1. RV Ontwerpverklaring van geen bedenkingen voor het bouwen van drie woningen Spieringhof te Vijfhuizen (2022.0001776).pdf
Tekst van het document
Ter plekke is beoordeeld of er beschermde soorten aanwezig kunnen zijn, die schade kunnen ondervinden van de geplande ontwikkelingen. Daarbij is gezocht naar sporen van dieren en is op basis van de begroeiing en de opbouw van het landschap, geschat of er beschermde soorten aanwezig kunnen zijn. De effecten zijn beoordeeld als gevolg van de veranderde omgeving en het veranderde gebruik. Verder is geanalyseerd of de werkzaamheden die noodzakelijk zijn om de veranderingen te bereiken, een effect veroorzaken.
Ruimtelijke Onderbouwing ‘Spieringhof fase 2, Vijfhuizen’
Pagina 24
Soortbescherming Uit de resultaten van de quick scan Ecologie van 18 januari 2019 is gebleken dat binnen de planlocatie geen beschermde soorten worden verwacht. Er dient wel rekening te worden gehouden met vliegroutes en verblijfplaatsen voor vleermuizen en vogels in de directe omgeving. Binnen de planlocatie zijn geen beschermde plantensoorten aangetroffen. Beschermde plantensoorten zijn binnen de planlocatie ook niet te verwachten. Voor de bouwwerkzaamheden is geen aanvullend onderzoek of een ontheffing noodzakelijk. In de begroeiingen zijn algemene broedvogels niet uit te sluiten. Om verstoring te voorkomen dienen de werkzaamheden buiten het broedseizoen – globaal van maart tot en met juli –van vogels te starten. Sommige soorten broeden ook eerder/later, ook dan is de bescherming van toepassing. Dit dient vooraf aan de werkzaamheden te worden gecontroleerd. Dat wordt als voorwaarde aan de omgevingsvergunning verbonden. Om verstoring van vleermuizen en vogels in de omgeving van het plangebied, door verlichting, te voorkomen, dient tijdens de bouw gebruik te worden gemaakt van amberkleurige led-verlichting. Dat wordt als voorwaarde aan de omgevingsvergunning verbonden. De zorgplicht dient in acht te worden genomen.
Aangetroffen dieren die niet uit zich zelf het werkgebied kunnen verlaten, dienen – onder begeleiding van een ecoloog - in veiligheid te worden gebracht en buiten het werkgebied te worden uitgezet. Schuilplekken zoals bladhopen, hout- en steenstapels e.d. dienen eerst te worden gecontroleerd op schuilende dieren. In zijn algemeenheid dienen geschikte schuil- en verwinteringsplekken voor dieren buiten het werkterrein intact te worden gelaten. Gebiedsbescherming Directe effecten op Natura 2000-gebieden zijn op voorhand uit te sluiten. Van de werkzaamheden wordt een marginale toename van de emissie verwacht. Een berekening van de depositie is gemaakt. Van de werkzaamheden zijn geen effecten op het Natuurnetwerk, zoals Natura 2000-gebieden, te verwachten obv Aerius analyse en bijgaand Stikstof Memo. Er is geen vergunning nodig van de Wet natuurbescherming. Effecten op het Natuurnetwerk Nederland zijn op voorhand uitgesloten, door de ligging van het plangebied buiten het NNN.
5.3.3. Conclusie De Wet natuurbescherming vormt geen belemmering voor het verlenen van de omgevingsvergunning en het realiseren van het project. 5.4.
Cultuurhistorie en archeologie
5.4.1. Wet- en regelgeving
Ruimtelijke Onderbouwing ‘Spieringhof fase 2, Vijfhuizen’
Pagina 25
Op 1 september 2007 is de Wet op de archeologische monumentenzorg in werking getreden. Hiermee zijn de uitgangspunten van het Verdrag van Malta binnen de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd. De wet regelt de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem, de inpassing ervan in de ruimtelijke ontwikkeling en de financiering van opgravingen: ‘de veroorzaker betaalt’. Het archeologisch bodemarchief is de grootste bron voor de geschiedenis van Nederland. Het belangrijkste doel van de wet is het behoud van dit erfgoed in situ (ter plekke), omdat de bodem de beste garantie biedt voor een goede conservering van de archeologische waarden. De Beleidsnota Cultureel Erfgoed Gemeente Haarlemmermeer gaat in een breed kader in op cultuurhistorie in de gemeente Haarlemmermeer. Het monumentenbeleid en het archeologiebeleid in algemene zin komt in deze nota aan bod. Binnen het gemeentelijk monumentenbeleid is een belangrijke taak weggelegd voor de erfgoedcommissie. De taak van de erfgoedcommissie is omschreven in de gemeentelijke monumentenverordening. In de Nota Ruimtelijk Beleid en Archeologie Haarlemmermeer wordt uiteengezet hoe de gemeente omgaat met de archeologische zorgplicht (bescherming van het bodemarchief) in ruimtelijke plannen en bij vergunningverlening. 5.4.2.
Archeologie In de Nota Ruimtelijk Beleid en Archeologie Haarlemmermeer wordt uiteengezet hoe de gemeente omgaat met de archeologische zorgplicht (bescherming van het bodemarchief) in ruimtelijke plannen en bij vergunningverlening.
