CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcript Commissie Bestuur 26 juni 2025

commissie Bestuur 11 september 2025, gemeente HaarlemBij agendapunt: Transcripten commissievergaderingen d.d. 12 juni en 26 juni 2025 (besloten en openbaar) (alleen naar aanleiding van)17.030 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

TRANSCRIPT VAN DE COMMISSIE BESTUUR VAN GEMEENTE HAARLEM d.d. 26 juni 2025 1.

Opening en mededelingen voorzitter De voorzitter: Goedemiddag, aanwezigen hier allen. Hartelijk welkom bij de vergadering van de Commissie Bestuur van 26 juni 2025, die ik hierbij open. Welkom aan alle commissieleden, aan de burgemeester, aan wethouder Roduner en aan de belangstellenden die thuis meekijken naar deze uitzending. Ik heb geen bericht van verhindering ontvangen. Dan heb ik, even kijken, de volgende mededelingen voor u. Morgenochtend 27 juni om 9:00 uur is de fietstocht van Bouwend Haarlem. Tot nu toe hebben zich vijf raadsleden aangemeld. U bent van harte uitgenodigd om aan te sluiten en mee te fietsen. Er gaat een uitnodiging rond van het Frans Halsmuseum, om de nieuw aangekochte twee schilderijen van Frans Hals te komen bekijken op donderdag 4 september om 17:00 uur. En voor beide bijeenkomsten gaat er een intekenlijst rond.

2.

Vaststellen van de agenda De voorzitter: Dan gaan we naar het vaststellen van de agenda, agendapunt 2. Maar ik zie dat er nog iemand binnenkomt, een raadslid. En wij laten even rustig plaatsnemen. Kijk, goed. Toegankelijkheid is belangrijk. Ik ga even verder ondertussen toch met agendapunt 2, het vaststellen van de agenda. Zou het ietsje rustiger kunnen zijn? Ik heb, als ik even mag voorstellen en dan kunt u daarop reageren. Ik heb twee wijzigingsvoorstellen bij de agenda. De eerste is vanwege de beschikbaarheid van wethouder Roduner, stel ik voor dat we agendapunt 8 over tweede wijziging belastingen eerst behandelen en daarna agendapunt 7 over de motie Horeca Team en evaluatie SUS-teams. Dat is de eerste wijziging. De tweede is op de stukken bij agendapunt 10 over de managementletter en informatiebeveiliging heeft het college geheimhouding opgelegd. Om hierover vrij te kunnen spreken stel ik voor dit onderwerp in beslotenheid te behandelen en dit agendapunt als laatste te bespreken, na agendapunt 11. Gaat u akkoord met deze wijziging? Ik zie een hand van mevrouw Klazinga. Ga uw gang. Mevrouw Klazinga: Mijn voorstel is om agendapunt 11 ook besloten te behandelen, aangezien dat zo ontzettend verband houdt met agendapunt 10, dat het een beetje lastig is om daar iets zinnigs over te zeggen zonder terug te grijpen naar agendapunt 10 en dan is die omwisseling ook niet nodig.

De voorzitter: Goed. Ik kijk even rond of u hiermee akkoord bent om dat te doen. Ja. Dan ga ik even naar de heer Van den Raadt, die ook iets wil zeggen bij de agenda. De heer Van den Raadt: Ja, natuurlijk dat we niet akkoord gaan, want de gemeenteraad is het hoogste orgaan, de wethouder is onze werknemer, maar we doen het voor de bewoners en we hebben drie insprekers. Dus laten we daarmee beginnen. De voorzitter: Ik kijk even rond of u het akkoord bent om toch eerst agendapunt 8 te behandelen. Dus u bent daarmee akkoord? Ja, dan doen we dat zo. Goed dan gaan we nu over … Dan is de agenda zo vastgesteld. Sorry, over de besloten behandeling. Ik heb net even rondgekeken en dat was akkoord voor beide, maar eentje was al geheim, maar het ging om beide, precies. Nee, dat is vastgesteld. Dan is de agenda zo vastgesteld.

1

3.

Mededelingen commissieleden en portefeuillehouder(s) De voorzitter: En dan gaan we nu naar agendapunt 3, mededelingen commissieleden en portefeuillehouders. Ik vraag toch eventjes of u iets meer, mijnheer ... Het is erg rumoerig aan beide kanten, dus iets meer rust graag. Mededelingen commissieleden en portefeuillehouders. De heer Procee heeft een mededeling heb ik begrepen. Ga uw gang. De heer Procee: Dank u wel, voorzitter. Ik heb het besluit genomen de fractie van OPHaarlem te verlaten. Ik ga als zelfstandig raadslid door. Dat is de mededeling. En vanwege technische aspecten zal ik wel de spreektijd van OPHaarlem nog opbranden. Want de griffie werkt heel hard en heel intensief, maar op zo'n korte termijn kunnen ze pas vanaf maandag en dat is ook het officiële moment dat ik overga tot een nieuwe eigen fractie, kan dat allemaal geregeld worden. Daar heb ik alle begrip voor, maar dan ziet u dus onder mijn naam OPHaarlem staan als ik spreek, maar ik spreek vooral namens mijzelf. De voorzitter: En u bent al vanaf … Als het allemaal geregeld is, bent u de fractie Procee. Maar nu nog even op de spreektijd van OPH. Dan hebben we zestien fracties. Mevrouw Van Zetten, ga uw gang. Mevrouw Van Zetten: Of de heer Procee al een nieuwe partijnaam heeft gekozen, kunnen we daarvan op de hoogte worden gesteld? De voorzitter: Mijnheer Procee.

Ik dacht dat ik net al zei fractie Procee, dat ik dat gelezen had. Procee. Zijn er nog andere commissieleden met een mededeling? Nee. En vanuit het college is ook niets aangekondigd.

4.

Mededelingen over gemeenschappelijke regelingen en andere samenwerkingsverbanden De voorzitter: Dan gaan we nu naar mededelingen over de gemeenschappelijke regelingen en samenwerkingsverbanden. Ook hier is niets aangekondigd vanuit het college. Zijn er nog commissieleden met daar mededelingen over? Mevrouw Van Zetten, ga uw gang. Mevrouw Van Zetten: Ik wil wel weten de stand van zaken van de rechtszaak tegen de eigenaars van de Egelantier. Er was een deadline vorige week en de wethouder zou daarover nadenken of ze waren ermee bezig. En ik vraag me nu af: gaan wij die rechtszaak in of zijn we nog aan het praten? Misschien kan de wethouder daarop antwoorden. De voorzitter: We zijn nu bij mededelingen over gemeenschappelijke regelingen en samenwerkingsverbanden. Daar valt het niet helemaal onder. Mevrouw Van Zetten: Ik ben te snel. De voorzitter: Of te langzaam, denk ik, want hiervoor hadden we mededelingen van commissieleden. We hebben Procee gehad en ik zei: zijn er nog anderen? Mevrouw Van Zetten: Dan vraag ik me af: zijn er mededelingen van de wethouder? De voorzitter: Is er een mededeling van de wethouder? Wethouder Roduner: Nee, maar dit is ook niet de verantwoordelijk portefeuillehouder en ik denk dat alles met de Egelantier in de Commissie Ontwikkeling ook wordt behandeld.

2

Mevrouw Van Zetten: Een rechtszaak. 5.

Agenda komende vergadering(en), Jaarplanning en Actielijst De voorzitter: Dan gaan we nu over naar agendapunt 5 en dat is de agenda van de komende commissievergaderingen. Er zijn geen agenderingsverzoeken ingediend.

6.

Transcript commissie d.d. 5 juni 2025 De voorzitter: Dus daarmee kunnen we naar agendapunt 6, het transcript van de commissie van 5 juni en dan alleen naar aanleiding van. Zijn daar nog opmerkingen bij? Nee.

