2021.0001380 b12 natuurtoets.pdf
Tekst van het document
Natuurtoets Park21 Ten behoeve van een bestemmingsplanwijziging Toetsing Wet natuurbescherming en NNN
projectnummer 0417636.109 definitief revisie 00 28 april 2021
Natuurtoets Park21 Ten behoeve van een bestemmingsplanwijziging Toetsing Wet natuurbescherming en NNN projectnummer 0417636.109 definitief revisie 00 28 april 2021
Auteur P. de Hoop
Opdrachtgever Gemeente Haarlemmermeer Raadhuisplein 1 2132 TZ HOOFDDORP
Antea Group is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus
De informatie in voorliggende rapportage is (deels) afkomstig uit de NDFF en mag niet zonder toestemming van BIJ12 worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden.
datum vrijgave 28-4-2021
beschrijving revisie definitief
goedkeuring A. M. Posthumus
vrijgave
Natuurtoets Park21 Ten behoeve van een bestemmingsplanwijziging projectnummer 0417636.109 28 april 2021 revisie 00 Gemeente Haarlemmermeer
Inhoudsopgave
Blz.
1
Inleiding
1
1.1 1.2 1.3 1.4
Aanleiding Planvoornemen Doel en onderzoeksvragen Leeswijzer
1 2 2 3
2
Wettelijk kader Wet natuurbescherming
4
2.1 2.2 2.3 2.3.1 2.3.2 2.3.3
Algemeen Soortbescherming Gebiedsbescherming Natura 2000 Natuurnetwerk Nederland Overige gebiedsbescherming
4 4 5 5 6 6
3
Methodiek
8
3.1 3.2 3.3 3.4
Algemeen Bureauonderzoek Terreinbezoek Effectbeoordeling en advies vervolgtraject
8 8 9 10
4
Resultaten
11
4.1 4.2 4.2.1 4.2.2 4.2.3 4.3 4.3.1 4.3.2 4.3.3
Gebiedsbeschrijving Beschermde soorten Resultaten bureauonderzoek Resultaten terreinbezoek - ecologische bevindingen Samenvatting beschermde soorten Beschermde gebieden Natura 2000-gebieden Natuurnetwerk Nederland Overige gebiedsbescherming
11 12 12 13 16 17 17 17 17
5
Toetsing
19
5.1 5.2 5.2.1 5.2.2 5.2.3 5.3 5.3.1 5.3.2 5.3.3
Effectbepaling plan Toetsing effect op beschermde soorten Vogels Zoogdieren Rugstreeppad Effecten op beschermde gebieden Effecten op Natura 2000-gebieden Effecten op het Natuurnetwerk Nederland (NNN) Overige gebiedsbescherming
19 19 19 20 23 23 23 24 25
6
Bronnen
26
Natuurtoets Park21 Ten behoeve van een bestemmingsplanwijziging projectnummer 0417636.109 28 april 2021 revisie 00 Gemeente Haarlemmermeer
Bijlagen Bijlage 1: Wettelijk kader
Natuurtoets Park21 Ten behoeve van een bestemmingsplanwijziging projectnummer 0417636.109 28 april 2021 revisie 00 Gemeente Haarlemmermeer
Conclusies en advies De gemeente Haarlemmermeer is voornemens om tussen Hoofddorp en Nieuw-Vennep een circa 1000 hectare groot metropolitaan park te ontwikkelen. De ontwikkeling is in het huidige ‘Buitengebied Midden’ niet toegestaan. Om deze reden wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld. Het plan kan worden uitgevoerd als duidelijk is dat het plan niet in strijd is met de Wet natuurbescherming en het beleid van het Natuurnetwerk Nederland. Daarom is inzicht gewenst in de aanwezigheid van beschermde soorten en beschermde gebieden binnen de invloedsfeer van het plangebied en de effecten hierop. Dit wordt gedaan op basis van een Natuurtoets. In dit hoofdstuk is het advies gegeven dat voortkomt uit de conclusies van de uitgevoerde Natuurtoets. Tevens is aangegeven of volgens de Nederlandse wetgeving vervolgstappen aan de orde zijn.
Conclusies: Beschermde gebieden Binnen het invloedsgebied van het projectgebied komen Natura 2000-gebieden voor. Deze Natura 2000-gebieden liggen buiten het invloedsgebied van alle storingsfactoren, zoals verdroging of geluid- en lichtverstoring, met uitzondering van verzuring en vermesting als gevolg van stikstofdepositie. Om negatieve effecten als gevolg van verzuring en vermesting door stikstofdepositie tijdens de aanlegwerkzaamheden en de gebruiksfase al dan niet uit te kunnen sluiten is een AERIUS-berekening benodigd. Bovendien geldt voor de meervleermuis dat er voorwaarden van toepassing zijn met betrekking tot de inrichting. In het plangebied is NNN-gebied aanwezig. Uit de effectbeoordeling blijkt dat significante effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN uitgesloten zijn. Zie ook Tabel 01. Met betrekking tot overige gebiedsbescherming is afstemming van het plan met de provincie benodigd. Tabel 01. Overzicht conclusies en vervolgstappen gebiedsbescherming.
Natura 2000 Aanwezig binnen de invloedssfeer? Effecten?
Vereiste vervolgstappen aan de orde? Is het plan uitvoerbaar in het kader van de gebiedsbescherming?
Overige gebiedsbescherming
NNN
Ja
Ja
Ja
Nader te bepalen a.d.h.v. Aeriusberekening Aerius-berekening, daarna eventuele vervolgstappen bepalen Nader te bepalen
Nee
Mogelijk
Nee
Afstemming Bevoegd gezag
Ja
Afhankelijk van Bevoegd gezag
Conclusies: Beschermde soorten Uit de bureaustudie in combinatie met het terreinbezoek is gebleken dat (leefgebied van) de volgende in het kader van de Wet natuurbescherming beschermde soorten aanwezig zijn en/of mogelijk verwacht worden in het plangebied: Jaarrond beschermde nestplaatsen – diverse soorten (zeer waarschijnlijk nestplaatsen); Algemene broedvogels – diverse soorten (zeer waarschijnlijk nestplaatsen); Vleermuizen – diverse soorten (zeer waarschijnlijk verblijfplaatsen, foerageergebied en essentiële vliegroutes). Kleine marterachtigen – bunzing, hermelijn en wezel (mogelijk verblijfplaatsen); Amfibieën – Rugstreeppad (mogelijk leefgebied). In Tabel 2 is aangegeven welke gevolgen de aanwezigheid van (het leefgebied van) deze soorten heeft voor het voorliggende plan. Aangegeven is of er sprake is van een overtreding van de Wet Natuurbescherming en onder welke voorwaarden het plan uitvoerbaar is.
Natuurtoets Park21 Ten behoeve van een bestemmingsplanwijziging projectnummer 0417636.109 28 april 2021 revisie 00 Gemeente Haarlemmermeer
Tabel 2. Overzicht conclusies en vervolgstappen soortbescherming.
Essentieel leefgebied in plangebied?
Soort (groep)
Is er sprake van een overtreding?
Is een ontheffing noodzakelijk
Is het plan uitvoerbaar?
Nee, mits bomen en gebouwen worden gespaard en de werkzaamheden plaatsvinden buiten het broedseizoen
Ja, mits bomen en gebouwen worden gespaard en de werkzaamheden plaatsvinden buiten het broedseizoen en anders een ontheffing aanvragen
Ja, mits geen broedvogels worden verstoord
Jaarrond beschermde nesten
Ja, mogelijk nestplaatsen in bomen en gebouwen
Nee, mits bomen en gebouwen worden gespaard en de werkzaamheden plaatsvinden buiten het broedseizoen
Algemene broedvogels
Ja, nestgelegenheid verspreid over hele plangebied
Nee, mits de werkzaamheden plaatsvinden buiten het broedseizoen
N.v.t.
Nee, mits soortspecifieke maatregelen worden genomen
Nee mits bomen, gebouwen en de brede watergangen worden gespaard en in het actieve seizoen geen verlichting wordt gebruikt of vleermuisvriendelijke verlichting wordt toegepast
Vleermuizen
Kleine marterachtigen
Ja, mogelijk verblijfplaatsen, vliegroute en foerageergebied
Ja, mogelijk verblijfplaatsen
Rugstreeppad
Ja mogelijk leefgebied
Nee, mits soortspecifieke maatregelen worden genomen
Nee, mits soortspecifieke maatregelen worden genomen
Ja mits aan de voorwaarden wordt voldaan.
