Transcriptie Commissie Bestuur 02.02.2023
Tekst van het document
De digitalisering en cyberonderdeel van prioriteit. Wij hebben ook ervoor gekozen om dat, kijk, als je prioriteiten stelt moet je niet te veel doen. Dat is één. En twee, sommige prioriteiten die kun je wellicht beter regionaal of landelijk doen en anderen zeg je van, daar ligt de nadruk op de lokale aanpak. Dus daar hebben we ook nadrukkelijk naar gekeken. En tenslotte inderdaad cyber is alomtegenwoordig dus die zit ook voor een deel in de gekozen prioriteiten. De prioriteiten, dat is een punt dat is door meerdere fracties benoemd. Dat staat ook in het stuk, ik heb dat er heel nadrukkelijk in op laten nemen omdat er één vertekening van heel de veiligheidsproblematiek in zit. Je zou denken, iets wat prioriteit heeft daar gaat dus de meeste aandacht naar uit qua politie. Maar de werkelijkheid is dat de echte prioriteit is de basispolitiezorg. Er werd net gezegd, ja, die basispolitiezorg die laten we dan zitten en dan doen we prioriteiten, dat is niet het geval. Dus als er een tekort is aan capaciteit van de politie, en dat is het geval, dan gaat absoluut de gewone noodhulp, de politie, de basisstaken van de politie die gaan voor. Dus we zeggen niet, nou ja, we gaan omdat het prioriteit heeft dan maar eens een of ander interessant project doen. Nee, die basistaken hebben de absolute prioriteit.
Daarbovenop, de extra capaciteit wordt ingezet op prioriteiten en bovendien hebben we ook nog de gemeentelijke inzet, het is niet alleen politie. De voorzitter: De heer Smit, OPH.
17
De heer Smit: Dank u, burgemeester, voor de uitleg. Maar dat betekent heel nadrukkelijk dat als de basistaken voorgaan dat hier een heel verhaal geschreven is waarvan hopelijk af en toe of van tijd tot tijd of misschien frequent maar zeker niet altijd de ambities worden gehaald. Dat zegt u in feite. Burgemeester Wienen: Nee, ik was, terwijl u mij ontbrak, aan het uitleggen dat behalve politie-inzet er ook allerlei zaken zijn waar de gemeente zelf extra inzet op pleegt. Dus prioriteiten betekent niet alleen dat daar extra politiecapaciteit heen moet. Dat het gebrekkig is dat is duidelijk want als er één ding is wat mij echt, nou, dat ik ontzettend jammer vind, laat ik het maar zo zeggen, dan is het dat dat project om drugsdealers aan te pakken, wat ik heel belangrijk vond en bovendien heel succesvol was want ik zag gewoon hoeveel mensen daarbij werden betrokken en ook dat het effectief was, dat er ook een effect was bij de doelgroep, en toch moet ik gewoon constateren dat het de politie in de huidige capaciteitsdruk niet lukt om dat team apart overeind te houden. Dus het komt wel terug maar op dit moment niet. En als er iemand dat betreurt ben ik het zelf maar ik sta achter de hoogste prioriteit en dat is zorg ervoor dat als er gebeld wordt, dat er dan politie is. Dat als er een inbraak is, dat er politie naartoe gaat. Dat er gesurveilleerd wordt.
En dat wijkagenten in de wijk ook aanwezig zijn. Al dat soort zaken, de basispolitiezorg, dat heeft de hoogste prioriteit. En zodra het ook maar enigszins kan dat zullen we dit zeker weer oppakken. De voorzitter: U heeft een vraag van de heer Smit, OPH. De heer Smit: Dank u wel, mijnheer de burgemeester. Met alles wat u zegt kan daar een logica in zijn maar het geeft toch in ruime mate de vrijblijvendheid aan van dit veiligheidsbeleid omdat u dingen dus niet doet of tijdelijk niet doet. Burgemeester Wienen: Omdat niet altijd de politiecapaciteit beschikbaar is om het optimaal te doen. Maar wij pakken alle onderwerpen die hier staan op. En dan ten aanzien van de andere ... De voorzitter: De heer Smit. De heer Smit: Maar u bedoelt letterlijk van tijd tot tijd pakken wij die op, of zo goed als we kunnen pakken we ze op. Burgemeester Wienen: Nee. De heer Smit: Maar u zegt niet, we pakken ze op want soms moet die, de menskracht heeft u … Is er niet voor om ... Burgemeester Wienen: Als ik het woord van tijd tot tijd gebruikt heb is dat een vergissing want ik geloof niet dat ik het gezegd heb. Ik heb gezegd, we pakken het op. We pakken ze op alleen dat betekent niet altijd dat dat gebeurt door extra politie-inzet, wel door een goede samenwerking met de politie en daar levert de politie een bijdrage.
Maar soms is wat we graag zouden willen, bijvoorbeeld zo'n extra team, niet mogelijk en dat is op dit moment zo. En als ik dan toch nog even inga op mijnheer Smit, die zei, ik heb al negen jaar niks anders meegemaakt als dat ik iedere keer die capaciteitsproblemen hoor benoemen. Dat klopt en het is ook zo ernstig omdat er in ik meen, wat dat betreft klopt het bijna precies, 2012 in het kader van bezuinigingen toen voor gekozen is om te zeggen van, weet je wat, er gaat niemand naar de Politieacademie. Dat levert lekker wat bezuiniging op en dat betekent dat er toen een achterstand in de opbouw van politie ontstond. En in het begin had men dat niet door maar vrij snel bleek van dat levert een enorm probleem op want dat is één keer een bezuiniging maar alle jaren daarna hebben wij daar een enorm probleem omdat er meer mensen met pensioen gaan dan er bijkomen op het ogenblik en je moet dus de capaciteit van de opleiding weer verhogen. Nou, dat heeft ook heel veel tijd gekost voordat dat weer op orde was want dat was niet alleen dat er een jaar uitviel maar ook dat de capaciteit naar beneden werd bijgesteld van de opleiding. Dat is nu weer op orde maar
18
dan kost het heel veel tijd voor je weer bij bent omdat er een golf van ontslagen gewoon vanwege leeftijd op dit moment speelt. Dat klopt dus dat u dat iedere keer opnieuw tegenkomt en het duurt nog tot ongeveer 2028 voordat we echt op orde zijn. En ik vind dat ontzettend beroert, wij doen ons best om toch zo goed mogelijk veiligheidsbeleid te voeren, maar dat is wel de werkelijkheid waarmee we het moeten doen. De voorzitter: Ik stel voor dat de heer Wienen eerst eventjes alle vragen beantwoordt uit de eerste termijn. Nee, maar gezien de tijd, we lopen al uit en ik wil … En dan stelt u een vraag in tweede termijn. Ik wil nu eerst even de vragen uit de eerste termijn beantwoord zien. Burgemeester Wienen: Ja, mevrouw Çimen heeft nadrukkelijk nog een aantal punten benoemd. Landelijk project, daar hebben wij ons volgens mij voor aangemeld alleen we zijn nog niet bij de groep die kan meedoen. Mijnheer De Jong, lijkt me uitstekend om die een keertje te vragen. Volgens mij is onze aanpak redelijk in lijn met wat hij voorstaat maar het kan heel simpel zijn om met hem van gedachte te wisselen en hem iets laten vertellen over zijn benadering. Ook over die 2 procent.
De vele vrouwen die slachtoffer worden, ik denk dat het absoluut zaak is, en dat heeft ook echt de aandacht, daar wordt hard aan gewerkt, om bij signalen van huiselijk geweld, signalen van geweld in relatie, om daarop te reageren. Ik denk niet dat we het als een apart thema zouden moeten gaan benoemen maar dat we gewoon consequent druk en bezig moeten blijven met dit specifieke aandachtspunt. Want juist veel vrouwen maar ook soms kinderen worden slachtoffer van deze vorm van relationeel geweld. De voorzitter: Nou ja, ik heb net voorgesteld om eerst even alle vragen te beantwoorden. Ik denk echt dat het gezien de tijd beter is. En misschien kunt u daarna in tweede termijn alsnog uw vraag stellen, als die dan niet beantwoord is. Burgemeester Wienen: Ja. De heer Aynan die zegt, ga vooral ook naar preventieve zaken kijken. Nou, daar zijn … Daar doen we echt ontzettend veel aan. Er is heel veel jeugdwerk, er is een enorme samenwerking tussen jeugdwerk en de veiligheidssector. Ik vind eerlijk gezegd, misschien moeten we daar een keer apart aandacht aan besteden als u zegt, we willen er meer van weten maar ik ben onder de indruk. Ik heb vorige week nog samen met de wijkraden van Schalkwijk, met jeugdorganisaties, diverse jeugdorganisaties om de tafel gezeten van, wat gebeurt er allemaal om juist in die preventieve sfeer te helpen en jeugd perspectief te bieden.
