1. RV Ontwerpverklaring van geen bedenkingen voor het bouwen van drie woningen Spieringhof te Vijfhuizen (2022.0001776).pdf
Tekst van het document
gemeente Haarlemmermeer
raadsvoorstel
onderwerp
Portefeuillehouder Steller Collegevergadering
Ontwerpverklaring van geen bedenkingen voor het bouwen van drie woningen op het perceel Spieringhof te Vijfhuizen drs. Jurgen Nobel Peter Blom 13 september 2022
Raadsvergadering Raadsvoorstelnummer
2022.0001776
1. Voorstel Collegebesluit(en)
Het college besluit de raad voor te stellen om: 1. een ontwerpverklaring van geen bedenkingen af te geven voor het planologisch mogelijk maken van de bouw van drie woningen ter plaatse van de percelen (kadastraal B4722 t/m B4725) met tuinbestemming, grenzend aan Spieringhof 6 te Vijfhuizen. 2. Samenvatting
Wij willen een omgevingsvergunning verlenen voor het planologisch mogelijk maken van de bouw van drie woningen ter plaatse van het perceel met tuinbestemming grenzend aan Spieringhof 6 te Vijfhuizen. Wij kunnen deze omgevingsvergunning alleen verlenen nadat de raad heeft verklaard daartegen geen bedenkingen te hebben. 3. Uitwerking 3.1 Wat willen we bereiken?
Wij willen een omgevingsvergunning verlenen voor het planologisch mogelijk maken van de bouw van drie woningen ter plaatse van het perceel met tuinbestemming aan Spieringhof te Vijfhuizen. 3.2 Wat gaan we daarvoor doen?
Aanvraag Er is een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend voor de bouw van drie grondgebonden woningen. Bestemmingsplantoets Voor de gronden van de aanvraag geldt bestemmingsplan Vijfhuizen 2010 (NL.IMR0.039400000Vijfhuizen-).
Ontwerpverklaring van geen bedenkingen voor het bouwen van drie woningen op het perceel Spieringhof te Vijfhuizen
pagina 2
Binnen het bestemmingsplan is geen afwijkingsmogelijkheid aanwezig. Er wordt daarom gebruik gemaakt van de afwijkingsmogelijkheid die artikel 2.12 lid 1 sub a onder 3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) biedt. De projectlocatie is bestemd als 'Tuin'. Het bouwplan is hiermee in strijd. De projectlocatie is momenteel braakliggend terrein. Het plan Het bouwplan leidt tot afronding van een al ingezette ontwikkeling. De situering, massa en architectuur van de nieuwe bebouwing sluit naadloos aan op de al gerealiseerde nieuwbouw. Het project in zijn geheel is stedenbouwkundig passend binnen zijn omgeving, die wordt gekenmerkt door een vergelijke korrelgrootte. Afronding van het project draagt bij aan de verlichting van de druk op de woningmarkt en leidt tot efficiënt ruimtegebruik door invulling van een open plaats binnen de bebouwde kom. In 2018 zijn op de locatie Spieringhof al 26 woningen gebouwd. Spieringhof bestaat uit rietgedekte woningen. Allemaal opgetrokken in eenzelfde stijl en daarmee een harmonieus geheel vormend. De voorliggende omgevingsvergunning heeft betrekking op de afronding van het project. Dit bouwplan bestaat uit een rijtje van drie woningen in dezelfde architectuur als de al gebouwde woningen.
Ontwerpverklaring van geen bedenkingen voor het bouwen van drie woningen op het perceel Spieringhofte Vijfhuizen
pagina 3
Gevelimpressies De hoekwoningen beschikken over een gebouwde parkeergarage op eigen terrein en aan de straat worden vier parkeerplaatsen aangelegd. De rijbaan in het plangebied sluit in het verlengde aan op de bestaande rijbaan, hierbij zal ook het bestaande trottoir en de parkeerstrook in dezelfde breedte en materialisatie doorgezet worden. De rijbaan is vervolgens voorzien van een breed opgezette keerlus. De nieuw aan te leggen straat sluit aan op het verlengde van de Spieringhof, het plangebied wordt daarmee ook een erf.
Goede ruimtelijke ordening In het kader van de aanvraag omgevingsvergunning is een ruimtelijke onderbouwing overgelegd. In de onderbouwing is de aanvaardbaarheid van de ontwikkeling getoetst aan beleid, milieu- en omgevingsaspecten. Wij hebben deze onderbouwing getoetst en constateren dat de aanvraag voldoet aan de vereisten van een goede ruimtelijke ordening en dat het plan past binnen rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid. De ruimtelijke onderbouwing en het ruimtelijk advies zijn als bijlage bij dit raadsvoorstel gevoegd. Het ruimtelijk advies is positief met daaraan een aantal voorwaarden. Er is aan deze voorwaarden voldaan en deze zijn verwerkt in de vergunningaanvraag.
Ontwerpverklaring van geen bedenkingen voor het bouwen van drie woningen op het perceel Spieringhof te Vijfhuizen
pagina 4
Nu aangetoond is dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening, stellen wij de raad voor te besluiten tot afgifte van de ontwerpverklaring van geen bedenkingen (ontwerpvvgb). Er is geen besluit tot vaststelling van hogere grenswaarden in het kader van de Wet Geluidhinder benodigd voor het plan. 3.3 Wat mag het kosten?
In zijn algemeenheid geldt bij Wabo-vergunningen voor woningbouwplannen dat er wettelijk kostenverhaal plaatsvindt, via exploitatieplan, anterieure overeenkomst of gronduitgifte. Voor dit project hebben wij op 20 oktober 2020 (2020.0002479), een besluit over deze overeenkomst genomen. Wat zijn de financiële risico's?
Onze gemeente loopt geen vermeldenswaardige financiële risico's bij de uitvoering van dit voorstel. 3.4 Wie is daarvoor verantwoordelijk?
Op grond van de Wabo is de raad bevoegd te besluiten over een vvgb. De bevoegdheid om te besluiten over een aanvraag omgevingsvergunning ligt bij het college. Binnen het college is de portefeuillehouder Ruimtelijke Ordening het eerste aanspreekpunt. 3.5 Welke overige relevante informatie is beschikbaar?
Wettelijk kader Wij willen met toepassing van artikel 2.12 eerste lid onder a onder 3 van de Wabo een omgevingsvergunning verlenen. Dit is mogelijk indien het gevraagde niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat. Bovendien is in artikel 2.27, lid 1 van de Wabo geregeld dat de omgevingsvergunning slechts kan worden verleend nadat de gemeenteraad heeft verklaard geen bedenkingen tegen het project te hebben. Op grond van artikel 6.5 lid 3 van het Besluit omgevingsrecht heeft de raad in het raadsbesluit van 3 oktober 2019 (2019.0040560) categorieën gevallen aangewezen waarvoor geen verklaring nodig is. Geen van de categorieën is op dit geval van toepassing. Daarom is een verklaring van de raad nodig. De raad heeft eerder de aanvraag met bijbehorende stukken ontvangen. De raad wordt nu gevraagd een besluit te nemen tot afgifte van de ontwerp-vvgb. 3.6 Wanneer en hoe zal de raad/het college over de voortgang worden geïnformeerd?
De ontwerp-vvgb wordt samen met het ontwerpbesluit omgevingsvergunning en bijbehorende stukken gedurende zes weken ter inzage gelegd. Zowel tegen de ontwerpvvgb als tegen de ontwerpvergunning kunnen zienswijzen worden ingediend. De raad ontvangt de eventuele tegen het raadsbesluit ingediende zienswijzen en besluit vervolgens over afgifte van de vvgb onder afweging van de ingediende zienswijzen. Dat raadsbesluit zal onderdeel uitmaken van de omgevingsvergunning.