De projectlocatie ligt binnen een zone waar archeologisch onderzoek verplicht is bij plannen van 500 m2 en groter. De oppervlakte van het bouwplan is circa 240 m2, zodat geen onderzoek nodig is. 5.4.3. Cultuurhistorie Op basis van de bestemmingsplan Vijfhuizen 2010 Haarlemmermeer (2010-12-24). Wordt de locatie niet als cultuurhistorisch betiteld. Tevens is in fase 1 van Spieringhof geen cultuurhistorische waarde aanwezig.
5.4.4. Conclusie Onderzoek naar archeologische en cultuurhistorische waarden is niet noodzakelijk. 5.5.
Verkeer en parkeren
Ruimtelijke Onderbouwing ‘Spieringhof fase 2, Vijfhuizen’
Pagina 26
5.5.1. Verkeer Vijhuizen ligt aan de rand van de polder en wordt via de D’yserinckweg en de Vijfhuizerdijk ontsloten. Vanuit Haarlemmermeer is het dorp bereikbaar vanaf de oude polderwegen de Vijfhuizerweg en de Kromme Spieringweg. Het plangebied zelf wordt ontsloten op de Kromme Spieringweg. Ter plaatse heeft de weg een maximum snelheid van 30 km/ uur. De Vijfhuizerdijk verbindt Vijfhuizen in noordelijke richting met de N205 en de Vijhuizerweg in oostelijke richting. Deze weg sluit in het noorden aan op de A9 en in het zuiden op de N207. De planlocatie is redelijk bereikbaar met het openbaar vervoer. Zo is er aan de Vijfhuizerdijk op loopafstand een bushalte van Connexxion met een rechtstreekse busverbinding met Hoofddorp (via Hoofddorp Centrum naar NS-station Hoofddorp). Het NS station bevindt zich aan de lijn Amsterdam/Schiphol – Leiden. Ook is er op circa 800 meter afstand een halte van het R-net, die Haarlem en Schiphol met elkaar verbindt. De fietser maakt gebruik van het bestaande wegennet. Daarnaast zijn er in Vijfhuizen een aantal specifieke fietspaden voor interne verbindingen. Voor de nu geplande 3 woningen kan op basis van de CROW kengetallen worden uitgegaan van 22 mvt/etmaal. Deze geringe toename van het aantal verkeersbewegingen kan worden opgevangen door de bestaande infrastructuur. 5.5.2.
Parkeren Op grond van het ‘Handboek parkeernormen gemeente Haarlemmermeer 2018’ geldt voor woningen in de categorie ‘koop, tussen/hoek’ in matig stedelijk gebied op afstand van meer dan 700 meter van een HOV-halte een parkeernorm van 2,3 parkeerplaatsen per woning. Het aandeel bezoekers daarvan is 0,3 per woning. Voor het voorliggende project betekent dit dat in totaal 6,9 parkeerplaatsen voor de drie woningen gerealiseerd moeten worden. In het bouwplan wordt daaraan voldaan doordat de twee hoekwoningen elk beschikken over een eigen gebouwde garage met een oprit. De garage met enkele opzit telt als 1 parkeerplaats en de garage met een lange oprit telt als 1,3 parkeerplaats (Handboek, pag 14). De vier parkeerplaatsen die nodig zijn voor de tussenwoning en bezoekers worden tegenover de woningen in de binnen het project ‘Spieringhof’ te realiseren openbare ruimte aangelegd. 5.5.3. Conclusie De verkeersgeneratie van het project kan zonder problemen worden afgewikkeld op het bestaande wegennetwerk. Er wordt voldaan aan de geldende parkeernormen. 5.6.
Geluid
5.6.1 Wet- en regelgeving
Ruimtelijke Onderbouwing ‘Spieringhof fase 2, Vijfhuizen’
Pagina 27
Wegverkeer In de Wet geluidhinder (Wgh) is bepaald dat het bevoegd gezag bij vaststelling van een bestemmingsplan de wettelijke grenswaarden in acht moet nemen. Toetsing aan de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting van de Wgh vindt plaats per weg. Het geluidsniveau ten gevolge van het wegverkeer dient op de gevels van nieuwe (of te wijzigen) woningen in de geluidszone van een weg te voldoen aan de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting. Deze bedraagt 48 dB. Indien deze voorkeursgrenswaarde wordt overschreden kan de gemeente een hogere grenswaarde toestaan, de zogenaamde "Hogere waarde". De Hogere waarde mag enkel worden verleend indien uit akoestisch onderzoek is gebleken dat bron-, overdrachts- of gevelmaatregelen om het geluidsniveau terug of onder de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting te brengen niet mogelijk is. Aan de Hogere waarde is een maximum verbonden. Voor de nieuwbouw van woningen in binnenstedelijke situaties is dit 63 dB en in buitenstedelijke situaties is dit 53 dB. Deze niveaus zijn na aftrek van de correctie conform artikel 110g van de Wgh.
