CConstaterende datHaarlemmermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

2021.0001380 b24 Regels park 21.pdf

Raadsplein: Agenda en raadsstukken 8 juli 2021, gemeente HaarlemmermeerBij agendapunt: SESSIE 3. 19.00 - 20.30 uur (Heijezaal) Nota Vaststelling voorontwerpbestemmingsplan en concept-MER Park 21 (2021.0001380) - geheime bijlagen27.140 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Regels PARK21

bestemmingsplan PARK21

Inhoudsopgave

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Algemene bepalingen Begrippen Wijze van meten

4 4 15

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6

Doelen Park21 Parklaag Leisurelaag Polderlaag

17 17 18 19 20

Hoofdstuk 3 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9

Parklaag Werkingsgebied Functies Bouwwerken

21 21 21 22

Hoofdstuk 4 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13

Leisurelaag Werkingsgebied Functies Bouwwerken Evenemententerrein

23 23 23 29 30

Hoofdstuk 5 Artikel 14 Artikel 15

Monitoring Verkeer Oppervlakte leisure

32 32 33

Hoofdstuk 6 Artikel 16 Artikel 17 Artikel 18 Artikel 19 Artikel 20 Artikel 21 Artikel 22 Artikel 23 Artikel 24 Artikel 25 Artikel 26 Artikel 27 Artikel 28 Artikel 29 Artikel 30 Artikel 31 Artikel 32 Artikel 33 Artikel 34 Artikel 35 Artikel 36 Artikel 37 Artikel 38 Artikel 39 Artikel 40 Artikel 41

Polderlaag - functies Agrarisch Agrarisch - Paardenhouderij Bestemmingsplanactiviteit transformatie agrarische bedrijven Bedrijf Cultuur en ontspanning - Evenemententerrein Detailhandel - Tuincentrum Groen Maatschappelijk - Crematorium Natuur Recreatie Sport Tuin Verkeer Verkeer - Hoogwaardig openbaar vervoer Verkeer - Railverkeer Water Wonen Wonen - Bedrijfswoning Wonen - Voormalig agrarisch bedrijf Leiding - Brandstof Leiding - CO2 Leiding - Gas Leiding - Riool Leiding - Water Waarde - Archeologie Waarde - Cultuurhistorie

34 34 39 43 45 48 50 52 53 55 57 59 61 62 63 64 65 66 68 70 72 73 74 76 78 80 82

2

bestemmingsplan "PARK21" (voorontwerp)

bestemmingsplan PARK21

Hoofdstuk 7 Artikel 42 Artikel 43 Artikel 44 Artikel 45 Artikel 46 Artikel 47 Artikel 48

Polderlaag - algemeen Algemene afwijkingsregels Algemene gebruiksregels Algemene wijzigingsregels Anti-dubbeltelregel Luchtvaartverkeerszone (LIB) Parkeren Veiligheidszone - bevi

83 83 84 85 86 87 88 89

Hoofdstuk 8

Kostenverhaal

90

Hoofdstuk 9 Artikel 49 Artikel 50

Slotregels Overgangsrecht Slotregel

91 91 92

Bijlagen

93

Bijlage 1

Staat van Bedrijfsactiviteiten

94

Bijlage 2

Staat van Horeca-activiteiten

95

bestemmingsplan "PARK21" (voorontwerp)

3

bestemmingsplan PARK21

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Algemene bepalingen

Begrippen

1.1 plan het bestemmingsplan Regeling PARK21 met identificatienummer NL.IMRO.0394.BPGlgbPARK21000000-A001 van de gemeente Haarlemmermeer; 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3 aanbouw een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.4 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge deze regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.5 aanduidingsgrens grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.6 aan huis verbonden beroeps- en/of bedrijfsuitoefening: het in of aan huis uitoefenen van (vrije) beroepen en/of het in of aan huis ontplooien van bedrijfsmatige activiteiten door de bewoner(s) van dat huis en maximaal één werknemer, die door de beperkte omvang in een woning en daarbij behorende bijgebouwen met overwegend behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend.

1.7 afhankelijke woonruimte een bijbehorend bouwwerk bij een woning op één bouwperceel, waarin een gedeelte van de huishouding uit een oogpunt van mantelzorg is gehuisvest; 1.8 agrarisch bedrijf een bedrijf gericht op het voortbrengen van producten door het telen van gewassen of het houden van dieren, daaronder begrepen houtteelt, zaadveredeling en de teelt van watergebonden organismen als planten, algen, weekdieren, schelpdieren en vissen, waarbij opslag van de door het bedrijf ter plaatse voortgebrachte producten en het vergisten van bedrijfseigen mest en co-substraten is toegestaan; 1.9 agrarisch bedrijf, intensieve veehouderij een niet-grondgebonden agrarisch bedrijf voor het houden van vee en pluimvee, waarbij dit houden van vee en pluimvee geheel of nagenoeg plaatsvindt in gebouwen.

Het houden van melkrundvee, schapen of paarden wordt niet aangemerkt als intensieve veehouderij; 1.10 agrarisch handelsbedrijf een bedrijf dat in hoofdzaak is gericht op de toelevering ten behoeve van agrarische bedrijven, dan wel een bedrijf dat fungeert als tussenhandel van agrarische producten; 1.11 ambachtelijk bedrijf het bedrijfsmatig vervaardigen, bewerken of herstellen van goederen, geheel of overwegend door middel van handwerk, alsook het in verband hiermee beperkt verkopen en/of leveren van ter plaatse vervaardigde, geproduceerde of bewerkte goederen; 1.12 archeologische waarde de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende overblijfselen uit oude tijden; 1.13

4

attractiepark

bestemmingsplan "PARK21" (voorontwerp)

bestemmingsplan PARK21

een leisurevoorziening waar ter ontspanning en vermaak verscheidene attractie- en speeltoestellen zijn opgesteld; 1.14 attractietoestel een bouwwerk dat bestemd is voor vermaak en ontspanning waarbij mensen kunnen worden voortbewogen en waarbij van de zwaartekracht, motorisch vermogen en/of de fysieke kracht van de mens gebruik wordt gemaakt; 1.15 bebouwing één of meerdere gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.16 bebouwingspercentage een percentage, dat de grootte aangeeft van het deel van het bouwvlak van het bouwperceel dat maximaal mag worden bebouwd; 1.17 bed & breakfast en aan de woonfunctie ondergeschikte verblijfsvoorziening, bestaande uit het tegen betaling aanbieden van toeristisch en kortdurend verblijf in de woning en/of bijbehorende gebouwen. Een bed & breakfast wordt gerund door de hoofdbewoner(s) van de woning.

De kamers ten behoeve van een bed & breakfast functioneren niet als zelfstandige wooneenheid; 1.18 bedrijf een onderneming die goederen vervaardigt, bewerkt, installeert, inzamelt en/of verhandelt, evenals diverse vormen van opslag en logistiek, aan huis gebonden beroepen daaronder niet begrepen; 1.19 bedrijfsgebouw een gebouw dat blijkens aard en indeling bruikbaar en noodzakelijk is voor de uitoefening van een bedrijf, met uitzondering van (bedrijfs)woningen; 1.20 bedrijfswoning een woning die gezien ligging en functie bedoeld is voor bewoning door één huishouden waarvan de aanwezigheid gelet op de bestemming van een gebouw of terrein noodzakelijk is; 1.21 beperkt kwetsbaar object een object waarvoor ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen dan wel het Besluit externe veiligheid buisleidingen een grenswaarde of richtwaarde voor het plaatsgebonden risico is bepaald, waarmee rekening moet worden gehouden; 1.22 bergbezinkbassin een ten behoeve van de waterhuishouding vuilreducerende voorziening in de riolering met zowel een bergingsfunctie als een bezinkfunctie in de vorm van een bak; 1.23 bestaand bouwwerk het op de dag van het in ontwerp ter inzage leggen van dit plan legaal bestaand bouwwerk, evenals een bouwwerk dat wordt of mag worden gebouwd krachtens een voorafgaand aan deze dag verleende of krachtens een voor deze dag aangevraagde, maar nog te verlenen

omgevingsvergunning; 1.24 bestaand gebruik het gebruik, zoals aanwezig op de dag van het in ontwerp ter inzage leggen van dit plan, conform de geldende gebruiksregels of een omgevingsvergunning; 1.25 bestaande geluidsruimte de geluidsruimte van een inrichting of een kavel als bestaand op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan; 1.26 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak;

bestemmingsplan "PARK21" (voorontwerp)

