Transcript Commissie Bestuur 26 juni 2025
Tekst van het document
En als ik de bedragen van nu hoor, dan is dat toch een groot verschil met wat het toen was. Dus het pleidooi om te kijken, wat de PvdA had, om toch een andere verdeling dan 50/50 te doen, waar de gemeente wat meer betaalt, zonder ook gelijk daar een invulling aan te willen geven met een
18
percentage, zou misschien een uitkomst kunnen zijn voor de toekomst. Want ook onze fractie vindt het heel belangrijk dat die SUS-teams blijven bestaan. En als het voor drie jaar kan, dan doen we dat voor drie jaar. De voorzitter: Dank u wel. Dan mevrouw Oosterbroek, GroenLinks. Mevrouw Oosterbroek: GroenLinks dacht een mooie oplossing te hebben gevonden. Veel klachten van bewoners, maar SUS-teams. En geef het een tijdje. Wellicht lukt het wel om de meldingen echt behapbaar te krijgen. En dan kunnen we onze levendige horecastraat behouden. En ik zie ook wel dat de argumentatie van de horeca om niet zomaar een taak van de overheid over te nemen, dat begrijp ik ook, maar ik denk niet dat de horecaondernemers daar 100 procent verantwoordelijk voor zijn. En dat is ook niet in de praktijk zo. En het succes van de SUS-teams is ook wel door de invloed van de horecaondernemers en de visie van de horecaondernemers over de invulling van die SUS-teams. En wie betaalt, die bepaalt en GroenLinks waardeert juist de invloed van de horeca op de SUS-teams. En we denken dat als je de financiering weer helemaal bij de gemeente gaat leggen, dat dan de kwaliteit minder goed is. Het moet echt een samenwerking zijn. De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Alberts. De heer Alberts: Voorzitter, ik hoor nu een paar keer: wie betaalt, die bepaalt.
Ik wil daar even een klein technisch dingetje van vragen aan de fractie van GroenLinks. Betalen deze horecaondernemers ook niet gewoon het belastinggeld waar vervolgens die SUS-teams, als de gemeente het volledig zou financieren, van betaald zou worden? Dus dan betalen zij dat toch ook via de belastingafdracht, die zij ook naar de gemeente maken? De voorzitter: Mevrouw Oosterbroek. Mevrouw Oosterbroek: Een technische vraag kunt u schriftelijk stellen. Sorry, ik wil graag mijn betoog afmaken, dan ga ik er verder op in. Het moet een samenwerking zijn, waarnaar redelijkheid ook financieel bijgedragen moet worden en blijvende commitment van de horeca is gewenst. Dus ook een financieel structurele bijdrage die in relatie staat tot de baten die de ondernemingen genieten. En immers is de overlast ook niet los te koppelen van de horecaondernemingen en is het ook een stukje vervuiler-bepaald. De voorzitter: U heeft nog een interruptie van de heer Aynan, hoor ik. De heer Aynan: Dank u wel, voorzitter. Van uw fusiepartner weten we, tenminste dat hebben we net gehoord, van 0 tot 50 procent die medefinanciering. Die andere fusiepartner, heeft die misschien een wat duidelijker percentage? De voorzitter: Mevrouw Oosterbroek. Mevrouw Oosterbroek: Dan heeft u misschien niet goed geluisterd.
Ik denk dat dat in relatie moet staan tot de baten die de ondernemingen genieten en dat het college daar verder over in gesprek moet gaan. De voorzitter: Nog een vervolgvraag van de heer Aynan. De heer Aynan: Ik heb dat inderdaad niet goed begrepen, de baten, welke baten? Heeft u het over de winst? Heeft u het over hectoliters? Wat bedoelt u? De voorzitter: Mevrouw Oosterbroek.
19
Mevrouw Oosterbroek: Ik heb dan natuurlijk economie gestudeerd en dan bedrijfskunde, dus baten dan heb ik het altijd over winst. De voorzitter: Een laatste interruptie, mijnheer Aynan. De heer Aynan: Ik heb misschien gelukkig iets anders gestudeerd, maar dan gaat u dus echt per ondernemer bepalen wat de winst is. Dus die moeten de boeken dan openbaar maken en aan de hand daarvan bepaalt u het percentage dat ze moeten betalen voor het USU-team. Heb ik dat goed begrepen? De voorzitter: Mevrouw Oosterbroek. Mevrouw Oosterbroek: Ik denk eigenlijk, het is heel bijzonder, maar ik denk dus eigenlijk gewoon hetzelfde als de PvdA. Ik denk dat je daar met elkaar in gesprek moet gaan en dan moet kijken van is het redelijk wat we vragen, want aan beide kanten hebben we elkaar nodig en het moet gewoon redelijk zijn. De heer Aynan: Dat komt al aardig bij wat ik gestudeerd heb. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we nu naar de bijdrage van mevrouw Çimen, D66. Ga uw gang. Mevrouw Çimen: Dank u wel, voorzitter. Haarlem is natuurlijk een stad waar we allemaal fijn willen wonen, werken en kunnen recreëren en kunnen uitgaan.