8. Tweede wijziging belastingen Haarlem 2025 De voorzitter: Dan komen we nu bij agendapunt 8, zoals eerder vastgesteld en dat is de Tweede wijziging belastingen Haarlem 2025. Waarvoor wethouder Roduner aanwezig is. Er zijn geen insprekers op dit onderwerp. En waar gaat het over? De tweede wijzigingsverordening belastingen 2025. Goed, gezondheid. Voert twee wijzigingen door in de Verordening Leges Haarlem 2025 en één wijziging in de Verordening parkeerbelastingen Haarlem 2025. Het college stelt de raad voor de Tweede wijzigingsverordening belastingen Haarlem 2025 vast te stellen. U als Commissie Bestuur adviseert de raad over het voorstel en agendering in de raadsvergadering van 10 juli aanstaande. Dan gaan we over tot behandeling. Wie wil een eerste termijn? Mijnheer trompetter, Actiepartij. De heer Trompetter: Dank, voorzitter. Dank aan het college voor dit stuk. Deze wijziging is vooral van technische aard en mijn fractie vindt het goed dat de regels van de leges voor ontheffing duidelijker zijn geworden, ook voor de mensen die daar gebruik van moeten maken. Mijn fractie stemt in met de voorgestelde wijzigingen en wat ons betreft kan het als hamerstuk naar de raad. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan mevrouw Çimen, D66. Mevrouw Çimen: Voorzitter, dank u wel. Ook ik kan het kort houden. Wij zijn akkoord en het kan als hamerstuk naar de raad toe, wat ons betreft.

En veel dank ook aan het CDA voor het stellen van de nodige technische vragen op de punten. Die waren ook verhelderend, dus dan kan het zo door. De voorzitter: Dank u wel. Wie kan ik dan het woord geven? Mevrouw Oppenhuis, CDA. Mevrouw Oppenhuis: Dank u wel, voorzitter. Ik wil graag de ambtenaren bedanken voor het beantwoorden van de vragen. Het was voor mij helder genoeg en wat ons betreft kan dit gewoon door als hamerstuk. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan nog anderen die het woord willen voeren? De heer Van den Raadt, Trots Haarlem. De heer Van den Raadt: Voorzitter, we zien wel wat dingen die vervallen zijn over die nulemissiezone, maar wij hebben liever natuurlijk überhaupt helemaal niet die nulemissiezone, dus dan vinden we ook dat daar ook geen andere bedragen voor gevraagd mogen worden. Dus alle bedragen die genoemd worden, die zouden sowieso nul moeten zijn en het liefst helemaal nul emissiezones.

3

De voorzitter: Dank u wel. Nog anderen? Mevrouw Oosterbroek, GroenLinks. Mevrouw Oosterbroek: Wij zijn akkoord en het kan wat ons betreft een hamerstuk zijn. De voorzitter: Dank u wel. De heer Wiedemeijer, PvdA. De heer Wiedemeijer: Idem dito voor de PvdA. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Nog anderen? Geen sprekers in eerste termijn. Wilt u nog reageren, wethouder Roduner? Ik heb gehoord dat het een hamerstuk wordt, dus dan kunnen we vaststellen dat het hierbij vastgesteld is en dat we het als hamerstuk naar de raad zullen sturen. Hamerstuk met stemverklaring. Gaan we het zo doen. Dank u wel en dan dank ik wethouder Roduner voor zijn komst. 7. Afdoening Motie 34 Weer een 10 voor het Horeca Team en evaluatie SUS-teams De voorzitter: Dan gaan we verder met agendapunt 7. Dat is een agendapunt ter bespreking. De afdoening van de motie Weer een 10 voor het Horeca Team en de evaluatie van de SUS-teams. Hiervoor is 40 minuten gepland en de portefeuillehouder is burgemeester Wienen. Welkom. En er zijn drie insprekers. U wilde iets … Even technisch, dat u zichtbaar en hoorbaar bent. Waar gaat het over? De afdoening van de motie Weer een 10 voor het Horeca Team en de Raadsinformatiebrief evaluatie SUS-teams staat op de agenda op verzoek van de Commissie Bestuur op initiatief van de fracties Trots Haarlem en het CDA.

Het doel van de bespreking is het bereiken van meer veiligheid voor bewoners en ondernemers door samenwerking met SUS-teams en de boa's, bijzondere opsporingsambtenaren. Voor we overgaan tot behandeling hebben we drie insprekers vandaag. Welkom. De vraag is of u alle drie daar plaats wil nemen, zodat we achter elkaar de inspreekbijdragen kunnen doen. En dan kunt u daarna als commissie vragen stellen aan de insprekers. Dank u wel, welkom. U heeft 3 minuten tijd om in te spreken en daarna zullen we aangeven, als het nodig is, dat de tijd om is. Uw naam is de heer Van Boerdonk. Ja, dan geef ik nu het woord. Ga uw gang. Inspreker 1: Dank u wel. Mijn naam is dus Daan van Boerdonk. Ik ben eigenaar van Bobbi Bar-Dancing in de Lange Veerstraat en bestuurder bij de KHN. En vanaf het begin af aan hebben wij ons actief opgesteld in de pilot met de SUS-teams. We hebben meegedacht, afgestemd en zelfs financieel bijgedragen om de pilot mogelijk te maken. Niet omdat we vonden dat handhaving op straat onze verantwoordelijkheid is, maar omdat we geloofden in de potentie van deze aanpak. En die is in onze ogen overtuigend aangetoond. Minder overlast, meer rust op straat en een goede samenwerking tussen portiers, politie en de gemeente. En ook de politie was na afloop van de pilot uitgesproken positief.

Zij gaven aan dat de SUS-teams hen werk uit handen nemen bij bijvoorbeeld geluidsoverlast, alcoholgebruik op straat en hangjongeren. En waardoor zij zich tijdens de horecadiensten kunnen richten op hun kerntaken. De samenwerking is soepel, de lijnen zijn kort en de SUSteams dragen aantoonbaar bij aan een veiligere nacht in Haarlem. Tegelijkertijd willen we vandaag één punt heel duidelijk maken. De handhaving van openbare orde in de publieke ruimte is en blijft een kerntaak van de overheid. Die verantwoordelijkheid ligt niet bij ondernemers en zeker niet structureel. Als horecaondernemers doen we veel aan veiligheid en het voorkomen van overlast, ook buiten onze eigen zaken. In de Smedestraat hebben ondernemers bijvoorbeeld zelf geïnvesteerd in kostbare hekwerken. Daarnaast is elke ondernemer zich bewust van zijn directe omgeving. Niemand in Haarlem denkt: over de drempel, niet mijn probleem. De betrokkenheid is groot en oprecht, maar die mag niet automatisch leiden tot structurele medefinanciering van publieke handhaving in de vorm van SUS-teams, want zodra ondernemers meebetalen aan SUS-teams, ontstaat daarmee ook automatisch zeggenschap. En dan wordt het een onduidelijkheid wie er bepaalt. Als de gemeente de volledige verantwoordelijkheid op zich neemt, inclusief de financiering, dan is het eigenaarschap

4

helder. Over inzet, afbakening en prioriteiten wordt dan centraal beslist. Dat is eerlijker en werkbaarder. We hebben in de praktijk gezien dat SUS-teams soms ook buiten het afgesproken gebied worden ingezet. Zo zijn ze tijdens de pilot een keer met de politie meegereden naar een vechtpartij bij de McDonalds in de Grote Houtstraat bijvoorbeeld. En dat is begrijpelijk. En als de gemeente de opdrachtgever is, is dat ook geen enkel probleem, maar zolang de financiering deels bij de ondernemers ligt dan schuurt dat. Motie 34 van Trots en CDA die stelde voor om extra gemeentelijke handhavers in de nacht in te zetten. Daarvoor was een bedrag van 560.000 euro per jaar begroot. En het voor de hand liggende alternatief is dus SUS-teams, gefinancierd door de gemeente. SUS-teams zijn niet alleen goed uitvoerbaar gebleken, maar ook aanzienlijk goedkoper. De inzet van vier personen op vrijdag- en zaterdagavond kost in totaal per jaar 125.000 euro. In de pilot betaalde de gemeente de helft en dat zou in permanente vorm dus 62.500 euro per jaar zijn. Ons voorstel is eenvoudig: tik die andere 62.500 euro ook af en neem de volledige verantwoordelijkheid en kosten mee in de gemeentelijke begroting. We blijven uiteraard graag betrokken bij de uitvoering en overleggen graag waar en wanneer SUSteams het meeste effect hebben en hoe we elkaar kunnen versterken.

Maar laten we ervoor zorgen dat de handhaving van de openbare orde in de publieke ruimte in de Haarlemse nacht door SUS-teams een vaste waarde wordt in het straatbeeld en dat die gefinancierd wordt door degene die daarvoor verantwoordelijk is, namelijk de overheid. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Keurig binnen de 3 minuten. Dan vraag ik nu de heer Van der Veek. U heeft ook 3 minuten. Ga uw gang. Bent u zover? Ja. Inspreker 2: Leden van de Raadscommissie Bestuur, niet alleen ikzelf, maar met mij vele bewoners van de binnenstad zijn van mening dat SUS-teams een positieve bijdrage kunnen hebben bij het terugdringen van uitgaansoverlast en daarmee de leefbaarheid in de binnenstad kunnen verbeteren. De wijkraad en het wijkplatform binnenstad zijn altijd voorstander geweest van het opnieuw invoeren van de SUS-teams. Ik was daarom ook blij dat met de laatste pilot van de SUS-teams. Het is teleurstellend dat deze pilot al na twee maanden is gestopt. Veel te snel naar mijn mening. De pilot heeft slechts gelopen van november 2024 tot januari van dit jaar. Veel te kort om ook echt duidelijk conclusies te kunnen trekken of de pilot wel of niet geslaagd is.

