Rapport Rekenkamer Beheer-onderhoud-kapitaalgoederen
Tekst van het document
38 Bron: startnotitie Aanbesteding contracten onderhoud openbare ruimte. 7 april 2021
Pagina 48
te doen voor te nemen maatregelen. Het is gebaseerd op een 3D-simulatiemodel, waarmee doorrekeningen zijn gemaakt. Zo zijn er heftige regenbuien gesimuleerd in een situatie met en zonder een aangepast rioolstelsel. De bedoeling is om eens in de tien jaar een dergelijke simulatie uit te voeren. Ook is er een hittestresskaart gemaakt. Het simuleren van effecten van maatregelen ligt hier echter een stuk ingewikkelder. Maatregelen op het terrein van vergroening hebben namelijk pas op langere termijn effect: “Je kunt nu een boom planten, maar over tien jaar zal deze een stuk groter zijn en dus meer effect hebben”.39 Verder heeft Haarlem een uitgebreid peilsysteem om de stand van het grondwater te meten. Er is daarmee een beeld van de problematiek van verzakkingen door funderingsproblemen, veroorzaakt door een te laag grondwaterpeil. De risico’s zijn op gebiedsniveau bekend en er is voor inwoners ook een funderingsloket ingericht. Inwoners kunnen daar aankloppen met vragen en problemen. De vertaling van al deze data naar uitvoeringsprogramma’s gebeurt door mee te koppelen. Dus als grote onderhoudswerkzaamheden plaatsvinden ook direct klimaatadaptieve maatregelen te nemen, zie onderstaande kader. De wijk Meerwijk In de naoorlogse wijk Meerwijk gaat er de komende jaren veel veranderen. Boven en onder de grond worden de straten opnieuw ingericht.
Dat is nodig omdat het riool is verouderd en de straten zijn verzakt. Door nu veel te tegelijkertijd te doen wil de gemeente zorgen dat de wijk een fijne plek blijft om in te wonen. Er komen meer bomen en speelplekken en de woonstraten worden eenrichtingsverkeer met duidelijke parkeervakken. Het gaat een aantal jaren duren voordat alle straten opnieuw zijn ingericht. De wijk Meerwijk is tegelijkertijd een versteende wijk met veel asfalt. De gemeente zet in op het realiseren van een klimaatadaptieve wijk: langzaam infiltreren en water vasthouden om droogte te voorkomen, dus bij piekbuien ook vertraagd afvoeren. Het groen heeft daarbij een belangrijke functie. In de huidige situatie wordt regenwater via straatkolken zo snel als mogelijk afgevoerd naar het riool. Het is nu de bedoeling om regenpijpen van het riool af te koppelen en af te wateren richting het groen in de wijk, dit om verdroging tegen te gaan. Bij piekbuien moet het water worden gebufferd in wadi’s en kan het langzaam infiltreren in de grond. Bron: interviews Casus park Schoterbos De laatste jaren is er door het veranderingen van het klimaat meer bestuurlijke aandacht voor klimaatadaptatie, waar vergroening en biodiversiteit onderdeel van is. In het huidige ontwerp is hier dan ook rekening mee gehouden waarbij er gekozen is voor groen dat ook binnen een redelijk onderhoudsbudget te beheren is.
Daarnaast is met een aannemer voor groenonderhoud een langjarig contracten afgesloten zodat er ook continuïteit is met betrekking tot het dagelijks onderhoud. Bij projecten en andere werkzaamheden in de openbare ruimte worden dus extra maatregelen getroffen voor een meer klimaatbestendige inrichting.40 Ook in de recent afgesloten meerjarige onderhoudscontracten is rekening gehouden met klimaatadaptieve maatregelen. Dan kan het ook gaan om meer eenvoudige maatregelen, zie kader. Zoals genoemd is er in deze contracten ook ruimte gegeven voor innovatie. De gemeente Haarlem zet hierop in om de ambities en doelen met betrekking tot klimaatadaptatie, de energietransitie en biodiversiteit te realiseren en het opgavegericht werken te stimuleren. Zie als voorbeeld het tweede kader hieronder over Living Lab.
39 Bron: interviews 40 Bron: interviews
Pagina 49
Verlaagde stoepen in Haarlem: waarom is dat? De verlaging in de stoep is altijd naast een sloot of ander water gemaakt. Het gaat om extra afwateringplekken, zodat er bij hevige regenval minder water op de weg blijft liggen. Bij extreme regenbuien past het vele water niet altijd in het riool. Het water kan dan op straat blijft liggen. Om wateroverlast te voorkomen, moet het water dus ergens anders heen. Bijvoorbeeld naar een sloot, vijver of berm. En daarvoor zijn wat aanpassingen aan de stoep nodig, ze worden verlaagd. De berm wordt ook verlaagd zodat het regenwater sneller weg kan stromen en niet op straat blijft liggen.’ Bron: https://indebuurt.nl/haarlem/genieten-van/mysteries/verlaagde-stoepen-in-haarlem-dit-is-dereden~164823/ Casus Living Lab41 De financiering van Living Lab is voor een deel onderdeel van het contract met Spaarnelanden en voor een deel door de gemeente, dat nog niet definitief is vastgesteld. Het gaat hier om samenwerking tussen de gemeente en marktpartijen en marktpartijen onderling, om een bijdrage te leveren aan doelen die zijn vastgelegd in de Omgevingsvisie van de gemeente. Het zit nu nog in het opstartfase en de bedoeling is om uit te proberen en te leren, om vervolgens te kijken hoe een maatregel in de openbare ruimte een bijdrage kan leveren aan doelen zoals CO₂-reductie, klimaatadaptatie en biodiversiteit.
De innovaties zijn er op gericht om maatregelen slim te combineren, zodat meerdere doelen in een klap kunnen worden gerealiseerd. Het gaat daarbij niet alleen om de technische kant van een maatregel maar ook om te ontdekken hoe regelgeving en normen van verschillende onderhoudsdomeinen elkaar kunnen bijten. Zo is er specifieke regelgeving voor speelplaatsen dat het combineren met andere functies in de weg kan staan. Een ander voorbeeld is het laten liggen van bladeren in de openbare ruimte: “het is voor de natuur goed dat bladeren in de berm blijven liggen, maar bijvoorbeeld niet goed voor de verkeersveiligheid van een naastliggende weg”.42 In de klassieke denkwijze is er dan sprake van een afweging tussen verschillende belangen en daarbij heeft veiligheid vaak de prioriteit. Het doel van Living Lab is juist om te kijken of er oplossingen mogelijk zijn om verschillende belangen aan elkaar te verbinden. De pilots raken ook het sociale weefsel in een wijk, buurt of straat. Zo wordt er samengewerkt met inwoners om hen in staat te stellen bijvoorbeeld een stukje openbaar groen zelf te onderhouden of te verfraaien. Zo kunnen inwoners zelf een boomspiegel van beplanting voorzien en onderhouden; zij adapteren als het ware een stukje openbaar groen. Er wordt nu nog hoofdzakelijk nog gericht op het laaghangende fruit en een inventarisatie van ideeën.
Bron: interviews Actuele ontwikkelingen en aandachtspunten In het kader van dit onderzoek zijn in gesprekken ook actuele ontwikkelingen en aandachtspunten genoemd. We vatten deze hieronder kort samen. >
De innovatieve component in het beheer en onderhoud heeft aandacht, maar kan nog meer accent krijgen in de contracten. Dat is belangrijk omdat ruimte nodig is voor experimenten om doelen op het terrein van duurzaamheid, klimaatadaptatie en biodiversiteit te realiseren. In het zogenaamde nevenoverleg met en tussen de partners van de gemeente worden innovaties ook besproken en wordt samenwerking gestimuleerd. Samenwerking is nodig want sommige innovaties raken verschillende onderhoudsdomeinen tegelijkertijd. Wij merken daarbij op dat ook in dat licht de gemeente steeds meer een regisserende gemeente is, zie het volgende kader.
41 Bron: interviews 42 Bron: interviews
Pagina 50
Regie is een bijzondere vorm van sturen en is gericht op de afstemming van actoren, hun doelen en handelingen tot een samenhangend geheel. Partners+Pröpper voor ministerie van BZK, 2004 >
Vanwege hoge inflatie heeft de gemeente al enige tijd te maken met substantiële prijsstijgingen van marktpartijen. Onderhoudsprojecten worden duurder. De gemeente heeft een aantal alternatieven om de prijsstijgingen op te vangen. Hierover moeten nog besluiten worden genomen. Alternatieven zijn bijvoorbeeld (a) de prijsstijgingen opvangen met de financiële reserve kapitaalgoederen, (b) opnieuw prioriteren of en faseren als er teveel wordt ingeteerd op de reserves dan zal er een voorstel moeten worden gedaan aan de raad. Het is dan aan de raad om hier een besluit over te nemen en keuzes te maken. Bijvoorbeeld door de prijsstijgingen op te vangen met een verhoging van lokale heffingen of keuzes te maken ten aanzien van prioriteiten groot onderhoud.