5

bestemmingsplan PARK21

1.27 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.28 bijbehorend bouwwerk uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak; 1.29 bijgebouw een op zich zelf staand, niet voor bewoning bestemd al dan niet vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.30 bollenteelt een agrarisch bedrijf dat hoofdzakelijk middels opengrondse tuinbouwactiviteiten gericht is op de teelt van bloembollen, bolbloemen en knolgewassen; 1.31 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; 1.32 bouwgrens de grens van een bouwvlak; 1.33 bouwlaag een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond; 1.34 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.35 bouwperceelsgrens de grens van een bouwperceel; 1.36 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen

zijnde, zijn toegelaten; 1.37 bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.38 centrale voorzieningen ten behoeve van verblijfsrecreatie voorzieningen ten behoeve van het beheer en onderhoud, sanitaire voorzieningen, detailhandel en horeca behorende bij de verblijfsrecreatie; 1.39 chalet een bouwwerk, bestaande uit een lichte constructie en lichte materialen, niet zijnde een kampeermiddel of stacaravan, dat naar aard en inrichting bedoeld is voor recreatief dag- en/of nachtverblijf; 1.40 consumentenvuurwerk vuurwerk dat is bestemd voor particulier gebruik; 1.41 cultuur en ontspanning voorzieningen ten behoeve van cultuur en ontspanning, waaronder: podiumkunsten/(openlucht)theater, toeristische attracties, creativiteitscentra;

6

bestemmingsplan "PARK21" (voorontwerp)

bestemmingsplan PARK21

1.42 cultuurhistorische waarden de fysieke overblijfselen van de historie, zowel bovengronds (gebouwde monumenten) en ondergronds (archeologie) als het cultuurlandschap met zijn historische landschapselementen als verbinding daartussen; 1.43 dagrecreatie verblijf buiten de woning voor recreatieve doeleinden zonder dat er een overnachting elders mee gepaard gaat; 1.44 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.45 dienstverlening Het verrichten van activiteiten welke bestaan uit het verlenen van economische en/of maatschappelijke diensten aan derden, met uitzondering van garagebedrijven en seksinrichtingen. Deze zijn onder te verdelen in: 1. consumentverzorgende dienstverlening: een commerciële voorziening, waar persoonlijke verzorging van consumenten plaatsvindt, waaronder kapperszaken, schoonheidsinstituten en naar de aard daarmee gelijk te stellen voorzieningen; 2. zakelijke dienstverlening; een commerciële voorziening waar diensten worden verleend en/of contacten worden gelegd of commerciële handelingen worden uitgevoerd, waarbij het publiek rechtstreeks te woord wordt gestaan, uitgezonderd detailhandel.

Voorbeelden van zakelijke dienstverlening zijn: reisbureaus, notariskantoren, advocatenkantoren en financiële instellingen; 3. maatschappelijke dienstverlening. een voorziening waar diensten op het gebied van (medische) gezondheidszorg, kunst, (sociaal)cultureel, welzijn, woonzorg (waarbinnen woonzorgcentrum), kinderopvang, onderwijs en educatie, sport, uitgezonderd fitness, religie, overheid en vergelijkbare gebieden worden verleend, waaronder mede ondergeschikte nevenfuncties ten behoeve van de diensten worden begrepen; 1.46 duurzaamheid een evenwichtige balans tussen de drie algemeen gebruikte domeinen van duurzaamheid: economie, natuur & milieu en sociaal-cultureel; 1.47 duurzaam ondernemen een vorm van het uitvoeren van de kerntaken waarbij rekening gehouden wordt met een evenwichtige balans tussen de drie algemeen gebruikte domeinen van duurzaamheid: economie, natuur & milieu en sociaal-cultureel; 1.48 duurzame bedrijfsvoering maatschappelijk duurzaam ondernemen of maatschappelijk verantwoord ondernemen; 1.49 duurzame energieopwekking energie, opgewekt in productie-installaties die uitsluitend gebruikmaken van hernieuwbare energiebronnen; 1.50 ecologische waarden de aan een gebied toegekende waarde als leefgebied voor één of meerdere al dan niet met een wettelijk beschermde status soorten flora en fauna; 1.51 erker een aan een voor- of zijgevel van een hoofdgebouw

uitgebouwd deel;

bestemmingsplan "PARK21" (voorontwerp)

7

bestemmingsplan PARK21

1.52 evenement Een georganiseerde gebeurtenis, (openlucht)manifestatie, themadag of -week gericht op het bereiken van publiek voor commerciële, informerende, educatieve, culturele, sportieve, levensbeschouwelijke of daarmee gelijk te stellen doeleinden. Hierbij worden de volgende categorieën onderscheiden: a. type 1: evenementen met geluid waarbij het aantal bezoekers meer bedraagt dan 10.000 personen en niet meer bedraagt dan of gelijk is aan 80.000 personen; b. type 2: evenementen met geluid waarbij het aantal bezoekers meer bedraagt dan 3.000 personen en niet meer bedraagt dan of gelijk is aan 10.000 personen; c. type 3: evenementen met geluid waarbij het aantal bezoekers meer bedraagt dan 500 personen en niet meer bedraagt dan of gelijk is aan 3.000 personen; d. type 4: evenementen met geluid waarbij het aantal bezoekers niet meer bedraagt dan of gelijk is aan 500 personen; e.

type 5: evenementen zonder geluid waarbij het aantal bezoekers niet meer bedraagt dan of gelijk is aan 500 personen; 1.53 evenement met geluid Een evenement waarbij sprake is van versterkt geluid, hetzij door live muziek hetzij door gebruik van een microfoon e.d.; 1.54 evenement zonder geluid Een evenement waar alleen sprake is van onversterkt geluid; 1.55 extensief recreatief medegebruik een vorm van recreatief medegebruik die nauwelijks of geen invloed heeft op de in de bestemmingsomschrijving van de bestemmingen gegeven doeleinden zoals wandelen, fietsen en dergelijke, al dan niet aangelegde en aanwezige voorzieningen, waarbij de recreatie geen substantieel beslag legt op de ruimte, zoals wandel-, ruiter- en fietspaden, vis- en picknickplaatsen, speel- en zonneweides en strandjes; 1.56 garagebedrijf een bedrijf dat uitsluitend of in hoofdzaak is bestemd voor onderhoud en reparatie van motorvoertuigen al dan niet met verkoop van auto's; 1.57 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.58 gemeenschappelijke voorziening voorzieningen ten dienste van en ondergeschikt aan de verblijfsrecreatie, zoals een ontvangstkantoor/receptie, kampeerwinkel, ruimtes voor vermaak, sport- en speelvoorzieningen, sanitaire voorzieningen, een zwembad of horeca; 1.59 groepsaccommodatie gebouwen en/of gronden die

geheel of gedeeltelijk zijn ingericht om daarin respectievelijk daarop gelegenheid te geven tot recreatief nachtverblijf in groepen, waarbij gebruikers hun hoofdverblijf elders hebben; 1.60 glastuinbouwbedrijf een agrarisch bedrijf waarbij de teelt van gewassen in een kas plaatsvindt onder gecontroleerde omstandigheden; 1.61 hoofdgebouw één of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is;

