet niet worden vergeten. Dat vraagt om inspanning, variatie in werkvormen en oog voor representativiteit. Voorzitter, we vinden het belangrijk dat het conceptparticipatiebeleid duidelijker uitlegt welke wettelijke kaders gelden.
Participatie onder de Omgevingswet is in veel gevallen de verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer en dat kan ook de gemeente zelf zijn. Participatie onder de nieuwe Wet versterking participatie op decentraal niveau gaat juist over hoe wij als gemeente, inwoners en maatschappelijke partijen betrekken bij beleidsvorming op hele andere domeinen. Die twee sporen zijn niet precies hetzelfde. Ze vragen wellicht om andere rollen, andere verwachtingen en andere vormen. In het huidige conceptbeleid lopen deze kaders voor ons nog te veel door elkaar. En ons verzoek is dan ook dat het conceptbeleid helderheid geeft over de beide vormen, zodat iedereen weet waar hij of zij aan toe is. Dan willen we ook graag vastleggen dat bij participatievormen met veel invloed, zoals meebeslissen, de gemeenteraad vooraf betrokken moet zijn. De raad stelt immers de kaders vast en bepaalt of participatie in die mate wenselijk en verantwoord is. Die betrokkenheid kan niet pas achteraf plaatsvinden. Daarnaast vragen wij om in het conceptbeleid mee te nemen, standaard in elke nota waarin is geparticipeerd, een aparte paragraaf op te nemen. Wie is er betrokken? Waarover is gesproken? Wat was de toegezegde invloed qua participatie? Wat is er ingebracht en wat is daarmee gedaan? Alleen zo weet de raad of en wat er op het gebied van participatie is gebeurd en kan dat laten meewegen in de oordeelsvorming.
Terugkoppeling, dat hebben anderen ook al eerder gezegd, naar participanten is essentieel. Net als een eerlijke evaluatie van dit hele proces. We zijn ook positief over het voornemen om het participatiebeleid in 2028 te evalueren. Laten we dat dan ook echt doen, niet als formaliteit, maar om te leren en bij te sturen. Tot slot voorzitter, participatie moet realistisch en doelgericht zijn. Niet elk onderwerp vraagt om uitgebreide participatie en niet elk proces laat ruimte voor grote aanpassingen. Participatie moet passen bij de opgave. Het moet doordacht, doelgericht en Conceptverslag Sessiedebat Conceptparticipatiebeleid vaststellen en vrijgeven voor participatie 20 november 2025
7
uitvoerbaar zijn. En zo nemen we samen betere besluiten met oog voor betrokkenheid en verantwoordelijkheid. Wij zien participatie als een manier om plannen of beleid beter te maken. Door ideeën van inwoners mee te nemen ontstaat er vaak meer draagvlak en een sterker eindresultaat en als VVD Haarlemmermeer vinden we dat belangrijk en we denken graag mee over hoe dat goed te organiseren. Dank u wel. De VOORZITTER: Dank u wel. Volgens mij wil voor HAP mevrouw Elfers het woord. Mevrouw ELFERS: Ja, punt van orde, voorzitter. De woordvoerder achter mij gaf al een aantal keer aan dat hij zijn hand had opgestoken. Dus ik probeerde u te seinen dat Lid Sidali al een tijdje om uw aandacht vroeg. De VOORZITTER: Nee, de raad gaat over de orde van de vergadering en het Lid Sidali heeft de heer Sidali afgevaardigd. En dan geef ik straks als afsluiter het woord aan de HAP. Dus ik roep Lid Sidali, de heer Sidali op. De heer SIDALI: Dank u wel voorzitter. Voorzitter, ik zat nog even te denken of ik wel zal meedoen aan deze sessie of niet, maar er toch voor gekozen want we bevinden ons in stap 5 en het conceptparticipatiebeleid ter toetsing aan alle inwoners ondernemers en maatschappelijke organisaties leggen we nu dus voor aan hen. Nu geven inwoners hun input en daarin past ons als raad terughoudendheid. Dit is hun moment.