>
Beleidsontwikkeling rondom klimaatadaptatie richt zich op een grotere schaal, vanuit samenhang tussen hoofdstructuren. Zo stroomt een watergang door meerdere gebieden van Haarlem en ook buiten Haarlem. Groen-blauwe structuren moeten dan in samenhang worden bezien. Beheer en onderhoud verschuift nu naar een gebieds- en buurtgerichte aanpak, ook is het belangrijk om samenhang tussen gebieden te bezien. Dat vraagt om overkoepelende prioriteitstelling op lange termijn en nog veel afstemming tussen beleid, beheer en onderhoud.
>
Politiek-bestuurlijke keuzes rondom de indeling en benutting van de schaarse ruimte. Bijvoorbeeld: waar plegen we wel of geen woningbouw en waar en hoeveel ruimte is nodig voor klimaatadaptieve maatregelen? Klimaatadaptieve maatregelen doen namelijk ook een claim op de schaarse ruimte, het kan ten koste gaan van bijvoorbeeld woningbouw. Er is nog geen helder kader om daaromtrent politiek-bestuurlijke keuzes te kunnen maken. Hiertoe zou de ruimteclaim van klimaatadaptatie concreter moeten worden, bijvoorbeeld door dit precies aan te geven in de Omgevingsvisie.
Aanbevelingen uit eerder rekenkameronderzoek Tot slot sluiten we af met een korte terugblik op eerder onderzoek van de rekenkamercommissie. In 2017 heeft de rekenkamercommissie van Haarlem eerder onderzoek gedaan naar het beheer en onderhoud van kapitaalgoederen en heeft aanbevelingen gedaan. Hieronder presenteren we de aanbevelingen die toen zijn gedaan alsmede de doorwerking van deze aanbevelingen op basis van gesprekken die zijn gevoerd in het kader van dit onderzoek en bestudering van stukken. Aanbevelingen uit het rekenkameronderzoek van 2017
Doorwerking van de aanbevelingen
In de gemeentelijke begroting de afspraken over de beeldkwaliteit in de wijken toe te lichten en in een gebiedsverslag op wijkniveau te rapporteren over effect- en prestatieindicatoren en de resultaten van de uitvoering op de beeldkwaliteit. Het onderhoud van kapitaalgoederen realistische te plannen en te budgetteren en resultaatgericht uit te voeren.
Deels opgevolgd. In de jaarstukken van de gemeente wordt gerapporteerd over de beeldkwaliteit. Daarbij opgemerkt dat de gestelde doelen rondom beeldkwaliteit ook gaandeweg kunnen veranderen. De stad verandert en functies van gebieden veranderen mee.
Deels opgevolgd. De werkvoorraad voor onderhoud is voor de komende drie jaar goed voorspelbaar en inzichtelijk gemaakt. Voor de jaren daarna is een en ander afhankelijk van de programmering per gebied of wijk. Dit vraagt om een langere termijn scope van vijf tot tien jaar. Om dat verder te concretiseren is meer verkenning en onderzoek nodig.
Pagina 51
Een financiële vertaling van alle achterstallig onderhoud in de gemeentelijke begroting te geven.
Deels opgevolgd. Achterstallig onderhoud is weliswaar verwerkt in de begroting (bron: jaarverslag 2022) maar als dusdanig niet herkenbaar en te onderscheiden van regulier onderhoud. Zie het volgende hoofdstuk Resultaten. Tabel 6.1 deel II: Aanbevelingen uit het rekenkameronderzoek van 2017
6.1.2 Beheer en onderhoud van het gemeentelijk vastgoed Sturen op toekomstperspectief van panden Het Strategisch Portefeuilleplan is voor de afdeling Vastgoed een belangrijk stuurinstrument. In dit plan wordt toegelicht op welke wijze de gemeentelijke vastgoedportefeuille moet bijdragen aan de strategische doelstellingen van de gemeente. Op basis van het portefeuilleplan bepaalt de gemeente per pand een toekomstperspectief: consolideren, investeren, heroverwegen, tijdelijk gebruik, sloop of verkoop. De gemeente heeft nu zicht op welke panden te behouden (strategisch) en welke af te stoten (niet strategisch). Het huidige portefeuilleplan is het allereerste portefeuilleplan en in dat licht op te vatten als een nulmeting. De afspraak is om het portefeuilleplan elke twee jaar te herijken. In de commissie Ontwikkeling van 5 oktober 2023 is het Strategisch Portefeuilleplan 2023 dan ook inmiddels vastgesteld.43 Daarbij wordt meer ingezet op een optimalere aansluiting van vraag en aanbod voor het maatschappelijk vastgoed vanuit de beleidsdomeinen van de gemeente. Met het huidige portefeuilleplan wordt daarmee ervaring opgedaan. De beleidsafdelingen werken hiertoe met accommodatieplannen waarin zij precies dienen aan te geven welke accommodaties nodig zijn om (beleids)doelen te realiseren.
Op basis van de accommodatieplannen wordt daarna een vertaling gemaakt naar het benodigde meerjarige onderhoud, de middelen en capaciteit. Het portefeuilleplan weerspiegelt dan de beleidskeuzes die zijn gemaakt ten aanzien van benodigde accommodaties. Zie het voorbeeld in het onderstaande kader. Casus Oekraïense vluchtelingen Een actueel voorbeeld vanuit het beleidsterrein maatschappelijke ondersteuning is de opvang van Oekraïense vluchtelingen. Hierbij moeten er keuzes worden gemaakt over de omvang en aard van benodigde accommodaties. Daarbij wordt gekeken naar strategisch vastgoed (kernportefeuille) dat meer structureel voorzieningen biedt, of naar de niet-strategisch vastgoedportefeuille dat meer adhoc kan worden ingezet. Bron: interviews
De gemeente als opdrachtgever Tot 2022 was het onderhoud van de vastgoedobjecten binnen de sportportefeuille al ondergebracht bij SRO. Per 1 januari 2022 is het beheer en onderhoud van het overig gemeentelijk vastgoed, waarbij de onderhoudsverplichting bij de gemeente Haarlem ligt, ook ondergebracht bij SRO. SRO is een samenwerkingsverband tussen twee gemeenten en is privaatrechtelijk vorm gegeven. Er zijn twee aandeelhouders, de gemeente Haarlem en de gemeente Amersfoort. In opdracht van de gemeente Haarlem voert SRO het beheer en onderhoud uit van gemeentelijke vastgoedobjecten, waarbij SRO het operationele onderhoud weer deels wegzet bij onderaannemers. Het contract met
43 Bron: Ambtelijke verificatie van bevindingen
Pagina 52
SRO heeft een looptijd van vijf jaar en wordt na drie jaar geëvalueerd. Het omvat drie typen onderhoud: • Dagelijks onderhoud: oplossen van storingen en klachten; • Preventief en contractonderhoud: het uitvoeren van periodiek serviceonderhoud om te voldoen aan de (wettelijke) verplichtingen; • Planmatig onderhoud: het uitvoeren van groot onderhoud en vervangingen op basis van het meerjarenonderhoudsplan (MJOP). SRO stelt per object een MJOP op en de gemeente Haarlem betaalt SRO hiervoor jaarlijkse het gemiddelde tienjarig MJOP-bedrag . De MJOP’s worden een keer per vier jaar geactualiseerd, waarna het tienjarig MJOP-bedrag weer kan worden herzien. De gemeente Haarlem toetst jaarlijks de kwaliteit door een steekproef op gebouwen. Daarnaast werkt de gemeente met een auditplan voor toezicht op het contract. Professionalisering van de afdeling Vastgoed De gemeente heeft het beheer van haar vastgoed gecentraliseerd in de afdeling Vastgoed en de afgelopen jaren geïnvesteerd in professionalisering en ontwikkeling van dat beheer. Dat was nodig, omdat in de jaren 2014-2015 bleek dat het beheer en onderhoud van het vastgoed niet van voldoende kwaliteit was. De administratie was niet op orde: het zicht op aantallen, aard en de onderhoudsconditie van objecten was niet scherp. Daarnaast was er sprake van achterstallig onderhoud dat al enige jaren een hardnekkig probleem vormde.