In de evaluatie van 8 april door de gemeente wordt aangegeven dat het aantal geregistreerde overlast meldingen bij de gemeente en de politie met 25 procent is afgenomen van 105 meldingen naar 74 in dezelfde periode van het jaar eerder. Naar mijn idee nog steeds veel te veel, zeker gezien dit ook nog eens in de stille wintermaanden was en er ook overduidelijk meldingsmoeheid is bij diverse binnenstadsbewoners. Nu in de zomermaanden zien we weer duidelijk veel meer mensen buiten op straat en daarmee nemen de overlastmeldingen weer toe en staat de leefbaarheid voor bewoners met name in het uitgaansgebied weer onder druk. De aanwezigheid van politie, die verantwoordelijk is voor de openbare orde en veiligheid, handhaving voor de controle op de naleving van de Drank- en Horecawet. En SUS-teams die zich als host opstellen en samen met de horecaportiers een belangrijke signalerende functie voor de politie hebben, kunnen dan een heel groot verschil maken. Zowel politie, diverse horecaondernemers, als het wijkplatform binnenstad geven aan dat de inzet van SUS-teams een positief effect kan hebben op het terugdringen van uitgaansoverlast. Ik ben daarom, net zoals het wijkplatform binnenstad, voorstander van het opnieuw invoeren van SUS-teams, om daarmee uitgaan overlast terug te dringen en de leefbaarheid van de binnenstad te vergroten.

Mochten de SUS-teams weer terugkomen, dan graag onder de volgende voorwaarden. Dat de SUS-teams duidelijke werkinstructies meekrijgen en zich voornamelijk gedragen en fungeren als host. Dat de SUS-teams duidelijk zichtbaar en aanwezig zijn, niet alleen op de vrijdag- en zaterdagavond, maar ook op andere uitgaansavonden, zoals bijvoorbeeld de donderdagavond. Dat de SUS-teams ook ingezet kunnen worden bij grote evenementen en op bijzondere feestdagen. Dat het werkgebied uitgebreid wordt, omdat ook het uitgaanspubliek in andere werkgebieden van de SUS-teams aangeven overlast te ervaren. Dat bewoners

5

meer betrokken worden bij het functioneren en het beoordelen van de effectiviteit van de SUS-teams. De inzet van SUS-teams heeft immers als allerbelangrijkste taak het terugdringen van uitgaansoverlast en daarmee het verbeteren van de leefbaarheid en nachtrust van bewoners. De voorzitter: Mijnheer Van der Veek, wilt u gaan afronden? Inspreker 2: Dat was hem. De voorzitter: Dat was een punt? Inspreker 2: Ja. De voorzitter: Helemaal goed. Hetzelfde moment. Dank u wel, voor uw bijdrage. En dan gaan we nu naar de heer Van Rijmenam. Inspreker 3: Gezien de tijd sla ik een hele hoop dingen over, omdat er al wat overlap zit tussen de teksten van mijn twee voorgangers. Mijn naam is Joost van Rijmenam. Ik ben al heel lang bewoner van het centrum in Haarlem. Ook ondernemer, Café Stiels in de Smedestraat. En ik spreek hier eigenlijk in als ondernemer. En om het belang van het SUS-team neer te zetten. Het belang van ondernemers. In een historische stad als Haarlem is er snel spanning tussen levendig nachtleven en de woonfunctie in een binnenstad. SUS-teams hebben preventieve werking op de overlast. SUS-teams zijn de brug tussen ondernemers, bewoners en politie en ze helpen bij het opbouwen van een rustige nachtcultuur en het begrijpen van de geldende horecamores. SUSteams kunnen ook de jongeren aanspreken die niet binnenkomen, maar wel overlast geven en eigen drankgebruik op straat.

Dit is vaak de meest lastige groep. Bij langere inzet worden de SUS-teamleden bekende gezichten en ook dat draagt weer bij aan de veiligheid. Eventjes een stukje geschiedenis. Sinds 2012 hadden we een aantal maanden SUS-teams, maar die werden vrij snel opgedoekt. wederom door financieringsproblemen. Begin dit jaar is het ook opnieuw opgestart als proef en in de afgelopen tijd verminderden geweldsincidenten in de nachtelijke horeca tot wel 30 procent. Sowieso lijkt het erop dat sinds het opdoeken van de rookhokken en corona onaangepast gedrag, de overlast op straat is toegenomen van de generatie Gen Z, om het zo maar te zeggen. Maar tegelijkertijd wel de zware incidenten afnemen. Kortom, iedereen wil die SUS-teams terug. Maar hoe worden ze gefinancierd? In de proef betalen de gemeenten mee, samen met horecazaken via de BIZ, om samen de kosten te dragen. Maar na evaluatie door gemeentelijke handhaving, horeca en politie blijken de ervaringen grotendeels positief. Maar lange termijn financiering blijft dus lastig, mede doordat de BIZ eigenlijk een eenmalige financiering was voor de proef. Overigens, SUS-teams in Amsterdam, Groningen en Utrecht werken geweldig, goede resultaten en zijn grotendeels door gemeentelijke gelden gefinancierd. De reden voor de moeilijkheid dat de horeca niet meedoen. Dat wil ik even uit persoonlijke titel zeggen.

We hebben natuurlijk een hele zware periode gehad in corona. Daar betalen de meeste ondernemers, zeker in de nachthoreca nog steeds erg veel geld terug maandelijks. Daarnaast hebben we best wel wat financieringen lopen voor de rookhekken. Dat zijn aardige bedragen, maar ook nog eens een keer om de veiligheid in de buurt van ons terrasje, om het zo maar te zeggen, te vergroten door extra personeel aan te nemen. Kortom, de marges in de horeca zijn heel erg klein, want we hebben ook nog gestegen lonen. We hebben te maken de prijsstijgingen, noem maar op. Kortom, onze handen zijn als horecaondernemers best wel gebonden om substantieel mee te gaan bijdragen aan de Sus-teams. Dus ik roep hierbij dan ook op om eigenlijk te zeggen van hoe kunnen we dat nu voor elkaar krijgen dat die SUS-teams zo snel mogelijk weer de straat opgaan? Is een soort taskforce misschien heel snel op te gaan richten, met verschillende partijen, ondernemers, ambtenaren, om te kijken hoe we dat geld en als ik nu hoor om hoeveel

6

geld het gaat, denk ik van dat moet lukken, om zo snel mogelijk met zo'n taskforce dat geld bijeen te rapen en de SUS-teams heel snel op straat te hebben. Dank u. De voorzitter: Dank u wel, voor uw inbreng. Inspreker 3: Vragen? De voorzitter: Ja, precies, dat is de vraag. Dank voor uw inbreng. En ik zie een vraag van de heer Blokpoel, VVD. Ga uw gang. De heer Blokpoel: Dank u wel. De voorzitter: Aan wie stelt u de vraag? De heer Blokpoel: Een vraag aan de heer Van der Veek. Mijnheer Van der Veek, u gaf aan: SUS-teams helemaal goed, hartstikke prima, maar laat ze wel vooral als host fungeren en niet anders. Wat bedoelt u precies daarmee? Inspreker 2: De politie is altijd verantwoordelijk voor de openbare orde en veiligheid. De SUS-teams die moeten zich eigenlijk als host gedragen. Daarmee bedoel ik, we noemen ze SUS-teams. Zij moeten sussen. Zij hebben natuurlijk wel een hele belangrijke taak, dat zij signaleren. En op het moment dat zij signaleren, dan kunnen zij dat doorgeven aan de politie. Dat kunnen ze heel makkelijk doen door die horecaportofoons waar ze mee werken. Alleen ze hebben voor de rest geen bevoegdheden. Dus wat wij dus in de pilot zagen, dat ze af en toe te vaak en te veel echt alleen maar met de politie meeliepen en opliepen. En dat kan niet de bedoeling zijn van SUS-teams.

