Transcript commissie Samenleving 9 oktober 2025
Tekst van het document
TRANSCRIPT VAN DE COMMISSIE SAMENLEVING VAN GEMEENTE HAARLEM d.d. 9 oktober 2025 1.
Opening en mededelingen voorzitter De voorzitter: Dames en heren, gaat u allemaal lekker zitten, ook als u nog staat, dan gaan we beginnen. Ik hoor u al bezorgd kijken, waar zijn mijn collega's? We hebben namelijk een aantal berichten van verhindering. Namelijk van de PvdD, van OPH en van de SP. Maar iedereen hier is van harte welkom bij deze commissievergadering van de Commissie Samenleving op deze donderdag 9 oktober. Voor in uw agenda heb ik twee dingen die staan op de lijst die rondgaan. Het jaarlijkse gesprek met Buurts. Ditmaal hier op het stadhuis, naar aanleiding van de trendrapportage Gewoon in de wijk. Het gaat plaatsvinden op 27 oktober van 18:00 u tot 19:00u. En het rapport Rekenkamer Toekomst van de Wmo op 10 november gaat plaatsvinden tussen 19:00u en 20:00u.
2.
Vaststellen van de agenda De voorzitter: Dan het vaststellen van de agenda. Ik wil u zelf informeren dat wij agendapunt of punt 1.1 van de actieve informatieplicht actief hebben geagendeerd op een volgende vergadering. En die komt volgende vergadering 30 oktober direct al terug. En we hebben een agenderingsverzoek ook nog gehad van de fractie van GroenLinks. Mevrouw Hamzad, wilt u dat nog toelichten of zegt u: het is duidelijk zo? Wat vervelend. Dan mevrouw Lammertse, over de artikel 8.32. O nee, sorry, excuus, ik zeg het fout. Ik haal twee dingen door elkaar. Nee, het gaat over het schrappen van de bespreking van het punt over de schriftelijke vragen van de voorlichtingsbrief aan 18-jarigen en hun ouders. Ik moet niet twee dingen door elkaar halen. Kan dat punt geschrapt worden of niet? Als u voor schrappen bent, dan steekt u uw hand op. Ja, mooi. Gaan we dat van de agenda afvoeren. Ga ik dan wel door naar de rest van de punten. Want dan hebben we de agenda zo conform vastgesteld, 1.1 dat vindt u terug op 30 oktober.
3.
Mededelingen commissieleden en wethouder(s) De voorzitter: Dan gaan we naar agendapunt 3, de mededelingen van commissieleden en wethouders. Zijn er vanuit de kant van de commissie mededelingen? Nee. Mijnheer Visser, uw microfoon staat aan. Fantastisch. Wethouders, een mededeling namens wethouder Van Leeuwen. Wethouder Van Loenen: Exact. Even kijken. De Eerste Kamer heeft op 7 oktober 2025 de wet Verbetering beschikbaarheid jeugdzorg aangenomen. Die gemeenten vanaf 1 januari 2026 verplicht om regionaal samen te werken via een gemeenschappelijke regeling voor de inkoop van hoog specialistische jeugdzorg. Deze nieuwe wettelijke verplichting sluit direct aan bij de koers die onze regio al volgt met de ontwikkeling van een Regiovisie en de voorbereiding van de gemeenschappelijke regeling per 1 januari 2027. Een nieuwe GR. Zijn jullie allemaal heel blij mee, denk ik. De voorzitter: Daar gaat u natuurlijk ook regelmatig over updaten. Althans, in uw geval wethouder Van Leeuwen. Helemaal leuk.
4.
Mededelingen over gemeenschappelijke regelingen en andere samenwerkingsverbanden De voorzitter: Dan de mededelingen over de gemeenschappelijke regelingen en andere samenwerkingsverbanden. Zijn er nog mededelingen wat dat betreft vanuit een van uw kanten? Nee.
1
5.
Agenda komen vergadering(en), Jaarplanning en Actielijst De voorzitter: Agendapunt 5, zijn er opmerkingen over de jaarplanning en actielijst? Nee.
6.
Transcript commissie 11 september De voorzitter: Gaan we naar agendapunt 6, opmerkingen over het transcript van de vergadering van 11 september. Ook niet, mooi.
7.
Beantwoording raadsvragen art. 32 Sport en cultuur voor volwassenen met een laag inkomen De voorzitter: Dan punt 7, de beantwoording van de raadsvragen artikel 32 sport en cultuur voor volwassenen met een laag inkomen. Dat is een agenderingsverzoek geweest van de fractie van de PvdA. Mevrouw Wegman, u voert het woord neem ik aan? Ga uw gang. Mevrouw Wegman: Klopt, inderdaad. PvdA en GroenLinks hebben natuurlijk vragen gesteld over de deelname van volwassenen aan sport en cultuur, met name met een laag inkomen. Want sporten is natuurlijk niet alleen leuk en deelnemen aan cultuur is ook niet alleen leuk, maar het is ook belangrijk voor je gezondheid, voor contact met anderen, maar ook om in het algemeen mee te doen aan de samenleving. En iedereen zou daar mee moeten kunnen doen, ook als je minder te besteden hebt. Als gemeente doen we al veel. Komt ook uit de antwoorden. Bijvoorbeeld via het Sportfonds 18+. Tegelijkertijd zien we ook wel dat een klein deel maar gebruik maakt van de regeling. Dat zijn maar 272 mensen. En cultuur wordt daarnaast helemaal niet vergoed. Het is ook niet duidelijk uit antwoorden hoeveel mensen drempels ervaren en waar dat dan misschien aan ligt. Misschien is de vergoeding van 150 euro te laag. Sommige lidmaatschappen kosten namelijk soms wel 300 euro per jaar. Of misschien weten de mensen niet dat de regeling bestaat.
In andere gemeenten zijn er andere regelingen, ruimhartigere regelingen. In Amsterdam is bijvoorbeeld de vergoeding 350 euro per jaar. En andere gemeenten hebben bijvoorbeeld aansluiting gevonden bij het Volwassenfonds Sport en Cultuur. Wij zouden eigenlijk graag zien dat Haarlem onderzoekt of de huidige regeling toereikend is en of ook cultuur kan worden meegenomen, want die wordt dus niet meegenomen nu. Dat kan bijvoorbeeld door aansluiting bij dat Volwassenenfonds Sport en Cultuur, maar ook bijvoorbeeld om het Sportfonds zelf uit te breiden. Dus daarover zouden we graag een toezegging zien en anders overwegen we een motie. Dank u wel. De voorzitter: Dank. Wie dan? De heer El Aichi, namens het CDA. Ga uw gang. De heer El Aichi: Dank u wel, voorzitter. Voor het CDA is het belangrijk dat iedereen mee kan doen in de samenleving. Sport en cultuur zorgen dat mensen gezond blijven, elkaar ontmoeten en zich kunnen ontwikkelen. We begrijpen dat 150 euro per jaar van het Sportfonds 18+ soms te weinig is, vooral bij duurdere sporten. Maar we willen eerst goed in kaart brengen hoeveel mensen nu echt niet mee kunnen doen en waarom? Het CDA staat open voor ideeën om het makkelijker te maken om mee te doen. Ook bij cultuur. Maar we willen dat dit slim en verantwoord gebeurt. Bijvoorbeeld samen met verenigingen en het Jeugdsportfonds en cultuur.
Kortom wij willen dat niemand buitenspel staat, maar we moeten wel zorgen dat het geld goed wordt besteed. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw De Valk, namens D66. Mevrouw De Valk: Dank, voorzitter. D66 sluit aan bij de bijdrage van het CDA.
2
De voorzitter: Kijk, efficiënt. De heer Trompetter. De heer Trompetter: Dank, voorzitter. Ook onze fractie vindt het belangrijk dat mensen kunnen sporten en mensen aan cultuur kunnen meedoen. En ik ben benieuwd naar de antwoorden op de vragen van de PvdA, waar mijn fractie zich ook bij aansluit. Dank u wel. De voorzitter: Dank. De heer Van der Vliet. De heer Van der Vliet: Dank u wel, voorzitter. De VVD kan zich god vinden in de beantwoording van het college. Er is namelijk al een ruim gevarieerd aanbod via bestaande regelingen, zoals het Sportfonds en de HaarlemPas. Deze voorzieningen bieden voldoende mogelijkheden voor inwoners met een laag inkomen om deel te nemen aan sport en culturele activiteiten. Daarnaast worden in de openbare ruimte ook steeds meer gratis sport- en beweegfaciliteiten toegevoegd. Kortom, VVD Haarlem ziet op dit moment geen noodzaak tot uitbreiding van het huidige beleid of onderzoeken voor aanvullende maatregelen. De voorzitter: Mevrouw Scholten. Mevrouw Scholten: Dank u wel, voorzitter. Ons bereiken toch met regelmaat signalen en dat sluit aan bij de derde vraag, bestaande regelingen initiatieven om sport- en cultuurdeelname te stimuleren, dat het voor ouderen en voor mensen met een fysieke beperking of een gecombineerde beperking niet makkelijk is om passend sportaanbod te vinden via of Buurts of via Sport Support.