Spoorweglawaai In artikel 105 van de Wgh staat dat landelijke spoorwegen een zone hebben. In artikel 106 en verder van de Wgh staan grenswaarden voor het geluid dat geluidgevoelige bebouwing mag ondervinden van railverkeerslawaai. Voor woningen in nieuwe situaties is de voorkeursgrenswaarde Lden = 55 dB. Het gemotiveerd vaststellen van een hogere waarde is mogelijk. De maximaal hogere waarde is afhankelijk van de situatie. Zij is 68 dB voor spoorweglawaai bij nieuwe woningen in stedelijk gebied. Industrielawaai Op basis van artikel 40 van de Wgh kunnen (delen van) industrieterreinen worden aangewezen als gezoneerd industrieterrein met een zonegrens. Dit betreft industrieterreinen waarop zich gronden bevinden die zijn aangewezen voor mogelijke vestiging van zogenaamde "zware lawaaimakers" als genoemd in artikel 41 lid 3 van de Wgh en artikel 2.1 lid 3 van het Besluit omgevingsrecht. Buiten de zonegrens mag de geluidbelasting vanwege het industrieterrein de waarde van 50 dB(A) niet te boven gaan. De op 1 januari 2007 geldende ten hoogste toelaatbare geluidsbelastingen voor woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen – vastgelegd in eerder genomen besluiten – blijven gelden. Luchtverkeerslawaai Op grond van artikel 8.30a van de Wet luchtvaart stelt de minister elk vijfde kalenderjaar een geluidsbelastingkaart vast.
Die heeft betrekking op de geluidsbelasting (hele dag (Lden) en ‘s nachts (Lnight) veroorzaakt door de luchthaven op woningen en bij Algemene Maatregel van Bestuur aan te wijzen categorieën van andere geluidgevoelige gebouwen. Het plangebied is gelegen binnen de invloedsfeer van vliegveld Schiphol. In het onderstaande kaartje is het beperkingengebied voor geluidgevoelige bebouwing uit het LIB (Luchthavenindelingsbesluit) weergegeven. De locatie ligt buiten de 55 dB(A) en naar grote verwachting ook buiten de 50 dB(A) Lden contour. Gesteld kan worden dat luchtvaartlawaai niet meer relevant is in de cumulatie van alle geluidbronsoorten.
Ruimtelijke Onderbouwing ‘Spieringhof fase 2, Vijfhuizen’
Pagina 28
5.6.2 Onderzoek Op basis van artikel 77 van de Wgh is bij de vaststelling van een bestemmingsplan het noodzakelijk dat een akoestisch onderzoek wordt uitgevoerd naar de geluidbelasting op
Ruimtelijke Onderbouwing ‘Spieringhof fase 2, Vijfhuizen’
Pagina 29
gevels van woningen.
Ruimtelijke Onderbouwing ‘Spieringhof fase 2, Vijfhuizen’
Pagina 30
5.7.
Milieuzonering
Voor het bepalen van een aanvaardbare afstand tussen woningen en milieuhinderlijke bedrijvigheid is door de VNG de Brochure Bedrijfs- en milieuzonering uitgebracht. In die brochure worden aanbevolen richtafstanden gegeven. Bij gemengd gebied zoals hier het geval is, geldt dat ten opzichte van de richtafstandenlijst een afstandsstap kleiner kan worden aangehouden. Indien een kleinere afstand wordt gerealiseerd dan wordt aanbevolen is er aanleiding om naar de specifieke situatie te kijken om de aanvaardbaarheid te beoordelen. Op het nabij gelegen adres Vijfhuizerdijk 21 is het bedrijf Hovicon International B.V. gevestigd. Dit betreft een kantoor, dat geen geluid- of andere milieuhinder veroorzaakt waarmee rekening gehouden dient te worden. De richtafstand voor kantoren in gemengd gebied is 0 meter. Daaraan wordt voldaan. Op het adres Kromme Spieringweg 545A is een groothandel voor gereedschap gevestigd. De richtafstand voor dit type bedrijven (Overige grth; bedrijfsmeubels, emballage, vakbenodigdheden e.d.) in gemengd gebied is 10 meter. Daaraan wordt voldaan. Op het adres Kromme Spieringweg 535 is een bakkerij gevestigd. Aan de straatzijde bevindt zich de winkel. Aan de achterzijde de bakkerij waar alle producten worden gemaakt. De richtafstand voor dit type bedrijven (Broodfabrieken, brood- en banketbakkerijen; v.c.
< 7500 kg meel/week, bij gebruik van charge-ovens) in gemengd gebied is 10 meter. Aan deze richtafstand wordt niet voldaan. In deze specifieke situatie is van belang dat de productiewerkzaamheden (potentieel hinderlijk) niet aan de achterzijde van het perceel van de bakker plaatsvinden: in de achterste gebouwen is alleen de opslag die niet hinderlijk is. De bron van eventuele hinder is daarom op meer dan 10 meter van de nieuwe woningen gelegen.
Ruimtelijke Onderbouwing ‘Spieringhof fase 2, Vijfhuizen’
Pagina 31
Quikscan Geur
Ruimtelijke Onderbouwing ‘Spieringhof fase 2, Vijfhuizen’
Pagina 32
Quikscan Geur
Ruimtelijke Onderbouwing ‘Spieringhof fase 2, Vijfhuizen’
Pagina 33
5.8.
