CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcript commissie Ontwikkeling 16 december 2021

commissie Ontwikkeling 13 januari 2022, gemeente HaarlemBij agendapunt: Transcript commissie d.d. 2 december 2021 en 16 december 2021 (alleen naar aanleiding van)38.797 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Wat betreft de opkoopplicht vinden wij de huidige voorgestelde prijs toch wel redelijk, want kijk, je voegt geen woningen toe aan het geheel, je verschuift het van vrije huur naar koop in de lage en de middensector. Voor een hypotheek van vier ton heb je al twee keer een modaal salaris nodig, dus als je huizen van vijf ton gaat doen, dan praat je niet meer over starters, maar over mensen die redelijk wat geld te besteden hebben en je onttrekt toch weer woningen uit de vrije huur, dus wat ons betreft is die grens van 389 een prima grens. Mijnheer Aynan wil daar wat over zeggen, volgens mij. De voorzitter: Mijnheer Aynan. De heer Aynan: Ik wil u daar inderdaad iets over vragen. Wat bedoelt u met dat met deze grens verschuiven we het naar huur... Kunt u dat uitleggen? De heer Bruch: Als woningen worden opgekocht om te verhuren, dan komen daar huurders in te wonen en dan praat je over de vrije sector. Als je het opkopen verbiedt, dan komen die woningen dus niet beschikbaar in

35

de vrije sector, dus daar komt minder aanbod. Dan zal misschien de prijs stijgen, maar goed, het is ten gunste van starters en mensen die goedkopere woningen zoeken en daar kiezen wij voor, dus wat dat betreft vinden we dat een prima regeling. Maar dan vinden we 389 ook een mooie grens, want daarboven praat je niet meer over starters en lage prijzen, maar dan praat je over mensen die veel geld verdienen, die veel mogelijkheden hebben. Opkopers die willen beleggen, één huis kopen. De vrienden van mijnheer Van den Doel zou ik zeggen: koop een vakantiewoning, want dan krijg je gegarandeerd zes procent rendement. Dus lijkt me ook een mooie, ja. Ik ben ook wel benieuwd over die 1992-grens. Volgens mij hebben we het er eerder over gehad, want ik zit me suf te peinzen, maar ik kan niet meer helemaal bedenken wat de reden was, dus ik luister graag naar het antwoord op de vraag van de heer Visser van het CDA. Dan ja, we kunnen allemaal ontzettend veel uitzonderingen bedenken, ChristenUnie heeft een aantal genoemd en dat deed mij dan toch weer denken aan mijn moeder die vroeger altijd zei: als de hemel naar beneden komt, hebben we allemaal een blauwe hoed. We kunnen niet al die uitzonderingen in deze regeling opnemen, dus wat dat betreft zou ik zeggen: het ziet er redelijk evenwichtig uit, laten we het zo maar doen. De voorzitter: Mijnheer Wiedemeijer.

De heer Wiedemeijer: Misschien laat mijn geheugen mij in de steek, maar ik kon mij toen we dit bespraken een voorstel van de heer Blokpoel herinneren wat werkelijk nog complexer was dan het voorstel van de ChristenUnie. Maar dat is inmiddels gesneuveld, begrijp ik dan? De heer Bruch: Dat begrijpt u goed. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Kok, OPH. Mevrouw Kok: Dank u wel, voorzitter. Wij constateren dat er prima aanzetten zijn, dat er meer beschermingswallen zijn, maar OPHaarlem vindt dat het op diverse punten steviger en duidelijker moet. Wij vinden het bedrag van 389.000 ook te laag, we willen wel met de Actiepartij en Jouw Haarlem wellicht samen optrekken voor een amendement om te kijken wat juridisch mogelijk is. Tevens lezen wij over het zoeken naar balans. Er staat in het stuk: “Bij de keuze tussen aanwijzing van wijken als time-out gebied dan wel als vergunningsplichtig gebied is gezocht naar balans tussen het beschermen van de bestaande voorraad” et cetera. Dat is voor ons veel te vaag, zeker als wij de niet heel concrete meetcriteria zien in de bijlage. Wat mijnheer Van Leeuwen ook aangeeft, het moet veel concreter, veel duidelijker, want op deze manier ontstaat er ambtelijke interpretatieruimte en dat acht OPHaarlem niet wenselijk bij deze verordening. De voorzitter: U heeft een interruptie. Mijnheer Amand. De heer Amand: Dank u wel, voorzitter.

Een interruptie op de OPH. U zegt juridisch gaat u het testen. Wat gaat u dan doen? Gaat u dan eerst iets aanvragen bij de rechter en dan komt u volgend jaar ermee terug voor de verkiezingen of zo? Wat gaat u daarmee doen dan? Mevrouw Kok: Ik heb niet gezegd juridisch testen. De heer Amand: Ik verstond dat anders wel, maar ja. Mevrouw Kok: Nee, we gaan kijken naar de juridische mogelijkheden, dat is … De heer Amand: En wie?

36

Mevrouw Kok: Wij gaan samen met de Actiepartij kijken naar de juridische mogelijkheden. Maar over het splitsen verzoeken wij echt de wethouder om dit veel duidelijker en concreter te vermelden in deze huisvestingsverordening. De voorzitter: Mijnheer Bloem, SP. De heer Bloem: Voorzitter, het is toch wel een beetje een wonderlijke avond, moet ik zeggen. Voor de tweede maal toe haalt de ChristenUnie de VVD rechts in als het om eigendomsrechten gaat, terwijl ze in de Tweede Kamer en de Eerste Kamer ook gewoon netjes voorgestemd hebben. Dus, nou, wonderen, laten we het daarop houden. De heer Aynan komt met een aantal cijfers en ik moet wel ook de heer Van den Doel bijvallen, ja, dat zijn natuurlijk de verkoopprijzen en de WOZ-waarden liggen lager. Dat is wel van belang, want daar zit echt een groot gat tussen. Ik heb zelf namelijk ook zo’n klein lijstje gemaakt en dat is wel wat extra werk, dat uitzoeken, maar die waardes liggen wel lager. Dat gezegd hebbende, denk ik dat de WOZ-waarde die wij nu in de verordening zetten wel aan de lage kant is. Want ik weet niet wat de WOZ-waarde gaat doen volgend jaar, maar ik weet wel zeker dat die omhooggaat. Ik weet dat er actualisatie is, maar die is nu al nodig als ik kijk naar de ontwikkeling van de prijzen zoals die er zijn op de eerste plaats.

Op de tweede plaats zegt de heer Wiedemeijer: maar wij zijn Amsterdam niet, in Amsterdam zijn ze veel hoger. Nou, de heer Wiedemeijer deed een suggestie of we dat konden controleren op CBS. Dat klopt, 2020 was dat veertien procent. Nou, als wij veertien procent van die vijf ton aftrekken, dan komen we ongeveer op 425 uit, dus dat is in ieder geval al hoger. En wat ik van de Partij van de Arbeid mis is een beetje bravoure en een beetje lef. Een onterechte angst zie ik juist, want de Partij van de Arbeid is bang dat als de verordening, als we een tik van de rechter krijgen op onze vingers, dat dan de hele verordening opeens het niet meer doet. Dat zie ik niet gebeuren. Als er een grondslag is die verkeerd is, zal de rechter ons daarop wijzen, zal de desbetreffende zaak, zal hij degene die in bezwaar komt natuurlijk gelijkstellen, maar dat betekent niet dat alle anderen, dat de hele verordening meteen de deur uit gekieperd wordt. Mocht dat wel gebeuren, dan is dat natuurlijk snel te corrigeren. Ik denk dat in het belang om juist, want we lopen voorop en om echt voorop te lopen en dat te blijven doen, dat we hierbij juist, omdat we als eerste in Nederland zijn, onze nek ook uit moeten steken door een meer, hogere en dus ook reëlere grens uit te steken. Dat is wat we moeten doen, dus ook wij sluiten ons graag aan bij het initiatief om het hoger te stellen, want dat is de markt.

