2021-03-11 Raadssessie Sessieverzoek gehele raad Jeugdhulp Algemeen.doc
Tekst van het document
VERSLAG VAN DE SESSIE VAN DE RAAD DER GEMEENTE HAARLEMMERMEER OP DONDERDAG 11 MAART 2021 Onderwerp:
Sessieverzoek gehele raad Jeugdhulp Algemeen
Voorzitter:
dhr. P.J. de Baat
De leden: dhr. R. Ahmed Khatab, mw. M.E. Ballieux-Hamel, dhr. M.L. Beusenberg, dhr. E. Boscher, mw. N.M. Elfers, mw. J.B. Kamsteeg, dhr. R. Kenselaar, dhr. J.A. Kos, mw. C.F.M. van der Meij, mw. I.C. Vink-Albrecht, dhr. J.P.H. de Vries Griffier: dhr. P. van Heesewijk Portefeuillehouders: dhr. F. Sidali Insprekers: mw. S. Duin (MeerWaarde)
De VOORZITTER: Welkom allemaal. We starten de sessie. Het is een sessieverzoek van de gehele raad met als onderwerp Jeugdhulp algemeen. We hebben een inspreekster. Zij krijgt vijf minuten de tijd en daarna mogen de raadsleden wat verduidelijkende vragen stellen en laten we daarmee beginnen. De inspreekster is mevrouw Duin, sociaal medewerker van de Stichting MeerWaarde en ik verzoek mevrouw Duin het woord te nemen. Gaat uw gang. Mevrouw DUIN: Goedenavond, dank u wel dat ik hier vanavond aanwezig mag zijn. Mijn naam is inderdaad Simone Duin. Ik zie een aantal bekende gezichten en een aantal nieuwe. Ik ben sociaal werker jongerenwerk bij MeerWaarde Welzijn. Vorig jaar won ik de titel 'Sociaal Werker 2020' en omdat vanavond bij u jeugdhulp op de agenda staat, wil ik graag even aanhaken. Mede omdat het preventieve voorveld een belangrijke rol speelt in de stevige sociale basis en in mijn ogen raakt aan jeugdhulp, neem ik u graag mee, voordat u straks met elkaar in debat gaat, in mijn praktijk. Mijn collega-sociaal werkers en ik ondersteunen dagelijks kinderen, jongeren en hun gezinnen bij hulpvragen van alle dag.
Dan denk ik aan identiteitsvraagstukken, financiële vraagstukken, wonen, maar ook mentale gezondheid zoals eenzaamheid, hoe sluit je vriendschappen, hoe behoud je die, of wat kan ik doen als ik niet lekker in mijn vel zit of stress ervaar? We zien dat de groep jongeren die komt met mentale vraagstukken groeit en dat mentale vraagstukken er altijd al geweest zijn, maar dat deze door corona en de zekerheden die wegvallen en perspectief dat ontbreekt, zichtbaarder worden. Ten aanzien van de groep jongeren verwacht ik dat dit nog langere tijd gevolgen zal hebben en daarom vind ik dat goede jeugdhulp belangrijk is. De Jongerengemeenteraad kaartte in een eerdere raadsvergadering al aan dat er een groot taboe ligt op het vragen om hulp en de toegankelijkheid hiervan. Jongeren zijn niet meer zoals vroeger honkvast en gebonden aan een vaste vriendengroep, maar bewegen zich door de hele Haarlemmermeer. Mijn collega-jongerenwerkers en ik zijn op al deze vindplekken in de wijk, maar ook online actief en we zien dat jongeren ons weten te vinden. We bieden met sociaal werkers en tal van vrijwilligers laagdrempelige ondersteuning waarbij regie en eigen kracht vooropstaan en we gaan uit van wat de jongere kan en nemen dat als vertrekpunt. Ik neem als recent voorbeeld een jongen van dertien jaar. Hij liep vast op school, zijn cijfers gingen omlaag en hij dreigde te blijven zitten.
De recente familiespanningen droegen eraan bij dat hij niet lekker in zijn vel zat, dat hij moeite had om te gaan met groepsdruk en dat hij wilde werken aan weerbaarheid. Zijn ouders namen contact met mij op en vroegen of hij misschien in aanmerking kon komen voor specialistische hulp, bijvoorbeeld in de vorm van een psycholoog. Ik vroeg me af, en ik Conceptverslag Raadssessie Sessieverzoek gehele raad Jeugdhulp Algemeen 11 maart 2021
1
heb dat met de ouders besproken, of dit voor een jongen van dertien die vrij normale ontwikkelingstaken voor zich had, de juiste inzet was die ook aansloot bij zijn hulpvragen of dat het mogelijk opgelost kon worden, veel laagdrempeliger, met een mentor van ons project MatchMentor. Uiteindelijk zijn die jongen en mentor met elkaar gematcht en krijgt deze jongen een jaar lang ondersteuning van een vrijwillige en goed getrainde mentor die hem bijstaat bij al zijn vragen. We maken ook gebruik van de kracht van jongeren zelf. Dat doen we binnen ons project FriendsOnline. Daar helpen jongeren elkaar om vaardigheden aan te leren zodat ze kunnen omgaan met gevoelens van eenzaamheid of helpen bij het maken van nieuwe contacten. Sociaal werk draagt bij het welzijn van inwoners en daarmee ook het welzijn van jongeren. In sommige gevallen wordt snel gevraagd of opgeschaald naar geïndiceerde jeugdzorg terwijl een sociaal werker of vrijwilliger in een laagdrempelige en toegankelijke manier ook het verschil kan maken in een korter traject waarin uitgaande van talenten en passies wordt gekeken naar wat iemand gelukkig maakt en hoe hieraan invulling gegeven kan worden. Eerder voerden we al een businesscase uit naar hoe het sociaal werk rendeert. Dat hebben we laten doen naar de functie van sociaal makelaar.
Daaruit blijkt dat elke euro die wordt geïnvesteerd in sociaal werk, in het derde jaar € 5,50 oplevert, voor onder andere gemeente, zorgverzekeraars, werkgevers en woningbouw. Sociaal werk is vorig jaar in de coronacrisis uitgeroepen tot cruciaal beroep. Dat vind ik een mooie erkenning en dat maakt me blij. Maar nog blijer word ik van een appje dat ik krijg van een jongere die zich enorm geholpen voelt en blij is dat hij zijn verhaal bij mij kwijt kon. Hoewel zijn omgeving zei dat hij een psycholoog nodig had, zie ik vooral een jongere die goed weet wat hij wil en waar hij voor staat, maar die door het verlies van een dierbare tijdelijk ontregeld is en bij sociaal werk hulp vindt en praktisch advies krijgt waarmee hij direct verder kan. Sociaal werk van MeerWaarde speelt een belangrijke rol, ook binnen de georganiseerde jeugdhulp, dan wel in het voorkomen van, of het afschalen van zwaar naar lichte zorg. Daarom vond ik het belangrijk om vanavond hier aanwezig te zijn en het sociaal werk ook onder de aandacht te brengen. Wilt u meer weten, dan nodig ik u van harte uit om een keer met mij of mijn collega's om tafel te gaan en hierover verder te praten. Dank u wel voor uw tijd. De VOORZITTER: Dank u wel. Ik vraag de raadsleden of ze een verduidelijkende vraag hebben en als ik een handje zie, geef ik diegene het woord. De heer De Vries was het eerste. De heer DE VRIES: Dank u wel.