Ontwerpverklaring van geen bedenkingen voor het bouwen van drie woningen op het perceel Spieringhof te Vijfhuizen
Bijlage(n): • Ruimtelijke onderbouwing • Ruimtelijk advies
pagina 5
Ruimtelijke onderbouwing
SPIERINGHOF FASE 2, VIJFHUIZEN Gemeente Haarlemmermeer
Versie: Datum:
1e revisie na indiening 28 juni 2021
Inhoudsopgave HOOFDSTUK 1: 1.1. 1.2. 1.3. 1.4.
AANLEIDING ............................................................................................................................ 1 LIGGING EN BEGRENZING PROJECTLOCATIE .................................................................................... 1 GELDENDE BESTEMMINGSPLANNEN ............................................................................................. 2 LEESWIJZER ............................................................................................................................. 3
HOOFDSTUK 2: 2.1. 2.2.
BELEID EN REGELGEVING .............................................................................. 5
RIJK ....................................................................................................................................... 5 PROVINCIAAL EN REGIONAAL BELEID............................................................................................. 8 GEMEENTELIJK BELEID ............................................................................................................. 10
HOOFDSTUK 4: 4.1. 4.2.
BESCHRIJVING HUIDIGE SITUATIE ................................................................. 4
RUIMTELIJKE EN FUNCTIONELE STRUCTUUR.................................................................................... 4 BESCHRIJVING BESTAANDE SITUATIE ............................................................................................. 4
HOOFDSTUK 3: 3.1. 3.2. 3.3.
INLEIDING ..................................................................................................... 1
NEUWE SITUATIE ........................................................................................ 13
HET BOUWPLAN..................................................................................................................... 13 AFWIJKINGEN VAN HET BESTEMMINGSPLAN EN MOTIVERING........................................................... 16
HOOFDSTUK 5:
ONDERZOEK EN BEPERKINGEN ................................................................... 17
5.1. WATER ................................................................................................................................ 17 5.2. BODEM ................................................................................................................................ 22 5.3. FLORA EN FAUNA ................................................................................................................... 23 5.4. CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE .......................................................................................... 25 5.5. VERKEER EN PARKEREN ............................................................................................................ 26 5.6. GELUID ................................................................................................................................ 27 5.7. MILIEUZONERING ................................................................................................................... 31 5.8. LUCHT.................................................................................................................................. 34 5.9. EXTERNE VEILIGHEID ............................................................................................................... 35 5.10. LUCHTVAARTVERKEER .............................................................................................................
37 5.11. MILIEUEFFECTRAPPORTAGE ...................................................................................................... 37 5.12. BEHOEFTE............................................................................................................................. 38 HOOFDSTUK 6: 6.1. 6.2. 6.3.
FINANCIËLE UITVOERBAARHEID ................................................................................................. 39 MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID ...................................................................................... 39 PLANSCHADE ......................................................................................................................... 41
HOOFDSTUK 7: 7.1. 7.2.
UITVOERBAARHEID ..................................................................................... 39
JURIDISCHE ASPECTEN ................................................................................ 43
OPZET VERGUNNING EN RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ................................................................ 43 HANDHAAFBAARHEID .............................................................................................................. 43
HOOFDSTUK 1: 1.1.
INLEIDING
Aanleiding
De voorliggende ruimtelijke onderbouwing heeft betrekking op de realisatie van de tweede fase van de woningbouwontwikkeling tussen de Vijfhuizerdijk en de Kromme Spieringweg te Vijfhuizen. Voor de eerste fase, bestaande uit 26 woningen, is al 10 jaar geleden omgevingsvergunning verleend. De voorliggende tweede fase betreft de afronding van het project met drie woningen aan de westzijde van de ontwikkellocatie. Deze aanvraag past niet binnen de kaders van het geldende bestemmingsplan. De omgevingsvergunning kan dan ook alleen in afwijking van het bestemmingsplan worden verleend. Artikel 2.12 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht biedt hiervoor de mogelijkheid, door toepassing van de uitgebreide voorbereidingsprocedure waarvoor een verklaring van geen bedenkingen van de raad nodig is. Het voorliggende document vormt de voor de afwijkingsprocedure benodigde ruimtelijke onderbouwing. 1.2.
Ligging en begrenzing projectlocatie
De projectlocatie bevindt zich in de gemeente Haarlemmermeer, binnen de kern Vijhuizen. In de volgende afbeelding is de ligging van de projectlocatie indicatief weergegeven op de luchtfoto en de situatietekening van de projectlocatie voor zowel fase 1 (26 woningen) als fase 2 (3 woningen; rood omkaderd).
Afbeelding: ligging projectlocatie indicatief met rood aangeduid
Ruimtelijke Onderbouwing ‘Spieringhof fase 2, Vijfhuizen’
Pagina 1
1.3.
Geldende bestemmingsplannen
Ter plaatse geldt het bestemmingsplan 'Vijfhuizen 2010' van de gemeente Haarlemmermeer dat is vastgesteld op 30 september 2010. Daranaast geldt het bestemmingsplan ‘Parapluplan parkeerregels’ dat is vastgesteld op 4 oktober 2018. 1.3.1. Bestemmingsplan 'Vijfhuizen 2010'
Afbeelding: uitsnede verbeelding bestemmingsplan 'Vijfhuizen 2010', projectlocatie rood omlijnd
De projectlocatie is bestemd als ‘Tuin’. De voor ‘Tuin’ aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen en erven behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen. Binnen de bestemming mogen onder voorwaarden aan- en uitbouwen worden gerealiseerd. De bouw van nieuwe, zelfstandige woningen zoals nu wordt voorzien is niet toegestaan binnen de bestemming ‘Tuin’. In de bestemmingsplantoelichting staat over de locatie vermeld: “Het terrein tussen Kromme Spieringweg, Vijfhuizerdijk en Zwarteweg is een binnenterrein temidden van bestaande woningen. Voor dit terrein, dat lang in onbruik is geweest, is een plan ontwikkeld voor de bouw van 26 woningen. Ten behoeve van de vrijstellingsprocedure voor het project zijn diverse onderzoeken gedaan en verwerkt in de besluitvorming. Uit deze onderzoeken kon geconcludeerd worden dat er geen belemmeringen bestaan voor de woningbouw. De 19-2 WROvrijstelling en de bouwvergunning zijn verleend. Intussen zijn deze onherroepelijk. Het woningbouwplan is in het bestemmingsplan opgenomen met een directe bouwmogelijkheid.”
Ruimtelijke Onderbouwing ‘Spieringhof fase 2, Vijfhuizen’
Pagina 2
1.3.2. Bestemmingsplan ‘Parapluplan parkeerregels’ Het gehele plangebied valt ook binnen het parapluplan. Hierin worden regels met betrekking tot parkeren, stallen, laden en lossen gegeven, die alle regels met betrekking tot parkeren, stallen, laden en lossen in het bestemmingsplan 'Vijfhuizen 2010' vervangt of aanvult. In het parapluplan is bepaald dat bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen en/of een wijziging van het gebruik van gronden of bouwwerken op eigen terrein in voldoende mate ruimte moet zijn gereserveerd en ingericht en in stand worden gehouden voor het parkeren, stallen, laden en/of lossen van voertuigen met inachtneming van de parkeernormen zoals deze zijn opgenomen in het geldende parkeerbeleid van Haarlemmermeer. Het bevoegd gezag past deze regels toe met inachtneming van de beleidsregels zoals die gelden ten tijde van de ontvangst van de aanvraag om een omgevingsvergunning. Het bevoegd gezag kan hiervan met een omgevingsvergunning afwijken indien: a. op basis van gegronde redenen aangetoond kan worden dat het voldoen aan deze bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit, en bovendien b. op andere wijze in de nodige ruimte voor het parkeren, stallen laden en/of lossen van voertuigen blijvend wordt voorzien.