Dus denk niet dat als u vindt dat dat hier te weinig in staat, misschien moeten we het nog meer opschrijven. Maar ik vind de stukken eigenlijk al te dik dus ik heb dan de neiging om te zeggen, ga nou dingen die ook bij een ander onderdeel van het gemeentelijk beleid horen, jeugdbeleid, niet hier nou weer allemaal opschrijven. Maar er wordt echt heel veel samengewerkt en wij zien het verband. Dan heeft u gezegd, ja, je moet erop letten dat je bijvoorbeeld cameratoezicht dat heeft niet zoveel zin. Ik denk dat het wel degelijk zin heeft op de momenten dat je het onderdeel laat zijn van een bredere aanpak en daarbij dus toezicht veel efficiënter kunt uitoefenen omdat er ook camera's zijn. Ik vind echt dat er in het winkelcentrum Schalkwijk, we hebben daar enorm geïnvesteerd. Dat is nou precies zo'n voorbeeld waar je ziet, dat is een fysieke ingreep. We zijn echt, het wordt mooier, het wordt beter. En dan krijg je de signalen. Ik heb gesprekken gehad met de winkeliers die daar zitten, ik heb gesprekken gehad met de mensen die daar in de omgeving wonen van, joh, dit gaat helemaal niet goed. Daar moet je bovenop gaan zitten en dat hebben we gedaan. Dat is veel meer dan alleen cameratoezicht. Cameratoezicht hoort erbij. Volgens mij heeft een van u net ook vragen gesteld of heel recent vragen gesteld over een paaltje wat omhoog en omlaag moest als het ging om toegankelijkheid.
Het is een samenloop van een aantal maatregelen maar die zijn wel nodig want anders dan investeren we in een gebied en dan laten we het gewoon weer uit onze handen weglopen. En dat is best ernstig want ik hoor van winkeliers dat ze op bepaalde tijdstippen niet eens de baas zijn in hun eigen winkel. Nou, dan denk ik, er is alle aanleiding om te zeggen, wij moeten daar samen met anderen tegenaan om ervoor te zorgen dat dat openbaar gebied veilig is, dat mensen daar graag willen komen en dat het niet een plek wordt waar bepaalde lieden met verkeerde bedoelingen de baas zijn. Zwerfafval aanpakken en daar prikteams voor opzetten. Nou, misschien is dat best een goed idee. Ik vind dat zwerfafval inderdaad een lastig probleem is. Dus er wordt best
19
wel aardig wat aan gedaan maar misschien kan dat nog wat systematischer, moeten we misschien nog eens bekijken. Dan lijkt het me overigens dat dat ook dan, en dat is dan iets wat ik bij meerdere hoor, want u legt telkens verbanden die terecht zijn maar waarvan ik me wel afvraag van, ja, je kunt ook niet verwachten dat alles vanuit de optiek van veiligheidsbeleid of als je wil omgevingsbeleid in die ene nota aan de orde komt. Wij hebben natuurlijk ook commissies waarin we praten over hoe doen we dat, hoe pakken we zwerfafval aan? En als u zegt van, joh, trek het zoveel mogelijk naar u toe en dan kunnen we vandaaruit het gemeentelijk beleid vorm gaan geven, dat is ook een benadering. Maar wat ik probeer is die meer specifieke handhavings- en veiligheidszaken om die zo goed mogelijk hier voor het licht te brengen en voortdurend in het college aandacht te hebben voor het bredere verhaal. En ook voor preventie en ook voor de fysieke ingrepen in de openbare ruimte en voor sociaal beleid. Want ik was ondertussen bij mijnheer Wiedemeijer. Die zegt van, dat vind ik toch wel echt heel erg belangrijk, doe dat nou breed. En dat is, ja, ik kan niet anders zeggen, dat is hoe wij ernaar kijken en hoe we het ook doen. En als u zegt, ja, maar dan zou ik er veel meer over willen lezen. Daar … Ik weet niet, en misschien moet u het in tweede termijn nog maar eens even op ingaan.
Maar ik worstel een beetje met, wij maken stukken en die worden steeds dikker. Even een heel ander beleidsterrein, bestemmingsplannen, ik weet niet of u daar wel eens een oud bestemmingsplan hebt bekeken maar ze worden steeds dikker. En dat komt omdat in dat ene plan, daar moet het allemaal in staan. Dat wordt straks met omgevingsbeleid nog sterker. En ik vind dat wij moeten uitkijken dat wij in het veiligheidsbeleid niet zeggen, nou ja, dan gaan we al die beleidsterreinen ook weer langslopen want dan verzuipt straks het strikte veiligheidsbeleid in al die andere dingen die eigenlijk in andere nota's ook al staan. Dus dat is de kanttekening die ik erbij maak, ook al ben ik het nog zo eens met uw benadering. Veiligheid kun je niet strikt in een hokje zetten en zeggen, dat is dan het veiligheidsbeleid en de rest doet er niet toe. Er is een verband met al die andere dingen maar het staat hier niet allemaal in. De dak- en thuisloze Haarlemmers. Ja, het is nog anders dan wat er net gezegd werd, van onze dak- en thuislozen is 68 procent afkomstig van buiten Haarlem en 32 procent is afkomstig uit Haarlem. Nou kunnen we natuurlijk best zeggen van, op het moment dat ze bij ons in de dak- en thuislozenzorg zitten omdat die gewoon goed is, dus er zijn mensen die komen uit andere provincies hiernaartoe omdat wij hier dus goede voorzieningen hebben.
Maar er komt ook, dat is echt een spanningsveld, dat is niet mijn portefeuille maar ook dat raakt wel aan het veiligheidsgevoel en veiligheidsbeleving, de kosten die we maken voor voorzieningen, we moeten daarover nadenken. We hebben gezegd, niemand slaapt in Haarlem op straat. Nou ja, als wij dat vinden en wij investeren daar zwaar in dan zijn er mensen uit andere plaatsen waar een ander beleid is die zeggen, je kan beter naar Haarlem gaan want daar zijn betere voorzieningen. En als het puur en alleen gaat om dak- en thuislozen, dat is respectloos, dan kunnen we ook zeggen, dak- en thuisloze mensen. Maar ik heb eerlijk gezegd het gevoel, benoem het ook gewoon bij de naam. Het gaat hier om mensen die in de situatie zitten dat ze geen dak en thuis hebben en dat is beroerd genoeg en hoe kunnen we daar de juiste aanpak voor kiezen? Dan mijnheer Van Kessel, keiharde aanpak en preventie. Nou, preventie, appgroepen stimuleren, dat doen we. Er staan her en der in de stad bordjes waarin verwezen wordt naar die appgroepen. Op onze site wordt gezegd van, u hoeft niet zelf een groep aan te gaan maken, u kunt gewoon gebruikmaken van de technische mogelijkheden die er zijn. Wij faciliteren dat, wij helpen, dus volgens mij doen we dat helemaal zoals u dat ook graag zou zien.
