Transcript Commissie Samenleving 13 november 2025
Tekst van het document
TRANSCRIPT VAN DE COMMISSIE SAMENLEVING VAN GEMEENTE HAARLEM d.d. 13 november 2025 1.
Opening en mededelingen voorzitter De voorzitter: Dames en heren, van harte welkom bij deze vergadering van de Commissie Samenleving op 13 november. Iedereen op de publieke tribune ook van harte welkom. En uiteraard ook iedereen die thuis meekijkt. Een bericht van verhindering heb ik ontvangen van de heer El Aichi. Zijn er nog meer berichten van verhindering? Nee, mooi. Ik heb ook nog twee nieuwe commissieleden, die wij graag van harte welkom heten in ons midden. Namelijk mevrouw Hamer namens OPH en mevrouw Gaasbeek namens de Actiepartij. Beide van harte welkom. Benieuwd wat u vanavond gaat inbrengen. Rond gaan twee intekenlijsten. Eentje is voor het werkbezoek aan de bibliotheek in Haarlem-Noord en de andere gaat over de startbijeenkomst van de jongerenraad. Hiervoor kunt u beiden intekenen op een van de intekenlijsten die rondgaan.
2.
Vaststellen van de agenda De voorzitter: Goed, dan naar het vaststellen van de agenda. Kan de agenda conform worden vastgesteld? Ja. Niemand commentaar ? Mooi. Dan hebben we dat bij deze gedaan. En gaan we ook de agenda afwerken. Voor de komende vergaderingen hebben wij een agenderingsverzoek ontvangen van de VVD met betrekking tot de Informatienota capaciteitsonderzoek van de binnensportaccommodaties. Dat is punt 1.5 op de lijst met de actieve informatieplicht. Is er behoefte vanuit de VVD om dat nog nader toe te lichten? Ja, de heer Van der Vliet, ga uw gang. De heer Van der Vliet: Dank u wel, voorzitter. Wij willen als VVD de Informatienota graag agenderen, omdat er tot 2038 een capaciteitsonderzoek is uitgevoerd. En zelfs als alle geplande ontwikkelingen doorgaan, blijkt dat wij een tekort houden aan binnensportlocaties of binnensportvoorzieningen. En de komende periode wordt dit naar aanleiding van het capaciteitsonderzoek het meerjaren Sportinvesteringsplan uitgewerkt. En dit vraagt ook om prioritering. En wij zagen dat raads- en commissieleden niet worden genoemd als gesprekspartner. En wij willen het wel agenderen, omdat wij het belangrijk vinden om ook met de raadscommissieleden te praten over de prioritering en de aandachtspunten. De voorzitter: Goed, dank. Gaan we kijken of er steun is vanuit de kant van de commissie.
Mag ik handen zien voor steun? Als u dit wilt agenderen. Daar is voldoende steun voor. Gaan we dat een volgende keer op de agenda zetten. Kijkend naar de planning hebben we een best wel volle maand in december en ook januari raakt redelijk vol. Gaan we kijken wanneer we dit kunnen agenderen.
3.
Mededelingen commissieleden en wethouder(s) De voorzitter: Ga ik door naar punt 3, met uw aller goedkeuring. De mededelingen van de commissieleden en wethouders. Zijn er vanuit de kant van de commissie mededelingen? Vanuit de kant van het college? De heer Van Leeuwen niet. En wel een mededeling van wethouder Van Loenen, die zij strakjes doet zodra ze hier is, nadat ze bij de Commissie Ontwikkeling is geweest.
4.
Mededelingen over gemeenschappelijke en andere samenwerkingsverbanden De voorzitter: Punt 4 dan, de mededelingen over de gemeenschappelijke regelingen en andere samenwerkingsverbanden. Heeft het college daarover iets te melden? Ook niet.
1
5.
Agenda komende vergadering(en), Jaarplanning en Actielijst De voorzitter: Gaan we door naar agendapunt 5, opmerkingen over de jaarplanning, actielijst van de kant van de commissie? Nee. Wethouder, ik geloof dat u wel hier even stil bij wil staan. Wethouder Van Leeuwen: Op uw verzoek, geloof ik, voorzitter. Er is altijd een en een papieren werkelijkheid en een echte werkelijkheid. Er stond ooit in het systeem de aankondiging dat wij het gingen hebben over de ontvlechting van CJG, CJGZ en verticale samenwerking. Dat was nodig, omdat er een variant was bedacht voor de organisatie waarbij u wensen en bedenkingen mocht uiten. Inmiddels werken we aan een variant waardoor er weinig verandert. Dus is er ook geen stuk meer nodig en ook geen wensen en bedenkingen. Maar dat betekent dat een stuk wat eerst bij u was aangekondigd niet komt, want er is geen stuk nodig. Vandaar dat hij verdwenen is. De voorzitter: Duidelijk, dank voor die toelichting. Ook zou ik zelf nog kort even stil willen staan bij enige commotie die was ontstaan over het schrappen van de vorige vergadering, omdat er stukken te laat of niet aangeleverd konden worden. Daar zal de mededeling van wethouder Van Loenen over gaan, omdat we daar ook even actief om hebben gevraagd, omdat er vanuit de kant van de commissie best wel verbazing was over het schrappen van de vorige vergadering.
En juist om wat helderheid te voorzien, zal hopelijk wethouder Van Loenen dat strakjes doen.
6.
Transcript commissie d.d. 9 oktober 2025 De voorzitter: Ga ik met u door naar agendapunt 6, het transcript van de vergadering van 9 oktober. Zijn er naar aanleiding van het transcript op- of aanmerkingen? Nee.
7.
Collegebesluit Evaluatie en verlenging overeenkomsten gespecialiseerde jeugdhulp (perceel 1) De voorzitter: Gaan we naar punt 7, het collegebesluit evaluatie en verlengen van de overeenkomst gespecialiseerde jeugdhulp perceel 1. Even kijken. Dat is op de agenda gekomen door een agenderingsverzoek van de fracties van de Partij van de Arbeid en van GroenLinks. En wie van deze fracties mag ik als eerste het woord geven? Niemand? Niet is ook goed, hoor. Dan schrappen we het weer. Mevrouw Lammertse, ga uw gang. Mevrouw Lammertse: Dank u wel, voorzitter. De reden dat we dit stuk hebben geagendeerd, is tweeledig. We willen met de commissie graag zowel het proces als de inhoud bespreken. Allereerst het proces. De aanbesteding is gedaan voor negen jaar, zoals we weten. Twee evaluatiemomenten. Nu is een evaluatie gedaan en er is besloten tot verlenging door het college. Wij vinden het wel jammer dat we als commissie dat evaluatierapport pas na de zomer hebben gekregen. Want stel nu dat er aanpassingen vanuit de raad nodig zou zijn, bijvoorbeeld budgettair, dan wil je het daar liever eerder met elkaar over kunnen hebben. Zeker aangezien het een complex regionaal stelsel is met meerdere betrokken raden.
En de vraag is: kan de wethouder toezeggen dat het bij het volgende evaluatiemoment, dan hebben we het over twee, tweeëneenhalf jaar, de commissie al voor de zomer meegenomen kan worden in die evaluatie, zodat we het ook met elkaar inhoudelijk kunnen hebben over eventuele wijzigingen die nodig zijn? En ten tweede, het belangrijkste, de inhoud. De evaluatie van KPMG geeft op een aantal punten aan dat het stelsel echt nog doorontwikkeld moet worden. De benoemde knelpunten zijn behoorlijk fundamenteel voor ons stelsel. En we weten ook dat het jeugdzorgstelsel op dit moment nog niet naar behoren werkt. In het collegebesluit zagen we geen uitwerking terug van hoe dat de komende jaren gerealiseerd gaat worden. Gelukkig kregen we
2
gisteren, na contact met de ambtelijke organisatie, op de valreep het Regioplan gestuurd, waarin dat verder uitgewerkt zou worden. Waarvoor dank. En in dat Regioplan lees ik een hoop ambities en plannen, maar ook nog een hoop keuzes die nog gemaakt en uitgewerkt moeten worden. Dat gaat van het herijken van de taakgerichte bekostiging en het doorontwikkelen van datadashboards, tot het afbakenen van de reikwijdte en het verbinden met de sociale basis. En ook dit uitvoeringsdocument is behoorlijk abstract. Het voelt alsof we hier als commissie nog steeds weinig grip op hebben. De vraag is: kan de wethouder toelichten hoe dit concreet vormgegeven gaat worden en wie daar eindverantwoordelijk is of wordt? Ligt daar bijvoorbeeld een rol voor de in de programmalijn een beschreven voorgenomen regionale jeugdhulporganisatie? En als het nu nog niet helder is, kunnen we dan een toezegging krijgen dat we voor zomer 2026 op de hoogte gebracht worden van concrete voortgang op de bestuurlijke uitgangspunten? Daarnaast wellicht interessant om een technische sessie of een werkbezoek in te plannen met de genoemde programmadirecteur, die in het stuk aangehaald wordt als een belangrijke spil in de uitwerking van deze aanbevelingen.
