CConstaterende datHaarlemmermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-02-11 Raadssessie Initiatiefvoorstel VVD Wet inburgering 202X.doc

Raadsplein: Agenda en raadsstukken 4 maart 2021, gemeente HaarlemmermeerBij agendapunt: Vaststellen van het verslag van 28 januari en 11 februari 202115.283 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

VERSLAG VAN DE SESSIE VAN DE RAAD DER GEMEENTE HAARLEMMERMEER OP DONDERDAG 11 FEBRUARI 2021 Onderwerp:

Initiatiefvoorstel VVD Wet inburgering 202X (2021.4402279)

Voorzitter:

dhr. J.C. Koomen

De leden: dhr. M. Achterbergh-Copier, mw. M.E. Ballieux-Hamel, dhr. T.M. Beusenberg, mw. N.M. Elfers, mw. J.B. Kamsteeg, mw. C.F.M. van der Meij, dhr. P.C.I. Meijer, dhr. H.P. Spijker, dhr. K. Sulmann, dhr. E. Vermeulen, mw. I.C. Vink-Albrecht, dhr. J.P.H. de Vries Griffier: dhr. P. van Heesewijk Portefeuillehouders: dhr. J.G. Rip Insprekers: Geen

De VOORZITTER: Goedenavond allemaal, als ik goed verstaanbaar ben? Zo te zien gaat het goed. Welkom iedereen bij deze sessie over het Initiatiefvoorstel VVD Wet inburgering 202X. Dat zal oplopend zijn. Ik vermoed dat mijnheer Achterbergh het gaat toelichten als opsteller en hij heeft ook vijf minuten extra. Daarna is er in de tweede ronde vrij debat. Als het goed is, hebben jullie het stuk ontvangen en het college heeft al een reactie gegeven, die zit ook bijgevoegd. Dus ik wil mijnheer Achterbergh vragen… De heer ACHTERBERGH: Voor ik begin met mijn bijdrage, voorzitter, u valt steeds weg en u hapert enorm, dus ik denk dat er iets mis is met uw verbinding. De VOORZITTER: Fijn dat u het zegt, dan gaan we even schorsen en overschakelen op andere wifi of iets dergelijks. Schorsing De VOORZITTER: Ik heropen, de hamer ligt net buiten mijn bereik, maar die moet u zich maar even inbeelden. Mijnheer Achterbergh, mag ik u opnieuw uitnodigen om in de komende minuten het voorstel te introduceren? De heer ACHTERBERGH: Dank u wel voorzitter. Eindelijk is het zo ver, na maanden van voorbereiding ligt mijn initiatiefraadsvoorstel aan onze raad voor. Het is inmiddels meer dan tien jaar geleden dat in onze raad zo'n uitgebreid initiatiefvoorstel is gekomen, een middel dat kennelijk tot voor kort ongebruikelijk was in deze raad.

Dat is eigenlijk best gek want als raad zijn we toch echt het kaderstellend orgaan, de lokale wetgever. Voor de beelddenkers onder ons, als je het voorstel van het college als een huis ziet, dan kunnen we als raad van het door het college gebouwde huis dakpannen vervangen, het houtwerk wellicht een ander kleurtje geven en als u echt gek wilt doen, zelfs de voordeur vervangen. Maar ondanks zulke wijzigingen staat het huis al wel. Met dit voorstel gaan we niet alleen de plinten aflakken, maar ook een fundament voor het huis storten. We gaan als raad dus vooraf een aantal kaders aan het college meegeven voor de uitvoering van de nieuwe Wet inburgering. De implementatie van deze nieuwe wet vergt een hoop voorbereiding, dus wel werk aan de winkel. Conceptverslag Raadssessie Initiatiefvoorstel VVD Wet inburgering 202X 11 februari 2021

1

Binnen het huidige stelsel van inburgering is de eigen verantwoordelijkheid van statushouders onvoldoende gebleken om snel mee te kunnen doen in onze maatschappij. Zo bouwen statushouders regelmatig al vroegtijdig schulden op, mede omdat het huidige stelsel niet is ingericht op een persoonsgerichte aanpak. Ze zijn daarbij makkelijk slachtoffer voor onder meer frauduleuze taalscholen. Gemeenten hebben daarom gevraagd de uitvoering van het inburgeringstraject te decentraliseren. Met de nieuwe Wet inburgering gaat dat dus meer gebeuren. Statushouders worden dan meer begeleid, de vrijblijvendheid van het inburgeren verdwijnt en de inburgeringseisen gaan omhoog. Dat is goed nieuws. De VVD Haarlemmermeer vindt namelijk dat de geboden opvang in Nederland een gunst is uit humaniteit en geen recht. In ruil daarvoor mogen we dus van nieuwkomers verwachten dat ze hun best gaan doen om zo goed mogelijk te integreren. Het doel van dit voorstel is dan ook om bij te kunnen dragen aan een voorspoedige en rechtvaardige inburgering voor statushouders zodat zij volwaardig kunnen deelnemen aan de maatschappij. Het initiatiefvoorstel omvat negen kaders die de raad het college wil meegeven. Deze kaders omvatten niet de gehele wet, maar het zijn wel de kaders waarvan VVD Haarlemmermeer denkt dat we sterke kaders moet meegeven.

Als u mij toestaat, ga ik nu over op de volledige inbreng en dan wil ik meteen ingaan op de kaders. Allereerst het participatieverklaringstraject. Het is belangrijk dat nieuwkomers zich de kernwaarden van de Nederlandse samenleving eigen maken. Inburgeraars moeten leren dat er in onze vrije westerse samenleving geen plaats is voor segregatie, culturele of religieuze onderdrukking. Het is belangrijk dat ze snel leren wat onze normen en waarden inhouden, wat onze geschiedenis is en wat ons bindt. Dat betekent dus aandacht voor het recht op zelfbeschikking, de gelijkwaardigheid van man en vrouw, LHBTI-rechten, antisemitisme en de vrijheid van godsdienst, inclusief de vrijheid om niet te geloven of om te stoppen met geloven. Het participatieverklaringstraject is hiervoor bedoeld en dit wordt afgesloten met het ondertekenen van de verklaring. Dit traject is het fundament en moet dat ook zijn, van het inburgeringsproces. De verklaring is er dan ook niet voor de vorm. De inhoud moet goed begrepen zijn en daarom wordt voorgesteld om naast de authentieke Nederlandse versie van de verklaring ook een addendum toe te voegen in de moedertaal van de inburgeraar. Dan de specifieke aandacht voor vrouwen. Er zijn nog steeds landen en culturen waar vrouwen als tweederangs burger worden gezien.

De VVD Haarlemmermeer vindt dat een vrouw in Nederland gewoon haar kinderen naar een dagverblijf moet kunnen brengen of zelf moet kunnen kiezen om te gaan studeren. Mensen die denken dat vrouwen minderwaardig zijn, zijn wat ons betreft beter af op een ander continent en hier dus niet welkom. Daarom vinden we het heel belangrijk vrouwelijke statushouders actief mee te geven dat ook zij ertoe doen en dat zij hier dezelfde kansen kunnen krijgen als mannen. Onze gemeente draait nu de pilot 'nareizende vrouwen' waar in samenwerking met Vluchtelingenwerk de empowermenttraining All women aboard wordt gegeven. We zijn heel erg benieuwd naar de resultaten van deze nog lopende pilot. Dan de financiële ontzorging. Waar het in het verleden nog wel eens fout ging, is dat statushouders te snel de regie kregen over hun financiën. Hierdoor ontstonden er regelmatig vroegtijdig schulden. Binnen de maatschappelijke ondersteuning wordt nu een periode van zes maanden ingevoerd van financiële ontzorging ter voorkoming van schuldenopbouw. Echter, zes maanden is niet heel lang. Helemaal niet als de statushouder getraumatiseerd is of gewoonweg nog niet vaardig genoeg is om zelfstandig zijn financiën te regelen. Daarom wordt voorgesteld de periode van ontzorging te verlengen als dat nodig is. De nieuwe Wet inburgering geeft ons die ruimte ook.