Mogelijk, afhankelijk van uitkomsten nader onderzoek
De verwachting is dat een eventuele ontheffing verleend wordt met aanvullende maatregelen Voorafgaand aan de realisatie moet tijdig aanvullend onderzoek plaatsvinden
Mogelijk, afhankelijk van uitkomsten nader onderzoek
De verwachting is dat een eventuele ontheffing verleend wordt met aanvullende maatregelen Voorafgaand aan de realisatie moet tijdig aanvullend onderzoek plaatsvinden
Zorgplicht In de Wet natuurbescherming is een zorgplicht opgenomen. In het tekstkader in Bijlage 1 staat het wetsartikel uitgeschreven. De zorgplicht houdt in dat planten en dieren niet onnodig vernield/gedood of verstoord mogen worden. De initiatiefnemer/uitvoerder is verantwoordelijk voor een adequate naleving van de algemene zorgplicht tijdens de uitvoering van de werkzaamheden.
Natuurtoets Park21 Ten behoeve van een bestemmingsplanwijziging projectnummer 0417636.109 28 april 2021 revisie 00 Gemeente Haarlemmermeer
1
Inleiding
1.1
Aanleiding De gemeente Haarlemmermeer is voornemens om tussen Hoofddorp en Nieuw-Vennep een circa 1000 hectare groot metropolitaan park te ontwikkelen. De ontwikkeling is in het huidige ‘Buitengebied Midden’ niet toegestaan. Om deze reden wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld. Ruimtelijke plannen, zoals dergelijke bestemmingsplan, dienen te worden beoordeeld op de uitvoerbaarheid in relatie tot actuele natuurwetgeving. Er dient onderzocht te worden of het plan effect heeft op beschermde soorten of beschermde gebieden (Wet natuurbescherming; Wnb en Natuurnetwerk Nederland). Ontwikkelingen mogen niet zonder meer plaatsvinden indien deze negatieve gevolgen hebben op beschermde natuurgebieden en/of flora en fauna. In dit kader is inzicht gewenst in de aanwezige natuurwaarden en de mogelijk daarmee samenhangende consequenties. Dit wordt gedaan op basis van een Natuurtoets. In deze rapportage zijn de resultaten van de Natuurtoets beschreven en wordt antwoord gegeven of het plan uitvoerbaar is. In Figuur 1.1 is de ligging van het plangebied weergegeven.
Figuur 1.1. Ligging van het plangebied (rood omkaderd). Bron: Street Smart, kaart 2020.
Blad 1 van 27
Natuurtoets Park21 Ten behoeve van een bestemmingsplanwijziging projectnummer 0417636.109 28 april 2021 revisie 00 Gemeente Haarlemmermeer
1.2
Planvoornemen De initiatiefnemer is voornemens een 1000 hectare groot metropolitaan park te ontwikkelen. Een groeiend park voor iedereen, met ruimte voor sport, recreatie, ontspanning en groen. Het park met een omvang van duizend hectare ligt tussen Hoofddorp en Nieuw-Vennep en wordt een groot en gevarieerd polderlandschap, toegankelijk voor publiek. Er is ruimte voor activiteiten bij de boer, allerlei soorten sport, een recreatieplas, groen en weides, wandel- fiets- en skatepaden, horeca en attracties. Park21 wordt een park voor mensen uit Haarlemmermeer, de regio en verder. Het wordt het groene hart van Haarlemmermeer. Met in eerste instantie een 180 hectare recreatief groen wat doorgroeit naar minimaal 360 hectare groen. Maximaal 1/3 van het gebied bestaat in de toekomst uit leisure en minimaal 1/3 uit kringlooplandbouw. De precieze invulling van het plan is op dit moment nog niet bekend. Zie Figuur 1.2 voor een globale impressie van het voornemen.
Figuur 1.2. Schets planvoornemen. Park21.nl
1.3
Doel en onderzoeksvragen Het doel van voorliggende Natuurtoets is het opsporen van strijdigheden van het voorgenomen plan met de beschermde soorten en beschermde gebieden (Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland; NNN) en het bepalen of het plan uitvoerbaar is. De vragen of voor de uitvoering van het bestemmingsplan een vrijstelling geldt, dan wel een ontheffing of vergunning op grond van de Wet natuurbescherming nodig is en zo ja, of deze ontheffing of vergunning kan worden verleend, komt in beginsel pas aan de orde in een procedure op grond van de Wet natuurbescherming. Echter, deze vragen zijn ook relevant voor het bestemmingsplan omdat in deze Natuurtoets wordt beoordeeld of ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan het op voorhand in redelijkheid duidelijk is dat de Wet natuurbescherming niet de uitvoerbaarheid van het plan in de weg zal staan. Het bestemmingsplan kan pas worden vastgesteld nadat uit een Natuurtoets duidelijk is geworden of voor de activiteiten die volgen uit deze vaststelling de mogelijkheid bestaat tot het verkrijgen van een ontheffing of vergunning.
De volgende onderzoeksvragen zijn van toepassing: Welke in het kader van de Wnb beschermde soorten (en/of vaste rust- en verblijfplaatsen) komen voor in het beïnvloedingsgebied van het plan? Vinden er als gevolg van de ontwikkeling die mogelijk gemaakt worden door het plan effecten plaats op deze soorten en worden daarbij verbodsbepalingen overtreden? Is het plan uitvoerbaar en zijn, zo nodig, aanvullende voorwaarden in het plan aan de orde? Komen in de beïnvloedingszone van het plangebied beschermde natuurgebieden (NNN en/of Natura 2000) voor? Zo ja, welke zijn dit en wat zijn de gevolgen hierop? Dienen
Blad 2 van 27
Natuurtoets Park21 Ten behoeve van een bestemmingsplanwijziging projectnummer 0417636.109 28 april 2021 revisie 00 Gemeente Haarlemmermeer
vervolgstappen in de vorm van een compensatieplan opgesteld te worden of zijn andere vervolgstappen aan de orde? Op bovenstaande vragen wordt in hoofdstuk 4 en 5 een antwoord gegeven (zie ook de leeswijzer).
1.4
Leeswijzer De Natuurtoets is als volgt opgebouwd: De Natuurtoets begint met de belangrijkste conclusies gedestilleerd uit de resultaten van voorliggende Natuurtoets; Hoofdstuk 1 geeft de aanleiding van de Natuurtoets en het planvoornemen; Hoofdstuk 2 beschrijft beknopt het wettelijk kader; Hoofdstuk 3 geeft een toelichting op de methodiek van de Natuurtoets; Hoofdstuk 4 beschrijft het gebied en gaat in op de ecologische waarden en de beschermde soorten en gebieden in (de omgeving) van het plangebied; Hoofdstuk 5 toetst het plan aan de Wet natuurbescherming en het NNN.
Blad 3 van 27
Natuurtoets Park21 Ten behoeve van een bestemmingsplanwijziging projectnummer 0417636.109 28 april 2021 revisie 00 Gemeente Haarlemmermeer
2
Wettelijk kader Wet natuurbescherming Dit hoofdstuk beschrijft het wettelijk kader van de soortenbescherming (paragraaf 2.2) en de gebiedsbescherming (paragraaf 2.3) relevant voor voorliggende Natuurtoets.
2.1
Algemeen De Wet natuurbescherming (hierna Wnb) heeft per 1 januari 2017 de Boswet, Flora- en faunawet en de Natuurbeschermingswet 1998 vervangen. De Wnb regelt de bescherming van Natura 2000gebieden, bescherming van soorten en de bescherming van houtopstanden. In de voorliggende Natuurtoets wordt niet ingegaan op de bescherming van houtopstanden. Uitgangspunt bij de toetsing is dat er geen houtopstanden worden gekapt. Naast bescherming vanuit de Wnb, zijn er ook gebieden die planologisch beschermd zijn. Het betreft het ‘Natuurnetwerk Nederland’ (hierna NNN). De bescherming van het NNN verloopt via het ruimtelijke ordeningsrecht (Barro, bestemmingsplannen). Per paragraaf worden tevens de beleidsregels van de provincie aangeduid die specifiek voor deze provincie (en derhalve voor voorliggend voornemen) van toepassing kunnen zijn.