SUS-teams moeten zijn als host, het sussen van het uitgaanspubliek en op het moment dat er echt een incident is, dan kunnen ze natuurlijk bij geroepen worden door de politie, om dan de omstanders misschien apart te houden, maar openbare orde en veiligheid is altijd voor de politie en niet voor de SUSteams. De voorzitter: Dank u. U heeft een vervolgvraag of wie heeft een vraag? De heer Aynan zag ik, Jouw Haarlem. Ga uw gang. De voorzitter: Ik ben uw naam vergeten van Bobbi en mijnheer Van Rijmenam, over de financiering. Want u schijnt er wel moeite mee te hebben dat het fiftyfifty is. Overigens is het ook in de gemeentes die u noemt en in meer gemeentes is het vaak fiftyfifty gefinancierd. Mag ik vragen hoeveel de individuele bijdrage is per horecaondernemer? Inspreker 3: Als ik even heel snel reken, dat gaat dus om 64.000 euro. Als ik ga kijken naar de echte nachthoreca, dat zijn een stuk of zeven, acht zaken. Dan ga je dat delen. Kom je op 8.000 euro, denk ik, terecht. Dat is heel veel geld op dit moment voor horecaondernemers. En daar gaan een aantal overnemers echt niet mee akkoord, omdat de marges zijn zo ontzettend klein op dit moment. En we hebben natuurlijk al die rookhokken of die rookterrassen die kosten ons bijna 6.500 euro.

Er zijn nog wat andere kosten, personele kosten die door meer personeel die je moet neerzetten om de veiligheid binnen, maar ook op dat terras te waarborgen. Dan heb je het over een kostenpost van denk ik zomaar 18.000 euro op jaarbasis. Dan hebben we het dus over ... En die marge is gewoon te klein op dit moment. En dat is echt geen … Dat is gewoon echt de waarheid.

7

De voorzitter: U heeft nog een vervolgvraag, mijnheer Aynan? Ga uw gang. De heer Aynan: Dank u wel, voorzitter. Alle begrip voor de kosten. Daar heeft overigens iedereen mee te maken in deze samenleving. Toch eventjes, want ik heb ook gelezen dat de horeca, de betalende ondernemers zich juist ergerden aan de niet-betalende horecaondernemers. Zit daar niet meer een opdracht voor u en voor ons misschien, om gezamenlijk iets op te zetten dat we de kosten wel gezamenlijk kunnen dragen in plaats van te zeggen van joh, geachte gemeente, betaal het volle pond maar? Wat vindt u van dat idee? Inspreker 3: Ik weet uit het verleden, dan gaan we terug naar 2012, dat er een aantal mensen niet mee wilden betalen aan de SUS-teams, maar dat waren toch meer zaken of ondernemers die om principiële basis niet mee wilden doen, omdat de ordebewaking op straat, de handhaving, dat is echt een gemeentelijke taak. En op het moment, dat is wat mijn collega net ook al zei, dat een stuk daarbij bij de ondernemers komt te liggen, dan krijg je dat, dat gaat wringen. En dat was toen. Nu zitten we in een heel andere tijd, met onwijs gestegen kosten en lasten en uitgaven, die we dus allemaal gedaan hebben. En nu denk ik dat bijna iedere horecaondernemer die in het nachtleven acteert, zegt: er zit gewoon niet meer in op dit moment, echt het zit tot hier.

En we kunnen echt nog wel winst maken, maar die willen we niet weggeven aan de openbare orde. Dus er zit ook nog een keer een principieel stukje in. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie nog een vraag van de heer Van den Raadt en dan mevrouw Van Zetten. O, u wilde even op dit … Dat wilde mevrouw Van Zetten ook of had u een nieuwe vraag? Dan gaat u reageren na mijnheer Wiedemeijer en dan komen we op een nieuwe vraag. Mevrouw Van Zetten: U zit natuurlijk met Stiels in de Smedestraat. Er zijn een paar panden, om redenen die ons allemaal bekend zijn, die zijn dicht. En mijn vraag is dan: heeft dat nu gezorgd voor meer overlast, omdat het daar drukker is, omdat er minder verspreiding is? En scheelt het niet enorm in de kosten? Want u moet dan opdraaien voor die kosten, terwijl die normaal meer gespreid zou zijn. Inspreker 3: Het gaat om drie zaken die op dit moment dicht zijn. Mevrouw Van Zetten: Dat heeft dus wel effect op de hele situatie waar we nu in zitten of niet? Inspreker 3: Zeker. Wat ik net al aangaf, de overlast in mijn optiek, het komt vooral door jongeren die sowieso de zaak niet binnenkomen, omdat ze te jong zijn of om andere redenen. Ze zoeken toch een plekje op in de Smedestraat.

U kent waarschijnlijk allemaal de situatie in de Smedestraat met de inhammetjes bij ons mooiste gebouw van Haarlem, waar allerlei mensen gaan zitten die dingen doen die het daglicht niet kunnen verdragen. Ook omdat het donker is op de plekken waar nu de zaken dicht zijn, daar gaan mensen zitten. Geven overlast, spreken mensen aan, gevaarlijk gedrag en wij zien dat van een afstand, maar daar kunnen wij natuurlijk niet op reageren. En dan daarvoor ... De voorzitter: Het antwoord is dus ja, op de vraag van mevrouw Van Zetten, begrijp ik? Inspreker 3: Ja, sorry. Kortom, ja. De voorzitter: Ik weet dat er nog een vervolgvraag is. De heer Wiedemeijer, ga uw gang.

8

De heer Wiedemeijer: Dank u wel, voorzitter. Ik heb er begrip voor dat de horeca het lastig vindt om een bijdrage te leveren. Maar ik hoop ook dat u er begrip voor heeft dat het voor ons lastig te verantwoorden is dat wij het volledig voor u zouden moeten financieren. Inspreker 3: Daar wil ik gelijk op ingaan, want voorheen stonden er dus echt zes koppels politie. De voorzitter: Als we heel even wachten, dan stelt de heer Wiedemeijer een vraag. De heer Wiedemeijer: Ik wil graag nog meenemen in de vraag, de vraag is namelijk als volgt. Stel dat er een situatie ontstaat dat u als sector er niet uitkomt met de gemeente over de financiering en om die reden de SUS-teams niet door zouden kunnen gaan. Wat denkt u dat dat scenario doet met uw bedrijfsmodel en het draagvlak voor uw sector in Haarlem? Hoe ziet u het risico daarvan? Inspreker 3: Dat risico is er dan natuurlijk, maar wat ik al zei, ik probeerde net te zeggen: voorheen, voor corona liepen er echt zes koppels politie, twaalf man en nu zijn het er drie. Daar is al ontzettend op bezuinigd en sowieso terecht waarschijnlijk. Maar we hebben nu zeker in deze periode met de generatie die in coronatijd is opgegroeid en vreselijk drankmisbruik heeft, op allerlei plekken buiten de horeca. En dat is een moeilijke generatie om die te handelen. Ik heb het binnen ook gehad. Toen we net open waren, in de zaak.

De voorzitter: Mag ik vragen ietsje korter misschien te antwoorden. Inspreker 3: Ik wilde nog even zeggen: binnen hadden we gelijk na corona echt heel veel problemen met handhaving en dat is uiteindelijk allemaal heel goed gelukt. Ook mede omdat we mensen hebben aangenomen die binnen ook de bewaking doen. Dus dat zullen we op straat toch ook moeten doen op een of andere manier. En mijn handen en ook de handen van mijn collega's zijn gewoon gebonden financieel. Kijk, als het om 1.000 euro gaat of 2.000 euro, maar het gaat om veel meer geld. De voorzitter: Goed, dank u. Ik zag nog een vraag van de heer Van den Raadt of gaat u dat in uw bijdrage ook of wilt u nu een vraag stellen? De heer Van den Raadt: Nee hoor, ik heb nog een paar vragen. De voorzitter: Ga uw gang. De heer Van den Raadt: Inderdaad goed te horen dat iedereen het ermee eens is dat de openbare orde een taak van de overheid is. Die overlast daarin, bijvoorbeeld een willekeurige horecazaak, wordt natuurlijk niet alleen veroorzaakt door mensen die uit een horecazaak komen, maar bijvoorbeeld ook zelf blikjes bier kopen bij een patatzaak. Hoe is die verhouding? Wat kunt u daarover zeggen? Want zou u die overlast kwijt zijn, hoeveel zou dat schelen? Inspreker 3: Je ziet het natuurlijk elke dag gebeuren als je in Haarlem over straat loopt. Je ziet overal jongeren met rugzakjes en daar zitten echt geen boeken in.