Het college geeft in de bestuurlijke reactie aan dat deze verlenging een aandachtspunt is en dat de vergoeding van het rijk berekend is op een periode van zes maanden. We vinden het net als het college zeker een aandachtspunt, maar we zien wel voldoende ruimte om hierin te kunnen voorzien. Het bedrag voor maatschappelijke ondersteuning is € 23.170,00 per jaar, per statushouder en is niet geoormerkt. Er is voldoende budget voor ontzorging en het biedt ruimte voor mogelijkheid tot verlenging van maatwerk. Minister Koolmees heeft hiervoor ook bestuurlijke afspraken met de VNG gemaakt. Zelfs als het budget voor maatschappelijke begeleiding niet voldoende blijkt, zijn er nog voldoende middelen Conceptverslag Raadssessie Initiatiefvoorstel VVD Wet inburgering 202X 11 februari 2021

2

beschikbaar vanuit de Participatiewet. Die wordt nu namelijk ook al ingezet. Daarbij komt dat we statushouders die er eenvoudigweg nog niet klaar voor zijn, kwalijk aan hun lot kunnen overlaten. Sterker nog, we hebben de wettelijke plicht om hen goed te begeleiden. Daarbij is de VVD van mening dat de verlenging uiteindelijk juist kosten kan besparen doordat statushouders geen schulden opbouwen en dus uit de schuldsanering kunnen blijven. We moeten met dit vraagstuk dus niet te lichtzinnig omgaan. Dan kort over de taaleis. De nieuwe wet schrijft taaleis B1 als norm voor, waar dat voorheen A2 was. Het spreken en kunnen lezen van de Nederlandse taal is zeker in een tijd van vergaande digitalisering een belangrijke vaardigheid voor statushouders om zich te kunnen redden in de maatschappij. De wet voorziet in voldoende alternatieven voor maatwerk als B1 echt niet haalbaar blijkt. Wat de VVD betreft, moet dat echt bij uitzonderingen blijven en blijft B1 grosso modo wel leidend. Dan de inkoop taalscholen en MAP. Ook is er in de nieuwe wet meer focus op het voorkomen van fraude bij taalscholen. De gemeente krijgt met deze wet de regie terug en gaat de inkoop zelf doen. Alle taalscholen moeten daarbij voldoen aan het keurmerk Blik op Werk.

Daarbij wordt gesteld dat het college in de Module Arbeid en Participatie, ofwel de MAP, nu al bestaande en nieuwe samenwerkingsverbanden aan moet gaan om statushouders de mogelijkheid te geven vroegtijdig deel te kunnen nemen aan het arbeidsproces. Een combinatie van werken en leren is daarbij wat ons betreft een uitgangspunt. Dan kort iets over de voorschoolse educatie. Als statushouders jonge kinderen hebben, kunnen ze een indicatie aanvragen voor voorschoolse educatie. Dat is echter niet verplicht. Wat de VVD betreft, worden statushouders daarom actief gemotiveerd om daar gebruik van te maken. Dit geeft deze kinderen namelijk een vaardigheid om zich zelfstandig te redden in onze maatschappij. Als politieman heb ik recent een aantal uur naar een aantal kinderen van statushouders moeten zoeken omdat ze de bus hadden gepakt en de halte hadden gemist. Ze spraken de taal nog niet zo goed en waren volledig verdwaald. Gelukkig is dat goed gekomen, maar met voorschoolse educatie had het waarschijnlijk voorkomen kunnen worden omdat ze daar, naast taal, ook sociale vaardigheden aangeleerd krijgen en omgaan met andere kinderen uit hun buurt. En dat is zeker voor jonge kinderen ontzettend belangrijk. Ten slotte over de handhaving. VVD Haarlemmermeer is er voorstander van het handhavingsbeleid strikt toe te passen.

Wie willens en wetens niet een positieve bijdrage levert aan zijn of haar integratietraject, zal, bij verwijtbaar handelen, moeten worden gestraft. Daarbij moet uiteraard oog zijn voor bijvoorbeeld vrouwen die vanuit hun culturele achtergrond minder weerbaar zijn en daardoor wellicht niet voldoen aan bepaalde eisen. Ik rond af, voorzitter. Met dit initiatiefvoorstel wordt het college opgeroepen ons als raad bij diverse thema's actief en regelmatig te informeren. Het geeft ons als raad de mogelijkheid om beleid te evalueren en eventueel bij te sturen. Daarbij neemt onze raad een actieve rol aan in een belangrijk dossier. Het gaat namelijk niet om cijfers, het gaat om mensen. Het onderwerp gaat me aan het hart omdat ik als politieman vaak de gevolgen zie als integratie niet uitwerkt zoals we dat binnen de politiek hopen. Ik hoop dan ook en streef daarom ook naar raadsbrede steun voor dit voorstel. Tot zover. De VOORZITTER: Dank mijnheer Achterbergh, ik zag een handje van mijnheer Vermeulen, is dat als interruptie bedoeld of wilt u het woord voeren? De heer VERMEULEN: Ik wilde inderdaad het woord voeren, voorzitter. De VOORZITTER: Oké, dan geef ik u zo het woord en als anderen het woord willen voeren, dan graag even een handje opsteken en dan schrijf ik u op in volgorde van opsteken. De heer VERMEULEN: Voorzitter, dank u wel.

Voorzitter, al decennialang kent ons land het probleem van massa-immigratie waarbij met name de inburgering van migranten uit islamitische samenlevingen Conceptverslag Raadssessie Initiatiefvoorstel VVD Wet inburgering 202X 11 februari 2021

3

geen succes genoemd kan worden. Het resultaat van het falen noemen we de multiculturele samenleving. Een contradictie: een samenleving staat of valt met het hebben van een gezamenlijke cultuur, met een gedeelde set van waarden en normen. In de praktijk kennen we in ons land de zelfgekozen apartheid van bevolkingsgroepen die hier gekomen zijn, maar ervoor kiezen met de rug naar de vrije Nederlandse samenleving te staan. Bevolkingsgroepen waar de rol van de vrouw, omgang met seksuele voorkeur, arbeidsethos en door een middeleeuwse religie voorgeschreven leefregels haaks staan op de Nederlandse normen en waarden. Dit is allemaal het gevolg van de vrijblijvendheid waarmee we voornoemde nieuwkomers lieten inburgeren. Een probleem waarvan te lang is weggekeken. De fractie van Forza! is voorzichtig blij met de nieuwe wet op de inburgering die de verantwoordelijkheid hiervoor delegeert naar de gemeenten en voor de uitvoering een aantal bevoegdheden toekent die het mogelijk maken nieuwkomers met een sterk afwijkende culturele achtergrond met enige drang zich de normen en waarden van ons land eigen te laten maken. Wat ons bevreemdt, is het waarom en de timing van het initiatiefraadsvoorstel.

De bestuurlijke reactie en een kort gesprek met de portefeuillehouder leerden onze fractie dat de vertaling van deze wet naar een raadsvoorstel in volle gang is en dat we een raadsvoorstel van het college nog voor de voorjaarsrapportage kunnen verwachten. De fractie van Forza! kan zich niet aan de indruk onttrekken dat dit initiatiefraadsvoorstel zo net voor de verkiezingen van 17 maart a.s. vooral bedoeld is om aan de inwoners van Haarlemmermeer te laten zien dat ze bij de VVD moeten zijn voor streng immigratiebeleid en succesvolle strenge inburgering. De heer Achterbergh leidt zo de aandacht af van het desastreuse immigratiebeleid van drie kabinetten Rutte waardoor ons land de afgelopen tien jaar werd overspoeld door meer dan 750.000 immigranten uit islamitische landen. Een beleid dat, zo is berekend, meer dan € 100 miljard heeft gekost, zeg maar dik anderhalf jaar coronamaatregelen er nog een keer bij. De fractie van Forza! wacht af of de portefeuillehouder deze wet succesvol zal weten te implementeren en om te zetten in een goed raadsvoorstel. Tot zover, voorzitter. De VOORZITTER: Dank u wel.

Ik zie af en toe een handje verschijnen maar ik weet dan niet zeker of dat voor spreekvolgorde of interruptie is, dus als mensen een interruptie willen, laat dat dan even wegen met even zwaaien of door toch even de microfoon open te zetten om mij erop te wijzen als dat niet duidelijk is. Als er nu geen interrupties zijn, is de volgende mijnheer De Vries, ChristenUnie-SGP. De heer DE VRIES: Dank u wel voorzitter. Vrij uniek, een initiatiefraadsvoorstel. In grote lijnen kunnen we de argumentatie van de indiener volgen en ondersteunen. Mooi ook dat de indiener al ver voordat de wet in werking treedt de verdere uitwerking bespreekbaar wil maken in de raad. We willen enkele punten aanstippen: een langere begeleiding door de gemeente om de inburgeraar een betere startpositie te geven en niet voortijdig los te laten in de maatschappij. Ook is er oog voor het voorkomen van schulden. Onze fractie komt nog wel met een extra punt. Er zijn negen punten genoemd, maar we komen met het punt dat veel vluchtelingen hier komen met trauma's. Je ziet dat dat vaak niet goed gaat in de begeleiding en in dat opzicht kwamen we ook met het idee van de welbekende 'ommetjes- professor', Erik Scherder, die onderzoek heeft gedaan naar vluchtelingen en de combinatie met dansen. Een bijzondere combinatie, maar het blijkt dat dansen een heel goed effect heeft op het brein.

