CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcript commissie Ontwikkeling d d 5 maart 2026

commissie Ontwikkeling 16 april 2026, gemeente HaarlemBij agendapunt: Transcript commissie d.d. 5 maart 202618.767 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

TRANSCRIPT VAN DE COMMISSIE ONTWIKKELING VAN GEMEENTE HAARLEM d.d. 5 maart 2026 1.

Opening en mededelingen door voorzitter Joris Blokpoel De voorzitter: Dames en heren, we gaan beginnen met de Commissie Ontwikkeling van 5 maart 2026. Een bijzondere Commissie Ontwikkeling, want het is de laatste van deze raadsperiode. En niet alleen de laatste van deze raadsperiode, maar ook de laatste van mevrouw Blauwboer die aanwezig is. Maar daar gaan we het pas later vanavond over hebben, buiten de uitzending om, maar wel goed om daar even bij stil te staan. We hebben een bericht van verhindering van mevrouw Jacobsz OPHaarlem en de heer Aynan van Jouw Haarlem. Verder ontbreken er nog een aantal partijen, maar hebben zich niet afgemeld. Mijnheer Drost van GroenLinks heeft zich ook afgemeld en mijnheer Heinis van de Partij van de Arbeid, GroenLinks, nee, Partij van de Arbeid. Tot zover.

2.

Vaststellen van de agenda De voorzitter: De agenda. Zijn er op- of aanmerkingen over de agenda? Niet? Mijnheer Van Leeuwen, Actiepartij. De heer Van Leeuwen: Voorzitter, ik heb het bij de Commissie Beheer ook gezegd, ik vind het een slechte keus, een onwenselijke keus van het presidium dat we vier commissies hebben vandaag met onderwerp ter advisering aan de gemeenteraad. Waar de oude gemeenteraad acht dagen na de verkiezingen nog voor bijeenkomt om besluiten over te nemen. Waar misschien moties komen. Ik vind het geen democratisch Kompas. Tegelijkertijd realiseer ik me ook dat het in eerdere raadsperiodes ook is gebeurd, maar ik vind dat we echt van die cultuur af moeten. Het is nu aan de kiezer en ik vind dat het tot 18 maart aan ons is en daarna niet meer. Dat wilde ik u meegeven en dat wil ik ook aan de voorzitter van de gemeenteraad laten weten de 26e. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Leeuwen. Ik kan daar inhoudelijk op gaan reageren waarom het zo is, maar dat doet daar verder nu niets aan af. Dank, nemen we mee voor een periode over vier jaar. Dat geven we ook aan de commissiegriffier mee voor over vier jaar om dat te bewerkstelligen. Dan mevrouw Van den Broek, Partij voor de Dieren.

3.

Mededelingen van commissieleden en wethouder(s) Mevrouw Van den Broek: Ik kan het straks bij de Commissie Bestuur doen, maar ik zie het hier gelukkig ook bij de ter kennisname stukken. Ik wilde even zeggen dat het fijn is dat de aanvullende financiering voor Haarlem105 rond is voor 2026. Ik denk dat het goed is dat we daarmee door kunnen. Dat zij ook goed door kunnen. De voorzitter: Dank u wel. En daarmee hebben we gelijk ook agendapunt 3 gehad, mededelingen vanuit commissie. Tenzij er nog andere commissieleden zijn? Nee. Dan mededelingen vanuit de wethouder, mijnheer Roduner. U heeft er twee, begreep ik. Ga uw gang. Wethouder Roduner: Dank u wel. Allebei over monumenten. De eerste is dat De Vest onherroepelijk monument is geworden. Dat was al een aanwijzing, maar er was geen zienswijze tegen ingediend, dus dat wordt dan in mandaat afgedaan. Ik dacht: ik meld het u even. U ziet dat verder niet als definitieve aanwijzing

1

terug. En het tweede gaat over pand Verwulft 1. De ChristenUnie heeft daar mondelinge vragen over gesteld en volgens mij D66 een keer schriftelijke vragen uit mijn hoofd. Ik heb toen in ieder geval in het mondelinge vragenuur gezegd: zo'n vaart loopt het allemaal niet, maar dat moet ik misschien toch een klein beetje terugzien. In ieder geval de aanvraag van uit Bond Heemschut is binnen en die zal wel met enige urgentie worden behandeld. En er is in ieder geval ook al contact gelegd met de verkopende makelaar, dat de aanvraag binnen is. Ik denk dat dat wel goed is om dat mee te geven, ook aan de kopende partij. Dat die dan weet waar die mogelijk aan toe is. Er is nog geen besluit genomen, maar het is wel in ieder geval in behandeling genomen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Roduner. 4.

Mededelingen over gemeenschappelijke regelingen en andere samenwerkingsverbanden De voorzitter: Dan agendapunt 4, mededelingen over gemeenschappelijke regelingen. Maar deze wethouders zijn er niet vanavond. Dus dat punt kunnen we overslaan.

5.

Agenda komende vergadering(en), Bestuurlijke en overzicht moties en toezeggingen De voorzitter: Agendapunt 5, agenda voor de komende commissievergadering. Als we het over een nieuwe raadsperiode hebben, dan is dat er wel eentje, mijnheer Van Leeuwen. Want 16 april staat er alweer een eerste commissie gepland en daar gaat een nieuwe commissie het hebben over een nota bovenwijkse netwerkvoorzieningen en over Grote Markt 16, Grote Houtstraat 1A en e1B en de verkoop van het appartementsrecht van de Verweyhal. Ambitieus en veel sterkte, zeggen we dan maar. Succes. Geen agenderingsverzoeken vanuit uw kant. En op de Bestuurlijke Agenda heeft u allen gekeken of daar interessante zaken opstaan voor de komende tijd, want daar kijkt u ook altijd naar. Zijn daar op- of aanmerkingen over? Nee, ook niet.

6.

Transcript commissie d.d. 5 februari De voorzitter: Het transcript, ook een gewild item om altijd even goed na te lopen. Mijnheer Visser, wellicht opmerkingen daarover? Welke mijnheer Visser wordt er genoemd? Dat is altijd wel even een dingetje. Nee, ook niet. Dan was dat agendapunt 6 ook.

7.

Informatienota woonwagenbeleid De voorzitter: Gaan we naar de eerste inhoudelijke bespreking. De Informatienota over woonwagenbeleid. Daarvoor is mijnheer Roduner er, die was er al. En mijnheer Wienen schuift ook aan, van harte welkom. Met deze Informatienota informeert het college de raad over de stand van zaken, de bereikte resultaten en de mogelijke vervolgrichtingen, inclusief de keuzes die daar voorliggen rondom het Woonwagenbeleid. De raad wordt gevraagd om het gesprek hierover te voeren met elkaar en deze opgave te betrekken bij de coalitieonderhandelingen en verdere besluitvorming richting de Programmabegroting 2027 later dit jaar. U gaat het bespreken met elkaar. Maar voordat dat gebeurt, zijn er vijf insprekers, vijf dames zo te zien. Zes zie ik daar in de lucht. Ik heb er vijf staan, maar we gaan daar vast uitkomen met elkaar. Ik heb mevrouw Heesbeen, mevrouw Scharrenburg nog een keer mevrouw Heesbeen, mevrouw Bouw en mevrouw Van Trooijen. U alle vijf kunt hier plaatsnemen, waarvan een achter de microfoon. Die dan ook gelijk als eerste mag beginnen. Dat is mevrouw Paulien Heesbeen, die als eerste mag beginnen. En u gaf aan dat er ook een zesde is, mijnheer ook nog. Dat wordt best lastig om u ook hier bij de microfoon te krijgen. Dan gaan we even kijken

2

hoe we dat gaan regelen. Maar dat kunnen we mooi doen terwijl de andere inspreken. Dat komt goed. Beste insprekers, u krijgt 3 minuten maximaal om uw inspreekbijdrage te doen. U kent het, want u bent vaker geweest. Niet hier trouwens. Meestal zitten we beneden, maar verandering van spijs doet eten, zeggen ze weleens. Aan u het woord, mevrouw Heesbeen om te beginnen. U mag de knop indrukken en dan gaan de 3 minuten lopen. Inspreker 1: Geachte voorzitter, leden van de raad. De Informatienota die vandaag voorligt, bevestigt maar één ding. Het woonwagenbeleid staat al jaren stil. Iedereen weet dat er een tekort is aan standplaatsen. Iedereen weet dat kinderen van woonwagenbewoners geen plek hebben om door te stromen. En iedereen weet dat dit probleem al jaren op tafel ligt. Toch lezen we opnieuw dezelfde woorden: onderzoek, verkenning, procedures, participatie. En als alles goed gaat misschien een paar plekken in 2027. Dat betekent dat woonwagenbewoners inmiddels bijna tien jaar wachten op uitvoering van beleid en dat terwijl de overheid juridisch verplicht is om de woonwagencultuur te beschermen. Volgens het landelijke Beleidskader woonwagenbeleid uit 2018 mogen gemeenten geen uitsterfbeleid voeren. Volgens artikel 8 van het Europees Verdrag voor Rechten van de Mens moet het woonwagenleven als familie- en cultuurleven beschermd worden.

