2021.0002905 rv Vaststelling bestemmingsplan Nieuw-Vennep Veldbloemstraat - correctie
Tekst van het document
Veldbloemstraat
5
2 Beschrijving huidige situatie 2.1 Ruimtelijke structuur Algemeen Het plangebied ligt in Nieuw-Vennep in een bestaande woonwijk. De wijk kenmerkt zich door een ruime bebouwingsopzet.
Ontstaansgeschiedenis Het plangebied ligt in de Haarlemmermeerpolder. Na het droogleggen van de polder in 1852 heeft het plangebied in eerste instantie een agrarische functie gehad. Daarna is het in gebruik genomen ten behoeve van een basisschool. Op onderstaande afbeeldingen een ontwikkeling van de locatie door de tijd heen in 1900, 1962, 1969,2009.
Afbeelding 2 Planlocatie door de tijd heen bron: topotijdreis.nl
Veldbloemstraat
6
blo
77
77
em
str
aa
t
2.2 Functionele structuur
ter
Pinksterbloemstraat
ks
N
4018
18
79
Pin
N 3977
79
18
N 3562
N 4096
4019
81
G
Plangebied
20
SPT
20
Nieuw Vennep Veldbloemstraat
81
SPT
SPT
22
N
22
SPT
SPT
Enkelbestemmingen
N 4097
SPT
SPT
24
N 4213
SPT
24
83
t
st
ra
tr aa Veldbloemstraat
ms loe ldb Ve
Verkeer
W
Wonen - Gestapeld
26
SPT
Veldbloemstraat
G
Groen
V
SPT
em
18
G
SPT
blo
N 4196
26
Ve ld
N 4100
83
at
N
4188
N 3953
18
N 4177
7
16
N 3952
Bouwvlakken
N 3954
N 4207
61
16
61
bouwvlak
59 59
14 14
N
4197
N 3955
Bouwaanduidingen
4067
55
onderdoorgang
53 53
Maatvoeringen
51 51
G
[ond]
N
10
3956
5
V
bijgebouwen
55
[ond]
1
3,2
maximum bouwhoogte (m)
3-5
3-
WG
[bg]
1
WG N 4198
N
57 57
[bg]
Verklaring topografische en kadastrale gegevens BGT/BRK juni 2020
10 de lie
tr aa t
Ma
Madeliefstraat
fs
em s
tr a
*(0((17(+$$5/(00(50((5 %(67(00,1*63/$1 1LHXZ9HQQHS9HOGEORHPVWUDDW
Do
tt er blo
Dotterbloemstraat
at
9DVWJHVWHOG
14
QRYHPEHU
WHN
%
EODG
VFKDDO
1/,052%3*QZYYHOGEORHPVWU&
14
YHUVLH & JHZ
JHW
SPZ
5*RXG
UJ
16 16
W
Veldbloemstraat
7
Op bovenstaande afbeeldingen in respectievelijk een kaartfragment opgenomen van het geldende bestemmingsplan met daarop de plangrenzen ingetekend van het thans voorliggende bestemmingsplan. Tevens is een kaartfragment opgenomen met daarop de voorgestelde bestemmingen ingetekend.
2.2.1 Maatschappelijke voorzieningen Het plangebied heeft een maatschappelijke bestemming, waarin het vorige gebruik, namelijk een basisschool paste. Inmiddels is de school gesloopt en is het vrijkomende perceel ingezaaid met gras. Het perceel beschikt over een fraaie bomenstructuur. Ten oosten van de planlocatie ligt een sportpark.
2.2.2 Verkeer De locatie wordt ontsloten door buurtontsluitingswegen. Bebouwing en wegen vormen een orthogonale structuur die ook het dorp Nieuw-Vennep kenmerkt.
2.2.3 Wonen De locatie ligt in een rechthoekig kader met aan drie zijden bebouwing en aan één zijde het sportpark met parkeerplaats. Binnen het kader Veldbloemstraat, Madeliefstraat en Dotterbloemstraat is woonbebouwing aanwezig aan de Veldbloemstraat overwegend in de vorm van grondgebonden bebouwing in een aantal rijen, bestaande uit twee verdiepingen en een kap.
2.2.4 Horeca Op de hoek van de Veldbloemstraat bevindt zich een horecabedrijf (restaurant).
2.2.5 Commerciële functies Aan de Madeliefstraat bevinden zich enkele panden met een commerciële functie (een muziekspeciaalzaak en een fitness-centrum).
2.2.6 Groen De bouwlocatie kenmerkt zich door een groen karakter. Thans is deze in gebruik als grasveld als onderdeel van een aantrekkelijke groen wijkstructuur.
Veldbloemstraat
8
3 Beleid en regelgeving 3.1 Rijksbeleid Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte 2040 De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte 2040 (SVIR, 2012) geeft een totaalbeeld van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en is de ‘kapstok’ voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. Het vervangt onder meer de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040 en de Nota Mobiliteit. Delen van de structuurvisie die de nationale ruimtelijke belangen borgen en die juridische doorwerking behoeven, zijn uitgewerkt in een algemene maatregel van bestuur, het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, zie §3.1.2). In de structuurvisie zijn drie hoofddoelen geformuleerd om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): • Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland. • Het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat. • Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Daarnaast vindt het Rijk het belangrijk dat verstedelijking op duurzame wijze plaatsvindt. Daarom wordt gewerkt met de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ (zie §3.1.3).
Het Rijk wil de ruimtelijke ordening meer overlaten aan gemeenten en provincies, tenzij rijksdoelen en nationale belangen raken aan regionale opgaven. Er worden in de structuurvisie onderwerpen van nationaal belang benoemd, waarvoor het Rijk verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken. Betreffende opgaven worden per regio beschreven. Gemeente Haarlemmermeer valt binnen regio Noordwest-Nederland. Opgaven van nationaal belang in dit gebied zijn onder meer: • Verbetering van de bereikbaarheid van de Metropoolregio Amsterdam (voornamelijk aan de noordkant van Amsterdam en op termijn de achterlandverbinding naar het oosten en het uitvoeren van het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer); • Het versterken van de mainport Schiphol en het bijbehorende netwerk van verbindingen door het opstellen van de Rijksstructuurvisie Mainport Amsterdam Schiphol Haarlemmermeer (SMASH); • Het samenwerken met decentrale overheden in de generieke deelprogramma’s Veiligheid, Zoetwater en Nieuwbouw en Herstructurering van het Deltaprogramma;
Veldbloemstraat
9
• • •
Het voor de lange termijn behouden van een adequate zee toegang van de IJmond (Zeesluis IJmuiden); Het robuust en compleet maken van het hoofdenergienetwerk (380 kV) en buisleidingennetwerk; Het tot stand brengen en beschermen van de (herijkte) EHS, inclusief de Natura 2000 gebieden.
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), staat een aantal onderwerpen waarvoor het Rijk uit het oogpunt van de nationale belangen in de structuurvisie Infrastructuur en Ruimte regels stelt. Voor gemeente Haarlemmermeer is hierin van belang: • Toekomstige uitbreiding van het hoofdwegennet en hoofdspoorwegennet; • De ruimte reservering voor de parallelle kaagbaan; • Zones onder hoogspanningsverbindingen worden gevrijwaard; • Aan de provincies is opgedragen om herijkte EHS te beschermen; • Primaire waterkeringen buiten het kustfundament krijgen ruimtelijke bescherming; • Nationale landschappen zoals het erfgoed van de Stelling van Amsterdam, worden ruimtelijk beschermd; • Kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking en voor de bufferzones.
Besluit ruimtelijke ordening In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro, 2017) is de ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen. Met de ladder voor duurzame verstedelijking wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd. De Ladder voor duurzame verstedelijking is geregeld in artikel 3.1.6 lid 2 en luidt: ‘De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.’ De begrippen “bestaand stedelijk gebied” en “nieuwe stedelijke ontwikkeling”, zijn opgenomen in artikel 1.1.1 lid 1 aanhef en onder h en i Bro. De 'behoefte' is de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar looptijd van een bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). De Ladder bepaalt niet voor welke regio de behoefte in beeld moet worden gebracht. De aard en omvang van de stedelijke ontwikkeling bepaalt op welk niveau de afweging moet worden gemaakt.
