2021.0002905 rv Vaststelling bestemmingsplan Nieuw-Vennep Veldbloemstraat - correctie
Tekst van het document
gemeente Haarlemmermeer
raadsvoorstel
Onderwerp
Portefeuillehouder Steller Collegevergadering
Vaststelling bestemmingsplan Nieuw-Vennep Veldbloemstraat mr. Mariëtte Sedee-Schuitemaker Manon Veen, Jolanda Dam 7 december 2021
Raadsvergadering Raadsvoorstelnummer
2021.0002905
1. Voorstel Collegebesluit(en)
Het college besluit de raad voor te stellen om: 1. de ingediende zienswijzen ontvankelijk te verklaren; 2. gedeeltelijk met de zienswijzen in te stemmen; 3. het bestemmingsplan ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan te wijzigen overeenkomstig de Nota van zienswijzen bestemmingsplan Nieuw-Vennep Veldbloemstraat; 4. geen exploitatieplan vast te stellen voor het bestemmingsplan 'Nieuw-Vennep Veldbloemstraat' omdat het kostenverhaal anderszins verzekerd is; 5. het bestemmingsplan 'Nieuw-Vennep Veldbloemstraat' met planidentificatie 'NUMRO.0394.BPGnwvveldbloemstr -C001', bestaande uit een verbeelding en bijbehorende regels, conform de artikelen 1.2.1 tot en met 1.2.5 Bro in elektronische vorm vast te leggen en in die vorm vast te stellen, één en ander overeenkomstig de bij dit besluit gevoegde bescheiden en op grond van de overwegingen genoemd in het voorstel van burgemeester en wethouders; 6. het college van burgemeester en wethouders te machtigen het verder nodige te verrichten. 2. Samenvatting
Het bestemmingsplan Nieuw-Vennep Veldbloemstraat maakt de bouw van 43 sociale huurwoningen mogelijk op de locatie van de voormalige Rehobothschool aan de Veldbloemstraat te Nieuw-Vennep. Het plangebied ligt aan de zuidoostzijde van Nieuw-Vennep tussen de Veldbloemstraat, Dotterbloemstraat en Madeliefstraat.
Vaststelling bestemmingsplan Nieuw-Vennep Veldbloemstraat
pagina 2
3. Uitwerking 3.1 Wat willen we bereiken?
Het bestemmingsplan Nieuw-Vennep Veldbloemstraat maakt de bouw van 43 sociale huurwoningen mogelijk op de locatie van de voormalige Rehobothschool aan de Veldbloemstraat te Nieuw-Vennep. Het plangebied ligt aan de zuidoostzijde van Nieuw-Vennep tussen de Veldbloemstraat, Dotterbloemstraat en Madeliefstraat in een bestaande woonwijk. De locatie ligt al enige tijd braak na de sloop van de voormalige basisschool Rehoboth. Direct ten oosten van de locatie liggen sportvelden. De doelstelling van het bestemmingsplan Nieuw-Vennep Veldbloemstraat is het mogelijk maken van de woningen en het bieden van een actueel juridisch en planologisch kader voor het plangebied.
3.2 Wat gaan we daarvoor doen?
Inhoud plan Het plangebied heeft in het geldende bestemmingsplan Nieuw-Vennep uit 2014 (2013.0015006) een maatschappelijke bestemming, waarin het vorige gebruik, namelijk een basisschool paste. Inmiddels is de school gesloopt en is het vrijkomende perceel ingezaaid met gras. Het perceel beschikt over een mooie bomenstructuur. Bestem minesplanprocedure Het ontwerpraadsvoorstel tot vaststelling van het bestemmingsplan is op 13 augustus 2021 bekendgemaakt en heeft met de daarop betrekking hebbende stukken vanaf 16 augustus 2021 gedurende zes weken ter inzage gelegen. In deze periode zijn zienswijzen ingediend. De zienswijzen zijn samengevat weergegeven in de bij dit voorstel behorende 'Nota van zienswijzen bestemmingsplan Nieuw-Vennep Veldbloemstraat' en van een antwoord voorzien.
Vaststelling bestemmingsplan Nieuw-Vennep Veldbloemstraat
pagina 3
Naar aanleiding van de zienswijzen stellen wij de gemeenteraad voor om het bestemmingsplan als volgt gewijzigd vast te stellen: afbeelding 10 in de toelichting zal worden vervangen door een afbeelding waarop het eenrichtingsverkeer is aangegeven; artikel 5.3.1 wordt gewijzigd in: "Ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' mogen binnen het bouwvlak uitsluitend bergingen gebouwd worden"; de Staat van Bedrijfsactiviteiten wordt als bijlage bij de regels gevoegd; de gronden waarop erfdienstbaarheid rust worden buiten het plangebied gelaten, de verbeelding en de afbeeldingen in de toelichting worden hierop aangepast.
Binnen het rode kader was de schoollocatie gelegen. De contouren van de voormalige bebouwing zijn nog goed te zien. De locatie is centraal in de wijk gelegen en kenmerkt zich door de groene randen. Het is de bedoeling om op deze locatie 43 sociale huurwoningen te bouwen in de vorm van appartementen. De appartementen worden ongeveer 50 m2 en gaan allen bestaan uit twee kamers. Er is in onze gemeente veel behoefte aan betaalbare huurappartementen. Om de nieuwbouw goed te laten aansluiten op de omgeving is ervoor gekozen het aantal lagen te beperken, de groene randen in stand te laten of te versterken, de woningen niet al te massief te laten ogen en het parkeren op het terrein zelf te organiseren. De bebouwing zal bestaan uit twee bouwblokken van respectievelijk twee en drie lagen hoog. Om de bebouwing niet al te gesloten te laten zijn, zal tussen de blokken een open hoek komen die als entree en gezamenlijke buitenruimte wordt gebruikt.
Vaststelling bestemmingsplan Nieuw-Vennep Veldbloemstraat
M
pagina 4
--
Impressie bouwvolume
Het parkeren zal plaatsvinden aan de binnenzijde van de bouwvlakken met twee ontsluitingen. Op de locatie wordt voorzien in een duurzaam plan. De woningen worden gasloos uitgevoerd, voorzien van een warmtepomp en er zullen zonnepanelen worden toegepast. De gevels zullen worden gemetseld en er wordt gebruikt gemaakt van duurzaam hout als gevelbekleding op de hoek van het gebouw. 3.3 Wat mag het kosten?
Artikel 6.12 lid 1 Wet ruimtelijke ordening (Wro) bepaalt dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt voor gronden waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen. In vervolg op artikel 6.12 lid 1 wordt in artikel 6.12 lid 2 Wro bepaald dat de gemeenteraad geen exploitatieplan vaststelt als het kostenverhaal anderszins is verzekerd. Voor het bestemmingsplan geldt dat het kostenverhaal anderszins verzekerd is, dit wordt geregeld in de verkoopovereenkomst van de gronden. De koopovereenkomst (2021.0002608) is op 22 juni 2021 vastgesteld. Wat zijn de financiële risico's?
Onze gemeente loopt geen vermeldenswaardige financiële risico's bij de uitvoering van dit voorstel. 3.4 Wie is daarvoor verantwoordelijk?
Op grond van de Wet ruimtelijke ordening stelt de gemeenteraad het bestemmingsplan vast. De portefeuillehouder Ruimtelijke Ordening is eerste aanspreekpunt binnen het college voor het opstellen van het bestemmingsplan. Door ons college te machtigen het verder noodzakelijke te verrichten, zijn wij bevoegd op te treden in een eventuele beroepsprocedure bij de Raad van State. 3.5 Welke overige relevante informatie is beschikbaar?
Juridische aspecten Na vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad wordt het vastgestelde plan gedurende zes weken ter inzage gelegd. Na die inzagetermijn is het plan van kracht, tenzij beroep wordt ingesteld en voorlopige voorziening wordt gevraagd bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling). Als tegen het plan wel beroep wordt ingesteld maar niet binnen de beroepstermijn een verzoek om voorlopige voorziening bij de Afdeling is gedaan, dan treedt het plan in werking direct na de beroepstermijn.