Maar als er nauwelijks standplaatsen bijkomen, gebeurt feitelijk precies dat. De cultuur wordt langzaam weggedrukt. Ook het huidige beleid zet woonwagenbewoners in een dwangpositie. Gemeente, handhaving kan bijvoorbeeld regels opleggen op bestaande locaties, maar bewoners moeten dan maar schikken, omdat alternatieven ontbreken. Volgens het Europese Verdrag voor Rechten van de Mens artikel 8 EVRM en het IVBPR artikel 27 geldt: bescherming van familie- en gezinsleven, bescherming van culturele identiteit van minderheden. Door bewoners te dwingen te schikken op plaatsen die ontoereikend of tijdelijk zijn, raakt de gemeente de cultuur en identiteit van de woonwagenbewoner en van de woonwagencultuur. Dit is juridisch aanvechtbaar. Het recht op woonwagencultuur wordt ondermijnd als er structureel geen ruimte wordt geboden. Daarom stel ik vragen. Als de behoefte tientallen standplaatsen is, waarom komt de gemeente dan met plannen voor enkele plekken? Is dit serieus beleid of alleen bestuurlijke geruststelling? Waarom duurt uitbreiding van woonwagenlocaties bijna een decennium? Terwijl woningbouwprojecten voor stenen woningen wel versneld kunnen worden. Gelijke behandeling staat in artikel 1 van de Grondwet.

Geldt dat ook voor woonwagenbewoners? Waarom staat er in deze nota geen duidelijke doelstelling hoeveel standplaatsen er werkelijk bij moeten komen? Zonder deze cijfers is het beleid niet meer dan een intentie. Waar is het geld? Als er geen budget gereserveerd is, dan is dit geen plan, maar een uitstelstrategie. En dan de belangrijke vraag: wanneer gaat deze raad daadwerkelijk besluiten tot structurele uitbreiding van de standplaatsen? Niet onderzoeken, niet verkennen, maar bouwen. Elke dag dat dit beleid stilstaat, is een dat de gemeente bewust kiest voor het afbreken van de levende cultuur. Woonwagenbewoners … De voorzitter: Mevrouw Heesbeen, rondt u af? U bent ruim over de tijd. Inspreker 1: Ik ga afronden. Woonwagenbewoners vragen geen gunst. Zij eisen hun grondwettelijk en internationaal beschermd recht op wonen en cultuur. Voorzitter, de woonwagengemeenschap vraagt al jaren om hetzelfde, ruimte om hun manier van leven voort te zetten. Dat is geen gunst. Het is een recht. Aan deze raad vandaag … Als deze raad vandaag opnieuw kiest voor vertraging, dan is het geen procedureel probleem, maar een politieke keuze. Dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Heesbeen, u heeft 4 minuten genomen. Dat kan ook, maar daardoor blijft er wel minder tijd over voor de anderen. Laat dat wel wezen. De volgende, mevrouw Scharrenburg.

Inspreker 2: Staat die aan? Voorzitter en raadsleden, ik ben Yvonne Scharrenborg. Ik sta al 23 jaar op de wachtlijst voor een woonwagenstandplaats, 23 jaar. En ik woon nu gedwongen in een huis, omdat er geen

3

plek is. En laat ik meteen duidelijk zijn, dit gaat niet alleen over mij. Even kijken. Sorry, ik ben hem kwijt. Dit gaat niet alleen over wonen. Voor ons gaat dit over familie, samenleven, cultuur en een manier van leven die al generaties bestaat. Dat kun je niet vervangen met dan heb je toch een woning. Ik heb in 2021 ook al eens ingesproken. Toen was de boodschap ook, we gaan ermee aan de slag. Maar eerlijk, ik ben het zat dat de gemeente elke keer weer afhaakt zodra het lastig wordt. Dan komen er stukken, er komen woorden, er komen gesprekken en ondertussen blijft de uitkomst voor mensen zoals ik hetzelfde. Wachten en ondertussen worden gezinnen uit elkaar getrokken. Mensen kunnen geen toekomst plannen en kinderen groeien op zonder perspectief op een plek bij hun familie. In jullie eigen nota staat dat doorgaan zoals nu onvoldoende resultaat oplevert en dat er meer tempo en regie nodig is. Er staat ook dat Haarlem richting 2030 wil naar minimaal twaalf tot zestien extra standplaatsen. Prima, maar ik ben klaar met ambities op papier. Ik wil dat het nu eindelijk realiteit wordt. Ik vraag jullie vandaag drie concrete dingen. Maak een harde keuze, intensiveren scenario 3, niet weer half werk, niet weer projectmatig, waardoor het bij de volgende tegenwind stilvalt. Ik wil een aanpak met vaste capaciteit, mandaat en één verantwoordelijke die je kunt aanspreken als het misgaat.

Geef een planning met echte data en mijlpalen. Niet we onderzoeken of we zijn in gesprek. Maar wanneer is het besluit? Wanneer is de locatie definitief? Wanneer start de voorbereiding? Wanneer start de bouw en wanneer worden de eerste plek opgeleverd? In een nota wordt bijvoorbeeld genoemd dat de realisatie bij de Schwannstraat vanaf voorjaar 2027 kan starten. Dat wil ik niet alleen kan, maar gaat het gebeuren? En wat doen jullie nu om te zorgen dat het ook echt gehaald wordt? Maak de wachtlijst en toewijzing transparant en eerlijk. Er wordt gesproken over een digitale interesselijst. Prima, maar dan wil ik ook dat mensen kunnen zien waar ze staan, welke regels gelden. En sorry, dat er elk jaar openbaar gerapporteerd wordt. Hoeveel plekken erbij? Hoeveel toegewezen en hoeveel mensen nog wachten? Want nu voelt het voor heel veel mensen alsof het in een la verdwijnt. Voorzitter, ik vraag geen voorkeursbehandeling, ik vraag het minimale. Dat de gemeente doet wat ze zelf opschrijft en dat er eindelijk perspectief komt. Want 23 jaar wachten, is geen lange adem, dat is een systeem dat faalt. Ik sluit af met de simpele vraag aan de raad en het college: welke keuze maakt u nu en op welke datum kan ik en iedereen die wacht, zien dat dit omgezet is in echte standplaatsen? Dank u wel. De voorzitter: Dank, mevrouw Scharrenburg voor het inspreken.

Ik hoor nu twee behandelingen, twee inspraakbijdragen van u maakt nu een keuze. U gaat nu dit. Een, het is ter bespreking. We nemen vanavond geen besluit. Er wordt niets besloten vanavond. Het komt ook niet in de raadsvergadering, waar we daadwerkelijk besluiten nemen. Het is meer ter bespreking, zoals ik ook bij de introductie aangaf voor de commissieleden en ook richting nieuwe coalities volgende periode, die er dan verder mee aan de slag gaat. U kunt aangeven: ik zou graag willen dat, maar dat zal inderdaad niet vanavond dan wel volgende week of de week daarna besloten worden. Marina Heesbeen, u bent de volgende. Inspreker 3: Geachte voorzitter, leden van de raad, de Informatienota van vandaag zegt één ding nauwelijks, namelijk over een structureel budget voor nieuwe standplaatsen. Dat is opmerkelijk, want zonder geld is er geen beleid, enkel intentie. Gemeenten zijn verplicht voldoende middelen te reserveren om hun wettelijke taken uit te voeren. Dit volgt uit artikel 22 Grondwet verplichting tot bevordering van voldoende woongelegenheid. Woonwagenbewoners mogen niet de dupe zijn van administratieve of financiële vertragingen. Concrete beraming. Voor een standaard woonwagenstandplaats, inclusief infrastructuur, nutsvoorziening en toegangswegen is ongeveer 150.000 euro per standplaats nodig.