2.2
Soortbescherming In de Wnb is soortbescherming opgedeeld in drie categorieën. Voor elke categorie gelden verschillende verbodsbepalingen die zijn vermeld in artikel 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wnb. Het gaat om de volgende drie categorieën: 1. soorten van de Vogelrichtlijn; 2. soorten van de Habitatrichtlijn, inclusief bijlage I en II uit Verdrag van Bern en bijlage I uit Verdrag van Bonn, met uitzondering van vogels; 3. ‘andere soorten’ (onderdeel A ‘fauna’ en onderdeel B ‘flora’). De verbodsbepalingen en ontheffingsgronden voor de eerste twee categorieën komen rechtstreeks uit de Vogel- en Habitatrichtlijn. De derde categorie vindt zijn oorsprong in de nationale wetgeving. Bij voorliggende toetsing wordt tevens beoordeeld of soorten met jaarrond beschermde nesten categorie 1 t/m 5 aanwezig zijn in het plangebied. Soorten van de Vogelrichtlijn Voor Vogelrichtlijnsoorten is het verboden om in het wild levende vogels te doden of te vangen, opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen, te beschadigen, te rapen of nesten van vogels weg te nemen. Daarnaast is het verboden vogels opzettelijk te storen. Dit laatste verbod geldt niet voor een aantal vogelsoorten, indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding en het nest zelf zijn functionaliteit behoudt (zie artikel 3.1 in tekstkader in de bijlage).
Indien bij het voornemen het overtreden van verbodsbepalingen in artikel 3.1 niet kan worden uitgesloten, kan onder bepaalde voorwaarden gewerkt worden conform een door het ministerie goedgekeurde gedragscode. Biedt een gedragscode geen oplossing, dan is het aanvragen van een ontheffing bij de provincie waarin het voornemen plaatsvindt, noodzakelijk. De grond waarop een ontheffing kan worden verleend, verschilt per categorie. Soorten van de Habitatrichtlijn Voor soorten van artikel 3.5 (Habitatrichtlijn, Bern en Bonn) is het eveneens verboden om in het wild levende dieren en planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te
Blad 4 van 27
Natuurtoets Park21 Ten behoeve van een bestemmingsplanwijziging projectnummer 0417636.109 28 april 2021 revisie 00 Gemeente Haarlemmermeer
vangen, opzettelijk eieren van dieren te vernielen of te rapen. Voortplantings- of rustplaatsen mogen niet beschadigd of vernield worden. Daarnaast geldt er een verbod op om planten behorend bij artikel 3.5 te plukken, verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. In tegenstelling tot de Vogelrichtlijnsoorten in artikel 3.1, mogen dieren behorend bij artikel 3.5 niet opzettelijk verstoord worden, ook niet als er geen wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding. Indien bij het voornemen het overtreden van verbodsbepalingen in artikel 3.5 niet kan worden uitgesloten, kan onder bepaalde voorwaarden gewerkt worden conform een door het ministerie goedgekeurde gedragscode. Biedt een gedragscode geen oplossing, dan is het aanvragen van een ontheffing bij de provincie, waarin het voornemen plaatsvindt, noodzakelijk. De grond waarop een ontheffing kan worden verleend, verschilt per categorie. Andere soorten Naast de Europees aangewezen beschermde flora en fauna, is er in Nederland ook een Nationale soortenlijst gemaakt die niet gedekt wordt door de Vogel- en Habitatrichtlijn, Verdrag van Bern of Verdrag van Bonn. Deze soorten zijn opgenomen in artikel 3.10, bijlage A en B van de Wnb, zie ook Bijlage tabel B (1 en 2) en C van voorliggende rapportage.
Voor soorten in bijlage A geldt een verbod op opzettelijk doden of vangen van dieren, opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantings- of rustplaatsen van dieren. Voor soorten in bijlage B geldt een verbod op opzettelijk plukken, verzamelen, afsnijden, vernielen en ontwortelen van planten. In tegenstelling tot artikel 3.1 en 3.5, is verstoring van deze soorten toegestaan. Indien bij het voornemen het overtreden van verbodsbepalingen in artikel 3.10 niet kan worden uitgesloten, kan onder bepaalde voorwaarden gewerkt worden conform een door het ministerie goedgekeurde gedragscode. Biedt een gedragscode geen oplossing, dan is het aanvragen van een ontheffing bij de provincie, waarin het voornemen plaatsvindt, noodzakelijk. De grond waarop een ontheffing kan worden verleend, verschilt per categorie. Het voorgaande geldt echter niet indien de soorten zijn vrijgesteld door het bevoegd gezag. Bij voorliggende toetsing is de provincie Noord-Holland bevoegd gezag. In de provincie NoordHolland zijn in tegenstelling tot de landelijke vrijgestelde soorten van artikel 3.10 onderdeel A (zie Regeling Natuurbescherming, Bijlage 13), de bunzing, hermelijn en wezel niet vrijgesteld.
Voor deze soorten dient bij een overtreding van de verbodsbepalingen uit artikel 3.10 gewerkt te worden conform een door het ministerie goedgekeurde gedragscode of dient een ontheffing aangevraagd te worden. In de provincie geldt voor de overige landelijk vrijgestelde soorten, ook een vrijstelling. Voor deze soorten geldt enkel de zorgplicht.
2.3
Gebiedsbescherming
2.3.1
Natura 2000 Natura 2000-gebieden zijn natuurgebieden van groot internationaal belang. Deze gebieden zijn aangewezen onder de Europese Habitat- en/of Vogelrichtlijn. Voor de gebieden en de daarbij aangewezen soorten en habitattypen zijn instandhoudingsdoelstellingen opgesteld. Een activiteit mag niet leiden tot significant negatieve effecten op deze doelen of tot een aantasting van de natuurlijke kenmerken. Indien op voorhand significante effecten niet uitgesloten kunnen worden dient een Passende beoordeling opgesteld te worden.
Blad 5 van 27
Natuurtoets Park21 Ten behoeve van een bestemmingsplanwijziging projectnummer 0417636.109 28 april 2021 revisie 00 Gemeente Haarlemmermeer
2.3.2
Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland is een stelsel van ecologisch hoogwaardige natuurgebieden. Dit is onderdeel van de actieve soortbescherming uit de Wet natuurbescherming; bedreigde dier- en plantensoorten in een gunstige staat van instandhouding te brengen. Om dit te realiseren is in de Wnb art. 1.12, lid 2 vastgelegd dat de provincies zorgen voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd Natuurnetwerk Nederland. Door nieuwe natuur te ontwikkelen, kunnen natuurgebieden met elkaar worden verbonden. Zo kunnen planten zich over verschillende natuurgebieden verspreiden en dieren van het ene naar het andere gebied gaan. Het totaal van al deze gebieden en de verbindingen ertussen vormt het Natuurnetwerk Nederland. Het NNN is een netwerk van gebieden in Nederland waar de natuur voorrang heeft. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. Het NNN kan worden gezien als de ruggengraat van de Nederlandse natuur. In de Omgevingsverordening NH2020 van provincie Noord-Holland (2020) zijn regels voor het NNN opgenomen in Artikel 6.38. Voor de natuurgebieden die behoren tot het NNN geldt het ‘nee, tenzij’-principe1.
Het ‘nee, tenzij’-principe betekent dat nieuwe plannen en projecten niet zijn toegestaan als deze een significant negatief effect hebben op de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied, tenzij daarmee een zwaarwegend belang gediend is en er geen reële alternatieven voorhanden zijn. In dat geval moet de schade zoveel mogelijk beperkt worden door het treffen van mitigerende maatregelen en moet de resterende schade gecompenseerd worden. Het ‘nee, tenzij’-principe geldt niet voor de Noordzee, de Waddenzee en het IJsselmeergebied (inclusief Markermeer en IJmeer) en de randmeren. Voor deze gebieden stelt het Barro eigen regels waarbij het Rijk bevoegd gezag is. Gedeputeerde Staten kunnen nadere regels stellen aan de toelichting van het ruimtelijk plan en aan de wijze van compensatie (Artikel 6.38, lid 8). Het regime ter bescherming van het NNN kent in de provincie Noord-Holland geen externe werking. Dit houdt in dat alleen wanneer er binnen de grenzen van het NNN gewerkt wordt, de effecten beoordeeld en eventueel gecompenseerd dienen te worden. Effecten als gevolg van de activiteiten die ontstaan op NNN-gebieden die buiten de plangrenzen liggen (externe effecten), hoeven derhalve niet gecompenseerd te worden. Echter, voor de beoordeling van projecten in het kader van de m.e.r.
dienen ook de effecten op NNN in beeld te worden gebracht ongeacht of wel of niet sprake is van vernietiging binnen NNN. Dit aangezien de Wet milieubeheer ook in het geval van externe werking een toetsing aan de wezenlijke kenmerken en waarden vereist.