En we zijn in deze raad al eigenlijk heel lang bezig met allerlei maatregelen treffen die ook daadwerkelijk werken, om het in ieder geval de inwoners van, als we het hebben over de Smedestraat, maar eigenlijk breder de binnenstad, om daar ook maatregelen te treffen die ook daadwerkelijk werken, voor zowel de ondernemers, de mensen die uitgaan en ook niet in de laatste plaats de mensen die er wonen. De hekken die werken. Dus we hebben meerdere maatregelen waarvan we zien die gewoon goed uitpakken in de praktijk. Dus dat is heel erg prettig. En die SUS-teams die zijn er ook eentje van. Uiteraard., het is meerdere malen aan de orde gekomen, de handhaving van de openbare orde en van de veiligheid is een taak van de politie. Het betoog over de boa's daar kan ik me gemakshalve helemaal bij aansluiten. En dan kijk je ook natuurlijk naar wat werkt? Want we zien al heel lang de capaciteitstekorten en de schaarste bij de politie. We zien een terugtrekkende beweging als het gaat om de politie-inzet. En we kijken pragmatisch ook natuurlijk naar wat kan en dan ook verder dan alleen handhaven. Dus dan kijk je ook naar de mogelijkheden rondom preventie. De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Kuin, SP. De heer Kuin: U zei dat u kunt volgen wat er wordt gezegd over de boa's. Want kort samengevat is het volgens mij dat de politie kan geen back-up verlenen.
Hoe zit het dan met de back-up aan de SUS-teams? De voorzitter: Mevrouw Çimen. Mevrouw Çimen: Volgens mij heb je daar minder capaciteit voor nodig voor de inzet. Nee, maar volgens mij, het ging ook over tot de werktijden van de boa’s, daar had ik het ook over. Dat ik refereerde aan het verhaal van de heer Blokpoel. En tegelijkertijd natuurlijk, je hebt natuurlijk back-up nodig van de politie. Dat begrijp ik, maar we zien ook natuurlijk door de jaren heen dat er minder beschikbare politie is en we zouden ook willen kijken naar niet meteen handhavend optreden, maar ook naar preventie. Dus mensen op een andere manier aanspreken en wellicht dat dan beter uitpakt. Daar wilden we ook voor kijken met de pilot. Dat lijkt aan te slaan. Dat lijkt te werken. Waarbij de bewoners ook in ieder geval hebben gezegd: het liefst zouden we dat iets
20
langer willen aankijken. Kijken hoe dat uitpakt, ook als het weer wat drukker wordt met het uitgaan. En ik begrijp het betoog ook van de ondernemers. Ze dragen het met minder. Ze dragen ook veel meer kosten, ook andere kosten, dan dit. Tegelijkertijd denk ik wel dat het goed is om een coproductie en een cofinanciering te blijven houden, omdat we een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben. Alleen waar ik wel naar benieuwd ben, is een vraag aan de burgemeester. Hoe is dit gesprek nu gaande of lopende? Welke scenario's hebben überhaupt op tafel gelegen? Want ik kan me ook zo voorstellen dat als ondernemers zeggen: ik sta met mijn rug tegen de muur, ik red het nu gewoon niet financieel, dat de gemeente misschien zegt: ik pak het eerste jaar en later kijken we naar een bepaald percentage, naar samen opbouwen of samen financieren of we doen een 80/20-regeling. Ik zeg maar wat, ik weet het niet. Dit is voor het eerst dat ik nu hoor van de ondernemers: we kunnen het gewoon oprecht niet bekostigen, we maken ook andere typen kosten, die ook structureel zijn. Dus ik hoor toch ook graag een reactie van de burgemeester, wat hij eraan heeft gedaan om toch op een bepaalde manier door te kunnen gaan met die SUS-teams. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan mevrouw Booms, de ChristenUnie. Mevrouw Booms: Dank u, voorzitter.
Uitgaan in Haarlem moet veilig zijn, voor onszelf, voor onze kinderen, voor onze kleinkinderen, voor toeristen, voor gasten. En er is geen geld om structureel acht extra handhavers aan te stellen. De pilot SUS-teams werkt goed en is een stuk goedkoper en is ook laat in de nacht. De ChristenUnie is voorstander om gebruik te gaan maken van de SUS-teams. Een bijdrage van 50 procent voor de horecaondernemers is hoog. Een kleinere bijdrage is wellicht wel haalbaar, want het blijft immers een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Dank u. De voorzitter: Dank u wel. Dan mevrouw Van Zetten, Hart voor Haarlem. Mevrouw Van Zetten: Dank u wel, voorzitter. Het is natuurlijk wel interessant. Aan de ene kant bemoeit de gemeente zich met het leven van de burgers. Wat we moeten eten en dat we niet mogen vliegen, dat we niet in die auto mogen. En aan de andere kant heeft de overheid zich helemaal teruggetrokken uit de openbare ruimte. En we hebben het nu over die SUS-teams, maar ik zie bij ons in de buurt van vanwege de veiligheid huren buren een particuliere beveiliging in. En dan gaan we in die Smedestraat in het uitgaansgebied doen we SUS-teams. En dat is natuurlijk een goede oplossing, want waar de politie niet meer is. Vroeger zag je er nog wel een paar door de binnenstad lopen, gaan we nu mensen aannemen, particulieren, die daar de orde gaan bewaken.