Simone Duin, dank voor het inspreken. Begrijp ik het goed dat uit uw verhaal blijkt dat door het werk dat jullie doen en doordat jullie kijken 'in hoeverre moeten we opschalen of in hoeverre kunnen we het met lagere of simpelere vormen van hulp?' veel duurdere hulp wordt voorkomen? De VOORZITTER: Mevrouw Duin. Mevrouw DUIN: Ik denk het zeker. Als je kijkt naar het voorbeeld dat ik net noemde, de jongere bij wie in eerste instantie werd gezegd dat hij een psycholoog nodig had, hebben we hem nu kunnen helpen met de vrijwillige inzet van een mentor. Dan komt er in principe een gesprek aan te pas met een sociaal werker en dan volgt er nog een matchingsgesprek en daarna gaat de vrijwilliger met de jongere verder en is er op dit moment voor deze jongere in ieder geval geen geïndiceerde hulp nodig. De VOORZITTER: Dank voor het duidelijke antwoord. Mevrouw Van der Meij. Mevrouw VAN DER MEIJ: Dank u, mevrouw Duin, fijn dat u kwam inspreken. Ik vond het ook heel prettig om te horen dat u ook een aantal keer zei dat als er normale leeftijdsgebonden problematiek speelt, je daar niet meteen die hoge geïndiceerde zorg voor hoeft in te zetten, maar dat je dat ook kunt laten waar het misschien beter op zijn plek is. De enige vraag die ik dan nog heb gaat over het
Conceptverslag Raadssessie Sessieverzoek gehele raad Jeugdhulp Algemeen 11 maart 2021
2
feit dat u heeft ingesproken: maakt u zich zorgen dat we in de discussie die we hier nu gaan hebben, wellicht aan uw poten gaan zagen, om het zo maar te zeggen? Is dat de reden dat u hier bent? Mevrouw DUIN: De reden dat ik hier ben, is om ook het sociaal werk voor het voetlicht te brengen en het belang daarvan. Ik zal niet direct zeggen dat u aan de poten van het sociaal werk gaat zagen, absoluut niet, maar het gaat over geïndiceerde zorg en hulp en we kunnen elkaar daarin vinden en versterken. Het is goed elkaar te weten te vinden en het verhaal te blijven vertellen. Dat is de reden dat ik vanavond wilde inspreken, om ook het belang te laten zien van het sociaal werk en te laten zien wat het sociaal werk kan betekenen hierin. De VOORZITTER: Dank u wel, dan kom ik bij mijnheer Boscher, VVD. De heer BOSCHER: Dank u wel voorzitter. Bedankt, Simone Duin, voor het inspreken en ik heb nog een vraag. U refereerde aan een doorrekening die jullie zelf hebben gedaan dat iedere euro die je in de sociaal makelaar steekt, over drie jaar € 5,00 zou opleveren. Is dat informatie die gedeeld kan worden? Komt dat uit een onderzoeksrapport of hoe moet ik dat zien? Mevrouw DUIN: Zeker, dat is een onderzoeksrapport dat is gemaakt door een onderzoeksbureau en als u daar meer over wilt weten, nodig ik u van harte uit om er een keer bij ons over te praten, daar kunnen we toelichting op geven.
De heer BOSCHER: Dank u wel. De VOORZITTER: Dank u wel. Klopt het dat ik geen handjes meer zie? Mevrouw BALLIEUX: Nee, voorzitter, ik had mijn handje ook opgestoken. De VOORZITTER: Ik weet niet waarom ik het niet zag, maar ik zie het nu wel, gaat uw gang mevrouw Ballieux. Mevrouw BALLIEUX: Dank u wel voorzitter. Ook bedankt aan mevrouw Duin voor het inspreken, ik ben ook erg geïnteresseerd in het rapport. Ik heb nog een vraag. We werken met allerlei vindplaatsen en u heeft een bepaald aanbod. Ik denk dan bij zo'n jongere 'waarom is die niet op school al langs geweest?' Verleent de school ook dit soort services? Hoe gaat dat in zijn werk? Dat vraag ik omdat ik me afvraag of dit niet de taak is van een begeleider of intern begeleider van zo'n school. De VOORZITTER: Gaat uw gang mevrouw Duin. Mevrouw DUIN: Zeker, in dit soort gevallen komen jongeren ook langs op school en wordt die ook betrokken om te kijken wat de rol van de school hierin kan zijn. We gaan uit van het hele netwerk van een jongere omdat we denken dat alle spelers rond een jongere belangrijk zijn. In dit geval was ook de school betrokken dus we hebben zeker gekeken wat er rond hem speelde. Dus ook naar wat de school kon doen in de cijfers die omlaaggingen en de spanningen in de klas, vanuit leerlingondersteuning.
Maar de jongere had ook ondersteuning nodig buiten school en daarom hebben we ook een matchmentor gekoppeld. De VOORZITTER: Dank u wel, ik zie verder geen handjes als het goed is. Dan gaan we door naar de sessie. Dank u wel voor uw aanwezigheid mevrouw Duin. De eerste die ik zie die het woord wil voeren, is de heer Kos. Er is net al wat gemeld over de procedure. Degene die het woord wil voeren, meldt dat even in de chat en als we straks willen interrumperen, kan dat via opgestoken handjes. Ik Conceptverslag Raadssessie Sessieverzoek gehele raad Jeugdhulp Algemeen 11 maart 2021
3
hoop dat ik de handjes goed zie, maar laten we kijken hoe het loopt. Ik geef het woord aan de heer Kos, Forza! De heer KOS: Ja voorzitter, dank u wel. De fractie van Forza! bruist van de ideeën om de oplopende tekorten in het Sociaal Domein terug te dringen. Laten we stoppen met het jarenlang toekijken hoe de hulpverlening verder ontspoort en de volgende elementen meenemen in de aankomende aanbesteding en ons eigen gemeentelijke beleid. De gemiddelde zorgverlener is 35% van zijn tijd kwijt aan verantwoording en administratie. Laat die zorgverlener nu doen waar hij of zij voor is, namelijk zorg verlenen. We kunnen die bureaucratie terugdringen door bijvoorbeeld zorgverleners hoofdzakelijk te beoordelen op het behalen van het doel van de hulpvraag en/of behandeling en op cliënttevredenheid. Hoe dat doel bereikt wordt, hoeft niet in twintigvoud verantwoord te worden. We geven onze hulpverleners de tijd en ruimte om hun doelen te bereiken en te streven naar maximale cliënttevredenheid. Dit zal de productie van zorgverleners ten goede komen en op die manier ook een positief effect hebben op de wachtlijst en de budgetoverschrijdingen. Een hulpvraag start in eerste instantie vaak met een grondslag die past bij Wmo-zorg. Maar gaandeweg het traject kan blijken dat er een onderliggende oorzaak is die meer specialistische zorg vergt.
We moeten er dan wel voor zorgen dat er getoetst wordt of de benodigde zorg nog wel Wmo-zorg zou moeten zijn. Is en blijft het gestelde doel haalbaar? Jeugdhulp kent een enorm grijs gebied of zorg bij de Wmo, de Wlz of zorg vanuit de Zorgverzekeringswet past. Als we als gemeente de dynamiek van de zorgvragen niet ergens begrenzen, zal in 99% van de gevallen de zorgverlener blijven doen wat hij of zij naar zijn mogelijkheden kan, terwijl juist die mogelijkheden en misschien wel de kennis onvoldoende zijn. Dus dan is er juist specialistische kennis nodig. Als dat niet gebeurt, wordt er heel lang Wmo-budget ingezet zonder dat er nog maar enige kans is om doelen te behalen, simpelweg omdat we die specialistische hulp nodig hebben. Om in het nieuw te ontwikkelen beleid zorgzwaarte en zorgfinanciering in balans te krijgen is Forza! voorstander van een budgetplafond. De forse overschrijdingen ontstaan niet uit luxe. Dus er is grote behoefte aan meer samenhang en vereenvoudiging in maatregelen en aan een onorthodoxe stok achter de deur om sturing te geven aan het gedrag en handelen van zorgverlenende instanties en zorgverwijzers. Tot zover. De VOORZITTER: Ik maak een opmerking dat ik nogal wat achtergrondgeluiden hoorde, dus ik verzoek iedereen op te letten als hij niet aan het woord is, de microfoon uit te zetten. Ik geef het woord aan mevrouw Vink van het CDA.
Mevrouw VINK: Dank u wel voorzitter. De jeugdhulp is een landelijk probleem. Je hoeft maar de krant open te slaan of naar het nieuws te luisteren. Maar dat neemt niet weg dat we als gemeente wel kunnen kijken of we lokaal hierop kunnen sturen. We zitten nu midden in de coronacrisis en weten allemaal dat dit een behoorlijke impact heeft op onze jongeren; geen ontmoetingen met vrienden, geen leuke afsluiting van je schoolperiode, en zo kan ik nog wel even doorgaan. Niemand weet wat dit in de toekomst voor gevolgen heeft voor onze jongeren. Maar ik hoor om me heen dat ze het er allemaal niet leuker op vinden nu het zo lang duurt. Toen we in de eerste lockdown zaten, hoorde ik ook van ouders die met kinderen in een jeugdzorgtraject zitten 'het is een stuk rustiger in huis, het lukt eigenlijk wel een beetje, ik leef niet meer de hele dag met de agenda van afspraak naar afspraak en kijken wie er komt'. Ik wil hier absoluut niet mee zeggen dat dat voor iedereen geldt, maar het geeft toch te denken of we misschien geen andere koers moeten inzetten. Er zijn gezinnen waar diverse hulpverleners over de vloer komen.
