Transcript Commissie Bestuur 18.01.2024
Tekst van het document
Ga uw gang, de heer Aynan. De heer Aynan: Dank u wel. Ja, hoe moeten we dat voor ons zien? Gaat het dan alleen maar om grond dat te koop is of stel dat het ook gemeentelijke grond is? Want hier is brede steun uitgesproken. Gaat u dan ook kijken of er een overeenkomst gesloten kan worden? De voorzitter: De heer Wienen. Burgemeester Wienen: De eerste vraag, zo is ook het gesprek indertijd begonnen. Dat is: waar is grond te koop? Mocht het zijn dat we tot de conclusie komen: daar zien we geen mogelijkheden, maar er is wel een hele interessante mogelijkheid op een plek waar de gemeente eigendom heeft, dan denk ik dat we dat zullen moeten beoordelen op zijn merites. Want ik vind het heel ingewikkeld om daar algemeen antwoord op te geven. Er zijn plekken die volgens mij absoluut niet beschikbaar zullen zijn, gewoon omdat we daar niet van af willen, omdat die een bepaalde functie hebben. Misschien andere plekken waarvan we zeggen: nou, als dat op een goede manier inpasbaar is, is daar best over te praten. Maar dat hangt ervan af waar het is. En ook dan
18
zou ik zeggen: dan is toch de eerste vraag is de vraag aan de islamitische gemeenschap: waar denken jullie zelf aan? De voorzitter: Dank u wel. Een tweede termijn, mijnheer Van den Raadt? Nog een vervolgvraag. Nou, ga uw gang. De heer Van den Raadt: Ja, onder andere omdat ik geen antwoord kreeg op een vraag die ik wel stelde. En ik weet dat de heer Wienen een begenadigd historicus is. U zegt zelf: drie jaar geleden kwam er een heel concreet voorstel van dit is te koop. Ik zei al, de geschiedenis met welke partijen hier groot zijn. Ik snap niet waarom duurt dit zo lang, waarom we geven die mensen geen duidelijkheid? En als zij dan drie jaar geleden met een heel duidelijk voorstel komen, hoe kan het eigenlijk dan in uw visie, hoe kan het dat we daar helemaal nooit een klap op hebben gegeven? De voorzitter: Ik hoor nu dat er in gesprek gegaan gaat worden voor een concreet verzoek. Dus ja. Ja, ga uw gang. Burgemeester Wienen: Ja, maar ik weet niet of er nog meer in tweede termijn ... De voorzitter: Nee, maar dit was geen tweede, dit was nog een aanvullende. U had nog geen antwoord op uw vraag uit de eerste termijn zei u hè? De heer Van den Raadt: Ja voorzitter, dit is wat de burgemeester net zegt. Dus het komt niet vanaf mij. De voorzitter: Ga uw gang. Burgemeester Wienen: Oké.
In mijn ogen heb ik er wel op gereageerd, want ik zei van die eerdere discussies, want u had het over tachtig jaar Partij van de Arbeid bestuur en dergelijke. Die eerdere discussies hebben ook wel een resultaat opgeleverd, namelijk dat er een islamitisch gedeelte is van de algemene begraafplaats. Dat was toen waar het in geresulteerd heeft. Nu constateren we: dat biedt onvoldoende mogelijkheden, omdat eeuwige grafrust daar verbonden is met betalen. En nu heeft de vraag dus een ander karakter gekregen. Waarom het drie jaar duurt. Ja nou, ik moet eerlijk toegeven. De ambtelijke organisatie heeft het heel erg druk. Die heeft er een tijdje over gedaan om de notitie te maken, die hier vervolgens naar de commissie gestuurd is. En deze commissie heeft het verstandig gevonden om toch eerst eventjes bij de provincie op te halen, eventjes, of dat mogelijk was. En het was een keus om te zeggen: laten we dan even wachten op het nieuwe college, want als ik het aan het oude college vraag en in het nieuwe college wordt er misschien weer anders naar gekeken, dan schieten we er ook niet zoveel mee op. Dus er waren verkiezingen bij de provincie. En daarna is er een afspraak gemaakt. En ik moet eerlijk zeggen dat de provincie, daar ligt het niet aan. Want u heeft kunnen zien dat er heel snel door de provincie vervolgens een antwoord is gegeven.
De heer Van den Raadt: Complimenten aan de provincie. De voorzitter: En als aanvulling hierop … Als aanvulling op de agenda's. We hadden het ook eerder willen agenderen, maar door overvolle agenda's van dingen die voor 1 januari moesten is het ook wat verschoven. Dus allerlei oorzaken. De heer Van den Raadt: Politieke keuzes, voorzitter. Politieke keuzes.
19
De voorzitter: Goed. Even nog tweede termijn. Nog mensen die vragen hebben? Mevrouw Klazinga, VVD. Ga uw gang. Mevrouw Klazinga: Ja, dank u wel. Ik hoor de burgemeester zeggen dat er aan de Islamitische Raad gezegd wordt dat er brede steun is in de raad en dat er gecommuniceerd gaat worden dat de raad onder voorwaarden bereid is om te kijken naar locaties in Haarlem. Mijn vraag is dan: ja, maar wat voor voorwaarden gaat u dan communiceren aan die Islamitische Raad? Want als ik heel eerlijk ben, nou ja en ik ben ook zelf inderdaad, u zei het net ook al, als ik heel eerlijk ben. Ook ik ben de hele tijd eerlijk. Maar als ik hier beluister wat de meningen van een aantal partijen zijn, dan hoor ik wel: ja we steunen het wel, maar het is voor ons wel heel erg afhankelijk van op welke plek dat dan is, want er zitten toch wel heel veel haken en ogen aan. Dan hoor ik eerlijk gezegd niet zulke hele brede steun, dan hoor ik vooral: we willen onze kaarten nog even tegen de borst houden en er zijn toch nog heel veel haken en ogen wat ons betreft. Lost dat dan voor die Islamitische Raad iets op als ze te horen krijgen: ja, onder voorwaarden en kom maar met een locatie. En dan is er op een gegeven moment een locatie te koop en dan moet het hier weer in de raad komen. Dan gaat het waarschijnlijk weer een aantal maanden duren, voordat het hier in de commissie komt.
En dan zeggen we misschien als commissie: ja, maar er moet nog even iets meer onderzoek gedaan worden hiernaar, er moet nog iets … En dan is die grond inmiddels allang aan iemand anders verkocht en dan is het weer voorbij. Is het niet veel beter om eerlijk te zijn, hè hier eerlijk te zijn, maar ook eerlijk te zijn tegen de Islamitische Raad en te zeggen: nou, er worden toch wel heel veel haken en ogen opgeworpen door allerlei partijen. De voorzitter: Dank u wel. Nog anderen in de tweede termijn? De heer Wiedemeijer, PvdA. Ga uw gang. De heer Wiedemeijer: Ja, misschien een beetje in respons, want er wordt nu gesuggereerd dat er hier voorwaarden worden opgeworpen. Maar volgens mij hebben we een uitvraag gedaan bij de provincie en heeft het niet zoveel zin om hier een traject te starten waar later niet aan de voorwaarden van de provincie kan worden voldaan. Dus het lijkt mij logisch dat als we hier zeggen: nou, we gaan hiermee verder en we gaan locaties zoeken die kunnen voldoen aan de voorwaarden van de provincie. Want het heeft niet zoveel zin om te gaan zoeken naar locaties die daar niet aan kunnen voldoen. Dan kunnen wij zelf wel daarvoor zijn, maar dan houdt het daarna op. Mevrouw Klazinga: Ja, de voorwaarden van de provincie zijn heel duidelijk, mijnheer Wiedemeijer.