Ik ben natuurlijk ook voor prettig uitgaan in Haarlem. Ik hoor GroenLinks zeggen van de vervuiler betaalt. Laten we dan even zeggen: wie zijn dan de vervuilers? Dat zijn natuurlijk de schreeuwende, kotsende en pissende jongeren die daar in die Smedestraat zijn. En dat is natuurlijk ook een zorg van ons allemaal. Laten we het ook eens over de ouders hebben. Hoe gaan we dan in onze maatschappij met elkaar om? We kunnen niet zeggen: horeca, leuk dat u die mensen vermaakt de hele nacht en betaalt u dan ook maar om het allemaal in goede banen te leiden. Dus dat is een groot probleem, vooral een financieel probleem ook. De voorzitter: U heeft een interruptie van mevrouw Oosterbroek, GroenLinks. Mevrouw Oosterbroek: Mevrouw Van Zetten, erkent u dat ik zei: een stukje vervuiler bepaalt en dat het ook is, omdat het niet is los te koppelen van de horecaondernemingen? Er zit daadwerkelijk wel een relatie in. De voorzitter: Mevrouw Van Zetten. Mevrouw Van Zetten: Ongetwijfeld, want als je drinkt, dan heb je toch andere … Op een gegeven moment ga je je iets anders gedragen, iets vlotter. Daar heb ik ook weleens last van. Maar ik denk wel: dat is natuurlijk. Ik
21
ben ook wel benieuwd naar de reactie van de burgemeester. Ik vind inderdaad dat de overheid hier zeker een taak in heeft. En als we ook kijken, daarvoor vroeg ik het ook aan die Smedestraat. Ik heb eerder gevraagd aan de burgemeester: zou die overlast in de Smedestraat ook niet te maken hebben met drie panden die gesloten zijn? En inderdaad, dat wordt nu bevestigd. En ook vanwege de kosten, is het ook vervelend, want er zijn minder mensen. De schouders zijn smaller geworden die deze lasten gaan betalen. Dus ik vind dat we daar oog voor moeten hebben. Natuurlijk heeft de gemeente daar … Wat mij betreft betaalt de gemeente verreweg het grootste deel. We zien ook, we hebben gezegd: de helft, maar we zagen ook het wijkplatform betaalt niet uit. Maar dat zijn wij ook. Dat is vestzak-broekzak, dat zijn wij ook. Wij geven het wijkplatform geld en zij gaan er een SUS-team van financieren. Dus ik hoop op een duidelijk antwoord van dit college. En als de PvdA zegt: tussen de 0 en de 50, dat is een ruime marge. Dus ik ben heel benieuwd en ik ben ook benieuwd naar de financiering van het voorstel van de VVD. De voorzitter: Dank u wel. Zijn er nog anderen in de eerste termijn? De heer Kuin, SP. Ga uw gang. De heer Kuin: Heel kort. Volgens mij is hier aan de orde de motie die unaniem is aangenomen, die zegt dat er onderzoek moet worden gedaan naar meer handhaving.
En dat was een antwoord op het feit dat de politiecapaciteit al jaren tekort is en die zal de komende jaren op korte termijn nog niet bij komen. Er stromen alleen maar meer agenten uit en dan ligt het erg voor de hand om te kijken naar handhaving. En ik heb die technische sessie bijgewoond. Ik heb het stuk goed gelezen. Volgens mij is het enige argument waarom dat niet zou kunnen, even los van de financiën, dat de politie geen back-up kan garanderen. En ik zei net al in de interruptie, ik vind het heel merkwaardig. Een primaire taak van de politie is als iets uit de klauwen loopt om op te gaan treden. En surveilleren komen ze niet meer aan toe, maar op het moment dat het uit de klauwen loopt, dan is de politie er en dat garanderen ze. Dan laten ze alle andere dingen uit hun handen vallen. De voorzitter: Mijnheer Kuin, u heeft een interruptie van mevrouw Çimen, D66. Mevrouw Çimen: Voorzitter, dank u wel. Ik denk dat mijnheer Kuin terecht zegt: als het uit de klauwen loopt, dan wordt er opgetreden. Maar eigenlijk de bedoeling van die SUS-teams is toch ook van als het nog gaat om overlast veroorzaken in de zin van mensen zijn hard aan het schreeuwen, dat je nog kunt aanspreken van doe eens wat rustiger aan, dan hoef je dan niet meteen een agent erop af te sturen. Dus het heeft ook meer een preventief karakter in mijn beleving. Vindt u dat ook? De voorzitter: De heer Kuin.