Maar goed, als dan toch gevraagd wordt om het een of ander mee te geven, dan doen we dat graag als Lid Sidali. Ten eerste, ik deel samen met het conceptparticipatiebeleid de overtuiging dat vertrouwen en samenwerking centraal staan. Ik geloof in de kracht van mensen en gemeenschappen waar respect, verantwoordelijkheid en naar elkaar omzien het uitgangspunt zijn. Het participatiebeleid zegt precies hetzelfde. We geloven dat het samen beter wordt en dat participatie aansluit bij de wil tot samenwerking, gelijkwaardigheid en openheid. Voorzitter, ten tweede zie ik ook dat betrokkenheid begint met luisteren. De gemeente moet benaderbaar en betrokken zijn en participanten actief en vroegtijdig betrekken. Informeren is geen participeren. We maken duidelijk waartoe we tot elkaar staan. Voorzitter, in stap 6, waar wij opnieuw aan bod komen, kunnen we als raad die inbreng goed benutten die nu door de inwoners wordt meegegeven. Dan zullen we het geactualiseerde participatiebeleid uiteindelijk vaststellen. Tot slot, voorzitter, deze nota is van het college. Het werk is gedaan. We kunnen het college vertrouwen dat het participatiebeleid voortbouwt op wat ons allen verbindt, dat samen beter is dan alleen. Dank u wel, voorzitter. De VOORZITTER: Dank u wel. Ik geef het woord aan mevrouw Elfers van HAP, wordt ook wel afgekort als Haarlemmermeerse Actieve Politiek.
Mevrouw ELFERS: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, op dit moment wordt er opvolging gegeven aan de uitkomst van ons debat in maart. Ik heb het al meerdere keren horen zeggen hier vanavond. Deze conceptnota is de uitkomst van de door ons gekozen en besloten route en die wordt dus mooi bewandeld. En omdat dat proces nu in volle gang is en de uitkomsten hiervan verwerkt gaan worden in het eindproduct, waar wij als raad dan weer met elkaar over in gesprek gaan, is wat ons betreft, dat we nu hierover praten, het doorkruisen van onze eigen gekozen route. En zoals het CDA al heeft aangegeven, liggen er in deze nota geen beslispunten voor aan de raad. Het college heeft besloten deze nota vrij te geven voor participatie, oftewel stap 5 uit te voeren. En dat is de route die wij als raad gekozen hebben. En daarom wil ik namens HAP graag van de gelegenheid gebruik maken om vanaf hier een oproep te doen aan inwoners, ondernemers en betrokkenen bij de vele organisaties die Haarlemmermeer rijk is om te komen naar de verschillende participatiebijeenkomsten die georganiseerd zijn om mee te denken, mee te praten en mee te beslissen. Op verschillende socialmediakanalen en op Conceptverslag Sessiedebat Conceptparticipatiebeleid vaststellen en vrijgeven voor participatie 20 november 2025
8
de website van de gemeente kunt u alle praktische informatie hierover vinden. HAP kijkt uit naar de uitwerking van die chocola, van het eindproduct, van wat daarvan gemaakt gaat worden en wij vertrouwen erop dat dat net zo'n helder stuk wordt als nu, waarvoor wij de ambtelijke organisatie danken. Tot zover. De VOORZITTER: Dank u wel. Ik constateer voor het verslag dat GEZOND Harmenmeer afwezig is in dit sessiedebat. In principe was het de bedoeling dat er vandaag alleen gereflecteerd kon worden op het conceptparticipatiebeleid. Ik heb toch een paar vragen gehoord. Als de portefeuillehouder daar behoefte aan heeft, om daar nog op te reageren, dan kan dat dan ook. Ik geef het woord aan de vertegenwoordiger van het college. Wethouder STEFFENS: Ja, dank u, voorzitter. En inderdaad had ik meer gerekend op vooral het begint met luisteren, maar het eindigt nu even met toch reageren. Ik ga proberen een aantal van uw, soms wat, nou niet zozeer technisch, maar meer heel ver inhoudelijke vragen te beantwoorden. En ik hoop dat dat naar tevredenheid is. Ik merk dat vanzelf in uw tweede termijn. Om te beginnen, mevrouw Hup van de ChristenUnie-SGP, oh, ik zie haar niet. Ze zit toch niet ergens… Oh, oké. Ik ga het toch vertellen, maar dan hoop ik dat ze het later kan terugluisteren.
Die gaf ook aan dat ze even wat duidelijkheid wilde over de situatie participeren vanuit de Omgevingswet en het participeren zoals we hier met elkaar afspreken. En wat ik eigenlijk daarover wil zeggen, want er zijn ook wel andere mensen die daar iets over gevraagd hebben, volgens mij was dat mijnheer Spijker, als gemeente kun je jezelf binden aan je eigen beleid. Dat is één. En in de Omgevingswet moet de initiatiefnemer een bepaalde route volgen. En wij zijn de organisatie die dan moet stimuleren dat dit ook gebeurt vanuit de Omgevingswet. Dus het zijn verschillende paden en ook verschillende verantwoordelijkheden. En ik zie dat mijnheer Spijker een vraag heeft. De VOORZITTER: Mijnheer Spijker, korte vraag. De heer SPIJKER: Heel kort. Dank u wel, voorzitter. Mijn vraag: heeft straks het college er ook werkelijk controle op of het participatieproces goed loopt? Er was ooit eens een beroemde straat in Hoofddorp, waar vroeger een zwembad was. Aan de ene kant werd die platgegooid en is een flatgebouw opgekomen. De mensen aan de achterkant hebben geparticipeerd en de mensen aan de overkant niet. Dus ja, dan is het een eenzijdige participatie. Gaat u dat beter controleren? De VOORZITTER: De portefeuillehouder. Wethouder STEFFENS: Dank u, voorzitter. Letterlijk eenzijdig in het voorbeeld dat u noemt, voor of achter.