Maar u zei net: nou, laten we kijken naar een concrete locatie en dan kunnen we het er daarna over hebben of die locatie geschikt is of niet. We kunnen het daarna erover hebben. Dat is dus niet een toetsing aan de provinciale voorwaarden, dat is een toetsing aan de voorwaarden van deze commissie, van de individuele partijen of we dan kunnen instemmen met die locaties. Dus dat is veel breder dan alleen maar de voorwaarden die de provincie stelt. Bent u dat niet met me eens? De voorzitter: De heer Wiedemeijer. De heer Wiedemeijer: Ja en nee. Ja in de zin van dat wij inderdaad aan een toets doen. Maar ik ben het niet met u eens, want volgens mij worden er geen andere voorwaarden opgeworpen dan die van de provincie. Nou, dan kun je zeggen: nou, wij keuren het sowieso goed en we zien wel wat de provincie zegt. Dat vind ik niet zo verstandig. Ik zou dan wel zeggen: we beoordelen hier locaties aan de hand van de terugkoppeling die de provincie nu aangeeft. Op het moment dat een locatie daaraan voldoet, dan hebben we namelijk een gerede kans dat die ook dat proces doorstaat. Op het moment dat een locatie niet aan die voorwaarden
20
voldoet. Ja, zou ik ook niet echt inzien waarom ik daarvoor zou stemmen, want dat vind ik dan onder de categorie valse hoop vallen. De voorzitter: U had nog een interruptie. Mevrouw Klazinga. Mevrouw Klazinga: U heeft net in uw eerste termijn gezegd dat u ook buiten die provinciale gebieden zou willen kijken. Betekent dat dan dat de PvdA het mee eens is dat als er een geschikte locatie wordt gevonden buiten dat provinciale gebied, dus buiten die roze gebieden, maar elders in de gemeente Haarlem, bijvoorbeeld ergens midden in de bebouwde kom, dat die per definitie geschikt is? De voorzitter: De heer Wiedemeijer. De heer Wiedemeijer: Nee, zeker niet. Maar die locaties zijn ook niet in beeld bij … Even voor de zekerheid, er zijn ook niet … het voldoen aan het bijzonder provinciaal landschap is niet de enige voorwaarde. We hebben ook nog de Unesco en de schootsvelden, dus er is een reeks aan voorwaarden waar je aan moet toetsen. Maar de bijzonder provinciaal landschap is denk ik wel de belangrijkste beperking. De voorzitter: Nog een interruptie van mevrouw Klazinga. Mevrouw Klazinga: Bevestigt u hiermee dat er inderdaad heel veel meer voorwaarden zijn dan alleen die twee door de provincie gesteld? De voorzitter: De heer Wiedemeijer. De heer Wiedemeijer: Uiteraard.
Maar ik werp niet andere voorwaarden op dan die van … Dat zijn de voorwaarden die buiten de gemeentelijke voorwaarden liggen, dus die liggen bij andere bestuursorganen. Dat is meer wat ik zei. Dus ik werp niet aanvullende voorwaarden dan dat op. De voorzitter: Zag ik nog een interruptie van mevrouw Van Zetten of? Nee? Oké. De heer Visser, tweede termijn of een interruptie? Tweede termijn. Ga uw gang. De heer Visser: Ik sluit me helemaal aan bij de woorden van de VVD. De voorzitter: Dank u wel. Anderen nog tweede termijn? De heer Aynan, Jouw Haarlem. De heer Aynan: Ja, dank u wel voorzitter. We kunnen heel moeilijk gaan doen over de voorwaarden, maar we hebben inmiddels al ervaring daarmee opgedaan bij Domus Plus en Skaeve Huse en dat zijn precies dezelfde voorwaarden, dus die kunnen we zo erbij betrekken. En wat ons betreft onderschrijven we inderdaad de constatering van de burgemeester dat er wel degelijk breed draagvlak is om verder samen met de islamitische gemeenschap op zoek te gaan naar een geschikte locatie. En nogmaals, we zien de reactie graag tegemoet. En dan inderdaad zo snel mogelijk, want dit leeft echt al decennia lang. Aan de slag, inderdaad. De voorzitter: Dank u wel. En ik moet ook constateren dat uw tijd hierbij op is, mijnheer Aynan. De heer Klaver, tweede termijn. Ga uw gang.
De heer Klaver: Ja, ik herhaal vanuit de eerste termijn: laten we denken in mogelijkheden en laat dat het uitgangspunt zijn en laten we uitgaan van wat we in eerste instantie zelf willen.
21
De voorzitter: Dank u wel. Nog anderen tweede termijn? Mevrouw Van den Broek, Partij voor de Dieren. Ga uw gang. Mevrouw Van den Broek: Nou ja, in ieder geval blij om te horen dat mocht de Islamitische Raad ervoor openstaan om in ieder geval ook nog bij het recreatieschap te verkennen of daar mogelijkheden zijn. Want ik denk wel inderdaad, die optie B was vrij hard: het moet in een andere gemeente. En zo'n recreatieschap gaat veel meer uit van de gezamenlijkheid van een gebied. Dus ik denk dat er echt wel kansen zijn. Dus ja, ik ben heel benieuwd. Ik hoop dat de Islamitische Raad daarvoor openstaat. De voorzitter: Dank u wel. Nog anderen in tweede termijn? Dan gaan we naar de beantwoording. De heer Wienen, ga uw gang. Burgemeester Wienen: Ja, nog even op dat laatste punt. Want nogmaals, dat zal zeker besproken worden. Het is dan natuurlijk nog wel de vraag of die grond dan te koop is en als dat niet zo is, wat er dan voor voorwaarden zouden gelden. Maar goed, ik laat dat nu even liggen. Het kan bekeken worden. Ik denk dat mevrouw Klazinga, wat u zegt of wat u vraagt: wat gaat u dan communiceren? Nou, om te beginnen. Dat is misschien alvast mooi. Er zijn vertegenwoordigers vanuit de islamitische gemeenschap ook aanwezig, dus die horen heel goed wat hier gezegd wordt en die kunnen daar ook zelf een invulling aan geven en een interpretatie van maken.
Maar wat ik wil doorgeven, dat is dat er geen principiële weigering is om mee te werken, maar dat de bereidheid om mee te zoeken, mee te kijken, wel betekent dat er voldaan zal moeten worden aan een aantal voorwaarden die in het buitengebied gelden. En daar zullen wij hen in ieder geval helpen om dat zo goed mogelijk op een rij te krijgen en op basis daarvan verder te zoeken. Volgens mij is dat een eerlijk verhaal, is een open verhaal. Daar liggen mogelijkheden, maar het is niet zo makkelijk. En ik ben heel benieuwd wat dat uiteindelijk voor voorstel gaat opleveren. Maar het is een wereld van verschil of je zegt: joh, je hoeft helemaal niet te gaan zoeken, want de gemeente is toch niet bereid om mee te werken of dat je zegt: het is niet makkelijk, want Haarlem is nu één keer dichtbevolkt. Heeft weinig ruimte. Maar er is wel de principiële bereidheid om mee te werken, mits binnen de voorwaarden van het landschap. De voorzitter: Mevrouw Klazinga, VVD. Mevrouw Klazinga: Voorzitter, als ik nu de burgemeester hoor, dan hoor ik dat er eigenlijk alleen maar gecommuniceerd wordt dat het moet voldoen aan de voorwaarden van de provincie.
Maar als ik dan bijvoorbeeld net luister naar mijn collega van GroenLinks, krijg ik toch sterk de indruk dat GroenLinks wat meer voorwaarden zou willen scheppen en eigenlijk het vooruit schuift en zegt: we willen kijken naar welke concrete plek dan en hoe we dan tegen die plek aankijken, afgezien van de objectieve voorwaarden zoals de provincie die stelt. GroenLinks is niet een kleine partij in de gemeenteraad in Haarlem. Dus op het moment dat GroenLinks andere en meer voorwaarden stelt dan de provincie stelt, dan staat het toch allemaal op losse schroeven? De voorzitter: De heer Wienen. Burgemeester Wienen: Ja, we zijn er allemaal bij geweest. Volgens mij heeft GroenLinks ook gezegd: kom met een voorstel. Ja. Nee ik snap het, ik kan me ook voorstellen dat het misschien beter is dat GroenLinks zelf reageert. Maar in ieder geval, ik heb ook daar de bereidheid gehoord om het uit te zoeken en de mogelijkheden in kaart te brengen.
22
De voorzitter: U was klaar met uw beantwoording tweede termijn? Goed. Nou, ik denk dat we het voorstel dan nu voldoende besproken hebben en dat er een toezegging is van de heer Wienen om na een concreet voorstel van … U wilde nog wat zeggen? De heer Aynan: Procedurele vraag, voorzitter. Op welke termijn denkt u terug te komen naar de commissie? De voorzitter: De heer Wienen. Burgemeester Wienen: Nu moet ik eerlijk zijn en zeggen: dat is mede afhankelijk natuurlijk van hoe snel de Islamitische Raad concrete voorstellen en vragen heeft. Maar wat mij betreft hoeft dat niet al te lang te duren. Wat nog wel een punt is, maar dat zal ik ook aan de organisatie doorgeven. Dat als het dan een concreet voorstel is, dan moeten wij natuurlijk wel zorgen dat een ruimtelijke procedure ook op een redelijke termijn te voeren is. Dat vraagt ook iets van de organisatie. Dus ik zal dat nu al aangeven dat we daar rekening mee houden. De voorzitter: Goed. Daar was ik mee bezig om af te ronden en te vertellen wat voor toezeggingen er zijn. Dus na een concreet voorstel van de Islamitische Raad komt u op afzienbare termijn met wat mogelijk is binnen de organisatie, ook met een concreet voorstel naar de commissie om te kijken wat er mogelijk is en welke keuzes er voorliggen. Dan gaan we het hiermee afronden en dan kunnen wij. Dat is vijf minuten langer dan gepland, maar dat geeft helemaal niets.
