Transcript van de Commissie Beheer d.d. 14 december 2023
Tekst van het document
TRANSCRIPT VAN DE COMMISSIE BEHEER VAN GEMEENTE HAARLEM d.d. 14 december 2023 1.
Opening en mededelingen voorzitter De voorzitter: Beste allemaal, van harte welkom bij de commissie Beheer van 14 december 2023. Welkom thuis en welkom allemaal hier. Het is echt een bomvolle agenda, dus laten we snel beginnen, dan hopen we dat we ook het initiatiefvoorstel van de ChristenUnie vandaag nog kunnen afronden. We hebben afmelding ontvangen van mevrouw De Goede van de SP en de heer Hulster van Actiepartij en voor de heer Hulster hebben we vandaag aanwezig de heer Van Leeuwen. Van harte welkom. En ik geloof dat de heer Jonker op een iets later moment binnen komt vallen, dus die zien we zo meteen wel verschijnen. Zijn er verder nog verhinderingen? Denk het niet hè? U ziet er heel compleet uit.
2.
Vaststellen van de agenda De voorzitter: Dan vaststellen van de agenda, agendapunt 2. Zoals gezegd, volle agenda. We hebben acht insprekers. Dus we moeten echt eventjes stevig doorwerken om dat allemaal op tijd af te ronden. Kunt u de agenda conform vaststellen? Dat lijkt mij ook.
3.
Mededelingen commissieleden en wethouder(s) De voorzitter: Dan agendapunt 3, de mededelingen van commissieleden en wethouders. Zijn er commissieleden met een mededeling? Dat lijkt mij niet het geval te zijn. En ik begreep dat wethouder Berkhout in elk geval twee mededelingen heeft. Ga uw gang. Wethouder Berkhout: Klopt, dank u voorzitter. Eerste mededeling gaat over het Houtmanpad. Op het Houtmanpad komen proefvakken met zogeheten halfverhardingen. Daar werd aan gewerkt, of daar zou aan gewerkt worden. Helaas hebben we alleen te maken met overmacht. De extreme neerslag van de afgelopen periode heeft ertoe geleid dat we ertoe besloten om de proefvakken voor dit moment stop te zetten. We hebben er ook voor gezorgd dat er op korte termijn een noodreparatie uitgevoerd zal worden, maar het voornemen is nu om in het voorjaar van 2024 te continueren met het aanleggen van de proefvakken en omwonenden zullen hierover geïnformeerd worden, maar ook zullen er voor de gebruikers van het Houtmanpad borden worden geplaatst aan het begin en eind van het pad. En mijn tweede mededeling heeft te maken met het warmtenet Meerwijk. Daar zijn we natuurlijk al enige tijd bezig met de aanleg, zoals u weet … De voorzitter: O, dan moet iemand even bij de technicus kijken of we dat uit kunnen zetten. Wij hoorden deze vergadering ineens twee keer in deze ruimte. O, andere vergadering. Nou.
Wethouder Berkhout, gaat u gerust verder. Wethouder Berkhout: Ik zal nog even mijn mededeling afmaken. Ging over het warmtenet Meerwijk en goed nieuws, ik wilde u even op de hoogte brengen. Inmiddels hebben we namelijk een aantal subsidies binnen, drie om specifiek te zijn, optellend tot inmiddels meer dan 4 miljoen en dat is een mooie steun in de rug voor het warmtenet. Daarmee zijn we er overigens nog niet. De belangrijkste subsidie die we willen binnenhalen kunnen we pas volgend jaar aanvragen en gaan we dan ook doen. Maar ik dacht, toch goed om u even te mee te nemen dat dat voorspoedig loopt. Dank u wel.
1
De voorzitter: Mooi, dank u wel. 4.
Agenda komende vergadering(en) De voorzitter: Dan het volgende agendapunt, de agenda van de komende commissievergaderingen. Er is een agenderingsverzoek ontvangen van het CDA over het ter kennisname stuk vaststellen van de tarieven van de parkeergarages 2024. Dat stond op de agenda van de, was bijgevoegd bij de vorige vergadering. Mijnheer Dreijer, wilt u uw verzoek nog toelichten? Heel snel. De heer Dreijer: Ik denk dat het duidelijk is. Het gaat erom dat in het document dingen bepaald zijn wat volgens mij achterhaald is en we nader nog eens opnieuw naar moeten kijken. U kunt het lezen, wat ik precies bedoel, in het stuk. De voorzitter: Dat is mooi. En dan is daar steun voor dit agenderingsverzoek? Daar is heel ruim steun voor, dus dan wordt dat een volgende keer geagendeerd. En dan hebben we ook nog een agenderingsverzoek ontvangen van GroenLinks over het ter kennisname stuk Update Uitvoeringsagenda Transitievisie Warmte. Mevrouw Barten, wilt u uw verzoek nog toelichten? Mevrouw Barten: Nou, het staat ook in het formulier, denk ik. De voorzitter: Dan heeft iedereen het kunnen lezen en is daar steun voor? Ook al ruim steun. Nou, dan gaan we daar ook voor zoeken om dat in een volgende vergadering aan de orde te stellen.
5.
Transcript commissie d.d. De voorzitter: En dan wil ik doorgaan naar het volgende agendapunt 5. Dat is het transcript van de commissie van 7 december en die is nog niet ontvangen.
Overige punten ter bespreking 6.
Handboek Inrichting Openbare Ruimte (HIOR) en inrichtingsleidraad openbare ruimte (RB) De voorzitter: Dus dan gaan we gelijk door naar de bespreekstukken. Dan het eerste stuk van vanavond is het Handboek Inrichting Openbare Ruimte, HIOR genoemd. Dat is geactualiseerd op basis van het vastgestelde beleid en ingebrachte moties en het is een samenvatting van het beleid en geldt als een werkboek voor iedereen die zich bezighoudt met de herinrichting van de openbare ruimte in Haarlem. Het geldt voor de hele stad, waarbij onderscheid is gemaakt in materiaalgebruik voor de verschillende wijken. Het college stuurt het hier ter bespreking naar de commissie Beheer en daarbij treft u ook aan het IOR, de Inrichtingsleidraad voor de Openbare Ruimte, en die maakt inzichtelijk hoe en waarom afwegingen in de openbare ruimte worden gemaakt. Nou, het is een bespreekstuk en er zijn twee insprekers. Die zitten ook aan tafel. Dat zijn mevrouw van Heuven en mevrouw Schoorl. Ik dacht dat u al eens eerder heeft ingesproken, maar u heeft zo meteen drie minuten de tijd per persoon om in te spreken. Ik ga daar ook echt strak aan houden, omdat we een hele volle agenda hebben en we hebben ook een eindtijd. Die drie minuten is korter dan u denkt, dus let goed op. U kunt de klok voor u zien.
Die is hopelijk ook al ingesteld, toch? En als u klaar bent, kunt u blijven zitten en dan kan de commissie u eventueel nog wat vragen stellen. Het is niet toegestaan om namen van ambtenaren te noemen, want die kunnen zich niet publiekelijk verdedigen. En als ik u zo meteen de beurt geef, dan kunt u de rechterknop van uw microfoon voor u indrukken, dan gaat de camera lopen en de microfoon en dan gaat
2
ook uw tijd lopen. Ik zou willen voorstellen om te beginnen met mevrouw Van Heuven en als u er klaar voor bent, mevrouw Van Heuven, dan heeft u het woord. Mevrouw Van Heuven: Mijn naam is Pauline Van Heuven, stichting Drempelloos. Het vernieuwde HIOR. Al een jaar en een dag wordt naar dit HIOR verwezen als de heilige graal, waar tekst en uitleg gegeven zou worden over toegankelijkheid en de toepassing daarvan. Op bladzijde drie wordt zelfs verwezen naar een algemeen toegankelijkheidsbeleid. Maar wil men met behulp van dit handboek bijvoorbeeld een lantaarnpaal neerzetten, een boom planten, straatmeubilair of een laadpaal plaatsen, dan ontbreekt hierin elke verwijzing naar toegankelijkheid of enige uitleg hierover, terwijl het hier juist om de meest voorkomende obstakels gaat. Door reeds vastgesteld beleid ontstaan er op zijn zachtst gezegd bijzondere situaties. Een voorbeeld hiervan vinden we op het Houtplein. Hier zijn nieuwe bomen geplant bij de bushalte. Deze bomen staan alleen behoorlijk in de weg, namelijk vlak langs de geleidelijn en de in- en uitstapstrook. Waarom zijn ze juist daar geplaatst en niet wat meer naar achter, zodat er ruim voldoende plek is voor in- en uitstappen? Bij navraag kreeg ik als antwoord terug dat de bomen keurig volgens de richtlijnen van de CROW zijn geplaatst en mooi in lijn staan met de bomen op de Dreef.
