CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcript commissie Ontwikkeling d d 4 december 2025

commissie Ontwikkeling 8 januari 2026, gemeente HaarlemBij agendapunt: Transcript commissie d.d. 4 december (Openbaar en besloten) en 11 december 202526.613 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

17

maar je moet het niet tegenhouden. Maar er zijn wijken en straten die daar op een gegeven moment te vol van lopen. En dan krijg je weer aanvullende problemen in de wijkbalans. De voorzitter: U heeft een interruptie van mevrouw Oudshoorn, D66. Ga uw gang. Mevrouw Oudshoorn: Wat fijn dat u er weer bent, om te beginnen. En dat zijn we helemaal met u eens overigens. We komen met hele weloverwogen amendementen straks, want die zorgen over dat sommige wijken het niet aankunnen en dat je dat niet overal moet willen en ook niet zonder enige voorwaarde, dat zijn we helemaal met u eens. De voorzitter: Een vraag was er niet, maar een adhesiebetuiging. Gaat u verder. De heer Smit: Nee, stop. Ben ik weer aan. Dan wat ons ook opviel en Jouw Haarlem noemt dat, dat is het ontbreken van cijfers over de ambitie van het aantal huurwoningen. En ik denk dat wij toch benieuwd zijn. We hopen dat de wethouder dat wil geven. En het hoeft niet vanavond, maar binnenkort. De ambitie van het aantal huurwoningen in 2040. Dat betekent dat het aantal van nu plus 40 procent van de nieuw te bouwen huizen. Als je er erg van afwijkt, dan is er iets toch aan de hand. En onder andere zou dat de verkoop van huurwoningen kunnen zijn, om ervoor te zorgen dat je huurwoningen kunt bouwen. Maar dan is het ook wel erg beperkt en dan komt de groei er niet echt uit.

En de panacee die bedacht is met de hospita, ik denk dat dat voor jongeren die zelfstandig willen gaan wonen, het huis uit willen, nu niet de eerste gedachte is om bij de vervangende moeder te gaan wonen. En juist daarom pleiten wij voor het opnemen in de bouwcapaciteit van die co-livingvariant, de studentenachtige variant, voor de single-mensen die een zelfstandige huur niet kunnen opbrengen. Dank u wel, mijnheer de voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Smit. Welkom terug ook in deze commissie. Anderen nog? Niet? Wel, mijnheer Visser, ChristenUnie. Ga uw gang. De heer Visser: Dank u wel, voorzitter. De woningnood in Haarlem is enorm groot. Ik hoor van veel jongeren dramatische verhalen. Vele jongeren trekken weg uit Haarlem, omdat Haarlem onbetaalbaar wordt en de wachtlijsten lang zijn. Het is ook schrikbarend als we in dit stuk lezen dat steeds meer jongen van 25 tot 29 nog thuis wonen. Dat heeft vergaande gevolgen, ook demografisch, want het leidt bijvoorbeeld tot het uitstel van het krijgen van kinderen. We moeten dus bouwen, bouwen, bouwen. En 12.000 woningen klinkt veel, maar zoals de PvdA al zei: het gaat om een veel langere bouwperiode dan de afgelopen tijd en daardoor gaat het in dit programma het bouwtempo na 2030 zeer fors omlaag. Maar wij denken dat de woningnood dan nog niet voorbij is.

De ChristenUnie verwacht dat we tegen die tijd zullen concluderen dat de opgave juist groter is geworden. We kunnen beter met het huidige tempo volhouden en dan richting 2030 opnieuw kijken hoe we er dan voorstaan. En we zijn benieuwd naar het voorstel van PvdA, maar dit lijkt ons zeker een amendement waard. En dan denk ik ook wel het belangrijkste amendement. Dan de plancapaciteit. Die lijkt voldoende, maar dat is ook, vrees ik, schijn. Want er zitten juist heel veel kleine projecten in, die veel onzekerder zijn dan die grote ontwikkelzones waar we mee bezig zijn. En juist die kleine projecten zitten ook nog eens in de wacht, omdat we geen ambtelijke capaciteit hebben om deze projecten van de grond te trekken. We kunnen initiatiefnemers niet jaren laten wachten. En waarom staat er juist in dit programma geen actiepunt op dit gebied, om die kleine projecten vlot te trekken? Ik denk bijvoorbeeld aan de locatie aan de Delftlaan, naast de Daaf Geluk school. Graag een reactie van de wethouder. We overwegen hierover een motie. Het is ook zorgelijk dat het Volkshuisvestingsprogramma dat vijftien jaar vooruitkijkt nauwelijks kijkt naar nieuwe locaties. De ChristenUnie vindt wel dat er naar nieuwe locaties moet worden gekeken, juist vanwege onze scepsis over de plancapaciteit en ook, omdat wij denken dat er meer gebouwd moet worden. De ChristenUnie

18

denkt dan aan de locaties als de nieuwe as van Oost, eerder voorgesteld door de PvdA. De Fuikvaart, zoals eerder voorgesteld door Jouw Haarlem. En ook het zuidelijke deel van de Waarderpolder, zoals wij als ChristenUnie al jaren voorstellen. En als ik kijk naar die plancapaciteit, zie ik ook dat we nog steeds een groot tekort hebben, specifiek capaciteit voor geclusterde ouderenwoningen. Dat heb ik vorige behandeling ook gezegd. We vinden dat echt zorgelijk, ook vanwege de noodzakelijke doorstroming, maar ik mis juist voor die geclusterde ouderenwoningen in dit programma een concreet SMART actiepunt. Hoe we dat gaan doen. Wanneer we dat doen. Wanneer we er duidelijkheid over gaan krijgen. Kan de wethouder dat wel zeggen? De voorzitter: Mijnheer Visser, u heeft een interruptie van de heer Smit, OPH. De heer Smit: Mijnheer Visser, ben ik? Ja. Mijnheer Visser, 82 procent van de senioren wil niet het eigen huis verlaten. Daar moeten we ook een beetje rekening mee houden, want ons niet rijk rekenen op bouwen voor mensen die hun huis niet uit willen. Het gaat om 18 procent die maximaal het huis uit zou willen. Dat neemt niet weg dat we daar aandacht voor moeten hebben. Maar bent u het me eens dat het niet te uitbundig moet worden geroepen, als die vraag er niet komt? De voorzitter: Mijnheer Visser.

De heer Visser: We gaan niemand verplichten, maar de onderzoeken hier wijzen dat er wel degelijk een vraag is naar die geclusterde ouderenwoningen. Dat we maar voor de helft van die vraag capaciteit hebben en dat vind ik zorgelijk. En dan vooral dat daar dus geen actiepunt aan gekoppeld is. Tenslotte, nog een paar korte opmerkingen. De voorzitter: Mijnheer Visser, voordat u daaraan begint, de heer Van Leeuwen heeft ook nog een interruptie. Ga uw gang. De heer Van Leeuwen: Voorzitter, ik ben het met heel veel dingen met de heer Visser eens, maar hij legt natuurlijk wel de vinger op de zere plek, capaciteitsproblemen. En we horen ook telkens: er is geen capaciteit. Ik wil ook heel graag organische groei van de bestaande stad met kleine initiatieven, et cetera. Een doorkijk naar 2040 wil ik ook, staat ook in ons programma straks, maar waar gaan we die capaciteit vandaan halen en wat gaan we niet doen om dit te doen wat u wil en wat ik misschien ook wil? De voorzitter: Mijnheer Visser. De heer Visser: U verwoordt het nog veel beter dan dat ik het deed. Als wij dus aan de ene kant zeggen dat we plancapaciteit hebben, maar aan de andere kant dat we dus geen ambtelijke capaciteit hebben om die plancapaciteit te realiseren, dan hebben we een groot probleem. En dan begrijp ik niet dat we wel trots zijn van o, we hebben voldoende plancapaciteit.

Maar dat we dus geen actiepunt hebben voor de ambtelijke capaciteit die ervoor nodig is. En dan kan het best wel zijn dat sommige locaties uiteindelijk een andere functie krijgen dan wonen en dat die plancapaciteit veel lager blijkt te zijn. Maar het heeft ook met een betrouwbare overheid te maken, dat je initiatiefnemers niet jaren kunt laten wachten. En vandaar dat ik echt dit actiepunt mis. Wat gaan we doen bijvoorbeeld met dat pand aan de Delfland? Waar heel wat woningen zouden kunnen komen, maar waarbij de wethouder zegt: ik heb geen ambtelijke capaciteit. En dat mis ik echt in dit stuk. De voorzitter: Dat levert nog meer interrupties op. Mijnheer Smit, OPHaarlem.

