2022.0001480 rv COMPLEET Vaststelling bestemmingsplan Hoofddorp Hyde Park 27.pdf
Tekst van het document
Daarmee worden de bouwblokken opgedeeld in verschillende panden met een korrelgrootte die past bij het centrum van Haarlemmermeer. Het opdelen in Hoofddorpse huizen zorgt voor differentiatie, herkenbaarheid en een menselijke schaal.
38
Toelichting (concept)
bestemmingsplan Hoofddorp Hyde Park 27
Figuur 4.2. Diverse Hoofddorpse huizen
Hyde Park wordt voorzien van een logische hoofdroute tussen het station en het winkelcentrum waabij deze voorzieningen en het stadspark met elkaar worden verbonden. Het centrumblok (de kavels 6, 22 en 27) is aan deze hoofdroute gelegen. Waar in het oorspronkelijke stedenbouwkundig plan het centrumblok bestond uit één geheel, zijn dit nu drie losstaande blokken. Blok 27 met daarin 124 sociale huurwoningen ligt langs die hoofdroute. Daarnaast zijn commerciële voorzieningen in de plint opgenomen. Hoge plinten anticiperen op de gebruiksdynamiek in het gebied, voor toekomstige ontwikkeling van niet-woonfuncties en flexibiliteit van invulling in de loop van de tijd. Daarnaast zijn de plinten faciliterend voor bewoners en omwonenden van blok 27 en dragen ze bij aan levendigheid en gezelligheid.
Figuur 4.3. Hoofdroute station - winkelcentrum door Hyde Park op basis van stedenbouwkundig plan ‘Hyde Park, A new hub for living & leisure
Toelichting (concept)
39
bestemmingsplan Hoofddorp Hyde Park 27
Figuur 4.4. Nieuwe stedenbouwkundige structuur centrumblok op basis van Kavelpaspoort kavels 22, 27, 6.
De buitenruimtes voor de woningen van Blok 27 bestaan uit loggia of half-loggia. Binnen blok 27 worden woningen met een corridorontsluiting gerealiseerd. Daarbij zijn in het pand een middengang opgenomen met aan weerszijden woningen.
Figuur 4.4. 3D weergave centrumblok inclusief blok 27
Het aangepast stedenbouwkundig plan geeft voor deze locatie bouwhoogte varierend van 24 tot 38 meter. Op de verbeelding van het bestemmingsplan worden de maximale bouwhoogten vastgelegd.
40
Toelichting (concept)
bestemmingsplan Hoofddorp Hyde Park 27
4.2
Functionele structuur
Hyde Park is onderdeel van het stadscentrum. Het stadscentrum bestaande uit het winkelcentrum, het gemeentehuis, de schouwburg, het stadspark, Beukenhorst West en het station, heeft de potentie om zich in de toekomst samen met Beukenhorst Oost en Zuid te ontwikkelen als het centrum en de entree van Haarlemmermeer. In Hyde Park komt een hoogstedelijke dynamiek tot stand. Dit gebeurt door een combinatie van grootstedelijke uitstraling, functiemenging en maximale differentiatie. Om dit te bereiken komt er om te beginnen een hoogwaardige inrichting van de openbare ruimte en architectuur met internationale allure. Daarnaast creëert het plan een goede functiemenging. Dit gebeurt door de bestaande kantoren en hotels aan te vullen met wonen en voorzieningen. Een gebied met een goede functiemenging genereert levendigheid gedurende alle tijden van de dag. Langs de hoofdroute tussen het station en het winkelcentrum is ruimte voor laagdrempelige voorzieningen voor de bewoners, werknemers en passanten tussen het station en de rest van Hoofddorp. Blok 27 is daarin cruciaal, aangezien deze centraal in het plan Hyde Park ligt en beeldbepalend is aan de route van het station naar het huidige winkelcentrum van Hoofddorp. De begane grond moet zoveel mogelijk met aantrekkelijke, stedelijke voorzieningen ingericht worden.
Naast wonen (circa 125 woningen) voorziet het blok ook in 300 m2 commerciële voorzieningen in de plint van het gebouw. Waar blok 27 in het eerste stedenbouwkundig plan onderdeel uitmaakte van één groot centrumblok, is het nu als los blok ontworpen. Hierdoor blijft de huidige Neptunusparkeergarage (blok 6) behouden en wordt deze met maximaal drie bouwlagen verhoogd en architectonisch en functioneel geïntegreerd in het gebied. Het parkeren van blok 27 wordt in deze parkeergarage geregeld. De parkeergarage (blok 6) krijgt circa 800 parkeerplaatsen voor bezoekers en voor bewoners van blok 27.
Toelichting (concept)
41
bestemmingsplan Hoofddorp Hyde Park 27
Hoofdstuk 5 5.1
Onderzoek en beperkingen
Ladder voor duurzame verstedelijking
In 2019 is door de Provincie Noord-Holland de Bevolkingsprognose Noord-Holland 2019-2040 opgesteld. In de prognose is een inschatting gemaakt van het teoname van bevolking en het aantal huishoudens tot 2040 en de daaraan gekoppelde behoefte aan woningen. In 2020 is een toets aan de ladder voor duurzame verstedelijking voor heel Stadscentrum inclusief Hyde Park gedaan.Binnen Stadscentrum Hoofddorp vigeert veelal een centrumbestemming. Deze centrumbestemming maakt planologisch een breed palet aan functies mogelijk, maar deze meters kunnen in de praktijk maar één keer worden ingevuld. Dit betekent dat er planologisch - in potentie weliswaar veel en verschillende vierkante meters mogelijk zijn, maar in de praktijk maar één keer worden ingevuld (door detailhandel, kantoor/dienstverlening, horeca of wonen). Binnen het programma Stadscentrum Hoofddorp en de verschillende initiatieven, worden vierkante meters onttrokken aan de voorraad. De beoogde nieuwe ontwikkelingen zullen vervolgens geen onevenredige toevoeging van vierkante meters programma met zich mee brengen maar juist een strategische onttrekking waarbij de kansrijke locaties (kernwinkelgebied tussen de Hoofdvaart en het station) worden versterkt en op kansarme locaties (aan de randen van Stadscentrum Hoofddorp) juist (planologisch) worden onttrokken.
Wonen In de periode 2019-2040 neemt de woningbehoefte in Noord-Holland toe met circa 202 duizend woningen, 17.900 in NH-Noord en 183.900 in NH-Zuid. In de regio’s van NH-Noord zit de groei vooral in de periode tot 2030, hierna is de groei beperkt. In de Kop van Noord-Holland daalt in de periode 2030-2040 de woningbehoefte met tweeduizend woningen. Voor de regionale woningbouwprogrammering is dit een belangrijk aandachtspunt. In NH-Zuid groeit ook na 2030 de woningbehoefte nog flink. Toch zit ook hier de grootste groei in de eerste jaren.
Figuur 5.1. Ontwikkeling woningbehoefte per tijdsperiode (aantal woningen)
42
Toelichting (concept)
bestemmingsplan Hoofddorp Hyde Park 27
Figuur 5.2. Ontwikkeling indicatieve woningbehoefte per gemeente 2019-2030 (aantal woningen)
De bevolkingsprognose van de gemeente Haarlemmermeer gaat uit van een groei van het aantal inwoners met circa 19.900 in de komende 10 jaar. Over een 20-jaarsperiode is de verwachting dat de bevolking zelfs met 30.600 inwoners toeneemt. Zie onderstaande grafiek voor een overzicht van de gemeentelijke prognose.
Figuur 5.3. Bevolkingsprognose Gemeente Haarlemmermeer 2019-2049 (Bron: Stec Groep, 2020).
Binnen de gemeente Haarlemmermeer staan meerdere grote en kleine woningbouwplannen op stapel. Een deel van deze nieuwe woningbouwplannen zijn in Hoofddorp gepland; een deel daarvan specifiek in of aan de randen van Stadscentrum Hoofddorp. Wanneer we inzoomen op Stadcentrum worden er circa 5.800 woningen toegevoegd tussen nu en 2030. In onderstaande tabel is het aantal voor Hyde Park te zien. De plannen leiden op basis van een verwachte gemiddelde huishoudensgrootte tot een toename van het aantal inwoners in en rond het stadscentrum van minimaal 9.000 inwoners tot 2030.
Toelichting (concept)
43
bestemmingsplan Hoofddorp Hyde Park 27 Figuur 5.4. Toevoeging woningen tot 2040 in Haarlemmermeer (Bron: Stec Groep, 2020).
