Transcript Commissie Ontwikkeling 28 augustus 2025
Tekst van het document
Mevrouw Klazes: Een procesvoorstel, die volgens mij alle problemen oplost en ook recht doet aan de deskundigheid van de ambtenaren die hier hard hebben zitten werken. Ik hoor hier een aantal verschillende
33
ideeën. Kunnen we dat niet echt op papier zetten, allemaal het idee even indienen en dan een beargumenteerde afwijzing. Want daar zal het waarschijnlijk op neerkomen, van de ambtenaren, waar wij mee kunnen leven. Ook een gesprek? Willen we ook een gesprek nog? Nee, toch? De voorzitter: Volgens mij is dat dezelfde conclusie als de wethouder en ik ook wel trokken. Er wordt nog één sessie georganiseerd, waarbij er … Ik ben voor u bezig. Er wordt nog één gesprek georganiseerd, waarbij dan de vragen worden beantwoord, waarbij er ingezoomd wordt op wat hier dan vanavond wordt gezegd. Dat kan nog voorbereid worden door de organisatie. Moeten we een datum voor zoeken, wanneer die datum is gaan we even achteraan. En daar kunnen we dan inzoomen op deze zaken, zodat dat dat uiteindelijk dan wel tot consensus dan wel tot afweging, dan wel tot meer duidelijkheid bij u leidt over de vragen die u heeft. Zodat er uiteindelijk een uitwerking komt die ook gedragen wordt door u en niet nogmaals tot een nieuwe reeks vragen en onbegrip leidt. Want dan komen we inderdaad niet met elkaar verder. Dat gezegd hebbende, gaan we op zoek naar een datum, gaan we in conclaaf met de organisatie, hoelang zij daarvoor nodig hebben om dat ook voor te bereiden. En komen we daarop bij u terug.
Daarmee wil ik het nu niet gelijk helemaal doodslaan, maar wethouder, wellicht heeft u nog een aantal punten die u toch nog terug wilt geven voor vanavond? Wethouder Roduner: Nee, volgens mij … De VVD spreekt een duidelijke voorkeur uit voor de grote P&Rvariant. Het college is daar geen voorstander van. We hebben in ieder geval gekozen, we stellen voor die andere variant, omdat dat ongeveer is wat het nu is. En we zien eigenlijk dat de P&R nu niet zo functioneert zoals we zouden willen. Om daar nu heel veel ruimte voor te creëren. Misschien dat er ook wel mogelijkheden zijn verder op de lijn. In de hele as tussen Amsterdam en Haarlem. Maar het is een beetje raar om … Hij wordt op dit moment gebruikt door mensen uit Haarlem die dan hun auto parkeren en dan in de trein naar Amsterdam stappen of mensen uit Alkmaar die hier hun auto parkeren, naar Amsterdam gaan. Wij zijn niet een P&R van Amsterdam. Dat is niet de bedoeling dat we een P&R voor Amsterdam bouwen. Tenminste, dat zie ik niet als onze verantwoordelijkheid. Dat was hem denk ik wel. En de stadsbouwmeester kijkt kritisch mee. Vindt dit een interessant project. Die kijkt nog even hoe zij haar tijd gaat verdelen, maar kijkt ook hier naar mee met haar expertise. De voorzitter: Helder. Daarmee is het onderwerp niet af. Daarmee komen we dus terug met een sessie, waar dan ook wel even tijd voor uitgetrokken wordt.
Dus minimaal anderhalf uur misschien wel twee uur, waar met u dat gesprek wordt gevoerd. Misschien moeten we dat ook wel op thema gaan inrichten of iets dat … Heel veel uitloop hebben, want als u dit allemaal helemaal door wil akkeren met de ambtenaren, dan is daar wel even tijd voor nodig. Het zijn drie onderwerpen, maar ik heb inmiddels, ik denk, zes varianten voor tunnels al gehoord met zes verschillende opties. En als u dat allemaal wilt bespreken met de ambtenaren, is daar wel even tijd voor nodig. We gaan door, want … U wilt er nog meer over zeggen, mijnheer Aynan? We gaan gewoon door. De heer Aynan: Zeker, voorzitter, want er zijn een aantal opmerkingen gemaakt richting de commissie dat we geen wethouder zijn, geen baas zijn, wel het hoogste orgaan. En ik wil graag aan de wethouder vragen: betekent deze toezegging dat er een stap op de plaats wordt gemaakt tot die technische sessie? De voorzitter: Een pas op de plaats wordt gemaakt. Dat heeft de wethouder al gezegd, want hij heeft al gezegd … Hij mag het zelf ook zeggen, maar hij heeft al gezegd, dat is wat ik u teruggeef, dat het geen zin heeft om nu door te gaan en met hetzelfde stuk terug te komen, dan wel met de uitwerking. Hij heeft al gezegd, toegezegd zelfs, dat er een sessie komt en dat die uitwerking mee wordt genomen in het vervolg.
Maar als u daadwerkelijk wil dat de wethouder het zegt, dan kan de wethouder dat ongetwijfeld zeggen.
34
Wethouder Roduner: Het college is overtuigd dat de dingen … We hebben hier wat langer de tijd voor gehad. We hebben hier wat langer met de ambtenaren over gepraat. Veel discussie over gehad. Ook vergelijkbare vragen gesteld als u nu stelt natuurlijk. Wij zijn er in ieder geval van overtuigd dat deze variant goed haalbaar is en tot het gewenste ambitieniveau kan leiden. Ik zie ook niet heel veel aanleiding om nu te zeggen: ik denk dat dat echt niet klopt en we trekken het hele plan in. Volgens mij kunnen zij verder met het verder uitwerken van het masterplan. Ik heb wel gezegd: volgens mij heeft het niet heel veel zin om hier een masterplan te bespreken als u uw vragen niet heeft kunnen stellen en goed antwoord heeft gehad, want dan krijgen we ze weer en dan hebben we weer een vergelijkbare discussie. Dan komen we in de bestuurlijke besluitvorming niet verder. Laten we zo snel mogelijk een technische sessie met elkaar proberen te plannen, waar we wat langer de tijd voor hebben om in ieder geval die twee onderwerpen die nog echt zwaar zijn, het woonmilieu, de fietsverbinding, om die met elkaar echt even beet te pakken en daar kijken of we daar met elkaar het vertrouwen hebben van het plan wat er ligt is eigenlijk wel een goed plan. De voorzitter: Dank. Mijnheer Aynan, gaan we weer terug. De heer Aynan: Voorzitter, dit is precies wat ik bedoel.