Om het tij te keren en meer grip te krijgen op de problemen is het onderhoud voor enkele jaren uitbesteed bij verschillende marktpartijen die op basis van de NEN2767-norm onderhoud aan gebouwen uitvoeren.44 In die periode zijn ook beleidskaders voor het gemeentelijk vastgoed ontwikkeld en is de portefeuille verdeeld in strategisch en niet strategisch vastgoed. Door deze maatregelen was het beter mogelijk om te sturen op het kwaliteitsniveau van onderhoud en dit niveau te differentiëren: strategisch vastgoed heeft een hoger onderhoudsniveau dan niet strategisch vastgoed. In 2017-2018 heeft vervolgens het bureau Twijnstra Gudde een onderzoek uitgevoerd en aanbevelingen gedaan om de afdeling Vastgoed verder te professionaliseren en robuuster te maken. Op basis van deze aanbevelingen zijn in jaren daarna de volgende stappen gezet:45 1 Uitbreiding van de personele capaciteit en kwaliteit door toevoeging van functies, zoals: > Een vastgoedeconoom: verantwoordelijk voor de vastgoedexploitatieberekeningen en het aanleveren van vastgoedinformatie t.a.v. de P&C cyclus. > Een coördinator technisch beheer: verantwoordelijk voor het aansturen van het meerjaren onderhoudsprogramma en contractmanagement met externe partijen. > Een coördinator voor aan- en verkoop van vastgoed.
2 Er werd, in de periode van het onderzoek van Twijnstra Gudde, gebiedsgericht gewerkt met vier zogeheten assetmanagers met ieder een eigen stadsdeel. De gebiedsgerichte aanpak is verlaten. De assetmanagers zijn nu ingedeeld naar de functie van kapitaalgoederen, net zoals het geval is bij de Tactisch Beheerder van BBOR. Daarmee sluit de sturing op het beheer en onderhoud meer aan op de doelen van de beleidsterreinen, waar vastgoedobjecten een onderdeel van zijn. In totaal bestaat het team uit zeven assetmanagers, inclusief een assetmanager voor de vastgoedportefeuille Zandvoort.
44 Bron: interviews 45 Bron: interviews
Pagina 53
3
4 5
Ontwikkeling van de Vastgoednota Haarlem (vastgesteld door de raad op 24 januari 2018), uitwerking van de vastgoednota in een strategisch portefeuilleplan (2019) en ontwikkeling van accommodatieplannen per beleidsdomein. Planontwikkeling voor verduurzaming van de vastgoedportefeuille. Er is geïnvesteerd in de kwaliteit van de administratie en de kwaliteit van data over de objecten en contracten.
Verduurzamingsopgave In 2018 zijn de energielabels van gemeentelijke vastgoedobjecten in kaart gebracht en in 2020 is berekend wat het kost om het gemeentelijke vastgoed te verduurzamen. Zoals eerder besproken heeft de raad besloten om in eerste instantie € 9 mln. beschikbaar te stellen. Met deze middelen is de gemeente gestart met verduurzaming van een eerste tranche van 79 objecten. Deze zijn geselecteerd op basis van het zogeheten kostenefficiënt scenario. Drie kantoorgebouwen, die volgens de wettelijke verplichting per 1 januari 2023 moeten zijn voorzien van een C-label, zijn daarin meegenomen. In de informatienota Update verduurzaming gemeentelijk vastgoed uit 2022 wordt aangegeven dat alle objecten van de gemeente met een kantoorfunctie, die niet op korte termijn gesloopt of afgestoten worden, aan het C-label voldoen.46 Wij merken daarbij op dat in de procesopdracht uit 2022 voor renovatie en verduurzaming van het gebouw voor Natuur en Milieu Educatie (NME-gebouw) wordt aangegeven dat het niet aan het C-label voldoet, terwijl dat wel vanaf 2023 een wettelijke verplichting is. De afdeling Vastgoed heeft ook gerapporteerd dat het voor 1 januari 2023 niet voldoet aan de C-label verplicht, omdat de gemeente binnen afzienbare tijd overgaat tot grootschalige renovatie.
Om die reden heeft de gemeente respijt gekregen van handhaving.47 Zie het volgende kader voor een beschrijving van de renovatieplannen rondom het NME-gebouw. Bij de behandeling van de Kadernota 2023 heeft de raad een krediet beschikbaar gesteld van € 2,5 mln. voor renovatie en verduurzaming van dit gebouw in de Haarlemmer Kweektuin. Dit besluit kwam voort uit een motie ‘NME-gebouw verduurzaamd’ van de raad. Het jaar 2022 stond in het teken van de voorbereiding voor de uitvoering van maatregelen. Hierbij is gekeken naar welke maatregelen met het lopende MJOP van een pand gecombineerd zouden kunnen worden.48 De afdeling Vastgoed staat nu aan de vooravond van de daadwerkelijke uitvoering. De eerste opdrachten voor 50 objecten zijn uitgezet in de markt. 49 Het uitgangspunt is dat SRO de maatregelen uitvoert, maar vanwege krapte in de capaciteit is ook gekeken welke maatregelen direct in markt kunnen worden uitgezet. Daarnaast kijkt de afdeling Vastgoed of de gemeente aanspraak kan maken op landelijke subsidieregelingen. In 2022 is namelijk de DUMAVA-regeling (Duurzaam Maatschappelijk Vastgoed) beschikbaar gekomen en vanaf medio september 2023 kunnen weer een investeringssubsidies worden aangevraagd door eigenaren van maatschappelijk vastgoed. Met toekenning van subsidie is er voor Haarlem ruimte voor extra maatregelen.
46 Bron: informatienota Update verduurzaming gemeentelijk vastgoed., 2022/1512753 47 Bron: Ambtelijke verificatie van bevindingen 48 Bron: informatienota Update verduurzaming gemeentelijk vastgoed., 2022/1512753 49 Bron: interviews
Pagina 54
Casus Natuur- en Milieueducatie gebouw (NME-gebouw Kleverlaan 11) DE TECHNISCHE- EN BEELDKWALITEIT Het gebouw had van oorsprong geen publieke functie en is midden jaren ’80 gebouwd. Er zijn toen vooral goedkope materialen toegepast die veel onderhoud vragen en waar hoge onderhoudskosten mee gemoeid zijn. Omdat het geen publieke functie had is gekozen voor sober onderhoud, waarmee langzamerhand het kwaliteit van het gebouw achteruit is gegaan. Na renovatie is het de bedoeling om het kwaliteitsniveau te verhogen. DE FUNCTIONELE KWALITEIT De NME zit op zes locaties in de stad en ontvangt ongeveer 200.000 bezoekers per jaar. De NME verzorgt en ondersteunt educatieve activiteiten op het terrein van: biodiversiteit, ecosysteemdenken, dierenwelzijn, duurzame voedselproductie, klimaat en circulaire economie. Een van de locaties van NME is het gebouw aan de Kleverlaan 11. Het vernieuwde NME-gebouw en het terrein moeten een brug slaan naar de inwoners van Haarlem om bewust te worden wat er mogelijk is op het terrein van verduurzaming en hen daarover te informeren.
Het doel is om het gebouw hiervoor te renoveren en het om te vormen naar een duurzaamheidspaviljoen met meerdere functies: > Een publieksfunctie voor inwoners waar zij informatie kunnen opdoen over thema’s zoals Natuur en Stad, Voedsel en Gezondheid, Dier en Mens, Klimaatverandering en Energietransitie, Gebruik en hergebruik van grondstoffen. Tevens kunnen inwoners inspiratie opdoen over wat zij zelf kunnen doen in hun eigen woon- en werkomgeving. > Het moet onderdak bieden aan het hoofdkantoor van de NME en ruimte voor de Stichting Haarlemmer Kweektuin. OPGAVE- EN GEBIEDSGERICHT GERICHT WERKEN Het gebouw van de NME aan de Kleverlaan 11 heeft een centrale positie in de Haarlemmer Kweektuin, onderdeel van de zogeheten Kleverlaanzone. Deze zone is een groene long. Vanaf 2013 was het al de ambitie om van het terrein een voorbeeld te maken van het denken in duurzaamheid. Nu is het vanwege de grotere aandacht voor het klimaat en de bedreiging van de biodiversiteit een groot project geworden, waarvoor veel capaciteit en geld is bestemd om dat ook te realiseren. Er is sprake van een opgavegerichte aanpak, want het project dient meerdere doelen tegelijkertijd.