En er staat in de beantwoording: Sport Support biedt in samenwerking met welzijnsorganisaties laagdrempelige sport aan. En dan vragen wij ons toch af: kan dat nog uitgebreid? En in die zin vinden wij het idee van een eventuele motie interessant. De voorzitter: Dank u wel. Wie dan nog het woord of hebben we dan iedereen die het woord wil voeren gehad? Ja. Wethouder Van Loenen, als eerste. Ga uw gang. Wethouder Van Loenen: Dank u, voorzitter. Even kijken. Misschien een paar dingen ter reactie. Want de eerste vraag die gesteld werd, is we hebben het idee dat nog niet zo heel erg veel mensen gebruikmaken van de regelingen die we hebben. Dan heb ik goed nieuws en slecht nieuws. Het goede nieuws is dat we inmiddels 500 deelnemers hebben, dus het neemt heel erg snel toe. Wij denken dat dat grotendeels komt doordat Sport City bijvoorbeeld ook mee gaan doen is in de regeling. En dat betekent dus dat er ook mensen die daar sporten en een HaarlemPas hebben dat ze daar die tegemoetkoming kunnen krijgen. Dus dat betekent een behoorlijke toename en we zien nog steeds groei daarin. Dus ik denk dat het de moeite waard is om eens te kijken, tot hoever gaat die groei? Ook omdat er ook nog gesprekken gaande zijn met andere aanbieders die interessant zijn, denk ik, voor deze doelgroep. Het slechte nieuws is natuurlijk dan dat het veel geld kost en dat we dat eigenlijk niet hebben nu structureel.
We hebben twee keer het bedrag incidenteel opgehoogd, het budget wat we daarvoor hebben. De laatste keer is in dit jaar met middelen vanuit GALA, vanuit het Gezond Actief Leven Akkoord. Iedereen kent natuurlijk die afkorting, maar ik noem het toch maar even. Maar volgend jaar kan dat niet daaruit . Dat betekent wel dat we voor volgend jaar een oplossing moeten bedenken, omdat we wel willen dat deze mensen gebruik kunnen blijven maken van deze aanbieding, om het even zo te zeggen. Dat betekent dat we in totaal ongeveer 80.000 euro nu hebben als budget. En ik denk dat het verstandig zou zijn en dat is natuurlijk altijd ingewikkeld, want de verkiezingen komen eraan. We gaan ook niet een hele uitgebreide Kadernota maken. We gaan een beleidsarme Kadernota maken. Dus we kunnen ook niet nu met elkaar gaan bekijken, laten we die structurele claims dus even regelen. Maar dat zou dan uiteindelijk wel in de onderhandelingen moeten voor een nieuw Coalitieakkoord. Kortom, wat ons voorstel zou zijn, is om voor 2026 incidenteel nog de juiste middelen te vinden. Dat zou heel goed kunnen dat het vanuit de reserve
3
minima wordt aangevuld van wat we nu hebben, maar dat het wel verstandig is om daarna te kijken naar een structurele invulling van dat budget. Het is inderdaad zo dat andere gemeenten wel ruimere regelingen hebben. Wij denken wel dat er behoorlijk wat aanbod is. Je ziet dus ook inderdaad de groei in het aantal mensen wat er gebruik van maakt. En ook het aanbod wat we hebben, bijvoorbeeld ook, ik denk dat daar mevrouw Scholten ook een beetje naar vraagt. Bijvoorbeeld De Hagedis wat bij het Broederhuis in zit. Daar sporten veel mensen die zich wat ongemakkelijk voelen misschien in een gewone Sportschool. Maar ook bijvoorbeeld mensen die in de COA-locaties zitten of mensen die misschien een vaste klant zijn ook bij het wijkcentrum. Het zou wel interessant zijn om te kijken hoe kun je dat uitbreiden? Maar dat is denk ik wel iets, eerlijk gezegd, van een volgende periode, want dat brengt nu eenmaal een politieke keuze mee over structurele middelen. Dat is … Ik hoor stemadviezen hier. De voorzitter: Nee, we doen niet aan stemadviezen. Wethouder Van Loenen: Daar doen we niet aan hier. De voorzitter: Nee, precies. Wethouder Van Loenen: We gaan goed verder zo met elkaar samen door. Nog even over cultuur. Dat hebben we ook in de beantwoording gezet. Daar hebben we best wel wat aanbiedingen voor via de HaarlemPas. Daar zien we nog niet direct aanleiding om daar ook op uit te breiden.
Wat we wel zien, is bijvoorbeeld, ik had van de week nog een gesprek met de Stadsschouwburg en de PHIL. Je ziet wel dus dat er steeds meer aanbiedingen komen voor HaarlemPas-houders, wat echt wel heel erg gunstig is en waar ook steeds meer gebruik van wordt gemaakt gelukkig. Ik denk dat dat op zich wel afgedekt is, maar ik denk dat het voor sport misschien nog wel een uitdaging is. De voorzitter: Was u klaar met uw termijn, wethouder? Dan gaan we even naar mevrouw Wegman. Mevrouw Wegman: Dank u wel, voorzitter. Er is inderdaad veel voor de HaarlemPas, maar dat gaat vooral over inderdaad musea en dat soort zaken, maar het gaat niet over cultuur uitoefenen. Dat ontbreekt, denk ik. De voorzitter: Dat is een statement. Wethouder, wilt u daar nog op reageren of zegt u van dat is goed zo? Wethouder Van Loenen: De focus is niet alleen op musea, maar ook echt wel cultuur, voorstelling, et cetera. Er zijn ook wel buurtinitiatieven, et cetera, in de wijken. Ik denk dat u bedoelt muziek maken of theater maken. Daar zijn ook kortingsregelingen voor, maar misschien wat minder uitgebreid dan echt voor toegang tot culturele instellingen. De voorzitter: Gaan we naar wethouder De Raadt. Wethouder De Raadt: Dank u wel, voorzitter. Misschien nog even in aanvulling. Het meeste is al gezegd door mijn collega wethouder Van Loenen. In ieder geval als eerste dank voor de interesse in deze regeling.
Hij is nog vrij nieuw. Desalniettemin hadden we eerst 200 deelnemers. Zitten we nu al op zo'n 500. Dat is ook de reden dat we het budget al een keer hebben opgehoogd. Het was eerst 100 euro per kalenderjaar. Dat hebben we opgehoogd tot 150 euro. Dat is denk ik ook wel goed nieuws. Dat hebben we kunnen dekken. Daar is ook al het een en ander over gezegd. Richting mevrouw Scholten nog over passend sportaanbod. Wat we ook heel specifiek hebben gedaan bij deze regeling is dus niet alleen dat mensen lid kunnen worden van een sportvereniging, maar dat ze echt kunnen sporten op de sport die zij het liefst willen. Sport City doet
4
bijvoorbeeld mee en er zijn ook nog een aantal andere sportaanbieders waar de gesprekken nu lopen om zich daar ook bij te betrekken. Dus dan heb je echt wel over de hele linie dat iedereen de sport van zijn keuze kan gaan doen, want dat is volgens mij ook wat we willen. Dat nog even denk ik ter aanvulling en als er nog verder vragen zijn, hoor ik het graag. De voorzitter: Is er behoefte aan een tweede termijn? Mevrouw Wegman. Mevrouw Wegman: Dank u wel, voorzitter. Ik begrijp het college dat de verkiezingen eraan komen en dat het structurele keuzes zijn. Toch ben ik wel benieuwd of het niet juist goed is om het dan uit te zoeken wat er nodig is, zodat we straks als we de coalitieonderhandeling doen, als we dat hopelijk weer mogen doen, dat we dan een plaatje hebben wat er nodig is. Zijn er bijvoorbeeld aanbieders die missen? Dat soort zaken. Wethouder Van Loenen: Ik denk dat we dat zeker kunnen leveren. Formeel zouden we dat ook via een technische uitvraag kunnen doen, maar ik denk dat we kunnen toezeggen dat dat er t.z.t. Dat is prima. Die 80.000 euro heb ik al wel even genoemd, maar voor de uitbreiding zouden we nog even iets extra's kunnen leveren. De voorzitter: Dan noteren we die toezegging. Dan hebben we, denk ik, dit zo voldoende besproken. 8.