En als het gaat om uw voorbeelden uit Rotterdam, al die bevoegdheden die u noemt of die zaken die u noemt, daar wordt ook in Haarlem aandacht aan gegeven. Patserproject bijvoorbeeld noemt u, dat is dan weer een punt. Daar gaat de gemeente niet over, dat doet het OM en die zet dat in waar het nodig is. Maar ja, wij proberen aan de ene kant die preventiekant goed te zien maar daar waar bevoegdheden zijn worden ze ook gebruikt. Camera's worden niet lukraak neergezet maar alleen in samenhang met andere maatregelen en dan doen we het ook. Preventief fouilleren. Neem van mij aan, als het nodig is dan gaan we dat instrument inzetten. Maar dat kan je niet zomaar doen, we gaan niet zomaar op straat preventief fouilleren. Je doet dat in bepaalde risicogebieden waar aanleiding is om te zeggen, we gaan dat instrument inzetten. Nou, er zitten ook allerlei randvoorwaarden aan vast maar als het nodig is dan zal ik het inzetten maar op dit moment is dat gelukkig niet nodig. Dan de heer Klaver zegt, welke wijk gaat u aanwijzen? Nou, dat komt echt op een hele korte termijn in het college en ik vind het eerlijk gezegd niet kies als ik u zeg wat het voorstel wordt maar het komt eraan. Was dat de heer Drost? Nee, van de heer Klaver. Ja, ja. Dan, even kijken, aangiftebereidheid en meldingen. Wij proberen daar
20
wel aandacht aan te geven. Ik praat ook regelmatig met mensen die zeggen, wat heeft het nou voor zin om te melden want meestal heeft geen direct gevolg. Maar een van de dingen die we iedere keer benadrukken is, doet u het alstublieft wel want het wordt bijgehouden, geregistreerd en dat geeft ons inzicht. Het is waar, als u een melding doet betekent het niet dat er onmiddellijk politie op de stoep staat, maar het betekent wel dat wij beeld hebben van wat zijn de gebieden waar echt een probleem zit. En daar kunnen wij dan wel degelijk ook over nadenken van, hoe kunnen we er wat aan doen? En dat heeft dan op wat langere termijn ook consequenties. Moeten we er misschien meer aan doen? Ik vind die cijfers ook te laag. En het lijkt me goed om er nog eens over na te denken, kunnen wij op de een of andere manier dat versterken? Het politiebureau in Schalkwijk. Ja, ik vind het eerlijk gezegd, mijnheer Amand, en ik zeg dat regelmatig tegen u, wat ik echt jammer vind want dit is niet de eerste keer dat u dat zegt, u zegt het regelmatig, u bent consequent. Maar iedere keer leg ik het u uit en nu zegt u, ja, de Haarlemmers begrijpen het niet. Dan zou ik zeggen, ik heb het u diverse keren uitgelegd, dan zou u het ze kunnen uitleggen. Dus u stelt gewoon dezelfde vraag die u vorig jaar en een aantal jaren daarvoor ook al gesteld hebt en waar ik iedere keer antwoord op geef.
Ik wil dat nu wel weer doen maar … Ja? De voorzitter: Ja, ik wil toch eventjes dat u gewoon eerst alle vragen beantwoordt en de tweede termijn … Burgemeester Wienen: Goed, nou, dan zal ik het heel kortweg zeggen, de politie zit met een capaciteitsprobleem en het openhouden van een bureau kost gewoon een flink aantal mensen van de politie die ik het liefste gewoon aan de slag wil hebben om gewoon daar te zitten, het bureau open te houden. En dan denkt u van, dat is prettig voor de mensen, maar het betekent gewoon dat ze minder politiewerk krijgen maar wel een politiebureau wat in de buurt zit. Alleen het openhouden van het bureau kost al echt veel capaciteit. Wij hebben overal in Nederland zie je dat politiebureaus worden gesloten. Dus er zijn minder politiebureaus en ze zijn ook nog eens een keer beperkt open. En dan hebben we in Haarlem het grote voordeel dat wij, omdat we zeg maar de regiohoofdstad zijn zo’n beetje, hebben wij een politiebureau wat dag en nacht open is. Dat is denk ik ook belangrijk. Maar er zijn heel veel plaatsen waar dat absoluut niet het geval is maar waar het politiebureau een flink deel van de tijd gesloten is. De keuzes die we maken zijn erop gericht om ervoor te zorgen dat we zoveel mogelijk politiezorg echt voor de mensen kunnen leveren in plaats van mensen die op een bureau zitten.
En als je zegt van, ja, maar dan komen ze misschien wel eerder aangifte doen of eerder melden omdat het makkelijker is om even langs te lopen. Ik denk dat we dan bezig zijn op de verkeerde manier want dan wordt er meer bureaucratisch werk gedaan, er wordt meer misschien geregistreerd. Zou kunnen, ik ben er niet zeker van want we hebben andere manieren waarop je dat ook makkelijker kunt maken. Ook in Schalkwijk trouwens. Maar we hebben minder politie om er wat mee te doen. Dan mijnheer Smit. Ik heb u net al verteld, de basiszorg op orde, dat is wat onze prioriteit heeft. Dus als u zegt, ja, maar die is niet op orde, wat heeft het dan voor zin om al die prioriteiten te doen want dat was uw kritiek. Daarvan zeg ik, gelukkig, dat is een misverstand. Die basiszorg, dat is onze allerhoogste prioriteit en de andere dingen doen we daarbovenop. Soms door ook met de politie goed samen te werken en soms door het zelf extra op te pakken. Dan Partij voor de Dieren, demonstratierecht en dergelijke. Ik zou heel graag, ik denk dat ik gewoon te weinig tijd heb of althans dat de voorzitter vindt dat ik daarvoor niet voldoende tijd mag gebruiken. De voorzitter: Klopt. Burgemeester Wienen: Om ook daar uitgebreid op in te gaan. Maar als er één onderwerp is waarvan ik vind dat we er ongelooflijk zorgvuldig mee omgaan.
Bij iedere demonstratie met de medewerkers wordt zorgvuldig gekeken van, hoe kunnen wij de grondrechten van burgers op een zorgvuldige manier handhaven en tegelijkertijd niet accepteren dat mensen de wet overtreden? En ik weet dat er een discussie is over van, nou, moet je misschien bepaalde dingen toch toestaan ook al wordt het in de wet niet toegestaan? Nou, die discussie die is goed dat die landelijk gevoerd wordt, wil ik ook graag in Haarlem voeren. Maar de huidige lijn in Haarlem is, er wordt echt maximaal wordt er ingezet op het garanderen van het demonstratierecht, het
21
faciliteren van het demonstratierecht. Soms tot uw ongenoegen trouwens hier in de raad en soms tot uw genoegen maar wel binnen de regels van de rechtsstaat. En dat betekent dat als de wet wordt overtreden dat wij dan zeggen van, dat is dus niet acceptabel. Cameratoezicht ben ik al op ingegaan. Jeugdproject van de heer Linder. Dat is het PIT-project, ben ik ongelooflijk enthousiast over. Dat loopt, dat is bezig. En dat is inderdaad met scholen samen, met jeugdwerk samen, met alle instanties die nodig zijn. Maar het belangrijkste is dat er mensen zijn die apart met de ouders aan het kijken zijn van als er signalen zijn, hoe kunnen we in preventieve zin zorgen voor extra aandacht om te voorkomen dat dat afglijdt naar problematiek? En dit gebeurt op een leeftijd, want het gaat echt om jonge leeftijd, waarop het het meest efficiënt is en het meest preventief. Een hartstikke goed project en dat is dus een prioriteit, ook van jeugdbeleid, die we wel hebben opgepakt, extra geld ingestopt hebben en dat doen we als gemeente. En over dat plasticafval, ja, u heeft als raad twee handhavers extra aangesteld omdat u het belangrijk vond dat we bij dat afval dat we dat zorgvuldig deden. Want die afvalscheiding dat is hartstikke leuk maar als iedereen het op de verkeerde manier aanbiedt dan schiet het ook allemaal niet op. En nou doen ze hun werk, goed, begrijp ik.
Ik ben hartstikke blij en dan zegt u, ja, wat is het nou voor onzin? Deze raad heeft gezegd dat ze het belangrijk vond dat we daarop investeren, dat het afval goed gescheiden wordt, dat het zwerfafval wordt aangepakt, enzovoorts. Dat doet de handhaving. En dan denk ik, dan zouden ze een pluimpje verdienen. Dus wat mij betreft krijgen ze dat. Dan iets te veel repressie. Overlast kan je toch ook bestrijden door meer aan te bieden. Dat is de heer Drost van GroenLinks. Ik vind zelf dat het antwoord wat ik net gegeven heb, ik zal er alleen kort aan refereren en het niet helemaal gaan herhalen. Maar hier vindt u inderdaad vooral de repressieve kanten. Maar wij hebben absoluut oog voor die andere kant en doen daar ook echt veel aan. Maar ik wil voorkomen dat we zo meteen een heel dik stuk hebben waar zo verschrikkelijk veel in staat dat u zegt van, ja, maar wat is dit eigenlijk? Dus ik zou toch willen proberen om het te doen op de manier zoals hier voorgesteld. De capaciteit voor personeelsbeleid. Nou, zetten we echt op in. Er wordt geworven, we vinden ook mensen om het werk te doen. Dat kost inspanning maar het lukt gelukkig. Forum voor Democratie zegt minder inbraken, ja, dat komt gewoon door covid. Nee, we hebben ook flink wat minder inbraken dan voor covid, nog steeds. Dus volgens mij gaat dat gewoon goed.