We gaan pauze houden. We hebben een half uur, dus ik stel voor dat we hier tien voor zeven weer terug zijn. Dan zie ik u weer verder. Ik schors even. 6.
A Motie 8.02 Femicide niet langer afdoen als incident in de relationele sfeer De voorzitter: Beste aanwezigen, welkom terug na deze pauze. We gaan weer verder met agendapunt zes en daarvoor is wederom aangeschoven als portefeuillehouder de heer Wienen, welkom. Agendapunt zes gaat over de motie 8.02 Femicide niet langer afdoen als incident in de relationele sfeer. Op verzoek van de D66fractie is de verantwoording van de motie en de gerelateerde beantwoording op de schriftelijke vragen over femicide en veiligheid van vrouwen ter bespreking geagendeerd. De D66-fractie vraagt aan de commissieleden hoe zij de verantwoording van de motie beoordelen en heeft hierover een aantal vragen aan de portefeuillehouder, burgemeester Wienen. Voor dit onderwerp is een half uur gepland. Er hebben zich geen insprekers gemeld. Mevrouw Çimen, u heeft het agendapunt geagendeerd, voorgesteld om dit te agenderen. Dus ik wil u als eerste het woord geven. Ga uw gang. Mevrouw Çimen: Ja voorzitter. Politieagent Frank uit Doetinchem kon zich niet neerleggen bij de breuk met zijn vrouw Sanne. Sanne wilde scheiden. Hij heeft Sanne uiteindelijk vermoord en vervolgens zelfmoord gepleegd. Familie, vrienden en collega's blijven in totale verbijstering achter. Een ander Haarlems stel krijgt ruzie om wel of niet uitgaan, om de autosleutels en spullen in de auto.
De veertigjarige man klimt de woning van de vrouw binnen door het raam. De ruzie escaleert en toen heeft hij haar in elkaar geslagen, gebeten en de keel dichtgeknepen. Hij stond afgelopen oktober voor de Haarlemse rechtbank voor poging tot doodslag. Weer een andere vrouw heeft de relatie met haar vriend ‘…’ na jarenlange ernstige mishandeling beëindigd. Dat kon hij niet verkroppen. In de nacht van 14 op 15 juni belt ze midden in de nacht haar ouders op in paniek. Ze wilde opgehaald worden. Vervolgens schreeuwt ze: nee en nee, niet doen. Haar ouders herkennen de stem van haar ex op de achtergrond. Ze wordt door haar hoofd geschoten met haar ouders aan de telefoon en de volgende middag wordt haar lichaam gevonden in een sloot in Spaarnwoude. Voorzitter, er zijn helaas nog veel meer van dit soort voorbeelden, maar ik ga verder. Deze raad heeft ruim tien maanden gewacht op de afdoening van mijn motie over femicide en ik was toch wel iets teleurgesteld. Er gaat namelijk een wereld weg
23
achter femicide en het voorkomen ervan. Je moet ook kijken naar de aanpak en signalering van huiselijk geweld, van partnergeweld, van bedreiging, van stalking. En de aanloop naar femicide kent patronen en risicofactoren, ook wel rode vlaggen. Het is belangrijk te realiseren dat femicide voorbij alle maatschappelijke scheidslijnen gaat. Femicide kent geen afkomst, sociale klasse of religie. De slachtoffers hebben wel iets essentieels. Ze zijn vrouw. Laat ik vooropstellen dat ik het goed vind dat er een gespecialiseerde hulpofficier van justitie is en dat agenten in Haarlem een training volgen en gebruik maken van het zogenaamde SASHformulier. Maar om daarmee te doen alsof daarmee alles goed is geregeld in Haarlem gaat men te snel. Het begint al met de eerste zin van de afdoening van de motie. Veilig Thuis, de politie en het OM zijn de belangrijkste partners in de tussen haakjes justitiële keten met betrekking tot het tegengaan van femicide. Hiermee wordt voorbijgegaan aan het feit dat niet ieder slachtoffer al contact heeft met de politie of Veilig Thuis of het OM. Het gaat ook voorbij aan de rol en de signaleringsfunctie van bijvoorbeeld partners in de zorg, sociaal wijkteams, vertrouwenspersonen op scholen. Een laagdrempelige manier om hulp te vragen.
We weten ook dat er bijna geen meldingen worden gedaan vanuit scholen over huiselijk geweld, omdat ze de relatie met de ouders goed willen houden. Waar zijn al deze partners gebleven in de Haarlemse aanpak? Daarnaast is er bij Veilig Thuis, net als bij veel hulpverleners, een capaciteitsprobleem. We weten sinds kort dat bijna nergens in het land aan de wettelijke termijn wordt gehouden om actie te ondernemen. Soms duurt het dagen, soms weken. Als iemand überhaupt al melding doet bij Veilig Thuis, is de situatie vaak op dat moment voor die persoon acuut en dat is het moment dat mensen hulp accepteren. Als je het weer een paar dagen of weken laat zakken, dan denken ze: hij heeft zijn excuses aangeboden. We komen er wel weer uit. Dan is het wachten op het volgende moment, want dat gaat er komen. Maar de bereidheid om weken later hulp te accepteren, om iemand in je huis te laten, is enorm gedaald. Er moet op alle vlakken door gemeenten, zorgverleners, sociaal wijkteam, scholen en politie doorgepakt worden. Maar eigenlijk door ons allemaal. We hebben allemaal moeders, dochters, zussen, vriendinnen. We zijn allemaal buren, we zien en horen dingen om ons heen. En te vaak herkennen we helaas de rode vlaggen niet. Zelfs collega's van politieagent Frank uit Doetinchem zagen het niet aankomen. En ik wil dat mensen die rode vlaggen gaan zien en handelingsperspectief bieden.
Dat mensen weten wat ze kunnen doen, zonder dat mensen zelf die melden in de vuurlinie terechtkomen. Een stadsbrede campagne bijvoorbeeld, voorlichting op scholen aan kinderen en ouders. Flyers bij de apotheek, tandarts, om het maar op te noemen. Voorzitter, afgelopen week is het rapport van de inspectie J en V uitgekomen over de aanpak van stalking, vijf jaar na de moord op Humeyra. We zien dat de cijfers van stalking niet altijd als stalking staan in het politiesystemen. Er is geen eenduidige registratie. In 2021 zijn er 3600 geregistreerde aangiftes van stalking. Instanties zijn het erover eens dat de aantallen in de praktijk hoger liggen. In een onderzoek van het CBS uit 2021 gaven 210.000 mensen aan dat zij gestalkt werden. 40.000 van hen zei ook aangifte te hebben gedaan. Het is alleen niet geregistreerd als stalking. Een rode vlag, een gemiste kans en mogelijk noodlottig. Verschillende interventies, zoals een locatieof contactverbod of de Awareknop, dragen bij aan de veiligheid en bescherming van het slachtoffer. De uitvoering en handhaving van deze interventies is alleen niet altijd zorgvuldig. De politie, het OM en Veilig Thuis en de reclassering zijn alerter geworden op stalking. Ze hebben medewerkers met specialistische kennis, maar hun rol is niet altijd geborgd. Er is permanent een terugkerend behoefte aan passende training en opleiding en een duidelijke rol.
