Transcript commissie Ontwikkeling 16 december 2021
Tekst van het document
Eerder is de raad terecht akkoord gegaan met het instellen van het tussenjaar 2021 in verband met de noodzakelijke heroriëntatie als gevolg van covid19, zodat er een terecht fors accent ligt op het helpen overleven van onmisbare elementen in het doorgaans krachtige culturele en daarmee economische
52
aanbod van de stad Haarlem. Ondertussen trekt Haarlem niet meer geld uit voor deze sector, wat om meerdere redenen duidt op een blinde vlek bij beleidsmakers, omdat uit meerjarencijfers blijkt dat de stad nog steeds zo’n 1 miljoen euro bezuinigt op de uitgaven tussen 2020 en 2025. De noodhulp van de Rijksoverheid daargelaten. Een fors deel van de gemeentelijke kunstsubsidies gaat op aan huisvesting van de podia en het museum. Die huisvesting is in handen van de gemeente en dus vloeien deze gelden terug naar de gemeente. Althans, worden gebruikt voor onderhoud, in stand houding en deels verbetering van de gebouwen. Voor de rest ligt een flink deel vast via jaarlijkse subsidies, vast bij grotere en kleinere organisaties. Deze situatie duidt tegelijkertijd op het gebrek aan mogelijkheden om forsere geldstromen om te buigen en veel meer gelden terecht te laten komen bij de zogeheten makers in de cultuursector als mede de kleine organisaties waarvan u er een aantal heeft gehoord zojuist. Het afromen van geld dat nu aan de grotere podia of het kwakkelende Frans Hals Museum terecht komt slaat forse gaten in de infrastructuur, omdat de vaste kosten daarvan gewoon doorlopen. De gemeente is immers eigenaar van de panden. Krijg je juist minder activiteiten en een nog verdere programmering. Dus dat is geen oplossing.
Het cultuurplan is een dappere poging om geldstromen iets te verleggen zonder dat de bestaande voorzieningen risico lopen. Daartoe wordt een deel van de covid gelden opnieuw gelabeld. Dat kan verlichting geven bij een deel van de cultuurmakers en een deel van de kleine instellingen. Om daar meer richting aan te geven vindt de PvdA dat dit deel van het budget verdubbeld dient te worden. We komen met een voorstel daarover. Wel dienen daar duidelijke prestatieafspraken tegenover te staan. Dat laatste is overigens ook de juiste wijze om de grotere podia buiten de coronatijden tot extra activiteiten uit te nodigen. De PvdA spreekt krachtig tegen dat cultuurvoorzieningen slechts voor de hoog opgeleiden en beter gesitueerde zijn. Dan kan ook niet anders gezien de hoge omzetcijfers en publieksaantallen van de pre-covid seizoenen. De huidige waardering voor de cultuursector als geheel is groot. De ongerustheid over het lot van de instellingen ook blijkt uit de cijfers van de omnibus enquête. 94 procent van onze bevolking is het eens met de inspanningen die de stad zich getroost om de sector door zware tijden heen te helpen. Overigens is het licht aan het eind van deze tunnel nog niet te zien. Dus wethouder, graag extra aandacht op deze trendmatige ontwikkeling.
De participatie rondom de besluitvorming van deze nota toont op een hartverwarmende wijze aan hoe groot de waardering van de Haarlemse bevolking en cultuurmakers is voor de sector en het belang daarvan. Economisch en inhoudelijk. Ondertussen wordt de wethouder gehandicapt door de druk van een fors verwachtingspatroon. In februari 2022 liggen hier hopelijk veel betere plannen voor het Frans Hals Museum voor waarin knopen worden doorgehakt. Bovendien. De voorzitter: U heeft een interruptie van mijnheer Amand. De heer Amand: Dank u wel, voorzitter. Ik heb één vraag. U heeft het over kleine podia. Maar vindt u niet dat die kleine clubjes niet eerder geholpen moeten worden dan die hele grote jongens? Want die kleintjes hebben het heel erg moeilijk. Als ik in mijn mailbox kijk, dan kom ik steeds meer kleine clubjes tegen die ook die problemen hebben. Kijk, die grote mensen. Sommige die redden het wel. Maar wij willen gewoon, en dat denk ik u ook wel, dat we die mensen toch gaan redden. Dus dat is ook het probleem. En dan kunnen we zeggen: ja, het Frans Hals Museum weer een beetje erbij. De voorzitter: Wat is uw vraag? De heer Amand: Hoe staat u er verder in dat u die kleinere clubjes ook helpt? De voorzitter: U heeft nog tien seconden. Mijnheer Oomkes.
53
De heer Oomkes: Het is een interessante vraag. Kijk, ik moet het vergelijken met een huisgezin. Als je kleine kinderen hebt, dan hebben ze behoeftes. En grote kinderen hebben ook behoeftes en die zijn vaak wat duurder. En dat heeft te maken met hun onderhoud, met hun schoolsysteem, met alles wat erbij komt kijken om een kind te zijn. En dat geldt voor de cultuursector ook. Natuurlijk moet er een ruimere geldstroom komen naar de richting cultuur. En natuurlijk moeten de kleintjes daarin meeprofiteren. Maar waar we hiervoor staan in deze stad is dat het niet zo eenvoudig te verleggen is als u suggereert. De voorzitter: U heeft nog tien seconden. De heer Oomkes: Ik heb nog tien seconden. Dan eventjes. Ja. De voorzitter: En toen waren ze voorbij. De heer Oomkes: Kom, kom. De voorzitter: Mijnheer Oomkes, uw tijd is op. De heer Oomkes: Ja, ik wou toch eventjes nog één alineaatje doen. De voorzitter: Eén zin. Niet een alinea. Eén zin. De heer Oomkes: Ik zag een inspreker 3,5e minuut. Dat heb ik niet gehaald. Een deel van de officiële reacties van de zijde van de wethouder op deze nota en de inspraak tot nu toe kan niet worden gesteund. We noemen de te beperkte rol van Triple ThreaT, het te beperkte zicht voor de rol van cultuur in de wijken, het onbevredigende antwoord op de grote groep amateur beeldhouwers. Ze zijn net nog geweest.