Ik weet alleen dat dit proces is gelopen toen de Omgevingswet nog niet was ingesteld. Dus ik mag ervan uitgaan dat dat op die manier niet meer kan gebeuren, mijnheer Spijker. Dan heb ik een aantal van uw raadsleden gehoord over het burgerberaad en dat het toegevoegd zou moeten worden. Ik denk dat terecht door een van u ook gezegd is als straks het definitieve voorstel voorligt kunt u zien of het erin staat of niet. Hebben inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties zich daarover uitgesproken? En anders verwacht ik dat u ook inderdaad een amendement daarover kunt maken. En dan kunnen we zien wat daar de uitkomst van is. Dat lijkt me het juiste proces. Wat ik mooi vond om te horen en het was mevrouw Gumbert die zei, en u maakt het mooi de analogie met dienstverlening, dat een satéprikker is. En dat is helemaal waar en dat mag participatie ook zijn, dat mag u ook verwachten. Dat is ook de reden dat we echt moeten investeren in het zorgen dat participatie binnen deze organisatie zodanig in het DNA zit, dat niet mensen kijken naar andere mensen en denken, maar jij was toch van de participatie. Het geldt voor iedereen die hier werkt, dat als we dit beleid vaststellen met elkaar, dat ze daaraan gecommitteerd zijn en dat ze vanuit de rol die ze hebben binnen de organisatie participatie gaan vormgeven. Voorzitter, representativiteit.
Daar is ook iets over gezegd en dat was een vraag. Verschillende mensen hebben daar iets over gezegd, maar wat eigenlijk de hamvraag is volgens mij, is Conceptverslag Sessiedebat Conceptparticipatiebeleid vaststellen en vrijgeven voor participatie 20 november 2025
9
wordt dat nu straks geborgd? Ja, u mag van mij verwachten dat in het definitieve voorstel helder komt te staan hoe we met elkaar borgen, hoe het college borgt, dat de afspraak die de raad graag wil, namelijk dat we ook de zachte stemmen horen, dat we kijken hoe we dat het beste kunnen organiseren. Het is geen garantie voor succes, want zoals een aantal van u ook zegt, mensen komen ofwel wel meedoen aan het gesprek of ze kiezen ervoor om dat niet te doen. En we kunnen mensen er niet met de haren bij trekken. Wat we wel doen is vaak op verschillende manieren mogelijkheid bieden om je stem te laten horen. Digitaal, ofwel in een avond waar je met elkaar het gesprek aangaat, waar het net wordt opgehaald. We moeten zeker oog hebben voor die zachte stemmen. Als het aan mij ligt, komt dat er ook helder in te staan. Even kijken wat ik nog over had. Ja, voorzitter Forza!, mevrouw Hogervorst. Ik ga eventjes het antwoord erbij pakken, want u heeft meerdere vragen aan mij gesteld en ik heb geprobeerd om ze een beetje bij te houden. Maar dat was niet altijd even makkelijk. Dus ik ga kijken of ik hiermee uw vragen kan beantwoorden. Allereerst had u het en dat snapte ik niet zo goed, over dat de raad een hele andere rol had gekozen. Dit was toch niet de invulling van scenario B.