Bij problemen met kinderen wordt er door de hulpverleners veel over het kind gesproken, maar moeten we niet eens meer met het kind gaan praten? Er zijn jongeren met problemen die de professionals niet als vertrouwenspersoon zien en dan waarschijnlijk niet veel zeggen, of helemaal dichtklappen. Zij vinden gehoor met hun problemen bij bijvoorbeeld een docent van school of een sporttrainer en zien deze als een vertrouwenspersoon. Er zijn in Nederland een aantal gemeenten die werken met een JIM, dat staat voor Jouw Ingebrachte Mentor. Deze persoon is Conceptverslag Raadssessie Sessieverzoek gehele raad Jeugdhulp Algemeen 11 maart 2021
4
bij alle gesprekken met hulpverleners aanwezig en is het aanspreekpunt voor de jongere en dit blijkt in deze gemeenten te werken: het hulpverleningstraject wordt daarmee ook verkort. Ik ben benieuwd of mijn collega-raadsleden ervoor openstaan om in onze gemeente hier eens naar te kijken. En het is tegenwoordig ook zo dat als een kind zich maar iets anders gedraagt dan zijn leeftijdsgenoten, er meteen allerlei bellen gaan rinkelen en ouders weten ook heel makkelijk de weg te vinden binnen de jeugdzorg. Ik neem als voorbeeld iemand die moeite heeft met lezen. Die krijgt al snel het stempel 'dyslectisch', maar misschien is het ook op te lossen door als ouder of verzorger met het kind te gaan lezen. Ik vraag me af of dit wel binnen het budget jeugdhulp thuishoort. En hier verder op doorgaand, moet er misschien wel veel beter gekeken naar jongeren met heel lichte problemen, zodat zij niet direct in het zorgtraject terechtkomen en misschien met een beetje hulp op eigen benen verder kunnen. Dat hoorden we net mevrouw Duin ook zeggen. Misschien moet ook gekeken waarom de uitstroom niet vlot verloopt.
Is het misschien een reden dat de jongeren langer behandeld worden dan noodzakelijk omdat we geen budgetplafond hebben? Jongeren die met zwaardere zorg te maken hebben, vallen nu eerst onder de Jeugdwet, maar moeten die niet eerder worden overgedragen naar de Wet langdurige zorg? We zullen gezamenlijk moeten kijken naar oplossingen in de jeugdzorg. Echter, de resultaten hiervan zijn niet op korte termijn zichtbaar, daar is tijd voor nodig. We hebben de plicht om jongeren hulp te bieden die dit nodig hebben. Tot zover voorzitter, dank u wel. De VOORZITTER: Dank u wel. Dan kom ik bij mevrouw Kamsteeg, PvdA. Mevrouw KAMSTEEG: Dank u wel voorzitter, deze sessie is aangevraagd door alle partijen van de gemeenteraad en dat is mooi. Helaas is de aanleiding minder mooi, want dat zijn de tekorten in het Sociaal Domein. Vanavond hebben we het specifiek over de tekorten die zijn ontstaan bij de jeugdzorg. De tekorten zijn geen Haarlemmermeers probleem, maar een landelijk probleem. De oorzaak hiervan is onder andere de bezuiniging die het rijk heeft doorgevoerd toen in 2015 de uitvoering van deze hulp naar de gemeente kwam. Van het college hebben we informatie ontvangen, waarvoor dank. Hierin valt de grote hoeveelheid zorgproducten op die ingekocht zijn, maar ook de enorme hoeveelheid zorgaanbieders die gecontracteerd is, waar later op de avond nog over gesproken zal worden.
Uit onderzoek door het onderzoeksbureau AEF over de tekorten in de jeugdzorg komen opvallende conclusies naar voren. De tekorten worden niet veroorzaakt door een verhoogde instroom in de jeugdzorg, maar doordat er te weinig uitstroom plaatsvindt. Preventie en vroegsignalering hebben niet automatisch tot een kostenbesparing binnen de Jeugdwet geleid, maar wel op andere domeinen en dat is dus wel waardevol. Er is dus minder aandacht gegeven aan normaliseren en gebruikmaken van eigen kracht. Hoewel de tekorten structureel van aard zijn, waarvoor meer middelen van het rijk nodig zijn, zijn er gelukkig wel mogelijkheden iets te doen aan de instroom, maar vooral aan de uitstroom. Het AEF geeft meerdere mogelijkheden waarvan de PvdA er twee uitpikt die volgens mijn fractie interessant zijn om verder uit te werken. Dit betreft het versnellen van de uitstroom naar de Wlz en het nog meer inzetten van een Praktijkondersteuner Jeugd bij de huisarts. We horen graag hoe de portefeuillehouder, maar ook de collega's hierover denken. Eerder ontvingen we informatie over de tekorten in het Sociaal Domein en met name de jeugdzorg. Daarin werd ook aangegeven dat de raamovereenkomsten nog lopen tot eind 2021 en eind 2022. Op korte termijn is er dus niet veel te veranderen.
Maar wat gaan we wel anders doen wanneer dit mogelijk is? Het college gaf een aantal mogelijke oplossingen aan, waaronder een budgetplafond. Uit een onderzoek van AEF blijkt dat dit niet tot besparingen leidt. Het leidt alleen maar tot het onderbrengen van jeugdigen bij andere aanbieders, of erger, tot wachtlijsten. Die wachtlijsten worden dan in het nieuwe jaar weggewerkt, wat al snel weer tot nieuwe wachtlijsten leidt. De PvdA is hier dan ook zeker geen voorstander van omdat dit geen structurele oplossing biedt voor het probleem waarvoor we ons gesteld zien: de stagnerende uitstroom.
Conceptverslag Raadssessie Sessieverzoek gehele raad Jeugdhulp Algemeen 11 maart 2021
5
Tot slot, voorzitter, de PvdA vindt het belangrijk dat er een kwalitatief en kwantitatief goed aanbod van jeugdhulp overblijft zodat iedere jeugdige die zorg nodig heeft, deze ook kan krijgen. Tot zover. De VOORZITTER: Dank u, u bent precies door uw tijd heen. Ik kom bij mijnheer Boscher, VVD. De heer BEUSENBERG: Voorzitter, ik had mijn handje opgestoken om mevrouw Kamsteeg even iets te vragen. De VOORZITTER: Die heb ik over het hoofd gezien, de hand van mijnheer Beusenberg. Excuus, gaat uw gang. De heer BEUSENBERG: Dank u wel voorzitter, ik hoorde mevrouw Kamsteeg iets zeggen over de uitstroom. Hoe kunnen we dat bevorderen? Hoe had u dat dan in uw hoofd? Want het lijkt mij toch dat deskundigen daarover moeten gaan en niet een raadslid of een politieke partij. De VOORZITTER: Dank u wel. Mevrouw Kamsteeg, gaat uw gang. Mevrouw KAMSTEEG: Dat is ook niet wat ik zei, maar ik heb de voorgaande collega's ook horen zeggen dat er wel degelijk aanwijzingen zijn dat jeugdigen die zorg krijgen helemaal niet onder de Wmo vallen, maar misschien beter afzijn in de Wlz omdat de problematiek niet meer voor de gemeente is ter bekostiging. De VOORZITTER: Wilt u daar nog op reageren, mijnheer Beusenberg? De heer BEUSENBERG: Zeker voorzitter.
Dat is mooi en daar zal ik het dan wel met mevrouw Kamsteeg eens willen zijn, maar wie bepaalt dat dan? Van wie wordt dan verwacht 'hé, jij stroomt nu uit'? De VOORZITTER: Zullen we dit mooie item bewaren voor de tweede termijn want dat is misschien zinvoller voor de discussie. Ik zie een heleboel geknik. Bent u het daarmee eens, mijnheer Beusenberg? De heer BEUSENBERG: Nee, maar ik leg me er wel bij neer voorzitter. De VOORZITTER: Fijn, dank u wel. Dan ga ik naar mijnheer Boscher van de VVD. Gaat uw gang. De heer BOSCHER: Dank u wel voorzitter. Vandaag zijn we dan eindelijk begonnen aan de eerste sessie die door de gehele raad is aangevraagd. De vele informele raadsbrede overleggen waren goed en ik vind het mooi te zien dat we over de inhoud van dit onderwerp wellicht kunnen verschillen, maar dat we, of je nu coalitie of oppositie bent, links of rechts, ons allemaal zorgen maken over de situatie in de jeugdhulp en dat dit hoog op de politieke agenda moet komen. Het eerste piketpaaltje werd geslagen met het verzoek aan de Rekenkamercommissie om onderzoek te doen hoe de gemeenteraad beter kan sturen op de jeugdhulp. Lopende dit jaar zal dit onderzoek verschijnen en ik beschouw vandaag dan ook als het begin van een proces dat we met elkaar in 2021 gaan doorlopen. Ik verwacht dus geen panklare conclusies uit dit debat, maar het is hopelijk een goede stap in de goede richting.