Binnen Haarlemmermeer is de woningbehoefte tot 2030 een toename van 10.600 woningen. Binnen Haarlemmermeer zijn er tot 2030 plannen voor het toevoegen van 5.800 woningen. Daarmee wordt in een deel van de woningbehoefte voorzien. Hyde Park draagt daar met het toevoegen van 3.600 woningen tot 2030 daar in ruimte mate aan bij. De woningen van blok 27 zijn daarin meegenomen. Voorzieningen In Hyde Park als geheel is op basis van marktonderzoek uit 2018 een programma voor voorzieningen voor 2.950 m2 detailhandel (waarvan 800 m2 supermarkt), 2.200 m2 horeca, 2.500 m2 commerciële dienstverlening en 2.000 m2 aan maatschappelijke dienstverlening en 1.000 m2 sport/fitness bepaald. In de Laddertoets Stadscentrum Hoofddorp (Stec Groep, 25 september 2020, Bijlage 1 ) is dit programma nogmaals beoordeeld. De commerciële ontwikkelingen ter plaatse van Hyde Park zullen met name gericht zijn op de toevoeging van functies die gericht zijn op de toename van het aantal inwoners (circa + 6.200 inwoners) op en rond de locatie. De beoogde voorzieningen spelen in op de behoefte aan voorzieningen van deze toekomstige bewoners. Vanuit een ladderoogpunt worden er bovendien vierkante meters kantoorruimte aan planvoorraad onttrokken.
De beoogde toevoeging van vierkante meters voor een supermarkt en detailhandel in Hyde Park is gericht op de huidige inwoners van deze omgeving en zal daarnaast vooral ook inspelen op de toekomstige behoefte van de nieuwe inwoners op en rond deze locatie. Voor het gebied Hyde Park als geheel wordt gemonitord hoe de voorzieningen worden verdeeld over de verschillende blokken. Voor voorliggend blok wordt maximaal 500 m2 aan voorzieningen beoogd. Tot nu toe is in eerdere blokken (7.8.9, 23.16, 29) 2.639 m2 vergund. De voorzieningen in dit blok passen binnen de voor Hyde Park opgestelde en getoetste kaders. 5.1.1
Conclusie
In het onderzoek wordt geconcludeerd dat er zowel kwantitatief als kwalitatief wordt voorzien in een concrete behoefte. De plannen betekenen een versterking van de structuur van Stadscentrum Hoofddorp.
5.2
Bodem
5.2.1
Wet- en regelgeving
Met het oog op een goede ruimtelijke ordening dient in geval van ruimtelijke ontwikkelingen te worden aangetoond dat de bodem geschikt is voor het beoogde gebruik. Of de bodem een planontwikkeling in de weg staat, wordt middels een historisch onderzoek, eventueel aangevuld met een bodemonderzoek, bepaald. De resultaten van het historisch onderzoek, het bodemonderzoek en de conclusie met eventuele saneringsadviezen worden in het bestemmingsplan vermeld. Wet bodembescherming (Wbb) In de Wbb zijn bepalingen opgenomen ter behoud en verbetering van de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Bij bestemmingswijzigingen, verbouwingen of graafwerkzaamheden zal in veel gevallen een bodemonderzoek uitgevoerd moeten worden. De gemeente beoordeelt dat per geval. Met het bodemonderzoek kan bepaald worden of de bodemkwaliteit ter plaatse geschikt is voor de beoogde functie. De Wbb onderscheidt drie kwaliteiten grond: sterk verontreinigde grond (boven interventiewaarden); licht verontreinigde grond (boven achtergrondwaarden); schone bodems (beneden achtergrondwaarden). Indien gesaneerd moet worden, bestaan specifieke regels voor het bepalen van de terugsaneerwaarde (te behalen kwaliteit) en de milieu hygiënische kwaliteit van een aan te brengen leeflaag. Besluit bodemkwaliteit (Bbk) Het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) geeft de lokale bevoegde gezagen de mogelijkheid om de
44
Toelichting (concept)
bestemmingsplan Hoofddorp Hyde Park 27 bodemkwaliteit binnen hun gebied actief te gaan beheren binnen de gegeven kaders. Dit geeft onder andere ruimte voor nieuwe projecten op het gebied van natuur, wonen en industrie. In het besluit worden vier kwaliteiten gehanteerd, namelijk Achtergrondwaarde, Wonen, Industrie en Niet toepasbaar. Het besluit hanteert voor het toepassen van grond en bagger een toets op de kwaliteit van de ontvangende bodem en aan de gebruiksfunctie. Gemeentelijke Nota Bodembeheer Haarlemmermeer probeert zoveel mogelijk een afweging te maken op basis van feitelijke risico's. De Nota Bodembeheer (2020) biedt een praktische richtlijn aan de gemeentemedewerkers, adviesbureaus, aannemers en andere bodemintermediairs hoe in Haarlemmermeer het beste met vrijkomende grond en baggerspecie kan worden omgesprongen, waarbij aan zaken als gezond verstand, kostenbesparing, milieuwinst en voldoen aan geldende wet- en regelgeving veel aandacht is besteed. De bodemkwaliteitskaart (2020) van Haarlemmermeer geeft aan wat de gemiddelde kwaliteit van de grond op niet-verdachte locaties is in de gemeente. De bodemfunctiekaart is tegelijk met de bodemkwaliteitskaart vastgesteld en geeft de (toekomstige) functieklasse van een gebied weer. In de Nota Bodembeheer Gemeente Haarlemmermeer zijn voor sommige gebieden Lokale Maximale Waarden vastgesteld. 5.2.2
Onderzoek
Op 13 maart 2018 heeft Tauw het bodemonderzoek ‘Vooronderzoek bodemkwaliteit Hyde Park te Hoofddorp’ (zie Bijlage 2) uitgevoerd. In dit vooronderzoek is het gehele gebied waar Hyde Park ontwikkeld zal worden onderzocht. Binnen het gehele gebied van Hyde Park zijn verschillende locaties aangewezen waar sprake is een verhoogd risico op de aanwezigheid van bodemverontreiniging. De volgende locaties zijn aangewezen als verdacht op de aanwezigheid van bodemverontreiniging: Jupitergarage; Aggregaat en olietank tussen Planetenweg 2-18 en Jupiterstraat 50; Vetafscheiders Saturnusstraat 2 t/m 10. Op het onverharde terreindeel) ter plaatse van de zuidoostelijke ingang van Planetenweg 5 is een asbesthoudend fragment (één stukje) aangetroffen De locatie blok 27 ligt niet in of nabij deze verdachte gebieden op het voorkomen van bodemverontreiniging, behoudens enkele verhoogde achtergrondwaarden. Waterbodemonderzoek is daarbij niet uitgevoerd. Op 17 januari 2020 is door Grondslag Bodemkwalitietsbureau bodem- en waterbodemonderzoek op blokniveau uitgevoerd (zie Bijlage 3). Opgemerkt dient te worden dat het onderzoeksgebied rond gebouwen 6-22-27 op moment van het onderzoek nog deels bebouwd was. Dit betreft de Neptunesgarage (blok 6). De bebouwing ter plaatse van blok 27 was al wel gesloopt ten tijden van het onderzoek.
Daardoor kan er van uitgegaan worden dat het bodemonderzoek voor blok 27 conform de onderzoeksinspanning van de NEN 5740 is uitgevoerd. Ter plaatse van de locatie blok 27 zijn de boringen B01, B02 en B03 geplaatst.
Toelichting (concept)
45
bestemmingsplan Hoofddorp Hyde Park 27
Figuur 5.5 Boorlocaties bodemonderzoek.
Buiten het gedeelte van de Planetenweg 5 geldt voor Hyde Park op basis van het vooronderzoek geen verdenking op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging met asbest, de locatie wordt aangemerkt als asbestonverdacht. Er wordt geen asbestonderzoek conform NEN 5707 uitgevoerd. Nabij blok 27 is geen watergang aanwezig. Een waterbodemonderzoek is ter plaatse van blok 27 niet uitgevoerd.Ook hebben daar in het verleden geen sloopdempingen plaatsgevonden. In het grondwater uit de peilbuizen B04 (nabij blok 27) en D04 zijn sterke verhogingen aan arseen gemeten. Na hermemonstering en analyse blijkt enkel de sterke verhoging in het grondwater uit peilbuis D04 reproduceerbaar. In het grondwater van de overige peilbuizen zijn maximaal lichte verhogingen aan barium, arseen en molybdeen aangetoond. De verhogingen aan barium en arseen kunnen worden gezien als een regionaal verhoogde achtergrondconcentratie. In mengmonster M05 (bovengrond deellocatie B) is een lichte verhoging aan minerale olie gemeten. Op basis van de oliechromatogram kan worden geconcludeerd dat het hier om een middelzware oliesoort gaat, mogelijk motorolie. De oorzaak van de verontreiniging is onbekend. Na uitsplitsing is enkel ter plaatse van de boringen B05 en B06 in de bodem een lichte verhoging aan olie gemeten. In de overige (meng) monsters van de boven- en ondergrond zijn geen verhogingen gemeten.