Vervolgnotitie Mantelzorgen in balans De voorzitter: Gaan we door naar punt 8, de Vervolgnotitie Mantelzorg in balans. Het college stuurt deze informatienota ter bespreking naar de Commissie Samenleving. En wie kan ik daar … Daar gaat een hele snelle hand op. Mevrouw Van de Sanden, ga uw gang, namens de VVD. Mevrouw Van de Sanden: Dank u wel, voorzitter. De VVD vindt de ondersteuning van mantelzorgers heel belangrijk. Deze zorg is namelijk geen uitzondering, maar onderdeel van het dagelijks leven voor heel veel mensen in Haarlem. Juist daarom is het zorgelijk dat de cijfers laten zien dat mantelzorgers overbelast zijn. En dat kan beter. Mijn kennis uit de praktijk wil ik daarom benadrukken en aansluiten bij de signalen die ook uit de klankbordgroep komen. Houd de menselijke maat, minder bureaucratie voor de mantelzorger en denk mee en ondersteun. Maak zaken niet alleen digitaal toegankelijk, maar houd ook de mogelijkheid voor menselijk contact, een luisterend oor. Want dat doet meer dan een topadvies uit een app. De VVD ziet verder nog veel mogelijkheden voor de verbinding en verbetering tussen de mantelzorger en bijvoorbeeld de organisatie zoals Tandem. De VVD wil daarom ook de wethouder vragen om hier nog meer aandacht aan te geven. De praktijk wijst uit dat mantelzorgers vaak niet goed weten wat er allemaal mogelijk is en welke hulp en ondersteuning ze zouden krijgen.
Hoe mooi zou het zijn als de mantelzorger over een jaar makkelijk de weg naar hulp kan vinden en minder druk ervaart? Daar moeten we met zijn allen toch voor gaan. Tot slot, zal ik daarin zelf ook een bijdrage binnen mijn werk in de zorg gaan geven en heb ik mij aangemeld voor de werkgroep mantelzorg. Tot zover. De voorzitter: Dank. Is dat een interruptie of termijn. Mijnheer Trompetter, uw termijn. De heer Trompetter: Dank, voorzitter. Het is bekend dat in Haarlem en omgeving veel overbelaste mantelzorgers zijn. Dit probleem zal met het verstrijken van de tijd alleen maar toenemen. Het CBS heeft berekend dat Haarlem de op twee na ergste gemeente is waar het probleem gaat spelen. Volgens het CBS zijn er in 2040 nog maar een 1,7 mantelzorger per zorgvrager beschikbaar. Het zijn er nu ongeveer 2,3. Behalve het respijthuis, de juiste waardering en wat aanvullende maatregelen komen we nu nog niet. Mijn fractie
5
heeft de volgende vragen over mantelzorgers. Hoe worden de huidige mantelzorgers op de hoogte gesteld en gehouden? Zoals de VVD zegt: ook digitaal, offline en online van de ondersteuning die geboden kan worden aan mantelzorgers. Zijn er aanvullende maatregelen in ontwikkeling om aan de vraag van mantelzorgers tegemoet te komen in de toekomst? In het duurzame initiatieven ding staat … Hoe staat het daarmee? Daar hebben we 55.000 euro voor vrijgemaakt. En weten we bij benadering hoeveel minderjarige mantelzorgers er zijn? Dat is misschien een technische vraag. Wel of er maatregelen zijn of worden voorbereid om minderjarige mantelzorgers ook te ondersteunen? Tot zover, dank u wel. De voorzitter: Dank. De hoeveelheid dat is inderdaad een technische vraag en verder gaan we zo naar het college luisteren. Mevrouw De Valk, ga uw gang. Mevrouw De Valk: Dank, voorzitter. D66 begint met waardering voor het opstellen van deze Mantelzorgnotitie. Het is goed dat de gemeente de inzet van mantelzorgers erkent en blijvende aandacht geeft aan ondersteuning en waardering. Want die aandacht is hard nodig, want we weten dat nu al een op de vijf mantelzorgers overbelast is en dat de druk alleen maar zal toenemen door vergrijzing en een toename van chronische aandoeningen.
D66 vraagt zich daarom af: ontlasten deze huidige maatregelen deze groeiende groep voldoende? En zo niet, welke aanvullende stappen overweegt het college om deze overbelasting te voorkomen? En dan nog een aantal specifieke punten. We zien dat de inzet van jonge mantelzorgers en mantelzorgers met een migratieachtergrond nog beperkt is. Bij deze groepen worden zorgtaken vaak niet erkend en vinden ze de weg naar hulp moeilijk. En voor jonge mantelzorgers vraagt dit soms om een andere aanpak dan via bijvoorbeeld Tandem nu wordt geboden. Denk aan een gesprek op scholen, zodat jongeren begrip kunnen krijgen wanneer ze te laat komen, omdat ze eerst bijvoorbeeld hun broertje of zusje wegbrengen. Want zulke situaties vragen om maatwerk en om bewustwording, niet om straf. D66 vraagt daarom: is het college bereid te verkennen hoe het aanbod voor deze doelgroepen breder en beter kan worden gemaakt? Dan de woonomgeving, dat essentieel is om langer zelfstandig te kunnen blijven wonen. D66 vindt het opvallend dat weinig gebruikgemaakt wordt van de Blijverslening, juist bedoeld om woningen toekomstbestendig te maken.
Vraagt de wethouder of zij mogelijkheden ziet om dit instrument actiever onder de aandacht te brengen en of u andere aanvullende regelingen onderzoekt om deze groep beter te ondersteunen? En daarnaast constateren we dat de ontwikkeling van passende woonvormen achterblijft bij de behoefte. Kan de wethouder toelichten waar de belangrijkste knelpunten liggen en welke acties worden ondernomen om dit proces te versnellen? Verder is D66 blij met de uitbreiding van het respijtzorgaanbod. We horen graag welke resultaten tot nu toe zijn behaald en welke vervolgstappen worden gezet om respijtzorg verder te versterken. Tot slot. De voorzitter: Tot zover. U was klaar? Uitstekend. De heer El Aichi, ga uw gang. De heer El Aichi: Dank u wel, voorzitter. Namens het CDA Haarlem wil ik het college en alle betrokken organisaties bedanken voor het stuk Mantelzorgen in balans. Het is goed om te zien dat er stappen worden gezet om mantelzorgers beter te helpen. Het CDA wil graag beginnen met waardering uit te spreken voor alle mantelzorgers in onze stad. Zij zijn van onschatbare waarde voor Haarlem. Door hun inzet kunnen veel mensen langer thuis blijven wonen en ervaren zij steun, zorg en nabijheid van iemand die hen echt kent. Tegelijkertijd realiseren we ons dat mantelzorg ook zwaar kan zijn. Daarom vindt het CDA het belangrijk dat de gemeente mantelzorgers goed ondersteunt.
Niet alleen met woorden, maar ook in de praktijk. Denk aan tijdige informatie, passende respijtzorg en een overheid die oog heeft voor hun draagkracht en hun grenzen. Even kijken. Samen met de ChristenUnie hebben wij vaak vragen gesteld hierover. We hebben ook in verleden moties ingediend. Wij hebben … Een momentje, want ik zit vast. Samen met de ChristenUnie vragen wij al
6
langere tijd om een mantelzorgcompliment. Dat willen we vandaag opnieuw onder de aandacht brengen. Uit de praktijk en ook uit eigen ervaring weten we dat mantelzorgers zich gewaardeerd voelen als ze minimaal één keer per jaar een persoonlijk gesprek hebben met een hulpverlener. Gedurende dit gesprek kan gevraagd worden hoe het gaat en als er vragen zijn, dan kunnen zij doorverwezen worden naar een juiste instantie. Wij zien een rol van Tandem. Zij houden mantelzorgers één keer per jaar … Zij kunnen één keer per jaar in gesprek gaan met de mantelzorgers en tijdens dit soort gesprekken kan ook een bloemetje of een cheque worden overhandigd als bedankje. De voorzitter: U een interruptie van mevrouw Van de Sanden. Mevrouw Van de Sanden: Dank u wel, voorzitter. Dat is allemaal heel erg leuk gratis bier. En ik denk echt dat als de signalen die wij krijgen, dat die waardering die is fijn, maar wat je echt nodig hebt, omdat het namelijk niet om één keer gaat, maar om een langdurige mantelzorg vaak, dat je echt ondersteund moet worden. En dat daar de focus echt op moet liggen en niet op dat cadeautje één keer per jaar. En er zijn meerdere organisaties die het daar ook mee eens zijn.