2.3.3
Overige gebiedsbescherming Bijzonder Provinciaal landschap In Noord-Holland zijn meerdere Bijzonder Provinciale Landschappen aangewezen. De aanwijzing van de Bijzonder Provinciale Landschappen is verleend op grond van Artikel 1.12 lid 3 van de Wet natuurbescherming. Hierin staat het volgende opgenomen. Art. 1.12 lid 3 Wnb. Gedeputeerde staten kunnen gebieden gelegen buiten het Natuurnetwerk Nederland aanwijzen die van provinciaal belang zijn vanwege hun natuurwaarden of landschappelijke waarden, met inachtneming van hun cultuurhistorische kenmerken. Deze gebieden worden aangeduid als «bijzondere provinciale natuurgebieden», onderscheidenlijk «bijzondere provinciale landschappen». 1 Naast ‘de route’ van de Nee tenzij-afweging kan er sprake zijn van twee andere routes, namelijk een
kleinschalig ontwikkeling of een NNN(EHS)-saldobenadering waarbij er geen onderbouwing aan de orde is van het dwingende belang en/of van alternatieven. Indien relevant wordt bekeken of deze van toepassing zijn voor het plan.
Blad 6 van 27
Natuurtoets Park21 Ten behoeve van een bestemmingsplanwijziging projectnummer 0417636.109 28 april 2021 revisie 00 Gemeente Haarlemmermeer
Het Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL) omvat in Noord-Holland gebieden die landschappelijk, aardkundig, ecologisch of cultuurhistorisch van bijzondere waarde zijn. Onder andere de (in de Provinciale Ruimtelijke Verordening juni 2019 apart genoemde) weidevogelleefgebieden zijn opgenomen in de Bijzonder Provinciale Landschappen. Het BPL is zo concreet mogelijk beschreven in kernkwaliteiten per deelgebied. De voormalige beschermingsregimes Bufferzones, Aardkundig Monument en Weidevogelleefgebied zijn geborgd in de kernkwaliteiten. Bij het BPL moet in de provincie Noord-Holland getoetst worden of de kernkwaliteiten van dat gebied in het geding komen. De kernkwaliteiten zijn opgenomen in Bijlage 6 van de Omgevingsverordening van de provincie. In de provincie Noord-Holland geldt voor de aangewezen BPL (Artikel 6.41 Omgevingsverordening) dat een ruimtelijk plan ter plaatse van het bijzonder provinciaal landschap regels bevat ter bescherming van de voorkomende kernkwaliteiten. Het ruimtelijk plan bevat geen regels die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken. Andere ontwikkelingen zijn wel mogelijk indien deze de kernkwaliteiten niet aantasten. Het ruimtelijk plan kan een nieuwe stedelijke ontwikkeling of een andere nieuwe ruimtelijke ontwikkeling die de kernkwaliteiten van het BPL aantast mogelijk maken (Artikel 6.41), indien: a. er sprake is van groot openbaar belang; b.
er geen reële alternatieven zijn; en c. de aantasting zoveel mogelijk wordt beperkt en de aantasting wordt gecompenseerd. Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb) De provincies verlenen via het Subsidiestelsel Natuur en Landschap (SNL) subsidie voor het behoud en de ontwikkeling van (agrarische) natuurgebieden en landschappen. Het Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer gaat volgens een leefgebiedenbenadering. Doel is het creëren en in stand houden van een leefgebied voor een soort of groep van soorten die vergelijkbaar beheer vraagt. Er zijn in totaal 68 doelsoorten benoemd waarvoor Nederland op grond van de Vogel- en Habitatrichtlijn de internationale verplichting heeft om de Staat van Instandhouding te verbeteren of behouden. Het gaat om amfibieën, insecten, vlinders, vogels en zoogdieren. Een collectief van agrariërs kan subsidie aanvragen voor maatregelen die zij nemen in het kader van ANLb. Met deze vergoeding kunnen bijvoorbeeld agrariërs maatregelen treffen om het aantal soorten dieren en planten te vergroten. De subsidie kan worden verleend voor de leefgebieden open grasland, open akkerland, natte dooradering, droge dooradering en voor de categorie water. Binnen de leefgebieden kunnen verschillende beheeractiviteiten uitgevoerd worden.
De functie van deze activiteiten is bijvoorbeeld het creëren van foerageergebieden, of het optimaliseren van voortplantingsmogelijkheden. Voor de categorie water gelden andere beheerfuncties, zoals waterberging of bufferzones. ANLb kan buiten en binnen het NNN worden toegepast. Het belangrijkste doel is dat agrarische collectieven in kansrijke gebieden samen met bijvoorbeeld overheden en natuurbeheerders werken aan gunstige condities voor soorten waarvoor een instandhoudingsplicht geldt. Ontwikkelingen kunnen in conflict zijn met de Vogel- en Habitatrichtlijn. Dit kan het geval zijn als Nederland de internationale verplichting heeft voor een bepaalde soort de Staat van Instandhouding te verbeteren of behouden. Ontwikkelingen kunnen naast één of meerdere doelsoorten ook het collectief of bijvoorbeeld een individuele grondeigenaar schaden wanneer die geen subsidie kan ontvangen voor beheeractiviteiten. De verantwoordelijkheid voor het ANLb ligt bij de provincies. Die leggen hun natuurdoelen vast in het provinciale Natuurbeheerplan. In het Natuurbeheerplan staat onder andere welke doelsoorten beschermd moeten worden (Boerennatuur, 2019).
Blad 7 van 27
Natuurtoets Park21 Ten behoeve van een bestemmingsplanwijziging projectnummer 0417636.109 28 april 2021 revisie 00 Gemeente Haarlemmermeer
3
Methodiek Dit hoofdstuk beschrijft de methodiek die gehanteerd wordt tijdens het bureauonderzoek (paragraaf 3.2) en gedurende het terreinbezoek (paragraaf 3.3) van voorliggende Natuurtoets. In paragraaf 3.4 wordt aangeduid hoe deze gegevens leiden tot een conclusie.
3.1
Algemeen Het onderzoek naar het voorkomen van beschermde soorten en ligging van beschermde gebieden is opgebouwd uit twee onderdelen: 1. 2.
3.2
Bureaustudie naar waarnemingen van beschermde soorten uit het (recente) verleden en ligging van beschermde gebieden in de invloedsfeer van het plan; Terreinbezoek naar de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde soorten. Aangezien het een toetsing van een plan betreft worden er enkele aannames gedaan en is een oriënterend veldbezoek uitgevoerd. Voor concrete maatregelen in de toekomst kan een nieuwe toetsing noodzakelijk zijn.
Bureauonderzoek Afbakening beschermde soorten In het bureauonderzoek wordt specifiek gekeken naar soorten uit de Vogelrichtlijn (artikel 3.1), soorten van de Habitatrichtlijn (artikel 3.5) en ‘andere’ beschermde soorten (artikel 3.10). Bij vogels zal met name speciale aandacht geschonken worden aan soorten die in het plangebied een essentieel leefgebied kunnen hebben. Voorgenoemde soorten zijn in Nederland zeldzaam of hebben een Europese bescherming (Habitatrichtlijn bijlage IV-soorten, bijlage II Verdrag van Bern en bijlage I Verdrag van Bonn) en moeten worden getoetst op voorkomen en het projecteffect. Treden effecten op, of worden verbodsbepalingen overtreden, dan zijn er maatregelen nodig om deze effecten te voorkomen, verzachten of te compenseren om te voldoen aan de Wnb. Een aantal soorten is door de provincies vrijgesteld en zijn opgenomen in provinciale vrijstellingen (zie tabel B en C in de bijlage). Deze zijn niet meegenomen in deze toetsing. Deze soorten zijn zodanig algemeen in de provincie dat de gunstige staat van instandhouding niet in het geding komt bij het voorliggende project. Wel geldt de algemene zorgplicht. Door het uitvoeren van een aantal zorgplicht gerelateerde maatregelen, wordt voldaan aan de zorgplicht en kan de gunstige staat van instandhouding worden gegarandeerd.
Hierbij kan gedacht worden aan het rekening houden met de kwetsbare seizoenen van deze soorten en de manier van werken (zoals het aanhouden van vaste rijroutes en het zorgen voor vluchtmogelijkheden voor de soorten). Bronnen Om een beeld te krijgen van de verspreiding en (mogelijk) voorkomen van beschermde soorten in en rond het plangebied, is de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) geraadpleegd. Hierbij is nagegaan of er in de periode 2016-2021 beschermde soorten zijn aangetroffen in of nabij het plangebied. Daarnaast zijn ook regionale bronnen en atlassen gebruikt. De soortgegevens hebben veelal betrekking op de regio en niet specifiek op het plangebied. Aan de hand van de resultaten van de bureaustudie is een inschatting gemaakt of de betreffende soorten in het plangebied voor zouden kunnen komen.