En daarnaast zouden we graag ook met de commissie verder willen bespreken op welke wijze leden van de commissie nu nog sturing kunnen geven, bijvoorbeeld als het gaat over best practice-voorbeelden uit andere gemeentes. Tot zover, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Visser als volgende. De heer Visser: Dank u wel, voorzitter. De afgelopen jaren hebben we hier gezamenlijk vaak gesproken over jeugdhulp. En hoewel de meningen soms uiteenlopen, hebben we altijd hetzelfde doel voor ogen gehad, namelijk goede passende jeugdhulp met een zo kort mogelijke wachtlijst voor ieder kind die dat nodig heeft. En daarom is er een systeem opgetuigd dat zo goed mogelijk moet werken. Daarom hebben we dit ook geagendeerd. Want in het collegebesluit staat dat we op de goede weg zijn, er nog knelpunten zijn en er verbeteringen moeten worden doorgevoerd. In het KPMG-rapport lezen wij toch iets anders. Natuurlijk is het een lerend systeem en we zullen de komende jaren moeten blijven ontwikkelen. Maar wat belangrijker is, is dat er in het rapport en dat zei mijn collega net ook al even, staat dat zonder aanpassingen ons systeem niet gaat werken. En dat vinden we toch wel iets meer dan knelpunten. Zo staat er bijvoorbeeld te lezen dat we moeten zorgen voor een duidelijke taakafbakening, waardoor de rol van consortia en andere partijen duidelijk wordt.
Ook staat er dat de budgetten van de lumpsumbekostiging nu nog niet aansluiten bij taakgerichte bekostiging en hiervoor worden een aantal voorstellen gedaan in het KPMG-rapport. Zoals het invoeren van een regionaal kader met spelregels, dat transparantie in onderlinge vergelijking stimuleert op basis van een bonus-malussysteem. Met betrekking tot de kosten staat het reguliere budget onder enorme druk door excessieve casussen. En ook daar moet een oplossing voor komen. Wij zouden het enorm zonde vinden als het lumpsum gebruikt wordt voor voornamelijk de bekostiging van zulke excessieve casussen. Is de wethouder het met ons eens dat deze zaken best essentieel zijn en iets meer zijn de knelpunten en moeten worden opgelost? Als commissie zijn we de afgelopen jaren erg druk geweest en dat is alleen maar goed. We zijn tenslotte met elkaar verantwoordelijk voor de jeugdhulp in onze stad en regio. En daarvoor hebben we zicht op de situatie nodig en een gevoel van grip. Aan de start van dit nieuwe systeem is er in de commissie gevraagd om een dashboard. Een tool zoals deze kan iets van rust en inzicht geven, maar is vooralsnog niet gereed. In ieder geval niet voor ons als commissieleden. In het collegebesluit wordt de Strategische samenwerkingsagenda jeugd 2025-2027 genoemd als inzet voor het oplossen van problemen en knelpunten, maar vervolgens was deze voor ons niet vindbaar.
Nu we het gekregen hebben, lezen we dat er plannen zijn, maar heel concreet worden ze naar onze mening nog niet. We begrijpen dat regionale samenwerking ervoor zorgt dat zaken uit alle raden uit de regio moeten worden gedeeld en dat dat soms iets minder eenvoudig is dan het misschien lijkt. Tegelijkertijd zou het rust geven als we als commissieleden inzicht hebben in documenten die genoemd worden als oplossingen voor problemen. Zeker bij onderwerpen zoals jeugdhulp, wat al een vrij gevoelig
3
thema is. Daarom willen wij een aantal voorstellen doen en zijn we benieuwd naar wat de wethouder erover kan zeggen. Wat betreft het dashboard. Binnen welke termijn denkt de wethouder dat er een dashboard voor ons kan komen en wat heeft hij hiervoor nodig? Twee, hoe kunnen we in de toekomst zorgen dat documenten die specifiek over de regio gaan toch sneller bij raadsleden kunnen komen als wij daarom vragen? Drie, Regionaal programmaplan jeugdhulp 2025-2027 leest nu nog wat abstract. Wat gaat er nog gebeuren om de plannen wat concreter te maken? En tenslotte, ook aan de collega's uit de commissie, bestaan er bij collega's in deze commissie nog ideeën of wensen met betrekking tot het krijgen van meer inzicht in deze materie? Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Wie dan? Mevrouw Özogul, ga uw gang, namens de SP. Mevrouw Özogul: Dank u wel, voorzitter. Wij zijn tegen het besluit van het college om de overeenkomsten gespecialiseerde jeugdhulp perceel 1 stilzwijgend met drie jaar te verlengen. Dit is een ingrijpend besluit, genomen zonder dat de raad daarover is geraadpleegd of bij betrokken is. Wij begrijpen het belang van continuïteit in de zorg aan kinderen. Het is belangrijk dat gezinnen kunnen blijven rekenen op de ondersteuning die zij nu krijgen. Maar de recente evaluatie laat zien dat we er nog lang niet zijn.
Er zijn knelpunten, onder andere in de toegankelijkheid en de wachtlijsten. Juist daarom vinden wij het onverstandig om nu al de huidige contracten voor drie jaar te verlengen. Want nog altijd wachten ruim of in ieder geval tegen de 400 kinderen op hulp, net als vorig jaar. Dat maakt duidelijk dat we de wachtlijsten beter moeten aanpakken. De SP en Jouw Haarlem pleit daarom voor een verlenging van een jaar. Dat geeft ruimte om te onderzoeken of een ander model bijvoorbeeld, het Veendams-model ook in Haarlem erbij betrokken kan worden. De voorzitter: Mevrouw Özogul, u heeft een interruptie van mevrouw Lammertse van GroenLinks. Mevrouw Lammertse: Dank u wel, voorzitter. Ik ben benieuwd in hoeverre het Veendamse-stelsel in feite niet precies is wat wij met de consortia ook hebben ingericht. Mevrouw Özogul: Dat is mij … Er zitten wel wat kennissen, maar het verschil is bijvoorbeeld dat zij met gedragsdeskundigen werken bij de huisartsen, die daar een dag aan het werk zijn en kinderen bij de poort kunnen helpen. Zodoende om de gevallen niet zwaarder te laten en wachtlijsten te creëren. Maar dat moet uitgezocht worden. En als we het nu dichttimmeren, dan hebben we geen kans om dit er eventueel bij te betrekken en dat vind ik jammer. De voorzitter: Gaat u verder. Mevrouw Özogul: In Veendam zijn gedragsdeskundigen die jongeren laagdrempelig helpen bij de huisartsen, zonder verwijzing.
Waardoor jongeren vaak geen zwaardere trajecten nodig kunnen hebben en sneller geholpen zijn. Ik zou van de wethouder willen weten, in hoeverre wij nog aanpassingen kunnen doen, mocht de verlenging doorgaan en of er mogelijkheden van eventuele pilots zijn. De voorzitter: Nog een interruptie van de heer Visser. De heer Visser: Toch nog even een vraag voor de verduidelijking. Wij hebben er in Haarlem voor gezorgd dat vrijgevestigden ook een positie kunnen krijgen via de consortia. In Veendam zijn alle vrijgevestigden eruit gehaald. Zou u in zo’n pilot dan ook in Haarlem alle vrijgevestigden eruit willen halen of kijkt u daar anders naar?