Waar dat precies aan ligt, of dat alleen te maken heeft met beleid of dat dat ook met veranderende criminaliteitspatronen te maken heeft, dat zou best eens kunnen. Maar het is in ieder geval een gegeven. De verantwoordelijkheid voor wat de Rekenkamercommissie heeft voorgesteld. Ja, hoort helemaal bij u. Als u zegt van, we zijn daar niet tevreden over, dan kunt u het hier aan de orde stellen. En Hart voor Haarlem zegt, vaag stuk, te weinig personeel, geen tijd. Ja. Ik hoor van de een dat het te repressief is, te stevig. En als u zegt, het is te vaag, ik vind, wij doen echt concreet daar waar het nodig is zetten wij in en volgens mij is het helemaal niet vaag. Mevrouw Van Zetten: Dan zit ik waarschijnlijk in het midden. De voorzitter: Dank u wel voor de beantwoording van de vragen uit de eerste termijn. En we zijn al behoorlijk wat tijd, we zouden gaan eten nu. Dus ik wil eigenlijk voorstellen dat we nu wel doorgaan met de tweede termijn, dat we dit agendapunt afronden voor we gaan eten, voor we eetpauze hebben. Ik hoop wel dat door deze uitgebreide beantwoording er niet al te veel vragen meer zijn in tweede termijn maar ik zie een vraag van heer Trompetter. Tweede termijn. Ja. De heer Trompetter: Ja, en dat gaat namelijk over het aantal daklozen. Het is namelijk zo dat de landelijke regels zijn dat ze in Haarlem iedere stad moet opvangen. Dat is omdat ‘…’ niet meer mag.
Haarlem heeft een regionale functie en Haarlem vangt misschien wel mensen op van buiten maar dan wordt eerst gekeken, hebben ze recht of niet en anders gaan ze er weer uit. En er wordt nu net gesteld alsof er mensen, er een aanzuigende werking is maar dat wil ik even hierbij corrigeren als het kan. De voorzitter: Dank u wel. De heer Wiedemeijer.
22
De heer Wiedemeijer: Ja, dank wel, voorzitter. Dank ook aan de burgemeester voor de uitgebreide beantwoording. Ik ben het in principe met de burgemeester eens dat we al heel veel doen op integrale aanpak tussen fysiek, sociaal domein en handhaving. Alleen ik denk dat iedere wethouder en portefeuillehouder is nu verantwoordelijk voor zijn eigen deel. Nou, tuurlijk is het college als geheel verantwoordelijk. Maar het is denk ik goed als we als raad niet door inderdaad een boekwerk te gaan maken van 180 kantjes maar dat we meer gaan nadenken hoe dat al die terreinen samen clusteren. Maar ik snap uw scepsis of het dilemma tussen enerzijds meer stukken maken en verwoorden wat je eigenlijk de facto al doet. Maar toch wil je denk ik als raad jezelf uitdagen hoe je dat misschien nog beter kunt doen, ook al doe je in Haarlem al heel veel en doe je al heel goed. Ik heb daar nu nog geen definitief oordeel bij dus ik wil daar denk nog richting de raad over nadenken hoe we dat misschien kunnen aanpakken. Dus, nou ja, ik zou er in ieder geval voor pleiten om het dan een hamerstuk met stemverklaring te laten zijn zodat, nou ja, ik of anderen in ieder geval een motie of amendement kunnen indienen. Dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Çimen, D66. Mevrouw Çimen: Ja, dank u wel.
Dank aan de burgemeester voor de beantwoording en goed te horen dat Haarlem zich ook heeft gemeld voor het traject preventie met gezag, ik denk dat dat heel waardevol kan zijn. En fijn ook dat de burgemeester iets wil organiseren met de heer De Jong. En mocht het op prijs gesteld worden kan ik daar ook eventueel bij helpen. Maar dan ten aanzien van de stap terug bij de jonge drugsdealers van de politie, ik wil het hier toch nog heel even over hebben. Ik snap dat er keuzes moeten gemaakt worden op basis van die capaciteit die we hebben of het gebrek daaraan. Maar ik denk echt dat dit ook de basis op orde krijgen is. Want wat we nu doen gaat de nieuwe generatie die supersnel promoveert in die zware criminaliteit, dat is wat we willen proberen te voorkomen. Dus wat mij betreft kun je nu nog voorkomen wat straks wel mogelijk een acuut probleem gaat worden. En dan is de politie het sluitstuk in het probleem, dat begrijp ik ook, en zeker niet de enige relevante organisatie in dat team wat mij betreft. Maar ik zou dit juist wel steviger willen oppakken met stevigere vormen van jongerenwerk, met die 2 procent aanpak waar ik het ook over had. Ja, en u zegt dat het huidige beleid in Haarlem aardig in lijn is daarmee. Ik hoor er zelf andere geluiden over van jongerenwerkers dus het lijkt mij fijn om daar, nou ja, op een later moment wat meer over in gesprek te gaan dan.
En een laatste puntje, femicide. Ik geloof dat dit juist wel meer top of mind moet zijn. Maar dat begint met signaleren bij Veilig Thuis, dat begrijp ik, met doorvragen bij het doen van die eerste aangifte en dan doorrechercheren en doorvragen. En dan moeten we ook zeker iets doen aan die aangiftebereidheid dus dank daarvoor ook voor het noemen daarvan. Maar dat heeft wat mij betreft ook te maken met de persoon achter de aangiftebalie. Want het is een vriendin van mij ook wel eens in het verleden voorgekomen, zij was verkracht in haar eigen huis … De voorzitter: Mevrouw Çimen, ik wil u er wel op wijzen dat uw tijd loopt. Mevrouw Çimen: Ik ga nu stoppen bijna, laatste moment. Ik ga over mijn eigen tijd. Maar zij was verkracht in haar eigen huis maar omdat zij de persoon die haar heeft verkracht heeft uitgenodigd werd bij de politie gevraagd, ja, je hebt hem zelf uitgenodigd, weet je het zeker? Ja, en dan doe je aangifte. Dus ik vind hier echt wel de nodige aandacht voor. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Zetten. Mevrouw Van Zetten: Een vraag aan mevrouw Çimen. Komt u dan met een motie om dit nog eens even bevestigd te zien? Want dat ga ik natuurlijk steunen. Mevrouw Çimen: Ik wacht het antwoord af maar ... De voorzitter: … termijn.
23
De heer Aynan: Ja, voorzitter, dat aparte politieteam dat drugshandel bij jongeren aanpakt maar dat dus wegens personeelstekort niet voortgezet kan worden, dat baart ons echt zorgen. Want juist dat die moet voorkomen dat er nieuwe aanwas ontstaat want ja, in die criminaliteit is het één keer erin, het is eenrichtingsverkeer, één keer erin en eigenlijk heel moeilijk eruit. Dus de vraag aan de burgemeester, wat is ervoor nodig om dat team wel overeind te houden? Wat ons betreft is het ook geen prioriteit maar hoort het bij de basis. De voorzitter: Helder, dank u. De heer Klaver, o nee, sorry, de heer Smit was eerst. Eerst de heer Klaver? Gaat uw gang. De heer Klaver: Ja, voorzitter, ik hoor de burgemeester zeggen dat die ook het percentage aangiftes om een melding omhoog wil hebben. En dat die zegt van, ja, misschien moeten we daar nog eens naar kijken. Ja, ik zou het aan willen sporen om de creativiteit los te maken hoe we de aangiftes en de wereld achter de aangiftes kunnen stimuleren. Ja, misschien kunnen we de boodschappen die de gemeente uitzendt op de reclamezuilen, misschien kunnen we die daarvoor gebruiken, misschien kun we burgerzaken gebruiken, de locatie daar, misschien kunnen we de gemeentesite gebruiken. Dus laten we met elkaar eens creatief nadenken hoe we dat percentage omhoog krijgen. Dank u wel. De voorzitter: De heer Smit, OPH. De heer Smit: Voorzitter, dank u.