En net zoals de Partij van de Arbeid, wij vinden dat het voor alle woningen zou moeten gelden, want woningen zijn om in te wonen, niet om in te speculeren. Dat speculeren doet vooral ook alle prijzen enorm stijgen, daar helpen we ook mee met dit opkoopverbod, zeker als we dat breder in heel Nederland uitvoeren. Dus wij sluiten ons daar van harte bij aan en trouwens ook bij de voorstellen om het splitsingsverbod uit te breiden die er zijn gedaan, want voor de leefbaarheid kunnen we met deze woonverordening ook heel veel doen. De voorzitter: Interruptie mijnheer De Groot. De heer De Groot: Dank u, voorzitter. Mijnheer Bloem, u bent een ervaren raadslid en u zegt nu: wij moeten onze nek uitsteken. Dat is toch precies wat we met deze verordening doen? Conform het wettelijke kader wat we meekrijgen richten wij ons hier op middelduur, zijn we de eerste in het land die dit doen. Dus laten we nou alstublieft een verordening vastleggen die het zo meteen gaat houden bij de rechtbank. Waarom nog verder die nek uitsteken dan we nu al doen? De heer Bloem: Nou, voorzitter, ik heb natuurlijk geen complimentje gegeven, het is fantastisch dat ook D66 – uiteindelijk, met tegenzin – maar toch meedoet om de nek uit te steken, laat ik daarmee beginnen. Dus dat is fantastisch. Maar heel eerlijk gezegd, dit is een nieuwe wet die juridisch nog getoetst moet worden.

Ook met die bestaande grens lopen wij een risico, die is ook gebaseerd op onderzoek, daar kunnen ook allerlei

37

juridische argumenten tegen vallen. Dus garantie dat we dit gaan redden met het al lage bedrag is er zeker ook niet. Dus het terugtrekken van het nekje van de schildpad van D66 heeft helemaal niet het effect wat D66 hoopt te hebben. We steken onze nek uit, laten we het goed doen, in het belang van rechtsvorming en rechtenvorming voor alle huurders in Nederland. De heer De Groot: Dat begrijp ik natuurlijk, ook vanuit uw positie. Ik denk dat we hier een verordening vastleggen die goed in lijn ligt met hetgeen wat ons aan mogelijkheden geboden wordt en het valt op dat de SP hier opnieuw meer wil dan wat er op dit moment verstandig is. Dat is de handtekening die u eronder zet. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Amand. De heer Bloem: Voorzitter, volgens mij was de interruptie op mij, hoor. Ik denk dat de SP wederom meer … Wat niet verstandig is? Echt, hoor ik u dat nou zeggen? Vindt u het niet verstandig om gewoon de huizenmarkt, het gedrocht wat de liberale vrienden van u gecreëerd hebben, gewoon eindelijk eens goed te temmen? Dat vindt u onverstandig? Ja, dat zien we ook in het landelijke akkoord, echt grote wijzigingen zijn moeilijk en lastig. Maar ja, niet alleen nieuwe bestuursstijl, nieuwe maatregelen nemen, dat is juist verstandig. Dat is durven, dat is nieuw leiderschap. De voorzitter: Dank u wel. Volgens mij begint u elkaar te herhalen.

De heer De Groot: Mag ik nog als laatste? De voorzitter: Als u niet weer herhaalt. De heer De Groot: Ik wil het laatste woord graag hebben. Ik wilde deze discussie … De voorzitter: Dat kan niet in een interruptie. De heer De Groot: Ik wilde deze discussie graag hebben … De voorzitter: Maar dat kan niet. De heer De Groot: … en u heeft precies geleverd wat ik verwacht had. Dus wij zullen het niet eens worden daarop. De voorzitter: Maar in een interruptie kunt u nooit het laatste woord hebben, want u stelt een vraag aan de inspreker. De heer De Groot: Ik reageer op zijn interruptie. De voorzitter: Ja, nou ja. We geven het woord aan mijnheer Amand. De heer Amand: Dank u wel, voorzitter. Nou, het pretkabinet is begonnen vandaag en het is nu zo, die 100.000 woningen die gaan we bouwen. Wanneer weten we niet, maar dat is ook een argument. Dus wij willen dat toch eens even weer zien. Wij willen wel meedoen met die opkoopregeling wat u zegt, die bij D66, want je kan natuurlijk ook zeggen: we gaan evalueren na een jaar. Dat vinden wij misschien wel beter, want de prijzen, gaan die veel omhoog, of krijgen we een dip? Dus dat willen wij natuurlijk in de fractie nog eventjes echt goed toetsen. Ik heb wel een hamvraag en ik zie de wethouder al kijken naar me. Ik zie een heel klein stukje maar

38

over de woonwagenlocaties en dat vind ik eigenlijk heel jammer. Ik had daar toch wel eens eventjes wat meer gehad en het achterkantje ook, dat die mensen ook eens mee konden praten: hoe gaan we dat nou eens oplossen voor al die mensen die via onze ombudsman helemaal in het gelijk zijn gesteld? Daar hoor ik eigenlijk niet zoveel meer van, dus wij willen natuurlijk toch wel eens even horen: hoe gaat dat nou verder? Of tillen we het over de verkiezingen? Dus dat gaan we toch denk ik niet doen. Dus gaarne een antwoord, wethouder. Voor de rest sluiten we ons even aan bij D66 om te kijken hoe dat loopt en hoe gaat het verder vormgegeven worden? Dank u. De voorzitter: Dank u wel. Wie verder nog? Mijnheer Van den Doel, GroenLinks. De heer Van den Doel: Dan ben ik de laatste. Ik word vanavond vaak genoemd, dank u wel daarvoor, dat streelt mij wel. Maar laten we het houden bij de verordening. Wij vinden het een mooie verordening, wethouder. We zijn er blij mee en we zijn blij dat de splitsingen meer wijken verboden wordt, dat splitsen vergunningsplichtig is. We zijn blij met de opkoopbescherming. Ik had al technisch uitgevraagd: waarom gaan we niet naar 500.000 euro? Daar krijg ik het antwoord op dat bijna de helft van de woningen heeft een WOZwaarde onder de 389.000 euro, dus het gaat ook nog maar over ongeveer de helft van de woningen als je het hoger zou doen op dit moment.

En of het juridisch houdbaar is, is onduidelijk. Dus gaan we akkoord met deze som en we kijken over een jaar hoe het werkt. Dan weten we ook of er juridische stappen zijn ondernomen door mensen die daar bezwaar tegen maken, dan kunnen we het veel beter bekijken. Op dit moment is het tot twee keer modaal. Als je twee keer modaal hebt, dan kan je een huis kopen van 389.000 euro en als je drie, vier keer modaal verdient, dan denk ik dat het probleem minder groot is. De voorzitter: U heeft een interruptie. Mijnheer Amand. De heer Amand: Dank u wel, voorzitter. Ik heb één vraag aan mijnheer Van den Doel. Ik ken hem als een rechtschapen man en mens, dus hebt u ook gekeken of het natuurlijk bewoonde panden zijn? Bijvoorbeeld in het Kleverpark, hebt u daar ook naar gekeken? Want dat zijn natuurlijk hele vertimmeringen vinden op heden plaats, dus mijn vraag is aan u: hoe staat u daarin, van die hele grote panden die ze allemaal aan het verbouwen zijn in de Santpoorterstraat en in de buurt daar? De heer Van den Doel: Ik snap niet helemaal het punt, vrees ik. De heer Amand: De vraag is gewoon: wat vindt u daarvan, van die hele grote panden die daar staan? Die worden nu verbouwd in appartementen, of is u dat ontgaan? Het is ook een beetje uw buurt. De heer Van den Doel: De vraag is over heel veel en de vraag is of elk groot pand in appartementen wordt opgesplitst.

Het is daar wel aan de gang en dat is ook goed ook, want daar zijn enorm grote huizen en daar kunnen dus straks vier mensen wonen, vier gezinnen wonen. Ik denk dat dat ook helpt, want de woningcrisis is er niet alleen voor de laagstbetaalden, is er ook voor de mensen met een wat grotere portemonnee en die worden daarmee wel bediend. Dus wat dat betreft, wij zijn voor dat zoveel mogelijk mensen in Haarlem kunnen wonen en welk instrument je daarvoor moet gebruiken, daar mag je uit kiezen. Nou, we hebben een aantal keuzes daarin gemaakt, die zijn keurig vertaald in deze verordening en daarom zijn wij er blij mee. Het is inderdaad wat mijnheer Van Leeuwen zegt van de Actiepartij, dat we dingen moeten evalueren en moeten kijken of we het nog aan kunnen passen, zodat we volgend jaar nog een betere huisvestingsverordening hebben dan die op dit moment al is. De voorzitter: Mijnheer Aynan.