De procesopdracht gaat hier uitvoerig op in, we noemen hier kort enkele voorbeelden:50 > Versterken van een aantrekkelijke woon- en werkstad: eigentijds ontwerp passend in het karakter van de Kleverlaanvisie, de NME, de Stichting Haarlemmermeer Kweektuin en het fysieke domein. > Versterken van het sociale weefsel: een ontmoetingsplek voor uitwisseling van informatie en een inspiratieplek. > Klimaatbestendig Haarlem: het wordt een klimaatadaptief gebied en gebouw. > Energietransitie: het wordt een energieneutraal gebouw. Dit vraagt om een samenhangende aanpak tussen vastgoedmanagement, onderhoud en beheer en de gebruikers. Uit gesprekken blijkt dat er nog wel verschillende belevingen bestaan over hoe dat nu gaat en ook nog meer onderlinge afstemming vraagt over hoe een en ander aan te pakken. Een eenvoudig voorbeeld is dat op enig moment de geiser defect was. Een reparateur vervangt de geiser en handelt hier conform de onderhoudsopdracht zoals gesteld. De gebruiker stelt dat het de opgave is om meteen te verduurzamen en dat direct ingespeeld had kunnen worden door een duurzame oplossing te kiezen: “dus niet onderhouden van hetgeen er al is, maar direct inspelen op datgene wat er moet komen”.51 Vastgoedmanagement geeft aan dat dit met de huidige spelregels nog niet goed kan.
De spelregels tot op heden zijn dat zaken worden vervangen op het zogenaamde natuurlijke vervangingsmoment: het moment wanneer de technische- en/of economische levensduur is verstreken en er een reparatie nodig is.
Pagina 55
6.2 Betrekken van inwoners Uit verschillende documenten en gesprekken volgt dat inwoners worden betrokken bij het beheer en onderhoud van hun wijk of buurt. Daaruit blijkt dat participatie een reguliere werkwijze is binnen visie- en herinrichtingsprojecten binnen Haarlem. Behoeften en wensen van inwoners, maar ook allerlei andere belanghebbenden, worden geïnventariseerd. Zij kunnen hun zienswijze geven op de plannen en daarmee invloed uitoefenen, zie de onderstaande kaders als een voorbeeld. Participatie is een werkwijze die Haarlem al lange tijd hanteert binnen het beheer en onderhoud van de openbare ruimte. Ook als het gaat om meer richtlijnen voor de inrichting van gebieden binnen Haarlem, zoals de ontwikkeling van de handboeken voor de inrichting van openbare ruimten per gebied. Als voorbeeld is er het Handboek inrichting openbare ruimte voor Schalkwijk en Noord. De raad heeft in 2006 het college opgedragen handboeken per gebied te maken, die een leidraad moeten zijn voor vervangings- en herinrichtingsprojecten. De handboeken voor Schalkwijk en Noord zijn door het college eind 2016 vastgesteld.52 Het collegebesluit bevat een uitgebreide inspraaknota waarin alle inspraakreacties van belanghebbenden en het antwoord van de gemeente is opgenomen. Inwoners en belanghebbenden konden hun zienswijze geven tijdens een inspraakbijeenkomst en konden ook schriftelijk reageren.
Voor de goede orde merken wij op dat wij niet verder hebben onderzocht wat het effect is van de participatietrajecten: heeft de gemeente het doel bereikt met participatie en wat is de feitelijke invloed van inwoners en andere belanghebbenden op de richtlijnen en plannen? Het antwoord op deze vragen strekt te ver voor het voorliggende onderzoek en vraagt om een specifiek onderzoek naar inwonersparticipatie.
50 Procesopdracht Kleverlaan 11 ‘omvorming duurzaamheidspaviljoen’, 2022/1485006 51 Bron: interviews 52 Bron: collegebesluit Handboeken Inrichting Openbare Ruimte Schalkwijk en Noord, 2016-29251
Pagina 56
Casus park Schoterbos53 Het project Schoterbos loopt al lange tijd. In april 2020 was het voorlopige ontwerp van het Schoterbos gereed, dat met een participatie- en inspraaktraject tot stand is gekomen. Er werden 35 zienswijzen ingediend. Ook het beheer- en onderhoudsplan van Schoterbos is onderdeel van een participatieproces. Het concept van dit plan zit nu nog in een ronde voor op- en aanmerkingen van participanten. Het gehele project bestaat uit verschillende fases en per fase is geparticipeerd door belanghebbenden. In deel 1 is met de A-BOS gesproken. A-BOS staat voor Adviescommissie Beheer en Onderhoud Schoterbos. Deze commissie is voortgekomen uit de participatie rond fase 1 en bestaat uit de organisaties die in het park zijn gevestigd (Artisklas, Ecosol, Schooltuinen, Schotertuin, Stayokay), de aanliggende wijkraden (Sinnevelt en Delftwijk Waterbuurt), de Haarlemse Bomenwachters, de Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging (KNNV) en de Vogelwerkgroep ZuidKennemerland (IVN). Op 17 oktober 2019 is een speciale bijeenkomst belegd waar de leden van de ABOS zijn geïnformeerd over het participatie/inspraakproces en waar met hen als eerste van gedachten is gewisseld over het voorliggende schetsontwerp.
Voor deze avond waren ook uitgenodigd de wijkraden Indische Buurt en Planetenbaan, de Fietsersbond, het lokale jongerenwerk, de Hengelsportvereniging Haarlem en twee hondenbezitters. In deel 2 zijn op basis van de input van de A-BOS de verschillende aandachtspunten benoemd met mogelijke oplossingen. Deze zijn op 23 november 2019 aan de omwonenden gepresenteerd. Dit gebeurde in een tent in het park. Ongeveer 150 buurtbewoners hebben van de gelegenheid gebruik gemaakt om de plannen te komen bekijken en hun wensen kenbaar te maken in discussie met de ontwerpers en de beheerders. Ook was er de mogelijkheid een participatieformulier in te vullen, 61 mensen hebben dit gedaan. De uitnodiging voor de bijeenkomst is gedaan met een huis-aan-huis verspreide bewonersbrief, aankondigingen in de wijkkranten of op de websites van de wijkraad, de gemeentelijke digitale (buurt)nieuwsbrief, op Facebook en op drie spandoeken in het park. In deel 3 is het concept-Voorlopig Ontwerp (concept-VO) aan de buurt gepresenteerd. In een uitgebreide flyer is het concept-VO toegelicht en zijn de participatiepunten teruggekoppeld. Het concept-VO is op 12 maart 2020 ter visie gelegd (t/m 16 april 2020).
Het oorspronkelijke plan was om buurtbewoners de kans te geven om vragen te stellen op 16 maart 2020 in een inloopbijeenkomst Deze inloopbijeenkomst is aangekondigd in een bewonersbrief en met spandoeken in het park. De komst van het coronavirus gooide hier echter roet in het eten. Na rijp beraad is besloten om de buurten nogmaals een bewonersbrief te sturen waarin zij geattendeerd zijn op de website van de gemeente, waar zowel het VO, als de toelichtende flyer bekeken konden worden. Voorts is uitgelegd hoe eventueel een zienswijze zou kunnen worden ingediend. In totaal zijn er 35 zienswijzen ingediend. Veel voorkomende thema’s waren het gebrek aan bankjes en prullenbakken in het huidige park, de veiligheid (kruising fietspaden, voetpaden en hondenlosloopgebied), de aansluiting van de fietsroutes op de omgeving, de wateroverlast en de speelmogelijkheden. Heel plezierig en stimulerend zijn de vele positieve opmerkingen over het resultaat van het groot onderhoud tot nu toe. Men is blij en tevreden met de veranderingen die het park mooier en plezieriger hebben gemaakt.
53
Bronnen: zienswijzennota, Voorlopig Ontwerp Schoterbos vervolgfase en interviews, april 2020
Pagina 57
Wadi’s in de Landenbuurt De Landenbuurt is een buurt in het stadsdeel Schalkwijk. Samen met inwoners is gekeken naar hoe klimaatadaptieve maatregelen kunnen worden genomen. Zo is er bijvoorbeeld gewerkt aan een wadi met een nieuw beplantingsplan, hier is het ontwerp van samen met de omwonenden uitgewerkt . Bron: interviews
Pagina 58
7
De resultaten van het beheer en het onderhoud In dit hoofdstuk worden de deelvragen 7 en 8 behandeld. In de vorige hoofdstukken is het beleid, de uitvoering en werkwijze van de gemeente beschreven. In dit hoofdstuk zoomen we in waar het uiteindelijk om gaat: de resultaten van het beleid en de uitvoering daarvan. Hiertoe zijn documenten zoals jaarstukken en bestuursrapportages bestudeerd en gesprekken gevoerd. DE DEELVRAGEN 7 In hoeverre worden de beleidsdoelen gerealiseerd, waaronder het gewenste kwaliteitsniveau en verduurzaming van kapitaalgoederen? 8 Wat is de stand van zaken van de lopende beheer- en onderhoudsplannen en de benutting van financiële middelen? > In hoeverre worden de lopende beheer- en onderhoudsplannen gerealiseerd en in hoeverre worden de financiële budgetten benut? > Wat zijn verklaringen voor het wel of niet realiseren van de onderhouds- en verduurzamingsplannen of het wel of niet benutten van financiële budgetten: wat zijn barrières en stimulansen?
