CConstaterende datHaarlemmermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

2022.0002600 rv Noodfonds Haarlemmermeer - Verruiming draagkrachtpercentage minimaregelingen 2023.pdf

Raadsplein: Agenda en raadsstukken 22 december 2022, gemeente HaarlemmermeerBij agendapunt: RV Verruiming draagkrachtpercentage minimaregelingen 202310.020 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

raadsvoorstel onderwerp

Portefeuillehouder Steller Collegevergadering

Noodfonds Haarlemmermeer: Verruiming draagkrachtpercentage minimaregelingen 2023 Charif El Idrissi, MSc Rob Kouwenhoven 13 december 2022

Raadsvergadering Raadsvoorstelnummer

2022.0002600

1. Voorstel Collegebesluit(en)

Het college heeft besloten om onder voorbehoud van goedkeuring door de raad: 1. het draagkrachtpercentage voor het 'kindpakket' genoemd in de artikelen 9 tot en met 13 van de Beleidsregels minimabeleid gemeente Haarlemmermeer met ingang van 1 januari 2023 gedurende een periode van één jaar te wijzigen van 120% naar 130% van het wettelijk sociaal minimum (inclusief vakantiegeld); 2. de beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Haarlemmermeer 2023 en de beleidsregels minimabeleid gemeente Haarlemmermeer 2023 vast te stellen; 3. als doelgroep voor het recht op de energietoeslag in 2023 vast te stellen inwoners met een inkomen dat minder bedraagt dan 130% van het wettelijk sociaal minimum (inclusief vakantietoeslag). Het college besluit de raad voor te stellen om: 1. incidenteel voor 2023 een budget van € 185.500 beschikbaar te stellen voor de extra uitgaven bijzondere bijstand als gevolg van de verhoging van het draagkrachtpercentage naar 130% van het wettelijk sociaal minimum (inclusief vakantiegeld) voor het 'kindpakket'. Dit te verwerken in de Voorjaarsrapportage 2023; 2. incidenteel voor 2023 een bedrag van € 1.550.000 ter beschikking te stellen voor het uitbreiden van de doelgroep welke in aanmerking komt voor de energietoeslag naar 130% van het wettelijk sociaal minimum. Dit te verwerken in de Voorjaarsrapportage 2023. 2.

Samenvatting

Inwoners zijn dit jaar geconfronteerd met een verhoging van de energieprijzen, maar ook de kosten van de dagelijkse boodschappen zijn gestegen. Door de stijgende kosten van levensonderhoud is de urgentie groot om op korte termijn iets te doen voor inwoners met een laag inkomen die moeite hebben om te kunnen rondkomen. Dit treft niet alleen de inwoners met een minimum inkomen maar ook de groep inwoners met een inkomen net boven het wettelijk sociaal minimum (wsm). Door de stijging van alle kosten is een grotere groep inwoners niet in staat om hun kinderen te laten deelnemen aan sociaal-, culturele- en/of sportactiviteiten. Dit is niet wenselijk. Er bestaat

Noodfonds Haarlemmermeer: Verruiming draagkrachtpercentage minimaregelingen 2023

pagina 2

binnen onze gemeente een tegemoetkoming voor deze kosten, het zogenaamde 'kindpakket'. Deze tegemoetkoming is bedoelde voor ouders met een inkomen tot 120% van het wsm. Wij willen deze inkomensgrens tijdelijk verhogen van 120% naar 130% van het wsm in 2023. Hierdoor komen meer kinderen in aanmerking voor een tegemoetkoming, waardoor zij volwaardig kunnen blijven deelnemen aan de maatschappij. Dit is één van de maatregelen om inwoners met een laag inkomen in onze gemeente het komende jaar te compenseren voor de stijgende kosten van levensonderhoud. Daarnaast willen wij de doelgroep die in aanmerking komt voor de energietoeslag uitbreiden met de inwoners welke beschikken over een inkomen tot 130% van het wsm (inclusief vakantietoeslag). Bij de verstrekking van de energietoeslag in 2022 bedroeg de inkomensgrens 120% (inclusief vakantietoeslag). Wij kiezen specifiek voor deze doelgroep omdat ook inwoners met een inkomen net boven 120% van het wsm geconfronteerd worden met hogere kosten. Hiermee bereiken we de inwoners met een laag inkomen uit arbeid of zelfstandigheid, de zogenaamde werkende armen. De energietoeslag is bedoeld om de stijgende energiekosten (deels) te kunnen compenseren. In het eerste kwartaal van 2023 komen wij met een voorstel en beleidsregels voor de verstrekking van de eenmalige uitkering voor de energielasten in 2023.

In dit voorstel wordt de eenmalige verhoging van de inkomensgrens van 120% naar 130% meegenomen. Op dit moment wordt door het kabinet nog gewerkt aan de Wet energietoeslag 2023 welke het mogelijk maakt om ook in 2023 de toeslag te kunnen verstrekken. Om een goede afweging te kunnen maken, is het voor ons belangrijk om inzicht te hebben in deze wet. Wij verwachten dat de contouren van deze wet begin 2023 duidelijk zijn. Daarom komen wij begin 2023 met een voorstel. Bij de uitwerking van dit voorstel hebben wij hetgeen naar voren is gebracht tijdens de raadssessie van 3 november 2022 over het instellen van een noodfonds meegenomen. In de brief 'Informatie over Aanpak energiearmoede in Haarlemmermeer' van 9 december 2022 staat vermeld welke maatregelen het Rijk getroffen heeft om energiearmoede tegen te gaan. Dit voorstel betreft maatregelen bovenop de maatregelen vanuit het Rijk. Daarnaast heeft de portefeuillehouder Sport tijdens de Begrotingsraad toegezegd te inventariseren of verenigingen als gevolg van de gestegen energiekosten nog wel aan hun betalingsverplichting kunnen voldoen. 3.

Uitwerking

3.1 Wat willen we bereiken? Het is van groot belang dat kinderen zich kunnen ontwikkelen en mee kunnen doen in de samenleving, ook wanneer zij opgroeien in een huishouden met een laag inkomen of te maken hebben met problematische schulden. Binnen onze gemeente is daarom het 'kindpakket' in het leven geroepen. Vanuit het 'kindpakket' kunnen onder andere tegemoetkomingen voor muziekles of het lidmaatschap van een sportclub worden vergoed. Wij hanteren momenteel als inkomensgrens 120% van het wettelijk sociaal minimum (inclusief vakantiegeld). Bij een inkomen net daarboven wordt aan de hand van een draagkrachtberekening 35% van het meerdere inkomen op de tegemoetkoming in mindering gebracht. Met deze draagkrachtberekening willen wij armoedeval voorkomen. Voor de kindregelingen geldt dat huishoudens met een hoger inkomen, maar die door schulden toch weinig te besteden hebben ook in aanmerking komen voor het 'kindpakket'. Hiermee willen wij voorkomen dat kinderen de dupe willen worden van de schulden van de ouders. Deze inkomensgrens gaan wij verhogen naar 130% van het wsm (inclusief vakantiegeld), zodat meer kinderen binnen onze gemeente in aanmerking komen voor een vergoeding voor de deelname aan maatschappelijke activiteiten. Deze wijziging van het draagkrachtpercentage gaat in 2023 ook gelden ook voor de doelgroep die in aanmerking komt voor de energietoeslag.

Noodfonds Haarlemmermeer: Verruiming draagkrachtpercentage minimaregelingen 2023

pagina 3

3.2 Wat gaan we daarvoor doen Kindpakket Door de stijging van de energieprijzen en het duurder worden van de dagelijkse boodschappen heeft een grotere groep inwoners moeite om rond te komen. Hierdoor komt de deelname van een grotere groep kinderen aan sociaal-, culturele- en sportactiviteiten onder druk te staan. De betaling van de stijgende kosten van boodschappen en energie zal een hogere prioriteit hebben dan de betaling van de activiteiten van deze kinderen. Wij willen daarom een grotere groep kinderen in aanmerking laten komen voor een vergoeding vanuit het 'kindpakket', zodat kinderen volwaardig kunnen blijven deelnemen aan de maatschappij. De inkomensgrens laten wij daarom stijgen van 120% naar 130% van het wsm (inclusief vakantiegeld). Volgens de meest recente cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) betreft dit ongeveer 1.100 huishoudens in onze gemeente. De uitvoering van het 'kindpakket' ligt bij onze gemeente en Stichting Leergeld. Zowel de gemeente als stichting Leergeld moeten extra capaciteit inhuren voor de afhandeling van de te verwachten extra aanvragen in 2023. Energietoestag Het kabinet heeft als prioriteit om mensen met een laag inkomen te ondersteunen bij het voldoen van de energierekening. Hiervoor is onder andere de 'Wetswijziging eenmalige energietoeslag 2022' tot stand gekomen.