Onze fractie stelt voor te kijken of in de begeleiding waarvoor budget beschikbaar is gesteld, ook voor mensen met zware trauma's daar rekening mee kan worden gehouden. Het bevorderen van zelfstandigheid, punt 2, daar kunnen we als fractie wel achterstaan, mits er geen sprake is van dwang en ook de mannelijke partners van de betreffende vrouwen actief worden meegenomen in de manier waarop we de gelijkwaardigheid beleven. Je kunt natuurlijk wel vrouwen stimuleren om zelfstandig te zijn, maar als de man vervolgens zegt 'en jij blijft hier', dan schiet dat niet zo erg op. Ik hoorde mijnheer Vermeulen zeggen 'met enige drang normen en waarden eigen te maken'. Ik vrees Conceptverslag Raadssessie Initiatiefvoorstel VVD Wet inburgering 202X 11 februari 2021

4

dat dat niet werkt. Het zou bij mij tenminste ook niet werken om normen en waarden die mij vreemd zijn, onder drang eigen te moeten maken. Ik denk dat dat iets is dat uit de persoon zelf moet komen. We zijn nogal wars van drang. Dat geldt ook voor vrouwen die niet wensen te werken. We vinden het van groot belang dat vrouwen zich dienstbaar maken aan de maatschappij en dat kan op meerdere manieren. Maar ik heb begrepen van de heer Achterbergh dat het niet zo is dat de vrouwen gedwongen worden te werken, alleen hangt er een financieel plaatje aan want dan zou er ook geen uitkering zijn en dat is natuurlijk volstrekt logisch. Tot zover mijn inbreng. De VOORZITTER: Sluit u nog niet af, want ik zag een interruptie van mijnheer Vermeulen als ik het goed begrepen heb. Klopt dat mijnheer Vermeulen? De heer VERMEULEN: Dat klopt zeker, voorzitter. Heel kort, ik proef bij mijnheer De Vries vooral een pleidooi voor de vrijblijvendheid die we de afgelopen veertig jaar hebben toegepast en ik hoop dat mijnheer De Vries het met me eens is dat dat toch niet tot een heel geweldig resultaat heeft geleid. De VOORZITTER: Gaat uw gang, mijnheer De Vries.

De heer DE VRIES: Ik denk dat als mijnheer Vermeulen zich voorstelt dat hij verhuist naar een islamitische republiek – dat zal hij natuurlijk nooit doen, maar stelt u zich het eens even voor – en zich daar de normen en waarden van het land eigen moet maken, hij daar ook wel best even moeite mee heeft. Dus ik denk dat je mensen wel mag laten onderschrijven dat je in een land leeft waar bepaalde normen en waarden heersen, maar dat je die niet voor je zelf internaliseert, of hoe zeg je dat? Je moet ze wel accepteren, maar dat is wat anders dan er zelf helemaal volledig mee instemmen. Tot slot nog even het punt… De VOORZITTER: Mijnheer De Vries, voor u verdergaat, een laatste reactie van mijnheer Vermeulen en dan sluiten we dit punt af. De heer VERMEULEN: Nou ja, het feit is natuurlijk dat deze mensen hier komen omdat ze vluchten voor dingen die in hun eigen land helemaal misgaan, dat is dus de cultuur die ze meebrengen en daar gaan ze voor op de loop. Dat is in het geval dat ik zou verhuizen helemaal niet het geval want dan zou er een heel ander belang spelen. De VOORZITTER: Mijnheer De Vries, kunt u reageren en afronden alstublieft. De heer DE VRIES: Ik zie dat anders, want ik denk dat als je moet vluchten dat nog niet wilt zeggen dat je daarmee de normen en waarden van je land meteen achter je weggooit.

Het college wordt gevraagd om een jaarlijkse rapportage op een aantal punten, het lijkt ons goed om daarbij ook enkele wezenlijke indicatoren te benoemen, bijvoorbeeld over de verlenging van de ontzorgingsperiode, gebruikmaken van de voorschoolse educatie en het aantal keer dat boetes in verband met verwijtbaar gedrag zijn opgelegd. Nog een slotopmerking naar mijnheer Vermeulen. Het is natuurlijk niet zo dat we door onze instemming met het voorstel teruggaan naar de tijd waarin het allemaal vrijblijvend was want er worden best wat punten genoemd waar wat meer dwang achter zit om mensen voor de maatschappij klaar te stomen, bijvoorbeeld een hoger niveau in de taal en dat soort zaken. Dus dat is een beetje te kort door de bocht van de heer Vermeulen. Dank u wel. De VOORZITTER: Dank u wel. Dan gaan we naar de volgende. Ik zeg even wie er nu op het lijstje staan: mijnheer Beusenberg, mevrouw Kamsteeg, mevrouw Elfers en mevrouw Vink. Zou u de handjes weg willen halen, dan gebruiken we die alleen voor interrupties en als u zich wilt melden als volgende spreker, kunt u dat in de chat zetten. En mijnheer De Vries, kunt u uw handje weghalen want Conceptverslag Raadssessie Initiatiefvoorstel VVD Wet inburgering 202X 11 februari 2021

5

anders wordt het lastig als u nog wilt interrumperen. Dan ga ik als volgende naar mijnheer Beusenberg, van SRH. De heer BEUSENBERG: Dank u wel voorzitter. Vanavond bespreken we het initiatiefvoorstel Wet inburgering 202X. DE titel zegt het al, we gaan het hebben over inburgering. SRH wil het volgende standpunt innemen: we kunnen mensen helpen, maar op een eerlijke manier. Hiermee doel ik erop dat mensen die naar ons land toekomen in het opzicht van SRH worden voorgetrokken. Ik zal de volgende situatie schetsen: als een Nederlander een sociale huurwoning wil huren, dan is de wachttijd minimaal tien jaar, met uitzondering van urgentieverklaringen. Laat het nu net zo zijn dat asielzoekers/ statushouders er niet zo lang op hoeven te wachten. Hoe kan het zo zijn dat onze eigen burgers worden weggecijferd tegenover statushouders? Ook krijgen statushouders een uitkering of leefgeld voor de eerste zes maanden, maar op het moment dat de statushouder onvoldoende voortgang heeft gemaakt met de inburgering kan deze periode diverse keren worden verlengd.

Waarom is het zo dat we iedere keer het leefgeld van deze statushouder kunnen verlengen, maar dat onze eigen burgers per se moeten solliciteren om een uitkering te behouden? Het gaat zelfs zo ver dat als iemand met een bijstandsuitkering een tas boodschappen van zijn of haar moeder krijgt, hij of zij dan een hele hoop geld moet terugbetalen van de uitkering. Schandalig, vindt SRH. En zit er aan de verlenging van het leefgeld van een statushouder ook een maximum of zou een statushouder in theorie zijn inburgering dusdanig kunnen tegenwerken dat hij niet meer hoeft te werken voor zijn geld? Hiermee wil ik niet zeggen dat alle statushouders niet welwillend zijn, maar u kunt het toch niet verkopen aan onze burgers dat u geld weggeeft aan mensen die zich niet inzetten voor onze maatschappij? Dan kom ik nu bij de conclusie. Een wet/beleid uitvoeren met het oog op inburgering is een goed idee maar het moet eerlijk blijven. Netjes achter in de rij aansluiten en op het moment dat iemand denkt 'ik hoef geen bijdrage te leveren aan de maatschappij', afscheid nemen. Ik snap dat we ze niet buiten de gemeentegrens kunnen zetten, maar we kunnen ze wel aansporen door te laten zien dat als deze mensen niets bijdragen aan de maatschappij en geen inzet tonen, er dan ook geen geld voor hen beschikbaar is. Dank u wel.

De VOORZITTER: Dank u wel, dan zie ik een interruptie van mevrouw Ballieux, klopt dat? Mevrouw BALLIEUX: Dat klopt, ik heb een vraag aan mijnheer Beusenberg. Het zijn stevige woorden die u gebruikt en u heeft het onder andere over sociale huisvesting. Mijn vraag is eigenlijk: bent u het niet met mij eens, namens GroenLinks, dat er gewoon te weinig sociale huurwoningen zijn gebouwd? De VOORZITTER: Gaat uw gang mijnheer Beusenberg. De heer BEUSENBERG: Nou, wat mevrouw Ballieux zegt, zeggen we ook al een hele tijd, natuurlijk zijn er veel te weinig sociale huurwoningen gebouwd. Dat is iets waar we al lange tijd voor pleiten. Dus het is een beetje vragen naar de bekende weg, wat mij betreft. Maar we houden ook het standpunt aan dat als iemand een sociale huurwoning wil hebben, er wel netjes achteraan in de rij moet worden aangesloten en dat het niet zo kan zijn dat onze eigen burgers jaren moeten wachten en andere mensen niet. Dank u wel. De VOORZITTER: Laatste korte reactie, mevrouw Ballieux. Mevrouw BALLIEUX: Ja, dan nog een korte vraag. Mijn vraag is hoe je kunt inburgeren in een gemeente waar je niet woont. Misschien kan mijnheer Beusenberg daar nog iets over melden. De heer BEUSENBERG: Ik heb ook niet gezegd dat statushouders hier geen plek mogen krijgen.