De afbakening van het onderzoeksgebied is dus afhankelijk van het beoogde programma in het bestemmingsplan. De Ladder biedt de mogelijkheid om in geval van een globaal bestemmingsplan met uitwerkingplichten en/of wijzigingsbevoegdheden, in het moederplan te bepalen dat het Ladderonderzoek pas hoeft te worden verricht bij vaststelling van het uitwerkingsplan of het wijzigingsplan. Veldbloemstraat
10
Luchthavenindelingsbesluit Schiphol De ruimtelijke consequenties van het rijksbeleid voor Schiphol zijn geformuleerd in het Luchthavenindelingsbesluit (LIB). In dit besluit is een beperkingengebied opgenomen waarbinnen beperkingen worden gesteld ten aanzien van het gebruik en de bestemming van de grond voor zover deze noodzakelijk zijn met het oog op veiligheid en geluidsbelasting. In hoofdstuk 5.11 wordt verder ingegaan op de gevolgen van de aanwezigheid van Schiphol en de beperkingen van het LIB voor dit bestemmingsplan. De gemeente zorgt ervoor dat nieuwe inwoners in een zo vroegtijdig mogelijk stadium deugdelijk en objectief geïnformeerd worden over geluidsbelasting en mogelijke hinder door vliegtuiggeluid (of –uitstoot en kerosinegeur) door de aanwezigheid van de luchthaven Schiphol. De locatie ligt voor een deel binnen het beperkingengebied als bedoeld in bijlage 3 van het LIB.
Afbeelding 3 Beperkingengebied bijlage 3 LIB, planlocatie met rode stip aangegeven
De locatie ligt binnen bestaand stedelijk gebied. Op grond van artikel 2.2.1d van het LIB motiveren gemeenten in de toelichting op het bestemmingsplan de wijze waarop rekening is gehouden met de mogelijke gevolgen van een vliegtuigongeval met meerdere slachtoffers op de grond als gevolg van ruimtelijke ontwikkelingen. In paragraaf 5.11 is op dit risico nader ingegaan.
Inpassingsplan Randstad 380 kV De globale ruimtelijke reservering voor de Randstad 380 kV-verbinding heeft plaatsgevonden met de vierde partiële herziening van het Tweede Structuurschema Elektriciteitsvoorziening (SEV II, 1994), de planologische kernbeslissing 'Randstad 380 kV-verbinding' (pkb). In de pkb is het zoekgebied voor het tracé van de Randstad 380 kV-verbindingen globaal omschreven en zijn de uitgangspunten vastgelegd voor de verdere besluitvorming. Het tracé is ongeveer 60 km lang en loopt van het transformatorstation in Beverwijk via het transformatorstation Vijfhuizen tot het transformatorstation in Bleiswijk (transformatorstation 'Zoetermeer'). Deze tracékeuze omvat de beslissing om een deel van de hoogspanningsverbinding ondergronds aan te leggen.
Veldbloemstraat
11
Voor dit plangebied heeft het Inpassingsplan geen consequenties.
Nationaal waterplan 2016-2021 Het Nationaal Waterplan (2015) geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de planperiode 2016-2021, met een vooruitblik richting 2050. Het kabinet speelt proactief in op de verwachte klimaatveranderingen op lange termijn, om overstromingen te voorkomen. Het Nationaal Waterplan gaat in op het robuust en toekomstgericht inrichten van het Nederlands watersysteem, gericht op een goede bescherming tegen overstromingen, het voorkomen van wateroverlast en droogte en het bereiken van een goede waterkwaliteit en een gezond ecosysteem als basis voor welzijn en welvaart. De volgende onderdelen komen in het plan naar voren: • De Deltabeslissingen (waterveiligheid, zoetwatervoorziening en ruimtelijke adaptatie); • De Beleidsnota Noordzee; • De verankering van afspraken die betrekking hebben op water vanuit het Energieakkoord; • De Natuurvisie; • De Internationale Waterambitie; • De geactualiseerde plannen en maatregelenprogramma’s om te voldoen aan de Europese eisen voor waterkwaliteit, overstromingsrisico's en het mariene milieu. Het plan omvat een integrale benadering, door natuur, scheepvaart, landbouw, energie, wonen, recreatie, cultureel erfgoed en economie (inclusief verdienvermogen) zo veel mogelijk in samenhang met de wateropgaven te ontwikkelen.
De ambitie is dat overheden, bedrijven en burgers zich in 2021 meer bewust zijn van de kansen en bedreigingen van het water in hun omgeving. In de voorliggende situatie wordt een woningbouwplan gerealiseerd dat in de plaats komt van een voormalige school. Er is in het desbetreffende gebied geen specifieke wateropgave vereist. In dit plan zal een nadere verantwoording worden opgenomen voor het aspect water.
Beleidsnota mainport en metropool Het Rijk heeft in samenwerking met de zogenaamde regiopartijen en de partijen uit de luchtvaartsector een beleidsnota (2016) opgesteld voor de Schipholregio. Deze beleidsnota is een uitwerking van het programma SMASH (Structuurvisie Mainport Amsterdam Schiphol Haarlemmermeer) en is erop gericht de mainport Schiphol en haar regio te versterken en helderheid te bieden wat betreft de mogelijkheden voor de verdere ruimtelijke en infrastructurele ontwikkeling. De nota heeft de ambitie om de kracht en kwaliteiten van de regio verder uitbouwen, de economische ontwikkeling van de regio en Schiphol te stimuleren en kansen en potenties in de regio beter benutten. Daarnaast willen de partijen binnen de regio de verwachte woningbehoefte van 440.000 geschatte woningen accommoderen. De kracht en kwaliteit van de Schipholregio komt voort uit de compactheid ervan en haar diversiteit aan functies. De focus ligt hierbij op vier beleidsopgaven: 1. het versterken van de ruimtelijk-economische structuur; Veldbloemstraat
12
2. het ruimte bieden voor verstedelijking, kwaliteit van leefomgeving en leefbaarheid; 3. het ruimte bieden voor verdere ontwikkeling van een veilige, concurrerende en duurzame luchtvaart in combinatie met een optimale netwerk- en mainportkwaliteit. 4. meer en betere samenwerking tussen Rijk, regio, marktpartijen en luchtvaartsector. Het voorliggende plangebied voorziet in een binnenstedelijke woningbouwlocatie, waarmee invulling wordt gegeven aan het streven naar een verantwoordelijke en leefbare voorziening in de woningbehoefte.
3.2 Provinciaal en regionaal beleid Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 De Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 (2018) getiteld Balans tussen economische groei en leefbaarheid, is het integrale provinciale beleidsplan voor de gehele provincie Noord-Holland. In deze visie staat beschreven hoe de provincie de ambities wil realiseren voor de belangrijkste ontwikkelingen die op ons afkomen: • Klimaatverandering • Overgang naar duurzame energie • Verdere verstedelijking • Bereikbaarheid • Gezonde leefomgeving • Economische transitie • Natuur en biodiversiteit De hoofdambitie van de provincie is het vinden van een goede balans tussen economische groei en leefbaarheid. Zodanig dat bij veranderingen in het gebruik van de fysieke leefomgeving de doelen voor een gezonde en veilige leefomgeving overeind blijven. Met de sturingsfilosofie ‘lokaal wat kan, regionaal wat moet’ heeft de provincie de regionale ruimtelijke consequenties van deze ontwikkelingen grotendeels juridisch verankerd in de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV). Inmiddels is de PRV in verschillende ronden gewijzigd en opnieuw vastgesteld (zie §3.2.2).
Op de locatie zijn de volgende aspecten van toepassing: 3.2 Nieuwe ontwikkelingen natuurinclusief: aandacht voor biodiversiteit en verbinding van natuurgebieden 5.10 Landschap als onderdeel metropolitaan systeem: bevordering diversiteit landschappen met hoge ecologische, recreatieve en cultuurhistorische waarden. Versterken van het landschappelijk raamwerk rond de stad 7.14 Optimale energiemix: benutten van alternatieve vormen van energie 7.15 Vraag en aanbod gebundeld: vraag en aanbod van hernieuwbare energie bundelen 8.20 Robuust ecosysteem: extra inzet op Kaderrichtlijn water en wederom diversiteit van gebeiden De planlocatie kenmerkt zich door een aantrekkelijke groene uitstraling. De groene randen ter plaatse blijven behouden en worden versterkt. De functie van het groen is behalve recreatief ook
Veldbloemstraat
13
een mogelijkheid voor biodiversiteit en biedt ook kansen voor een goede migratie van soorten. Bij de indeling van het plangebied is ervoor gekozen om openheid tussen de bebouwing te behouden.