19

De heer Smit: Mijnheer Visser, misschien kunnen we twee dingen koppelen en dan kijk ik ook even naar de VVD. Dat wij een versoepeling van de regelgeving, die toch ambtelijke capaciteit moet opleveren, kunnen inzetten voor het verder vormgeven van de kleine projecten de komende jaren. Bent u het met me eens? De voorzitter: Mijnheer Smit, Visser. De heer Visser: Zeker eens. Ik denk dus ook dat we opnieuw naar het ruimtelijk planproces moeten kijken van kunnen we dat nog wat soepeler maken? En natuurlijk besluitvorming moet zorgvuldig, maar misschien kunnen we dat inderdaad wat vereenvoudigen. Voorzitter, een paar korte opmerkingen, 2040 aardgasvrij. Ja, natuurlijk. Het zou mooi zijn, maar ik denk echt dat het onrealistisch is. Tweede, we sluiten ons aan, helemaal bij de PvdA wat betreft de woonwagens in de Amelandstraat. Ten derde, we sluiten ons aan bij het pleidooi van D66 ten aanzien van het omzetten van leegstaande werkpanden naar woningbouw. En we sluiten ons aan bij het pleidooi van de VVD, over het legaliseren van woningsplitsingen. En wat betreft nieuwe woningsplitsingen moeten we voorzichtig mee zijn, maar waar het kan voor de leefbaarheid, steunen wij ook wat verruiming van de mogelijkheden op dat vlak. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Visser. Anderen nog? Niemand. Dan gaan we naar de heer Roduner, ga uw gang. Wethouder Roduner: Dank u wel.

Fijn, de complimenten voor het voor het stuk en de kwaliteit van stuk. Dat is fijn. Volgens mij heel hard aan gewerkt en een mooi product, een mooi integraal product afgeleverd. Waarin volgens mij de mooiste ambities staan voor de komende jaren voor onze stad als het gaat over wonen. Ik hoor heel veel verschillende punten. Ik heb het idee dat de verkiezingen al een beetje begonnen zijn. Ook volgens mij stellingen, die denk ik in de Stemwijzer zelfs terug gaan komen, over waar we wel en niet moeten bouwen. Dus dat is interessant. En we gaan denk ik ook bij de raad al uw moties afwachten die zijn aangekondigd. Welke kant we dit stuk dan nog verder gaan aanscherpen. Volgens mij ook veel retorische vragen. Dus ik ga toch nog proberen … Wat ik heb genoteerd, ga ik langs. Als ik iets gemist heb of als het geen retorische vraag was, dan hoor ik het graag. De Partij van de Arbeid zegt en dat hoor ik andere mensen ook zeggen, over de plancapaciteit voor daarna. En dan kijk ik ook even naar de heer Visser. Volgens mij klopt het niet wat u zegt over de plancapaciteit, dat daar heel veel kleine dingen instaan en die in de wacht staan. Nee, er staan nu 15.000 woningen in de plancapaciteit en die zijn allemaal ingestroomd in het Haarlems ruimtelijk planproces, op een handjevol na. Dus we zijn op dit moment aan het werk met 15.000 woningen, onder andere de grote ontwikkelzones.

En daarmee zit deze organisatie echt wel een beetje op zijn max. Wat wij, denk ik, aan nieuwbouwwoningen aankunnen. Als er ruimte vrijkomt, als er capaciteit vrijkomt, dan kijken we wat er op de lijst staat, wat er in de wachtrij staat. Scoren we dat. Dat heeft u volgens mij eerder ook al gezien. Heeft de heer Krouwels ook al vaker naar gevraagd. En dan kijken we welke, wat voor type ruimtelijk project voorrang nodig heeft. Bijvoorbeeld een school kan ook weleens. Is niet alleen maar wonen, soms ook werken en soms ook maatschappelijke voorzieningen. Op die manier proberen we in ieder geval de capaciteit die we hebben zo goed mogelijk te benutten. Maar ik ben het niet met u eens dat we op dit moment te weinig woningen hebben. De vraag is natuurlijk wel van lukt het allemaal om die zo snel mogelijk op te leveren? Want hoe eerder, hoe beter, denk ik. Ik weet niet of we of we dat nog weer moeten versnellen, maar volgens mij hebben we in ieder geval een hele hoop en voldoende in ieder geval ook aan de prognoses die ons zijn gesteld, tot 2040 zelfs. Partij van de Arbeid heeft nog ook iets over vergunningsvrij en D66 zegt: in hoeverre verschilt dat nu ten aanzien van splitsen? Ik denk niet zo heel veel. Ook voor beide zou ik zeggen: volgens mij moeten we daar terughoudend in zijn om dat te verruimen. Zowel splitsen als iets vergunningsvrij maken, wat nu niet vergunningsvrij is.

Volgens mij hebben we hier met dit woonprogramma gezegd: laten we ook, gehoord

20

hebbend de vorige discussie, een pilot doen met de corporaties. Die zijn overigens uitgezonderd van splitsen. Dat is denk ik ook terecht de groep waar we dan ook de verruiming zoeken als het gaat over kamergewijs verhuur of een woning delen. En laten we kijken of we 20 panden met de corporaties kunnen doen om te kijken om dat concept vorm te geven. Zorgen we dat er ook de vergunningverlening wat makkelijk wordt. En dan hebben we ook een beetje grip over hoe die ontwikkeling gaat, wat de consequenties zijn voor de buurt of het fijn wonen is. En dan kunnen we met elkaar ook even leren, is dat iets wat werkt en wat je verder zou willen uitrollen of niet? Maar ik denk dat we niet moeten onderschatten wat de impact kan zijn op sommige wijken in de stad, als we dingen opeens heel erg verruimen of vergunningsvrij maken. Amelandstraat, de woonwagens, door meerdere partijen genoemd. Ook de Partij van de Arbeid, maar ook Trots. We doen echt wel wat. We hebben echt wel een behoorlijk actieprogramma als het gaat over de woonwagens. Dat gaat over het verbeteren van de huidige standplaatsen. Waarbij we dan ook op de bestaande woonwagenlocaties extra plekken proberen te regelen. Ook daar wordt ingebreid. We hebben de Schwannstraat als echt uitbreidlocatie.

En u heeft volgens mij de Amelandstraat ingevoegd in de SPV voor de Molenwijk, om in ieder geval die locatie ook, als die wordt ontwikkeld, dan ook te doen. Het is wel denk ik eerlijk, bij die locatie staat de eigenaar volgens mij niet te springen om dat te transformeren, te herontwikkeling en daar ook echt woonwagenlocatie te maken. Als we dat willen met elkaar en op snellere termijn, dan moeten we daar als gemeente denk ik ook een stap inzetten. Dat is iets wat we dan volgens mij een keer nader met elkaar moeten bespreken, welke inzet we dan verwachten daarop. D66 vroeg ook naar de reactie op de inspreker. En volgens mij de heer Van Leeuwen begon denk ik ook al wel een discussie aan te roeren over wat voor functies hebben wij nu in ons bestemmingsplan zitten? In principe toetsen wij vergunningsaanvragen, bestemmingsplan. En als dat wonen niet mogelijk maakt, hebben wij met elkaar ook afgesproken dat wij de werklocaties in Haarlem ook een beetje willen beschermen, want de stad groeit met veel inwoners. En we hebben aan de andere kant geconstateerd van daar hoort ook ruimte voor werkgelegenheid bij, intensieve, gestapelde kantoren, maar ook in de wijken. Misschien ateliers, misschien kleine werkplaatsen. Ik begrijp wel, dat is niet altijd makkelijk. Ik zie ook inderdaad, ik herken ook wel locaties, dat is ook niet zomaar meer van deze tijd om tot werklocatie te hebben.