Voor uitbreiding bijvoorbeeld 20 standplaatsen, is dat dus minimaal 3 miljoen euro noodzakelijk. Dit is volledig realistisch en vergelijkbaar met investeringen in kleine woningbouwprojecten, die de gemeente wel versneld realiseert. De gemeente kan en moet de grond aankopen of beschikbaar maken. Dit is haalbaar en verplicht. Politiek argument. Het uitblijven van budget is dus feitelijk een keuze om het woonwagenleven te vertragen. Zonder

4

dit geld kunnen bewoners blijven wachten. Terwijl de gemeente wel miljoenen investeert in stenen woningen of andere projecten. Juridische basis. Geen excuus, geen grond. De gemeente mag niet zeggen dat er geen grond is. Volgens artikel 22 Grondwet moeten wij voldoende woongelegenheid bevorderen. Volgens het landelijke Beleidskader woonwagenbeleid 2018 moet zij actief faciliteiten creëren. Uitstel of gebrek aan grond is geen optie. Artikel 8 EVRM en artikel 27 IVBPR beschermen wonen en cultuurrechten als bewoners geen standplaats krijgen of gedwongen moeten schikken, wordt hun cultuur aangetast, wat juridisch aanvechtbaar is. Het is een wettelijke verplichting om grond te vinden of te kopen en bewoners te faciliteren. Er is geen ruimte is geen juridisch of politiek excuus. De keuze is duidelijk. Koop de grond, faciliteer de ruimte, bescherm onze cultuur. Als bewoners hierdoor gedwongen worden te schikken of te wachten, wordt hun culturele identiteit aangetast. Dat is aan te vechten op basis van de EVRM artikel 8 en IVBPR artikel 27. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Heesbeen. Mevrouw Bouw hebben we dan als volgende. Aan u het woord. Inspreker 4: Mag ik al? De voorzitter: Ja, zeker. Inspreker 4: Goedenavond allemaal. Geachte voorzitter en raadsleden, ik ben Rowitha. Ik ben 22 jaar oud. Ik kom uit de woonwagencultuur.

Ik woon nog bij mijn ouders en heb zelf geen standplaats, maar ik heb er wel een nodig om zelfstandig te wonen binnen mijn cultuur en gemeenschap. De Amelandstraat is een familielocatie. Ik woon daar dus met mijn familie. Daarmee ben ik opgegroeid. Mijn neef woont daar ook met zijn ouders en drie kinderen. Zijn vriendin heeft een kind, samen hebben mijn neef en zijn vriendin nog een kind, maar ook hun hebben ook nog geen plek. Onze familie wordt dus voor mijn gevoel uit elkaar gerukt. Kinderen groeien op zonder ooms, tantes en grootouders dichtbij. Dat is niet alleen verdrietig, het is onterecht. Wonen binnen de familieband is geen luxe. Het is een recht dat bij onze cultuur hoort. Wij hebben genoeg gewacht. We willen niet wachten tot 2030. Daarom roep ik u wethouder en raadsleden vandaag op om er goed over na te denken. Maak de Amelandstraat als familielocatie veilig en realiseer nu nieuwe standplaatsen. Elke dag dat het niet gebeurt, wordt onze familie uit elkaar gerukt. Daarom is mijn vraag aan de raad: als iedereen zegt dat de woonwagencultuur beschermd moet worden, waarom gaan we dat dan … Wanneer gaan we dat dan ook terugzien in concrete standplaatsen? We praten hier niet alleen over grond of stenen, maar we praten hier over cultuur en familie en over mijn toekomst. Net zoals alle anderen hier. Dank je wel. De voorzitter: Dank u wel mevrouw Bouw voor het inspreken.

Dan hebben we nog mevrouw Van Trooijen. Aan u het woord. Inspreker 5: Geachte voorzitter en raadsleden. Mijn naam is die Delilah van Trooijen. Ik ben 18 jaar en ik spreek hier vandaag niet voor mijzelf, maar voor een hele generatie woonwagenjongeren in Haarlem. Ik ben geboren opgegroeid in een woonwagencultuur. Dat is niet alleen een manier van wonen, het is een familiecultuur, een gemeenschap en een erkende culturele identiteit. Maar terwijl ik volwassen word en mijn eigen toekomst wil opbouwen, loop ik tegen de muur aan dat er geen standplaatsen zijn. Al jaren wordt er gesproken over plannen, onderzoeken, trajecten en gesprekken, maar voor mijn generatie verandert er in de praktijk helemaal niets. We blijven wachten en wachten. Dat betekent in ons geval iets heel concreets. Geen plek om zelfstandig te wonen, geen mogelijkheid om bij onze familie en gemeenschap te blijven. En geen perspectief op een toekomst binnen ons eigen cultuur. Nederland heeft erkent dat de woonwagencultuur beschermd moet worden. Het Rijk heeft duidelijk gemaakt dat de gemeenten een faciliterende rol hebben bij

5

het realiseren van standplaatsen. Dat betekent dat het argument er is geen ruimte geen oplossing is, want voor andere vormen van woningbouw wordt wel ruimte gevonden. Als er ruimte is voor duizenden nieuwe stenen woningen, dan moet er ook ruimte zijn voor een klein aantal woningstandplaatsen. Daarom vraag ik u vandaag om niet alleen te praten, maar ook te handelen. Er ligt namelijk wel een concrete mogelijkheid de aankoop van de grond aan de Amelandstraat. Als de gemeente echt wil laten zien dat Woonwagenbeleid geen loze belofte is, dan is dit het moment om dat te bewijzen. Want uiteindelijk gaat het om één simpele vraag. Is er in Haarlem alleen ruimte voor stenen huizen of is er ook ruimte voor onze cultuur? Ik ben 18. Ik wil werken, een toekomst opbouwen en later een gezin stichten, maar zonder standplaats wordt mijn toekomst al voor mij bepaald. Daarom vraag ik u vandaag: stop met uitstellen. Als woningbouwprojecten wel versneld kunnen worden, waarom duurt uitbreiding van standplaatsen dan vaak tien jaar of langer? Stop met onderzoeken die weer jaren duren. Neem verantwoordelijkheid en zorgt dat er daadwerkelijk nieuwe standplaatsen komen. Koop de grond, maak standplaatsen. Laat zien dat woonwagenjongeren ook wel toekomst hebben in Haarlem. Ik ben 18. De vraag is niet of ik wil blijven wachten. De vraag is hoeveel generaties woonwagenkinderen Haarlem nog laat wachten.

Voor veel woonwagenbewoners gaat het niet alleen over wonen, maar ook over familiecultuur en toekomst. Jongeren willen hun leven opbouwen binnen hun eigen gemeenschap, maar zonder nieuwe standplaatsen is daar simpelweg geen plek over. Mijn vraag aan u als raad is daarom simpel: zorgt u ervoor dat deze cultuur ook in de toekomst een plek heeft in onze stad of laten we het langzaam verdwijnen? Dank je wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Van Trooijen voor het inspreken. En dan gaan we als laatste naar de heer Van Zeeland. Aan u ook het woord. Inspreker 6: Dank u. Geachte voorzitter, raadsleden. Mijn naam is Jan van Zeeland. Ik spreek hier vandaag over de spijtoptanten in Haarlem. Mensen uit de woonwagencultuur die noodgedwongen ooit in huis zijn gaan wonen, omdat simpelweg geen standplaatsen beschikbaar waren. Niet omdat zij dat wilden, maar omdat de gemeente hen geen andere keuze liet. Deze mensen willen terug naar hun gemeenschap en een manier van leven. Een cultuur die door heel Nederland in Europa erkend wordt als beschermde culturele identiteit. Toch wachten de spijtoptanten in Haarlem nog steeds. Niet omdat het onmogelijk is, maar omdat het blijkbaar nog steeds wordt uitgesteld. De gemeenteraad heeft een motie aangenomen over de locatie Amsterdamse Vaart, maar een motie aannemen is één ding, een motie uitvoeren is iets anders.

Ondertussen zien we in Haarlem dat er wel grond wordt gevonden voor nieuwe woningprojecten. Dat plannen worden versneld en dat politieke keuzes worden gemaakt. Maar zodra het over woonwagenstandplaatsen gaat, lijkt alles ineens onmogelijk. Geen ruimte, noch onderzoeken, noch gesprekken. Dat verhaal horen woonwagenbewoners al decennia. Daarom vraag ik vandaag niet weer niet weer om een onderzoek. Ik vraag een concreet antwoord van het college. Wanneer worden standplaatsen aan de Amsterdamse Vaart daadwerkelijk gerealiseerd? Want laten we eerlijk zijn, de vraag is niet meer of het kan, de vraag is of deze raad de moed heeft om eindelijk te doen wat zijzelf al hebben besloten. Dank u wel, vriendelijk. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Zeeland voor uw inspreekbijdrage. Dan kan de commissie vragen stellen aan de insprekers. Dat is best lastig inderdaad, vijf mensen die dan op moeten staan, dan wel na elkaar op moeten staan. Graag even de naam noemen. Als u het niet weet, nummer een, twee, drie, vier, vijf, zes. Dat maakt het in die zin iets overzichtelijker. Mevrouw Oppenhuis, CDA, aan u. Mevrouw Oppenhuis: Dank u wel. Uiteraard heb ik al uw bijdragen netjes, tenminste netjes, ik ben helemaal niet zo netjes. Ik heb juist met heel veel interesse geluisterd, maar daarover heb ik wel twee vragen. En voor mevrouw Heesbeen de eerste.