Afbeelding 4 Uitsnede Omgevingsvisie met daarop met rode lijnen de planlocatie
Omgevingsverordening Noord Holland 2020 In de Omgevingsverordening Noord Holland 2020 vastgesteld op 22 oktober 2020 en in werking getreden op 17 november 2020 zijn regels samengevoegd op het gebied van natuur, milieu, mobiliteit, erfgoed, ruimte en water. De provincie wil met de omgevingsverordening ontwikkelingen, zoals woningbouw en de energietransitie, mogelijk maken en zet in op het beschermen van mooie en bijzondere gebieden in Noord-Holland. We zoeken naar een evenwichtige balans tussen economische groei en leefbaarheid. De belangrijkste belangrijke ambities voor Noord-Holland, zoals omschreven in de Omgevingsvisie, zijn verankerd in de nieuwe Omgevingsverordening Noord-Holland. Voor de doorwerking van het in de omgevingsvisie vastgelegde beleid naar gemeenten toe heeft de provincie de beschikking over de Omgevingsverordening. In hoofdstuk 6 zijn Instructieregels opgenomen voor de gemeentelijke bestemmingsplannen. Voor dit plangebied is van belang dat nieuwe stedelijke ontwikkelingen alleen mogelijk zijn als die in overeenstemming zijn met regionale afspraken. Dit is geregeld in artikel 6.3 van de Omgevingsverordening De verplichte laddertoepassing is niet opgenomen in de Omgevingsverordening aangezien die al is geregeld in artikel 3.1.6 van het besluit ruimtelijke ordening. Verder is voor dit plangebied van belang de aandacht die wordt gevraagd voor klimaatadaptatie.
Tenslotte wordt aandacht besteed aan het bouwen van woningen binnen de LIB 5 zone van Schiphol. Hiervoor is al bij het onderdeel LIB verwezen naar de ligging van de 20 Ke-contour. Het betreft hier binnenstedelijk gebied. Artikel 6.24 van de Verordening bepaalt dat voor zover een Veldbloemstraat
14
bestemmingsplan nieuwe woningen toestaat op de gronden binnen de 20 Ke-contour (LIB 5-zone) , in de toelichting van dat plan rekenschap wordt gegeven van het feit dat op de betreffende locatie sprake is van geluid vanwege het luchtverkeer en worden de redenen vermeld die er toe hebben geleid om op de betreffende locatie nieuwe woningen te bestemmen. De planlocatie is gelegen in bestaand stedelijk gebied. In de Omgevingsverordening is een definitie hiervan opgenomen die verwijst naar de definitie in het Besluit ruimtelijke ordening. Er heeft in de Omgevingsverordening bewust geen kaartaanwijzing plaatsgevonden. Nu de locatie binnen een bestaande woonwijk is gelegen, is er geen twijfel dat het hier gaat om bestaand stedelijk gebied.
3.2.3 Overige beleidsnota’s Provinciale Woonvisie 2010-2020 Voldoende woningen in 2020, afgestemd op de behoeften van de inwoners van Noord-Holland. Dat is de doelstelling van de provinciale woonvisie (2010). Er is gebrek aan betaalbare huur- en koopwoningen voor starters, jongeren, senioren en zorgvragers. De woonconsument van vandaag neemt geen genoegen meer met zomaar een woning. Doel van de visie is om te komen tot een betere afstemming tussen vraag en aanbod. Samen met de regio’s zijn vier Regionale afstemmingsprogramma’s (RAP’s) ontwikkeld met duidelijke afspraken over de regionale woningbouwprogramma’s. Samenwerkingsagenda wonen 2016-2020 De portefeuillehouders Wonen van de 15 gemeenten die tot en met 2016 de Stadsregio Amsterdam vormden, hebben opdracht gekregen een regionale woonvisie op te stellen. Daarbij zijn 10 opgaven voor regionale samenwerking geformuleerd: • Bevorderen van de woningbouwproductie om tegemoet te komen aan de snelgroeiende Woningbehoefte en om de prijzen niet te snel te laten stijgen. Doel is om 20.000 woningen naar voren te halen in de periode 2016-2020. • Zo veel mogelijk locaties versnellen, naar voren halen en te zorgen voor meer harde plancapaciteit. • Aanvullend op de huidige locaties nieuwe plekken voor woningbouw zoeken, vooral in binnenstedelijk gebied. Transformatie en benutten van leegstand spelen hierin een belangrijke rol.
• Bevorderen van het aanbod middensegment huur. Er is behoefte aan minimaal 5.000 woningen in het middensegment huur tot prijsgrens €900. • Werken aan een gezonde woningmarkt. Doel is een 'complete metropool', met aanbod in de verschillende woonmilieus, prijssegmenten en type woningen. • Op basis van inzicht in de positie van de verschillende doelgroepen te sturen op de ontwikkelingen in het aanbod en de voorraad van 'betaalbare' woningen. Een belangrijk toetspunt hierbij is de spreiding van de sociale voorraad en de beschikbaarheid over de regio, naar deelregio.
Veldbloemstraat
15
• • •
•
De sociale voorraad beter te benutten door doorstroming te stimuleren en te zorgen voor meer flexibiliteit. Investeringen in duurzaamheid bevorderen. Zorgen voor een toegankelijke, rechtvaardige en transparante verdeling van sociale huurwoningen. Streven is woningzoekenden één etalage voor sociale huurwoningen te bieden. Samen met de corporaties en marktpartijen te werken aan oplossingen om de grote Huisvestingsopgave van vergunninghouders te realiseren. Dit moet niet leiden tot verdringing van 'reguliere' woningzoekenden.
Om aan deze doelen te werken voeren de samenwerkende gemeenten de volgende activiteiten uit: • Het in beeld brengen van de vraag door woningmarktonderzoek, ook in kwalitatieve zin. • Het in beeld brengen van het aanbod. Met de jaarlijkse Monitor Plancapaciteit die de Stadsregio en Provincie Noord-Holland samen laten uitvoeren, wordt de geplande woningbouwlocaties en de voorgenomen programmering bijgehouden. Ook participeert de Stadsregio in de Monitor Woningproductie, die de nieuwbouwproductie voor de MRA en de gehele Noordvleugel monitort. • Het agenderen van de versnellingsopgave. Zo effectief mogelijk gebruik van binnenstedelijke locaties, in het bijzonder transformatielocaties, heeft nadrukkelijk de aandacht de komende jaren. • Het inzetten van marketing en communicatie over wonen en nieuwbouw. • Het stimuleren van de realisatie van middeldure huur. • Het opstellen van een Regionaal Actieprogramma Wonen (RAP) 2016-2020 in opdracht van de provincie Noord-Holland. Met deze regionale samenwerkingsagenda legt de Stadsregio de basis voor het RAP. Vanuit een gezamenlijke strategie wordt gestreefd naar creëren van een woningaanbod dat past bij de kwaliteiten van regio en gemeenten en aansluit op de vraag.