Dat de focus moet liggen op de ondersteuning, minder bureaucratie en ook niet alles één hoe zeg je dat? One size fits all, maar dat je het echt op maat doet voor die mantelzorger, wat die mantelzorger nodig heeft. De voorzitter: De volgende keer wel uw interruptie ietsje korter. De heer El Aichi. De heer El Aichi: Mijn ervaring met mantelzorgers, ik heb een tijdje ook met mantelzorgers gewerkt. En als we kijken naar Haarlem. In Haarlem wordt één keer per jaar de Dag van de Mantelzorg georganiseerd en dan komen altijd dezelfde personen voor een borreltje. De echte mantelzorgers die blijven altijd thuis. En wat wij willen, is dat één keer per jaar alle mantelzorgers in Haarlem een brief thuis krijgen van dan bent u welkom op een bepaald adres. Ik noem maar wat. We hebben overal in Haarlem sociale wijkteams bijvoorbeeld. Als je kijkt naar Schalkwijk, die hebben vier sociale wijkteams. Dan kunnen mensen van Boerhavewijk naar het sociale wijkteam Boerhavewijk om in gesprek te gaan met de hulpverlener: u doet mantelzorg en wij willen graag weten hoe het met je gaat. En heel veel mantelzorgers die weten niet precies waar zij moeten zijn voor bepaalde hulp. Er is heel veel, maar er zijn mensen die niet precies weten waar zij moeten aankloppen.
Dus bij deze, als je eenmaal op zo'n plek komt en je hebt nog een leuk gesprek gehad en als je een bloemetje in je handen krijgt voor een jaar mantelzorg, dat lijkt mij niet te veel. De voorzitter: Ja, gaat u nog een interruptie … Mevrouw Van de Sanden: Dan vraag ik me af waar dat van betaald moet worden. De heer El Aichi: We hebben afgelopen twee jaar wel een mantelzorgcompliment gekend. Dus als u meedoet, dan kan het wel. De voorzitter: Ik wilde al zeggen. Mevrouw Booms, namens de ChristenUnie. Ga uw gang. Mevrouw Booms: Dank u, voorzitter. Ik sluit me natuurlijk aan bij het CDA. Het mantelzorgcompliment vindt ChristenUnie heel belangrijk. Het gaat helemaal niet om de hoogte van het bedrag, al is het maar 20 euro, maar het erkennen van het feit dat iemand mantelzorger is, is belangrijk. En daarnaast vindt de ChristenUnie het van belang dat er niet alleen ingezet wordt op ondersteuning, maar ook op het vergemakkelijken van de toegang en de regeldruk. Een voorbeeld is de pgb's die lopen nu via Buurts. En bij deze overstap kregen deelnemers opeens een brief en in veel gevallen raakten ze hun pgb kwijt en kwamen er allerlei
7
onduidelijkheden. Dat kan dus beter. Daarnaast blijft bewustzijn en bejegening van mantelzorgers een aandachtspunt. Als je dan kijkt naar jongeren. Er was vanmiddag een passend onderwijsmarkt en daar waren zulke verschillende geluiden te horen over erkenning van jonge mantelzorgers. De ene school haalt kinderen uit de klas en zet ze met limonade bij elkaar voor een gezellig uurtje. Echt hulde. Dat is natuurlijk top en dat is een effect van de inzet vanuit de gemeente ook, dat daar aandacht voor gekomen is. Maar er zijn ook genoeg scholen die zeggen geen kinderen te kennen die in een zorgsituatie opgroeien. Niet in onze wijk, niet op onze school. Terwijl een op de vier geldt voor alle gemeenten en voor alle bevolkingsgroepen. Wat zou de wethouder meer in kunnen zetten om jonge mantelzorgers nog beter te vinden en te ondersteunen en ook via de school? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Hamzad, ga uw gang. Mevrouw Hamzad: Dank u wel, voorzitter. We kijken positief naar het stuk. Fijn om te lezen dat er mooie stappen zijn gezet om de lasten voor mantelzorgers te verlichten. GroenLinks Haarlem dankt al onze Haarlemmers die mantelzorg verlenen. Ze leveren een onmisbare bijdrage aan de zorg in onze stad. En maken het mogelijk dat hun naasten langer thuis kunnen blijven. Tegelijkertijd weten wij dat mantelzorgers vaak een zware belasting legt op de mantelzorgers.
Vooral de vrouwen en mensen met een lager inkomen. Uit de dementiemonitor van Alzheimer Nederland blijkt dat in Haarlem bijna 45 procent van de mantelzorgers minder is gaan werken vanwege zorg voor hun naaste. Terwijl dit landelijk slecht 20 procent is. Dat betekent dat in onze stad mantelzorgers dubbel worden geraakt. Het merendeel van de mantelzorgers bestaat uit vrouwen. Slechts 11 procent van de mantelzorgers is man, tegenover 7 procent landelijk. Daarnaast zijn veel mantelzorgers kinderen of partners voor hun naaste. De druk zal de komende jaren alleen maar toenemen. In 2040 wordt verwacht dat het aantal mensen met dementie in Haarlem stijgen van 2.500 naar 4.000. Dat vraagt om structurele, toekomstbestendige maatregelen, zodat mantelzorgers niet overbelast raken en hun werk- en privébalans behouden blijft. Het hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg biedt een goed kader. Het voorziet in betere ondersteuning van mantelzorgers via respijt- en logeerzorg, informatievoorziening en emotionele ondersteuning. Ook wordt aandacht besteed aan het faciliteren van werkende mantelzorgers. Onder andere door betaald verlof en mantelzorgers vriendelijke werkgever. Toch zien wij knelpunten. Respijtzorg is moeilijk vindbaar en onvoldoende bekend bij mantelzorgers. Voor jonge mantelzorgers is hulp vaak te algemeen. Er is te weinig maatwerk.
De rol van lage inkomens, laaggeletterd, vrouwen en mensen met een migratieachtergrond wordt onvoldoende meegenomen. Deze groepen lopen een groter risico op overbelasting en financiële druk en achterstand in hun werk en opleiding. Wij vragen daarom aandacht voor de volgende punten. Toegankelijkheid en bekendheid van respijtzorg. Hoe gaat de gemeente ervoor zorgen dat alle mantelzorgers weten welke ondersteuning beschikbaar is? Ondersteuning van werkende mantelzorgers, vooral vrouwen, laaggeletterde mensen en lage inkomens, zodat hun carrièremogelijkheden en financiële mogelijkheden niet worden beperkt. Inclusie en culturele sensitiviteit. Hoe wordt gezorgd dat monderzoek uit diverse culturele achtergrond met taalbarrière en andere obstakels daadwerkelijk worden bereikt. Specifieke ondersteuning voor jonge mantelzorgers met maatwerk en praktische hulp, niet alleen algemene adviezen. We hopen dat de wethouder hier duidelijk op ingaat en ons vertelt welke concrete maatregelen Haarlem neemt om mantelzorgers te ondersteunen, zodat zij een belangrijke rol kunnen blijven vervullen zonder overbelasting of sociale en financiële achterstanden. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Scholten, ga uw gang. Mevrouw Scholten: Dank u wel, voorzitter.
Het gaat in dit stuk vooral over mantelzorgers die verbaal behoorlijk vaardig zijn, die niet zelf kampen met een psychische kwetsbaarheid of een ontwikkelingsstoornis
8
of dergelijke. Maar ik ken en ik denk en dat wij die allemaal misschien wel kennen, best wel veel mensen die zelf kwetsbaar zijn met een licht verstandelijke beperking of mensen die zelf autisme hebben, die ook daarnaast nog mantelzorgtaken voor een partner, een ouder enzovoorts op zich nemen. Het zijn ook vaak mensen die digitaal wat minder vaardig zijn, terwijl wij de zorg juist vaak digitaler willen gaan organiseren. Zijn ook professionals voldoende in staat om zich aan te passen qua taalgebruik bijvoorbeeld aan mensen met een licht verstandelijke beperking die mantelzorg verlenen of aan mensen die een taalachterstand hebben of uit een andere taal of cultuur komen? Daar had collega Hamzad het net ook al even over. Dus taalbarrière, digitaal minder vaardig, bejegening van mantelzorgers die misschien niet in het normale plaatje passen van iemand die zelf de weg ook wel aardig weet. En praktisch, maar dat is misschien meer een vraag voor de commissieleden die het daar net over hadden, als je alle mantelzorgers tegelijkertijd uitnodigt voor een Complimentendag, wie zorgt er dan voor hun mensen? Dat vraag ik me dus de hele tijd af. Hoe regelen we dat dan? Want dat is nog best een klus, denk ik. De voorzitter: Dat was een mooie interruptie geweest als die bij deze en gene ... Houdt u hem vast voor de tweede termijn. De heer Visser, ga uw gang.