De inspectie ziet vervolgens dat de communicatie met slachtoffers van stalking tekortschiet. Slachtoffers worden onvoldoende geïnformeerd over het verloop van hun zaak. Slachtoffers ervaren weinig steun en verliezen daardoor het vertrouwen. Voor een slachtoffer is in onvoldoende mate een vast aanspreekpunt bij de politie en het OM. Die aanspreekpunten moeten er komen, ook voor huiselijk geweld, zoals ze dat ook in Spanje heel succesvol hebben doorgevoerd in de strijd tegen femicide. Is de burgemeester gerust dat het tegengaan van femicide nu voldoende geborgd is in de hele Haarlemse keten? En is de burgemeester het met D66 eens dat er een fundamenteler probleem aan femicide ten grondslag ligt? Namelijk hoe er gekeken wordt naar en gedacht wordt over vrouwen in die Nederlandse samenleving. En hoe
24
ziet de burgemeester het voor zich om die grondoorzaken aan te pakken? En is de burgemeester het met D66 eens dat dit een structurele en integrale aanpak verdient in Haarlem? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. En voor we verdergaan even een huishoudelijke mededeling. We hebben even gekeken naar de tijd. We hebben iedereen één minuut opgeplust, omdat dat mogelijk is binnen deze vergadertijd. Dus dan weet u dat. Ook voor de mensen die dus geen tijd meer hadden, u heeft een minuut spreektijd. Dan geef ik het woord aan de heer Trompetter van de Actiepartij. Ga uw gang. De heer Trompetter: Dank u wel, voorzitter. Ik kan het pleidooi van D66 geheel ondersteunen. Wat mij ook opgevallen was in de cijfers, ik ben ook even gaan googelen, hoe vaak het voorkomt dat er sprake van stalking is, hoeveel mensen daar last van hebben. Dat zijn 170.000 mensen in de aflopen vijf jaar, in 2022, waarvan 2 procent in dat jaar zelf. En als je dan af en toe mensen hoort, dus ook de personen zelf. Dan zegt de overheid, de politie: ja, we kunnen pas wat doen als er echt iets misgegaan is. Dus mensen lopen dan rond met iets van een melder of dit of dat of met een noodknop. En ja, dat vind ik allemaal een beetje dun, een beetje weinig. Dus ja, nogmaals ondersteuning van het pleidooi van D66. En ik hoor graag wat de burgemeester daarop te zeggen heeft. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel.
Mevrouw Van den Broek, Partij voor de Dieren. Ga uw gang. Mevrouw Van den Broek: Ja, dank u wel voorzitter. Allereerst dank aan mevrouw Çimen voor haar niet aflatende inzet voor dit ernstige onderwerp. En ik onderschrijf het pleidooi volledig. Echt heel mooi en goed gesproken. Elk incident van stalking, geweld en mishandeling is er één te veel. Dus ondanks dat het aantal aangiften weer wat gedaald lijkt te gaan, moeten we ons niet rijk rekenen, aangezien we weten dat het aantal aangiften vaak alleen maar het topje van de ijsberg zijn. We leren ook dat er vaak al 72 geweldsincidenten zijn, voordat er überhaupt een melding bij Veilig Thuis wordt gedaan. Dus er zit zoveel onder het oppervlak. En als wij de verantwoording van de motie lazen, dan lezen we dat eigenlijk alle partners worden benoemd, hun rol en taken, behalve die van de gemeente. Terwijl, wij hebben ook een verantwoordelijkheid, een wettelijke verantwoordelijkheid vanuit de Wmo. Er wordt vooral gewezen naar de politie en Veilig Thuis. Dus onze vraag aan het colleges is dan ook: welke verantwoordelijkheid en rollen ziet u voor de gemeente? Dat werd ons niet helemaal duidelijk.
Sturen op uitvoering, hebben we een regierol ten aanzien van die ketenpartners? Hoe zit het met onze eigen signaleringsrol bij bijvoorbeeld onderwijszaken, burgerzaken, werkenparticipatie et cetera? Voorzitter, ik kan ook niet lezen wat wij nu doen aan preventie en wat de mogelijkheden zouden zijn om dit nog verder te kunnen intensiveren. Zouden we inderdaad iets kunnen doen met een educatieve campagne ten aanzien van geweld tegen meisjes en vrouwen? En is de burgemeester nog voornemens om de expertise bij professionals nog verder te vergroten, met name in de zorg en justitie, over intieme terreur, stalking en de risico's op femicide, die zogenaamde rode vlaggen? En kunnen we ook de bewustwording vergoten bij de omstanders en de potentiële slachtoffers, samen met de organisaties in de wijk en de GGD? Voorzitter, afgelopen zomer heeft de Groningse gemeenteraad een actieplan huiselijk geweld, kindermishandeling en geweld tegen vrouwen vastgesteld, met vier duidelijke pijlers. Voorkomen van huiselijk geweld en kindermishandeling. Eerder signaleren, handelen en melden. Stoppen van geweld door een effectieve aanpak. En nazorg als preventie. In dit actieplan is specifieke aandacht voor de risico's van femicide.
Is de burgemeester bereid hier kennis van te nemen, van dit actieplan, en aan de commissie terug te koppelen of er mogelijkheden zijn om hier een Haarlemse variant voor te ontwikkelen? Alvast dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Van den Broek. Dan mevrouw Klazinga, VVD. Ga uw gang.
25
Mevrouw Klazinga: Ja, dank u wel voorzitter. Ik kan me ook inderdaad helemaal aansluiten bij de woorden van D66 en zal dat gedeelte van het verhaal dan ook niet herhalen. Wat ik daar wel eventjes aan wil toevoegen, is dat de VVD het ook zorgelijk vindt dat relatief veel jongeren het acceptabel vinden dat er geweld tegen vrouwen wordt gebruikt. In het agenderingsverzoek wordt daar ook al aan gerefereerd. Dat is een onderliggend probleem, waar naar mijn mening ook veel aandacht naar uit moet gaan. Dus mijn vraag aan de burgemeester daarover is: welke maatregelen zet de burgemeester in om dit op te lossen? Wordt er bijvoorbeeld met schoolbesturen en sportverenigingen gesproken hoe dit bespreekbaar wordt gemaakt? Hoe wordt er bij maatschappelijke instellingen, ondernemersverenigingen en andere sectoren gesproken over geweld in het algemeen en specifiek over geweld tegen vrouwen en de onderliggende oorzaken daarvan? Is dit überhaupt een onderwerp en bent u, samen met uw collegeleden, bereid om binnen iedere portefeuille het gesprek aan te gaan en hierover op termijn ook terug te koppelen? De voorzitter: Dank u wel. Dan zag ik een vinger van mevrouw Wegman, PvdA. Ga uw gang. Mevrouw Wegman: Dank u wel, voorzitter. Nou, allereerst wil ik mijn waardering uitspreken voor mevrouw Çimen, die opnieuw aandacht vraagt voor dit belangrijke onderwerp femicide.
De voorbeelden spreken en het feit dat wij als raad volgens mij ook unaniem deze motie hebben aangenomen, geeft ook aan dat wij dit een ernstig probleem vinden en ook daar iets aan willen doen. Het is ook duidelijk dat we als gemeente meer kunnen doen, vooral op het gebied van bewustwording. Vandaag sprak ik bijvoorbeeld een collega en die wist überhaupt niet van wat het inhield, en die heb ik ook al vaker gehoord. Ook weten mensen vaak niet wat ze moeten doen als ze de signalen herkennen en wat ze dan ook moeten doen. En dit gebrek aan bewustzijn, dat benadrukt ook weer de noodzaak dat we er iets aan kunnen doen in bijvoorbeeld bewustwordingscampagnes of voorlichting. Een inspirerend voorbeeld daarin is de aanpak van Den Haag, met betrekking tot gendergerelateerd geweld, zo noemen zij het daar. Zij komen met diverse interventies, waaronder trainingen voor professionals, bewustwordingscampagnes, onderzoeken en ze ontwikkelden ook een signaleringskaart. Nou, we hoeven deze aanpak natuurlijk niet te kopiëren, maar het kan misschien wel dienen als inspiratie voor mogelijke stappen die wij als gemeente kunnen ondernemen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan de heer Drost, GroenLinks. Ga uw gang. De heer Drost: Ja, dank u wel voorzitter. Allereerst dank aan de collega van D66.