• Het organiseren van de regionale afstemming over nut en noodzaak van woningbouwplannen in het kader van de ladder voor duurzame verstedelijking en gemeenten hierin ondersteunen ten behoeve van woningbouw buiten bestaand stedelijk gebied om aan de vereisten te voldoen vanuit de ladder voor duurzame verstedelijking. Regionaal Actieprogramma Wonen 2016-2020 Eind 2016 heeft de voormalige Stadsregio Amsterdam het Regionaal Actieprogramma Stadsregio Amsterdam 2016-2020 (RAP, 2016) aangeboden aan de provincie Noord-Holland. Dit actieprogramma was geënt op het samenwerkingsprogramma van de gemeenten (Samenwerkingsagenda Regionale Woningmarkt 2016-2020) en gericht op nieuwbouw, betaalbare voorraad en woonruimteverdeling. In overeenstemming met de samenhang op de woningmarkt in deze regio is de volgende indeling in marktregio’s gemaakt: • Plannen voor de deelregio Zaanstreek-Waterland worden getoetst aan de behoefte in de marktregio Zaanstreek-Waterland inclusief Amsterdam. • Voor plannen in Amstelland-Meerlanden is de marktregio het gebied AmstellandMeerlanden inclusief Amsterdam. Veldbloemstraat
16
• Voor plannen in Amsterdam is de gehele stadsregio te beschouwen als marktregio. In het RAP hebben de gemeenten hun gezamenlijke inzet beschreven voor de versnelling van de woningbouw en is een kwantitatieve en kwalitatieve prognose van de woningbehoefte opgenomen per marktgebied in drie scenario’s. Dit ten behoeve van de beschrijving van de behoefte aan binnenstedelijke woningbouw. Ten behoeve van buitenstedelijke plannen is een handleiding ontwikkeld met daarin nadere analyses en bouwstenen, waarin is aangegeven in welke milieus en marktsegmenten de behoefte niet volledig binnenstedelijk kan worden opgevangen en hoe daarvoor een goede onderbouwing kan worden gemaakt. De Provincie Noord-Holland heeft hierover aangegeven explicieter in beeld te willen hebben wat de buitenstedelijke plannen voor de komende periode zijn en nogmaals goed te kijken wat de binnenstedelijke potentie is voor woningbouw. De gevraagde aanvullingen zowel ten aanzien van het regionale woningbouwprogramma als beleidsmatige onderwerpen op het gebied van wonen, zijn in de vorm van een oplegger bij de RAP 2016-2020 gevoegd.
Beleidsregel wonen en vliegen De beleidsregel wonen en vliegen 20 Ke-contour Schiphol (2017) stelt dat de toelichting van een bestemmingsplan dat woningbouw binnen een 20 Ke-contour mogelijk maakt, de volgende onderdelen bevat: • Een weergave en beschrijving van de exacte ligging van de woningbouwlocatie in het beperkingen gebied; • Een beschrijving van de huidige geluidssituatie op die woningbouwlocatie; • Een beschrijving van de verwachte toekomstige ontwikkelingen die kunnen zorgen voor een verandering van de huidige geluidssituatie op de woningbouwlocatie; • Een beschrijving van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de belangen die met de beoogde woningbouw zijn gemoeid, waaronder de actuele behoefte waarin de woningbouw voorziet; • Een slotconclusie over de bevindingen naar aanleiding van de onderwerpen bedoeld in de voorgaande punten. In aanvulling op het eerste lid, kan bij de te maken afweging de gecumuleerde geluidsbelasting van vliegtuiglawaai worden betrokken. In aanvulling op de in het eerste en tweede lid genoemde beschrijvingen, wordt als uitgangspunt gehanteerd dat in het geval maatregelen worden getroffen om geluidsbelasting dan wel geluidhinder te verminderen, de toelichting een beschrijving van die maatregelen en de afweging die daaraan ten grondslag ligt, bevat.
Veldbloemstraat
17
3.3 Gemeentelijk beleid Structuurvisie Haarlemmermeer 2030 (2012) In de Structuurvisie Haarlemmermeer 2030 (vastgesteld in oktober 2012) worden de toekomstige ontwikkelingen van de gemeente beschreven. De Structuurvisie gaat over belangrijke structurerende zaken met ontwerpprincipes voor duurzaamheid, een duurzaam en klimaatbestendig watersysteem, energie, netwerk- en ketenmobiliteit, de synergie met Schiphol, ruimte voor attracties, en de cultuurhistorie en diversiteit als drager van de ontwikkelingen. In de toekomst wil Haarlemmermeer de bestaande diversiteit aan woon- en werkmilieus - haar zogeheten atypische stedelijkheid - versterken. Haarlemmermeer wil een gemeente zijn die verbonden is en verbindt, een samenleving met samenhang. Dat betekent ook dat er samenhang moet zijn tussen alle ontwikkelingen die plaats vinden, zowel de ruimtelijke als de sociale ontwikkelingen. Haarlemmermeer positioneert zich ook in de toekomst als een attractieve ontmoetings- en vestigingsplaats. Duurzaamheid en oog voor bestaande structuren zijn leidend bij de toekomstige ruimtelijke, economische en sociale ontwikkelingen.
De ambities voor Haarlemmermeer in 2030 zijn als volgt benoemd: • sterk gevarieerd en de atypische stedelijkheid benuttend; • duurzaam en klimaatbestendig; • fysiek en sociaal verbonden met elkaar en met de omgeving; • blijvend gepositioneerd als aantrekkelijke ontmoetingsplaats. De structuurvisie beschrijft daarnaast de grondslagen en ontwerpprincipes die als uitgangspunt worden gehanteerd bij de verdere ontwikkeling van Haarlemmermeer. Deze zijn samengevat in zes kernpunten: 1. Een duurzaam en klimaatbestendig watersysteem. 2. Energie als speerpunt. 3. Netwerk (keten)mobiliteit: de knopen benut. 4. Synergie met Schiphol. 5. Ontmoeten en verbinden: ruimte voor attracties. 6. Cultuurhistorie en diversiteit als drager. Op de kaart bij de Structuurvisie is de planlocatie aangegeven met de functie “wonen”
Veldbloemstraat
18
Afbeelding 5 Uitsnede van kaart gemeentelijke Structuurvisie. Planlocatie met rood aangegeven en d.m.v. pijl
Overige beleidsnota’s Kaders klimaatbeleid 2008-2020 In deze nota zijn de kaders voor toekomstig klimaatbeleid vastgelegd. Algemene doelstelling van het klimaatbeleid is (1) een reductie van de CO2-uitstoot in 2020 van 30 procent ten opzichte van 1990 en (2) de realisatie van 20 procent duurzame energie in 2020. Bij de ontwikkeling en uitvoering van het klimaatbeleid/ energiebeleid wordt de trias energetica aangehouden als leidend principe: 1. Beperking van de energievraag; 2. Opwekking noodzakelijke energie door gebruikmaking van duurzame energiebronnen; 3. Indien nodig dient de opwekking van de resterende noodzakelijke energie door middel van gebruikmaking van fossiele brandstoffen, zo efficiënt en zo schoon mogelijk te geschieden. Het klimaatbeleid is uitgewerkt in tien thema's. Per thema is aangegeven wat de beoogde CO2reductie of beoogde realisatie van duurzame energie binnen dat thema is. De thema's zijn: • Gemeentelijke gebouwen, bestaand en nieuwbouw; • Bestaande woningen; • Nieuwbouw woningen; • Bestaande bedrijven; • Agrarische bedrijven/ Glastuinbouw; • Nieuwe bedrijven; • Verkeer en vervoer; • Windenergie; • Overige duurzame energie; • Interne milieuzorg.
Veldbloemstraat
19
Daarnaast zijn twee randvoorwaarden benoemd voor het realiseren van de doelstellingen binnen de thema's. Zo zal de cultuur en de kennis binnen de gemeentelijke organisatie moeten zorgdragen voor voldoende draagvlak. Verder zal het Natuur- en milieucentrum Haarlemmermeer als expertisecentrum fungeren en bijdragen aan klimaatbewustwording en actiebereidheid tot energiezuinig en op duurzaamheid gericht gedrag bij zowel burgers als bedrijven. De uitwerking van thema’s en randvoorwaarden zal resulteren in een nog te schrijven gemeentelijk plan van aanpak. Programma "Duurzaam 2015-2018, Haarlemmermeer naar een circulaire samenleving" Besl.nr. 2015.0008286 uitgewerkt in: - Uitvoeringsprogramma 2016-2017 - Samenwerkingsagenda Energie 2016-2018 - Huishoudelijk Grondstoffenplan Haarlemmermeer 2016-2021 - Strategische Samenwerkingsagenda Haarlemmermeer Rijnland 2015-2030 - Monitor Duurzaamheid 2015 De economie is nu nog in hoge mate gebaseerd op een lineaire productie- en consumptiewijze. We kopen, gebruiken en gooien weer weg. Deze manier van handelen is schadelijk voor onze planeet, vooral bij een groeiende wereldbevolking die een aandeel wil hebben in welvaart en welzijn. Gevolgen zijn uitputting van grondstoffen, grootschalige milieuvervuiling, verschraling van biodiversiteit en klimaatverandering. Hierdoor worden de fundamenten van onze welvaart en ons welzijn bedreigd.