Mijnheer de burgemeester, criminaliteit en de bestrijding ervan zijn ongeveer zo oud als de aarde. Nee, zo oud als de mensheid. En uw woorden, mijnheer de burgemeester, die die snap ik. Er is geen verwijt met betrekking tot wat er gedaan is. Er is net een constatering dat het soms dweilen met de kraan open is omdat natuurlijk altijd de criminaliteit blijft en de bestrijding blijft. Maar de woorden van mevrouw Çimen ook horend, ik denk dat er … De voorzitter: Mijnheer Smit, even, u gaat ook over uw eigen tijd maar u heeft nog een halve minuut. Dus ik zou uw vraag kort stellen als u wil. De heer Smit: Is de burgemeester bereid om de opmerking die we hier gemaakt hebben over met name de jeugdcriminaliteit ten aanzien van de drugshandel en femicide, om die echt op te pakken en dat te herkennen als, of het nou basis is of extra, maar hier extra tijd op zetten. En anders komen wij met een amendement hopelijk samen met D66. De voorzitter: Dank u wel. Dan, wie wil nu het woord? U wijst naar elkaar. Van Kessel, de heer Van Kessel. De heer Van Kessel: Ja, dank u wel, voorzitter. In mijn eerste termijn sprak ik over de noodzaak van preventie en harde aanpak. Hè, dat zijn dus … Je kunt beter op je twee benen lopen en niet op één. Dat … Ja, precies. U sprak over buurtpreventieverenigingen.
Over de Rotterdamse aanpak heb ik nagevraagd, de very irritating police aanpak, de patseraanpak en ook naar het toepassen van de mogelijkheden die de wetgever al geeft op het gebied van preventief fouilleren en cameratoezicht. Nou, ik voelde me daar erg thuis ook bij de beantwoording van de burgemeester die aangaf dat cameratoezicht vooral ook in een groep maatregelen, dat dat een onderdeel kan zijn van een effectieve groep maatregelen. Dus al met al in deze week van linkse samenwerking ben ik blij dat ons veiligheidsbeleid niet alleen inzet op preventie maar gelukkig ook op aanpakken. Wat de VVD betreft is dat een goede samenwerking en lijkt er achter die linkse wolken toch een klein CDA-zonnetje te schijnen. De voorzitter: Dank u wel voor deze poëtische woorden. Wie kan ik … De heer Drost, GroenLinks.
24
De heer Drost: Ja, deze linkse wolk zou nog even wat punten in de tweede termijn willen toevoegen. En kijk, goed om te horen vanuit de burgemeester, natuurlijk, ik begrijp ook, er worden allemaal zaken rond preventie natuurlijk ook gedaan. Ik snap ook wel het dilemma dat je niet in een stuk, ja, een soort integraal beleidsdocument kan maken. Ik denk alleen wel, kijk, de toon maakt wel de muziek natuurlijk. En dan in het kader van, in het veiligheidsbeleid zijn wel de uitgangspunten en uitdaging op de thema's van leefbaarheid en veiligheid meegenomen. En nou ja, in dat licht zou ik wel kunnen zeggen van, nou, er mag wel, het had wel wat steviger erin gekund, laat ik het in die bewoording benoemen en dat als reactie daarop. De voorzitter: Dank u wel. Nog anderen? De heer Amand. De heer Amand: Ja, mijnheer Amand heeft één vraag aan de burgemeester. Wij krijgen de klachten steeds dat de ouderen 's avonds hun eigen niet meer veilig voelen op straat. En daar hoor ik eigenlijk niemand over en dat is toch wel een dingetje. Kunt u daar antwoord op geven? De voorzitter: Ik kijk even rond. Geen vragen meer. Mevrouw Van Zetten? Mevrouw Van Zetten: Nou, ik werd een beetje weggezet dat ik het allemaal maar vaag vond maar ik constateer wel, nou ja, dat is waar. Maar het werd een beetje negatief naar voren gehaald.
Maar ik wil wel zeggen dat ik toch een beetje mis, ik heb dat alles maar hetzelfde blijft. Of dat al die twintig jaar dat we hier dit soort plannen bedenken dat er eigenlijk niks is veranderd. Want in 2006 hadden we al probleemjongeren in Schalkwijk en hoe om te gaan om te voorkomen dat het niet doorgroeide naar georganiseerde misdaad en dat soort zaken. Dus dan denk je van, ja, wat is er dan voor reflectie geweest op wat hebben we gedaan, wat is goed gegaan, wat is er misgegaan? En wij gaan nu de komende jaren hè, als het aan de linkse wolk ligt, de hele stad volbouwen met 10.000 woningen, waar gaan we dan naartoe? We gaan praten over een azc hier in de buurt, wat staat ons allemaal te wachten. En we gaan vooruitkijken naar ’26 en dan mis ik toch een soort concreet idee van, waar gaan wij met Haarlem naartoe als het gaat over handhaving en veiligheid en dat iedereen zich prettig voelt in deze stad? De voorzitter: Dank u wel. Dan kijk ik nog eventjes, geen vragen meer in tweede termijn. Nou, opnieuw de vraag, wilt u ze kort en duidelijk beantwoorden. Dank u wel. Burgemeester Wienen: Ja, ja, ja. Ten aanzien van de dak- en thuislozen, de heer Trompetter die ging daarop in. Ik bedoel, wat ik gezegd heb gaat alleen over de aanduiding Haarlemmers. Wat mij betreft mag het. Wij zijn een regiogemeente die faciliteiten heeft voor de opvang van dak- en thuislozen in de hele regio.
En in ons geval betekent dat dat ook internationale mensen die stranden bij Schiphol, dat dat ook regelmatig bij ons zich meldt. En zo hoort het ook. Het is helemaal niet een punt dat dat niet goed zou zijn. Alleen dan blijft het wel de vraag van, is het de meest voor de hand liggende term om dan te zeggen, dat zijn de dak- en thuisloze Haarlemmers. Maar goed, op het moment dat ze hier in de dak- en thuislozenzorg zitten kun je ook zeggen, dan zijn het Haarlemmers. Maar ze staan niet ingeschreven, soms. Dan ten aanzien van politieteam dealende jeugd. Ja, ik denk echt dat het volstrekt overbodig is dat u daar, nou ja, in de teksten iets zou veranderen. Want ik heb al gezegd, als er één onderwerp is wat mij te hard gaat dan is het dit. Want ik vond het en ik vind het succesvol en ik ben met de politie in gesprek om dat zo snel mogelijk gewoon weer voort te zetten. En ik voel mij gesteund door de wijze waarop van diverse kanten hier dat punt ook onderstreept is. Dus wat mij betreft, maakt u zich daarover geen zorgen, dat is echt een punt wat zeer indringend met de politie wordt besproken en zo snel mogelijk weer zal worden opgepakt. Ten aanzien van die femicide. Ik denk dat het goed is dat het punt wat u uiteindelijk aan het eind maakte, namelijk dat de attentheid van de mensen die bij de politie daarmee bezig zijn, dat daar echt wat aan moet gebeuren.
Dat ga ik opnemen met de teamleiding van de politie want ik vind het met u een heel belangrijk onderwerp. Ik denk gewoon dat wij moeten zorgen dat onze politie daar adequaat op reageert. En dat is niet in de eerste plaats benadrukken van, nou, zou je het wel doen maar dat is proberen in te schatten van, wat is hier aan de hand en hoe kunnen wij daar adequaat hulp
25
geven? Dus dat zeg ik toe dat ik dat meeneem. De heer Klaver die noemt een aantal mogelijkheden om die aangiftebereidheid te stimuleren. Nou, het is goed dat u dat noemt en wij gaan kijken welke we daarvan zouden kunnen gaan inzetten. De heer Smit. Nou, dank voor al uw aanvulling zeg maar ook op uw kanttekeningen want die begrijp ik ook. Ik bedoel het is uiteindelijk voor ons allemaal want we hebben de wens om hier rond dit onderwerp goed beleid te voeren en resultaten te halen en het is soms frustrerend dat we met te weinig middelen dat moeten doen. Maar ik vind wel dat Haarlem, en daar ben ik zelf echt trots op, op heel veel terreinen echt veel bereikt en goed bezig is. De heer Van Kessel. Dank. De heer Drost. U zegt, nou, ik ga dat met u daarnaar kijken want ik denk dat het misschien mogelijk is om zonder dat het nou tot een enorme hoeveelheid extra teksten leidt, dat je in de wijze waarop je het opschrijft toch nog iets sterker dat integrale karakter en die verwijzing naar andere beleidsonderdelen kunt meenemen. De heer Amand, ouderen ‘s avonds veilig op straat. Ja. Voor een deel is dat een problematiek die wij ook niet echt puur in de stad op kunnen lossen. Want een deel van de veiligheidsbeleving van ouderen komt gewoon door wat ze op televisie zien, wat ze in de krant lezen, wat ze op de een of andere manier tot ze komt.