4
De voorzitter: Zou mevrouw Özogul dat, want anders gaat u aan mij de vraag stellen. Geen goed idee. Mevrouw Özogul. Mevrouw Özogul: Ik wil samen met u, want dat hebben we ook besproken, kijken hoe dat model in Haarlem geïmplementeerd kan worden. En daar willen we het over hebben. Maar wat ik niet wil, is dat het nu helemaal geblokkeerd wordt. De voorzitter: Uitstekend, gaan we door. Mevrouw Moedt, namens de Partij voor de Dieren. Mevrouw Moedt: Dank u wel, voorzitter. Interessante, goede bijdrages hebben we gehoord van onder andere GroenLinks en de PvdA. De Partij voor de Dieren sluit zich aan bij wat eerder gezegd is. Laten we niet totaal het systeem nu omgooien en meer chaos creëren. Ik heb de wethouder ook horen zeggen dat die bereid is om te kijken hoe de ervaringen in Veendam in Haarlem van toepassing zouden kunnen zijn. Dat lijkt een goed idee, want er moet inderdaad nog een verbeterslag gemaakt worden. Die Strategische samenwerkingsagenda jeugd, ik was heel hard aan het werk met mijn andere werk, dus die heb ik even gemist. Maar fijn dat GroenLinks en PvdA daarin zijn gedoken. En ik ondersteun hun oproep. Verder wilde ik nog zeggen, er stond iets over de excessieve casussen.
Dat moet eerst dan gaan bekeken worden, wat zijn dat dan precies? Maar hoe moet dat dan ook verdeeld worden? Hoe solidair moeten die gemeenten nu zijn onderling? En daar wil de Partij voor de Dieren van zeggen dat we die solidariteit tussen gemeenten heel belangrijk vinden. Laten we het samen oplossen. Tot dusver. Dank u wel. De voorzitter: Dank. Mevrouw Scholten, namens Jouw Haarlem. Mevrouw Scholten: Dank u wel. Even in aanvulling. We hebben de taken wat verdeeld. Ten eerste, het gaat SP en Jouw Haarlem niet om het creëren van chaos. Laten we dat vooropstellen. Wij stellen voor om voor één jaar te verlengen om te kijken, hoe kunnen we verder met de knelpunten die door iedereen gesignaleerd worden? Dat gaat er niet om integraal een Veendams-model, dat wij ook niet 100 procent kennen, over te nemen. Maar we weten dat een paar dingen daar heel goed gaan. We weten ook, ik ben dat zelf ook aan het onderzoeken, dat een aantal dingen wat minder goed gaan. Natuurlijk moeten we die niet overnemen, maar we hebben wel tijd nodig om te kijken wat moeten we nu veranderen om het beter te maken? Als er in Veendam iets gebeurt wat goed is, bijvoorbeeld een gedragswetenschapper aan de poort, waarom niet? Ten eerste, er is vandaag weer een onderzoek uitgekomen van de Jeugdautoriteit, dat weer stelt dat niet elke somberte van jongeren naar jeugdzorg hoeft.
Er wordt weer gesteld dat jongeren met lichte problemen te vaak bij jeugdzorg terechtkomen. Problemen die elders in de samenleving kunnen worden opgelost. Waar dan en door wie dan? Wie betaalt daar dan de prijs voor, letterlijk de prijs, wie betaalt dat? Wie zorgt er voor budget? En wie bepaalt dat jouw probleem licht is en niet gaat leiden tot suïcidale gedachten? Dat zijn cirkelredeneringen. Als we het niet in jeugdzorg oplossen, waar lossen we het dan wel op? Die cirkelredenering vinden we echt kwalijk. Als je hulp nodig hebt, heb je hulp nodig. Het hele doel van de transitie jeugd was het ontschotten. Ontschotten betekent dat alle problematiek op één punt bij elkaar komt en dan van daaruit op de juiste plek moet belanden. Dan heeft het weinig zin om te zeggen: jij hoort hier niet te zijn. Je moet er wel zijn. Een gedragswetenschapper aan het begin, in plaats van bijvoorbeeld een praktijkondersteuner bij de huisarts, lijkt in Veendam, lijkt zeg ik, onderdeel van het succes te zijn. Maar zonder onderzoek weten wij niet welke aspecten van Veendam zouden kunnen werken en welke niet. Daar pleiten we voor. Landelijk zien we bij jeugdzorg als probleem dat generalisten aan de poort staan, die niet per se gekwalificeerd zijn om te diagnosticeren en te zien wat er nodig is. Landelijk en ook in Haarlem zien we: preventie heeft gaten in de dekking.
Hoe gaan we dan het aantal jongeren op die wachtlijst terugbrengen? Als we bij jeugdzorg zeggen: jij hoort hier niet, want jouw problematiek is te licht, maar preventie is er ook niet
5
per se. Een laatste vraag voor nu aan zowel mijn collega's van PvdA, GroenLinks, als aan de wethouder. Als we nu alles voor drie jaar weer afhameren, hoe gaan we dan in de praktijk veranderingen kunnen doorvoeren die ervoor zorgen dat wachtlijsten echt gaan dalen? Zonder het hele systeem overhoop te halen. Want dat zeggen wij ook niet. Hoe kunnen we concreet, die wijzigingen die nodig zijn, door gaan voeren? Kan dat met een onderzoek dat een eigen budget krijgt, niet uit de gelden die voor hulp zijn bedoeld? Dank u wel. De voorzitter: Dank. Dan mevrouw De Valk, namens D66. Mevrouw De Valk: Dank, voorzitter. D66 waardeert de stappen die zijn gezet om de jeugdhulp regionaal, samenhangender en mensgericht te organiseren. Dat zeker geen makkelijke regionale opgave is. Tegelijkertijd zien we een aantal punten die aandacht vragen en kunnen we ons daarom aansluiten bij de bijdragen van de PvdA, GroenLinks en de Partij voor de Dieren. Bovenop die punten willen we graag nog de volgende zaken aan kaart brengen. De taakafbakening. De consortia kan namelijk niet alle vormen van jeugdhulp organiseren. Hoe gaat de wethouder ervoor zorgen dat dit wel gaat gebeuren en dat er een duidelijke rolverdeling is tussen consortia en andere partijen? De sturing. De afspraken zijn namelijk nog niet overal eenvoudig belegd.
Hoe zorgt de wethouder voor helderheid over mandaat, besluitvorming en verantwoording? Tot zover. De voorzitter: Dank. Dan de heer Van der Vliet. De heer Van der Vliet: Dank u wel, voorzitter. De VVD sluit zich aan bij de bijdragen van GroenLinks, PvdA en ook D66. Wij zijn daarnaast ook verbaasd dat in het KPMG-rapport, dat ze adviseren dat een duidelijke overlegstructuur van gemeenten en consortia op te zetten en te gaan werken met eenduidige werkbare definities. We verbazen ons daarover, maar dit lijken toch in principe basisvoorwaarden zijn voor samenwerking. Kan de wethouder daarop een toelichting geven? En de VVD ziet dat verlenging van de contracten noodzakelijk is voor de continuïteit van zorg. Maar als we verlengen, willen we wel zeker weten dat we richting 2029 meer grip krijgen op de uitvoering. Daarom steunen we ook de voorstellen die zijn gedaan door PvdA en GroenLinks. Voor zover mijn bijdrage. De voorzitter: Dank u wel. Anders nog collega's die het woord willen voeren in deze eerste termijn? Anders gaan we luisteren naar de wethouder. Dat gaan we doen. Wethouder, aan u. Wethouder Van Leeuwen: Voorzitter, dank. En dank commissie, voor jullie betrokkenheid bij dit onderwerp.
Een heel belangrijk onderwerp, waar veel wethouders, veel jeugdzorgregio's, veel bovenregionale jeugdzorg samenwerkingsverbanden, zoals in Noord-Holland Thuis voor Noordje, elke dag mee bezig zijn. Ook generiek over de vraag hoe doen we dit? Hoe moeten we hierover nadenken? Wie denkt hier over na? Er zijn hier voor jullie mensen gelukkig en dat is inderdaad de programmamanager voor de regio, dat is de enige die hier nu fulltime voor de regio over denkt. Maar verder bestaat het uit medewerkers van zeven gemeenten met wie we dit samen doen, die hier ook dagelijks over nadenken. Het is een hele taaie kwestie. Ik ga nog even … Dit is geen zendtijd voor reclames, maar wel twee podcasts die ik recent heb geluisterd, die volgens mij een mooi inzicht geven. Ik heb sommigen die ik al in de gang heb gesproken ook al getipt. Drie weken terug Argos actueel, waar ook iemand van de brancheorganisatie van jeugdzorgorganisaties over spreekt. Die vond ik heel inzichtelijk. En een podcast van ongeveer een jaar geleden van Arne Popma. Daar ga ik zo nog wat meer over zeggen. Een hoogleraar bij UMC, die gespecialiseerd is in mentale gezondheid van jeugd. Die in de podcast De zorg laten werken, ook uitlegt hoe we, dat is ook het betoog wat mevrouw Scholten, voorzitter, aanhaalt, hoe we minder jongeren bij de zware ... Want dit perceel gespecialiseerde jeugdhulp.