Uit de indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit komt naar voren dat de grond over het algemeen wordt beoordeeld als klasse 'Altijd Toepasbaar'. Dit geldt dus ook voor boringen B01, B02 en B03. 5.2.3
Conclusie
Aangezien het vooronderzoek geen aanleiding geeft tot aanwezigheid van grote verontreinigingen, wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling uitvoerbaar is wat betreft bodem in het kader van het bestemmingsplan. Ten behoeve van vergunningverlening wordt een verkennend onderzoek verricht, waarbij de strategie voor een onverdachte locatie mag worden gehanteerd. De gestelde hypothese, dat op het overige deel (buiten Planetenweg 2-18 en Saturnusstraat 2-10) van de onderzoekslocatie (deellocatie A t/m E) op basis van voorgaand onderzoek en de bodemkwaliteitskaart plaatselijk maximaal lichte verhogingen aan zware metalen, olie en PCB verwacht worden, is bevestigd. In de meeste monsters van de boven- en ondergrond zijn in het geheel geen verhogingen gemeten. Enkel op het westelijk deel van deellocatie B (bij gebouw 22, Planetenweg 2-20), is een lichte verhoging aan minerale olie gemeten.
46
Toelichting (concept)
bestemmingsplan Hoofddorp Hyde Park 27
Uit de indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit komt naar voren dat de bovengrond over het algemeen wordt beoordeeld als klasse 'Industrie' en 'Wonen'. De ondergrond wordt beoordeeld als klasse 'Altijd Toepasbaar'. De onderzoeksresultaten vormen geen belemmeringen voor de beoogde woonbestemming.
5.3
Cultuurhistorie en archeologie
5.3.1
Wet- en regelgeving
Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden. Deze wet vervangt zes wetten op het gebied van cultureel erfgoed en sorteert hiermee voor op de komende Omgevingswet. Door de wetten te bundelen en een aantal regels te vernieuwen is de wetgeving minder versnipperd. In de Erfgoedwet staat onder andere wat cultureel erfgoed is, wie welke verantwoordelijkheden heeft en hoe Nederland daar toezicht op houdt. De Erfgoedwet gaat over de bescherming van het cultureel erfgoed. Er is ook erfgoed in ruimtelijke ordening (de leefruimte om ons heen). Hoe Nederland daarmee omgaat staat in de Wabo. De erfgoedvisie met uitvoeringsprogramma van de Gemeente Haarlemmermeer voor de periode 2020 2030 stelt vast dat erfgoed bijdraagt aan de kwaliteit van de leefomgeving, de aantrekkelijkheid van de gemeente als bezoeklocatie en aan een aangenaam vestigingsklimaat. De basis van de visie is erfgoed als inspiratie en motor voor nieuwe ontwikkelingen. De archeologienota heeft tot doel een verantwoorde balans te vinden tussen goede omgang met het archeologische erfgoed en andere maatschappelijke belangen die bij planontwikkelingen moeten worden gewogen. In de nota zijn de verhaallijnen met de kernwaarden 'Water en pionieren' en 'Transport en Logistiek' leidend.
Om relevante keuzes te kunnen maken die in lijn zijn met de andere beleidsdoelen die de gemeente zich stelt, zal een integrale afweging plaatsvinden. De volgende speerpunten zijn van belang bij cultuurhistorische en/of archeologische waarden: het meewegen van het archeologische belang bij het opstellen van bestemmingsplannen; de mogelijkheid om voorschriften te verbinden aan de omgevingsvergunning ter bescherming van archeologie; de mogelijkheid van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) om bij (dreigende) schade aan archeologische monumenten na een toevalsvondst voorschriften te stellen aan de uitvoering de werkzaamheden of die stil te leggen; de mogelijkheid van het bevoegd gezag of de minister van OCW om toegang tot een terrein af te dwingen om archeologisch onderzoek te kunnen doen. De gemeente is verplicht om verwachte en aanwezige archeologische waarden mee te wegen bij ruimtelijke beslissingen. De wetgever geeft de gemeente de vrijheid om naar eigen inzicht vorm te geven aan de archeologische monumentenzorg binnen de gemeentegrens. Deze beleidsnota geeft hier invulling aan. 5.3.2
Onderzoek
Op 1 september 2017 heeft Tauw de notitie ‘Analyse archeologische en cultuurhistorische waarden Hyde Park’ (zie Bijlage 4 )opgesteld. Van oorsprong is het plangebied een monofunctioneel kantoorterrein met middelgrote kantoorpanden. Het gebied ligt ingeklemd tussen de spoorlijn, Kruisweg en het stadspark. Het plangebied ligt in een droogmakerij. De Haarlemmermeerpolder is als veenmeer ontstaan en is vervolgens drooggelegd in de jaren 1849-1852. Zoals reeds geschetst in paragraaf 3.4.16 is de kans op het aantreffen van archeologische waarden in situ zeer klein is. Voor het onderzoek heeft Tauw in Archis de indicatieve kaart van archeologische waarden (IKAW) en de Archeologische Monumentenkaart (AMK) geraadpleegd. In roze en lichtgele zones is de IKAW archeologische verwachting/trefkans weergegeven. Het plangebied heeft een lage trefkans en bevat daarnaast geen elementen die op de AMK zijn opgenomen.
Toelichting (concept)
47
bestemmingsplan Hoofddorp Hyde Park 27
Figuur 5.6 Archeologische verwachting (bron: AMK & IKAW). Rood omlijnd is het plangebied weergegeven.
Door de provincie aangewezen aardkundige monumenten en aardkundig waardevolle gebieden komen niet voor in de gemeente Haarlemmermeer. Er bevinden zich daarnaast geen door het rijk, de provincie of de gemeente beschermde archeologische monumenten of cultuurhistorische waarden. 5.3.3
Conclusie
Er geldt een zeer lage verwachting ten aanzien van de aanwezigheid van archeologische waarden in het plangebied. Sinds het uitgevoerde overkoepelende archeologisch onderzoek is het archeologisch beleid vernieuwd. Voor type gebied is daarbij onderzoek gevraagd, tenzij procedure al in gang is gezet. Dit bestemmingsplan is onderdeel van groot project waarvoor overkoepelend in 2017 de beschouwing op archeologie is gedaan dat ook al als onderbouwing gediend heeft bij meerdere planologische procedures van het project Hyde Park. Omdat sprake is van een laag verwachtingsniveau, is het niet nodig alsnog archeologisch onderzoek te doen. Er is derhalve geen archeologisch onderzoek noodzakelijk en op de verbeelding behorende bij dit bestemmingsplan zal hierdoor geen dubbelbestemming 'Waarde Archeologie' worden opgenomen. Tevens zijn er geen cultuurhistorische elementen in het plangebied aanwezig waarmee rekening dient te worden gehouden.
5.4
Externe veiligheid
5.4.1
Wet- en regelgeving
Externe veiligheid heeft betrekking op de veiligheid voor de omgeving van een inrichting met gevaarlijke stoffen en/of transport van gevaarlijke stoffen. Elk nieuw ruimtelijk plan moet volgens de Wro getoetst worden aan de normen voor plaatsgebonden risico en de oriëntatiewaarden voor het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico is het risico (uitgedrukt in kans per jaar) dat één persoon die zich onafgebroken en onbeschermd op die plaats bevindt, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een calamiteit met een gevaarlijke stof. Het groepsrisico is in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) gedefinieerd als: "de cumulatieve kans per jaar dat ten minste 10, 100 of 1.000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof of gevaarlijke afvalstof betrokken is". In het Bevi en de bijbehorende Regeling externe veiligheid inrichtingen zijn de risiconormen voor externe veiligheid met betrekking tot bedrijven met gevaarlijke stoffen vastgelegd. Denk hierbij aan risico's van onder andere tankstations met LPG, opslagplaatsen voor gevaarlijke stoffen en ammoniakkoelinstallaties. Het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) is gebaseerd op de Wet milieubeheer (Wm) en de Wro.