Tijdens de besluitvorming in augustus 2022 is door het kabinet besloten om in 2023 nogmaals een eenmalige energietoeslag aan de doelgroep uit te keren. De energietoeslag is in 2023 gelijk aan de hoogte van de toeslag in 2022 en bedraagt € 1.300 voor mensen die leven van 120% van het wsm of minder. Omdat de stijging van de energieprijs ook inwoners met een inkomen boven het wsm raakt hebben wij besloten de inkomensgrens te verhogen naar 130% van het wsm. Hierdoor kunnen wij meer inwoners bereiken en ondersteunen. Op dit moment wordt nog gewerkt aan de wetswijziging voor de energietoeslag 2023 en een nieuwe handreiking met landelijke richtlijnen voor een uniforme uitvoering. Begin 2023 volgt een nota waarmee de bedrijfsregels voor de energietoeslag in de 2023 worden vastgesteld. 3.3 Wat mag het kosten? De kosten van dit voorstel worden geraamd op € 1.715.500 (inclusief uitvoeringskosten). Dit bestaat voor € 185.500 uit het verhogen van de inkomensgrens van 120% naar 130% voor het 'kindpakket' en € 1.550.000 voor het verhogen van de inkomensgrens van 120% naar 130% voor de energietoeslag. Kosten 'kindpakket' De kosten voor het verhogen van de inkomensgrens naar 130% van het wsm voor het 'kindpakket' zijn moeilijk te voorspellen.

We kennen de samenstelling van de huishoudens met een inkomen tussen de 120% en 130% van het wsm niet precies en kunnen daardoor moeilijk voorspellen hoeveel kinderen en van welke specifieke regelingen ze gebruik gaan maken. De kosten van het 'kindpakket' bestaan uit een tegemoetkoming voor de deelname aan sociaal-, culturele- en/of sportactiviteiten, indirecte schoolkosten, de computerregeling en bijlessen. Zowel de gemeente als stichting Leergeld moeten extra capaciteit inhuren voor de afhandeling van de te verwachten extra aanvragen in 2023. Kosten energietoeslag Wanneer alle 1.100 huishoudens met een inkomen tussen de 120%-130% van het wsm een eenmalige energietoeslag toegekend krijgen in 2023 dan bedragen de kosten voor de gemeente € 1.550.000. Voor deze kosten zijn geen middelen vanuit het Rijk beschikbaar, omdat het Rijk een inkomensgrens van 120% van het wsm hanteert voor de dekking van de eenmalige

Noodfonds Haarlemmermeer: Verruiming draagkrachtpercentage minimaregelingen 2023

pagina 4

energietoeslag. Als blijkt dat de middelen vanuit het Rijk voor de energietoeslag niet volledig besteed worden aan de doelgroep tot de inkomensgrens van 120%, dan worden de overgebleven middelen meegenomen voor het dekken van de kosten voor de huishoudens met een inkomen tussen de 120 % en 130% van het wsm. Met deze kosten wordt geen rekening gehouden in de programmabegroting. De dekking van de geraamde kosten wordt verwerkt in de Voorjaarsrapportage 2023. Wat zijn de financiële risico's? Het 'kindpakket' en de energietoeslag zijn een zogenoemde openeinderegeling. Dit betekent dat de gemeente aan elke inwoner die een regeling krijgt toegekend, deze ook moet uitkeren, ongeacht of het begrote budget daarvoor toereikend is. Zowel de gemeente als stichting Leergeld moeten extra capaciteit inhuren voor de afhandeling van de extra aanvragen in 2023. 3.4 Wie is daarvoor verantwoordelijk? De gemeenteraad is verantwoordelijk voor de vaststelling van het budget. Het college is verantwoordelijk voor het vaststellen van het minimabeleid en de beleidsregels.Binnen het college is de portefeuillehouder Werk & Inkomen het eerste aanspreekpunt. 3.5 Welke overige relevante informatie is beschikbaar Dit voorstel is ter advisering voorgelegd aan de Participatieraad.

De Participatieraad stemt met genoegen in met het raadsvoorstel en bepleit dat de gemeente in haar communicatie naar de betreffende burgers, door de inschakeling van alle relevante organisaties en zo mogelijk de Belastingdienst, zich inzet om het niet gebruik terug te dringen en zal streven naar een gebruik van 90% van de regelingen die nu worden voorgesteld. In dit verband adviseert de Participatieraad tevens de voorzieningen zo concreet en laagdrempelig mogelijk te vermelden. Wij zijn blij met de instemming van de Participatieraad en nemen de suggesties over. De inwoners zullen na de vaststelling van dit voorstel en de beleidsregels op verschillende momenten geïnformeerd worden over de mogelijkheid om het 'kindpakket' aan te vragen. In de nieuwsbrief die aan de gemandateerde professionals binnen het sociaal domein wordt verzonden zal ook aandacht worden gevraagd voor de mogelijkheid om het 'kindpakket' aan te vragen. Ouders met schoolgaande kinderen krijgen aan het begin van het schooljaar een brief van de gemeente via de scholen, waarin staat dat er regelingen zijn waar zij gebruik van kunnen maken. In het eerste kwartaal van 2023 zal ook aandacht worden gevraagd voor de mogelijkheid om schoolkosten aan te vragen omdat een nieuwe groep inwoners recht krijgt het 'kindpakket'. Daarnaast zetten wij in afstemming met de Stichting Leergeld in op sociale media (Meer voor Elkaar).

Inwoners worden over de wijziging in de energietoeslag automatisch geïnformeerd, voor zover deze groep bij ons bekend is. Daarnaast zetten wij de kanalen van de gemeente in om inwoners te wijzen op de energietoeslag. De voorzieningen zullen wij zo concreet mogelijk vermelden in onze communicatie. De beleidsregels worden gepubliceerd in het gemeenteblad op overheid.nl.

Noodfonds Haarlemmermeer: Verruiming draagkrachtpercentage minimaregelingen 2023

3.6 Wanneer en hoe zal de raad over de voortgang worden geïnformeerd? Aan het einde van 2023 volgt er een evaluatie van deze wijziging. 4. Ondertekening

Burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlemmermeer, de secretaris, ^ de burgemeester;

Beleidsregels minimaregelingen gemeente Haarlemmermeer 2023 Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Haarlemmermeer 2023

pagina 5

Burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlemmermeer; gelet op de artikelen 34 en 70 van de Verordening sociaal domein gemeente Haarlemmermeer 2023 gelezen het voorstel d.d. 13 december 2022 besluit vast te stellen:

Beleidsregels minimabeleid gemeente Haarlemmermeer 2023

Hoofdstuk 1. Algemeen Artikel 1. Begripsbepaling 1. In deze beleidsregels wordt verstaan onder: a. het college: het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Haarlemmermeer; b. de verordening: de Verordening sociaal domein gemeente Haarlemmermeer 2023; c. de wet: de Participatiewet; d. de geldende bijstandsnorm: indien er sprake is van kostendelende inwoners is de geldende bijstandsnorm van toepassing zonder kostendelende medebewoners; De begripsbepalingen van de Participatiewet zijn onverkort op deze beleidsregels van toepassing. 2. Met deze beleidsregels wordt beoogd de kaders, waarbinnen toepassing wordt gegeven aan de gemeentelijke bevoegdheid tot de verlening van minimaregelingen, te beschrijven en inzichtelijk te maken. Dit laat onverlet dat er, gezien de complexiteit en de veelheid van factoren en omstandigheden die zich bij de beoordeling van het recht op minimaregelingen voor kunnen doen, bijzondere omstandigheden kunnen zijn om gemotiveerd van deze beleidsregels af te kunnen wijken. Artikel 2. Recht op minimaregelingen 1. De alleenstaande, de alleenstaande ouder of het gezin heeft recht op minimaregelingen wanneer deze voldoet aan de voorwaarden voor de doelgroep minima zoals beschreven in artikel 3 van deze beleidsregels. 2.

