Initiatiefvoorstel Duurzame Initiatieven Versterken
Tekst van het document
Duurzame initiatieven versterken Initiatiefvoorstel januari 2025
1
Inhoud H1 Inleiding.............................................................................................................................................. 3 1.1
Wat is een duurzaamheidsinitiatief?....................................................................................... 3
1.2
Economische visie: donuteconomie ........................................................................................ 4
1.3
Inventarisatie ........................................................................................................................... 6
1.4
Hoe functioneren duurzaamheidsinitiatieven?....................................................................... 8
1.5
Bestaand beleid ....................................................................................................................... 9
H2 Beginnende Initiatieven ................................................................................................................... 12 2.1
Wat zijn de uitdagingen? ....................................................................................................... 12
2.2
Aanbevelingen ....................................................................................................................... 13
H3 Gemeenschapszin ............................................................................................................................ 14 3.1
Individualisme in Nederland.................................................................................................. 14
3.2
Gemeenschapsinitiatieven .................................................................................................... 14
3.3
Sociale kwaliteit van Haarlem ............................................................................................... 15
3.4
Buurts initiatief Haarlem ....................................................................................................... 15
3.5
Versterken van sociale cohesie via duurzame initiatieven ................................................... 15
3.6
Aanbevelingen ....................................................................................................................... 15
H4 Locaties ............................................................................................................................................ 17 4.1
Behoefte aan locaties ............................................................................................................ 17
4.2
Kansen voor ruimte ............................................................................................................... 18
4.3
Transparante toewijzing door online platform ..................................................................... 18
4.4
Aanbevelingen ....................................................................................................................... 19
H5 Werkgelegenheid ............................................................................................................................. 20 5.1
Uitdagingen ........................................................................................................................... 20
5.3
Revolverend werkgelegenheidsfonds ................................................................................... 21
5.4
Coalitieakkoord 2022-2026 ................................................................................................... 22
5.5
Aanbevelingen....................................................................................................................... 23
H6 Conclusie, aanbevelingen en financiële onderbouwing .................................................................. 24 6.1 Aanbevelingen ............................................................................................................................. 24 6.2 Geschatte kosten ......................................................................................................................... 26
2
H1 Inleiding Het barst in Haarlem van de duurzame initiatieven rondom circulariteit, energie en voedsel. Denk aan stadslandbouw, energiecoöperaties en impact ondernemers. In het food book van Haarlem Food Future1 staan alleen al 36 initiatieven die zich met duurzaam voedsel bezighouden. In het onderzoek Ontgroei in de praktijk – lokale initiatieven in Haarlem2 is een inventarisatie gemaakt van 84 duurzame initiatieven in Haarlem. Honderden Haarlemmers zijn actief als initiatiefnemer. Duizenden Haarlemmers zijn betrokken bij initiatieven als klant, vrijwilliger, deelnemer of bezoeker. De initiatieven leveren op allerlei manieren een bijdrage aan het halen van de duurzaamheidsdoelen. Dat gebeurt op een concrete, tastbare manier. Door plastic uit het Spaarne te vissen en er spullen van te maken, wordt de leefomgeving schoner en wordt de voetafdruk van consumptie kleiner. Door biologische groente te verbouwen, verbetert het bodemleven en de biodiversiteit. Door veganistische taart te bakken, wordt de transitie naar een duurzaam voedselpatroon versneld. Door samen zonnepanelen te leggen wordt er meer duurzame energie opgewekt. En ga zo maar door. Deze circulaire en duurzame initiatieven hebben vaak ook een sociale kant. Het zijn plekken waar mensen bij elkaar komen, elkaar ontmoeten en waar extra zorg of begeleiding is voor wie dat nodig heeft.
Oftewel, Haarlem zou deze initiatieven moeten omarmen en volop ondersteunen. Tegelijkertijd liggen er uitdagingen en ook kansen. In gesprekken met initiatiefnemers kwamen een aantal thema’s regelmatig terug, zoals het vinden van een geschikte locatie, zorgen rondom een tijdelijke locatie, het vinden van genoeg vrijwilligers of financiering. We denken ook dat er kansen liggen om de gemeenschap nog meer bij initiatieven te betrekken en om beginnende initiatieven beter te ondersteunen. In dit initiatiefvoorstel nemen we vier aspecten van lokale duurzaamheidsinitiatieven onder de loep: ondersteuning van beginnende initiatieven, gemeenschapszin, werkgelegenheid en locaties. Eerst gaan we in op wat we onder een initiatief verstaan, hoe de initiatieven in onze economische visie passen, welke initiatieven er in Haarlem zijn, hoe ze functioneren en welk bestaand beleid er op de initiatieven van toepassing is.