Het Bevb regelt onder andere welke veiligheidsafstanden moeten worden aangehouden rond
48
Toelichting (concept)
bestemmingsplan Hoofddorp Hyde Park 27 buisleidingen met gevaarlijke stoffen. De normstelling is in lijn met het Bevi. Het vervoer van gevaarlijke stoffen is geregeld via de "Wet Basisnet", een stelsel van wetten en regels. Het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) stelt regels aan transportroutes en de omgeving daarvan. Hierin wordt ingegaan op het plaatsgebonden risico, het groepsrisico en de verantwoordingsplicht. In de Regeling Basisnet staat waar risicoplafonds liggen langs de transportroutes, hoe hoog ze zijn en welke regels er gelden voor ruimtelijke ontwikkelingen. In de gemeente Haarlemmermeer zijn daarnaast routes voor het transport van gevaarlijke stoffen vastgesteld. In aanvulling op de landelijke wet- en regelgeving kent de gemeente Haarlemmermeer ook eigen externe veiligheidsbeleid. Specifiek gaat het om regels over de aanvaardbaarheid en verantwoording van het groepsrisico. Een belangrijk richtsnoer is onder andere dat objecten met niet- of met beperkt zelfredzame personen buiten het invloedsgebied van een risicobron worden geprojecteerd. Daarnaast biedt risicokaart.nl inzicht in risicosituaties in de leefomgeving. Dit instrument kan gebruikt worden als informatievoorziening om te helpen bij het voorkomen, bestrijden en beperken van de gevolgen van rampen en zware ongevallen. 5.4.2
Onderzoek
Op 19 juli 2017 heeft Tauw onderzoek gedaan naar de externe veiligheid (zie Bijlage 5). In het rapport zijn voor de geplande ontwikkeling van Hyde Park in Hoofddorp de risico’s met betrekking tot externe veiligheid onderzocht. De locatie van Hyde Park wordt herontwikkeld, waarbij woningbouw een prominente rol inneemt. Vanwege de introductie van woningen worden kwetsbare objecten geïntroduceerd, naast reeds bestaande kwetsbare objecten. Dit betekent dat er geen PR 10-6-contouren over de planlocatie kunnen liggen en, indien de locatie zich in een 1 % letaliteitsafstand bevindt van een risicobron, het groepsrisico beoordeeld moet worden.
Figuur 5.7 Risicobronnen rondom de te ontwikkelen bebouwing. Blauw: Locatie ontwikkeling, gele lijn: N201 en A4 (oranje omlijnd), rood: Bevi inrichtingen, rode stippellijn: buisleidingen, zwart: 10-6 contour. (Bron: Tauw)
Uit het onderzoek van Tauw blijkt dat Hyde Park niet binnen de PR 10-6-contouren van Bevi-inrichtingen,buisleidingen en/of transportroutes is gelegen. Daarnaast reikt het invloedsgebied van Bevi-inrichtingen,buisleidingen en/of transportroutes niet tot aan Hyde Park waardoor het groepsrisico niet berekend hoeft te worden en volstaan kan worden met een beperkte verantwoording.
Toelichting (concept)
49
bestemmingsplan Hoofddorp Hyde Park 27
Verantwoording Maatgevende scenario Het maatgevend scenario voor Hyde Park betreft het toxisch scenario. Het scenario waarbij een toxische wolk' treedt op wanneer een opslagtank(er) met chemicaliën lek raakt door een externe bron of externe factoren zoals corrosie. Toxische vloeistoffen kunnen verdampen waardoor een gaswolk ontstaat die over de omgeving uitwaait. De omvang, verplaatsingsrichting en verstrooiing van de gaswolk is mede afhankelijk van de weersgesteldheid, en de vullingsgraad van de tank op dat moment. Effecten maatgevende scenario Bij het ontstaan van een ‘toxische wolk’ is er sprake een relatief langzaam scenario waarbij er tijd is voor ontvluchting van het gebied. Risicocommunicatie is hierbij van groot belang, evenals de opstelling en isolatie de bebouwing. Bij toxische scenario’s is het in bepaalde gevallen noodzakelijk om in de bebouwing te blijven in plaats van vluchten. Hierbij is afsluiting van de buitenlucht cruciaal, hiermee wordt een “safe-haven” gecreëerd. Zeker bij personen die het gebied slecht kunnen ontvluchten is een “safe-haven” noodzakelijk om te kunnen “ontvluchten” aan het incident. Bestrijdbaarheid De bestrijdbaarheid is afhankelijke van de inzetbaarheid van hulpverleningsdiensten in hoeverre zij in staat zijn hun taken goed uit te kunnen voeren en om daarmee verdere escalatie van een incident te voorkomen.
Hierbij kan gedacht worden aan het voldoende/ adequaat aanwezig zijn van aanvalswegen en bluswatervoorzieningen,maar ook de brandweerzorgnorm wordt hier onder geschaard. Bereikbaarheid Het plangebied, maar ook de genoemde risicobronnen dienen goed bereikbaar te zijn voor de hulpverleningsdiensten, waardoor in geval van werkzaamheden of calamiteiten het plangebied bereikbaar is. Het plangebied is goed bereikbaar vanaf verschillende windrichtingen. Zorgnorm De brandweerzorgnorm is een aanbevolen opkomsttijd die afhankelijk is van het soort object en de risico's voor de aanwezige personen. De opkomsttijd bestaat uit een optelsom van de uitruktijd en de aanrijdtijd. De uitruktijd betreft de tijd die men heeft vanaf het alarmeren totdat men gereed is om te vertrekken naar het plaats incident. De uitruktijd voor een beroepskorps ligt lager dan die van een vrijwillig korps, omdat de beroepsmedewerkers zich in de directe nabijheid van de kazerne bevinden. De streefwaarde voor een beroepskorps is 1,0 minuut en voor een vrijwillige organisatie ca 3,5 minuten. De aanrijdtijd betreft de zuivere rijtijd. Door de brandweer zal aangegeven worden of zij binnen de zorgnorm in het plangebied aanwezig kunnen zijn. Zelfredzaamheid De personen binnen het plangebied zijn hoofdzakelijk zelfredzaam.
De ontwikkeling voorziet ook niet in functies die specifiek bedoeld zijn voor verminderd zelfredzame personen. Binnen het plangebied worden namelijk 124 reguliere socaile huurappartementen voorzien. Gezien het maatgevende toxische scenario (weg) wordt geadviseerd om de woningen luchtdicht afsluitbaar te maken. Dit houdt in dat ramen en deuren te sluiten zijn en dat de mechanische ventilatie eenvoudig handmatig uitgeschakeld kan worden. Restrisico Na het treffen van maatregelen resteert een resteffect. Dit betreft een inschatting van het aantal doden, gewonden en materiële schade. Het maatgevend scenario voor beschrijving van het restrisico is het zwaarst mogelijke incident: het toxisch scenario. Gezien het feit dat de ontwikkeling zorgt voor een zeer beperkte toename van het groepsrisico en dat door middel van het luchtdicht afsluitbaar maken van de woning de risico's afnemen, wordt het restrisico acceptabel geacht.
50
Toelichting (concept)
bestemmingsplan Hoofddorp Hyde Park 27
5.5
Explosieven
In de Nederlandse bodem zitten nog veel conventionele explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. Bij het opsporen en ruimen van conventionele explosieven (CE's) is de openbare orde en veiligheid het bepalende uitgangspunt. De burgemeester is op grond van artikel 172 van de Gemeentewet belast met de handhaving daarvan. De beslissing om in een concrete situatie al dan niet over te gaan tot het opsporen en ruimen van een CE is dus de bevoegdheid van de burgemeester. In een CE-verdacht gebied is grondroerende partij verplicht een explosieven onderzoek uit te voeren in het kader van 'veilige werkomgeving en veiligheid voor derden en de omgeving'. Er geldt geen verplichting om over te gaan tot opsporing en ruiming. Dit hangt af van het concrete geval en dat wordt vooral beoordeeld in relatie tot het huidige en toekomstige gebruik van het gebied. 5.5.1
Onderzoek
Op basis van de bodembelastingkaart CE kan geconcludeerd worden dat het plangebied deel uitmaakt van de Atlantikwall en de Nederlandse verdedigingslinie . De Atlantikwall was een meer dan 5.000 kilometer lange verdedigingslinie, die Nazi-Duitsland tijdens de Tweede Wereldoorlog langs de westkust van de bezette gebieden in West-Europa heeft aangelegd ter voorkoming van een geallieerde invasie. De Atlantikwall liep van Noorwegen, via Denemarken, Duitsland, Nederland en België naar Frankrijk tot aan de grens met Spanje. De verdedigingslinie, die overigens nooit geheel werd voltooid, bestond uit kazematen of bunkers, kanonnen en mijnenvelden.