En die vraag is: u geeft aan dat die cultuur langzaam wordt weggedrukt, maar

6

waar blijkt dat uit? Kunt u mij daar een paar voorbeelden van geven? Moet ik meteen de tweede vraag stellen of zal ik die straks stellen? De voorzitter: Als het aan dezelfde persoon is, dan kunt u ook die tweede vraag stellen. Mevrouw Oppenhuis: De tweede vraag aan u is: u vergelijkt woonplekken van de woonwagenbewoners met woningbouwprojecten. En natuurlijk vinden wij het van belang dat woonwagenbewoners plekken nodig hebben, maar procentueel is dat wel een stuk minder dan woningzoekenden. Bent u het met mij eens dat het juist belangrijk is dat iedereen recht heeft op een plek, zowel woningzoekenden als standplaatszoekenden? Dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Heesbeen. Inspreker 3: Dank je wel, voor de vraag. De eerste vraag, ik ben voorbereid, dat is altijd belangrijk. Ik had hem verwacht. Er is al een decennia tekort aan standplaatsen. Jongeren die volwassen worden kunnen nergens terecht en worden daardoor gedwongen in een stenen woning te gaan wonen. Dat is geen vrije keuze, maar het is een gevolg van het ontbreken van plekken. Zien we dat de uitbreiding van woonwagenlocaties steeds wordt uitgesteld of tegengehouden, terwijl er tegelijkertijd wel nieuwe woningbouwprojecten gerealiseerd worden. Dat zorgt bij woonwagenfamilies dat ze niet bij elkaar kunnen blijven wonen, terwijl dat juist een kern van de cultuur is.

Daarnaast blijkt uit verschillende rapporten en daar gaan we weer, waaronder het College van de Rechten van de Mens, dat gemeenten jarenlang zogenaamd een uitsterfbeleid hebben gevoerd. Daardoor is het aantal standplaatsen in Nederland juist afgenomen. Terwijl de behoefte groeit. Voor onze gemeenschap betekent dat kinderen van woonwagenbewoners niet meer op een woonwagenlocatie kunnen wonen en dat raakt onze culturele identiteit. Als een cultuur geen ruimte krijgt om zich voort te zetten, verdwijnt dit langzaam. Beantwoordt dat uw vraag? De voorzitter: Mevrouw Oppenhuis. Mevrouw Oppenhuis: Dat is een antwoord op de vraag. Inspreker 3: Vraag twee, kunt u dit nog eens herhalen voor mij? Mevrouw Oppenhuis: U vergelijkt woonplekken van de woonwagenbewoners met woningbouwprojecten in uw stuk. En natuurlijk vinden wij het van belang dat woonwagenbewoners plekken nodig hebben, maar procentueel is dat toch echt minder dan woningzoekenden voor een woning. Dus bent u het met mij eens dat het juist belangrijk is dat iedereen, zowel woningzoekende als standplaatszoekenden recht heeft op een woning? Inspreker 3: Ja, natuurlijk vinden wij dat iedereen recht heeft op een woning of om een plek om te wonen. Daar zijn wij het volledig mee eens. Maar waar het om gaat, is dat de woonwagenbewoners een erkende culturele woonvorm hebben. Dat was hem? De voorzitter: Helder. Mijnheer Amand, Trots.

De heer Amand: Dank u wel, voorzitter. Aan dezelfde mevrouw Heesbeen ook de vraag. Ik heb begrepen dat u al vier jaar met de wethouder en de burgemeester aan het praten bent, maar wat is er nu uitgekomen? Want

7

zoals ik het begrijp, heb ik het mis, is er niets aangekomen of is dat wel? Dat is wel een dingetje. Kunt u mij daar antwoord op geven? Inspreker 3: Ik werd onderbroken. De heer Amand: U bent al vier jaar of meer als vier jaar met de burgemeester en wethouder in gesprek over de plekken en is er wat uitgekomen na vier jaar? Dat wil Trots graag weten. Inspreker 3: Ik corrigeer u even, mijnheer Amand. Want het is niet vier jaar, maar we zijn in 2018 destijds bij wethouder Meijs begonnen. Die gaf aan dat het roer drastisch om moest. Toen zijn we al begonnen met gesprekken. We hebben meerdere ambtenaren gehad. Als ik het zo noemen mag, meerdere wethouders nu en we blijven duidelijk hangen op hetzelfde probleem. We hebben een lijst gemaakt met potentiële stukken grond die we aangedragen hebben, zijn we voor bij de stedenbouwkundige geweest. Samen met de heer Van Zeeland hebben we daar gezeten. Alles was niet goed genoeg, maar er worden nu wel huizen gebouwd. Dus dat verbaast ons ook ten zeerste. Wat ben je opgeschoten ? In het plan ligt dan de Schwannstraat, waar drie, heel misschien vier, plekken kunnen komen en that’s it. Basilicumstraat is nog even de vraag of dat nog allemaal nog door kan gaan. De plannen liggen er, maar in hoeverre dat kan? Er moet weer iemand anders voor gezocht worden die dat hele project over gaat nemen.

Er is te weinig … Het dossier is te ingewikkeld om met het team wat er nu zit het goed te laten verlopen. Daar draait het ook om. Er moeten meer mensen ingehuurd worden of hoe je het dan ook ziet, die daarmee verder kunnen. Want daar stagneert het op. En wat ben je dan opgeschoten? U hoort mijnheer Van Zeeland al zeggen: Amsterdamse Vaart, die motie is aangenomen. We hebben daar ook uitgebreid over gesproken. Daar liggen wel mogelijkheden. Het moet onderzocht worden en wie gaat dat dan doen? Amelandstraat die grond, dus ja. De voorzitter: Mijnheer Amand, korte vervolgvraag. De heer Amand: Als ik het goed begrijp, u kan me ook verbeteren, is het toch een kwestie van geld of wordt er niet gegund? Dat is het punt. Inspreker 3: Knopje aan, knopje uit. Het is niet mijn dagelijkse werk. Het is duidelijk, geld. Dat is het. De voorzitter: Dan mevrouw Van den Broek. Partij voor de Dieren. De voorzitter: Ook voor mevrouw Heesbeen. Zou u ook iets kunnen zeggen over de relatie en de samenwerking met Kennemerland BV, dus ook met de woningcorporaties, hoe dat verloopt? Inspreker 3: Knopje weer, sorry. Ik kan daar een boekwerk overschrijven. Het is net Goede tijden. Dus vraagt u maar. Ik ben heel eerlijk. Ik kan daar een boekwerk over schrijven. Ik bedoel, ze hebben jarenlang niet om de tafel met ons gewild, door druk vanuit de gemeente hier is dat uiteindelijk wel gelukt.

En we hebben te maken met een BV wat bestaat uit drie wooncorporaties, die verschillende aandelen hebben in die BV. Het is ook een geldkwestie. Ze hebben geen geld, punt. En daar houdt het mee op. De voorzitter: Mevrouw Van Zetten, Hart voor Haarlem. Mevrouw Van Zetten: Nog een vraag. Ik heb indertijd begrepen, want ik heb u vele malen gehoord, dat een woonwagenplaats ongeveer 200 vierkante meter beslaat. Is dat nog steeds zo?

8

Inspreker 3: Hij is aan. Ik heb hem door. Eigenlijk is dat wel zo, maar we hebben ook wel gesprekken gevoerd dat wij in overleg zouden kunnen gaan met toekomstige bewoners. Maar dat moet dan echt goed met de bewoners die daar dus komen, besproken worden of zij willen schikken, maar het ligt aan de bewoners zelf. En als hun willen schikken in ruimte, dan zou je wat meer kunnen realiseren. Mevrouw Van Zetten: Ik vraag het, want ik hoor jonge vrouwen vragen van wij willen graag een woonwagen voor onszelf. Dat begrijp ik, maar dat geldt voor heel veel mensen hier in Haarlem. En 200 vierkante meter begrijpt u zelf ook wel, is heel erg lastig als u zich daaraan vast blijft houden. We praten wel over mensen die in een stenen huis … Dat wilt u dan niet. Maar u ziet ook wel dat die appartementen steeds kleiner worden, dat ze gestapeld worden en dat mensen ook in moeten schikken, want iedereen heeft recht om te wonen. U heeft uw eigen rechten, maar we moeten het met elkaar hier in deze samenleving doen. En dan zou ik ook denken: misschien kunt u die eis van 200 vierkante meter wat naar beneden afstellen en wordt het misschien makkelijker om een plek te vinden voor iedereen. Inspreker 3: Ik begrijp uw vraag en ik geloof dat we daar aardig wat over gesproken hebben net van hoe het feitelijk een beetje zit. Wat ik u net wel aangeef, is we begrijpen dat er gebrek is aan ruimte.