Lucht
5.8.1. Wet- en regelgeving Wet luchtkwaliteit De belangrijkste wet- en regelgeving voor luchtkwaliteit is vastgelegd in de Wet luchtkwaliteit. De hoofdlijnen van deze wet zijn te vinden in hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer. De luchtregelgeving is uitgewerkt in een aantal AMvB's en Ministeriele Regelingen. Wet Milieubeheer In bijlage II van de Wet milieubeheer zijn voor de volgende stoffen grenswaarden voor de concentratie in de buitenlucht opgenomen: stikstofdioxide (NO 2), fijn stof (PM10), benzeen (C6H6), zwaveldioxide (SO2), lood (Pb), koolmonoxide (CO). Uit metingen van het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit en berekeningen van het Milieu en Natuur Planbureau blijkt dat aan de grenswaarden voor benzeen, zwaveldioxide, lood en koolmonoxide al geruime tijd in (nagenoeg) geheel Nederland wordt voldaan. In de Nederlandse situatie leveren alleen de concentraties stikstofdioxide (NO 2) en fijn stof (PM10) problemen op in relatie tot de wettelijke normen. De wijze waarop het aspect luchtkwaliteit in acht genomen dient te worden bij planvorming is geregeld in artikel 5.16 en 5.16a van de Wet milieubeheer.
Op basis van deze wetgeving kunnen ruimtelijk-economische initiatieven worden uitgevoerd als aan één of meer van de volgende voorwaarden wordt voldaan: • Grenswaarden uit bijlage II van de Wet milieubeheer worden niet overschreden, of • Per saldo verbetert de luchtkwaliteit of blijft tenminste gelijk, of • Het initiatief draagt niet in betekenende mate bij aan de luchtkwaliteit (aan concentratie PM10 en NO2), of • Het initiatief is opgenomen in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). In aanvulling op het bovenstaande toetsingskader stelt de AMvB ‘Gevoelige Bestemmingen (luchtkwaliteitseisen)’ dat bij de voorgenomen realisering van gevoelige bestemmingen, zoals scholen, kinderdagverblijven, verzorgingshuizen ed. op een locatie binnen 300 meter vanaf de rand van rijkswegen of binnen 50 meter vanaf de rand van provinciale wegen, moet worden onderzocht of op die locaties sprake is van een daadwerkelijke of een dreigende overschrijding van de grenswaarden voor PM10 en/of NO2. Blijkt uit het onderzoek dat sprake is van zo’n (dreigende) overschrijding, dan mag het totaal aantal mensen dat hoort bij een ‘gevoelige bestemming’ niet toenemen. Het maakt voor de vestiging van gevoelige bestemmingen niet uit of het deel uitmaakt van ‘niet in betekenende mate’ projecten of ‘in betekenende mate’ projecten.
De AMvB ‘Gevoelige Bestemmingen’ moet in beide gevallen worden nageleefd. 5.8.2. Onderzoek De omgevingsvergunning leidt tot de toevoeging van 3 nieuwe woningen. Dit ligt ver onder de drempel van 1.500 woningen, zodat zeker is dat het project ‘niet in betekenende mate bijdraagt’. Onderzoek is niet nodig.
Ruimtelijke Onderbouwing ‘Spieringhof fase 2, Vijfhuizen’
Pagina 34
Er is geen sprake van gevoelige bestemmingen en evenmin is de locatie gelegen binnen 300 meter vanaf de rand van rijkswegen of binnen 50 meter vanaf de rand van provinciale wegen.
5.8.3. Conclusie De luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het project. 5.9.
Externe veiligheid
5.9.1. Wet- en regelgeving Externe veiligheid heeft betrekking op de veiligheid voor de omgeving van een inrichting met gevaarlijke stoffen en/of transport van gevaarlijke stoffen. Elk nieuw ruimtelijk plan moet volgens de Wet ruimtelijke ordening getoetst worden aan de normen voor plaatsgebonden risico en de oriëntatiewaarden voor het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico is het risico (uitgedrukt in kans per jaar) dat één persoon die zich onafgebroken en onbeschermd op die plaats bevindt, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een calamiteit met een gevaarlijke stof. Het groepsrisico is in het Besluit externe veiligheid inrichtingen gedefinieerd als: "de cumulatieve kans per jaar dat ten minste 10, 100 of 1.000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof of gevaarlijke afvalstof betrokken is". In het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en de bijbehorende Regeling externe veiligheid inrichtingen zijn de risiconormen voor externe veiligheid met betrekking tot bedrijven met gevaarlijke stoffen vastgelegd. Denk hierbij aan risico’s van onder andere tankstations met LPG, gevaarlijke stoffen -opslagplaatsen en ammoniakkoelinstallaties.
Het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) is gebaseerd op de Wet milieubeheer en de Wet ruimtelijke ordening. Het Bevb regelt onder andere welke veiligheidsafstanden moeten worden aangehouden rond buisleidingen met gevaarlijke stoffen. De normstelling is in lijn met het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Het vervoer van gevaarlijke stoffen is geregeld via de “Wet Basisnet”, een stelsel van wetten en regels. Het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) stelt regels aan transportroutes en de omgeving daarvan. Hierin wordt ingegaan op het plaatsgebonden risico, het groepsrisico en de verantwoordingsplicht. In de Regeling Basisnet staat waar risicoplafonds liggen langs de transportroutes, hoe hoog ze zijn en welke regels er gelden voor ruimtelijke ontwikkelingen. In de gemeente Haarlemmermeer zijn daarnaast routes voor het transport van gevaarlijke stoffen vastgesteld. In aanvulling op de landelijke wet- en regelgeving kent de gemeente Haarlemmermeer ook eigen externe veiligheidsbeleid. Specifiek gaat het om regels over de aanvaardbaarheid en verantwoording van het groepsrisico. Een belangrijke richtsnoer is onder andere dat objecten met niet- of met beperkt zelfredzame personen buiten het invloedsgebied van een risicobron worden geprojecteerd.