Dit bestemmingsplan verwijst voor de te hanteren parkeernormen naar de beleidsregels voor het parkeren van de gemeente Haarlemmermeer. Dat is momenteel het ‘Handboek parkeernormen gemeente Haarlemmermeer 2018’, dat het college op 6 februari 2018 heeft vastgesteld en op 19 februari 2018 heeft bekendgemaakt. Door de bekendmaking en de daarop gevolgde tervisielegging is het beleidsstuk formeel als ‘beleidsregel’ op 20 februari 2018 in werking getreden. Op grond van dit Handboek geldt voor woningen in de categorie ‘koop, tussen/hoek’ in matig stedelijk gebied op afstand van meer dan 700 meter van een HOV-halte een parkeernorm van 2,3 parkeerplaatsen per woning. Het aandeel bezoekers daarvan is 0,3 per woning. Voor het voorliggende project betekent dit dat in totaal 6,9 parkeerplaatsen voor de drie woningen gerealiseerd moeten worden. 1.4.
Leeswijzer
Het tweede hoofdstuk van deze Ruimtelijke Onderbouwing geeft een beeld van de bestaande situatie ter plaatse van de projectlocatie. Er wordt een beschrijving gegeven van de ruimtelijke en functionele structuur van het gebied. In het derde hoofdstuk wordt ingegaan op het relevante beleid en de regelgeving en de invloed hiervan op de omgevingsvergunning. Het vierde hoofdstuk gaat in op de nieuwe situatie met de te verwachten ontwikkelingen en de gewenste ruimtelijk-functionele structuur. Het vijfde hoofdstuk gaat in op de onderzoeksgegevens en beperkingen. In het hoofdstuk zes komt de uitvoerbaarheid aan bod en in het laatste hoofdstuk wordt ingegaan op de juridische aspecten van deze omgevingsvergunning.
Ruimtelijke Onderbouwing ‘Spieringhof fase 2, Vijfhuizen’
Pagina 3
HOOFDSTUK 2: 2.1.
BESCHRIJVING HUIDIGE SITUATIE
Ruimtelijke en functionele structuur
De lintbebouwing langs de Cruquiusdijk en Vijfhuizerdijk kenmerkt zich door variatie in bebouwing wat betreft bouwjaar, nok- en goothoogte, nokrichting en rooilijn. Het betreft vooral woningen (overwegend vrijstaande huizen en twee-onder-een-kap-woningen) met hier en daar een bedrijf, horecagelegenheid of winkel. Nieuwe of vervangende bebouwing moet zoveel mogelijk aansluiten bij het karakter van het lint. Goothoogten en nokhoogten dienen dan ook niet te veel af te wijken van het gemiddelde in het lint ter plaatse. Hetzelfde geldt voor de woningen in de dorpskern en dan met name voor de woningen aan de Vijfhuizerweg, Spieringweg en Kromme Spieringweg. 2.2.
Beschrijving bestaande situatie
De projectlocatie is momenteel braakliggend terrein.
Ruimtelijke Onderbouwing ‘Spieringhof fase 2, Vijfhuizen’
Pagina 4
HOOFDSTUK 3: 3.1.
BELEID EN REGELGEVING
Rijk
3.1.1. Nationale omgevingsvisie (NOVI) De Nationale omgevingsvisie (NOVI) ‘Duurzaam perspectief voor onze samenleving’ komt voort uit de Omgevingswet, die naar verwachting in 2022 in werking treedt. Uitgangspunt is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo worden in gebieden betere, meer geïntegreerde keuzes gemaakt. Vier prioriteiten hierin zijn: • Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; • Duurzaam economisch groeipotentieel; • Sterke en gezonde steden en regio’s; • Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Binnen deze prioriteiten worden drie afwegingsprincipes gehanteerd, die helpen om beleidskeuzes te maken. Dit zijn: • Combinaties van functies hebben voorrang op enkelvoudige functies; • Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; • Afwentelen wordt voorkomen. Tot het moment dat de Omgevingswet in werking treedt (naar verwachting op 1 januari 2022) geldt de omgevingsvisie als structuurvisie en zijn ruimtelijke belangen geborgd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, zie §3.1.2). In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is het Rijksbelang opgenomen dat verstedelijking op duurzame wijze plaatsvindt. Wanneer een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt moet er getoetst worden aan de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ (zie §3.1.4).
Het woningbouwplan ligt in het verlengde van de NOVI omdat dit invulling geeft aan binnenstedelijke verdichting. Daarnaast combineert het ambities in klimaatadaptatie en energietransitie.
Ruimtelijke Onderbouwing ‘Spieringhof fase 2, Vijfhuizen’
Pagina 5
3.1.2. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) In het Barro zijn regels opgenomen ter bescherming van de nationale belangen. Op 30 december 2011 is het Barro in werking getreden. In 2012 is het Barro aangevuld. In het Barro zijn bepalingen opgenomen ten aanzien van: 1. Rijksvaarwegen; 2. Project Mainportontwikkeling Rotterdam; 3. Kustfundament; 4. Grote rivieren; 5. Waddenzee en waddengebied; 6. Defensie; 7. Hoofdwegen en hoofdspoorwegen; 8. Elektriciteitsvoorziening; 9. Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen; 10. Ecologische hoofdstructuur; 11. Primaire waterkeringen buiten het kustfundament; 12. IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte); 13. Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde. Geen van de in het Barro geregelde onderwerpen heeft invloed op het onderhavige project. 3.1.3. Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en Ladder voor duurzame verstedelijking In het per 1 oktober 2012 aangevulde Besluit ruimtelijke ordening (Bro), is een artikellid aan artikel 3.1.6 Bro toegevoegd. Dit artikellid is recent (1 juli 2017) gewijzigd. In artikel 3.1.6, tweede lid, van Bro is voorgeschreven dat indien bij een bestemmingsplan 'een nieuwe stedelijke ontwikkeling' mogelijk wordt gemaakt, in de toelichting van een ruimtelijk plan een verantwoording daarvan moet plaatsvinden.
Artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro luidt: "De toelichting bij een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.” Bepaald moet worden of er sprake is van een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ zoals bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, van het Bro: “Ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” Ten aanzien van het project geldt dat de onderhavige ontwikkeling niet is aan te merken als een nieuwe stedelijke ontwikkeling aangezien het om slechts 3 woningen gaat (vgl. uitspraak ABRS, zaaknr. 201302867/1/R4 d.d. 18 december 2013). Uitspraak 201909351/1/R2 (ECLI:NL:RVS:2020:2747 d.d. 18 november 2020) van de Raad van State gaat over de bouw van 16 woningen en dat wordt ook niet als stedelijk ontwikkelingsproject gezien
Ruimtelijke Onderbouwing ‘Spieringhof fase 2, Vijfhuizen’
Pagina 6
11.3. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in onderdeel D, kolom 1, categorie 11.2, van de bijlage behorende bij het Besluit mer. Daartoe heeft de rechtbank terecht overwogen dat de ruimtelijke uitstraling van de voorziene woningen op de omgeving als relatief beperkt kan worden beschouwd, gelet op de omvang daarvan, de overige bebouwing in de omgeving, waaronder bedrijven, detailhandel, horeca en woningen, en de ontsluiting van het perceel die voor voet- en fietsverkeer plaatsvindt op de Wettenseind en voor autoverkeer op de Spegelt. Weliswaar gaat het bouwplan gepaard met een functiewijziging van groen naar wonen, maar gelet op de omvang en de specifieke invulling van het bouwplan kan dit niet worden aangemerkt als stedelijk ontwikkelingsproject. Zoals het college ter zitting heeft toegelicht en uit de stukken blijkt, zal het groen aan de zijde van de Ottenseweg en de Spegelt in stand blijven en zal alleen het groen aan het Witte Hondpad verdwijnen ten behoeve van de voorziene woningen, fietspad en parkeerplaatsen.
Voor zover [appellant] verwijst naar de uitspraak van de Afdeling van 4 september 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3055, overweegt de Afdeling dat die zaak betrekking had op een bouwproject dat aanzienlijk groter is qua omvang - het bouwen en gebruiken van 160 tijdelijke woningen - dan dit bouwplan en daarom niet vergelijkbaar is.
Ruimtelijke Onderbouwing ‘Spieringhof fase 2, Vijfhuizen’
Pagina 7
3.2.