De gemeente wil het bewustzijn hiervan vergroten. En het potentieel van de omgeving benutten voor (economische) groei met behoud van natuurlijke hulpbronnen voor de toekomstige generaties. Een gezonde samenleving is een samenleving die deze bronnen niet uitput maar opnieuw gebruikt. Daarom is het belangrijk circulair te gaan denken en bestaande (ontwerp)principes te durven loslaten. In een circulaire samenleving wordt waarde vernietiging niet geaccepteerd. Centraal staan het zo krachtig mogelijk maken van de economie én het goed doen voor de aarde en mensen. Circulaire economie richt zich ook op nieuwe verdienmodellen en waardecreatie. Nieuwe ketens en samenwerkingsverbanden, zoals productservicesystemen (van bezit naar gebruik), bieden innovaties, werkgelegenheid en nieuwe kansen voor ondernemers. Met het programma Haarlemmermeer Duurzaam 2015-2018 zet de gemeente de lijn van het programma Ruimte voor Duurzaamheid (kenmerk 2010.0055103) voort. Men werkt samen met lokale, regionale en (inter)nationale partners om de weg naar een circulaire samenleving te realiseren. Op basis van de uitkomsten en de ervaringen uit het programma Ruimte voor Duurzaamheid weet de gemeente welke activiteiten en projecten men kan voortzetten, waar deze moeten worden uitgebouwd of versterkt en waar meer focus nodig is. Zo heeft de gemeente ervaren dat de kracht van onderaf zeer belangrijk Is.
Juist het lokale karakter is belangrijk voor dit Programma Veldbloemstraat
20
Duurzaamheid. Door op andere manieren inwoners, ondernemers en organisaties te stimuleren en te betrekken, verwachten de gemeente meer effect te bereiken. De gemeente brengt focus aan op inspanningen die voor en vooral met inwoners, ondernemers, en organisaties tot stand komen. Hiervoor vier domeinen onderscheiden: wonen, werken, leren en leven. Binnen deze domeinen wordt gewerkt aan de gemeentelijke ambities voor de thema's water, energie en grondstoffen. Kadernota Veiligheid, Toezicht en Handhaving Haarlemmermeer 2015-2018 Besl.nr. 2014.0027001 - Uitvoeringsprogramma veiligheid, vergunningen, toezicht en handhaving 2017 - beleidsregels afwijking bestemmingsplannen 2015, 1e wijziging - Beleidsregels bestuurlijke sancties gemeente Haarlemmermeer 2016 Deze kadernota geeft de lijnen aan waarbinnen de veiligheid binnen Haarlemmermeer verder vorm wordt gegeven. De visie in deze kadernota geeft aan hoe de gemeente met de gemeentelijke partners het gemeentelijk veiligheidsbeleid vorm willen geven de komende jaren. In de kadernota worden een aantal prioriteiten benoemd waar de gemeente de komende jaren extra op wil investeren en waar doelstellingen aan zijn gekoppeld. De kadernota is daarmee een strategisch document en wordt door de raad vastgesteld.
Het college stelt jaarlijks een uitvoeringsprogramma veiligheid, toezicht en handhaving vast met daarin de stand van zaken van de uitvoering van de prioriteiten en een overzicht van wat het komend jaar concreet wordt gedaan op het gebied van veiligheid (prioriteiten en activiteiten). Op basis van het profiel van onze gemeente hanteert de gemeente de volgende visie in het veiligheidsbeleid: 1 Integraal samen werken 2 Burgerparticipatie 3 Eigen verantwoordelijkheid en zelfredzaamheid 4 Integrale ketenaanpak 5 Dorps- en wijkgerichte aanpak Mobiliteitsvisie Haarlemmermeer (2018) 2018.0065348 Het aantal inwoners en ondernemers groeit zowel in Haarlemmermeer als in de regio. De druk op de verkeers- en vervoersnetwerken zal daardoor toenemen. Daarnaast zet de groei van de verkeersstromen van en naar de luchthaven de bereikbaarheid van de Multimodale Knoop Schiphol onder druk. Uitganspunt voor de Mobiliteitsvisie Haarlemmermeer 2018 is dat de reiziger zelf het beste bepalen met welke vervoersmiddel hij zijn reis kan maken. De visie zal worden gevolgd door een nieuwe meerjarige investeringsagenda waarbij overgebleven Deltaplanprojecten (uit het voorgaande verkeersbeleid) en middelen worden meegenomen en heroverwogen. Ook worden investeringen
Veldbloemstraat
21
beter afgestemd met beheer- en onderhoudsplannen en zullen bereikbaarheidseffecten gemonitord blijven worden. In de Mobiliteitsvisie zijn de volgende ambities opgenomen: a. Vrijheid van bewegen en vrijheid om een vervoermiddel te kiezen; b. Ruimte voor innovatie voor het 'nieuwe bewegen'; c. Een efficiënt en flexibel mobiliteitssysteem: klaar voor de toekomst; door een slimme fasering, wat nodig is wordt aangelegd, ruimte voor toekomstige uitbreiding wordt gereserveerd. Uitgangspunt is ‘eerst bewegen, dan bouwen’; d. Bestaande knelpunten in het netwerk oplossen; e. Mobiliteit met oog voor de leefomgeving; overlast zoveel mogelijk beperken. f. Veilig bewegen; g. Evenwichtige ontwikkeling op de juiste plek, met de juiste functies; h. Mobiliteit in en door Haarlemmermeer: gedeeld belang van gemeente, regio, rijk en bedrijfsleven; i. Faciliteren van schone en stille mobiliteit; j. Monitoring en indicatoren.
1 2 3 4 5 6 7 8
De mobiliteitsvisie benoemt vervolgens een aantal thema’s waarvoor doelstellingen zijn benoemd. De thema’s zijn: Netwerken verknopen Auto Goederenvervoer Openbaar vervoer Fiets Voetgangers Verkeersveiligheid Parkeren
8. Strategisch parkeerbeleid De nota Strategisch autoparkeerbeleid Haarlemmermeer (2017) maakt integraal onderdeel uit van de Mobiliteitsvisie Haarlemmermeer. Met het Strategisch autoparkeerbeleid Haarlemmermeer wil de gemeente bereiken dat voorzien wordt in de parkeerbehoefte en dat overlast door onbedoeld gebruik van parkeergelegenheden wordt voorkomen. Om voldoende parkeergelegenheid voor doelgroepen te faciliteren, werkt de gemeente met parkeernormen, als onderdeel van het autoparkeerbeleid. Het autoparkeerbeleid heeft als doel de parkeercapaciteit optimaal te verdelen; “de juiste parkeerder op de juiste plaats”. Welstandsnota Haarlemmermeer 2013 In de welstandsnota van de gemeente Haarlemmermeer is de visie van de gemeente op de ruimtelijke kwaliteit opgenomen. De welstandsnota baseert zich op het ruimtelijk raamwerk van de Haarlemmermeer. De welstandsnota werkt aanvullend op het bestemmingsplan, waarmee de gemeente op een hoger detailniveau redelijke eisen van welstand kan stellen aan het uiterlijk van Veldbloemstraat
22
bouwwerken. Het gaat hierbij om eisen op het gebied van materiaalgebruik, kleurgebruik, vormgeving en ontwerpdetails. Binnen de gemeente zijn verschillende welstandsregimes bepaald. Toetsing van het bouwplan aan de uitgangspunten zoals opgenomen in de Welstandsnota vindt plaats in het kader van de omgevingsvergunning.
Veldbloemstraat
23
4 Nieuwe situatie 4.1 Visie op het plangebied Op onderstaande afbeelding is de planlocatie afgebeeld. Binnen het rode kader was de schoollocatie gelegen. De contouren van de voormalige bebouwing zijn nog goed te zien. De locatie is centraal in de wijk gelegen en kenmerkt zich door de groene randen. Het is de bedoeling om op deze locatie 43 sociale huurwoningen te bouwen in de vorm van appartementen. De appartementen worden circa 50 m2 en gaan alle bestaan uit twee kamer. Er is veel behoefte in de gemeente Haarlemmermeer aan appartementen met een betaalbare huurprijs. Het is erg belangrijk om de nieuwbouw goed te laten aansluiten op de omgeving. Om die reden is ervoor gekozen het aantal lagen te beperken, de groene randen in stand te laten of te versterken, de woningen niet al te massief te laten ogen en het parkeren op het terrein zelf te organiseren.