Bij mijn tegenwerping dat in- en uitstappen zo bemoeilijkt wordt, werd er aangegeven dat de bomen precies staan waar ze volgens alle handboeken en richtlijnen mogen staan en dat de deuren van de bus precies in het midden vallen. Ja, voor de eerste bus, maar zodra er een tweede volgt, wat te verwachten mag zijn op deze drukke OV-plek, wordt het een ingewikkelder verhaal. De reactie hierop was dat er wordt gerekend op de kunde en vaardigheid van de buschauffeur. Een ander voorbeeld vind je hier om de hoek in de Zijlstraat. Op de linkerstoep staan de fietsnietjes en de fietsenrekken, dus de veilige gidslijn voor blinden en slechtzienden is de rechterstoep, of beter gezegd was de rechterstoep. Hulde voor die nieuwe bomen. Ik ben ook ontzettend voor groen, maar waar nu de bomen geplaatst zijn is geen ruimte gegeven om de stoeprand veilig te kunnen volgen wanneer je blind of slechtziend bent en word je dus de straat op gedwongen. Let wel, deze straat is onderdeel van het officiële fietsroutenetwerk, dus fietsers komen hier erg hard voorbij. Veilig is anders.
In het tweede gedeelte van de Zijlstraat, aan de andere kant van de Gedempte Oude Gracht, staan de stoepen aan weerszijden van de straat zo vol met geparkeerde fietsen, uitstallingen en terrassen, allemaal keurig volgens bestaand beleid, dat niemand meer veilig gebruik van de stoep kan maken en de straat op wordt gedwongen, op het meest drukke en krappe gedeelte van deze fietsroute. Dit is wat er gebeurt wanneer beleid en ontwerpen gemaakt worden zonder rekening te houden met toegankelijkheid en zonder de juiste verwijzingen naar toegankelijkheid in het HIOR zullen deze situaties alleen maar vaker gaan voorkomen en creëren we een nog groter ontoegankelijker Haarlem. Toegankelijkheid betekent veiligheid. De stoep is in de eerste instantie bedoeld voor voetgangers, of zijn we dat basisprincipe vergeten? Juist de mensen die ontwerpen, ontwikkelen of willen creëren, zullen dit document gebruiken om hun werkwijze te bepalen. Veel van deze mensen werken onder tijdsdruk en juist zij moeten leren hun gewoontes te doorbreken. Dit kan alleen wanneer bewustwording vergroot wordt door heldere uitleg te geven. Besteed alsjeblieft jullie kostbare spreektijd een keertje niet aan overpopulaire onderwerpen als klimaat, milieu, groen, fietsen of parkeren, en pas in de laatste plaats wanneer er nog een minuutje over is, aan toegankelijkheid.
Ik wil hier een dringende oproep doen om één keer de belangen van de minder mobiele stoepgebruikers de volle aandacht te geven. Want in één minuut komt het nooit tot een goede, inhoudelijke discussie over de toegankelijkheid in onze stad. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Van Heuven. Dat was een hele mond vol, maar uw boodschap is denk ik luid en duidelijk overgekomen. Dan ga ik over naar mevrouw Schoorl. Voor u hetzelfde, drie minuten. Ga uw gang.
3
Mevrouw Schoorl: Dank u wel. Geachte leden van de commissie Beheer. In het kader van de op de agenda staande HIOR spreek ik in namens mijzelf, de ambassadeurs van Toegankelijk Haarlem en mensen met een beperking in het algemeen. Die HIOR ziet er technisch gezien goed uit. Vlakke stoepen, afrij- en oprijplekken voor mensen met een rolstoel en rollator enzovoort. Maar wat als op die stoepen of afrijplekken hinderlijk wordt geparkeerd? Fietsen, auto's, reclameborden worden geplaatst? Dan wordt het lastig. Zie de volgende verklaringen als een melding wordt gedaan voor obstakels in de openbare ruimte. De foto's staan in de inspreekbrief. Melding één. Melding afgehandeld, geen actie ondernomen. Melding twee. Groenbakken zijn geleegd en moeten nog worden teruggehaald. Melding drie. Helaas begaat geen van deze mensen een overtreding. Hierdoor kunnen wij niet optreden. Melding vier. Helaas begaat geen van deze personen een overtreding. Hierdoor kunnen wij niet optreden. Dit is een kleine greep uit de meldingen van het afgelopen jaar en de reacties van handhaving. Geen enkele melding is serieus opgepakt en de toegankelijkheid blijft een groot probleem, ondanks de fraaie HIOR. Op een klacht aan handhaving werd gereageerd met: de meldingen zijn al wat ouder.
Kunt u ze nog een keer naar mij toesturen? Een brief met vragen aan de burgemeester werd pas na bijna drie maanden beantwoord, zonder de vragen te benoemen. Wat moet een persoon met een handicap in Haarlem doen om serieus genomen te worden, om gezien te worden, om onbeperkt mee te kunnen doen? Hoe gaat u ervoor zorgen dat deze nieuwe HIOR wel gehandhaafd gaat worden? Het 66 keer noemen van toegankelijkheid in een document van ruim 200 pagina's lijkt misschien heel wat, maar het is nietszeggend als er niet wordt gehandhaafd. Zolang men allerlei objecten zoals fietsen, bankjes, plantenbakken, maar ook brommers en motoren, onbeperkt op het voetpad mag plaatsen, zolang tuinheggen ver buiten de perceelgrens mogen groeien en containers lukraak over de stoep verspreid mogen worden, zal er niets veranderen. Mijn zoon is ernstig gehandicapt, maar ik genoot van het wandelen met mijn zoon door de stad. Nu geniet ik van mijn zoon, maar het wandelen is nog steeds heel lastig. De voorzitter: Dank u wel voor uw bijdrage. Ik kijk rond of er vragen zijn. Mevrouw Scholten, Jouw Haarlem. Mevrouw Scholten: Dank u wel, voorzitter. Hoe, het maakt me eigenlijk niet zo heel veel uit wie van u tweeën hem oppakt, maar misschien mevrouw Van Heuven.
Hoe zou u nou aan ons als commissie adviseren om dit HIOR te gebruiken om toegankelijkheid beter onder de aandacht te brengen of beter vorm te geven? De voorzitter: Mevrouw van Heuven. Mevrouw Van Heuven: Dank u wel voor uw vraag. Ik had maar drie minuten en die heb ik volgepropt, dus deze paste er niet meer in. De voorzitter: U mag uw antwoorden gewoon geven hoor, daar heeft u geen tijd voor. Mevrouw Van Heuven: In het HIOR op dit moment staan twee standaardverwijzingen bij bepaalde onderwerpen. Eén daarvan is: zorg voor voldoende toegankelijkheid en veilige oversteekplaatsen en de ander is: zorg voor voldoende opgangen en verlaagde banden. Wanneer ik deze termen hoor, dan zou ik niet weten waar ik moet beginnen om de boel toegankelijk te maken. Wanneer ik dat niet begrijp, en ik ben dagelijks met het onderwerp toegankelijkheid bezig, hoe moet iemand voor wie dit onderwerp niet gewoon is, het dan wel begrijpen? In de IOR staat een, in de bijlage staat een korte alinea met de uitleg daarin over toegankelijkheid en deze is erg summier. Mij inziens kan er bij ieder onderwerp wat er in de HIOR besproken wordt, kan een veel uitgebreidere toelichting wat toegankelijkheid aangaat. Hebben we het bijvoorbeeld over laadpalen, daar staat volgens mij niet eens een verwijzing naar toegankelijkheid. Dan heb je te maken met een kabel en een paal.
Kabels zorgen voor struikelgevaar, een paal zorgt voor een obstakel op straat. Dit zijn twee standaard basis toegankelijkheidsobstakels, dingen waar rekening mee gehouden moet worden. Wanneer die
4
onderwerpen, wanneer die twee elementen onder het kopje laadpalen staan, is daar al aandacht voor. Hetzelfde geldt voor de mooie steentjes die we gebruiken in de stad, allemaal dezelfde kleur rood. Vroeger werd tegen mij gezegd toen ik op straat speelde: blijf op de stoep. Wat duidelijk was, want er was een stoeprand. Hoe moet een kind nu nog weten waar de stoep ophoudt en de straat begint? En als een enthousiast spelend kind dat niet kan zien, hoe kan ik dat dan zien of mijn geleidehond? Bij het onderwerp bomen staat geen vermelding naar toegankelijkheid. Maar de bomen, zoals ik net aangaf in mijn inspraak, worden wel op de loopstrook, de gidslijn voor blinden en slechtzienden geplaatst. Dus dit zijn allemaal kleine voorbeelden die eigenlijk door het hele document doorgetrokken kunnen worden per onderwerp, om toegankelijkheid meer zichtbaar te maken, dat daar rekening mee gehouden moet worden en ook het waarom, zodat de mensen het niet overslaan. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Van Heuven. Ja, ik weet dat dit een onderwerp is wat u zeer aan het hart gaat en dat u hier moeiteloos nog uren over kunt doorpraten, maar helaas hebben wij die tijd niet. Dus dank voor uw antwoord. En ik zag mevrouw Jacobsz, OPHaarlem. Mevrouw Jacobsz: Ja, dank u wel voorzitter. Maakt mij ook niet uit hoor, welke dames.