Provinciaal en regionaal beleid
3.2.1. Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 De Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 (2018) is het integrale provinciale beleidsplan voor de gehele provincie Noord-Holland. In deze visie staat beschreven hoe de provincie de ambities wil realiseren voor de belangrijkste ontwikkelingen die op ons afkomen: • Klimaatverandering • Overgang naar duurzame energie • Verdere verstedelijking • Bereikbaarheid • Gezonde leefomgeving • Economische transitie • Natuur en biodiversiteit De hoofdambitie van de provincie is het vinden van een goede balans tussen economische groei en leefbaarheid. Zodanig dat bij veranderingen in het gebruik van de fysieke leefomgeving de doelen voor een gezonde en veilige leefomgeving overeind blijven. Met de sturingsfilosofie ‘lokaal wat kan, regionaal wat moet’ heeft de provincie de regionale ruimtelijke consequenties van deze ontwikkelingen grotendeels juridisch verankerd in de omgevingsverordening. Gelet op het voornemen van dit bestemmingsplan is in voorliggend geval uitsluitend de opgave ‘klimaatverandering’ van toepassing. Hierna wordt nader op het hoofdbelang ingegaan. Spieringhof fase 2 draagt bij aan het doel verdere verstedelijking. Door het toepassen van PV panelen draagt het plan bij aan de overgang naar duurzame energie.
Ruimtelijke Onderbouwing ‘Spieringhof fase 2, Vijfhuizen’
Pagina 8
3.2.2. Omgevingsverordening De Omgevingsverordening Noord-Holland vervangt de bestaande verordeningen die betrekking hebben op de leefomgeving zoals de Provinciale Ruimtelijke Verordening, de Provinciale Milieuverordening, de Waterverordeningen en de Wegenverordening. De provincie wil met de omgevingsverordening ontwikkelingen, zoals woningbouw en de energietransitie, mogelijk maken en zet in op het beschermen van mooie en bijzondere gebieden in Noord-Holland. Een evenwichtige balans tussen economische groei en leefbaarheid is daarbij van belang. De ambities voor Noord-Holland, zoals omschreven in de Omgevingsvisie, zijn verankerd in de nieuwe Omgevingsverordening Noord-Holland.
Bestaand stedelijk gebied De projectlocatie ligt in het 'Bestaand Stedelijk Gebied' (BSG) zoals bedoeld in omgevingsverordening. De voorliggende ontwikkeling past op dat onderdeel binnen de kaders van de provinciale ruimtelijke verordening. Nieuwe stedelijke ontwikkeling Een ruimtelijk besluit of plan kan uitsluitend voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als deze ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. Ten aanzien van het project geldt dat de onderhavige ontwikkeling niet is aan te merken als een nieuwe stedelijke ontwikkeling aangezien het om slechts 3 woningen gaat (vgl. uitspraak ABRS, zaaknr. 201302867/1/R4 d.d. 18 december 2013). Uitspraak 201909351/1/R2 (ECLI:NL:RVS:2020:2747 d.d. 18 november 2020) van de Raad van State gaat over de bouw van 16 woningen en dat wordt ook niet als stedelijk ontwikkelingsproject gezien 11.3. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in onderdeel D, kolom 1, categorie 11.2, van de bijlage behorende bij het Besluit mer.
Daartoe heeft de rechtbank terecht overwogen dat de ruimtelijke uitstraling van de voorziene woningen op de omgeving als relatief beperkt kan worden beschouwd, gelet op de omvang daarvan, de overige bebouwing in de omgeving, waaronder bedrijven, detailhandel, horeca en woningen, en de ontsluiting van het perceel die voor voet- en fietsverkeer plaatsvindt op de Wettenseind en voor autoverkeer op de Spegelt. Weliswaar gaat het bouwplan gepaard met een functiewijziging van groen naar wonen, maar gelet op de omvang en de specifieke invulling van het bouwplan kan dit niet worden aangemerkt als stedelijk ontwikkelingsproject. Zoals het college ter zitting heeft toegelicht en uit de stukken blijkt, zal het groen aan de zijde van de Ottenseweg en de Spegelt in stand blijven en zal alleen het groen aan het Witte Hondpad verdwijnen ten behoeve van de voorziene woningen, fietspad en parkeerplaatsen. Voor zover [appellant] verwijst naar de uitspraak van de Afdeling van 4 september 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3055, overweegt de Afdeling dat die zaak betrekking had op een bouwproject dat aanzienlijk groter is qua omvang - het bouwen en gebruiken van 160 tijdelijke woningen - dan dit bouwplan en daarom niet vergelijkbaar is.
Ruimtelijke Onderbouwing ‘Spieringhof fase 2, Vijfhuizen’
Pagina 9
3.3.
Gemeentelijk beleid
3.3.1. Structuurvisie Haarlemmermeer 2030 De Structuurvisie Haarlemmermeer 2030 is vastgesteld in oktober 2012. Hierin wordt ingegaan op structurerende zaken met ontwerpprincipes voor duurzaamheid, een duurzaam en klimaatbestendig watersysteem, energie, netwerk- en ketenmobiliteit, de synergie met Schiphol, ruimte voor attracties, en de cultuurhistorie en diversiteit als drager van de ontwikkelingen. In de Structuurvisie is de projectlocatie niet aangewezen als te ontwikkelen woongebied. Het staat ontwikkeling van de projectlocatie echter niet in de weg. De ambitie is om de diversiteit aan woon- en werkmilieus – de zogeheten atypische stedelijkheid – versterken. De opdracht bij herontwikkeling en ruimtelijke transformatie is een balans te vinden tussen verder bouwen in de grote kernen en het behouden van de identiteit van de kleinere dorpen en de openheid van Haarlemmermeer in zijn geheel. De ruimtelijke weerslag van de atypische stedelijkheid in Haarlemmermeer bestaat uit het binnen de gemeente voorkomen van dorpse kernen, Vinexwijken en centrumkernen verspreid over een groot gebied en verschillen in leefstijl van de bewoners. Vijfhuizen is in de Structuurvisie een ‘contrastdorp’ genoemd – een dorp waar in een oud en nieuw deel soms twee gemeenschappen met verschillende leefpatronen voorkomen. De mate en snelheid van het in elkaar opgaan van beide gemeenschappen wordt o.a.
beïnvloed door de ruimtelijke aansluiting van nieuw op oud. Tot concrete aanwijzingen voor (her)ontwikkeling in Vijfhuizen leidt dit echter niet. 3.3.2. Parels aan de Ringvaart, uitvoeringsplan voor Haarlemmermeer-West Op 3 juli 2014 heeft de gemeenteraad het uitvoeringsplan voor Haarlemmermeer-West ‘Parels aan de Ringvaart’ vastgesteld. Het plangebied loopt van de geniedijk bij Vijfhuizen tot Buitenkaag, de onderhavige ontwikkellocatie in Vijfhuizen maakt van dit plan geen deel uit. 3.3.3. Visie Ringdijk en Ringvaart De visie is vastgesteld door de gemeenteraad op 18 mei 2017. De ambitie van de visie is om in samenspraak met direct betrokkenen de kansen en de kwaliteiten van dijk en vaart beter te benutten en tot hun recht te laten komen. In de visie is de ambitie vertaald in vier uitgangspunten, waarvan voor de ontwikkeling van de projectlocatie van belang zijn: o het versterken van de identiteit, historie en herkenbaarheid van de ringdijk en ringvaart; o het vergroten van de veiligheid en leefbaarheid op de dijk. Voor de uitvoering worden deze uitgangspunten vertaald in maatregelen. Voor identiteit en herkenbaarheid zijn de belangrijkste maatregelen het bekend maken van het verhaal van de ringvaart door publiciteit en citymarketing, bijzondere plekken per dorp te gaan maken, de 'duurzame ring' te introduceren en erfgoed langs de ringdijk meer aandacht te geven.