Die straks wordt verbannen van het Slachthuisterrein. Met dat soort afschuiven frustreer je Haarlemmers alleen maar. De voorzitter: Dank u wel. De heer Oomkes: Dank u zeer. De voorzitter: Mevrouw Van Zetten, Hart voor Haarlem. Mevrouw Van Zetten: Nou, dit plan heeft een behoorlijke verbetering sinds dat het de inspraak inging. Want Hart voor Haarlem heeft jarenlang gestreden voor een vaste subsidie voor museum Haarlem. En dat is eigenlijk weer het tweede succes deze avond. Dat is gelukt. En wij danken ook iedereen die dat mogelijk heeft gemaakt, want dat kan je niet allemaal in je eentje. Ik denk dat het een enorme geruststelling is voor het museum. En de waardering daarvoor is ook groot gezien het aantal insprekers of reacties die kwamen op het feit dat ze niet in de bis waren opgenomen. Los daarvan. Ja, je kan het over kleine kunst en grote kunst hebben. Maar ik denk dat wij het depot van het Frans Hals Museum en andere musea als een olifant hier in de kamer staat. En het is natuurlijk zo’n groot probleem dat eigenlijk gewoon moet worden opgelost of een begin moet worden gemaakt bij de coalitieonderhandelingen. En ik denk dat iedereen daarover na moet denken. Hoe we dit gaan oplossen voor Haarlem. Als ik kijk naar wat met de bibliotheek. Daar is natuurlijk bij het coalitieakkoord is daar een bedrag, vijf miljoen, voor vrijgemaakt.
En het is natuurlijk wonderbaarlijk dat daar eigenlijk heel weinig nog mee gebeurd is. Daar maak ik en Hart voor Haarlem maken zich daar wel zorgen over. Temeer als je het vergelijkt met het Dolhuys, wat voor nu al meer dan zeven miljoen aan belastinggeld wordt ingepompt. Onder andere nu onlangs weer meer dan 6,5 e ton vanwege duurzaamheid, terwijl het net helemaal opgeknapt is. En dat staat in schil contrast met wat er bij de bibliotheek gebeurt. Temeer omdat we
54
ook lezen dat er nog een structurele bezuiniging aan de bibliotheek is opgelegd. En dat resulteert dan in het opheffen van de station bibliotheek waar toch heel veel mensen plezier van hadden. En wij vinden onderwijs heel belangrijk en lezen. En dan is natuurlijk wel de vraag van: ja, wat zijn we daar dan aan het doen? Ik hoop dat de wethouder nog iets zinnigs over kan zeggen. En anders zou ik denken: ja, dat wordt dan ook een zaak van de volgende periode. Wat betreft. Ja, we mogen natuurlijk blij zijn dat. Je zoekt natuurlijk culturele podia. Waar moeten we naartoe. Dat de Egelantier toch, nou ja, toch een soort voorziening heeft waar we misschien iets aan kunnen hebben. Ik ben ook altijd wel benieuwd: wat gebeurt er nou eigenlijk bij Flinty’s. Daar staat gewoon een gebouw. Daar schijnt van alles te zijn, maar ik weet niet wat daar gebeurt. En ik zou denken: kan daar niet wat meer gebruik van worden gemaakt. Wat betreft, nou ja, de koorbiënnale. Ja, dat is natuurlijk wel een enorme reclame voor Haarlem, omdat het heel veel mensen uit Europa. Het trekt heel veel koren. En ik vind dat we daar trots op moeten zijn. En ik spoor dan ook de wethouder aan om voor dit belangrijke evenement, net zo goed als het orgelfestival, dat dat. Ja, het is misschien niet iets waar veel mensen, niet iedereen naartoe gaat. Maar ik denk voor de uitstraling van Haarlem is dat gewoon heel belangrijk.
Net zo goed als een geschiedenisfestival. Sommige dingen moeten gewoon op een groter plan, een hoger plan, worden getrokken. En daar zijn wij ook voor. En daar laat ik het bij. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Otten? Nee. Mijnheer Blokpoel, VVD. De heer Blokpoel: Ja, dank u wel. Kanttekeningen gaven we bij het eerste plan. En wij niet alleen. 124 personen inspraakreacties troffen we aan. 85 pagina’s. En daar zaten onze meningen van de raad nog geeneens bij, waar we al vaker om hebben gevraagd. Geef de mening van de raad nou ook weer in de inspraakbijdrage, zodat we het ook nog een keer terug kunnen lezen. Helaas. Maar, goed. Daar gaat het niet om. Het gaat om al die Haarlemmers die inspraken, 124 personen. Hartstikke goed. Want de betrokkenheid bij cultuur is groot. Dat wisten we natuurlijk al, want er zijn zo onmetelijk veel clubjes, professionals, amateurs, beeldhouwers, binnen, buiten, festivals. We kunnen het gewoon niet meer opnoemen, want het is nogal een breed scala waar we het over hebben. Het plan zet nu ook in op het vergroten van de toegankelijkheid van de culturele activiteiten, verbinding van de kleinschalige activiteiten. Juist in de breedte. Juist in de buurten. Wat hartstikke goed is, want we moeten juist ook die verspreiding hebben in de stad. Maar anderzijds.
We zien ook wel terug van: de bis moet die kleine instellingen en kleine clubs maar ondersteunen. Wat krijgen ze ervoor terug? Geen idee. Waar bestaat een bis uit? Waar moet een bis aan voldoen? Geen idee. Want dat zien we nog niet goed terug. Het wordt nog niet helemaal duidelijk. En ook. We hoorden het ook bij de koorbiënnale. Ja, een dergelijk etablissement moeten we het wel bijna noemen. Dat behoort dan niet tot de bis. Iets wat al jaren in Haarlem gehouden wordt, behoort niet tot de bis. Ook nog weer. Teylers behoort niet tot de bis, ondanks dat wij maar een miniem bedrag eraan geven. Ja, maar het is wel één van de pijlers van de Haarlemse cultuur. Dat soort zaken snappen we niet. Maar, goed. Zoals ik zei: het is ook een breed scala. Het is ook een onmetelijke opgave om tot een verdeling te komen van alle subsidies, alle bedragen, et cetera. Een begrip dat wat moeite met zich meebrengt. Maar anderzijds, we strooien als raad af en toe ook. En daarmee strooien in positieve zin, want de wereldmuziekschool werd gesteund zonder steun van de VVD. Niet omdat wij wilden de muziekschool niet steunen. Nee. Omdat de raad koos: ja, we doen nu even hier iets. En daarmee worden andere festivals, andere clubs, worden benadeeld. Wellicht hadden de amateurs daar wel mee ondersteunt kunnen worden als er een betere verdeling was. Dat missen we hierin. En dat vinden we jammer.