8

bestemmingsplan "PARK21" (voorontwerp)

bestemmingsplan PARK21

1.62 hoogwaardig openbaar vervoer stads- en streekvervoer, zowel bus of rail, dat voldoet aan hoge eisen op het gebied van de doorstroming (hoge gemiddelde rijsnelheid); 1.63 horeca een bedrijfsfunctie die is gericht op het verstrekken van logies en/of ter plaatse te nuttigen voedsel en dranken en/of het exploiteren van zaalaccommodatie. Daarbij worden de volgende categorieën onderscheiden: 1.64 horeca van categorie 1 zelfstandige horeca-inrichtingen, hoofdzakelijk gericht op spijsverstrekking en het verstrekken van alcoholvrije dranken aan bezoekers en werknemers van winkelgebieden, kantoor- en bedrijventerreinen, toeristisch-recreatieve gebieden e.d. Daaronder worden begrepen een ijssalon, lunchroom, snackbar, koffie/theehuis en andere naar aard en invloed op de omgeving hiermee gelijk te stellen horecabedrijven; 1.65 horeca van categorie 2 zelfstandige horeca-inrichtingen, hoofdzakelijk gericht op het verstrekken van alcoholhoudende dranken, maaltijden en het bieden van gelegenheid om te luisteren naar (mechanische) muziek. Daaronder worden begrepen een bar, restaurant en andere naar aard en invloed op de omgeving hiermee gelijk te stellen horecabedrijven; 1.66 horeca van categorie 3 A.

zelfstandige, grootschalige horeca-inrichtingen (1.000 m2 bvo of meer), hoofdzakelijk gericht op het verstrekken van alcoholhoudende dranken in combinatie met het geven van gelegenheid tot het luisteren naar (live) muziek, het kunnen dansen en/of het bieden van ander vermaak en B. zelfstandige, grootschalige fastfoodvestigingen (1.000 m2 bvo of meer) Daaronder worden begrepen: partycentrum, discotheek, grootschalige fastfood en andere naar aard en invloed op de omgeving hiermee gelijk te stellen horecabedrijven. 1.67 horecavoorziening voorzieningen, geen horecabedrijf zijnde en ondergeschikt aan de hoofdfunctie, voor het bedrijfsmatig verstrekken van dranken en etenswaar voor het gebruik; 1.68 hotel een horecabedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van logies met als nevenactiviteiten het verstrekken van ter plaatse te nuttigen maaltijden en/of dranken en/of het exploiteren van zaalaccommodatie; 1.69 huishouden een vorm van wonen, zowel in de traditionele vorm van gezin als in de minder traditionele vorm, mits sprake is van nagenoeg zelfstandige bewoning met een zekere mate van onderlinge verbondenheid tussen de bewoners en continuïteit in de samenstelling; 1.70 kampeerterrein een terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen dan wel geplaatst houden van kampeermiddelen ten behoeve van recreatief nachtverblijf; 1.71

kampeermiddel a. een tent, een tentwagen, een kampeerauto of een caravan; b. enig ander onderkomen of enig ander voertuig of gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde, bedoeld voor recreatief nachtverblijf; 1.72 kantoor een (deel van een) gebouw waarin directie en/of administratie van een (dienstverlenend) bedrijf zijn gevestigd; 1.73 kas een gebouw waarvan de wanden en het dak bestaan uit glas of ander lichtdoorlatend materiaal, dienend tot het kweken van gewassen;

bestemmingsplan "PARK21" (voorontwerp)

9

bestemmingsplan PARK21

1.74 kavel een gebied (al dan niet bestaande uit bouwpercelen) dat gelijk is aan of een deel is van een akoestische gebiedseenheid, waarop een inrichting als bedoeld in artikel 1.1 Wet milieubeheer is of kan worden gevestigd; 1.75 kleinschalig kamperen kleinschalig recreatief nachtverblijf op gronden met een andere hoofdfunctie, met gebruikmaking kampeermiddelen tot een in de regels aangegeven maximum aantal kampeermiddelen; 1.76 kleinschalig logeren kleinschalige recreatieve activiteiten in de vorm van logies (en ontbijt) tot een in de regels aangegeven maximum aantal verblijfseenheden, zoals logeren bij de boer; 1.77 kunstobject een bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat strekt tot het tot uitdrukking brengen van een kunstzinnig idee, door het op creatieve wijze vormgeven aan materiaal of materialen; 1.78 kunstwerk een civiel bouwwerk, waaronder zijn begrepen aquaducten, bruggen, sluizen, tunnels en viaducten, alsook daarmee gelijk te stellen bouwwerken; 1.79 kwetsbaar object een object waarvoor ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen dan wel het Besluit externe veiligheid buisleidingen een grenswaarde of richtwaarde voor het plaatsgebonden risico is bepaald, waarmee rekening moet worden gehouden; 1.80 leisure een publieksgerichte (commerciële) voorziening ten behoeve van cultuur en ontspanning, vrijetijdsbesteding, recreatie en sport.

1.81 ligplaats plaats waar een boot geankerd of afgemeerd is of kan worden; 1.82 ligplaats woonschepen een gedeelte van openbaar water dat bestemd is voor een woonschip met bijbehorende voorzieningen zoals steigers en meerpalen; 1.83 logies/logiesfunctie Alle vormen van logies / verhuur voor kortdurend verblijf aan derden met commerciëledoeleinden. 1.84 maaiveld de bovenkant van het oorspronkelijke dan wel (verhoogd of verlaagd) aangelegd terrein waar een gebouw zal worden opgericht; 1.85 maatschappelijke voorzieningen educatieve, sociaal-medische, sociaal-culturele, levensbeschouwelijke, sport- en recreatieve voorzieningen, jeugd- en kinderopvangvoorzieningen, zorgvoorzieningen en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening, alsook ondergeschikte detailhandel en horeca ten dienste van deze voorzieningen; 1.86 manege een bedrijf gericht op het geven, dan wel faciliteren van paardensportinstructie, alsmede het geven van gelegenheid tot het (recreatief) houden en/of berijden van paarden, al dan niet in combinatie met ondergeschikte horeca-activiteiten en/of andere (hippische) evenementen; 1.87 mantelzorg de langdurige zorg die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt aangeboden aan een aantoonbare hulpbehoevende (zoals op fysiek en/of psychisch en/of psycho-sociaal vlak) door personen uit diens directe omgeving, waarbij zorgverlening rechtsreeks

voortvloeit uit de sociale relatie; 1.88 natuurlijke waarden de biotische en abiotische waarden van een gebied;

10

bestemmingsplan "PARK21" (voorontwerp)

bestemmingsplan PARK21

1.89 nevenactiviteit Een activiteit die in ruimtelijke en/of functionele zin ondergeschikt is aan de hoofdfunctie; 1.90 nutsvoorzieningen voorzieningen ten behoeve van openbaar nut, zoals gas-, water-, elektriciteits- en communicatievoorzieningen en voorzieningen ten behoeve van de inzameling van afval; 1.91 ondersteunende horeca / dienstverlening / detailhandel activiteiten dienende ter functionele ondersteuning van de hoofdactiviteit op een perceel; 1.92 outdoor-activiteiten recreatieve buitenactiviteiten, zoals (zonder uitputtend te zijn) een duikschool, watersportactiviteiten zoals kanoën en vlotten bouwen, of een survivalparcours; 1.93 overig bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.94 pand de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is; 1.95 parkkamer een parkkamer bestaat uit: 1. een leisurefunctie of 2.