Vaststelling bestemmingsplan Nieuw-Vennep Veldbloemstraat
pagina 5
3.6 Wanneer en hoe zal de raad over de voortgang worden geïnformeerd?
Met de vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad is de procedure afgerond. Als tegen het plan beroep wordt ingesteld, zal de gemeenteraad op de hoogte worden gesteld van de uitspraak van de Afdeling hierover. 3.7 Wat betekent dit voor de Metropoolregio Amsterdam (MRA)?
Tot 2040 zijn er ongeveer 250.000 woningen nodig in de Metropoolregio Amsterdam (MRA). Dit plan draagt, ook al is het op beperkte schaal, bij aan de realisering van de woningbouwopgave in de MRA. 4. Ondertekening
Bijlage(n): • Toelichting • Regels • Verbeelding • Bijlagen bij de toelichting • Bijlagen bij de regels
Nota van zienswijzen bestemmingsplan Nieuw-Vennep Veldbloemstraat behorend bij het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan Nieuw-Vennep Veldbloemstraat Zienswijzenbeoordeling Hierna hebben wij de zienswijzen samengevat en van onze reactie voorzien. Wij volstaan met het benoemen van de concrete bezwaren tegen het plan. Voor zover gelijke onderwerpen voorkomen in zienswijzen verwijzen wij naar de eerdere beantwoording.
Zienswijze 1 (reclamant 1) Reclamant geeft aan dat de planopzet redelijkerwijs afbreuk doet aan een na te streven aanvaardbaar planologisch en feitelijk verantwoord leef- en woonklimaat voor de bewoners van hen woningbouwplan en de omwonenden en verzoekt het plan aan te passen en gewijzigd vast te stellen. a. Participatiebeleid. Bewoners hebben op geen enkele wijze kunnen en mogen reageren op de essentiële aspecten van het woningbouwplan. Het aantal woningen op deze locatie was een vaststaand feit waarover niet kon worden gesproken. De situering en de massaliteit van de 2 bouwblokken lag vast en een meer gemengde doelgroep voor de appartementen was niet bespreekbaar. Als de opzet en massaliteit niet besproken kan worden heeft participatie geen waarde. Zo hebben bewoners dit moeten ervaren. Dit blijkt ook uit het participatieplan. Reacties van bewoners zijn op essentiële punten gepasseerd. Ongerustheid over het plan zoals over het grote aantal woningen, de eenzijdigheid van de samenstelling van bewoners en de eenzijdigheid van het woningtype is genegeerd. De toelichting is op dit punt onvolledig, onjuist en misleidend. b. Geen goede ruimtelijke ordening. Gezien de woningbehoefte wordt de wens van de gemeente op deze locatie woningen te bouwen onderschreven. De wijze waarop invulling wordt gegeven leidt tot ernstige bezwaren. De geplande bebouwing is v.w.b.
het aantal woningen, structuur en bebouwingsritme geenszins passend in de omgeving die bestaat uit min of meer geschakelde twee-onder-een kapwoningen. Het plan is zo massaal dat de voor- en kopgevel op het noordelijk bouwvlak door de voorgevelrooilijn van de Veldbloemstraat steekt. Die voorgevelrooilijn geldt als harde eis binnen de planologie en het gemeentelijk beleid. Het bouwblok, bouwvlak en de bestemming moeten daarom worden ingekort. De massale haakse voorgevelwanden gericht naar de Veldbloemstraat en Madeliefstraat leiden tot een stenen straatgevelbeeld dat als bouwkundig obstakel werkt en tot een langgerekte tweedeling van de bestaande buurt. De min of meer gesloten straatgevels kunnen eenvoudig doorbroken worden door de bouwstroken op te delen in 2 of 3 kleinere bouwvlakken met ruimte daartussen voor licht, lucht en zicht en eventueel verkeer. De tussenruimten kunnen overbouwbaar zijn en geven eventueel in combinatie met verspringende gevelvlakken een speelse opzet. Dit past bij de stedenbouwkundige opzet van de woningen aan de overzijde van de Veldbloemstraat en de Madeliefstraat. De vormgeving en opzet van het bouwplan met 1 type woning hebben een kazerneachtig karakter. Deze vormgeving en opzet passen misschien wel in grote nieuwbouwwijken maar niet op deze kleinschalige buurtlocatie. Om deze redenen is er geen sprake van een goede ruimtelijke ordening. c.
Ontbreken inrichtingstekening met gemarkeerde parkeerplaatsen. Een uitgewerkte een gemaatvoerde inrichtingstekening ontbreekt, hierdoor is niet vast te stellen of wordt voldaan aan de parkeernormering van de gemeente. Door de parkeerdruk in deze buurt, mede door Dios, kan de omliggende infrastructuur niet gebruikt worden voor de parkeerbehoefte van dit plan.
Volgens het parkeerbeleid en de toelichting moet de parkeerbehoefte op eigen terrein worden opgelost en moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid en onbedoeld gebruik van parkeergelegenheden worden voorkomen. Uit de toelichting blijkt niet welke parkeernormering wordt toegepast en het aantal parkeerplaatsen is niet gespecificeerd. De parkeervakken zijn niet met een aanduiding op de verbeelding weergegeven. De opmerking dat het parkeren aan de binnenzijde van de bouwvlakken met 2 ontsluitingen zal plaatsvinden is niet gekwantificeerd of planologisch of feitelijk onderbouwd. Volgens een mededeling van de gemeente is bovendien afbeelding 10 met 2 rijrichtingen onjuist. Zonder concrete en uitgewerkte inrichtingstekening is niet vast te stellen welke buitenruimte aan de woningen wordt toegekend voor privé en/of gemeenschappelijk gebruik. Een dergelijke buitenruimte is verplicht en kan niet gebruikt worden voor parkeerdoeleinden. d. Eenzijdig woningtype en eenzijdige samenstelling bewoners. Gebleken is dat de 43 woningen geen enkel differentiatie hebben in de maatvoering. Alle woningen hebben dezelfde oppervlakte van ongeveer 50 m2. De maatvoering leidt tot een woningdichtheid van 43 woningen met mogelijk 80 of meer nieuwe bewoners in een omringende buurt met nog geen 40 bewoners. De lokale bevolking in dit buurtdeel wordt meer dan verdubbeld.
De bestaande buurt heeft een gemengde samenstelling. Het is essentieel dat er meerdere woningtypes van verschillende grootte worden aangeboden en dat de woningtoewijzing op meerdere doelgroepen is gericht. Niet alleen starters en jongeren, maar ook senioren en bijvoorbeeld 1ouder gezinnen. De rustige woonwijk moet niet als gevolg van dit plan een grotendeels eenzijdig samengesteld woongebied worden. Reclamant heeft vernomen dat de woningen worden uitgegeven op basis van huurovereenkomsten voor bepaalde tijd. Het plan betreft hoofdzakelijk ‘doorstroomwoningen’. Hierdoor krijgen bewoners niet of nauwelijks enige affiniteit of binding met de buurt. Uit de praktijk blijkt dat zorgvuldig woongedrag en onderhoud en beheer geen prioriteit heeft bij dergelijke wooncomplexen. Dit soort complexen verpauperen vaak. De eenzijdige samenstelling van het complex werkt hierop versterkend en veroorzaakt diverse vormen van geluid- en woonoverlast. Reclamant verzoekt daarom het aantal woningen te beperken tot maximaal 20-25, te differentiëren in het aangeboden woningtype en woonoppervlakte en het mêleren van de doelgroepen. Dit is volgens reclamant noodzakelijk voor een goede ruimtelijke ordening. e. Evidente privaatrechtelijke belemmering. Het plangebied omvat een strook grond naast het woonperceel Veldbloemstraat 18.