En daarin verwachten we van de beleidsmakers en de wethouder ook meer stappen de komende jaren. Zo ook in ruimtes, want we hebben heel veel ruimtes in Haarlem. En we moeten daar nog steeds meer bij hebben volgens de clubs. Misschien moeten we eens kijken naar: hoe verdelen we die ruimtes. Hoe zetten we in op betere benutting van de ruimtes die er al zijn. En het laatste puntje, want mijnheer Aynan zit hevig te zwaaien, omdat ik door mijn tijd heen ben. Dat klopt, mijnheer Aynan.
55
De voorzitter: Ja, dus, inderdaad. De heer Blokpoel: Laatste punt die ik wilde maken. Want we hebben zware gesprekken gehad over het Frans Hals Museum. Wethouder, hoever bent u daarmee? Want in januari verwachten we nog altijd een brief van u. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Kok, OPH. Mevrouw Kok: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, wij vinden ook het cultuurplan. Ja, er is enorm aanbod in Haarlem. Kleine, grote, clubs, amateurs, professionals. Een hele duidelijke keuze waarom bepaalde partijen wel of bepaalde partijen niet gesteund worden missen wij wel in het plan. Ja, wellicht kan de wethouder nog aangeven. Mijnheer Blokpoel zegt: dat kan een stap zijn voor de komende jaren. Ja, waarom doet u dat niet nu? Nu is toch het cultuurplan. Nog één klein punt. Voor ons is motie punt 9.1, motie 2.01, is duidelijk niet afgedaan voor ons. De last-minute regeling is nog steeds veel te duur eigenlijk voor de minima. De Schuur heeft wel een goed aanbod voor de Haarlempas, dus de andere podia kunnen onzes inziens ook een goede regeling voorstellen. Dus dat wilde ik nog meegeven. De voorzitter: Mijnheer Bloem, SP. De heer Bloem: Voorzitter, deze cultuurnota is niet wat onze cultuur hier in Haarlem nu nodig heeft. En er zit niet zoveel verschil in tussen de bijdrage die ik eerder heb geleverd vorige keer en bij deze behandeling.
Die basisinfrastructuur, die cultuur, die organisaties die in de haarvaten van onze samenleving zitten is veel meer dan al die prachtige stenen die er wel inzitten. We kunnen in deze coronatijd niet zeggen: we investeren alleen op projectbasis voor de rest. U heeft gehoord van de koorbiënnale. U heeft ook Klein Haarlem gehoord. Wij moeten dit anders aanpakken. Want al die kleine culturele organisaties, die lopen op hun laatste benen. En wat is nou belangrijk daarbij? Dat is samen. Dat betekent dat als de gemeente Haarlem zegt: jullie horen erbij. Jullie zijn deel van onze basisinfrastructuur. Dat het veel makkelijker wordt om allerlei andere geldstromen te krijgen. Andersom, het is al mogelijk om andere geldstromen te krijgen als je niet in die basisinfrastructuur zit. Door ervoor te kiezen om een aantal organisaties niet in die basisinfrastructuur op te nemen tekent u misschien wel, en dan kijk ik niet alleen de wethouder aan maar ik kijk ook min collega’s aan, wel hun doodsvonnis. Dat is de realiteit. Dat is het vervelende waar we mee te dealen hebben. Hoe we het gedaan hebben was mooi, maar dit is postcorona. Nee, het is in corona. En wanneer postcorona is, dat is nog maar de vraag. Wij moeten nu meer doen dan alleen programmasubsidies. Structureel ondersteunen is wat nodig is. En dat staat niet in deze nota. En dan. En daar kunnen wij niet mee leven. Dus wat dat betreft.
Ik zie een interruptie van iemand. De voorzitter: U heeft geen tijd meer, mijnheer Oomkes. Nee. Nee. Mijnheer Van den Doel. De heer Van den Doel: Ik vind het een buitengewoon sympathiek pleidooi. De vraag is: hoe gaat u dat financieren? Als dat extra geld naar al die organisaties. Tenminste, ik hoop dat het goed is dat ik dat begrijp. En als dat niet zo is, dan hoor ik dat graag van u. De heer Bloem: Nou, dat is in eerste instantie. De makkelijkste manier en de snelste manier is om dat niet vanuit al die programmasubsidies te werken, maar dat juist daaruit te halen. Maar daarnaast zal er meer geld bijkomen. En daar zitten in ons verkiezingsprogramma ook gewoon voorstellen voor. Dat is onontkoombaar. En gelukkig komt er misschien van D66 landelijk wat meer geld. Dat moeten we niet allemaal inzetten voor programmasubsidies. Daar hebben wij structureel. En versnellers. Ja, er is altijd wel geld te vinden. Nee, dat is flauw. Nee, dit is keuzes maken en ook gewoon luisteren. Wat is er nu nodig. Komen wij er wel met wat
56
subsidies. Want die basisinfrastructuur die we echt hebben, daar moeten we meer. Daar moeten we structureel wat voor gaan doen, ook al was dat in het verleden niet nodig. De nood is hoog voor het Hout Festival, voor de koorbiënnale. En uiteindelijk denk ik ook zal het voor Klein Haarlem. Dat is belangrijk. A, erkenning dat ze erbij horen. B, ook subsidie zodat ze die kunnen verdubbelen of vertienvoudigen. Dan nog één specifieke vraag. Ja, we hebben Haarlemse ateliers. Dat is prachtig. Daar leiden we mensen op. Dat is een verrijking voor onze stad. En we behandelen ze alsof ze een ongewenste huurder zijn. Ja, ze moeten weg uit het Slachthuis. Dat begrijpt de SP ook wel. Maar wethouder, kunt u gewoon hier de verantwoordelijkheid nemen en zeggen: ja, ik ben de wethouder cultuur. Ik sta hiervoor. Ik neem hen bij de hand en wij gaan gewoon samen op zoek naar een betere locatie. Samen. Als college nemen wij daar verantwoordelijkheid voor. En wij komen bij u terug als daar eventueel financiële consequenties aan zitten. Want ik snap dat u niet zomaar geld uitgeeft. Ja, bij de muziekschool wel. Maar normaal gesproken niet zomaar geld uitgeeft zonder ons te consulteren. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Amand. Niet? Nee. De heer Amand: Ik steek even mijn vinger op. Ik heb nog een paar minuten zie ik. Nou, ik vind het een mooi betoog van de SP.