En dat roept een gevoel van onveiligheid op, dat herken ik ook. Terwijl ik denk dat Haarlem eigenlijk, ja, een opmerkelijk, ondanks alle incidenten die er ook zijn en alle negatieve dingen die je kunt zeggen, maar toch echt een heel veilige stad is. Ik loop iedere avond uitgebreid door deze stad en ik moet zeggen, het gevoel wat ik daaraan overhoud is, het is ook echt, je voelt je op straat eigenlijk nergens in Haarlem dat je denkt van, tjonge, ik vind dit een hele onveilig en onprettige buurt. De voorzitter: De heer Amand. De heer Amand: Ja, is het nog steeds. Loopt u ook in Schalkwijk? Ik heb u wel eens gezien ’s nachts. Burgemeester Wienen: Zeker, zeker. De heer Amand: Ik kom u wel eens tegen. Burgemeester Wienen: Vorige week nog vrijdaga… De heer Amand: ‘…’ bent u in de war. Burgemeester Wienen: Ja, ja, ja. De heer Amand: Dus, maar die ouderen die thuiszitten en die ook nog wel eens ergens heen willen, een wandelingetje zoals u maakt, die willen ook wel wat doen. Burgemeester Wienen: Nee, zeker, ook in Schalkwijk. Vorige week vrijdag nog van tien tot twaalf. Don’t worry. Daar loop ik meestal met een boogje omheen. Maar dat is vooral voor mijn gezondheid. Dan mevrouw Van Zetten.
Ja, maar ja, maar er blijft zoveel hetzelfde en wat voor resultaten halen we dan? Nou ja, voor een deel is daar ook denk ik de wijsheid van de heer Smit van, dit probleem gaan wij nooit echt oplossen in de zin van dat wij de eerste criminaliteitsvrije stad ter wereld worden. Dat zou ik op zich wel willen maar die verwachting heb ik niet. Ik vind dat wij echt op een aantal terreinen resultaten hebben en ik zal erover nadenken van, is het niet aardig om gewoon eens te kijken van, wat zijn een aantal resultaten die we op de een of andere manier zouden kunnen laten zien van, kijk eens, dit hebben we in ieder geval bereikt de afgelopen tijd. Ja, is een toezegging. De voorzitter: Oké. Zijn alle vragen hierbij beantwoord? Ja?
26
Mevrouw Çimen: Ja, dank u wel voor de beantwoording, burgemeester. En zou u ons op de hoogte kunnen houden van dat gesprek als per kort briefje of iets dergelijks maar dat we dan wel weten hoe dat is gegaan? Dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Van Zetten. Mevrouw Van Zetten: Ik maak hieruit op dat u geen motie of iets indient? Genoegen neemt met dat mensen die verkracht zijn goed worden ontvangen op het politiebureau. Nou ja, volgens mij gaat femicide natuurlijk veel verder, dat gaat natuurlijk om eerwraak, dat gaat om patriarchale cultuur, hoe mensen tegen vrouwen aankijken. Mevrouw Çimen: Volgens mij verbindt u er allerlei zaken aan maar … De voorzitter: … vaststellen nu hoe dit stuk naar de raad gaat en dan kunt gaan beslissen of u wel of niet een motie gaat indienen. Ik wil hiermee de bespreking afronden. En dan kunnen we, als u het voorstel voldoende heeft besproken, de heer Smit wil nog iets zeggen. De heer Smit: Punt van de orde. Ik ben voorzitter RKC, vandaar dat ik het even vraag. De gang bij het afdoen van aanbevelingen RKC is als volgt. Het is behandeld in de commissie. De voorzitter: Dat ga ik zo vragen ook of dat … De heer Smit: Nee, ik ga net uitleggen dat u dat niet aan de commissie moet vragen maar dat u het aan de RKC moet overlaten om op grond van de nota en de vergadering een voorstel doen aan de raad over het afdoen.
En als de raad, meestal zijn RKC en raad het met elkaar eens c.q. commissie, en dan wordt het afgedaan. Maar het is niet zo dat de commissie zelfstandig dat doet, die vraagt, zo is het altijd geweest, in feite aan de RKC, vindt u ook dat het … Nou, dat vraag ik u. Dus niet nu de punten 6a, 6b, 6c afdoen maar aan de RKC overlaten om het advies aan de commissie te geven in een volgende vergadering. Dank u. De voorzitter: Even kijken hoor. Dan … Maar dat … Ik krijg het advies om hiermee akkoord te gaan. Maar dan, we moeten wel nog vaststellen hoe het naar de raad gaat. Dus ik wil graag horen van u, hamerstuk met stemverklaring. En nog even volgens mij de toezeggingen die ik heb gehoord, kijk ik even naar u, om de criminoloog de heer De Jong uit te nodigen. Is dat een toezegging? Op de vraag van ... Ja, dit was de brief. En dan, u zult bij het opnemen van aangiftes de attentheid daarbij aankaarten bij de politiemensen. En er werd net nog eentje … Het prikteam, dat was ook een toezegging. Dus dan hebben we die hierbij ook ‘…’. En de heer Klaver. Burgemeester Wienen: Let op, let op, let op. De voorzitter: Wacht even. Kloppen deze? Burgemeester Wienen: De toezegging is, want dat vind ik een punt dat gaat inderdaad in de breedte dus ik zal met de wethouder die dat afvalbeleid heeft zal ik gaan kijken van, is dat niet een goed idee om dat te doen? Kijk, dan benaderen we het integraal.
Maar dan wat ik doe is het dus aan de orde stellen. De voorzitter: De heer Klaver wil nog een toevoeging doen. De heer Klaver: Ja, volgens mij heb ik ook de toezegging gehoord om te kijken welke middelen ingezet kunnen worden in een campagnevorm om tot verhoging van dat aantal aangiftes en meldingen te komen.
27
De voorzitter: Oké. Dan hebben we hiermee het agendapunt afgerond. Mevrouw Van Zetten, half acht mag u terugkomen voor de … We hebben nu pauze en daarna moeten we om tien over acht klaar zijn dus daarna gaan de andere twee agendapunten sneller. Dank u wel. 7.
Compenseren maatschappelijke instellingen voor gevolgen stijgende energieprijzen (FR) De voorzitter: Welkom allemaal terug. We gaan beginnen met het tweede deel van deze vergadering. En ik verzoek iedereen die nog binnenkomt snel te gaan zitten want we moeten echt, om tien over acht begint, of tien voor half negen begint de volgende vergadering dus we moeten tien over acht klaar zijn. We zijn bij agendapunt 7 en dat is ter advisering, compenseren maatschappelijke instellingen voor gevolgen stijgende energieprijzen. De gevolgen van de energiecrisis voor de semicollectieve sector is een actueel landelijk thema. Ook bij de gemeente Haarlem zijn signalen ontvangen dat het maatschappelijke partners zijn die in financiële problemen komen als gevolg van de stijgende energieprijzen. Waarom bespreken we dit stuk? Het college stelt de raad het volgende voor, in 2023 maatschappelijke instellingen incidenteel aanvullend te compenseren voor de gevolgen van de stijgende energieprijzen. Op basis van berichtgeving uit het Rijk bij Najaarsnota 2022 hiervoor in 2023 2,5 miljoen beschikbaar te stellen. En drie, aan de incidentele middelen aanvullende compensatievoorwaarden te verbinden als benoemd in deze raadsnota.
Vier, de beschikbaarstelling en voorwaarden van incidentele aanvullende compensatie voor de gevolgen van de stijgende energieprijzen te vertalen naar een door het college uit te werken en vast te stellen subsidieregeling. Dit plan staat ter advisering op de agenda. De commissie, u zult vanavond bepalen of dit voorstel rijp is voor behandeling in de raad. Wie kan ik het woord geven in eerste termijn? En dat is mevrouw Oosterbroek. Mevrouw Oosterbroek: Bedankt, voorzitter. Nou, wij zijn ook blij dat we als Haarlem in staat zijn om deze crisis, om in tijden van deze energiecrisis de maatschappelijke instellingen in de lucht te kunnen houden. Nou, wat een voorrecht dat we in Nederland wonen en dat we de hoge energieprijzen gewoon voor deze organisaties kunnen betalen. Maar we zitten wel al een tijdje in de energietransitie en Haarlem heeft hier ook al eerder over nagedacht. We zijn als een van de eerste steden die de Energiestrategie hebben vastgesteld, de warmte transitievisies. We lopen hierop voorop en dan is het ook fijn dat we die kennis hebben. We zijn echt bezig met het verduurzamen van onze stad. En dan hebben we ook geleerd dat naast, om de energierekening naar beneden te halen stevige isolatie en aansluiting op een duurzame energiebron belangrijk is maar dat ook een heel groot gedeelte afhangt van ons gedrag.