Aannemersbedrijfjes in wijken is misschien niet helemaal van deze tijd. Vraag eens even wat kan daar dan wel? Zijn er nieuwe concepten die daar zouden kunnen? Ik zou wel ook daarin terughoudend zijn om dat zomaar te veranderen. Ik denk dat dat een goede discussie is die we dan hier moeten voeren met elkaar. En ook vooral niet in discussie met de wethouder wonen die misschien wel blij is met die woningen, maar vooral ook met de wethouder economie, die verantwoordelijkheid heeft voor economische werkgelegenheid in deze stad. En we hebben hier ook documenten vastgesteld waarin we hebben gezegd: er moeten 100.000 vierkante meters werken bij. Ook daarin, laten we dan voorzichtig zijn met de locaties die we hebben transformeren. Dat is in ieder geval de inhoudelijke reden waarom we zo toetsen. En als we dat echt anders willen, dan moeten we een fundamenteel gesprek hebben over ons omgevingsplan en welke functies we op welke plekken willen. De VVD roept ook op tot innovatie en vooral veel ruimte voor de markt. Ik ben daar zelf niet zo'n voorstander van. Ik denk dat we ook in Haarlem wel echt ook te maken hebben met een aantal uitwassen van de markt, die ook nu naar boven komen, omdat de fiscaliteit ook minder aantrekkelijk is voor marktpartijen. We proberen dat zo goed en zorgvuldig mogelijk op te lossen.

Maar je ziet ook mensen die dingen in het verleden niet goed hebben gedaan en nu tot de conclusie komen dat dat niet goed was en dat niet kunnen legaliseren. Dat is ook voor ons een lastige. De voorzitter: Dat levert u een interruptie op van de heer Bruch, VVD. De heer Bruch: Maar wethouder, ook hier geldt toch resultaten uit het verleden zijn geen garantie voor de toekomst? Dat kunnen we toch in de gaten houden en zeggen: we gaan het nog een keer proberen? Want het kan een hoop oplossen.

21

De voorzitter: De heer Roduner. Wethouder Roduner: Als het gaat ook over bijvoorbeeld kleine initiatieven, splitsen, volgens mij heeft de heer Krouwels nog de cijfers ook uitgevraagd. Er zijn de afgelopen jaren echt heel veel woningen ook via die manier nog toegevoegd. Dus ik geloof niet dat we kunnen zeggen dat de markt voor splitsen in Haarlem op slot staat. Integendeel, volgens mij is in meer dan de helft van de stad, twee derde van de stad, kun je splitsen vanaf 140 vierkante meter. Dus er is heel veel mogelijk. Ik zie dat er ook heel veel gebeurt. Ik zie ook wel het enige wat we volgens mij nu ook constateren, is dat er in het verleden ook dingen zijn gebeurd die bijvoorbeeld niet vergund zijn geweest. Waar je dan nu ook tegenaan loopt, met name die kleine initiatieven in die wijken. Ik denk dat dat de roze olifant is die we dan hier ook met elkaar moeten benoemen. Het grote vraagstuk. We hadden vandaag ook nog vragenuur van de Partij van de Arbeid. Het grote vraagstuk in deze stad is ook van met meer inwoners, met meer woningen, vaak ook meer auto's, want die woningen in Haarlem zijn hartstikke duur. En daar horen dan ook vaak banen bij die misschien niet in Haarlem zijn. Onze stad is inmiddels behoorlijk dichtgeslibd, ook met auto's. Daar hebben we ook maatregelen voor.

Dus we zijn ook wel terughoudend om nog meer woningen zomaar toe te voegen, zonder dat er is nagedacht over wat doen we met de auto? Dat proberen wij bij ontwikkelzones goed te doen en met ook een mobiliteitstransitie. En dat is in de bestaande stad soms echt moeilijker. Jouw Haarlem vraagt aandacht voor de sociale huur. We hebben hier ook een Rekenkamerrapport over gehad. Volgens mij hebben wij alle instrumenten uit de kast getrokken die er zijn en ook bevestigd, om sociale huur in Haarlem te realiseren. Bij de begroting heeft u weer extra geld beschikbaar gesteld voor een versnelde realisatiestimulans. Ik heb net nog weer wat verteld over een woningbouwimpuls bij het Beatrixplein, als het gaat over geld. Volgens mij gaat het goed. In de plancapaciteit zit 45 procent sociale huur. Dat is iets meer, want er wordt inderdaad altijd nog wat verkocht. We hebben ook nog een achterstand uit het verleden. Volgens mij liggen we hartstikke goed op koers om meer sociale huurwoningen in deze stad toe te voegen. Partij voor de Dieren vraagt om nog meer studentenwoningen. Daarvan is … De cijfers zeggen dat de studentenwoningen die we in het plan hadden, voordat u uw commissie inspraak had, dat we voldeden aan de Haarlemse behoefte. En dat als we meer zouden doen, we ook voor omliggende gemeentes zouden bouwen.

Bijvoorbeeld studenten die in Amsterdam studeren, daar geen woning kunnen vinden en dan in Haarlem komen. Naar aanleiding van de inspraakreactie hebben we toch die ambitie verhoogd met 100 woningen voor studenten. Maar ik zou niet heel veel meer doen, omdat op een gegeven moment gaan we ook echt wel de overloop vanuit Amsterdam faciliteren. De voorzitter: Dat levert u weer een interruptie op. Eerst de heer Van Leeuwen, Actiepartij. De heer Van Leeuwen: Dank u wel. We hebben daar ook eerder aandacht voor gevraagd, maar kun je nu niet juist met dat Friends concept, met inderdaad die borging dat dat bij corporaties gebeurt, in plaats van 20 woningen zeggen: we kunnen er misschien wel 50 doen . Want dan zetten we misschien ook 50 keer 2 mensen studerend of werkend of nog whatever, die zetten … Geven we de kans op een woning. De voorzitter: de heer Roduner. Wethouder Roduner: Even kijken, voor de nieuwbouw hebben we in ieder geval gezegd: laten we ook kijken of er onzelfstandige studentenwoningen kunnen komen. Dat is lastig te ontwikkelen, weten we met elkaar. Want dan is er geen recht op huurtoeslag. Dat betekent dat we ook moeten kijken naar weer misschien aparte subsidie van het Rijk. Die ambitie hebben we in ieder geval met DUO ook uitgesproken. Voor de bestaande voorraad hebben twee dingen.

We hebben bepaalde doelgroepen die we in de bestaande voorraad bij corporaties willen doen. En we hebben regulier woningzoekenden waar we een pilot voor gaan doen. Volgens

22

mij hebben we op die manier al best een aantal plekken waarin we proberen onzelfstandig wonen meer een plek te geven, maar het is niet altijd makkelijk. De voorzitter: Ik zag nog twee interrupties. Eerst mevrouw Van den Broek, Partij voor de Dieren. Mevrouw Van den Broek: Uit de inspraak bleek dat de SRA en InHolland die hebben het over 600 tot 800 studentenwoningen. En ik neem aan dat zij voor hun eigen Haarlemse studenten spreken en niet voor studenten uit Amsterdam. Hoe verklaart u het verschil tussen de prognose vanuit de gemeente en de prognose vanuit de onderwijsinstellingen? De voorzitter: De heer Roduner. Wethouder Roduner: Daar heb ik niet direct een verklaring voor. Ik weet ook niet of deze 600 studenten of die allemaal in Haarlem gaan wonen. Volgens mij moeten we wel met elkaar constateren dat er ook bij de Koepel behoorlijk wat bijkomt. Daar is al wat gebouwd, maar daar komt nog meer bij. Dus daar wordt ook wel echt een sprong gemaakt. Er komt bij de Zijlweg-West zone capaciteit bij. Dan doen we er nog weer 100 bij. In onze beleving is dat wel genoeg en zijn dat ook wel de cijfers die er zijn. De voorzitter: Er was nog een interruptie van de heer Smit, OPHaarlem. De heer Smit: Dank u wel, voorzitter. Mijnheer de wethouder, ik had u gevraagd of u bereid bent om een prognose af te geven voor het aantal sociale huurwoningen in 2040.

Als we dat van u krijgen, dan ben ik u zeer erkentelijk. De voorzitter: Mijnheer Roduner. Wethouder Roduner: Ik heb de cijfers niet uit mijn hoofd, maar we hebben 45 procent huurwoningen in de plancapaciteit staan. Dat is wat in de rapportage woningbouw ook staat. Dat moet u dan vermenigvuldigen met het aantal woningen en het huidige aantal erbij optellen en eventuele koop ervan aftrekken en dan hebben we de rekensom ongeveer. Maar het gaat in ieder geval over een substantiële stijging van het aantal sociale huurwoningen in Haarlem. De voorzitter: Een vervolgvraag, de heer Smit. De heer Smit: U kunt in dit programma alles benoemen. Ik zou graag willen dat u dat dan door uw mensen laat uitrekenen, zodat we dat ook kunnen zien en bijhouden. De voorzitter: Dat kunt u technisch uitvragen via de griffie, mijnheer Smit. Nee, een motie niet, want dan krijgt u ook het antwoord niet. Dat kunt u van tevoren via technische vragen uitvragen. Mevrouw Van Zetten, Hart voor Haarlem. Mevrouw Van Zetten: Daarop aanvullend. Er werden ontzettend veel sociale woningen ook via de particuliere sector verhuurd in Haarlem. Dat was al 30 procent. En wordt dat ook nog in een of ander cijfer meegenomen? Want de gemeente hoeft niet alles zelf te doen. De voorzitter: De heer Roduner.