1.1
Wat is een duurzaamheidsinitiatief?
Duurzaamheidsinitiatieven zijn initiatieven die: 1. zorgen voor een afname van economische activiteiten die schade toebrengen aan mensen en aan de leefomgeving 2. bijdragen aan herstel van het ecosysteem en verbeteren het sociale welzijn 3. dat doen op een democratische en rechtvaardige manier3. Dit kunnen zowel profit als nonprofit initiatieven zijn: impact ondernemers, stichtingen, coöperaties, of informele groepen. Wij doelen daarbij op initiatieven die op een bewuste manier bezig zijn met duurzaamheid en daarin voortdurend stappen zetten. Dus geen reguliere fietsenmakers, verhuurbedrijven of naaiateliers, die weliswaar door hun bedrijfsmodel bijdragen aan een circulaire economie, maar voor wie duurzaamheid niet de kern vormt. Wel impact ondernemers voor wie de duurzame missie de kern vormt van hun bedrijfsmodel en die daarin steeds verbeteringen doorvoeren. Verder richten we ons met dit voorstel op lokale, Haarlemse initiatieven. Om te illustreren wat we in dit voorstel verstaan onder duurzame initiatieven een paar voorbeelden:
1
https://haarlemfoodfuture.nl/haarlems-food-book/ https://www.ontgroei.nl/inspiratie/ontgroei-de-praktijk-lokale-initiatieven-haarlem 3 Deze definitie is ontleend aan het artikel Ontgroei in de praktijk – lokale initiatieven in Haarlem (p.6) en wordt daar verder toegelicht. 2
3
-
-
Een klein initiatief dat draait op vrijwilligers, zoals een spelotheek of repair cafe. Vaak is het een informele groep en er wordt geen winst gemaakt. Een coöperatie met een duurzame doelstelling en leden die de opbrengst delen, zoals een energie coöperatie. Een duurzame onderneming met als rechtsvorm een stichting. Wellicht zijn er mensen in dienst en wordt er daarnaast gewerkt met vrijwilligers. Er is een maatschappelijke doelstelling vastgelegd en eventuele winst wordt daaraan besteed. Een ZZP-er met een circulaire onderneming waarbij de duurzame impact centraal staat. Een onderneming met mensen in dienst waarbij de maatschappelijke en duurzame impact centraal staat.
Daarnaast zijn er verschillende fases waarin initiatieven zich bevinden. In sommige gevallen hebben kleine initiatieven de ambitie en de potentie om uit te groeien tot grotere duurzame ondernemingen. Het zou mooi zijn als het gemeentelijk beleid bij dat groeipad op het juiste moment een steuntje in de rug kan geven. Het is ook goed om te erkennen dat dit niet altijd de insteek is. Ook kleine initiatieven die geen ambitie hebben om te groeien, kunnen op lokaal niveau van hele grote waarde zijn. Soms zijn maatregelen die in dit voorstel worden voorgesteld niet op alle soorten duurzaamheidsinitiatieven van toepassing. In het geval een bepaald soort initiatief wordt bedoeld (kleiner of groter, for-profit of nonprofit) wordt dit aangegeven.
1.2
Economische visie: donuteconomie
Er zijn allerlei economische visies waarbij duurzame en maatschappelijke doelen de kern van het economische model vormen. De circulaire economie draait vooral om het hergebruik van grondstoffen, degrowth (of ontgroei) stelt vragen bij de haalbaarheid en wenselijkheid van het model van eeuwige economische groei, en de betekeniseconomie draait om zingeving en het leveren van een nuttige bijdrage aan maatschappelijke problemen4. Eén van de bekendste visies in de nieuwe economie is de donuteconomie van Kate Raworth5. De donuteconomie draait om het plaatje hieronder: de donut6. De buitenste ring wordt gevormd door de planetaire grenzen7 die we niet zouden moeten overschrijden: klimaatverandering, verzuring van oceanen, chemische vervuiling, luchtvervuiling, etc. De binnenste ring zijn de sociale grenzen waar voor iedereen aan voldaan zou moeten worden: genoeg water, voedsel, energie, onderwijs, huisvesting en een leefbaar inkomen, maar ook vrede, gendergelijkheid, sociale rechtvaardigheid, netwerken en politieke zeggenschap. De ruimte tussen de ecologische grenzen aan de bovenkant en de sociale grenzen aan de onderkant is de ‘sweet spot’, het zoete midden van de donut waar we als maatschappij naar zouden moeten streven. We leven dan binnen de draagkracht van de aarde en niemand zakt onder de sociale ondergrens.