Ik denk dat het hartstikke goed is dat de beantwoording geagendeerd is en ook überhaupt dat dit in eerste instantie met een motie inderdaad raadsbreed is aangenomen, op de agenda is gezet. Want het is een groot maatschappelijk probleem. Elke keer als je weer een voorbeeld hoort, en we hebben er een aantal gehoord, dat snijdt door je ziel. Het is een maatschappelijk probleem, ik denk ook specifiek een mannenprobleem. Dus het begint volgens mij al op scholen. Zeker als je daar hoort hoe dat onder jongeren tegenwoordig gaat. Ik denk dat dat de eerste stap is. De tweede stap waar ik aan zat te denken, ik denk veel mensen de zin: het houdt niet op, niet vanzelf zullen herkennen. De Sirecampagne rond huishoudelijk geweld, iets breder maar toch. Ik denk, het jammere van die campagne is dat het heel erg bij die zin is gebleven en vervolgens niet de stap is gezet van ja, maar wat is inderdaad mijn handelingsperspectief, wat zijn die rode vlaggen? Ik zou het denk goed vinden dat dat landelijk wordt aangepakt, maar ik zou ook benieuwd zijn wat daar gemeentelijk mogelijk is om daar een vervolg aan te geven. De voorzitter: Dank u wel. Dan de heer Aynan van Jouw Haarlem, ga uw gang. De heer Aynan: Dank u wel, voorzitter. Ik heb gelukkig een minuutje erbij gekregen. Dan kan ik inderdaad mevrouw Çimen ook namens Jouw Haarlem een compliment geven. Hartstikke goed. En ja, u bent inmiddels
26
een beetje de specialist geworden op dit dossier. Voorzitter, ja geweld tegen wie dan ook is gewoon onacceptabel. Zero tolerance en zeker tegen onze jonge meisjes en vrouwen. Even een ander perspectief, voorzitter. Het is eigenlijk een beetje in het nieuws gekomen en ik dacht, ik maakte die connectie met de femicide, namelijk dat zelfverwonding een groeiend probleem onder tienermeisjes en vrouwen tot dertig jaar is. En het aantal opnames op de eerste hulp vanwege zelf toegebracht letsel of poging tot suïcide is in negen jaar tijd met 50 procent gestegen. Kan het zijn dat dat daarmee te maken heeft? Dus is het niet geweld tegen, van een ander, dan is het wel tegen jezelf omdat je misschien psychisch druk of wat dan ook. Kan de portefeuillehouder daar misschien iets over vertellen en zeker naar de Haarlemse situatie? Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Wie mag ik dan? De heer Amand van Trots Haarlem. Ga uw gang. De heer Amand: Dank u wel, voorzitter. In ieder geval een compliment aan mevrouw Çimen van D66. Dat mag even gezegd worden. Het valt ons op eigenlijk de laatste tijd. Kijk, wij hebben die wijkagent niet meer. Eigenlijk heb je een hoop informatie uit de wijk vandaan. We hebben natuurlijk overal hebben we wel buurten en we hebben iedereen zitten, maar daar komt toch weinig informatie eigenlijk wat er gemeld wordt. En wij zouden dat weer anders willen zien.
Als je een wijkagent hebt, die heeft oren en ogen in de wijk en dan weet je ook, ik zeg niet alles, maar je weet wel meer dan wij weten. En dat zouden we wel eens willen zien of dat gemeten is door de gemeente Haarlem, eventueel bij politie of ik ben ook wel eens bij Veilig Thuis geweest en dan valt mij op altijd dat die meldingen toch niet allemaal goed doorkomen, vooral niet als je kinderen in de weg, in de weg waarmee te maken hebben. Dus ik zou wel eens cijfers willen zien en misschien kan de burgemeester daar eens naar kijken. De voorzitter: Dank u wel. Nog anderen in de eerste termijn die het woord willen voeren? Nee. 6. B Beantwoording ex artikel 32 vragen fractie D66 inzake femicide en veiligheid van vrouwen De voorzitter: Dan ga ik naar de burgemeester, de portefeuillehouder voor de beantwoording. Ga uw gang. Burgemeester Wienen: Dank u wel. Misschien goed om toch nog eventjes te kijken wat de vraag was in de motie. Ervoor te zorgen dat het tegengaan van femicide voldoende is geborgd in de Haarlemse justitiële keten. Ik begrijp dat er gezegd wordt: ja, maar het is breder. Maar de motie vroeg dat heel nadrukkelijk bij het doen van melding of aangifte in Haarlem, en dan met name bij de politie, dat er dan wordt doorgevraagd en dat er ook echt actie op wordt ondernomen. Dat was de vraag heel concreet. En volgens mij gaat het antwoord daar ook over.
Als er dus nu gezegd wordt: ja, maar u laat zoveel onderwerpen liggen die hier ook mee in verband gebracht kunnen worden. Dat is zo, maar dat was niet de vraag. Ik wil dat toch even gezegd hebben, omdat anders de indruk zou kunnen ontstaan van ja, wat wonderlijk dat u het alleen maar beperkt tot dit onderdeel. De voorzitter: U heeft een interruptie van mevrouw Çimen. Ga uw gang. Mevrouw Çimen: Ja voorzitter, dank u wel. Ik snap op zichzelf, gelet op het dictum van de motie snap ik de reactie van de burgemeester. Tegelijkertijd, we hebben wel tien maanden gewacht op deze motie en de ontwikkelingen in de tussentijd hebben ook niet stilgestaan. En er zijn ook allerlei gemeenten en ook landelijk aan de slag gegaan met dit onderwerp. Dus omdat er zoveel tijd ook tussen zat, heb ik in de tussentijd ook geen actieplan of een andere motie ingediend. Dus vandaar ook wel een beetje mijn reactie: nou, dit is wel heel sec en heel zakelijk. Er hoort toch veel meer bij? Dus vandaar ook mijn vragen.
27
De voorzitter: Dank u wel. De heer Wienen, ga uw gang. Burgemeester Wienen: Zeker. Het is een onderwerp wat in ieder geval veel bredere uitwaaiering heeft. In zijn algemeenheid, ik sluit me ook graag aan om te zeggen: ik denk dat het een heel wezenlijk, maatschappelijk probleem is. Zeker als het gaat om het doden van mensen. Maar het geweld tegen vrouwen en tegen andere kwetsbare personen in de samenleving is een zeer groot maatschappelijk probleem. Is ook iets om echt over na te denken. En die bredere aanpak, die is hier in Haarlem wel degelijk ook aanwezig. Ik noem even een paar dingen om aan te geven: het is niet zo dat wij denken van nou ja, met een justitiële aanpak ben je er. De campagne voor Orange the World is een campagne die wij als gemeente al jarenlang steunen door met degenen die daarmee bezig zijn na te denken over wat doet zich voor, wat zou je kunnen doen om daar verbeteringen in aan te brengen? Zijn er bepaalde campagnes in het uitgaansleven, in de horeca? In zijn algemeenheid bewustwordingsvergroting. Daarover hebben we gesprek en daar zijn we actief bij betrokken. Met het onderwijs, dat valt natuurlijk niet onder mijn portefeuille, maar in het onderwijs is hoe je met elkaar omgaat, ook gendergerelateerd, is absoluut een thema. Ook in Haarlem zit het in pakketten, dus daar wordt aandacht aan besteed.
Met de zorginstellingen hebben wij afspraken over dat men alert is op signalen. Nou, Veilig Thuis is natuurlijk de plek waar je signalen afgeeft. Als er hier gezegd wordt: wij hebben onze twijfels of dat wel goed wordt opgepakt. Ik heb het nu even niet over of de bezetting voldoende is en dergelijke, maar of het voldoende herkend wordt. Het is in ieder geval iets waarover we met elkaar in gesprek zijn dat dat belangrijk is en dat mensen daarvoor ook de juiste opleiding moeten hebben om dingen te kunnen herkennen. Dat gebeurt in ieder geval bij de politie. Dat gebeurt bij de meest betrokken instellingen. Ik wil best afspreken dat we dat nog wat breder in kaart brengen en dat ik dat nog een keer bij u terug meld. En dan zien we ook vanzelf of er behoefte is aan nog extra stimuleren van bijvoorbeeld bepaalde opleidingen die daarvoor beschikbaar zijn. Er zijn ook een aantal concrete vragen gesteld over, nou ja, moet er niet veel duidelijker bijvoorbeeld worden ingegrepen. Ik denk dat wij daar echt heel actief bij zitten. En dit is een onderwerp waarvan ik in ieder geval de top van de problematiek heel erg herken. Want elk vorm van een huisverbod wordt voorgelegd aan de burgemeester. En ik kan u verzekeren dat daar heel serieus mee omgegaan wordt.
Ik heb ook vrij recent nog twee keer een huisverbod opgelegd, terwijl de, laat ik zeggen de door het systeem geadviseerde oplossing was: geen huisverbod opleggen. Simpelweg omdat ik toch zelf doorvraag, kijk of er aanleiding is. Ik heb ook onlangs nog contact gezocht met de officier van justitie, omdat er een bepaalde veronderstelling was over het strafrechtelijk traject, waarvan ik dacht: ja, dat kan wel de veronderstelling zijn, maar ik wil zeker weten dat het zo is. Nou, het bleek niet te kloppen. Dan wordt daar dus ook op geacteerd. Het is niet zo dat we alleen maar op automatische piloot werken. Er wordt echt heel serieus, de signalen die er zijn worden opgepakt. Er wordt met regelmaat ingegrepen en dat is een verregaande maatregel, want dat betekent dus dat je gewoon uit je eigen huis wordt gezet en dat je daar pas nadat er allerlei stappen gezet zijn eventueel kunt terugkeren. En soms is dat helemaal niet meer aan de orde. De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Trompetter van de Actiepartij. Ga uw gang. De heer Trompetter: Ja, dank u wel voorzitter.