Zegt de wethouder nu dat er inderdaad geen pas op de plaats wordt gemaakt en dat er eigenlijk hoe dan ook toegewerkt wordt naar variant B? Want dat is wat ik hoor. Wethouder Roduner: Variant B heeft een heleboel punten waar volgens mij … En ik heb volgens mij vooral een discussie gehad over … Ik heb u uitgelegd dat de belangrijkste besluiten eigenlijk het Kegge-Stastokviaduct, ik draai hem al twee keer om, dat is het belangrijkste. En volgens mij heb ik daar heel veel positieve reacties op gehoord en veel begrip. Dat is echt cruciaal voor de verdere ontwikkeling van dit gebied. Als u het daar niet mee eens bent, hebben we een hele andere discussie, maar goed, die discussie hebben we eigenlijk ook al een jaar geleden met elkaar hier ook al gevoerd. Volgens mij kunnen we stapsgewijs verder. Het masterplan is niet het laatste product wat we hier zullen opleveren. Want er moet nog een uitwerking komen in een stedenbouwkundig plan en een omgevingsplan en vergunningen. Dus laten we vooral doorgaan, want er is woningnood in Haarlem. Mensen zitten te wachten tot die woningen worden gerealiseerd. En we kunnen het ons ook niet veroorloven om hier eindeloos over te praten en we praten hier al heel lang over. Volgens mij probeer ik een interventie te doen waarmee we door kunnen met het masterplan en we parallel daaraan hier een goed gesprek hebben, al uw vragen kunnen beantwoorden.
Maar ik heb er wel vertrouwen in, dat mocht dat tot bijzondere wijziging of inzichten leiden, dat dat nog steeds kan worden ingepast, ook in het vervolgproces. U blijft volgens mij volledig in positie. De voorzitter: Dan gaan we nog even naar mevrouw Jacobsz. Mevrouw Jacobsz: Dank u wel, voorzitter. Ik heb toch nog even een vraag, meer voor mij ter verduidelijking. Want ik had een vraag gesteld over die rotondes. Begrijp ik nu goed dat de conclusie die nu getrokken is met betrekking tot het Kegge-Stastokviaduct, dat die rotondes, die inbreng die toen gemaakt is, dat die daarbij zijn meegenomen in de besluitvorming? Wethouder Roduner: Nee, die zijn niet in dat detail meegenomen in de besluitvorming. Wat ik gezegd heb: de verkeerskundige geeft terug dat een rotonde op die plek inpassen, dat dat verkeerskundig bijna onmogelijk is, dat je dat waarschijnlijk zou moeten oplossen met extra verkeerslichten, VRI's. Dat is niet per se een goede oplossing. En ik heb uitgelegd dat het eigenlijk een hele zware oplossing is voor een heel klein probleem, namelijk een paar auto's per dag die vanuit de Waarderpolder naar de noordkant van de Zuiderpolder direct
35
willen rijden. En dat is denk ik niet zo'n zware ingreep waard. Want het beïnvloedt ons hele verkeerssysteem van de hele stad. De voorzitter: Ik wil eigenlijk wel een beetje richting afronding, want we kunnen de technische sessie nu doen met de wethouder en het nog een uur hierover hebben, maar dat gaan we nog doen in een andere sessie. Volgens mij is er genoeg gezegd, is er anderhalf uur genoeg tijd aan besteed, ook voor nu. En gaan we nog een paar uur inplannen waar u er nog een keer over kunt praten. Dat gaan we zien wanneer dat zal zijn. Tenzij iemand toch nog graag hierover door wil. Dat kan. Mijnheer Van den Raadt. De heer Van den Raadt: Ik wil een laatste compliment maken aan de wethouder, want het is wel duidelijk waarom u gevraagd wordt om naar Den Haag te gaan. Dank u wel. De voorzitter: Tot zover. 11. PvEL Floris van Adrichemlaan vrijgeven voor inspraak De voorzitter: We lopen inmiddels in plaats van 20 minuten voor op de klok, een half uur achter op de klok, dus ik ga snel door met agendapunt 11, Programma van Eisen voor de Leefomgeving voor de Floris Adrichemlaan vrijgeven voor inspraak. Het project is gestart om te komen tot herontwikkeling van het gebied. Het Programma van Eisen voor de Leefomgeving is nu klaar om ter inzage te worden gelegd. U geeft vanavond uw spreekbijdrage hierop en het college komt later terug bij u met een definitief raadsvoorstel.
Als het ook de tijd en mogelijkheden heeft gehad om daar de inspraak op te doen. Wie mag ik hierover het woord geven? Mijnheer Bruch, VVD. De heer Bruch: Dank u wel, voorzitter. Het is een feit dat er meer mensen komen. Er komen ook steeds meer auto's. We zitten landelijk intussen op 10 miljoen auto's. En toch blijven we in Haarlem steeds maar ons inzetten op het inrichten voor minder auto's. En dat is toch een beetje wensdenken, vinden wij. Het is niet de manier om de stad in te richten. Er dreigt nu weer een extra belasting voor de Professor Eijkmanlaan. En die is net afgewaardeerd. En bij dat afwaarderen had deze optie dan ook op tafel moeten liggen, vinden wij. Wij vinden dat het oostelijk deel van de Floris van Adrichemlaan toegankelijk moet blijven voor automobilisten, om druk op de omliggende wegen te voorkomen. En ik moet ook zeggen: in principe zijn we best tevreden over de voorzieningen die in dit plan voorkomen. Al is het wel de vraag wat het betekent voor de kwaliteit van bijvoorbeeld de Don Boscoschool als er daar opeens veel meer verkeer voor de deur langskomt. We hebben nog een vraagje, want er staat in het stuk, kwam ik vandaag toevallig tegen, bewoners binnen het plangebied kunnen geen aanspraak maken op openbare parkeerrechten.