Hierop rust een erfdienstbaarheid van exclusief recht van uitweg ten gunste van dit perceel (nr. 18). Op deze strook grond is een verkeersbestemming gelegd. De algemeen toegelaten gebruiksfuncties van deze bestemming wordt evident belemmerd door de aan deze erfdienstbaarheid gekoppelde voorwaarden en verboden. De gemeente en haar rechtsopvolger zijn daaraan gehouden. De vekeersbestemming moet in overleg gewijzigd worden in een maatbestemming met een functieaanduiding waarbij de bedoelde gebruiksfuncties uitsluitend kunnen worden uitgeoefend ten gunste van het heersende erf zoals opgenomen in de erfdienstbaarheidsakte. De planbegrenzing moet bij de vaststelling van dit bestemmingsplan worden aangepast zodat deze grondstrook buiten het plangebied valt. f.
Omissie en gebreken planregels. - artikel 5, lid 5.4 onder c verwijst naar de staat van bedrijfsactiviteiten, deze is niet digitaal bijgevoegd en gepubliceerd; - artikel 5, lid 5.3 onder 5.3.0 is onjuist geformuleerd nu bijgebouwen in de vorm van bergingen uitsluitend binnen het bouwvlak gebouwd mogen worden en niet daarbuiten; - artikel 8 onder e staat een binnenplanse afwijking toe van de bouwhoogte van bouwwerken/kunstwerken tot de extreme hoogte van 40 meter.
g. Conclusie en verzoek reclamant. Reclamant concludeert dat het bestemmingsplan moet worden aangepast en verzoekt dit te doen. Het plan is in deze vorm in strijd met de goede ruimtelijke ordening. Vanwege; - de situering, massaliteit, omvang intensiteit en vormgeving van de toegestane bouwmogelijkheden met 43 kleine uniforme wooneenheden; - het ontbreken van inzicht in de situering en noodzakelijke omvang van de vereiste parkeervoorzieningen op eigen terrein; - de evidente privaatrechtelijke belemmering voor de verkeersbestemming op de grondstrook naast het woonperceel Veldbloemstraat 18. De planopzet doet volgens reclamant afbreuk aan een aanvaardbaar planologische en feitelijk leef- en woonklimaat voor bewoners van het plan zelf en voor de omwonenden.
Reactie a. Voor dit plan heeft ons college besloten pas naar de buurt te gaan met het plan op het moment dat er sprake was van een naar ons oordeel wenselijk en financieel haalbaar plan. Dit is ook tot 2 keer toe aan de bewoners gemeld. Zodra bekend was dat sprake was van een haalbaar plan is de participatie gestart. In het participatieplan is vooraf aangegeven welke onderdelen van het plan onderwerp van participatie waren en welke onderdelen vast stonden. Het participatieplan en de verslagen van de participatiesessie zijn gedeeld op de website. De aard, het aantal en de omvang van de woningen stonden vast. Een plan met minder woningen zou niet haalbaar zijn. Het klopt dat er geen ruimte was voor aanpassing van die onderdelen van het plan, het is niet zo dat de inbreng van bewoners bewust is genegeerd. Ook de doelgroep stond vast, met dit plan wordt tegemoetgekomen aan een zeer dringende behoefte. Het is echter niet zo dat de woningen exclusief worden toegewezen aan jongeren en starters. Hier is geen toewijzingsbeleid voor, ook andere doelgroepen kunnen voor de woningen in aanmerking komen. Het is wel zo dat de woningen door hun aard zeer geschikt zijn voor jongeren en starters.
Tijdens de participatie zijn de volgende punten aan de orde gekomen en hebben geleid tot aanpassing van de plannen: - de uitstraling van het gebouw, met als resultaat van een 'bunkerachtige uitstraling' naar een meer bij de omgeving passende uitstraling; - de inrichting van de openbare ruimte waarbij de positionering van de afvalinzameling is aangepast; - de inrichting van en het aantal parkeerplaatsen is verbeterd en verhoogd en de invulling van het groen is op basis van input aangepast; - ten aanzien van de bomen wordt één gewaardeerde lindeboom verplaatst.
b. Bij het ontwerp van de woningen is rekening gehouden met de omliggende bebouwing en met de omstandigheid dat er sprake is van een rustige woonwijk met veelal kleinschalige woonbebouwing bestaande uit woningen in één of twee lagen met een kap. Op de locatie zelf is in het geldende bestemmingsplan bebouwing voor een maatschappelijke functie met een bouwhoogte van 4 meter toegestaan. De nieuwe bebouwing wordt hoger maar wij menen dat het plan met een bouwhoogte van 7 aan de Veldbloemstraat en 10 meter aan de Madeliefstraat aansluit bij de bebouwing in de omgeving. Gesteld wordt dat het plan door de voorgevelrooilijn van de Veldbloemstraat steekt. Dit zien wij niet. In het geldende bestemmingsplan of in andere regelgeving is geen voorgevelrooilijn bepaald op deze locatie. Voor zover er in de directe omgeving al sprake is van een lijn die aangemerkt zou kunnen worden als heersende voorgevelrooilijn steekt het plan daar niet doorheen. De gevel van het nieuwe plan ligt verder terug dan de woning van reclamant. Daarnaast is het in het algemeen zo dat, na zorgvuldige afweging, met een nieuw bestemmingsplan een nieuwe voorgevelrooilijn vastgesteld kan worden. Dit bestemmingsplan ziet daar echter niet op omdat er ons inziens geen sprake is van een geldende voorgevelrooilijn of het doorsteken daarvan.
De bebouwing met 3 lagen ligt relatief het verst van de bestaande woningen af. Het dichtst bij de bestaande woningen is bebouwing met 2 lagen gepland. Er is gekozen voor een doorgang in het plan zodat er geen sprake zal zijn van één massieve wand. Bij het ontwerp van het plan is er veel aan gedaan om ervoor te zorgen dat er geen massale wand zou ontstaan maar dat het plan goed op de locatie past. Het realiseren van meerdere losse bouwblokken is op deze kavel niet haalbaar. Dat reclamant spreekt over een kazerneachtig karakter is ons inziens subjectief en onterecht. c.
Zoals gebruikelijk is in een bestemmingsplan op de verbeelding onder andere een bestemming voor het woongebied aangegeven. In deze bestemming wordt de woonfunctie gerealiseerd met daarbij inbegrepen de buitenruimte. De parkeerplekken worden in de verkeersbestemming gerealiseerd. In de regels is bepaald dat op eigen terrein in voldoende mate ruimte moet zijn gereserveerd, ingericht en in stand worden gehouden voor het parkeren, stallen, laden en/of lossen van voertuigen met inachtneming van de parkeernormen zoals deze zijn opgenomen in het geldende parkeerbeleid van Haarlemmermeer. Dit heeft tot gevolg dat de omgevingsvergunning voor de woningen alleen kan worden verleend als voldaan wordt aan het parkeerbeleid en de parkeernorm van onze gemeente. In het verleden werd vaak in een bestemmingsplan een parkeernorm opgenomen. Dit leidde in de praktijk tot ongewenste situaties. Zo konden de parkeernormen per bestemmingsplan verschillen en raakte deze vaak verouderd na verloop van jaren. Doordat wij in bestemmingsplannen nu dynamisch verwijzen naar het op moment van vergunning verlenen geldende parkeerbeleid, kan altijd getoetst worden aan de actuele inzichten en normen. Ten tijde van het ter visie leggen van dit bestemmingsplan is voor het bouwplan bepaald dat de parkeerbehoefte 39 parkeerplaatsen is. Deze plaatsen worden dan ook aangelegd en passen in de verkeersbestemming.