Daar zit heel veel drank in en zeker tegen de avonduren. Dan komen ze uit de parken en ze nestelen zich in de horecastraten, ze drinken daar blikjes bier. En je kunt ze … Het zijn allemaal de goedkopere biersoorten, die wij niet schenken. En dat zijn er heel erg veel en daar kunnen wij dus echt helemaal niets mee als horecaondernemers. Je kunt ze niet binnenlaten, want ze zijn vaak ook te jong. En dit is toch echt heel erg openbare orde. De voorzitter: Goed, nog een vervolgvraag?

9

De heer Van den Raadt: Ja voorzitter, dank u wel. Ik had nog één vervolgvraag. Bent u verplicht om een beveiliger aan de deur te hebben? Aan de heer Van der Veek had ik nog de vraag, omdat u zegt: u ziet dat het SUS-team vooral meeloopt met de politie op sommige momenten. Is dat dan een teken of weet u, misschien omdat u de politie spreekt, dat dat is omdat de politie zich onderbezet voelt? De voorzitter: De heer Van der Veek. Inspreker 3: Misschien eerst het eerste gedeelte. De vraag was of het verplicht is om een portier te hebben? Ja, dat is eigenlijk heel simpel. Ieder horecabedrijf mag in principe tot 4:00 uur open op donderdag, vrijdag zaterdag. En dan heb je een aantal zaken die nachthoreca hebben, zoals bijvoorbeeld wij en de Bugsy's bijvoorbeeld. En op het moment dat je een nachtvergunning hebt dan is er een verplichting van het hebben van een portier en een vestibule en wat andere verplichtingen. De voorzitter: Helder. Dan nu de heer Van der Veek. Inspreker 2: Om te antwoorden op de vraag. Uit eigen waarneming heb ik gezien, maar ook uit de waarnemingen van andere bewoners ’s nachts, dat je ziet dat de SUS-teams ontzettend met de politie meelopen. Te veel eromheen hangen en op het moment dat er ergens anders iets gebeurt, dan zien ze dat niet. Dat is wel hetgeen wat ik wel gezien heb.

En dat is ook, ik heb het zelfs met Joost een keer besproken en heb ik ook aangegeven van die SUS-teams die moeten gewoon veel meer op zichzelf werken en niet alleen maar met de politie meelopen. Die hebben allebei een totaal andere taak. Ik denk dat dat heel belangrijk is, het verschil tussen die twee te zien. Ik snap dat het leuk is om mee te lopen met de politie, maar het is niet hun taak. De voorzitter: Goed, dank u wel voor de beantwoording. Als er verder geen vragen meer zijn aan de commissie, dan dank ik de insprekers en dan vraag ik u om de discussie verder te volgen op de tribune. Mevrouw Oppenhuis, u wilde een eerste termijn? Nee, het agenderingsverzoek is ingediend door de heer Van den Raadt. O ja en door het CDA. Dus het is inderdaad, mijn vraag zou zijn: wie van u als indieners van het agenderingsverzoek? Maar dat bent u mevrouw Oppenhuis. Ga uw gang. De heer Van den Raadt, gaat u? De heer Van den Raadt: Het was van de heer Van den Raadt, Trots Haarlem, maar wij geven dames graag voorrang. De voorzitter: Goed, dan gaan we toch naar mevrouw Oppenhuis van het CDA. Ga uw gang, mevrouw Oppenhuis. Mevrouw Oppenhuis: Dank u wel. Het is duidelijk dat de binnenstad van Haarlem een bruisende stad is, waar heel veel ruimte is voor ontmoeting, cultuur en ontspanning. Maar het is wel ook een plek waar mensen wonen, gezinnen leven en ouderen slapen.

En waar we dus ook balans moeten blijven bewaken tussen levendigheid en leefbaarheid. Die pilot met die SUS-teams, die inderdaad vrij kort was, in de wintermaanden 2024-2025, die heeft laten zien dat we met kleine en slimme en preventieve inzet grote resultaten kunnen boeken. En die resultaten liegen er niet om. Er was een afname van ruim 25 procent aan uitgaansgerelateerde overlast in het pilotgebied. Geen harde hand, geen escalatie, maar professionele beveiligers die vroegtijdig signaleren, aanspreken en sussen. En daar zit de kracht van dit instrument. Daarbij wil ik toevoegen dat ik uit eigen ervaring ergens anders zelf af en toe meedraai met zo’n SUS-team, vanuit mijn eigen werk. En daar zie ik dat dat gewoon al jaren heel goed werkt en dat die SUS-teams inderdaad bij de horecabedrijven blijven, veel meer. Dus die zitten op verschillende plekken in de straat en blijven daar ook en dat werkt

10

gewoon echt heel goed. De politie loopt eromheen, die grijpt in als het fout gaat. Maar ze blijven daar meer. En waar ik ervaring mee heb, is inderdaad meer politie dan dat er hier is, maar dat is ook logisch, want waar ik ervaring heb, is ook een groter gedeelte. De voorzitter: U heeft een interruptie van mevrouw Van Zetten, Hart voor Haarlem. Mevrouw Van Zetten: Ik begrijp uw betoog, maar vindt u dat dan ook geen overheidstaak? Moet de gemeente zelf een SUS-team niet betalen? Het is natuurlijk toch een gedeelte particuliere beveiliging en ik denk, u als CDA, hoe kijkt u daartegenaan? De voorzitter: Mevrouw Oppenhuis. Mevrouw Oppenhuis: Ik denk dat hoe dan ook dat SUS-team door moet gaan. Dus daarmee geef ik al het antwoord, denk ik. De voorzitter: Mevrouw Oppenhuis, u heeft ook een interruptie van de heer Van den Raadt, Trots Haarlem. De heer Van den Raadt: Voorzitter, ik denk dat iedereen het ermee eens is dat SUS-teams door moeten gaan. We hebben ook alle inbreng gelezen, maar de grote vraag hier is natuurlijk: wie gaat dat betalen? Bent u het ermee eens dat de gemeente dat moet doen, omdat het een openbare taak is? De voorzitter: Mevrouw Oppenhuis, CDA. Mevrouw Oppenhuis: Ik heb net antwoord gegeven. Wij staan erachter, hoe dan ook. Wij willen dat het doorgaat. Dus het kan zijn dat het met een kleine bijdrage wel mogelijk is, maar wij willen sowieso dat het doorgaat.

Dus wij hopen dat de overheid dit inderdaad oppakt. Ik kan heel veel redenen beginnen aangeven waarom wij pleiten voor die voortzetting van die SUS-teams, maar ik begin gewoon met een handvol. We beginnen met de effectiviteitsbewijzen. Die hebben het al bewezen. Cijfers zijn helder, minder meldingen, minder overlast, meer rust op straat. Niet alleen in de statistieken, maar ook in de ervaringen van politie, horeca en bewoners. Het tweede punt is, er is draagvlak onder de partners, politie en horeca zijn allebei uitgesproken positief, ook bewoners via het wijkplatform, zien de meerwaarde en de samenwerking is goed en de lijnen zijn kort en de sfeer op straat is aantoonbaar verbeterd. De voorzitter: En u heeft een interruptie van de heer Kuin, SP. Ga uw gang. De heer Kuin: Het is verleidelijk om aan de hand van de insprekers de discussie te voeren. Het is ook belangrijk wat ze gezegd hebben, maar volgens mij ging de motie, die unaniem is aangenomen, over meer gemeentelijke handhavers. En nu zijn we in een discussie beland over handhavende SUS-teams. Ik ben daar überhaupt geen voorstander van. Want zoals de eerste inspreker zei: het is een publieke taak en dan gaat het niet alleen om de financiering, maar ook wie dat doet en bij wie ze in dienst zijn. Hoe ziet het CDA dat? De voorzitter: Mevrouw Oppenhuis. Mevrouw Oppenhuis: U heeft gelijk dat daar handhaving bij moet.