Bij de donuteconomie staat het doel van economische activiteiten centraal. Dat is niet perse economische groei (hoewel dat wel mogelijk is – Raworth noemt zichzelf groei-agnost), maar welzijn voor zoveel mogelijk mensen binnen de grenzen van de planeet. 4
Een goed overzicht van verschillende economische visies biedt het boek Thrive. Klomp, K., & Oosterwaal, S. (2021). Thrive - Engelstalige editie: Fundamentals for a new economy. Business Contact. 5 Raworth, K. (2017). Doughnut Economics: Seven Ways to Think Like a 21st-Century Economist. Chelsea Green Publishing. 6 Uit het boek Donuteconomie van Kate Raworth, p.54 7 Bron: v Rockström, J., Steffen, W., Noone, K. et al. (2009). A safe operating space for humanity. Nature 461, 472– 475
4
Figuur 1 De werkelijke situatie bevindt zich op de meeste plekken ter wereld ver van deze sweet spot. Waar de landen in het mondiale zuiden door de onderkant van de donut zakken, gaan de landen in het mondiale noorden ver over de planetaire grenzen. Zie ter illustratie de situatie in Malawi, China en Nederland. (figuur 2 8)
Figuur 2 Per land of per stad kan zo worden uitgewerkt waar de grootste uitdagingen liggen, zowel voor het overschrijden van de planetaire grenzen als voor de sociale grenzen. Ook de oplossingen kunnen op
8
Data van University of Leeds - https://goodlife.leeds.ac.uk/
5
het snijvlak van duurzaamheid en welzijn worden gezocht. Dit is ook interessant voor het lokale niveau en veel Haarlemse duurzaamheidsinitiatieven brengen dit in de praktijk.
1.3
Inventarisatie
Veel duurzaamheidsinitiatieven richten zich op de thema’s circulair, voedsel en energie. Hier volgt per thema een inventarisatie van wat er zoal in Haarlem gebeurt. Voedsel Haarlem is één van de meest dichtstbevolkte steden van Nederland, maar ondanks de beperkte ruimte wordt er op meerdere plekken voedsel verbouwd. Er is een klein voedselbos dat door Permacultuurcentrum Haarlem beheerd wordt. Er zijn drie stadslandbouwinitiatieven (Stichting Ecoring, Wij Telen Groente en de Buurtboerderij Nieuweweg) waar leden wekelijks zelf groente komen oogsten. Wij Telen Groente is hiervan met 550 deelnemende huishoudens het grootst. Daarnaast zijn er schooltuinen van NME (Natuur- en Milieueducatie van de gemeente) en van de Rudolf Steinerschool (Vrij Waterland). En er zijn individuele tuintjes van de Stichting Doe-tuinen (9 tuinen in verschillende wijken) en van verschillende volkstuinverenigingen. Naast de tuinen wordt er ook voedsel geproduceerd door kwekerijen van paddenstoelen (Fungidelic en de Oesterzwammerij) en dan is er nog de Microteler die kiemgroente produceert. Ook voor de verkoop van lokaal en/of biologisch voedsel zijn een aantal initiatieven, zoals biologische winkels, biologische markten en de lokale winkels Oogst en Boeren & Buren.