Figuur 5.8 bodembelastingkaart CE zwart omlijnd is het plangebied weergegeven.
5.5.2
Conclusie
Aangezien het plangebied behoort tot een verdacht gebied dient een explosievenonderzoek plaats te vinden. Vervolgens dienen verdachte objecten die uit het onderzoek naar voren komen altijd te worden benaderd om vast te stellen of het een CE betreft. Tot slot zullen de CE's geruimd moeten worden (onschadelijk maken of ter plaatse detoneren). De beoogde bouwactiviteiten zullen pas worden gestart als de locatie is vrijgegeven. Dergelijke onderzoeken staan de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan echter niet in de weg.
Toelichting (concept)
51
bestemmingsplan Hoofddorp Hyde Park 27
5.6
Flora en fauna
5.6.1
Wet- en regelgeving
Sinds 1 januari 2017 vervangt de Wet natuurbescherming de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet. Daarmee zijn gebiedsbescherming en soortbescherming bij elkaar gebracht in één Nederlandse wet. Deze wet beschermt de van nature in Nederland in het wild voorkomende planten en dieren en hun directe leefomgeving, waaronder nesten en holen. Deze wet neemt de Europese regelgeving als uitgangspunt. Dat is niet alleen van belang vanwege het feit dat Nederland is gehouden tot nakoming van zijn internationale verplichtingen, maar ook, omdat de Europese regelgeving een hoog beschermingsniveau van de natuur verzekert, hoger dan de bescherming die vóór de totstandbrenging van de Europese kaders werd geboden door de nationale wetgeving. De taken en verantwoordelijkheden worden in het wetsvoorstel zoveel mogelijk bij de provincies neergelegd, overeenkomstig het uitgangspunt 'decentraal tenzij'. Eén van de verantwoordelijkheden van de provincie is het Natuurnetwerk Nederland, een netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Was het in de vorige wetgeving nog zo dat individuele exemplaren van zeldzame soorten werden beschermd, nu betreft het bescherming van de soort. Een belangrijk criterium in de wet is 'gunstige staat van instandhouding van een soort'.
Daarvan is sprake als: uit populatiedynamische gegevens blijkt dat de betrokken soort nog steeds een levensvatbare component is van de natuurlijke habitat waarin hij voorkomt, en dat vermoedelijk op lange termijn zal blijven, en het natuurlijke verspreidingsgebied van die soort niet kleiner wordt of binnen afzienbare tijd lijkt te zullen worden, en er een voldoende grote habitat bestaat en waarschijnlijk zal blijven bestaan om de populaties van die soort op lange termijn in stand te houden. 5.6.2
Onderzoek
Door Pius Floris is op 12 oktober 2021 een quickscan flora en fauna uitgevoerd ter plaatsen van blok 3-4 en blok 27 (zie Bijlage 6). Soortenbescherming Alvorens de QuickScan uit te voeren is vooronderzoek gedaan, het vooronderzoek heeft als doel een overzicht te verkrijgen van relevante informatie met betrekking tot het voorkomen van beschermde soorten. Het vooronderzoek maakt gebruik van ondersteunende gegevens uit de NDFF (Nationale Databank Flora- en Fauna) via de applicatie QuickScanHulp (<3jaar), Waarneming.nl (<5jaar), Nederlands Soortenregister en soortverspreidingsatlassen van o.a. SOVON, RAVON en de Zoogdiervereniging. Tijdens het veldbezoek zijn de aanwezige biotopen opgenomen. Op basis van de voorkomende biotopen en ecologische kennis is een inschatting gemaakt van de te verwachte soorten en de soorten die op voorhand uit te sluiten zijn. Bij het bepalen van de mogelijke effecten wordt rekening gehouden met de aard van de ingreep en de gevoeligheid van de soorten.
Aanwezige biotopen In het deelgebied zijn de volgende biotopen met noemenswaardige landschapselementen aangetroffen:
Vaatplanten
52
Toelichting (concept)
bestemmingsplan Hoofddorp Hyde Park 27 Vooronderzoek Vanuit het vooronderzoek is bekend dat onderstaande soorten,te verwachtten zijn in of nabij het plangebied.
Veldonderzoek Tijdens het onderzoek zijn geen waarnemingen gedaan van beschermde vaatplanten. Ook bied het gebied geen geschikte habitat voor deze soorten. Gezien de geringe verspreidingsmogelijkheden en de afstand waarop de soorten zijn waargenomen, wordt vestiging van deze soorten in plangebied niet verwacht. Effectbeoordeling Negatieve effecten op beschermde vaatplanten kan op basis van het voor- en veldonderzoek worden uitgesloten. Er zijn geen waarnemingen gedaan en geschikt habitat ontbreekt. Vogels Verblijfplaatsen die jaarrond in gebruik zijn door vogels zijn beschermd onder de Wnb, alsook alle (tijdens de broedperiode) bezette vogelnesten (zie Bijlage II) Deze wettelijk beschermde status is ook van kracht in relatie tot de functionele leefomgeving van vogelsoorten. Tijdens de Quickscan wordt het plangebied op de aanwezigheid van vaste rust,- broed,- of verblijfplaatsen van vogels onderzocht. Vooronderzoek
Toelichting (concept)
53
bestemmingsplan Hoofddorp Hyde Park 27
Veldonderzoek Tijdens het veldonderzoek zijn geen waarnemingen gedaan van de in de bovenstaande tabel genoemde soorten. In beide percelen is wel een door struik(en) bezet stuk ruigte aanwezig, die als nestgelegenheid kan dienen voor algemeen voorkomende soorten. De onderzochte bomen in het gebied bevatten geen holtes. De bomen bieden verder geen potentiële broedlocatie voor de soorten genoemd in bovenstaande tabel. Effectbeoordeling Gedurende het broedseizoen kunnen algemene vogelsoorten gebruik maken van de aangetroffen stuiken. Derhalve wordt bij het verwijderen van dit struikgewas tijdens de broedperiode mogelijk bezette nesten weggenomen. Negatieve effecten op de nestgelegenheid kan worden uitgesloten indien de uitvoering van de geplande werkzaamheden buiten het broedseizoen plaatsvindt. Zoogdieren Vooronderzoek Op basis van verspreidingsgegevens en NDFF-gegevens kunnen binnen de grenzen van het plangebied egel, bunzing, haas en konijn voorkomen. Verder zijn in de nabije omgeving hermelijn en wezel te verwachtten. Door het ontbreken van een open terrein of weidegebied kan de aanwezigheid van haas op voorhand worden uitgesloten. Genoemde marterachtigen geven over het algemeen een voorkeur aan gebieden met kleinschalige landbouw waar voldoende schuilmogelijkheid en water nabij is, maar komen in principe in allerlei landschapstypen voor.
Enkelen zijn met regelmaat te vinden in parklandschappen en stedelijke gebieden. De aanwezigheid van groenstroken, heggen, bosjes, bermen en greppels zorgen hier voor geschikte jaagomgeving.
Veldbezoek Het oppervlak van perceel 3.4 bestaat uit kale delen en beperkt ontwikkelde ruigte waardoor deze
54
Toelichting (concept)
bestemmingsplan Hoofddorp Hyde Park 27 ongeschikt bevonden als leefgebied voor beschermde grondgebonden zoogdieren en kan aanwezigheid van deze soorten worden uitgesloten. Perceel 27 is potentieel geschikt als foerageergebied voor konijn en egel. Weliswaar heeft verdichting van de grond (vanwege herhaaldelijk gebruik door werkvoertuigen) ervoor gezorgd dat de bodem ongeschikt is voor het graven van holen. In de aanwezige zandhopen elders, zijn dergelijke holen niet aangetroffen. Verder, het ziet eruit alsof er onvoldoende fatsoenlijke beschutting (e.g. dicht struikgewas) voor de egel aanwezig is. Ten gevolge hiervan lijkt het gebied ongeschikt als verblijfplaats voor konijn en egel. Een geschikte biotoop voor marterachtigen is ook vastgesteld binnen perceel 27. De opeenhoping van grof zand in combinatie met brokstukken verharding hebben geleid tot steenhopen, die voor marterachtigen potentieel als verblijfplaats gebruikt kunnen worden. Aangezien de steenhopen hier geruime tijd lijken te liggen, is vegetatie zich gaan ontwikkelen en gelijktijdig potentiële vestiging van grondgebonden zoogdieren mogelijk gemaakt. Aangrenzend aan en binnen het perceel is ook potentieel jaaggebied in de vorm van greppels, heggen en struikgewas aanwezig. Van de bunzing zijn in de nabije omgeving waarnemingen bekend (0 – 1 km).