De heer Kuin: Een, dan hoeft de ME niet uit te rukken. We hebben volgens mij met zijn allen een taak om het een beetje te sussen en normaal met elkaar om te gaan. Daar heb je volgens mij geen SUS-team specifiek voor nodig. Maar ik vind wel principieel wat de insprekers zeiden. Wat er op straat gebeurt, is het publieke domein en daar is de overheid verantwoordelijk voor. Zeker als het gaat om het optreden en aanspreken van mensen. Dat is geen private taak. Dan heb ik het niet alleen over de financiering, dus wat mij betreft hoeven de ondernemers niet te betalen. Dat is niet aan de ondernemers, het gaat niet alleen om wie er betaalt ook bepaalt. Het gaat erom ook dat het overheidsdienaren zijn met een specifieke opdracht en daar ook voor opgeleid zijn en erop aangesproken kunnen worden. Dat is wat er volgens mij moet gebeuren. En ik vind het argument niet overtuigend dat de politie geen back-up zou kunnen verlenen. Ik zie dat overal in het land dat de politie dat gebruikt om te voorkomen dat boa’s steeds meer gaan doen. Dat debat moet landelijk ook uitgevochten worden. Maar volgens mij kunnen we heel goed boa's inzetten en dient de politie die moet gewoon niet back-up verlenen. Het kan niet zo zijn dat er geen politie komt. Dat weten we allemaal. Dat is een gegeven. Boa's kunnen we wel zelf regelen. Dat het uiteindelijk de particulieren het zelf moeten gaan
22
oplossen. Dat kan toch niet de uitkomsten van dit debat? Dus wat mij betreft, wordt er nog eens goed gekeken naar de positie van de boa’s in dit debat. De voorzitter: Dank u wel. Dan de heer Alberts, termijn. De heer Alberts: Voorzitter, de voortzetting van een mogelijk succesvolle verbetering in de veiligheid van de binnenstad lijkt nu vast te lopen op een discussie over het profijtbeginsel. Naast dat FvD zeer kritisch is op het gebrekkige consequentialisme dat hierbij gebezigd wordt, lijken we ook in zijn algemeenheid voorbij te gaan aan dat dergelijke mogelijkheden tot recreatie in het algemeen belang kunnen zijn. En zo scherp wil onze fractie hem hier vandaag stellen. Of we gaan de veiligheid borgen in de horeca van Haarlem of de horeca zal mogelijk een enorme klap krijgen. En daar is het bestuur van Haarlem dan verantwoordelijk voor. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Nog anderen in eerste termijn? Ik dacht dat we iedereen nu gehad hebben. Dan gaan we naar de beantwoording. We lopen wel een beetje uit in de tijd. We zouden nu pauze hebben en we beginnen nu aan het beantwoorden. Verzoek aan de burgemeester om wat vragen te bundelen en tot beantwoording te komen. Ga uw gang. Burgemeester Wienen: Dank u, voorzitter. U weet dat ik het kort kan. Ik denk, laat ik eerst even het punt nemen waar de motie over ging, handhavers. De meeste fracties onderschrijven dat.
Ik denk ook dat dat logisch is. De bijdrage van een enkele partijen, met name ook SP van ja, als het een publieke taak is, laat dat dan ook door overheidsdienaren uitvoeren. En dan zijn de handhavers logisch, als de politie het zelf niet kan doen en dan moet de politie gewoon zorgen voor de back-up. Ik denk, de werkelijkheid is niet alleen dat het te maken heeft met de inzet van politie als back-up, maar ook met de vraag van wat is nu precies de taak van de handhavers? Die discussie loopt inderdaad landelijk, maar er zijn veel discussies over de vraag van wanneer doe je de inzet van handhavers? Wat zijn de mogelijkheden? De voorzitter: Zo gaat dat een lange discussie worden. Burgemeester Wienen: Het ligt niet aan mij. De voorzitter: Ik denk dat we misschien gewoon ook even het antwoord kunnen afwachten of is er iets helemaal niet duidelijk in de beantwoording? Kort dan. De heer Kuin: Ik heb een vraag, want ik weet wat het gaat worden en ik hoorde dat goed. Mijn vraag is: kunnen boa's niet sussen? De voorzitter: De heer Wienen. Burgemeester Wienen: Dat denk ik niet. Dat raakt overigens wel het punt. Want kijk, als boa’s optreden, dan is het een andersoortige interventie dan wat de SUS-teams doen. En het roept meer reacties op en andere reacties op, waardoor veiligheid ook meer een issue is.
Als jij alleen zegt sussend: zou je zus, zou je zo, maar van handhavers verwacht je dat er ook gehandhaafd wordt. Daar hebben ze ook een aantal bevoegdheden voor. Maar op het moment dat die worden uitgeoefend, dan wordt het dus ook een veel riskantere klus. Dan kan je zeggen: maar dat moeten ze dan hier niet doen, maar dan kom je best op een discussie over van wat vinden we dan de taak van handhavers hier, maar ook op andere plekken? En waar zeggen we: maar de handhavers gaan achteruit op het moment dat iemand een overtreding begaat of dat er iemand iets doet wat niet mag? Dan zijn ze plotseling geen handhavers meer.
23
De voorzitter: Mijnheer Kuin, nog één interruptie en dan gaan we verder met de beantwoording. De heer Kuin: Heel kort hoor, 90 procent van de taak van de boa is de-escaleren. Dat geldt ook voor de politie trouwens. De-escaleren daar worden ze toe opgeleid. De voorzitter: De heer Wienen. Burgemeester Wienen: Maar waar wij het in ieder geval over eens zijn, dat is dat ze in de praktijk geconfronteerd worden met agressie en geweld. En dat gebeurt zeker in uitgaansgebieden. En de praktijk leert dat dat meer gebeurt richting boa's, dan richting mensen die geen officiële overheidstaak uitvoeren daar. In ieder geval onze conclusie is van we moeten het niet doen. Er zijn vele redenen voor. De belangrijkste reden is dat het niet goed past bij de inzet van de boa's, zoals we die hier in Haarlem hebben. En de tweede plaats dat veiligheid dan in het geding is. De derde plaats is dat het een hele dure manier is om extra inzet neer te zetten. Dan het tweede. Wie is nu eigenlijk verantwoordelijk? Dat is een hele principiële vraag. Ik vind eerlijk gezegd dat er te makkelijk gezegd wordt van dat is de overheid, want het is buiten. Er vinden op dit moment ook landelijk forse discussies plaats, wij lopen aan tegen de grenzen van onze mogelijkheden. Op dit moment zijn er weer discussies over bezuinigingen, ook personele bezuinigingen bij de politie, terwijl we nog niet eens op sterk te zijn.