Kan de portefeuillehouder aangeven hoe dat dan precies gaat? Want bij zo’n huisverbod, betekent dat dan ook dat die mensen dan ook echt daadwerkelijk niet meer in de buurt van die woning komen en hoe wordt daarvoor gezorgd en hoe wordt dat gemonitord? Dat die mensen ook echt wegblijven als het huisverbod er eenmaal is. De voorzitter: De heer Wienen. Burgemeester Wienen: Nou ja, dat is één van de dingen waarover ik dan contact heb met justitie. Want dat is niet mijn domein, maar dat is iets wat het Openbaar Ministerie en de rechter kunnen instellen. Dus je kunt
28
zeggen: er is een contactverbod of er is een omgevingsverbod. Wat ik wel een voorbeeld van heb waar we het inderdaad toepassen. Dat is dat een tijdje geleden, dat ging niet om femicide, maar dat ging om een bedreiging, nee mishandeling door mensen uit de GGZ van mensen die daar werkzaam waren, maar dan gewoon op straat. En dat inderdaad de daders een gebiedsverbod hebben gekregen, want dat kan ik wel doen. En dat geeft de politie dan weer mogelijkheden om, als ze toch in dat gebied komen, om ze dan ook daadwerkelijk aan te houden. Want dat is het lastige. Je kunt natuurlijk wel zeggen: we willen het niet en we gaan allerlei regels uitvaardigen, maar ze moeten ook nog een keer afgedwongen kunnen worden. En het zijn vaak ingrijpende dingen, het zijn niet dingen waar je zomaar toe kunt besluiten. Het raakt de vrijheid. En dat evenwicht tussen aan de ene kant de risico's die er zijn, die rode vlaggen, de vraag van ja, moeten we hier niet toch preventief bepaalde maatregelen nemen? Dat aan de ene kant en aan de andere kant: hoever wil je ingrijpen in een situatie waarbij sowieso het verhaal van de betrokkene altijd een andere is. Ik lees die rapporten over het huisverbod. En als je dan de versie hoort van de ene partij en van de andere partij. Ja, dat zijn werelden van verschil. Wat je er wel uit af kunt leiden, dat is: hier is echt een probleem.
Hier gaat iets helemaal fout, want het eindigt in geweld. Soms wederzijds geweld trouwens, maar hoe dan ook, het eindigt in geweld en daar moet dus ingegrepen worden, ook al wordt het gebagatelliseerd, soms door beide partijen. Dat komt voor. Dat is het topje van de ijsberg. Want ik realiseer me heel erg goed, als we het hebben over stalking, als we het hebben over allerlei andere vormen van geweld, dat dat niet op mijn bureau terechtkomt of bij mijn telefoon, maar dat dat in de diensten en in de verschillende instellingen moet worden opgepakt. En wij zitten er echt bovenop. Ik heb er met de politie over gesproken, ik heb er met de instellingen over gesproken van jongens, laten we daar heel erg opletten dat we de signalen serieus nemen en dat we er goed mee omgaan. Maar ik denk dat het beste is om in antwoord op deze bespreking nog een keer gewoon eens even die check te doen of er nog ketenpartners zijn waar wellicht toch extra bewustwording of extra opleiding een toegevoegde waarde kan hebben. Maar ik zou hier niet de indruk willen wekken dat omdat in deze beantwoording dat niet naar voren kwam, dat al die instellingen niet bewust op dit onderwerp bezig zijn. Als ik het samenvat, ik herken uw zorg. Ik snap die ook. Ik vind ook dat we overigens wel uit moeten kijken, want dit is één. Maar huiselijk geweld kan ook gaan over kinderen en ook dat is natuurlijk dramatisch.
Dus het is een breder fenomeen, waarbij femicide zeker onderbelicht is geweest heel lang en dat er alle aanleiding is om daar juist nu extra aandacht voor te hebben, maar dan wel in het bredere verband van het geweld in de private omgeving, in de huiselijke omgeving, in de relationele sfeer. En om te kijken of er wellicht ook in die voorbeelden die hier genoemd worden, nog mogelijkheden zitten waarvan we zeggen: daar zouden we nog wel iets extra's kunnen doen. En dan zal ik u dat ook berichten. De voorzitter: Ik zie nog een interruptie van mevrouw Çimen. Ga uw gang. Mevrouw Çimen: Ja voorzitter, dank u wel. Kijk, de reden dat ik zelf natuurlijk ook begin over huiselijk geweld en partnergeweld en bedreiging en stalking is omdat het allemaal ook mogelijk kan leiden tot. Het zijn vaak verhalen, persoonlijke verhalen met een lange aanloop en te veel van hen hebben ook niet direct contact met politie of met Veilig Thuis. Dus de signalen die binnenkomen en dat die zo goed mogelijk worden opgepakt. Nou ja, daar heb ik ook nog wat vragen over of dat daadwerkelijk zo gebeurt. Die heb ik ook gesteld. Maar te vaak komen die meldingen niet eens binnen. En de collega van Partij voor de Dieren die zegt dus ook: er vinden dan gemiddeld 72 geweldsincidenten plaats voordat iemand er überhaupt over nadenkt om een melding te doen of daadwerkelijk aangifte te doen.
Dus dat is natuurlijk ook een beetje de dynamiek waar wij ons in bevinden, waarbij we wel meer willen zien, meer willen signaleren en misschien op een laagdrempeligere manier, waarbij we ook, ja eigenlijk iedere Haarlemmer willen inzetten. En dat hoeft niet direct te leiden tot een huisverbod of dat het pas bij u op tafel komt.
29
Burgemeester Wienen: Ja, mag ik even, even nog één reactie? De voorzitter: Eén moment. Ik wil even mevrouw Çimen erop wijzen dat haar tijd voorbij is. Maar graag beantwoording. Ga uw gang. De voorzitter: Nou ja, ik zei dat net ook al. Mijn portefeuille is er natuurlijk één waarin je vooral kijkt: waar kun je ingrijpen en waar is politie en justitie aan zet? Dus in die zin, de beantwoording komt deels door de vraag, maar ook deels door, dat is het onderwerp waar ik in de eerste plaats mee bezig ben. Want er is ook een programma waarin we bezig zijn met de aanpak van huiselijk geweld. Daar is in de commissie Samenleving volgens mij ook over gesproken. Dat is in de portefeuille van wethouder Van Loenen. Dat is zowel regionaal als lokaal, proberen we met de betrokken partijen daar echt aandacht aan te besteden. Dus de vraag is ook even: waar gaan wij proberen om die verschillende invalshoeken, om die zo goed mogelijk met elkaar in verbinding te brengen? Ik wil best ook met collega Van Loenen, collega-bestuurder Van Loenen daar ook nog eens over hebben.
Het gaat ook over onderwijs en wat daar aan de orde is Voor wat betreft mijn onderdeel zeg ik: het heeft echt heel veel aandacht en daar zit ik ook bovenop en ik zal voor wat betreft die andere instellingen en de vraag of daar de alertheid, nou of daar wellicht toch nog stimulansen voor nodig zijn, met de collega's contact opnemen en dan moeten we misschien nog maar eens even kijken waar een eventuele bespreking van dit onderwerp dan nog het meeste zou thuishoren. Of dat dan in de commissie Samenleving is voor het programma van die aanpak huiselijk geweld, of toch hier voor de bredere invalshoek van het algemene veiligheidsbeleid. De voorzitter: Ik zag nog een vraag van de heer Amand van Trots Haarlem. Ga uw gang. De heer Amand: Dank u wel, voorzitter. Trots heeft natuurlijk nog één vraag. Hoe zit het met de aangiftes? Worden die meteen serieus genomen of worden de mensen of de dames of wie dan ook met kinderen teruggestuurd? Dat willen we weten. De voorzitter: De heer Wienen. Burgemeester Wienen: Nou, op het gevaar af natuurlijk dat ik niet elk detail ken, want ik ben er niet bij. Maar ik weet wel dat als het gaat om bijvoorbeeld zo'n tijdelijk huisverbod, dat één van de problemen waar ik dan ook met de politie over praat, is dat de partner, ondanks dat er sprake is van geweld, weigert om aangifte te doen.