Op het moment dat ze hier komen en wij een toekomstbeeld hebben om ze hier te laten wonen, moet dat Conceptverslag Raadssessie Initiatiefvoorstel VVD Wet inburgering 202X 11 februari 2021

6

natuurlijk geregeld worden, maar het lijkt me niet dat dat dan direct via een sociale huurwoning gaat die met een uitkering betaald wordt in eerste instantie, terwijl er ook burgers zijn die jaren wachten op een sociale huurwoning en ervoor willen werken en nog steeds die woning onthouden wordt. Dank u wel. De VOORZITTER: Dan gaan we naar de volgende spreker, mevrouw Kamsteeg. Mevrouw KAMSTEEG: Dank u wel voorzitter. Vanavond bespreken we, zoals al eerder gezegd, het initiatiefvoorstel Wet inburgering. Allereerst bedankt mijn fractie de heer Achterbergh voor dit initiatief en het vele werk dat hij hierin gestoken heeft. De PvdA bedankt ook de wethouder voor de snelle beantwoording van onze technische vragen. Dan het raadsinitiatief zelf. Dit wil het college beleidskaders meegeven betreffende de nieuwe Wet inburgering. Wat de PvdA betreft, volgt dit raadsinitiatief de wet en geeft geen aanleiding tot veel discussie. Dat blijkt ook uit de bestuurlijke reactie op dit initiatief waarin aangegeven wordt dat alle genoemde beleidskaders meegenomen worden in de nota Conceptvoorstel aanpak implementatie nieuwe Wet inburgering die op dit moment opgesteld wordt. Dit stemt ons positief en we zien deze conceptnota met vertrouwen tegemoet. Er is wel een onderdeel waarop de PvdA nadere toelichting zou willen van de heer Achterbergh, maar ook van de portefeuillehouder en de collega's.

Dat betreft het leefgeld. In het voorstel wordt de periode van leefgeld gekoppeld aan de mate van inburgering of participatie. Dit instrument is echter ontwikkeld om de statushouder financieel zelfredzaam te maken. Mijn fractie vindt dan ook dat als blijkt dat de statushouder dit na zes maanden bereikt heeft, dit gestopt moet worden. Het moet niet ingezet als strafmaatregel. Daar zijn andere instrumenten voor binnen de wet. De PvdA vraagt ook aandacht voor de 'ondertussengroep'. Dit zijn statushouders die sinds de nieuwe Wet inburgering in Eerste en Tweede Kamer is aangenomen en het moment dat deze wet in werking treedt, in onze gemeente gehuisvest worden. Deze groep dreigt tussen wal en schip te raken. Het voorstel van de PvdA is deze nu al in de geest van de nieuwe wet te begeleiden. Dat betekent wat ons betreft dat er voor deze groep ook al een brede intake plaatsvindt en een plan van integratie en participatie opgesteld wordt. Hoewel bij de beantwoording van onze technische vragen hierover aangegeven wordt dat een dergelijk plan nog geen juridische status heeft, vinden we dit wel een mooie kans om hier vast ervaring mee op te doen. Hiervoor zijn door het rijk ook extra middelen ter beschikking gesteld. We horen graag wat de wethouder en collega's hiervan vinden. Tot slot, de PvdA vindt het belangrijk dat iedereen kan meedoen in onze samenleving.

Een goede begeleiding van de statushouder is daar een voorwaarde voor en daar zijn natuurlijk kosten aan verbonden. Mogelijk vallen deze hoger uit dan het budget dat meekomt uit Den Haag. Echter, een succesvolle inburgering vergroot de kans op werk en zoals zo vaak, gaan ook hier de kosten voor de baten uit. Tot zover voorzitter. De VOORZITTER: Dank u wel mevrouw Kamsteeg. Dan gaan we naar mevrouw Elfers van de HAP, gaat uw gang. Mevrouw ELFERS: Dank u wel voorzitter. Uiteraard wil ik ook de heer Achterbergh bedanken voor zijn inzet. U heeft veel werk verzet en dat waardeert mijn fractie. Voorzitter, HAP wil deze wet beschouwen in de breedte, zoals deze bedoeld is. In dit initiatiefvoorstel ontbreken belangrijke thema's en dat is misschien wel het belangrijkste bezwaar van mijn fractie tegen dit initiatiefvoorstel: het is niet compleet. Zoals het ontbreken van een kader met betrekking tot de wettelijke huisvestingsverplichting voor inburgeringsplichtigen. Voorzitter, HAP gaat ervan uit dat er op korte termijn, en uiteraard binnen de termijn zoals afgesproken, in de SAR een doorwrocht voorstel komt van het college waar alle relevante onderdelen van de wet een plaats in hebben en het sociale gezicht van deze gemeenteraad zichtbaar is.

We horen graag van de portefeuillehouder wanneer het raadsvoorstel aanpak en implementatie nieuwe Conceptverslag Raadssessie Initiatiefvoorstel VVD Wet inburgering 202X 11 februari 2021

7

Wet inburgering richting de raad komt. Tot zover, voorzitter. De VOORZITTER: Dank u wel. De volgende is mevrouw Vink van het CDA. Mevrouw VINK: Dank u wel voorzitter, voor ons ligt een initiatiefvoorstel voor de nieuwe Wet inburgering. Het CDA is groot voorstander van het nemen van initiatief door de raad. Het is een belangrijk instrument dat we als raadsleden kunnen inzetten. We zijn ook blij dat het initiatiefvoorstel Bereikbaarheid Bollenstreek-Haarlemmermeer inspireert om dit instrument in te zetten. We danken de heer Achterbergh voor zijn vele werk hieraan. Wat het CDA betreft, heeft een initiatief echt meerwaarde wanneer hiermee een nieuw beleid wordt geïnitieerd waarvan duidelijk is dat dit beleid niet uit zichzelf zal ontstaan. Op basis van de brief van het college kunnen we echter niet anders dan constateren dat hier geen sprake van is. Het beleid is in voorbereiding bij het college en de punten die zijn opgenomen in het raadsvoorstel zijn onderdeel van het beleid. De collegebrief geeft aan dat alle negen punten in het initiatiefraadsvoorstel worden meegenomen in de collegenota. Hiermee is het raadsvoorstel overbodig geworden. Bovendien is de collegenota integraal en het huidige voorstel niet, zo wordt in het uiteindelijke voorstel het advies van de Participatieraad meegenomen en vindt er toetsing op de budgetten plaats.

Bovendien wordt het collegevoorstel ruim op tijd aangeboden. Het CDA heeft dus geen behoefte aan een initiatiefvoorstel. Tot zover voorzitter. De VOORZITTER: Dank u wel mevrouw Vink. Mijnheer Spijker, EEN Haarlemmermeer, gaat uw gang. Mijnheer Spijker, we horen u niet en we zien u ook nog niet. De heer SPIJKER: Nu wel voorzitter? Ik zal even opnieuw beginnen. Ik heb maar heel weinig tekst dus dat scheelt. Onze complimenten voor het raadsvoorstel van mijnheer Achterbergh, net zoals van vele anderen. Dit legt een basis voor de raad om zelf actief duidelijk kaders te stellen richting het college. Statushouders en vrouwelijke nareizigers moeten zo goed mogelijk inburgeren en participeren in onze maatschappij en dus is taal van groot belang en daarom ondersteunen we de taalnorm B1. We begrijpen natuurlijk dat mensen met een afstand extra steun moeten krijgen om deze taal machtig te worden. EEN Haarlemmermeer ondersteunt ook het concept 'gelijkheid voor alle vrouwen' en zeker ook dat zij juist de mogelijkheden moeten krijgen voor eigen ontwikkeling en zelfstandigheid. En last but not least, we moeten zeker de inburgeraar leren geen schulden te maken door een betere controle op hun financiële positie. Dat was mijn eerste ronde, dank u wel voorzitter. De VOORZITTER: Dat is inderdaad bondig.