Ruimtelijke Onderbouwing ‘Spieringhof fase 2, Vijfhuizen’
Pagina 35
Daarnaast biedt risicokaart.nl inzicht in risicosituaties in de leefomgeving. Dit instrument kan gebruikt worden als informatievoorziening om te helpen bij het voorkomen, bestrijden en beperken van de gevolgen van rampen en zware ongevallen. 5.9.2. Onderzoek Het plaatsgebonden risico (PR) is de kans dat een denkbeeldige persoon op een bepaalde plaats overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De norm (één op één miljoen per jaar) geldt voor kwetsbare objecten als grenswaarde en voor beperkt kwetsbare objecten als richtwaarde. Dit betekent dat er als gevolg van een ongeval - in theorie - per jaar slechts één persoon op een miljoen mensen mag overlijden. Het groepsrisico (GR) is de kans op een ongeval met veel dodelijke slachtoffers. Hierbij wordt gekeken naar de werkelijk aanwezige bevolking en de verspreiding van die bevolking rond een risicobron. Bepaald wordt hoe groot de kans is op tien, honderd of meer slachtoffers tegelijk onder die bevolking. Groepsrisicoberekeningen beogen maatschappelijke ontwrichting inzichtelijk te maken. Het groepsrisico is afhankelijk van de omvang van het ongeval. Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet het groepsrisico worden verantwoord (VGR).
Vanzelfsprekend speelt de hoogte van het groepsrisico een rol, maar ook de mogelijkheden voor zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid maken onderdeel uit van de verantwoordingsplicht. De risicomaten zijn vastgelegd in diverse besluiten en beleidsnotities en -nota’s. Er bevinden zich geen risicobronnen met een invloedssfeer die reikt tot aan de projectlocatie. Het plaatsgebonden risico noch het groepsrisico vormen een belemmering voor het project. 5.9.3. Conclusie Externe veiligheid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het project.
Ruimtelijke Onderbouwing ‘Spieringhof fase 2, Vijfhuizen’
Pagina 36
5.10.
Luchtvaartverkeer
Het Luchthavenindelingbesluit (LIB) bevat ruimtelijke maatregelen op rijksniveau die verband houden met de luchthaven Schiphol. Het Luchthavenverkeerbesluit is gericht op de beheersing van de belasting van het milieu door het luchthavenluchtverkeer. Tezamen vormen deze besluiten een uitwerking van het hoofdstuk 8 van de Wet luchtvaart. Het LIB legt het beperkingengebied en het luchthavengebied vast. Indien het plangebied gelegen is binnen het beperkingengebied gelden beperkingen met het oog op veiligheid en milieu. Het gaat daarbij om afwegingen die moeten worden gemaakt met betrekking tot hoogtebeperkingen, beperkingen bij het toelaten van functies (bestemmingen), het voorkomen van geluidhinder een het voorkomen van het aantrekken van vogels. 5.10.1. Onderzoek Voor de onderhavige locatie geldt, dat de functie woningbouw niet wordt belemmerd. De toegelaten bouwhoogte is hier beperkt tot maximaal 41 meter NAP (zie afbeelding).
5.10.2. Conclusie Voor de locatie leidt het LIB niet tot belemmering van het project. De woonfunctie is toegestaan er wordt ruimschoots voldaan aan de maximum bouwhoogte. 5.11.
Milieueffectrapportage
Op 7 juli 2017 is het Besluit m.e.r. gewijzigd in werking getreden, naar aanleiding van een wijziging van de Europese Richtlijn m.e.r. Deze wijziging heeft tot gevolg dat voor elke vergunningsaanvraag een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde is. Voor een nieuw of de wijziging van stedelijk ontwikkelingsproject dient door de initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie op te stellen. Het project voorziet in een kleinschalige ontwikkeling, waarbij geen negatieve effecten op de omgeving worden verwacht. Geconcludeerd kan worden dat het bij dit project niet
Ruimtelijke Onderbouwing ‘Spieringhof fase 2, Vijfhuizen’
Pagina 37
gaat om bijzondere omstandigheden, zodat geen m.e.r. en ook geen m.e.r.-beoordeling nodig is. 5.11.1. Conclusie Het project voorziet in een kleinschalige ontwikkeling, die niet aan te merken is als een stedelijk ontwikkelingsproject, waarbij geen negatieve effecten op de omgeving worden verwacht. Geconcludeerd kan worden dat het bij dit project niet gaat om bijzondere omstandigheden, zodat geen m.e.r. en ook geen m.e.r.-beoordeling nodig is. 5.12.
Behoefte
In het per 1 oktober 2012 aangevulde Besluit ruimtelijke ordening (Bro), is een artikellid aan artikel 3.1.6 Bro toegevoegd. Dit artikellid is recent (1 juli 2017) gewijzigd. In artikel 3.1.6, tweede lid, van Bro is voorgeschreven dat indien bij een bestemmingsplan 'een nieuwe stedelijke ontwikkeling' mogelijk wordt gemaakt, in de toelichting van het bestemmingsplan een verantwoording daarvan moet plaatsvinden. Artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro luidt: "De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.” Bepaald moet worden of er sprake is van een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ zoals bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, van het Bro: “Ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” Het onderhavige project kwalificeert niet als een woningbouwlocatie zoals bedoeld in het Bro en is dus geen nieuwe stedelijke ontwikkeling, zodat een toets aan de ladder voor duurzame verstedelijking niet aan de orde is.