23

Wethouder Roduner: We hadden ooit volgens mij zelfs 8 procent sociale huur in de particuliere sector, maar dat is echt heel hard aan het verdampen. En dat komt omdat er hoge huurprijzen worden gevraagd bij mutatie. Dat komt, omdat er wordt uitgepond. En dan zie je toch dat als het gaat over het borgen van echt de laag huren voor sociale huur, dat de corporatie langzamerhand de enige partij is die dat nog kan en wil doen. Ik denk dat dat ook de reden is dat we ook extra moeten inzetten om juist de corporaties een grotere voorraad te geven. Want daar doen zijn een hele hoop van onze Haarlemmers inmiddels op aangewezen. Het CDA heeft samen ook met vooral GroenLinks of in reactie of in aanvulling op GroenLinks. Wat kunnen we doen bij die tender voor wooncoöperaties bij Samen beter wonen? Ik denk een goed punt volgens mij van de insprekers van hebben wij de criteria wel goed scherp genoeg afgesteld bij de Zwemmerslaan? De Zwemmerslaan was onze eerste. Verspronckweg en Delftplein komen eraan. Laten we kijken wat dan de definitie daar is geweest en of we die niet scherper moeten maken bij de Verspronckweg. Daar gaan we naar kijken. Ik denk … De voorzitter: U heeft een interruptie van mevrouw Klazes, GroenLinks. Mevrouw Klazes: Dank u wel.

Bent u dan ook bereid om misschien iemand aan te stellen als een tenderbegeleider, om deze mensen wat meer te helpen en wat beter te ondersteunen, zoals ook wordt gevraagd in het initiatiefvoorstel? En gelijk maar even een tweede vraag. Bent u ook bereid om eventueel aan voorfinanciering te doen in de vorm van een lening, wat terugbetaald wordt op het moment bij realisatie? De voorzitter: Mijnheer Roduner. De heer Roduner: Dan kaats ik de bal toch een klein beetje terug. Want in de collegereactie op het initiatiefvoorstel hebben we gezegd: sorry, jongens, we vinden het een hartstikke mooi voorstel, maar we hebben geen capaciteit en geen geld. Het raadsvoorstel is volgens mij vastgesteld zonder dat u capaciteit of geld beschikbaar heeft gesteld. Dan leg ik hem ook wel een klein beetje bij de initiatiefnemers van dat voorstel. In dit plan hebben we een aantal acties opgenomen. De komende jaren gaan we wel degelijk acties … Die komen voort uit ook uw voorstel. Volgens mij proberen we dat binnen de bestaande capaciteit de nieuwe periode in te passen. Ik denk, bij de tender hebben we de verantwoordelijkheid ook wel heel erg gelegd bij de bij de tenderpartij. Er zijn professionele bouwers geweest. Bij de Zwemmerslaan was het HBB die uiteindelijk gewonnen heeft, maar ook andere partijen die daar wooncoöperaties hebben meegenomen in hun tender.

Dat was namelijk ook een eis om überhaupt mee te mogen doen. En we hebben iemand gehad die gecheckt heeft van is er voldoende begeleiding ook of ondersteuning vanuit de bouwpartij richting de wooncoöperaties? Op die manier hebben we het ook een beetje proberen bij de markt te leggen en bij de bouwende partijen, die verantwoordelijkheid. Ik vond dat niet per se een heel slecht model. Ik denk dat het ook een goed model is, omdat die twee partijen uiteindelijk ook gedurende die bouw en die ontwikkeling de komende jaren het met elkaar moeten rooien. De voorzitter: Dat levert een vervolgvraag van mevrouw Klazes op. Mevrouw Klazes: Dank u wel, voorzitter. Eens, een mooie vorm. Tegelijkertijd heb ik technische vraag gesteld hierover, in hoeverre die ondersteuning bestaat. Er wordt gezegd, het antwoord is: die ondersteuning is er die wordt medegefinancierd vanuit de 3 ton euro die vrij is gemaakt om de plannen uit het huisvestingsplan uit te kunnen voeren. Nu hoor ik zojuist van de inspreker dat er geen sprake van is. Dus daarom ook mijn vraag: is het mogelijk om dat wat gerichter te doen en dat geld wat beschikbaar is om die plannen uit te voeren, wat gerichter in te zetten en dat toe te kennen aan bijvoorbeeld een tenderbegeleider of iets dergelijks?

24

De voorzitter: Mijnheer Roduner. Wethouder Roduner: We hebben in het Volkshuisvestingsprogramma een aantal acties opgenomen. Hebben we ook wel gezegd: we wachten even op het Rijk. Volgens mij heeft u dat zelf ook geconstateerd of de inspreker. We wachten op het Rijk, want we kijken waar zij ook mee komen qua wat groter instrumentarium. We hebben een tender met ook een projectteam wat die tender uitzet en wat vragen beantwoordt. We hebben niet echt een tenderbegeleider, denk ik. In de zin van … We hebben een marktuitvraag. Dan is het ook denk ik aan de markt om te zorgen dat zij zich goed organiseren in die tender. En we moeten een beetje op gaan letten dat we onze eigen tenders gaan organiseren. Dat is, denk ik, ook niet helemaal zoals het moet. Ik wil best nog een keer kijken wat beter kan. Ik denk dat zo’n Verspronckweg of Delftplein echt interessant is om te kijken van wat kan beter? Volgens mij hebben we in ieder geval geconstateerd dat de voorwaarden scherper moeten. Ik weet nog niet zo goed hoe we moeten organiseren wat er dan in die tender anders moet, om dat te doen, zonder … Omdat ik ook een klein beetje huiverig ben dat wij het allemaal naar ons toe trekken. Dat ik denk, je vraagt, doet een tender juist om de markt aan te spreken en te zeggen: kom jij dan met je voorstel.

Daar moeten we nog even over nadenken wat daar is en daar is ook niet automatisch dan geld voor beschikbaar, zeg ik. U had ook nog een oproep voor circulair slopen. Daar hebben we laatst ook weer een convenant in gesloten in de MRA. Dat is denk ik goed nieuws. Trots doet een oproep tegen leegstaande panden. Weten we. Soms is dat voor sloop, nieuwbouw is het gerechtvaardigd, maar we hebben een Leegstandsverordening en dan komt … Er is ook weer een wetsvoorstel waarin we boetes kunnen gaan heffen of gaan opleggen of in ieder geval extra belasting kunnen gaan heffen op mensen die hun pand onnodig leeg laten staan. Dat is, denk ik, een goed instrument. U vraagt ook aandacht voor de woonwagens. Hart voor Haarlem, doorstroom heeft u het over, onder andere voor sociale huurwoningen, maar ook breder. Ik zeg altijd: we hebben altijd nog Samen beter wonen, waarin best wel mensen ook nog doorstromen die wat ouder zijn vanuit een sociale huurwoning. Er is weinig scheefwonen meer in een sociale huurwoning. Dat is, denk ik, het goede nieuws. En ik denk ook, de nieuwbouw die we doen is ook al gelijk helemaal geschikt voor ouderen. We hebben een aantal spelregels vastgesteld waarin die woningen gelijk ook bredere deuren hebben, een beter aanrecht. En dat helpt in ieder geval dat die woningen ook beschikbaar zijn voor een wat oudere doelgroep die wil doorstromen.