We hebben ook duidelijk nu gezegd dat dat geen argument mag zijn. Dat is ook juridisch aanvechtbaar. Dat heeft u net kunnen horen. Zo simpel is het. Wij willen schikken in bepaalde dingen, maar we gaan niet weer overnieuw beginnen met alleen maar schikken. We willen schikken, maar er mag ook weleens wat gedaan worden en daar draait het nu om. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Heesbeen. Dan hebben we nog mevrouw Oudshoorn, D66. Mevrouw Oudshoorn: Ik heb ook een vraag aan mevrouw Heesbeen. In het stuk staat ook dat bijvoorbeeld het verbeteren van de bestaande locaties en eventueel het verdichten van de bestaande locaties in de praktijk complexer is gebleken, omdat ook niet alle bewoners het met elkaar eens zijn of omdat er verschillende visies zijn. Kunt u misschien iets zeggen over waar die verschillen van inzicht of visies onder de bewoners dan in zitten? Inspreker 3: Dat is ook een geldkwestie. Als je zo'n woonwagen even moet gaan verplaatsen, dan heb je het over behoorlijk wat geld. Dat is een. Wie gaat dat dan allemaal bekostigen? Is het dan niet verstandiger om dat geld dan op een andere manier te besteden? De verbeterplannen qua onderhoud en dat soort dingen, als uw vraag daarover gaat, kan ik heel kort in zijn. Op zijn Hollands gezegd, is dat ruk. Dat is heel simpel. Er wordt niets uitgevoerd. Er wordt niets gedaan.

De voorzitter: Zijn er nog andere vragen? Mijnheer Van Exter, Forum. De heer Van Exter: Dank u wel, voorzitter. Ook voor mevrouw heb ik een vraag. Er wordt in het stuk gesproken over inbreiden en dat is waar we het nu net ook over hadden. Dat in feite, u moet het met kleinere kavels gaan doen. Is men daartoe bereid? Staat men daar positief tegenover? Inspreker 3: Er zijn twee definities. We hebben het over bestaande nieuwe locaties, dat heet een uitbreiding. En inschikken op een bestaande locatie heet een inbreiding. Dat zijn twee verschillende dingen. Als je praat op een bestaande locatie over een inbreiding, want die standplaatsen voldoen al niet eens aan de eisen, dan zal er heel wat moeten gaan veranderen. Inschikken bijvoorbeeld, op sommige locaties zou het kunnen, maar hoe? Want je zal dan toch ook weer een plek moeten zoeken. Je hebt te maken met dat je uit de goten van

9

elkaar moet blijven, vanwege de brandoverslag. Ik hoef geen brandscherm van 4 meter naast mijn raam. Dat wilt u ook niet. Ik ook niet. Dus hoe? De voorzitter: Andere vragen nog vanuit de commissieleden? Niemand. Dan komen we nu aan bij de bespreking van het onderwerp. Ik wilde eerst nog even de insprekers bedanken, voordat we van start gaan. Insprekers, bedankt. Fijn dat u er was. Fijn dat u heeft ingesproken. U mag de beraadslagingen tussen de commissieleden vanaf de tribune bijwonen. En ik zou bijna zeggen: tot een volgende keer. Inspreker 3: Als we elkaar nog zien. Dat hangt er vanaf. De voorzitter: Dat weten we helemaal nooit. Inspreker 3: Nee, dat weten we nooit. Mag ik nog een slokje water? De voorzitter: Zeker. Op de kop van de tafel staat ook water. Dames en heren, dan gaan we beginnen met de inhoudelijke bespreking van dit onderwerp, nadat de insprekers hun bijdragen hebben kunnen doen en vragen hebben kunnen beantwoorden. Ik zag als eerste een vinger van mevrouw Verhoeff, Partij van de Arbeid. Ga uw gang. Mevrouw Verhoeff: Dank u wel, voorzitter. Volgens mij weten we allemaal allang dat leven in familieband of verband, dat klinkt chiquer, een recht is. Het is ook heel lastig te realiseren. Maar als ik dan kijk naar de bespreeknota, dan heb ik vooral heel veel inzicht bij optie 1 over wat er voor problemen zijn als we niets doen.

Eigenlijk is het dus geen optie, maar een opsomming van als we nu niets afspreken of in ieder geval gaan afspreken in de toekomst, dan is het probleem huge. Optie 2, hetzelfde beleid, dan gebeurt er nog niets, want er is geen investeringsgeld. Eigenlijk blijft optie 3 over en denken wij dat je het daar dan over moet hebben. Hoever ga je daar dan in en wat ga je daarbij regelen? Wij denken in ieder geval dat zo'n ontwikkeling als die mogelijk is bij de Schwannstraat, dat je dat in ieder geval moet kunnen doorzetten. Dan heb je daar dus geld voor nodig. Hetzelfde geldt bij de Amelandstraat en dat geldt voor de Amsterdamse Vaart. Of je een groot budget moet neerleggen of dat je per project, als je denkt dit komt van de grond, een krediet aanvraagt, zoals we dat ook bij woningbouw doen, dat lijkt ons meer voor de hand liggend. Dat geven we mee ook aan de anderen. Maar één ding is wel heel erg duidelijk. Je hebt wel een andere organisatie nodig. Zowel intern, je zult er namelijk werk van moeten maken. Want wat nu voorligt de manier, waarop wij werken, zowel wij als gemeente, maar ook … Wij als gemeente werken ongeveer nu een jaar of zeven, acht op deze manier, maar de woningbouwcorporaties en de Stichting Kennemerland, als ik het goed zeg, ruim 30 jaar geleden was dat een goede wijze van werken. Toen had je ook alleen maar eigendom van wagens.

Van een hele andere maat dan we nu kennen en de grond was van die … Of is naar de corporaties gegaan. Nu heb je een andere situatie. Mensen willen wel of niet kunnen kopen, maar kunnen geen hypotheek krijgen, kunnen de boel niet verzekeren. Je zult opnieuw moeten kijken wat daar mogelijk is. Nog even los van het feit dat je fysieke plaatsen moet vinden. Het feit dat je niet goed kunt handhaven op bijvoorbeeld brandveiligheid. Dat betekent dat je dus ruimte moet gaan scheppen. Betekent dat, we hebben ook met de mensen, mevrouw Heesbeen een aantal anderen ook gesproken, je kunt wel wat anders willen, maar dan moet je ook iets doen aan die woonwagens. Want als je ze kleiner gaat maken. Nu probeert men dat te kopen op de tweedehandsmarkt. Er is maar een bepaalde maat. Dan zit je ook weer aan die gigantisch grote standplaatsen. Natuurlijk moet je gaan verdichten, maar je kunt ze niet stapelen zoals bij woningen stapelen. Je kunt misschien wel slim gaan nadenken: hoe kunnen we helpen om kleinere eenheden, niet dat je bijvoorbeeld op 100 vierkante meter een standplaats kunt hebben?

10

De voorzitter: Mevrouw Verhoeff, u heeft een interruptie van mevrouw Van Zetten, Hart voor Haarlem. Mevrouw Van Zetten: U heeft het over stapelen. Dat was zelf uw voorstel en op zich vond ik dat een heel goed voorstel. De hele stad moet indikken, dus dan denk je: het stapelen van een woonwagen, het zijn toch uiteindelijk een soort huisjes, dat moet kunnen, want dan woon je met je familie toch bij elkaar. De voorzitter: Mevrouw Verhoeff. Mevrouw Verhoeff: Misschien dat u net iets te snel was, omdat ik was net begonnen aan wat zou dan wel kunnen? Je kunt die huidige woonwagens niet stapelen, dus je moet echt naar nieuwe voorzieningen. Dat vergt ook een wat ander beleid. Hoe ga je ermee om? En zijn mensen dan eigendom van dat geheel? Dat kan op allerlei slimme manier, zoals we met een woning omgaan. Ik ga het niet nog een keer uitleggen. Wat dan is mijn spreektijd voor de Belgiëlaan dadelijk ook weg. Maar daar willen wij creatief in zijn, zodat die mensen een hypotheek kunnen krijgen of op een goede manier kunnen huren, dat het wat anders wordt georganiseerd. En we hebben het ook bij de Amelandstaat, nee, dat was bij de Amsterdamse Vaart.