Wat de VVD betreft, zijn er geen heilige huisjes om de tekorten verantwoord, binnen de kaders van de jeugdhulp en het Sociaal Domein terug te dringen. Hiervoor wil ik in ieder geval twee suggesties doen voor het debat. De VVD geeft al jaren aan dat de spaghetti aan zorgaanbieders er mede voor zorgt dat de jeugdhulp zo inefficiënt en duur is. Haarlemmermeer heeft contracten met 45 grote Conceptverslag Raadssessie Sessieverzoek gehele raad Jeugdhulp Algemeen 11 maart 2021
6
zorgaanbieders en ik geloof rond de 150 kleine zorgaanbieders. In de beantwoording van de vragen lezen we dat de 45 grote zorgaanbieders kwartaalgesprekken voeren met de gemeente. Dat alleen al zijn dus 180 gesprekken per jaar en dat zijn dan nog alleen maar de formele contactmomenten. Dan hebben we het nog niet eens over de kleine zorgaanbieders. Hoeveel ambtelijke capaciteit wordt er met al die contractbeheersing wel niet opgeslokt? De VVD zou graag zien dat er bij het afsluiten van nieuwe contracten wordt gekozen voor minder zorgaanbieders. Met name het aantal grote zorgaanbieders moet worden teruggebracht. En wellicht is het ook goed om langere looptijden van contracten aan te gaan. Naar onze mening komt dit de efficiëntie ten goede en kan het resulteren in een duurzame en goede werkrelatie omdat je dan de tijd hebt om deze ook op te bouwen. Daarnaast wil ik de discussie aangaan over de vraag of we de gekozen route moeten heroverwegen. De gemeente Haarlemmermeer doet veel zelf en ook in de jeugdhulp hebben we er bewust voor gekozen om veel zelf te doen en weinig samen te werken met omliggende gemeenten. We zijn denk ik de kleinste jeugdhulpregio van Nederland. Hierdoor zou Haarlemmermeer beter kunnen sturen, wij weten immers het beste wat onze inwoners nodig hebben. Althans, dat was de theorie.
Gezien de antwoorden van het college en de problematiek vragen we ons af of we dit moeten heroverwegen. Wellicht zou het toch verstandig zijn meer regionaal samen te werken in de jeugdhulp, onder andere ook bij de contractonderhandelingen. Dit was het voor nu. Ik hoop dat we vanavond komen tot een goed debat maar ook enkele concrete procesafspraken kunnen maken, ook met de portefeuillehouder, over hoe we nu verdergaan. Dank u wel. De VOORZITTER: Dank u wel mijnheer Boscher, dan ga ik naar ChristenUnie-SGP, mijnheer De Vries. De heer DE VRIES: Dank u wel voorzitter, vanavond willen we het college vanuit de raad handvatten aanreiken om meer grip te krijgen op de uitgaven in het kader van de jeugdhulp. Als voorbereiding zijn een aantal vragen gesteld. Door diverse factoren zijn de antwoorden vrij beperkt. We kunnen en willen op basis van de antwoorden en landelijke signalen en ontwikkelingen toch iets meegeven aan het college. Het college geeft onder andere aan dat met de 45 grootste aanbieders gesprekken over onder meer in- en uitstroom plaatsvinden. Dat zijn er vrij veel en mijnheer Boscher heeft ook al aangegeven dat het daar misschien ook wat minder kan. Als we kijken naar de problematiek waarvoor behandeling wordt ingezet, dan worden door het college met name autisme, ADHD, angst- en traumastoornissen, stemmingsstoornissen, gedragsstoornis en eetstoornissen genoemd.
Er zijn naar de mening van onze fractie zeker een aantal stoornissen waarvoor behandeling nodig is. Maar de afgelopen decennia is ook een sterke tendens ontstaan tot etikettenplakkerij. Daar valt ook de opmerking van mevrouw Vink over dyslexie bijvoorbeeld in. Misschien kunnen we kijken of daar iets aan te doen is, onder andere bij de verwijzers waar we in de andere sessie nog aandacht aan schenken. Als ik denk aan de inbreng van mevrouw Duin en zie dat huisartsen tot de grootste verwijzers groep behoren, dan zit er ook wel iets in de suggestie van mevrouw Vink. Daar kunnen we het misschien zo meteen in het vrije debat nog over hebben. Maar ik denk inderdaad dat we moeten sturen op niet zo snel doorsturen naar de zwaardere en zwaarste vorm als het ook met een lagere vorm van basishulp kan. De VOORZITTER: Mijnheer De Vries, ik wil u even interrumperen want ik krijg een verzoek van mevrouw Ballieux om u een vraag te stellen. Gaat uw gang. Mevrouw BALLIEUX: Dank u wel voorzitter. Ik wil mijnheer De Vries vragen wat hij denkt van het kader dat we vertrouwen hebben in onze professionals en hun professionaliteit want dat is een van de bouwstenen van ons Haarlemmermeers model en ik hoor u nu allemaal dingen zeggen die daarmee, naar mijn opvatting, op gespannen voet staan. Conceptverslag Raadssessie Sessieverzoek gehele raad Jeugdhulp Algemeen 11 maart 2021
7
De VOORZITTER: Mijnheer De Vries, gaat uw gang. De heer DE VRIES: Ik denk dat we aan de ene kant kunnen vertrouwen op de professionaliteit natuurlijk. Maar je ziet uit het verhaal van mevrouw Duin dat ze zeggen 'er is een verwijzingen naar een psycholoog', en dat, als je daar niet tussen komt, zo'n dertienjarige jongen gewoon bij een psycholoog terechtkomt. Door de interventie van MeerWaarde, de jongerenwerkers, zie je dat die jongere gematcht wordt met een soort coach. Dat kost natuurlijk veel en veel minder waardoor je het Sociaal Domein kunt ontlasten. Ik denk dat we daar ook met de huisartsen over in gesprek kunnen gaan 'huisartsen, weet dat het heel veel geld kost en kun je niet kijken of er mogelijkheden zijn om het op een lager niveau in te schalen?' Het blijft een taak van een verwijzer maar je kunt wel in gesprek gaan met de verwijzers, dat is een beetje mijn insteek. En de uitstroom is ook door verschillende van mijn collega's genoemd. Ik denk dat we daar ook heel veel aandacht aan moeten geven om te kijken hoe je het deurtje naar buiten zo kunt organiseren dat dat geen eindeloos verhaal wordt. Tot zover. De VOORZITTER: Laten we proberen de antwoorden kort te houden want nu bent u door uw tijd heen. En mevrouw Ballieux, u bent tevreden met het antwoord? U hoeft niet tevreden te zijn, maar u heeft een antwoord op uw vraag.
Dan bent u door uw tijd heen, mijnheer De Vries. De heer DE VRIES: Ik ben klaar. De VOORZITTER: Dan kijk ik even, ik zie iedereen binnenkomen en ga in die volgorde verder. Ik kom nu bij mevrouw Elfers van de HAP. Gaat uw gang. Mevrouw ELFERS: Dank u wel voorzitter, het gaat hier vanavond om de kwaliteit van zorg voor onze kinderen. Er is maar beperkt tijd en daarom zal ik mij richten op drie punten: kwaliteit van zorg, het effectief inzetten van gemeenschapsgeld en 1 gezin, 1 plan. Goede kwaliteit van zorg staat buiten kijf voor mijn partij. Dat betekent voor ons dat er maatwerk moet zijn voor ieder kind. Dat werd zojuist door mevrouw Duin duidelijk geschetst door middel van mooie praktijkvoorbeelden. Kwaliteit kun je bijvoorbeeld meten door een maatschappelijke kostenbatenanalyse. Ook hier refereerde mevrouw Duin zojuist aan. En dan: effectief inzetten van middelen. Daarmee bedoel ik adequate hulp voor onze jongeren en kinderen, maar door minder aanbieders. Ook mijnheer Boscher van de VVD haalde zojuist het aantal aanbieders aan. Het contracteren van aanbieders moet wat mijn fractie betreft, beperkt worden. Al was het maar vanwege de kosten voor de ambtelijke inzet om al die contracten en facturen te controleren zodat we wel rechtmatig met gemeenschapsgelden omgaan.