Blad 8 van 27
Natuurtoets Park21 Ten behoeve van een bestemmingsplanwijziging projectnummer 0417636.109 28 april 2021 revisie 00 Gemeente Haarlemmermeer
Naast de bronnen met soortinformatie, is voor het bepalen van de ligging van beschermde gebieden gebruik gemaakt van de gebiedendatabase op de website van het Ministerie van EZ of provinciale digitale atlassen. Om inzicht te krijgen in de ligging van het plangebied t.o.v. van het NNN is de provinciale website geraadpleegd.
3.3
Terreinbezoek Naar aanleiding van de uitkomsten van voorgenoemde bureaustudie is middels een terreinbezoek bepaald in hoeverre de aanwezigheid van beschermde soorten aannemelijk gesteld kan worden op basis van aanwezig geschikt habitat. Naast directe waarnemingen kan dan aan de hand van de aangetroffen biotopen een beeld worden geschetst van de verwachte aanwezige beschermde soorten. Dit is noodzakelijk omdat enkele seizoensgebonden soorten flora en fauna mogelijk niet kunnen worden waargenomen. Aan de hand van het aangetroffen biotoop en habitatvoorkeur(en) kunnen echter wel indicaties worden gegeven van het mogelijk voorkomen van deze soorten op de locatie. Het gaat hier om een deskundigenoordeel op basis van de fysieke gesteldheid van het terrein (biotopenonderzoek). Daarnaast zijn de aangetroffen belangwekkende soorten opgetekend. Op 8 december 2020 is vanaf circa 9:00 uur een terreinbezoek uitgevoerd door een deskundig ecoloog van Antea Group bij zwaar bewolkt weer met een temperatuur van circa 5 °C (KNMI). Tijdens het terreinbezoek is het al ingerichte deel van het plangebied te voet belopen (zie Figuur 3.1 gele vlak), de rest van het gebied is beschouwd vanaf de noordoost – zuidwest lopende openbare wegen (Zie Figuur 3.1 blauwe lijnen).
Figuur 3.1. Geeft het al ingerichte deel van het plangebied weer (geel vlak) en de wegen (blauwe lijnen)
Blad 9 van 27
Natuurtoets Park21 Ten behoeve van een bestemmingsplanwijziging projectnummer 0417636.109 28 april 2021 revisie 00 Gemeente Haarlemmermeer
3.4
Effectbeoordeling en advies vervolgtraject Aan de hand van de bevindingen uit het bureauonderzoek en de resultaten van het verkennend terreinbezoek kan worden bepaald of het plan uitvoerbaar is, of een vervolgonderzoek nodig is om beschermde soorten uit te sluiten en om te bepalen wat de effecten zijn. Tevens kan worden geadviseerd over de te volgen procedure inzake de natuurwetgeving.
Blad 10 van 27
Natuurtoets Park21 Ten behoeve van een bestemmingsplanwijziging projectnummer 0417636.109 28 april 2021 revisie 00 Gemeente Haarlemmermeer
4
Resultaten In paragraaf 4.1 wordt allereerst een gebiedsbeschrijving van het plangebied gegeven. Vervolgens wordt in paragraaf 4.2 in gegaan op de resultaten van de in het gebied aanwezige of verwachte beschermde soorten (uiteenzetting van de resultaten van de bureaustudie en het terreinbezoek), waarna in paragraaf 4.3 de ligging van gebieden beschermd in het kader van de Wet natuurbescherming en het NNN in de omgeving van het plangebied aangegeven wordt.
4.1
Gebiedsbeschrijving Het plangebied ligt tussen Nieuw-Vennep en Hoofddorp (gemeente Haarlemmermeer, provincie Noord-Holland). Het gebied ligt ten noorden van de Noordelijke randweg en ten zuiden van de (Nieuwe) Bennebroekerweg. In het westen wordt het gebied begrensd door de autoweg N205 en in het oosten door de autosnelweg A4. De locatie van PARK21 is een agrarisch gebied met voornamelijk (intensieve) akkerbouw. Een deel van het gebied is al ingericht met een park in het noordwesten van het plangebied. Daar is onder andere een honkbalveld, een speeltuin en een klimpark. Door het gebied liggen verschillende wandel- en fietspaden. De rest van het gebied heeft nog de oorspronkelijke functie. Verschillende rechte wegen met fietspaden kruisen het plangebied. Langs de oude wegen zijn woningen, boerderijen en bedrijven als lint aanwezig. De bestaande beplanting bevindt zich voornamelijk langs de bewoonde wegen en erven. Hier bevinden zich de bomenlanen en boomsingels met soorten als populier, els, wilg, iep en, zo nu en dan, eik en struikvormige soorten, zoals katwilg en vlier. Het reeds ingerichte park van PARK21 bestaat voornamelijk uit zwarte els, eik, duindoorn, kardinaalsmuts, linde, hazelaar, haagbeuk, Spaanse aak, grove den en sierpeer. In Figuur 4.1 is een impressie gegeven van het plangebied.
Figuur 4.1. Impressie van het plangebied.
Blad 11 van 27
Natuurtoets Park21 Ten behoeve van een bestemmingsplanwijziging projectnummer 0417636.109 28 april 2021 revisie 00 Gemeente Haarlemmermeer
4.2
Beschermde soorten
4.2.1
Resultaten bureauonderzoek Uit de recente verspreidingsinformatie blijkt dat in of nabij het plangebied in het verleden diverse beschermde soorten zijn waargenomen (binnen een straal van 2,5 kilometer). Dit betreft de beschermde soorten genoemd in Habitatrichtlijn (bijlage IV onderdeel a en b) en de nietvrijgestelde ‘andere soorten’ uit bijlage I (onderdeel a en b) van de Wet natuurbescherming alsook vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest. De soorten zijn weergegeven in Tabel 4.1. Tabel 4.1. Overzicht van waargenomen beschermde soorten in de omgeving van het plangebied (met een straal van 2,5km) die in het NDFF door derden zijn ingevoerd. De soorten zijn in te delen in Habitatrichtlijn (HR), lijsten A en B behorende bij artikel 3.10 en vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest (JRB) en zijn aangegeven met een ‘X’ (NDFF, 2016-2021).
Soortgroep
Vogels met een jaarrond beschermd nest*
Zoogdieren
Amfibieën Reptielen Insecten - Dagvlinders Insecten - Libellen Vissen Planten
Soort
Boomvalk Buizerd Gierzwaluw Grote gele kwikstaart Havik Huismus Kerkuil Ooievaar Ransuil Roek Slechtvalk Sperwer Boommarter Bunzing Eekhoorn Hermelijn Noordse woelmuis Vleermuizen** Wezel Alpenwatersalamander Rugstreeppad
JRB
HR
A/B
X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X
Geen waarnemingen
Grote vos
X
Geen waarnemingen Geen waarnemingen
Groot spiegelklokje Muurbloem
X X
Geen waarnemingen Overige soortgroepen *Categorie 5: de afweging of er sprake is van een jaarrond beschermd nest uit categorie 5 wordt gemaakt bij de beschrijving van de resultaten van het terreinbezoek (paragraaf 4.2.2). **Vleermuizen: gewone dwergvleermuis, gewone/kleine/ruige dwergvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis en watervleermuis.
Op basis van de verspreidingsgegevens van een soort, in combinatie met kennis van de terreingeschiktheid voor deze soorten, is vervolgens nagegaan of het plangebied een functie
Blad 12 van 27
Natuurtoets Park21 Ten behoeve van een bestemmingsplanwijziging projectnummer 0417636.109 28 april 2021 revisie 00 Gemeente Haarlemmermeer
vervult voor (onder andere) deze soorten en of effecten aan de orde zijn. De bevindingen worden in paragraaf 4.2.2 uiteengezet.