Wij kiezen er niet voor om de precieze locatie van de parkeerplaatsen gedetailleerd vast te leggen in dit plan. Op 16 september jl. is naar aanleiding van een gesprek met reclamant een concrete uitgewerkte gemaatvoerde inrichtingstekening toegestuurd. Voor de verlening van de omgevingsverordening is overigens ook verplicht dat er voldoende buitenruimte bij de woningen wordt gerealiseerd. Afbeelding 10 is inderdaad verouderd en wordt aangepast.
d. In de Haarlemmermeer is aantoonbaar grote behoefte aan woningen voor jongeren en starters. Hoewel zoals eerder aangegeven deze woningen niet volgens een uitgiftebeleid uitsluitend aan deze doelgroep uitgegeven zal mogen worden zijn de woningen wel zeer geschikt voor jongeren en starters. De woningen worden op de reguliere wijze in de verhuur gebracht. Wij omarmen het initiatief van Ymere om dit type woningen op deze plek te realiseren. Wij vinden het aantal van 43 woningen op deze locatie passend. Het plan ligt in een divers gebied met naast eengezinswoningen ook sportvelden, horeca, detailhandel en andere bedrijvigheid als zeer nabije functies. Wanneer een straat verder wordt gekeken bevinden zich in de nabijheid van het plan meerdere gestapelde woningen zoals bijvoorbeeld aan de Pinksterbloemstraat en aan de Hoefbladstraat. Wij delen daarom niet de mening van reclamant dat de samenstelling van de buurt aangrijpend of nadelig wordt veranderd. Wanneer de woningen gedifferentieerd worden in oppervlakte en type kan niet tegemoetgekomen worden aan de grote vraag naar juist dit soort woningen. Wij zijn niet bekend met het feit dat ‘dit soort complexen’ snel verpauperen. De woningen zijn eigendom van Ymere, die ook het onderhoud aan het complex zal verzorgen. Om die reden verwachten wij dan ook niet dat het complex verpaupert. e.
De gronden waarop de erfdienstbaarheid rust maken onderdeel uit van de maatschappelijke bestemming die op plangebied rust. In het ontwerpbestemmingsplan hebben de gronden een verkeersbestemming gekregen, om de oude maatschappelijke bestemming geheel te actualiseren. Hoewel met de wijziging van de bestemming de fysieke inrichting niet wijzigt,
erkennen wij dat de gekozen verkeersbestemming het voornaamste gebruik van de grond niet geheel respecteert. Daarom stellen wij voor de bestemming van de gronden waarop de erfdienstbaarheid rust buiten het nieuwe plangebied te laten. Ten overvloede merken wij op dat de gekozen bestemming geen invloed op de rechten die voortvloeien uit de erfdienstbaarheid. f.
Wat reclamant aandraagt klopt. De eerste twee punten zullen worden aangepast, punt 3 vloeit voort uit onze standaard voor bestemmingsplannen. Vanuit de wens deze uniform vorm te geven is het niet gewenst per bestemmingsplan te bepalen of de genoemde maat aangepast kan worden.
g. Wij zijn van mening dat met dit plan sprake is van een goede ruimtelijke ordening, dat wij hiermee voorzien in een belangrijke behoefte en dat geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de belangen van reclamant.
Conclusie Wij stellen u voor gedeeltelijk in te stemmen met de zienswijze. Dit betekent dat: - Afbeelding 10 in de toelichting zal worden vervangen door een afbeelding waarop het eenrichtingsverkeer is aangegeven; - Artikel 5.3.1 wordt gewijzigd in: “Ter plaatse van de aanduiding ‘bijgebouwen’ mogen binnen het bouwvlak uitsluitend bergingen gebouwd worden”; - De Staat van Bedrijfsactiviteiten als bijlage bij de regels wordt gevoegd; - De gronden waarop de erfdienstbaarheid rust buiten het plangebied gelaten zullen worden, de verbeelding en de afbeeldingen in de toelichting worden hierop aangepast.
Zienswijze 2 (reclamant 2) a. Participatiebeleid. Bewoners hebben op geen enkele wijze kunnen en mogen reageren op de essentiële aspecten van het woningbouwplan. Het aantal woningen op deze locatie was een vaststaand feit waarover niet kon worden gesproken. De omvang van het bouwplan met 43 woningen op deze locatie was een vaststaand feit waarover niet kon worden gesproken. De situering van de 2 bouwblokken lagen vast. b. Ontbreken inrichtingstekening met gemarkeerde parkeerplaatsen. Een uitgewerkte een gemaatvoerde inrichtingstekening ontbreekt, hierdoor is niet vast te stellen of wordt voldaan aan de parkeernormering van de gemeente. Door de parkeerdruk in deze buurt, mede door Dios, kan de omliggende infrastructuur niet gebruikt worden voor de parkeerbehoefte van dit plan. Volgens het parkeerbeleid en de toelichting moet de parkeerbehoefte op eigen terrein worden opgelost en moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid en onbedoeld gebruik van parkeergelegenheden worden voorkomen. Uit de toelichting blijkt niet welke parkeernormering wordt toegepast en het aantal parkeerplaatsen is niet gespecificeerd. De parkeervakken zijn niet met een aanduiding op de verbeelding weergegeven. Volgens een mededeling van de gemeente is bovendien afbeelding 10 met 2 rijrichtingen onjuist.
De opmerking dat het parkeren aan de binnenzijde van de bouwvlakken met 2 ontsluitingen zal plaatsvinden is niet gekwantificeerd of planologisch of feitelijk onderbouwd. c.
Conclusie en verzoek reclamanten. Reclamanten concluderen dat het ontwerpbestemmingsplan moet worden aangepast en verduidelijkt in verband met het ontbreken van inzicht in de situering en noodzakelijke omvang van de vereiste parkeervoorzieningen op eigen terrein. Reclamanten verzoeken de raad het plan gewijzigd vast te stellen nadat dit is meegenomen en de planopzet is aangepast zoals is voorgesteld.
Reactie
a. Zie de beantwoording bij punt 1a. b. Zie de beantwoording bij punt 1c. Reclamanten hebben op 13 september 2021 per e-mail de gemaatvoerde inrichtingstekening ontvangen. c.
Het bestemmingsplan voorziet in een goede ruimtelijke ordening en regelt dat een in te dienen bouwplan kan voldoen aan het parkeerbeleid van de gemeente Haarlemmermeer en hoeft niet te worden aangepast.
Conclusie Wij stellen u voor niet in te stemmen met de zienswijze.
Zienswijze 3 a. De woning van reclamanten wordt aan 2 zijden (Madeliefstraat en Veldbloemstraat) ingeklemd door de beoogde appartementen. Dat geeft naast andere bezwaren vooral een sterke inbreuk op hun privacy. b. Participatiebeleid. Bewoners hebben op geen enkele wijze kunnen en mogen reageren op de essentiële aspecten van het woningbouwplan. Het aantal woningen op deze locatie was een vaststaand feit waarover niet kon worden gesproken. De situering en de massaliteit van de 2 bouwblokken lag vast en een meer gemengde doelgroep voor de appartementen was niet bespreekbaar. Dit blijkt ook uit het participatieplan. Sinds de sloop van de Rehobothschool in 2014 hebben reclamanten meermalen mondeling aan de gebiedsmanager verzocht hen te betrekken bij eventuele herinrichting van het terrein. Reclamanten zijn niet geïnformeerd door de gebiedsmanager of de dorpsraad. Tot de gebiedsmanager in 2020 meedeelde dat een woningbouwplan was ontwikkeld. Reclamanten hebben geenszins ervaren dat het participatiebeleid tot een van de speerpunten behoort. Ook hebben zij niet ervaren dat de gemeente volgens het coalitierapport staat voor een samenhangende aanpak ten aanzien van gebiedsgericht werken waarbij wordt nagegaan wat er leeft in dorpen en wijken. De gemeente draagt uit dat “onze inwoners zijn bij uitstek degenen die kunnen meedenken én meewerken aan het verbeteren van hun dorp en wijk”.