We hebben meerdere keren het stappenplan met u doorgesproken, op veel momenten, ook nog in een informatieve bijeenkomst. En naar de mening van het college vullen wij in wat u ons heeft meegegeven vanuit uw kaderstellende rol. Maar u vroeg ook of ikzelf inzie dat inwoners pas worden betrokken bij stap 5 en niet eerder voorafgaand bij stap 3. Dit is het proces dat we met elkaar hebben besproken. Dus ik ben dat niet met u eens. We hebben ook aangegeven dat daar allerlei participanten in meedoen. En of je nou onderdeel bent van de participatieraad, de Jongerengemeenteraad, het Haarlemmermeers Ondernemers Platform, je bent natuurlijk ook gewoon een inwoner van onze gemeente. Dus even los van de mensen die in een bepaalde functie of rol zijn gevraagd om in die derde stap hun mening te geven, dorps- en wijkraad, ik kan er nog meer op noemen. Daarnaast hebben zij nu allemaal die gelegenheid. De VOORZITTER: Ik zie dat mevrouw Hogervorst behoefte heeft om een vraag te stellen op: worden we niet op de juiste tijd in het proces betrokken? Mevrouw HOGERVORST: Ja, dank u voorzitter. In het voorgestelde beleid staat namelijk dat bij stap 3 inwoners door brede inwoners bijeenkomsten betrokken worden. En op dit moment gebeurt dat pas bij stap 5. Dus er zit wel degelijk een verschil in het voorgestelde beleid waarvoor we gestemd hebben en wat er nu is gebeurd.
Ziet u dat verschil ook? En wat gaat u eraan doen om dat nog een beetje bij te trekken? Wethouder STEFFENS: Ja, voorzitter, ik kan niet terug in de tijd. Dank u wel. Ik kan natuurlijk niet terug in de tijd. Dus we zijn nu op het moment waar we zijn en we verschillen van mening over of gedaan is wat we hebben afgesproken. Ik kan alleen maar het stappenplan erbij pakken en daarmee ook de ingevulde groepen die op welk moment aan de beurt zijn voor u herhalen. Dus we verschillen van inzicht. Wat ik wel hoop, voorzitter, is als we straks met het definitieve voorstel naar de gemeenteraad toekomen, dat u dan in elk geval al die stemmen, luid of zacht, van welke organisatie dan ook, van inwoners, van ondernemers en van maatschappelijke instellingen, terugvindt en daarmee hopelijk met het college dan van mening bent dat het juiste antwoord voorligt. En dat is dan het definitieve raadsvoorstel dat u voorgelegd krijgt over participatie voor inwoners en ondernemers en organisaties in Haarlemmermeer. Dank u voorzitter. De VOORZITTER: Dank u wel. Dat was de behandeling in eerste termijn. Tenzij mevrouw Koolmoes van Lid Koolmoes hier toch nog een vraag over de reactie van het college wil stellen. Mevrouw KOOLMOES: Ik geloof dat het college het al oppakt. Het gaat om puntje 8 in de bijlage op pagina 19, evalueren en terugkoppelen.
Conceptverslag Sessiedebat Conceptparticipatiebeleid vaststellen en vrijgeven voor participatie 20 november 2025
10
De VOORZITTER: Mevrouw Steffens. Wethouder STEFFENS: Dank u, voorzitter. Puntje 8. Dat was het enige wat ik er niet bij had geschreven, maar ik kan heel goed volgen wat u zegt over het feit dat er eigenlijk twee dingen benoemd zijn in één actie. Dus ik hoop dat uw collega's daar misschien in hun tweede termijn even iets over zeggen. Als meer mensen met u vinden dat we dat beter kunnen knippen, is dat geen enkel probleem, want uw motivatie kan ik volgen. Dank u. De VOORZITTER: Ik wil nog zeggen dat in afwezigheid van mevrouw Hup antwoord is gegeven op haar vraag. Dat ging over twee soorten initiatiefnemers, de initiatiefnemer en de gemeente. Dat komt uit verschillend wettelijk kader. Maar u vroeg ook welke consequentie het heeft als er niet geparticipeerd is. Wethouder STEFFENS: En daar had ik een hulplijn voor bij gezocht, voorzitter. Even kijken of ik die kan vinden. Nee, ik zie het er nu even niet bij staan, maar anders zorg ik dat u dat antwoord nog even krijgt. De VOORZITTER: Dan zie ik dat de heer Koning van het CDA nog wil reageren op de reactie. De heer KONING: Ja, ik heb namelijk de vraag gesteld hoe het zit met het budget. We weten allemaal dat de organisatie al overbelast is. We gaan participatiebeleid intensiveren. Nou, dat kost menskracht.