7.1 De realisatie van de doelen openbare ruimte en riolering Beleidsdoelen en realisatie In hoofdstuk 4 zijn de beleidsdoelen genoemd die de gemeente wil bereiken met het beheer en onderhoud van de kapitaalgoederen in de openbare ruimte en riolering. We presenteren hieronder in tabelvorm een korte samenvatting van de doelen en in hoeverre de gemeente de doelen tot op heden weet te realiseren. Met betrekking tot het laatste onderscheiden we daarbij maatschappelijke effecten (waar is het uiteindelijk om te doen, wat merkt de samenleving?) en uitvoeringsprestaties (wat hebben we daarvoor gedaan?). Maatschappelijke effecten zijn vooral aan de orde voor de doelen rondom functionele kwaliteit, belevingskwaliteit en klimaatadaptatie. Hier zijn de doelen namelijk ook op het niveau van maatschappelijke effecten geformuleerd. Als bron voor inventarisatie van resultaten zijn de bestuursrapportages, jaarverslagen, het hoofdstuk ‘De kwaliteiten die we nu al realiseren’ uit het Strategisch Beheerplan Openbare Ruimte 2022-2031 en gebiedsjaarverslagen bestudeerd. Dit zijn immers de P&Cproducten die licht zouden moeten schijnen op de beleidsrealisatie van de gemeente. De gebiedsverslagen zijn een product van de afdeling Programma- en Gebiedsmanagement (PG) om buiten de reguliere P&C producten over de voortgang van hun (specifieke) gebiedsopgave te rapporteren.
De gebiedsverslagen worden door BBOR niet als zodanig ingezet; BBOR houdt de reguliere producten vanuit de P&C cyclus aan om het bestuur en de gemeenteraad te informeren over programmering en realisatie.
Pagina 59
De doelen: • Maatschappelijke doelen • Uitvoeringsdoelen Technisch gestuurde openbare ruimte
Resultaten: • Maatschappelijke effecten • Uitvoeringsprestaties
Minimaal conditieniveau 3 op basis van NEN-2767 normering.
UITVOERINGSPRESTATIES Voor bomen, verkeersinstallaties, openbare verlichting, spelen, oevers is het gewenste conditieniveau in 2021 gerealiseerd. Tekortkomingen zijn er ten aanzien van verhardingen en beweegbare bruggen: • In 2020 is de technische kwaliteit voor de gehele stad gemeten op wegvakniveau. Het voldoet niet aan het gewenste conditieniveau, de technische onderhoudsbehoefte is sterk toegenomen en er heeft zich een grote onderhoudsbehoefte opgebouwd van meer dan € 120 mln. • Van de twaalf beweegbare bruggen hebben twee een slechte onderhoudsstaat. Er is een plan van aanpak opgesteld om de komende jaren een inhaalslag te maken.
•
Beeldgestuurde openbare ruimte Minimaal 90% op beeldkwaliteitsniveau A- en B op basis van CROW-systematiek.
Functionele kwaliteit MAATSCHAPPELIJK DOEL Het realiseren van zoveel als mogelijk maatschappelijke opgaven (de zes strategische keuzes uit de Omgevingsvisie) voor een bepaald gebied, wijk of buurt.
UITVOERINGSPRESTATIES In 2021 is streefwaarde B voor de beeldkwaliteit gerealiseerd. In 2022 is streefwaarde B niet behaald, door achterstand groot onderhoud van verhardingen en door veel regenval en stormen. Ook het hogere A-kwaliteitsniveau in winkelcentra en knooppunten wordt nog niet gehaald.
MAATSCHAPPELIJK EFFECT De gebiedsverslagen bieden zicht op de realisatie van gebiedsopgaven. Per gebied worden de doelen geformuleerd met betrekking tot verschillende opgaven en wordt een samenvatting weergegeven van resultaten en ontwikkelpunten. Bijvoorbeeld: 1 Zuid-West: bewoners zijn gelukkig en er is veel aandacht uitgegaan naar vergroening en inwoners ontplooien ook zelf initiatieven. Heikel punt is mobiliteit. 2 Centrum: leegstand zit op een gezond niveau en bezoekersaantallen nemen weer toe. Waakzaamheid is nog wel geboden ten aanzien van de vitaliteit. Er zijn verschillende groeninitiatieven uitgevoerd. 3 Et cetera voor de andere gebieden.
Pagina 60
De doelen: • Maatschappelijke doelen • Uitvoeringsdoelen UITVOERINGSDOEL
Resultaten: • Maatschappelijke effecten • Uitvoeringsprestaties UITVOERINGSPRESTATIES
In projecten worden meerdere gebiedsopgaven in samenhang uitgevoerd, de meerjarenprogrammering en projectplannen voor een gebied, wijk of buurt sluiten hierop aan. Te starten met twee buurten per jaar.
Herinrichtingsplannen zijn erop gericht om meerdere maatschappelijke opgaven in een project te realiseren. Daar zijn verschillende voorbeelden van aangetroffen. De verantwoording van de werkzaamheden zijn per gebied digitaal beschikbaar in het gebiedsverslag. Ook hier wordt over verschillende opgaven gerapporteerd zoals leefbaarheid, sociale veiligheid, duurzaamheid, bereikbaarheid, economie et cetera.
Belevingskwaliteit MAATSCHAPPELIJK DOEL
MAATSCHAPPELIJK EFFECT
50% van de inwoners is tevreden over de fysieke leefomgeving en zij beoordelen de kwaliteit met een 7, te meten via een inwonerspeiling.
Het tevredenheidsniveau lag in 2020 op een 6,5 en lag in Schalkwijk en Oost met een 6,2 op het laagste niveau. De tevredenheid van de inwoners lag in 2021 en 2022 ook nog niet op het niveau van het doel van de gemeente.
UITVOERINGSDOEL
UITVOERINGSPRESTATIES
Behoeften en wensen van inwoners worden meegenomen in beheer- en onderhoudsplannen. Hiertoe zet de gemeente participatietrajecten in.
Participatie door inwoners is een reguliere werkwijze in projecten.
Klimaatbestendige fysieke leefomgeving MAATSCHAPPELIJK DOEL
MAATSCHAPPELIJK EFFECT
Haarlem is in 2050 klimaatbestendig.
In welke mate dit doel zal worden gerealiseerd wordt helderder wanneer, na de nulmeting in 2016, in 2026 weer een stresstest en simulatie wordt uitgevoerd.
UITVOERINGSDOEL
UITVOERINGSPRESTATIES
Realiseren van het basisveiligheidsniveau voor de openbare ruimte.
De gemeente werkt aan het beperken van wateroverlast en -tekort door:
1
Afkoppelen van hemelwater van het riool. Dit is lopend werk en in verslagen worden diverse projecten benoemd. Het is echter niet helder hoeveel km riool inmiddels is afgekoppeld in realisatie tot het doel.
Pagina 61
De doelen: • Maatschappelijke doelen • Uitvoeringsdoelen
Resultaten: • Maatschappelijke effecten • Uitvoeringsprestaties 2 Vergroten van de bergingscapaciteit voor water, verbeteren van infiltratie hemelwater (waterdoorlatende verhardingen en vergroening) en verbeteren van drainage. Dit is lopend werk en in verslagen worden diverse projecten benoemd. Het is echter niet helder hoeveel bergingscapaciteit, drainage et cetera is gerealiseerd in relatie tot de risicogebieden en doelen. 3
4
Voorkomen van hittestress door vergroening. Er is een toename van het aantal hectares groen en het oppervlak van ecologisch beheerd groen is toegenomen. Of dit substantieel genoeg is om de doelen te realiseren is niet herleidbaar uit rapportages. Stimuleren dat inwoners ook zelf maatregelen nemen. • Eerste actiedag tegelwippen heeft opgeleverd dat 640 m² aan tegels is gewipt. Of dit substantieel genoeg is om de doelen te realiseren is niet herleidbaar uit rapportages. • In de gebiedsverslagen worden ook diverse initiatieven van inwoners en ondernemers genoemd.