De heer Visser: Dank u wel, voorzitter. Ik moest even eroverheen buigen. Probleem met mijn lengte, denk ik. We sluiten ons graag aan bij de goede dingen die zijn gezegd door het CDA over de stappen die de afgelopen jaren zijn genomen op het gebied van het ontzorgen van mantelzorgers. Wij zien echter ook dat een aanzienlijk deel van die mantelzorgers overbelast is. Dat is iets wat mijn collega van de VVD al zei. Daar sluiten we ons bij aan. Voor deze mantelzorgers is het namelijk wel echt belangrijk om te weten dat er hulp en ondersteuning bestaat. En respijtzorg is een term die lang niet bij iedereen bekend is. Ik moet heel eerlijk zeggen dat ik ook alleen weet wat het is, omdat ik de afgelopen drieënhalf jaar deze stukken heb gelezen. Anders had ik het ook niet geweten. Dus wij zien vooral een rol voor ons als gemeente om een campagne op te zetten, waardoor veel mensen weten wat respijtzorg is en wat dit voor hun kan betekenen. Hoe kijkt de wethouder naar het bekend maken van respijtzorg bij mantelzorgers en hun omgeving? Tot slot, willen wij graag ook nog even aandacht vragen voor het aantal Haarlemmers dat minder moet werken om mantelzorg te kunnen leveren. Mijn collega mevrouw Hamzad van GroenLinks zei er al iets over.
Het Landelijk Integraal Zorgakkoord en het hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg gaan hopelijk zorgen voor betere afspraken tussen bijvoorbeeld werkgevers en mantelzorgers. Dat deze laatste groep er niet te veel op achteruitgaat. Maar we willen wel graag aan de wethouder vragen of de gemeente hier eventueel ook nog een rol in kan spelen. Misschien zelfs binnen de regio. Dank u wel. De voorzitter: U dank voor uw bijdrage. Dan hebben we zo denk ik iedereen gehad die het woord wilde voeren. Gaan we naar de wethouder. Wethouder Van Loenen, ga uw gang. Wethouder Van Loenen: Dank u wel, voorzitter. Niet de eerste keer dat we hier in de commissie het hebben over mantelzorgers en dat is denk ik niet voor niets. De grote waardering vanuit de gemeente, vanuit de gemeenteraad, vanuit het college voor de mantelzorgers. En inderdaad we hebben elk jaar een dag voor de mantelzorger met een heel gevarieerd programma en elk jaar ben ik daarbij, om ook namens het stadsbestuur toch ook de mensen te bedanken. En het is iets, denk ik, dat staat ook in de memo, waar bijna iedereen wel vroeg of laat mee te maken gaat krijgen. En dat maakt het ook meteen zo'n ingewikkeld onderwerp. Want je bent u toch allemaal wel een keer voor korte of lange tijd mantelzorger. En hoe zorg je er dan voor in het huidige zorglandschap ook dat je niet overbelast raakt? Volgens mij hebben we een aantal stappen genomen.
Er werd al iets over gezegd. Zal ik ook nog een paar dingen aan toevoegen. Want ik wil beginnen met, ik kreeg een beetje de indruk dat sommige mensen dachten dat we één keer per jaar de mantelzorgers spreken, maar
9
dat is niet zo. Er zijn lotgenotengroepen, er zijn medewerkers bij de buurtplaatsen. We hebben ook in steeds meer buurthuizen een consulent van Tandem. Daar wordt heel veel juist op die persoonlijke basis besproken. Mensen kunnen natuurlijk bellen, maar er zijn dus ook het hele jaar door heel veel activiteiten en heel veel informatievoorziening voor mantelzorgers. En dan werd er ook gevraagd van hoe zit dat precies met de jonge mantelzorgers en misschien wel ook de mantelzorgers met een migratieachtergrond? Die vraag had ik zien aankomen. Daarom staat dat dus ook in de memo, want daar hebben we het ook een aantal keer over gehad de afgelopen jaren. Juist voor die jonge mantelzorgers, daar is ook een apart programma voor, wordt er ook bijvoorbeeld in het onderwijs aandacht aan besteed. We hebben een speciale lesmodule van Kikid, Tandem en Prezens voor het onderwijs. En ik denk dat het goed is om die bewustwording te vergroten. En er werd net even gezegd van misschien is dat die bewustwording niet altijd even groot op elke school. Ik zat ook net even te denken: misschien kunnen we wel het aanbod wat er is of het onderwerp eens even bekijken of we dat onder de aandacht kunnen brengen bij de scholen, nogmaals via Buurts of via Tandem. Daar zullen we naar kijken. Ik denk dat dat verstandig is. Maar juist om die bewustwording te vergroten is die lesmodule. Maar we zien ook ...
De voorzitter: U heeft een interruptie, wethouder. Mevrouw De Valk. Mevrouw De Valk: Dank, voorzitter. Ik ben blij om te horen dat de wethouder ook bekend is met de lesstof van Sterrenstof. Die heb ik ook gezien, want ik was ook op werkbezoek bij Tandem. Alleen dat is wel echt een programma gericht op de jonge mantelzorgers. Waar ik eigenlijk aandacht ook voor wilde vragen, was de gesprekken op de scholen met bijvoorbeeld de leerkracht of dergelijke, zodat er ook bijvoorbeeld meer begrip is voor de jongeren die wat later bijvoorbeeld op scholen aankomen, omdat ze nog een zusje of een broertje, door de mantelzorg die zij verlenen, dan ook naar school brengen. Kan de wethouder daar een reactie op geven? Wethouder Van Loenen: Het gaat wel wat ver als wij gaan bepalen hoe een school omgaat met mantelzorgende kinderen. Ik zou daar ook heel graag heel veel invloed op willen hebben en ik denk dat het ook wel jammer is dat dat misschien verschilt per school. Maar ik denk wat wij kunnen doen, is onder de aandacht brengen dat dit een belangrijk onderwerp is en dat er ook bepaalde steun ook vanuit Tandem is. Ook voor scholen om eens te kijken: hoe ga ik daarmee om? Maar op een gegeven moment houdt wel onze invloed op en hoop ik ook eerlijk gezegd dat de scholen zelf die verantwoordelijkheid ook hebben en nemen.
Want het is natuurlijk heel erg belangrijk dat daar aandacht voor is in de klas. We hebben ook geprobeerd om bijvoorbeeld een lotgenotengroep op te zetten onder jongeren. Dat is best wel ingewikkeld, maar daar wordt wel een nieuwe poging gedaan samen met de jongeren zelf. Maar dat zou ook kunnen helpen, denk ik, om die bewustwording te vergroten, maar ook om een plek te hebben om je ei kwijt te kunnen en wat ondersteuning te hebben. En dat zouden we ook kunnen bekijken via het jongerenwerk. We zijn wel aan het … We hebben denk ik stappen genomen en er worden ook nog plannen gemaakt. Ik denk alleen wel dat als je het echt gaat hebben over wat gebeurt er specifiek in een klas? Dat zover onze invloed niet reikt. Maar misschien nog wel even voor ook de andere groep die werd genoemd, de mensen met een migratieachtergrond. Ook heel erg belangrijk. Hoe zit dat dan met taal en ook inderdaad culturele verschillen? Ook daar zijn juist speciale programma's gemaakt met onze zelforganisaties. Tegenwoordig heet dat vrijwillige organisaties zonder personeel. Dat zien wij nog gewoon als onze zelforganisaties. En ik denk dat het juist heel goed is, met SSO bijvoorbeeld, met Stichting Samen, dat die gemeenschappen ook goed bereikt worden en misschien ook in hun moedertaal daar uitleg over krijgen.
En ik denk dat het ook heel erg belangrijk is om juist die groepen voor wie het misschien extra ingewikkeld is, te bereiken. We doen ook andere dingen die kunnen helpen bij de ontlasting van mantelzorgers.
10
De voorzitter: Daar gaan we zo naar luisteren. Maar u heeft twee interrupties. Allereerst van … Ongetwijfeld., er waren vragen gesteld. Mevrouw Hamzad, ga uw gang. Mevrouw Hamzad: Het is meer een aanvulling. Ik denk dat het waardevol zou zijn, zoals de wethouder zei , zelforganisaties goed geïnformeerd worden. Zodat zij kunnen het informatie verder verspreiden. De voorzitter: De wethouder schudt ja. De heer El Aichi. De heer El Aichi: Ik ben blij te horen van de wethouder dat zij over de zelforganisaties begint. Wat ik een beetje mis, is in het stuk dat er niet met deze organisaties gesproken is om te kijken naar hun waardevolle ervaringen, om tot een volledig, goed stuk te komen. De voorzitter: Wethouder. Wethouder Van Loenen: Tandem is dus heel veel in gesprek met die organisaties en organiseerde dus ook die bijeenkomsten met de organisaties. Ik ga er eigenlijk wel vanuit dat dat weer terugkomt en dat zij dat meenemen in hun eigen programma. Maar misschien zou ik nog even een paar andere dingen vertellen die niet in de memo staan. Want u heeft allemaal de memo kunnen lezen. Wat denk ik ook kan leiden, dat is misschien wat mevrouw Van de Sanden meldt vanuit het ziekenhuis. Wat ook misschien wel kan helpen, is dat we gaan beginnen met een sociaal verwijsloket. Zo noemen we dat. Dat is een beetje … Misschien komt er nog een andere naam.