Want pas geleden is het Houtplein feestelijk geopend, ook met de wethouder, en ik vroeg me af of jullie ook wel eens een schouw met ambtenaren of met de wethouder hebben gedaan op het Houtplein? Want ik kan zo veel meer dingen bedenken die lastig zijn voor mensen met een beperkte toegankelijkheid. De voorzitter: Mevrouw Van Heuven. Mevrouw Van Heuven: Zowel de ambassadeurs als ik van stichting Drempelloos worden met regelmaat uitgenodigd voor schouwen, waar we dus ook met wethouders en of raadsleden door de stad gaan. Ik nodig ze persoonlijk ook zelf uit om dat op sommige plekken te doen. En op dat moment is het inzicht er ook zeker wel en het begrip is er ook wel. En ik denk ook niet dat het daar schort, maar dat het verderop in de laag bij de ambtenaren en de beleidsmakers, daar heel erg strookt met wat bedoelen we nu eigenlijk met toegankelijkheid? We roepen heel hard: we zijn ermee bezig, maar als je dieper erop ingaat, ik denk dat ik ook voor de ambassadeurs spreek, dan schort het aan inzicht. Dan zijn het continu opmerkingen die gemaakt worden: o, dat wisten we niet. Daar waren we ons niet van bewust. Terwijl het voor ons onze dagelijkse gang van zaken is. En wanneer daar de bewustwording vergroot wordt, kan daar veel beter rekening worden gehouden met plannen en met beleid op die manier. De voorzitter: Dank u wel.
En dan zie ik dat er een vraag is van de heer Van Leeuwen, Actiepartij. De heer Van Leeuwen: Dank u wel. Voor mevrouw Van Heuven. Mevrouw van Heuven, in de leidraad, die ook vanavond wordt behandeld, staat een principe parkeren hoeft niet altijd voor de deur. Dat is principe nummer vijf en ik vroeg me af wat u daarvan vindt in het kader van toegankelijkheid, dat dat principe leidend wordt. En nou ja, misschien ook met het oog op parkeren op de stoep, wat een onderwerp is. Hoe ziet u dat vanuit toegankelijkheid? De voorzitter: Mevrouw Van Heuven. Mevrouw Van Heuven: Oei, parkeren. Voor mijzelf, ik blind, slechtziend, wordt niet van mij verwacht dat ik in een auto wil stappen en weg wil rijden. Dus voor mij maakt het niet uit waar de auto staat, ik word opgehaald voor de deur en ik kan instappen. Maar ik kan me heel goed voorstellen dat mensen die afhankelijk zijn, rolstoelgebruikers of mensen die afhankelijk zijn van de auto, dat die het heel erg prettig vinden dat die auto
5
in de buurt staat. Vandaar ook alle gehandicaptenparkeerplaatsen, waarvan er in Haarlem veel te weinig zijn. Parkeren voor de deur ja, op een veilige manier, zodat de stoep niet geblokkeerd wordt. Helemaal prima. De voorzitter: Dank u wel. En dan zag ik een vraag van de heer Mohr van Hart voor Haarlem. De heer Mohr: Ja, dank u wel. Aan beide inspreeksters, wat mij betreft. Weet u, bij het voorbereiden van dit agendapunt heb ik hem beoordeeld op: ziet het er leuk uit? Is het aantrekkelijk? Geeft het een prettig stadsgezicht? En geen enkel moment heb ik in de voorbereiding gedacht aan u of aan uw kinderen. En dat is natuurlijk fout. Dat neem ik mezelf ook kwalijk. En als ik één vraag, wat u betreft, aan de wethouder straks zou moeten stellen, dan vergeet mijn hele eerste termijn. Welke vraag zou dat zijn wat u betreft? De voorzitter: Mevrouw Van Heuven, mevrouw Schoorl. Mevrouw Schoorl: Ja, wat ons betreft gaat het echt om prioriteit geven aan mensen met een handicap. Voor mij persoonlijk vind ik het ook: is het toegankelijk? Nee. Dan kan het hele plan de prullenbak in. De voorzitter: Dank u wel. En dan zie ik denk ik als laatste nog een vraag van de heer Amand van Trots Haarlem. De heer Amand: Dank u wel, voorzitter. Ik had vragen aan beide dames, u mag allebei antwoord geven. Wij krijgen ook veel mails over de stoepen, dat die zo slecht zijn.
Dat is, heeft u daar ook geageerd daartegen? Dus dat is de vraag. De foute, vervelende stoepen. Dat iedereen erover valt, vooral ouderen en mensen met een beperking. De voorzitter: Mevrouw Schoorl misschien? Mevrouw Schoorl: Ja, het is een groot probleem. Stoepen die niet voldoende aan waar ze voor bedoeld zijn. Het is kuilen, opstaande tegels, noem maar op, veel te smal en er wordt te weinig op ingegrepen mijn inziens. Ik maak daar regelmatig meldingen over bij de gemeente en ja, eerlijk gezegd wordt daar nooit op gereageerd en er wordt ook niets ondernomen om het te verbeteren. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Heuven: Mag ik daar nog een aanvulling op doen? De voorzitter: Ja, natuurlijk. Mevrouw Van Heuven: Want dan gaan we heel even terug, een bruggetje naar de inspraak van de mevrouw die naast mij zit. Wanneer een melding gedaan wordt, dat doe ik ook met regelmaat, wordt er als er al gereageerd wordt, gezegd: we nemen dit mee voor het grote onderhoud. En dan ben ik bijdehand genoeg om naar de lijst met onderhoud te kijken en dan staat mijn wijk of de wijk waar de stoeptegels dan op dat moment niet goed zijn, staan dan niet op de lijst. Dus de aankomende anderhalf jaar gebeurt er niets, waardoor ik dus de conclusie mag trekken dat die onveilige situatie voor een zeer langere tijd blijft bestaan, ondanks onze meldingen. De voorzitter: Dank u wel.
En dan heb ik de indruk dat alle vragen die er zijn gesteld zijn. Dan dank ik u heel hartelijk voor uw komst. U kunt op de publieke tribune gaan zitten en het debat verder bijwonen en u kunt
6
uiteraard ook gewoon lekker naar huis gaan. Dat is helemaal aan u. Dan stel ik voor dat we verder gaan en dan vraag ik aan de commissieleden: wie van u wil als eerste het woord voeren? De heer Van den Berg, D66. De heer Van den Berg: Dank, voorzitter. Mijn betoog zal gaan over parkeren en over toegankelijkheid. Ik zal beginnen met parkeren, want toegankelijkheid is denk ik wel het belangrijkste onderwerp. We zijn in ieder geval blij met dit HIOR ten aanzien van de lichten, de verlichting, dat er in ieder geval blijkt meer ruimte is voor meer rood licht. Dat is in ieder geval een positief punt. Waar we iets minder tevreden over zijn is het gedogen van Canadees parkeren. We snappen wel dat Canadees parkeren nog langer noodzakelijk kwaad zal zijn in Haarlem, maar het is soms niet helemaal duidelijk dat ook de tijdelijkheid van Canadees parkeren er eerst moet zijn. We moeten eigenlijk van Canadees parkeren af. Dus ik vroeg me af of de wethouder daar iets over toe kan lichten of mogelijk in het HIOR iets aan kan passen dat die tijdelijkheid van het Canadees parkeren wel extra benadrukt wordt en dat het niet een standaard iets is, dat we het gaan gedogen. Verder had ik nog een vraag over de, ja het is een tikkeltje technisch, maar ook weer niet, over de grootte van de parkeerhavens, want die is nu gestandaardiseerd op 550 centimeter.