Deze inzet hebben reclamanten niet ervaren. In de brief van 26-10-2020 (bijlage bij zienswijze) geeft de gemeente aan dat er geen ruimte is om te participeren over de uitgangspunten van het plan. Een nadere toelichting is niet gegeven. Het ongemotiveerd afwijzen van verzoeken van direct omwonenden is in tegenspraak met het beleid en verbijsterend. Reacties van bewoners zijn op essentiële punten gepasseerd. Ongerustheid over het plan zoals over het grote aantal woningen, de eenzijdigheid van de samenstelling van bewoners en de eenzijdigheid van het woningtype is genegeerd. De toelichting is op dit punt onvolledig, onjuist en misleidend. c.
Geen goede ruimtelijke ordening. Gezien de woningbehoefte wordt de wens van de gemeente op deze locatie woningen te bouwen onderschreven. De wijze waarop invulling wordt gegeven leidt tot ernstige bezwaren. De geplande bebouwing is v.w.b. het aantal woningen, structuur en bebouwingsritme geenszins passend in de omgeving die bestaat uit min of meer geschakelde twee-onder-een kapwoningen. Het vigerende bestemmingsplan Nieuw-Vennep beschrijft voor de woningen aan de Madeliefstraat (p44) een bouwhoogte van maximaal 2 bouwlagen (tevens goothoogte) met kap zodat de bouwhoogte aansluit op omringende woonbebouwing. Direct aansluitende woningen (Dotterbloemstraat 25 en 5) hebben respectievelijk één en twee bouwlagen met kap. Het ontwerpbestemmingsplan stelt (p 27) dat de appartementen uit respectievelijk 3 en 2
bouwlagen bestaan en dat “het resultaat een bebouwingsopzet zal zijn die zich goed voegt in de bestaande wijk met respect voor de belangen van omwonenden en de omgevingswaarden”. Deze stellingname is niet afgestemd met omwonenden en reclamanten wijzen deze af. Het bouwblok van 3 lagen is niet in harmonie met de direct omringende woonbebouwing en doet ernstig afbreuk aan de omgevingswaarde van dit deel van de wijk. Dit bouwblok mag niet meer dan 2 lagen zijn. Het behoud van bomen en de uitstraling aan de Madeliefstraat zijn belangrijke overwegingen geweest om de 3-laags-appartementen zo dicht mogelijk de woning Dotterbloemstraat 5 te positioneren en de groenstrook aan de Madeliefstraat zo groot mogelijk te houden. In de participatiebijeenkomsten is door meerdere bewoners het voordeel van het verschuiven van die appartementen naar de Madeliefstraat benoemd. Vooral nu bekend is dat er 4 zieke bomen gekapt worden. De gemeente heeft het plan 4, meter richting de Veldbloemstraat en 1,5 meter richting de Dotterbloemstraat verschoven vanwege de grootte van een plataan. Hierom tegemoetgekomen worden aan het verzoek het 3-laags woningblok richting Madeliefstraat te verschuiven. Er zijn alternatieven met behoud van groen, er ontstaat meer ruimte voor parkeerplaatsen en het terrein krijgt een meer uitgebalanceerde uitstraling.
Het plan is zo massaal dat de voor- en kopgevel op het noordelijk bouwvlak door de voorgevelrooilijn van de Veldbloemstraat steekt. Die voorgevelrooilijn geldt als harde eis binnen de planologie en het gemeentelijk beleid. Het bouwblok, bouwvlak en de bestemming moeten daarom worden ingekort. De massale haakse voorgevelwanden gericht naar de Veldbloemstraat en Madeliefstraat leiden tot een stenen straatgevelbeeld dat als bouwkundig obstakel werkt en tot een langgerekte tweedeling van de bestaande buurt. De min of meer gesloten straatgevels kunnen eenvoudig doorbroken worden door de bouwstroken op te delen in 2 of 3 kleinere bouwvlakken met ruimte daartussen voor licht, lucht en zicht en eventueel verkeer. De tussenruimten kunnen overbouwbaar zijn en geven eventueel in combinatie met verspringende gevelvlakken een speelse opzet. Dit past bij de stedenbouwkundige opzet van de woningen aan de overzijde van de Veldbloemstraat en de Madeliefstraat. De vormgeving en opzet van het bouwplan met 1 type woning hebben een kazerneachtig karakter. Deze vormgeving en opzet passen misschien wel in grote nieuwbouwwijken maar niet op deze kleinschalige buurtlocatie. Om deze redenen is er geen sprake van een goede ruimtelijke ordening. d. Ontbreken inrichtingstekening met gemarkeerde parkeerplaatsen.
Een uitgewerkte een gemaatvoerde inrichtingstekening ontbreekt, hierdoor is niet vast te stellen of wordt voldaan aan de parkeernormering van de gemeente. Door de parkeerdruk in deze buurt, mede door Dios, kan de omliggende infrastructuur niet gebruikt worden voor de parkeerbehoefte van dit plan. Volgens het parkeerbeleid en de toelichting moet de parkeerbehoefte op eigen terrein worden opgelost en moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid en onbedoeld gebruik van parkeergelegenheden worden voorkomen. Uit de toelichting blijkt niet welke parkeernormering wordt toegepast en het aantal parkeerplaatsen is niet gespecificeerd. De parkeervakken zijn niet met een aanduiding op de verbeelding weergegeven. Volgens een mededeling van de gemeente is bovendien afbeelding 10 met 2 rijrichtingen onjuist. De opmerking dat het parkeren aan de binnenzijde van de bouwvlakken met 2 ontsluitingen zal plaatsvinden is niet gekwantificeerd of planologisch of feitelijk onderbouwd. Reclamanten hebben op 13 september 2021 een gemaatvoerde inrichtingstekening ontvangen, deze maakt echter geen deel uit van de publicatie e. Eenzijdig woningtype en eenzijdige samenstelling bewoners. Gebleken is dat de 43 woningen geen enkel differentiatie hebben in de maatvoering. Alle woningen hebben dezelfde oppervlakte van ongeveer 50 m2. De maatvoering leidt tot een woningdichtheid van 43
woningen met mogelijk 80 of meer nieuwe bewoners in een omringende buurt met nog geen 40 bewoners. De lokale bevolking in dit buurtdeel wordt meer dan verdubbeld. De bestaande buurt heeft een gemengde samenstelling. Het is essentieel dat er meerdere woningtypes van verschillende grootte worden aangeboden en dat de woningtoewijzing op meerdere doelgroepen is gericht. Niet alleen starters en jongeren, maar ook senioren en bijvoorbeeld 1ouder gezinnen. De rustige woonwijk moet niet al gevolg van dit plan een grotendeels eenzijdig samengesteld woongebied worden. Reclamant heeft vernomen dat de woningen worden uitgegeven op basis van huurovereenkomsten voor bepaalde tijd. Het plan betreft hoofdzakelijk ‘doorstroomwoningen’. Hierdoor krijgen bewoners niet of nauwelijks enige affiniteit of binding met de buurt. Uit de praktijk blijkt dat zorgvuldig woongedrag en onderhoud en beheer geen prioriteit heeft bij dergelijke wooncomplexen. Dit soort complexen verpauperen vaak. De eenzijdige samenstelling van het complex werkt hierop versterkend en veroorzaakt diverse vormen van geluid- en woonoverlast. Reclamant verzoekt daarom het aantal woningen te beperken tot maximaal 20-25, te differentiëren in het aangeboden woningtype en woonoppervlakte en het mêleren van de doelgroepen. Dit is volgens reclamant noodzakelijk voor een goede ruimtelijke ordening. f.
Conclusie en verzoek reclamant. Reclamant concludeert dat het bestemmingsplan moet worden aangepast en verzoekt dit te doen. Het plan is in deze vorm in strijd met de goede ruimtelijke ordening. Vanwege; - de situering, massaliteit, omvang intensiteit en vormgeving van de toegestane bouwmogelijkheden met 43 kleine uniforme wooneenheden; - het ontbreken van inzicht in de situering en noodzakelijke omvang van de vereiste parkeervoorzieningen op eigen terrein; De planopzet doet volgens reclamant afbreuk aan een aanvaardbaar planologische en feitelijk leef- en woonklimaat voor bewoners van het plan zelf en voor de omwonenden.