De voorzitter: Mevrouw Van Zetten heeft daar een interruptie op. Ga uw gang. Mevrouw Van Zetten: Ik vraag me af hoe u weet dat er weinig problemen zijn met scheefwonen. Want ik hoor toch wel van verschillende kanten dat er wel zeker een probleem …. Voor die mensen is het zelf natuurlijk geen probleem, dat begrijpt u ook. Die wonen fijn en goedkoop. Maar hoe constateert u dat? Waar heeft u die kennis vandaan? De voorzitter: Mijnheer Roduner. Wethouder Roduner: Die cijfers hebben we al jaren. Onze corporaties doen ook soms inkomensgewijze huurverhogingen. Ik denk dat het probleem inmiddels niet zozeer is dat mensen goedkoop scheefwonen, maar vooral duur scheefwonen. Dat ze te veel betalen voor hun woning. Daar zijn ook allemaal cijfers van, ook in de MRA, wat het aantal scheefwoners is in corporatiewoningen, maar ook wat het percentage scheefstand is de andere kant op. En inmiddels is volgens mij die andere kant een groter probleem aan het worden. Mensen betalen te veel voor een woning dan wat ze kunnen, maar dat is puur, omdat ze geen alternatief hebben. Daar moeten we woningen voor bijbouwen. OPH vraagt aandacht voor co-living. Dat zit volgens mij ook een beetje in wat we graag willen bij kamergewijze verhuur van studenten. En anders moeten we daar nog een keertje verder over praten. En ChristenUnie, heb ik al gezegd. Die plancapaciteit, kleine projecten. Als ze erg klein zijn,

25

kunnen ze een vergunning indienen. U komt steeds met de Delftlaan, die hebben we hier besproken. Die is volgens mij afgewezen, omdat de woningen niet goed waren, het parkeren niet goed geregeld was. Een hele hoop van ons beleid is afgewezen. Ik vind het lastig dat we maar hier blijven terugkomen, want het voelt ook wel een beetje dat ik denk: wat voor gesprek hebben we dan gehad met elkaar? Tenminste, ik wil best … Volgens mij, dat is de reden dat we het hebben afgewezen, om een hele hoop van het door u en de raad vastgestelde beleid. En soms kan een ontwikkeling ook niet. En ik denk niet dat deze stad te weinig ontwikkelingen heeft. En als ik u hoor, heeft u volgens mij nog met elkaar ook nog ideeën voor nog veel en veel en veel meer ontwikkeling. Mijn redenering is: we zijn bezig met 15.000 woningen, dat is 3.000 meer dan we moeten voor 2040. Daar hebben we onze handen vol aan. Volgens mij is het nu niet het moment om nu al hele grote gesprekken te voeren over duizenden en duizenden en duizenden woningen meer. De voorzitter: Tot zover de beantwoording van de wethouder op uw bijdragen. Ik kijk even naar rond of er behoefte is aan tweede termijn. De heer Bruch, VVD. De heer Bruch: Dank u wel. Ik ben wel benieuwd of de wethouder uit kan leggen waarom de Partij van de Arbeid en Jouw Haarlem met zulke heel verschillende cijfers komen voor wat er afgelopen jaar gebouwd is.

En ik zou willen zeggen: wees niet zo bang van de markt, want de markt kan ook een heleboel oplossen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bruch. Mijnheer Smit, OPHaarlem. De heer Smit: Een klein detail als het gaat om het programma. Op pagina 12 staat dat er tussen 2022 en 2024, die drie jaar, 2.931 woningen zijn toegevoegd, maar op pagina 13 wordt dat gespecificeerd tot een aantal van een 1.931. Er zit dus een duizendtal fout in. Het is met name de fout op pagina 12, geef ik even de wethouder mee. De voorzitter: Dank u wel. Anderen nog in eerste termijn, tweede termijn? Dan gaan we naar de heer Roduner. Wethouder Roduner: Ik ben niet bang voor de markt, maar ik denk wel dat we moeten opletten dat het niet een wildwestmarkt wordt. Waarin ook de huurder vooral of de koper de dupe is. We hebben natuurlijk een hele krappe woningmarkt. Mensen zijn bereid hele hoog bedragen te betalen en dat leidt dus ook tot die dure … Ik zie ook wel mensen die er misbruik van maken. Volgens mij omarmen we professionele marktpartijen die graag in deze stad actief willen zijn, ons willen helpen met de woningnood en waar we ook goede afspraken mee kunnen maken. Volgens mij zijn die altijd van harte welkom. Hebben we goede relaties mee.

Maar we zijn ook streng voor marktpartijen waarvan wij vinden dat die er alleen maar zijn om geld te verdienen en niets willen teruggeven aan Haarlem en er een beetje een potje van maken. De cijfers. Ik kan die cijfers van de heer Aynan niet helemaal reproduceren. In de rapportage woningbouw wordt gesproken over netto 364 sociale huurwoningen die zijn toegevoegd in 2024. Er is altijd discussie over wanneer is het pand afgebouwd en aangemeld bij het CBS? In welk jaar valt dat? Maar dat staat in de rapportage woningbouw. De voorzitter: Dank u wel. Nee, mijnheer Aynan, u heeft al uw tijd er doorheen gebrast. Brassen is negatief. U heeft al uw tijd nuttig gebruikt in uw eerste termijn en daarmee heeft u ruimschoots de tijd gehad. Anderen nog? Niet. Dan heb ik een aantal amendementen, moties gehoord. Het wordt sowieso een bespreekpunt in de gemeenteraad. Dan gaan we dat ook op die wijze agenderen voor de raad van 18 december en dan gaan we het daar met elkaar het erover hebben. Wellicht weer anderhalf uur, net zoals nu, maar dat gaan we op 18 december zien. In Beheer doen ze dat vaker inderdaad. Dan doen ze de commissie over. Nu mogen wij ook

26

een keer, ja hoor, gaat u vooral uw gang. Tot zover dit agendapunt 7. Zoals gezegd, we lopen ruim een half uur achter op de agenda. We gaan kijken hoever we komen. En de rest schuift door naar volgende week. 8.

Vaststellen Huisvestingsverordening Zuid-Kennemerland/ IJmond: Haarlem 2026

De voorzitter: Dan agendapunt 8, het vaststellen van de Huisvestingsverordening Zuid-Kennemerland, IJmond. Nog meer woningbouw, wat goed is, want dat hebben we ook hard nodig in Haarlem. En met de verordening wordt beoogd de betaalbare woningvoorraad rechtvaardig en evenwichtig over woningzoekenden te verdelen en de leefbaarheid te beschermen. Het ontwerpbesluit van de raad wordt voorgesteld om dat vast te stellen en daarmee dus ook de Huisvestingsverordening voor 2026 vast te stellen. U geeft advies aan de raad. Wie mag ik hierover het woord geven? Mevrouw Oudshoorn, D66. Mevrouw Oudshoorn: Dank u wel, voorzitter. Ik ga door waar ik gebleven was, bij het splitsen. De woningnood is groot, onze huizen zijn groot, maar onze huishoudens worden steeds kleiner. En in het landelijk programma van GroenLinks/ Partij van de Arbeid wil men daarom splitsen stimuleren onder het motto sneller bouwen. Ook het landelijke verkiezingsprogramma van de VVD zet in op splitsen. Net als de ChristenUnie en de Partij voor de Dieren. En het CDA gaat de ruimte in de bestaande woningvoorraad zelfs maximaal benutten door te splitsen. Kortom, ik tel hier ook als ik dan naar die landelijke partijen kijk, in deze gemeenteraad een grote meerderheid voor verstandig splitsen. En voorzitter, de beantwoording van onze motie over maak meer woning vorming mogelijk, die staat vandaag ook op de agenda.

En in die beantwoording zien wij twee aanleidingen om het beleid omtrent splitsen aan te passen en dan wel verstandig splitsen. Dus splitsen zonder dat er betaalbare eengezinswoningen verloren gaan en splitsen zonder dat de druk op de openbare ruimte onevenredig toeneemt. Daarom is D66 voornemens twee amendementen in te dienen. De voorzitter: U heeft een interruptie van mevrouw Van den Broek, Partij voor de Dieren. Mevrouw Van den Broek: Goed om te horen dat D66 niet wil dat de druk op de openbare ruimte toeneemt, maar betekent dat dan dat D66 ook bereid is om mensen die in een gesplitste woning gaan wonen uit te sluiten van parkeervergunningen of nog wat strenger parkeerbeleid te gaan voeren? Want anders wordt het … Dan ontkom je er niet aan dat die druk toch op het openbare gaat toenemen. De voorzitter: Mevrouw Oudshoorn. Mevrouw Oudshoorn: Ik stel voor dat u even afwacht waar wij mee komen, want met die voorstellen die we nu hebben valt dat sowieso wel mee. Dat neemt niet weg dat ik bij het volgende debat en hopelijk ook in de volgende periode, enorm opensta voor het verder beperken van de parkeerrechten van mensen die een woning nodig hebben, maar niet per se een parkeerplaats.

Dus ik zou zeggen: als we weer over het parkeerbeleid spreken en zeker nu we het parkeren gaan reguleren in een heel groot deel van de stad, zie ik absoluut kansen om daar meer mensen wel een woning te geven, maar geen parkeervergunning. De voorzitter: Mevrouw Van den Broek, ook u heeft nog een aantal onderwerpen te gaan, maar het is aan u. Ga uw gang.