Jongeren die recht hebben op een tegemoetkoming op grond van de Wet Studiefinanciering of die van rijkswege bekostigd onderwijs kunnen volgen zijn uitgesloten van de minimaregelingen. 3. Pleegkinderen waarvan de pleegouders een pleegvergoeding krijgen, zijn uitgesloten van de minimaregelingen. Artikel 3. Voorwaarden doelgroep minima 1. Belanghebbenden met een netto maandinkomen tot en met 120% van de geldende bijstandsnorm, inclusief vakantiegeld, en een vermogen onder de voor hem van toepassing zijnde vermogensgrens als bedoeld in artikel 3 vallen binnen de doelgroep minima. 2. Indien de aanvrager een netto maandinkomen heeft boven de 120% van de geldende bijstandsnorm inclusief vakantiegeld, word de draagkracht berekend zoals omschreven in de artikelen 4 en 5. 3. In afwijking van lid 1 en 2 bedraagt de draagkracht bij de kosten genoemd in de artikelen 9, 10 , 11, 12 en 13 130% van de geldende bijstandsnorm inclusief vakantiegeld. 4. Bij een belanghebbende ten aanzien van wie een schuldsaneringsregeling op grond van de WSNP is uitgesproken of die een minnelijk traject op grond van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) volgt, geldt dat het college enkel het inkomen meetelt waarover belanghebbende daadwerkelijk de beschikking heeft. 5. Het vermogen wordt op dezelfde manier vastgesteld als bij de Participatiewet.

Belanghebbende mag over een vermogen beschikken dat minder is dan de vermogensgrens als bedoeld in artikel 34 lid 3 van de wet. 6. Er geldt een extra vermogensvrijlating indien er sprake is van een reservering voor de uitvaart die op een aparte rekening staat of een aparte polis in natura (niet afkoopbaar). De hoogte van de extra vermogensvrijlating is vastgelegd in het Financieel besluit sociaal domein Haarlemmermeer. 7. Van het uitgangspunt dat auto's meetellen voor de vermogensvaststelling kan worden afgeweken indien: a. de auto (of motor), gelet op de omstandigheden van persoon en gezin, noodzakelijk is (bijvoorbeeld wanneer een van de gezinsleden lichamelijke beperkingen heeft en de waarde van de auto niet meer bedraagt dan € 30.500). b. in de overige gevallen mag de waarde van de auto (of motor) niet meer bedragen dan maximaal € 2.500; is de waarde van de auto hoger dan telt alleen het meerdere boven € 2.500 mee voor de vermogensvaststelling. De vrijlating van € 2.500 geldt slechts ten aanzien van één vervoermiddel (auto of motor) per gezin. Indien er daarnaast binnen hetzelfde huishouden nog een vervoermiddel (auto of motor) aanwezig is, wordt de waarde daarvan toegerekend aan het vermogen. Voor de vaststelling van de waarde van de auto (inclusief btw) dient gebruik gemaakt te worden van het prijzenboekje van de ANWB.

Van auto’s die wegens hun leeftijd (doorgaans 7 à 8 jaar of ouder) niet meer in deze uitgaven zijn opgenomen, wordt aangenomen dat hun waarde nihil bedraagt, tenzij er aanwijzingen zijn dat dit niet het geval is (bijvoorbeeld bij oldtimers).

Beleidsregels minimabeleid gemeente Haarlemmermeer 2023

2

8.

Vermogen in de vorm van een voor eigen bewoning bestemde eigen woning, wordt niet in aanmerking genomen voor de verstrekking van de minimaregelingen.

Artikel 4. Draagkracht 1. Indien belanghebbende een inkomen heeft van meer dan 120% van de geldende bijstandsnorm (inclusief vakantiegeld), wordt de draagkracht berekend. Draagkracht is het gedeelte van het inkomen en vermogen dat de aanvrager zelf moet inzetten voor het aangevraagde. In afwijking van het gestelde in de vorige volzin wordt voor de kosten genoemd in de artikelen 9 t/m 13 de draagkracht berekend indien een belanghebbende een inkomen heeft van meer dan 130% van de geldende bijstandsnorm (inclusief vakantiegeld). 2. Wanneer het inkomen meer bedraagt dan 120% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm inclusief vakantiegeld, moet 35% van het meerdere inkomen worden ingezet ter dekking van de aangevraagde kosten. In afwijking van het gestelde in de vorige volzin moet voor de kosten genoemd in de artikelen 10 t/m 13, wanneer het inkomen meer bedraagt dan 130% (inclusief vakantiegeld) van de van toepassing zijnde bijstandsnorm, 35% van de van het meerdere inkomen worden ingezet ter dekking van de aangevraagde kosten. 3. Bij de vaststelling van de draagkracht wordt een verstrekte individuele inkomenstoeslag buiten beschouwing gelaten. 4. Indien de belanghebbende een hoger vermogen heeft als bedoeld in artikel 34 lid 3 PW, moet 100% van het meerdere vermogen worden ingezet ter dekking van het aangevraagde. 5.

De hoogte van het bedrag van de toe te kennen regeling wordt berekend door het bedrag van de maximale kosten te verminderen met de aanwezige draagkracht. Artikel 5. Periode draagkracht 1. De draagkracht wordt in beginsel voor een periode van één jaar vastgesteld, beginnende op de eerste dag van de maand van de aanvraag. Deze periode kan langer worden vastgesteld, indien naar verwachting het inkomen en/of de omstandigheden van belanghebbende niet of nauwelijks zal wijzigen in de komende jaren. 2. Indien gedurende het jaar het inkomen met € 200 per maand wijzigt, wordt de draagkracht opnieuw vastgesteld. 3. Bij elke volgende aanvraag binnen het draagkrachtjaar wordt rekening gehouden met de vastgestelde jaardraagkracht; de vastgestelde ruimte blijft dus gelden, tenzij er een nieuwe draagkrachtberekening heeft plaatsgevonden als gevolg van een aanzienlijke inkomenswijziging. 4. Als bij een aanvraag blijkt dat er vóór de aanvraagdatum noodzakelijke kosten zijn gemaakt, dan wordt het draagkrachtjaar vastgesteld vanaf de eerste dag van de maand waarin deze kosten zich voor het eerst hebben voorgedaan. Artikel 6. Aanvraag Minimaregelingen worden op aanvraag verstrekt. Aanvragen voor minimaregelingen kunnen worden ingediend tot en met 3 maanden na het moment waarop de kosten zijn gemaakt.

Het is dus mogelijk om met terugwerkende kracht minimaregelingen te verlenen ook al zijn de kosten al betaald. Artikel 7. De wijze van verstrekken 1. De minimaregelingen worden “om niet” verstrekt. 2. De minimaregelingen voor kinderen worden indien mogelijk in natura verstrekt.

Beleidsregels minimabeleid gemeente Haarlemmermeer 2023

3

Hoofdstuk 2. Minimaregelingen Artikel 8. Minimaregelingen voor volwassenen 1. De regeling ‘Haarlemmermeer doet mee!’ voor volwassenen beoogt deelname van volwassenen aan recreatieve, sportieve of culturele activiteiten door een financiële bijdrage in de kosten van deze activiteiten te bieden. 2. De tegemoetkoming bestaat uit een vast bedrag dat éénmaal per jaar kan worden aangevraagd. 3. De hoogte van deze vergoeding is opgenomen in het Financieel besluit sociaal domein Haarlemmermeer. 4. De kosten van vervoer naar en van de aangevraagde activiteiten komen niet voor vergoeding in aanmerking. Artikel 9. Kindpakket 1. Het Kindpakket beoogt participatie van kinderen van 4 tot 18 jaar om deelname aan school, recreatieve-, sportieve- of culturele activiteiten te bevorderen door een financiële bijdrage in de kosten te bieden. 2. Indien de activiteiten worden gestart door een kind van 17 jaar en dit kind gedurende het betreffende schooljaar 18 jaar wordt bestaat recht op de volledige financiële bijdrage. 3. Het Kindpakket bestaat uit 4 verschillende onderdelen: Tegemoetkoming schoolkosten (artikel 10), laptopregeling (artikel 11), Jong Haarlemmermeer doet mee! (artikel 12) en Bijles (artikel 13). 4. De kosten van vervoer naar en van de aangevraagde activiteiten komen niet voor vergoeding in aanmerking. 5.