Daarom hebben wij ook die motie gedaan, maar ik vind een samenwerking heel goed. Kijk, het is gewoon ontzettend duur om alleen maar handhavers neer te zetten. Dus ik vind die combinatie, die zie ik ook in andere plekken, heel goed werken en dat zou ik ook graag hier zien. Dus en handhaving en SUS-teams of tenminste handhaving bij de SUS-teams en bij de politie op dezelfde tijden. Ze bieden een veel efficiënter alternatief, met een laagdrempeligere aanpak. De

11

horecaondernemers die verdienen echt ondersteuning, want die ondernemers in onze stad doen al heel veel. Dat is net ook al gezegd. Ze hebben sluisdeuren, portiers, er is isolatie en overlast op straat heel ver weg, is moeilijk aan te tonen dat het dan ook hun verantwoordelijkheid is. De voorzitter: U heeft nog een interruptie van de heer Kuin van de SP. De heer Kuin: Het gaat over de SUS-teams, maar ik denk ook dat u de stukken heeft gelezen. De motie was meer handhavers, het antwoord is: dat is niet mogelijk, omdat de politie geen back-up kan verlenen. Ik vat het even zo samen. Hoe ziet u dat? Want volgens mij is het toch de taak van de politie, als er iets uit de klauwen loopt, dan rukken ze toch uit? Als er nu op de Grote Markt een steekpartij is, dan staan er toch binnen een paar minuten een aantal busjes of niet? De voorzitter: Mevrouw Oppenhuis. Mevrouw Oppenhuis: Dat is dus ook wat ik aangaf, dat de ervaring die ik heb, is dat er meer politie is op andere plekken dan in Haarlem en dat dat gewoon heel goed werkt. Dus ook daarmee had ik al, voordat u die vraag stelde, al antwoord gegeven. Een leefbare binnenstad, dat is eigenlijk helemaal geen luxe. Mensen moeten zich veilig voelen, zowel als ze uitgaan, als wanneer ze thuis willen slapen. En die SUS-teams slaan een brug tussen deze werelden. Ze dragen bij aan een stad waar ruimte is voor levendigheid en rust.

Het CDA staat voor een veilige, gastvrije en leefbare stad en daarom roepen wij het college op om de inzet van de SUS-teams structureel voort te zetten. Met ruimte naar uitbreiding, naar andere overlastlocaties en naar drukkere momenten, zoals feestdagen en evenementen. Laten we kiezen voor wat werkt. Laten we kiezen voor gezond verstand en laten we kiezen voor de voortzetting van de SUS-teams. Dank u wel. De voorzitter: U heeft nog een interruptie van de heer Wiedemeijer, PvdA. De heer Wiedemeijer: Voorzitter, ik kan een groot deel volgen, behalve de financiering. Want u heeft het over dat er structureel geld voor moet komen, ook nog worden uitgebreid, gaat ook meer kosten. En u laat de optie open dat wij dat volledig als gemeente moeten betalen. Dus ik neem u even mee in het scenario dat je nu binnenstadbewoner bent en dat je straks meer belasting moet gaan betalen om de beveiliging te betalen van de horecagelegenheden waar je naast woont. Vindt u dat goed te verantwoorden aan een bewoner van de binnenstad? De voorzitter: Mevrouw Oppenhuis. Mevrouw Oppenhuis: Ik heb nog nooit meegemaakt dat een bewoner van een bepaald stuk van een stad meer belasting moet betalen. Volgens mij gaat het per inwoner, maar dat zal aan mij liggen dan. De voorzitter: De heer Wiedemeijer.

De heer Wiedemeijer: U draait zich er behendig uit, maar als u hiertoe oproept, betekent het toch gewoon dat alle inwoners van Haarlem dat moeten gaan bekostigen? De voorzitter: Mevrouw Oppenhuis. Mevrouw Oppenhuis: Daarin zou je dat zeggen, maar ik denk dat we ook op andere manieren er misschien uit kunnen komen. Daarbij vind ik, wat ik net al zei: handhaving vind ik wel heel belangrijk. Hoeveel en wat, dat zeg ik dus nog niet. Dat is een bespreekpunt.

12

De voorzitter: Dank u wel. Dit was uw bijdrage, mevrouw Oppenhuis. Wie mag ik dan het woord geven? De heer Van den Raadt, Trots Haarlem. De heer Van den Raadt: De heer Van den Raadt altijd de tweede. Dat is ook een mooie plaats, hoor. Als je altijd tweede wordt, dan kom je ook in de top drie. Dus even kijken. Wij hebben het hier over een mooie motie Horeca Team weer een 10 en hoe kwam dat? Dat kwam, omdat wij meeliepen met de schouw 's nachts. Ik heb niets op papier staan. Daarom doe ik het altijd vanuit de losse mouw, maar we gingen met de schouw mee en daar sprak ik met de politie. En die zei: vroeger hadden we, de inspreker zei het ook al, veel meer agenten en nu hebben we er nog maar zes. Als er iets gebeurt, één incident tussen twee mensen, heb je twee agenten nodig voor de dader, twee voor degene die het slachtoffer is en die andere twee die kunnen effectief niets meer doen. Dus zo gauw er één incident is, houdt het eigenlijk op. En toen kwamen die agenten zelf met een voorstel naar mij toe om te zeggen van waarom gaan we het weer niet ophogen naar tien? En als dat niet met agenten kan, waarom zouden we dan misschien niet proberen om handhavers in te zetten? Dat hebben we toen in een motie gegoten. Daar hebben we toen een technische sessie over gehad. Waarbij opvallend genoeg de politie niet aanwezig was en burgemeester Jos Wienen heel indringend ertegenover zat.

En toen was de conclusie en meerdere raadsleden verbaasden zich daarover, toen was de conclusie van eigenlijk kan het allemaal niet. We hebben geen agenten. Handhavers kan niet, is allemaal veel te duur. En mijn persoonlijke indruk was dat er toen misschien afgesproken is van we gaan dit sowieso niet doen. Ook al zou het misschien wel kunnen, als we gewoon een beetje creatief nadenken. Dan kom je op het feit en daar vragen verschillende collega's ook naar: maar waarom hebben we het dan alleen nog maar over SUS-teams? Ja, omdat we misschien, maar dat kan de wethouder dan of de burgemeester zeggen, omdat we misschien nooit meer extra agenten kunnen krijgen dan die zes in het Horeca Team of omdat we niet bereid zijn iets te betalen voor handhavers. En omdat handhavers dan plotseling levensgevaar lopen als zij daar in de binnenstad lopen. En dan blijft dus het enige wat over is het SUS-team. Het goede is dat we natuurlijk sinds 2010 pleiten voor het SUS-team en de terugkeer van het SUS-team. En dat je nu ook hoort van iedereen die er eigenlijk bij betrokken is dat ze zeggen: het SUS-team is zo goed, dat zou uitgebreid moeten worden. En dan krijg je het volgende punt over de financiering. Ik vond de inbreng van de heer Boerdonk enorm goed.

Want die zei van kijk, al zouden we het met die handhaven oplossen, dan praten we over een bedrag van 560.000 euro en al ga je nu de SUS-teams volledig betalen door de gemeente, praat je maar over 125.000 euro per jaar. Dus ik voel daar een enorme besparing aankomen. Als elke inwoner met een idee komt waarbij we ongeveer 70 procent van de kosten besparen in Haarlem, dan hebben we binnen 10 jaar een enorm overschot. En we zien ook bij de Kadernota, zo zie je maar ook weer politiek, dat is ook maar gewoon keuzes maken. Want bij de Kadernota en daar hebben we ongeveer 100 miljoen euro over, wat gereserveerd wordt voor projecten die doorgang moeten vinden. En dan zou het toch wel heel erg triest zijn als we dan bijvoorbeeld niet 125.000 euro kunnen reserveren voor veiligheid in de binnenstad. Een ander punt wat ik daarnet hoor van de collega waar ik nog wel op in wil gaan, is maar vindt u het dan terecht dat sommige mensen meer belasting zou moeten betalen, omdat ze in de binnenstad wonen? Dan zou ik eigenlijk ook aan het college vragen: wat is daar uw reactie op? En vindt u het dan eigenlijk ook niet vreemd, want dat is dan het omgekeerde, dat iedereen in Haarlem OZB betaalt, maar dat het onderhoudsniveau in bijvoorbeeld Schalkwijk veel lager is als in de binnenstad.

Dus hoe kan dat dan met elkaar rijmen? Dan zou ik zeggen: als we dan alles gelijk gaan trekken, trekt dat dan ook gelijk. Maar dat gebeurt al jaren niet, dus zo raar is het niet dat wij ... De voorzitter: Ik begrijp dat u uit de losse pols praat. Uw spreektijd gaat heel hard. De heer Van den Raadt: Dat is ook goed. Het is een belangrijk onderwerp.