27

Mevrouw Van den Broek: Ik wil u alleen maar zeggen dat ik het een hele positieve ontwikkeling vind van D66. De voorzitter: Mevrouw Oudshoorn, gaat u verder. Mevrouw Oudshoorn: Laten we die positieve sfeer er dan inhouden. Want wij zijn dus voornemens om op twee punten amendementen in te dienen. En die komen volgende week ook naar u toe. Dan kunt u dat rustig tot zich nemen voor de raad. Het eerste punt is dat er in een deel van de stad nu helemaal niet gesplitst mag worden, in het centrum en een aantal wijken daaromheen. Maar in die wijken zijn nog wel een aantal hele grote panden. Dat wil zeggen panden van meer dan 250 vierkante meter. Die mag je nu dus ook niet splitsen. Dat betekent dat je daar niet meerdere appartementen in kunt maken. Dat vindt D66 een enorm gemiste kans, want die woningen hebben wat ons betreft geen functie in de woningmarkt. Een eengezinswoning van meer dan 250 vierkante meter, ongelooflijk duur als je dat zou verkopen of verhuren. En ook in de beantwoording van de motie, leest u die vooral, ziet u dat ook de ambtenaren daar goed naar gekeken hebben. Dat zou wat ons betreft dus kansen bieden om één hele specifieke uitzondering te maken in gebied 1, die panden groter dan 250 vierkante meter, om daar wel toe te staan dat daar appartementen in worden gemaakt. De voorzitter: Mijnheer Amand, Trots. Een interruptie. De heer Amand: Dank u, voorzitter.

Gaat u ook appartementen, net als in Amsterdam, vanaf 30 vierkante meter honoreren? De voorzitter: Mevrouw Oudshoorn. Mevrouw Oudshoorn: U kent mij allemaal als een voorstander van klein en duurzaam wonen, maar nee, dat is niet wat wij nu gaan voorstellen. Maar dat brengt mij wel meteen met een mooi bruggetje naar het tweede amendement wat wij overwegen. Want als raad hebben wij ooit besloten dat als je een woning in Haarlem gaat splitsen naar meerdere appartementen, dat er dan altijd één appartement 80 vierkante meter moet zijn en de rest 50. Die 80 vierkante meter dat vinden wij onverstandig, want voor wie bouwen we dat? Eengezinswoningen tot 140 vierkante meter die beschermen we, die splitsen we niet. Daar wonen de gezinnen. Als je dan toch gaat splitsen, is het heel onlogisch om daar 80 vierkante meter af te dwingen. Te groot en te duur voor veel een- en tweepersoonshuishoudens. Dus wat ons betreft, gaan we stadsbreed af van die 80. Dat betekent nog steeds dat alle woningen die gesplitst worden, gesplitst moeten worden naar appartementen van minimaal 50. Dat zijn onze voorstellen en die komen naar u toe. De voorzitter: Dat levert nog een interruptie op van de heer Amand, Trots. De heer Amand: Dank u wel, voorzitter. Ik blijf toch steeds de vraag maar stellen. We hebben in HaarlemNoord die appartementen leegstaan van 35 vierkante meter. Daar woont niemand in.

Prachtige appartementen. Gaat u daar ook nog wat aan doen? Gaat u die mensen nog helpen of zoek het maar uit? De voorzitter: Mevrouw Oudshoorn. Mevrouw Oudshoorn: Ik zie met veel plezier uw voorstellen van Trots, die ongetwijfeld fantastisch zijn, tegemoet en dan gaan we ons daarover buigen. De voorzitter: Een bespreekpunt wordt het toch al, dus alle ruimte. Mijnheer Van Leeuwen, Actiepartij.

28

De heer Van Leeuwen: Dank u wel, voorzitter. Wat zouden dan die lokale partijen van dat voorstel van D66 vinden? Want de landelijke weten we nu al. Ga ik u zo vertellen. Allereerst denk ik dat het goed is dat we de uitgangspunten die we altijd hebben gehad in deze raad, over leefbare wijken, moeten volhouden en daarom ook zuinig moeten zijn op splitsen of voorzichtig. Maar inderdaad, mevrouw Oudshoorn maakt natuurlijk twee hele terechte uitzonderingen. En wij overwegen die ook wel met haar te steunen of mede in te dienen. Wie weet. Er zit één ding ons dwars. En dat is dat we ook de afgelopen tien jaar, de heer Bruch zei daar net ook al iets over, maar dat ging nog van langer geleden, dat er woningen bouwkundig zijn gesplitst. Ik moet zeggen met een omgevingsvergunning zijn gerealiseerd, maar niet juridisch zijn gesplitst. Moet dat dan? Het mocht in het verleden wel en als ik het goed begrijp, was het argument als je een volkshuisvestelijk argument had om het niet te willen, kon je er nog voorliggen. Nu hebben we die bekende 50 vierkante meter. Volgens mij is er een categorie particulieren met woningen die ze verhuren onder de 50 vierkante meter. Die straks nu niet mogen splitsen en straks één ding gaan doen, namelijk de wandjes ertussenuit halen en dan twee woningen samenvoegen. Dan zijn we twee betaalbare of middel dure huurwoningen kwijt en dan mogen ze wel splitsen.

En ik denk niet dat dat onze doelstelling is. Ik vraag daar aandacht voor aan de wethouder. Kunt u daar toch nog eens goed naar kijken? Het gaat, denk ik, om enkele panden. Tot zover. De voorzitter: Mijnheer Heinis, Partij van de Arbeid, gaat u verder. De heer Heinis: Dank u wel, voorzitter. Wij kunnen ons heel goed vinden in de voorstellen in deze Huisvestingsverordening. En voor één punt nog even aandacht. Want het is denk ik heel goed dat de lokale voorrang mogelijk wordt. Dat als je een binding hebt met Haarlem, dat je dan voorrang kan krijgen op een middel dure huurwoning of een betaalbare koopwoning. Maar het wordt mogelijk, het is een kanbepaling, dus we kunnen het gaan doen, maar het betekent niet dat we het ook gaan doen. Er worden plannen gemaakt, ook in de regio, maar hoe kunnen we dat nu een zetje geven? Dat is een vraag aan de wethouder. Want als het aan ons ligt, voeren we dat zo snel mogelijk in. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Heinis. Anderen? Mijnheer Bruch, VVD. De heer Bruch: Ja, kort. Wij sluiten ons aan bij het betoog van D66. We wachten met spanning op de amendementen. En ook de oproep van de heer Van Leeuwen die steunen wij. Kijk er nog eens naar, want wij hebben van diverse partijen gehoord dat het weleens om 1.000 woningen zou kunnen gaan. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Visser, ChristenUnie.

De heer Visser: Voorzitter, wij blijven van mening dat de opkoopbescherming in Haarlem te ver is doorgevoerd en dat die versoepeld moet worden, maar daar is nu geen meerderheid voor. Ten tweede zijn wij zeer benieuwd naar de amendementen van D66. Wij denken dat we die gaan steunen. En ten derde wil ik de wethouder vragen om nog eens goed naar alle verwijzingen te kijken. Ik zag toch regelmatig verwijzingen naar artikel 2.1.1 onder en dan volgt er een sub, d en e. Maar dan stond niet bij lid 1 onderdeel d en e. Dat ging regelmatig fout. Dus graag alle verwijzingen in de verordening nog checken. De voorzitter: Dank u wel. Anderen? Mevrouw Klazes, GroenLinks. Mevrouw Klazes: Ik heb die vraag bij het vorige stuk al gesteld, maar ik zie hem hier weer terugkomen. De vraag is: hoe houdt de raad grip op het Volkshuisvestingsbeleid bij het ingaan van de Wet versterking Volkshuisvestingsprogramma. Want er gaat meer verantwoordelijkheid naar het college en dan gaat er wat verantwoordelijkheid af van de raad. Een vraag aan de wethouder.