Minder contracten betekent dus niet minder aanbod en dat betekent dus niet minder hulp, dat betekent niet een lagere kwaliteit, maar dat betekent wel een effectieve, maar ook efficiënte inzet van geld. Hoe meer aanbieders, hoe meer ambtelijke inzet. Dat geld geven we liever uit aan de zorg voor onze kinderen. Kortom, effectief en efficiënt inzetten van gemeenschapsgeld. Dat kun je maar een keer uitgeven. Het belangrijkste wat HAP betreft: 1 gezin, 1 plan. Dat heb ik vorige week ook bepleit toen we spraken over relationeel geweld, de systeemgerichte aanpak, 1 gezin, 1 plan, is cruciaal voor echte oplossingen. Want er zijn geen probleemkinderen, er zijn kinderen met problemen. En er moet dus niet alleen gekeken naar het kind met het probleem, maar naar het gezin eromheen, de leefomgeving, kort gezegd het hele systeem. Daarom moeten we als het gaat om jeugdzorg naar aanbieders die dit soort maatwerk kunnen leveren als het nodig is. Samengevat: HAP kiest voor een systeemgerichte aanpak, 1 gezin, 1 plan, voor het effectief en efficiënt inzetten van gemeenschapsgeld en bovenal voor een goede kwaliteit van zorg voor onze kinderen. Tot zover. Conceptverslag Raadssessie Sessieverzoek gehele raad Jeugdhulp Algemeen 11 maart 2021
8
De VOORZITTER: Dank u wel, dan kom ik bij GroenLinks, mevrouw Ballieux, gaat uw gang. Mevrouw BALLIEUX: Dank u wel voorzitter. De decentralisaties hadden als doel om de zorg en ondersteuning dicht bij de mensen te organiseren en dat hebben we opgepakt in Haarlemmermeer met ons Haarlemmermeers model. Ik ben er namens mijn fractie trots op dat we dat model hebben ontwikkeld, het is ook een voorbeeld voor het land en het wordt ook gekopieerd. En ik ben ook trots als ik mevrouw Duin hoor vertellen over haar werk en dat ze toch pragmatische oplossingen zoekt en het kind echt helpt. Dat is precies de bedoeling. Tegelijkertijd is er iets heel vervelend aan de hand, dat is dat we de grip op de jeugdzorg kwijt zijn in Haarlemmermeer, tenminste op wat er financieel gebeurt. Uit landelijke rapporten – het AEF-rapport is ook aan de Tweede Kamer gericht – blijkt dat we inhoudelijk maar ook landelijk niet precies weten hoe we grip kunnen houden op dat financiële gebeuren in het Sociaal Domein. En dat is ook nu een groot probleem gebleken want we zijn eigenlijk opgeschrikt door een enorm tekort, met name in de jeugdzorg.
En wat GroenLinks betreft, is het belangrijkst – eigenlijk in aansluiting op alle inhoudelijke zorgen die we ook hebben, want we vinden dat kinderen en jongeren goede zorg moeten kunnen krijgen – de grote bedreiging van de financiële houdbaarheid van dit systeem en vooral ook de onthutsing dat dit opeens is ontstaan. We moeten dus echt vragen beantwoord zien. De Rekenkamercommissie is voor ons aan de slag en we zijn heel blij dat we dat als raad gezamenlijk hebben aangegeven. Maar we willen ook van het college goede informatie krijgen en dat betekent dat de data echt geanalyseerd moeten worden omdat de zorgen wat GroenLinks betreft niet alleen gaan over 2020, maar ook over 2021 en over 2022, want zet die stijgende trend zich dan door? Blijven we als gemeente constant achter de berg van uitgaven aanlopen, terwijl we dat natuurlijk wel in de vingers moeten krijgen? Daarbij geldt een ding, het rijk heeft ons opgezadeld met deze taken die we moeten uitvoeren met een korting, maar tegelijkertijd hebben we zelf ook een taak om te kijken waar we bijvoorbeeld in het contractbeheer, in de financiële sturing, grip op deze zaken kunnen krijgen. Dus ik wil heel graag van het college horen of er een prognose is voor dit jaar en voor volgend jaar.
In dit debat wil GroenLinks graag procesafspraken maken met het college: hoe komen we in de positie om op basis van de juiste informatie vooral grip op dit dossier terug te krijgen? En dat is waar ik het op dit moment bij wil laten namens mijn fractie. De VOORZITTER: Dank u wel dan kijk ik even wie ik als volgende zie. Ik denk D66, mevrouw Van der Meij. Mevrouw VAN DER MEIJ: Dank u wel voorzitter, er is al ongelooflijk veel gezegd en ik hoor mederaadsleden zeggen 'we gaan vanavond de kaders meegeven'. Dat gevoel heb ik helemaal niet. Sterker nog, hoe meer ik me hierin verdiep, hoe meer ik de kaders eerlijk gezegd kwijt ben. Het appel dat de VVD doet om het aantal van 200 zorgaanbieders die we gecontracteerd hebben, te verlagen, heeft D66 al verschillende keren eerder gedaan. Het onderzoek waar mevrouw Kamsteeg ook aan refereerde van Andersson, Elffers en Felix, geeft een aantal verrassende uitkomsten wat mij betreft, namelijk dat minder zorgaanbieders niet per definitie leidt tot goedkopere zorg en betere contracten. Gemeenten die met minder zorgaanbieders werken geven aan dat er daardoor meer onderaannemers komen waardoor er meer administratieve kosten zijn omdat die rekeningen weer anders gaan lopen. Kortom, daar waar ik soms wel dacht 'dat is de richting die we op moeten', ben ik die eerlijk gezegd, zeker na het grondig lezen van dat rapport wel een beetje kwijt.
Er zitten ook wel wat lichtpunten in de rapportage. Bijvoorbeeld de voorbeelden die mevrouw Kamsteeg al noemde, maar ook de verheldering van de afbakening tussen jeugdzorg en onderwijs, en het feit dat daar echt nog wel winst valt te behalen. En het verplaatsen van jeugdhulp in groepsverband, zoals dat nu op medische kinderdagverblijven gebeurt, naar reguliere kinderopvang bijvoorbeeld. Het blijft zo, zoals mevrouw Elfers aangeeft, dat we op zoek zijn naar efficiënte en effectieve zorg. Ik denk dat er geen partij is die daar niet naar op zoek is. We willen allemaal dat onze jongeren kwalitatieve zorg krijgen. Dat is niet Conceptverslag Raadssessie Sessieverzoek gehele raad Jeugdhulp Algemeen 11 maart 2021
9
iets wat hier heel erg uitgesproken hoeft te worden want dat ligt volgens mij ten grondslag aan het feit dat we ons zoveel zorgen maken want we willen juist dat iedereen die zorg blijft krijgen. Ik hoor graag van de portefeuillehouder of er al contact is in de afgelopen tijd met die zorgaanbieders. Hebben die misschien ideeën, weten zij manieren waarop we met elkaar tot een oplossing kunnen komen? Is dat meer in de uitstroom, zoals ook al eerder is genoemd? Er is natuurlijk wel echt een probleem en het zou zomaar kunnen dat het Haarlemmermeers model, waar mevrouw Ballieux heel trots op is, ook wel deels debet eraan is. Want in het Haarlemmermeers model bepaalt de zorgaanbieder de zorgintensiteit en de zorgduur. En als je betaald krijgt zolang iemand in de zorg zit, zou dat kunnen betekenen… Dat zou dat effect kunnen hebben. Ook iets wat wel onderwerp van gesprek moet zijn tussen de gemeente en zorgaanbieders wat mij betreft. Ik hoop dat we hier met elkaar inderdaad een eerste stap in een proces maken, een proces dat verheldering biedt voor het probleem dat er is, dat op dit moment voor mij alleen nog maar groter is geworden, maar waar we wel met elkaar uit moeten komen. Gelukkig hebben we nog even want we gaan het niet dit jaar met elkaar oplossen en de contracten lopen ook niet dit jaar af, maar ik hoop echt dat we veel antwoorden krijgen. Dank u wel. Tot zover.
De VOORZITTER: Dank u wel dan kom ik bij EEN Haarlemmermeer. De heer Khatab. De heer KHATAB: Dank u wel voorzitter, de jeugdbeschermingsketen staat onder druk. Dat zien we ook. Met het gevolg dat kinderen langer in een onveilige situatie blijven met het risico dat ze meer beschadigd raken en de problematiek verergert over de tijd. EEN Haarlemmermeer is ervan overtuigd dat dit niet kan worden opgelost zonder extra middelen. Het advies aan de gemeente is om hiervoor extra geld vrij te maken. Maar is het financieel ook haalbaar? Zoals D66 zegt, is ook EEN Haarlemmermeer zoekend naar de efficiëntie. De meest voorkomende elementen zijn toch de communicatie tussen de gemeente en de uitvoerende organisaties, maar ook de samenwerking onderling kan zorgen voor efficiëntie. Waar we ook naar kunnen kijken, is hoe we de financiële middelen voor de jeugdzorg in andere verdeling kunnen aanbieden, niet per se met een budgetplatform. Daarnaast kunnen we ook kijken hoe we dus de jeugdzorginstellingen kunnen stimuleren tot bewustzijn. Het kan ook zijn dat we dus de verschillende partners laten kijken hoe we ze kunnen stimuleren. Daarin is het belangrijk om te kijken hoe we het terugdringen van bureaucratie en administratie en allerlei andere overheadkosten kunnen verminderen, zowel bij de gemeente zelf, als de zorginstanties.