En als u met een goed voorstel komt en de wethouder, dan gaan we daar akkoord mee. Dus we kijken even naar de wethouder, wat de wethouder gaat doen. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Krouwels, D66. De heer Krouwels: Dank u wel, voorzitter. Ja, een paar maanden geleden ging ik op bezoek samen met mijn collega-fractielid Thessa van der Windt bij museum Haarlem. En aan het einde van dat gesprek zeiden wij: de inspraak ligt nu open. Reageer alstublieft met zoveel mogelijk mensen. Nou, dat hebben we geweten. Dat is gelukt. Dat is hartverwarmend om te zien. Mevrouw Van Zetten had al gezegd: het is goed dat we dit al hebben besloten. Ik probeer niet te veel in herhaling te vallen. Voor een groot deel sluit ik me aan bij de vragen die het CDA heeft gesteld en de VVD. Eén ding wil ik eruit pakken, wat een inspreker ook heeft gezegd. U geeft ook in deze versie, wethouder, nog steeds aan dat jongeren moeilijk te vinden zijn. Ik heb een tip gegeven bij de vorige behandeling. Heeft u bijvoorbeeld studieverenigingen al gebeld? Het ziet ernaar uit dat dat niet is gebeurd. En dat straalt ook af in het cultuurplan. Voor de doelgroep 18 tot, pak hem beet, 35 jaar is weinig terug te vinden. Kinderen, educatie, ja. Eén van de pijlers. Heel veel geld gaat naar het traditionele conservatieve aanbod. Dat komt er goed in terug. Het werd hier de stenen genoemd.
Maar wethouder, de manier waarop cultuur wordt geconsumeerd door jongeren, dat is anders. En dat verandert ook steeds. Hoe kunnen we dat aanbod versterken, juist voor deze doelgroep? En dat mist D66 Haarlem. Hoe staat u bijvoorbeeld tegenover culturele stakeholders naast dit cultuurplan een visiedocument op te stellen voor evenementen. Juist om deze doelgroep ook aan te spreken. Dit hoeft u ook niet zelf te doen. Dit wordt in Groningen en Amsterdam al gedaan. Gewoon door jonge culturele ondernemers in de stad. Ik denk ook aan een nachtwacht die hier een bijdrage aan kan leveren. Ja, dat is gelinkt aan het evenementenbeleid. Dat klopt. Maar die evenementen dragen voor een groot deel, Hout Festival heeft het genoemd in de inspraak, bijdrage. Ik heb het net ook al genoemd van mijn voorgangers. Die kunnen wel bijdragen aan de doelen die hier in het cultuurplan worden beschreven. Graag een reactie van de wethouder. Ja, dit zijn brede ambities zonder prioriteiten. Dat is de achilleshiel van dit cultuurplan. Een strategie mist er nog wel. Klein Haarlem omschreef het voortreffelijk. De Actiepartij misschien ook wel. Ja, we gaan hier kiezen. Niet iemands dood, dat wil ik niet zeggen. Maar initiatieven gaan met elkaar concurreren. Dat is precies wat er gaat gebeuren. We zien het ook uit de vele inspraakreacties. Sommige pleiten voor meer geld naar de basisinfra.
Andere willen meer voor amateurkunsten. De één wil meer zekerheid voor de middelgrote ondernemers. De andere juist meer voor de
57
kleintjes. En allemaal onder dezelfde doelen. Deze programmasubsidies zijn gedefinieerd tot 2024. Het is belangrijk dat we deze nieuwe manier van werken, als wij weer geld gaan uitgeven, tegen die tijd met betrekking tot de programmasubsidies aan het licht houden. Wanneer hebben we dat gesprek, wethouder? Want dit is een hele belangrijke. En ik hoop dat deze raad en ook de volgende raad begrijpt dat we echt harde keuzes misschien wel moeten gaan maken. Tot slot, de ateliers. Streep nog een keer de vraag van de SP die hierover heeft gesteld. En tot slot. We hebben de insprekers er ook over gehoord. Die 0,5 procent voor amateurs. Dat is volgens mij 120 duizend euro om precies te zijn. Dat voelt wel heel specifiek. In hoeverre is dit al geoormerkt, wethouder? Ik heb de Actiepartij er kort over gehoord. Maar daar voelen we ook wel wat voor, om daar misschien een beetje in te schuiven. Tot zover. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Van den Doel, GroenLinks. De heer Van den Doel: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, een cultuurplan tot 2028. Het is een plan met ambities. En je ziet dat het vormgegeven is. En onmiddellijk hebben wij enorme discussies over wat wel en niet mag. Dat is gelukkig. En daar ben ik heel erg blij mee. Is het cultuurplan perfect? Nee. Het kan beter. En daar gaan we de komende periode en de komende periodes aan werken. Zijn er keuzes gemaakt? Ja.