Pagina 62
Achterstallig onderhoud Bij een te grote werkvoorraad kan een deel van het areaal dat onder de kwaliteitsnormen blijft niet binnen een acceptabele termijn van vier jaar worden hersteld. Dan is er sprake van achterstallig onderhoud. Het begrip achterstallig onderhoud vraagt ons inziens, gelezen de toelichting in het jaarverslag 2022 van de gemeente, wel om een nuancering. De gemeente wil voor een effectieve aanpak en opgavegerichte werkwijze bij onderhoud zoveel als mogelijk werken combineren. Het gevolg kan zijn dat bijvoorbeeld het onderhoud van een riolering wordt uitgesteld om dit te combineren met het onderhoud van de bovenliggende weg. Er is dan sprake van uitgesteld onderhoud en als dat de termijn van vier jaar overstijgt ook sprake van weloverwogen gekozen achterstallig onderhoud. Als dat niet het geval is en het achterstallig onderhoud is veroorzaakt door slechte tijdsplanning, onvoldoende capaciteit et cetera, dan is er sprake van niet weloverwogen en te voorkomen achterstallig onderhoud. Conform het jaarverslag 2022 is er binnen Haarlem geen sprake van het doorschuiven van groot onderhoud en vervanging van 2022 naar 2023. Tegelijkertijd groeit de werkvoorraad en dat betekent dat het geprogrammeerde en noodzakelijke onderhoud moet stijgen om het door de raad vastgestelde beeldkwaliteitsniveau in stand te houden.
Er is al sprake van achterstallig onderhoud en bij gelijk realisatietempo zal dit alleen nog maar verder stijgen. Daarbij wordt opgemerkt dat het nog niet leidt tot onveilige situaties. Uit het jaarverslag 2022 is verder niet te destilleren hoe groot het probleem van achterstallig onderhoud precies is in termen van aantal km wegen en straten, m² groen et cetera. Enkel de ontwikkeling van de onderhoudsvoorraad wordt gepresenteerd in termen van de hoeveel financiële middelen die nodig zijn om de totale voorraad te kunnen verwerken, zie de onderstaande tabel. Welk deel daarvan achterstallig onderhoud betreft, en welk deel daarvan acceptabel is, is niet scherp. Dat is ons inziens opmerkelijk. Zoals eerder genoemd werd in 2013, in de Visie en strategie Beheer en Onderhoud 2013-2022, gesteld dat het toenmalige achterstallig onderhoud binnen een aanvaardbare hoeveelheid was teruggebracht. In de visie is te lezen dat binnen de toenmalige landelijke geaccepteerde norm maximaal 15% van het totale areaal zich op het kwaliteitsniveau C en D bevond. Tevens zou, conform de op te stellen MJOP’s, scherper zicht moeten komen op de omvang van het achterstallig onderhoud.
Kapitaalgoederen Openbare Ruimte (bedragen x € 1 miljoen) Bronnen: jaarstukken 2020 t/m 2022, paragraaf 3.3 Onderhoud Wegen, straten en pleinen Riolering Water (kunstwerken, oevers) Groen en Spelen Openbare verlichting en VRI Strategisch beheerplan OR Klimaatadaptatie Reserve beheer en onderhoud OR Totaal
Primaire Realisatie Primaire begroting begroting
Realisatie
Primaire Realisatie Ontwikkeling onderhoudsvoorraad begroting
2020 25.153 11.343 3.397 5.181 1.088
2020 13.274 2.884 2.432 2.005 2.116
2021 14.188 12.687 4.064 6.011 1.185
2021 5.578 4.869 2.670 3.772 749
2022 15.798 8.850 4.460 5.224 580
2022 15.983 8.133 2.327 3.728 392
46.162
22.711
38.135
17.638
34.912
30.563
2023 14.631 7.095 3.373 4.138 951 340 548 31.076
2024 15.675 9.903 2.191 4.639 866 340 33.614
2025 19.593 8.523 2.341 7.052 410 2.850 2.090 42.859
2026 22.148 9.673 1.176 7.058 460 5.700 3.400 49.615
2027 23.216 8.830 1.626 6.728 485 5.700 3.400 49.985
Tabel deel II 7.1: ontwikkeling van de onderhoudsvoorraad van kapitaalgoederen in de openbare ruimte
Met de wens om meer opgavegericht te beheren kan ook met verschillende blikken worden gekeken naar het begrip achterstallig onderhoud. Door enkel te sturen de technische- en beeldkwaliteit van de objecten in de openbare ruimte is de definitie van achterstallig onderhoud scherp. Om te bepalen of extra inspanningen nodig zijn weegt de gemeente echter nu een mix van zaken tegen elkaar af: de meldingen van inwoners en bedrijven, technische inspectierapporten, adviezen van
Pagina 63
domeinteams et cetera.54 Op basis van dat materiaal wordt bekeken wat nodig is. Ook laat de gemeente Haarlem de beeldkwaliteit meer los door nieuwe inzichten rondom biodiversiteit. Zo laat de gemeente bloemen in de bermen bloeien als dat verder geen gevolgen heeft voor bijvoorbeeld de veiligheid. Hoge groei van het gewas in de bermen werd in het verleden gezien als achterstallig onderhoud. Nu wordt dit anders bekeken, het draagt bij aan vergroening en biodiversiteit en er wordt in dat kader gesproken over ecologisch maaien. Dat wordt ook nogal eens opgevat als een bezuiniging, maar dat is het niet. Om ecologisch te maaien is bijvoorbeeld een investering in andere apparatuur nodig. De consequenties van een andere manier van onderhoud moeten dus goed in beeld zijn en het is belangrijk hier de raad goed over te informeren (zie het strategisch beheerplan).
7.2 Realisatie van uitvoeringsdoelen van vastgoed In het hoofdstuk 4 zijn de beleidsdoelen genoemd die de gemeente wil bereiken met het beheer en onderhoud van het gemeentelijk vastgoed. We presenteren hieronder in tabelvorm een korte samenvatting van de doelen en in hoeverre de gemeente de doelen tot op heden weet te realiseren. Als bron voor inventarisatie van resultaten zijn bestuurs- en voortgangsrapportages gebruikt, alsmede een recente rapportage van SRO. De doelen: • Maatschappelijke doelen • Uitvoeringsdoelen Technisch gestuurd Het technische onderhoudstreefniveau is niveau 3 van de landelijk norm NEN 2767.
Resultaten: • Maatschappelijke effecten • Uitvoeringsprestaties UITVOERINGSPRESTATIES: KPI VOOR SRO •
•
Functionele kwaliteit MAATSCHAPPELIJK DOEL De voorziening levert een bijdrage aan de beleidsdoelen van de gemeente.
63% van de totale portefeuille voldoet aan de afgesproken KPI. 37% van de objecten voldoet niet aan de conditiescore; dit betreffen objecten waarbij de conditiescore niet van toepassing is of geen eigen conditiescore hebben.
Nog geen gegevens voorhanden. Het opstellen van accommodatieplannen is nog een lopend traject en moet nog landen in actualisatie van het portefeuilleplan.
UITVOERINGSDOEL Onderhoudsprogramma’s en -activiteiten zijn afgestemd op het accommodatieplan, zoals opgesteld vanuit de verschillende beleidsdomeinen.
Belevingskwaliteit MAATSCHAPPELIJK DOEL
MAATSCHAPPELIJK EFFECT: KPI VOOR SRO
Gebruikers zijn tevreden met de accommodatie.
Nog geen gegevens voorhanden. Het is een van de KPI’s voor SRO. Onderzoek gepland in november 2023, beeld zichtbaar in januari 2024.
UITVOERINGSDOEL
UITVOERINGSPRESTATIES
Behoeften en wensen van gebruikers worden meegenomen in beheer- en onderhoudsplannen.
Nog geen gegevens voorhanden.
54 Bron: interviews
Pagina 64
De doelen: • Maatschappelijke doelen • Uitvoeringsdoelen Verduurzaming MAATSCHAPPELIJK DOEL
Resultaten: • Maatschappelijke effecten • Uitvoeringsprestaties
Het streefdoel is 55% CO₂-reductie in 2030 en het einddoel 95% CO₂-reductie in 2050.
Nog geen gegevens voorhanden.