Betekent dat dat ze ook geen recht op bezoekersparkeren hebben? En wij spraken met een aantal omwonenden en we maken ons samen met hen ook wel zorgen over de verkeersdruk op de professor Donderslaan, mogelijke hangjongeren in het park, de veiligheid met de bus die door het park heen slingert en de parkeerdruk in delen van de wijk. Dat is tot zover onze bijdrage. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bruch. Gaan we door naar mevrouw Oppenhuis, CDA. Mevrouw Oppenhuis: Dank u wel, voorzitter. Het CDA vindt dat gebiedsontwikkeling altijd moet beginnen bij de mensen die daar wonen. Een wijk is meer dan stenen, het is een plek waar gezinnen opgroeien, ouderen hun netwerk hebben en kinderen veilig spelen. Daarom is het mooi om te zien dat er in die plannen voor de Floris van Adrichemlaan in de Boerhaavewijk oog is voor mobiliteit, maatschappelijke voorzieningen, groen en sport. Het CDA is dan ook blij met het huis van de wijk en natuurlijk met de sporthal. Voor het CDA is het
36
belangrijk dat de bewoners na herontwikkeling terechtkunnen voor sport, ontmoeting, zorg en onderwijs. En we gaan er dan ook vanuit dat de maatschappelijke voorzieningen een integraal onderdeel van dit plan vormen. Meer woningen betekent ook meer verkeersbewegingen. En het CDA wil graag dat deze wijk veilig en bereikbaar blijft. En daarom vragen we ons vooral af: hoe zorgen we ervoor dat het verkeer en parkeren niet ten koste gaan van de leefbaarheid van de wijk? Het CDA ziet ook dat er werk is gemaakt van de participatie. Maar participatie is ook dat inwoners daadwerkelijk invloed ervaren. Dus is de vraag: kan er zichtbaar worden gemaakt wat er met de inbreng van de bewoners is gedaan? Dank u wel. De voorzitter: Dank. Ik hoorde uw afronding. Mijnheer Drost, GroenLinks. Ga uw gang. De heer Drost: Dank u wel, voorzitter. Wat een heerlijk plan. Ik bedoel, dit leest als een soort van droom. Lekker een weg eruit halen, grijs eruit, groen erin, huis van de wijk, woningen. Hartstikke enthousiast. Maar zoals een droom wel vaker, niet alles is altijd even leuk. Of dat je denkt: dat is dan jammer. Dat was een beetje de bomenparagraaf. Er staan natuurlijk best wel bomen op de nominatie om te kappen. Daarvan zouden we wel het college willen aangeven, zorg er nu voor dat zo veel mogelijk bomenbehoud plaats kan vinden.
Misschien een blokje naar rechts of een blokje naar links, maar in algemene, een zin prachtig plan. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van den Broek, Partij voor de Dieren. Mevrouw Van den Broek: Ik sluit me helemaal aan bij GroenLinks. En er zijn heel veel bomen die een soort van half onvoldoende hebben gekregen. Dat komt omdat ze altijd een hele slechte groeiplaats hebben gehad. Wij zouden echt heel graag een uiterste reddingspoging voor deze bomen willen zien en dat werd nu nog niet echt helemaal duidelijk. En ten slotte voor de auto liefhebbende partijen VVD en CDA. U zou toch echt een keer met de trein naar Parijs moeten gaan. Daar is het autobezit en gebruik met 40 procent afgenomen. De luchtkwaliteit gigantisch verbeterd en iedereen is helemaal halleluja. Dus gaat u daar vooral eens kijken. De voorzitter: Gaan we door naar mevrouw Van Zetten, Hart voor Haarlem. Mevrouw Van Zetten: Niets leuker is natuurlijk dan door Parijs scheuren met je auto over de Champs-Elysées. Dus niet iedereen is daar blij mee. Ik volg het betoog van de VVD zeker, dat die auto meer ruimte moeten krijgen, ook in Boerhaavewijk. En als je kijkt naar de woningen die gebouwd gaan worden, de verdeling weer 40-40-20, ik vraag me af juist in deze wijk waarom het niet 25-50-25 is, juist om die midden dure woningen meer kans te geven, zoals vroeger ook de afspraak was voor wijken als Boerhaavewijk.
De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Heinis, PvdA. De heer Heinis: Dank u wel, voorzitter. We zijn heel erg positief over het plan. Heel mooi, het wijkpark ook. We hopen dat het lukt. We denken dat het goed is dat er een proefafsluiting komt, dan gaan we het leren. Als het gaat om het behoud van gebouwen, mag het best wel wat sturender zijn. Het gaat steeds over mogelijk behoud, terwijl we het in de startnotitie veel beter en iets harder zeiden. We vinden de plintwoningen een echte vondst aan de noordkant, maar we denken ook dat er opgetopt kan worden. Er wordt hier zo makkelijk de handdoek in de ring gegooid, terwijl het op veel andere plekken wel lukt. En we vinden het super die sporthal, ook heel mooi, heel gaaf in het ontwerp, maar we willen heel graag snel duidelijkheid krijgen over welke verenigingen daar nu komen. Want heel veel zoeken een vaste plek en dit is een grote kans. De voorzitter: Dank. Anderen? Niemand, wel mijnheer Visser, ChristenUnie.
37
De heer Visser: We sluiten ons aan bij de PvdA over het optoppen. We maken ons wel nog een beetje zorgen over het groen. Want hoeveel groen komt er nu daadwerkelijk bij? Want die busroute blijft er doorheen lopen. Daar zijn wij overigens groot voorstander van, maar het is een soort verbindingszone, maar die moet wel twee punten met elkaar verbinden. En met name de verbinding met de Poelpolder zien wij nog niet echt in het plan terug. En ook de verbinding met het groen in de rest van de wijk. Kijk nog eens even naar het groen, dat het niet een geïsoleerd … Met de naam park is, maar dat het echt een verbetering is voor de wijk, met ook echt verbindingen met de wijk. De voorzitter: Dank. Mevrouw Jacobsz, OPHaarlem. Mevrouw Jacobsz: Dank u wel, voorzitter. Ik was een beetje confuus toen ik het stuk las. Want in mijn beleving is het een Plan van Eisen voor Leefomgeving, gebaseerd op aannames en dat kan nooit goed zijn. Want OPHaarlem herkent zich ook niet in het artikel 3.4 dat de Floris van Adrichemlaan een barrière vormt, te breed is en weinig wordt gebruikt. Want is juist een versmalde weg, er zijn juist versmalde stukken, omdat de vaart dan eruit gaat en de automobilisten op elkaar moeten wachten bij het passeren.
Want hoe moet je anders in een uit de wijk komen? Hoe kom je anders bij de Kleine en de Grote Ringvaart en bij de scholen? Er staat ook een voornemen dat niet de auto, maar alleen de bus daar gaat rijden. Een keer per kwartier. En alleen fietsen, maar ook op basis van een aanname, op basis van een proef wat nog gedaan moet worden. Maar OPHaarlem voorspelt dat de verkeersdruk in omliggende straten onaanvaardbaar hoog zal worden en afsluiten voor autoverkeer een slecht idee is. Wat ook weer een aanname is, is het plan gaat ervan uit dat parkeerplaatsen in een gebouwde half verdiepte parkeerbak komen, maar voor hetzelfde geld komt het er ook niet. En wat betreft die notitie maatschappelijke voorzieningen Floris van Adrichemlaan. Ik werd daar een beetje iebel van. Ik kreeg er jeuk van, want zoals dat stuk beschrijft over de Boerhaavewijk, want de Boerhaavewijk daar wonen mensen inderdaad die kansenongelijkheid, armoede, niet zo hoog scoren. Maar wat mij dan opvalt, is we gaan wel bouwen. We investeren in stenen, maar wij vergeten dat achter die voordeur, achter die stenen ook mensen wonen. En wat stoort aan dit artikel of aan deze notitie. Boerhaavewijk, dit is van 2012. Wij zijn al zolang bezig om Boerhaavewijk, Meerwijk, kortom heel Schalkwijk op de kaart te zetten en om te investeren in mensen.