Afbeelding 6 Plangebied (bij bandering) op de luchtfoto (de voormalige schoollocatie)
Duurzaamheid Op de locatie wordt voorzien in een duurzaam plan. De woningen worden gasloos uitgevoerd, voorzien van een warmtepomp en er zullen zonnepanelen worden toegepast. De gevels zullen worden gemetseld en er wordt duurzaam hout toegepast als gevelbekleding op de hoek van het gebouw
Veldbloemstraat
24
4.2 Ruimtelijke structuur Het plan kenmerkt zich door een aantrekkelijke groene structuur. Deze structuur wordt opgepakt aan alle zijden van het gebouw.
Afbeelding 7 Ruimtelijke structuur(bij bandering) in de nieuwe situatie
De bestaande groenstructuur aan de Madeliefstraat (1) blijft in stand. Deze brede groenstrook zorgt zo voor een mooie groene zone tussen de aldaar aanwezige bebouwing en de nieuwbouw. Aan de Veldbloemstraat (2) wordt er gezorgd dat de bebouwing niet doorloopt tot aan de weg maar dat op het voormalige terrein van de school een groenstrook wordt aangelegd. Aan de Dotterbloemstraat wordt ook een groenstrook voorzien (3) en tenslotte wordt tussen de achterzijde van de woningen aan de Veldbloemstraat en de nieuwbouw een groenstrook aangelegd (4). Zo wordt de bebouwing rondom in het groen gezet.
Veldbloemstraat
25
Afbeelding 8 Structuur en positionering van bouwbokken (bij benadering)
De bebouwing zal bestaan uit twee bouwblokken van respectievelijk 2 en 3 lagen hoog. Om de bebouwing niet al te gesloten te laten zijn, zal tussen de blokken een open hoek komen die als entree wordt gebruikt.
Afbeelding 9 Impressie bouwblokken
Veldbloemstraat
26
Afbeelding 10 Parkeren
Op bovenstaande afbeelding is een impressie opgenomen van de plannen, waarop het gebouw in respectievelijk 3 lagen aan de Madeliefstraat en 2 lagen aan de Veldbloemstraat is aangegeven. Het parkeren zal plaatsvinden aan de binnenzijde van de bouwvlakken. De rijrichting is één richting. Er komt een inrit vanaf de Veldbloemstraat en een uitrit op de Dotterbloemstraat. Het resultaat zal een bebouwingsopzet zijn die zich goed voegt in de bestaande wijk met respect voor de belangen van omwonenden en de omgevingswaarden.
4.3 Functionele structuur De bebouwing zal slechts één functie krijgen namelijk Wonen. Het omliggende terrein wordt gebruikt als entreezone, parkeerruimte en als groenzone.
Veldbloemstraat
27
5 Onderzoek en beperkingen 5.1 Water 5.1.1 Wet- en regelgeving Europese Kaderrichtlijn Water De kaderrichtlijn Water richt zich op de bescherming van water in alle wateren. Hiermee wordt beoogd vervuiling te voorkomen en te beperken, duurzaam gebruik van water te bevorderen, het aquatische milieu te beschermen en te verbeteren en de effecten van overstromingen en droogte in te perken. De algemene doelstelling is om een goede milieutoestand te bereiken voor alle wateren. Waterwet De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater, en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Ook is via de Invoeringswet Waterwet de saneringsregeling voor waterbodems van de Wet bodembescherming overgebracht naar de Waterwet. Naast de Waterwet blijft de Waterschapswet als organieke wet voor de waterschappen bestaan. Met de Waterwet zijn Rijk, waterschappen, gemeenten en provincies beter uitgerust om wateroverlast, waterschaarste en waterverontreiniging tegen te gaan. Ook voorziet de wet in het toekennen van functies voor het gebruik van water zoals scheepvaart, drinkwatervoorziening, landbouw, industrie en recreatie. Afhankelijk van de functie worden eisen gesteld aan de kwaliteit en de inrichting van het watersysteem. Waterbeheerplan 5 2016-2021 In het “Waterbeheerplan 5 2016 – 2021” staat samen werken aan water centraal.
Zodat nu en in de toekomst in dit deel van Nederland waar onder zeeniveau gewoond, gewerkt en gerecreëerd kan worden. Het waterschap Rijnland wil samen met zijn omgeving werken aan duurzaam en efficiënt waterbeheer tegen zo laag mogelijke maatschappelijke kosten. Die toekomst wordt mede bepaald door trends in klimaat en maatschappij en de noodzaak om op duurzame wijze met onze omgeving om te gaan. De verwachte toename van neerslag en droogte, bodemdaling, verzilting zeespiegelrijzing en de verdergaande verstedelijking, leggen een steeds grotere druk op het watersysteem. De hoofdambitie is schoon water en droge voeten. Dit wordt bereikt door:
Veldbloemstraat
28
•
• • •
Beschermen tegen overstromingen vanuit zee, de rivieren en het regionale watersysteem door een aanpak in drie lagen (meerlaagsveiligheid): preventie, adviseren over het beperken van de gevolgen van overstromingen (gevolgbeperking), en voorbereiden op een calamiteit. Zorgen voor schoon en gezond water dat past bij de verschillende functies in een gebied. Optimaliseren van de verwerking van het afvalwater en hergebruiken van de grondstoffen uit afvalwater. Zorgen voor voldoende water: niet te veel en niet te weinig, passend bij het gebruik.
Riolering en afkoppelen Voor zover het bestemmingsplan nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt, is het van belang dat er met Rijnland afstemming plaatsvindt over het omgaan met afvalwater en hemelwater. Overeenkomstig het rijksbeleid gaat Rijnland uit van een voorkeursvolgorde voor de omgang met deze waterstromen. Deze houdt in dat allereerst geprobeerd moet worden het ontstaan van (verontreinigd) afvalwater te voorkomen, bijvoorbeeld door het toepassen van niet uitlogende bouwmaterialen en het vermijden van vervuilende activiteiten op straat zoals auto’s wassen en chemische onkruidbestrijding. Vervolgens is het streven vuil water te scheiden van schoon water, bijvoorbeeld door het afkoppelen van hemelwaterafvoeren van gemengde rioolstelsels. De laatste stap in de voorkeursvolgorde is het zuiveren van het afvalwater. De doelmatigheid daarvan wordt vergroot door het scheiden van de schone en de vuile stromen. De gemeente kan gebruik maken van deze voorkeursvolgorde bij de totstandkoming van het gemeentelijk rioleringsplan (GRP), waarin de uiteindelijke afweging wordt gemaakt en waarbij doelmatigheid van de oplossing centraal staat. Keur Rijnland 2020 De Keur is een verordening van de waterbeheerder met wettelijke regels voor waterkeringen, watergangen en andere waterstaatwerken (o.a. bruggen, duikers, stuwen, sluizen en gemalen) en voor kwelgevoelige gebieden.
Maar ook voor onttrekken en lozen van grondwater en het aanbrengen van verhard oppervlak. Het uitgangspunt van deze Keur is ‘ja, tenzij’: in beginsel zijn handelingen en/of werken in het watersysteem toegestaan, tenzij expliciet in deze Keur anders is bepaald. De Keur vermeldt expliciet welke handelingen vergunningplichtig zijn en welke aan algemene regels of aan de zorgplicht moeten voldoen. Wie bijvoorbeeld op een waterkering wil bouwen, moet een watervergunning aanvragen bij Rijnland (én een omgevingsvergunning bij de gemeente). In de Uitvoeringsregels die bij de Keur horen, is dit nader uitgewerkt.