Er zijn keuzes gemaakt om in ieder geval te bestendigen wat we hadden. En dat is ook goed, want stel je voor dat we de schouwburg afschieten. Ik had de stad wel willen horen. Of juist liever niet eigenlijk. Maar dat is goed. Maar het begrip bis, dat vat iedereen op een andere manier op. Dat geeft wel aan dat het begrip inderdaad een betere omschrijving nodig heeft. Wat is een bis? Een bis is over het algemeen een meer jarensubsidie die je geeft aan instellingen. En dat kan voor twee of vier jaar of één jaar zijn. Dat hangt een beetje ervan af. Maar dat is wat je ook moet stellen. Dus ik wil de wethouder wel erop aandringen dat er een goede definitie van de bis komt. Je hebt grote instellingen en je hebt heel veel meer jarensubsidies die je weg wil geven. Ik denk dat daar goed onderscheid in moet gemaakt worden. En ook wij roepen op om die programma, hoe heet het, programmasubsidies. Sorry. Om daar toch te kijken of daar niet wat meer geld voor uitgetrokken kan worden. Want dat is waarop een beroep is gedaan door een aantal insprekers hier. En dat kost geld. En daar zullen we als raad een besluit over moeten nemen. Want wat ik hoor in deze raad of in deze commissie, wat ik hoor in deze commissie, is dat cultuur over het algemeen te weinig geld beschikbaar heeft. De stenen, daar kunnen we nou eenmaal niks aan doen.
Maar we kunnen wel zorgen dat er budget komt voor de mensen die nu tekortkomen. Triple ThreaT, de Haarlemse ateliers, de dansscholen, de koorbiënnale. Het is inderdaad precies wat de SP zei van: er wordt steeds meer matching gevraagd. En dat betekent dat de gemeente een steeds grotere rol krijgt. Daar moeten we met zijn allen over nadenken. De voorzitter: Interruptie, mijnheer Visser. De heer Visser: U stelde net aan de SP de vraag: waarvan gaat u dat betalen. U doet nu ook een voorstel om meer budget te zoeken voor de programmasubsidies. Dus mijn vraag aan u is: waar gaan we dat van betalen? De heer Van den Doel: Volkomen terechte vraag. Ik zette de deur wijd open. Dank dat u hem inkopt. Ja, daar heb ik gewoon eerlijk gezegd gewoon ook niet een antwoord op. En dat vind ik juist zo moeilijk, dat mensen allemaal om geld vragen wat er niet is. Het is er gewoon niet. En hoe gaan we dat oplossen? En iedereen strijdt voor die mensen die nu te weinig geld krijgen. Dat moet ergens vandaan komen. En ik denk dat wij daar als commissie en als raad een verantwoordelijkheid in hebben om dat te vinden. En daar hebben we de kadernota als instrument voor. De voorzitter: Mijnheer Krouwels.
58
De heer Krouwels: Is het niet een fantastisch punt om dit mee te nemen bij de coalitieonderhandelingen van maart volgend jaar? De heer Van den Doel: Hartstikke. De voorzitter: Mevrouw Van Zetten. Mevrouw Van Zetten: Nee, ik denk dat het. Wij praten natuurlijk als gemeenteraad over het geld. En de wethouder ook. Maar ik denk dat het ook aan de Haarlemmers is om hun bijdrage te geven door flink naar cultuur te gaan, kaartjes te kopen, lid te worden van een vereniging. Want ik denk dat het gewoon een maatschappelijke opdracht is om dat met zijn allen vorm te geven. Je kan niet allemaal aan het overheidsinfuus gaan hangen omdat je kunst wil maken. Nee, daar zal ook. Je zal ook medestanders moeten hebben. En ik denk dat dat toch ook wel een boodschap is die we hier kunnen uitdragen. Dat doen ze al. Natuurlijk. Maar het is ook een oproep aan alle burgers van Haarlem om ook hun steentje bij te dragen. Zo werkt het in deze maatschappij. De voorzitter: Uw vraag is? Vindt u ook. De heer Van den Doel: Ja, nee. Ik ben het met de oproep eens. Want het heeft weinig zin om een nieuwe concertzaal te maken voor nul bezoekers. Maar we zien dat de vraag naar cultuur in Haarlem groot is, zelfs in de coronatijd. En er kan niks. Maar ik denk dat we dus. Wij moeten met elkaar gaan praten bij de coalitievorming, bij de kadernota.
Hoe zorgen wij dat wij dat cultuurveld wat we zo nauw aan ons hart hebben ook gaan financieren. En tot slot, wethouder. Ook van GroenLinks vinden we de amateurkunst wel erg. Ik wou een woord zeggen wat ik beter niet kan zeggen. Maar wel erg bescheiden gefinancierd wordt. En daar had ik een vraag over. De drie miljoen uiteindelijk die nog op de begroting staat, die wendt u aan voor de bibliotheek en voor het Frans Hals. En ik denk dat dat. Sorry? Voor het depot. Maar ik denk ook, dat geld hebben we gevraagd om breder ingezet te worden via de motie. Dus ik denk ook dat een aantal vragen opgelost zouden kunnen worden door een klein deel van die drie miljoen ter beschikking te stellen aan de organisaties zoals hier vanavond gevraagd hebben. Maar ik denk dat dat een afweging is die we zorgvuldig moeten maken. En hier wil ik het bij laten, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan heeft u allemaal gelegenheid gehad. Dan geef ik het woord nu aan wethouder Meijs. Wethouder Meijs: Dank u wel, voorzitter. En dank voor de complimenten voor dit cultuurplan. Cultuur maakt Haarlem. Dat is nog best wel een gewaagde titel. Maar ik denk, zoals al gerefereerd werd door de VVD, hoe verschrikkelijk veel mensen hierop gereageerd hebben bij de participatie. Dat is ongelofelijk. Ruim een jaar geleden, volgens mij exact een jaar geleden, begonnen we dat hele traject.