En dan vraag ik me ook af, het is wel leuk en aardig, maar het is ook leuk voor de mensen als er veel meer groen komt en dat soort zaken, maar de mensen staan daar wel in de overleefstand. En als je dat dan niet gaat aanpakken dan … Ik zeg dit, het is heel irritant. De voorzitter: Rondt u af, mevrouw Jacobsz? Mevrouw Jacobsz: Weet je wat het is? Er staat ook: openbare ruimte Floris van Adrichemlaan leidt nauwelijks tot verblijf, actief zijn en ontmoeten. Ja, hoe komt dat? Dat is dan een vraag die je dan ook moet gaan stelle. De voorzitter: Maar uw tijd is nu echt op. Mevrouw Jacobsz: Is die om? De voorzitter: Ja, al een tijdje. Mevrouw Jacobsz: Maar in ieder geval … De voorzitter: Nee, mevrouw Jacobsz, uw tijd is op. Het is klaar. Mevrouw Jacobsz: Mijn pleidooi is, leuk stenen, maar vooral ook in de mensen die ...
38
De voorzitter: Dank u wel. Anderen nog? Mijnheer Aynan, toevallig? Nee, niet. Mijnheer Van den Raadt, ga uw gang. De heer Van den Raadt: Voorzitter, dit is een werkelijk absurd plan. Op 4 augustus ontvangen de bewoners een brief dat ze tot 20 september mogen nadenken. We hebben ooit afgesproken dat je zes weken de tijd hebt. De vakantie eindigde afgelopen maandag. Dus die mensen hebben maar drie weken de tijd. Er wordt gesproken over dat een wijkraad wat wil. Die wijkraad bestaat al niet eens meer. Er wordt gesproken over geleerde buurt of wijk, die bestaat ook niet in Boerhaavewijk. Er worden allerlei dingen gezegd die niet kloppen. Het stuk dat rammelt aan alle kanten en het is waarschijnlijk bedacht vanuit een bureau en totaal niet door iemand die daar verstand van heeft en daar vaak komt. Wat kunnen we nog meer zeggen? Er worden allemaal straten afgewaardeerd, zeiden collega's van de VVD ook. Professor Eijkmanlaan, Boerhaavelaan. Wat ga je dan doen? Adrichemlaan dichtgooien. Het is werkelijk absurd, hoe je dan nog ergens wil komen, is waanzin. Dus ik zou zeggen: dit plan is echt te slecht voor woorden. Dat moeten we helemaal niet gaan doen.
Als je dan wat wil doen en dat je dan niet iedereen langs al die scholen, waar het uiteindelijk om gaat, kinderen wil laten dood rijden, dan zou ik zeggen: bouw dan hier ondergronds bij die scholen een megaparkeergarage voor 400 plekken, dat ze onder de grond kunnen uitstappen en kunnen doorrijden. Dank u wel. De voorzitter: Dank. Anderen nog? Mijnheer Van Exter, Forum voor Democratie. De heer Van Exter: Dank u wel, voorzitter. Ik ben niet zo negatief. Ik vind het er heel aardig uitzien, hoewel er wel een hoog Bob Ross-gehalte in de plaatjes en in de tekst zit. Maar goed, waar ik wel een groot punt van heb, dat is … Overigens, ik wil wel de inspraak afwachten ook, want we gaan het vrijgeven voor inspraak. Ik ben wel benieuwd wat de buurt zelf vindt. En dat wijkpark dat is dus ook nog niet duidelijk, want ik heb begrepen dat, als het te druk wordt in de straten eromheen, dan kan dat niet. Dan zal er toch autoverkeer door de Floris van Adrichemlaan moeten. En wat ik gevaarlijk vind, is dat, als het wijkpark komt, daar een bus doorheen gaat rijden. Ik hoop dat men daar wel goed over na gaat denken, dan wel dat men langzaam rijden, een signaal en een waarschuwing wat je kan horen en zien. Want anders ga je ongelukken krijgen, volgens mij. Maar verder, ik wil de inspraak afwachten. Dank u wel. De voorzitter: Dank. Anderen? Niemand. De heer Roduner.
Wethouder Roduner: Vaak beginnen we projecten vooral gericht op woningbouw, maar dit is denk ik een heel ander type project. Een voorzieningenstrook, een plek waar een aantal schoolgebouwen vernieuwd moeten worden, waar een wijkcentrum ook een opknapbeurt nodig heeft minimaal, waar een kerk leegstaat. Dus een voorzieningenstrook die heel belangrijk is voor de Boerhaavewijk, maar die echt wel een flinke opknapbeurt kan krijgen. En ik denk dat dit een hele mooie manier is met zo'n wijkpark om de wijk echt meer een hart te geven. Waar men elkaar kan ontmoeten, naar school kan, het wijkcentrum in, kan bewegen en ik denk dat dat een hele mooie impuls is voor de wijk. En dan is het ook nog eens een keer superfijn als we daar een bijdrage kunnen leveren aan het oplossen van de woningnood, de plinten open kunnen trekken van de gebouwen aan de noordkant om de sociale veiligheid te vergroten en het woongeluk te verbeteren. Ik ben eigenlijk wel heel blij met hoe dit project zich ontwikkelt. Natuurlijk zitten er ook wat spannende dingen in. Vooral denk ik van wat doet het autoverkeer? De modellen laten zien dat het zou kunnen. We gaan het testen, om te kijken of we de modellen de waarheid hebben of dat er toch nog andere effecten zijn.
Ik denk dat dat een hele goede is om te kijken van kun je inderdaad die prominente plek van de weg terugbrengen, zodat het veel meer een plek wordt voor de bewoners en niet voor het doorgaand autoverkeer? Ik denk dat dat een hele goede is. We kunnen nog een keer kijken naar het optoppen, maar financieel was dat nu niet haalbaar. De vraag is even:
39
wat halen we allemaal op onze hals qua parkeren en de menging van gebouwen als dat een duurder programma zou worden. Daar gaan we daar nog een keer naar kijken. De VVD heeft denk ik een nog wel terecht punt over de bezoekersrechten. Ik denk dat we goed moeten kijken of het bezoekersparkeren niet gewoon in de openbare ruimte zou kunnen, zodat je de bewoners in de bakken, maar dat de bezoekers parkeerrecht hebben in de openbare ruimte. Dan hoef je dat niet heel ingewikkeld op te lossen. GroenLinks, PvdD vragen aandacht voor het boombehoud. Die begrijp ik ook helemaal. Ik denk 40-40-20, Hart voor Haarlem heeft daar een vraag over, ook met 40-40-20 wordt die wijk anders. Het verlaagt het percentage sociaal, vergroot het percentage middelduur in die wijk. Ik denk dat dat hartstikke goed is, maar dan zorgen we ook dat de wijk bereikbaar en beschikbaar blijft voor iedereen. Het CDA heeft nog een vraag over hoe de inbreng van de bewoners is geweest. Er is een participatieslag en we gaan nu de inspraak in. Mijnheer Van den Raadt, u had een vraag over de inspraak. We hebben niet met elkaar de afspraak dat de inspraak helemaal buiten de zomervakantie is. We hebben altijd gezegd: minimaal twee of ik weet niet hoeveel weken moet die buiten de zomervakantie zijn. Zodat in ieder geval ook een deel buiten de zomervakantie ... De heer Van den Raadt: Dan zou die langer doorlopen.