4.2.2
Resultaten terreinbezoek - ecologische bevindingen Op basis van het bureauonderzoek en het terreinbezoek wordt per soortgroep ingegaan op de eventuele (kans op) aanwezigheid van beschermde soorten in het plangebied. Aangezien het plangebied gecultiveerd (agrarisch gebruik) en bebouwd is, niet aansluit op grote natuur(lijke)gebieden, in een verstoorde omgeving ligt, en het verspreidingsgebied van een aantal soorten niet tot aan het plangebied loopt, zijn niet alle biotoop-kritische (sub)soortgroepen relevant. Zo zijn er onder andere op basis van het terreinbezoek geen effecten (overtredingen van verbodsbepalingen uit de Wnb) aan de orde op de beschermde (sub)soortgroepen: reptielen, libellen, vissen en overige soortgroepen (kevers, kreeftachtigen, weekdieren, mieren en slakken). Er is voor deze soort(groep)en geen essentieel leefgebied in het plangebied. Effecten zijn op voorhand uitgesloten. De andere soortgroepen worden hierna beschreven: vogels, zoogdieren, amfibieën, dagvlinders, vissen en planten. Vogels Soorten met jaarrond beschermd nest (categorie 1 t/m 4) Zoals blijkt uit de bureaustudie is een aantal vogelsoorten waargenomen in de omgeving van het plangebied waarvan de broedplaatsen jaarrond beschermd zijn en waar bij verwijdering of aantasting van de vaste rust- en verblijfplaats altijd ontheffing moet worden aangevraagd.
Er zijn tijdens het oriënterende veldbezoek een aantal buizerds waargenomen en op verschillende locaties grote nesten. Er zijn waarschijnlijk jaarrond beschermde nestplaatsen aanwezig in het plangebied. Gevolgen van het plan op deze soorten wordt in Hoofdstuk 5 behandeld. Soorten met mogelijk een jaarrond beschermd nest (categorie 5) Daarnaast zijn er categorie 5-vogelsoorten, waarvan de nesten alleen jaarrond zijn beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. Dit laatste is op het plangebied niet van toepassing. Er zijn geen categorie 5 soorten te verwachten die zeldzaam zijn in de omgeving of onvoldoende nestgelegenheden hebben in de omgeving. Derhalve zijn er geen zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden die jaarronde bescherming rechtvaardigen. Algemene vogelsoorten (artikel 3.1) De vegetatie in het plangebied biedt een geschikt broedbiotoop voor diverse algemeen voorkomende soorten zoals bijvoorbeeld knobbelzwaan, grauwe gans, wilde eend, houtduif, Turkse tortel, roodborst en merel. Gevolgen van het plan op deze soorten wordt in Hoofdstuk 5 behandeld. Zoogdieren Vleermuizen Bij het amoveren van bebouwing en het kappen van vooral oudere bomen dient te allen tijde rekening te worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van vleermuizen.
Gebouwbewonende vleermuizen verblijven met name in spouwmuren, onder dakbetimmering, achter boeiborden of op zolders. Boombewonende vleermuizen verblijven in gaten, holen of scheuren van voornamelijk grote bomen. In het voorliggende plangebied bevinden zich veel gebouwen en bomen die potentieel geschikt zijn als verblijfplaats. Het plangebied is tevens geschikt als foerageergebied. Tevens kunnen watergangen en bomenrijen dienst doen als
Blad 13 van 27
Natuurtoets Park21 Ten behoeve van een bestemmingsplanwijziging projectnummer 0417636.109 28 april 2021 revisie 00 Gemeente Haarlemmermeer
vliegroute(ondersteuning). De aanwezigheid van vleermuizen in het plangebied kan niet worden uitgesloten. Gevolgen van het plan op vleermuizen wordt in Hoofdstuk 5 behandeld. Overige (land)zoogdieren Boommarter De boommarter leeft bij voorkeur in bossen. In Nederland komt de soort voor in verschillende typen bossen. Boommarters kiezen hun rustplaatsen vaak in boomholten, konijnen-, vossen of dassenholen, tussen boomwortels of onder takkenbossen. Nesten zitten vaak in oude spechten of eekhoornholen en soms in gebouwen die in of aan de rand van het bos staan. Boommarters maken meestal niet zelf een hol maar passen een bestaand nest aan (Zoogdiervereniging, z.d.). Er zijn in de afgelopen vijf jaar geen waarnemingen van boommarter gedaan in de directe omgeving van het projectgebied. De waarnemingen van de boommarter zijn vooral gedaan in het bos ten westen van Heemstede en rond Amstelveen (NDFF).In het plangebied is geen geschikt biotoop aanwezig. De aanwezigheid van de soort in het plangebied is uitgesloten. Bunzing, hermelijn en wezel De bunzing, hermelijn en wezel zijn aangetroffen in het plangebied (NDFF). Bosschages en ruigte bieden bijvoorbeeld geschikt leefgebied voor de marterachtigen. In het leefgebied worden holen van andere soorten (bijvoorbeeld van konijnen, ratten of muizen), steenhopen en takkenbossen als schuilplaats gebruikt.
Zich verplaatsen doen ze vaak via lijnvormige landschapselementen zoals singels, heggen, oeverlijnen en dergelijke (Zoogdiervereniging, z.d.). De aanwezigheid van de genoemde soorten in het plangebied kan niet worden uitgesloten. Gevolgen van het plan op deze soortgroep wordt in Hoofdstuk 5 behandeld. Eekhoorn Eekhoorns komen voor in verschillende types bos, maar ook in tuinen, parken en houtwallen in de buurt van bos. Mits er voldoende voedsel beschikbaar is, komen ze ook in bebouwd gebied. De voorkeur gaat uit naar ouder bos met naaldbomen ouder dan 20 jaar of loofbomen ouder dan 40-80 jaar omdat daar meer voedsel en nestgelegenheid is (Zoogdiervereniging, z.d.). Geschikt bos komt in de directe omgeving van Park21 niet voor. In Park21 zijn ook geen waarnemingen van de soort (NDFF). De waarnemingen van de eekhoorn zijn vooral gedaan in het bos ten westen van Heemstede en rond Amstelveen (NDFF). De aanwezigheid van de soort in het plangebied is uitgesloten. Noordse woelmuis Ten noorden van de Haarlemmermeer in natuurgebieden rondom de Liede komt de Noordse woelmuis voor. De Noordse woelmuis is erg gevoelig voor concurrentie van andere woelmuizen en komt daardoor voornamelijk voor in natte terreinen, zoals rietland, moeras en zeer extensief gebruikte weilanden, drassige hooilanden en periodiek overstroomde hooilanden (Zoogdiervereniging, z.d.).
Dit soort terreinen zijn niet aanwezig in Park21. Aanwezigheid van de soort in het plangebied is uitgesloten.
Blad 14 van 27
Natuurtoets Park21 Ten behoeve van een bestemmingsplanwijziging projectnummer 0417636.109 28 april 2021 revisie 00 Gemeente Haarlemmermeer
Amfibieën Alpenwatersalamander De alpenwatersalamander is weinig kritisch ten opzichte van z’n leefgebied. De soort komt voor op zand-, leem-, en lössbodems. Zee- en rivierklei worden gemeden. Hij komt voor in beboste gebieden (loofbos) of kleinschalige landschappen met heggen, struwelen en de noodzakelijke poelen. Door de afwezigheid van geschikt leefgebied is de aanwezigheid van de soort in de nog in te richten delen van Park21 uitgesloten. Rugstreeppad Uit waarnemingen uit de NDFF blijkt dat de afgelopen vijf jaar verschillende waarnemingen zijn gedaan van de rugstreeppad in de omgeving van het plangebied. Er zijn onder andere waarnemingen bij Hillegom (op 1,5 km afstand) en Zwaanshoek. Volgens RAVON (z.d.) komt de rugstreeppad voor in gebieden met een hoge dynamiek. Deze kan veroorzaakt worden door menselijk ingrijpen in de omgeving, zoals bij bouwterreinen, groeven en zandafgravingen. Daarnaast is de soort te vinden in sloten gelegen in akker- en graslandgebieden. De akkers hebben kenmerken van een hoog dynamisch gebied en zijn omringd door sloten. De soort plant zich vaak voort in ondiepe (tijdelijke) zeer snel opdrogende wateren, zoals poelen, ondiepe sloten en zelfs ‘karren’ sporen. Overwintering vindt plaats op allerlei plaatsen zoals in takkenbulten, onder puin of tegels en in muizenholen.
In het plangebied zijn geen waarnemingen van de soort bekend, maar het plangebied voldoet aan biotoopeisen van de soort. Daarnaast is het bekend dat ze zich over relatief grote afstanden verplaatsen. De maximale verplaatsingsafstand (van met name juvenielen) bedraagt circa 5,0 km. Het is derhalve denkbaar dat individuen uit de omgeving het plangebied kunnen bereiken. Vooral bij de inrichting van het gebied ontstaat mogelijk tijdelijk geschikt leefgebied wat ze snel kunnen kolonialiseren. Gevolgen van het plan op deze soort wordt in Hoofdstuk 5 behandeld. Rode lijst-soorten In het plangebied zijn nog rode lijst soorten waargenomen die niet behoren tot de beschermde soorten (zie tabel 3.5). Tabel 3.5: Overzicht van de Rode Lijstsoorten in het plangebied die in het NDFF door derden zijn ingevoerd (NDFF, 2016-2021).