Reactie a. De afstand tussen het bouwvlak van de appartementen en het perceel van reclamant is op het dichtstbijzijnde punt meer dan 16 meter. De ontsluiting ligt tussen de percelen en ook het groen tussen de percelen wordt behouden. Niet kan worden gesteld dat de woning van reclamant wordt ingesloten door het plan. Het plan ligt voor het overgrote deel op geruime afstand van de woning en wordt afgeschermd door het groen. b. Zie de beantwoording bij punt 1a. c.
Zie de beantwoording bij punt 1b. De omliggende woningen hebben een maximale bouwhoogte van 8 tot 12 meter. Het bouwplan heeft een maximale bouwhoogte van 7 tot 10 meter. Door de positionering van het plan op afstand van de woningen en de naar onze mening bescheiden bouwhoogte delen wij de opvatting van reclamant niet. Wij zijn van mening dat het plan op een zorgvuldige manier is ingepast tussen de bestaande bebouwing. Het plan is inderdaad verschoven om de boom te behouden. De monumentale boom zorgt voor sfeer in het gebied en dient vanwege zijn monumentale status behouden te blijven. We hebben afgewogen dat het voor de groenbeleving van belang is te werken met aaneengesloten stukken groen. Wanneer het plan weer wordt verschoven ontstaan er meerdere kleinere stukken groen, dit vermindert de waarde van de groenbeleving en is onwenselijk. We hebben overwogen dat de plannen op deze manier acceptabel zijn, de afstand tot de perceelsgrens is zoals beschreven nog steeds substantieel. Binnen het plangebied worden voldoende parkeerplaatsen gerealiseerd en ook om die reden hoeft het plan niet verschoven hoeft te worden.
d. Zie de beantwoording bij punt 1c. e. Zie de beantwoording bij punt 1d. f.
Zie de beantwoording bij punt 1g.
Conclusie Wij stellen u voor niet in te stemmen met de zienswijze.
Zienswijze 4 (reclamant 4) a. Participatiebeleid. Bewoners hebben op geen enkele wijze kunnen en mogen reageren op de essentiële aspecten van het woningbouwplan. Het aantal woningen op deze locatie was een vaststaand feit waarover niet kon worden gesproken. De situering en de massaliteit van de 2 bouwblokken lag vast en een meer gemengde doelgroep voor de appartementen was niet bespreekbaar. Dit is ondanks herhaalde gesprekken van reclamanten met de vertrokken gebiedsmanager afgelopen jaren om op de hoogte te blijven van initiatieven voor ontwikkeling op deze locatie en om de wens tot vroegtijdig informeren van en participatie door buurtbewoners te bepleiten waar steeds instemmend op is gereageerd. Als de opzet en massaliteit niet besproken kan worden heeft participatie geen waarde. Zo hebben bewoners dit moeten ervaren. Dit blijkt ook uit het participatieplan. De toelichting is op dit punt onvolledig, onjuist en misleidend. Reacties van bewoners zijn op essentiële punten gepasseerd. Ongerustheid over het plan zoals over het grote aantal woningen, de eenzijdigheid van de samenstelling van bewoners en de eenzijdigheid van het woningtype is genegeerd. b. Geen goede ruimtelijke ordening. Gezien de woningbehoefte wordt de wens van de gemeente op deze locatie woningen te bouwen onderschreven. De wijze waarop invulling wordt gegeven leidt tot ernstige bezwaren.
De geplande bebouwing is v.w.b. het aantal woningen, structuur en bebouwingsritme geenszins passend in de omgeving die bestaat uit min of meer geschakelde twee-onder-een kapwoningen. Het aantal verkeersbewegingen in de wijk zal door het aantal woningen sterk toenemen. Het plan verwijst niet naar vooronderzoek naar infrastructurele belasting van de wijk en geeft geen maatregelen die anticiperen op de toename van verkeersbewegingen en het effect daarvan op de verkeersveiligheid. Verkeersveiligheid is een belangrijk aandachtspunt voor omwonenden, voor een groot deel bestaand uit jonge gezinnen. Op vragen en suggesties van omwonenden is door de gemeente niet ingegaan. Het plan is zo massaal dat de voor- en kopgevel op het noordelijk bouwvlak door de voorgevelrooilijn van de Veldbloemstraat steekt. Die voorgevelrooilijn geldt als harde eis binnen de planologie en het gemeentelijk beleid. Het bouwblok, bouwvlak en de bestemming moeten daarom worden ingekort. De massale haakse voorgevelwanden gericht naar de Veldbloemstraat en Madeliefstraat leiden tot een stenen straatgevelbeeld dat als bouwkundig obstakel werkt en tot een langgerekte tweedeling van de bestaande buurt. Het plan beoogt een deel van het oorspronkelijk groen en de bomen te behouden maar schiet haar doel voorbij doordat de gesloten straatgevels al het zicht op het groen ontnemen.
De min of meer gesloten straatgevels kunnen eenvoudig doorbroken worden door de bouwstroken op te delen in 2 of 3 kleinere bouwvlakken met ruimte daartussen voor licht, lucht en zicht op het binnenterrein en groen De tussenruimten kunnen overbouwbaar zijn en geven eventueel in combinatie met verspringende gevelvlakken een speelse opzet. Dit past bij de stedenbouwkundige opzet van de woningen aan de overzijde van de Veldbloemstraat en de Madeliefstraat.
De vormgeving en opzet van het bouwplan met 1 type woning hebben een kazerneachtig karakter. Deze vormgeving en opzet passen misschien wel in grote nieuwbouwwijken maar niet op deze kleinschalige buurtlocatie. Om deze redenen is er geen sprake van een goede ruimtelijke ordening. c.
Ontbreken inrichtingstekening met gemarkeerde parkeerplaatsen. Een uitgewerkte een gemaatvoerde inrichtingstekening ontbreekt, hierdoor is niet vast te stellen of wordt voldaan aan de parkeernormering van de gemeente. Door de parkeerdruk in deze buurt, mede door Dios, kan de omliggende infrastructuur niet gebruikt worden voor de parkeerbehoefte van dit plan. Volgens het parkeerbeleid en de toelichting moet de parkeerbehoefte op eigen terrein worden opgelost en moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid en onbedoeld gebruik van parkeergelegenheden worden voorkomen. Uit de toelichting blijkt niet welke parkeernormering wordt toegepast en het aantal parkeerplaatsen is niet gespecificeerd. De parkeervakken zijn niet met een aanduiding op de verbeelding weergegeven. Volgens een mededeling van de gemeente is bovendien afbeelding 10 met 2 rijrichtingen onjuist. De opmerking dat het parkeren aan de binnenzijde van de bouwvlakken met 2 ontsluitingen zal plaatsvinden is niet gekwantificeerd of planologisch of feitelijk onderbouwd.
d. Eenzijdig woningtype en eenzijdige samenstelling bewoners. Gebleken is dat de 43 woningen geen enkel differentiatie hebben in de maatvoering. Alle woningen hebben dezelfde oppervlakte van ongeveer 50 m2. De maatvoering leidt tot een woningdichtheid van 43 woningen met mogelijk 80 of meer nieuwe bewoners in een omringende buurt met nog geen 40 bewoners. De lokale bevolking in dit buurtdeel wordt meer dan verdubbeld. De bestaande buurt heeft een gemengde samenstelling. Het is essentieel dat er meerdere woningtypes van verschillende grootte worden aangeboden en dat de woningtoewijzing op meerdere doelgroepen is gericht. Niet alleen starters en jongeren, maar ook senioren en bijvoorbeeld 1ouder gezinnen. De rustige woonwijk moet niet al gevolg van dit plan een grotendeels eenzijdig samengesteld woongebied worden. Reclamant heeft vernomen dat de woningen worden uitgegeven op basis van huurovereenkomsten voor bepaalde tijd. Het plan betreft hoofdzakelijk ‘doorstroomwoningen’. Hierdoor krijgen bewoners niet of nauwelijks enige affiniteit of binding met de buurt. Uit de praktijk blijkt dat zorgvuldig woongedrag en onderhoud en beheer geen prioriteit heeft bij dergelijke wooncomplexen. Dit soort complexen verpauperen vaak. De eenzijdige samenstelling van het complex werkt hierop versterkend en veroorzaakt diverse vormen van geluid- en woonoverlast.