De maximaal te vergoeden bedragen zijn vastgelegd in het Financieel besluit sociaal domein 2022 Haarlemmermeer. De vergoeding moet tijdens het betreffende schooljaar worden besteed. Artikel 10. Tegemoetkoming schoolkosten 1. Voor kinderen in het primair- en voortgezet onderwijs kan een tegemoetkoming in de schoolkosten worden verstrekt. 2. De tegemoetkoming bestaat uit een vast bedrag dat éénmaal per jaar kan worden aangevraagd en heeft betrekking op een schooljaar. Aanvragen die in juli en augustus ingediend worden hebben betrekking op het komende schooljaar. Artikel 11. Laptopregeling 1. Gezinnen met een kind van 8 tot 18 jaar kunnen in aanmerking komen voor de Laptopregeling. 2. De Laptopregeling beoogt optimale deelname aan het onderwijs van degenen die tot de doelgroep van deze regeling behoren. 3. De Laptopregeling als bedoeld in deze regeling, betreft een laptop, Chromebook of tablet, voorzien van een muis, oplader, headset, mousepad, beschermhoes, enkele softwarepakketten, fabrieksgarantie en een verzekering. 4. De laptop, Chromebook en/of tablet met randapparatuur worden verstrekt in natura. 5. Belanghebbende kan zelf de keuze maken uit drie typen apparaten, zoals vermeld in artikel 3. 6. De Laptopregeling kan eenmaal per vier jaar worden verstrekt. Per gezin met twee of meer kinderen worden maximaal twee apparaten per vier jaar toegekend. 7.

Indien het een laptop, Chromebook en/of tablet betreft die verplicht wordt gesteld door de school waar het kind onderwijs volgt, kan worden afgeweken van het maximumaantal apparaten per gezin en van het maximumbedrag zoals is vastgesteld in het Financieel besluit sociaal domein Haarlemmermeer 2022. 8. Het college stelt voor 2 jaar vast, met verlengoptie van nog eens 2 keer 1 jaar, welk bedrijf de laptops, Chromebooks en tablets levert en aan welke eisen de configuratie van de laptops, Chromebooks en tablets dient te voldoen. Artikel 12. Jong Haarlemmermeer doet mee! voor kinderen 1. De regeling ‘Jong Haarlemmermeer doet mee!’ beoogt de deelname aan sportieve, culturele en welzijnsactiviteiten te bevorderen. Hieronder vallen bijvoorbeeld, maar niet uitsluitend, contributie voor een sportclub en de benodigde kleding, muzieklessen en instrumenten, scouting, theater, kamp etc. De deelname hoeft niet beperkt te blijven tot één activiteit indien de kosten binnen de maximale vergoeding blijven. 2. De regeling is bedoeld voor kinderen van 4 tot 18 jaar. 3. Als een aanvraag is ingediend en het kind die 17 jaar is een maand later 18 wordt, en de sportactiviteiten starten ook daadwerkelijk voor het bereiken van de 18-jarige leeftijd, bestaat recht op de volledige financiële bijdrage.

Beleidsregels minimabeleid gemeente Haarlemmermeer 2023

4

Artikel 13. Bijles 1. Voor kinderen die extra ondersteuning nodig hebben voor één of meerdere vakken, citotraining of examentraining kan bijles worden vergoed. 2. De bijles is bedoeld voor schoolgaande kinderen van 8 tot 18 jaar. 3. De bijles is voor de duur van maximaal 12 maanden per kind. Dit hoeft geen aaneengesloten periode te zijn. 4. Ondersteuning vanuit de school is een voorliggende voorziening. Tijdens de aanvraag wordt bepaald of een kind in aanmerking komt voor ondersteuning vanuit de gemeente. 5. De huiswerkbegeleiding, bijles of examentraining moet aangeboden worden door een professioneel, geregistreerd instituut of een gecertificeerd docent. Hoofdstuk 3. Slotbepalingen Artikel 14. Slotbepalingen 1. Het college kan ter nadere uitvoering van deze beleidsregels uitvoeringsregels opstellen. 2. In alle gevallen waarin deze beleidsregels niet voorzien of toepassing daarvan niet overeenkomt met de bedoeling van deze regels, beslist het college. 3. Deze beleidsregels zijn van toepassing op aanvragen waarop op of na 1 januari 2023 een besluit wordt genomen. 4. Deze beleidsregels treden in werking op de eerste dag na die van bekendmaking en werken terug tot en met 1 januari 2023 en vervangen de Beleidsregels Minimabeleid gemeente Haarlemmermeer 2022, behoudens in situaties waarbij sprake is van negatieve gevolgen voor de belanghebbende. 5.

Deze beleidsregels worden vastgesteld voor een periode van 1 jaar en vervallen per 1 januari 2024. 6. Deze beleidsregels kunnen worden aangehaald als Beleidsregels Minimabeleid gemeente Haarlemmermeer 2023.

Beleidsregels minimabeleid gemeente Haarlemmermeer 2023

5

Toelichting Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de Participatiewet en de daarin opgenomen mogelijkheden tot het verstrekken van zowel individuele als categoriale bijzondere bijstand. De beleidsregels zijn een nadere uitwerking van het gemeentelijke minimabeleid en de van toepassing zijnde verordeningen op het gebied van het Sociaal Domein. In deze beleidsregels zijn zo weinig mogelijk bedragen genoemd. De maximale vergoedingen, normbedragen en dergelijke, zijn opgenomen in het Financieel besluit sociaal domein Haarlemmermeer. Met deze beleidsregels wordt beoogd om zoveel mogelijk duidelijkheid, rechtsgelijkheid en rechtszekerheid te waarborgen. Desalniettemin kunnen er zich situaties voordoen waarin onverkorte handhaving van deze regels onrecht zouden doen aan de doelstelling van bijzondere bijstandsverlening. Derhalve moet, zowel individueel (per besluit) als categoriaal (in de beleidsregels neergelegd uitvoeringsbeleid) uitdrukkelijk de mogelijkheid blijven bestaan om af te wijken van de hier neergelegde regels. Uiteraard zal het besluit in die gevallen ook de motivering moeten omvatten waarom in die situatie van de beleidsregels moet worden afgeweken. Daar waar niet in de beleidsregels wordt voorzien, wordt het handboek “Schulinck PW” geraadpleegd en neemt het college een besluit.

Waarde auto voor inwoners met een lichamelijke beperkingen Gemiddelde prijs van een rolstoelauto uit zoals die verkrijgbaar zijn bij de firma Bierman.

Beleidsregels minimabeleid gemeente Haarlemmermeer 2023

6

Burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlemmermeer; gelet op artikel 35 van de Participatiewet en de artikelen 34 en 70 van de Verordening sociaal domein gemeente Haarlemmermeer 2023 gelezen het voorstel d.d. 13 december 2022; besluit vast te stellen:

Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Haarlemmermeer 2023

Artikel 1. Begripsbepaling 1. In deze beleidsregels wordt verstaan onder: a. het college: het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Haarlemmermeer; b. PW: de Participatiewet; c. de verordening: de Verordening sociaal domein gemeente Haarlemmermeer 2023. De begripsbepalingen van de PW en de verordening zijn onverkort op deze beleidsregels van toepassing. 2. Met deze beleidsregels wordt beoogd de kaders, waarbinnen toepassing wordt gegeven aan de gemeentelijke bevoegdheid tot de verlening van bijzondere bijstand, te beschrijven en inzichtelijk te maken. Dit laat onverlet dat er, gezien de complexiteit en de veelheid van factoren en omstandigheden die zich bij de beoordeling van het recht op bijzondere bijstand voor kunnen doen, redenen kunnen zijn om gemotiveerd van deze beleidsregels af te kunnen wijken. Artikel 2. Recht op bijzondere bijstand De alleenstaande, de alleenstaande ouder of het gezin heeft recht op bijzondere bijstand voor zover deze niet beschikt over de middelen om te voorzien in de uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan en deze kosten niet kunnen worden voldaan uit de bijstandsnorm en de aanwezige draagkracht. Artikel 3. Voorwaarden voor het recht op bijzondere bijstand Bijzondere bijstand wordt verstrekt als er sprake is van bijzondere omstandigheden.