Kunnen er niet bijvoorbeeld een aantal woningen gebouwd worden voor die woonwagens, het blijven dan ook woonwagenstandplaatsen heten, maar schermen wel het geluid als de andere standplaatsen aan de andere kant netjes tussen de bomen kunnen staan. Kortom, wees creatief en die handhaving moet ook beter geregeld worden. Verdichten heb ik het net over gehad. We moeten ieder geval geld vrijmaken voor een betere organisatie en we hebben dus een gewone programmamanager nodig die daar specifiek mee aangaat. En dan krijgen ook volgens mij de bewoners een vast aanspreekpunt. En dat lijkt me heel noodzakelijk. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Van Leeuwen, Actiepartij. De heer Van Leeuwen: Voorzitter, ik luister graag naar mevrouw Verhoeff, maar ik hoor ook wel een herhalende plaat van een paar jaar geleden en dat geeft toch ook wel een beetje onze zorg weer. Want de ideeën die mevrouw Verhoeff toen deed, die deed ze nu vanavond ook. De vraag aan het college is: waarom komt het college er nu pas mee? Want we hebben toch de laatste twee jaar best voortvarend met elkaar gesproken over de Amelandstraat, over andere locaties, in de verwachting ook vanuit het college, ook in de afdoening van moties of de appreciatie van moties, we zijn bezig en dit kan best weleens de goede kant op gaan.

En dan vind ik het een beetje ongemakkelijk om te lezen scenario 1, dat deed mij denken aan onze motie die of nee sorry, het voorstel voor de Kerstmarkt. We kunnen ook stoppen. Dat lees ik, maar wie schrijft dat op? Niemand wil hier stoppen. Het college wil niet stoppen, de raad denk ik ook niet. We willen een goede oplossing. Dus schrijf dat niet op. Dan de financiële claim die wordt neergelegd als we gaan voor scenario 3. Ik hoor mevrouw Verhoeff dat volgens mij ook zeggen, het is best wel een grote financiële claim, maar hoelang gaan we er dan mee bezig zijn en kun je het niet projectmatiger opknippen? Dat het duidelijk is wat krijgen we voor ons geld en onze tijd? Het is voor ons een woonprobleem. Ik vind het ongemakkelijk dat het bij wonen weggehaald wordt, want het is als eerste een woonprobleem. En tot slot zijn we niet bezig een enorme beleidsagenda hier ook op los te laten. Als ik lees dat er met bewoners wordt geïnventariseerd naar wat voor groen, dan denk ik: jongens, houd op, zorg dat die plaatsen er komen, laat de inrichting ook aan de mensen, zorg dat het veilig is. Dat ben ik ook eens met de eerdere bijdrage van de burgemeester daarover, het moet veilig, het moet goed, maar ga niet de hele beleidsagenda van de gemeente Haarlem hier nog een keer overheen loslaten, want dan komen nergens.

We zien graag in de volgende periode een vervolg, maar niet tegen elke prijs ongebreideld, concreet. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Visser, ChristenUnie.

11

De heer Visser: Dank u wel voorzitter. Beter dan de insprekers kan ik het niet zeggen. De ChristenUnie snapt de frustratie van de insprekers, de emotie. En ik dacht inderdaad dat we met deze raad behoorlijk op weg waren met de twee moties die wij als ChristenUnie samen met de PvdA hebben ingediend. En nog een flink aantal andere partijen, over de Amelandstraat en de Amsterdamse Vaart. En ik heb vorige keer geloof ik ook de wethouder een compliment geven, want de motie van de Amelandstraat was nog niet aangenomen. Ik geloof binnen twee maanden of zo kwam de wethouder al met een schets. Dus ik dacht van eindelijk krijgen we tempo. En het lijkt wel, ergens is die motor stilgevallen. Ik was ook wel, net zoals de Actiepartij, verrast van dit stuk. Want het motto van dit college was actie en is actie. En volgens mij houdt die … Ik ga er toch vanuit dat die actie doorgaat, in ieder geval tot de dag van de verkiezingen, maar ook nog daarna tot er een nieuwe coalitie zit. Dat is wat de ChristenUnie wil, actie. En ik ben dus ook benieuwd naar de wethouder van wat is nu de stand van zaken van de Amelandstraat? De gesprekken die daar met de eigenaar van het gebouw zijn. Is daar nog voortgang in? De Amsterdamse Vaart, is daar al wat gebeurd of nog steeds niet? En dan dat straatje erbij, wat tegenwoordig zo'n mooie term is, in dit geval een standplaats erbij.

Ik begrijp uit het stuk dat er ook best wel wat kansen zijn her en der op een extra standplaats. Dat lijkt me, daar hoeven we volgens mij niet hele nota's over te schrijven. Dat is dan een kwestie van even een schets maken van zo zou het kunnen en dan met de betrokken bewoners in gesprek gaan. Want misschien moet er inderdaad wat opgeschoven worden. Maar zo lang zou dat toch niet hoeven duren? Daar hebben niet allemaal beleidsnota's voor nodig. Dus op welke termijn verwacht de wethouder met name wat betreft die standplaats erbij? Misschien zijn het er maar vijf in heel Haarlem, maar dat zijn er dan wel vijf. Dat daar resultaat zichtbaar wordt, dat zou toch op redelijk korte termijn moeten kunnen? Er stond dan toch een nieuwe suggestie in. Dat heeft te maken met het volgende agendapunt, waar de Actiepartij best wel met een goed verhaal kwam, vind ik, over de Belgiëlaan. Een mooi plan wat daar ligt en kunnen we niet in de omgeving ook kijken, want daar staan een paar slechte woning. Als je die sloopt, dan kan je daar veel meer voor terugbouwen. Ik denk dat er best in Haarlem plekken zijn waar woningen zijn die op de nominatie staan gesloopt te worden, corporatiewoningen, waar je zou kunnen zeggen van als we daar een standplaats maken. En dat is niet volgend jaar. Maar als we nu over zo'n sloopplan nadenken, dan is het wel over een jaar of vijf.

Dat soort locaties heb ik niet in de eerdere inventarisatie van de wethouder gezien en ik denk wel dat dat soort locaties er zijn. Is de wethouder bereid om te kijken naar nieuwe locaties, die we tot nu toe niet in beeld hebben gehad? Simpelweg, omdat er nu een woning staat, maar die wel gesloopt zou kunnen worden. De voorzitter: U heeft een interruptie van mevrouw Oudshoorn, D66. Mevrouw Oudshoorn: Ik vind het een heel creatief idee van de ChristenUnie, maar ik vraag me wel af: is de consequentie onderaan de streep dan niet dat je minder sociale huurwoningen in deze stad krijgt? Want als we met 200 vierkante meter gaan rekenen, dan moet ik heel wat sociale huurwoningen slopen om daar een fatsoenlijk aantal standplaatsen voor terug te bouwen. De voorzitter: Mijnheer Visser. De heer Visser: Bouwen, bouwen, bouwen, zeg ik altijd en ik vond juist het mooie van wat de heer Van Leeuwen zei of straks gaat zeggen van dat er vijftien woningen zijn, als die gesloopt zouden worden, dat er veel meer woningen terug zouden kunnen komen. Stel dat je op de helft van het terrein van die vijftien woningen een paar standplaatsen maakt en de andere helft juist de hoogte in gaat en meer woningen bouwt, dan kunnen er per saldo meer woningen zijn dan dat er nu staan. Ik zeg niet dat dat op de Belgiëlaan moet gebeuren.

Ik gebruik het als illustratie van zo zullen er meer plekken in de stad zijn, waar misschien kansen liggen die we nu niet zien.