een clustering van (leisure)functies; die begrensd worden door openbaar gebied vaak bestaande uit parklaag; 1.96 peil  voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang;  voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw;  indien in of op het water wordt gebouwd: het Normaal Amsterdams Peil (of een ander plaatselijk aan te houden waterpeil);  voor een bouwwerk op een viaduct of brug: de hoogte van de kruin van het viaduct of de brug ter plaatse van het bouwwerk; 1.97 permanent verblijf het gebruik van een woning, kampeermiddel, recreatieverblijf of vakantiehuis door een persoon, gezin of andere groep van personen op een wijze die ingevolge de Wet gemeenschappelijke basisadministratie persoonsgegevens noopt tot inschrijving van bewoner(s) in de basisadministratie persoonsgegevens van de gemeente Haarlemmermeer, terwijl deze perso(o)n(en) niet aannemelijk kan/kunnen maken elders over een hoofdverblijf te beschikken; 1.98 plattelandswoning een bedrijfswoning, behorend tot of voorheen behorende tot een landbouwinrichting, die bewoond mag worden door derden, wiens huisvesting daar gelet op de bedrijfsvoering niet noodzakelijk moet worden geacht; 1.99 prostitutie het zich beschikbaar stellen tot het

verrichten van seksuele handelingen met anderen tegen vergoeding; 1.100 recreatie vrijetijdsbesteding gericht op ontspanning; 1.101 recreatief medegebruik een recreatief gebruik van gronden dat ondergeschikt is aan de functie van de bestemming waarbinnen dit recreatieve gebruik is toegestaan;

bestemmingsplan "PARK21" (voorontwerp)

11

bestemmingsplan PARK21

1.102 recreatiewoning een permanent aanwezig gebouw, bestemd om uitsluitend door een huishouden of daarmee gelijk te stellen groep van personen dat het hoofdverblijf elders heeft, gedurende een gedeelte van het jaar bewoond te worden uitsluitend voor recreatieve doeleinden; 1.103 restaurant een horecabedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van maaltijden voor consumptie ter plaatse, met als nevenactiviteit het verstrekken van alcoholische en niet-alcoholische dranken en/of het exploiteren van zaalaccommodatie; 1.104 restruimte (verkeer) de ruimte tussen de capaciteit en de intensiteit, welke kan worden opgevuld door extra verkeer zonder dat dit tot verkeersafwikkelingsproblemen leidt; 1.105 risicovolle inrichting een inrichting bij welke ingevolge het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen een grenswaarde of richtwaarde voor het risico c.q. de risicoafstand moet worden aangehouden bij het in het bestemmingsplan toelaten van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten; 1.106 seksinrichting een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte of locatie waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden.

Onder seksinrichtingen wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, een erotische massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.107 snackbar een horecabedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van al dan niet voor consumptie ter plaatse bereide etenswaren, met als nevenactiviteit het verstrekken van zwak- en niet-alcoholische dranken; hieronder begrepen 'cafetaria'; 1.108 stacaravan Een caravan of soortgelijk onderkomen, dat mede gelet op de afmetingen, niet bestemd is om regelmatig en op normale wijze op de verkeerswegen ook over grotere afstanden als een aanhangsel van een auto te worden voortbewogen; 1.109 steiger een beloopbare constructie, aangebracht tussen palen die in (het water) langs de oever staan; 1.110 speeltoestellen klim-, klauter- of balanceertoestellen; 1.111 standplaats ambulante handel het bedrijfsmatig, anders dan in een winkel, goederen te koop aanbieden of verkopen aan en in rechtstreekse aanraking met particulieren; 1.112 stille opslag het voor langere tijd uitsluitend bewaren van goederen, zonder dat die opslag gepaard gaat met bedrijvigheid ter plaatse; 1.113 streekproducten (agrarische) producten voor zover deze op het eigen bedrijf of andere bedrijven in de streek zijn voortgebracht en/of hooguit op ambachtelijke wijze op het eigen bedrijf zijn verwerkt of

bewerkt;

12

bestemmingsplan "PARK21" (voorontwerp)

bestemmingsplan PARK21

1.114 themapark een leisurevoorziening waar ter ontspanning en vermaak verscheidene attractie- en speeltoestellen zijn opgesteld met aankleding in de stijl van een bepaald thema. Een themapark heeft (in hoofdzaak) een educatief karakter en doel; 1.115 vaartuig alle drijvende objecten, daaronder mede verstaan drijvende werktuigen, evenals woonschepen, glijboten en ponten; 1.116 verbeterd droogmakerij systeem (vds) een systeem voor het waterbeheer dat zich kenmerkt door een flexibel peil met een bandbreedte tussen het peil van de polderboezem en het oorspronkelijke zomerpeil van de vakbemaling:  het verminderen van de aanvoer van zoetwater;  het langer vasthouden van regenwater;  het door hogere peilen tegengaan van de kwel;  het verbinden van meerdere peilvakken met een stuw in plaats van een gemaal. Het verbeterd droogmakerij systeem bestaat uit een samenstel van ringsloten en randsloten. 1.117 verblijfsrecreatie het verblijf voor recreatieve doeleinden buiten de eerste woning, waarbij ten minste een nacht wordt doorgebracht, met uitzondering van overnachtingen bij familie en kennissen.

Hieronder worden onder andere verstaan een camping, groepsaccommodatie, etcetera; 1.118 volwaardig agrarisch bedrijf een agrarisch bedrijf dat tenminste aan één volledige arbeidskracht een inkomen verschaft; 1.119 voor geur gevoelig object gebouw, bestemd voor en blijkens aard, indeling en inrichting geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf en die daarvoor permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik, wordt gebruikt; 1.120 voor geluid gevoelige gebouwen en terreinen gebouwen en terreinen waarin of waarop met een zekere regelmaat en gedurende langere tijd personen zullen verblijven, zoals: Voor geluid gevoelige gebouwen:  woningen;  onderwijsgebouwen;  ziekenhuizen;  verpleeghuizen;  verzorgingstehuizen;  psychiatrische inrichtingen;  kinderdagverblijven;  recreatiewoningen;  kampeervoorzieningen. Voor geluid gevoelige terreinen:  woonwagenstandplaats;  bestemde ligplaats voor woonschepen;  kampeerterreinen. 1.121 wellness het aanbieden van diensten en behandelingen met het oogmerk het persoonlijke welbevinden van de klant te bevorderen; dit gebeurt middels behandelingen en activiteiten gericht op ontspanning, lichamelijke gesteldheid/ fitheid of uiterlijke verfraaiing (tijdelijk of permanent); uitgesloten zijn seksuele dienstverlening en behandelingen met een medische kwalificatie;

bestemmingsplan "PARK21" (voorontwerp)

13

bestemmingsplan PARK21

1.122 wonen het wonen in een woning; 1.123 woning een complex van ruimten dat dient voor de huisvesting van één huishouden. Hieronder vallen tevens bijzondere woonvormen in de vorm van begeleid wonen; 1.124 woonschip elk vaar- of drijftuig, dat uitsluitend of in hoofdzaak wordt gebezigd als, of te oordelen naar zijn constructie en/of inrichting uitsluitend of in hoofdzaak bestemd is tot hoofdbewoning geldend dagen/of nachtverblijf; 1.125 zend-/ ontvangstinstallatie een bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat direct met de grond is verbonden (vrijstaand) of indirect met de grond is verbonden (niet-vrijstaand), gericht op het gebruik voor (mobiele) telecommunicatie; 1.126 zomerpeil van de Ringvaart het peil dat door hoogheemraadschap Rijnlanden wordt gehanteerd als peil voor de ringvaart gedurende het droge seizoen; 1.127 zorggerelateerde voorziening dienstverlening die plaats vindt op commerciële basis en niet kan worden aangemerkt als maatschappelijke dienstverlening en niet of niet alle kenmerken heeft van beroep aan huis. Mantelzorg valt niet onder zorg gerelateerde voorziening.