Dat is echt afgesproken. Wethouder Roduner: De inspraak is altijd een gewone wettelijke periode. Het gaat de inspraak in. We gaan het afwachten. We komen bij u terug hier met de reacties van de inspraak. Dan kunnen we er een besluit over nemen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Roduner. Nabranders? Niet, helder. Dan wil ik daarmee agendapunt 11 afsluiten. En dan kijk ook even naar dat scherm voor me, waar ik eerder een inspreker op wees. Maar ik zie ook alle spreektijden en die zijn nogal summier. U heeft zich nogal uitgeleefd. Ik weet niet meer zo goed waarop. O ja, tunnels en zo. Tunnels en woongebouwen met vingers en zo. De volgende commissievergadering 11 september hebben we veel ruimte op de agenda of veel, we hebben ruimte op de agenda, niet voor een Oostpoortdiscussie. 12. Evaluatie effectiviteit en werkbaarheid Leegstandverordening en stand van zaken opkoopbescherming De voorzitter: Maar wel voor eventueel het agendapunt wat nu als agendapunt 12 staat, oftewel de evaluatie effectiviteit en werkbaarheid van onze Leegstandsverordening en stand van zaken van de opkoopbescherming. Ik wil het eigenlijk bij u leggen, want u bent het hoogste orgaan. Dat heeft u nog bewezen vanavond. We zouden dat punt door kunnen schuiven naar 11 september, maar de wethouder is er niet en die kan ook niet komen. Een wethouder kan er ook weleens niet zijn, mevrouw Van Zetten.
Soms is een wethouder er ook niet. Soms is de voorzitter er ook niet. Dan neemt iemand anders het waar. Maar goed, dat gebeurt dat soort dingen. Maar het is aan u dus of u deze discussie met deze wethouder wilt voeren of dat u een waarnemend wethouder ook oké vindt. Mevrouw Van Zetten: Wie is dan die waarnemend wethouder? De voorzitter: Dat gaan we dan even bekijken wie dat kan waarnemen. Dames en heren, we kunnen ook zeggen: we doen nog even een minuutje erbij en we behandelen het nu. Dat kan ook. Ja, we doen … Prima, dan gaan we door. Dan gaan we nu wel door met spreektijden die er zijn en dan krijgt u ongeveer een minuutje om dat te behandelen. En dan behandelen we de agenda af. Zijn we er ook maar vanaf. Laten we dat doen. Dames en heren, ook voor de mensen thuis die nu denken: wat gebeurt er allemaal? We gaan toch door met agendapunt 12, oftewel evaluatie effectiviteit en werkbaarheid van onze Leegstandsverordening en de stand van zaken van de opkoopbescherming. Het college vindt het nuttig om vervolg te geven aan de verdere
40
uitwerking van de Leegstandsverordening, waarin de geconstateerde verbeterpunten worden geïmplementeerd. Mooie zin. Die begrijpt iedereen gelijk. Daar waar mogelijk, nadat de Leegstandswet is aangescherpt. De vraag aan de commissie is of met deze nota de toezegging over de evaluatie is afgedaan. En de cijfers van de opkoopbescherming laten zien dat de koopkansen voor starters nog steeds zijn verbeterd ten opzichte van voor invoering van de regeling. Om die reden is het voorstel om de regeling onveranderd voort te zetten. U heeft de nota gezien. U mag het hier bespreken. Het gaat niet door naar de raad. Wie mag ik hierover het woord geven? Mijnheer Bruch, VVD. De heer Bruch: Dank u wel, voorzitter. Het resultaat is toch eigenlijk vrij mager aan woningen dat het oplevert. En tegelijkertijd bestaat het vermoeden dat in Haarlem circa 1.000 woningen illegaal zijn, omdat de splitsing niet volledig administratief is verwerkt. En wat de WSD betreft hebben we liever dat er twee fte's worden ingezet voor het zoveel mogelijk legaliseren van reeds bestaande woningsplitsing, voor het regelen van wonen boven winkels en eventueel voor het afgeven van vergunningen voor kleine projecten als de Delftlaan. Wij denken dat dat een veelvoud van woningen oplevert ten opzichte van werken met deze leegstandsregeling. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bruch. Mevrouw Oudshoorn, D66.
Mevrouw Oudshoorn: Dank u wel, voorzitter. Ik focus me ook even op de leegstand en ik zal me in grote lijnen aansluiten bij wat de heer Bruch net gezegd heeft. Het college constateert, het is complex en het is niet effectief, maar desondanks is het te vroeg om te stoppen met deze manier van leegstand handhaven. Daar willen we het college best in steunen, maar wat ons betreft hoort daar dan ook wel iets bij. Namelijk zo veel mogelijk ruimte zoeken om die panden die dan leeg staan, weer een functie te geven. Want nu krijgen wij toch een beetje het gevoel dat we aan de ene kant van de organisatie bezig zijn om leegstand te bestrijden en mensen te motiveren die panden weer te vullen. Terwijl de andere kant van de organisatie bezig is om mensen te handhaven op wat er dan allemaal niet met dat pand mag gebeuren. Je mag bijvoorbeeld niet wonen boven winkels, omdat we die fietsen niet kwijt kunnen en natuurlijk moeten we dat goed regelen, maar laten we dan zoeken waar die ruimte zit. Je mag niet een groot pand splitsen naar meerdere kleine appartementen, in ieder geval niet als die appartementen allemaal 50 vierkante meter groot zijn. Je mag niet een grote eengezinswoning splitsen naar twee woningen, want als die woning niet groot genoeg is, dan mag dat ook niet.
En je mag niet in heel veel gevallen, die kennen we ook allemaal, een bestaand pand met een andere functie transformeren naar woningen als daar meer behoefte aan is. Kortom, we vragen toch nog een keer een reflectie van de wethouder of hij met het oog op deze evaluatie meer ruimte ziet om die mensen die nu die leegstaande panden proberen te vullen iets meer mogelijkheden te geven om dat ook op een effectieve manier te doen. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Oudshoorn. Mijnheer Van Leeuwen, Actiepartij. De heer Van Leeuwen: Voorzitter, als eerste ook op de reactie van D66. Ik begrijp wat er gezegd wordt. Tegelijkertijd is het ook allemaal wel heel secuur samengesteld beleid, wat we zelf door de jaren heen hebben gemaakt. Ik zou liever niet de wethouder vragen om dwars door het beleid heen te struinen met zevenmijlslaarzen, maar dan beter te kijken naar hoe we beleid zouden kunnen aanpassen. Er is meer leegstand in Haarlem dan gemiddeld, lees ik. Dat vind ik wel echt schrikbarend in een stad waar de woningnood zo hoog is. Daar moet wat aan gebeuren. Wat mevrouw Oudshoorn net zegt, kan daarbij helpen. Maar we willen echt wel doorpakken en daar hebben we die verordening voor, daar hebben we die ambtenaren voor nodig. We moeten dat langer blijven doen.