Maar in Haarlem is er nogal wat variëteit in de parkeerhavens. Dat is 430 centimeter tot 530 centimeter. Dat is eigen meting. Deze standaard lijkt eigenlijk dat er nu weer meer ruimtebeslag komt ten gevolge van die parkeerhavens, dus dat dat groter is dan wat we gebruikelijk doen hier in Haarlem. En de wens is zelfs om tot 600 centimeter te gaan. Dat staat in het document. Dus ik vraag me af: is er nog een mogelijkheid om naar die standaard te kijken en niet autobesitas te faciliteren? Goed, en nu het belangrijkste over toegankelijkheid en ook over de voetganger. Het HIOR poogt gebalanceerd te zijn en alle belangen af te wegen en wat ons betreft lukt dat eigenlijk helaas ten dele. Onze fractie is van mening dat met name de voetgangers en zeker mensen die minder goed ter been zijn of slecht zien er wat bekaaid van afkomen. Als we in de stad de voetganger op één zouden zetten, dan zou in ieder geval de streefbreedte van stoepen minimaal 180 centimeter zijn, want een stoep van 150 centimeter is vaak nog veel te smal, zeker als je met een rolstoel bent en zeker als er nog heel veel spullen en andere troep op de stoep staat. En al verschillen de inrichtingsprofielen natuurlijk nogal veel van elkaar, want het gaat van smalle straten tot hele brede straten. Wat vooral opvalt is dat de smalle stoepen nog smaller gemaakt worden door geveltuintjes en groenstroken.
En als je slecht zicht hebt, dan struik je mogelijk over een geveltuintje en nou ja, zoals we net hoorden, door een groenstrook kun je eigenlijk dus niet met een stok langs de stoep lopen. En sowieso las ik ook bijvoorbeeld als je een straat inricht voor slechtzienden, dat er ook contrast moet zijn, kleurrijk contrast of contrast moet zijn, zeker als je kleurenblind bent, om goed die straat te kunnen navigeren. En ja, daar wordt eigenlijk ook helemaal geen rekening mee gehouden. Een ander voorbeeld is straatmeubilair. Op de foto's van de bankjes van het straatmeubilair staat het meubilair op het gras of ingeklemd tussen bloembakken. Dus als je naast elkaar wil gaan zitten om dan te genieten van uitzicht en toevallig zit je partner in een rolstoel. Dan kan het dus niet. Dan moet je rolstoel dus op het gras of in de bloembak. Dat lijkt me ook niet ideaal. Dus laten we heel eerlijk zijn, het toegezegde toegankelijkheidsbeleid, waarmee wij al heel lang bezig zijn, is eigenlijk niet goed verwerkt in dit HIOR. Toegankelijkheid mag geen bijzaak zijn. En mijn vraag is eigenlijk ook aan de wethouder hoe hij reflecteert op dit HIOR en de aandacht dan voor voetgangers en vooral met mensen die slecht ter been zijn of slechtziend zijn.
Zou het gewoon niet verstandiger zijn om dit hele HIOR snel te reviseren en ontwerpuitgangspunten formuleren die wel rekening houden met toegankelijkheid? De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van den Berg. Dan de heer Mohr, Hart voor Haarlem. De heer Mohr: Ja voorzitter, dank u wel. Ik heb één vraag en ik vraag dit voor een groep vrienden. Hoe gaat u, mijnheer de wethouder, in de HIOR prioriteit geven aan mensen met een beperking? Dank u wel.
7
De voorzitter: Dank u wel. En graag van de publieke tribune, niet met de zaal interfereren. Mevrouw Moedt, Partij voor de Dieren. Mevrouw Moedt: Dank u wel, voorzitter. Ik denk dat ik me kan aansluiten bij de woorden van D66. Scheelt een hoop spreektijd, dank u wel. Maar wat de Partij voor de Dieren betreft kan dit HIOR klimaatadaptiever en diervriendelijker. Het zal u geen verrassing zijn. Waarom krijgen we bijvoorbeeld alleen bij groengebieden, bij sportparken en begraafplaatsen parkeerplaatsen van grasbeton? Ja, ik zie deze natte maanden regelmatig op diverse plekken in de stad geparkeerde auto's in een laag water staan. En 40 tot 60 procent van de openbare ruimte wordt in beslag genomen door geparkeerde auto's, lezen we in deze stukken. Dat is een enorm oppervlak. En kom nu niet aan met: dat past niet in het historische stadsbeeld, want we moeten ons echt keihard gaan aanpassen aan een veranderend klimaat, juist in de stad. En kom ook niet aan met: je moet die klinkers circulair gebruiken, want je kan ze bijvoorbeeld in die ontwikkelzones gebruiken om straten en stoepen mee aan te leggen.
En komt ook niet aan met: de parkeerplaatsen in de stad worden te intensief gebruikt, dus daar groeit niet overal gras tussen, want ook als er geen gras tussen groeit is het veel beter voor de bodem, voor het omliggende groen, het ontlast het riool en het beschermt in tijden van droogte tegen bodemdaling en de gevolgen daarvan op huizen en leidingen. Zoveel mogelijk water infiltreren dus, alleen verharden wat echt nodig is. En die groenblauwe stroken zijn prima om te vergroenen, de stoepen vrij te spelen, maar de Partij voor de Dieren vindt het echt een gemiste kans. De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Aerssens van de VVD. We hebben hem vorige keer een beetje gemist. Maar ga uw gang. De heer Aerssens: Ja, hier is hij weer voorzitter. Ja, fijn dat de Partij voor de Dieren zich zorgen maakt over auto's die in het water staan. Dat is ook wel eens een nieuw geluid. Maar ik ben vooral benieuwd naar wat u dan wil gaan doen. Want ik denk dat we elkaar de hand kunnen geven als ze willen dat Haarlem groener wordt, maar dan moet er ook wel een alternatief zijn voor die auto’s op straat. Wat is uw alternatief daarvoor? De voorzitter: Mevrouw Moedt. Mevrouw Moedt: Mijn punt was: de parkeerplaatsen die we nog maken, want ik ben van mening, anders dan u, dat er veel minder blik op straat moet komen.
Maar de parkeerplaatsen die we nog maken, die moeten open verharding hebben, zodat we zoveel mogelijk aan een veranderend klimaat kunnen werken. De voorzitter: U heeft denk ik de heer Aerssens nog niet helemaal kunnen overtuigen. Ga uw gang. De heer Aerssens: Nee zeker niet, mevrouw de voorzitter, want wij zijn juist indiener geweest van onder andere de motie dat auto's meer naar de garages moeten. Dat beleid staan we ook zeer voor, dus we zijn helemaal niet voor meer blik op straat. Maar we vinden wel dat er goede alternatieven moeten zijn. Die alternatieven, die keuzes maken wij. U maakt die keuzes niet. Dus waar wilt u dat al die hardwerkende Haarlemmers dan hun auto parkeren? De voorzitter: Mevrouw Moedt. Mevrouw Moedt: Parkeergarages lijkt me prima. En als u het stuk goed had gelezen, had u ook gezien dat er een heleboel fietsparkeerplekken, die wel op open verharding in die groenblauwe stroken komen. Dus je kan ook je tweede auto of zelfs je eerste auto wegdoen en een mooie fiets gebruiken. Maar goed, het HIOR dat
8
kan ook diervriendelijker. Ik zei het al. Wat te denken van amfibieëntrappetjes in kolken en putten, een scheepstouw langs die drenkelingentrappetjes, zodat ook katten uit het water kunnen komen en, D66 zei er al iets over, een marge opnemen voor de kleurtemperatuur van de LED-verlichting in woonwijken. Ik begreep van de wethouder dat we eerst beleid gaan opstellen. Heel mooi. En dan kunnen we het hier daarop aanpassen om de verlichting diervriendelijker te krijgen. Dus kortom, hup gemeente Haarlem, hup wethouder. Zorg dat je de meest klimaatadaptieve en diervriendelijke en toegankelijke HIOR van het land krijgt. Dank u wel. De voorzitter: Wat een prachtige oproep. Wie wil? De heer Amand, Trots Haarlem. De heer Amand: Dank u wel, voorzitter. Ik heb maar een paar vragen. Net wat te insprekers zojuist zeiden, de gehandicaptenplekken nemen af in Haarlem. Ik zal u een voorbeeld geven. De Botermarkt. Laad- en losplekken enkel op kenteken. Dus als iemand naar Marktzicht wil bijvoorbeeld, dan kan hij niet eens parkeren. Dus dan moet hij iemand meenemen die de auto rondrijdt. Vervuiling, vervuiling en nog eens vervuiling. Dan gaan we het over de bestrating hebben.