13

De voorzitter: Misschien wilt u straks nog aanvullende vragen stellen na de beantwoording. De heer Van den Raadt: Maar in dat opzicht zou ik gewoon zeggen: het is een openbare taak, dat werd al gezegd en ik vind dat wij dat moeten oppakken. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Wie mag ik dan het woord geven? De heer Wiedemeijer, PvdA. De heer Wiedemeijer: Dank u wel, voorzitter. Op dit onderwerp moet ik altijd terugdenken aan hoe burgemeester Van der Laan het aanpakte op het Rembrandtplein. En daar was eigenlijk de combinatie van ruimte geven en verantwoordelijkheid. Wat deed hij namelijk? Hij wilde de overlast op het Rembrandtplein in Amsterdam aanpakken door de openingstijden te verruimen en tegelijkertijd werden samen met de horeca aldaar SUS-teams geïnstalleerd en dat werkte heel erg goed. De horeca had meer ruimte en de overlast nam heel erg af. En eigenlijk volgens diezelfde gedachte zijn we hier in Haarlem aan de slag gegaan. We hebben deze periode gepoogd de SUS-teams weer terug te laten komen en de openingstijden voor horeca te verruimen. Dat is helaas overal gelukt, behalve in de Smedestraat. Want zoals u weet, hebben bewoners met een rechtszaak dat tegengehouden. Op andere plekken is dat gelukkig wel gelukt, maar dat blijft nog steeds onze inzet van de PvdA. Dus ruimte geven en verantwoordelijkheid voor de horeca.

Ik denk dat iedereen in deze commissie de SUS-teams wil behouden. Dus daar ga ik me niet op richten. Ik denk dat het belangrijkste is dat er in de Kadernota ook al geld daarvoor beschikbaar is. Ik denk alleen waar de discussie van verschilt en daar zit ik toch wel fundamenteel anders in dan een aantal collega's. Wij maken er wel echt voorwaardelijk aan dat de horeca zelf ook een bijdrage blijft leveren. Dat is nu de helft. Dat was het in het verleden ook. Ik kan mij heel goed voorstellen, gezien de verhalen die wij horen, dat misschien een bijdrage in die omvang lastig is. De voorzitter: Mijnheer Wiedemeijer, u heeft een interruptie van de heer Van den Raadt. De heer Van den Raadt: Voorzitter, ik wil graag horen, als wij als gemeenteraad zeggen het onderhoudsniveau in het centrum moet hoger zijn als in Schalkwijk, vindt u dan ook dat we daar meer geld voor moeten vragen aan de binnenstadbewoners? De voorzitter: De heer Wiedemeijer. De heer Wiedemeijer: Nee, buiten dat uw verhaal ook niet klopt, want ik heb namelijk twee vragen bij de Kadernota gesteld. De ene ging over de SUS-teams en de tweede was of er verschil was in onderhoudsniveau binnen wijken. De eerste was dat er voor de SUS-teams geld is gereserveerd en het tweede dat er geen verschil is in onderhoudsniveau. Dus dat komt dan mooi uit. De voorzitter: U heeft een interruptie van mevrouw Çimen, D66.

Mevrouw Çimen: Dank u wel, voorzitter. Ik lees toch wat anders in de beantwoording, want ik lees hier in de technische vragen: het college heeft besloten de raad niet voor te stellen om ruimte te maken voor structurele financiering van de SUS-teams. De voorzitter: De heer Wiedemeijer. De heer Wiedemeijer: Dat klopt. Dat is voor zover ik weet een misverstand, want er is wel incidenteel geld gereserveerd op pagina, ik kan het er wel even bij pakken, volgens mij 45, zeg ik uit mijn hoofd. Maar bij deze

14

ook de doorgeleiding aan de burgemeester. Volgens mij is de beantwoording foutief. Er is geen structureel geld, maar wel incidenteel geld. Dat is ook logisch, want volgens mij willen we het hier eerst met zijn allen nog een aantal jaar doorzetten, voordat we een definitief besluit nemen. Dus volgens mij is ook een oproep om dat nu structureel te continueren voorbarig. Volgens mij moet de gemeente met de horecasector dit nu continueren. Ik denk dat het ook heel goed is om afspraken te maken over de wijze waarop dat wordt ingezet. Maar er moeten ook echt, want daar was ik geëindigd, afspraken gemaakt worden over de bijdrage van de horeca. Dat hoeft niet die 50 procent te zijn, maar 0 procent is voor ons echt niet bespreekbaar. Dat komt toch een beetje over alsof, de vergelijking is misschien niet volledig gelukkig, maar alsof Tata Steel de rekening voor hun vervuiling en hun verduurzaming bij de gemeenschap neerlegt. Uiteindelijk is het toch een gezamenlijke verantwoordelijkheid en ik denk dat het een heel goed gebaar is dat wij een heel groot gedeelte willen financieren. De voorzitter: Mijnheer Wiedemeijer, u heeft een interruptie van de heer Alberts. De heer Alberts: Dank, voorzitter. Om de vergelijking met Tata Steel en de vervuiler betaalt even helder te zetten.

Bedoelt u daarmee dat de overlast die er is om de horeca, dat die primair veroorzaakt wordt door de horeca daar, is dat wat u zegt? De voorzitter: De heer Wiedemeijer. De heer Wiedemeijer: Het feit is, als er geen horeca daar zou zijn, is er geen overlast. Dus dat is die gezamenlijke verantwoordelijkheid, maar we willen allemaal graag horeca in deze stad. Dus daar moeten we ruimte bieden en daarom bied ik ook alle ruimte om een forse bijdrage van de gemeente, die dus nog wel meer kan zijn dan 50 procent, maar 0 procent vind ik gewoon echt niet te verantwoorden naar de inwoners in onze stad. Dat is de vorige keer ook niet geweest. De voorzitter: Even ruimte voor een tweede interruptie en dan mag de heer Aynan. De heer Alberts: Voorzitter, ik ben dankbaar voor het antwoord van de PvdA. Dan is dat helder. Maar tegelijkertijd staan die horecaondernemers hier, omdat hun marges heel erg nijpend worden, zeker door ook wat wij als overheid de afgelopen jaren hebben gevraagd. Dus staat PvdA dan ook in als besluitvorming die hier uitrolt, eventueel betekent dat die horeca in die Smedestraat bijvoorbeeld niet meer kan voortbestaan, staat de PvdA daar dan voor in op dat moment? De voorzitter: De heer Wiedemeijer. De heer Wiedemeijer: Ik toon mij volgens mij empathisch door te zeggen: het zit ergens tussen de 0 en de 50 procent, zolang het maar niet 0 procent is.

Dus volgens mij is dat al een stuk beter dan de 50 procent bijdrage die ze afgelopen twee keer hebben betaald. Dus daar zit onderhandelingsruimte in, de onderhandelingen daartoe kunnen dus het college en de sector worden gevoerd. Maar dat is wel voorwaardelijk voor onze steun, dus daar ben ik glashelder in. De voorzitter: De heer Aynan mag even eerst. De heer Aynan: Dank u wel, voorzitter. Toch nog goed dat u me zag. Het is inderdaad een ongelukkig voorbeeld, maar goed, dat kan iedereen overkomen. Toch eventjes over de bijdrage. U zegt 0 procent is onbespreekbaar, daar bent u helder in. Maar wat is acceptabel voor de PvdA?

15

De voorzitter: De heer Wiedemeijer. De heer Wiedemeijer: Dat heb ik net geschetst. Alles tussen de 0 en de 50 procent. De heer Aynan: Dat is wel een heel grote marge van 50 procent. De voorzitter: De heer Aynan. De heer Aynan: Sorry, voorzitter. Nu zitten we 50 procent en van 0 tot 50 is een enorme marge, lijkt de Tata, wel, maar wat vindt u zelf acceptabel? De voorzitter: De heer Wiedemeijer. De heer Wiedemeijer: Ik blijf bij dezelfde woorden. Simpelweg, omdat ik de sector ruimte wil bieden en ook het college, om tot een goede oplossing te komen. En dat ga ik nu niet belasten met door te zeggen: het moet 9,4 of 18,36 procent zijn. Dat laat ik echt aan de hun beiden over om daaruit te komen. De voorzitter: Even heel kort, mijnheer Aynan en dan nog mijnheer Alberts. De heer Aynan: Maar zo stuurt u het college met een onmogelijke taak de markt op. De voorzitter: De heer Wiedemeijer. De heer Wiedemeijer: Nee hoor, daar komt de burgemeester prima uit. De voorzitter: En dan de heer Alberts. De heer Alberts: Voorzitter, nog eenmaal, want mijn tweede vraag net werd verward met mijn eerste vraag.