Dus het probleem wat u noemt is ongetwijfeld ook een punt: wordt het voldoende serieus opgepakt? Daar zijn afspraken over en de afspraak is dat dat zeker gebeurt. Maar er is ook een ander probleem en dat is dat één van de redenen waarom er zoveel incidenten zijn, voordat dat leidt tot een signaal heeft ook te maken met schaamte, met de wens om iets in de eigen sfeer te houden en niet naar buiten te gaan. En ook dat is een belangrijk onderwerp om over na te denken van jongens, wacht niet te lang. Als er iets mis is, geweld hoort gewoon niet thuis in menselijke relaties. En daar moeten we ook heel helder over zijn. En als dat wel gebeurt, zoek dan toch hulp, hoe pijnlijk dat ook is. Want dat is natuurlijk heel erg pijnlijk. Want het gaat wel over je vriend, je echtgenoot, vader, weet ik veel. En het komt overigens ook, voor de volledigheid zeg ik het maar, het komt ook wel eens voor andersom. Dus dat de dader vrouw is en het slachtoffer man. Ook dat komt voor. De voorzitter: Dank u wel. Burgemeester Wienen: En misschien nog één ding over die wijkagent. Sorry. Dat is, ja ik neem aan dat u dat weet. Het is niet zo dat we geen wijkagenten hebben. We hebben wijkagenten, alleen door de druk op de politie komen ze minder toe aan hun werk in de wijk dan ons lief is. Maar we hebben gelukkig in Haarlem
30
overal wijkagenten en die blijven zo goed mogelijk hun werk doen en rondkijken in de wijk en signalen oppakken en doorgeven. De voorzitter: Dank u wel. Dit is de beantwoording van de eerste termijn en er waren wat aanvullende vragen. Is er nog behoefte aan een tweede termijn? Ja mijnheer Aynan, u heeft geen tijd meer. U had al extra tijd. De heer Aynan: Maar ik heb een vraag gesteld in de eerste termijn. De voorzitter: En die is niet beantwoord, zegt u? De heer Aynan: Niet eens aan gerefereerd. De voorzitter: Kunt u nog heel even kort zeggen? Weet u welke vraag bedoeld wordt door de heer Aynan, die niet beantwoord is? Ja, de zelfverwonding van de meisjes. Ja. Burgemeester Wienen: Ik vind het heel ingewikkeld om daar nu een antwoord op te geven. Mijn indruk is dat dat een bredere problematiek is. Dat dat niet … Nou, laat ik het zo zeggen: dat er slechts beperkt een relatie is tot het probleem waar we het nu over hebben. Het valt mij wel op dat zelfmutilatie en ook echt suïcides, dat dat een toenemend probleem is en dat merk ik ook. Eén van de redenen waarom mensen gedwongen opgenomen worden in de GGZ, dat is omdat er een acuut gevaar is van suïcide bij jonge mensen. En daar zit een heel scala van psychische klachten achter. Dus niet altijd, of zelfs niet in het merendeel van de gevallen heb ik de indruk, een gevolg van geweld door derden.
De heer Aynan: Echt heel kort, voorzitter. De voorzitter: Heel kort. De heer Aynan: Nu u toch contact gaat opnemen met collega Van Loenen, zou u dit aspect dan ook alstublieft mee willen nemen? Burgemeester Wienen: Ja, ik denk dat ik hier … dat lijkt mij gewoon een goede toezegging. Dat ik gewoon zal vragen dat er in deze commissie uitgebreid over gesproken is en dat er behoefte aan is om juist op dit punt, over het functioneren van dat programma, om daar een keer een rapportage over te doen in de commissie samenleving. De voorzitter: Dank u wel. Dan nog in tweede termijn, de heer Klaver, CDA. Ga uw gang. De heer Klaver: Ja voorzitter, ik heb in de eerste termijn, daar heb ik geen gebruik van gemaakt, want ik wilde graag even luisteren ook naar de beantwoording van de burgemeester. Ik wil wel mijn waardering uitspreken voor mevrouw Çimen, voor de manier waarop u dit op de kaart zet en betekenis geeft en ik vind het ook heel fijn hoe de burgemeester daarop gereageerd heeft en de toezeggingen die in dat opzicht zijn gedaan. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Nog anderen in de tweede termijn behoeften? Nee. Nou, dan kunnen we naar afronding gaan en dan kunnen we … Ja, ik heb eigenlijk twee toezeggingen gehoord.
De eerste is om met de ketenpartners nog eens in kaart te brengen: wat wordt er ook aan preventie gedaan, wat wordt er gedaan en ook: wat is er voor behoefte aan opleiding, eventueel ook voor de scholen? Het tweede is om ook te kijken hoe dit nog een keer in eventueel commissie Samenleving besproken kan worden, in samenhang met de
31
portefeuille van wethouder Van Loenen. Dus dat zijn de toezeggingen die op dit moment gedaan zijn. En ik zie de heer Aynan nog. De heer Aynan: Ook een concrete toezegging richting mijn kant op. Burgemeester Wienen: Inclusief het vraagstuk van … De voorzitter: De automutilatie. Precies, ja dat had ik er eigenlijk al in meegenomen. Maar goed dat u het nog even noemt. Nou, dan kunnen we het hierbij afronden. Dan dank ik de portefeuillehouder voor uw aanwezigheid. 7.
Spreektijd voor belangstellenden (over niet op de agenda staande onderwerpen) De voorzitter: En dan gaan we nu over naar de spreektijd voor belangstellenden en we hebben één inspreker. Dat is de heer Bonsu. En u mag plaatsnemen achter de microfoon. Er ligt een pasje voor de inspreker. U bent al ingelogd, hoor ik. Welkom, mijnheer Bonsu. U komt spreken over de overlast van het uitgaanspubliek rondom de Smedestraat. U krijgt drie minuten de tijd om in te spreken. Als het goed is loopt de tijd daar mee, dan kunt u ook zien hoever de tijd al gevorderd is. Als het bijna om is, zal ik aangeven dat u kunt afronden. En daarna kunnen de commissieleden kort verhelderende vragen aan u stelle. En ik geef het woord aan u, mijnheer Bonsu. Ga uw gang. De heer Bonsu: Heel goed. Dank voor de tijd. Ik ben hier met mijn buren. Mijn naam is Joel Bonsu. Bij binnenkomst hoorde ik al een aantal van u spreken over veiligheid in de stad, in de samenleving. En ja, ik ben hier dus om ook daarover te spreken. Ik denk dat het ontzettend belangrijk is om eens te kijken hoe wij met zijn allen de samenleving veiliger kunnen maken. Ik ben dus hier om, ik heb even iets opgeschreven gezien de tijd, anders dwaal ik af en dan red ik het niet. Er is best wel veel om over te praten. Ik ben dus hier om onze samenleving, leefomgeving onder de aandacht te brengen.
Ik woon op de hoek van de Smedestraat en de Lange Wijngaardstraat. Ik hoor u nu denken: ja, daar wordt al natuurlijk zoveel over gesproken en dat is ook waar. Er wordt al zoveel over de Smedestraat gesproken en als bewoner, als bewoners ken ik die verhalen best wel goed. Wij kennen die verhalen best wel goed. We hebben het hier over vechtpartijen gehad. Wij mogen dat eigenlijk op het eerste rijtje meemaken, want wij wonen in de stad en wij zien dat best wel fout gaan soms. Verhalen over het plaatsen van hekken aan het begin van de Lange Wijngaardsteeg. Over het inzetten van susteams om de orde te bewaken tijdens de horecanachten. Maar dat zijn verhalen. En ik weet als geen ander wat de gevolgen van zo’n avond, nachthoreca zijn. Als wij de volgende ochtend wakker worden, dan worden wij omgeven door de walm van urine, kots, cocaïnewrappers, en het kapotgesmeten glaswerk mogen opruimen. Als bewoner ervaar ik geluidsniveaus die slapen onmogelijk maken. En niet alleen tijdens de sluitingstijden van de kroegen en de snackbar, maar gedurende de nacht. Geluidsniveaus die de GGD hebben doen besluiten om hierover melding te doen aan de gemeente. En ik citeer, dit komt uit een analyse die de GGD heeft gedaan: ‘De geluidsniveaus zijn zodanig hoog dat wij de situatie op de Smedestraat als onacceptabel beschouwen.
Wij adviseren de gemeente Haarlem maatregelen te nemen om de geluidsbelasting door uitgaanspubliek in de Smedestraat te verlagen tot een stedelijk gemiddeld geluidsniveau.’ Ik herhaal, wij adviseren gemeente Haarlem maatregelen te nemen om de geluidsbelasting door uitgaanspubliek in de Smedestraat te verlagen tot een stedelijk gemiddeld geluidsniveau. Dat betekent dus eigenlijk dat het flink bovengemiddeld is. Ik ben voorbij de tijd, zie ik. Kan ik nog even? De voorzitter: Nou, als u kort nog wat wil zeggen. Uw tijd liep al toen u begon, dus ik heb u even wat extra tijd gegeven. Maar als u wilt gaan afronden, heel graag.