Ik zie ook een hele hoop extra taken, die ik ook genoemd heb, de communicatie- en participatieplannen, terugkoppeling en uitleg wat met de participatie is gebeurd. Medewerkers moeten veel meer afstemmen met elkaar. Nou, dat kost ook tijd. En wat mijnheer Spijker aanroerde, die initiatiefnemers ingevolge de Omgevingswet, daar moeten wij toetsen of die wel op de juiste manier participeren. Dus ja, ik ben bang dat we direct het beleid vaststellen en dat de rekening bij de voorjaarsrapportage komt. Maar dat kan ik eigenlijk niet geloven. Dus ik verwacht nu eigenlijk toch een soort duiding van ja, wij denken toch zoveel extra mensen nodig te hebben. Wethouder STEFFENS: In de laatste zin… De VOORZITTER: Ik geef het woord aan mevrouw Steffens. Wethouder STEFFENS: Dank u. In de laatste zin stelt u ook echt de vraag. Want ik had het u alleen horen constateren: we krijgen toch niet de rekening bij de voorjaarsrapportage. Ik heb dat niet direct als vraag opgevat. Wat ik u zo even uit het blote hoofd kan zeggen is dat er natuurlijk binnen projecten heel vaak middelen beschikbaar zijn om te laten participeren. Die zijn er nu ook. Die zijn, ja dat zeg ik op projectniveau, soms bij wat grotere ontwikkelingen. Bij de gebiedsontwikkelingen gebeurt dat ook. Daar is dat gewoon onderdeel van de middelen die wij inzetten.
Als u zorgen heeft over dat er ineens veel meer geld nodig is, kan ik u in elk geval toezeggen, want ik kan dat nu niet inschatten, dat als het in het raadsvoorstel bij u terugkomt, dat ik daar in ieder geval duidelijk zal maken of de verwachting is dat hier extra middelen mee gemoeid zijn. De heer KONING: Nou, dat is prima. Wethouder STEFFENS: En voorzitter, mag ik nog even op mevrouw Hup reageren, wat u net herhaalde? De VOORZITTER: Zullen we dat dan eerst doen? U heeft inmiddels gevonden wat het antwoord is. Ik geef u weer het woord.
Conceptverslag Sessiedebat Conceptparticipatiebeleid vaststellen en vrijgeven voor participatie 20 november 2025
11
Wethouder STEFFENS: Dank u, voorzitter. Nee, ik had mijn zin toen in het antwoord dat ik al heb gegeven moeten beginnen met: is er geen consequentie? Nee. En dan de rest van het antwoord, namelijk het één gebeurt vanuit stimulering, vanuit de Omgevingswet. En het andere is dat wij ons alleen zelf kunnen binden aan het beleid dat we met elkaar afspreken. De VOORZITTER: Dan heb ik mevrouw Hogervorst waarschijnlijk met een reactie over het stappenplan. Mevrouw HOGERVORST: Dat klopt helemaal, voorzitter. In het raadsvoorstel dat op 10 december 2024 naar de raad is gekomen en dat wij in februari hebben besproken, staat onder punt 3 toetsing van de analyse bij doelgroepen. En doelgroepen, dat zijn niet alleen onze participatiepartners, dat zijn ook ondernemers, inwoners en dat stond bij punt 3 en dat is dus niet gebeurd. Dat komt pas bij punt 5. Dus dan doen we dus iets anders dan wat er in het raadsvoorstel staat. De VOORZITTER: Mevrouw Steffens. Wethouder STEFFENS: Dat is een conclusie van mevrouw Hogervorst die ik niet deel, maar ik heb dat plaatje niet voor mijn neus. Dus ik kan niet even stap drie of stap vijf erbij pakken, voorzitter. Ik zal dat later even navragen. Is dat goed? De VOORZITTER: Ik hoor een duidelijke toezegging. Volgens mij zijn alle vragen en opmerkingen uit de eerste termijn door het college beantwoord daarmee. Dan gaan we naar de tweede termijn.
Mevrouw Koolmoes van Lid Koolmoes wil een punt inbrengen voor de tweede termijn. Welk mag dat zijn? Oh, wacht even, sorry. Excuus, welk mag het zijn? En dan wil ik even ophalen welke andere onderwerpen we nog hebben. Mevrouw KOOLMOES: Voorzitter, het gaat om wat de wethouder net aangaf, dat ik met mijn collega's het heb over terugkoppelen en evaluatie, of dat aparte afspraken moeten worden. De VOORZITTER: Mijnheer de Ruiter van BVNL. De heer DE RUITER: Ja, voorzitter, dank u. Dat betreft een onderwerp voor de tweede termijn als u me toestaat. Mijn voorstel zou zijn om het toch nog even, het is door verschillende partijen genoemd, over referenda te hebben en ik zou dan graag de meningen willen ophalen van de verschillende partijen, hoe wenselijk of onwenselijk zij dat vinden. De VOORZITTER: Helder. Mevrouw Gumbert, GroenLinks. Mevrouw GUMBERT: Ja, ik weet niet meer precies wie het was die het in de eerste termijn opbracht, maar het lijkt mij ook wel interessant om het inderdaad te hebben over het volgende. Participatie is straks in ieder geval onder een Omgevingswet verplicht en wij kunnen afspraken maken met elkaar dat wij dat ook altijd gaan doen. Maar stel dat het niet gebeurd is, wat gebeurt er dan? Kunnen we dan bijvoorbeeld een plan niet bespreken of er niet over stemmen of zo? Het lijkt me interessant om het daar over te hebben.