Ruimtelijke Onderbouwing ‘Spieringhof fase 2, Vijfhuizen’
Pagina 10
De gemeente wil de continuïteit en herkenbaarheid van de ringdijk versterken. Dit doet ze door karakteristieke bebouwing te koesteren, ontwikkelprincipes voor nieuwe bebouwing (vergelijkbaar met de regels die voor Tudorpark zijn opgesteld) aan de dijk te formuleren, het karakter en de continuïteit van het dijkprofiel te versterken, de voetsloot te behouden of zo mogelijk terug te laten komen, uniformiteit te brengen in de openbare inrichting van de weg, trottoir en parkeerplaatsen. 3.3.4. Woonvisie en Woonagenda In 2012 heeft de gemeenteraad de nota ‘Woonvisie 2012-2015’ vastgesteld. De Woonvisie is het kader voor het woonbeleid van Haarlemmermeer. De richtlijn voor het gemeentelijk nieuwbouwprogramma is: • Sociaal segment 30%. • Derde segment voor middeninkomens 10%. • Marktsegment 60%. Het aandeel van 30% voor sociale huur wordt gemeentebreed gerealiseerd, echter niet meer in elk individueel woningbouwplan, maar vanuit het oogpunt van een gedifferentieerde bevolkingsopbouw en voornamelijk in plannen van enige omvang. Sinds de Woonvisie Haarlemmermeer in 2012 is vastgesteld, is er veel veranderd. Met de Woonagenda (2015) wordt naast de nog steeds geldende Woonvisie een verdieping gegeven van het gemeentelijk volkshuisvestelijk beleid. Eén van de uitgangspunten daarbij is dat de nieuwe woningmarkt geen vooraf bepaald percentage in de programmering kent.
Er wordt gekozen voor een gerichte inzet per segment. De gemeente houdt het uitgangspunt 30% sociale huur bij grote nieuwbouwprojecten maar er wordt maatwerk geleverd bij overige projecten. De gemeente geeft ontwikkelaars die projecten op hun eigen grond gaan realiseren de ruimte om op de marktvraag in te kunnen spelen. De gemeente wil echter niet uitsluiten dat bij een specifiek project en/of specifieke locatie toch zal (bij)sturen op het programma. Dan kan het gaan om starterswoningen of ouderenwoningen voornamelijk bij projecten in één van de kleinere kernen. In dit geval worden drie woningen gebouwd in één rijtje, zodat er twee hoekwoningen en één tussenwoning worden gerealiseerd. De tussenwoning wordt verkocht in het middensegment en de hoekwoningen in het dure segment. 3.3.5. Deltaplan Bereikbaarheid Het Deltaplan Bereikbaarheid geeft een visie op verkeer en vervoer in Haarlemmermeer, om te komen tot een duurzaam toekomstvast mobiliteitssysteem. De doelen hierbij zijn: • goede bereikbaarheid, optimale doorstroming, verbeteren van de verkeersstructuur en • goede ontsluiting van de kernen, verdere ontwikkeling van een hoogwaardig openbaar vervoernetwerk in de regio en het verbeteren van de verkeersveiligheid. De horizon van het plan ligt op 2030. Het parkeerbeleid heeft als doel:
Ruimtelijke Onderbouwing ‘Spieringhof fase 2, Vijfhuizen’
Pagina 11
• • •
de bereikbaarheid van voorzieningen te bevorderen door het toepassen van geschikte parkeernormen voor de diverse woon- en werkgebieden; objectieve parkeeroverlast in woonwijken terug te dringen; de leefbaarheid te bevorderen.
Parkeren voor een voorziening of functie moet bij die voorziening worden opgelost, zoveel mogelijk op eigen terrein of binnen de plangrenzen van een grootschalige ontwikkeling. De te hanteren parkeernorm is afhankelijk van het type gebied en de functie. Het parkeren mag niet ten koste gaan van de kwaliteit van de openbare ruimte. 3.3.6. Handboek parkeernormen gemeente Haarlemmermeer (actualisatie 2018) Momenteel geldt het ‘Handboek parkeernormen gemeente Haarlemmermeer 2018’, dat het college op 6 februari 2018 heeft vastgesteld en op 19 februari 2018 heeft bekendgemaakt. Door de bekendmaking en de daarop gevolgde tervisielegging is het beleidsstuk formeel als ‘beleidsregel’ op 20 februari 2018 in werking getreden. Deze zijn als basis gebruikt voor de berekening van de parkeerbehoefte van het onderhavige project (zie paragraaf 5.5).
Ruimtelijke Onderbouwing ‘Spieringhof fase 2, Vijfhuizen’
Pagina 12
HOOFDSTUK 4: 4.1.
NEUWE SITUATIE
Het bouwplan
In 2018 zijn op de locatie Spieringhof al 26 woningen gebouwd. Hieronder is een artist impression daarvan getoond.
Spieringhof bestaat uit rietgedekte woningen. Allemaal opgetrokken in eenzelfde stijl en daarmee een harmonieus geheel vormend. Tegelijkertijd zijn er verschillende type woningen te vinden. Drie rijen tussenwoningen met hoekwoningen op de kopse kanten, 12 twee-onder-één-kapwoningen, waarvan 1 extra breed (type XB) en een vrijstaande woning. Daarnaast zijn er nog diverse keuze- en uitbreidingsmogelijkheden per woning. Beeldbepalend zijn de verscheidenheid aan natuurlijke materialen. De gevels zijn bekleed met wit, bewapend stucwerk. De plinten zijn gemaakt van een donkere, hardgebakken steen en de daken zijn bedekt met Hollands riet, waarmee de link wordt gelegd met het oude dorp. De houten geveldelen zijn verduurzaamd en antracietkleurig en passen perfect bij de antraciete aluminium kozijnen. De woningen herinneren aan de villa- architectuur van de jaren ‘20 met hun riet gedekte mansarde kappen, maar ademen tegelijkertijd een originele, geheel eigentijdse sfeer. De voorliggende omgevingsvergunning heeft netrekking op de afronding van het project. Dit bouwplan bestaat uit een rijtje van 3 woningen in dezelfde architectuur als de al gebouwde woningen.
Afbeelding: gevelimpressies
Ruimtelijke Onderbouwing ‘Spieringhof fase 2, Vijfhuizen’
Pagina 13
Afbeelding: ligging / plattegrond bouwplan
De hoekwoningen beschikken over een gebouwde parkeergarage op eigen terrein en aan de straat worden 4 parkeerplaatsen aangelegd. De rijbaan in het plangebied sluit in het verlengde aan op de bestaande rijbaan, hierbij zal ook het bestaande trottoir en de parkeerstrook in dezelfde breedte en materialisatie doorgezet worden. De rijbaan is vervolgens voorzien van een breed opgezette keerlus, dit naar eisen van de veiligheidsregio. Hierover meer in paragraaf 3.5 De nieuw aan te leggen straat sluit aan op het verlengde van de Spieringhof, het plangebied wordt daarmee ook een erf. Het verlengde van de rijbaan, parkeerstrook en trottoir wordt op dezelfde wijze aangelegd als het reeds aanwezige plan, op één hoogte, waarmee het karakter van een laag snelheidsregime wordt benadrukt. De maatvoering van genoemde onderdelen staan op de bij dit document gevoegde bijlagen weergeven. Gezien de kleinschaligheid van het plangebied, de afwezigheid van kruisingen en de aan te leggen keerlus, zijn geen drempels of andere verkeersremmende maatregelen opgenomen. Het bestaande trottoir wordt iets doorgezet tot de keerlus. Naast de parkeerstrook is een uitstap- of loopstrook voorzien. Naast de keerlus is geen trottoir meer voorzien, gezien de beschikbare ruimte is dit niet meer te realiseren.