We minder jongeren daar moeten helpen en meer in preventief veld kunnen en moeten doen. Want dat is wat we moeten doen. Zorgen dat misschien wel het mooie van deze tijd, dat mentale gezondheid veel meer besproken wordt, dat het ook
6
op een passende manier wordt opgelost. Een de passende manier is lang niet altijd gespecialiseerde jeugdhulp. Dat kan ook anders. En dat is niet een kastje naar de muurpoging, maar dat is een vraagstuk dat wij samenleving breed, ik denk in heel Nederland, maar misschien in heel West-Europa, met elkaar delen. Ik ga door naar wat concrete vragen. De informatievoorziening. Dat kan wat mij betreft ook beter. Op dit moment werken wij samen met zeven gemeentes, zonder gemeenschappelijke regeling en ook zonder een eigen werkorganisatie. Ik zei het al, we hebben nu een of anderhalf mensen die echt regionaal werken en voor de rest gebeurt nog alles door zeven ambtelijke apparaten, waarbij zeven keer teamleiders, afdelingshoofden, netwerkteams, afstemmingsoverleg, het moet ook weer naar colleges. Als u vraagt: waarom heeft dit rapport nu zo lang geduurd. Dat rapport dat landt bij die zeven organisaties. Die gaan met elkaar daar iets van vinden. Dat gaat allemaal naar de eigen wethouder toe. Dat duurt lang en dan zit er ook nog een zomerreces tussen. Dan gaan wij als college … Nemen we als college ook geen besluiten. Dat duurt ook langer dan ik wil. En wat u ook al eerder heeft gehoord, wij moeten ook van de wetgever een gemeenschappelijke regeling op gaan richten. Een gemeenschappelijke regeling voelt voor sommigen voor u wellicht als een ver-van-mijn-bedshow.
Die besluitvorming en ook die regionale afstemming wordt wel makkelijker, want zoals u ook af en toe in de Raadzaam krijgt, dan krijgt u een brief van Recreatie Spaarnwoude, de gemeenschappelijke regeling of van de gr bereikbaarheid Zuid-Kennemerland. Dan krijgt u van de voorzitter van de gemeenschappelijke regeling, bijvoorbeeld bij die bijvoorbeeld bij bereikbaarheid Zuid-Kennemerland ben ik dat. Dan kan ik samen met secretaris een brief ondertekenen, die naar alle raden gaat. De toezegging dat informatie sneller bij komt, die wil ik zeker doen. En dat blijft het komende jaar, voorspel ik, nog even houtje-touwtje, omdat we het nog steeds met zeven gemeentes het unaniem eens moet zijn dat we dit dan met elkaar naar de raden gaan sturen. Want in het verleden is het vaker gebeurd dat iets gepubliceerd werd in Haarlem en er in Beverwijk vragen kwamen, maar Beverwijk die informatie nog niet had vrijgegeven of andersom. Vandaar dat het komende jaar, moeten we nog met elkaar ons best doen dat we het in die zeven gemeentes samen doen. En als we per 1-1-2027 dan die GR hebben, wordt dat makkelijker. Dat kan ik toezeggen.
Maar ook de informatiebehoefte en de suggestie werd al gedaan, wat mij betreft nodigen we de programmamanager hier ook uit voor een technische sessie, maar een technische sessie moet ook u als raad bestellen, want anders dan krijg ik ruzie met de voorzitter en de griffie. Om met elkaar te praten over het Programmaplan en hoe dat uitvoering krijgt. U zei ook werkbezoek. Ik kan me heel goed voorstellen, u heeft met elkaar ook gesproken over de innovatiemiddelen, dat we een werkbezoek organiseren bij een van de consortia met één van innovatievoorstellen of een gezamenlijk bezoek met de vier consortia. Want daar gebeuren echt hele waardevolle dingen op het gebied van onderwijs en jeugdzorg bijvoorbeeld. Dan zie je ook en dat was ook een gesprek wat ik maandag nog met ze had, dan zeggen ze ook: het is bijzonder weinig wetenschappelijke basis wat we aan het doen zijn, maar we zien wel dat het werkt. En dan is ook de rol die wij als gemeente dan weer hebben, hoe kunnen we hier de wetenschap tegenaan zetten? Dat is iets waar wij ook ons voor inzetten. Dat vind ik ook altijd heel mooi. Heeft u allemaal wel mee kunnen krijgen. Wij zijn onderdeel van de Stichting MIND Us. Daar zijn wel een van de leading locals op het gebied van preventie mentale gezondheid. Omdat wij @ease hebben, omdat wij Kikid hebben op alle scholen, om heel veel zaken bespreekbaar te maken.
En wat is mooi van zo'n samenwerking van MIND Us? Daar zitten ook wetenschappers bij. Daar zit Arne Popma bij. Die is naast bestuurslid bij MIND US, is hij ook bestuurslid bij @ease. Wat we al in Haarlem hebben. En die is hoofd psychiatrie bij de UvA, UMC moet ik zeggen tegenwoordig. En echt een van de leading professoren op dit gebied. Die ga ik vragen om mee te denken van kunnen we misschien een promotietraject doen hier in de regio, om te kijken hoe die samenwerking hoe dat werkt, om al die data te krijgen? Want dat zie je ook dat de professionals in het veld zeggen ook: help ons daarmee en dat doen we als Haarlem ook. En gelukkig door bij MIND Us te zitten, hebben we ook dat netwerk. Daar zijn we actief mee bezig. En dat is ook, elke week ben ik daar als wethouder mee bezig, zijn onze mensen daarmee bezig, om daar meer basis te krijgen. Want je wil die houvast hebben. Want die wetenschap staat ook niet stil over wat werkt. Die toezegging doe ik. Dat moet de
7
commissie aan u vragen, geloof ik, voorzitter excuus, maar ik kan me voorstellen dat wij meewerken aan een technische sessie en ook aan een werkbezoek. Want ik vind het ook belangrijk dat u gevoel krijgt bij de inhoud en dat u ook met de professionals zelf spreekt. Want anders dan ben ik een soort van doorgeefluik en het is veel inspirerender om de professionals zelf te horen. Er zijn vragen gesteld over excessieve casuïstiek. En dan ga ik toch ook doen wat mevrouw Scholten deed, voorzitter. Want mevrouw Scholten deed een betoog over een nationale rapportage van de Jeugdautoriteit. Hier zit wat mij betreft en dat komt ook terug in de al eerder aangehaalde podcast van Argos, nog wel ook een misser in het landelijk systeem. Je ziet dat op het niveau van Noord-Holland zijn er 100 jongeren die vereisen zulke hoog complexe zorg, dat het ook heel moeilijk in te kopen is voor alle jeugdzorgregio 's in Noord-Holland. En dat geldt ook, ik ben laatst op werkbezoek geweest naar Gelderland. Niet in Veendam. Sorry, excuus, maar wel naar Gelderland. Om te kijken hoe zij daar omgaan met de afbouw van jeugdzorg plus. Je ziet daar precies hetzelfde dilemma. Mijn pitch die ik met u deel en die ik ook zal delen in de komende maanden met nieuwe Kamerleden.
Voor die 1.200, 1.000 jongeren in Nederland, voor wie echt hoog complexe zorg is, laten we dat alsjeblieft landelijk regelen met een beschikbaarheidsvergoeding. Dat daar bedden voor zijn. Je ziet dat die kinderen, die inderdaad echt hoog intensieve zorg nodig hebben, dat moeten we als Nederland echt heel goed regelen. En dat kan je niet aan 42 jeugdzorgregio’s overlaten, want dat gaat voor onze regio gaat het misschien om 9 à 10 kinderen per jaar en soms zijn het er 15. En dan heeft het gelijk heel veel impact op het budget. En soms zijn het er 5 en dan ga je weer andere dingen doen en heb je die bedden niet meer beschikbaar. Mijn pitch, ik kan hem ook een andere keer later doen in de pauze misschien. Ik heb een stuk of vier elementen in mijn pitch die ik aan Kamerleden vertel. Dit is daar onderdeel van, want inderdaad precies wat u ook zegt: die excessieve casuïstiek dat lijkt me echt beter als we het anders organiseren, maar helaas ben ik niet in mijn eentje de wetgever. Al heb ik wellicht vanuit mijn partijlijn nu wat meer invloed. Dat gezegd hebbende. Wat we wel zien na die afbouw van de jeugdzorg plus, dat hebben we ook al vaker besproken, dat voor heel veel jongeren die eerst achter slot en grendel gingen, dat het ambulant wel kan. In een open setting, het liefst bij het eigen gezin of in een pleeggezin, soms in een kleinschalige woonvoorziening.