32
De heer Bonsu: Er wordt veel gesproken over de Smedestraat, maar de bewoners worden nog steeds niet gehoord. In plaats van met de bewoners in gesprek te gaan om samen te komen tot een plan van aanpak voor de bestaande overlastproblematiek, steekt men veel tijd, energie en publiciteit in een poging om de Smedestraat over te laten komen als een gezellige en bruisende plek. Maar wij als bewoners ervaren ook nu nog overmatig overlast, onveilige situaties en gemeten geluidsniveaus en luchtkwaliteitswaarden die zorgwekkend zijn. Ik wil dan ook graag weten wat u als gemeente van plan bent te gaan doen om de huidige overlast aan te pakken en te beperken om aldus de veiligheid, gezondheid en het algehele welbevinden van mij en mijn dochtertje en onze buren en hun kinderen te waarborgen? De voorzitter: Gaat u nu afronden, mijnheer Bonsu? De heer Bonsu: Ik ben klaar, eigenlijk. De voorzitter: Ja? O, u bent al klaar. Goed, dit was uw vraag. Goed. Zijn er … U mag uw microfoon even uitzetten als u wilt. Ik zie een vraag van mevrouw Van den Broek van de Partij voor de Dieren. Ga uw gang. Mevrouw Van den Broek: Ik vroeg me af inderdaad op wiens initiatief is nu dat GGD-rapport gemaakt? Hebben jullie daar aan de bel getrokken of hebben ze zelf initiatief daartoe genomen? De voorzitter: U mag nu weer even de microfoon aanzetten. De heer Bonsu: Ja.
Wij hebben daar wel degelijk aan de bel getrokken. Want als wij dat niet doen, dan gebeurt er niets. En wij als bewoners vinden het ontzettend belangrijk dat wij een leefomgeving creëren waar we veilig zijn. Voor onszelf, voor onze kinderen en ook eigenlijk voor de bezoekers die daar komen. Mevrouw Van den Broek: En wanneer was dat? En weet u ook of de gemeente heeft gereageerd op dat rapport? De heer Bonsu: Wanneer dat precies was, dan moet ik even naar achter kijken. We hebben een ‘…’, die heeft iets meer informatie over wanneer, hoe en wat. Ik heb willen inspreken, omdat ik echt op een hoek woon waar ik ontzettend veel overlast ervaar. Vandaar dat ik heb gevraagd of ik mag inspreken. Maar in principe hebben wij als buren één of twee aanspreekpunten die dit soort problematiek oppakken. De voorzitter: Dank u wel. Zijn er nog anderen? Mevrouw Van Zetten, ga uw gang. Mevrouw Van Zetten: Ja. U noemt twee dingen. De ongelooflijke herrie en de vuilnis, de troep die er 's ochtends vroeg ligt. Zou het helpen als 's ochtends vroeg om zeven uur alles opgeruimd was als u naar buiten kwam? De voorzitter: Mijnheer Bonsu. De heer Bonsu: Of het zou helpen, zeker. Ik heb een tijdje terug, volgens mij was het vorige week sprak ik een collega van de handhaving en die vroeg mij of een glas die kapotgeslagen was voor mijn voordeur was opgeruimd.
En ik gaf aan: joh, ja het is opgeruimd, maar niet helemaal. Want er ligt ook nog kots. Er ligt ook nog van allerlei soorten vuilnis van de snackbar. Glazen, die staan eigenlijk letterlijk naast mijn deur. Dus het zou fijn zijn als het opgeruimd wordt, maar het is een combinatie van een aantal dingen. De voorzitter: Mevrouw Van Zetten.
33
Mevrouw Van Zetten: Dat snap ik, dat het een combinatie is. Maar ik heb ook een tijd in Parijs en daar wordt 's ochtends vroeg alles al opgemaakt. Dan heb je de hele nacht teringherrie, maar dan kom je buiten en dan is het schoon. En dat zijn, ja dat is allebei erg, maar het is nu wel heel erg dubbelop, begrijp ik. Dat lijkt mij ook verschrikkelijk. De heer Bonsu: Absoluut, het is een samenhang van een aantal factoren die het eigenlijk onmogelijk maakt om je als bewoner veilig oftewel comfortabel te wonen. Mevrouw Van Zetten: Zeker met een kind dat je dan naar school moet brengen 's ochtends vroeg. De heer Bonsu: Ook dat. De voorzitter: De heer Trompetter heeft ook een vraag. Ga uw gang. De heer Trompetter: Dank u wel, voorzitter. Zou u dat rapport kunnen toesturen via de griffie, zodat wij daar kennis van kunnen nemen? Dat GGD-rapport. Want ik ken het namelijk niet. De heer Bonsu: Oké. Dat zullen we zeker doen. Volgens mij is het eigenlijk al bekend bij de gemeente. Bij wie precies dat ligt, dan moet ik nogmaals even naar achter kijken, maar het is in feite bekend. Dat stuk is ook gedeeld met een aantal mensen binnen de gemeenten en ook bij onze aanspreekpunten binnen de gemeente. Maar bij deze zal het nogmaals gestuurd worden. Ik denk dat daar echt wel goed naar gekeken moet worden. De voorzitter: Goed. Dan de heer Klaver nog een aanvullende vraag. Ga uw gang.
De heer …: Mag ik daarop reageren? De voorzitter: Nee, liever niet. De heer …: Maar ik weet naar wie het gestuurd is. De voorzitter: Er is nu aandacht voor in de griffie. Nee, want we moeten ook een klein beetje op de tijd letten in verband met nog het volgende onderwerp. De heer Klaver, als u nog een aanvullende vraag hebt? De heer Klaver: Ja voorzitter. Voor mijnheer Bonsu. Er loopt een pilot vrije openingstijden horeca. Wat is in uw beleving het effect van die pilot? Heeft dat de problematiek verergerd of verminderd? Hoe kijkt u daar tegenaan? De heer Bonsu: Ja, ik ben ontzettend blij dat u daarover begint. Ik had het graag nogmaals willen benoemen, maar het is volgens mij … Oké. Mijn ervaring is eigenlijk, in eerste instantie toen de pilot bekend werd gemaakt, werd er van tevoren niet met bewoners besproken wat wij ervan vinden. Ik denk dat het bedoeld was om eigenlijk meer gezelligheid, meer … ja, hoe zal ik het zeggen? Meer … Sorry? Ja, nou ja veiligheid, nou onze ervaring daarbij is dat het eigenlijk de problematiek verergerd heeft. En dat heeft te maken met het feit dat er geen handhaving is. Op het moment dat je zegt: we gaan de pilot verlengen en dus mogen nachthoreca zelf bepalen tot wanneer zij opengaan.
Ja, dan moet daarbij ook een aantal maatregelen genomen worden en die zijn dus niet genomen, gezien het feit dat de politie en de handhaving eigenlijk geen tijd hebben voor dit soort dingen. Om ook nog eens een pilot te gaan introduceren, wat betekent dus dat men langer uitgaat en daarbij dus geen veiligheid gewaarborgd wordt. Ja, dan vraag ik me af waar we aan begonnen zijn. Want er is al vaker voordat er überhaupt een pilot zou komen, hebben wij al meerdere malen overlast gemeld bij de
34
gemeente. Daar werd niets mee gedaan en tot onze … Totdat wij het wisten, werd er een pilot geïntroduceerd om het ook nog eens langer te maken. Moet u eens voorstellen. De voorzitter: Mijnheer Bonsu, ik wil u toch vragen om … Uw punt is helder. Ik denk ook beantwoording. Mijnheer Klaver, als u wil gaan afronden heel graag. Ja? Of heeft u nog een aanvullende vraag, mijnheer Klaver. Ja, oké. O, mevrouw Klazinga ook nog. Ja, want het is fijn om even hierover te praten, maar we moeten ook even op de tijd letten. Ga uw gang, mijnheer Klaver. De heer Klaver: Ja, de vervolgvraag die ik namelijk heb is dat onderdeel van de pilot is dat de ondernemers zelf een plan hebben gemaakt om de overlast te beperken. Merkt u daar wat van? De heer Bonsu: Absoluut niet. De heer Klaver: Dat de ondernemers actief zijn om de overlast te beperken? De heer Bonsu: Absoluut niet. En dat is heel spijtig, want we hebben een aantal momenten gehad om met hen in gesprek te gaan. En zij zeggen altijd: ja, we zijn hier mee bezig, we zijn daarmee bezig, maar daar is totaal niets van te merken. Nogmaals, ik woon op een punt dat ik alles meemaak gedurende de nacht. Dus als zij zeggen: ja, wij proberen, wij doen ons best om onze beveiligers, portiers bepaalde dingen ook te laten … Ze doen niets. Ik zie het en het is ook heel duidelijk. De voorzitter: Oké. Dat is heel helder.