Ruimtelijke Onderbouwing ‘Spieringhof fase 2, Vijfhuizen’
Pagina 38
HOOFDSTUK 6: 6.1.
UITVOERBAARHEID
Financiële uitvoerbaarheid
De Wet ruimtelijke ordening stelt verplicht dat de gemeenteraad tegelijk met de vaststelling van een bestemmingsplan, dan wel een omgevingsvergunning in afwijking daarvan, een exploitatieplan vaststelt voor kostenverhaal in het geval het besluit nieuwe, bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplannen mogelijk maakt. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om de bouw van één of meer woningen, de bouw van één of meer andere hoofdgebouwen of de uitbreiding of verbouwing van gebouwen. In de wet is aangegeven welke kosten verhaald kunnen worden. Het vaststellen van een exploitatieplan is niet nodig indien het kostenverhaal anderszins verzekerd is, bijvoorbeeld door gronduitgifte of een anterieure overeenkomst. In dit geval wordt een anterieure overeenkomst afgesloten voorafgaand aan vergunningverlening, zodat het kostenverhaal verzekerd is. 6.2.
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
De initiatiefnemer heeft met de omwonenden overleg gevoerd. De bewoners van Kromme Spieringweg 533 en Vijfhuizerdijk 15 hebben aangegeven geen bezwaar tegen het bouwplan te hebben zie ondertekende verklaringen. De bewoner van Kromme Spieringweg 535 is voornemens een van de woningen te kopen. In overleg met de bewoner van Vijfhuizerdijk 14 is de situatie aangepast, deze bewoner heeft vervolgens mondeling aangegeven geen bezwaar te hebben tegen het bouwplan.
Ruimtelijke Onderbouwing ‘Spieringhof fase 2, Vijfhuizen’
Pagina 39
Verklaringen geen bezwaar, geanonimiseerd cf. AVG.
Ruimtelijke Onderbouwing ‘Spieringhof fase 2, Vijfhuizen’
Pagina 40
6.3.
Planschade
Wettelijk kader In artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening is bepaald dat het college van burgemeester en wethouders een belanghebbende op diens verzoek een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding toekennen, voor zover blijkt dat een belanghebbende ten gevolge van onder andere de bepalingen van een bestemmingsplan of een ander ruimtelijk besluit schade lijdt of zal lijden en de schade redelijkerwijs niet of niet geheel ten laste van de belanghebbende behoort te blijven en voor zover tegemoetkoming niet voldoende anderszins is verzekerd. Er geldt een eigen risico van 2% voor degene die planschade lijdt (normaal maatschappelijk risico). Jurisprudentie Zoals de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft overwogen (overzichtsuitspraak van 28 september 2016, overweging 5.14, ECLI:NL:RVS:2016:2543), is inbreiding van woningen in een bestaande woonkern in beginsel een normale maatschappelijke ontwikkeling, die zich voordoet in veel centra van steden en dorpen in Nederland. Dat betekent op zichzelf echter nog niet dat de planologische ontwikkeling ook in de lijn der verwachtingen lag. Vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 29 oktober 2014 (ECLI:NL:RVS:2014:3851). Indien de planologische ontwikkeling in de lijn der verwachtingen lag betekent dit op zichzelf nog niet dat de gevolgen van de ontwikkeling onder het normaal maatschappelijk risico vallen.
In dit verband komt tevens betekenis toe aan het antwoord op de vraag of de schade onevenredig is in verhouding tot de waarde van de onroerende zaak. Bij waardevermindering van een onroerende zaak als gevolg van een normale maatschappelijke ontwikkeling, zoals woningbouw op een inbreidingslocatie in een woonkern, waarbij die woningbouw in de lijn der verwachtingen lag, is een waardevermindering tot vijf procent van de waarde van de onroerende zaak, in verhouding tot de waarde van de onroerende zaak onmiddellijk vóór het ontstaan van de schade, substantieel, maar niet zodanig zwaar dat deze schade niet voor rekening van de aanvrager kan worden gelaten. Dit betekent dat een waardevermindering tot vijf procent van de waarde van de onroerende zaak in deze categorie gevallen in beginsel tot het normaal maatschappelijke risico van de aanvrager behoort. Vergelijk de overzichtsuitspraak van de Afdeling van 28 september 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2543). Uit de uitspraak van de Afdeling van 24 december 2014 (ECLI:NL:RVS:2014:4668) volgt dat het bestuursorgaan beoordelingsruimte heeft bij de vaststelling van de omvang van het normaal maatschappelijk risico. De rechter toetst de motivering en kan de omvang van het normaal maatschappelijk risico vaststellen door in een concreet geval zelf te bepalen welke drempel redelijk is.
In dit verband komt betekenis toe aan de mate waarin de ontwikkeling naar haar aard en omvang binnen de ruimtelijke structuur van de omgeving en het gevoerde planologische beleid past. Omstandigheden die verder van belang kunnen zijn, zijn de afstand van de locatie waar de ontwikkeling heeft plaatsgevonden tot de onroerende zaak van de aanvrager en de aard en de omvang van het door de ontwikkeling veroorzaakte nadeel.