De alleenstaande, de alleenstaande ouder of het gezin heeft recht op bijzondere bijstand als voldaan is aan de volgende voorwaarden: a. de aanvrager valt niet onder de uitsluitingsgronden van artikel 13 PW; en b. er is geen voorliggende voorziening; en c. er is sprake van noodzakelijke kosten; en d. er zijn bijzondere omstandigheden in de individuele situatie; en e. de kosten kunnen niet worden voldaan uit de bijstandsnorm; en f. er is onvoldoende draagkracht om de kosten zelf te dragen. Artikel 4. Voorliggende voorzieningen 1. Bij de beoordeling van het recht op bijzondere bijstand wordt rekening gehouden met voorliggende voorzieningen. Hieronder wordt verstaan: elke voorziening buiten de wet waarop de persoon of het gezin aanspraak kan maken, dan wel een beroep kan doen, ter verwerving van middelen of ter bekostiging van specifieke uitgaven (artikel 5 sub e van de PW). 2. Er wordt geen bijzondere bijstand verstrekt in de volgende gevallen: a. er is een voorliggende voorziening die passend en toereikend is; b. de kosten waarvoor bijzondere bijstand wordt gevraagd worden door een voorliggende voorziening als niet noodzakelijk beschouwd; c. de kosten waarvoor bijzondere bijstand wordt gevraagd, hebben betrekking op medische behandelingen en verrichtingen die worden gerekend tot de ontwikkelingsgeneeskunde. 3.

Afwijking van de in het voorgaande lid benoemde afwijzingsgronden is alleen mogelijk indien zeer dringende redenen aanwezig zijn. Geen afwijking is mogelijk bij de behandelingen of verrichtingen die worden gerekend tot de ontwikkelingsgeneeskunde. 4. Wanneer de bijzondere noodzakelijke kosten door een voorliggende voorziening gedeeltelijk worden vergoed, is het recht op bijzondere bijstand voor het niet vergoede deel van de kosten afhankelijk van de reden waarom de voorliggende voorziening tot slechts gedeeltelijke vergoeding is overgegaan. Wanneer de reden van gedeeltelijke vergoeding enkel budgettaire gronden heeft kunnen de niet vergoede kosten voor bijzondere bijstand in aanmerking worden genomen, voor zover de kosten betrekking hebben op de meest goedkope toereikende oplossing. Artikel 5. Noodzakelijke kosten 1. Bijzondere bijstand is bedoeld voor de voorziening in de uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan. 2. Omdat ze niet tot de noodzakelijke kosten van het bestaan worden geacht te behoren, kan geen bijstand worden verleend voor: a. de voldoening aan alimentatieverplichtingen; b. de betaling van een boete; Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Haarlemmermeer 2023 2

3.

4.

c. geleden of toegebrachte schade; d. vrijwillige premiebetaling in het kader van een publiekrechtelijke verzekering; e. aflossing van een schuldenlast. Bijstand in de kosten van aflossing van een schuldenlast is onder bijzondere omstandigheden wel mogelijk, met inachtneming van het bepaalde in artikel 13 lid 1 sub g PW in combinatie met artikel 49 PW en daarop gebaseerde regelgeving. Tenzij in de beleidsregels of het Financieel besluit sociaal domein anders is bepaald wordt de hoogte van de te verstrekken bijzondere bijstand vastgesteld aan de hand van de Nibud-prijzengids zoals opgenomen in het handboek Grip op PW, de Wet IB 2001 of de Regeling zorgverzekering. Het college motiveert in dit geval in de beschikking dat uit onderzoek geen noodzaak is gebleken om daar in het individuele geval van af te wijken. Het is in beginsel aan belanghebbende om gemotiveerd en zo nodig onderbouwd aan te geven dat een hoger bedrag noodzakelijk is. Stelt het college de bijstand lager vast dan de richtprijzen dan rust in beginsel de bewijslast dat de belanghebbende in de uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende kosten kan voorzien bij het college.

Artikel 6. Beoordeling bijzondere omstandigheden in de individuele situatie 1. Het uitgangspunt is dat bij een aanvraag voor bijzondere bijstand wordt gekeken naar de individuele situatie van de aanvrager. De te beantwoorden vraag is of de aanvrager bepaalde kosten kan dragen gezien zijn individuele omstandigheden. 2. Bij de beoordeling zijn zowel de individuele omstandigheden relevant alsmede de vraag of deze omstandigheden bijzonder zijn. 3. Wanneer de noodzakelijke kosten, waarin bijzondere bijstand wordt gevraagd, ontstaan zijn door een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid van de aanvrager, wordt deze omstandigheid betrokken in de beoordeling van het recht op bijzondere bijstand. 4. Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in de noodzakelijke kosten van het bestaan kan, afhankelijk van de ernst van het tekortschietend besef, de individuele omstandigheden van de aanvrager en de urgentie van het aangevraagde, ertoe leiden dat er geen recht op bijzondere bijstand bestaat. 5. Indien en voor zover aan het ontstaan of bestaan van de bijzondere noodzakelijke kosten een onvoldoende betoond besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in de noodzakelijke kosten van het bestaan ten grondslag ligt, wordt de eventueel toegekende bijzondere bijstand in beginsel toegekend in de vorm van een geldlening. Artikel 7.

Verantwoordelijkheid tot voldoening uit eigen middelen 1. Bij de verlening van bijzondere bijstand wordt geen toepassing gegeven aan de mogelijkheid van artikel 35 lid 2 PW om op de toe te kennen bijzondere bijstand een drempelbedrag in mindering te brengen. 2. Het vermogen wordt op dezelfde manier vastgesteld als bij de algemene bijstand. Belanghebbende dient een vermogen te hebben dat minder is dan de vermogensgrens als bedoeld in artikel 34 lid 3 PW. 3. Er geldt een extra vermogensvrijlating indien er sprake is van een reservering voor de uitvaart die op een aparte rekening staat of indien er sprake is van een aparte polis in natura (niet afkoopbaar). De hoogte van de extra vermogensvrijlating is vastgelegd in het Financieel besluit sociaal domein. 4. Van het uitgangspunt dat auto's meetellen voor de vermogensvaststelling kan worden afgeweken indien: a. de auto (of motor), gelet op de omstandigheden van persoon en gezin, noodzakelijk is (bijvoorbeeld wanneer een van de gezinsleden lichamelijke beperkingen heeft en de waarde van de auto niet meer bedraagt dan € 28.816); b. in de overige gevallen mag de waarde van de auto (of motor) niet meer bedragen dan maximaal € 2.500; is de waarde van de auto hoger dan telt alleen het meerdere boven € 2.500 mee voor de vermogensvaststelling.

De vrijlating van € 2.500 geldt slechts ten aanzien van één vervoermiddel (auto of motor) per gezin. Indien er daarnaast binnen hetzelfde huishouden nog een vervoermiddel (auto of motor) aanwezig is, wordt de waarde daarvan toegerekend aan het vermogen. Voor de vaststelling van de waarde van de auto (inclusief btw) kan bijvoorbeeld gebruik gemaakt worden van het prijzenboekje van de ANWB. Van auto’s die wegens hun leeftijd (doorgaans 7 à 8 jaar of ouder) niet meer in deze uitgaven zijn opgenomen, wordt aangenomen dat hun waarde nihil bedraagt, tenzij er aanwijzingen zijn dat dit niet het geval is (bijvoorbeeld bij oldtimers). 5. Vermogen in de vorm van een voor eigen bewoning bestemde eigen woning, wordt niet in aanmerking genomen voor de verstrekking van bijzondere bijstand, tenzij het betreft de toekenning van woonkostentoeslag voor een eigen woning. Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Haarlemmermeer 2023 3