Aangezien dit het eind van een doodlopende straat is, en de keerlus alleen in lage snelheid genomen kan worden, worden hier geen problemen voorzien. De achterzijde van de woningen is door voetgangers en fietsers te bereiken via het voetpad aan de noordwestzijde van het plan. Dit voetpad wordt gezamenlijk eigendom van de bewoners. Uitzondering hierop is de meest zuidelijke woning, hiervan is de achtertuin alleen via de woning (garage) bereikbaar. Binnen het plangebied worden 7 parkeerplaatsen gerealiseerd. Hiervan komen er 2 op eigen terrein bij de hoekwoningen, 4 op uitgeefbaar terrein langs de openbare rijbaan, en 1 op openbaar terrein.
In het voorstadium van de ontwerpfase is contact geweest met de Veiligheidsregio Kennemerland in verband met de inrichting van de straat aan het eind van de doodlopende straat en de bereikbaarheid van de brandweer. In de inrichting is hier op de volgende wijze rekening mee gehouden: Er is een keerlus opgenomen met de draaicirkel van een brandweervoertuig. Hierdoor kan het voertuig in noodgevallen keren aan het eind van de straat. In de keerlus is rekening gehouden met een bochtstraal in de
Ruimtelijke Onderbouwing ‘Spieringhof fase 2, Vijfhuizen’
Pagina 14
binnenbocht van minimaal 5,5 meter en een bochtstraal in de buitenbocht van 10,0 meter. Er worden binnen dit plan geen brandkranen aangebracht, de brandkranen in het reeds aangelegde plan Spieringhof zijn voldoende.
Ontwerptoelichting Spieringhof Vijfhuizen fase 2
Ruimtelijke Onderbouwing ‘Spieringhof fase 2, Vijfhuizen’
Pagina 15
4.2.
Afwijkingen van het bestemmingsplan en motivering
De projectlocatie is bestemd als ‘Tuin’. De voor ‘Tuin’ aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen en erven behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen. Binnen de bestemming mogen onder voorwaarden aan- en uitbouwen worden gerealiseerd. De bouw van nieuwe, zelfstandige woningen zoals nu wordt voorzien is niet toegestaan binnen de bestemming ‘Tuin’. Motivering Het bouwplan leidt tot afronding van een al ingezette ontwikkeling. De situering, massa en architectuur van de nieuwe bebouwing sluit naadloos aan op de al gerealiseerde nieuwbouw. Het project in zijn geheel is stedenbouwkundig passend binnen zijn omgeving, die wordt gekenmerkt door een vergelijke korrelgrootte. Afronding van het project draagt bij aan de verlichting van de druk op de woningmarkt en leidt tot efficiënt ruimtegebruik door invulling van een open plaats binnen de bebouwde kom. In hoofdstuk 3 is het bouwplan getoetst aan het beleid van het rijk de provincie en de gemeente, waaruit geconcludeerd kan worden dat de project in overeenstemming is met de toepasselijke beleidskaders. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de milieuaspecten en andere mogelijke beperkingen die volgen uit wet- of regelgeving. Daaruit blijkt dat de relevante wet- of regelgeving de verlening van de omgevingsvergunning niet in de weg staat.
Ruimtelijke Onderbouwing ‘Spieringhof fase 2, Vijfhuizen’
Pagina 16
HOOFDSTUK 5: 5.1.
ONDERZOEK EN BEPERKINGEN
Water
5.1.1. Wet- en regelgeving Europese Kaderrichtlijn Water De kaderrichtlijn Water richt zich op de bescherming van water in alle wateren en stelt zich ten doel dat alle Europese wateren in het jaar 2015 een 'goede toestand' hebben bereikt en dat er binnen heel Europa duurzaam wordt omgegaan met water. Waterwet De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater, en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Ook is via de Invoeringswet Waterwet de saneringsregeling voor waterbodems van de Wet bodembescherming overgebracht naar de Waterwet. Naast de Waterwet blijft de Waterschapswet als organieke wet voor de waterschappen bestaan. Met de Waterwet zijn Rijk, waterschappen, gemeenten en provincies beter uitgerust om wateroverlast, waterschaarste en waterverontreiniging tegen te gaan. Ook voorziet de wet in het toekennen van functies voor het gebruik van water zoals scheepvaart, drinkwatervoorziening, landbouw, industrie en recreatie. Afhankelijk van de functie worden eisen gesteld aan de kwaliteit en de inrichting van het watersysteem. Het Nationaal Waterplan Het Nationaal Waterplan geldt voor de planperiode 2009-2015 en is opgesteld op basis van de Waterwet. Het heeft voor de ruimtelijke aspecten de status van een structuurvisie.
Het Nationaal Waterplan formuleert een antwoord op ontwikkelingen op het gebied van klimaat, demografie en economie en investeert in duurzaam waterbeheer. Nationaal Waterplan 2016-2021 Het Nationaal Waterplan geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de planperiode 2016-2021, met een vooruitblik naar 2050. Het kabinet speelt proactief in op de verwachte klimaatveranderingen op lange termijn, om overstromingen te voorkomen. Binnen de planperiode gaan realistische maatregelen in uitvoering die een antwoord bieden op de opgaven voor de korte termijn en voldoende mogelijkheden openlaten om op langere termijn verdere stappen te zetten. Het kabinet sluit daarmee aan bij de resultaten van het Deltaprogramma. Met dit Nationaal Waterplan zet het kabinet een volgende ambitieuze stap in het robuust en toekomstgericht inrichten van ons watersysteem. Het plan is gericht op een goede bescherming tegen overstromingen, het voorkomen van wateroverlast en droogte, het bereiken van een goede waterkwaliteit en een gezond ecosysteem als basis voor welzijn en welvaart. Ook omvat het plan een integrale benadering, door natuur, scheepvaart, landbouw, energie, wonen, recreatie, cultureel erfgoed en economie (inclusief verdienvermogen) zo veel mogelijk in samenhang met de wateropgaven te ontwikkelen.
De ambitie is dat overheden, bedrijven en burgers zich in 2021 meer bewust zijn van de kansen en bedreigingen van het water in hun omgeving.
Ruimtelijke Onderbouwing ‘Spieringhof fase 2, Vijfhuizen’
Pagina 17
Watervisie 2021 De inzet van het provinciaal waterbeleid is om Noord-Holland nog mooier, bedrijviger en veiliger maken. Daarbij moet er een impuls uitgaan voor de leefomgevingskwaliteit en/of het vestigingsklimaat. Waterproblemen worden aangepakt wanneer er al gebiedsontwikkeling plaatsvindt. Voor gemeente Haarlemmermeer speelt met name het vinden van toekomstbestendige oplossingen voor de schoon- en zoetwaterproblematiek. Voor waterveiligheid wordt uitgegaan van: veilige dijken en duinen (laag 1 en ook de belangrijkste); een waterrobuuste ruimtelijke inrichting van overstromingsgevoelige gebieden (laag 2) en een op overstromingsrampen toegesneden calamiteitenorganisatie (laag 3). Deze meervoudige benadering van waterveiligheid wordt “meerlaagsveiligheid” genoemd. Op de kaart Overstromingsrisico Noord-Holland zijn de overstromingsgevoelige gebieden indicatief aangegeven. De provincie maakt nog duidelijk welke gemeenten tot het overstromingsgevoelige gebied worden gerekend en in hun bestemmingsplannen duidelijk moeten maken hoe rekening wordt gehouden met het overstromingsrisico. Daarbij is het “waterrobuust inrichten” het uitgangspunt: het zodanig inrichten van overstromingsgevoelig gebied dat bij een overstroming de kans op slachtoffers klein is en de economische schade beperkt blijft.