Andere marterachtigen zijn evenzeer eerder waargenomen in de regio (1 – 5 km). Tot slot zijn ook waarnemingen van de egel en konijn op korte afstand van het perceel bekend (0 – 1 km). Effectbeoordeling Perceel 27 is geschikt bevonden als leefgebied voor grondgebonden zoogdieren. Negatieve effecten van de werkzaamheden op beschermde grondgebonden zoogdieren kan dan ook niet worden uitgesloten. Het perceel kan als foerageergebied voor egel en als verblijfplaats voor marterachtigen dienen. Met de voorgenomen werkzaamheden kunnen eventueel aanwezige verblijfplaatsen van marterachtigen worden aangetast. Er is dus op perceel 27 een potentiële rust- en voortplantingsplaats of essentieel leefgebied aanwezig voor kleine marterachtigen. Deze steenhopen zijn echter na het onderzoek reeds verwijderd. De eventuele potentie is hiermee verdwenen en nader onderzoek is in dit kader niet meer nodig. Vleermuizen Vooronderzoek Het leefgebied van vleermuizen bestaat uit een netwerk van verschillende vaste verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebieden. Gedurende het jaar wordt van meerdere typen verblijfplaatsen gebruik gemaakt, te weten: zomerverblijfplaatsen, paarverblijfplaatsen, kraamverblijfplaatsen en winterverblijfplaatsen. Een geschikte verblijfplaats kan meerdere type verblijfsfuncties vervullen.
Op basis van de NDFF-gegevens en verspreidingsgegevens (Zoogdierenvereniging,Waarneming.nl) kunnen de soorten uit onderstaande tabel worden verwacht.
Veldonderzoek Verblijfplaatsen Vleermuizen maken gebruik van holtes en spleten in bomen en gebouwen als verblijfplaatsen. Bij de onderzochte bomen zijn geen geschikte holtes of spleten/schorsplaten geconstateerd die als verblijfplaats kunnen dienen voor vleermuizen. Aanwezigheid van vleermuizen in deze bomen is uitgesloten.
Toelichting (concept)
55
bestemmingsplan Hoofddorp Hyde Park 27
Het onderzochte gebouw in perceel 3.4 is eveneens ongeschikt gebleken als verblijfplaats voor vleermuizen. Het betreft een constructie van betonnen containerblokken, waarbij de spleten en/of holtes die in menig gebouw wél aanwezig zijn, geheel dichtgemetseld zijn. Foerageergebieden en vliegroutes Vleermuizen maken gebruik van lijnvormige elementen, watergangen en luwte van groenstructuren als foerageergebieden en/of vliegroutes. Vleermuizen zijn afhankelijk van zulke lijnvormige elementen voor de verbinding van foerageergebieden met verblijfplaatsen. Tijdens het veldbezoek zijn er op de percelen geen elementen waargenomen die deze functie voor vleermuizen kunnen vervullen. Dienvolgens kan de aanwezigheid van foerageergebieden en/of vliegroutes worden uitgesloten. Effectbeoordeling Beide percelen bevatten geen potentiële rust en/of voortplantingsplaatsen voor vleermuizen. Vanwege het kleine oppervlak, ontbreken van bomen en andere lijnvormige elementen zijn beide percelen geen essentieel foerageergebied en fungeren niet als een vliegroute. Derhalve kunnen negatieve effecten op vleermuizen worden uitgesloten. Amfibieën, reptielen en vissen Vooronderzoek Op basis van verspreidingsgegevens (RAVON) en NDFF-gegevens kunnen Rugstreeppad en Vroedmeesterpad voorkomen in of in de directe omgeving van de percelen.
Tevens zijn vrijgestelde algemene soorten te verwachten onder meer de bastaardkikker, bruine kikker en gewone pad. Veldonderzoek Door de afwezigheid van voorplantingswateren en een geschikt landhabitat voldoet beide percelen niet aan de habitateisen van amfibieën en vissen. In dit kader kan aanwezigheid van zowel amfibieën als vissen op voorhand worden uitgesloten. Daarnaast is gekeken naar de geschiktheid van het plangebied als habitat voor hagedissen en slangen. Geschikt leefgebied is eveneens afwezig, in dit kader kan de aanwezigheid van deze reptielen op voorhand worden uitgesloten. Effectbeoordeling Een geschikte biotoop voor Wnb beschermde amfibieën, reptielen en vissen is afwezig binnen het gehele plangebied. Negatieve effecten op amfibieën, reptielen en vissen zijn uitgesloten. Voor de voorgenomen werkzaamheden is geen nader onderzoek en/of ontheffing onder Wnb nodig, wel is de algemeen geldende zorgplicht van toepassing. Ongewervelden Vooronderzoek De verspreidingsgegevens en NDFF-gegevens geeft geen indicatie voor de aanwezigheid van beschermde ongewervelde in de directe omgeving beide percelen. Veldonderzoek Voor de voortplanting zijn vlinders afhankelijk van specifieke waardplanten. De waardplanten voor wettelijk beschermde vlindersoorten zijn niet aangetroffen in het plangebied.
Door de afwezigheid van geschikte voortplantingswateren en jachtbiotoop kan de aanwezigheid van wettelijk beschermde vlinders, libellen, juffers en haften worden uitgesloten. Effectbeoordeling Binnen het plangebied is een geen geschikte voortplantingsbiotoop aanwezig voor wettelijk beschermde vlinders. Overige wettelijk beschermde ongewervelde zijn niet te verwachten binnen het plangebied, in dit kader zijn negatieve effecten op de gunstige staat van instandhouding uitgesloten. Nader onderzoek en ontheffing is niet noodzakelijk, wel is de zorgplicht van kracht. Gebiedsbescherming Voor onderhavig projectgebied is de volgende wet- en regelgeving op het gebied van gebiedsbescherming relevant: de Wet natuurbescherming, de Structuurvisie Noord-Holland 2040 (2010) en de Provinciale Ruimtelijke Verordening (2017). Wet natuurbescherming In de Wet natuurbescherming is de bescherming van specifieke natuurgebieden geregeld. Het betreft de Natura 2000-gebieden die een internationale bescherming genieten. Plannen en projecten met negatieve
56
Toelichting (concept)
bestemmingsplan Hoofddorp Hyde Park 27 effecten op deze gebieden zijn vergunningplichtig. Relevant daarbij is dat de Wet natuurbescherming een externe werking kent. Van externe werking is sprake als activiteiten buiten een Natura 2000-gebied van invloed zijn op de natuurwaarden in een Natura 2000-gebied. Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur genoemd) is een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen belangrijke natuurgebieden in Nederland en vormt de basis voor het nationale natuurbeleid. De begrenzing en ruimtelijke bescherming van het NNN is voor provincie Noord-Holland uitgewerkt in de Structuurvisie Noord-Holland 2040 (2010) en de Provinciale Ruimtelijke Verordening (2107). Het NNN in Noord-Holland kent geen externe werking. Inventarisatie Het projectgebied ligt niet in of grenst niet aan een beschermd gebied in het kader van de Wet natuurbescherming. Het dichtstbijzijnde beschermde gebied betreft het Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid op een afstand van circa 8 kilometer ten noorden van het projectgebied. Met behulp van een stikstofdepositieberekening dient aangetoond te worden dat de beoogde ontwikkeling niet leidt tot significante negatieve effecten ter plaatse van stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden.