Inmiddels heeft zich een volgende spreker gemeld, mijnheer Sulmann, GEZOND Haarlemmermeer, gaat uw gang. De heer SULMANN: Dank u wel voorzitter, het doel van deze wet is natuurlijk prachtig: alle inburgeraars doen snel en volwaardig mee in de Nederlandse maatschappij en dan het liefst via betaald werk. Via deze wet wordt beoogd het hoogst mogelijke taalniveau te behalen, de fraudegevoeligheid van de taalscholen wordt aangepakt en er wordt voorkomen dat inburgeringsplichtigen snel in de schulden terechtkomen. Daarbij wordt de uitvoering van de wet gedecentraliseerd naar de gemeenten. Zoals gezegd, er wordt voorkomen dat inburgeringsplichtigen direct in de schulden terechtkomen door het betalen van leefgeld in de eerste zes maanden. In het kader van maatwerk wordt voorgesteld deze termijn te kunnen verlengen. Waarom spreken we niet af dat leefgeld wordt betaald totdat de inburgeringsplichtige doorgestroomd is naar betaald werk? Een bijstandsuitkering of leefgeld is hetzelfde bedrag, alleen worden bij leefgeld alle vaste lasten al betaald waardoor de inburgeringsplichtige niet in de schulden terecht kan komen. Dus voor hetzelfde geld, geen schulden. Gelijk doen, zou je zeggen. Een deel van de uitvoering blijft bij de overheid, zoals de handhaving van de inburgeringsplicht en het opleggen van boetes als dat nodig blijkt.

Begrijpelijk, Conceptverslag Raadssessie Initiatiefvoorstel VVD Wet inburgering 202X 11 februari 2021

8

boetes ontmoedigen verkeerd gedrag, maar belonen werkt weer goed om goed gedrag te bevorderen. Om terug te komen op het betalen van leefgeld, we zien zeker het voordeel van het betalen van leefgeld, tot de inburgeringsplichtige is doorgestroomd naar betaald werk. Op deze manier wordt de inburgeringsplichtige dus beloond voor het voltooien van de inburgering. Een belangrijk onderdeel van de inburgering is het PVT, het participatieverklaringstraject. De inburgeringsplichtige zal moeten verklaren zich te conformeren aan de Nederlandse normen en waarden. Maar wat gaan we doen als de inburgeringsplichtige hier wel voor tekent, maar zich er duidelijk niet aan houdt? Moeten we dan boetes opleggen of bij strafbaar gedrag een taakstraf, of zelfs gevangenisstraf? Of moeten we tot de conclusie komen dat als een inburgeringsplichtige zich willens en wetens niet houdt aan de Nederlandse normen en waarden er voor deze persoon wellicht geen plek is in de Nederlandse samenleving? We vragen ons af welke sancties volgen als de inburgeringsplichtigen zich niet houden aan de Nederlandse normen waarden en wetten. Tot zover voorzitter. De VOORZITTER: Dank u wel. Dan is het woord aan mevrouw Van der Meij en excuses, u was eigenlijk eerder aan de beurt, maar u was zo snel dat u bovenaan stond. Gaat uw gang. Mevrouw VAN DER MEIJ: De eersten zullen de laatste zijn? Dank u wel voorzitter.

Een initiatiefvoorstel, een prachtige methode om met elkaar in gesprek te gaan, maar toch heeft D66 bij het initiatiefvoorstel dat er nu ligt, wel wat vraagtekens. Het is al eerder gezegd, ik meen door de PvdA, het voorstel dat nu voorligt, volgt eigenlijk de wet en daar ligt wat D66 betreft precies het probleem met dit huidige initiatief. Heel veel punten van de negen die opgenomen zijn in het initiatiefvoorstel, volgen echt direct uit de wet. Dus het lijkt nu of de VVD een prachtig plan en prachtig kader stelt, maar daarvan zeggen wij 'die kaders volgen direct uit de wet'. Bijvoorbeeld het toepassen van het boetebeleid, daar biedt de wet erg weinig ruimte voor eigen invulling van gemeenten, dus het is eigenlijk geen statement dat mijnheer Achterbergh maakt 'boetebeleid toepassen', waarmee het lijkt of de VVD aangeeft 'wij willen een heel streng beleid', maar het volgt uit de wet. Hetzelfde geldt voor de voorschoolse educatie. De brede intake die nu gevoerd moet worden, maakt juist dat alle onderdelen, dus ook de kinderen, aan bod moeten komen. Nog iets, combinatie van taal en arbeid is wat de VVD betreft het uitgangspunt, maar dat is ook het uitgangspunt van deze wetgeving; een duaal stelsel, dus op twee sporen inzetten. Daarbij wordt gezegd 'het fundament van het huis meegeven, er is werk aan de winkel'.

Dat wekt een beetje de suggestie alsof er nog niet gewerkt wordt in dit huis aan dat fundament en dat lijkt me ook niet helemaal terecht, zeker niet omdat dit een wet is die is uitgesteld. Hij zou per 1 juli ingaan dus ik verwacht zeker dat de portefeuillehouder al lang daaraan aan het werk is. Maar dat hoor ik graag zo meteen. De VOORZITTER: Ik onderbreek u even want er is een interruptie. Mijnheer Achterbergh wil u graag interrumperen. Gaat uw gang. De heer ACHTERBERGH: Ja, dank u wel voorzitter. Ja mevrouw Van der Meij, natuurlijk komt dat voort uit de wet. Als het niet uit de wet komt, mogen we er namelijk niets mee. Waar dit voorstel op ziet, en als u het goed leest, ziet u dat ook, is dat er een aantal schuifjes zijn waar we aan kunnen zitten. Als je naar het boetebeleid gaat, mogen wij bepalen hoe streng we dat willen doen. Als je naar de bijstand kijkt, hebben we op een gegeven moment de discussie gehad over een aantal informele indicaties of vrijstellingen die gegeven werden en dat willen we hier niet. Als het gaat om de VEindicatie, klopt het dat het geregeld is, maar het is niet verplicht. Dus we willen dat het college zorgt dat daar extra aandacht voor is.

Dus ik vind het echt te kort door de bocht als u zegt dat we de wet gewoon hebben overgeschreven, zo interpreteer ik het dan maar even, en het dan in een initiatiefvoorstel gooien want daar doet u echt mij als persoon tekort mee.

Conceptverslag Raadssessie Initiatiefvoorstel VVD Wet inburgering 202X 11 februari 2021

9

De VOORZITTER: Mevrouw Van der Meij. Mevrouw VAN DER MEIJ: Dank u wel voorzitter. Het is uiteraard niet persoonlijk bedoeld, maar ik zie die schuifjes een stuk minder dan u ze nu voorstelt in het initiatiefvoorstel. Dat is mijn persoonlijke mening. Ik moet even terug naar wat ik nog wil zeggen. De PvdA gaf ook al aan 'die ontzorgingsperiode ziet echt op het financieel zelfstandig maken van mensen en is geen middel om de participatie voort te laten bestaan'. Als iemand in zes maanden heeft aangetoond financieel zelfstandig te kunnen zijn, ongeacht hoe de integratie dan verder loopt, heeft hij gewoon recht op die uitkering en D66 is er geen voorstander van om dan te verlengen op basis van andere gronden. Nogmaals, de timing is enigszins bijzonder, daar heeft mijnheer Vermeulen ook al aan gerefereerd. Ook D66 kan zich niet helemaal aan de indruk onttrekken dat dit toch ook te maken heeft met de verkiezingen die aanstaande zijn. Dank u wel en tot zover. De VOORZITTER: Dank u wel, dan gaan we naar mevrouw Ballieux van GroenLinks. Mevrouw BALLIEUX: Dank u wel voorzitter, ik ben hekkensluiter, heel veel dingen zijn al gezegd. Namens GroenLinks zeggen we ook dank voor het initiatief en mooi dat we als raad positie proberen te kiezen hierin.

Maar ook voor ons geldt dat het onderwerp dat u gekozen heeft wat ongelukkig is, ook omdat het college – dat blijkt ook uit de brief die we hebben gekregen – uitstekend bezig is met de voorbereidingen die nodig zijn voor de invoering van die wet. Daar wil ik meteen iets bij aansluiten, dat staat ook in de brief en daar was net al een klein debatje met de heer Beusenberg van de SRH over en mijnheer Vermeulen begon er ook over, namelijk de huisvesting. Dat is precies de crux, de inburgering kan pas beginnen als iemand een huis heeft hier of in ieder geval huisvesting heeft en ergens kan wonen. Ik vind het heel lastig, ook namens mijn fractie, dat er een beroep wordt gedaan op de landelijke overheid om minder statushouders hier te huisvesten, in onze welvarende gemeente. GroenLinks vindt deze combinatie van het wetsvoorstel en dan dit raadsvoorstel, in combinatie met uw oproep om minder statushouders hier te huisvesten heel erg moeizaam. We kunnen dat niet goed rijmen en ik denk dat we daar nog wel het een en ander over te wisselen hebben, maar wat ons betreft, gaan we dat vooral doen als het college met het voorstel komt dat het heeft aangekondigd. Dan wil ik nog een ander ding noemen, dat is de samenwerking met Vluchtelingenwerk. De gemeente en Vluchtelingenwerk werken heel goed samen. Ik heb dat zelf ook een keer mogen meemaken bij een eerste plaatsing.