Maar ik ben wel benieuwd, voorzitter, u gaf het zelf al aan in uw introductie op dit onderwerp, u las een zin voor en die heb ik ook gelezen. Is het college nu voornemens om de aanbevelingen die in de bijlage zitten, de casuïstiek die daarin is geschetst, om die te
41
verwerken om het makkelijker uitvoerbaar te maken? Want daar heb ik best interessante dingen gelezen. Iemand heeft een huis van zijn vader of moeder die is overleden. Dat staat langer leeg. De verkoop, het moet leeggehaald worden, et cetera. Dat zijn voorbeelden waar je niet als een bok op de haverkist wil zitten als overheid. Maar die panden, we kennen ze allemaal. Ook toen in de Bakkerstraat zo’n voorbeeld, ik denk: jongens, dit kan gewoon niet. Het staat te verkrotten. Dat willen we tegengaan en met die intentie willen we die Leegstandsverordening graag voortzetten. De voorzitter: Dank, mijnheer Van Leeuwen. Anderen? Mijnheer Kuin, SP. De heer Kuin: Dank u wel, voorzitter. De schatting is volgens het CBS dat er 3 procent leegstand is in Haarlem. Dat zijn volgens mij meer dan 50 woningen waarvan er nu meldingen van zijn binnengekomen. Dus er is meer te doen. En wat ons betreft moet ook worden doorgegaan en liefst met meer dan twee. We hebben één vraag en twee opmerkingen. En die vraag is, dat in het stuk staat dat er principiële bezwaren zijn, het voordragen van gebruiken brengt principiële bezwaren met zich mee. Dat wordt verder niet uitgelegd. Dus ik hoor graag van de wethouder wat daarmee wordt bedoeld. Later en misschien is dat de uitleg, later wordt opgemerkt: de gemeente is ook niet op de makelaarsrol ingesteld. Wat ons betreft moet dat wel.
Er wordt in het stuk voorgesteld om de meest harde sanctie, het voordragen van iemand voor die woning om te gaan huren, om die er in feite uit te halen en die te vervangen door dat de eigenaar iemand moet voordragen. Die kans heeft die toch al zes maanden gehad en die maanden daarna ook nog eens. En dat er overleg plaatsvindt, is een verzwakking en geen aanscherping, zoals in het stuk wordt genoemd. Dus wat ons betreft blijft dat wel bestaan, dat de gemeente iemand kan voordragen. En zoals net ook al in de discussie bij verkoop van het pand werd gezegd: daar hebben we Woonservice voor. En dat lijkt me toch niet zo moeilijk. Tweede opmerking die gaat over dat in het stuk een paar keer wordt gezegd: tijdelijk verhuren kan niet meer en daarmee kunnen we in bepaalde situaties niet iemand daarin zetten als bijvoorbeeld een woning tijdelijk wat langer leeg staat. Ik heb even de site van de gemeente gekeken en ik denk: dat klopt volgens mij ook niet of nee, van de Rijksoverheid. En er zijn verschillende situaties waarin een tijdelijke huur wel kon worden afgesloten. Bijvoorbeeld de student die tijdelijk voor de studie in een andere gemeente huurt dan waar hij woont. Bijvoorbeeld door werkzaamheden van renovatie van uw woning tijdelijk ergens anders woont. Bijvoorbeeld dat u kunt aantonen dat u uit de maatschappelijke opvang komt of in een sociale noodsituatie zit.
Er zijn nog meer situaties, maar een aantal situaties waarin er dus wel een tijdelijk huurcontract kan worden gesloten, in die situaties die als moeilijk worden ervaren. Dus ik vind, het lijkt wel het zoeken van moeilijkheden en geen oplossingen. Wat ons betreft wordt er doorgegaan, wordt het niet verzwakt en komen er nog mensen bij. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Kuin. Mijnheer Amand, Trots. De heer Amand: Dank u wel, voorzitter. Wij zijn laatst op werkbezoek geweest in een bepaalde buurt in Haarlem-Noord en die appartementen staan gewoon leeg, 35 vierkante meter voor een alleenstaande of met zijn tweeën is prima. En dat is natuurlijk eeuwig zonde. De eigenaar kan geen kant op. Hij kan het niet verkopen, hij kan het niet verhuren, maar hij mag wel de WOZ-belasting betalen. En dat is een punt wat natuurlijk helemaal niet meer klopt in Haarlem. We willen de mensen helpen, maar als het puntje bij paaltje komt, dan geeft de gemeente niet thuis. Wat gaat de eigenaar doen? Die zegt: er is één pand van zes woningen wat ik heel goed kan, die is verkocht, maar die gaat uitbreiden naar de 50 vierkante meter, waar de wethouder en de gemeente mee schermt. Dat is prima, maar de rest staat leeg en dat is natuurlijk nooit de bedoeling. Dus als we wat willen doen, moeten we ook die mensen helpen. En dan komt het volgende punt
42
nog, oudere panden van 1899 die toentertijd door de gemeente met een stempel allemaal mochten bewoond worden, brandweer en de hele mikmak. De voorzitter: Rondt u af, mijnheer Amand? De heer Amand: Ik rond het af. Die kunnen niet gesplitst worden, want als oudere mensen zeggen: ik verkoop het bovenhuis, dan heb je een probleem. Er moet meer maatwerk komen om spoedeisende gevallen te helpen. En ook mensen in Haarlem-Zuid, die ken ik ook zat, die ook die problemen hebben. Dank u. De voorzitter: Mijnheer Heinis, PvdA. De heer Heinis: Dank u wel, voorzitter. We moeten wel een beetje concluderen dat de Leegstandsverordening op dit moment nog niet effectief genoeg is. Maar er is goed nieuws, want de Leegstandswet wordt aangepast en dat gaat zorgen voor een enorme verbetering. Amsterdam en Utrecht experimenteerden daar al mee. Dat deden ze met de Crisis en Herstelwet. De uitkomsten van die experimenten zijn echt veelbelovend, want sinds invoering ervan in Utrecht is de langdurige leegstand met 20 procent afgenomen. En dat komt, omdat ze verplicht een gebruiker kunnen voordragen. Dat zit in het wetsvoorstel, maar het gaat nog verder dan dat. Gemeenten kunnen bijvoorbeeld ook makkelijker in pand betreden als er een vermoeden is van langdurige leegstand, makkelijker energieverbruik opvragen. In meerdere verkiezingsprogramma's zie je nu ook de leegstandsheffing terugkomen.