Wat alsnog niet thuis is. Dat is alsnog minder goed dan in een huiselijke setting. Maar dat het wel kan, maar dat het ook intensief is. En dat het ook veel geld kost en dat is het gesprek. En dan kom je ook bij taakgericht, want die vraag werd ook gesteld. Hoe zit dat dan taakgericht? Wat we hebben gezegd en wat u heeft gezegd ook in de aanbesteding: wij geven geld en nu moeten we als jeugdzorgpartij dat geld goed besteden. Tegelijkertijd zien wij dat bij de vier consortia, dat er nog een goed deel van de consortia zijn die … We hebben een beller. Dat wij een aantal van de consortia, dat ze nog intern P x Q verrekenen. Op 1 januari zeggen ze: stel mijn buren, wij zijn met zijn drieën een consortium. Dan krijgt die mijnheer krijgt een derde, u krijgt een derde en ik krijg een derde. Ook al zijn er meer kinderen die hulp van mij nodig zouden moeten hebben. Dat is heel logisch, want ze hebben ook personeel in dienst en ze moeten ook uiteindelijk uitkomen. Maar wat wij vragen en dat is wat er ook in het evaluatierapport staat: ga nu echt dat gesprek met die consortia aan, dat zij doen wat nodig is. Want dat is waarom we lumpsum doen. Dat is waarom we het taakgericht doen. Zo hebben we langjarige zekerheid, zodat zij ook de mensen die het meest nodig hebben, dat ze die hulp kunnen bieden.
En dat kinderen die het op een andere manier kunnen krijgen, dat dat op een andere manier geboden wordt. Dat is even dat verschil over taakgericht, waar nog een volgende stap gemaakt kan worden. Wij geven ze heel veel ruimte om bijvoorbeeld ook innovatie te plegen. Maar dat er vaak regelmatig nog in de interne bedrijfsvoering dat nog via P x Q gaat en daardoor zijn ze een beetje gebonden in hoe ze het P x Q-geld verdeeld hebben. Dat is wat er daarmee met die taakgerichte bedoeld wordt. Want dat was een concrete vraag van de PvdA, voorzitter was. Ik heb al gezegd, PvdA, regionale documenten graag sneller. Ja, doen we ons best voor. Programmaplan concreter. Daar zit heel veel inhoud achter. Lijkt me goed om dat in de technische sessie met de programmadirecteur ook te bespreken. SP en Jouw Haarlem zeggen: we zijn tegen het besluit, we zijn al een jaar verlengen. Zoals u heeft kunnen zien, dit is een collegebesluit. We hebben al verlengd en de andere zes gemeentes ook. Dan het
8
goede nieuws is en dat staat ook echt in het collegestuk en ook in de evaluatie, binnen dit stelsel is er heel veel ruimte voor verbetering. Ik merk dat u als commissie heeft het vaak over Veendam. Als u met elkaar zegt: we willen met u wethouder in een bus naar Veendam. Ik ga van harte mee. Maar wat ik probeer te zeggen: wij kijken dagelijks naar wat wij van andere regio's kunnen leren. Toevallig was ik twee weken terug in Gelderland, om daar met jeugdzorgbestuurders en wethouders het daarover te hebben, wat zij mij kunnen leren. Dat levert waardevolle contacten op. Als u zegt van wij willen per se graag naar Veendam, dan organiseren we dat. Vind ik echt prima. Maar onze mensen, zowel de programmadirecteur, als alle inhoudelijke adviseurs, als ook ik als wethouder, wij kijken actief om ons heen van welke regio we kunnen leren, wat waar wel werkt, wat waar niet werkt. Je ziet bijvoorbeeld ook sommige gemeentes, ook hier in de regio net buiten onze jeugdzorgregio, die zeggen: zware complexe dyslexiezorg zien wij niet meer als jeugdhulp. Dat besluit heeft Amsterdam recent genomen. Dat is een beslissing waarbij u in het verleden, volgens mij of uw voorgangers, waren daar niet gelijk fan van. Maar die zeggen: dat valt wat ons betreft niet meer onder jeugdzorg. Dat zijn gesprekken, daar kunnen heel veel verschillende regio's ook op verschillende manieren inspiratie bieden.
Als u ideeën heeft, ik ben er graag bij. En zegt u het maar. Van Veendam naar Amsterdam is misschien niet gelijk een logische route, maar wij kijken actief daarnaar, ook alle voorbeelden die u ons geeft, die beoordelen we echt op hun merites. En dan het rapport over de Jeugdautoriteit. Wat ik daar moeilijk aan vind, want dat was bijna gingen we Tweede Kamer doen, denk ik, voorzitter, mevrouw Scholten. Ik heb het ook gelezen. Ik heb er ook de nieuwsberichten over gelezen. Ik vind het goed dat de Jeugdautoriteit probeert het debat aan te zwengelen over de jeugdzorg. Ik zie ook wel dingen waar ik het niet mee eens ben. Mijn tweede onderdeel van de pitch aan Kamerleden is dat ik echt vind dat de wetgever scherp moet kijken wat is nu de reikwijdte van de Jeugdwet? Want we zien dat in de jeugdzorg nog veel zaken misschien vanuit schulden komt of vanuit andere zaken in het sociaal domein. We zien ook dat omdat de Wlz, de Wet langdurige zorg wordt afgeknepen, dat er meer in jeugdhulp blijft hangen. Wat mij betreft moet het wetgevend kader heel duidelijk hebben dat de mensen, ik zeg het hier vaker, waar we als overheid warm en nabij moeten zijn, dat die goed geholpen moet worden. Die moeten geen last hebben van of het uit Wmo, Wlz, Jeugdwet of Zorgverzekeringswet komt.
Alleen ik zie wel dat inderdaad op dit moment de Jeugdwet nog te vaak een vergaarbak is wat op andere plekken in het sociaal domein fout gaat. De voorzitter: Dan zien wij een interruptie van mevrouw Scholten. Ga uw gang. Mevrouw Scholten: Heel kort, want ik moet nog meer zeggen. Voorzitter, zou de wethouder eventueel in zijn pitch ook mee kunnen nemen dat er nog misschien iets aan de Wajong moet gebeuren? Want dat zou ook een hoop schelen. Wethouder Van Leeuwen: Zeker. En ook bijvoorbeeld een ander die erbij zit, volwassenen GGZ. Dat zien we ook heel vaak. Dus ja. En het interessante is, ik breng soms ook optimisme, we zagen bij de Hervormingsagenda jeugd, bij de presentatie daarvan op landelijk niveau, dat daar topambtenaren waren en ook inhoudelijk adviseurs van acht ministeries. Je merkt dat dat als er nu een Kamer komt die hier wel oren naar heeft om hier met elkaar het goede te doen, dat daar ambtelijk men wel klaar voor is om in dat domein overstijgend te gaan werken. Daarmee is het nog niet opgelost. Maar ik merk dat zowel, welke partijkleur dan ook, dat lokaal hier allemaal de wethouders allemaal redelijk dezelfde pitch houden. ik hoop dat we met elkaar ook samen met de brancheorganisatie daar wat geluid kunnen maken in Den Haag, om daar het de goede kant op te bewegen. En dan, voorzitter, kom ik bij de laatste vragen.
De VVD zei: hoe zit het nou met bijvoorbeeld dezelfde termen? Dat is ook heel praktisch. Een intakeformulier van de ene organisatie is net anders dan het intakeformulier van een andere organisatie. Terwijl je allemaal ongeveer hetzelfde wil weten. Je wil het kind begrijpen, je wil het gezin begrijpen, je wil de historie begrijpen, om uiteindelijk te kijken hoe
9
gaan we zorgen dat je weer onderdeel kan zijn van de maatschappij? En daar zitten soms net andere woorden in en dat is onhandig, want je moet elkaar wel begrijpen. Dat zijn van die dingen, van die processen, dat is inderdaad in die hele sector zo, maar dan proberen we met elkaar dat beter te doen. En dat gaat al steeds beter en daar blijven we blijven aan werken. Volgens mij was dat mijn laatste hele concrete vraag, denk ik zomaar. De voorzitter: Dat gaan we dan even in de tweede termijn doen. Ik denk dat het goed is, want ik heb inmiddels kunt u denk ik alle vakantieplannen die u nog heeft dit jaar schrappen, met alle uitjes die deze wethouder nog wil organiseren. Maar we hebben een technische sessie aangeboden, een werkbezoek aangeboden en een busrit naar Veendam. Misschien dat we dat zo meteen even moeten peilen. Wethouder Van Leeuwen: Ik kan me voorstellen, Veendam is misschien wat ver weg, dat bij die technische sessie wel een aantal andere regio's laten zien en lessen uit die regio's. Dat we dat wellicht meenemen bij een technische sessie. De voorzitter: Dan wordt het toch geen busrit naar Veendam. Maar alvorens we naar de tweede termijn gaan, is het misschien handig dat ik u alvast aankondig dat we zo meteen eventjes na de tweede termijn peilen of er inderdaad behoefte is aan die technische sessie en dat werkbezoek.