Het komt erop neer dat mensen in het ziekenhuis als ze bijvoorbeeld staan te wachten of zitten te wachten op een taxi, dat we daar iemand hebben zitten van Buurts en die gaat nog het gesprek aan met iemand die dus het ziekenhuis verlaat, over het aanbod wat er in hun eigen wijk is. En dat gaat ook over mantelzorg. En ik denk dat dat een hele goede aanvulling is op de zorg die in het ziekenhuis wordt geleverd. Maar ook misschien net die leemte, die er toch misschien wel is, tussen de zorg en uiteindelijk als je dan weer thuis zit. We hebben het een aantal keer geprobeerd en dat was echt een groot succes. Daar willen we ook mee doorgaan. Moet ik ... De voorzitter: Ik was eigenlijk aan het wachten dat u uw zin afmaakte, maar nu onderbreekt u uzelf. Mevrouw Scholten als eerste. Mevrouw Scholten: Dat is een fantastisch idee. Maar hoe verhoudt zich dat tot het eventueel misschien verhuizen van het ziekenhuis? Gaat het dan in Noord bij de poli bijvoorbeeld zitten? Want hoe zien we dat dan voor ons? Het is een onwijs goed idee. Het zou alleen jammer zijn als we dat niet heel lang kunnen doen dan. De voorzitter: Wethouder. Wethouder Van Loenen: Als u het niet erg vindt, ga ik echt niet vooruitlopen op een mogelijk scenario dat we het ziekenhuis verliezen. De voorzitter: Dat lijkt me een verstandig plan. Wij zeggen gewoon dat het ziekenhuis blijft.
Wethouder Van Loenen: We gaan volle vaart hiermee door. De voorzitter: Super, dat vind ik een mooi standpunt. Mevrouw Van de Sanden, ga uw gang. Mevrouw Van de Sanden: Twee dingen. Of het ziekenhuis nu blijft of niet, er blijft sowieso altijd een hele grote zorgorganisatie, waar heel veel mantelzorgers met de patiënt komen. Is supermooi dat de wethouder dat
11
initiatief heeft, maakt niet uit of de hoofdlocatie in Haarlem of Hoofddorp komt, want die mantelzorgers komen namelijk overal, want die zorg is overal. Goed om dat te horen. En de VVD wil ook benadrukken dat de dingen die allemaal genoemd zijn en die er allemaal gedaan worden, ook echt heel goed zijn. Het is meer de verbinding die nog beter kan. Dus goed om te horen dat dit initiatief er is. De voorzitter: Mooi compliment. Wethouder, gaat u verder. Wethouder Van Loenen: Ik zie dat ook als een endorsement. En ook wat ik net al even zei, wordt er gekeken vanuit Buurts, in welke wijken is die belasting nou het grootste van de mantelzorgers. En dat is in zuidwest en in oost. En kunnen we dan een consulent van Tandem in het buurtcentrum zetten elke week, een dag in de week. Zodat er echt iemand is waar je kunt bij binnenlopen, die meteen kan helpen. We zijn echt wel aan het kijken van waar zit nu het zwaartepunt en waar is extra hulp nodig? Wat ik ook zie als een als een mogelijke aanvulling op die ontlasting zijn de voorzorgcirkels. Daar wordt actief aan gewerkt in bijvoorbeeld in de buurt als ecosysteem. Dat gaat heel erg over zorgzame wijken, waar wij het eerder ook in deze commissie over hebben gehad. Het gaat eigenlijk over hoe activeer je nu je eigen omgeving en hoe help je elkaar? Want dat zie je eigenlijk in die trends ook.
We zien dat er minder mantelzorgers, mogelijke mantelzorgers per persoon zijn. En we zien ook wel tegelijkertijd dat er veel meer mensen gezond oud worden. Die willen ook best elkaar nog helpen. In zo’n voorzorgcirkel, volgens mij hebben inmiddels drie in Haarlem, daar gaan mensen met elkaar in een groepje. Ze hoeven elkaar helemaal niet te mogen of wat dan ook, maar ze gaan … Dat is ook wat ze tegen mij zeggen. Het maakt mij helemaal niet uit of iemand heel vriendelijk is, maar het gaat er wel om dat je elkaar om hulp kan vragen. Je hoeft niet de hele tijd bij elkaar op de thee. Daar heeft niet iedereen zin in. Maar je kunt wel vragen: kunt u mij helpen? Mensen vinden dat heel grappig blijkbaar, maar wel simpele hulpvragen. En dat ontlast natuurlijk ook de andere mantelzorgers. De mensen die normaal dan de familie zouden vragen. En vragen nu toch die buur, die stomme buurvrouw wordt hier gezegd, dat wil ik ook niet zeggen, maar het is niet zo dat dat je beste vrienden zijn die iets durft te vragen. Maar het is juist denk ik heel mooi dat het laagdrempelig wordt om ook mensen in je eigen buurt te vragen. Zij bieden iets en soms vragen ze iets en dat kan ook bijvoorbeeld hulp zijn, die zien we ook vaak terugkomen bij bijvoorbeeld de digitale uitdagingen. Er werd net al een paar keer gezegd van niet alles digitaal. Nee, helemaal niet. Dat klopt.
Wat ik net ook zei: op de buurtplaatsen zijn mensen, in de wijken, in de buurthuizen. Dat blijft ook gewoon als zodanig. Ik denk overigens wel dat digitalisering bijvoorbeeld een ander project wat gedaan wordt in een ander deel van de regio Kennemerland, in het kader van het Integraal Zorgakkoord is het Digitaal Gezondheidscentrum. Daar zie je wel dat mensen die eigenlijk vaak in contact staan met de zorg met de zorgverlener. Hoeft dus ook niet zo zijn dat ze daar altijd langsgaan, maar hebben toch het gevoel dat ze minder snel een beroep hoeven te doen op allerlei andere mensen in hun omgeving, omdat ze het gevoel hebben dat ze toch in de gaten worden gehouden en altijd met vragen ergens terechtkunnen. Het is ook vaak denk ik het gevoel van ik kan ergens terecht als er echt iets is. Waardoor ook het beroep op de mantelzorger bijvoorbeeld iets minder kan worden. Dus het zijn ook allemaal onderdelen van die grotere beweging waarin we proberen de mantelzorgers te ontlasten. Respijtzorg. Ik vind het ook een verschrikkelijk woord. Ik wist ook helemaal niet wat het was, voordat ik hier als wethouder begon. Logeerzorg noemen we het natuurlijk ook weleens, is denk ik daarin wel een belangrijke. Daar zie je juist dat er steeds meer gebruik van wordt gemaakt. Dat werd net ook even geopperd.
Zouden we niet moeten kijken hoe we dat doen? Dat hebben we dus al gedaan door daar een algemene voorziening van te maken. De toegang tot logeerzorg is wat makkelijker. En we zien dus ook een toename eigenlijk daarin. En het fijne is natuurlijk dat we nu die plekken hebben gevonden in Aardenhout. De combinatie met het hospice wat daar uiteindelijk gaat komen en daar ben ik ook heel erg blij mee, dat wij daar als gemeente aan bij kunnen dragen met middelen om daar ook echt mooie plekken te maken voor logeerzorg voor onze mantelzorgers. En ik denk dat dat echt wel kan leiden tot meer
12
ontlasting van de mantelzorgers. En we zien dus al wel dat het bekender wordt. En het zit ook helemaal in ons aanbod van alle hulp die je krijgt. Volgens mij heb ik zo een beetje ... Het AZWA en HLO. Ik hoop ook dat daar wat meer hulptroepen onze kant op komen. Moet ik altijd toch maar even bezien. Maar natuurlijk maken we ons daar in de regio wel hard voor om het onderwerp mantelzorg zo hoog mogelijk op de agenda te houden. De voorzitter: Goed, dank. Gaan we naar de tweede termijn, mevrouw Scholten. Was ik te snel? Mevrouw Scholten: Nee, perfect. Zoals altijd. De voorzitter: Jeetje, u vleit mij. Mevrouw Scholten: Ik vroeg in eerste termijn nog even naar bejegening vanuit de professionals van mantelzorgers die zelf een beperking hebben. Want daar zijn er best wel wat van. Wij zijn met zijn allen behoorlijk talig en dat komt niet altijd heel duidelijk over. Is er aandacht bij de buurtplaatsen, bij Tandem, bij Prezens, enzovoorts, voor communicatie met mensen met een licht verstandelijke beperking of autisme die mantelzorg verlenen? Die niet het ontvangen, maar verlenen. De voorzitter: De heer Trompetter. De heer Trompetter: Dank u wel, voorzitter. Ik begrijp dat mijn vraag op hoe het staat met eventueel een soort urenzorgsysteem, dat het daarop is dat nu met de buurtcirkels gewerkt wordt. De voorzitter: Mevrouw Otten, ga uw gang.