Dus dat komt er misschien ook nog bij. De vraag is voor ons vooral: wat doe je nou totdat die Leegstandwet is aangepast? We zijn er heel erg voor om meldingen te blijven oppakken. En volgens mij is er meer dan genoeg werk in het team huisvesting. Dat hebben we maandag ook nog gehoord tijdens de technische sessie. En als die nieuwe Leegstandswet er is, willen we echt gaan voor een proactieve aanpak en echt ons best doen om die leegstand helemaal terug te dringen. De voorzitter: Dank. Mevrouw Jacobsz, OPHaarlem. Mevrouw Jacobsz: Dank u wel, voorzitter. Wat mij opvalt, is af en toe de hardvochtigheid die wij als gemeente soms hebben. Want dan kijk ik naar de opvolging motie 24, Barmhartigheid, bewoners onder de pannen en kamers met aandacht. Dan vind ik dat weer zo haaks staan op wat wij dan doen met die Leegstandsverordening. Dus ik vroeg me af: kunnen we daar niet wat menselijker mee omgaan? De voorzitter: Anderen nog? Mevrouw Oppenhuis, CDA. Mevrouw Oppenhuis: Dank u wel, voorzitter. Het CDA kan zich aansluiten bij PvdA. Utrecht was onbekend, maar wij hadden ook in ons hoofd van Amsterdam. Wat dat betreft zou ik zeggen: handhaven. Dank u. De voorzitter: Dank. Mevrouw Van den Broek, Partij voor de Dieren. Mevrouw Van den Broek: Nog een korte vraag. Ik kan me ook goed vinden in het verhaal van de PvdA.
Maar als die Leegstandwet in werking is getreden, wordt gezegd: dan kunnen we effectiever optreden. Maar mijn vraag is dan: hebben we dan juist meer of hebben we nog steeds twee fte nodig, maar als het dan effectiever gaat, kan het dan ook minder? De voorzitter: Mijnheer Visser, ChristenUnie. De heer Visser: Ten aanzien van de Leegstandsverordening steunen we het college. Wat betreft de opkoopbescherming hebben we steeds grotere vraagtekens. En dat komt, als je ziet hoeveel woningen er nu in
43
de verkoop zitten die uit verhuursituaties komen, die dus eigendom waren van investeerders. Komt dat nu door onze Verordening? Nee, dat komt door landelijke belastingwetgeving. En dan constateer ik dat onze Verordening echt een druppel op de gloeiende plaats is, terwijl er ook goedbedoelende mensen die bijvoorbeeld voor hun kinderen alvast in een woning investeren en er nog even tijdelijk iemand inzetten en dan vijf jaar later kan het kind erin gaan wonen. Dat soort dingen kunnen nu niet met onze opkoopbescherming. Wij vinden dit overregulering, wat heel veel ambtelijke capaciteit kost, terwijl de effectiviteit van landelijke maatregelen veel groter is. En willen wij meer huurwoningen in Haarlem krijgen, want er is op het ogenblik echt sprake van een leegloop, dan moeten we deze opkoopbescherming afschaffen. Want dan zijn er misschien tenminste nog een paar mensen die wel investeren, misschien voor de toekomst voor hun kind, maar in de tussentijd het wel verhuren aan iemand die niet kan kopen en die heel blij is met een huurwoning, met name in de lage middenhuur. Dus wat ons betreft gaat de opkoopbescherming in ieder geval versoepeld worden en misschien wel op de helling. De voorzitter: Dank. Anderen? Mevrouw Van Zetten, Hart voor Haarlem.
Mevrouw Van Zetten: Het is toch een dilemma, want in hoeverre bemoeit de overheid zich met het eigendom? En ik vind dat er een zekere vrijheid moet zijn en ik ben het helemaal niet eens met de PvdA. Wat betreft die leegstand die we constateren, die heel groot is in Haarlem en ook wat mij grote zorgen baart, de winkelleegstand die oploopt en waar nu wordt gedaan alsof dat allemaal wel meevalt. Maar als je in de binnenstad loopt, je schrikt ervan hoeveel panden leeg zijn en hoeveel woningen boven winkels, om wat voor redenen ook, leegstaan waar mensen zouden kunnen wonen. We hebben allemaal met een paar mensen voorbeelden gezien en dan vind ik dat op een of andere manier moet er meer mogelijk worden gemaakt. En volgens mij is de wethouder het daar ook wel een beetje mee eens. Wat mijzelf enorm stoort, ik zal één voorbeeld geven. We hebben hier op de hoek van de Koningsstraat een paar panden in 2017 verkocht voor 6,5 ton aan de winkeleigenaar. Inmiddels is het huis, is het groepje woningen voor1,4 miljoen doorverkocht. En dat kleine huisje hier bij ons om de hoek, wat eerst eigendom was van de gemeente, staat nog steeds leeg. En ik denk: als je dan toch wil ingrijpen, hoe is dit mogelijk? En dat is dan een grote frustratie die ik dan even met jullie wil delen. De voorzitter: Als iemand iets deelt, zeg je altijd dankjewel. Dank u wel, voor het delen. We gaan door.
Mevrouw Klazes, GroenLinks. Mevrouw Klazes: Dank u wel, voorzitter. Wij steunen het college in de voortgang van deze Leegstandsverordening. Ga vooral zo door. We zijn heel erg benieuwd naar de uitkomst van de nieuwe Leegstandsverordening, waar de PvdA het over had. En ik begrijp dat het aantal meldingen een beetje achterblijft bij de verwachtingen. Daar wil ik nu ter plekke even iets aan doen. Ik wil 78 meldingen doen van leegstand boven winkels. Mevrouw Van Zetten had het er al over en ik begrijp dat het een beetje buiten de scope valt, maar het gaat ook over de optimalisatie van de woningvoorraad. Daar gaat de Leegstandsverordening over. En ik ben eigenlijk heel benieuwd of de wethouder iets meer kan meedelen over wat er nu eigenlijk is gebeurd na onze stap om die parkeervergunning af te schaffen of dat wat heeft opgeleverd en hoeveel eigenaren van panden in het centrum bereid zijn om hun woning daar ter beschikking te stellen voor wonen. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Klazes. Anderen nog? Mijnheer Visser, ChristenUnie. De heer Visser: Een nabrander die ik net was vergeten. Ik heb een gewetensvraag voor de wethouder. Heeft de wethouder zelf al een melding gedaan voor de Leegstandsverordening voor onze pandbewaarderswoning?