39

De heer Aynan: Hoor ik u nou … Bent u nou voor het opkopen van huizen en vervolgens die opsplitsen en dan voor de hoofdprijs doorverkopen dan wel doorverhuren? De heer Van den Doel: De woning die gekocht wordt zit al rond de miljoen. Die grote woningen waar mijnheer Armand het over heeft … De heer Amand: Amand. De heer Van den Doel: Ah, sorry, de R hoorde er niet thuis. Amand het over heeft, dat zijn woningen, die zijn acht ton, die zijn anderhalf miljoen. Die zijn niet haalbaar voor de doelgroepen waar wij hiervoor in die verordening zo hard zitten te vechten. Dus wat dat betreft snap ik niet helemaal uw probleem. De voorzitter: Mijnheer Aynan. De heer Aynan: Dat is de vraag niet. De vraag is of u … Want weet u wel wat er gebeurt? Dat als zo’n groot huis, of het nou zeven ton of een miljoen, het gaat helemaal niet om de verkoopprijs, het gaat erom wat er daarna gebeurt. Als er een huis gekocht wordt in bijvoorbeeld Kleverpark, die vervolgens opgesplitst wordt waar de belegger, speculant, wie dan ook vervolgens streeft naar winstmaximalisatie, dat eigenlijk helemaal niets te maken heeft met het creëren van laten we zeggen gewoon normale woningen, maar het streeft naar winstmaximalisatie. Daar heeft GroenLinks dus helemaal geen mening over en ook geen probleem mee zelfs? De heer Van den Doel: U moet inderdaad vaker met de SP praten, want u klinkt echt precies zoals de SP.

Maar nee, ik bedoel … De heer Aynan: Ik voel me daar … De heer Van den Doel: We hebben een markt … De heer Aynan: … maar de vraag was aan u gericht. De heer Van den Doel: We hebben een markt … De voorzitter: Eén tegelijk. Mijnheer Van den Doel. De heer Van den Doel: … en daar is … We kunnen ook Haarlem op slot gooien en de sleutel weggooien. Zo werkt het niet. Ik bedoel, er is ook een deel vrije markt en dat is ook in Haarlem en er zijn ook mensen met veel geld die ook een woning in Haarlem willen kopen en die zijn ook welkom. Waar wij mee bezig zijn hier en waar deze verordening een antwoord op geeft en zelfs zijn nek voor uitsteekt, is dat de mensen tot twee, drie keer modaal, dat die een huis kunnen kopen. Dat de starter een huis kan kopen, dat de politieagent een huis kan kopen, dat de verpleegkundige een huis kan kopen. Daar zijn we voor bezig, voor die mensen zijn we bezig en daar staat GroenLinks voor. Dus u gaat mij niet beschuldigen dat ik … Ik begrijp überhaupt uw probleem niet tegen een marktwerking in de huizen van boven een miljoen, wat is daar het probleem? Ik zie het niet, omdat het beantwoordt aan een vraag. Waar wij voor knokken is dat iedereen kan wonen en ook de mensen die op dit moment niet kunnen wonen en daar vechten we voor en daar geeft deze verordening een antwoord op.

Die kunnen we in de komende jaren verbeteren, zodat er steeds meer mensen die het nodig hebben en die op dit moment niet in Haarlem kunnen wonen, wel in Haarlem kunnen gaan wonen. De voorzitter: Mijnheer Aynan.

40

De heer Aynan: Voorzitter, ik moet concluderen dat GroenLinks eigenlijk helemaal niet weet voor wie ze op willen komen, maar wel voor wie ze vechten. Weet u wie uw faciliteert hiermee, met deze denkwijze? Huisjesmelkers en speculanten die woningen opkopen om vervolgens naar winstmaximalisatie te streven. Uw faciliteert de verkeerde mensen, voorzitter. De heer Van den Doel: Bedankt voor uw goedkope retoriek. Ik … De heer Aynan: Er is niks goedkoops aan. De heer Van den Doel: Het is absoluut goedkoop, hou nou toch op. We kunnen de hele markt … We kunnen wel zeggen dat er geen huis meer verkocht mag worden, laten we dat vooral doen, dan komt er niemand meer in Haarlem te wonen. Dat is tof, want dan is er geen markt meer. De heer Aynan: Dat zien we, daarom staan ze natuurlijk rijen dik … De voorzitter: Nou is het afgelopen. De heer Van den Doel: U gooit die markt eruit, u zegt: geen markt in Haarlem, geen markt in de woningen. Wij zeggen: laat het hoge segment vooral doen wat ze moeten doen, maar wij zorgen ervoor dat de mensen met een kleinere beurs in Haarlem kunnen wonen. De heer Aynan: U weet werkelijk waar niet wat speculanten aan het doen zijn … De voorzitter: Nou, dames … De heer Aynan: … op dit moment met onze Haarlemse huizen. De voorzitter: … en heren, heren voornamelijk.

U begint elkaar te herhalen en u wordt er zo fanatiek in dat u ook een beetje de nette omgangsregels in deze raad vergeet. De heer Wiedemeijer: Voorzitter, een punt van orde. De voorzitter: U begint zelfs door de voorzitter heen te praten en u praat ook door elkaar heen. Mijnheer Van den … Bent u … De heer Wiedemeijer: Ik had een punt van orde. De heer Van den Doel: Ik ben nog niet klaar. De heer Wiedemeijer: Ik had een punt van orde. De voorzitter: Ja, mijnheer Wiedemeijer. De heer Wiedemeijer: Het is hier weer alsof ik af en toe naar de Tweede Kamer zit te kijken waar iedereen zich als vierjarige gedraagt. Zullen we afspreken dat we gaan spreken als de voorzitter iemand het woord geeft? De voorzitter: Lijkt me ook goed, en niet door elkaar heen te schreeuwen. Mijnheer Bloem.

41

De heer Bloem: Voorzitter, ik denk dat ik dezelfde interruptie heb als de heer Aynan, maar dan toch even wat anders. Het gaat erom dat hoe meer wij speculatie faciliteren, hoe meer dat een prijsopdrijvend effect heeft. Dus hoe meer we dat beperken, hoe minder we een prijs opdrijven, waardoor meer woningen toegankelijk zijn. Dus dan is het toch niet zo raar dat er een aantal partijen is in deze raad die zegt: die grens, die mag wel wat hoger. De heer Van den Doel: Ja, maar als u gelezen had, dan heb ik daar technische vragen over gesteld waarin ik refereer aan Amsterdam, waarin ik refereer aan Haarlemmermeer. Daar krijg ik een antwoord op dat het gaat over de helft van de huizen wordt hiermee beschermd. De helft van de huizen in Amsterdam … In Haarlem, sorry, daar geldt die opkoopbescherming voor. Dat vind ik een goed antwoord, want dat betekent dat het voor heel, heel veel huizen gaat gelden. Is het genoeg? Ik spreek u daar graag volgend jaar over, ik weet het niet. Ik weet wel dat wij in Haarlem de eerste zijn die opkoopbescherming invoert en de eerste zijn die zijn nek erop uitsteekt. Ik heb het antwoord wat wij hebben gekregen op mijn technische vragen, want wij willen hem ook hoger, net als PvdA zegt, wij willen hem ook hoger en dat is op dit moment een lastig ding.

Dat antwoord stelt ons tevreden en als het in de markt blijkt dat het niet uitwerkt en dat het hoger moet, dan zullen wij vooraan staan om dat volgend jaar bij de evaluatie hoger te krijgen. Dat is het antwoord. De voorzitter: Oké, dank u wel, helder. Mijnheer Bloem. De heer Bloem: Dan constateer ik toch dat GroenLinks dus met de helft genoegen neemt, dat is één. En twee is het inderdaad gewoon een kwestie van lef. Een kwestie van verder gaan dan die helft. Niet tevreden zijn met de speculatie in technische antwoorden, want het blijft speculatie als het gaat om juridische houdbaarheid bij de implementatie van nieuwe wetgeving. Dat constateer ik en dat is toch jammer. De voorzitter: Helder. Wilt u nog reageren, mijnheer Van den Doel? Want het wordt gauw een herhaling. De heer Van den Doel: Ik denk dat we gaan voor het haalbare en u gaat voor het onhaalbare. Laten we elkaar over een jaar spreken waar we heen willen met elkaar. De voorzitter: Mevrouw Kok. Mevrouw Kok: Dank u wel, voorzitter. Ook nog een vraag aan GroenLinks, over na speculatie, over het splitsen van woningen. Hoe denkt GroenLinks over de leefbaarheid, in welke wijk het ook is, als woningen gesplitst worden? De heer Van den Doel: Als u gelezen had in de verordening staat dat leefbaarheid een van de maatstaven is om een vergunning tot splitsing af te geven. De voorzitter: Dank u wel.