14

bestemmingsplan "PARK21" (voorontwerp)

bestemmingsplan PARK21

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1

afstand

de afstand tussen bouwwerken onderling, alsmede de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen wordt daar gemeten waar deze afstand het kleinste is; 2.2

bouwhoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.3

breedte van de Ringvaart

de grootste afstand haaks op de oevers, dan wel de oever en de gemeentegrens van Haarlemmermeer, in geval en voor zover de Ringvaart buiten de begrenzing van de gemeente Haarlemmermeer ligt; 2.4

breedte van de steigers

de afmeting van de steiger haaks op de oeverlijn; 2.5

dakhelling

langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.6

goothoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; de goothoogte van dakkapellen, topgevels, trappenhuizen, liftkokers, schoorstenen en andere gelijksoortige ondergeschikte bouwdelen worden buiten beschouwing gelaten; 2.7

hoogte van meerpalen en aanmeervoorzieningen

vanaf het hoogste punt tot aan het zomerpeil van de Ringvaart; 2.8

hoogte van steigers

vanaf de bovenzijde van het beloopbaar gedeelte tot aan het zomerpeil van de Ringvaart; 2.9

hoogte van transparante omheiningen en hijs- en bootliftinstallaties

vanaf de bovenzijde van het beloopbaar gedeelte van de steiger tot het hoogste punt; 2.10

hoogte van windturbines

vanaf het peil tot aan de (wieken)as van de windturbine; 2.11

hoogte van een zend-/ontvangstinstallatie

de hoogte gemeten tussend e onderkant van de voet en het hoogste punt van de antenne-installatie (bliksemafleiders e.d. niet meegerekend); 2.12

inhoud van een bouwwerk

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.13

lengte, breedte en horizontale diepte van een bouwwerk

tussen (de lijnen, getrokken door) de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de gemeenschappelijke scheidsmuren);

bestemmingsplan "PARK21" (voorontwerp)

15

bestemmingsplan PARK21

2.14

lengte van steigers

de afmeting van de steiger parallel aan de oeverlijn; 2.15

oppervlakte van een bouwwerk

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.16

verticale diepte

de diepte van een gebouw, gemeten vanaf de onderzijde van de begane grondvloer tot het laagste punt van het gebouw, dan wel wanneer geen sprake is van een bovenliggende begane grondvloer, gemeten van het peil tot het laagste punt van het gebouw; 2.17

ondergeschikte bouwdelen

Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons, dakterrasafscheidingen aan de achterzijde van dijkwoningen en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouwgrenzen c.q. bestemmingsgrenzen (dus niet goot- en bouwhoogten) niet meer dan 1 meter bedraagt.

16

bestemmingsplan "PARK21" (voorontwerp)

bestemmingsplan PARK21

Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1

Doelen

Park21

Doel en betekenis

1. Dit bestemmingsplan is met het oog op duurzame ontwikkeling gericht op het in onderlinge samenhang: a. bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, en b. doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke functies. 2. De doelstelling van PARK21 is: a. om te voorzien in de lokale behoefte aan recreatiemogelijkheden, kwantitatief maar ook kwalitatief; b. om de kernen Hoofddorp men Nieuw-Vennep te verbinden en te zorgen voor een krachtige, groene en recreatieve oost-west verbinding door de polder; c. om te voorzien in het samenbrengen van stad en platteland, burgers en boeren. d. om door gebruik te maken van de ligging in een dichtbevolkt gebied en de (recreatieve) aantrekkingskracht van het park, nieuwe perspectieven te creëren voor de landbouw; e. om recreatieve en toeristische functies te ontwikkelen voor mensen uit de directe omgeving van het plangebied, maar ook voor regioinale en (inter)nationale bezoekers; f. om een voorbeeldproject te zijn op het gebied van duurzaamheid met als belangrijkste inzet het streven naar verduurzaming van het watersysteem in het gebied. 3. De doelstelling beschreven onder 2 wordt met name ingevuld door de volgende subdoelen: a.

Duurzame voedselproductiesystemen garanderen en veerkrachtige landbouwpraktijken implementeren die de productie verhogen en helpen bij het in stand houden van ecosystemen en die de aanpassingscapaciteit verhogen in de strijd tegen klimaatverandering. b. Het aandeel hernieuwbare energie verhogen. c. Duurzaam toerisme aanmoedigen, wat banen creëert en plaatselijke cultuur en producten bevordert. d. Beschermen van cultureel en natuurlijk erfgoed. e. Afvalproductie aanzienlijk beperken via preventie, vermindering, recyclage en hergebruik. f. Veerkracht en aanpassingsvermogen ten aanzien van klimaatverandering versterken (klimaatadaptatie). g. Verlies van biodiversiteit tegengaan. 3.2

De Lagen

PARK 21 bestaat uit drie 'lagen': 1. de parklaag; 2. de leisurelaag 3. de polderlaag

bestemmingsplan "PARK21" (voorontwerp)

17

bestemmingsplan PARK21

Artikel 4 4.1

Parklaag

Doel en betekenis

De Parklaag is een openbaar toegankelijke recreatieve groen- / blauwestructuur die zorgt voor samenhang en verbinding in PARK21. Hier ligt een recreatieve netwerk van wandel-, fiets-, skate- en ruiterpaden en is er ruimte voor sport, spel en voorzieningen. De parklaag heeft mede tot doel om de biodiversiteit te versterken passend binnen binnen de biotoopkenmerken van de regio. De Parklaag wordt klimaatadaptief ingericht, waarbij minimaal het verbeterde droogmakerijsysteem voor het watermanagement wordt ingericht om minimaal een toekomstbestendig watersysteem te realiseren. Belangrijk onderdeel van de parklaag is de prioritaire structuur. De prioritaire structuur is de 175 ha groen/blauwe ruggengraat in PARK21. Het is de grote drager, aanjager en verbindende schakel tussen gebieden, maar ook tussen functies in PARK21. Bij de ontwikkeling van PARK21 wordt voorrang gegeven aan de ontwikkeling van deze prioritaire structuur. 4.2

Ruimtelijke invulling

De ruimtelijke invulling van de parklaag bestaat uit groenvoorzieningen en watervoorzieningen in een parkstructuur met ontsluitingswegen voor gemotoriseerd verkeer (parkweg) en langzaamverkeer (voet-, fiets- en ruiterpaden). 4.3

Functionele invulling

De functionele invulling van de parkstructuur bestaat uit groen- en watervoorzieningen samen met recreatieve voorzieningen als medegebruik zoals voet- en fietspaden. In de parklaag bevindt zich ook een ontsluiting voor gemotoriseerd verkeer.

18

bestemmingsplan "PARK21" (voorontwerp)

bestemmingsplan PARK21

Artikel 5 5.1

Leisurelaag

Doel en betekenis

De leisurelaag bestaat uit verschillende parkkamers waarin afhankelijk van het deelgebied waarin de parkkamer is gelegen mogelijkheden voor (commerciële) duurzame educatieve en/of recreatieve voorzieningen wordt geboden. Deze voorzieningen worden landschappelijk ingepast in de groene omgeving en leveren een bijdrage aan het versterken, verbreden en vergroten van de Parklaag. De parkkamers die ruimte bieden aan zogenaamde icoonprojecten als het Parkhart, de recreatieplas en het evenemententerrein kunnen eveneens onderdeel van de prioritaire structuur van de Parklaag zijn. 5.2

Ruimtelijke invulling

De ruimtelijke invulling bestaat uit verschillende parkkamers met leisurefuncties en maatschappelijke voorzieningen die aansluiten op en versterking, verbreding en vergroting vormen van de parklaag. 5.3

Functionele invulling

De functionele invulling van de leisurelaag is divers. Er wordt ruim geboden aan functies als (verblijfs)recreatie, cultuur en ontspanning, horeca, sport, evenemententerrein en maatschappelijke voorzieningen, niet zijnde sociaal-medische, jeugd- en kinderopvangvoorzieningen, zorgvoorzieningen en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening.

bestemmingsplan "PARK21" (voorontwerp)

19

bestemmingsplan PARK21

Artikel 6 6.1

Polderlaag

Doel en betekenis

De polderlaag houdt het bestaande open polderlandschap met zijn linten zichtbaar en herkenbaar en bestaat uit de bestaande, voornamelijk agrarische, functies. Doel is om de bestaande agrarische functies te ondersteunen bij de vrijwillige transformatie naar toekomstbestendige vormen van landbouw, passend binnen de nieuwe context. Hierbij kan worden gedacht aan een transformatie naar kringlooplandbouw / verbrede stadslandbouw dan wel een verbreding met functies die bijdragen aan de doelen van PARK21 zoals beschreven in 3.1. 6.2

Ruimtelijke invulling

De ruimtelijke invulling van de polderlaag bestaat uit de bestaande ruimtelijke structuren. 6.3

Functionele invulling

De functionele invulling van de polderlaag bestaat uit de feitelijk bestaande en met name agrarische functies. Het bestemmingsplan biedt mogelijkheden voor transformatie van deze bestaande functies binnen bepaalde kaders en als dat een bijdrage levert aan de doelen van Park21 zoals beschreven in dit hoofdstuk.