Met de inwerkingtreding van de Wet Stikstofreductie en natuurverbetering op 1 juli 2021 is de bouwfase vrijgesteld van onderzoek. Hierdoor dient alleen in de gebruiksfase nog aangetoond te worden dat de stikstofuitstoot in deze fase niet leidt tot significante negatieve effecten. De gronden van het projectgebied zijn verder niet aangewezen als NNN in het kader van het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid. De dichtstbijzijnde NNN-gebieden liggen op circa 4 kilometer afstand verspreid rondom het projectgebied en betreffen plassen, moerassen en natuurgraslanden en bossen. Het Voorkanaal, direct ten westen van het projectgebied, is aangewezen als ecologische verbindingszone. De afstand is echter voldoende om te voorkomen dat deze wordt aangetast door de voorgenomen ontwikkelingen in het projectgebied. Gezien de terreinomstandigheden en de ligging, heeft het projectgebied geen belangrijke ecologische relaties met beschermde natuurgebieden. Beschouwd is of de nu aangevraagde ontwikkeling leidt tot een nadelig effect op de instandhoudingsdoelstellingen van de in de omgeving van Haarlemmermeer liggende Natura 2000 gebieden zijnde; Kennemerland-Zuid (ook wel bekend als de waterleidingduinen), Coepelduynen, en de Polder West Zaan, Botshol en Nieuwkoopse Plassen.
Op basis van verkeersonderzoek van Goudappel Coffeng is op 24 januari 2022 door MEES Ruimte & Milieu een stikstofdepositieonderzoek uitgevoerd. Omdat rekening gehouden dient te worden met cumulatie van projecten, is de berekening niet voor de diverse deelgebieden uitgevoerd, maar voor Hyde Park als geheel. Uit het onderzoek, waarbij intern gesaldeerd is met de situatie waarbij Beukenhorst-West in als zodanig in gebruik gebleven is, blijkt dat de ontwikkeling geen significant effect heeft op de omliggende Natura 2000-gebieden. Het onderzoek is bijgevoegd als Bijlage 7. 5.6.3
Conclusie
Op basis van de uitgevoerde ecologische inventarisatie is gezien de aangetroffen terreinomstandigheden en de aard van de ontwikkeling een voldoende beeld van de natuurwaarden ontstaan. Op voorhand kan in redelijkheid worden gesteld dat natuurwet- en -regelgeving de uitvoerbaarheid van de ruimtelijke plannen niet in de weg staat.
Toelichting (concept)
57
bestemmingsplan Hoofddorp Hyde Park 27
5.7
Geluid
5.7.1
Wet- en regelgeving
Wegverkeer In de Wet geluidhinder (Wgh) is bepaald dat het bevoegd gezag bij vaststelling van een bestemmingsplan de wettelijke grenswaarden in acht moet nemen. Toetsing aan de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting van de Wgh vindt plaats per weg. Het geluidsniveau ten gevolge van het wegverkeer dient op de gevels van nieuwe (of te wijzigen) woningen in de geluidszone van een weg te voldoen aan de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting. Deze bedraagt 48 dB. Indien deze voorkeursgrenswaarde wordt overschreden kan de gemeente een hogere grenswaarde toestaan, de zogenaamde "Hogere waarde". De Hogere waarde mag enkel worden verleend indien uit akoestisch onderzoek is gebleken dat bron-, overdrachts- of gevelmaatregelen om het geluidsniveau terug of onder de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting te brengen niet mogelijk is. Aan de Hogere waarde is een maximum verbonden. Voor de nieuwbouw van woningen in binnenstedelijke situaties is dit 63 dB en in buitenstedelijke situaties is dit 53 dB. Deze niveaus zijn na aftrek van de correctie conform artikel 110g van de Wgh. Spoorweglawaai In artikel 105 van de Wgh staat dat landelijke spoorwegen een zone hebben. In artikel 106 en verder van de Wgh staan grenswaarden voor het geluid dat geluidgevoelige bebouwing mag ondervinden van railverkeerslawaai. Voor woningen in nieuwe situaties is de voorkeursgrenswaarde Lden = 55 dB.
Het gemotiveerd vaststellen van een hogere waarde is mogelijk. De maximaal hogere waarde is afhankelijk van de situatie. Zij is 68 dB voor spoorweglawaai bij nieuwe woningen in stedelijk gebied. Industrielawaai Op basis van artikel 40 van de Wgh kunnen (delen van) industrieterreinen worden aangewezen als gezoneerd industrieterrein met een zonegrens. Dit betreft industrieterreinen waarop zich gronden bevinden die zijn aangewezen voor mogelijke vestiging van zogenaamde "zware lawaaimakers" als genoemd in artikel 41 lid 3 van de Wgh en artikel 2.1 lid 3 van het Besluit omgevingsrecht. Buiten de zonegrens mag de geluidbelasting vanwege het industrieterrein de waarde van 50 dB(A) niet te boven gaan. De op 1 januari 2007 geldende ten hoogste toelaatbare geluidsbelastingen voor woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen - vastgelegd in eerder genomen besluiten blijven gelden. Luchtverkeerslawaai Op grond van artikel 8.30a van de Wet luchtvaart stelt de minister elk vijfde kalenderjaar een geluidsbelastingkaart vast. Die heeft betrekking op de geluidsbelasting (hele dag (Lden) en 's nachts (Lnight) veroorzaakt door de luchthaven op woningen en bij Algemene Maatregel van Bestuur aan te wijzen categorieën van andere geluidgevoelige gebouwen.
Voorwaarden gemeente Haarlemmermeer versie april 2018 Voor de ontwikkeling van de woningbouw op Hyde Park heeft de gemeente Haarlemmermeer in 2018 de volgende akoestische randvoorwaarden gesteld: Gecumuleerde geluidsbelasting* op een gevel ten gevolge van alle relevante bronnen bedraagt maximaal 65 dB(A); Een woning bezit minimaal een geluidsluwe gevel; Een woning bezit niet meer dan één dove gevel; Toepassing van gevelmaatregelen zoals loggia’s conform de eisen die hiervoor worden opgenomen in de regels van het bestemmingsplan; Voor maximaal 15% van de woningen in Beukenhorst West is een cumulatieve belasting van meer dan 65 dB(A) toegestaan; Voor maximaal 15 % van de woningen is een geluidluwe gevel niet verplicht; Indien een woning geen geluidluwe gevel heeft en een cumulatieve belasting heeft van meer dan 65dB(A) dan dienen nadere bouwkundige voorzieningen getroffen te worden zoals bv loggia’s die ervoor zorgen dat mimimaal één verblijfsruimte een geluidluwe buitenmuur heeft.
58
Toelichting (concept)
bestemmingsplan Hoofddorp Hyde Park 27
5.7.2
Onderzoek
Voor de ontwikkeling Hydepark - Gebouw 27 te Hoofddorp zijnde de realisatie van 124 appartementen is door adviesbureau BURO Bouwfysica akoestisch onderzoek verricht. Het onderzoek en de conclusies zijn weergegeven in de akoestische rapportage d.d. 27 januari 2022, ref. 21123.08 (zie Bijlage 8). Blok 27 bevindt zich volgens de Wet geluidhinder binnen de geluidzones langs de Kruisweg, de ringweg N201, de Van Heuven Goedhartlaan en het spoortracé Schiphol-Leiden. De Planetenweg bevindt zich direct naast het project en wordt ingericht als 30 km/uur-weg, gedezoneerd in het kader van de Wet geluidhinder (geen onderzoek noodzakelijk). De Planetenweg is vanuit een goede ruimtelijke ordening wel in het onderzoek betrokken. Ook is sprake van luchtvaartlawaai vanwege luchthaven Schiphol. Uit de berekeningsresultaten blijkt het volgende: Alleen het spoorweglawaai leidt tot hogere waarden van maximaal 62 dB. Vanwege wegverkeer over de 30 km/uur Planetenweg is sprake van een 7 dB overschrijding van de voorkeursgrenswaarde van 48 dB zoals deze voor gezoneerde wegen geldt. Omdat deze weg gedezoneerd is kan voor de Planetenweg echter geen hogere waarde worden vastgesteld. De bijdrage van luchtvaartlawaai bedraagt maximaal 55 dB. Op alle toetspunten is de gecumuleerde geluidbelasting lager dan 65 dB(maximaal 64 dB).
Omdat vanwege het wegverkeers- en spoorweglawaai geen sprake is van een overschrijding van de maximaal te verlenen ontheffingswaarde en de gecumuleerde geluidbelasting lager is dan 65 dB, zijn er geen dove gevels noodzakelijk. Wel dienen de woningen een geluidluwe gevel te bezitten met Lden = 48 dB (na aftrek) voor wegverkeer en Lden = 55 dB voor railverkeer, dit met uitzondering van 15 % van het totaal aantal woningen. Voor de woningen die op voorhand niet beschikken over een geluidluwe gevel zijn afschermende maatregelen noodzakelijk in de vorm van bijvoorbeeld een (deels) afgesloten loggia of een plaatselijke afscherming bij een geveldeel met te openen delen. Derhalve is voor Hydepark Blok 27 een wegingsmethode t.a.v. geluidluwe gevels beschouwd die aansluit op het onderzoek van Cauberg-Huygen, d.d. 12 september 2019 voor het project Hyde Park – Knightsbridge in Hoofddorp. Deze wegingsmethode doet meer recht aan de wens om stedenbouwkundige kwaliteit en waarbij nog steeds sprake is van een ‘goede ruimtelijke ordening’. Zie hoofdstuk 4 van het geluidsonderzoek.