Het is duidelijk hoe er qua onderhandeling de PvdA er straks in staat bij de Kadernota, maar mijn vraag was: staat u ervoor in dat als de onderhandelingen stuklopen en door de marges de ondernemingen niet meer door kunnen gaan, dat u het aan Haarlem kan verkopen, dat er dus nachthoreca gaat verdwijnen? Staat u daarachter? De voorzitter: De heer Wiedemeijer. De heer Wiedemeijer: Ik ga ervan uit dat die onderhandelingen tot een goed einde komen. En ik roep de sector zelf ook echt op om daar verantwoordelijkheid in te nemen. Dan heeft u hier ook een stadsbestuur die u de ruimte wil bieden. Wij hebben ook eerder en dat blijven we ook aanbieden, om die openingstijden te verruimen. Dus het is een beetje geven en nemen. En neemt u uw verantwoordelijkheid, dan kunt u ook op ons rekenen. Dus ik hoop echt dat ze eruit komen en als dat niet komt, dan hebben wij hier een nieuw gesprek. Want ik vind het ook niet naar de binnenstadbewoners uit te leggen dat wij niet tot een oplossing hier komen. Ik ga ervan uit dat dat goed gaat komen. In het verleden is dat ook uiteindelijk goed gekomen. De voorzitter: Dank u wel. Dan de heer Blokpoel, VVD. Ga uw gang. De heer Blokpoel: Termijn, dank u wel. De horeca en de nachtcultuur zijn een groot goed in Haarlem. En we hebben binnen de Commissie Ontwikkeling al heel vaak en heel veel over de nacht cultuur dat die verbeterd moet worden.

En daar proberen we ook met allerlei programma's dat aan te zwengelen. En dat gaat steeds

16

beter, want die nachtcultuur is ook belangrijk en de horeca moet daar ook in ondersteund worden, maar de nachtcultuur moet ook verbeterd worden met veiligheid. En veiligheid zowel binnen de elkaar als op straat. Op straat hebben we de pilot gehad van de SUS-teams en die werkte goed. En die werkte zelfs zo goed dat alle betrokkenen min of meer, de meeste meer, positief waren en dit ook graag verlengd zouden willen zien. En dan komt er nu een nota van we moeten kijken naar handhavers. Nou, handhavers werken tot ongeveer middernacht. De nachtcultuur die begint rond middernacht. Dus zijn handhavers een optie? Nee, handhavers zijn daarbij geen optie om te verkennen. Wat blijft er dan over? SUS-teams, want SUS-teams kunnen we wel in de nacht inzetten en die kunnen we dan ook laten bijdragen aan veiligheid van de nachtcultuur. Niet alleen van de nacht cultuur, maar ook van de bewoners en het leef comfort in het centrum. We horen de discussie aan en dan horen we: de ondernemers moeten wel fors meebetalen, moeten echt fors meebetalen om dit mogelijk te maken. Maar wat in de discussie vergeten wordt en dat hebben we duidelijk ook van de insprekers gehoord, dat de ondernemers hun nek al uitsteken. Ze kijken al verder dan hun eigen terras. De beveiligers van de ondernemingen kijken al in de straat, in de directe omgeving.

De ondernemers financieren mee of financieren de hekken in de Smedestraat. Ze zorgen dat de binnenstad bruist. Dat is ook wat waard. Ze zorgen dat die nachtcultuur verder wordt gebracht. En dat we weer als Haarlem op de kaart komen te staan als nachtcultuur en dat ook als stad waar mensen uit willen gaan. Dat zijn ook bijdragen. Is dat een geldelijke bijdrage? Nee, sommige niet direct. Tegelijkertijd is het niet in geld uit te drukken, maar heel waardevol voor Haarlem. Dan is het ook logisch dat de gemeente een stap verder zet. En dan komen we bij de SUS-teams inderdaad terecht, omdat handhavers geen mogelijkheid is. De pilot was voor twee dagen per week. We lezen het commentaar van de inwoners. Drie dagen per week is eigenlijk wel beter, want we merken toch dat die donderdag ook wel relevant is en ook echt nodig is. Dus daar moeten we op inzetten. Laten we dat dan ook doen. Bij deze kondigt VVD alvast een amendement aan voor de Kadernota, omdat te bewerkstelligen, drie dagen per week twee SUS-teams voor de komende drie jaar in ieder geval. Zodat we daarmee ook de veiligheid in de stad verder kunnen waarborgen. De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Wiedemeijer, PvdA. De heer Wiedemeijer: Er was ooit een bekende VVD'er die zei: daar staat Sinterklaas, maar hier zien we eigenlijk Sinterklaas. U geeft het belastinggeld gewoon hier even vanavond weg.

Vindt u het goed te verkopen aan de hardwerkende Haarlemmer, dat is uw favoriete framing, dat u hun geld gewoon gratis weggeeft? Dat is lekker makkelijk. De voorzitter: De heer Blokpoel. De heer Blokpoel: Jazeker, mijnheer Wiedemeijer. Want de hardwerkende Haarlemmer geniet ook van de horeca en de hardwerkende Haarlemmer wil ook veiligheid in de horeca en in de straten rondom de horeca. Dus dat is ook wat geld waard. Net zoals u het veel waard vindt om de minima volledig te ondersteunen en daar heel veel geld, heel veel meer geld in te stoppen. De voorzitter: Mijnheer Wiedemeijer. De heer Wiedemeijer: Ik begrijp dat u nu de vergelijking maakt tussen kinderen die opgroeien in armoede en Haarlemmers die een biertje op het terras kunnen drinken. Dus u maakt dan de keuze tussen de tweede groep, want die armoedebestrijding heeft altijd tegengestemd, begrijp ik. De voorzitter: De heer Blokpoel.

17

De heer Blokpoel: Wij kiezen voor alle Haarlemmers die inderdaad de horeca bezoeken en dat is een zeer grote groep. En we zijn er ook voor de minima uiteraard. De voorzitter: Mijnheer Blokpoel, u heeft ook een interruptie van mevrouw Oosterbroek, GroenLinks. Mevrouw Oosterbroek: Ik vraag me af hoe de VVD daarover nadenkt. Ik heb altijd geleerd, ook als ondernemer, wie betaalt, die bepaalt. En op het moment dus dat wij gaan betalen, dan zullen wij dus ook meer gaan bepalen. En gaat dat dan niet ten koste van de kwaliteit van de SUS-teams en misschien ook wel ten koste van wat we nu eigenlijk met elkaar hebben opgezet? Is het niet een heel ander karakter op het moment dat u dus Sinterklaas gaat lopen spelen en krijgen we niet gewoon een heel ander product, omdat u de belangen op een andere manier gaat wegen en de horecaondernemers en de commitment die ook bij de financiële bijdrage komt, misschien los wil laten? De voorzitter: Uw vraag is helder. De heer Blokpoel: Het was zo’n lang verhaal dat ik de vraag überhaupt niet begrijp. Maar laten we vooropstellen, we willen dit gewoon fiksen. Daarom komen we met een amendement. Dat kunt u wegen en natuurlijk, wie betaalt, die bepaalt. Dat deden we al. Dat zullen we ook doen. En dat zullen in samenwerking met de horeca doen, want dat moet een samenwerking zijn. Net zoals de middelen die al beschikbaar waren in de Kadernota.

Ook daar moeten we naar kijken hoe die ingezet gaan worden en dat verdient natuurlijk gesprekken. Het is niet zo, we stellen het in en klaar. De voorzitter: U heeft een interruptie van mijnheer Aynan. De heer Aynan: Dank u, voorzitter. Interessant voorstel. We zullen dat echt met aandacht lezen, maar heeft u al een idee over de financiering? De voorzitter: De heer Blokpoel. De heer Blokpoel: Ik benadrukte voor de komende drie jaar, dan zijn de middelen over in de algemene middelen en dan komen we met een voorstel. De voorzitter: De heer Aynan. De heer Aynan: De algemene reserve dus? Dan weten we dat. De voorzitter: De heer Blokpoel. Algemene reserve, begrijp ik. Dit was uw bijdrage? Mijnheer Blokpoel, bent u klaar? Ja. Dan mijnheer Trompetter, wilde al een tijd. De heer Trompetter: Dank u wel, voorzitter. De afdoening van de motie. Mijn fractie begrijpt de zorgen van de andere fracties. Die hebben wij ook wel. In ieder geval is mijn fractie het eens met het college, dat de inzet van de boa’s in de avond niet kan en dat dat op zich tot risico's leidt. We vinden het wel jammer dat de SUS-teams, dat die proef voortijdig geëindigd is en werd stopgezet. Ooit was er sprake van free riders vroeger die niet wilden meebetalen, terwijl er wel SUS-teams op straat liepen, maar er waren destijds wel veel meer schouders die dat bedrag konden dragen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15911073/1