En ik opende toen één van de gesprekken. En ik kon niet bevoelen dat we zo verschrikkelijk veel enthousiasme konden ondervinden tijdens het maken van dit plan. Het heeft er ook toe geleidt dat we deze ambities hier met elkaar in gezamenlijkheid met alle instellingen, met alle partners, met alle cultuurmakers, vorm hebben gegeven. Scholen, zorginstellingen, welzijnsinstellingen. Iedereen heeft hieraan meegedragen, bijgedragen. Ik ben er ook trots op dat dit plan hierzo ligt. Ja, en het heeft ambities. Het is ook heel gewaagd geweest om die ambities op papier te zetten. Ik kan u verzekeren dat we in het afgelopen jaar. Nou, dat heeft u allemaal mee kunnen maken. Dat we naast het maken van een ambitieus plan als dit menig keer ons achter de oren hebben gekrabd en gedacht: overleven we dit wel. Overleven we de eerste, tweede en de derde golf van de corona. En nu zitten we eigenlijk weer in een nieuwe golf met de Omikron. Desalniettemin denk ik dat het heel erg goed is om dit plan
59
hier zo vast te gaan stellen met elkaar volgende week in de raadsvergadering. Want het geeft aan dat we als Haarlem cultuur een enorm belangrijk fundament vinden in onze samenleving. Het verbindt mensen. Het troost mensen. En zorgt voor ontmoetingen. En zoals mevrouw Van Zetten net al zei: we zijn afhankelijk van al die bezoekers. En ik denk dat de covid er als geen ander voor heeft gezorgd om te bewijzen hoe belangrijk het is om live mensen te ontmoeten. Dat we hier met elkaar de muziek kunnen beleven. Dat we weer met elkaar naar de podia kunnen gaan. Ik dank ook wat dat betreft de instellingen breed voor de flexibiliteit die zij hebben getoond in deze periode. Ik denk dat menig musea direct in navolging van Teylers, die volgens mij als eerste waren om een digitale rondleiding in hun museum te tonen, hebben gevolgd. We hebben genoten op het moment dat je dan thuis in een lockdown zat om toch voor een klein deel mee te kunnen krijgen van de diversiteit in onze cultuurmakers. Maar desalniettemin heb ik dat het afgelopen jaar weleens als een grote uitdaging gezien. En ik ben er ook trots op dat niemand zijn deuren heeft hoeven sluiten. Niemand, maar dan ook niemand. Uiteraard zijn er echt nog wel genoeg uitdagingen. Die staan ook beschreven in dit cultuurplan. En die hebben ook nog niet allemaal de uitwerking. Nu starten we eigenlijk pas.
Dat is precies, denk ik, de vinger die u hierop legt. Ja, wij hebben hier te maken met een breed plan dat de toegankelijkheid van de cultuur breed in de stad uit wil rollen. En niet alleen maar kijkt naar de culturele instellingen, maar ook naar welzijnsinstellingen. Ook kijkt naar de jongeren, zoals hier eerst aangeven bij het inspreken van Klein Haarlem. We hebben niet voor niets ook nu de nachtwacht uitgenodigd aan tafel bij de burgemeester om na te denken over de verruiming van de horecatijden. Zij zijn een vertegenwoordiging van een groep in de stad die we niet gemakkelijk bereiken. De suggestie van D66 om de studentenverenigingen te benaderen vind ik een hele goede suggestie. Gaan we zeker doen in die uitvoeringsplannen. Dat zijn, denk ik, de te vinden plekken. De queer gemeenschap, ja. Ook daar hebben we via de roze mug activiteiten voortdurend een vinger aan de pols. En nodigen we ook direct uit aan tafel. Zij denken ook mee in dit soort zaken. Hebben we nodig. We kunnen het niet alleen. En ik denk dat dat wel de basis is van dit plan, om het in gezamenlijkheid tot een goed en mooi plan, uitgewerkt te plan, te maken. En daarmee kijken we niet alleen naar de korte termijn, maar ook naar de langere termijn. Daarom is ook die bis benoemd. De bis is een langdurig duurzame verplichting aan bepaalde instellingen die erin zitten.
Het is niet alleen een recht wat ze krijgen, maar het is ook een verplichting om mee te werken om die fundamentele basiswaarden voor cultuur vorm te geven. Daar maken we afspraken mee met de bis instellingen. En die kunnen we ook aan u doen toekomen. Dat hebben we in de afgelopen jaren ook al gedaan. Die prestatieafspraken krijgt u te zien en kunt u ook zien of we ze gehaald hebben. Ja, we monitoren elke twee jaar, volgens mij, via de cultuurmonitor wat het bereik wordt. We evalueren ieder jaar of iedere twee jaar weer of de subsidie afgerond wordt met de prestatieafspraken of het gehaald is. En die prestatieafspraken maken we afspraken over bezoekersaantallen, over hun concerten, over hun tentoonstellingen, over hun educatieve bodem. Dus wij hebben zeker een vinger aan de pols. Even een aantal vragen die gesteld werden. Ook ik ben blij dat inderdaad het museum Haarlem nu in de bis zit. Wij hadden daar al een tijdelijke subsidiëring voor, maar hij is nu bestendigt op aanvraag van vele cohesiebetuigingen. Dat levert ook verplichtingen op voor iedereen, ook voor het museum. En daar zullen we ook weer afspraken met hen over maken. Er werd gevraagd door de Actiepartij over de bibliotheek. Hoe zit het daarmee. De covid. Ja, ze leiden als geen ander daaronder. Dat zou eigenlijk een vindplaats moeten zijn waar mensen gewoon normaal heel snel makkelijk binnen kunnen lopen.