Veldbloemstraat
29
Afbeelding 11 Waterlopen in omgeving plangebied
Waterplan Haarlemmermeer 2015-2030 De Strategische Samenwerkingsagenda Haarlemmermeer-Rijnland (verder Waterplan) is een samenwerkingsdocument tussen de gemeente en het hoogheemraadschap. Het geeft de situatie en problemen weer van het hele watersysteem (oppervlaktewater, hemelwater, grondwater en afvalwater) in Haarlemmermeer. Het stelt doelen met betrekking tot de riolering, het oplossen van infrastructurele knelpunten en nemen van maatregelen. Het Waterplan heeft onder andere als ambitie: • het scheiden van vuil afvalwater en schoon regenwater; • het tijdelijk bergen van water om extreme neerslag op te vangen; • afvalwater als bron te gebruiken waaruit afvalstoffen en energie gewonnen kunnen worden. Haarlemmermeer past bijvoorbeeld innovatieve ontwikkelingen toe bij het inzamelen van afvalwater zoals riothermie, het winnen van warmte uit afvalwater. In het Waterplan worden ook grondwatermaatregelen beschreven, omdat deze een belangrijke link hebben met de rest van het watersysteem, zoals oppervlaktewater en de ruimtelijke inrichting. Daarnaast is er in het verleden onvoldoende aandacht besteed aan grondwater, waardoor een inhaalslag nodig is om aan de zorgplicht te voldoen. De maatregelen die genomen moeten worden om de doelstellingen voor het watersysteem te bereiken zijn verzameld in het uitvoeringsprogramma van het Waterplan.
De financiering van deze maatregelen komt uit verschillende bronnen, waaronder het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP). Veldbloemstraat
30
Gemeentelijk Rioleringsplan 2015-2019 De gemeente is op grond van de Wet milieubeheer verplicht periodiek een Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) vast te stellen om invulling te geven aan haar zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater. Het GRP bevat rioleringsbeleid en een overzicht van alle aanwezige rioleringsvoorzieningen, inclusief de actuele toestand ervan en de te verwachten vervangingsperioden. Ook geeft het plan inzicht in de wijze waarop de riolering wordt beheerd, welke effecten er zijn voor het milieu en hoe het beheer wordt gefinancierd. De gedachten vanuit de Structuurvisie Haarlemmermeer 2030, Proeftuin klimaatbestendige stad en het integraal Waterplan Haarlemmermeer 2015-2030 zijn ook van toepassing op het gemeentelijke riolerings- en grondwaterbeleid. De rode draad in het beleid is dat de gemeente streeft naar een duurzaam en klimaatbestendig watersysteem. Het GRP geeft basis voor de planning van nieuwe aanleg, plannen om vuiluitworp te reduceren en plannen voor beheer en onderhoud voor de komende vijfjaar, met een doorkijk naar de verdere toekomst. Bij nieuwbouw en verbouw is het gescheiden aanbieden van het afvalwater en het hemelwater het uitgangspunt. Voor nieuwbouwwijken en grotere reconstructiegebieden wordt uitgegaan van een zwaardere ontwerpnorm voor het rioolstelsel, waardoor zwaardere regenbuien minder snel overlast veroorzaken.
Om overlast door grondwater te voorkomen voorziet het GRP in de aanleg van drainage in vijf wijken: Rijsenhout-Zuid, Pax, Graan voor Visch (Hoofddorp), Linquenda, Welgelegen (Nieuw-Vennep), en het uitvoeren van grondwatermaatregelen in Zwanenburg. Vanuit het Bestuursakkoord Water heeft de gemeente verdere invulling gegeven aan een verbetering van de samenwerking met omliggende gemeenten en met het Hoogheemraadschap van Rijnland.
5.1.2 Onderzoek Er is geen oppervlaktewater in het plangebied aanwezig. Ten westen en ten zuiden van de locatie zijn wel belangrijke watergangen gelegen. Ten westen de Hoofdvaart en ten zuiden de Leimuidertocht. Beide watergangen en ook de bijbehorende kernzones liggen buiten het plangebied. De oppervlakteverharding zal als gevolg van het bouwplan wijzigen. Middels waterbalans is een berekening gemaakt tussen de huidige en de toekomstige situatie in het plangebied om zo de hoeveelheid van watercompensatie vast te stellen. De in het plangebied aanwezige school is in 2015 gesloopt. Vanaf 2015 tot heden is het terrein braakliggend en ingezaaid met gras. Het nieuwe plan betreft de bouw van 43 woningen met een toegangsweg, parkeerplaatsen en groenvoorzieningen op het perceel Veldbloemstraat. In het plangebied neemt de totale hoeveelheid aan verharding met 3.300 m2 toe. In beleidsregels van het Veldbloemstraat
31
hoogheemraadschap van Rijnland is sprake van 15% compensatieregeling bij verhardingstoename van 500 m2 of meer. Dit betekent dat er 495 m2 gecompenseerd zou moeten worden. Hierbij is het uitgangspunt dat de compensatie binnen het plangebied plaatsvindt. Indien het niet mogelijk is, is het toegestaan watercompensatie binnen hetzelfde peilgebied te realiseren. Het plangebied ligt midden in kern Nieuw-Vennep, daarom is het ook niet goed mogelijk om op korte afstand binnen het peilgebied extra open water te realiseren. Daarom wordt gebruik gemaakt van de beleidsregel van het hoogheemraadschap waarin toegestaan is om alternatieve wijzen van watercompensatie toe te passen. Deze beleidsregel van toepassing op kleine herstructureringsprojecten in dorpen en steden. Onder de nieuw aan te leggen straat in het plangebied wordt waterberging aangelegd door middel van steenwol platen. Vervolgens wordt een vertraagde afvoer van deze waterberging gerealiseerd op het aanwezige riool. De omvang van de waterberging en de snelheid van de afvoer van het water worden gedimensioneerd op de eisen van het hoogheemraadschap. Bij de aanleg van een gescheiden rioolstelsel in het plangebied zoals weergegeven op bijgevoegde kaart, zal een hemelwaterafvoer gerealiseerd worden naar de Leimuidertocht en of de Hoofdvaart.
Watersysteemkwaliteit en ecologie Ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van water en bodem is het van belang om duurzame, niet uitloogbare materialen te gebruiken, zowel gedurende de bouw- als de gebruiksfase. Dit betekent dat er geen koper, lood en zink wegens afstroom in het oppervlaktewater terecht mag komen. Veiligheid en waterkeringen De in dit bestemmingsplan mogelijk gemaakte ontwikkeling heeft geen negatieve invloed op de waterveiligheid in de omgeving. Er zijn geen nationale of regionale keringen in of nabij het plangebied aanwezig. Riolering en afkoppelen Overeenkomstig het rijksbeleid (de voorkeursvolgorde uit Wm art 29 a en de doelmatigheidsdoelstelling uit het Bestuursakkoord Waterketen 2007) geeft het hoogheemraadschap van Rijnland de voorkeur aan het scheiden van hemelwater en afvalwater, mits het doelmatig is. De voorkeursvolgorde voor de omgang met afvalwater houdt in dat het belang van de bescherming van het milieu vereist dat: a. het ontstaan van afvalwater wordt voorkomen of beperkt; b. verontreiniging van afvalwater wordt voorkomen of beperkt; c. afvalwaterstromen worden gescheiden gehouden, tenzij het niet gescheiden houden geen nadelige gevolgen heeft voor een doelmatig beheer van afvalwater; d.
huishoudelijk afvalwater en afvalwater dat daarmee wat biologische afbreekbaarheid betreft overeenkomt, worden ingezameld en naar een inrichting als bedoeld in artikel 15a van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren getransporteerd; e. ander afvalwater dan bedoeld in onderdeel d: Veldbloemstraat
32
- zo nodig na zuivering bij de bron, wordt hergebruikt; - lokaal, zo nodig na retentie of zuivering bij de bron, in het milieu wordt gebracht; De gemeente kan gebruikmaken van deze voorkeursvolgorde bij de totstandkoming van het gemeentelijk rioleringsplan (GRP). Deze voorkeursvolgorde is echter geen dogma. De uiteindelijke afweging zal lokaal moeten worden gemaakt, waarbij doelmatigheid van de oplossing centraal moet staan. Vertraagde afvoer van hemelwater via alternatieve waterberging is bedoeld om af te wateren naar oppervlaktewateren. Omdat er hier geen sprake is van oppervlaktewater in het plangebied is dit lastig te realiseren. Wel kan dit plaatsvinden door de alternatieve waterberging aan te sluiten aan het hemelwaterriool in een gescheiden rioolstelsel. Het plangebied wordt voorbereid op een gescheiden stelsel. Het huidige rioleringssysteem laat het toe om de afvoer van het hemelwater via de riolering in de omgeving af te voeren. Vanuit klimaatadaptief werken zijn voor het plangebied wel de voorbereidingen getroffen voor een separate afvoer van hemelwater. Voor de uitwerking van een alternatieve waterberging en de vergunningplicht wordt aansluiting gezocht bij de uitvoeringsregel 27 van de Keur Rijnland 2020.