De VOORZITTER: Ja, dan heb ik D66, het bereiken van verschillende groepen inwoners. Klopt het dat u die wil inbrengen? Mevrouw VAN DE MEEBERG: Nee, voorzitter. Ik heb een toezegging van de wethouder gekregen. De VOORZITTER: Oké. Heb ik dan andere punten wel opgeschreven, mevrouw Hogervorst van Forza! Conceptverslag Sessiedebat Conceptparticipatiebeleid vaststellen en vrijgeven voor participatie 20 november 2025
12
Mevrouw HOGERVORST: Ja, ik zou graag het graag met de collega's willen hebben over het feit of zij het met mij eens zijn dat er een heldere communicatie naar inwoners moet over hoeveel ruimte er nog is om mee te denken. En dat we bij stap 6 een duidelijke verantwoording krijgen over de opbrengsten die in stap 5 dan zijn gedaan. De VOORZITTER: Goed, dan heb ik nu, u mag uw microfoon sluiten, dan heb ik nu vijf onderwerpen op mijn briefje staan. Ik geef eerst het woord aan mevrouw Koolmoes van Lid Koolmoes over het terugkoppelen en de evaluatie lostrekken. Mevrouw KOOLMOES: Voorzitter, dank u wel. Ik ga het heel kort houden. Ik ga mijn collega's vragen om hierop te reageren. Ik zal de paginanummers nog een keertje opnoemen. In het raadsvoorstel is het op pagina 3 en in de bijlage op pagina 19. Daar staan bullets en bullet 8, noem ik het maar even, dus tel even de stipjes, staat met de terugkoppeling en de evaluatie, we koppelen terug en leggen uit wat er met de opbrengst is gedaan. Daarnaast evalueren we het participatieproces. En ik zou heel graag willen dat het twee bullets worden. Dus dat het wat duidelijker is dat er twee afspraken zijn en niet onder één bullet. Omdat ik bang ben dat eentje misschien dan heel makkelijk opzij wordt gelegd. De VOORZITTER: Helder. Mevrouw Elfers. Mevrouw ELFERS: Dank u wel.
Niet vanuit de angst dat iets opzij wordt gelegd, maar wel vanuit duidelijkheid en leesbaarheid en gewoon duidelijke punten zijn wij voor de knip in bullet 8. Dus dan worden het er tien. De VOORZITTER: Mevrouw Kamsteeg. Mevrouw KAMSTEEG: Ja, dank u wel. Nou, ik kan me helemaal vinden in het voorstel van Lid Koolmoes, want evalueren en terugkoppelen zijn twee verschillende dingen. De VOORZITTER: Mijnheer Beusenberg junior. De heer BEUSENBERG: We zien het amendement tegemoet. De VOORZITTER: Nou, dat hoeft niet. De bijzondere situatie is dat er een conceptparticipatiebeleid ligt dat voorligt aan de inwoners. Die mogen vrij reageren. Dat geldt ook voor de raad. U kunt het dus meegeven. En als we het hiermee eens zijn, dan wordt het ongetwijfeld opgenomen in de definitieve versie. Dus wat dat betreft een bijzondere uitkomst straks. Ik geef het woord aan mevrouw Gumbert van GroenLinks. Mevrouw GUMBERT: Dank u wel voorzitter. Wij zijn het ook helemaal eens met het voorstel. Onder andere ook omdat de terugkoppeling voornamelijk gericht is op de participanten, de inwoners. Hoewel het natuurlijk voor de raad ook prettig is om te weten, om die terugkoppeling mee te krijgen. Terwijl die evaluatie, lijkt me, voornamelijk is gericht op de organisatie en ook de raad. Want zij moeten weten hoe ze in een volgende situatie ook weer zullen reageren. Dus heel verstandig om die te knippen.
En volgens onze telling komen we dan nog negen bullets. De VOORZITTER: Ik denk dat het aantal bullets niet helemaal de kern is, maar ik geef het woord gauw aan mevrouw Hogervorst van Forza!