En niet alleen maar voor het lenen van een boek, maar het is ook de vindplek inmiddels voor heel veel cultuurmakers. Ik refereer even aan het meemaakpodium in Schalkwijk, waar we artiesten met spoken words hun plek geven. Zo proberen we eigenlijk ook heel veel diverse podia die in die bis zitten ruimte te geven voor niet alleen de kern van de instelling, maar juist ook aansluiting te zoeken bij nieuwe of andere activiteiten. Ik ben het niet helemaal met u eens als u zegt: het zit in beton gegoten. Dat is niet zo. We leveren 1,5 miljoen extra geld nu voor die programmasubsidies. Dat is drie keer op een jaar een half miljoen extra geld om langdurige programma’s met elkaar te maken. Dat kunnen de cultuurmakers doen samen met de instellingen, met grote, met kleine instellingen en met cultuurmakers
60
onderling. Ik denk de koers die we hier als college met u neerzetten een voortzetting kan zijn van de titel: cultuur maakt Haarlem, maar Haarlem maakt cultuur. De inspreker die hier kwam vanuit Klein Haarlem, mijnheer Claus. We hebben volgens mij het afgelopen jaar heel zorgvuldig met elkaar besproken en gekeken hoe we ook hun konden doen overleven in deze covidperiode. Al voor de covidperiode hebben we volgens mij met de burgemeester om tafel gezeten om te kijken wat de mogelijkheden zijn om hun evenementen en festivals te borgen. Daar hebben we het evenementenbeleid voor nodig. En dat gaan we ook evalueren en betrekken bij onze ambities in het cultuurplan. De oproep van de inspreker van de Haarlemse ateliers. We hebben de afgelopen periode dat we wisten dat ze eruit moesten diverse keren met ze gekeken en gezocht naar andere huisvesting. Het is heel erg ingewikkeld. En ik pleit er niet voor om een verbijzondering voor deze groep te maken. Hoezeer ze ook in mijn hart zitten. Want in mijn vrije tijd, voordat ik wethouder werd, was ik ook een fervent beeldhouwer. En één van de deelnemers ken ik daar ook van en heeft mij vanmiddag nog benadert. Het zit in mijn hart en we zullen zeker opnieuw op zoek gaan naar andere huisvesting. Maar het is een vrij bijzondere doelgroep. Ze maken veel herrie. Ze hebben vaste plekken nodig.
Ze kunnen niet met hun koffertje binnenkomen en weer gaan, zoals heel veel amateurverenigingen dat wel kunnen. Die gaan ergens zingen. Die hebben een dirigent nodig. Die hebben een clubje nodig. Maar dit is echt iets structureels. En ik waak ervoor. Ik waak u ervoor om er een uitzondering voor te maken. Want als ik die deur openzet, dan staat er morgen een dansgroep op de deur te rammelen. Of een andere groep die structureel geld nodig heeft. We kunnen niet iedereen redden. Maar ik beloof u dat we nog eens zorgvuldig gaan kijken of we niet een alternatieve plek voor ze kunnen vinden. De voorzitter: Interruptie. Mijnheer Bloem. De heer Bloem: Ja, voorzitter. De wethouder zegt net dat het een hele bijzondere club is. Nou, dat ben ik met haar eens. En dat ze een bijzondere behoefte hebben. Heel scherp. U pleit niet voor verbijzondering, wat dat dan ook moge zijn, maar u neemt wel de verantwoordelijkheid om op zoek te gaan. En als dat niet lukt komt u gewoon bij ons terug, want dat is een toezegging die ik eigenlijk vraag. En ook als dat alleen met geld zou kunnen. Kunt u daar dan dat gewoon aan ons voorleggen? Dat is wat ik vraag, wat de SP vraagt. Wethouder Meijs: Nee, dat hoort u niet goed. Wij hebben al met ze gezocht. We zullen nog steeds zoeken. We gaan iedere keer op zoek. We hebben ze ook verwezen naar particulieren. Dat klopt.
Het is een bijzondere partij, omdat zij vrij veel herrie maken. Grote stukken hebben. Grote ruimtes nodig hebben. En die zijn schaars. We hebben eerder hier al, volgens mij, aan het begin van deze avond gesproken over de schaarste in de woningmarkt in Haarlem. Nou, ik kan u zeggen dat de schaarste in de ateliers ook heel groot opgave ligt. Er zijn vele partijen. We steunen in die amateurkunst meer dan zestig partijen. Ook hun steunen we daarin. Maar we steunen meer dan zestig partijen. En dan heb ik het nog niet eens over zestig personen, maar over het bereik van duizenden. We weten allemaal hier met elkaar dat er verschrikkelijk veel koren zijn in Haarlem. We weten dat er heel veel festivals zijn. We weten dat er ateliers zijn. We weten dat de mensen actief zijn in hun vrijetijdsbestedingen. Maar we kunnen niet iedereen redden. Dus ik zeg daar niet iets in toe. Het enige wat ik u toezeg is dat we wederom eens goed zullen kijken of we niet ergens in Haarlem een plekje kunnen vinden om hun onder te brengen. De vraag van het betrekken van de jongeren en de andere doelgroepen. Nou, daar heb ik net volgens mij al antwoord op gegeven. Dat we de nachtwacht hebben betrokken bij het verbreden van die openingstijden binnen de horeca. Om te zoeken naar alternatieve ruimtes. En uw suggestie van de studentenvereniging neem ik mee. Zeker.
En zo zullen er nog meer dingen in de cultuurnota of in de uitvoeringsplannen aan bod komen. De programmasubsidies. Daar heeft u ook naar gevraagd. Volgens mij hebben we luid en duidelijk hierover gesproken en ook genoemd in het cultuurplan. De nadere uitwerking volgt nog. We hebben hier de grove contouren gezet. Zeker ook een handreiking voor de langere termijn
61
willen doen en niet alleen maar voor dit lopende jaar, maar voor de komende drie jaren daar 1,5 miljoen neer te zetten. En daarmee ook de verbreding van het cultuurplan zoals het hier staat in de visie vorm te geven. En ik heb er vertrouwen in dat we over twee jaar gezamenlijk weer terug kunnen kijken op een prachtig beleid wat we hier hebben neergezet voor de Haarlemse cultuur. De voorzitter: Mijnheer Van Leeuwen. De heer Van Leeuwen: Nou, ik heb één opmerking. De voorzitter: U heeft geen tijd meer. De heer Van Leeuwen: Nou, de opmerking hou ik heel kort. De opmerking die ik maak is: de wethouder neemt het woord lange termijn in de mond. Ze heeft geld tot 2024. Dat heet korte termijn. En meer kan ik er niet van maken. Dus we moeten echt op zoek met zijn allen. De voorzitter: Ja, dank u wel. Dank u wel. Verder nog? Zag ik nog handen? Ja, mijnheer Krouwels. De heer Krouwels: Ik had twee vragen gesteld. Ook omdat ik vanuit de commissie hoor dat voor de amateurs misschien het budget anders in te delen dan die 0,5 procent, omdat die 120 duizend euro een beetje klinkt alsof het al geoormerkt is. Ik heb daar nog geen antwoord op gehad. En hoe die aankijkt. Ik begrijp wel dat de nachtwacht is meegenomen voor de langere rektijden, voor de openingstijden.