Zorgplicht en preventieve maatregelen voor hemelwater Voor de behandeling van hemelwater wijst Rijnland op de zorgplicht en op het nemen van preventieve maatregelen. Het verdient aanbeveling daar waar mogelijk aandacht te besteden aan maatregelen bij de bron. Preventie heeft de voorkeur boven 'end-of-pipe' maatregelen. Uitgangspunt is dat het te lozen hemelwater geen significante verslechtering van de kwaliteit van het ontvangende oppervlaktewater mag veroorzaken en emissie van vervuilende stoffen op het oppervlaktewater waar mogelijk wordt voorkomen. Door bijvoorbeeld: • • • •
• • • •
duurzaam bouwen; het toepassen van berm- of bodempassage; toezicht en controle tijdens de aanlegfase en handhaving tijdens de beheerfase ter voorkoming van verkeerde aansluitingen; het regenwaterriool uit te voeren met (straat)kolken voorzien van extra zandslibvang of zakputten (putten met verdiepte bodem) op tactische plekken in het stelsel; adequaat beheer van straatoppervlak, straatkolken en zakputten (straatvegen en kol- ken/putten zuigen); het toepassen van duurzaam onkruidbeheer; de bewoners, gebruikers en beheerders voor te lichten over de werking van de riolering en een juist gebruik hiervan; het vermijden van vervuilende activiteiten op straat zoals auto's wassen en repareren en chemische onkruidbestrijding.
Daar waar ondanks de zorgplicht en de preventieve maatregelen het te lozen hemelwater naar gescheiden stelsel of – als laatste keus – aansluiten op het gemengde stelsel. Ook kan de gemeente
Veldbloemstraat
33
in overleg met het waterschap kiezen voor een generieke 'end-of-pipe'-aanpak. Deze keuze moet dan expliciet gemaakt worden in het GRP. Graven in kwetsbaar kwelgebied Het plangebied bevindt zich in een kwelgebied. Om toename van kwel en mogelijke opbarstrisico’s te voorkomen heeft het hoogheemraadschap Rijnland uitvoeringsregels in haar beleid opgenomen. Op grond van deze uitvoeringsregels is er een maatwerkvergunning nodig bij graafwerkzaamheden die dieper gaan dan 1,50 meter onder het maaiveld. Blijft de graafdiepte beperkt tot maximaal 1,50 meter onder het huidige maaiveld en wordt voldaan aan de algemene regel, dan is geen watervergunning of melding nodig.
5.1.3 Conclusie Ter compensatie van de verhardingstoename wordt gebruik gemaakt van alternatieve wijzen van watercompensatie. Hier worden afspraken over gemaakt met het hoogheemraadschap. De afspraken en de uitwerking van de compensatiemaatregelen vindt plaats in de anterieure overeenkomst
5.2 Bodem Wet- en regelgeving Het bodembeleid onderscheidt drie soorten grond en bodem met ieder hun eigen beleid en wet- en regelgeving: • sterk verontreinigde grond (boven interventiewaarden); • licht verontreinigde grond (boven streefwaarden, na 1 juli 2008 AW2000-waarden); • schone bodems (beneden streefwaarden, na 1 juli 2008 AW2000-waarden). Voor alle typen grond speelt de Wet Bodembescherming, het Bouwstoffenbesluit (BsB) en de Vrijstellingsregeling grondverzet een rol. Indien gesaneerd moet worden, bestaan specifieke regels voor het bepalen van de terugsaneerwaarde en de milieuhygiënische kwaliteit van een aan te brengen leeflaag (zogenaamde bodemgebruikswaarden (BGW’s). Bodemgebruikswaarden zijn een product van het functiegericht saneringsbeleid "Van Trechter naar Zeef". Sinds 2008 is het Besluit bodemkwaliteit van kracht. Dit besluit hanteert voor het toepassen van grond en bagger, een toets op de ontvangende bodem en aan de gebruiksfunctie. Tevens biedt het besluit meer mogelijkheden voor grondverzet. Gemeentelijke nota bodembeheer Met het Besluit bodemkwaliteit (2015) en de bijbehorende Regeling bodemkwaliteit (2015) is een stap gezet in de richting van duurzaam bodembeheer. Uitgangspunt in de bijbehorende normstelling is de directe relatie tussen de chemische bodemkwaliteit en het gebruik van de bodem, gebaseerd op een risicobenadering.
In situaties met een gering risico gelden daarom beperkte regels
Veldbloemstraat
34
en minder strenge normen dan in situaties met meer risico’s. Haarlemmermeer probeert zoveel mogelijk een afweging te maken op basis van feitelijke risico’s. De Nota Bodembeheer (2018) biedt een praktische richtlijn aan de gemeentemedewerkers, adviesbureaus, aannemers en andere bodemintermediairs hoe in Haarlemmermeer het beste met vrijkomende grond en baggerspecie kan worden omgesprongen, waarbij aan zaken als gezond verstand, kostenbesparing, milieuwinst en voldoen aan geldende wet- en regelgeving veel aandacht is besteed. Een instrument dat inzicht geeft in de bodem is de nieuwe bodemkwaliteitskaart, waarin honderden bodemonderzoeken uit de periode 2010-2017 zijn ingevoerd, afkomstig van onverdachte locaties (niet-brongerelateerde verontreinigingen) en heeft een nieuwe berekening plaatsgevonden van de bodemkwaliteit in de diverse bodemkwaliteitszones. Ook de bodemfunctiekaart is geactualiseerd. Ondanks toegenomen bedrijvigheid in de polder voldoet de diffuse bodemkwaliteit in het grootste deel van het gebied wat betreft de stoffen uit het standaard stoffenpakket nog altijd aan de Achtergrondwaarde (schoon). Deze grond is in principe geschikt om - onder voorwaarden - overal zonder onderzoek te hergebruiken (zone 1). Een klein gedeelte van het gebied heeft een bodemkwaliteit die voldoet aan de kwaliteitsklasse wonen (zone 2).
In deze zones geldt in principe het generieke beleidskader. In enkele deelgebieden voldoet het generieke kader niet, dit zijn Schiphol Trade Park en Park21.
Onderzoek Bij het toekennen van bestemmingen aan gronden is het van belang om te weten wat de kwaliteit van de bodem is. In het bijzonder wanneer een nieuw ruimtelijk plan voorziet in nieuwe ontwikkelingen, is het van belang om bij de planvoorbereiding onderzoek naar de bodemkwaliteit te laten uitvoeren. Een bestemming kan pas worden opgenomen als is aangetoond dat de bodem geschikt is voor een nieuwe of aangepaste bestemming. Daarbij is wettelijk bepaald dat een omgevingsvergunningplichtig bouwwerk niet mag worden gebouwd op een zodanig verontreinigd terrein, dat schade of gevaar is te verwachten voor de gezondheid van de gebruikers en het milieu. Door het bureau Grondslag is op 14 april 2017 een onderzoeksrapport opgesteld naar aanleiding van een uitgevoerd verkennend bodemonderzoek volgens de opzet als is vastgelegd in de NEN 5740. Het resultaat van dit onderzoek is dat in de bodem een matige verhoging aan zink en verder enkele lichte verhogingen zijn aangetroffen. In het grondwater zijn geen verhogingen aangetroffen. De verhoging aan zink wordt vermoedelijk veroorzaakt door enige bijmenging aan bodemvreemd materiaal (sintels/slakken/baksteen). Op basis van de geringe omvang en het gemeten gehalte dat lager is dan de interventiewaarde is er geen aanleiding gezien voor een nader onderzoek of saneringsmaatregelen.
Zintuiglijk is ook vastgesteld dat er geen aanleiding is om een asbestverontreiniging vast te stellen. In de gemeente Haarlemmermeer is een bodemkwaliteitskaart voor PFOS en PFOA vastgesteld. Het plangebied ligt binnen de zone “stedelijk/industrieel” waar de achtergrondwaarde voor de bovengrond voor PFOS 0,8 mg/kg d.s. is en voor PFOA 0,6 mg/kg d.s. Deze gehgalten nemen naar Veldbloemstraat