Dan geef ik het woord nu aan wethouder Meijs. Wethouder Meijs: Dank u wel, voorzitter. Deze verordening roept nogal wat emoties op en ook nogal wat vragen op. Volgens mij spreken we hier al voor de tweede, of volgens mij al de derde keer over de huisvestingsverordening. Blijkbaar zit er ongelooflijk veel techniek bij deze raadsleden, in ieder geval op dit onderwerp, want soms dacht ik: nou, dat weet ik niet, dat moet ik even navragen. Maar iedere keer zijn er weer nieuwe technische vragen, dus een aantal dingen kaats ik dan toch nog even terug, die zijn volgens mij allemaal al technisch beantwoordt en een aantal dingen kan ik u nu denk ik wel verlossen. Als eerste was de vraag van D66: kunnen we het niet over een jaar al evalueren? Dat is best ingewikkeld om dat al met een jaar

42

te doen. We lopen vooruit, we lopen voorop, we hebben lef getoond door onder andere de opkoopbescherming hieraan toe te voegen. Maar om al binnen een jaar daar al over te rapporteren is best ingewikkeld. Wat we u wel kunnen leveren, niet alleen aan D66, maar meerdere mensen hebben die vraag gesteld, is natuurlijk kijken hoeveel aanvragen we krijgen, hoeveel weigeringen we doen, hoeveel rechtszaken we hierover zien, om dat te monitoren. Dat gaan we natuurlijk ook doen, dus die gegevens kan ik u wel teruggeven. We kunnen ook bij het Kadaster aanvragen hoeveel splitsingen er aangevraagd worden, hoeveel woonomvormingen. Dus dat zijn denk ik de gegevens die u nodig heeft om wellicht al eerder in te grijpen en deze huisvestingsverordening te evalueren. Maar ik zou het niet te vroeg willen doen. We hebben weinig juridisch toetsmateriaal, we zijn de eersten in het land die dit uitvoeren wat betreft de opkoopbescherming, dus daar wil ik ook wel even de tijd voor nemen om dat goed te bestuderen. Uiteraard houden we vinger aan de pols, want we doen deze huisvestingsverordening niet zomaar met alle mitsen en maren. Het is een technische verhandeling waar een basis onder zit, een visie onder zit dat wij onze woningmarkt willen beschermen, vooral voor de lagere huren, vooral voor de middeldure huur en vooral voor degenen die het hard nodig hebben.

De vraag was van de ChristenUnie over wat te doen als het gaat over uitzonderingen bij eerste- en tweedelijnsvoorzieningen? Volgens mij hebben we daar al voorzieningen voor. Mensen die dus overlijden en dan een huis erven, nog te jong zijn om dat zelf te bewonen, volgens mij zijn daar al maatwerkvoorziening voor. Iemand kan wel degelijk een woning kopen die nu ook al verhuurd wordt, daar zijn ontheffingsmogelijkheden voor, maar ik wijs u er wel op, op het moment dat wij daar ook weer uitzonderingen in deze huisvestingsverordening toevoegen, maken we iedere keer een pleistertje op een pleistertje op een pleistertje en dat zou ik niet wenselijk vinden. De vraag van het CDA over de woningen die gebouwd zijn voor ’92. Volgens mij staat er in het Hvv al een uitgebreide toelichting op dat die huizen in principe niet zijn toegevoegd, omdat die veelal in het woningcorporatiebezit zijn, dus die huizen zijn eigenlijk al van een goede staat en die hebben we ook niet opgenomen in die woonsplitsverordening, niet in de mogelijkheid om te kunnen splitsen. Die zijn al dermate goed. Jouw Haarlem vraagt over het toevoegen van de zienswijze. Volgens mij hebben we daar best nog even een mogelijkheid om daar iets over te voegen.

Voor de behandeling van volgende week kijken we er nog even naar, maar ik zou u willen verzoeken om uw stuk goed te lezen, want in de verordening hebben we daar ook iets over opgenomen, bijvoorbeeld over de vraag van de wijkraden waar u naar wees. In de verordening – werd net ook al even aangehaald in het antwoord naar GroenLinks – zijn een aantal randvoorwaarden opgenomen als het gaat over splitsen of omvormen van woningen en kijken we naar de leefbaarheid, naar parkeervoorzieningen et cetera. Dus die vraag voor u: kijken we goed naar de time-out gebieden en kijken we goed hoe we dat beschreven hebben in de huisvestingsverordening? Ja, daar houden we rekening mee met de leefbaarheid in de wijk. Uw vraag over de bijzondere doelgroepen, of we die nu wel of niet al toevoegen. We hebben een pilot lopen en kijken goed naar die pilots hoe die werken. We hebben de pilot bij de zorg en we hebben de pilot bij de onderwijsgroepen, dus ik zou daar nog niet op vooruit willen lopen en die nu direct al toe te voegen, maar wij zijn daar wel met de woningcorporaties ook mee bezig. De voorzitter: U heeft een interruptie van mijnheer Aynan. De heer Aynan: Ik wil even terug naar het splitsen. Ik heb ook een vraag gesteld over het uitbreiden van de wijken. We zien nu al het waterbedeffect, dat ze dus uitwijken naar de omliggende wijken.

Heeft u daar goed naar gekeken? En ten tweede, en daar heeft de Actiepartij in het verleden ook … Hé, yes, ik spreek in de tijd van mevrouw Meijs. O, wat jammer. Het verschil tussen bouwkundig splitsen en kadastraal splitsen, want we zien dat die kadastrale splitsingen mogen, maar wat voor effect heeft dat nou in de praktijk? Want ik kan me voorstellen dat ze dat dan als gesplitste woningen verkopen en dat we dan alsnog in de praktijk dus gesplitste woningen krijgen.

43

Wethouder Meijs: Ik snap uw probleem niet. Volgens mij monitoren we heel erg goed, in ieder geval bij de vergunningen, of het over kadastraal splitsen gaat of over woonsplitsen. Volgens mij is dat heel goed geregeld. Wij zullen bij het Kadaster navragen, als dat u gerust kan stellen, of dat terug te vinden is, dat probleem. Ik denk … De heer Aynan: ‘…’ (buiten microfoon). De voorzitter: Het is uw eigen tijd. Mevrouw Meijs gaat verder. Wethouder Meijs: Er was ook een vraag bij u: kunt u die grens niet optrekken? De grens gaat niet over 389 verkoopprijs, maar gaat over de WOZ-waarde. De WOZ-waarde wordt elk jaar weer bijgesteld en elk jaar weer aangepast. Wat het probleem volgens mij meer is – en dat is de koppeling die zojuist ook gelegd werd in dat laatste stukje van de discussie – het probleem is dat we niet alles in de hand hebben in deze wooncrisis. Er is ook inderdaad een groot stuk wat vrije markt is, daar kunnen wij weinig aan doen. Maar wat we hier doen is wel de bescherming maken en de koppeling maken aan de middeldure huur. De middeldure is denk ik net zo broodnoodzakelijk als de sociale huurwoning en bij deze opkoopbescherming maken we het dan wel mogelijk om daar ook nog een stukje bescherming te hebben. Maar de lage rente en ook nog even als antwoord op uw debat wat u net had met elkaar. Kijk, niet iedere verhuurder is direct ook een huisjesmelker.

Ik ben het helemaal u eens als u zegt dat de prijzen de pan uit rijzen. Ja, de prijzen rijzen de pan uit. Maar de lage rentestand en het feit dat sommige ouders in staat zijn om een huis te huren voor hun kinderen, daar gaat deze huisvestingsverordening niet over. Er zijn ook mensen met goede wil om huizen te verhuren. De voorzitter: Mijnheer Aynan. De heer Aynan: Ik ga het heel kort proberen. Kunt u uitzoeken of het kadastraal splitsen misbruikt wordt voor bouwkundig splitsen? Wethouder Meijs: Dat is een vrij technische vraag, maar ik ga kijken of ik … De voorzitter: Technisch, ja. Laat u hem technisch stellen. Wethouder Meijs: Ik zal navragen of ik dat kan uitsplitsen en of ik dat kan laten zien aan u. De voorzitter: Dat had u technisch uit kunnen vragen en dat kunt u nog steeds. De heer Aynan: Dat hebben we al tig keer gedaan, voorzitter. De voorzitter: En dat kunt u nog steeds. Mevrouw Meijs gaat verder. Wethouder Meijs: Er was nog een vraag bij D66 over de inzage over de handhavingskosten die we bij de kadernota aan zullen geven, maar ik heb die gegevens nog niet. Het is heel erg ingewikkeld om nu al die toeristische verhuur, om die handhaving daarvoor in te schatten wat daarvoor nodig is. Dat regelen we nu natuurlijk via die huisvestingsverordening, maar die handhaving, dat is nog echt wel een klus.