29

De voorzitter: Dank u wel. Anderen? Niet. Dan gaan we naar de heer Roduner. Wethouder Roduner: En mevrouw Klazes stelt een vraag die ik net al had moeten beantwoorden. Dit is nu nog geen Omgevingsprogramma onder de nieuwe Omgevingswet. Het nieuwe Volkshuisvestingsprogramma, als dat wordt, wordt het een Omgevingsprogramma. Dat is een collegebevoegdheid, -verantwoordelijkheid. Maar we hebben met elkaar afgesproken dat we dat doen hier onder de zware voorhang, om u toch in positie te houden. Dat is de afspraak die we voor alle Omgevingsprogramma's hebben gemaakt. Dan komt die langs. ChristenUnie, die cijfers gaan we checken. D66, ik wacht ook de moties af. We hebben u uitgebreid beantwoord volgens mij. Dat zijn twee punten die ook in de beantwoording stonden. Die panden dus 250 en 50 vierkante meter in gebied 1 en de 80. De 80 is volgens mij door de raad er zelf in geamendeerd. Ik ben benieuwd wat u daarvan vindt in deze nieuwe raad. En Actiepartij. Kadastraal splitsen hebben we vorige commissiebehandeling ook een gesprek over gehad. Kadastraal splitsen onder de 50 vierkante meter mag al 10 jaar niet in Haarlem. En de reden, 10 jaar lang zit deze regel in onze Huisvestingsverordening. Ik vind het lastig dat we daar … We zitten nu in een situatie dat er heel veel partijen willen uitponden, van hun particuliere huurwoning af willen, om daar een koopwoning van te maken.

Ik zou er volkshuisvestelijk niet voorstander van zijn dat we ook echt allemaal nog extra ruimte gaan bieden. Ik weet niet of de heer Bruch gelijk heeft met zijn 1.000 woningen, maar als dat uiteindelijk de impact zou zijn, dat we zeggen: zoveel woningen. Dan zijn we heel veel schaarse particuliere huurwoningen aan het liberaliseren. Dat zou niet mijn voorkeur hebben, maar ik weet ook niet zo goed over hoeveel woningen het gaat. Het is ook een lastige discussie daarin. Het is in ieder geval wat al heel lang ja voor de marktpartijen duidelijk is. Ik vind het ook lastig dat het dan vanwege fiscaliteit nu opeens naar boven komt. Dat was hem, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Roduner, voor uw reactie. Anderen nog daarop? Mijnheer Heinis, Partij van de Arbeid. De heer Heinis: Nog een vraag over hoe we die lokale voorrang nu kunnen bevorderen. En ik vergat zelf ook iets. We hadden een motie over voorrang voor samenwoners. Daar wordt ook iets voor mogelijk gemaakt in de Huisvestingsverordening. Daar ben ik heel blij mee met hoe de motie is opgevolgd. De voorzitter: Mijnheer Roduner. Wethouder Roduner: Voor sociale huurwoningen kunnen we het regelen bij Woonservice. Dat gesprek loopt al, omdat we het ook regionaal hebben gedaan. Voor middel duur moet ik het antwoord nog even schuldig blijven. Dat wordt nu getypt. Laat ik dat technisch naar u toe komen.

De voorzitter: Helder, dank u wel. Dan komen er amendementen aan vanuit D66, waardoor het een bespreekpunt wordt. Ook dit bespreekpunt gaat door naar de raad van 18 december. En daarmee sluiten we ook agendapunt 8 af. En er waren drie moties verbonden, hoor ik nu net aan mijn linkerzijde, aan deze Huisvestingsverordening. Even kijken, kan ik die zo zien? Nee, die staan ook niet online. Dat maakt het nogal lastig. Welke moties dan? Goed, ik ga daar nu niet naar zoeken, want dat is onrustig. Helemaal onderaan staan moties. Afdoening motie Begin met een huis, dus laat het gezin niet bungelen in de opvang. Voorrang voor samenwoners die twee woningen achterlaten en maak meer woningen mogelijk. Drie moties. Ik zie zo niet van wie ze zijn, et cetera. Maar als iemand ze herkent. Ik herken … De heer Heinis herkent er een, zie ik. Mevrouw Oudshoorn herkent er ook een. Mijnheer Heinis zelfs twee. Zijn ze daarmee afgedaan? Ja, ook ja. Kijk, zo komen we er. Drie motie afgedaan. Kunnen weer van de actielijst af. Fantastisch, dat ruimt op. Daarmee sluiten we toch echt agendapunt 8 af. Dank u wel voor het melden daarvan. Dank voor agendapunt 8.

30

9.

Vaststellen Nota Dak - dakopbouwen De voorzitter: Dan gaan we naar het volgende agendapunt, ook over woningen, maar nu gaan we het hebben over de Nota Dak en de dakopbouwen. Een overzichtelijk beleidskader dat de keus voor verschillende hoofdtypen dakopbouwen onderbouwt, dat eenduidige regels stelt aan uiterlijke kenmerken van dakopbouwen per hoofdtype. Dat leidt tot verbetering van ruimtelijke kwaliteit, tot een verbeterende dienstverlening door een snellere vergunning afhandeling en tot efficiëntere inzet van ambtelijke capaciteit. Wie wil dat nu niet? Het ontwerpbesluit luidt dat de Nota te wijzigen is voor dakopbouwen. Bijlage A beoordelingsregels, toewijzing typen dakopbouw en de bouwmogelijkheid voor dakopbouwen uit het Omgevingsplan te verwijderen bij ensembles in bezit bij woningcorporaties en particulieren, voor de adressen opgenomen in bijlage d. U geeft hier ook weer advies aan de gemeenteraad over de behandeling aldaar. Wie mag ik hierover het woord geven? Mevrouw Verhoeff, Partij van de Arbeid. Ga uw gang. Mevrouw Verhoeff: Dank u wel, voorzitter. Wij zijn heel blij met deze Nota dakopbouwen. En vooral als je dit gelezen hebt en je fietst nog eens door de stad, dan zie je inderdaad heel veel voorbeelden van hadden we dat niet beter kunnen doen? Terwijl ik ook weet dat jaren geleden die petjes als verbetering werden voorgesteld.

Laten we dan dit ook goed monitoren of dit dan wel de oplossing is die wij met zijn allen nu als mooi voorbeeld voor ons zien. Wethouder, probeer dit zo snel mogelijk door te voeren. Er zat nog wel een vraag in en ik heb lang getwijfeld: is het nu technisch? Nee, het is politiek. Er wordt heel slim opgemerkt dat een aantal zaken, dat wordt even als een soort vermelding in het stuk gezet, een aantal beeldbepalende ensembles van kleinere particuliere woningen worden uitgezonderd van dakopbouw. In tegenstelling tot wat nu door het Omgevingsplan of het oude bestemmingsplan mogelijk is. Dat begrijpen wij. Maar de mogelijkheid voor nieuwe dakopbouwen weg te halen bij ensembles in bezit van woningbouwcorporaties. Daar wordt ook aangegeven van dit gaat verrommeling tegen en beschermt de voorraad betaalbare woningen in Haarlem. Wethouder, hebben we hiermee niet ook de mogelijkheid weggehaald om ook een keer een laagje erop te zetten? Wat volgens mij nooit verrommeling is, maar altijd een eenheid is. Het gaat met name namelijk over woningbouwcorporatiewoningen. Het kan ook zo zijn dat ondertussen, maar dat staat dus niet in de notitie, gebleken is dat dit echt niet kan. Dat het logisch is dat je het eraf haalt. En om het argument wat gebruikt wordt om naast verrommeling, om te zorgen dat de hoeveelheid betaalbare woningen beschermd wordt. Die begrijpen wij helemaal niet.

Misschien heeft u in uw hoofd wel een hele goede reden, dan horen we die graag. We gaan zeker voor deze Nota stemmen. Maar dit is echt iets van waar komt dit vandaan? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Verhoeff. Mevrouw Oppenhuis, CDA. Mevrouw Oppenhuis: Dank u wel, voorzitter. Het CDA die geeft altijd aan, verrommeling dat schiet niet op. Wij willen graag dat het wat duidelijker, mooier wordt in Haarlem, want Haarlem is een mooie stad. Maar wij vinden wel dat het mogelijk moet blijven om maatwerk te regelen. Vooral als een dakopbouw te klein is, goed past bij de omgeving geen schade doet aan het uiterlijk van historische panden en helpt om een woning beter te maken. Wij zullen zeker meestemmen met dit plan, maar wij hebben toch een kleine kanttekening. Want wij willen graag voorkomen dat de strikte harde regel onnodig goede plannen blokkeert. Samen met VVD, D66, Hart voor Haarlem en OPHaarlem hebben wij eerder vragen gesteld over de Lange Boogaardstraat, waar veel dakopbouwen eerder wel goedgekeurd waren, maar nu is een aanvraag afgewezen, terwijl het echt ging om een kleine, nette opbouw op een monumentaal pand. Bewoners verdienen een eerlijk en begrijpelijk antwoord. Maar wij benoemen dit vooral, om aan te geven dat maatwerk belangrijk is en blijft bij vergunningsaanvragen.