20

bestemmingsplan "PARK21" (voorontwerp)

bestemmingsplan PARK21

Hoofdstuk 3 Artikel 7

Parklaag

Werkingsgebied

De regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing binnen de aanduiding 'Wetgevingszone - parklaag'.

Artikel 8 8.1

Functies

Algemeen

Binnen de aanduiding Wetgevingszone - parklaag zijn de volgende functies toegestaan: a. groen; b. water(huishoudkundige voorzieningen); c. ontsluiting; d. voet-, fiets- en ruiterpaden; e. recreatief medegebruik; f. sport- en spelvoorzieningen; g. cultuur- en ontspanning; h. openbaar toiletvoorzieningen; i. nutsvoorzieningen; j. straatmeubilair; k. parkeervoorzieningen; 8.2

Functiekaders

8.2.1

Sport- en spelvoorzieningen

Sport- en spelvoorzieningen zijn alleen toegestaan in de vorm van kleinschalige en openbare (niet commerciële) voorzieningen. 8.2.2

Cultuur en ontspanning

Cultuur en ontspanning is alleen toegestaan in de vorm van voorstellingen in de open lucht. 8.3

Gebruik

1. Het gebruik van gronden en bouwwerken is alleen toegestaan indien dit in overeenstemming is met en ten dienste staat van de in 8.1 genoemde functies. 2. Indien de inrichting van het Park ter plaatse van de aanduiding Wetgevingszone - prioritaire structuur waarbij de aan- en afvoer van grond noodzakelijk is, langer duurt dan 3 maanden, is er een onderzoek naar het optreden van trillinghinder noodzakelijk. Dit onderzoek wordt uitgevoerd overeenkomstig en de resultaten van het onderzoek worden getoetst aan de SBR-Trillingsrichtlijn.

bestemmingsplan "PARK21" (voorontwerp)

21

bestemmingsplan PARK21

Artikel 9 9.1

Bouwwerken

Algemeen

In de parklaag zijn alleen bouwwerken toegestaan die ten dienste staan van de in 8.1 genoemde functies. 9.2

Gebouwen

Voor gebouwen gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van gebouwen bedraagt niet meer dan 4 meter. 9.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt niet meer dan 6 meter. b. in afwijking van het bepaalde onder a is een beeldend kunstwerk toegestaan met een bouwhoogte van 25 m.

22

bestemmingsplan "PARK21" (voorontwerp)

bestemmingsplan PARK21

Hoofdstuk 4 Artikel 10

Leisurelaag

Werkingsgebied

De regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing binnen de aanduidingen Wetgevingszone transformatielaag a tot en met categorie 2, Wetgevingszone - transformatielaag a tot en met categorie 3.2, Wetgevingszone - transformatielaag b tot en met categorie 2 en Wetgevingszone transformatielaag b tot en met categorie 3.2.

Artikel 11 11.1

Functies

Gewenste functies

11.1.1 Functies leisure Na verlening van de vergunning als bedoeld in 11.4 zijn de volgende functies toegestaan: a. cultuur en ontspanning; b. dagrecreatie; c. verblijfsrecreatie; d. detailhandel; e. horeca; f. maatschappelijke voorzieningen; g. sport; 11.1.2 Ondersteunende en ondergeschikte functies Functies die ondersteunend of ondergeschikt zijn aan de in 11.1.1 genoemde functies, zoals ondersteunende horeca, dienstverlening en detailhandel zijn ook toegestaan. 11.2

Functiekaders

11.2.1 Deelgebieden De leisurelaag is onderverdeeld in deelgebieden, de deelgebieden zijn aangeduid, hierbij geldt het volgende: a. Wetgevingszone - transformatielaag a tot en met categorie 2 en Wetgevingszone transformatielaag b tot en met categorie 2: op de gronden met deze aanduidingen zijn de functies genoemd in 11.1.1 alleen toegestaan indien zij vallen in of vergelijkbaar zijn met de functies genoemd in de categorieen 1 en 2 van de Bijlage 1 Staat van Bedrijfsactiviteiten; b. Wetgevingszone - transformatielaag a tot en met categorie 3.2 en Wetgevingszone transformatielaag b tot en met categorie 3.2: op de gronden met deze aanduidingen zijn de functies genoemd in 11.1.1 alleen toegestaan indien zij vallen in of vergelijkbaar zijn met de functies genoemd in de categorieen 1 tot en met 3.2 van de Bijlage 1 Staat van Bedrijfsactiviteiten;

bestemmingsplan "PARK21" (voorontwerp)

23

bestemmingsplan PARK21

11.2.2 Parkkamers 1. De functies van 11.1.1 zijn alleen toegestaan in parkkamers. 2. Van de totale oppervlakte van een parkkamer bestaat minimaal 1/3 uit groenvoorzieningen en / of uit water. 3. De totale oppervlakte aan parkkamers binnen het plangebied bedraagt niet meer dan 220 hectare. 4. De vergunning bedoeld in 11.4 wordt voor functies die niet zijn gelegen binnen de aanduiding Wetgevingszone - prioritaire structuur pas verleend nadat er een totaal van 86 ha aan parkkamers is vergund binnen de aanduiding Wetgevingszone - prioritaire structuur. 5. De eerste functie die in een parkkamer wordt toegestaan, is bepalend voor de aard, intensiteit en ruimtelijke uitstraling van de gehele parkkamer. Nieuwe functies die zich in de parkkamer willen vestigen moeten passend zijn bij deze aard, intensiteit en ruimtelijke uitstraling. Onder aard, intensiteit en ruimtelijke uitstraling worden onder andere verstaan: a. verkeersaantrekkende werking van de functie, blijkend uit bezoekersaantallen en noodzakelijke bevoorrading; b. milieu-uitstraling met name geluid en geur; c. verhouding bebouwing versus groen; d. omvang en hoogte van de bebouwing; 11.2.3 Cultuur en ontspanning Voor Cultuur en ontspanning geldt het volgende: a.