Het is heel indrukwekkend wat daar gedaan wordt om mensen te ontzorgen. Ik wil daarbij ook doorgeven wat ik zelf heb geleerd, wat ik echt uit eerste hand heb gehoord van iemand die heel blij was dat ze hier kon komen. Die had geen huis en zat al tien maanden te wachten nadat ze wist dat ze in deze gemeente geplaatst zou worden. Ze was al bijna vijf jaar in Nederland, had zichzelf Nederlands geleerd en ze zei tegen me, toen we een momentje samen in het damestoilet waren, 'wat ik zo fijn vind, is dat ik straks voor het eerst in vijf jaar een keer weer alleen ben'. Deze mevrouw was ongelooflijk gemotiveerd om hier in te burgeren en hier haar plekje te vinden en de taal te leren. Soms denk ik dat we vanuit de argwaan die we hebben als samenleving, en als Nederlandse overheid, richting inwoners, maar ook richting statushouders heel veel dingen kapotmaken in plaats van aanmoedigen. Ik vind het best moeizaam dat uit deze wet, en ook wel een beetje uit dit raadsvoorstel, deze toon spreekt. Dat wilde ik namens GroenLinks zeggen, wij hebben veel vertrouwen in mensen. De VOORZITTER: Mevrouw Ballieux, u heeft twee interrupties, dus daar wil ik even gelegenheid voor geven. Als eerste mijnheer Beusenberg en dan mevrouw Van der Meij. De heer BEUSENBERG: Dank u wel voorzitter, ik hoor mevrouw Ballieux zeggen dat SRH vindt dat er minder statushouders gehuisvest moeten worden. Dat is niet zo.

SRH vindt dat de statushouders, net Conceptverslag Raadssessie Initiatiefvoorstel VVD Wet inburgering 202X 11 februari 2021

10

zoals de andere burgers in onze gemeente, netjes op hun huis moeten wachten. U komt met een voorbeeld van iemand die al tien maanden heeft moeten wachten op een woning nadat ze wist dat ze in onze gemeente geplaatst zou worden, maar wat zegt u dan tegen al die mensen die al meer dan twaalf jaar op een woning aan het wachten zijn in deze gemeente? Dank u wel. De VOORZITTER: Mevrouw Ballieux? Mevrouw BALLIEUX: Ja, het punt is dat een veel gemaakte gedachtefout is dat we denken in of/of maar het is en/en: er zijn te weinig sociale huurwoningen gebouwd en dat is een schandaal. Dat vindt GroenLinks ook. En u noemt die tien maanden, maar deze mevrouw was al vijf jaar in Nederland en het punt is ook dat je pas kunt beginnen met inburgeren, de wet zegt dat ook, als je woonachtig bent in de gemeente waar je hoort. Dus het is niet alleen een huis, het is een heel leven dat on hold staat en ik weet niet of men zich voldoende realiseert wat de consequentie is van wachten op je beurt. De VOORZITTER: Mijnheer Beusenberg, wilt u daar per se op reageren, of kan dat in het debat want u bent eigenlijk door uw spreektijd heen. De heer BEUSENBERG: Ik heb een heel korte reactie.

Mevrouw Ballieux schetst een consequentie van het wachten op je beurt, maar nogmaals, wat zegt u tegen al die mensen die al jaren aan het wachten zijn op hun beurt en iedere keer naar achteren worden geschoven omdat iemand anders de woning toegewezen krijgt? De VOORZITTER: Het punt is duidelijk, wilt u daar nog op reageren, mevrouw Ballieux? Mevrouw BALLIEUX: Daar wil ik zeker op reageren. Op 17 maart zijn er verkiezingen en ik zou zeggen: kies dan een partij die niet de marktwerking aanhangt, maar die graag regie wil op de woningmarkt en er zijn partijen – ook aan de linkerzijde, GroenLinks bijvoorbeeld – die een heel andere gedachtegang hebben. Dan kunnen we een mooie inhaalslag maken. De VOORZITTER: Dank u wel. Ik zie dat het handje van mevrouw Van der Meij weg is dus dan ga ik ervan uit dat er geen interruptie meer nodig is. Mevrouw Ballieux, volgens mij was u afgerond of aan het afronden. Mevrouw BALLIEUX: Ja, ik wil nog een slotzin zeggen, we hebben vertrouwen in het college en we kijken met belangstelling uit naar het verhaal dat we tegemoet kunnen zien van wethouder Rip en we kijken ook met heel veel vertrouwen naar statushouders, mensen die hier komen omdat ze in hun eigen land een heel moeilijke situatie zijn ontvlucht, anders waren ze hier namelijk geen statushouder geworden. De VOORZITTER: Dank u wel.

Ik kijk even of er nog iemand in de raad het woord wil voeren, zo niet dan gaan we naar het college. Toch nog mevrouw Van der Meij, zie ik dat goed? Mevrouw VAN DER MEIJ: Ja, toch even en ook omdat ik het aan het college nog mee wil geven dus ik moet het even in een vraag verpakken. Ik hoor mevrouw Ballieux zeggen 'vertrouwen in de statushouders'. Een onderwerp dat niet is meegenomen in het voorstel zoals het er nu ligt, is de onderwijsroute, voor statushouders, voor inburgeringsplichtigen. Mijn vraag aan mevrouw Ballieux is: vindt u ook niet dat in het voorbereidend werk dat nu gedaan wordt, in het beleid dat nu ontwikkeld wordt, juist die onderwijsroute heel veel aandacht verdient omdat er zo ontzettend veel statushouders zijn met papieren die in Nederland niet worden gewaardeerd zoals ze dat in hun land van herkomst werden, maar die wel enorme capaciteit hebben om via de onderwijsroute juist uit te stromen uit de Conceptverslag Raadssessie Initiatiefvoorstel VVD Wet inburgering 202X 11 februari 2021

11

uitkering en daarmee ook het B1 niveau te halen? De VOORZITTER: Mevrouw Ballieux. Mevrouw BALLIEUX: Daar sluit ik me helemaal bij aan. Ik denk dat we kansen moeten benutten. En dat is een woord dat ik nog vergeten ben, maatwerk. Maatwerk in de bejegening van de statushouder omdat we soms mensen gewoon tekortdoen en ook onszelf als samenleving als we van de competenties die mensen al hebben, geen gebruikmaken. De VOORZITTER: Dank u wel. Dan gaan we naar het college voor de eerste termijn, mijnheer Rip, gaat uw gang. Wethouder RIP: Dank u wel voorzitter, ik ben blij dat ik even mag meedoen want ik vind het wel een instrument van de raad en ik wil het ook kort houden maar er zijn een paar vragen gesteld en ik heb wel behoefte om een paar onduidelijkheden weg te nemen. Veel is gezegd over de voorbereiding. Ja, daar waren we in 2019 al mee gestart, dat kwam omdat die wet eraan zat te komen. Hij zou veel eerder ten uitvoering moeten komen, maar door uitstel en uitstel is dat steeds verschoven naar 1 januari 2022. Dus ja, we waren er al lang mee bezig. Ik wil u meenemen naar de gesprekken die ik gehad met Vluchtelingenwerk. Ik hoorde GroenLinks daar ook iets over zeggen. Dat waren indrukwekkende gesprekken, maar een van de quotes van Vluchtelingenwerk is me heel erg bijgebleven.

Iemand zei 'het is toch eigenlijk triest dat we in een welvarend land als Nederland een wet moeten maken om vluchtelingen te beschermen'. Want dat is feitelijk wat voorligt. En ja, het is in ieder geval in de voorbije jaren niet gelukt om dat op een goede manier te doen en het is ook elke keer, daar hoeven we ook niet voor weg te kijken, een verkiezingsthema. Het is ook al een paar keer genoemd. Ik laat het ook gewoon daar, maar het is wel zo. Nu is die wet er en ik moet zeggen, Vluchtelingenwerk is er heel erg blij mee. Echt heel erg blij, want er ontstaat eindelijk maatwerk. Dat begint met de brede intake, dat begint met goed te doorgronden 'wie heb je voor je, waar komt hij of zij vandaan en wat is het verhaal en hoe kunnen we daar het beste mee omgaan?' Dat is eigenlijk de basis van deze wet en het is een lastig thema en het komt elke keer terug en het is ook nu weer een verkiezingsthema. Dat geeft niet, want dat betekent dat we het elke keer beter moeten maken. Ik wil er verder nog een paar dingen over zeggen. Ik heb geprobeerd in de reactie… Het is natuurlijk heel lastig als ik u nog geen conceptnota heb voorgelegd. Maar die ligt wel in concept klaar en de route daarnaartoe is dat ik het college vraag of ik een participatietraject mag doen.