Conceptverslag Sessiedebat Conceptparticipatiebeleid vaststellen en vrijgeven voor participatie 20 november 2025
13
Mevrouw HOGERVORST: Ja, voorzitter. Wij kunnen ons ook helemaal vinden in het punt van mevrouw Koolmoes. De VOORZITTER: Volgens mij zijn we dan al bijna toe aan een afronding van dit onderwerp. Mevrouw KOOLMOES: Ja, dat was een hele snelle ronde, voorzitter. Ik ben niet altijd zo langdradig. Overigens is het mevrouw Koolmoes van Lid Koolmoes. Even voor de duidelijkheid. De VOORZITTER: Zei ik dat anders? Nou, ik weet het niet. Mijnheer De Ruiter, BVNL, u wilt graag het onderwerp referenda inbrengen. De heer DE RUITER: Ja, dank u, voorzitter. Voorzitter, we kennen in deze gemeente een Referendumverordening. Daarin staan duidelijke regels en eisen over hoe inwoners een raadgevend referendum kunnen bewerkstelligen. BVNL vindt dat de regels hiervoor laagdrempeliger zouden moeten worden, zodat het eenvoudiger kan worden aangevraagd. Dit betreft, zoals ik al zei, een raadgevende stemming. Met de uitkomst daarvan hoeft de raad en/of het college niets te doen. Daarmee is het voor onze stad grotendeels een fopmiddel. Wij zijn daarom ook voorstander van een bindend referendum, waarmee bewoners echt onwenselijk beleid kunnen bijsturen of hopelijk zelfs voorkomen. En BVNL is benieuwd, eigenlijk nog voordat we met dit concept naar de inwoners gaan, hoe de andere partijen in de raad hierin staan en of ze hiervoor of tegen zijn en met welke motivaties. Dus daarop graag reactie vanuit de zaal.
Dank u. De VOORZITTER: Ja, ik zie mevrouw Gumbert van GroenLinks het eerst opstaan, maar de heer Koning wint de race naar de microfoon. En daarom geef ik het woord eerst aan de heer Koning. De heer KONING: Ja, die verordening die is door jouw rechtsvoorganger indertijd opgesteld. Dat was toen de fractie van Forza! En ik kan me nog goed herinneren dat het CDA toen tegenstemde en zei: we hopen dat die verordening in een bureaula verdwijnt en er nooit meer uitkomt. En dat is ook zo gebeurd. En om dat dan nog te verbreden naar een correctief referendum, daar voelen we dus helemaal niks voor. De VOORZITTER: Mevrouw Gumbert, GroenLinks. Mevrouw GUMBERT: Dank u wel, voorzitter. Het is dus allemaal de schuld van het CDA, als ik het goed begrijp. Een adviserend, raadgevend referendum, daar zijn wij geen voorstander van. Want dat is inderdaad een fopmiddel en geeft de illusie van invloed waar gemakkelijk, zoals ook landelijk ook is gebleken, niets mee gedaan kan worden. Een bindend correctief referendum zou in ieder geval, wat mij betreft, maar ik denk dat er ook binnen onze eigen fractie nog discussie over zou zijn, zou wel een soort noodrem kunnen zijn. Daar moeten dan wel heel erg strikte voorwaarden zijn voor wanneer die noodrem ingezet kan worden.
Een referendum is niet geschikt voor het bijsturen van beleid, omdat het alleen maar een binair, een zwart-wit, een ja-nee-antwoord kan zijn en daar kan je dus geen nuances in verwoorden. De VOORZITTER: Forum voor Democratie, mevrouw Antolini. Mevrouw ANTOLINI: Dank u, voorzitter. Wij zijn natuurlijk helemaal voor een bindend referendum. Geef de mensen een tool om echt iets te zeggen over een bepaald project of plan. Ik ben ook blij om te horen dat GroenLinks er wellicht open voorstaat, dus dat is mooi. De VOORZITTER: Mijnheer Beusenberg junior, SRH. Conceptverslag Sessiedebat Conceptparticipatiebeleid vaststellen en vrijgeven voor participatie 20 november 2025
14
De heer BEUSENBERG: Ja, dank u wel, voorzitter. Nou, dan zouden we het over de voorwaarden moeten gaan hebben, maar ik zie ook graag het initiatiefvoorstel van BVNL dan tegemoet. De VOORZITTER: Mevrouw Elfers van HAP. Mevrouw ELFERS: Dank u wel, voorzitter. Ja, eigenlijk net als hetzelfde met het burgerberaad. Laten we even afwachten wat de inwoner hiervan vindt en als de inwoner daar wat van vindt, dan kunnen we er daarna met elkaar over in gesprek. De VOORZITTER: Mevrouw Gumbert in reactie op Forum voor Democratie. Mevrouw GUMBERT: Dank u wel, voorzitter. Ja, het is natuurlijk wel, zoals wij het zien, de bedoeling dat door hele goede participatie inwoners zoveel invloed hebben en zo goed weten wat er met hun inbreng wordt gedaan, dat een correctief referendum binnen het correctief referendum helemaal niet nodig zal zijn, omdat de inwoners hun stem al terug zien komen in het beleid. De VOORZITTER: Mevrouw Koolmoes, lid Koolmoes. Mevrouw KOOLMOES: Ja, voorzitter, ik wilde eerst niet opstaan, want we hebben een aantal jaar geleden, in 2022, een heel referendumdebat hier gehouden, een aantal keer zelfs. Ik zit geloof ik ook nog steeds in de Referendumcommissie, als ik het goed zeg, als ik als Lid Koolmoes daar tenminste nog in zit, want er is nog nooit een initiatief naar de raad toegekomen. Laten we dat niet vergeten.