Soortgroep Dagvlinders Vaatplanten
Soort Bruin blauwtje Akkerandoorn
Rode Lijst Gevoelig Kwetsbaar
Blauw walstro
Kwetsbaar
Bolderik
Kwetsbaar
Gew. Agrimonie
Gevoelig
Kamgras
Gevoelig
Kleine ratelaar Korenbloem
Gevoelig Gevoelig
Rode ogentroost
Gevoelig
Valse kamille
Kwetsbaar
Blad 15 van 27
Waar in het plangebied (5 jaar) Eén waarneming lans de Ijweg Twee waarnemingen in de omgeving van Rijnlanderweg Eén waarneming in de omgeving van Rijnlanderweg Eén waarneming nabij kruising spoor en Bennebroekerweg Twee waarnemingen in omgeving Zuidtak Zuidtangent Vier waarnemingen in noordelijk deel plangebied Eén waarneming nabij klimpark 12 waarnemingen voornamelijk in de al ingerichte delen Drie waarnemingen in de al ingerichte delen Eén waarneming op volkstuinencomplex Ijweg
Natuurtoets Park21 Ten behoeve van een bestemmingsplanwijziging projectnummer 0417636.109 28 april 2021 revisie 00 Gemeente Haarlemmermeer
Soortgroep
Soort Waterdrieblad
Rode Lijst Gevoelig
Waar in het plangebied (5 jaar) Eén waarneming langs Rijnlanderweg
Vlinders Grote vos In de omgeving van Park21 is de grote vos waargenomen. Het habitat bestaat uit vochtige open bossen, bosranden, boomgaarden en andere plekken met grote vrijstaande bomen. Zwervende vlinders worden ook vooral aangetroffen in bosrijke omgeving. De vlinders zijn vooral te vinden op warme, zonnige, open maar beschutte plekken. Het plangebied of delen ervan) voldoet niet aan de habitateisen van de soort. De aanwezigheid van deze soort is uitgesloten. Planten Groot spiegelklokje en muurbloem In de omgeving van het plangebied zijn twee beschermde plantensoorten waargenomen (NDFF). Het betreft groot spiegelklokje en muurbloem. Tijdens het terreinbezoek zijn geen beschermde plantensoorten aangetroffen, deze zijn voor het plangebied ook niet bekend. Veel of de meeste onder de Wet natuurbescherming beschermde planten zijn zeldzaam tot zeer zeldzaam en komen bovendien voor in specifieke biotopen. Echter zijn er steeds meer waarnemingen van zeldzame planten op locaties waar ze niet worden verwacht. Er zijn namelijk veel zeldzame soorten die op suboptimale locaties worden ingezaaid. De planten kunnen zich soms voor een langere tijd handhaven.
Groot spiegelklokje staat op open zonnige, vochtige, stikstofarme, matig voedselrijke bodems (Verspreidingsatlas, z.d.) en wordt voornamelijk door het voorkomen op stikstofarme en matig voedselrijke omstandigheden niet direct verwacht (het plangebied is overwegend vrij voedselrijk). Echter kan de aanwezigheid van de soort niet volledig uit worden gesloten in bermen en schralere delen van het plangebied. Er zijn waarnemingen gedaan in de omgeving van het plangebied. Aan de noordkant van Hoofddorp betreft het een waarneming uit 2016 van honderden individuen in een perceel dat is ingezaaid met akkeronkruiden. Aan de oostzijde betreft het een enkel individu in de berm van een fietspad waargenomen in 2019 (NDFF). Aanvullend op de waarnemingen uit de NDFF is er een waarneming uit 2020 waarbij is aangegeven dat de plant ‘ontsnapt’2 is (Waarneming.nl, 2020). Langs de IJtocht (die in het westen door het plangebied loopt) zijn 2,5 ha akkerkruidenstroken gezaaid met spiegelklokje (Wijkraad Hoofddorp-Oost; Stichting MEER Groen). Van nature komt het groot spiegelklokje in het plangebied niet voor. De waarnemingen van de soort in de omgeving van het plangebied zijn terug te leiden tot inzaai inspanningen. Mogelijk staat de soort langs het deel van de IJtocht dat onderdeel is van het plangebied. Echter zijn eventueel ingezaaide individuen niet beschermd.
De verboden uit de Wnb gelden ook alleen bij aanwezigheid in het natuurlijke verspreidingsgebied. De aanwezigheid van beschermde Groot spiegelklokjes is uitgesloten. Muurbloem groeit alleen op oude verweerde muren van kerken, stadmuren en dergelijke. Aangezien het een zeer zeldzame soort betreft zijn de groeiplaatsen exact bekend (Verspreidingsatlas, z.d.). In de Floron verspreidingsatlas zijn de vindplaatsen bij Hoofddorp aangemerkt als niet wild. De waarnemingen van muurbloem in Hoofddorp zijn waarschijnlijk verwilderde siervarianten uit of in een tuin. De aanwezigheid van de beschermde muurbloem in het plangebied is uitgesloten. 2 Ontsnapt wijst bijvoorbeeld op ingezaaide planten of verwilderde tuinplanten.
Blad 16 van 27
Natuurtoets Park21 Ten behoeve van een bestemmingsplanwijziging projectnummer 0417636.109 28 april 2021 revisie 00 Gemeente Haarlemmermeer
4.2.3
Samenvatting beschermde soorten Uit het terreinbezoek is gebleken dat de soorten weergegeven in Tabel 4.2 en die een beschermde status hebben in de Wet natuurbescherming mogelijk voor kunnen komen in het plangebied. In hoofdstuk 5 wordt nader op deze soorten in gegaan. Tabel 4.2. Mogelijk aanwezige beschermde soorten in het plangebied.
Soort(groep) Vogels met jaarrond beschermd nest Algemene broedvogels
Beschermingsregime
Aanwezigheid
Artikel 3.1
Waarschijnlijk
Artikel 3.1
Waarschijnlijk
Artikel 3.5
Nog onduidelijk
Artikel 3.10
Mogelijk
Artikel 3.5
Mogelijk
Vleermuizen Bunzing, hermelijn en wezel Rugstreeppad
Blad 17 van 27
Toelichting Groot plangebied waarbinnen de aanwezigheid van jaarrond beschermde nestplaatsen aannemelijk is De vegetatie in het plangebied biedt nestgelegenheid Gebouwen zijn geschikt als verblijfplaats en watergangen en bomenrijen geschikt als vliegroute(ondersteuning) Projectgebied voldoet plaatselijk aan de biotoopeisen van de kleine marterachtigen en deze zijn in de directe omgeving waargenomen Mogelijk in de sloten van het plangebied, dieren kunnen snel werkterrein kolonialiseren
Natuurtoets Park21 Ten behoeve van een bestemmingsplanwijziging projectnummer 0417636.109 28 april 2021 revisie 00 Gemeente Haarlemmermeer
4.3
Beschermde gebieden
4.3.1
Natura 2000-gebieden Het plangebied ligt niet in Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid ligt op circa 4 kilometer afstand ten oosten van het plangebied. Dit gebied is door toenmalig ministerie van EZ aangewezen als Natura 2000-gebied op grond van de Habitatrichtlijn. Aanwijzing tot Natura 2000-gebied vindt plaats op basis van het voorkomen van specifieke soorten en/of habitattypen. Voor deze soorten en habitattypen worden doelen benoemd met betrekking tot aantal, oppervlakte en kwaliteit van het habitat of leefgebied, de zogenaamde instandhoudingsdoelen. De habitattypen bevinden zich in het Natura 2000-gebied. Van de habitatsoorten liggen er voor de meervleermuis essentiele onderdelen van het leefgebied buiten het Natura 2000-gebied. Verblijfplaatsen en vliegroutes van de soort zijn in het plangebied niet uitgesloten.
Kennemerland-Zuid
Figuur 4.2. Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid (weergegeven in groen) ten opzichte van het plangebied (rood omkaderd). Bron: Natura2000.nl
4.3.2
Natuurnetwerk Nederland In het plangebied is NNN-gebied aanwezig (Figuur 4.3). Dit betreft een al ingericht deel van Park21. In Figuur 4.3 is ten noordoosten van en evenwijdig aan Park21 een nog te realiseren natuurverbinding weergegeven.