Cultuur en ontspanning is toegestaan in de vorm van voorzieningen gericht op cultuur, spel, vermaak en ontspanning, waaronder begrepen podiumkunsten, musea, muziekscholen en dansscholen, spel- en speelruimten, themamarkten en hobbymarkten, oefenruimten en creativiteitscentra en zalenverhuur; b. Cultuur en ontspanning is ook toegestaan in de vorm van wellness, met sauna's, thermen, zwembaden, whirlpool en andere baden, ligweides, buitenbaden, zonnestudio's, beauty-, health-, massage-, fysio-, sport- en fitnessvoorzieningen en daarmee vergelijkbare voorzieningen c. Cultuur en ontspanning in de vorm van bioscopen, casino's, speelautomatenhallen, seksinrichtingen en prostitutie zijn niet toegestaan. 11.2.4 Dagrecreatie 1. Dagrecreatie in de vorm van themaparken is toegestaan, met dien verstande dat het aantal themaparken binnen het plangebied niet meer dan 2 mag bedragen. 2. Voor dagrecreatie in de vorm van een recreatieplas met bijbehorende (watersport)voorzieningen geldt het volgende: a. deze vorm van dagrecreatie is alleen toegestaan ter plaatse van de aanduiding Wro zone Transformatielaag a (tot en met categorie 3.2) en Wro zone - Transformatielaag a (tot en met categorie 2). b. deze vorm van dagrecreatie moet in overwegende mate naar buiten gericht zijn met een openbaar karakter. 3. Dagrecreatie in de vorm van een attractiepark is niet toegestaan. 11.2.5 Verblijfsrecreatie 1.

Verblijfsrecreatie is toegestaan in de vorm van een vakantiepark en een festivalcamping. 2. Er is niet meer dan 1 vakantiepark met eventueel een kampeerterrein toegestaan. Op dat vakantiepark zijn kampeermiddelen, recreatiewoningen, chalets en/of groepsaccommodaties toegestaan. 3. Verblijfsrecreatie is alleen toegestaan indien zij primair is gericht op het bieden van overnachtingsmogelijkheden aan bezoekers van de leisurefuncties in het plangebied. 11.2.6 Detailhandel Detailhandel is toegestaan in de vorm van een landwinkel waarin streekgebonden en aanverwante producten worden verkocht.

24

bestemmingsplan "PARK21" (voorontwerp)

bestemmingsplan PARK21

11.2.7 Horeca Horeca is toegestaan onder de volgende voorwaarden: a. er is sprake van horeca van categorie 1, 2 en 3a van Bijlage 2 Staat van Horeca-activiteiten; b. de brutovloeroppervlakte aan nieuwe horeca functies bedraagt voor het hele plangebied niet meer dan 13.800 m². c. voor hotels geldt het volgende: 1. er is niet meer dan 1 hotel toegestaan met maximaal 120 kamers; 2. in aanvulling op 1 zijn er niet meer dan 5 hotels toegestaan met in totaal niet meer dan 70 kamers; 3. de hotels bedoeld onder 1 en 2 zijn primair gericht op het bieden van logies aan bezoekers van de leisurefuncties in het plangebied. 11.2.8 Maatschappelijk 1. Maatschappelijke voorzieningen zijn toegestaan in de vorm van educatieve, sociaal-culturele, sport- en recreatieve voorzieningen; 2. Een natuurbegraafplaats is toegestaan ter plaatse van PM locatieaanduiding 11.2.9 Sport 1. Sport is alleen toegestaan in de vorm van inpandige en buitenpandige sport-, spel- en fitnessvoorzieningen met bijbehorende clubhuizen. 2. Voor watersport gelden de kaders als gesteld in 11.2.4. 3. Een manege is niet toegestaan 4. Lawaaisporten zijn niet toegestaan. 11.3

Gebruik

1. Het gebruik van gronden en bouwwerken is alleen toegestaan indien dit in overeenstemming is met en ten dienste staat van de in 11.1 genoemde functies en nadat de vergunning is verleend als bedoeld in 11.4. 2. Het gebruik van een terras voor gasten van horeca in de nachtperiode (23:00 - 07:00 uur) is niet toegestaan. 3. Het laten horen van versterkt en onversterkt muziekgeluid in de buitenruimte is in de nachtperiode (23.00 uur - 07.00 uur) niet toegestaan. 4. De emissie van licht mag niet naar boven zijn gericht. 5. Ruimte voor het parkeren, stallen, laden en/of lossen van voertuigen, voor zover de aanwezigheid van deze ruimte krachtens de parkeerregels als opgenomen in 11.5.1 onder d is geëist, dient te allen tijde voor dit doel beschikbaar te blijven. Ander gebruik wordt aangemerkt als strijdig gebruik. 6. Het uitvoeren van graafwerkzaamheden zonder dat onderzoek is gedaan naar de aanwezigheid van niet geëxplodeerde explosieven en zonder dat geconstateerd is dat er op de locatie(s) waar de graafwerkzaamheden worden verricht geen niet geëxplodeerde explosieven aanwezig zijn, is niet toegestaan; 7. Het gebruik van gronden en bouwwerken voor de functies genoemd in 11.1 is niet eerder toegestaan dan nadat de volgende maatregelen zijn getroffen: a. kruising Nieuwe Bennebroekerweg - Rijnlanderweg: koude kruising met een dubbel opstelvak voor verkeer in oostelijke richting; b.

kruising Spoorlaan - Noordelijke Randweg: vormgeving als knierotonde; c. kruising Noordelijke Randweg - IJweg: vormgeving als VRI.

bestemmingsplan "PARK21" (voorontwerp)

25

bestemmingsplan PARK21

11.4

Omgevingsvergunning voor een bestemmingsplanactiviteit

11.4.1 Vergunningplicht Het is verboden om zonder voorafgaande omgevingsvergunning voor een bestemmingsplanactiviteit een functie als bedoeld in 11.1.1 op te richten en het bij de functie behorende gebruik als bedoeld in 11.3 onder 1 uit te voeren. 11.4.2 Beoordelingsregels De omgevingsvergunning wordt verleend indien in de aanvraag naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders in voldoende mate wordt aangetoond dat met de activiteit: a. wordt bijgedragen aan de doelen zoals beschreven in Hoofdstuk 2; b. voldaan wordt aan de functiekaders zoals opgenomen in 11.2; c. voldaan wordt aan de voorwaarden zoals opgenomen in 11.5; d. voldaan wordt aan de regels over kostenverhaal zoals opgenomen in Hoofdstuk 8 Kostenverhaal. 11.4.3 Voorschriften omgevingsvergunning Aan de omgevingsvergunning kunnen voorschriften worden verbonden, gericht op het bereiken en borgen van de in 11.4.2 genoemde beoordelingsregels. 11.4.4 Afwijking functiekaders Burgemeester en wethouders kunnen bij de omgevingsvergunning als bedoeld in 11.4, afwijken van het bepaalde in 11.2 mits de aangevraagde functie bijdraagt aan de doelen zoals opgenomen in Hoofdstuk 2 en het belang van de bescherming van het milieu niet aan de verlening van de vergunning in de weg staan. 11.5

Randvoorwaarden

11.5.1 Algemeen Voor een nieuwe functie als bedoeld in 11.1.1 gelden de volgende randvoorwaarden: a. uit (een onderzoek bij) de aanvraag om omgevingsvergunning volgt dat het gebruik van de gronden voor een nieuwe functie niet leidt tot hinderlijk geluid, geur, trillingen, stof of toename van (verkeers)veiligheidsrisico's voor bestaande functies in de omgeving van de locatie waarop de aanvraag om omgevingsvergunning betrekking heeft; b. uit (een onderzoek bij) de aanvraag om omgevingsvergunning volgt dat het gebruik van de gronden voor een nieuwe functie niet leidt tot een aantasting van de bedrijfsvoering van op het moment van vergunningverlening bestaande functies; c. het gestelde onder a en b betekent in ieder geval dat: 1. binnen een afstand van 100 meter van het spoor bij de aanvraag om vergunning een quickscan trillingen wordt gevoegd; 2. binnen 50 meter van het bouwvlak van een agrarisch bedrijf geen gevoelige bestemmingen zijn toegestaan; 3. bij de realisatie van de recreatieplas wordt rekening gehouden met de geluidhinder ten gevolge van met name watersportactiviteiten op gevoelige functies; d. aan het gestelde onder a en b wordt in ieder geval voldaan indien de afstand tussen een nieuwe functie en een bestaande functie voldoet aan de bij die nieuwe functie behorende richtafstand zoals opgenomen in Bijlage 1 Staat van Bedrijfsactiviteiten; e.

voor parkeren geldt het volgende: 1. op eigen terrein moet in voldoende mate ruimte zijn gereserveerd en ingericht en in stand worden gehouden voor het parkeren, stallen, laden en/of lossen van voertuigen met inachtneming van de parkeernormen zoals deze zijn opgenomen in het geldende parkeerbeleid van Haarlemmermeer. 2. Het bevoegd gezag past de onder 1 genoemde regels toe met inachtneming van de beleidsregels zoals die gelden ten tijde van de ontvangst van de aanvraag om een omgevingsvergunning.