Dat is een weerkerend probleem, een groot probleem. En een van de discussies is wat is nu de eigenlijke politietaak? En er zijn gemeenten, niet eens zo ver hier vandaan, waar gezegd wordt: wij vinden dat ook het optreden van de politie in de uitgaansnachten eigenlijk niet logisch is. Want natuurlijk, als het uit de hand loopt, dan zal de politie moeten komen en dingen oppakken, maar de eerste verantwoordelijkheid ligt bij degene waar de oorzaak ligt van de overlast. En dat zijn bij voetbalwedstrijden zijn dat voetbalclubs en bij horeca is dat de horeca. En dan moet je met elkaar overleggen: hoe kunnen we zo goed mogelijk zorgen dat dat wordt teruggedrongen. En in dat kader zijn er ook gemeenten die zeggen: wij vinden het niet automatisch en logisch dat we extra politie-inzet hebben. Volgens mij in de gemeente Zaanstad is er een experiment geweest om te zeggen wij vinden niet dat de politie nog bij voorbaat aanwezig is in de uitgaansnachten. Dat was een experiment. Die discussie vindt nog plaats, maar het is in ieder geval een discussie om te zeggen: is het wel zo logisch om als iemand iets doet, iets onderneemt en dat heeft dan bepaalde consequenties, om te zeggen: dat is allemaal aan de overheid. De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Van den Raadt van Trots. U heeft nog 11 seconden. Ga uw gang.
De heer Van den Raadt: Voorzitter, begrijp ik het goed dat als de volgende keer de burgemeester bedreigd wordt door motorclubs, dat we aan de motorclubs gaan vragen een bijdrage voor het SUS-team? De voorzitter: Nou ja, zeg. Ik vind dit een lastige vraag, geloof ik. Burgemeester Wienen: Ik vind het een humoristische vraag. De voorzitter: De heer Wienen. Burgemeester Wienen: Het is tegelijkertijd ook best wel een serieus punt eigenlijk. Dat je aan criminelen vraagt om een bijdrage voor de politie en dergelijke. Ik stel voor dat we op een ander moment deze interessante vraag onder ogen zien. In ieder geval, wij zeggen als college: wij vinden dat we gezamenlijk moeten kijken van hoe zorgen we ervoor dat een voorziening die voor veel Haarlemmers en dat benadrukt u allemaal, veel betekent, de mogelijkheid van uitgaan, dat we met de ondernemers die daarin actief zijn en dat
24
wordt ook gewaardeerd, dat we samen kijken hoe kunnen we zorgen dat dat gebeurt op een wijze die niet zorgt voor gigantisch veel overlast? Dat vraagt het een en ander. Daarom is er wel degelijk politie-inzet, wordt niet betaald door de gemeente, maar wel door de overheid. Die is verantwoordelijk voor openbare orde. SUSteams niet. Dus als de SUS-teams optreden, dan is het niet om de openbare orde daar te herstellen. Dan zou je zeggen: dat is dan wel echt een politietaak en dus een overheidstaak. Nee, hun verantwoordelijkheid is om zoveel mogelijk samen ervoor te zorgen dat de overlast daar zo veel mogelijk wordt teruggedrongen. En dat willen we graag samen doen. Dat is de reden waarom we er ooit mee begonnen zijn. Toen deden we het samen. Het argument van de horecaondernemers om ermee te stoppen. Ik weet nog goed, want dat was net toen ik hier burgemeester werd, dat was van er zijn er te veel die niet meedoen en dan willen de anderen ook niet. Dus dat free riders gedrag. Dat was het hoofdargument wat ik toen hoorde. Wij willen er niet meer aan meebetalen. Niet omdat men het principieel fout vond. Dat hoorde ik later wel regelmatig weer terug. Kan ook zijn dat dat een argument was van degenen die niet meededen. Maar hoe dan ook, dat zorgde ervoor dat dat SUS-team een tijd lang niet meer gefunctioneerd heeft.
Toen hebben we, omdat we zeiden van het heeft echt een toegevoegde waarde, maar we vinden dat ondernemers ook een bijdrage moeten leveren, hebben we om de tafel gezeten. En u vindt in de nota die u gekregen heeft ook dat het zeker niet zo is dat de ondernemers per ondernemer daaraan bijdragen. De 13.000 euro die is bijgedragen, komt 5.000 euro van de horecaondernemers. Dus van de 26.000. Dat is iets minder dan 20 procent en dan even kijken 5.000 uit de BIZ en de 3.000 van het wijkplatform. Dat is hoe het gefinancierd is de, bijdrage vanuit de samenleving noem ik dat nu maar even. En aan de andere kant stond 50 procent van de gemeente. Wat wij te horen kregen, is: iedereen is enthousiast, de horeca misschien wel voorop, hartstikke goed. Alleen wij betalen niet meer mee. Ik denk dat het de moeite waard is, daarom heeft het college ook niet gezegd wij nemen nu een bedrag op voor SUS-teams, maar we nemen een bedrag op voor preventie van overlast. En wat ons betreft horen SUS-teams daar ook bij. Dus wij willen ook graag en als dat bedrag verhoogd wordt, dan hebben we meer mogelijkheden. Maar in ieder geval, wij hebben gezegd: wij nemen in de Kadernota wel een bedrag op om daarin te investeren.