En gebruikers van onze gebouwen hebben dus ook een taak in het reduceren van het gebruik van de energierekening, ongeacht de uitvoering van het verduurzamen van het maatschappelijk vastgoed in technische zin. Nou, op dit moment staat in het stuk dat als er voldoende is aangetoond dat het gebruikmaakt van of bezig met verduurzaming van het vastgoed is, dat dat voldoende is om gebruik te maken van deze reddingsactie. En we zouden dat graag wat specifieker willen zien. GroenLinks ziet graag een verduurzamingsplan waarbij inzichtelijk is hoeveel energieverbruik er kan worden bespaard door het gedrag van de huurder. En ook wil GroenLinks dat er expliciet wordt aangegeven dat de huurder van plan is samen met de gemeente dit plan verder uit te werken maar ook in actie te zetten zodat we daadwerkelijk CO2 kunnen besparen en ook de kosten van de energiekosten lager kunnen houden. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Zetten, Hart voor Haarlem. Interruptie. Nou ja, het is na de termijn heb ik begrepen. Maar goed, het mag. U mag één vraag stellen. Mevrouw Van Zetten: Nee, laat maar, ik … De voorzitter: Ja, nee. Mevrouw Van Zetten: Nou ja, ik constateer dat GroenLinks dit geld dat we krijgen van het Rijk wil gebruiken als een dwangmiddel om mensen de goede richting op te sturen. Uw richting namelijk.
28
Mevrouw Oosterbroek: Nee, ik denk dat het handig is dat we niet volgend jaar weer dezelfde rekeningen gaan betalen. En dat als we hem moeten betalen door middel van de energiecrisis, Oekraïne en allemaal externe factoren, dat die in ieder geval wat lager is zodat we een duurzaam financieel beleid hier voeren. De voorzitter: Dank u wel. De heer Wiedemeijer van de PvdA. De heer Wiedemeijer: Ja, voorzitter, ik ben deze week aardig in de richting van GroenLinks opgeschoven maar ik vrees dat dat nu minder het geval zal zijn. Ik denk namelijk dat de regeling die er is moet ook prettig in de uitvoering zijn en we moeten zorgen dat de middelen snel bij de instellingen komen. Op het moment dat we dan een heel duurzaamheidsplan gaan vragen van de instellingen waar wij al kijken naar een energiegevoeligheid vrees ik dat de gelden niet snel bij hun komen. Dus ik ben benieuwd naar een reactie van de wethouder. Maar het lijkt mij vrij complex maar wellicht dat het meevalt. Maar ik wacht af. Ik ben blij, de Partij van de Arbeid is blij met dit initiatief dat er ligt. We denken dat het enorm nodig is bij onze instellingen en we hopen dan ook dat de middelen zo snel mogelijk bij hun kunnen komen. Ik vind dat de aanvullende voorwaarden die er zijn al genoeg recht doen aan zorgen dat het geld wel gericht is en niet dat we met hagel gaan schieten.
Dus nou ja, voor de Partij van de Arbeid simpelweg akkoord. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van Kessel, VVD. De heer Van Kessel: Ja, dank u wel, voorzitter. Nou, de VVD is natuurlijk ook heel blij dat het Rijk deze middelen aan de gemeente Haarlem beschikbaar stelt om te gebruiken. We hebben er eigenlijk één vraag bij en dat is, wordt dit uitgevoerd op basis van wie als eerst komt, wie het eerst maalt of schrijft de gemeente de subsidierelaties aan, kijkt wat er opgehaald wordt, vergelijkt ze dan met elkaar en compenseert dan daarna? Dus op welke manier, hoe ziet u het voor u? De voorzitter: Dank u wel. De heer Klaver. De heer Klaver: Een vraag aan de VVD. U noemt uitdrukkelijk subsidie-instellingen, neemt u het woord in de mond. Vindt u het terecht dat deze regeling alleen voor instellingen, dat alleen de instellingen in aanmerking komen die subsidiegerechtigd zijn of een huurrelatie hebben met de gemeente. Vindt u dat terecht? De voorzitter: De heer Van Kessel. De heer Van Kessel: Ja, mijn inbreng was heel kort maar volgens mij wel duidelijk. Wij vinden het een goed voorstel wat hier ligt. De voorzitter: Dank u wel. De heer Linder. De heer Linder: Dank u wel. We zijn blij dat er nu iets, dat deze compensatie komt. Alleen waar wij minder blij van woorden dat men de kerken en ook de moskeeën gewoon in de kou laat staan en dat daar geen vergoeding is.
Want allemaal leven ze, tenminste zover dat mij bekend is, ook moskeeën leven ze van bijdrages van de leden die daar zijn, van giften. De kerken zijn heel vaak nog oude kerken met slechte isolatie waar men met een project Buurtbakens bezig is om die ook te verduurzamen, waar men hard mee bezig is. Maar het is een zware last voor de kerken om dit te dragen dus ik wil eigenlijk gewoon de wethouder vragen, kan het niet uitgebreid worden dat ook kerkgemeenschappen daar gebruik van kunnen maken van dit geld? De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Zetten, termijn. Mevrouw Van Zetten: Ja, dank u, voorzitter. Ja, ik miste toch ook wel enige prioritering, ik krijg nu de indruk dat iedereen gelijk is. Nou, voor GroenLinks niet, dat is dan duidelijk. Dus over wie hebben wij het en wat
29
moeten we verstaan onder die maatschappelijke partners die elke keer worden genoemd maar niet concreet aangeduid wie dat dan zijn? De voorzitter: Dank u wel. De heer Aynan. De heer Aynan: Ja, heel kort, voorzitter. Akkoord maar wel graag standaard een energiecoach langssturen voor degenen die de compensatie aanvragen. Dus kijken waar snel winst geboekt kan worden, bijvoorbeeld te isoleren. En inderdaad ook Jouw Haarlem heeft gesproken met kerken en moskeeën. De nood is echt hoog en het zou gewaardeerd worden als er in ieder geval een brief gestuurd wordt vanuit de gemeente van, joh, hey, waar kunnen we mee helpen? Laten we in ieder geval het gesprek met elkaar aangaan. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Klaver, CDA. De heer Klaver: Ja, zoals anderen al aangaven, mooi dat deze regeling er is, dat het geld beschikbaar komt vanuit het Rijk. Wat betreft het CDA is het ook een goede aanpak om het in eerste instantie incidenteel in te zetten en niet structureel al te bestemmen. Ja, uit mijn vraag aan de VVD kon u opmaken dat wij ons afvragen of dit exclusief zou moeten zijn voor instellingen die een subsidie of huurrelatie hebben met de gemeente, of dat niet verbreed zou moeten worden. Er zijn toch heel wat maatschappelijke instellingen die hun eigen broek ophouden en die nu voor forse uitdagingen staan vanwege de hoge energierekening.
Mijn buurman van de ChristenUnie noemt enkele organisaties maar het gaat natuurlijk nog veel verder dan dat. Dus is het wel fair om dit te beperken tot deze relaties van de gemeente? Dan, er zijn Rijksregelingen voor zwembaden, amateursportverenigingen en zorginstellingen. Ja, ook deze instellingen kunnen in aanmerking komen voor de regeling. Hoe zorgen we ervoor dat we dat zodanig beoordelen dat we ook kijken of die Rijksregelingen voor deze instellingen al niet voorzien in de behoefte en of we voorkomen dat we daar nog weer geld bijleggen terwijl dat misschien niet nodig is zeg maar. Dank u. De voorzitter: Dank u wel. De heer Trompetter, Actiepartij. De heer Trompetter: Dank u wel, voorzitter. Ja, ook steun vanuit ons. Ik had de vraag ook van, is er iets van een coulanceregeling voor juist die instellingen die waar niet gesubsidieerd bijvoorbeeld zelforganisaties, kerken en moskee’s zijn al genoemd. Dus ja, daar graag een reactie op. En inderdaad om dubbelingen te voorkomen zoals het CDA al zegt, zijn er andere regelingen waar mensen gebruik van kunnen maken en wordt ook gekeken of er liggend geld is of niet? Dank. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Hartman, Forum voor Democratie. Mevrouw Hartman: Ja, dank u wel, voorzitter. Wederom een paar vragen waarbij we een beetje uitzoomen.