12

De voorzitter: Vervolgvraag, mevrouw Oudshoorn. Mevrouw Oudshoorn: Omdat het de laatste commissie is, was ik toch benieuwd. Wat vindt de heer Visser van het optoppen van woonwagens? De heer Visser: Ik zie het nog niet echt voor me, maar ik ben benieuwd hoe de Partij van de Arbeid dat voor zich ziet. De voorzitter: Gaan we door naar mijnheer Amand, Trots. De heer Amand: Dank u, voorzitter. Vijftien nieuwe woonwagenplekken zou prima wezen. En ik hoor al jaren: we gaan wat doen, maar er komt niets uit. De Waarderpolder dat doet de mensen nu de nek om, want vroeger hadden ze woonwagenlocaties in de Waarderpolder. En dat misen we. En als ik daar nu eens nog ga kijken. Waarom gaan we daar niet eens een paar plekken voor die mensen realiseren? We hebben ruimte zat. Die verhalen van je mag er niet wonen is ook onzin. Je haalt een voetbalveld weg, daar gooi je een worstjesfabriek neer. En we hebben de brug gehad. We hebben FC Schalkwijk gehad, daar gooi je ook woningen neer. Prima, maar die mensen die hadden wel een plek willen hebben. En dan is de vraag aan de wethouder en de burgervader. Ga eens op zoek naar echte locaties, maar laat het weer niet tientallen jaren duren. En ik hoop dat ze luisteren trouwens, want anders zit ik hier mijn verhaal voor niets te doen. Ik zou wel graag willen dat we andere locaties erbij gingen zoeken en dan een beetje actie erin.

En niet over optoppen en al die flauwekul. Die mensen willen een gezin uitbreiden en die moeten de kans krijgen. De voorzitter: Gaan we door naar mevrouw Oudshoorn, D66. Ga uw gang. Mevrouw Oudshoorn: Dank u wel, voorzitter. In algemene zin vindt D66 niet dat het opentrekken van een blik ambtenaren nu de beste oplossing is voor alle problemen, maar in dit geval zien we ook wel dat we iets anders moeten gaan doen dan we afgelopen jaren hebben gedaan. Want dit heeft niet zoveel opgeleverd. Dat betekent dat we keuzes moeten maken. Dat neemt niet weg dat, net als de Actiepartij denk ik hoorde zeggen, dat ook wij de ambtelijke inzet die hier gevraagd wordt best heel stevig vinden voor de relatief kleine groep waar dit dan betrekking op heeft. Dus ook voor ons is het dan wel cruciaal dat we heldere doelen krijgen en mijlpalen, zodat we ook kunnen zien of dat wel iets gaat opleveren, dat we daar niet vier jaar weer op zouden wachten. D66 vindt ook dat we realistisch moeten zijn en geen loze beloftes meer moeten doen aan deze Haarlemmers. Dat geldt dan ook wel voor de bewoners, denk ik, dat we realistisch moeten zijn en echt het maximum haalbare uit de ruimte die er is en de ruimte die gevonden gaat worden, moeten halen. Ik heb heel weinig vertrouwen in al die creatieve oplossingen. Dat zeg ik er ook eerlijk bij. Volgens mij is de ruimte in Haarlem schaars.

De creatieve oplossingen van de Partij van de Arbeid. Ik zou niet weer allerlei verwachtingen willen wekken met geluidswerende wanden aan de Amsterdamse Vaart, als dat uiteindelijk leidt tot één grote teleurstelling. Want volgens mij is dat wel wat we hier vanavond gehoord hebben. De voorzitter: Mevrouw Oudshoorn, dat levert natuurlijk een interruptie op van de Partij van de Arbeid. Mevrouw Verhoeff. Mevrouw Verhoeff: Voorzitter, ik vraag me af waarom bij voorbaat als het gaat over geluidswerende zaken dat onder tafel wordt gegooid. Terwijl mevrouw ook zou kunnen weten dat er wel huizen gebouwd kunnen worden op een bepaalde locatie, maar woonwagens zijn veel geluidsgevoeliger. Heeft u er dan rekening mee gehouden dat het misschien heel reëel is als je een rijtje huizen hebt die als geluidsafdichting dienen voor de wagens die daar vlakbij kunnen komen te staan?

13

De voorzitter: Mevrouw Oudshoorn. Mevrouw Oudshoorn: Ik hoor de Partij van de Arbeid zeggen dat het heel reëel is. We hebben daar een prachtige motie over aangenomen. Resultaat onderaan de streep nog steeds nul. En dat is een beetje het punt wat ik probeer te maken. Laten we geen luchtkastelen meer verkopen aan deze groep, maar kijken wat er wel haalbaar is. En D66 hoort dan ook hele graag van de burgemeester en de wethouder, wat zouden nou realistische doelen zijn als we kiezen voor dat scenario van intensiveren? En ik denk ook dat het heel verstandig is dat dit thema dan bij een volgende coalitievorming in de komende maanden op tafel ligt, zodat daar dan een realistische afspraak gemaakt kan worden en geen luchtkasteel. De voorzitter: Mevrouw Verhoeff, een interruptie. Mevrouw Verhoeff: Voorzitter, ik vind het betreurenswaardig dat op het moment dat iets nog niet door het college geregeld is, dat dan ineens de motie onhaalbaar wordt geacht. Er worden inzichten meegegeven in de hoop dat daarmee in mensen geïnspireerd zijn en dat het dus ook gebeurt. Ik vind het wel heel gênant dat ik dan beticht wordt van een onhaalbare motie schrijven. De voorzitter: Dat heb ik niet gehoord. Maar mevrouw Oudshoorn, ga uw gang. Mevrouw Oudshoorn: Dat heb ik niet gezegd en ik hoor hier allemaal oordelen aan mijn adres. Die zal ik mee naar huis nemen.

Maar het blijft zo dat wij het heel belangrijk vinden dat als we hier afspraken met elkaar maken, als we hier budgetten vastleggen, als we hier verwachtingen scheppen, dat dat dan ook tot resultaten gaat leiden. En die motie was wat ons betreft destijds niet haalbaar. Daar hebben we toen ook tegengestemd en wij geven alleen maar mee dat we hopen dat richting de komende vier jaar er dan een plan gemaakt wordt, waar mensen ook op kunnen rekenen dat dat gaat lukken. En nogmaals, ik hoor heel graag van de wethouder en de burgemeester wat zij vanuit al die ervaringen mee kunnen geven over een haalbaar plan. De voorzitter: Mevrouw Van den Broek, Partij voor de Dieren. Mevrouw Van den Broek: Dank u wel, voorzitter. Ergens is het wel heel erg pijnlijk dat we nu na vier jaar moeten concluderen dat we vooral weten wat niet werkt, maar wat wel werkt dat vraag ik me nog steeds af. Waarom heeft het college niet twee jaar eerder, wat de Actiepartij heeft gezegd, tegen ons gezegd: we moeten opschalen? Dan hadden we op dat moment geld en middelen kunnen vrijmaken. Want nu is scenario 3 de enige richting waar we iets mee kunnen, maar dan is het wel weer wat D66 zegt: de programmamanager is dan de magische oplossing. Dat vragen we ons ook heel erg af. Terwijl volgens mij ook zoals de bewoners aangeven, liggen de opgaven vooral in de uitvoering en de realisatie.

En dan in het stuk staat ook dat scenario 2 zoals we nu aanpakken, heel erg versnipperd is. Dan denk ik: hebben we dan echt … Hadden we het dan zo slecht georganiseerd en waarom hebben we dat dan niet eerder aangepakt? En tot slot, er wordt ook nog gezegd: we verwachten van de bewoners een constructieve houding. Denk ik: hebben we dat dan tot nu toe gemist of is dat de mening vanuit het college dat er een constructieve houding is gemist? En wat voor rol ziet het college om de relatie en de samenwerking te verbeteren tussen Kennemerland BV en de woonwagenbewoners? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Gaan we door naar mevrouw Oppenhuis, CDA. Mevrouw Oppenhuis: Dank u wel, voorzitter. Toen ik raadslid werd, we gaan terugkijken, we zijn nu vier jaar verder, had ik best een romantisch beeld, want als raad zouden we heel veel dingen kunnen realiseren. En het

14

Coalitieakkoord bestond uit actie, aan de slag. Ik had er zin in. Het zou helemaal goed komen. En ja, wij hebben heel veel dingen gerealiseerd, maar wat betreft de woonwagenbewoners had ik meer verwacht. Wat dat betreft kan ik aansluiten bij wat Partij voor de Dieren zei en Actiepartij en misschien ook nog andere partijen. Ik hoop dat bij de nieuwe coalitie nog meer actie komt. Want die scenario's die ik voor me zie, dat is ook al door meerderen gezegd, wordt wel een beetje moeilijk. Scenario 1 is wat ons betreft totaal niet aan de orde. Scenario 2 dat duurt veel te lang, dat voortzetten van de huidige aanpak. Dat is niet voor niets dat de bewoners dat zeggen. Dan kom je uit op scenario 3, intensiveren, maar ook dat heeft haken en ogen. Ik hoop echt dat de volgende periode toch beter kan gaan. En ik hoor graag hoe erover gedacht wordt door het college, hoe zij dat toch anders kunnen zien. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Gaan we door naar de heer Terol, VVD. De heer Terol: Dank, voorzitter. Het is duidelijk dat er iets moet gebeuren met het huidige woonwagenbeleid. De huidige aanpak levert onvoldoende resultaat op. Tegelijkertijd vraagt het onderwerp om zorgvuldigheid. De gemeente heeft op basis van Europese, landelijke en lokale kaders een verantwoordelijkheid ten aanzien van woonwagenbewoning en het beschermen van de identiteit en levensstijl van woonwagenbewoners.