Het geld wat we nu beschikbaar hebben is in ieder geval om de vergunningen op een goede manier uit te kunnen zetten. Er wordt ook gesproken over risico’s die we hiermee lopen. Dat was de SP die daarop doelde. Ja, we hebben inderdaad een korte inspraakprocedure gehad, inspraakprocedure tussen haakjes. Daar lopen we inderdaad op vooruit. We hebben de risico’s wel ingeschat en hopen dat we die risico’s natuurlijk erg laag kunnen houden. Het moment dat we zien dat we daar toch gaps in hebben, zullen we uiteraard bij u terugkomen als

44

we daar heel veel tegenaan lopen. Maar daar gaan we niet van uit, we hebben goed gekeken. We hebben ook naar onze buren gekeken, maar wij lopen wat dat betreft echt vooruit voor de troepen en zijn de eerste gemeente in Haarlem die dat doen. Dat deden we overigens ook … In het land, bedoel ik. Dat deden we ook al, even ter herinnering, toen wij de time-out gebieden uitvoerden, daar waren we ook al koploper op. De heer …: Nieuw leiderschap. Wethouder Meijs: Nou, ik weet niet of het nieuw leiderschap is, het is in ieder geval lef om je woningvoorraad goed te beschermen voor verkeerde doeleinden. Nogmaals, als laatste volgens mij werd er herhaaldelijk gevraagd over de evaluatie, of we die eerder konden doen. Ik heb in het stuk gezet dat we dat over twee jaar konden doen. Dat lijkt mij prima om tussentijds u te voorzien van de gegevens die we zullen monitoren. Maar ik zou er niet voor pleiten om de evaluatie erg vroeg naar voren te houden, omdat we er ook nog gewoon ongelofelijk weinig ervaring mee hebben met de opkoopbescherming. Voor zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Behoefte aan een tweede termijn? Of een paar korte opmerkingen? Nou, we gaan gewoon. Mijnheer Visser. De heer Visser: Ja, dank u wel. Het CDA had drie punten aangehaald. Eén, dat was die bij het splitsen van een woning in appartementen. Dat er minimaal één van 80 vierkante meter moet blijven staan.

Daar hebben we geen antwoord op gekregen van het college. Wij kondigen hierbij een amendement aan. Het tweede waarmee wij kwamen is in 1992. Het antwoord, eerlijk gezegd, is mij niet volstrekt duidelijk. Of misschien helemaal niet duidelijk. Ik zal hier aanvullend technische vragen over stellen. En wellicht komt daar dus ook nog een amendement van. En het derde is, dat verbaast mij wel dat ik daar geen antwoord op heb gekregen. Dat is die winkels. Het vergunningsvrij wonen boven winkels. In het huidige voorstel van de verordening geldt dat dus niet voor het zuidelijke gedeelte van de Grote Houtstraat. En dat lijkt me gewoon niet de bedoeling van een verordening. Het lijkt me heel logisch dat het daar ook voor geldt. De Cronjéstraat en de binnenstad. Maar ik denk dat het voor het hele centrum moet gelden. Of in ieder geval voor het zuidelijke gedeelte van de Groot Houtstraat. Dus ik weet niet of de wethouder daar nog even op kan ingaan. En anders ga ik dit ook technisch uitvragen en eventueel daar een amendement voor indienden, om dat te veranderen. Want ik denk echt dat als we het vergunningsvrij wonen boven winkels willen hebben dat zeker de Groot Houtstraat er geheel onder moet vallen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Verder nog? Ik zag handen net daar. Mijnheer Van Leeuwen.

De heer Van Leeuwen: De wethouder heeft er weer een kunst van gemaakt om de vragen niet te beantwoorden, dus dat gaat van mijn spreektijd af. Ik wil wel wat over de cultuur zeggen. Ik heb technische vragen gesteld. Ik zou de wethouder willen vragen: kijk er eens een keer naar. Want misschien leert u er ook van, net als ik ervan heb geleerd. Wij willen namelijk weten of u ook ziet dat het vormen van woningen in nietwoongebouwen, dat dat geen leefbaarheidstoets met zich meebrengt. En dat het voor een omwonende geen ene donder uitmaakt of er een pand gesplitst wordt of dat er een garage gesplitst wordt, bouwkundig. En dan moet je dat gaan toetsen. Dat was een vraag, een concrete vraag. Daar bent u niet op ingegaan. Ja, en verder laat ik het hierbij, want ik wil nog wat tijd aan de cultuur besteden. De voorzitter: Dat klinkt mij vrij technisch hoor, in de oren. De heer Van Leeuwen: Van de orde. Ik ben het echt spuugzat om hier constant op het moment dat het spannend politiek ingewikkeld lijkt te zijn om dan te zeggen: ja, dat is technisch. Kijkt u als voorzitter nou eens

45

naar de stapels technische vragen die ik afgelopen twee jaar heb gesteld over dit onderwerp. Elke vergunning hebben we boven tafel getrokken om te kijken: klopt het nou. Snappen we het nou. Net heb ik ook gezegd: de terminologie in de vergunning heeft geen donder te maken met de verordening. Ja. De voorzitter: Maar u zegt eigenlijk: ik heb het technisch uitgevraagd, maar het antwoord is niet afdoende. De heer Van Leeuwen: Er wordt geen donder mee gedaan. En u wimpelt het weg als: ga het technisch uitvragen. Mijnheer Visser herinnert mij er net aan dat we dat allemaal hebben gedaan over 1992. Ik wil gewoon een verbeterslag zien. En ik wil een wethouder die op de materie zit. De voorzitter: Ja. De vraag kwam op mij vrij technisch over. Maar de wethouder gaat daar antwoord op geven. Wie nog meer? Ja, precies. Dan alleen mijnheer Amand nog. Nou, gaat uw gang. Toch mevrouw Kok ook nog. Eerst mijnheer Amand. De heer Amand: Dank u wel, voorzitter. Ik had ook een vraag gesteld over die woonwagenlocaties. Dat is één. Daar heb ik geen antwoord op gekregen. Wanneer komen daar eens een paar dingen bij? Ten tweede heb ik de vraag: wonen boven winkels. Dat is al tien-twintig jaar geleden. Toen is deze al gevraagd. Toen vond de gemeente het duur. Vindt de wethouder het nu nog zo duur, wonen boven winkels, om subsidie te geven? En de andere vraag is van ons natuurlijk.

U kan via het kadaster bekijken, als u een beetje handig bent, of een woning aangekocht is en of het dan weer verkocht is in appartementen. Dat is een fluitje van een cent. Maar daar zal u toch wel een ambtenaar voor hebben. Geeft u daar eens antwoord op. De voorzitter: Mevrouw Kok, OPH. Mevrouw Kok: Ja, dank u wel, voorzitter. Nou, ik ben het van harte eens met mijnheer Van Leeuwen van de Actiepartij. Geef ons duidelijke meetcriteria. We kunnen wel zeggen: we zijn tegen het splitsen van woningen. En dan wordt er gezegd: we kijken naar de leefbaarheid. Ja, de leefbaarheid. Geef ons duidelijke criteria. En dan kunnen wij er ook iets zinnigs over zeggen. Maar dit is veel te vaag en daar kunnen wij echt niet mee akkoord gaan. De voorzitter: Mijnheer Bruch, VVD. De heer Bruch: Ja, heel kort. Wij vroegen om een evaluatie en de wethouder zei dat dat lastig is. Maar hij noemde vervolgens wel een aantal paramaters op waarvan ik zeg: daar kunnen we heel aardig een evaluatie mee houden. Dus ik zou toch graag willen aanhouden dat we in het najaar 2022 een lijstje krijgen met de aanvragen, et cetera, die de wethouder net noemde, zodat we het kunnen beoordelen. De voorzitter: Oké. Het woord is aan wethouder Meijs. Wethouder Meijs: Ja, als antwoord op de Actiepartij en ook OPH stelt hem nu.