Mevrouw Otten: Ik wil mijn tweede termijn gebruiken om de wethouder compliment te geven. Ik denk dat u enorm veel doet voor mantelzorg. Ik denk dat we ook weleens bij stil mogen staan dat mantelzorgen bij het leven hoort. Mantelzorg ook heel vaak vanuit liefde wordt gedaan. Waarbij ik niet er niet stil bij wil staan dat het heel zwaar kan zijn en dat sommige mensen het ook veel moeilijker hebben. Maar nogmaals, compliment. Volgens mij doet u als wethouder en als overheid meer dan voldoende en is het ook een taak van de mens in het leven. De voorzitter: Mevrouw De Valk. Mevrouw De Valk: Dank, voorzitter. Ik wil nog even terug over de jonge mantelzorgers. Want ik begrijp dat de gemeente niet gaat over wat wel niet gebeurt in de klas, maar het gaat mij meer over de bewustwording op deze scholen, bijvoorbeeld de leerkrachten, over jonge mantelzorgers. Dat er meer erkenning komt of dan ook wel begrip kan optreden. Want op elke school, want het kan echt niet anders, zijn er jonge mantelzorgers, gezien een op vier jongeren dat is. En hierin kan zeker de gemeente een rol in spelen, door bijvoorbeeld te zorgen dat Tandem of Prezens dit aanbod structureel bijvoorbeeld kan aanbieden. De voorzitter: Dank u. Anders nog iemand in de tweede termijn? Nee, wethouder aan u dan. Wethouder Van Loenen: Dank u, voorzitter. Om even met het laatste te beginnen.
Bijvoorbeeld Tandem stond ook vandaag op de onderwijsmarkt om aan te geven wat het aanbod is vanuit Tandem aan onderwijsinstellingen. En zoals ik zei, ik denk dat het verstandig is om nog een keertje te kijken hoe we, moet ik even overleggen met mijn collega van onderwijs, maar hoe we de onderwijspartners, de onderwijsinstellingen nogmaals informeren over wat we hebben. En ik denk dat dat zou verstandig zijn. Moeten we even kijken naar een goed moment daarvoor. En even kijken, de vraag van Jouw Haarlem over de
13
bejegening. De professionals van Tandem zijn daar ook echt op getraind. Dus dat is denk ik ook extra fijn en we hebben ook op de nieuwe website een soort voorleesfunctie waarbij het ook makkelijker wordt en ook op een wat begrijpelijker taalniveau wordt er gecommuniceerd. Dus ik denk dat daar wel veel aandacht voor is. Maar helemaal terecht dat u dat aanstipt. Dank, mevrouw Otten voor het compliment en ik ben het helemaal met u eens. Dat is ook wat ik zie ook op een dag van de mantelzorger, mensen doen dit uit liefde en het is heel zwaar. En daar moeten we denk ik ook alle begrip voor hebben en kijken waar we kunnen ontlasten. Maar het is ook, ik denk dat we ook heel veel mensen hier hebben die die ervaring zelf ook hebben, een hele bijzondere en ook soms hele mooie fase van je leven om te kunnen mantelzorgen voor een dierbare. De voorzitter: Goed, dank. Hebben we zo dit onderwerp voldoende besproken? Dan stel ik voor dat we nu even 6 minuten pauzeren en dan zo weer terug zijn. Dames en heren, wij gaan verder met de vergadering. Gaat u allemaal zitten. 9.
Resultaten Cliëntervaringsonderzoek Wmo over het jaar 2024 De voorzitter: Wij gaan bespreken de resultaten van het cliëntervaringsonderzoek over de Wmo voor het jaar 2024. En voor degenen die binnenkomen: wees alstublieft stil. Voordat we het onderwerp gaan bespreken, hebben we een inspreker. Die mag hier naast mij achter het podium gaan staan. Dat is de heer Van den Dam. U heeft zo meteen 3 minuten de tijd. Zodra de knop indrukt, dan gaat de tijd lopen. En achteraf is er nog ruimte voor de commissie om verduidelijkende vragen te stellen. De 3 minuten zijn voor u, ga uw gang. Inspreker 1: Dank u, mijnheer de voorzitter. Mijnheer de voorzitter, moet u luisteren. Het punt waar ik over praat en inbreng is de Wmo afdeling ambulante begeleiding Buurts. Voorheen had ik de STDL. Dat is afkorting van Stichting De Linde aan de Gedempte Oude Gracht. De gemeente heeft het mes in de stichtingen gezet. En daarvan een aantal samengevoegd tot stichting Buurts genaamd. Het personeelstekort is een te groot aangewezen wijk en is er te weinig personeel voor bijstand door begeleiding voor de cliënten zoals ikzelf. Ik ben epilepsiepatiënt. Ik heb PDD-NOS. En mijn vrouw heeft een dubbele beperking in verband met de situatie val op trottoir in Schalkwijk. Daar ben ik dus inderdaad ook mantelzorger voor geweest. En waar het om draait, is dit. Wij als cliënten die zijn niet op tijd ingelicht.
We hebben te horen gekregen van Stichting De Linde dat dat opgeheven was en dat dat allemaal onder Buurts viel, vanwege de inkrimping, omdat er zoveel stichtingen waren. Op dit moment heb aangewezen op De Tulp op het Rozenprieel. Dat op donderdag en vrijdag zelfs gesloten is. Dus als je ergens mee zit, kun je nergens terecht. Voor de cliënten. Dan heb je nog de dagbesteding die in mijn inzicht te weinig is opgezet. Waarbij mensen geen deel kunnen nemen. Ik heb namelijk mijn vrouw op Sein leren kennen. En zij heeft namelijk ook een dubbele beperking, wat ik net zei. Spasme links en door val de rechter kogel moeten laten verwijderen, omdat die gebroken was. Door deze situatie lopen mensen vast tegen een glazen wand, waar je doorheen kijkt, waar je niet doorheen kunt. Daardoor kunnen bepaalde situaties ontstaan die niet te overzien zijn. Mijn vraag is daarom ook en het zijn vier belangrijke punten, denk ik wel. Doe er wat aan, want het water staat al tot aan de lippen bij de mensen en soms verdrinken ze erin. En ik ben niet alleen, ook mijn vrouw en vele anderen. Het zijn mensen zoals u en ik, met gevoelens. Punt twee, bij veranderingen stel de cliënten per brief, dus niet per internet, maar per brief op de hoogte, voordat u het plan tot uitvoering brengt. Want de mensen stonden echt voor het blok toen ze hoorden dat verschillende stichtingen opgeheven werden.
Mensen met beperkingen, zoals ik met epilepsie, PDD-NOS en mijn vrouw met spasme en dergelijke die medicatie moeten slikken, zijn niet zo helder en hebben de tijd nodig voor de omschakeling in verband met veranderingen tot zich op te kunnen nemen. Als het fout afloopt in verband met bepaalde situaties, is het al te laat. De voorzitter: Wilt u afronden, alstublieft?
14
Inspreker 1: Luisteren naar de mensen is namelijk van groot belang. Ook de burgerlijke bevolking, waaronder ikzelf, omdat ik zelf de ervaring moet ondergaan. En het ook niet makkelijker is geworden, maar juist alleen maar moeilijker. Hierbij sluit ik. De voorzitter: Dank u wel, uitstekend. Blijft u nog heel even staan. En als u de microfoon even uitdrukt, dan ga ik kijken of er vragen voor u zijn. Als u de microfoon even indrukt. Ja, uitstekend. Vraag, de heer Trompetter. Ga uw gang. De heer Trompetter: Dank u wel, voor het inspreken, mijnheer Van den Dam. Kunt u aangeven over welke periode u spreekt dat dat dichtging, want het ging dicht en per wanneer ging dat over? Inspreker 1: Het gaat namelijk om Stichting De Linde. Er is toen door de gemeente en wethouders is er gezegd: vanwege de situatie dat er te veel stichtingen waren, waar veel mensen bij betrokken waren. Maar door de veranderingen zijn iedereen en alle mensen die daar niets vanaf wisten, zelfs de Stichting De Linde heeft daar vol verwondering of verbazing naar gekeken vanwege de situatie. Niemand was op de hoogte. De voorzitter: Mijnheer Van den Dam, de vraag was een andere, namelijk hoelang dat al zou spelen. Inspreker 1: Dat speelt al 2,5, 3 jaar lang. De voorzitter: Dat is een duidelijk antwoord, dank u wel. Mevrouw Scholten. Zet u hem weer uit. Mevrouw Scholten: Geeft niets. Mijnheer Van den Dam.