De opgave die blijkt dus complexer dan verwacht, mede door langer participatietraject is te lezen. Wij vinden het belangrijk dat de participatie wel zorgvuldig gebeurt, zodat de wensen van bewoners goed in beeld komen en tot realistische uitvoerbare plannen komen, waar ook draagvlak voor is vanuit de bewoners. We moeten ook eerlijk zijn, vanavond maken we helemaal geen keuze, want er ligt een nota ter informatie. Voor de VVD is wel duidelijk waar we naartoe willen. Een scenario waarin participatie goed geborgd is en die past binnen de bredere woningopgave van onze gemeente. En ik zou wel het nieuwe college alvast willen meegeven, ga echt aan de slag. De voorzitter: Mevrouw Van Zetten, Hart voor Haarlem. Ga uw gang. Mevrouw Van Zetten: Ik vroeg me ook af waarom wij dit stuk nu kregen op de laatste vergadering van deze periode. Blijkbaar, maar dat moet de wethouder ... Het is ook zijn laatste periode, volgens mij. Deze boodschap wordt verder gedragen in de volgende periode. Zolang ik me kan herinneren, is er een probleem met die woonwagenbewoners, maar het geldt voor heel veel groepen in deze samenleving. We hebben inderdaad een verantwoordelijkheid, maar dat geldt voor heel veel andere mensen. Het maatwerk zou voor iedereen moeten gelden. Dat gaat in de praktijk niet op.

Ik heb me wel altijd verwonderd waarom die eis voor 200 vierkante meter niet wordt losgelaten, gezien de woningen die we hier in Haarlem kunnen bouwen. Iedereen wil wel een grondgebonden woning met een tuin, ook een gezin met kinderen, willen we allemaal. Dat gun ik ook iedereen. Maar dat kan allemaal niet in Haarlem en ik denk dat de oplossing toch zou moeten worden gezocht in een samenspraak van wat wil je nu? Wil je naast je moeder wonen met je eigen man en je eigen kind en dan nog zeggen: ik wil 200 vierkante meter grond. Geef maar aan waar dat is. Ik heb net gepleit met het vragenuurtje waarom kunnen wij kinderen in Haarlem-Oost geen schooltuintje geven? Ook heel erg belangrijk. Waarom gaan we daar wel een mooi stuk grond volstorten met zand, omdat er een paar honderd mensen willen Beachvolleyballen. Dat vind ik een absurde keuze. En dan zou je denken van de volgende periode, misschien kunnen we eens even nadenken van wat gaan wij allemaal mensen maar beloven en wat gaan we andere mensen onthouden? En daar moet een evenwicht in worden gevonden. En ik zie dat niet heel erg vrolijk tegemoet. De voorzitter: Mevrouw Van Zetten, u heeft een interruptie van de heer Amand, Trots.

15

De heer Amand: Ik wil toch even wat zeggen. U zegt in Oost. In Oost heb je schooltuintjes gehad. En daar is de Blauwe Wetering van in de plaats gekomen. De voorzitter: Mevrouw Van Zetten. Mevrouw Van Zetten: De Blauwe Wetering staat er toch al tientallen jaren, mijnheer Amand? De heer Amand: Mevrouw Van Zetten, in de jaren 50, 60, 70 waren er schooltuintjes. Mevrouw Van Zetten: Toen hadden ze misschien ook woonwagens kunnen neerzetten, maar daar staat toevallig een grote zwarte flat. De voorzitter: En daar komt nog een grotere zwarte flat, maar dat … Mevrouw Van Zetten: Daar ben ik ook blij om, want er zullen toch mensen ergens moeten wonen. De voorzitter: We gaan door met mevrouw Klazes, GroenLinks. Mevrouw Klazes: Dank u wel, voorzitter. Ook wij begrijpen de frustratie van de bewoners heel goed. Maar we hebben ook te maken met de kramp van de compacte stad, zoals we allen weten. Als we ruimte zat hadden, dan was dit probleem er niet geweest. Er is vrij veel wantrouwen en miscommunicatie heb ik gemerkt bij de insprekers van zojuist. Dat was al eerder gebleken en dat begrijpen we ook. Het kan misschien weggenomen worden door de gemeenschap een wat stevigere positie te geven in het hele proces en ook wel beter mee te nemen in de processen. Waarschijnlijk is dat al geprobeerd, maar zulks nog niet geheel gelukt, lijkt mij.

Wij denken dat eventueel een programmamanager, ook al zijn we niet altijd overtuigd van het feit dat meer inzet en meer capaciteit ook echt de heilige graal is en zal leiden tot oplossing, maar in dit geval zou het een gedeelte kunnen zijn van de oplossing. Omdat de programmamanager misschien wel in staat is om de ruimte te vinden voor een compromis. Dat hopen we. Wat ons betreft een programmamanager. De voorzitter: Dank. Anderen nog? Niemand. Gaan we eerst naar de heer Roduner. Ga uw gang. Wethouder Roduner: Dank u wel. Fijn om in ieder geval dit gesprek met uw commissie te kunnen voeren en fijn ook voor de aandacht die u heeft voor dit onderwerp en de zorgvuldigheid waarmee we dit kunnen bespreken. Ik denk wel goed om te realiseren en daar is deze nota denk ik ook bedoeld om in ieder geval dat gesprek te voeren. We komen wel heel veel van heel ver. We komen wel van een situatie van 2018, waarin het dossier ook wel erg verwaarloosd is op verschillende vlakken. Dat gaat ook over … We hebben het op een gegeven moment gehad niet alleen over plekken, het gaat heel erg over toevoegen van plekken, maar daar gaat het wat ons betreft niet om. Het gaat ook over … Het gaat enerzijds over het toevoegen van plekken, maar het gaat ook over het weer op orde brengen van de bestaande situaties. We hebben dat genoemd.

Weer naar een genormaliseerde situatie, als het gaat over leefbaarheid, brandveiligheid, toegankelijkheid. En dat vraagt heel veel werk en dat is ook de reden dat ik hier samen met de burgemeester zit, want we doen dit samen. Deels vanuit de ruimtelijke ordening, wonen, maar ook deels vanuit handhaving, toezicht en het dossier van de portefeuille van de burgemeester. Dat perspectief is denk ik wel echt goed om met elkaar vast te houden. Want wat ons betreft, gaat het ook samen op. Is het niet alleen maar het toevoegen van plekken, maar is het inderdaad ook echt zorgdragen voor die tweede poot en moeten beiden hand in hand gaan. En soms kan dat ook en kan dat zelfs nog wel tot meerwaarde leiden, maar dat zijn wel hele taaie dossiers. En ik hoorde toch wel in ieder geval de ChristenUnie toch wel heel makkelijk zeggen: hoe moeilijk kan het zijn? Dat

16

zegt u wel, want u zegt: ach, straatje erbij, dat moeten we zo even doen. Dat is echt heel ingewikkeld. Het kan hand in hand gaan. Bijvoorbeeld de Basilicumstraat is denk ik een heel mooi voorbeeld, waarbij … Als je een paar standplaatsen erbij zou doen, dan zou je drie standplaatsen ergens aan de noordkant nog bij kunnen doen. Maar als je echt overgaat naar een integrale aanpak van de bestaande situatie, het verbeteren van de brandveiligheid, want er staan een aantal wagens te dicht op elkaar. Er is sprake van ook regelmatig weer rotzooi in de openbare ruimte. Laat ik het even zo zeggen. Oneigenlijke gebouwtjes die moeten worden aangepakt. Als je dat allemaal opnieuw zou doen en het gebied opnieuw zou inrichten, zouden daar misschien wel acht plekken bijkomen. Dus het kan hand in hand gaan. Maar dat vraagt wel een hele intensieve aanpak met de bewoners daar. Dat vraagt heel veel inzet van de gemeente. En ik denk dat we met deze nota u proberen mee te nemen in het verhaal, dat dat heel veel inzet van de gemeente gaat vragen en dat die inzet op dit moment niet beschikbaar is. En normaal gesproken zouden we dat gesprek dan hebben bij een Kaderbrief en dan zou het college dat voorstel hebben gedaan bij een Kadernota. Dat zitten we niet. We zitten ook een beetje in de fase dat we dit moeten overdragen richting de komende begroting.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16788090/1