Bij de afweging of er woningen kunnen komen in op dit moment bedrijfspanden zit er of een bestemming op, of wij kijken naar de randvoorwaarden van de leefbaarheid. En de leefbaarheid hangt onder andere samen met het aantal voorzieningen in de wijk, zoals parkeervoorzieningen. De druk op de tuinen. Of er wel of geen tuin is. De toegang. Dus ik begrijp dat u behoefte heeft om alles tot aan detail hierin te stoppen, maar leefbaarheid is echt gekoppeld aan parkeerdruk, aan bewegingen in de straat, de grote van de straat, de grote van de tuin. Dus die randvoorwaarden zijn allemaal opgenomen daarin. En het wonen boven winkels, wat net nog genoemd werd, dat heeft ook te maken met de vitaliteit in de stad. Volgens mij heeft u daar ook al een keer

46

met mijn collega Berkhout over gesproken. Kan ook binnenkort nog een keer terugkomen. Dus uw vraag van het CDA: kan dat nou wel of niet ook ten zuiden van de Grote Houtstraat opgenomen worden. Ik zou u willen verwijzen naar die vitaliteitsdiscussie die er is. We kijken heel goed naar deze stad als het gaat over toevoegen van wonen. Ook voor het wonen boven winkels. Daar waar het kan, graag. Maar daar waar het een bestemming heeft voor de winkel kan het niet ontnomen worden. En over de woonwagens. Volgens mij staat dat nu niet op de agenda. Volgens mij staat het over de huisverordening, huisvestingsverordening, op de agenda. En niet over het wel of niet toevoegen van plekken voor woonwagens. De voorzitter: Nog behoefte aan een opmerking? Nee. Mijnheer Amand. De heer Amand: Een kleine. Want ik vroeg aan de wethouder: het kadaster kan u zo inzien. Als je een groot pand hebt en je splitst het, dan wordt dat allemaal bij het kadaster geregistreerd. Dus ik zie het hele probleem niet hoor. De voorzitter: Oké, dank u wel. De wethouder heeft een aantal toezeggingen gedaan met betrekking tot de zienswijze en nog een paar dingen uit te zoeken. Toch heb ik ook gehoord een aantal amendementen die er zijn aangekondigd. Dus dit stuk gaat sowieso dan als een bespreekpunt naar de raad. Waarvan ik hoop dat u alles wat u hier gezegd heeft niet nog een keer gaat herhalen daar.

Dat het in ieder geval beknopt kan blijven. 9.

Vaststellen Cultuurplan 2022-2028 (MTM) 9.1 Motie 2.01 Met de HaarlemPas moet echt veel meer kunnen 9.2 Motie 18.06 Museum Haarlem verdient ondersteuning 9.3 Toezegging bespreken optie last minute tickets voor HaarlemPas houders met culturele instellingen 9.4 Motie 21 "3 miljoen cultuur" De voorzitter: Dan gaan wij verder naar het laatste agendapunt van vanavond. Dat is agendapunt 9. Het vaststellen van het cultuurplan 2022-2028. Ja. Daar is aan toegevoegd de moties 2.1, met de Haarlempas moet veel meer kunnen. Motie 8.6, museum Haarlem verdient ondersteuning. De toezegging voor het bespreken van de optie last-minute tickets voor Haarlempashouders bij de culturele instellingen. En motie 21, drie miljoen voor cultuur. Eind vorig jaar heeft de gemeenteraad in een startnotitie de kaders bepaald voor het cultuurbeleid. De cultuur maakt Haarlem. Het cultuurplan 2022-2028 is hiervan de uitwerking. Het college stelt aan de raad voor dit vast te stellen. En daarvoor hebben zich een aantal insprekers aangemeld. Dat is mijnheer Catau. Mijnheer Claus. Mijnheer Nanne, oké. Mijnheer Catau. Mijnheer Claus. En mijnheer Hurts. Mijnheer Hurts is digitaal. En die is ook al aanwezig. Ik heet u beide welkom bij deze commissie. Als u straks ingelogd bent, dan kunt u het knopje van de microfoon indrukken. Dan gaat het lampje branden. En vanaf dat moment heeft u drie minuten om uw verhaal te doen.

Aan het einde zal ik u eraan herinneren dat de tijd op is. En daarna is er gelegenheid voor vragen vanuit de commissie. Mag ik als eerste het woord geven aan mijnheer Claus? Ja, gaat uw gang. De heer Claus: Super. Hallo, mijn naam is Maarten Claus. Ik spreek hier namens Klein Haarlem. Voor wie ons niet kent. Klein Haarlem is een groep van ongeveer tientallen jonge creatieve en culturele ondernemers. Wij zijn verantwoordelijk voor onder andere een aantal culturele evenementen in de stad. Misschien kent u ons wel van Parksessies, wat in 2019 voor het laatst was. We hadden jaarlijks twintigduizend bezoekers. We

47

organiseren op de begane grond een kunstfeestje. We hebben We Are Public naar Haarlem gehaald. We doen allerlei dingen in de stad. Daarnaast zouden wij een nieuw festival gaan organiseren. Dat heet Boring. Misschien heeft u het voorbij zien komen op posters. Maar sinds gister weten we dat het, nou ja, eergister, dat helaas het eerste jaar niet door kan gaan. Dus dat is een beetje om te janken, maar ik zal hier niet gaan janken. Dat is een beetje, dat geeft een zooitje. Verder hebben wij ook nog een vastgoedhoek. Dat wil zeggen: we hebben een aantal creatieve hubs. Hubs is een chic woord voor een kantoorverzamelgebouw waar allerlei creatieve ondernemers samenwerken. We zijn ooit begonnen in de Zijlpoort, waar nu de gemeente zit. We zitten nu in de Greiner. En binnenkort ook in de Slachthub. Dat is op het Slachthuisterrein waar we drieduizend vierkante meter erbij krijgen. Dus dat is allemaal hartstikke leuk. Maar daar zijn we hier niet voor. Wij zien hier om te reageren op het cultuurplan. 70 procent van onze werkzaamheden vallen in het cultureel domein. Daarom wil ik daarop reageren. We waren in eerste instantie heel enthousiast van het cultuurplan. De algemene visie delen we heel erg. Cultuur voor iedereen. Dat is echt een heel mooi doel. Maar je geeft er eigenlijk ook gelijk mee aan dat het niet helemaal lukt op dit moment. Wij zien vooral.

Met Boring zijn we langs alle culturele instellingen gegaan en hebben we gevraagd van: wat is jullie publiek op dit moment? En wij zien gewoon een gigantisch gat op het gebied van jongeren. Op het gebied van mensen met een bi-culturele achtergrond. En wij voegen daar graag aan toe dat de queer community helemaal niet vertegenwoordigd is in de culturele sector. Dat moet beter, als je naar de statistieken van Haarlem kijkt. 40 procent van de inwoners van Haarlem is dus tussen de 14 en 40 jaar oud. En 30 procent heeft een bi-culturele achtergrond. En die vindt zijn weg dus blijkbaar slecht naar de culturele instellingen. Wij vinden het eigenlijk noodzakelijk dat aan de visie wordt toegevoegd dat de cultuur niet voor iedereen moet zijn, maar ook van iedereen. Eigenaarschap is essentieel als Haarlem deze doelgroep niet nog verder wil vervreemden van de publieke sector. Wij zien ook de situatie waarin de gemeente Haarlem zit. Dat eigenlijk veel cultuursubsidie gewoon verkapte huursubsidie is. Wat het heel moeilijk maakt om veranderingen aan te brengen. Maar dat kan niet reden genoeg zijn om er niks mee te doen. Je kan dan niet als laatste antwoord aan die mensen geven van: je kan niet meedoen, omdat we dure huizen hebben gekocht. Voor ons. Wij gaan de toekomst toch redelijk hoopvol tegemoet, omdat er een programmasubsidie is. Daar is misschien een plek voor ons. Dat hopen we.

Daar gaan we aanspraak op doen. We zijn een beetje bang voor een tweede cultuurstimuleringsfonds, waar wij al jaren kleine bedragen van proberen te krijgen en nooit genoeg. Waardoor we altijd best wel veel risico gelopen hebben. Maar we vinden eigenlijk dat de groepen die zogenaamd moeilijk te bereiken zijn niet in een bij-potje horen. Die horen gewoon in de basis, wat ze verdienen. Omdat het geen bij-mensen zijn. Nou, wij als Klein Haarlem durven wel te zeggen dat wij van nature een jonge doelgroep aanspreken en een deel van de queer community. En we vinden, we hopen dat dat gezien wordt door de gemeente. En dat we dat zeker blijven doen. En dat dat op waarde geschat wordt. Dat was het. Bedankt voor jullie tijd. De voorzitter: Dank u wel. Dan is het woord aan mijnheer Nanne. De heer Nanne: Ja, mijn naam is Kees Nanne. Ik spreek namens de Haarlem ateliers. En onze voorzitter, Jos Catau, die is op dit moment ziek. Ja, wij zijn een stichting voor amateur beeldhouwers, schilders en edelsmeden. Totaal ongeveer negentig tot honderd onder professionele begeleiding in Haarlem. En wij vallen dus onder het kopje amateurs van de cultuurnota die een magere half procent van de begroting met allerlei koren en dergelijke mogen delen. Maar we hebben een urgent probleem. Wij bestaan 50 jaar en hebben daarvan 45 jaar in de Egelantier gezeten.