Hoofdstuk 3. Vaststelling draagkracht Artikel 8. Draagkracht 1. Bijzondere bijstand wordt verstrekt onder aftrek van de draagkracht. Draagkracht is het gedeelte van het inkomen en vermogen dat de aanvrager bij een aanvraag voor bijzondere bijstand zelf moet inzetten. 2. Geen draagkracht hebben belanghebbenden die, op jaarbasis, een netto-inkomen hebben tot 120% van de voor hen geldende bijstandsnorm (beide inclusief vakantiegeld) en die geen vermogen hebben boven de voor hen geldende vermogensgrens, zoals bedoeld in artikel 34 lid 3 PW. Indien er sprake is van kostendelende inwoners is de geldende bijstandsnorm van toepassing zonder kostendelende medebewoners. 3. Wanneer het inkomen meer bedraagt dan 120% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm inclusief vakantiegeld, wordt 35% van het meerdere inkomen ingezet ter dekking van de aangevraagde kosten. In afwijking van het gestelde in de vorige volzin wordt voor de kosten van het kindpakket zoals vermeld in artikel 9 van de Beleidsregels Minimabeleid gemeente Haarlemmermeer 2023, wanneer het inkomen meer bedraagt dan 130% van de van toepassing zijnde bijstandsvorm, 35% van het meerdere inkomen ingezet ter dekking van de aangevraagde kosten. 4. In afwijking van het gestelde in lid 3 wordt voor de bepaling van de draagkracht met een percentage van 100 gerekend in de toekenning van bijzondere bijstand voor: a.

woonkostentoeslag; b. bijstand voor 18 tot 21 jarigen, voor zover die de van toepassing zijnde norm exclusief vakantietoeslag te boven gaat; c. bijstand voor kosten van een arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen. 5. Bij de vaststelling van de draagkracht wordt een verstrekte individuele inkomenstoeslag buiten beschouwing gelaten. 6. Indien de belanghebbende een hoger vermogen heeft als bedoeld in artikel 34 lid 3 van de PW, moet 100% van het meerdere vermogen worden ingezet ter dekking van de bijzondere noodzakelijke kosten. 7. Bij een belanghebbende ten aanzien van wie een schuldsaneringsregeling op grond van de WSNP is uitgesproken of die een minnelijk traject op grond van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) volgt, geldt dat het college enkel de draagkracht kan berekenen over middelen waarover belanghebbende daadwerkelijk de beschikking heeft (zie CRvB 01-02-2005, nr. 02/93 NABW). De CRvB neemt hierbij als uitgangspunt dat dit slechts de middelen betreft die op grond van artikel 295 lid 2 Fw buiten de boedel worden gelaten. Artikel 9. Periode draagkracht 1. De draagkracht wordt in beginsel voor een periode van één jaar vastgesteld, beginnende op de eerste dag van de maand van de aanvraag.

Deze periode kan langer worden vastgesteld, indien naar verwachting het inkomen en/of de omstandigheden van belanghebbende niet of nauwelijks zal wijzigen in de komende jaren. De maximale draagkrachtperiode is echter 5 jaar. 2. Indien gedurende het jaar het inkomen met € 200 netto per maand wijzigt, wordt de draagkracht opnieuw vastgesteld. 3. Bij elke volgende aanvraag binnen het draagkrachtjaar wordt rekening gehouden met de vastgestelde jaardraagkracht; de vastgestelde ruimte blijft dus gelden, tenzij er een nieuwe draagkrachtberekening heeft plaatsgevonden als gevolg van een aanzienlijke inkomenswijziging. 4. Als bij een aanvraag blijkt dat er vóór de aanvraagdatum noodzakelijke kosten zijn gemaakt, dan wordt het draagkrachtjaar, met inachtneming van hetgeen is bepaald in artikel 11 van deze beleidsregels, vastgesteld vanaf de eerste dag van de maand waarin deze kosten zich voor het eerst hebben voorgedaan. 5. In geval van periodieke bijzondere bijstand wordt de draagkracht verrekend naar rato van het aantal maanden van de periode waarop deze bijstand betrekking heeft. Artikel 10. Toepassing draagkracht 1. Het middels bijzondere bijstand toe te kennen bedrag voor de betaling van noodzakelijke kosten, wordt berekend door het bedrag van de in aanmerking te nemen kosten te verminderen met de aanwezige draagkracht. 2.

Indien de toe te kennen bijstand een incidenteel karakter heeft, wordt de vastgestelde draagkracht voor de vastgestelde draagkrachtperiode ineens verrekend met de middels bijzondere bijstand te vergoeden noodzakelijke kosten. Bij samenloop van incidentele en periodieke kosten, wordt de draagkracht bij voorrang verrekend met de incidentele kosten waarvoor bijzondere bijstand wordt toegekend. Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Haarlemmermeer 2023 4

Artikel 11. Aanvraag 1. Bijzondere bijstand wordt in principe op aanvraag verstrekt. Aanvragen voor bijzondere bijstand, kunnen worden ingediend tot en met 3 maanden na het moment waarop de kosten zijn gemaakt. Het is dus mogelijk om met terugwerkende kracht bijzondere bijstand te verlenen, ook als de kosten al voldaan zijn. 2. Een aanvraag voor bijzondere bijstand wordt slechts in behandeling genomen als de gevraagde gegevens compleet zijn en/of de gevraagde bewijsstukken zijn overgelegd. Indien belanghebbende een periodieke uitkering ontvangt op grond van de PW, hoeven geen bewijsstukken omtrent inkomen en vermogen te worden overgelegd. Het na een geboden hersteltermijn niet (tijdig) aanleveren van de gevraagde gegevens en/of bewijsstukken leidt in beginsel tot buiten behandelingstelling van de aanvraag. Artikel 12. De wijze van verstrekken 1. De bijzondere bijstand wordt in beginsel “om niet” (zonder terugbetalingsverplichting) verstrekt. Dit sluit echter niet uit dat in bepaalde gevallen de bijstand in de vorm van een geldlening wordt verstrekt of teruggevorderd. 2. Bijzondere bijstand wordt in ieder geval verleend in de vorm van een geldlening indien: a. het bijstand voor de kosten van noodzakelijke duurzame gebruiksgoederen betreft; b.

redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de belanghebbende op korte termijn over voldoende middelen zal beschikken om over de betreffende periode in de noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien. Onder korte termijn wordt verstaan een periode van maximaal 12 maanden; c. de aanvraag een door de belanghebbende te betalen waarborgsom betreft; d. het bijstand ter gedeeltelijke of volledige aflossing van een schuldenlast betreft. 3. De bijstand die in de vorm van een renteloze geldlening wordt verleend, moet in beginsel worden terugbetaald. 4. De aflossingstermijn van een renteloze geldlening wordt in principe vastgesteld op drie jaar. Indien er na maximaal 36 maanden nog een restant bestaat, dan wordt dit omgezet in bijstand om niet. Belanghebbende moet dan wel aan de voorwaarden voldaan hebben, dat hij de vastgestelde maandelijkse aflossingsbedragen volledig heeft afbetaald. 5. Van het genoemde in lid 4 kan worden afgeweken als blijkt dat: a. belanghebbende op korte termijn een aanzienlijk hoger bedrag kan aflossen; of b. indien hij in de eerste drie jaar nalatig is geweest met het aflossen van de geldlening; of c.

wanneer belanghebbende een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan kan worden verweten met betrekking tot het ontstaan of voortduren van de situatie welke tot het verstrekken van bijstand in de vorm van een geldlening heeft geleid. 6. De hoogte van de maandelijkse aflossing van de renteloze lening bedraagt 5% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm inclusief vakantietoeslag. 7. Bij een inkomen boven 120% van de toepasselijke bijstandsnorm wordt de maandelijkse aflossing verhoogd met 35% van deze meer inkomsten.

Hoofdstuk 4. Kosten van algemene aard Artikel 13. Toeslag voor jongeren van 18 tot 21 jaar 1. Bijzondere bijstand voor algemeen noodzakelijke bestaanskosten van jongeren van 18 tot 21 jaar wordt verleend indien en voor zover: a. de noodzakelijke kosten van bestaan uitgaan boven de toepasselijke norm; b. voor deze kosten de jongere geen beroep kan doen op zijn ouders omdat: i. de middelen van de ouders daartoe niet toereikend zijn; of ii. de jongere redelijkerwijs zijn onderhoudsrecht tegenover zijn ouders niet te gelde kan maken. 2. De jongere bedoeld onder lid 1 sub b wordt in ieder geval geacht zijn onderhoudsrecht tegenover zijn ouders redelijkerwijs niet te gelde te kunnen maken indien: a. de ouder of ouders zijn overleden of in het buitenland wonen; b. de jongere in het kader van de Jeugdwet buiten het gezin is geplaatst; c. er sprake is van een acute crisissituatie, waarin door de jongere zelf geen verandering kan worden gebracht. Hiertoe dient een indicatie te worden gegeven door een hulpverlenende instantie. 3. De noodzakelijke kosten van bestaan van de alleenstaande jongere, alleenstaande ouder of gehuwde van 18 tot 21 jaar worden gelijkgesteld aan de toepasselijke PW norm voor alleenstaande, alleenstaande ouder of gehuwde van 21 jaar of ouder.