Raadplegend of raadgevend? Correctief of niet? Bindend is het nooit, totdat wij het mandaat hebben gegeven, dat het bindend is of zou zijn. Daarmee blijft het voor mij gewoon een wassen neus, net als het burgerberaad. Ik wil graag wel, in de tweede termijn, ik hoop dat mevrouw Gumbert ook het burgerberaad nog even naar voren brengt, daar ook nog wel wat over zeggen. Dus voor mij, mijnheer De Ruiter, is het een nee, niet nodig. We hebben een Referendumverordening en die is best wel strak eigenlijk. De VOORZITTER: Dank u wel. Ik zie geen verdere reacties. Dan mag u het punt afsluiten. De heer DE RUITER: Ja voorzitter, dan wil ik toch eerst nog wel even proberen kort te reageren op alle bijdragen. Mijnheer Koning, via u voorzitter, die zou ik toch wel willen vragen om de orde van deze raad te volgen en het is zeker niet jouw rechtsvoorganger die deze verordening heeft geschreven. Het is Paul Meijer geweest die dit ooit in deze raad aan de orde heeft gesteld en het met hand en tand heeft verdedigd. Dat klopt maar of hij mijn rechtsvoorganger was, daar kunnen we het dan op een later moment nog wel over hebben. Ik ben blij ook, iemand anders zei dat volgens mij mevrouw Antolini dat de fractie van GroenLinks toch in ieder geval niet direct nee zegt, maar openstaat voor voorstellen. Ik hoor van Lid Koolmoes dat we een prima verordening hebben waar nog nooit gebruik van is gemaakt.
Dus hoe prima is die dan? Mensen kunnen er niet bij. De regels en daar heb ik nu juist voor gepleit, moeten daarvoor toegankelijker worden zodat mensen daar gemakkelijker gebruik van kunnen maken. En het is een raadgevend referendum. Wat bent u bang voor? Waar bent u bang voor? U kunt de uitkomst gewoon naast u neerleggen. De VOORZITTER: Helder. Wilt u toch nog reageren op de samenvatting? Mevrouw KOOLMOES: Ja, wat denkt u dan, mijnheer de voorzitter? Ik kan me toch niet als een angsthaas laten wegzetten hier. Mijnheer de Ruiter, ik ben zeker niet bang voor inwoners. Heerlijk. Democratie is alles, is het hoogste goed. Maar het is niet zo dat ze niet komen omdat wij het moeilijk Conceptverslag Sessiedebat Conceptparticipatiebeleid vaststellen en vrijgeven voor participatie 20 november 2025
15
hebben gemaakt. Het is zo dat ook daarvoor al nooit iemand kwam. We hebben ook andere initiatieven, andere instrumenten. Er is gewoon nooit iemand naar voren gekomen. Ik denk ook dat op het moment dat het wel gebeurt, dat we alles weer kunnen gaan bekijken. Misschien kunnen we dan wel met een burgerberaad of iets. Noem mij ten eerste eens een onderwerp waar het over zou kunnen gaan. En ten tweede, geef mij inwoners maar hier, laat die hier maar komen die dit willen. Ze zijn hier nooit aan de deur geweest. Echt niet. De VOORZITTER: Mijnheer De Ruiter, BVNL. De heer DE RUITER: Nou ja, dat ze niet aan de deur zijn geweest, daar kunnen we natuurlijk over van mening verschillen. Maar het heeft weinig zin om hier ja en nee te gaan spelen. Ik denk zeker dat er onderwerpen zijn, nou ja, bijvoorbeeld die energietransitie, waar we zojuist eerder over hebben gesproken en of dat we daar nou meer of minder geld aan moeten gaan besteden, waar heel veel inwoners wel zeer zeker een duidelijke, uitgesproken mening over hebben. Dus dat zou bijvoorbeeld een onderwerp kunnen zijn. En dan tot slot hoorde ik ook Lid Koolmoes nog en ook andere fracties over een burgerberaad.