De gemeente kan op een positieve manier bemiddelen in dit maatschappelijke vraagstuk bij de jeugdhulpinstanties waaraan het geld wordt besteed. Maar voorzitter, is het mogelijk om een specialisme binnen de gemeente te genereren betreffende de jeugdzorg om zo onder andere ook relaties met partners en zorgaanbieders te onderhouden en ontwikkelen? Tot slot zijn er inderdaad veel gevallen van jeugdhulp waarbij niet alle verzoeken op de vraag van hulp zijn gebaseerd. Soms is het de persoonlijke omgeving van kinderen waar de omgeving zich al snel afvraagt of jeugdhulp nodig is. Ouders kunnen de gemeente makkelijk vinden, maar de onjuiste alarmering kost wel geld. De gemeente kan hierin ook een voorlichtende taak op zich nemen. Tot zover. De VOORZITTER: Dank u wel. Dan kom ik bij mijnheer Kenselaar, GEZOND Haarlemmermeer, gaat uw gang. De heer KENSELAAR: Dank u wel voorzitter. Na een periode van vooroverleg tussen alle partijen en het opstellen van vier afzonderlijke sessieverzoeken, is het dan nu tijd om over de vier hoofdonderwerpen het debat aan te gaan. De afgelopen maanden is gebleken dat het Sociaal Domein, en voor dit debat specifiek de jeugdzorg zoals nu wordt gebezigd, tot budgetoverschrijdingen in de meeste gemeenten heeft geleid.
Dit lijkt, zoals al eerder aangegeven vanavond door onder andere mevrouw Kamsteeg, voornamelijk te worden veroorzaakt door een stagnerende uitstroom in Conceptverslag Raadssessie Sessieverzoek gehele raad Jeugdhulp Algemeen 11 maart 2021
10
de zorgtrajecten. En zoals ook al eerder aangegeven, op korte termijn kunnen we wellicht minder doen dan we zouden willen om deze budgetoverschrijding een halt toe te roepen. Voor ons ligt de schone taak om zodra de nieuwe zorgcontracten ingaan, een beleid klaar te hebben liggen waarbij de zogenaamde perverse prikkels worden uitgebannen en er gezond vertrouwen blijft in de werkwijze en financiële insteek van de zorgpartners, maar ook op enige manier gezonde controle gaat plaatsvinden. Controle sluit vertrouwen niet uit tenslotte. Al leidt de controle er maar toe dat we in een eerder stadium weten dat er wellicht in een jaar een overschrijding gaat plaatsvinden, zodat we kunnen sturen. Dan komt het in ieder geval niet binnen als een Boeing in de Toolenburgerplas. We hebben dus nog eventjes te gaan met de huidige contracten maar dat betekent ook dat we de tijd hebben om de put, die nu bodemloos lijkt, van een goed gefundeerde bodem te voorzien. Ook als we voor een goede bodem naar het plafond zouden moeten kijken want ook voor GEZOND Haarlemmermeer zijn er geen heilige huisjes. Laten we alle opties bekijken in de tijd die we hebben. Als we het raamwerk nu goed neerzetten, is het des te toekomstbestendiger. Tot zover voorzitter, dank u wel. De VOORZITTER: Dank u wel. En dan tot slot mijnheer Beusenberg, Sociaal Rechts Haarlemmermeer. De heer BEUSENBERG: Dank u voorzitter.
Zoals al velen zeggen: de jeugdhulp is een landelijk probleem, maar wat SRH betreft, niet in onze gemeente Haarlemmermeer. Wat hier eigenlijk gecreëerd wordt, is een situatie waarin we op de stoel van deskundigen moeten gaan zitten 'is er een patiënt of cliënt die te lang meeloopt?' Daar wil ik helemaal niet over gaan. SRH wil zich helemaal niet mengen in een traject dat gevoerd moet worden door cliënten. Het is voor SRH van belang dat de portefeuillehouder en het college voldoende middelen krijgen van de raad om kwalitatief goede zorg te leveren en de vraag is gewoon: willen we dat als politieke partijen doen? Maar wie zijn wij nu om te zeggen 'we moeten zorgen dat die uitstroom sneller gaat'? Daar gaan we niet over. Ik vind het heel raar eigenlijk om dat nog voor te stellen ook. Als er dan een controle zou moeten plaatsvinden, zou je op een traject dat lopend is een deskundige moeten zetten om te kijken of een cliënt tijdig uit kan stromen. Maar nogmaals, mijn vraag aan de wethouder en ook aan de collega's, en dat vind ik als SRH de belangrijkste vraag, is: wat heeft hij nodig om een goede kwalitatieve zorg voor onze kwetsbare jeugd te financieren? Daar gaan we over. We gaan over centjes. De VOORZITTER: Ik zie een interruptie van mevrouw Van der Meij, gaat uw gang. Mevrouw VAN DER MEIJ: Dank u wel voorzitter.
Mijnheer Beusenberg, ik snap waar u vandaan komt en ik volg ook wel wat u zegt 'ik wil niet gaan over een zorgtraject'. Daar kunnen we helemaal niet over gaan want we zijn inderdaad absoluut niet deskundig genoeg, maar u geeft zelf wel een voorbeeld van wat een oplossing zou kunnen zijn. Als nu die uitstroom echt stagneert, zou het toch een onderzoek waard zijn om te kijken of dit stagneert omdat de zorg echt nog noodzakelijk is, of dat er andere redenen aan ten grondslag liggen? En u geeft een voorbeeld 'kunnen we niet iemand inzetten die dat gaat beoordelen'? Ik vind dat best een mooie suggestie. De heer BEUSENBERG: Voorzitter, die suggestie heb ik de vorige keer ook gedaan en toen kreeg ik voor mijn kiezen dat het met privacyredenen te maken had dat dat niet kan. Ik denk dat als we als raad op de centjes willen letten, we juist een deskundige moeten laten meewandelen om te kijken – heel plat gezegd – 'worden we als raad financieel in de maling genomen door zorgaanbieders?' En ik zou daar voor zijn en ik hoop andere partijen ook. Maar het mag nooit over de ruggen gaan van kwetsbare jongeren. Wij moeten dan een variant zien te vinden waarmee we de kosten kunnen beperken, maar buiten de jeugd om.
Conceptverslag Raadssessie Sessieverzoek gehele raad Jeugdhulp Algemeen 11 maart 2021
11
De VOORZITTER: U bent klaar met uw inbreng? Dank u wel. De heer BEUSENBERG: Had ik nog een kwartier, voorzitter? De VOORZITTER: Misschien nog een paar minuten. Nee hoor. Ik ga afronden, ik heb alle partijen gehad en vraag de wethouder de gelegenheid te baat te nemen om een reactie te geven op wat hij heeft gehoord. Er is ook een aantal voorstellen richting het college gedaan dus ik geef u het woord. Wethouder SIDALI: Dank u wel voorzitter. Voor ik tot beantwoording kom van een aantal vragen, wil ik gesteld hebben dat dit wat mij betreft het vertrekpunt is van vele gesprekken die we met elkaar zullen hebben. Dit is niet het eindstation. Verder wil ik ook gezegd hebben dat ik de betrokkenheid van de raad ontzettend goed vind en die voelt ook fijn aan. Ik waardeer de raadsbrede passie bij dit onderwerp. Ik voel me daarmee gesterkt om met jullie samen te kijken naar iets dat inderdaad een landelijk probleem is. Daar zitten we nu natuurlijk mee. We gaan inderdaad vandaag hier niet even het tekort dat we hebben, oplossen, maar we moeten wel met elkaar goed kijken en goed begrijpen welke toekomst we tegemoet gaan en wat we kunnen doen in de toekomst om het in ieder geval in de klauwen te houden en om het te kunnen beheersen.
Want welk onderzoek je ook aanhaalt en waar je ook naar kijkt, ook het AEF dat eind vorig jaar naar buiten is gekomen, er wordt altijd gesteld 'er moet geld bij in de jeugdzorg'. Dat baart me zorgen, maar het is niet zo dat we dan geen uitdaging hebben om het toch te proberen beheersbaar te krijgen. Ik heb een aantal vragen gekregen en heel veel denkrichtingen gehoord waarover we de komende tijd met elkaar in discussie gaan. Het CDA had het over een uitstroom. Dat is een van de belangrijkste problemen die er zijn als het gaat om de jeugdhulp. We zien inderdaad dat het daar stokt. Je kunt als voorbeeld nemen dat jongeren die langer bij de jeugdhulpaanbieders blijven, geen toegang hebben tot bijvoorbeeld beschermd wonen en daardoor ook langer bij de zorgaanbieder blijven. Ook zijn er kinderen die veel langer bij De Koppeling blijven. Daar moeten we met z'n allen goed kijken 'wat gebeurt daar nou?' Hoe kan het dat het niet doorstroomt? En we moeten het hebben over misschien een heel moeilijke discussie - maar ik vind het wel moedig van het CDA dat ze dat te berde brengen de Wet langdurige zorg. Daar zit ook een punt waar we het met elkaar echt over moeten hebben. Ik vind, en met mij het hele college, dat we ieder kind de kans moeten geven op herstel. Ieder kind moet zich kunnen ontwikkelen en we laten niemand in de steek.