Ruimtelijke Onderbouwing ‘Spieringhof fase 2, Vijfhuizen’
Pagina 41
Beoordeling Het voorliggende bouwplan is ter vervolmaking van een eerder ingezette ontwikkeling van de Spieringhof. Voor de bewoners van de eerste nieuwbouwfase was de realisatie van de tweede fase voorzienbaar en is van een planschaderisico met betrekking tot deze eigenaren van woningen niet aan de orde. Inbreiding van woningen in een bestaande woonkern is in beginsel een normale maatschappelijke ontwikkeling. Het bouwplan betreft enkele laagbouwwoningen gerealiseerd in een woonkern met laagbouw. Het bouwplan past binnen de ruimtelijke structuur en in het gemeentelijke beleid. De afstand van het bouwplan tot de omliggende woningen is binnen deze woonkern niet afwijkend. Realisatie van de woningen lag daarom in de lijn der verwachting. De aard en de omvang van het door de ontwikkeling veroorzaakte nadeel bestaat in dit geval uitsluitend uit verminderde bezonning in de tuinen van de ten noorden van het bouwplan bestaande woningen. Dit nadeel doet zich bij twee woningen voor en is, in de context van een bestaande woonkern, niet onevenredig. In dit geval is het reëel ervan uit te gaan dat de ontwikkeling in de lijn der verachting lag en niet leidt tot een nadeel dat het normaal maatschappelijk risico (5%) overstijgt. Het risico dat zich planschade voordoet dat voor vergoeding in aanmerking komt is daardoor klein.
Ruimtelijke Onderbouwing ‘Spieringhof fase 2, Vijfhuizen’
Pagina 42
HOOFDSTUK 7: 7.1.
JURIDISCHE ASPECTEN
Opzet vergunning en Ruimtelijke Onderbouwing
De vergunning en de aanvraagtekening/formulier vormen samen het juridisch bindende gedeelte van de omgevingsvergunning. De Ruimtelijke Onderbouwing is niet juridisch bindend, maar kan wel gebruikt worden als nadere uitleg bij de omgevingsvergunning. 7.2.
Handhaafbaarheid
De omgevingsvergunning is het juridisch instrument om te bepalen welke ruimte voor welke bouw- en gebruiksactiviteiten aangewend mag worden. In deze omgevingsvergunning zijn voorwaarden gegeven waarbinnen de transformatie kan plaatsvinden. Het handhavingsbeleid is er op gericht dat deze voorwaarden ook worden nageleefd. De omgevingsvergunning bindt zowel burgers als de gemeente en is dan ook de basis voor handhaving en handhavingsbeleid. Handhaving is van cruciaal belang om de in het plan opgenomen ruimtelijke kwaliteiten ook op langere termijn daadwerkelijk te kunnen 'vasthouden'. Daarnaast is de handhaving van belang uit een oogpunt van rechtszekerheid: alle grondeigenaren en gebruikers dienen door de gemeente op eenzelfde manier aan de vergunning gehouden te worden. Met deze oogmerken is in de omgevingsvergunning allereerst gestreefd naar een zo groot mogelijke eenvoud van de voorwaarden. Hoe groter de eenvoud (en daarmee de toegankelijkheid en leesbaarheid), hoe groter de mogelijkheden om in de praktijk toe te zien op de naleving van de omgevingsvergunning. Ook geldt, hoe minder 'knellend' de voorwaarden zijn, hoe kleiner de kans is dat het met de voorwaarden wat minder nauw genomen wordt. In de praktijk worden op de lange duur vaak alleen de voorwaarden gerespecteerd, waar betrokkenen de noodzaak en redelijkheid van inzien.
Onder handhaving wordt niet alleen het repressief optreden verstaan maar ook preventie en voorlichting. Repressief optreden bestaat uit toezicht en opsporing en in het verlengde daarvan – na afweging van belangen waaronder de effectiviteit van optreden – correctie, bestaande uit sancties en maatregelen. De sancties en maatregelen kunnen bestaan uit het stilleggen van activiteiten, aanschrijvingen, bestuursdwang, strafrechtelijk optreden en de dwangsom. Preventief handelen bestaat uit voorlichting en vooroverleg voor het indienen van een aanvraag om een vergunning en voorts het weigeren van de vergunning en eventuele afwijkingen.
Ruimtelijke Onderbouwing ‘Spieringhof fase 2, Vijfhuizen’
Pagina 43
Naam steller cluster Ruimte, Economie en Duurzaamheid (RED) Manager Datum behandeling WRA Datum behandeling staf RO
FORMULIER BEOORDELING AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING Peter Blom
Hans Poulssen 2 september 2019 5 september 2022
Gegevens aanvraag Adres
Spieringhof ong.(kavel B4716) Vijfhuizen
Cosa/Mozardnum mer
9132429 – OLO-3355615
Uitgebreide of reguliere procedure?
Uitgebreid, definitieve aanvraag
Inhoud aanvraag
De realisatie van de tweede fase van de woningbouwontwikkeling tussen de Vijfhuizerdijk en de Kromme Spieringweg te Vijfhuizen. De tweede fase betreft de afronding van het project met drie woningen aan de westzijde van de ontwikkellocatie.
Toetsing aanvraag Strijdigheid bestemmingsplan
Het perceel ligt in het vigerend bestemmingsplan ‘Vijfhuizen 2010’. De gronden zijn bestemd voor Tuinen, het plan is daarmee in strijd omdat het de bouw betreft van 3 woningen en parkeerplaatsen.
Strijdigheid Provinciale ruimtelijke verordening (PRV)
Er is geen sprake van strijd met de PRV. De locatie ligt binnen bestaand stedelijk gebied.