Nou, dat is natuurlijk, Trots zou eigenlijk wat cijfers van de wethouder willen hebben hoeveel mensen er per jaar vallen in Haarlem over die straten? Dus ik hoop dat de wethouder daar een aantekening van, dat willen wij graag zien. Want de bestrating is natuurlijk verschrikkelijk. Ik kan er zo wel tien pleinen opnoemen waar dat erbarmelijk slecht is. Vooral nu ook met al die kabeltjes die overal uitsteken. Dat is natuurlijk, de bestrating is slecht. Als ik het dan in het Nederlands, in het Engels of in het Frans wil vragen, dan spreken de mensen ook de taal niet. Dat is ook iets raars, dat er niemand bij is die er iets antwoord kan geven. Dus ik geef de insprekers groot gelijk. Handhaving, bestrating en meer invalideplekken, dat willen wij hebben. Dank u. De voorzitter: Duidelijke oproep, mijnheer Amand. En dan de heer Abbasi van de Partij van de Arbeid. De heer Abbasi: Dank u wel, voorzitter. Allereerst wil ik zeggen dat het HIOR in essentie geen slecht document is.
Het is een document dat ons helpt als handboek, want het is uiteindelijk gewoon een handboek, om met onze openbare ruimte en inrichtingen, ja een eenzijdig beeld te hebben, want het is natuurlijk ook belangrijk dat we door de stad, bijvoorbeeld als we fietsstraten gaan realiseren, hetzelfde beeld hebben, hetzelfde soort asfalt, zodat als we doorfietsroutes hebben of inhalen, maar ook in de omgeving dat het allemaal ongeveer hetzelfde is. Tegelijkertijd, en er staan bijvoorbeeld ook hele technische, concrete dingen, zoals bijvoorbeeld hoe breed een stoeptegel moet zijn. Dat zijn natuurlijk dingen die goed zijn, maar tegelijkertijd is het natuurlijk ook belangrijk dat we dit document ook gebruiken om voor belangrijke zaken, zoals dus toegankelijkheid, aandacht te blijven vragen. En er zitten dan toch een paar dingen in die niet met elkaar stroken, die in ieder geval niet samen kunnen. En één van die dingen is dat Canadees parkeren. Want Canadees parkeren betekent dus gewoon met twee wielen op de stoep staan. Nou, we hebben dat ooit een keer gedoogd, maar uit nood, omdat we het maar moesten doen omdat mensen nou zo nodig hun auto willen gaan gebruiken.
Maar we hebben tegelijkertijd in het HIOR ook staan hoe breed stoepen moeten zijn, want één van de belangrijkste punten voor toegankelijkheid is de breedte van je stoep en als we willen dat een stoep het liefst 2,4 meter is, anders 2,1 en in smalle straten 1,5. Ja, dat is bijna onmogelijk als er een auto op de stoep staat. Misschien moeten we dan met elkaar gaan besluiten dat als de stoep kleiner dan 2,1 meter wordt, dat er dan geen Canadees parkeren meer mogelijk is. Want dan kies je niet voor die autobezitter, maar dan kies je wel voor mensen die dus echt last hebben van die auto die met zijn twee wielen op de stoep staat, zodat mensen die achter een rollator lopen of in een rolstoel zitten of met een kinderwagen lopen, dat die daar gewoon normaal langs kunnen lopen. Dat is nu namelijk niet het geval. De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Amand van Trots Haarlem.
9
De heer Amand: Dank u wel, voorzitter. Ik heb een vraag aan mijnheer Abbasi aan de overkant. Bent u wel eens in Canada geweest? De voorzitter: Mijnheer Abbasi. We zijn benieuwd. De heer Abbasi: Nee, ik ben nog nooit in Canada geweest, maar ik moet ook zeggen in deze tijden van vliegschaamte weet ik ook niet of ik dat zou willen, maar het lijkt me een heel leuk land om naartoe te gaan. De heer Amand: Ik heb er gewoond in de jaren ’60. Dus Canadees parkeren komt daar niet voor wat u zegt, met twee wielen op de stoep, want ze hebben allemaal pleintjes daar. Dus ik wil u toch eventjes herinneren dat dat niet bestaat. De heer Abbasi: Ja, oké goed. Ja prima. De heer Abbasi: Volgend punt wat ik wilde delen en dat is eigenlijk best wel een gevoelig punt. Dat is namelijk, er staat op pagina 21, wethouder, en dat is echt iets wat moet worden aangepast, want dat klopt gewoon niet. Op pagina 21 staat namelijk en ik citeer: ‘Met invoeren van het parkeerbeleid neemt autobezit af.’ Ten eerste, het parkeerbeleid, nieuwe parkeerbeleid is nog niet ingevoerd, want op 6 maart komt er een referendum, zoals we weten. En het is niet het parkeerbeleid wat autobezit wil af laten nemen, het is het mobiliteitsbeleid.
En aangezien dit toch een heel gevoelig onderwerp is, zou ik aan de wethouder willen vragen om dat te veranderen voordat we daar discussies, hele gevoelige discussies met elkaar over hebben. De voorzitter: Er is een interruptie van de heer Aerssens van de VVD. De heer Aerssens: Ja, vindt u niet dat gewoon de ware aard van de wethouder hier eindelijk naar boven komt en dat dit het beleid is van dit college? De heer Abbasi: Klopt, mobiliteitsbeleid is inderdaad erop gericht om autobezit af te nemen, dus dat de mobiliteitstransitie komt waardoor mensen dus minder auto gebruiken en vaker met de fiets of als voetganger gaan bewegen. Maar nogmaals, het is niet het parkeerbeleid, maar het mobiliteitsbeleid. De heer Aerssens: Ik doelde wel degelijk op het parkeerbeleid, want nou ja, ik kan maar wat benoemen dat er bijvoorbeeld alleen maar extra belastingen uitgehaald moet worden. U belast alleen maar daarmee nog meer de Haarlemmers. Daarmee ontmoedigt u geloof ik wel dat autobezit. De voorzitter: De heer Abbasi. De heer Abbasi: Kijk, de exacte reden waarom dit woord moet worden aangepast, want het is nogmaals het mobiliteitsbeleid en niet het parkeerbeleid. De parkeerbeleidsdiscussie gaan we volgend jaar nog met elkaar hebben. En uiteindelijk heb ik ook nog een hele, ook weer misschien een wat technische vraag. Dit document is een collegebesluit.
Dus die punten die wij hebben zou ik heel graag willen weten: hoe kunnen we dat inbrengen? Want we kunnen geen amendementen of moties indienen. Ik snap het aan één kant wel, want dit is geen beleidsstuk, dit is een handboek. Maar deze concrete punten die we hebben, bespreken we dat hier in de commissie en neemt de wethouder dat mee of zijn er andere instrumenten die we kunnen gebruiken om onze ideeën ook echt daadwerkelijk in het stuk terug te zien? De voorzitter: Dank u wel. En dat is een interruptie van de heer Mohr van Hart voor Haarlem.
10
De heer Mohr: Ja, ik heb even het einde van uw eerste termijn afgewacht, omdat ik stond te popelen om te horen hoe u reflecteert op de inbreng van de insprekers. Ik heb u daar niet over gehoord, wellicht dat u dat alsnog kunt doen. De voorzitter: De heer Abbasi. De heer Abbasi: Volgens mij zei ik dat één van de prioriteiten moet zijn toegankelijkheid. Alleen toegankelijkheid botst helaas met andere dingen die we in Haarlem hebben en als we moeten kiezen, als ik moet kiezen tussen het faciliteren van een auto op de stoep of een brede stoep voor mensen creëren die daar langs moeten met een rolstoel of een rollator, dan kies ik met volle overtuiging voor de mensen die daar langs moeten lopen. De voorzitter: De heer Mohr wil daar nog op reageren. De heer Mohr: Ja, omdat ik het volledig met u eens ben. Maar dan is wel de vraag: wat gaat u dan concreet doen? Want de insprekers waren teleurgesteld over wat ze lazen en als u het met de insprekers eens bent, dan moet u als grootste partij in Haarlem in actie komen. Wat gaat u doen? De voorzitter: De heer Abbasi. De heer Abbasi: We gaan hopelijk gereguleerd parkeren invoeren met een vergunningsplafond, waardoor uiteindelijk het aantal auto's op straat afneemt, waardoor er meer ruimte ontstaat op straat voor stoepen, groen, maar voornamelijk bredere stoepen voor toegankelijkheid. De voorzitter: Mijnheer Mohr, nog een interruptie.