Reclamant verzoekt daarom het aantal woningen te beperken tot maximaal 20-25, te differentiëren in het aangeboden woningtype en woonoppervlakte en het mêleren van de doelgroepen. Dit is volgens reclamant noodzakelijk voor een goede ruimtelijke ordening. e. Conclusie en verzoek reclamant. Reclamant concludeert dat het bestemmingsplan moet worden aangepast en verzoekt dit te doen. Het plan is in deze vorm in strijd met de goede ruimtelijke ordening. Vanwege; - de situering, massaliteit, omvang intensiteit en vormgeving van de toegestane bouwmogelijkheden met 43 kleine uniforme wooneenheden; - het ontbreken van inzicht in de situering en noodzakelijke omvang van de vereiste parkeervoorzieningen op eigen terrein; De planopzet doet volgens reclamant afbreuk aan een aanvaardbaar planologische en feitelijk leef- en woonklimaat voor bewoners van het plan zelf en voor de omwonenden.
Reactie
a. Zie de beantwoording bij punt 1a. b. Zie de beantwoording bij punt 1b. Met betrekking tot de verkeersbewegingen is geconstateerd dat de woningen leiden tot een toename van maximaal 200 verkeersbewegingen per dag. Deze aantallen vallen weg in de al bestaande verkeersbewegingen en hebben geen gevolgen voor de buurt. Er is en blijft sprake van een rustige woonwijk. Doordat is gekozen voor een éénrichtingsweg wordt de situatie overzichtelijk en wordt er geen onveilige situatie gecreëerd zoals reclamant stelt. Tussen de woning van reclamant en de bebouwing ligt aan de overzijde van de weg een groenstrook van 11 meter diep. Reclamant zal door het plan niet meer kunnen uitkijken over het hele perceel zoals dat nu het geval is. Dit is nadelig voor reclamant maar wij zijn van mening dat er sprake is van een goede groene inpassing en uitstraling van het plan c.
Zie de beantwoording bij punt 1c. Reclamanten hebben op 13 september 2021 per e-mail de gemaatvoerde inrichtingstekening ontvangen.
d. Zie de beantwoording bij punt 1d. e. Zie de beantwoording bij punt 1g.
Conclusie Wij stellen u voor niet in te stemmen met de zienswijze.
Zienswijze 5 (reclamant 5, 15 omwonenden) a. Participatiebeleid. Bewoners hebben op geen enkele wijze kunnen en mogen reageren op de essentiële aspecten van het woningbouwplan. Het aantal woningen op deze locatie was een vaststaand feit waarover niet kon worden gesproken. De situering en de massaliteit van de 2 bouwblokken lag vast en een meer gemengde doelgroep voor de appartementen was niet bespreekbaar. Als de opzet en massaliteit niet besproken kan worden heeft participatie geen waarde. Zo hebben bewoners dit moeten ervaren. Dit blijkt ook uit het participatieplan. Reacties van bewoners zijn op essentiële punten gepasseerd. Ongerustheid over het plan zoals over het grote aantal woningen, de eenzijdigheid van de samenstelling van bewoners en de eenzijdigheid van het woningtype is genegeerd. De toelichting is op dit punt onvolledig, onjuist en misleidend. b. Geen goede ruimtelijke ordening. Gezien de woningbehoefte wordt de wens van de gemeente op deze locatie woningen te bouwen onderschreven. De wijze waarop invulling wordt gegeven leidt tot ernstige bezwaren. De geplande bebouwing is v.w.b. het aantal woningen, structuur en bebouwingsritme geenszins passend in de omgeving die bestaat uit min of meer geschakelde twee-onder-een kapwoningen. Het plan is zo massaal dat de voor- en kopgevel op het noordelijk bouwvlak door de voorgevelrooilijn van de Veldbloemstraat steekt.
Die voorgevelrooilijn geldt als harde eis binnen de planologie en het gemeentelijk beleid. Het bouwblok, bouwvlak en de bestemming moeten daarom worden ingekort. De massale haakse voorgevelwanden gericht naar de Veldbloemstraat en Madeliefstraat leiden tot een stenen straatgevelbeeld dat als bouwkundig obstakel werkt en tot een langgerekte tweedeling van de bestaande buurt. De min of meer gesloten straatgevels kunnen eenvoudig doorbroken worden door de bouwstroken op te delen in 2 of 3 kleinere bouwvlakken met ruimte daartussen voor licht, lucht en zicht en eventueel verkeer. De tussenruimten kunnen overbouwbaar zijn en geven eventueel in combinatie met verspringende gevelvlakken een speelse opzet. Dit past bij de stedenbouwkundige opzet van de woningen aan de overzijde van de Veldbloemstraat en de Madeliefstraat.
De vormgeving en opzet van het bouwplan met 1 type woning hebben een kazerneachtig karakter. Deze vormgeving en opzet passen misschien wel in grote nieuwbouwwijken maar niet op deze kleinschalige buurtlocatie. Om deze redenen is er geen sprake van een goede ruimtelijke ordening. c.
Ontbreken inrichtingstekening met gemarkeerde parkeerplaatsen. Een uitgewerkte een gemaatvoerde inrichtingstekening ontbreekt, hierdoor is niet vast te stellen of wordt voldaan aan de parkeernormering van de gemeente. Door de parkeerdruk in deze buurt, mede door Dios, kan de omliggende infrastructuur niet gebruikt worden voor de parkeerbehoefte van dit plan. Volgens het parkeerbeleid en de toelichting moet de parkeerbehoefte op eigen terrein worden opgelost en moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid en onbedoeld gebruik van parkeergelegenheden worden voorkomen. Uit de toelichting blijkt niet welke parkeernormering wordt toegepast en het aantal parkeerplaatsen is niet gespecificeerd. De parkeervakken zijn niet met een aanduiding op de verbeelding weergegeven. Volgens een mededeling van de gemeente is bovendien afbeelding 10 met 2 rijrichtingen onjuist. De opmerking dat het parkeren aan de binnenzijde van de bouwvlakken met 2 ontsluitingen zal plaatsvinden is niet gekwantificeerd of planologisch of feitelijk onderbouwd
d. Eenzijdig woningtype en eenzijdige samenstelling bewoners. Gebleken is dat de 43 woningen geen enkel differentiatie hebben in de maatvoering. Alle woningen hebben dezelfde oppervlakte van ongeveer 50 m2. De maatvoering leidt tot een woningdichtheid van 43 woningen met mogelijk 80 of meer nieuwe bewoners in een omringende buurt met nog geen 40 bewoners. De lokale bevolking in dit buurtdeel wordt meer dan verdubbeld. De bestaande buurt heeft een gemengde samenstelling. Het is essentieel dat er meerdere woningtypes van verschillende grootte worden aangeboden en dat de woningtoewijzing op meerdere doelgroepen is gericht. Niet alleen starters en jongeren, maar ook senioren en bijvoorbeeld 1ouder gezinnen. De rustige woonwijk moet niet al gevolg van dit plan een grotendeels eenzijdig samengesteld woongebied worden. Reclamant heeft vernomen dat de woningen worden uitgegeven op basis van huurovereenkomsten voor bepaalde tijd. Het plan betreft hoofdzakelijk ‘doorstroomwoningen’. Hierdoor krijgen bewoners niet of nauwelijks enige affiniteit of binding met de buurt. Uit de praktijk blijkt dat zorgvuldig woongedrag en onderhoud en beheer geen prioriteit heeft bij dergelijke wooncomplexen. Dit soort complexen verpauperen vaak. De eenzijdige samenstelling van het complex werkt hierop versterkend en veroorzaakt diverse vormen van geluid- en woonoverlast.