Er is nauwelijks overstromingsrisico vanuit de Noordzee, omdat deze kust voor het merendeel door brede duinen wordt beschermd. Waterbeheerplan 5 2016-2021 In het “Waterbeheerplan 5 2016 – 2021” staat samen werken aan water centraal. Zodat nu en in de toekomst in dit deel van Nederland waar onder zeeniveau gewoond, gewerkt en gerecreëerd kan worden. Het waterschap Rijnland wil samen met zijn omgeving werken aan duurzaam en efficiënt waterbeheer tegen zo laag mogelijke maatschappelijke kosten. Die toekomst wordt mede bepaald door trends in klimaat en maatschappij en de noodzaak om op duurzame wijze met onze omgeving om te gaan. De verwachte toename van neerslag en droogte, bodemdaling, verzilting zeespiegelrijzing en de verdergaande verstedelijking, leggen een steeds grotere druk op het watersysteem. De hoofdambitie is schoon water en droge voeten. Dit wordt bereikt door: • Beschermen tegen overstromingen vanuit zee, de rivieren en het regionale watersysteem door een aanpak in drie lagen (meerlaagsveiligheid): preventie, adviseren over het beperken van de gevolgen van overstromingen (gevolgbeperking), en voorbereiden op een calamiteit. • Zorgen voor schoon en gezond water dat past bij de verschillende functies in een gebied. • Optimaliseren van de verwerking van het afvalwater en hergebruiken van de grondstoffen uit afvalwater.
• Zorgen voor voldoende water: niet te veel en niet te weinig, passend bij het gebruik. Riolering en afkoppelen Voor zover het bestemmingsplan nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt, is het van belang dat er met Rijnland afstemming plaatsvindt over het omgaan met afvalwater en hemelwater. Overeenkomstig het rijksbeleid gaat Rijnland uit van een voorkeursvolgorde
Ruimtelijke Onderbouwing ‘Spieringhof fase 2, Vijfhuizen’
Pagina 18
voor de omgang met deze waterstromen. Deze houdt in dat allereerst geprobeerd moet worden het ontstaan van (verontreinigd) afvalwater te voorkomen, bijvoorbeeld door het toepassen van niet uitlogende bouwmaterialen en het vermijden van vervuilende activiteiten op straat zoals auto’s wassen en chemische onkruidbestrijding. Vervolgens is het streven vuil water te scheiden van schoon water, bijvoorbeeld door het afkoppelen van hemelwaterafvoeren van gemengde rioolstelsels. De laatste stap in de voorkeursvolgorde is het zuiveren van het afvalwater. De doelmatigheid daarvan wordt vergroot door het scheiden van de schone en de vuile stromen. De gemeente kan gebruik maken van deze voorkeursvolgorde bij de totstandkoming van het gemeentelijk rioleringsplan (GRP), waarin de uiteindelijke afweging wordt gemaakt en waarbij doelmatigheid van de oplossing centraal staat. Keur Rijnland 2015 De Keur is een verordening van de waterbeheerder met wettelijke regels voor waterkeringen, watergangen en andere waterstaatwerken (o.a. bruggen, duikers, stuwen, sluizen en gemalen) en voor kwelgevoelige gebieden. Maar ook voor onttrekken en lozen van grondwater en het aanbrengen van verhard oppervlak. Het uitgangspunt van deze Keur is ‘ja, tenzij’: in beginsel zijn handelingen en/of werken in het watersysteem toegestaan, tenzij expliciet in deze Keur anders is bepaald.
De Keur vermeldt expliciet welke handelingen vergunningplichtig zijn en welke aan algemene regels of aan de zorgplicht moeten voldoen. Wie bijvoorbeeld op een waterkering wil bouwen, moet een watervergunning aanvragen bij Rijnland (én een omgevingsvergunning bij de gemeente). In de Uitvoeringsregels die bij de Keur horen, is dit nader uitgewerkt. Waterstructuurvisie Haarlemmermeerpolder (Hoogheemraadschap van Rijnland) In de Waterstructuurvisie Haarlemmermeerpolder heeft het hoogheemraadschap het waterbeleid (een klimaatbestendig en robuust watersysteem) verder geconcretiseerd. Het watersysteem wordt vormgegeven volgens principes: flexibele peilen, hogere peilen, lijn/vlakvormig ontwerp en optimalisatie van de inrichting. Hierbij worden de belangen van de bestaande en nieuwe gebruiksfuncties zoveel mogelijk ondersteund. De eerste drie principes zijn met name van toepassing bij gewijzigd gebruik. Waterplan Haarlemmermeer 2015-2030 De Strategische Samenwerkingsagenda Haarlemmermeer-Rijnland (verder Waterplan) is een samenwerkingsdocument tussen de gemeente en het hoogheemraadschap. Het geeft de situatie en problemen weer van het hele watersysteem (oppervlaktewater, hemelwater, grondwater en afvalwater) in Haarlemmermeer. Het stelt doelen met betrekking tot de riolering, het oplossen van infrastructurele knelpunten en nemen van maatregelen.
Het Waterplan heeft onder andere als ambitie: • het scheiden van vuil afvalwater en schoon regenwater; • het tijdelijk bergen van water om extreme neerslag op te vangen; • afvalwater als bron te gebruiken waaruit afvalstoffen en energie gewonnen kunnen worden. Haarlemmermeer past bijvoorbeeld innovatieve ontwikkelingen toe bij het inzamelen van afvalwater zoals riothermie, het winnen van warmte uit afvalwater.
Ruimtelijke Onderbouwing ‘Spieringhof fase 2, Vijfhuizen’
Pagina 19
In het Waterplan worden ook grondwatermaatregelen beschreven, omdat deze een belangrijke link hebben met de rest van het watersysteem, zoals oppervlaktewater en de ruimtelijke inrichting. Daarnaast is er in het verleden onvoldoende aandacht besteed aan grondwater, waardoor een inhaalslag nodig is om aan de zorgplicht te voldoen. De maatregelen die genomen moeten worden om de doelstellingen voor het watersysteem te bereiken zijn verzameld in het uitvoeringsprogramma van het Waterplan. De financiering van deze maatregelen komt uit verschillende bronnen, waaronder het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP). Gemeentelijk Rioleringsplan 2015-2019 De gemeente is op grond van de Wet milieubeheer verplicht periodiek een Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) vast te stellen om invulling te geven aan haar zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater. Het GRP bevat rioleringsbeleid en een overzicht van alle aanwezige rioleringsvoorzieningen, inclusief de actuele toestand ervan en de te verwachten vervangingsperioden. Ook geeft het plan inzicht in de wijze waarop de riolering wordt beheerd, welke effecten er zijn voor het milieu en hoe het beheer wordt gefinancierd. De gedachten vanuit de Structuurvisie Haarlemmermeer 2030, Proeftuin klimaatbestendige stad en het integraal Waterplan Haarlemmermeer 2015-2030 zijn ook van toepassing op het gemeentelijke riolerings- en grondwaterbeleid.
De rode draad in het beleid is dat de gemeente streeft naar een duurzaam en klimaatbestendig watersysteem. Het GRP geeft basis de planning van nieuwe aanleg, plannen om vuiluitworp te reduceren en plannen voor beheer en onderhoud voor de komende vijfjaar, met een doorkijk naar de verdere toekomst. Bij nieuwbouw en verbouw is het gescheiden aanbieden van het afvalwater en het hemelwater het uitgangspunt. Voor nieuwbouwwijken en grotere reconstructiegebieden wordt uitgegaan van een zwaardere ontwerpnorm voor het rioolstelsel, waardoor zwaardere regenbuien minder snel overlast veroorzaken. Om overlast door grondwater te voorkomen voorziet het GRP in de aanleg van drainage in vijf wijken: Rijsenhout-Zuid, Pax, Graan voor Visch (Hoofddorp), Linquenda, Welgelegen (Nieuw-Vennep), en het uitvoeren van grondwatermaatregelen in Zwanenburg. Vanuit het Bestuursakkoord Water heeft de gemeente verdere invulling gegeven aan een verbetering van de samenwerking met omliggende gemeenten en met het Hoogheemraadschap van Rijnland. 5.1.2. Watertoets Watertoets De projectlocatie is nagenoeg geheel onverhard, zodat de ontwikkeling van woningen leidt tot een toename van verharding met circa 240 m2. Dit vergt geen compensatie. Het plangebied ligt gedeeltelijk in de beschermingszone van de Ringvaart, maar geheel buiten de kernzone.