De heer Mohr: Ik denk dat de Haarlemmers verstandig genoeg zullen zijn om daar niet voor te kiezen. En als die situatie zich voordoet, wat gaat u dan doen op dit HIOR-stuk? De voorzitter: Mijnheer Abbasi. De heer Abbasi: Als de Haarlemmers niet kiezen voor gereguleerd parkeren, wat we dan gaan doen? Dat is uw vraag? Nou, we moeten maar eens zien of dat gebeurt. Dat is één. En ten tweede. Ja, dan moeten we maar met zijn allen het gesprek aangaan hoe we het wel gaan doen. En nogmaals, uiteindelijk besluiten wij hier in de raad wat we doen voor de stad en wij kiezen voor toegankelijkheid en niet voor auto's op straat. De voorzitter: Dank u wel. En daarmee was u ook tot het einde gekomen van uw bijdrage geloof ik hè, mijnheer Abbasi? Ja. Dan de heer Van Leeuwen, Actiepartij. De heer Van Leeuwen: Ja, dank u wel. Wat betreft de leidraad vinden we de genoemde principes logisch gekozen en voor beide stukken, dus ook voor de HIOR, vinden we dat het echt is geschreven met de uitgangspunten van met name de Omgevingsvisie. Dus dat is voor mensen hier op het stadhuis, wij ambtenaren, is dat herkenbaar. Want dat is namelijk de visie die we hebben op de stad. Maar het impliceert ook dat het ongelooflijk veel beleidstaal bevat. Dus als voorbeeld. En dat is logisch hè, want het is een uitwerking van wat je gaat doen en dat is snel beleidstaal.
Maar als voorbeeld: wij hebben het hier over vernatten op het stadhuis, maar niemand in de stad spreekt over vernatten. Dus als iemand een geveltuintje aan wil leggen, dan is dat wat iemand wil doen waar vernatting een relevant element in kan zijn. Dus mijn vraag is aan de wethouder: hoe maak je nu die versie, die nu volgens mij één keer op papier is en straks een
11
digitale versie blijft, hoe maken we die nu publieksvriendelijker in de zin dat mensen begrijpen in een stad: o, maar dat bedoelen ze. Dus als we het hebben over vernatting, dan raakt dat deze elementen in de openbare ruimte. Dingen waar ik zelf invloed op heb. Als ik een geveltuintje aanleg, als de gemeente een parkeervoorziening aanpast of een boomspiegel wil veranderen, dan snap ik waar het over gaat. Nou, wij denken dat de werkwijze in Groningen kan helpen om een brug te slaan tussen de beleidstaal aan de ene kant en wat relevant is voor mensen in de stad, de inwoners. En het feit dat daar ook meer op buurtniveau dan op straatniveau lijkt te worden gewerkt, dat draagt ons inziens ook bij om draagvlak te hebben voor de ingrepen die je doet. Ik zal daar straks bij het volgende onderwerp wat verder op ingaan, maar we zijn verder, ook met de punten genoemd door D66 en Partij van de Arbeid, tevreden met wat er voorligt. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik had even de zorg dat u aan het pleiten was voor een TIOR, de Toelichting Inrichting Openbare Ruimte, maar dat blijkt toch iets anders te zijn. Wie daarna? Mevrouw Oosterbroek, GroenLinks. Mevrouw Oosterbroek: Ja, bedankt voorzitter. Oké ja, het is gewoon een enorm groot document. Ik weet vijf jaar geleden, toen u naar de commissie kwam, was één van mijn eerste stukken die ik ging behandelen.
En toen keek ik naar het document, toen begreep ik niet waar het over ging. En als je kijkt naar die versie en wat er nu ligt, enorme slag gemaakt met meer begrijpelijkheid. Veel uitgebreider. Alle thema's waar we het over de afgelopen vijf jaar hebben gehad zijn benoemd. Dus dat is echt super. Daar ben ik heel enthousiast over. En in de inrichting leidraad voor openbare ruimte staan wel ook zinnen waarvan ik denk: ja, is dat dan misschien die loophole waardoor we alles een beetje hetzelfde blijven doen? Bijvoorbeeld dan de autostraten waar dan over wordt gesproken. Daar staat dan 30 kilometer per uur, maar ja zouden we niet liever naar fietsstraten willen waar de auto te gast is? Ook naar aanleiding van de SOR, die we al een aantal jaar hebben vastgesteld. Is het dan niet ook beter om die termen, ja toch nog wat progressiever in te steken? En er staat bijvoorbeeld ook: daarnaast nemen we de circulaire principes in acht om kapitaalvernietiging te voorkomen. Ja weet je, volgens mij gaan we naar een circulaire economie en dat is niet alleen om kapitaalvernietiging te voorkomen, maar gewoon: we nemen de circulaire principes in acht. Punt. En dat is natuurlijk ook om kapitaalvernietiging te voorkomen, want het is gewoon de juiste keuze om te doen, maar dat is dan weer politiek ingezet. Nou, verder heb ik nog een vraag over die projecten die dan vanuit het C-district komen.
Ik zie dat er verder heel veel is uitgewerkt, bijvoorbeeld straatmeubilair, die bankjes. Maar ja, die bankjes die dus uit het C-district komen, die zien we nu nog niet voor ons, dus die hebben nog geen akkoord op het Handboek Inrichting Openbare Ruimte. Is dat dan een probleem, moeten we dat nog wat concreter maken of staat dat voldoende in het stuk gewaarborgd van de dingen die we nu nog niet kunnen zien? Worden die niet gewoon afgeschoten omdat we het niet kunnen zien? Nou, daar ben ik benieuwd naar. En de dingen … ja nog even heel specifiek. Het afvalbakje heeft geen klepje voor afval. Dat kan er dan weer uit. Ja weet je, ik bedoel het zou mooi zijn als we gelijk die klepjes kunnen meenemen. Ja, ik zie voor me mobiliteitspleinen met zonnepanelen en parkeerplekken. En die zonnepanelen, hoe die dan op zo'n parkeerplek zou moeten landen als een soort van kapje op zo'n parkeerplek en misschien niet in elke wijk. Maar ja, dat hebben we ook nog niet uitgewerkt. Dus in de basis echt super, maar dit zijn nog kleine details dat ik denk: o ja, daar zouden we dus ook aan kunnen werken. En afgelopen, met het Houtplein hebben we natuurlijk ook gebruikgemaakt van bomenbunkers.
Nou, daar zijn er ook heel veel verschillende van en het zou gewoon leuk zijn als ook die opties van die bomenbunkers, waardoor dus die boom een langere levensduur heeft, waardoor we minder snel hoeven af te schrijven op die bomen, ook nog concreter worden. Nou, dat zijn mijn suggesties.
12
De voorzitter: Dank u wel. Ik wilde zeggen: als we het over klepjes en bomenbunkers gaan hebben, dan zijn we echt wel de details ingegaan. Maar ik zie dat dit onmiddellijk een interruptie oproept van de heer Mohr van Hart voor Haarlem. De heer Mohr: Ja. En ik begin met een felicitatie. Het is heel fijn dat de woordvoerder van GroenLinks het eindelijk begrijpt en de HIOR weet terug te brengen tot een klepje. Dat is winst vanavond. Waar ik de woordvoerder niet over heb gehoord en dat vind ik onbegrijpelijk, is te reflecteren op wat de insprekers hebben gezegd. Dat is een hard signaal. En u kunt het over klepjes hebben, maar het gaat hierom in de stad, niet over uw klepjes, het gaat over de toegankelijkheid van alle groepen inwoners. Dus ook voor deze. Hoe kijkt u daarnaar? De voorzitter: Mevrouw Oosterbroek. Mevrouw Oosterbroek: Nou, ik ben er al zo aan gewend dat we als GroenLinks en PvdA een gezamenlijke lijst hebben dat ja, voor mij voelt dat ontzettend natuurlijk om bij de heer Abbasi aan te sluiten. En ja, dus vandaar dat ik daar niets over heb gezegd. De voorzitter: Mijnheer Mohr. De heer Mohr: Mag ik dan als punt van orde een beperking van de spreektijd voorstellen voor één van de twee groepen? Als de woordvoerder hier zo nadrukkelijk zegt: zij spreken namens ons. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Scholten, Jouw Haarlem. Mevrouw Scholten: Dank u wel, voorzitter.
Ik wil eerst even terug naar Canadees parkeren. Dat is namelijk niet het enige probleem. En natuurlijk kunnen we daar allerlei oplossingen voor bedenken, maar ik ken ongelooflijk veel straten die al gereguleerd parkeren hebben waar Canadees parkeren helemaal niet voorkomt, even weg bij die andere discussie, waar de stoepen ook te smal zijn om elkaar te passeren. En wat mij vervolgens opvalt, is dat bij heel veel werkzaamheden waar de fietspaden bijvoorbeeld worden verlegd, die dan vlak langs de stoep komen lopen, waar eerst een soort van bijna autoluw stukje was. Waardoor daar fietsers veel sneller langsrazen en je elkaar ook gewoon wandelend, goedziend niet kunt passeren en dus echt de stoep af moet. Met een kinderwagen, rollator, een rolstoel onmogelijk om elkaar daar te passeren. Dus het gaat niet alleen maar om twee wielen op de stoep bij het parkeren, het gaat ook echt om: hoe denken we bij herinrichtingen na over de breedte van de stoep? Wat voor verkeersbewegingen komen daar langs en kan iemand met een geleidehond daar veilig omheen langslopen? Ik heb een interruptie, zie ik. De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Abbasi, Partij van de Arbeid. De heer Abbasi: Als het geen Canadees parkeren is, maar parkeren op een parkeerplaats.