En wij willen met de horecaondernemers toch kijken: wat voor mogelijkheden zijn er nu? En ik proef hier dat in ieder geval in deze commissie gezegd wordt: wij geven aan het college wat extra ruimte. Sommigen zeggen: die ruimte is maximaal, want u kan gewoon 100 procent van de kosten betalen. Anderen zeggen: dat vinden wij echt te ver gaan, maar ga in gesprek om te kijken van hoe kun je het doen? Waarom is het BIZ aangesproken? Ik weet dat die nu in eerste instantie gezegd hebben: dat willen we toch eigenlijk niet. Horecaondernemers zeggen: dat is toch gek, dat wij wel moeten bijdragen aan de BIZ, maar dat de meeste activiteiten van de BIZ komen niet aan ons ten goede, maar dat is vooral voor winkeliers en dat soort zaken. Als er een bijdrage is voor Sinterklaas, noem maar op. Dan is het toch ook niet onlogisch dat er ook een bijdrage is voor iets wat ons vooral ten goede komt. Dat is niet aan ons, want het leuke van BIZ is dat de ondernemers zelf met elkaar bepalen waar ze dat geld aan uitgeven, maar daar zit wel een redelijke redenering achter. Dat ook vanuit het wijkplatform gezegd is: wij hebben er ook belang bij en wij zijn bereid om daar dan ook een bijdrage aan te betalen, dat maakt dat het mogelijk was het experiment. En wat ik graag zou willen vanuit het college, dat is om toch het gesprek aan te gaan.
Waarbij ik overigens begrip heb voor het feit dat je probeert om die kosten redelijk te spreiden, want het is onzin om te doen alsof de horeca een goudmijn is, waar zo ontzaglijk veel verdiend wordt, dat het er zo vanaf kan. Dat is niet zo en dat weet ik ook. Maar ik vind wel dat we samen kunnen kijken, welke bijdrage is dan wel reëel en mogelijk? Dus mijn samenvattende antwoord is: wij delen met iedereen het enthousiasme over het feit dat de inzet van SUSteams, dat hebben we geprobeerd en het mooie is dat het laat zien van verdraaid, het leidt inderdaad tot een afname van de overlast. Hartstikke mooi. Dat vinden eigenlijk alle betrokkenen, politie, bewoners, horecaondernemers, prachtig. De gemeente vindt dat ook. Dus laten we alsjeblieft proberen om dat voort te zetten. En de extra ruimte die u als het ware in dit gesprek aangeeft van dat hoeft niet op fiftyfifty uit te komen, want wij zien dat het ook voor ondernemers heel erg lastig is. Dat geeft mij ruimte om te zeggen: laat
25
dan dat gesprek plaatsvinden. En dan vind ik niet helemaal terecht als er gezegd wordt: je moet precies zeggen welk percentage eruit komt. U weet net zo goed als ik, als je een gesprek met elkaar gaat voeren om te kijken van wat gaat daar uitkomen, als je van tevoren zegt wat eruit moet komen, dan wordt het een heel raar gesprek. Ik denk dat het verstandig is dat we met elkaar kijken. Hoe kunnen we dit nu op een verantwoorde manier doen? De ondernemers onderschrijven het belang. Wij onderschrijven het belang. We zijn bereid om meer bij te dragen en laten we dat dan ook alsjeblieft doen. Nog één ding over de het aangekondigde amendement van de VVD of voorstel van de VVD. Je praat over ongeveer 190.000 euro, 200.000 euro, als je zegt: het moet drie dagen zijn en we willen het helemaal voor rekening van de gemeente laten komen. Als dat gebeur, dan hebben we in ieder geval meer ruimte om het te doen. Overigens zit dus in de begroting al wel een stuk voor deze financiering. Dus we zien wel waar u mee komt. Maar onze inzet is, omdat wij vinden, het is wel degelijk van belang dat ondernemers ook bijdragen. Deels omdat het ook samenhangt met de activiteiten die zij hebben, maar ook omdat wij die samenwerking en hun eigen inzet met portiers willen wij maximaal houden. En dat gaat niet overal vanzelf.