Dat duurt een week of vier, vijf, en dan gaan we langs de Participatieraad en langs Vluchtelingenwerk en dan moet ik toestemming hebben van mijn collega's in het college. Dat gaat nu gebeuren en ik hoop vanavond de gedachten en de signalen die ik opvang, mee te nemen in mijn uiteindelijke definitieve raadsvoorstel. Dat kunt u ruimschoots voor de voorjaarsrapportage tegemoetzien want we zijn daarmee op tijd. Ik wil een paar dingen meegeven. Ik hoor iets zeggen over huisvesting. De VOORZITTER: Mijnheer Rip, mag ik u heel even onderbreken want volgens mij gaat u naar een volgend punt en ik zie nog een handje van mevrouw Ballieux als interruptie. Mevrouw BALLIEUX: Dank u wel voorzitter. Ik had een kleine vraag want u slikte een woord een beetje in: klopt het dat u naast de Participatieraad ook een reactie gaat vragen aan Vluchtelingenwerk? Wethouder RIP: Correct. Ik heb in de voorbereiding al veel gesprekken met hen gevoerd en ik vind het belangrijk dat ik die expertise meeneem en voor het vrijblijvend advies dat mij is aangeboden in een van die gesprekken wil ik niet weglopen. Dus ik vind het alleen maar goed dat ik dat doe, maar Conceptverslag Raadssessie Initiatiefvoorstel VVD Wet inburgering 202X 11 februari 2021

12

daardoor gaat de termijn in ieder geval niet uitlopen, als u met die gedachte die vraag stelde. Dat blijft gewoon binnen de participatie termijn van vier weken. Maar ik ga het wel doen. De VOORZITTER: Nog heel kort, mevrouw Ballieux. Mevrouw BALLIEUX: Kunnen we een afschrift ontvangen van het advies dat u krijgt van Vluchtelingenwerk en van de Participatieraad? De VOORZITTER: Een heel concrete vraag, mijnheer Rip, gaat uw gang. Wethouder RIP: De adviezen die ik krijg, moet u terug kunnen vinden in het definitieve raadsvoorstel, maar ik kan ook als bijlage wel zeker de reacties of de zienswijzen met u delen, dat is geen enkel probleem. Er zijn nog wat vragen gesteld en ik hoop dat ik ze allemaal te pakken heb, maar anders hoor ik het wel en dan wil ik het snel weer aan u overlaten voor uw debat in de tweede termijn. De financiële kaders. Daar wil ik iets over zeggen. We zijn voornemens om de uitvoering te doen binnen de financieel gestelde kaders van het rijk. We moeten die wet uitvoeren, dat is goed, prima, maar dan moet het met de middelen die het rijk ons verschaft. Ik denk dat dat ook een zuiver kader is. Ik heb ook geprobeerd in de brief, de reactie, de dingen die niet in het initiatiefvoorstel staan wel aan te stippen zodat u wel weet dat u dat terug zult zien in het raadsvoorstel. De huisvesting.

Met alle respect, deze Wet inburgering heeft niet specifiek iets te maken met de huisvesting. Maar het is gewoon een keiharde wet dat we ook moeten zorgdragen voor onze gasten en dat je pas goed kunt integreren op het moment dat je in de gemeente woont en dat je eigen leefomgeving de start is om je perspectief en je toekomst op te bouwen. Dus dat is wel heel erg belangrijk. Ik wil daaraan toevoegen dat we niet voor niets als college een aantal weken geleden een brief hebben gestuurd naar het ministerie, naar minister Ollongren, om te zeggen 'het is prima dat u onze gemeente een forse taakstelling oplegt, maar kunt u dan ook wat coulanter zijn als het gaat om het bouwen van woningen want het moet wel een beetje in balans zijn'. Dat signaal hebben we afgegeven, net als we het signaal afgegeven hebben in de G40 over het uitstel van deze wet. Dan kom ik denk een beetje op de vragen van de PvdA. Die heeft technische vragen gesteld en ik heb geprobeerd ze zo snel mogelijk te beantwoorden en u heeft ze gelezen. Daar ben ik al blij mee.

Maar we hebben in de G40 in ieder geval ook het signaal afgegeven 'wat doen we in de tussentijd en wat doen we dan in 2021 met de statushouders die formeel onder de oude wet vallen en dus formeel misschien weer heel snel in de schulden terechtkomen?' Want mijnheer Achterbergh had het er ook al over, het zijn de malafide bedrijven die eigenlijk gezorgd hebben dat die mensen nog verder in de problemen kwamen. Dat willen we voorkomen dus in de geest van de nieuwe wet gaan we proberen voor te sorteren op die wet. Onder voorbehoud, want de nieuwe kabinetsformatie komt eraan en ik kan niet inschatten in een glazen bol of januari 2022 ook gehandhaafd wordt of gehaald wordt, maar ik hoop het natuurlijk wel. Iedereen hoopt daar ook op want ze vinden het een heel goede wet. Dan heb ik nog de ChristenUnie-SGP, dat vond ik een opmerkelijke bijdrage. Die had het over trauma's. Mijnheer De Vries, juist in de brede intake hopen we een vinger te krijgen achter de vragen 'wat speelt er allemaal, wie hebben we voor ons en wat is er nodig om van A naar B te komen en zo'n statushouder heel snel te laten integreren in onze samenleving?' Als daarbij Erik Scherder met zijn dansschool een rol kan spelen – zo heb ik het maar even vertaald – zal ik dat meenemen en ambtelijk kijken of daar wat mee te doen is want ik vind het een leuke suggestie. Maar ik had er nog nooit van gehoord.

We zullen het meenemen. Dan mijnheer Achterbergh. De VOORZITTER: Voor u verdergaat, een interruptie van mijnheer De Vries, ik vermoed op uw vorige punt. Conceptverslag Raadssessie Initiatiefvoorstel VVD Wet inburgering 202X 11 februari 2021

13

De heer DE VRIES: Ja, dank u wel voorzitter, ik kan de gegevens van het onderzoek dat Erik Scherder heeft gedaan naar vluchtelingen in combinatie met danstherapie wel voor u opzoeken en dan zal ik u dat wel toesturen. De VOORZITTER: Kijk eens aan, een toezegging uit de raad, ook wel een keer leuk. U heeft nog een halve minuut, mijnheer Rip. Wethouder RIP: Ik ga even naar de initiatiefnemers. Dan moet ik snel zijn. Ik vind het altijd prachtig, echt waar, ik geniet er echt van, dat de raad gewoon met een initiatiefvoorstel komt. Echt. Ik heb jaren in de raad gezeten en ik vond dat ook een mooi instrument. Dus dank daarvoor. U heeft negen kaders. Ik moet mevrouw Van der Meij wel een klein beetje gelijk geven, veel van wat u opgeschreven heeft, staat al gewoon in die wet en dat zult u ook terugzien in mijn definitief raadsvoorstel. Er is ook een aantal kaders dat u wat verder uitgewerkt wilt hebben en waarbij ik nog niet een Zwitserleven Gevoel heb, zo zeg ik dat maar even, en waar ik op een andere manier naar wil kijken. Maar goed, in het definitieve raadsvoorstel dat u straks voorgeschoteld krijgt, heeft u alle instrumenten bij de hand om daar weer wat van te vinden en om dat eventueel wat te amenderen en eventueel een motie in te dienen. Dat is helemaal aan u. Alle bagage die ik vandaag ophaal, weeg ik en kunt u op de een of andere manier terugzien in het raadsvoorstel.

Dat was het kort. Ik wens u een goed debat ik ga goed luisteren en ruim voor de voorjaarsrapportage krijgt u van mij een definitief raadsvoorstel. De VOORZITTER: Dank u wel. Nu zie ik nog allerlei handjes maar het is niet de bedoeling dat we nog allerlei nieuwe vragen stellen en de tijd van mijnheer Rip verlengen dus ik moet even kritisch kijken naar de interrupties, maar als eerste was wel mevrouw Ballieux. Ik bied u nog wel de gelegenheid, gaat uw gang. Graag heel kort. Mevrouw BALLIEUX: Misschien rek ik de grens een beetje op, maar ik zal het heel kort houden. Huisvesting is gewoon een belangrijk punt. Ik weet dat er een pilot is, daar is zelfs in de beantwoording van een Kamerbrief in december naar verwezen, de pilot Huisvesting statushouders in Haarlemmermeer. Misschien kan de wethouder er kort iets over vertellen, maar het mag ook schriftelijk. Ik wil graag weten wat de status is want die wist ik niet en misschien weet mijnheer Rip het wel. De VOORZITTER: We gaan eerst even alle interrupties af en dan kijken we even wat nog per se nu moet en wat schriftelijk kan. Ik zie mijnheer Rip al schrijven dus dat gaat goed. Kunt u uw handje weghalen, mevrouw Ballieux, dan gaan we naar mijnheer Beusenberg. De heer BEUSENBERG: Dank u wel voorzitter.