Mocht u … Dan hoeft u daar wat mij betreft geen tijd aan te besteden. Wie in de tweede termijn? Mevrouw Scholten sowieso? Niet. Mevrouw Lammertse wel. Mevrouw Lammertse: Dank u wel, voorzitter. En dank wethouder, voor de beantwoording. Twee punten nog. Ten eerste, u noemt nu dat er is in feite één persoon die echt fulltime bezig is met jeugdzorg in onze regio. Dat voelt, gezien de grootte van de opgave, wel wat weinig. Daarnaast wordt de connectie met de wetenschap nu genoemd. U begrijpt, daar word ik heel enthousiast van. Wat is ervoor nodig om dat te kunnen gaan realiseren? En daarnaast, eigenlijk is in feite de governance hiervan niet duidelijk voor mij. Gedeelde verantwoordelijkheid is mooi, maar het is ook een risico. Wie is hier nu eindverantwoordelijk? Wordt dat dan die jeugdzorgorganisatie? Gaan we dat regelen met de GR? Hoe werkt dat nu? Dank. De voorzitter: Wie nog in een tweede termijn? Mevrouw Özogul, ga uw gang. Mevrouw Özogul: Dank u wel, voorzitter. Ik heb twee vragen. De wethouder zei net dat dat een collegebesluit was, maar waarom heeft het college in dit geval de wethouder niet proactief dit met ons willen bespreken en niet vooraf voordat het besluit door het college genomen wordt, dit met ons besproken? Dat is een.
De tweede is, begrijp ik nu goed uit de woorden van de wethouder dat een eventuele pilot mogelijk is in Haarlem? De voorzitter: Iemand anders nog het woord in deze tweede termijn? Nee. Wethouder. Wethouder Van Leeuwen: Ik begin bij de governance. De governance bent u met de zes andere gemeenteraden. En dan kom ik gelijk bij de vraag van de SP: waarom niet voorgelegd? Omdat dit uitvoering is wat handelt binnen de Regiovisie jeugd, die door de zeven gemeenteraden zijn vastgesteld. En dat was ik in mijn eerste termijn vergeten. Dus dank voor de vraag. Hoe werkt de governance dan? We gaan de Regiovisie jeugd ook met elkaar volgend jaar herijken. Dat is het beleidsdocument waarin u zegt van wij willen dat dit op deze manier beleidsmatig georganiseerd wordt. Daar komen ook daarbij, het wetgevend kader maakt dat er nieuwe eisen aan zijn. Dat komt ook in de zeven raden weer langs. Dat is het beleidsdocument wat u met elkaar vaststelt, waarbinnen wij uitvoeren. En daarom is het een collegebesluit. Inhoudelijk veranderen wij
10
niets, alleen we gaan nog beter recht proberen te doen aan de uitvoering van de Regiovisie, die u al heeft vastgesteld en die ook volgend jaar weer herijkt wordt. Dat gaat dan ook gelijk over de governance. Uiteindelijk Regiovisie jeugdhulp in de zeven gemeenteraden. De uitvoering vindt nu nog plaats door dat niet bilateraal, maar dan met zeven. Hier valt mijn talenknobbel op. Septaal, wordt mij ingefluisterd door mevrouw Lammertse. Voorzitter, een septale samenwerking van zeven gemeentes, die het samen georganiseerd hebben. Ook omdat de wetgever het eist. Alleen we hebben daar nog geen juridisch construct onder hangen en dat moeten we het komende jaren omvormen tot een gemeenschappelijke regeling. Dan was er nog een hele concrete vraag. Kunnen er pilots? Ja, natuurlijk kunnen er pilots. Dat doen we ook nu al. Zowel binnen het lumpsumbudget als van preventiebudget. Bijvoorbeeld, dat weet u ook, ik noemde net al bijvoorbeeld zo’n inloopspreekuur als @ease. Dat doen wij vanuit het preventiebudget mentale gezondheid jeugd. Dat is een maatregel waar inderdaad ook zo'n hoogleraar als Arne Popma zegt, dat is zo'n centrum. Dat moeten we hebben. Laagdrempelig naar binnen kunnen lopen, ook online via de chat of bellen. Het zit nu in de Cronjéstraat. Dat zit in een beter pand, want het zat eerst heel hoog achter bij Flinty’s en zitten nu daar.
En tegelijk zien we dan ook dat hoeveel jongeren inlopen, daar moeten we ook nog aan werken. Een pilot is alleen mislukt als je er niet van leert. Ook hiervan, hoe we werken met @ease, kunnen we ook weer leren van hoe moeten we dat organiseren? Misschien moet @ease ook af en toe een spreekuur houden op een school. Daar blijven we actief naar kijken. En zo blijven we er altijd actief naar kijken. Een ander voorbeeld. Wij doen ook scheidingshulpverlening door vrijwilligers. Daar gaven we ook van het preventiebudget best veel geld aan uit. We zien dat veel van de problematiek zo heftig is, dat vrijwilligers er weinig mee kunnen. Dat budget schroeven we dan een beetje terug, om aan ander werk weer meer geld te geven, want daar kunnen we dan meer geld voor gebruiken. Zo kijken we continu wat er mogelijk is en wat er extra kan. En dat komt ook vanuit de innovatiebudgetten die u met elkaar heeft goedgekeurd. Er zijn ook verschillende pilots om te kijken wat er … Dingen die anders kunnen. Er worden pilots gedaan. Dan de borging in de wetenschap. Uiteindelijk zal dat ook betaald moeten worden. U als Haarlem geeft 53 miljoen euro per jaar uit aan jeugdhulp, met zijn allen volgens mij ongeveer 91 miljoen per jaar. Eén promovendus van een ton, dat zouden we ergens moeten kunnen vinden, verwacht ik. Maar het begint bij de inhoud.
ik heb nu de afspraak staan met iemand van MIND US, een wetenschapper van het Trimbos-instituut. Een hoogleraar en nog een wetenschapper die heel bepalend is voor mentale gezondheid jeugd. Om eens na te denken van als wij onderzoek willen doen naar de kruisbestuiving tussen onderwijs en jeugdhulp, hoe kunnen we dat doen? Is het afstuderen? Is dat promovendi? Zijn er al mensen? Hoe organiseren we dat? Want ik kan dat leuk bedenken, samen met een aantal professionals hier uit de regio, maar ik heb graag de wetenschappers aan boord die dan met me meedenken. Dat is een concrete afspraak die de komende maanden plaats gaat vinden. Allemaal drukbezette mensen. En dat is gelijk weer het fijne van zo'n groot werkbezoek, dat ik al die mensen in één dagdeel spreek en al deze pitches kan houden. Dat je die mensen ook aan je bindt. Dat waren volgens mij de vragen uit de tweede termijn, voorzitter. De voorzitter: Helemaal goed. Dan gaan we, zoals beloofd, even een korte peiling doen of er behoefte is aan de kant van de commissie voor een technische sessie over het Programmaplan met de programmadirecteur. Zeg ik dat zo goed? Ja. Mag ik handen zien voor steun voor deze sessie? Ik wilde al zeggen: u was allemaal zo enthousiast. Dan gaan we dat organiseren. Voor dat werkbezoek, geldt daar hetzelfde voor? Iedereen behoefte aan een werkbezoek? Ja, nog een keer even allemaal. Helemaal goed.
Mooi, gaan we ook dat doen. Doen we geen uitje met de bus naar Veendam, maar wel dat werkbezoek en de technische sessie. Ja, helaas. Dan zijn we zo denk ik aan het einde gekomen van dit bespreekpunt.
11
8.