44
Want die staat leeg. Een mooie woning. We zijn er met alle raadsleden geweest. Het duurt echt nogal minstens een jaar voor we de verbouwing gaan starten. Kunnen we daar niet iemand tijdelijk huisvesten? Laten we als gemeente het goede voorbeeld geven. Een hele mooie woning. De voorzitter: Mijnheer Roduner, we gaan naar u. Ga uw gang. Wethouder Roduner: Over de pandbewaarderswoning zijn ook vragen gesteld door de raad en volgens mij heeft de wethouder vastgoed beantwoord waarom dat valt niet kan. En volgens mij heeft het te maken met de beveiligingsschil van het stadhuis. Het gaat over de veiligheid van dit openbare gebouw. Volgens mij, ik begrijp ... Het is uw Verordening geweest, de leegstandsverordening vanuit de raad. De conclusie van het college is, er is ruimte tot verbetering. Dat kunnen we doen op basis van de eigen casuïstiek. Nog beter is het als ook de landelijke wetgeving wordt aangepast. Vandaar dat we zeggen: laten we hem nog wel overeind houden, twee fte. En als die landelijke wetgeving er dan door is, dan kan deze regeling ook veel effectiever worden. Niet dat we dan per se minder fte nodig hebben, maar dan heeft het wel veel meer effect. Ik denk wel dat het goed is in het debat goed onderscheid te maken tussen woningen en winkels. Winkelruimte, want wonen boven winkels, leegstaande winkelruimte heeft niets te maken met leegstaande woningen. Even plat gezegd.
Waar ik nog wel van … Wat mij nog wel opviel, is dat we inderdaad met wonen, wat bijna niet voor te stellen is, maar we kennen allemaal een voorbeeld, mevrouw Van Zetten heeft ook een voorbeeld, van een woning die dan toch op een of andere manier leegstaat. En dat we dan in een stad als Haarlem, waar we echt de woningnood heel hard voelen, nog steeds boven het landelijk gemiddelde zitten, vond ik echt wel opvallend. En ik denk dat dat ook wel een indicatie is dat er wel verbetering zou kunnen zijn. Dus laten we hopen dat met onze lessen die we zelf trekken en de aangepaste regelgeving we hier wel verbetering in gaan zien. Ik denk dat dat wel echt belangrijk is, want 1 procent meer of minder woningen is 700 woningen erbij. Het tweede gaat over de leegstaande winkels. U ziet ook dat dat stijgt, voor de leegstaande opslagruimte boven de winkels hebben we de regels best wel wat versoepeld. Hebben we ook afgelopen maandag nog best wel een gesprek over gehad. Volgens mij moeten we dat gesprek nu niet over gaan doen wat we allemaal in de pijplijn hebben zitten. Ik denk dat daar de zoektocht is van hoe geef je ruimte om te transformeren voor andere functies, zonder dat je de levendigheid van de binnenstad kwijtraakt? Want een beetje leegstand bij winkelruimte is ook fijn voor doorschuif, startende ondernemers die iets willen proberen.
Het helpt ook om de hoge prijzen die er soms voor startende ondernemers zijn wat te drukken. En ik denk vooral die levendigheid van de binnenstad is echt wel gebaat bij vooral voldoende winkelruimte. Ik denk niet dat we het allemaal moeten transformeren naar woningen. Maar goed, nogmaals, bij woningen is er ook nog ruimte tot verbetering. En ik denk dat we dan ook de eigenaar achter de broek moeten aanzitten om dat op te lossen. En dat kan echt niet zo zijn, want mevrouw Oudshoorn heeft het nog over splitsen, maar het kan niet zo zijn dat iemand zijn woning leeg laat staan en laat verkrotten, omdat die niet een splitsingsvergunning krijgt. Volgens mij zijn er voldoende mensen die ook grotere woningen willen. Dat kan ook doorstroom opleveren. Dat kan ook weer een gezin gelukkig maken. Laten we ook zorgen dat die woningen worden ingevuld. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Roduner. Nog een vraag van de heer Kuin, SP. De heer Kuin: Die vraag heb ik gesteld, maar is niet beantwoord. Er staat in het stuk: het voordragen van een gebruiker brengt principiële bezwaren met zich mee. Hoezo? De voorzitter: Mijnheer Roduner. Wethouder Roduner: Het zit ook een beetje in die makelaarsrol. Dan moeten wij dus gaan kiezen wie daar uiteindelijk die woning of die winkelruimte zou betrekken. Ik denk dat dat voor ons heel lastig is om daar een
45
keuze in te maken en dat we ook in praktische zin niet goed zijn ingericht op die makelaarsrol. Ik denk dat dat een terecht punt is. Dat is even het punt vanuit de gemeente. Ik denk dat u een terecht punt had als het gaat over tijdelijke verhuur. Dat is wel heel strak opgeschreven, maar vanuit de sector, de markt, de woningeigenaren wordt wel heel erg ervaren dat het afschaffen van de normale tijdelijke huurcontracten, zoals we die in het verleden hadden, dat dat echt wel als een belemmering wordt ervaren. Maar het is goed dat u nog een aantal punten opnoemt, waarvan u zegt: onder die voorwaarden zou wel tijdelijke verhuur kunnen. Dus dat is goed om ook onder de aandacht te houden. De voorzitter: Mijnheer Kuin, nog een vervolgvraag. De heer Kuin: Het voordragen kan toch door Woonservice gebeuren, zoals het ook bij andere woningen die vrijkomen, gebeurt? De voorzitter: Mijnheer Roduner. Wethouder Roduner: Woonservice is wel echt gericht op de sociale huur. Dus de vraag is: willen we dat dan hier echt voor inzetten? Stel dat het gaat over geen sociale huurwoning, maar een dure woning, dan is Woonservice daar echt niet het instrument voor, want daar schrijf je je in als je op zoek bent naar een sociale huurwoning. De voorzitter: Dank u wel. Anderen nog? Niet. Dan de wethouder nog? Nee, helder. Dan hebben we nog inderdaad dit onderwerp af te sluiten.
En daarbij beschouwt u de toezegging van de evaluatie Leegstandsverordening als afgedaan. Er is eerder een toezegging over gedaan. Ik zie geknik. Dan is die inderdaad daarmee afgedaan. We hebben geen nieuwe toezegging genoteerd, maar er wordt wel naar gekeken verder en dat komt nog op den duur bij u terug. Bij de begroting kan dat mogelijk terugkomen inderdaad. Sluiting De voorzitter: Allen dank, voor deze enerverende avond, voor deze toch harde start van een nieuw seizoen, die we met elkaar echt vliegend van start zijn gegaan. Er komt een nieuwe sessie aan, een extra sessie, leuk, zin in, over tunnels. Helemaal goed. Daar verheug ik me op. Dank aan allen. Dank aan de mensen thuis en tot 11 september, want dan gaan we weer verder.
46