Is het Rijk in het plan en ons college zich bewust van het grote verschil van een marktprijs voor gas en de prijzen die de energiemaatschappijen vragen? En afgaande op dit prijsverschil, gaat de compensatie dan niet vooral naar die energiebedrijven als een soort indirecte subsidie? Zo ja, heeft u daar een goede reden voor en ziet u dit als iets wenselijks? De voorzitter: Dank u wel. Als er … Mijnheer Amand, Trots. De heer Amand: Dank u wel. Een prima voorstel. En dat ik hoop natuurlijk dat alleenstaande ouderen ook geholpen worden helemaal in het hele proces en dat ze goed begeleid worden. De voorzitter: Dank u wel. Even kijk, nou, dan zijn er geen vragen meer in eerste termijn. Ik had u nog niet welkom geheten, wethouder Roduner, en kunt gaan beantwoorden.
30
Wethouder Roduner: Ja, dank u wel. Geen tijd meer. Ja, de burgemeester … Nou, dan hou ik het kort. Nee, ik ben heel blij dat deze regeling, dat dit geld in ieder geval door het Rijk ook beschikbaar wordt gesteld. Kijk, waar die achtergrond uiteindelijk is zeg ik richting Forum, dat maakt mij even niet zo heel veel uit. Ik ben blij dat we in ieder geval geld hebben om een aantal van onze belangrijke Haarlemse partners door deze ingewikkelde tijd te helpen. Het is niet heel veel geld, dat zeg ik er onmiddellijk bij, 2.5 miljoen is een mooi bedrag maar ik maak me wel zorgen dat het snel op is. Dus ik ben ook wel terughoudend om die doelgroep heel erg veel te vergroten. We hebben gezegd in eerste instantie, laten we ons richten op de partners waar we een relatie mee hebben. Waar we dus ook met elkaar al hebben gezegd, dit vinden wij partners die wij een subsidie geven en daarmee zeggen, dit vinden wij dus belangrijk voor de stad. Dus daarom hebben we gezegd, laten we ons vooral richten op onze huurpartners want dat zijn vaak ook diezelfde partners of subsidierelaties. Ik denk dat het verstandig is om te kijken, kunnen we eerst even het net ophalen om te kijken wat is nou het, wat ligt daar nou op tafel en hoeveel is dat überhaupt en is dat in te passen? Ik hoop dat daarom uiteindelijk het beeld is van, nou, dat is in te passen en er blijft nog wat over.
Want ik heb inderdaad ook wel oog voor een aantal belangrijke maatschappelijke partners die geen subsidie van de gemeente hebben. Vind ik, nou, kerken altijd ingewikkeld. We hebben toch scheiding kerk en staat maar er zijn natuurlijk een aantal organisaties die heel belangrijk zijn voor de stad en het zonder subsidie weten te redden en die wel een belangrijke rol spelen in ons maatschappelijk middenveld. Dus dat is wel een lastige maar ik denk dat wij ook vanuit het kabinet toch wel echt meer die richting zijn opgeduwd richting die semicollectieve sector zoals de sportverenigingen, zoals het welzijnswerk. Dus daar wil ik me dan ook in eerste instantie op richten. De voorzitter: Ja. Ik wil eigenlijk net als in vorig agendapunt voorstellen dat de wethouder eerst eventjes een beantwoording doet en dat u een vraag in tweede termijn stelt. Ja? Wethouder Roduner: Dus, nou, wat ik volgens mij vraag is, wij gaan aan de slag met een regeling. Hè, dus wij proberen in maart een subsidieregeling vast te stellen als college. Er zijn overigens ook al mensen die zich al, clubs die zich al vooruitlopend daarop bij de gemeente melden, die zullen we ook helpen. Dat we dan een grote uitvraag doen, kijken wat er binnenkomt.
Dat we dan kijken van, nou, hoe kunnen we die binnen die subsidieregeling op een goede manier helpen? Is er dan nog wat over? Maar al mijn collega's in het college vragen aandacht voor net even het geval wat niet hierin valt hè. Dus het is … Ik heb wel duidelijk een lijstje meegekregen van instellingen waar aandacht voor wordt gevraagd. En nou, ik zal met mijn staf ook bespreken van, hoe kunnen we die inpassen, is dat in te passen ja of nee? Maar ik ga daar geen … Ik ga daar niet op voorhand al zeggen, ik ga een subsidieregeling optuigen voor die instelling omdat ik niet weet of we genoeg geld hebben voor de eerste groep. Ja, terecht punt, we willen niet geld dubbel geven dus we zullen daar een check op doen. Het is denk ik wel in zulk soort situaties met enige spoed, urgentie en crisis niet uit te sluiten dat er uiteindelijk toch iemand dubbel vangt. Dat is zo maar dat zal zeker een aandachtspunt zijn. Er zijn een aantal regelingen die, nou, zwembaden is een hele specifieke, scholen hebben ook onder andere geld gekregen. Nou, het is niet de bedoeling dat we hiermee het zwembad twee keer tegemoetkomen. De … Nou ja, en dan volgens mij nog de vraag van GroenLinks hè. Nou ja, het is dus … Kijk, het gaat bijvoorbeeld een voorbeeld vind ik zelf van een club, en ik zal de naam niet noemen maar er is een club, daar heb ik mijn gesprek mee gehad.
Die zegt, ja, wij hadden een prachtig plan om te verduurzamen, dus een prachtig plan om onze club duurzaam te maken, dat willen we graag doen maar al ons geld gaat nu op gewoon aan het betalen van de energierekening. En we hebben de douches al kouder gezet, we hebben het clubhuis al kouder gezet dus er is al heel veel gedaan. Er lag een goed plan, er zijn al aantal maatregelen genomen. Nou, dus daar hebben we in ieder geval oog voor dat we zeggen, nou, laten we dan proberen ook jullie in ieder geval te zorgen dat jullie die verduurzamingsmaatregelen ook door kunnen zetten. We hebben gezegd, we willen dat in ieder geval partijen zich committeren aan een plan, dat ze inzichtelijk maken wat ze gaan doen. Dat is denk ik heel belangrijk. Ik heb wel een beetje, kijk, er zijn clubhuizen die bijvoorbeeld maar één keer per week verwarmd worden hè dus het is niet … Dus als je kijkt naar, waar wil je met je duurzaamheidsprogramma het meest effectief zijn, dan denk ik dat je wel misschien je beter zou kunnen richten op gewone woningen die gewoon of die vaker verwarmd worden hè. Dus dan dat je heel veel energie gaat stoppen in het afdwingen of
31
het verplicht stellen bij sportverenigingen die misschien maar één keer per week hun clubhuis verwarmen. Dus ik denk dat we echt wel hun nadrukkelijk vragen om hier iets mee te doen, gaan we in de regeling opschrijven. Maar ik denk dat we ook een beetje moeten opletten dat we niet al onze duurzaamheidsmensen hier nu op moeten zetten terwijl we weten dat daar misschien wel niet de grootste CO2-winst te behalen is. Dus dat is denk ik wel een beetje de balans die we proberen te zoeken. Mevrouw …: Ik denk … De voorzitter: Nou, ik wil toch even eerst want we moeten echt door en ik wil ook de wethouder vragen om de vragen door te gaan. Wethouder Roduner: Nou, dat was het eigenlijk hoor dus. Dat was hem dus als daar reactie op is dan … De voorzitter: Dan is dit de tweede termijn. Dan mag de heer Linder eerst zijn vraag stellen. De heer Linder: Ja, wethouder, ik ben nog een beetje geschrokken over die opmerking van hoe er wel staat, kerk gescheiden houden. Op één kant wordt met Buurtbakens wordt kerken geholpen om eventueel te verduurzamen en om een maatschappelijke functie op te pakken. En als het op een gegeven moment gaat van, goh, we hebben een probleem, we zitten in de kou, dan is het plotseling, kerk en staat gescheiden houden. Terwijl een yogaclub blijkbaar genoeg weer niet gelovig is om daar wel te investeren.