Trendrapportage Gewoon in de Wijk 2025 De voorzitter: En gaan we door, na een korte wissel, met agendapunt 8. Alles is anders. De trendrapportage Gewoon in de Wijk gaan wij bespreken, agendapunt 8. Maar niet alvorens de wethouder helemaal klaar is en haar mededeling doet. Ja, ook nog. Op het gemakje. Wethouder Van Loenen: Dank u, voorzitter. Twee mededelingen. Even kijken. De eerste mededeling gaat over een tweetal stukken dat op de planning stond voor uw commissie van 30 oktober, volgens mij was het verzoek om daar wat uitleg bij te geven waarom die vertraging hebben opgelopen. Het gaat in de eerste instantie om de aanpassing van de verordening Participatiewet. Die stond gepland voor 30 oktober, is nu verschoven naar 13 mei 2026. Sommige mensen denken nu: het zal mijn tijd wel duren. De reden voor uitstel hiervan is dat de aanpassingen in de re-integratieverordening vanuit de Participatiewet in balans betrekking hebben op de maatregelen die ingaan op 1 januari 2027. Daarnaast is het streven om de wijzigingen in de verordening als gevolg van de Wet van school naar duurzaam werk te combineren met die van de Participatiewet in balans. Wij hadden voor dit jaar ook in de planning staan om een eerste wijziging van de Verordening maatschappelijke ondersteuning naar u te laten sturen. Wij zullen in januari terugkomen met een technische wijziging op de verordening.
Dat is meer een correctie. En later in 2026 komen we dan terug met een totale of nou ja, totale herziening, maar een wat grotere herziening van de verordening. Dat zal in een nieuwe raadsperiode gebeuren. En ik denk dat het handig is om tegen die tijd te kijken hoe we de nieuwe raad ook informeren en ook kunnen meenemen in zo'n bespreking van een verordening. Dat is de eerste. De tweede gaat over de gemeentelijke zorgpolis. Twee actuele ontwikkelingen. De gemeentelijke zorgpolis dat is een regeling die van groot belang is in ons Haarlemse minimabeleid. In 2025 is het deelnemersbestand van de gemeentepolis getoetst, om te zorgen dat de regeling terechtkomt bij de mensen die daar ook echt recht op hebben. Daarbij zijn de huishoudens benaderd die geen geldige Haarlempas hadden bijvoorbeeld. Zij zijn geïnformeerd per brief. Vervolgens gebeld door Certin. Dat is de klantenservice, het callcenter. En waar mogelijk ondersteund bij heraanmelding voor de Haarlempas. Dit draagt uiteraard dan bij aan een betere inzet van de middelen. Tegelijkertijd zetten we actief in op de ondersteuning van inwoners die wel recht hebben, nog steeds recht hebben, zodat het bereik van de regeling behouden blijft. En vanaf nu zullen we deze toets ook weer jaarlijks uitvoeren. Dat heeft even wat minder prioriteit gehad, omdat we vanuit ons minimabeleid, een minima-afdeling, wat andere taken hadden.
Per 1 januari 2026 worden de polisvoorwaarden voor Haarlempashouders aanzienlijk verbeterd. Dat is denk ik goed nieuws. Kosten voor brillen, gebitsprotheses en hoortoestellen worden voortaan volledig vergoed, zonder aanvullende aanvraag voor bijzondere bijstand. En dit betekent één loket bij de zorgverzekeraar, minder administratieve lasten voor de inwoner. En zo zorgen we dat er ook weer meer mensen gebruikmaken van de verzekering. Helemaal mooi. De financiële en beleidsmatige effecten van deze wijzigingen worden in het eerste kwartaal van 2026 verwerkt. De voorzitter: Mooi, tot zover de twee mededelingen. Gaan we naar de trendrapportage Gewoon in de wijk. Die staat ter bespreking op deze agenda. En aan wie kan ik het eerste het woord geven? Mevrouw Van de Sanden, ga uw gang. Mevrouw Van de Sanden: Dank u wel, voorzitter. De VVD vindt het belangrijk dat de wethouder kritisch is en blijft op het geleverde werk van Buurts. Het is immers een belangrijke taak en Buurts moet die goed uitvoeren. De VVD wil waken voor een soort Wc-eend-effect, waarbij Buurts zichzelf vaak beoordeelt en zegt dat zaken goed gaan, terwijl we dat niet altijd met signalen uit de stad ontvangen. Verder is de VVD positief over de ingezette beweging naar voren en benadrukt dat het borgen hiervan essentieel is, zoals ook in de trendrapportage te lezen is.
Het investeren in sterke gemeenschappen, gericht op preventie en
12
samenwerking, vindt de VVD belangrijk. Tevens vraagt de VVD om aandacht te houden op de stijgende jeugdoverlast. VVD ziet bijvoorbeeld straathoekwerkers en VIP-teams van perMens hierin een hele goede preventieve aanpak leveren. En wil benadrukken dat juist dit soort zaken goed zijn en moeten blijven bestaan. In de rapportage wordt verder aangegeven dat borging heel belangrijk is. Wat ik net al zei. En de vraag aan de wethouder is: hoe ze denkt dat ook goed in beeld te blijven houden? Want Buurts is echt … Het is een complexe organisatie, waar heel veel onder valt. Hoe gaan we dat goed monitoren? Verder ziet de VVD een heel hoog verzuim, 10.8, bij medewerkers en die vindt dat zorgelijk. Per 01-01 dit jaar is er gestart met een nieuwe Arbodienst om de doelstelling van 7 procent te halen. De VVD vraagt zich af of die nieuwe Arbodienst en de nieuwe aanpak reeds verbeteringen hebben gebracht. Zo niet, wat gaat er het komende jaar gebeuren in 2026 om dat verzuim naar beneden te krijgen naar een redelijk percentage, wat ook bij andere zorginstellingen wordt gehouden, 4.5 procent? Want dan hoeven we ook minder externe inhuur te doen. Tot slot, de VVD wil benadrukken dat de ingeslagen weg goed is. Preventie, samenwerking en monitoring van Buurts dat blijft een belangrijk punt. Bedankt. De voorzitter: Dank, voor uw bijdrage. Een paar technische vragen.
Kijken of de wethouder daar antwoord op heeft. Dan mevrouw Scholten, namens Jouw Haarlem. Mevrouw Scholten: Een beetje ademloos snel wordt het. Gelukkig gaat er veel goed. We zien mensen zich met hart en ziel en plezier inzetten voor hun wijk. Zowel bij Buurts zelf, als door vrijwilligers, wordt heel veel heel goed werk verzet. Toch geven vrijwilligers ook aan dat ze zich weinig ondersteund voelen bij hun activiteiten en dat ze merken dat ze er steeds meer alleen voor komen staan. Dan cliënten die vertellen dat ze de keukentafelgesprekken die de gemeente vroeger met ze voerde, om te kijken wat ze zelf konden, wat hun netwerk kon doen en waar ze hulp en nodig hadden, dat ze die echt heel erg missen. Ze ervaren nu ruis en onduidelijkheid en merken dat erop aangestuurd wordt dat ze één hulpverlener hebben voor complexere en één voor eenvoudigere ondersteuning. Terwijl hun problemen zich echt niet zo netjes laten scheiden. Ook moeten ze dan twee keer tijd vrijmaken voor hulp onder werktijd. Lijkt misschien een kleinigheid, is het niet als je zo zelfredzaam mogelijk wil zijn. Maar ook, er wordt in de wijken steeds meer van mantelzorgers gevraagd en uit net gepubliceerd onderzoek blijkt ook weer 22 procent in de gemeente Haarlem zwaar tot overbelast. Toch zetten we daar steeds meer op in netwerkondersteuning. Werkt heel goed.
Fijn als je in je eigen wijk door je eigen mensen geholpen wordt, maar een vraag aan de wethouder blijft: hoe verhoudt zich deze beweging naar voren, zoals die genoemd wordt, tot die overbelasting? Dan zijn wijkteams wat betreft kennis ook een soort Postcodeloterij. Als jij een beetje complexer bent, is het maar afwachten of er net iemand is die zich een beetje heeft verdiept of gespecialiseerd is in jouw problematiek. Niet iedereen weet wat een meltdown bij autisme is en hoe je die voor kunt zijn. Niet iedereen weet informatie concreet te maken voor iemand met een LVB. Licht Verstandelijke Beperking en te checken of de boodschap is begrepen. Als iemand onbegrepen gedrag heeft, milder of in zwaardere mate, wat gebeurt er dan? Meestal is iemand die niet wordt begrepen al snel niet meer welkom. Wat dan? De voorzitter: Ik zou bijna de hoeveelheid keer ademhalen nog willen tellen voor u, maar nog 28 seconden. Wie dan het woord? Mevrouw Hamzad, ga uw gang. Mevrouw Hamzad: Dank u wel, voorzitter. Allereerst spreken wij ons dank uit aan alle vrijwilligers in onze stad. En daarnaast alle complimenten voor de voortgang die met Gewoon in de Wijk is geboekt. Het is positief dat Buurts en de gemeente samen investeren in de sterke gemeenschappen en preventie dicht bij inwoners. Tegelijkertijd valt op dat in onze trendrapportage inclusie en diversiteit niet zo vaak benoemd worden.