Het is goed om te kijken voor de eenheid en dit zo veel mogelijk vast te houden, maar zorg ervoor dat er … Zorg er niet voor dat er met een kokervisie wordt gekeken, omdat dit toevallig niet in het

31

Nota Dak en dakopbouwen staat. Het CDA vraagt het college om maatwerk mogelijk te maken, zeker op plekken waar al een afwisselend daklandschap is. Kleine goed passende dakopbouwen niet standaard af te wijzen, ook niet op monumenten, zolang het uiterlijk niet wordt aangetast. En de regels zo toe te passen dat ze het dagelijks leven van bewoners helpen in plaats van moeilijker maken, want zo zorgen we voor een leefbare stad en voor woningen die met hun tijd meegaan. Dank u wel. De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Terol, VVD. De heer Terol: Dank, voorzitter. Ik hoor mevrouw Oppenhuis pleiten voor maatwerk, maar ook pleiten om te kijken of die dakopbouwen gerealiseerd kunnen worden op woningen. Hoe kijkt mevrouw Oppenhuis dan naar het inperken van de bouwrechten op de orde twee panden van dakopbouw? De voorzitter: mevrouw Oppenhuis. Mevrouw Oppenhuis: Wij zeggen vooral: dit stuk is een goed stuk, maar blijf kijken naar maatwerk. Dus ook daarin. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Terol. De heer Terol: Dank, voorzitter. Een vervolgvraag. Bent u het dan eens met het inperken van de bouwrechten op deze woningen? Mevrouw Oppenhuis: Maatwerk houdt in, soms wel soms niet. De voorzitter: Mevrouw Van den Broek, uw termijn? Nee, de termijn van mevrouw Oppenhuis is al ruimschoots voorbij. Mijnheer Terol was ook al klaar, buiten de termijn.

Die had de laatste seconden te pakken. Termijn, wie mag ik … Mijnheer Smit, OPHaarlem. De heer Smit: Na een uitgebreide dialoog over technische vragen, waarbij ik zeer goed geholpen ben, de constatering dat wij begrijpen waarom orde twee huizen grote beperkingen hebben ten aanzien van het kunnen maken van een dakopbouw. Want soms zit het ook in een beschermd stadsgebied, zoals in de Bomenbuurt met de wijk van Pré Wonen. En dan moet je wel erg voorzichtig zijn. Wat ons treft overigens in die orde twee huizen of in ieder geval de lijst, is dat er ook wordt afgewogen of er wel een opbouw op mag, vanwege het feit dat dan het pand minder kopers trekt in de markt. En dat vinden wij wel heel discutabel. Geachte wethouder, is dat inderdaad zo? Kan dat niet leiden tot ook weer een willekeur, die u niet bedoelt, bij het wegen van dat aspect? En daar sluiten wij ons een beetje aan bij de PvdA. Het is jarenlang rampzalig misgegaan, mede doordat de ambtelijke organisatie te veel dingen denk ik heeft toegestaan en nu daar heel wijs op terugkomt. Maar dat is dan de eerste keer in ongeveer 45, 50 jaar, want het is echt, er is wat rommel op huizen gezet. En wij zouden willen dat de wethouder … In 1975. De voorzitter: Mijnheer Smit, uw tijd is al voorbij. De heer Smit: Eén vraag.

Kan de wethouder toezeggen dat er komende jaren mee wordt gelopen in de effectmeting van de ambtelijke behandeling van de dakopbouwen? Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Anderen? Mijnheer Terol, VVD.

32

De heer Terol: Dank, voorzitter. Zoals tijdens de vorige commissie besproken, steunen we de wens van het college om de dakopbouwvarianten te versimpelen. Echter blijven we het oneens met het voornemen om bij 130 panden met een orde twee status de bouwrechten in te perken. Als een vergunningsaanvraag voldoet aan het Omgevingsplan, moet de vergunning wat de VVD betreft worden verleend. Het feit dat dit een woning duurder maakt, is wat de VVD betreft geen reden om de vrijheid van een huiseigenaar in te perken. En de argumentatie van het college is bijzonder, voorzitter, want in de afdoening van de motie om woning splitsen makkelijker te maken, heeft de wethouder aangegeven niet coulanter om te willen gaan met het splitsen van woningen, omdat dit de kleine voorraad dure woningen in gevaar brengt. En nu, voorzitter, pleit dezelfde wethouder ervoor om bouwrechten voor een dakopbouw in te perken om woningen betaalbaar te houden. Het is ons niet duidelijk welke koers de wethouder wil varen, maar wat de VVD betreft is het inperken van de vrijheid van 130 huiseigenaren niet de juiste. De voorzitter: Dan gaan we door naar de heer Procee, OPHaarlem, excuus, Fractie Procee. De heer Procee: Dank u wel. Om het nog verwarrender te maken. Ik heb ooit meegestemd met een motie van Forum voor Democratie en daar spijt van gekregen.

Die ging over het, dacht ik, zorgvuldig nadenken over de architectuur in Haarlem. En dat is altijd verstandig, vond ik. Maar uiteindelijk bleek het meer te gaan om een pleidooi voor de Anton Pieckisering van de stad. En nu blijkt het college met zo'n voorstel te komen. En dat is ook weer niet helemaal de bedoeling, denk ik. Er komen zeer beperkte mogelijkheden voor huiseigenaren of de mogelijkheden voor huiseigenaar worden ernstig beperkt. Te beperkt, denk ik. En zoals mijn buurman Bruch al eerder vanavond zei: Haarlem moet niet alles willen sturen en dichtregelen. En dat geldt misschien hier ook wel bij. Want dit beleid wordt aangepast met een beroep op ruimtelijke kwaliteit, maar dat kan ook op andere manieren. Er kan ook op andere manieren gelet worden op de ruimtelijke kwaliteit. Want de verrommeling daar is natuurlijk iedereen of laat ik niet voor iedereen spreken, daar ben ik ook op tegen. Er wordt geschermd met de Adviescommissie omgevingskwaliteit. Die zou positief adviseren. Dat is ook niet onwaar, maar tegelijkertijd is het positieve dat de Adviescommissie omgevingskwaliteit, is dat het stuk wel aardig geschreven is. Wat ook niet slecht is. Maar misschien niet wat je van deze adviescommissie wil. Daarnaast dat er een helder schema is. Wat er niet is gevraagd, is wat dit beleid nu gaat betekenen voor de omgevingskwaliteit en voor de ruimtelijke kwaliteit.

Dat mist in dat advies. En dan zie je ook, de ruimtelijke kwaliteit is meer dan op elkaar aansluitende stenen en elementen. Het zit ook in de vorm, in de grootte, in de schaal, in verhoudingen. Contrast kan ook positief werken. Zie in de Nota bijvoorbeeld het gebouw van de levensverzekering aan de Kruisweg. Daar is een verdieping opgezet en dat wordt als positief voorbeeld gezien, maar je ziet direct dat de verhoudingen van het gebouw ernstig veranderd zijn. En dat kun je dus mooi aansluitend maken, maar tegelijkertijd de architectonische waarde kun je daar wel degelijk betogen dat dat daarmee is aangetast. En wat is nu de onderbouwing? Waarom moet het nu zo volgens het college? Een, we zijn al bezig. Twee, we zorgen voor betere ruimtelijke kwaliteit, betere dienstverlening en minder ambtelijke inzet. En drie, de Adviescommissie Omgevingskwaliteit adviseert positief. Die hebben we net gehad. Wat overblijft, is dat er minder ambtelijke inzet nodig is. Dat lijkt het belangrijkste deel van de onderbouwing. En zo komen we uit dat het nodig is om de mogelijkheden voor huiseigenaren ernstig te beperken, vanwege de beperkte uitvoeringskracht bij de gemeente. Een soort Trabantisering van Haarlem. Dan missen er nog twee punten in dit stuk. De aandacht voor duurzaamheid.

Door alles met bakstenen op te hogen, terwijl je ook met hout zou kunnen bouwen, terwijl je ook ontwikkeling zou kunnen toestaan in Haarlem, mis je een kans om duurzamer te gaan werken. En daarnaast wat er mist, is een goede participatie. Een van de indieners van zienswijzen heeft als antwoord op de zienswijze te horen gekregen dat deze persoon uitgenodigd zou worden om ook in te spreken en op tijd voor de raadsvergadering zou worden uitgenodigd. Dat is niet gebeurd. Ik kon gisteravond deze persoon melden dat vandaag de bespreking is. Daar is in het proces ook nog wat misgegaan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16419408/1