Het is iets waar we samen verantwoordelijkheid dragen en dat willen we ook tot uitdrukking brengen in het feit van jullie hebben inzet, wij hebben inzet, maar we zitten ook samen om te kijken van hoe kunnen we de SUS-teams daar optimaal in laten functioneren? De voorzitter: Daarmee zijn en de vragen uit de eerste termijn beantwoord. Nog vragen in de tweede termijn? Ik zie een vraag van mevrouw Çimen, D66. Ga uw gang. Mevrouw Çimen: Dank u wel, voorzitter. Nog één vraag. Dus als ik het goed begrijp, als ik de beantwoording van de burgemeester goed begrijp, is er dus nog niet expliciet gesproken over andere scenario’s dan fiftyfifty kosten dekken of financieren? De voorzitter: We gaan eerst even de tweede termijn ronde maken. De heer Wiedemeijer, ga uw gang. De heer Wiedemeijer: Een vraag voor volgende week. Op het moment dat wij meer budget beschikbaar stellen, maar daar moet ook aan worden bijgedragen door de horecaondernemers, dan wordt navenant in absolute zin de kostenpost voor hun ook groter. Dus is dat dan wel verstandig? De voorzitter: Nog iemand anders in tweede termijn? De heer Aynan. De heer Aynan: Correct. Eigenlijk een aanvullende vraag. Want ik hoor de burgemeester zeggen: van 0 tot 50, geeft mij die ruimte.
Wat mij betreft krijgt hij de ruimte, maar hier zijn we natuurlijk al een tijdje mee bezig en ik had eerlijk gezegd wel verwacht dat u vandaag misschien wat meer duidelijkheid zou hebben gegeven. Op welke termijn denkt u dat u die gesprekken gaat voeren? En het liefst eerlijk gezegd voor de Kadernota, want het amendement ligt op tafel. De voorzitter: De heer Van den Raadt, u heeft nog 3 seconden. Ga uw gang. De heer Van den Raadt: Trots Haarlem had natuurlijk vorige week al moties en amendementen aangekondigd. De voorzitter: Goed, nog anderen in tweede termijn? Nee, dan gaan we even nog terug naar de burgemeester. Een aantal concrete vragen en dan gaan we daarna naar de dinerpauze. Burgemeester Wienen: Er zijn vele gesprekken gevoerd met ook de horecaondernemers, juist ook met het oog op het experiment. En mijn ervaring is, daarom reageer ik ook maar zo over de vraag wanneer kunt u dan komen met een reactie? Het kost verschrikkelijk veel tijd. Eigenlijk vind ik te veel tijd. Ik zou willen dat we het
26
inderdaad wat sneller konden doen. Maar goed, de werkelijkheid is dat wij de reactie vanuit de horeca op het experiment ervaren hebben als, wij willen gewoon niet meer bijdragen, punt. Later is er nog een brief gekomen waarin het leek alsof ze dat toch enigszins nuanceerden. Ik denk dat het moeite waard is om het gesprek op korte termijn in ieder geval te starten. En ook erop aan te dringen, laten we hier niet eindeloos over gaan doen, maar proberen om nu ... We kennen allen ins en outs. We weten hoe het in elkaar zit. Laten we ook proberen met een snelle conclusie te komen, zodat ik u ook kan berichten wat daar de uitkomst van is. Maar voor volgende week, dat is denk ik een illusie. De vraag van de heer Wiedemeijer. Als er meer geld beschikbaar komt, dan zou dus ook, als er een eigen bijdrage komt van wat het ook percentage is, van de ondernemers stijgen. Dat is natuurlijk, je kunt er op verschillende manieren mee omgaan. Als er meer geld beschikbaar is vanuit ons, dan kun je ook zeggen: misschien heeft dat nog de mogelijkheid dat de bijdrage van de ondernemers ietsje lager wordt, omdat je toch het totale bedrag hebt. Ik vind eigenlijk dat we daar niet te veel op vooruit moeten lopen. Ik weet ook niet of … De voorzitter: Maar u gaat in gesprek, heeft u net gezegd. Burgemeester Wienen: Nee, ja, ik ga in gesprek. De voorzitter: U gaat in gesprek.
Daarom kunnen we daar inderdaad niet te veel op vooruit gaan lopen. Ik denk dat hiermee de beantwoording van de tweede termijn ook voldoende gedaan is. Ik heb gehoord, u gaat een gesprek voeren op korte termijn. U gaat proberen eruit te komen en de uitkomst komt terug in de Commissie Bestuur. Dan kunnen we hiermee, denk ik, het agendapunt afronden. Dan dank ik de burgemeester voor zijn komst, de insprekers ook. Pauze De voorzitter: En dan zien we elkaar, even kijken hoor, het is nu kwart voor, laten we zeggen tien over zeven hier weer terug. Dan lopen we ietsje in. 9. RKC onderzoek Informatiebeveiliging - Kwetsbaarheden De voorzitter: Dan gaan wij weer verder met de agenda van de Commissie Bestuur van donderdag 26 juni. En we zijn aangekomen bij agendapunt 9, RKC onderzoek informatiebeveiliging kwetsbaarheden. Hiervoor hebben we een half uur gepland, maar gezien het feit dat we hierna nog twee onderwerpen hebben, zou het misschien wat korter kunnen. De wethouder, de portefeuillehouder is wethouder De Raadt en er zijn geen insprekers. Waar gaat het over? De Rekenkamer stelt de raad voor om de RKC aanbevelingen over weerbaarheid tegen cybercrime, dus computercriminaliteit, uit het Rekenkamercommissie onderzoek naar de informatiebeveiliging als opgevolgd te beschouwen.