4.3.3
Overige gebiedsbescherming De gronden van het beoogde Park21 zijn geen onderdeel van Bijzonder Provinciaal Landschap of Weidevogelleefgebied (Figuur 4.3). Wel vallen de percelen binnen de agrarische leefgebieden ‘open akker’ dan wel ‘natte dooradering’ en valt het hele gebied binnen de categorie ‘water’ (Figuur 4.4).
Blad 18 van 27
Natuurtoets Park21 Ten behoeve van een bestemmingsplanwijziging projectnummer 0417636.109 28 april 2021 revisie 00 Gemeente Haarlemmermeer
Figuur 4.3. NNN-gebied ten opzichte van het plangebied (rood omkaderd). Bron: maps.noord-holland.nl
Figuur 4.4. Agrarische leefgebieden: open akker – paars, natte dooradering – blauw en categorie water – donker groen. Bron: maps.noord-holland.nl
Blad 19 van 27
Natuurtoets Park21 Ten behoeve van een bestemmingsplanwijziging projectnummer 0417636.109 28 april 2021 revisie 00 Gemeente Haarlemmermeer
5
Toetsing In paragraaf 5.1 is de effectbepaling van het plan gegeven. In paragraaf 5.2 worden de werkzaamheden getoetst aan de soortenbescherming (Wnb). Indien vervolgstappen aan de orde zijn, is dit aangeven in een tekstkader. In paragraaf 5.3 wordt het plan getoetst aan het beschermingsregime van het NNN-gebied en de Wet natuurbescherming (Wnb).
5.1
Effectbepaling plan De volgende biotopen worden beïnvloed door het voornemen: De akkers worden omgevormd naar park (bos, struweel, plassen); Verstoring door licht, geluid en optische verstoring tijdens de realisatie- en gebruiksfase.
5.2
Toetsing effect op beschermde soorten Uit het terreinbezoek is gebleken dat het plangebied een potentieel geschikt biotoop biedt voor vogels, zoogdieren en amfibieën (rugstreeppad) en planten (groot spiegelklokje) (zie ook Tabel 4.2). Om deze reden is er enkel op deze soortgroepen een potentieel effect aan de orde. De onderstaande effectbeoordeling richt zich alleen op deze soort(groep)en. Overige beschermde soorten zijn uitgesloten en ondervinden geen effect van het voornemen.
5.2.1
Vogels Jaarrond beschermde nesten Er is een aantal vogelsoorten waarvan de broedplaatsen jaarrond beschermd zijn en waarbij verwijdering (of verstoring die kan resulteren in de aantasting) van de broedplaats altijd ontheffing moet worden aangevraagd. Dit zijn de zogenoemde categorie 1-4-vogelsoorten (zie Bijlage 1). Het is niet uit te sluiten dat vaste rust- en verblijfplaatsen in het plangebied aanwezig zijn. Voor de jaarrond beschermde broedplaatsen geldt dat aantasting niet zonder meer toegestaan is. Indien daadwerkelijk verblijfplaatsen van de soorten aanwezig zijn in de bebouwing en deze wordt gesloopt of in de bomen en deze worden gekapt, dan worden de beschermde verblijfplaatsen verstoord en vernietigd. Ook kunnen beschermde verblijfplaatsen door verstoring worden vernietigd. Dit is een overtreding van gestelde verbodsbepalingen in de Wet natuurbescherming (artikel 3.1). Om de functie van het plangebied en tevens het effect van het plan op deze eventueel aanwezige jaarrond beschermde nesten te kunnen bepalen, is bij de kap van bomen of sloop van huizen/gebouwen een vervolgonderzoek naar het voorkomen van deze soorten en hun nesten noodzakelijk. Hetzelfde geldt voor werkzaamheden in het broedseizoen in een straal van circa 75 meter rond bomen of gebouwen. Wanneer er geen bomen gekapt worden en gebouwen gesloopt zijn er buiten het broedseizoen geen beperkingen.
Blad 20 van 27
Natuurtoets Park21 Ten behoeve van een bestemmingsplanwijziging projectnummer 0417636.109 28 april 2021 revisie 00 Gemeente Haarlemmermeer
Geschiktheidscontrole vogels jaarrond beschermd nest Om inzichtelijk te krijgen of de gebouwen en bomen daadwerkelijk in gebruik zijn door vogels met een jaarrond beschermd nest, dienen deze nauwkeurig geïnspecteerd te worden. Daarbij wordt gelet op de aanwezigheid van nesten en andere sporen (o.a. mestsporen, braakballen, veren en nesten). Zo wordt inzichtelijk of de soorten mogelijk aanwezig zijn, of hier nader onderzoek naar gedaan moet worden en – indien reeds inzichtelijk – of er mogelijk effecten als gevolg van het voornemen optreden. Nader onderzoek Indien blijkt dat potentieel jaarrond beschermde nesten aanwezig zijn dient dit onderzocht te worden aan de hand van het geldende kennisdocumenten van BIJ12 (2017). Nader onderzoek, conform de kennisdocumenten, vindt in het voorjaar plaats. Algemene broedvogels Alle in gebruik zijnde nesten van vogelsoorten in Nederland zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming (artikel 3.1). Met de meeste broedvogels kan echter in het algemeen relatief eenvoudig rekening worden gehouden door eventuele kap- en sloopwerkzaamheden niet uit te voeren in de broedtijd (circa maart tot en met juli3)) en indien concrete broedgevallen aanwezig zijn. Op deze wijze zijn geen belemmeringen vanuit de Wet Natuurbescherming aan de orde.
Er kunnen in het plangebied nesten gebouwd worden door (algemeen voorkomende) soorten met name in opgaande vegetatie. Indien nesten aanwezig zijn mogen deze tijdens de broedperiode (en wanneer deze in gebruik zijn) niet verwijderd of verstoord worden. Indien het niet mogelijk is om buiten het broedseizoen om te werken dan dient het plangebied (waar de werkzaamheden plaatsvinden) vóór het broedseizoen ongeschikt gemaakt te worden voor (broed)vogels. Mocht dit niet mogelijk zijn dan dient vooraf aan de werkzaamheden het plangebied gecontroleerd te worden op de aanwezigheid van broedvogels door een erkend ecoloog. Indien vastgesteld wordt dat sprake is van actuele broedgevallen binnen het plangebied dan worden locatiespecifieke maatregelen voorgesteld en/of wordt het plangebied niet vrijgegeven en dienen de werkzaamheden uitgesteld te worden totdat het nest niet meer in gebruik is. Concluderend: de soortbescherming uit de Wet natuurbescherming vormt geen belemmering voor het vaststellen van het plan wat betreft jaarrond beschermde nestplaatsen en algemene broedvogels.
5.2.2
Zoogdieren Vleermuizen In het projectgebied komen vleermuizen voor. Vleermuizen zijn beschermde soorten en staan vermeld in bijlage IV van de Habitatrichtlijn. In het kader van de Wet natuurbescherming is daarom een aantal verbodsbepalingen ten aanzien van vleermuizen neergelegd die in principe niet overtreden mogen worden door onder andere een ruimtelijke ontwikkeling. Er kunnen verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn in gebouwen en bomen en daarnaast kan het plangebied in gebruik zijn als foerageergebied of vliegroute.
3
Voor het broedseizoen wordt in het kader van de wet geen standaardperiode gehanteerd. Het broedseizoen is afhankelijk van klimatologische omstandigheden; dit houdt in dat het seizoen eerder dan wel later van start kan gaan en eerder dan wel later kan eindigen. Van belang is of er broedgevallen aanwezig zijn.
Blad 21 van 27
Natuurtoets Park21 Ten behoeve van een bestemmingsplanwijziging projectnummer 0417636.109 28 april 2021 revisie 00 Gemeente Haarlemmermeer
Bij eventuele sloop van het gebouwen en kap van bomen is mogelijk sprake van het vernietigen, verstoren en/of aantasten van vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen. Echter kan ook lichtverstoring resulteren in het in ongeschikt raken van vliegroutes en foerageergebied en als gevolg daarvan ook de vernietiging van verblijfplaatsen. Indien daadwerkelijk verblijfplaatsen aanwezig zijn en indien gebouwen gesloopt/bomen gekapt worden of lichtverstoring (indirect) resulteert in vernietiging van verblijfplaatsen, is dit (zonder aanvullende maatregelen) in overtreding met de Wet natuurbescherming. Er zijn twee sporen mogelijk om overtredingen van de Wet natuurbescherming te voorkomen. 1.