Denkt u niet dat die ruimte die die auto dan inneemt, dat dat veel beter gebruikt kan worden om die stoep te verbreden? De voorzitter: Mevrouw Scholten. Mevrouw Scholten: Ik vind dat een hele mooie interruptie van u, dank daarvoor. Ik stel voor dat we binnenkort samen eens een stukje gaan fietsen, want dan laat ik het u zien. Op plekken waar geen, waar dus gewoon parkeervakken zijn en de stoepen ook te smal zijn om elkaar te passeren. Het is niet alleen maar die twee wielen op de stoep. Dat wil ik vooral zeggen. Oké? Maar graag even samen kijken, met alle liefde zelfs.
13
Dan mijn volgende punt wat ik wil maken. De insprekers zeiden dat eigenlijk ook al. De contrasten in de inrichting. Ik denk dat dat duidelijker in de HIOR mag. Natuurlijke gidslijnen. De voorzitter: U heeft nu een interruptie van mevrouw Oosterbroek van GroenLinks. Mevrouw Oosterbroek: U gaat natuurlijk nu met de heer Abbasi samen kijken, maar en dan? Mevrouw Scholten: Gaat u ook mee? Ik hoop dat ik dan in ieder geval even kan laten zien dat het niet alleen maar daarom gaat en dat er dus ook meer punten in de stad zijn die wel wat aandacht mogen, want het wordt zo'n hele enge als in nauwe discussie over twee wielen op de stoep parkeren. Terwijl, er zijn meer issues. Dat wil ik vooral zeggen met toegankelijkheid. De voorzitter: Mevrouw Oosterbroek. Mevrouw Oosterbroek: En hoe wilt u dat dan nu, dus die constatering die u al heeft gedaan, omslaan en verbeteren in de HIOR? De voorzitter: Mevrouw Scholten. Mevrouw Scholten: Ik zou graag willen dat er in de HIOR meer aandacht is voor de breedte van stoepen bij herinrichtingen. De voorzitter: Gaat u verder. Mevrouw Scholten: Ik denk dat er op termijn bij gehandicaptenparkeerplekken, sorry voor de term, maar dat is de kortste, ook laadpalen gaan komen.
Wat ik me afvraag is: bijvoorbeeld in een HIOR worden daar richtlijnen voor opgenomen zodat mensen die een aangepaste auto hebben, hun auto ook nog uit kunnen komen met hun rolstoel bijvoorbeeld. Kan ik eventueel technisch uitvragen, maar ik zag het niet in het stuk staan. Dan de combinatie, nou die is eigenlijk door de insprekers ook al genoemd, de combinatie van alles wat er op de stoep staat ook in de groenblauwe zones, maakt dat de doorgang daar vaak belemmerd raakt. En ik vind dat nog wat weinig terugkomen in het HIOR. Dat de toegankelijkheid ook daar wel wat aandacht extra verdient. Dan ga ik naar het maaibeleid. Want volgens mij is dat in het HIOR nog niet … ik kan me vergissen, maar nog niet helemaal neergeslagen zoals we dat zouden willen hebben met meer ecologisch beheer van bermen en bloemrijk gras. Dus ik vraag me af: hebben we daar iets gemist? Dat weet ik niet helemaal zeker hoor. Dus misschien zit ik er daar naast. En dan als laatste vraag ik me af. Het gaat dan om de afstand tot bomen bij werkzaamheden onder de grond. Als ik kijk wat er nu met glasvezelaanleg aan afstand tussen bomen en graafputten aangehouden wordt, dan is die volgens mij absoluut niet wijd genoeg. Kunnen we daar iets mee, met die eisen? Want glasvezelaanbieders lijken wel een beetje cowboys op het moment. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel.
Dan hebben we ook nog genoteerd een fietsdate tussen u en mijnheer Abbasi. Dan gaan we door naar de heer Dreijer, CDA. De heer Dreijer: Ja, dank u wel voorzitter. Nou eigenlijk is dit stuk, voor dit stuk hebben we eigenlijk meer dan vier minuten nodig, want het is zo omvattend, het is zo anders dan ook de vorige stukken en er zitten zoveel dingen in waar we allemaal wel een mening over hebben. Ik ga proberen in een paar minuutjes een paar dingen op te lepelen. Nou, ten eerste de vraag: waarom is het stuk eigenlijk niet in eerste instantie in concept aangeboden, zodat wij eerst er even goed over kunnen praten, wat dingen meegeven, dan een nieuw stuk
14
terugkrijgen waar we, nou ja waar het college dan uiteindelijk zelf besluit over neemt? Het stuk bevat nu ongeveer 200 pagina's. Heel veel paragrafen worden tien tot twintig keer herhaald, met name bij de profielen. En volgens het CDA kan het wel stukken korter, dan wordt het ook leesbaarder en algemener. Ik ga even een paar dingen opnoemen. Duurzame ontwerpprincipes op bladzijde zeventien. Ontwerp voor optimaal beheer en onderhoud. Prima zaak. Onderhoudsarme onderdelen eenvoudig vervangen kunnen worden, et cetera. De voorzitter: Volgens mij hoor ik van de tribune dat u niet zo goed te verstaan bent, dat u misschien wat beter in de microfoon kunt praten. Ja. De heer Dreijer: Is dat zo? Dan ga ik iets dichterbij zitten. De inrichting moet robuust en onderhoudsarm zijn en minimaal de eerste jaren niet meer terugkomen voor herstelwerkzaamheden. Dat is in de praktijk dus heel anders. En de inritconstructies, zoals de wethouder weet, die worden continu stukgereden. En ik zie in dit ontwerp ook eigenlijk geen fundamentele verandering in het ontwerp in de fundering van inritconstructies. Dus graag daar nog expliciet aandacht voor. Fietspaden worden in rood asfalt uitgevoerd. Fietsstraat ook. In de praktijk zie je een heel palet aan rode tinten en dit moet je gewoon definiëren, het moet gewoon één kleur rood.
Het is zo’n rommeltje, het is van heel licht rood tot bijna zwart en dan doen we ze allemaal rood. En gebruiken we rood asfalt bij reparaties. Dat is een stukje herstelwerkzaamheden, hoort niet bij het HIOR, maar ik geef het nog maar even mee. Zorg dus ook dat de verlichting eenvoudig te vervangen is. Twee voorbeelden. Al zeker meer dan anderhalf jaar is de verlichting van de onderdoorgang Buitenrustbrug defect. Wordt gewoon niet gerepareerd, te ingewikkeld. En al bijna tien jaar zijn de lichtmasten op het Stationsplein defect. Die zijn een keertje door de bussen aangetikt. Koppen vallen eraf, worden nooit meer gerepareerd. Te ingewikkelde zaken. Het is al meerdere keren gezegd: ik mis een duidelijk herkenbare functiescheiding tussen de diverse weggedeeltes met een andere functie. Dat, nou ja dat is al gezegd. Afstand lichtmast tot boom is afhankelijk van lengte maar drie of vijf meter. Nou, drie meter kan echt wel veel te kort zijn bij bomen die heel breed uitgroeien en dan gaan ze weer in de bomen licht geven. Dat wil je ook niet. Ook daar aandacht voor. Het trottoir mag slechts over een lengte van twintig meter een vernauwing hebben tot 1.20 meter en bij een harde puntvernauwing 90 centimeter. Daar zit hem dan al die dingen die ook net gevraagd zijn. Dat zijn allemaal regels die we al opgesteld hebben, handhaving is een ander ding.