De Commissie Bestuur adviseert de raad over het voorstel en de agendering ervan in de raad van 10 juli aanstaande. Wie kan ik in eerste termijn het woord geven? Mevrouw Klazinga, VVD. Mevrouw Klazinga: Dank aan de RKC voor het opschonen van de openstaande aanbevelingen. De VVD wordt er blij van om te zien hoe snel de punten in 2018 zijn opgepakt, maar een beetje verdrietig om te zien dat in 2019 nog een paar punten resteerden die vervolgens zes jaar hebben geduurd om af te wikkelen. Wat de VVD betreft, kan de aanbeveling inmiddels als afgedaan worden beschouwd. Wat wij verder vinden van de ontwikkeling in i-domein zal in het volgende agendapunt aan bod komen. De voorzitter: En hoe wilt u het naar de raad?
27
Mevrouw Klazinga: Hamerstuk. De voorzitter: Dank u wel. De heer Trompetter: Ik kan mij aansluiten bij het pleidooi van de VVD in deze. De voorzitter: Dank u wel. Wie kan ik nog meer het woord geven? Mevrouw Oppenhuis, CDA. Mevrouw Oppenhuis: Met de kans dat het een beetje saai wordt, kunnen wij ons daar ook bij aansluiten. Hamerstuk. De voorzitter: Dank u wel. De heer Procee, ga uw gang. De heer Procee: Dank u wel, hetzelfde. De voorzitter: Dank u wel. Nog anderen in de eerste termijn die hier iets over willen zeggen? Nee. Mevrouw Oosterbroek, GroenLinks. Mevrouw Oosterbroek: Goed dat er aandacht is voor cybercrime en dat regelmatig te testen. Onlangs hoorde ik de secretaris-generaal van Defensie op het VNG-congres nog zeggen dat we dit goed moeten oefenen en ik denk dat we ook moeten oefenen met de risico's van AI en gebruik van Amerikaanse AI. Vindt het college dat ook? De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Zetten, Hart voor Haarlem. Mevrouw Van Zetten: Hoe ziet GroenLinks dat voor zich dat oefenen met AI? Moeten wij dat ook doen? De voorzitter: Mevrouw Oosterbroek. Mevrouw Oosterbroek: Ja, oefenen wat de risico's daarvoor zijn en dan anticiperen op de risico's als we die hebben geïndexeerd. De voorzitter: Mevrouw Van Zetten. Mevrouw Van Zetten: U beseft dat het heel erg weinig duurzaam is en dat het enorm veel energie kost? De voorzitter: Mevrouw Oosterbroek.
Mevrouw Oosterbroek: Ja, dat besef ik, maar ik voorzie ook andere risico's en dan is het goed om ons daarop voor te bereiden. De voorzitter: Al die datacenter energie. Nog anderen in eerste termijn? Nee. Ik heb één vraag gehoord aan de wethouder. Wethouder De Raadt, ga uw gang. Wethouder De Raadt: Dank u wel, voorzitter. AI is inderdaad alles behalve duurzaam, maar om de organisatie toch voor te bereiden op de mogelijkheden en de risico's van AI en om daar ook op termijn van te kunnen profiteren, zijn er al een aantal acties uitgevoerd. Zo is er beleid vastgesteld met do's en don’ts voor de inzet
28
van AI. En er is vanuit bestaande middelen een AI-coördinator aangesteld, die tot taak heeft om de ontwikkelingen te gaan begeleiden en te gaan stimuleren. De voorzitter: Dank u wel. Nog vragen in tweede termijn? Mevrouw Booms, ChristenUnie. Mevrouw Booms: Dank u, voorzitter. Voorzitter, er wordt hard gewerkt aan het verbeteren van de informatieveiligheid, maar ik zie in de geheime bijlage dat bij de Nota informatiebeveiliging … De voorzitter: Sorry, mevrouw Booms, want daarvoor wordt de vergadering ook in beslotenheid gehouden, om het daarover te hebben. Dus u heeft geen vraag meer in tweede termijn op dit onderwerp. Zijn er nog anderen? Nee. Dan kunnen we, denk ik, naar de afronding van dit agendapunt. Ik heb hamerstuk gehoord. Dan gaan we dit zo naar de raad brengen en dan danken we voor de inbreng tijdens dit agendapunt. 10. Managementletter Deloitte 2024 en Informatiebeveiliging voorjaar 2025 De voorzitter: Dan gaan we nu door naar agendapunt 10 en ook agendapunt 11. We hebben gezegd agendapunt 10 dat gaat over de managementletter Deloitte 2024 en informatiebeveiliging voorjaar 2025. Daarvoor zijn geen insprekers en we gaan nu in beslotenheid verder. De uitzending zal zo gestopt worden. En dan schors ik de vergadering 2 minuten, zodat het vergadersysteem kan worden aangepast en het publiek de zaal kan verlaten.
Alleen degenen die dus aanwezig zijn vanwege hun functie bij dit onderwerp, kunnen aanwezig blijven. Dus ik ga even de vergadering schorsen. Sluiting De voorzitter: Dan gaan we nog een keer afsluiten. Dan zijn we nu aan het einde gekomen van de vergadering van de Commissie Bestuur van 26 juni 2025. Dit was de laatste vergadering van dit vergaderjaar. Voor de commissieleden kan het reces misschien beginnen. Voor de andere leden van de raad hebben wij nog Kadernota maandag en donderdag en op 10 juli nog de laatste raadsvergadering. En ik wens u … Mevrouw Van Zetten, u wens ik ook een hele fijne vakantie en dan sluit ik hierbij de vergadering af.
29