Maar er zijn ook kinderen, helaas, waar je op de korte en op de lange termijn geen herstel zult zien en die kinderen moet je ook de rust gunnen, samen met hun gezin, om in de Wet langdurige zorg terecht te kunnen komen. Dan kunnen we van alles doen als gemeente, maar we moeten elkaar diep in de ogen kijken en kijken of dat misschien ook een beetje in de uitstroom zou kunnen helpen. Het is een denkrichting, maar het is wel aan ons, aan de gemeente, om samen met zorgverzekeraars daar goed naar te kijken en daar goed over nagedacht te hebben. De VOORZITTER: Mijnheer Sidali, u krijgt een interruptie van mevrouw Ballieux. Gaat uw gang. Mevrouw BALLIEUX: Dank u wel voorzitter, en ook wethouder voor uw antwoord tot dusver. Dit gaat over het juiste loket en het punt is dat het niet actief aangemoedigd wordt. Sterker nog, jonge kinderen komen niet zo makkelijk in de Wlz dus dat betekent dat u dit signaal niet aan ons moet geven maar aan het kabinet en het ministerie, daar hoort dat thuis omdat bij het juiste loket een heel groot punt zit. Er wordt gewoon gezegd 'tot zeven, acht jaar, hoort een kind in principe niet bij de Wlz'. Dat zijn dingen die daar, bij die toegang, worden gezegd. Dat is ook een weeffout in het hele verhaal. Ik ben benieuwd naar uw reactie daarop. De VOORZITTER: Laten we proberen de interrupties kort te houden, dat maakt het wel interessant.
Voor ik terugga naar de wethouder, ga ik nog even naar mevrouw Van der Meij. Conceptverslag Raadssessie Sessieverzoek gehele raad Jeugdhulp Algemeen 11 maart 2021
12
Mevrouw VAN DER MEIJ: Dank u wel voorzitter en wethouder. Ik wil even opmerken dat inderdaad in dat onderzoek van AEF dat doorstromen naar de Wlz ook heel duidelijk als een van de mogelijke oplossingsrichtingen wordt aangegeven. Met wat mevrouw Ballieux zegt, ben ik het ook eens, dat ligt niet aan ons, daar kunnen we hooguit over overleggen. Maar een ander punt is wel een afbakening tussen jeugdhulp en onderwijs en dat is volgens mij, en dat hoor ik graag van de wethouder, wel een onderwerp waar we invloed op uit kunnen oefenen. Ik hoor graag of hij dat met mij eens is. De VOORZITTER: Dank u wel, wethouder, gaat uw gang. Wethouder SIDALI: Even over dat laatste, dat klopt, daar hebben we invloed op en inderdaad, mevrouw Ballieux, we zullen dat signaal moeten blijven geven aan het kabinet. Dat kunnen we op verschillende manieren doen. Ik doe dat vanuit mijn vak als bestuurder en wethouder namens de gemeente, maar u kunt het ook doen namens uw politieke partij en ik geloof dat dat ook volop aan de gang is op dit moment dus daar zullen we met z'n allen de krachten moeten bundelen. De PvdA had het even over de POH Jeugd. Dat was vorig jaar een pilot en dat is echt goed verlopen. We hebben nu vier fte POH Jeugd in Haarlemmermeer. Dat dekt het aardig.
Je ziet bij de POH Jeugd dat je er geen eurootjes achter kunt zetten, maar je kunt wel in percentages zeggen dat 25% bij de POH'er wordt gehouden en niet wordt doorverwezen. Eerder had je wel bij de huisarts dat die dat deel doorverwees naar een zorgaanbieder, maar dat deel wordt nu bij de POH'er gehouden en niet doorverwezen. Dat vind ik een goede winst. Het was een pilot maar we zetten dat nu gewoon in en het is een 50-50-systeem: 50% wordt betaald door de zorgverzekeraar, 50% betalen we als gemeente. Kun je nu zeggen 'met de 25% die niet doorverwezen is, hebben we bespaard'? Dat zal later moeten blijken maar ik kan er nog geen euro's achter zetten want je weet niet waarnaartoe iemand doorverwezen is en hoelang dat duurt. Maar inderdaad, goede ervaringen met de POH Jeugd. Dat is ook meteen de samenwerking die we hebben met de huisartsen. Je hoort vaak 'laten we eens met de huisartsen gaan praten'. Maar met praten komen we er niet, we moeten het gewoon doen en dit is inderdaad een voorbeeld waarvan we zeggen 'laten we dit met elkaar oppakken'. Dat doen we dus ook. Over het budgetplafond, dat klopt, de AEF zegt dat ook in hun onderzoek. Het bereiken van een budgetplafond leidt niet tot het gewenste, het verhogen van een budget of onderbrengen van jeugdigen bij andere aanbieders. Dat is wat je dan krijgt.
Je verhoogt eigenlijk het budget want je krijgt een wachtlijst en die moet je toch uiteindelijk zien weg te werken. Die wachtlijsten verdwijnen niet vanzelf, hoe graag we dat ook zouden hebben. Dus dat gaat niet werken. Het is wel zo dat het budgetplafond kan helpen, het kan dienen als middel in een piepsysteem. We hebben in ieder geval besloten bij nieuwe aanbestedingen en de nieuwe contracten te kijken, in gesprek met de zorgaanbieders, wat we hiermee kunnen doen. Een budgetplafond, zoals ik zei, kan een middel zijn, maar niet op zichzelf, maar als onderdeel van een groter geheel. Dus bij nieuwe aanbestedingen gaan we daar zeker naar kijken zoals we dat hebben afgesproken in het collegebesluit vorig jaar 2020. Maar nogmaals de waarschuwing: het kan tot wachtlijsten leiden en dat zegt het onderzoek van AEF. De VOORZITTER: Probeert u een klein beetje aan de tijd te denken? Wethouder SIDALI: Dat ga ik doen. Dan ga ik er nu snel doorheen. De VVD – ik was ook blij dat u ook aangaf, zeg ik dan even via u, voorzitter, tegen mijnheer Boscher, dat dit het vertrekpunt is vandaag. Daar ben ik me ook erg van bewust en ik vind het ook fijn dat we de komende tijd met elkaar hierover gaan praten. Aanbieders terugbrengen.
Je zou zeggen 'dat is heel normaal want dat geeft minder administratieve lasten, dat zou je eigenlijk moeten doen', maar dan wil ik als waarschuwing meegeven dat je dan wel minder aanbod hebt. Als er dan ergens een aanbieder uitvalt door wat dan ook, heb je daar dan geen Conceptverslag Raadssessie Sessieverzoek gehele raad Jeugdhulp Algemeen 11 maart 2021
13
andere meer voor. Dat is dan het risico. Je kunt wel kijken naar het aantal zorgaanbieders dat je eigenlijk monitort. We hebben het nu over de 45 grootste, breng dat terug tot bijvoorbeeld de tien of vijftien grootste en ga ook risicogestuurd werken. Bijvoorbeeld als een zorgaanbieder dit jaar binnenkomt met € 20.000,00 aan facturen en het jaar daarop een factuur van € 300.000,00 heeft. Dan moeten de alarmbellen gaan rinkelen en dan moet je gaan kijken 'wat is hier aan de hand?' De VOORZITTER: Mag ik u even onderbreken? Ik heb eerst een interruptie van mevrouw Elfers en daarna van mevrouw Van der Meij. Mevrouw ELFERS: Dank u wel voorzitter. Ik hoor de portefeuillehouder zeggen dat minder aanbieders wellicht toch de kwaliteit van zorg doet afnemen omdat er daardoor minder aanbod is en die mening deel ik niet helemaal. Dus ik wil graag een verdere toelichting op hoe het kan dat wanneer we kiezen voor minder aanbieders, en daar bedoel ik uiteraard niet mee 'te weinig', de kwaliteit van zorg afneemt. De VOORZITTER: Dank u wel. Dan ga ik eerst naar mevrouw Van der Meij en dan weer naar de heer Sidali. Mevrouw VAN DER MEIJ: Dank u wel voorzitter.