Maar de connectie tussen het evenementenbeleid en dit cultuurplan, daar kunnen we misschien wel stakeholders voor vragen om daar een visiedocument voor op te stellen à la Groningen en Amsterdam. Ook daar heb ik geen antwoord op gehad. De voorzitter: Mijnheer Bloem. De heer Bloem: Het CDA heeft ook geen antwoord gehad op de hele relevante vraag: wat zijn nou de criteria wanneer iemand tot de basisinfrastructuur behoort en wanneer niet? Dat is een zeer politieke vraag en daar is geen enkel antwoord op gekomen. De voorzitter: Dat waren de vragen? Dat was even uw haar, niet een hand. Mevrouw Meijs. Wethouder Meijs: Uw suggestie voor het opstellen van een visiedocument van mijnheer Krouwels neem ik ook mee. Dat klinkt als muziek in de oren als we daar natuurlijk vorm aan kunnen geven. Ik heb daar geen beeld bij, dus dat ga ik onderzoeken. Maar dat neem ik ter harte. De vraag van u van: wie valt er nou wel onder en wat zijn de randvoorwaarden om onder de bis te vallen. Volgens mij hebben we dat heel uitdrukkelijk in het cultuurplan beschreven. Het zijn instellingen die aan de fundamenten van ons cultuurerfgoed hebben gestaan. Het zijn instellingen die al langdurig zorg dragen voor onze stad als het gaat over de culturele infrastructuur. En dat is breed opgebouwd. Volgens mij staat er uitdrukkelijk beschreven dat het niet in enkele richtingen is, maar dat het divers is.
Het zijn podia. Het zijn culturele instellingen die voor muziek hun acties doen. Het zijn musea. Het zijn hele diverse instellingen, maar instellingen die wel de basis vormen van onze infrastructuur als het gaat over culturele instellingen. En daar. Uiteraard. Het lijkt alsof u een diskwalificatie zoekt door het te hebben over de bis. Maar dat is helemaal niet aan de orde. Het is een consistentie om mensen een garantie te geven. Dat we ze waarderen in de infrastructuur, in de basis infrastructuur, als cultuurerfgoed, cultureel erfgoed, maar ook de basis kunnen zijn voor nieuwe innovatieve, creatieve, flexibele programma’s. Vandaar die programmasubsidie. Dat ze gezamenlijk kunnen opereren met nieuwe makers, met cultuurmakers, of initiatieven zoals hier vanavond al ingesproken hebben.
62
De voorzitter: Mijnheer Visser. De heer Visser: Eén korte vraag. Wat moet een partij doen die nu niet in de bis zit om bijvoorbeeld over een jaar of vier in die bis te komen? Wethouder Meijs: Nou, dat vind ik een goede vraag. Laten we daarover na gaan denken. Ja. We hebben over twee jaar een evaluatie van de prestaties. Als mensen niet voldoen aan de bis, dan gaan ze eruit. Dan is er ook weer opnieuw een mogelijkheid om er nieuwe mensen aan toe te voegen. De voorzitter: Mijnheer Van den Doel. De heer Van den Doel: Ja, dat is waar ik in de eerste termijn op doelde. De voorzitter: Wacht even hoor. Daar achterin hoor ik wat geroezemoes. Het is nu stil. Mijnheer Van den Doel. De heer Van den Doel: Ik heb ook geen tijd meer, dus ik mag niks zeggen. Maar ik wou een aanvulling doen hierop. Oké. De basis infrastructuur is een bestendiging van wat er nu is in Haarlem. En ik heb ook de wethouder opgeroepen om te gaan nadenken of er een bisstructuur kan komen waar mensen meerjarige subsidies kunnen krijgen. En ik denk dat dat van belang is, want daar kan iedereen een beroep op doen. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Meijs. Mijnheer Blokpoel. De heer Blokpoel: Geen tijd meer, maar Frans Hals. De voorzitter: Ook geen tijd meer. Dit kan toch niet meer. En u heeft al extra gehad. Nee, daarom. Dat mag niet. U heeft tijd. Mijnheer Bloem.
De heer Bloem: Voorzitter, ik doe geen diskwalificatie zoals de wethouder zegt, maar juist diegene die niet binnen de bis vallen. Die krijgen een diskwalificatie. Die lopen nu achter. Zeker met deze moeilijke coronaomstandigheden. Dat is wat ik constateer. Dat is ook wat er gemeld wordt. Dat is de vraag die er ligt. En daarom is het zo schrijnend dat nu opeens het criterium is mevrouw Van Zetten die zich heel hard ervoor inzet. En waar de wethouder eerst zegt: nee, museum Haarlem hoort er niet bij. En uiteindelijk toch door de plomp heen gaat. Dat is blijkbaar het criteria. En dat is gewoon niet eerlijk. En daarmee is deze nota onvoldragen. De voorzitter: Ja. Waren dit alle korte vragen tussendoor? Want dan ronden we het af. Mevrouw Meijs. Wethouder Meijs: Nou, ik zal nog even reageren op de vraag van mijnheer Blokpoel over het depot en het Frans Hals museum. Dat heb ik u beloofd in januari en dat gaat naar u toekomen. De voorzitter: Ja, ik word terechtgewezen door de griffie, want we hebben vorige week afgesproken dat in januari zitten we in het college. Dan komt in februari. Wordt de commissie nog. Heeft u het gehoord? In februari. Oké. Dan zijn we hiermee aan het einde gekomen van deze behandeling. Ik heb al wat moties of amendementen aangekondigd gehoord. Houdt u daaraan vast, want dan wordt het een bespreekpunt? Ja. Ja. De heer Blokpoel: En beste wensen toch, voorzitter.
Ja, ik heb nog tijd. De voorzitter: Dat we het niet over hoeven te doen.
63
10. Sluiting De voorzitter: Dit was de laatste commissie ontwikkeling van dit jaar, dus ik wens u allemaal prettige feestdagen. En ik sluit hierbij de vergadering.
64