Ik heb in mijn eerste termijn een vraag gesteld en het kan zijn dat ik het heb gemist, maar volgens mij heeft mijnheer Rip hem echt niet beantwoord. Dat was de vraag of er ook een maximum zit aan de termijn van het leefgeld van statushouders. Dank u wel. De VOORZITTER: Dat klinkt als een technische vraag maar misschien kan er heel snel antwoord op worden gegeven. Mevrouw Kamsteeg. Mevrouw KAMSTEEG: Dank u wel voorzitter, ik wil allereerst de wethouder bedanken voor de toezegging op de ondertussengroep. En ik heb een kleine aanvullende vraag over het budget want ik weet dat er nog gelobbyd wordt in Den Haag om een hoger budget te krijgen hiervoor en ik vroeg me af in hoeverre de wethouder daarbij aangesloten is, dan wel zelf, dan wel via de VNG.

Conceptverslag Raadssessie Initiatiefvoorstel VVD Wet inburgering 202X 11 februari 2021

14

De VOORZITTER: Dank u wel, dan nog een handje van de heer Vermeulen. De heer VERMEULEN: Ja voorzitter, dank u wel. Ik heb een vraag aan de voorzitter en dat is of hij streng wil zijn of de vragen die gesteld worden inderdaad over deze wet gaan, zodat we niet heel veel vervuiling in het debat krijgen en onze tijd daaraan kwijt zijn. De VOORZITTER: Helder, eigenlijk zijn het allemaal vragen die schriftelijk afgedaan kunnen worden en niet per se noodzakelijk zijn voor dit debat. Dus als ik dat niet goed heb, moet iemand dat nu zeggen door het handje op te steken en anders zijn het volgens mij allemaal vragen die schriftelijk beantwoord kunnen worden om u wel te informeren op deze punten, maar niet per se voor dit debat, nu op dit moment. Heb ik dat goed? Zo niet, dan moet u dat nu aangeven. Dan doen we dat daarmee af. Kunt u daarmee uit de voeten mijnheer Rip? Wethouder RIP: Dan concludeer ik dat ik binnenkort terugkom op de vragen die gesteld zijn. Ja? De VOORZITTER: Ja, heel fijn, dank u. Dan hebben we nu gelegenheid voor het debat tussen de raadsleden. Ik ga als eerste naar mijnheer Achterbergh en daarna heeft mijnheer Beusenberg zich gemeld en daarna is het aan degene die zich als volgende meldt. Dus we houden niet de volgorde aan van de eerste termijn maar u kunt gewoon een punt aandragen in het vrije debat. Mijnheer Achterbergh, als initiatiefnemer mag u beginnen.

De heer ACHTERBERGH: Dank u wel voorzitter. Ik ga er straks een stelling in gooien, dat is misschien wel leuk, maar ik wil eerst even heel kort ingaan op vooral de opmerkingen over de vorm. Die verbaast me wel een beetje. Ik ben hier vanaf oktober/november mee bezig, en ik spreek alle woordvoerders en ben zelfs het gesprek met de wethouder aangegaan en alles is heel goed voorbereid. Wat ik nu eigenlijk terugkrijg is 'het is slechte timing en het is verkiezingsretoriek'. Dat vind ik teleurstellend en ik hoop dat we het vandaag vooral over de inhoud gaan hebben. Overigens hoor ik dat niet van alle fracties, dat wil ik even benadrukken. Ik hoor de wethouder ook nadrukkelijk vragen om kaders. Dus ik hoor sommigen zeggen 'het is slechte timing', maar ik geloof dat het juist heel goede timing is omdat onze wethouder nu al een voorproefje krijgt van wat we van dit voorstel vinden. Dus ik wil vooral de raad in zijn geheel oproepen om advies te geven en niet te blijven hangen in de vorm. Ik vind de vorm niet zo belangrijk, of het nu een motie is of een voorstel, of weet ik veel, een rondje om het raadhuis, het is belangrijk dat we gewoon goed asielbeleid krijgen. Dus ik hoop dat we het echt over de inhoud kunnen hebben. De VOORZITTER: Dat lokt een aantal reacties uit. Dus voor u naar een stelling gaat, doen we eerst even deze reacties, dan komen we bij u terug voor een stelling.

Als eerste mijnheer De Vries. De heer DE VRIES: Voorzitter, het is niet zozeer een interruptie maar een vervolgaanmelding voor een volgende punt. De VOORZITTER: Helder, ik voeg u toe aan het lijstje, dan gaan we naar de interrupties. Mijnheer Vermeulen, gaat uw gang. De heer VERMEULEN: Ja voorzitter, dank u wel. Ik hoor mijnheer Achterbergh zeggen dat de wethouder wel haast smeekte om kaders, maar ik heb die smeekbede niet gehoord. Ik heb de wethouder horen vertellen dat de wet uitgewerkt wordt en dat daar heel breed in geparticipeerd wordt met de diverse organisaties die daarbij betrokken zijn en dat hij met een gedegen raadsvoorstel naar ons toe komt. Hij vindt dat u op een aantal punten wat ver gaat, ik vind uw voorstel eerlijk gezegd helemaal niet verkeerd. Maar ik begrijp niet waarom u het überhaupt zo gedetailleerd heeft gemaakt Conceptverslag Raadssessie Initiatiefvoorstel VVD Wet inburgering 202X 11 februari 2021

15

omdat het hele voorstel ook al door het college wordt uitgewerkt, waar uw partij ook deel van uitmaakt. Laten we dat eerst eens afwachten en als u strenger bent en we kunnen ons niet helemaal vinden in waar de wethouder mee komt, dan kunnen we altijd met een amendement komen. Maar ik zie op dit moment de waarde niet in van het raadsvoorstel waar u mee komt. De VOORZITTER: Dank u wel, dan gaan we naar mevrouw Elfers en dan kunt u reageren, mijnheer Achterbergh. Mevrouw ELFERS: Dank u wel voorzitter. Mijnheer Vermeulen maait bijna al het gras voor mijn voeten vandaan want ik wilde ook reageren op wat mijnheer Achterbergh zegt, dat hij verbaasd is hierover. Dat verbaast mij enigszins, en ook mijn fractie, want u bent in december, 16 december jl. uit mijn hoofd, geïnformeerd dat het college in Q1 naar de raad komt en het is op dit moment vrijwel precies de helft van Q1. We zitten in week 6 en dat eindigt in week 12. Dus ook wij zien niet in waarom u dit instrument heeft ingezet in plaats van te wachten tot het college komt met een raadsvoorstel en daarna eventueel met een amendement of een motie of meerdere te komen.

Dus ook wat ons betreft, hoeven we niet verder te discussiëren over dit initiatiefvoorstel en kunnen we wellicht nog wat kaders meegeven bij de wet, want de wethouder heeft toegezegd dat hij wat hij hoort zal meenemen, maar vooralsnog zullen we afwachten tot het raadsvoorstel van het college komt en gaan we daarna in deze raad met elkaar het debat voeren. De VOORZITTER: Mijnheer Achterbergh, u kunt reageren en daarna uw stelling erin gooien. De heer ACHTERBERGH: Dank u wel voorzitter. Mijnheer Vermeulen, ik hoor wat u zegt, maar we hebben ook een gesprek gehad waarin u enigszins teleurgesteld was dat u niet zou mede-indienen dus ik snap nu niet waarom u zich in een keer tegen het voorstel keert. Wat betreft de opmerking over de wethouder, ik heb hem horen zeggen dat hij vanavond gaat luisteren en kaders mee gaat nemen, ik heb niet gezegd dat hij smeekt om kaders, dat heb ik nooit gezegd. Maar ik denk dat we het voor de wethouder wel makkelijker hebben gemaakt door vooraf al kaders mee te geven. Wat mevrouw Elfers betreft, we kunnen inderdaad achterover gaan zitten tot het college inderdaad een beleidsstuk naar ons toegooit, en welke partij dat is, dat maakt niet uit, maar we kunnen ook een keer en wat vaker actief vooraf kaders meegeven. Ik snap niet zo goed waarom dat niet zou kunnen en wat daar het bezwaar tegen zou zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Haarlemmermeer&id=bdf40aab-9f77-4b73-90b7-9ecb37f78d37