De bijzondere bijstand wordt vastgesteld op het verschil tussen het inkomen van de jongere en de toepasselijke bijstandsnorm exclusief vakantietoeslag. Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Haarlemmermeer 2023 5

4. 5.

De bijzondere bijstand wordt, waar mogelijk, op grond van paragraaf 6.5 van de PW verhaald. Daarmee wordt voorkomen dat de beslissing tot bijstandsverlening afbreuk doet aan de ouderlijke onderhoudsplicht. Als een jongere van 18, 19 of 20 in een inrichting verblijft en geen beroep kan doen op zijn ouders, omdat de middelen van de ouders niet toereikend zijn of de belanghebbende redelijkerwijs het onderhoudsrecht jegens de ouders niet te gelde kan maken, dan bedraagt de hoogte van de bijzondere bijstand het bedrag van de norm uit artikel 20 lid 1 onder a, exclusief vakantietoeslag van de PW.

Artikel 14. Individuele inkomenstoeslag 1. Voor de voorwaarden voor het recht op de individuele inkomenstoeslag wordt verwezen naar de verordening. 2. De individuele inkomenstoeslag kan maximaal eenmaal per jaar worden verstrekt en dient elk jaar opnieuw te worden aangevraagd. 3. De individuele inkomenstoeslag kan behoudens bijzondere omstandigheden niet met terugwerkende kracht worden verstrekt. 4. Het tijdstip van het toetsen van de criteria voor langdurig een laag inkomen begint te lopen vanaf het moment dat de aanvrager in Nederland verblijft. 5. De hoogte van de individuele inkomenstoeslag is opgenomen in het Financieel Besluit Sociaal Domein gemeente Haarlemmermeer 2022. 6. De individuele inkomenstoeslag is geen voorliggende voorziening voor individuele bijzondere bijstand. Artikel 15. Individuele studietoeslag 1. Voor de voorwaarden voor het recht op de individuele studietoeslag wordt verwezen naar de verordening. 2. De individuele studietoeslag kan maximaal eenmaal per zes maanden wordt verstrekt en kan ambtshalve worden verlengd aan de hand van de informatie die beschikbaar is in SUWI-net. 3. De individuele studietoeslag kan in beginsel niet met terugwerkende kracht worden verstrekt.

Hoofdstuk 5. Woonkosten Artikel 16. Woonkostentoeslag bij een huurwoning 1. Belanghebbende bewoont een woning, waarvan de hoogte van de woonkosten gelet op artikel 13 lid 1 van de Wet op de huurtoeslag (maximale huurgrens) geen belemmering vormt voor toekenning van de huurtoeslag maar door omstandigheden buiten zijn schuld kan hij nog geen aanspraak maken op de huurtoeslag. De woonkostentoeslag wordt verstrekt tot de datum waarop de belanghebbende wel in aanmerking komt voor huurtoeslag. 2. De woonkostentoeslag is gelijk aan het bedrag van de huurtoeslag die belanghebbende gelet op zijn leefomstandigheden en financiële situatie op grond van de Wet op de huurtoeslag voor woonkosten per maand zou ontvangen. 3. Indien de woonkosten van een huurwoning het bedrag genoemd in artikel 13 lid 1 van de Wet op de huurtoeslag te boven gaan is verlening van bijzondere bijstand mogelijk, voor zover door een wijziging in inkomsten of een gewijzigde situatie wat betreft inwoning de woonkosten niet zelf meer volledig kunnen worden voldaan. 4. Bij de verstrekking van de woonkostentoeslag wordt de verplichting opgelegd om te zoeken naar goedkopere huisvesting waarvoor wel recht bestaat op huurtoeslag. Van zijn inspanningen dient belanghebbende bewijsstukken te overleggen. Jaarlijks wordt gecontroleerd of aan deze voorwaarde wordt voldaan.

De woonkostentoeslag wordt voortgezet zolang aan de voorwaarde wordt voldaan en het de belanghebbende niet te verwijten valt dat hij nog niet over goedkopere woonruimte beschikt. Artikel 17. Woonkostentoeslag bij een koopwoning 1. Aan een belanghebbende die een eigen woning bezit, die tevens door hem wordt bewoond en waarvan de hoogte van de woonkosten gelet op artikel 13 lid 1 van de Wet op de huurtoeslag geen belemmering vormt voor toekenning van de huurtoeslag wordt een woonkostentoeslag verstrekt. 2. De woonkostentoeslag is gelijk aan het bedrag van de huurtoeslag die de belanghebbende gelet op zijn leefomstandigheden en financiële situatie op grond van de Wet op de huurtoeslag voor woonkosten per maand zou ontvangen. 3. Indien de woonkosten van de koopwoning het bedrag genoemd in artikel 13 lid 1 van de Wet op de huurtoeslag te boven gaan is verlening van bijzondere bijstand mogelijk, voor zover door een wijziging in inkomsten of een gewijzigde situatie wat betreft inwoning de woonkosten niet zelf meer volledig kunnen worden voldaan. Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Haarlemmermeer 2023 6

4. Bij de verstrekking van de woonkostentoeslag wordt de verplichting opgelegd om te zoeken naar goedkopere huisvesting waarvoor wel recht bestaat op huurtoeslag. In ieder geval valt hieronder het te koop zetten van de eigen woning. Van zijn inspanningen dient belanghebbende bewijsstukken te overleggen. De woonkostentoeslag wordt voortgezet zolang aan de voorwaarde wordt voldaan en het belanghebbende niet te verwijten valt dat hij nog niet over goedkopere woonruimte beschikt. 5. Artikel 7 lid 5 van deze beleidsregels, is van toepassing. Artikel 18. Kosten van inrichting en verhuizing 1. Bij de aanvraag voor vervanging van duurzame gebruiksgoederen dient een redelijke afschrijvingstermijn in acht te worden genomen. 2. Belanghebbende dient aan te tonen dat het oude gebruiksgoed aan vervanging toe is en niet meer te repareren is en levert hiertoe een rapport/bon in van een servicemonteur. Er hoeft geen rapport/bon van een servicemontuur te worden ingeleverd indien aangetoond kan worden dat het gebruiksgoed ouder is dan 7 jaar. 3. Indien blijkt dat het duurzaam gebruiksgoed aan vervanging toe is, dan wordt bijzondere bijstand verleend voor de voorrijkosten van de servicemonteur tot een maximaal bedrag dat is opgenomen in het Financieel besluit sociaal domein. 4.

Als blijkt dat het gebruiksgoed te repareren is, kan voor deze kosten (inclusief de voorrijkosten) bijzondere bijstand om niet worden verstrekt.

Hoofdstuk 6. Kosten van medische aard Artikel 19. Noodzaak medische kosten en voorliggende voorzieningen 1. De basisverzekering wordt als voorliggende voorziening gehanteerd voor het verlenen van bijzondere bijstand. 2. Medische kosten die op grond van de Zorgverzekeringswet medisch noodzakelijk worden geacht maar toch om budgettaire redenen niet of niet volledig worden vergoed en daarom niet in de basisverzekering zijn opgenomen, worden als medisch noodzakelijke kosten beschouwd. 3. Voor een eigen bijdrage waar een besparingsmotief aan ten grondslag ligt, wordt alleen bijzondere bijstand verstrekt voor zover de eigen bijdrage de Nibud norm te boven gaat. 4. Voor de overige medische kosten die niet onder de basisverzekering vallen zal door middel van een aan te vragen medisch advies worden bepaald of de kosten als medisch noodzakelijk worden beschouwd. In voorkomende gevallen kan het college de medische noodzaak laten vaststellen door een hiervoor aangewezen instantie. 5. De bijzondere bijstand moet in beginsel aangevraagd zijn voor met de (voortgezette) behandeling wordt gestart en de kosten zijn gemaakt, zodat eerst een medisch advies kan worden opgevraagd om de noodzaak en eventueel de goedkoopst adequate voorziening vast te stellen. 6.