Bij de uitruiming hiervan vijf jaar geleden konden we van de gemeente een locatie krijgen op het Slachthuisterrein. Maar dat wordt nu ook ontwikkelt en daar moeten we ook vertrekken. Heel binnenkort al. We hebben de gemeente verzocht om ons te helpen bij nieuwe huisvesting. Echter, de gemeente zegt niets te hebben en we worden verwezen naar de makelaars in de particuliere markt. Die markt is in Haarlem heel lastig. We hebben twintig locaties ongeveer onderzocht en zijn

48

ook in onderhandeling, maar de particuliere huur is ongeveer driemaal zo duur als wij nu aan huur betalen. We betalen nu ongeveer 600-700 euro. En we gaan dan naar 1800 euro toe. Dat is een enorme sprong. Wij verzoeken daarom de gemeente om ons, ja, om ons daarbij te ondersteunen en een bijdrage van 30 duizend euro voor de komende vijf jaar beschikbaar te stellen, zodat wij geleidelijk aan die exploitatie met onze leden kunnen gaan dekken. En dit in de cultuurnota op te nemen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. En dan is er nog één inspreker digitaal. Dat is mijnheer Hurts van de Stichting Internationale Koorbiënnale. Mijnheer Hurts, welkom in onze vergadering. De heer Hurts: Bent u voor mij hoorbaar en zichtbaar? De voorzitter: Zichtbaar niet. De heer Hurts: Ik heb mijn camera aan staan. Maar het kan ook zonder beeld, als het voor u niet bezwaarlijk is. De voorzitter: Nee, één momentje. Ja, u bent zichtbaar. U heeft drie minuten. Gaat uw gang. Als de commissie eventjes stil wil zijn. De heer Hurts: Dank u wel. Technisch met Teams moet ik de microfoon ongeveer voor mijn mond houden, want anders blijk ik niet hoorbaar te zijn. Ik had het liefste bij u geweest, maar ik ben op dit moment zelf niet helemaal gezond. Geen covid, maar genoeg reden om het vanuit huis te doen. Ik ben hier als bestuurslid van de Internationale Koorbiënnale.

Het bestuur is onbezoldigd en werkt samen met artistieke en zakelijke directie en een projectteam van vier producenten en twee marketeers en een oproepbare groep van veertig vrijwilligers uit de stad om de ontwikkeling van die koorbiënnale als een soort van hedendaags ideaal erfgoed op het gebied van top zang, samenzang, in Haarlem te blijven ontwikkelen. Ik ben hier omdat het bestuur zich ernstig zorgen maakt over de continuïteit en de toekomst daarvan. De koorbiënnale is al twintig jaar verbonden met het culturele DNA van Haarlem en de provincie. Het is medebepalend geworden voor zowel het landelijke als het internationale publieke imago van Haarlem. Dat zijn grote woorden, maar ik zeg ze niet lichtvaardig. Want koorzang is één van de meest beoefende culturele activiteiten in ons land en zeker in Haarlem met alleen al in deze stad 45 koren geregistreerd bij de federatie Haarlemse koren. En er zijn inmiddels nauwelijks nog professionele koren en koordirigenten in de wereld die Haarlem niet kennen en er niet graag zouden willen optreden. En dat is, zou je kunnen zeggen, allemaal de verdienste van twintig jaar koorbiënnale. En in die twintig jaar zijn er tien edities geweest die nog steeds grote en gevarieerde publiek heeft weten te bereiken. De laatste fysieke editie voor corona trok 18,5 duizend bezoekers van wie 5 duizend betalend.

De populaire hofjesconcerten, die houden we bewust gratis. En die zijn zonder reservering te toegankelijk. En daar komen duizenden mensen naartoe die zich daar soms opzettelijk en soms door toeval laten ontroeren. Meer dan de helft van de bezoekers komt van buiten de stad en dat zijn eigenlijk de waardevolle bezoekers die in het cultuurplan worden genoemd waar we als stad naar streven. Naast eigen inkomsten heeft de koorbiënnale zo’n 25 andere financiers, waaronder de gemeente Haarlem. Daar kom ik straks nog even op terug. Dus we zijn zeer actief met fondsenwerving en trekken daarmee zowel landelijk als internationale fondsen en financiers naar Haarlem. En zo kunnen we pluriformiteit, internationaliteit en relevantie voor de gemeenschap en ondernemerschap in Haarlem vergroten. En een groot deel van wat wij als budget hebben komt ten goede aan de Haarlemse culturele werkgemeenschap. En dat zijn eigenlijk dingen die ook precies zijn wat het cultuurplan beoogt. Als ik daar een kort citaat uit mag geven. Cultuurfestivals zijn als geen ander in staat om bij te dragen aan de culturele ambities van de gemeente, omdat festivals deelname aan culturele activiteiten laagdrempeliger maken. Einde citaat. De gemeente zegt ervoor te willen zorgen dat, ook even een citaat, het netwerk van cultuurfestivals, culturele instellingen en cultuurmakers verstevigd

49

wordt, omdat cultuurfestivals zorgen voor levendigheid in de stad, nieuwe groepen naar Haarlem brengen en bijdrage aan de economische vitaliteit en culturele diversiteit. Einde citaat van het cultuurplan. Maar hoe komt het dan dat festivals als de koorbiënnale geen onderdeel uitmaken van het cultuurbeleid? De koorbiënnale is ondergebracht bij het evenementenbeleid samen met recreatieve elementen als de kerstmarkt, bloemencorso, grachtenloop en dergelijke. Daarmee wil ik niets zeggen ten nadele van die evenementen, maar het is een te onzekere basis voor het onderhouden van de professionele organisatie die noodzakelijk is voor onze lange termijnplanning en voor het aangaan van internationale commitment die vaak meerjarige contacten vergen. En die hebben we nodig om onze doelstellingen waar te kunnen maken en te blijven bieden wat aansluit bij de culturele doelen van de gemeente. En daarvoor is meerjarige zekerheid nodig van voldoende structurele steun vanuit de gemeente. Dan zou je kunnen zeggen: als er al 25 andere financiers zijn, wat moet de gemeente dan nog meer doen? Dat wil ik graag uitleggen. De voorzitter: Mijnheer Hurts, u zit inmiddels op drie minuten. Kunt u zo langzamerhand gaan afronden? De heer Hurts: Oké, ja. Ik ga afronden. De koorbiënnale had in 2019 600 duizend euro budget waarvan 7,5 procent ondersteunt door de gemeente Haarlem.

En de grootste fondsverstrekker was voor ons podiumkunsten. Die gaf 155 duizend. Die hebben een nieuwe instapdrempel gevormd voor de komende tijd waardoor ze zeggen: wij geven alleen zoveel subsidie als de gemeente zelf ondersteunt. En wij staan op het lijstje, volgens podiumkunsten, helemaal onderaan voor wat betreft steun vanuit de lokale gemeente. De voorzitter: Nu bent u bevroren. Nou, dan kijken we even of de verbinding zich herstelt. Ondertussen wil ik gelegenheid geven. Zijn er vragen aan de insprekers die hier aanwezig zijn? Geen vragen? Mijnheer is er weer. Mijnheer Hurts. De heer Hurts: Ja, een vraag aan mij? De voorzitter: Ja, u was net even uitgevallen, dus we hebben een stuk van uw verhaal, het laatste stukje, gemist denk ik. De heer Hurts: Oké. Dat mag ik nog herhalen? De voorzitter: Vanaf het fonds podiumkunsten was u. De heer Hurts: Oké. Het fonds podiumkunsten is onze grootste subsidiegever en die hebben een nieuwe instapeis geformuleerd voor de komende tijd waarin zij zeggen dat ze hun subsidie afhankelijk maken van de steun vanuit de lokale overheid. En wij staan in hun lijstje van festivals onderaan voor wat betreft de steun van de gemeente. Daardoor is wat we hebben ontvangen in het verleden 155 duizend gezakt naar 40 duizend euro subsidie voor de komende jaren. Een daling van 74 procent. Daarmee kunnen wij dit festival niet volhouden.