UITVOERINGSDOEL
UITVOERINGSPRESTATIES
Hiertoe moet vrijwel al het strategisch vastgoed van de gemeente Haarlem worden verduurzaamd.
De gemeente is gestart met verduurzaming van een eerste tranche van 79 objecten. De eerste opdrachten voor 50 objecten zijn uitgezet in de markt.
Per 1 januari 2023 moeten alle kantoorpanden voldoen aan het C-label.
In de informatienota ‘update verduurzaming gemeentelijk vastgoed’ uit 2022 wordt aangegeven dat alle objecten van de gemeente met een kantoorfunctie, die niet op korte termijn gesloopt of afgestoten worden, aan het C-label voldoen.55
MAATSCHAPPELIJK EFFECT
In de informatienota is benoemd dat een tweetal kantoorgebouwen niet per 1 januari 2023 voldoen aan de Clabel. Een betreft het NME-gebouw (op korte termijn grootschalige renovatie) en het andere kantoorgebouw staat voor 2024 gepland voor sloop/nieuwbouw (locatie: Prinses Beaxtrixdreef).
Toegankelijkheid MAATSCHAPPELIJK DOEL Gemeentelijk vastgoed is toegankelijk voor mensen met een lichamelijke beperking.
In totaal gaat het om 56 objecten conform de uitvoeringsplanning VG 2020-2024. T/m 2022 zijn 20 panden aangepast.56
55 Bron: informatienota Update verduurzaming gemeentelijk vastgoed., 2022/1512753 56 Bron: Stand van zaken project toegankelijkheid gemeentelijk vastgoed.
Pagina 65
8
De rol van de raad In dit hoofdstuk wordt de deelvraag 9 behandeld. DE DEELVRAGEN 9 Hoe wordt de raad door het college in staat gesteld om zijn kaderstellende en controlerende rol uit te oefenen? > Heeft de raad een helder zicht over de kwaliteit van kapitaalgoederen in het algemeen en op wijkniveau in het bijzonder? > Heeft de raad een helder zicht op de omvang en aard van eventueel achterstallig onderhoud en de (financiële) middelen die nodig zijn om dat op te lossen? > Welke beheersings- en stuurinformatie verstrekt het college aan de raad? > Komt deze informatieverstrekking tegemoet aan de behoefte van de raad?
8.1 De kaderstellende rol van de raad Kapitaalgoederen zijn geen doel op zich, maar middelen om maatschappelijke opgaven te realiseren. In veel gevallen draagt een kapitaalgoed ook bij aan meerdere maatschappelijke opgaven tegelijkertijd. Dat blijkt ook uit het beleid van de gemeente Haarlem om kapitaalgoederen opgavengericht te beheren en te onderhouden: de gemeente wil met het beheer en onderhoud van kapitaalgoederen zoveel als mogelijk opgaven voor een gebied, wijk of buurt realiseren. Vanuit deze ontwikkeling kan de raad op allerlei terreinen kaders stellen die van invloed zijn op het beheer en onderhoud van kapitaalgoederen. Bijvoorbeeld: als de raad vanuit opgaven binnen het sociaal domein het belangrijk vindt om de sociale cohesie te versterken, dan kan het plaatsen van middelen in de openbaren ruimte die ontmoeting tussen mensen stimuleren, daaraan een bijdrage leveren. Denk aan het plaatsen van bankjes, speel- of kunstobjecten, het aanleggen van een park of het voorzien in een accommodatie waar mensen bij elkaar komen zoals een theater, bibliotheek, sportcomplex et cetera. Dit maakt dat kaderstelling en besluiten van de raad op allerlei beleidsterreinen doorwerken op het beleid ten aanzien van kapitaalgoederen. Om het enigszins te vereenvoudigen beperken we ons hieronder tot de hoofdlijnen.
De raad van de gemeente Haarlem wordt door het college in staat gesteld om kaders te stellen ten aanzien van: > Een ruimtelijke visie en beleid op Haarlem als geheel en op gebieden binnen Haarlem. Denk aan de Omgevingsvisie of verbijzonderde gebiedsvisies et cetera. Met de nieuwe Omgevingswet worden allerlei opgaven en wettelijke kaders geïntegreerd in een visie en met de Omgevingsvisie heeft de raad zes strategische opgaven vastgesteld. > Strategische plannen voor langere termijn. Voor kapitaalgoederen in de openbare ruimte het Strategisch Beheerplan Openbare Ruimte voor tien jaar en het Verbrede Rioleringsplan. Voor gemeentelijk vastgoed de Vastgoednota en het Portefeuilleplan Vastgoed. Maar ook voor grote majeure opgaven zoals de Energiestrategie (regionaal en lokaal) en het Strategisch Plan Klimaatadaptatie. De strategische plannen sluiten aan op de vastgestelde strategische opgaven uit de Omgevingsvisie. De strategische plannen gaan een stapje verder door uit te werken wat nodig is om de opgaven op lange termijn te realiseren. Hier wordt onder andere per kapitaalgoed en functie het gewenste kwaliteitsniveau van de openbare ruimte en het vastgoed vastgelegd en hoe daarop wordt gestuurd. Het gaat dan binnen Haarlem om de technische-, beeld-, functionele- en belevingskwaliteit.
In het Strategische Klimaatadaptatieplan en de Energiestrategie worden de doelen voor lange termijn vastgelegd en op hoofdlijnen waarin de
Pagina 66
>
>
gemeente wil investeren hoe deze doelen te realiseren en wat verwacht wordt aan bijdragen van anderen, waaronder inwoners en bedrijven. Beleidsplannen voor de verschillende onderhoudsdomeinen. Het gaat hier om beleidsplannen voor een specifiek type kapitaalgoed. Als voorbeeld: het Groenbeleidsplan is voorgelegd aan de raad voor een besluit. Projectmatige herinrichtingsplannen voor een gebied, wijk of buurt. Bij grootschalige projecten wordt de raad vooraf door het college in positie gebracht door in een startnotitie de kaders en eventuele keuzes of dilemma’s aan de raadscommissie voor te leggen. Het vaststellen van het uiteindelijke ontwerp is een collegebevoegdheid, het beschikbaar stellen van de benodigde financiële middelen is een bevoegdheid van de raad.
De raad kan invloed uitoefen op al deze stukken (of lopende het beleid) door voorstellen te doen aan het college, al dan niet via aangenomen moties en amendementen. De raad van Haarlem doet dit ook, zie voorbeelden in het onderstaande kader. Verduurzaming van gemeentelijk vastgoed Met de aanname van een ingediend amendement heeft de raad gekozen voor een kostenefficiënt scenario voor verduurzaming van het gemeentelijk vastgoed met een ondergrens van een minimale investering van € 10.000,-. Het laatste met uitzondering van de gemeentelijke kantoorgebouwen, die hoe dan ook per 1 januari 2023 aan het wettelijk verplichte C-label moeten voldoen. Met een kostenefficiënt scenario wordt bedoeld een maatregelenpakket waarbij er per object de meeste CO₂-reductie is te behalen per geïnvesteerde euro. Toegankelijkheid van gemeentelijk vastgoed De opgave om gemeentelijk vastgoed beter toegankelijk te maken voor mensen met een lichamelijke beperking is aangewakkerd door een aangenomen motie van de raad over dit onderwerp. Deze motie kwamen voort uit het in 2016 geratificeerde Verdrag van de Verenigde Naties over de rechten van mensen met een beperking. Om uitvoering te geven aan de moties, zijn voor 82 gemeentelijke panden inspecties uitgevoerd en voor elk pand zijn aanbevelingen voor te nemen maatregelen gedaan. Vanuit een projectbudget zijn eerste panden aangepakt.
Integraal denken herinrichting en riool Met een aangenomen motie verzoekt de raad het college bij een voorlopig ontwerp voor herinrichting van de openbare ruimte de raad altijd te informeren over de kwaliteit van het riool en de voorziene vervangings- en afschrijvingstermijn en dit te relateren aan het herinrichtingsproject. De vertaalslag naar de uitvoering voor beheer en onderhoud van kapitaalgoederen, via meerjarige programma’s en uitvoeringplannen, wordt door het college vastgesteld. Het college legt dergelijke programma’s en plannen wel voor ter bespreking met de raad. Ook heeft het college voor de vertaling van beleid naar plannen voor gebieden handboeken per gebied vastgesteld voor de inrichting van de openbare ruimte. Zo is voor de Binnenstad het handboek door het college vastgesteld in 2007, en in 2016 het handboek voor Schalkwijk en Noord. Bij het vaststellen van het Plan van Aanpak extra onderhoudsbudgetten (BOR 2006/2415), heeft de raad namelijk het college opgedragen Handboeken inrichting openbare Ruimte (HIOR) voor de vijf stadsdelen te maken. Het vaststellen van de Handboeken inrichting openbare ruimte is een uitvoerende bevoegdheid van het college. De commissie Beheer wordt van dit besluit in kennis gesteld in het kader van actieve informatieplicht.