Tandartskosten die niet worden vergoed door de verzekeraar kunnen zonder advies van een onafhankelijk deskundige worden vergoed tot een bedrag van € 1.000 per behandeling. Indien de kosten hoger zijn dient, om de noodzaak van de behandeling te kunnen vaststellen, een advies te worden aangevraagd bij de door de gemeente gecontracteerde partij voor medische advisering in het kader van de PW.

Hoofdstuk 7. Overige kosten Artikel 20. Reiskosten 1. Bijzondere bijstand voor reiskosten wordt vergoed op basis van de tarieven van OV9292 en de NS reisplanner (tweede klas). 2. Er wordt alleen een uitzondering gemaakt voor gebruik van bijzonder vervoer indien er sprake is van een medische noodzaak. In dit geval kan er een vergoeding op basis van gebruik van de eigen auto worden vastgesteld. Deze vergoeding wordt vastgesteld op de feitelijk te rijden kilometers op basis van de kortste route op basis van de ANWB-routeplanner. Het uitkeringsbedrag is in alle gevallen vastgesteld op een bedrag dat is vastgelegd in het Financieel besluit sociaal domein 20221. 3. De reiskosten in verband met bezoek aan een gedetineerde kunnen in aanmerking komen voor bijzondere bijstand. De gedetineerde moet tot het gezin behoren. Met gezin wordt bedoeld gehuwd of daaraan gelijkgesteld en de inwonende kinderen tot 18 jaar. a. Er kan bijzondere bijstand worden verleend indien de gedetineerde verblijft in een gesloten inrichting en geen recht heeft op verlof;

Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Haarlemmermeer 2023 7

b. 5.

6.

De bijzondere bijstand wordt vastgesteld op een bezoekfrequentie van maximaal één keer per vier weken per gezinslid. De reiskosten die gemaakt worden door gezins- en familieleden voor bezoek aan een elders verpleegde/verzorgde (bijvoorbeeld ziekenhuis of verzorgingstehuis) kunnen in aanmerking komen voor vergoeding als bijzondere bijstand. a. Onder gezins- en familieleden worden verstaan: i. degenen die tot het gezin behoren (partner en (pleeg)kinderen); ii. verdere familieleden in de eerste graad (ouders, kinderen); iii. in bijzondere gevallen, bijvoorbeeld ernstige ziekte, ook overige directe familieleden (tweede graad; broers/zussen, grootouders, kleinkinderen). b. Daarbij wordt uitgegaan van de volgende bezoekfrequentie: i. bij ernstige ziekte: - voor gezinsleden: 2 x per week; - voor andere eerstegraads familieleden: 1 x per week; - voor tweedegraads familieleden: 1 x per 2 weken. ii. bij langdurige verpleging of verzorging: - voor gezinsleden: 1 x per 2 weken; - voor andere eerstegraads familieleden: 1 x per 4 weken; - voor tweedegraads familieleden: 1 x per 6 weken. De reiskosten voor bezoek aan een uit huis geplaatst kind door ouder(s) komen voor bijzondere bijstand in aanmerking. Er kan bijzondere bijstand worden verleend indien er een bewijs van uithuisplaatsing is.

De bijzondere bijstand wordt vastgesteld aan de hand van de bezoekregeling die opgesteld is door de instelling zoals bijvoorbeeld Bureau Jeugdzorg. De reiskosten die gemaakt worden in verband met een omgangsregeling omdat beide ouders niet dichtbij elkaar wonen, komen niet in aanmerking voor bijzondere bijstand.

Hoofdstuk 8. Categoriale bijzondere bijstand Artikel 21. Collectieve (aanvullende) zorgverzekering 1. Belanghebbenden met een netto maandinkomen tot en met 120% van de geldende bijstandsnorm, exclusief vakantiegeld, en een vermogen onder de voor hem van toepassing zijnde vermogensgrens kunnen deelnemen aan de collectieve (aanvullende) zorgverzekering van de door het college aangewezen zorgverzekeraar. Indien er sprake is van kostendelende inwoners is de geldende bijstandsnorm van toepassing zonder kostendelende medebewoners. 2. In uitzondering op lid 1 kunnen studenten als bedoeld in artikel 13 lid 2 onder c van de PW niet deelnemen aan de collectieve (aanvullende) zorgverzekering. 3. De collectieve (aanvullende) zorgverzekering eindigt indien: a. het netto-inkomen exclusief vakantiegeld hoger wordt dan genoemd in lid 1; b. verzekerde verhuist buiten de gemeente Haarlemmermeer. 4. De verzekering eindigt per de eerste januari van het volgend kalenderjaar. 5. Indien verzekerde komt te overlijden, eindigt de collectieve verzekering met ingang van de dag na het overlijden. Artikel 22. Premie aanvullende ziektekostenverzekering 1. Belanghebbenden met een netto maandinkomen tot en met 120% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm, hebben recht op een tegemoetkoming. Deze tegemoetkoming wordt rechtstreeks betaald aan de door het college aangewezen zorgverzekeraar. 2.

Indien niet het hele jaar recht op bijzondere bijstand bestaat, wordt het bedrag naar rato van de periode waarover wel het recht bestaat omgerekend. Artikel 23. Doorbetaling vaste lasten bij detentie 1. Gedurende een periode van maximaal 6 maanden kunnen de woonlasten van een gedetineerde op grond van zeer dringende redenen (artikel 16 lid 1 van de wet) worden doorbetaald. Onder woonlasten wordt verstaan: de verschuldigde huur, rente van een hypotheek, de kosten van een opstal- /inboedelverzekering en de vastrechtbedragen van de energielasten. 2. De gedetineerde dient alleenwonend te zijn en voorafgaand aan de detentie woonachtig en in de Basisregistratie Personen van de gemeente Haarlemmermeer te zijn ingeschreven.

Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Haarlemmermeer 2023 8

3. De gedetineerde beschikt niet over financiële reserves om zelf in de kosten voor de woonlasten te voorzien. Hieronder is ook te verstaan de aanwending van het eigen (bescheiden) vermogen. 4. De bijzondere bijstand wordt in de vorm van een renteloze lening verstrekt. Als na detentie een schuldhulpverleningstraject wordt gestart, kan deze lening daarin meegenomen worden. In sommige situaties, zoals bij een (hoge) schuldensituatie, kan worden overwogen om de bijstand om niet te verstrekken. 5. De eerste maand huur of hypotheek komt niet voor bijzondere bijstand in aanmerking. De gedetineerde wordt geacht dit zelf te kunnen opvangen. 6. In de gevallen dat detentieduur moeilijk op voorhand is in te schatten, bijvoorbeeld inbewaringneming of gevangenhouding, wordt bijzondere bijstand verleend voor de duur van maximaal drie maanden. Na deze drie maanden, of in voorkomende gevallen eerder, wordt beoordeeld of de ondersteuning met maximaal drie maanden wordt voortgezet.

Hoofdstuk 9. Slotbepalingen Artikel 24. Slotbepalingen 1. Het college kan ter nadere uitvoering van deze beleidsregels uitvoeringsregels opstellen. 2. In alle gevallen waarin deze beleidsregels niet voorzien of toepassing daarvan niet overeenkomt met de bedoeling van deze regels, beslist het college. 3. Deze beleidsregels zijn van toepassing op aanvragen waarop op of na 1 januari 2023 een besluit wordt genomen. 4. Deze beleidsregels treden in werking op de eerste dag na die van bekendmaking, werken terug tot en met 1 januari 2023 en vervangen de Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Haarlemmermeer 2022, behoudens in situaties waarbij sprake is van negatieve gevolgen voor de belanghebbende. 5. Ingeval de Verordening sociaal domein gemeente Haarlemmermeer 2023 in werking treedt op een later tijdstip dan 1 januari 2023, treden deze beleidsregels in afwijking van het in lid 4 van dit artikel bepaalde in werking op de dag na die van bekendmaking en werken zij terug tot de datum waarop de Verordening sociaal domein gemeente Haarlemmermeer 2023 in werking is getreden. 6. Deze beleidsregels worden vastgesteld voor een periode van 1 jaar en vervallen per 1 januari 2024. 7. Deze beleidsregels kunnen worden aangehaald als Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Haarlemmermeer 2023.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Haarlemmermeer&id=16ebbbad-78c6-4d14-a463-bb53b771a3a1