Dus ons verzoek aan de gemeente is om festivals als koorbiënnale een centrale plek in het cultuurbeleid te geven en daarmee ook onze plek in de landelijke financieringsstructuur te veranderen. Dus het is niet alleen de beslissing van de gemeente. Wat de gemeente beslist beïnvloed ook de nationale financiering van ons festival. En wat kunstmusea doen door het exposeren van hun topstukken, waarmee ze duizenden kunstschilders, amateurschilders en beeldhouwers inspireren, dat willen wij doen op het gebied van samenzang. Door top uitvoering naar Haarlem te halen en daarmee alle amateurkoren en mensen die van zang houden te inspireren. Dus wij hopen dat we een andere plek kunnen krijgen in het cultuurbeleid van de gemeente Haarlem en daarmee de toekomst van de financiering en de groei, de hele groei van het festival, kunnen blijven vormgeven. Dank u wel.

50

De voorzitter: Dank u wel. Zijn er vragen vanuit de commissie? Mijnheer Aynan. Dat wordt heel snel. Tien secondes. De heer Aynan: Mijnheer Claus, u heeft het over cultuur dat niet alleen voor iedereen maar ook van iedereen moet zijn. Vooral qua jongeren en diversiteit. Heeft u daar concreet ideeën bij? De heer Claus: Er zijn in Haarlem zat partijen die dingen al doen. Ik bedoel: iedereen loopt weg met Triple ThreaT. Logisch ook. Ze doen fantastische dingen. Als je daar geld aan geeft, dat krijg je tien keer terug. De output die zij leveren. Nog een keer? Ik snap je vraag niet helemaal. De voorzitter: U mag uw vraag nog even verduidelijken. De heer Aynan: Ja, ik snap dat u organisaties noemt. Maar ik bedoel meer van: wat moeten we hier als Haarlems beleid. Hoe kunnen we dat beter vormgeven om de jongeren en diversiteit, om dat beter bij ons aan te laten sluiten? Want daar zit inderdaad een gat. Dat zien we. De heer Claus: Ik denk dat er ten eerste een goed onderzoek moet komen naar het bereik van de culturele instellingen. Want wij gaan langs alle culturele instellingen. Ze hebben af en toe hebben ze wel onderzoek gedaan. Maar er is geen heel groot onderzoek vanuit de gemeente naar alle instellingen. Dan kijk je gewoon naar wat het bereik is. En ik denk dat je dan, tenminste dat is mijn inschatting.

Dan kom je uit dat de doelgroep heel erg hoog is en niet een afspiegeling is van de Haarlemse samenleving. En die gaten daar. Dan moet je kijken naar wie die mensen zijn die die gaten vullen. En maak daar de basis van. Dat is vanuit ons het idee. Ja. De voorzitter: Dank u wel. Zijn er nog meer vragen vanuit de commissie? Nee? Nou, dan was uw verhaal alle drie hartstikke helder. Ik wil u alle drie bedanken voor uw komst en uw bijdrage vanavond in deze commissie. Mijnheer Hurts, u mag verder digitaal, als u wenst, de vergadering volgen. En u mag, als u wenst, plaatsnemen op de tribune. De heer Hurts: Dank u wel. De voorzitter: Ja. Dan gaan wij verder met de vergadering. Dan gaan we weer even wisselen. Dank u wel namens de hele commissie. Wie mag ik als eerste het woord geven? We gaan weer naar die kant. Het is het thema van vanavond. Mijnheer Slik, CU. De heer Slik: Dank u, voorzitter. Ja, de CU steunt de vijf ambities die genoemd worden. Maar, goed. Eén van de belangrijkste vragen is dan: zorg dit nou voor een permanente oplossing voor het Frans Hals Museum? Nou, dan lezen we verder. Ja, veel letter, veel papier, veel inhoud. Dit stuk. Er gaat ook veel papier en gebabbel komen staat er in het stuk. Ik zal het heel kort houden. Maar pas bij paragraaf 4.1 komen er eindelijk stellingen, komt er een concreet verhaal.

En wat zien we dan met het Frans Hals Museum? Sinds enige tijd wordt onderzocht hoe reguliere exploitatie versterkt kan worden. Een keertje incidenteel geld. Een keertje structureel geld. Maar nog steeds geen structurele oplossing zien we daar. Daar ontbreekt gewoon de tekst over. Er staat alleen maar: we gaan nog steeds lappen en bijlappen en oplappen. We komen nog niet toe aan de inhoudelijke visie, dus dat missen we. Het is goed dat Museum Haarlem structureel is opgenomen. Programmasubsidies steunen we. Vernieuwen van de bibliotheken, benutten van de Haarlem pas en het jeugdfonds. Altijd weer een risico, beperkte ambtelijke capaciteit. Dat is ook weer spijtig. Dank u wel.

51

De voorzitter: Mijnheer Visser, CDA. U bent er nog niet klaar voor? De heer Visser: Ik ben er helemaal klaar voor, voorzitter. Op 2 september kwalificeerde het CDA het plan als prachtig, maar de speelruimte is smal. En dat beeld is nu niet veranderd. De ruimte voor de programmasubsidies is nog beperkt. Desalniettemin wordt een betekenisvol begin gemaakt en het CDA staat achter die beweging. Het CDA heeft lof voor het belang van samenwerking en verbinding in het plan. Fantastisch dat u doelgroepen verbreed en nog meer de wijken ingaat. Wat goed dat u de toegankelijkheid van culturele activiteiten voor mensen met een beperking wil vergroten en wat mooi dat u kinderen op school in aanraking wil laten komen met kunst en cultuur. Het CDA had en heeft wel moeite met het begrip basisinfrastructuur. Gelukkig geeft het cultuurplan in de nu voorliggende versie erkenning en waardering aan al die organisaties en initiatieven die niet tot de bis worden gerekend. Ook wordt in het plan aangegeven waarom voor de term basisinfrastructuur wordt gekozen. We begrijpen het, maar blijven ongelukkig met de term. Er is een breed draagvlak voor Museum Haarlem in de bis. Veel inspreekreacties betoonde adhesie voor dit prachtige misschien wat op zoveel medewerking van vrijwilligers kan rekenen. Mooi dat dit museum nu is opgenomen in de bis.

Maar het is voor ons nog steeds niet duidelijk wat de criteria zijn om wel of niet bij de bis te horen. We hebben daar bij de bespreking bij de conceptversie hiervan om gevraagd. En ook bij de inspraakreacties komt die vraag terug. Waarom is hier geen duidelijkheid over? En waarom vinden we deze criteria niet terug in het plan? Wie beslist in de toekomst als er wijzigingen moeten plaatsvinden in de bis? Moeten die plaatsvinden en op wat voor termijn bijvoorbeeld? Het is voor ons nu niet duidelijk. We nemen nog geen beslissing over de drie miljoen. De claims zijn groot en er zijn nog veel onzekerheden. We begrijpen het uitstel. We willen we meegeven dat we het belangrijk vinden dat de basis op orde is voordat we met nieuwe zaken van de grond tillen. Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Van Leeuwen, Actiepartij. De heer Van Leeuwen: In aansluiting op de woorden van mijnheer Visser. Cultuur voor iedereen. We moeten wel erg knokken in deze stad. De vorige keer het museum. Eerder met mijnheer Oomkes en andere geknokt voor de wereldmuziekschool. Er vallen gewoon slachtoffers en dat is lastig om dat te zien. Programmasubsidies, daar gaan veel mensen levend of dood door verklaard worden en dat vrezen wij ten zeerste. Dat is de consequentie van een basisinfrastructuur, et cetera. Wij maken ons zorgen over de bibliotheek. Met 4,3 miljoen euro de grootste subsidietrekker van deze stad.

Maar met een halvering van bezoekers in coronatijd. Hetgeen we snappen voor de podia. Maar we vinden het gedoe met boekenpakketjes afgelopen jaar en beperkte openingstijden, we zouden daar eigenlijk wel wat meer willen zien. Want we vinden de bibliotheek een heel belangrijk instituut voor alle Haarlemse inwoners. Ik ga mijn amendement en moties aankondigen. Een aanjaagmotie derhalve voor de bibliotheek. Cultuur als drager in ontwikkelzones, meer dan nu gebeurt. Indexering waar niets gebeurt. Festivals, hou de festivals in de bis en misschien andere ook wel. Meer dan een half procent cultuurbegroting voor amateurs. Misschien één procent of anderhalf procent. Onderdak voor Haarlem Ateliers. Kijk nog eens een keer, wethouder, samen. En hoe zit de nachtcultuur erbij. Dat zijn zomaar zeven onderwerpen waar wij met voorstellen gaan komen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Oomkes, PvdA. De heer Oomkes: Zo, nu doet die het. Even ter inleiding. Waar gaat het over. Ruwweg gezegd wordt de koers in deze nota uitgezet waarlangs Haarlem tussen 2022 en 2028 de hele stedelijke cultuur beoordeelt, stimuleert en financiert.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12264780/2