Reclamant verzoekt daarom het aantal woningen te beperken tot maximaal 20-25, te differentiëren in het aangeboden woningtype en woonoppervlakte en het mêleren van de doelgroepen. Dit is volgens reclamant noodzakelijk voor een goede ruimtelijke ordening. e. Conclusie en verzoek reclamant. Reclamant concludeert dat het bestemmingsplan moet worden aangepast en verzoekt dit te doen. Het plan is in deze vorm in strijd met de goede ruimtelijke ordening. Vanwege; - de situering, massaliteit, omvang intensiteit en vormgeving van de toegestane bouwmogelijkheden met 43 kleine uniforme wooneenheden; - het ontbreken van inzicht in de situering en noodzakelijke omvang van de vereiste parkeervoorzieningen op eigen terrein; De planopzet doet volgens reclamant afbreuk aan een aanvaardbaar planologische en feitelijk leef- en woonklimaat voor bewoners van het plan zelf en voor de omwonenden.
Reactie a. Zie de beantwoording bij punt 1a.
b. Zie de beantwoording bij punt 1b. c.
Zie de beantwoording bij punt 1c.
d. Zie de beantwoording bij punt 1d. e. Zie de beantwoording bij punt 1g.
Conclusie Wij stellen u voor niet in te stemmen met de zienswijze.
Nieuw-Vennep Veldbloemstraat V
bestemmingsplan – november 2021 Toelichting Plannaam
1
Inhoudsopgave 1
2
3
4
5
Inleiding ............................................................................................................................... 4 1.1
Aanleiding ............................................................................................................................. 4
1.2
Ligging en begrenzing plangebied ......................................................................................... 4
1.3
Doel en planvorm.................................................................................................................. 5
1.4
Geldende bestemmingsplannen en regelingen .................................................................... 5
1.5
Planproces............................................................................................................................. 5
1.6
Leeswijzer ............................................................................................................................. 5
Beschrijving huidige situatie ................................................................................................. 6 2.1
Ruimtelijke structuur ............................................................................................................ 6
2.2
Functionele structuur............................................................................................................ 7
Beleid en regelgeving ........................................................................................................... 9 3.1
Rijksbeleid ............................................................................................................................. 9
3.2
Provinciaal en regionaal beleid ........................................................................................... 13
3.3
Gemeentelijk beleid ............................................................................................................ 18
Nieuwe situatie .................................................................................................................. 24 4.1
Visie op het plangebied....................................................................................................... 24
4.2
Ruimtelijke structuur .......................................................................................................... 25
4.3
Functionele structuur.......................................................................................................... 27
Onderzoek en beperkingen ................................................................................................ 28 5.1
Water .................................................................................................................................. 28
5.2
Bodem ................................................................................................................................. 34
5.3
Flora en fauna ..................................................................................................................... 36
5.4
Cultuurhistorie en archeologie ........................................................................................... 40
5.5
Geluid .................................................................................................................................. 42
5.6
Lucht ................................................................................................................................... 44
5.7
Externe veiligheid................................................................................................................ 46
5.8
Geur .................................................................................................................................... 47
5.9
Licht..................................................................................................................................... 48
5.10
Bedrijven en milieuzoneringen ........................................................................................ 48
5.11
Luchtvaartverkeer............................................................................................................ 49
5.12
Kabels, leidingen en telecommunicatie installaties ......................................................... 50
5.13
Explosieven ...................................................................................................................... 51
5.14
Milieueffectrapportage ................................................................................................... 51 Plannaam
2
6
7
Uitvoerbaarheid ................................................................................................................. 52 6.1
Financiële uitvoerbaarheid ................................................................................................. 52
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid ..................................................................................... 52
Juridische aspecten ............................................................................................................ 55 7.1
Opzet regels en verbeelding ............................................................................................... 55
7.2
Inleidende regels ................................................................................................................. 55
7.3
Bestemmingsregels ............................................................................................................. 55
7.4
Algemene regels ................................................................................................................. 56
7.5
Overgangs- en slotregels ..................................................................................................... 56
7.6
Handhaafbaarheid .............................................................................................................. 57
Veldbloemstraat
3
1 Inleiding 1.1 Aanleiding Met het opstellen van het bestemmingsplan Nieuw-Vennep Veldbloemstraat wordt een ruimtelijkjuridisch kader geboden voor de ontwikkeling van 43 sociale huurwoningen op de locatie van de voormalige Rehobothschool aan de Veldbloemstraat te Nieuw Vennep. Het programma bestaat uitsluitend uit appartementen. Voor het mogelijk maken van deze ontwikkellocatie is een wijziging nodig van de bestemming die op de gronden rust.
1.2 Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied ligt aan de zuidoostzijde van Nieuw-Vennep tussen de Veldbloemstraat, Dotterbloemstraat en Madeliefstraat in een bestaande woonwijk. De locatie ligt al enige tijd braak na de sloop van de voormalige basisschool Rehoboth. Direct ten oosten van de locatie liggen sportvelden. Voor het overige ligt de locatie te midden van woningbouw in de vorm van twee onder een kap woningen en vrijstaande woningen. Het plangebied heeft een oppervlakte van 4391 m2 en omvat geheel of gedeeltelijk de kadastrale percelen gemeente Haarlemmermeer sectie N 4198 en een deel van gemeente Haarlemmermeer sectie N 4263. In onderstaande afbeelding is de ligging van het plangebied getoond.
Afbeelding 1 begrenzing (bij banadering) van de locatie
Veldbloemstraat
4
1.3 Doel en planvorm De doelstelling van het bestemmingsplan Nieuw-Vennep Veldbloemstraat is het mogelijk maken van woningen in het plangebied. Er is gekozen voor een bestemmingsplan met rechtstreekse bouwmogelijkheden. De planopzet voor de ontwikkellocatie is in een vergevorderd stadium. De verkaveling is als grondlegger gebruikt voor het neerleggen van de bestemmingen.
1.4
Geldende bestemmingsplannen en regelingen
Het bestemmingsplan Nieuw-Vennep Veldbloemstraat vervangt voor een gedeelte – het volgende bestemmingsplan: Plannaam Nieuw Vennep
Vastgesteld 23-05-2013
Onherroepelijk 11-06-2014
1.5 Planproces Een bestemmingsplan doorloopt de procedure zoals bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Het voorontwerp bestemmingsplan wordt ex art. 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) voor advies voorgelegd aan Rijk, provincie en waterschap. Door de gemeente Haarlemmermeer wordt in dit stadium van planvorming ook de betreffende dorps- of wijkraad in de gelegenheid gesteld op het voorontwerp bestemmingsplan te reageren. Binnengekomen reacties uit het wettelijk vooroverleg worden verwerkt in het ontwerp bestemmingsplan.
1.6 Leeswijzer Het tweede hoofdstuk van deze toelichting geeft een beeld van de bestaande situatie in het plangebied. Er wordt een beschrijving gegeven van de ruimtelijke en functionele structuur van het gebied. In het derde hoofdstuk wordt ingegaan op het relevante beleid en de regelgeving en de invloed hiervan op het bestemmingsplan. Het vierde hoofdstuk gaat in op de nieuwe situatie met de te verwachten ontwikkelingen en de gewenste ruimtelijk-functionele structuur. Het vijfde hoofdstuk gaat in op de onderzoeksgegevens en beperkingen. In het hoofdstuk zes komt de uitvoerbaarheid aan bod en in het laatste hoofdstuk wordt ingegaan op de juridische aspecten van dit bestemmingsplan.