Pagina 67
De verdere vertaling naar opdrachten voor uitvoerende private partijen is een collegebevoegdheid en de raad wordt niet ongevraagd geïnformeerd over het verloop van aanbestedingen, contractering en de contracten zelf.57 Uit gesprekken met een beperkte afvaardiging van de raad blijkt dat de raad het moeilijk vindt zijn kaderstellende rol op hoofdlijnen in te vullen. Hoewel de raad in positie wordt gebracht met de eerder hiervoor genoemde stukken, wordt een fundamenteel debat over te maken politieke keuzes gemist. De voorgelegde stukken bevatten ook geen politieke keuzemogelijkheden. Alternatieve ambitieniveaus en strategieën worden niet voorgelegd om het politieke debat te voeden. De stukken bevatten over het algemeen al een keuze met een daarvoor sluitende begroting. Als er binnen de raad discussie wordt gevoerd, gebeurd dat op het moment van besluitvorming over herinrichtingsplannen van een bepaald gebied. In de raadscommissie Beheer gaat het dan met name over details, zoals de kleur van bakstenen/tegels en materiaalkeuze.58 Ook fungeren de vastgestelde beleids- en strategiestukken, handboeken en meerjarige programmering met betrekking tot de inrichting van de openbare ruimte voor de raad niet perse een ankerpunt voor toetsing van een herinrichtingsplan.
In de vertaling naar de praktijk komen afwijkingen regelmatig voor.59 In gesprekken met de raad wordt als verklaring gegeven dat de hoeveelheid beleidsstukken dermate groot is en de samenhang complex, dat deze als stuurinstrument voor de raad moeilijk hanteerbaar zijn.
8.2 De controlerende rol van de raad P&C-PRODUCTEN De paragraaf onderhoud kapitaalgoederen van de programmabegroting en het jaarverslag bevat op grote hoofdlijnen informatie over het onderhoud van kapitaalgoederen van de gemeente. Daarin wordt inzichtelijk gemaakt welke budgetten voor een jaar, en de jaren daarna, beschikbaar waren/zijn voor het onderhoud en in welke mate de budgetten zijn benut. Ook bevat de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen een samenvattende beschrijving van de grotere projecten en maatregelen die worden of zijn uitgevoerd.
De paragraaf kapitaalgoederen bevat verder geen overzicht over de belangrijkste beleidsdoelen en in welke mate deze moeten of zijn gerealiseerd. Hier bieden de tussentijdse bestuursrapportages wel meer zicht op. Deze bevatten een onderdeel ‘Beleidsrealisatie’ met een tabel van beleidsdoelen en een toelichting in welke mate deze doelen worden gerealiseerd. Maar ook daar is er nog geen scherpe verbinding met beleidsdoelen zoals de realisatie van technische- en beeldkwaliteitsnormen. Het bevat kwalitatieve beschrijvingen in hoeverre deze normen worden gerealiseerd, in plaats van kwantitatieve gegevens: hoeveel procent van de kapitaalgoederen voldoet wel of niet aan de technische NEN-norm of de CROW-beeldkwaliteitsnorm? Dat geldt ook voor doelen zoals inwonersen gebruikerstevredenheid (functionele- en belevingsnormen). Als laatste ontbreekt het aan een scherp zicht op het achterstallig onderhoud, zoals eerder beschreven in paragraaf 6.1. OVERIGE INFORMATIEVOORZIENING RICHTING DE RAAD Naast de reguliere P&C-stukken stelt het college de raad in staat zijn controlerende rol in te vullen door de raad te informeren met aanvullende informatienota’s. Voorbeelden zijn de informatienota
57 Bron: interviews 58 Bron: interviews 59 Bron: interviews
Pagina 68
‘Evaluatie Beleidsplan Schoon (stuk 2022/637720)’, informatienota ‘Uitvoeringsprogramma Structuurvisie Openbare Ruimte Realisatie 2021 en vooruitblik 2022 (stuk 2022/185996) en de informatienota ‘Stand van zaken project toegankelijkheid gemeentelijke vastgoed (stuk 2022/1443150). GEBIEDSVERSLAGEN Per gebied is een jaarverslag beschikbaar. Het bevat de gebiedsopgaven die spelen, een korte samenvatting van een aantal projecten die een bijdrage leveren aan verschillende opgaven, zoals: welzijn, leefbaarheid, bereikbaarheid et cetera en initiatieven van inwoners. De gebiedsverslagen zijn eerste stappen om opgave- en gebiedsgericht te rapporteren.
Uit gesprekken met een beperkte afvaardiging van de raad blijkt dat de raad zijn controlerende rol op basis van de beschikbare informatie nog niet voldoende kan invullen. Er is geen helder beeld in hoeverre gestelde normen worden gerealiseerd en hoe groot het achterstallig onderhoud is.60 Er is geen gedeeld beeld over wat nu wel of geen achterstallig onderhoud is; het ontbreekt aan een gedeelde definitie. De raad vult zijn controlerende rol dan ook deels in door eigen waarnemingen of signalen uit de samenleving. De vraag of deze waarnemingen incidentele problemen zijn of structurele problemen blootleggen kan niet goed worden beantwoord. Voorbeelden die worden genoemd zijn: > Tegels die stuk worden gereden: ligt hier een ontwerpfout aan ten grondslag? > Defecte lantaarnpalen die na jaren nog niet zijn gerepareerd: is dit een incident? > Defecte Ledverlichting bij een brug: is dit een ontwerpfout? > Straatkolken die niet aan de technische normen voldoen: wat is afgesproken met de leverancier? > Een opgeblazen parkeerautomaat in de straat: na maanden nog niet gerepareerd.
60 Bron: interviews
Pagina 69
Bijlage 1 Respondenten en schriftelijke bronnen Respondenten Dhr.mevr., Voorletter(s) Dhr. Martin Dhr. Tim Dhr. Freek Dhr. Ron Mw. Hellen Dhr. Ron, de
Naam
Functie
Organisatie
Abassi Buirma Clabbers Dreijer Jennissen Kooker
Gemeente Haarlem Gemeente Haarlem Gemeente Haarlem Gemeente Haarlem Gemeente Haarlem Gemeente Haarlem
Mw. Marieke
Koopman
Dhr. Elwin Dhr. Dennis van der
Leusink Meer
Dhr. Kees Mw. Florien
Mense Molendijk
Dhr. Djorn Mw. Eva de
Noordman Raadt
Dhr. Joram, de
Ruiter
Dhr. Sander van
Schagen
Mw. Elske
Tamminga
Mw. Marie-Thérèse
Tetteroo Mathijsen Wegen Winkel
Raadslid, fractie PvdA Bestuursadviseur Bestuursadviseur a.i. wethouder De Raadt Raadslid, fractie CDA Strategisch beleidsadviseur (mobiliteit) Opdrachtgever dagelijks beheer en onderhoud openbare ruimte en rioleringen, m.u.v. parkeren. Coördinator technisch beheer, contractmanager SRO Beleidsadviseur Water Ambtelijk opdrachtgever Openbare Ruimte Centrum en Noord Portefeuillemanager Vastgoed Coördinator Structuurvisie Openbare Ruimte Strategisch beheerder openbare ruimte Wethouder, portefeuillehouder gemeentelijk vastgoed Programmamanager Haarlem doet duurzaam & Metropoolregio Amsterdam Klimaatbestendig. Projectmanager verbouwing NMEgebouw Teammanager Team Milieu & Educatie, gebruiker van het gebouw Strategisch beleidsadviseur (groen, ecologie en spelen) Strategisch beheerder openbare ruimte Vastgoedeconoom
Dhr. Mark van der Dhr. Arjan
Gemeente Haarlem Gemeente Haarlem Gemeente Haarlem Gemeente Haarlem Gemeente Haarlem Gemeente Haarlem Gemeente Haarlem Gemeente Haarlem
Gemeente Haarlem Gemeente Haarlem Gemeente Haarlem Gemeente Haarlem Gemeente Haarlem
Pagina 70
Bestudeerde schriftelijke bronnen S Volgnr Jaar Maand Visie/strategie/beleidsstukken SA 1 2018 1 SA SA SA