Maar waarom staat er dan overal: bij geveltuintjes moet je rekening houden met 1.65 meter, terwijl er op een ander deel van het stuk staat: 1.20 meter mag je over een lengte van twintig meter toepassen. Bladzijde 127, daar staat iets raars. Dat gaat over overlast van verlichting. Om dit te voorkomen mag in verblijfsgebieden geen hogere milliampèrage worden toegepast dan 350 milliampère. Dat is een beetje technisch. Milliampèrage is geen goed Nederlands, dus dat moeten we ook gaan vervangen. Het is een eenheid van stroomsterkte, maar stroomsterkte heeft niets over lichtintensiteit te maken. Dan moet je het over lumen of lux hebben. Een paar zinnetjes nog. Bij herinrichtingsprojecten graag benoemen volgens welk profiel dit project wordt ingericht, zodat we het ook kunnen toetsen aan het HIOR. Dat is een punt dus bij het volgende punt wat op de agenda staat. En ten slotte, op bladzijde 14 en 27 staan op een hele goede zaken over comfort en ‘…’. Ik ga niet zeggen wat het is, dat mag u zelf uitzoeken. Dank u wel. De voorzitter: U maakt er een raadsel van. U heeft een interruptie van de heer Mohr van Hart voor Haarlem. De heer Mohr: Ja, want u kraakt een aantal kritische noten. Als u nu de HIOR in één woord zou moeten samenvatten, hoe zou dat woord luiden? De voorzitter: Mijnheer Dreijer. De heer Dreijer: Heel uitgebreid.
15
De voorzitter: Dan had ik de indruk dat de heer Visser van de ChristenUnie een termijn vroeg hè? Ja. Ga uw gang. De heer Visser: Ja voorzitter, ook ik heb net als PvdA vragen over de status. Aan de ene kant is het een collegestuk, maar er staan toch echt wel politieke stukken in. En ik hoor nu heel veel technische opmerkingen. Ik heb er ook een paar. Dus hoe gaan we dit procedureel doen? Is het mogelijk dat we een soort schriftelijke ronde houden en dat het college gewoon op die punten reageert met een aangepaste tekst en dat we daarna nog moties vreemd doen? Hoe gaan we dit doen? En er staat ook: u krijgt het nu eenmalig te zien, omdat er zoveel veranderingen zijn. Wat mij betreft worden wij gewoon op de hoogte gehouden, graag een toezegging, van wijzigingen. En anders vind ik gewoon dat het een raadsstuk moet worden wat gewoon altijd door de raad wordt vastgesteld. Dus de wethouder mag kiezen: ons of altijd op de hoogte houden of het wordt altijd een raadsstuk waar we over besluiten. Graag een keus van de wethouder. Dan concreet vinden wij dat vooral het stuk voor fietsen nog wat scherper moet. Op bladzijde twaalf wordt verzonnen: B en C. Wordt toch de ruimte opengehouden voor klinkers op het fietspad. Wat ons betreft moet het alleen in de binnenstad klinkers, maar beschermd stadsgezicht, dat gaat tot de Planetenlaan aan door.
Als daar overal klinkers komen, dat kan echt niet op de fietspaden. En we hebben daar al meerdere keer een motie als raad over ingenomen. Ik vind het echt onacceptabel dat die moties nu gewoon genegeerd worden. Bladzijde twaalf moet worden aangepast: rood asfalt op de fietspaden in zonde B en C. Dan in de OV-hoofdstructuur. Ik weet even niet waar dat kaartje vandaan komt. Misschien heb ik een keer eerder lopen slapen, dat zou kunnen. Maar lijn 80, een toekomstig R-net lijn, staat hier niet als OV-hoofdstructuur, dus naar Zandvoort. Volgens mij moet de kleur van die lijn van rood naar blauw veranderen. En tenslotte voorzitter, de GOW. We hebben een hele discussie over GOW30, maar ik zie in dit stuk niets over GOW30. Ik zie wel verschillende GOW’s, GOW22 bijvoorbeeld, maar dat nummer verwijst ergens anders naar, namelijk 22 meter breed. Maar het stuk is daar echt heel onduidelijk over. Wel zie ik op de tekeningen fietspaden van twee meter, terwijl we heel vaak hier als raad hebben gezegd: fietspaden van twee meter zijn te smal. In de kleine lettertjes verderop in het stuk staat: de wens is 2.25 meter. Zet dat dan ook op de tekening en laten we in de kleine lettertjes zeggen: ja als het echt niet kan, dan mag het iets kleiner zijn. Maar nu zijn de tekeningen twee meter.
Wat ons betreft wordt het 2.25 meter en komt er ook nog een zinnetje bij van liever nog wat breder, want ik denk dat we op heel veel van dit soort wegen in de toekomst gewoon 2.50 meter echt wel willen. Wij overwegen op dit punt een motie. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Visser. En dan dacht ik mevrouw Jacobsz, OPHaarlem. Ga uw gang. Mevrouw Jacobsz: Ja, dank u wel voorzitter. Nou, allereerst een vraag naar aanleiding van de inspreeksters ook en op aanvulling van mijnheer Mohr. Ja, wat gaan we doen? Wat is er voor nodig om ervoor te zorgen dat onze mindset en onze, daar bedoel ik echt het college, ambtenaren en raadsleden mee, zorgen dat er bij het inrichten van de stad, het vanzelfsprekend wordt dat ieder mens veilig en zonder obstakels door de stad kan voortbewegen. Aanvullend op de inspreeksters, het nieuwe Houtplein staat bijvoorbeeld vol met slotjes aan de nieuwe putdeksels. Ik heb al een oudere dame bijgestaan die daar lelijk is gevallen, want er zijn veel bussen, haastige passagiers. Het is al heel onoverzichtelijk. Ze moest echt opgehaald en naar het ziekenhuis gebracht worden en gelukkig had ze geen heup gebroken. Ik ben al 35 jaar woonachtig in een betaald parkeren gebied. Nou, als alle mensen terug zijn van het werk, dan staan alle afritten en aflopende stoepen vol met auto's.
Dus het is niet zo dat betaald parkeren of parkeerregulering zorgt dat het toegankelijk wordt voor mensen, echt niet. De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Abbasi van Partij van de Arbeid.
16
De heer Abbasi: Ik wil daar toch een correctie in aanbrengen. Ik woon namelijk in dezelfde buurt en bij ons is het geen betaald parkeren en alle mensen die in die straat van mevrouw Jacobsz wonen, die parkeren allemaal bij ons voor de deur, waardoor het bij ons ontzettend slecht toegankelijk is. Ja, dat is echt zo. Onze straten zijn volgeparkeerd met auto's en vijf meter verderop is het zo goed als leeg. De voorzitter: Mevrouw Jacobsz. Mevrouw Jacobsz: Die mensen die bij jullie parkeren, dat zijn mensen van de provincie die gewoon daar werken en die hun fietsen uitladen en dan met de fietsen naar het werk gaan. Dat zijn niet de mensen die op de plek wonen waar ik woon. Want wij betalen allemaal. Dat doen we al meer dan vijf jaar. We hebben er zelf om gevraagd bij zo'n haalbaarheidsonderzoek of hoe dat ook heet. De voorzitter: Ik dacht dat u inmiddels ook een interruptie van mevrouw Moedt van Partij voor de Dieren. Mevrouw Moedt: Dank u wel, voorzitter. Ik woon ook vlakbij mevrouw Jacobsz en mijnheer Abbasi in betaald parkeren gebied, maar volgens mij is het juist het manco dat in betaald parkeergebied de gemeente jarenlang heeft nagelaten om mensen met parkeerplekken op hun eigen terrein op hun eigen terrein te laten parkeren. De voorzitter: Mevrouw Jacobsz.
Mevrouw Jacobsz: Daar ben ik het wel heel erg mee eens, want ik weet dat er in een andere straat daar heel erg veel last van is. Dat mensen niet op hun eigen terrein parkeren. De voorzitter: Mevrouw Jacobsz. Ja, ik durf het bijna niet te zeggen. Ik woon namelijk ook bij u in de buurt en ik geloof dat de heer Mohr daar ook in de buurt heeft gewoond en die heeft ook een interruptie. Ga uw gang. De heer Mohr: Ja, ik heb in dezelfde straat gewoond als u en dichtbij u en ik onderschrijf uw verhaal volledig. Mevrouw Jacobsz: Dank u, mijnheer Mohr. De voorzitter: Gaat u verder, mevrouw Jacobsz. Mevrouw Jacobsz: Ja. Wacht even hoor. Ik had nog een dingetje. O ja, ik weet het uit mijn hoofd. Want wat ik in het stuk, want ik vind het trouwens een heel mooi handboek hè, dus hartstikke fijn dat het er is en dat we daarmee aan de slag kunnen. Want ik wil ook wel complimentjes maken. Waar het natuurlijk wel mis is in het stuk van 4.4 over gezonde leefomgeving. Ik vroeg me af of de komst van 5G en een antennebeleid, of dat ook in dit handboek thuishoort. De voorzitter: Er wordt hier naast mij heel druk nagedacht over deze vraag. En dan heb ik de indruk dat iedereen die dat wilde, inmiddels ook zijn termijn heeft gehad. Wethouder Berkhout, ga uw gang. Wethouder Berkhout: Yes, dank u wel.