Begrippen als kansengelijkheid en bestaande zekerheid komen terug, maar zonder concreet de vertaling naar
13
verschillen tussen groepen inwoners of toegankelijkheid van ondersteuning. We zien bijvoorbeeld geen analyse van wie er daadwerkelijk bereikt wordt. Jongeren met migratieachtergrond, laaggeletterde inwoners, mensen met een beperking of lhbtiqa+-inwoners. Ook is niet duidelijk of het gebiedsgericht werken beter aansluit bij de diverse gemeenschappen in onze stad. Daarom stellen wij de volgende vraag aan de wethouder. Hoe monitort de gemeente of Buurts ook de meer diverse en een mogelijk moeilijk bereikbare groepen, inwoners, zoals mensen met een migratieachtergrond, beperking of beperkte taalvaardigheid? Worden inwonersinitiatieven of zelforganisaties van minderheidsgroepen actief ondersteund en gefaciliteerd binnen het gebiedsgericht werken? En kan de wethouder toezeggen dat inclusie en diversiteit als structurele indicatoren of aparte speerpunten worden meegenomen in de volgende trendrapportage? Dank u wel. De voorzitter: Dank u, voor uw bijdrage. En ook daarin een heleboel technische vragen. Ook daarin gaan we kijken of de wethouder er antwoord op kan geven. Dan gaan we naar mevrouw Hamer van OPH. U moet wel de microfoon aanzetten. Ja, heel goed. Mevrouw Hamer: Dank u wel, voorzitter.
Het is een trendrapportage en hoe kan je hierop tegen zijn, op een trendrapportage? Er is al veel net al benoemd, maar als je inzoomt op het vraaggericht en aanbodgericht werken, dan heeft OPHaarlem daar wel wat van te vinden. Bijvoorbeeld Buurts heeft de opdracht van de gemeente Haarlem een dementievriendelijke stad te maken. Maar wat ga je doen als Buurts om dit voor elkaar te krijgen? En wat gaat Buurts ondernemen om de toenemende belasting van de mantelzorger te verminderen? OPHaarlem verwacht vraaggericht werken vanuit Buurts bij een mantelzorg op ondersteuning te leveren op wat nodig is om dit vol te kunnen houden. Dit naast het brede aanbod van aanbodgericht werken door middel van cursus, dagbesteding, lotgenotengroepen, enzovoort. Maar OPHaarlem acht het ook noodzakelijk dat er toereikende aandacht komt voor andere oplossingen die buiten het samenwerkingsverband en de deskundigheid van Buurts vallen. Denk aan maatwerkvoorzieningen zoals pgbregeling vanuit de Wmo. Deze mogelijkheid wordt beoordeeld door een toetsingssysteem waar Buurts ook deel van uitmaakt. Pgb is geen zorg in natura, maar wel een wettelijke maatwerkvoorziening, die de burger dan wel de zorgvrager, de mogelijkheid geeft zelf zorg en ondersteuning in te kopen als de zorg niet in de aanbodgerichte producten beschikbaar is.
Het risico is aanwezig dat de keuzevorm aanbodgericht werken van Buurts het aanvragen van een vraaggerichte maatwerkvoorziening uit gaat sluiten. Terwijl het voor OPHaarlem een en/ en kan zijn. OPHaarlem vraagt de wethouder of er de bereidheid is om toereikend te voorzien in en aanbodgerichte zorg en in vraaggerichte zorg? Want het een hoeft het ander niet uit te sluiten. Dank u wel. De voorzitter: En u dank voor uw eerste bijdrage. Als u uw microfoon weer uitzet. Ja, heel goed. Gaan we verder naar mevrouw De Valk van D66. Mevrouw De Valk: Dank, voorzitter. D66 steunt de koers van wijkgericht werken, maar wil scherp sturen op impact, preventie en meetbare resultaten. We missen daarbij soms de koppeling tussen trends en concreet beleid. Daarnaast willen we graag drie punten van zorg uiten. De eerste gaat over jonge mantelzorgers. Hun situatie blijft vaak onder de radar. We vragen daarom structurele ondersteuning en vroegsignalering, bijvoorbeeld via scholen of jeugdwerk en ruimte om nieuwe initiatieven te ontwikkelen, zoals Sterrenstof van Kikid. Ten tweede, D66 vindt het belangrijk dat ondersteuning ook daadwerkelijk iedereen bereikt. Dat geldt zeker ook voor inwoners uit cultureel diverse gemeenschappen, als de Aziatische gemeenschap, lhbtiqa+jongeren en mensen met een verstandelijke beperking.
We vragen daarom het college om in beleid en uitvoering expliciet aandacht te geven aan inclusie, cultuursensitiviteit, toegankelijkheid en het wegnemen van drempels in de toegang tot ondersteuning. En als laatste het jeugd- en jongerenwerk. Want we zien dat de
14
behoefte groeit, maar het groeibudget lijkt te krap. Kan het college toelichten hoe de wethouder dit budget bekijkt in samenhang met de stijgende vraag en wat de relatie is met onze motie om structureel budget vrij te maken voor extra jongerenwerkers? Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Wie dan? De heer Visser, namens de Partij van de Arbeid. De heer Visser: Dat kan heel kort. Wij kunnen ons aansluiten bij de inbreng van mevrouw Hamzad van GroenLinks. De voorzitter: Uitstekend. Anders nog iemand? Mevrouw Otten, ga uw gang, namen Hart voor Haarlem. Mevrouw Otten: Hart voor Haarlem vraagt om Buurts kritisch op resultaten te blijven volgen. Niet alle Haarlemse vrijwilligers zijn daar tevreden mee en voelen zich niet voldoende gefaciliteerd. En afspraken kunnen niet altijd nagekomen worden, door personeelstekort en hoog verzuim. Wethouder is het verzuim vooral werkgerelateerd. Weet u dat? En wat wordt er gedaan om de vacatures in te vullen? Dank u. De voorzitter: Dank u wel. Is dat de termijn of een interruptie? Een interruptie, een termijn. Mevrouw Verhagen, namens Trots. Mevrouw Verhagen: Trots wil zich bij deze uitspreken volledig achter de bijdrage van OPHaarlem te staan. Vooral de mantelzorg, wat dat betreft en het pgb. De voorzitter: Dank. Anders nog iemand het woord? Gaan we naar de wethouder. Wethouder, aan u. Wethouder Van Loenen: Dank u, voorzitter.
En dank voor alle vragen. Misschien nog even kort. Dit doen we één keer per jaar. De trendrapportage is bedoeld om aan te geven welke ontwikkelingen er zijn. En welke impact de impact dat kan hebben op de opdracht in de wijk voor Buurts en welke prioriteiten wij meegeven. ik interpreteer ook een aantal van uw vragen, maar daar zal ik op het eind even op terugkomen, aan dingen, aan prioriteiten die wij ook meegeven weer aan Buurts. Dat hebben we in het verleden ook zo gedaan. Hebben we ook een lijstje aangeleverd, wat is er nu uiteindelijk uit deze commissiebespreking ook gekomen? En uiteindelijk is dat de input voor het jaarplan van Buurts. Dat komt dan … Uiteindelijk zou dat allemaal weer terug daarin moeten komen. En dat bespreken we altijd weer in het voorjaar. Misschien dat even kort voor het proces. Ik heb een aantal dingen genoteerd. Waarvan ik nu ook ga zeggen van ik heb daar geen antwoord op. Bijvoorbeeld het hoog verzuim. Die hadden we of moeten stellen denk ik in de technische sessie die we hadden met Buurts of dat ik hem nog een keertje meegeef. Maar in ieder geval dat is niet iets … Want ik ga niet over Buurts als organisatie, ik ga alleen over de opdracht. Maar dat gezegd hebbende, volgens mij kunnen we best wel wat dingen wel met elkaar bespreken. Even kijken.