Wat moet er volgens u nu gebeuren om het voor u en uw partner en de andere mensen namens wie u spreekt om het weer beter te krijgen? Wat is er nodig? Inspreker 1: Mijnheer, de voorzitter. Er is namelijk nodig meer ambulante begeleiding en meer van Buurts uit dat ze aanwezig zijn, dat ze bereikbaar zijn. En dat er mensen oproepbaar zijn, zodat als er iets aan de hand is, dat mensen bij de cliënten thuis kunnen komen. De voorzitter: Dank u wel. Anders nog iemand een verduidelijkende vraag? Nee, mooi. Dank ik u nogmaals voor het inspreken. Mag u weer op de publieke tribune plaatsnemen, dan kunt u het debat volgen. Inspreker 1: Dank u. De voorzitter: Goed zo. Gaan we naar de commissie toe. De nota is er kennisname geagendeerd, sorry, ter bespreking geagendeerd conform de besluitenlijst van de commissievergadering van 23 januari 2025. Wie mag ik als eerste het woord geven? Mevrouw Van de Sanden opnieuw, ga uw gang. Mevrouw Van de Sanden: Dank u wel, voorzitter. De VVD vindt het mooi om te zien dat een aantal thema's echt een goed cijfer krijgen. Dat is heel fijn. Er is voor de VVD echter ook een thema wat echt beter kan, huishoudelijke hulp. Uit recente praktijk weet ik namelijk zelf dat medewerkers vaak niet ingewerkt worden. En de thuiszorgorganisatie een jonge, onervaren medewerker op pad stuurt met de instructie: kijk maar in de map. Dat kan natuurlijk beter.
De VVD vindt het niet meer dan normaal dat de minimale eis die de wethouder aan deze organisaties kan stellen, is dat de medewerker ten minste één keer wordt ingewerkt, alvorens naar de eerste cliënt gestuurd worden. Zodat die huishoudelijke hulp voor die cliënt ook daadwerkelijk wat goeds meebrengt. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Hartman, ga uw gang.
15
Mevrouw Hartman: Dank u wel, voorzitter. Wat ons opvalt, is dat deze monitor overwegend positief is en dat dat niet helemaal strookt met de geluiden die wij horen. Wellicht is het aandeel dat eenmaal door de bureaucratie is heen gekomen uiteindelijk wel tevreden met een Wmo, maar er is ook een flinke groep die moeite heeft met hun aanvraag, wat soms hele schrijnende verhalen meebrengt. Mensen die het soms ook gewoon opgeven. In de rapportage van Zorgfocus geven de open vragen hier meer inzicht in. Het gaat hier vooral over te lange wachtlijsten, waarin de tussentijd geen andere hulp geboden wordt. En dat het proces van het aanvragen te ingewikkeld is. Dan constateren we toch ook een probleem. Dan kunnen we een organisatie zoals MEE & de Wering daartussen plaatsen die de mensen hiermee helpt of we kunnen het proces vergemakkelijken. Dat tweede lijkt ons een stuk logischer en waarschijnlijk ook nog eens een stuk goedkoper. Dus dan ook onze vraag aan de wethouder: is de wethouder dat met ons eens en wat is zij bereid te doen om de aanvragen eenvoudiger te maken? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Trompetter, ga uw gang. De heer Trompetter: Dank u wel, voorzitter. Het is goed dat Haarlem beter scoort dan vergelijkbare gemeentes in dit onderzoek. Het is ook goed dat de cliënten van de maatschappelijke opvang, beschermd wonen en vrouwenopvang worden bevraagd.
Dan is de doorlooptijd wel erg lang. In het stuk staat dat beschermd wonen pas in 2026 volgend jaar worden bevraagd en de vrouwenopvang pas nog een jaar later. Wat maakt dat het zo lang duurt? En is het niet mogelijk om dat wat naar voren te trekken? En nog een vraag: hoe vaak wordt dan deze uitvraag gedaan aan deze mensen? Dank u wel. De voorzitter: Mevrouw De Valk, ga uw gang. Mevrouw De Valk: Dank, voorzitter. Wat D66 zorgen baart, is dat de gratis onafhankelijke cliëntondersteuner nog onvoldoende bekend is bij de inwoners en te beperkt wordt ingezet. Juist deze ondersteuning helpt mensen hun weg te vinden in een vaak complexe en soms langdurige Wmo-procedure. We vragen de wet houder daarom welke stappen worden gezet om de bekendheid en inzet van cliëntondersteuning te vergroten, zodat dit geen verborgen voorziening blijft. Daarnaast zien we dat de gemiddelde wachttijd voor een hulpmiddel of woningaanpassing zo'n 60 dagen bedraagt. Voor inwoners die afhankelijk zijn van een rolstoel of aangepaste douche is dat niet zomaar een getal, maar een periode waarin het dagelijks leven letterlijk stilvalt. En 60 dagen dat zijn 8 weken waarin iemand afhankelijk blijft van buren, familie of zorgverleners voor iets wat met tijdige ondersteuning eenvoudig te verhelpen zou zijn.
D66 vindt dat niemand zo lang zou moeten wachten op iets wat hun zelfstandigheid en kwaliteit van leven direct raakt. En vinden dat we daarom hierop scherper moeten sturen. We roepen het college daarom op om werk te maken van onderhoud en de reparatie van hulpmiddelen en woningaanpassingen en om daar prioriteit aan te geven. En regie te houden op de maximale responstijden voor defecte voorzieningen. Ook zien we bij de huishoudelijke hulp verbeterpunten. Inwoners melden dat er vaak geen vervanging is bij ziekte of uitval van de vaste hulp en dat communicatie tekortschiet. Dit veroorzaakt onzekerheid en frustratie. D66 vraagt daarom de wethouder om hier steviger op in te zetten, zodat inwoners tijdig worden geïnformeerd en ondersteund worden wanneer hun hulp tijdelijk wegvalt. Ook willen we graag aandacht vragen voor de beperkte deelname aan het onderzoek. Een deel van de inwoners lijkt namelijk niet bereikt te zijn en dat zijn mogelijk juist ook mensen met een andere culturele achtergrond of lagere taalvaardigheid. Het is belangrijk dat toekomstig onderzoek de diversiteit van onze stad beter weerspiegelt, zodat de resultaat een echt inclusief beeld geven van de ervaringen van alle Haarlemmers. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Lammertse, ga uw gang.
16
Mevrouw Lammertse: Dank u wel, voorzitter. We zijn blij met het over het algemeen positieve resultaten. Goed betrouwbaarheidsgehalte, goede nauwkeurigheidsmarge. Dat geeft aan dat het een representatief onderzoek is. Goed om te lezen dat er ook in meerdere onderzoeken waar gekeken wordt en waar verbetering nodig is, bijvoorbeeld zoals mijnheer Van den Dam zojuist aangaf, moet dat natuurlijk gesignaleerd worden en waar nodig specifiek bijgestuurd. Wat dat betreft sluiten we ons ook aan bij wat D66 ook opmerkt, maar dat zien we ook al in de nota terug. Opvallend hoeveel mensen aangeven dat ze naast hulp via de Wmo ook hulp krijgen van familie of vrienden. Het geeft maar weer aan hoe belangrijk het vorige agendapunt was. We wilden nog een vraag stellen over de bekendheid van de optie voor onafhankelijke ondersteuning. Maar in de nagezonden antwoordbrief van de Participatieraad lazen we al dat dat kennelijk een onderschatting is, dus we zien de beloofde informatie daarover graag tegemoet. Dank u wel. De voorzitter: Sorry. De heer Visser, ga uw gang. De heer Visser: Dank u wel, voorzitter. Met betrekking tot het rapport zijn we als PvdA ook gematigd positief. Veel mensen zijn tevreden met de hulp het contact met de gemeente en medewerkers. Dus dat is altijd goed om te lezen. Tegelijkertijd zijn er ook punten voor verbetering.