Uit afstemming met de betrokken partijen wordt ingestoken op het toepassen van geluidmaatregelen volgens variant 1 (hoekwoningen met een afgeschermde loggia / tussenwoningen met een Hafencityfenster-systeem o.g.).Met variant 1 blijven er nog circa 11 woningen over (94 van de totaal 105 stuks) waarvoor niet wordt voldaan aan een geluidluwe gevel, deze worden elders in het gebied Beukenhorst-West gecompenseerd. Door het vaststellen van hogere waarden is – via de werking van het Bouwbesluit – een goed woonen leefklimaat in de woningen gewaarborgd. Met een akoestisch-bouwtechnisch onderzoek dient te worden aangetoond dat karakteristieke geluidwering ten minste gelijk is aan de vastgestelde hogere waarde (zonder aftrek voor het gecumuleerd wegverkeer) minus de toegestane binnenwaarde van 33 dB voor het wegverkeers- en spoorweglawaai. Geadviseerd wordt de in hoofdstuk 5 van het geluidsonderzoek vermelde hogere waarden vast te stellen, het besluit tot vaststelling hogere waarden maakt onderdeel uit van de ruimtelijke procedure. 5.7.3
Conclusie
Conclusie is dat er hogere grenswaarden spoorweglawaai dienen te worden vastgesteld.
5.8
Geur
Het algemene uitgangspunt van het Nederlandse geurbeleid is het voorkomen van nieuwe hinder. Als er geen hinder is, hoeven er geen maatregelen getroffen te worden. De mate van hinder die nog acceptabel is moet worden vastgesteld door het bevoegde bestuursorgaan op grond van de Wm. 5.8.1
Onderzoek
Tauw heeft in 2018 een geuronderzoek (zie Bijlage 9) uitgevoerd ter plaatse van Hyde Park.
Toelichting (concept)
59
bestemmingsplan Hoofddorp Hyde Park 27
Het aspect geur is van invloed op het woon- en leefklimaat. Voor het aspect geur wordt onderscheid gemaakt in geurhinder, veroorzaakt door het houden van dieren (stallen) en van overige bronnen (onder andere bedrijven, et cetera). Daarnaast kan ook wegverkeer een bron van geurhinder zijn in de beleving van omwonenden. De plannen richten zich echter op het autoluw maken van het plangebied en het verbeteren van de loop- en fietspaden, er wordt dan ook geen negatief effect van geur afkomstig van wegverkeer verwacht. Woningen zijn voor geurhinder gevoelige bestemmingen. Anderzijds mogen bestaande geur emitterende bedrijven niet onevenredig in hun bedrijfsvoering worden beperkt door de komst van geurhinder gevoelige bestemmingen. De enige relevante geurbron in de directe omgeving van het plangebied is een kinderboerderij ten noordwesten van het plangebied. Onderstaand wordt nader ingegaan op deze kinderboerderij. Kinderboerderij Kinderboerderij De Boerenzwaluw is gelegen aan de Boslaan 5 in Hoofddorp. De activiteiten van de kinderboerderij vallen onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit. De op 16 april 1999 verleende Wet milieubeheervergunning wordt beschouwd als melding Activiteitenbesluit. Hierin is vermeld dat de volgende dieren aanwezig zijn op de kinderboerderij: Twee melkkoeien. Vijf schapen. Vier melkgeiten. Twee fokzeugen. Circa veertig legkippen. Vier kalkoenen.
Tien siereenden. Twintig konijnen. Vier parelhoenders. Twee ezels. In 2011 heeft een laatste controle bezoek plaatsgevonden. Bij de omgevingsdienst zijn geen klachten ten aanzien van geuroverlast bekend. Het Activiteitenbesluit kent twee artikelen die van toepassing zijn op het houden van landbouwhuisdieren, namelijk: 1. Paragraaf 3.5.8: Houden van landbouwhuisdieren in dierenverblijven. 2. Paragraaf 3.8.5: Fokken, houden of trainen van vogels of zoogdieren. Het eerstgenoemde artikel richt zich met name op grootschalige agrarische activiteiten en het professioneel houden van dieren. Hier is geen sprake van grootschalige agrarische activiteiten. Het tweede artikel is bedoeld voor onder meer kinderboerderijen en gaat uit van kleinschalige inrichtingen met zoogdieren en wordt veelal toegepast bij kinderboerderijen. De regeling is van toepassing op situaties waarin meer dan 25 vogels of vijf zoogdieren worden gehouden. Uitgaande van de milieuvergunning van 1999 is dat hier het geval. De Activiteitenregeling (paragraaf 3.8.4) stelt regels inzake deze inrichtingen. Ten aanzien van geur is slechts geregeld dat het bevoegd gezag maatwerkvoorschriften op kan leggen indien zich klachten voordoen ten aanzien van geurhinder. In de huidige situatie is dat hier niet het geval. De regeling kent geen afstandsvereisten tussen de gevoelige bestemmingen en de kinderboerderij.
In het kader van bedrijf- en milieuzonering zijn voor kinderboerderijen op het aspect geur wel richtafstanden opgenomen. Deze richtafstand bedraagt 30 meter in een rustige woonwijk en 10 meter in gemengd gebied (zie ook paragraaf 5.12) Toekomstige situatie Gezien de afstand tot de eerste gebouwen van Hyde Park van 30 meter, wordt er vanuit gegaan dat de realisatie van de appartementen niet leidt tot klachten. Daarnaast zorgt de aanwezigheid van een kinderboerderij in de directe woonomgeving voor levendigheid. Met name mensen met kleine kinderen kunnen gebruik maken van de faciliteiten van de kinderboerderij die op loopafstand van de nieuwe appartementen komt te liggen. Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling inpasbaar is wat betreft het
60
Toelichting (concept)
bestemmingsplan Hoofddorp Hyde Park 27 thema geur. Voor Blok 27 is de afstand met circa 200 meter erg groot te noemen. 5.8.2
Conclusie
Op basis van artikel 3.8.5 wordt geconcludeerd dat het Activiteitenbesluit geen specifieke eisen stelt aan een eventuele afstand tussen de kinderboerderij en de nieuwe appartementen. Ter indicatie kan dat de richtsafstand van 30 meter voor kinderboerderijen in het kader van Bedrijf- en milieuzonering gebruikt worden. Het dichtstbijzijnde appartementengebouw op Hyde Park staat op 30 meter afstand van de uiterste grens van de kinderboerderij. Blok 27 ligt op circa 200 meter afstand. De woningen zijn zodoende inpasbaar, er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De woningen van Blok 27 hebben zodoende ook geen negatief effect op de bedrijfsvoering van de kinderboerderij.
5.9
Lucht
5.9.1
Wet- en regelgeving
Wet luchtkwaliteit De belangrijkste wet- en regelgeving voor luchtkwaliteit is vastgelegd in de Wet luchtkwaliteit. De hoofdlijnen van deze wet zijn te vinden in hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wm. De luchtregelgeving is uitgewerkt in een aantal AMvB's en Ministeriële Regelingen. Wet milieubeheer (Wm) In bijlage II van de Wm zijn voor de volgende stoffen grenswaarden voor de concentratie in de buitenlucht opgenomen: stikstofdioxide (NO2), fijn stof (PM10), benzeen (C6H6), zwaveldioxide (SO2), lood (Pb), koolmonoxide (CO). Uit metingen van het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit en berekeningen van het Planbureau voor de Leefomgeving blijkt dat aan de grenswaarden voor benzeen, zwaveldioxide, lood en koolmonoxide al geruime tijd in (nagenoeg) geheel Nederland wordt voldaan. In de Nederlandse situatie leveren alleen de concentraties stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10) problemen op in relatie tot de wettelijke normen. De wijze waarop het aspect luchtkwaliteit in acht genomen dient te worden bij planvorming is geregeld in artikel 5.16 en 5.16a van de Wm.