Wethouder, ik roep al twee jaar 'tweehonderd zorgaanbieders, hoe kun je daar nog grip op houden als je die nooit kunt spreken? ' Maar u haalt zelf het onderzoek van AEF aan en mijn verwarring kwam uit dat onderzoek want daar staat gewoon letterlijk in 'minder gecontracteerde zorgaanbieders levert niet het resultaat op dat we willen want het betekent dat er meer onderaannemers komen en dat daar meer administratieve lasten komen en dat we daar helemaal geen zicht meer op hebben want dat zijn immers geen gecontracteerde partijen van ons'. Als u die uitkomst leest, wat betekent dat dan? Ik was ervan overtuigd dat we naar minder zorgaanbieders moesten, maar ik twijfel daar nu over en ik hoor graag hoe u daarin zit. De VOORZITTER: Mijnheer Sidali, gaat uw gang. Wethouder SIDALI: Ik zeg dat je voldoende aanbieders moet hebben en dan zeg ik dus niet dat het er minder moeten zijn, maar in ieder geval voldoende zodat als er ergens een gat ontstaat, je dat wel aan kunt. Ik zeg hierbij niet dat er tweehonderd moeten blijven en ik zeg ook niet dat het er vijftig moeten zijn. Ik geef aan dat je zo'n aanbod moet hebben dat je er in ieder geval mee uit de voeten kunt. Want u weet ook mevrouw Van der Meij, dat je die tweehonderd – zoals het AEF-onderzoek inderdaad ook zegt – niet allemaal een-op-een kunt bedienen vanuit de gemeente.
Maar aan de andere kant, als je voor minder aanbieders gaat, heeft dat geen correlatie met kostenbesparing, dat zegt het AEF-onderzoek ook. Dus ik zeg: zorg voor genoeg aanbod maar kijk vooral naar die grootste tien of vijftien en ga risicogestuurd werken door echt data-analyse erop los te laten en te kijken waar inderdaad hiaten zijn. De VOORZITTER: Ik krijg nog een interruptie van mijnheer Boscher, mijnheer Sidali, dan geef ik u daarna het woord om uw termijn af te maken. De heer BOSCHER: Dank u wel voorzitter. Wat betreft die hele discussie over het terugbrengen van het aantal zorgaanbieders en dat dat dan eventueel leidt tot onderbesteding en dat andere partijen het dan alsnog gaan uitvoeren, daar kun je volgens mij gewoon afspraken over maken tijdens een tender of een aanbestedingsprocedure dat je dat juist niet wilt, dat je niet wilt dat andere partijen die zorg gaan leveren dan de gecontracteerde partij.
Conceptverslag Raadssessie Sessieverzoek gehele raad Jeugdhulp Algemeen 11 maart 2021
14
Wethouder SIDALI: Het gaat er juist om dat je in je contract zo een aanbod hebt dat als er een aanbieder uitvalt, je binnen je contract naar een andere aanbieder kunt doorverwijzen. Als die niet binnen je contract valt, of binnen de raamovereenkomst, dan moet je naar een aanbieder waar je geen contract mee hebt op dat moment en dan moet je nog maar afwachten of je daar tussen kunt komen. Dat is het risico dat je dan loopt. En nogmaals, laten we ons niet blindstaren op tweehonderd of honderd, laten we vooral kijken of we een aanbod hebben in Haarlemmermeer waar onze Haarlemmermeerse jeugd bij gebaat is en laten we vooral gebruikmaken van de data die we hebben en risicogestuurd aan de slag gaan want daar gaat het om, de beheersmaatregelen die je dan moet kunnen nemen. De VVD had tot slot nog iets over het heroverwegen van de jeugdzorgregio. Het is altijd goed om te kijken of je je aan moet sluiten bij anderen. We doen al veel in de regio als het gaat om specialistische jeugdhulp. Dan doen we dat samen. Maar aan de andere kant wil ik ook gezegd hebben dat als je je eigen regio loslaat en je bij een ander aansluit, dat wel weer meer bestuurlijke drukte geeft. Daar komt dan wel weer wat meer bij, en heel plat gezegd, is dat meer gedoe dan dat je dat veelal alleen doet. Maar voor specialistische jeugdhulp doen we dat eigenlijk al.
De VOORZITTER: Mijnheer Sidali, ik wil u wel de gelegenheid geven te reageren maar als u iedere partij zo langsgaat, zou u nog tien minuten aan het woord zijn en dat was niet helemaal de bedoeling. Ik zie ook weer twee handjes, maar dat gaat nog over het onderwerp waar we het net over hadden. Ik wil voor het proces u graag de gelegenheid geven om in een wat snellere vaart langs de andere partijen te lopen en dan komen we zo meteen wel weer bij dat andere onderwerp terug en daar kunnen we het ook in de tweede termijn nog wel even over hebben. Dus ik geef het woord nu even aan mijnheer Sidali om zijn termijn af te maken. Wethouder SIDALI: Dank u wel voorzitter. Ik denk dat ik het meeste wel gehad heb. Nog even richting D66 over het contact met de zorgaanbieders. Die contacten zijn er natuurlijk continu met de zorgaanbieders, ook om te kijken 'hoe gaan we samen deze toekomst in?' Want we hebben elkaar uiteraard nodig. Dus ook aan die kant zijn we, net zoals wij met elkaar in gesprek zijn wij, ook met de zorgaanbieders en dat haakt aan bij de onderzoeken die er zijn. Dus natuurlijk hebben wij het contact met de zorgaanbieders. Ik wil nog wel even zeggen tegen EEN Haarlemmermeer: extra geld hebben we niet en specialisten bij de gemeenten, dat is best prijzig.
We vertrouwen onze professionals die we hebben, ook in onze eigen gelederen van de gemeentelijke doorverwijzing die we hebben en onze MeerTeams, het CJG, noem maar op. Dat zijn voor ons de professionals die dicht bij ons staan en daar doen we het voorlopig mee. We moeten in onze organisatie mensen hebben die de data en dat soort dingen goed kunnen lezen en daarin investeren we ook en dat blijven we ook doen. Hopelijk bereiken we daarmee minder bureaucratie. Dat zie ik over het algemeen wel hier aangegeven. En dan GEZOND Haarlemmermeer. Een gezonde controle dat lijkt me hartstikke goed inderdaad om te doen bij de nieuwe aanbesteding. Dat is uiteraard ook een van de maatregelen die we moeten nemen. En SRH, ik heb meer dan alleen maar geld nodig. Natuurlijk hebben we geld nodig, dat heb ik ook al eerder gezegd. We gaan de beheersmaatregelen met elkaar nemen en daar komen we nog met elkaar over te spreken wat dat allemaal precies inhoudt. Uit ieder onderzoek blijkt, ook dat van de VNG pas geleden, die ook een oproep deed aan alle politieke partijen, dat er toch wat geld bij zal moeten. Daar laat ik het dan maar even bij. De VOORZITTER: Dank u wel. Dan sluit ik hierbij de eerste termijn. Mevrouw BALLIEUX: Voorzitter, ik heb een punt van orde, mijn vraag is niet beantwoord.
Conceptverslag Raadssessie Sessieverzoek gehele raad Jeugdhulp Algemeen 11 maart 2021
15
De VOORZITTER: Nee, dat weet ik wel en dat begrijp ik en ik wilde u zo meteen in de tweede termijn de gelegenheid geven om daarop terug te komen. Mevrouw BALLIEUX: Ik wil graag in eerste termijn erop terugkomen zodat we dit kunnen gebruiken als input voor de tweede termijn en ik weet dat mijnheer Sidali bezig was die vraag te beantwoorden en toen kwamen er interrupties. Dus ik wil dit graag nu beantwoord hebben, voorzitter. De VOORZITTER: Gaat uw gang. Mevrouw BALLIEUX: De vraag is: hoe is de prognose voor 2021 en voor 2022 en hebben we daar zicht op? Omdat ik vrees namens mijn fractie dat we misschien wel een stijgende lijn zien die zich gaat doorzetten dus dat in feite wat we nu… De VOORZITTER: Houdt u de vraag dan kort, mevrouw Ballieux? Mevrouw BALLIEUX: Als u mij had laten uitpraten, was ik al klaar geweest voorzitter. Ik wil graag weten of dit is geanalyseerd en graag een antwoord daarop. Dank u wel. De VOORZITTER: Mijnheer Sidali, Gaat uw gang. Wethouder SIDALI: Voorzitter, voor 2022 is er helemaal geen prognose. Voor 2021, daar zitten we nu in, geldt dat we het eerste kwartaal nog moeten krijgen. Dus ik kan daar echt nog geen prognose op loslaten.