Alleen voor de kernzone is in het bestemmingsplan de dubbelbestemming 'Waterstaat – Waterkering’ opgenomen. Het keringenbeleid is van toepassing op de kern- en beschermingszone van de waterkering. Om het
Ruimtelijke Onderbouwing ‘Spieringhof fase 2, Vijfhuizen’
Pagina 20
waterstaatsbelang te beschermen is toestemming verleend door het hoogheemraadschap.
Ruimtelijke Onderbouwing ‘Spieringhof fase 2, Vijfhuizen’
Pagina 21
5.2.
Bodem
5.2.1. Wet- en regelgeving Het bodembeleid onderscheidt drie soorten grond en bodem met ieder hun eigen beleid en wet- en regelgeving: • Sterk verontreinigde grond (boven interventiewaarden); • Licht verontreinigde grond (boven streefwaarden, na 1 juli 2008 AW2000-waarden); • Schone bodems (beneden streefwaarden, na 1 juli 2008 AW2000-waarden). Voor alle typen grond speelt de Wet Bodembescherming, het Bouwstoffenbesluit (BsB) en de Vrijstellingsregeling grondverzet een rol. Indien gesaneerd moet worden, bestaan specifieke regels voor het bepalen van de terugsaneerwaarde en de milieuhygiënische kwaliteit van een aan te brengen leeflaag (zogenaamde bodemgebruikswaarden (BGW’s). Bodemgebruikswaarden zijn een product van het functiegericht saneringsbeleid ‘Van Trechter naar Zeef’. Sinds 2008 is het Besluit bodemkwaliteit van kracht. Dit besluit hanteert voor het toepassen van grond en bagger, een toets op de ontvangende bodem en aan de gebruiksfunctie. Tevens biedt het besluit meer mogelijkheden voor grondverzet. 5.2.2. Onderzoek Door bureau Back Milieuadvies en Onderzoek is verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Het rapport is gedateerd op 4 december 2017 en is als bijlage toegevoegd. Op basis van de resultaten van het uitgevoerde bodemonderzoek worden de gestelde hypotheses verdachte locatie voor NEN 5740 (regulier onderzoek) en voor NEN 5707 (asbestonderzoek) aangenomen.
De bodem (grond en grondwater) op de onderzoekslocatie is niet tot licht verontreinigd met zware metalen, PAK en/of minerale olie. In de bodem is op meerdere plaatsen asbest aangetroffen. Op één plaats is sprake van een sterke verontreiniging met asbest. Er is sprake van een geval van ernstige verontreiniging met asbest in de bodem. De grond in het talud is licht tot sterk verontreinigd met metalen, PAK, PCB en minerale olie. De sterke verontreinigingen betreffen lood, zink en PAK. De grond is tevens sterk verontreinigd met asbest. Gezien de omvang van het talud (circa 90-100 m³) is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging met lood, zink, PAK en asbest. Tijdens het asbestonderzoek zijn asbestcementleidingen in de bodem aangetroffen. Verder dient de bodem voorafgaand aan de realisatie van de woningbouw gesaneerd te worden. Hiervoor wordt een BUS procedure gevolgd moeten worden bij de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied.Ondanks de intensiteit van het asbestonderzoek kan het niet worden uitgesloten dat elders in de bodem op de locatie bodemverontreiniging aanwezig is.
Ruimtelijke Onderbouwing ‘Spieringhof fase 2, Vijfhuizen’
Pagina 22
Bodemverontreiniging
5.2.3. Conclusie Geadviseerd wordt om de asbestcementleidingen vóór het bouwrijp maken van het terrein te verwijderen om te voorkomen dat deze een asbestverontreiniging veroorzaken doordat ze stuk gaan en de asbestdelen door de grond geroerd worden. Verder dient de bodem dient voorafgaand aan de realisatie van de woningbouw gesaneerd te worden. Hiervoor is een BUS melding gedaan, zie bijlage. Na uitvoering van deze maatregelen is er geen belemmering voor realisatie van de woningen. 5.3.
Flora en fauna
5.3.1. Wet- en regelgeving Vogel- en Habitatrichtlijn De natuurbescherming is onderverdeeld in gebiedsbescherming en soortbescherming. De gebiedsbescherming vindt plaats via de Vogel- en Habitatrichtlijn, richtlijnen voor Natura 2000. Deze richtlijnen zijn uitgewerkt in nationale wetgeving en dus niet rechtstreeks van toepassing. Wet natuurbescherming Sinds 1 januari 2017 vervangt de Wet Natuurbescherming de Flora & Faunawet, de Natuurbeschermingswet en de Boswet. De wet neemt de Europese regelgeving als uitgangspunt. Dat is niet alleen van belang vanwege het feit dat Nederland is gehouden tot nakoming van zijn internationale verplichtingen, maar ook, omdat de Europese regelgeving een hoog beschermingsniveau van de natuur verzekert, hoger dan de bescherming die vóór de totstandbrenging van de Europese kaders werd geboden door de nationale wetgeving. Met het oog op een goede doorwerking van de Europese beschermingskaders en maximale duidelijkheid voor burgers, ondernemers en overheden is ervoor gekozen de kern en reikwijdte van de Europese voorschriften op
Ruimtelijke Onderbouwing ‘Spieringhof fase 2, Vijfhuizen’
Pagina 23
herkenbare wijze op formeel wetsniveau te regelen. Waar dat noodzakelijk is voor een adequate bescherming van natuurwaarden waarvoor geen specifieke bescherming is voorzien in Europese regelgeving worden op formeel wetsniveau aanvullende, als zodanig kenbare 'nationale' beschermingsvoorschriften verankerd. De verschillende onderdelen van de wettelijke regeling (te weten de regelingen inzake de bescherming van gebieden, van soorten en van houtopstanden) zijn beter afgestemd op elkaar en ook op de voornemens ten aanzien van het omgevingsrecht, onder meer op het punt van procedurele integratie van plannen en besluiten inzake gebiedsontwikkeling. Het instrumentarium voor de aanpak van illegale handel in dieren en planten van beschermde soorten, illegale handel in producten daarvan en handel in illegaal geproduceerd hout of producten daarvan wordt met dit wetsvoorstel versterkt. De normen en maatregelen als voorzien in dit wetsvoorstel strekken tot de bescherming van de kernnatuurwaarden en de houtopstanden. Zij staan niet op zichzelf, maar maken deel uit van veel groter maatregelenpakket gericht op de bescherming van natuurwaarden en het tegengaan van biodiversiteitsverlies. De taken en verantwoordelijkheden worden in het wetsvoorstel zoveel mogelijk bij de provincies neergelegd, overeenkomstig het uitgangspunt 'decentraal tenzij'.
Een belangrijk criterium in de wet is ‘gunstige staat van instandhouding van een soort’. Daarvan is sprake als: • uit populatiedynamische gegevens blijkt dat de betrokken soort nog steeds een levensvatbare component is van de natuurlijke habitat waarin hij voorkomt, en dat vermoedelijk op lange termijn zal blijven, en • het natuurlijke verspreidingsgebied van die soort niet kleiner wordt of binnen afzienbare tijd lijkt te zullen worden, en • er een voldoende grote habitat bestaat en waarschijnlijk zal blijven bestaan om de populaties van die soort op lange termijn in stand te houden. Provinciale structuurvisie en het provinciaal natuurbeheerplan Deze geven de ligging aan van de ecologische verbindingen en natuurkerngebieden in Haarlemmermeer. En stelt daaraan beperkingen en regels, gericht op het optimaal functioneren van het Natuurnetwerk Nederland. 5.3.2. Onderzoek Door bureau Els & Linde is een oriënterend onderzoek uitgevoerd. Het rapport d.d. 18 januari 2019 (zie bijlage) geeft een beschrijving van het oriënterend onderzoek naar de effecten op natuurwaarden. Om een goed oordeel te geven over de potentieel aanwezige beschermde planten en dieren, is op 18 januari 2019 door een ecoloog van bureau Els & Linde, een bezoek gebracht aan de planlocatie.