Strijdigheid LIB, zoja welke zone (beperkingen benoemen)
Er is geen strijd met de regels van het Lib (de bebouwing mag niet hoger zijn dan toetshoogte 41m; dit voldoet. Toetshoogte radar is 56 m).
Kwetsbare of geluidsgevoelige functie?
Ja, beide.
Aangewezen monument?
--
In beschermd stads- of dorpsgezicht?
--
Historisch gebruik locatie?
--
Beleidstoets en ruimtelijke aspecten (indien van toepassing) Structuurvisie Ruimte voor ruimte Stedenbouw
Landschap Economie Ringvaart- en ringdijkbeleid
Duurzaamheid (bijv zonnepanelen) Externe veiligheid Verkeer en ontsluiting Parkeren Luchtkwaliteit Geluid Is akoestisch onderzoek nodig in het kader Wet geluidhinder en/of Activiteitenbeslui t? Water Flora en Fauna
--Het dossier kent een lange voorgeschiedenis met eerder door de gemeente gedane toezeggingen. De bebouwing is als logische afsluiting van planfase 1 neergezet. Dit plan is gezien de beperkte ruimte op de locatie het maximaal haalbare. --De woningen liggen niet aan de ringdijk maar er onderaan. Het plan is naar de letter niet in strijd met de visie ringdijk ringvaart, maar de huizen zijn wel zichtbaar vanaf de dijk (Onderbouwing blz. 9). Vanuit landschappelijk oogpunt bezien is de hele wijk een voorbeeld van hoe het niet moet. De nieuwe huizen zijn er in gepropt en staan pal tegen de achtertuin van de dijkwoningen. Dit tast het beeld vanaf de dijk aan. Ditzelfde geldt straks ook voor deze drie woningen. Zoals ook in eerdere adviezen al door de stedenbouwkundige is opgemerkt is er eigenlijk maar ruimte voor twee huizen. Door in het verleden gedane toezeggingen kunnen we hier echter niet meer op terugkomen. Voor toekomstige ontwikkelingen willen we dit soort uitbreidingen echter niet meer toestaan. --
Niet van toepassing. De locatie ligt ruim buiten het invloedsgebied van het LPG tankstation. Akkoord Akkoord -Ten aanzien van Geluid zijn verschillende opties overwogen. Een geluidsscherm op het dak tussen de woning en ventilatieunit van de bakkerij is stedenbouwkundig niet akkoord bevonden. Een alternatief is gevonden door het dak van de garage van de nieuwe woning – tussen de maatgevende woning en de bakkerij - geheel te voorzien van een akoestisch zachte afwerking, bijvoorbeeld gras of sedum. Dit is doorgerekend en meegenomen in de geluidsrapportage (d.d. 28-6-2022) en de GRO (d.d. 28-6-2022). Dit is een aanvaarbare oplossing waarmee het plan vanuit Geluid akkoord is bevonden. -Akkoord. Er is een ecologische quickscan uitgevoerd. Vanuit de wet Natuurbescherming gezien is er geen belemmering om dit plan uit te voeren. In de begroeiingen zijn algemene broedvogels niet uit te sluiten. Om verstoring te voorkomen dienen de werkzaamheden buiten het broedseizoen – globaal van maart tot en met juli –van vogels te starten. Sommige soorten broeden ook eerder/later, ook dan is de bescherming van toepassing. Dit dient vooraf aan de werkzaamheden te worden.
Archeologie Milieu (bedrijvenen milieuzonering
Overige (beleids)aspecten Afwegingen en conclusies van de beleidstoets
gecontroleerd. Dat dient als voorwaarde aan de omgevingsvergunning verbonden te worden. Om verstoring van vleermuizen en vogels in de omgeving van het plangebied, door verlichting, te voorkomen, dient tijdens de bouw gebruik te worden gemaakt van amberkleurige led-verlichting. Dat dient als voorwaarde aan de omgevingsvergunning verbonden te worden. -Het aspect geur is voldoende uitgewerkt en akkoord. De geurhinder van bakkerij Dijkzeul is een aandachtspunt. Er is een quickscan geur uitgevoerd. Deze is getoetst door de OD. In de huidige situatie bevinden de ovens (en de afzuiging van die ene oven) zich op meer dan 10m afstand van de nieuwe woningen. Dat betekent dat de nieuwbouw vergund kan worden. Op de locatie is vervuilde grond aanwezig, de bodem dient gesaneerd te worden hetgeen als voorwaarde bij de omgevingsvergunning opgenomen moet worden. -
Procedures Vvgb van toepassing?
Ja
Vormvrije m.e.r. nodig?
Nee, de toevoeging van 3 woningen betreft een kleinschalige ontwikkeling.
Akoestisch onderzoek nodig?
nee
Hogere waardebesluit nodig?
nee
Ontheffing Wet natuurbeheer nodig?
nee
Afwijkingsbesluit Externe Veiligheid nodig?
nee
Verantwoording Externe Veiligheid nodig?
nee
Overige afwegingen en conclusie
--
Ruimtelijk Advies (beschrijving van overwegingen en/of randvoorwaarden die leiden tot meewerken of niet meewerken aan een initiatief.) Advies d.d. 24 augustus 2022 Het plan en de planstukken zijn volledig en akkoord bevonden. Bij de omgevingsvergunning dienen enkele voorwaarden te worden opgenomen ten aanzien van flora- en fauna en bodemsanering.