26

bestemmingsplan "PARK21" (voorontwerp)

bestemmingsplan PARK21

3. Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder 1 indien:  op basis van gegronde redenen aangetoond kan worden dat het voldoen aan deze bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit, en bovendien  op andere wijze in de nodige ruimte voor het parkeren, stallen laden en/of lossen van voertuigen blijvend wordt voorzien. f. uit (een onderzoek bij) de aanvraag om omgevingsvergunning volgt dat de stikstofdepositie op voor stikstofgevoelige habitats in een Natura 2000-gebied ten gevolge van het gebruik van gronden en bouwwerken na verlening van de vergunning bedoeld in 11.4.1, niet groter is dan de stikstofdepositie van het ten tijde van de vaststelling van het plan feitelijk aanwezige planologische toegestane gebruik van gronden en bouwwerken; g. uit (een onderzoek bij) de aanvraag om omgevingsvergunning volgt dat de bodem geschikt is voor de nieuwe functie; h. uit (een onderzoek bij) de aanvraag om omgevingsvergunning volgt dat er ter plaatse van de nieuwe functie sprake is van een aanvaardbare geluidsbelasting; i. uit (een onderzoek bij) de aanvraag om omgevingsvergunning volgt dat er ter plaatse van de nieuwe functie sprake is van een aanvaardbare geurbelasting; j. de functie mag niet ontsloten worden via een bestaand lint; k.

uit de aanvraag om omgevingsvergunning volgt dat de bereikbaarheid van de functie voor hulpdiensten is gewaarborgd; l. uit (een onderzoek bij) de aanvraag om omgevingsvergunning volgt dat de verkeersgeneratie van de aangevraagde functie kan worden opgevangen door de verkeersruimte van de wegen in de omgeving van het plangebied. Bij dit onderzoek worden de monitoringsgegevens van Artikel 14 Verkeer gebruikt. Het uitgangspunt hierbij is dat functies in het plangebied alleen gebruik mogen maken van de zogenaamde restruimte voor functies als bedoeld in 11.1; m. uit (een onderzoek bij) de aanvraag om omgevingsvergunning volgt dat er voldoende behoefte aan de aangevraagde functie is (in kwalitatieve zin (concept, programmering, doelgroep en locatie) en kwantitatieve zin (aantallen en meters)) en dat de functie geen onaanvaardbare effecten op het voorzieningenniveau en ondernemersklimaat van de regio heeft; n. uit de aanvraag volgt dat de aangevraagde functie gasloos en vanuit het oogpunt van energie, zelfvoorzienend wordt gerealiseerd. o. uit de aanvraag om omgevingsvergunning volgt dat de functie bijdraagt aan meerdere doelstellingen en subdoelen van PARK21 zoals beschreven in Hoofdstuk 2 Doelen.

11.5.2 Zorgvuldige omgevingsdialoog In de aanvraag om een vergunning moet de aanvrager een verantwoording geven dat een zorgvuldige dialoog is gevoerd, gericht op het betrekken van belangen van omwonenden en naburige bedrijven bij de planontwikkeling. 11.5.3 Landschappelijke inpassing 1. Een aanvraag om vergunning moet voor wat betreft landschappelijke inpassing passen in de parkachtige structuur die met dit bestemmingsplan wordt nagestreefd. Wat moet worden verstaan onder 'passen in de parkachtige structuur die met dit bestemmingsplan wordt nagestreefd', is vastgelegd in de beleidsregel BKP PARK21 met dien verstande dat indien voornoemde beleidsregel wordt gewijzigd, rekening wordt gehouden met de beleidsregel na de wijziging; 2. Het bepaalde onder 1 betekent in ieder geval dat: a. op het perceel van de nieuwe functie wordt, voorzover dit perceel niet direct grenst aan een andere functie als bedoeld in 11.1.1, voorzien in de realisatie van (een aansluiting op de bestaande) parklaag; b. de parklaag bedoeld onder a is minimaal 10 meter breed; c. de parklaag bedoeld onder a is openbaar toegankelijk gebied; d.

(het ontwerp van) de parklaag bedoeld onder a sluit aan op naburige parkstructuren, dit betekent in ieder geval dat  er sprake is van een doorlopende padenstructuur;  eigendomsgrenzen niet zichtbaar zijn;  er sprake is van een doorlopend Verbeterd Droogmakerij Systeem (VDS) bestaande uit ringsloten, verbindingen tussen ringsloten en een koppeling met een randsloot.

bestemmingsplan "PARK21" (voorontwerp)

27

bestemmingsplan PARK21

3. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van de functie waarvoor vergunning is verleend, is alleen toegestaan voorzover de landschappelijke inpassing genoemd onder 1 wordt aangelegd en in stand wordt gehouden. 11.5.4 Verbeterd Droogmakerij Sijsteem Op het perceel van een nieuwe functie moet (samen met naburige functies) worden voorzien in een Verbeterd Droogmakerij Systeem. Hierbij gelden de volgende regels: 1. aan de buitenrand van een perceel van een nieuwe functie wordt, voorzover dit perceel niet direct grenst aan een andere functie als bedoeld in 11.1, een ringsloot aangelegd; 2. de ringsloot wordt door middel van een verbindingssloot verbonden met de ringsloten van aangrenzende parkkamers; 3. de ringsloot wordt aangesloten op een randsloot; 4. de ringsloot maakt geen onderdeel uit van de 10 meter als bedoeld in 11.5.3 onder 2 sub b. 5. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van de functie waarvoor vergunning is verleend, is alleen toegestaan voorzover het Verbeterd Droogmakerij Systeem wordt aanngelegd en in stand gehouden; 6. de hoogste waterstand in VDS bij hevige neerslag mag overschreden worden met 0,5 meter ten opzichte van het hoogste peil onder normale omstandigheden. 11.5.5 Hemelwater Bij nieuwe functies is het verboden om afvloeiend hemelwater, afkomstig van de dakvlakken van gebouwen, te lozen op het vuilwaterriool.

28

bestemmingsplan "PARK21" (voorontwerp)

bestemmingsplan PARK21

Artikel 12 12.1

Bouwwerken

Algemeen

Er zijn uitsluitend bouwwerken toegestaan die ten dienste staan van de in artikel 11.1 genoemde functies. 12.2

Gebouwen

Voor het bouwen van gebouwen geldt de volgende regel: a. een gebouw moet voor wat betreft vormgeving, maatvoering en situering passen in het gewenste bebouwingsbeeld van PARK21. Wat hieronder wordt verstaan is opgenomen in de beleidsregel BKP PARK21 met dien verstande dat indien voornoemde beleidsregel wordt gewijzigd, rekening wordt gehouden met de beleidsregel na de wijziging. 12.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde geldt de volgende regel: a. een bouwwerk, geen gebouw zijnde moet voor wat betreft vormgeving, maatvoering en situering passen in het gewenste bebouwingsbeeld van Park21. Wat hieronder wordt verstaan is opgenomen in de beleidsregel BKP PARK21 met dien verstande dat indien voornoemde beleidsregel wordt gewijzigd, rekening wordt gehouden met de beleidsregel na de wijziging.

bestemmingsplan "PARK21" (voorontwerp)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Haarlemmermeer&id=9120510a-9840-4d33-ae71-310bdebff64a