Er is ook een aantal horeca- en cateringbedrijven dat zich toelegt op lokaal, biologisch en/of veganistisch eten om zo de ecologische voetafdruk van voedsel te verkleinen. Een paar voorbeelden zijn restaurants Mama Gaia9, New Vegas, de Dakkas, By Lima, de Wereldkeuken, Café Lief, lunchroom Turquoise, de Wereld van Jansje, het Kweekcafé, cateringbedrijf Spruit & Thuis. Een ander Haarlems initiatief is Tommy Tomato. Dit cateringbedrijf voorziet 200 scholen in heel Nederland van vegetarische schoollunches. Vanuit de gemeente werd in 2020 een koplopersgroep circulaire restaurants gestart. Hier hebben 23 restaurants zich bij aangesloten. Daarnaast zijn er initiatieven die zich richten op het voorkomen van voedselverspilling. Via ‘Prakkie eten over 023’ kunnen particulieren porties eten aanbieden aan buurtgenoten. En HFF Voedsel Redden haalt wekelijks 150 kratten voedsel op bij supermarkten en deelt dit uit aan buurtcentra. De koepelorganisatie voor Haarlemse voedselinitiatieven is Haarlem Food Future. In december 2023 hebben zij het Haarlems food book uitgebracht met daarin 36 voedselinitiatieven.10 Al deze initiatieven zorgen samen voor een kleinere ecologische voetafdruk door voedsel van Haarlemmers.
Het aantal voedselkilometers wordt verkleind, door biologische productie wordt pesticide- en kunstmestgebruik vermeden, voedselverspilling wordt tegengegaan en vegetarisch en veganistisch voedsel verkleint de uitstoot van broeikasgassen en landgebruik. De stadstuinen zorgen bovendien voor verbetering van bodemkwaliteit en biodiversiteit. Daarnaast dragen veel initiatieven bij aan educatie over duurzaamheid en gezondheid. Er is ook een positieve impact op de binnenkant van de donut. Er zijn veel vrijwilligers bij de voedselinitiatieven betrokken die een beter sociaal netwerk krijgen en meer verbinding en zingeving ervaren. Er komt voor meer mensen gezond voedsel beschikbaar. En mensen met afstand tot de arbeidsmarkt vinden bij een aantal van deze initiatieven een werkplek.
9
Gesloten eind juli 2024. https://www.haarlemsdagblad.nl/regio/haarlem/bekroond-vegan-restaurant-mamagaia-houdt-er-eind-deze-maand-onverwacht-mee-op/15491404.html 10 https://haarlemfoodfuture.nl/haarlems-food-book/
6
Energie Er zijn in Haarlem zes energiecoöperaties (Kennemer Kracht, Duurzaam Garenkokerskwartier, Kweekzon, Spaarnezaam, Noorderlicht en DE Ramplaan), zij beheren samen 16 zonnestroomdaken met een vermogen van ruim 3 miljoen Wattpiek (circa 2.695.000 kWh per jaar) en hebben 981 leden. Kennemer Kracht fungeert ook als koepel met als doel om een bijdrage te leveren aan de transitie naar een klimaatneutrale regio in Kennemerland en de IJmond. Dit doen zij door grootschalige (collectieve) duurzame energie-opwekprojecten te organiseren, te beheren en te ontzorgen. Er zijn ook bewonersinitiatieven die zich richten op isolatie, het reduceren van energieverbruik, duurzaam woningonderhoud of een warmtepomp. In Bosch & Vaart en de Koninginnebuurt is de Groene Kroon ontstaan, in Planetenwijk is er de Groene Planeet. In het Garenkokerskwartier doet de buurtcoöperatie meer dan alleen energie opwekken. Ze vormen de spil van activiteiten in de wijk en maken een koppeling tussen duurzame energie, groen en zorg. Een bijzonder initiatief is het zonnewarmtenet Ramplaankwartier dat is voortgekomen uit de energiecoöperatie DE Ramplaan. Bij het zonnewarmtenet wordt door middel van PVT-panelen niet alleen elektriciteit opgewekt, maar ook warmte, waarmee een groot aantal woningen uit de wijk kan worden verwarmd.
Het project is in Nederland een bijzondere pilot en zal naar verwachting in 2025 worden gerealiseerd. Verder is er voor de hele stad Het Groene Raadhuis. Dit wordt door vrijwilligers bemand en particulieren kunnen hier wekelijks terecht voor gratis en onafhankelijk advies over verduurzaming. Circulair Circulaire initiatieven beslaan een breed palet, van kleinschalige initiatieven tot impact ondernemers, kringloopwinkels en circulaire bouwbedrijven. Er zijn een aantal kleinschalige initiatieven die draaien op vrijwilligers en als doel hebben om afval tot bruikbare spullen te verwerken, reparatie te bevorderen en spullen te delen. Zo is er een spelotheek, er zijn meerdere repair café’s, er zijn initiatieven om afval op te ruimen en er worden regelmatig kledingruilbeurzen georganiseerd. Circulaire ondernemers zijn een andere groep. Duurzaamheid is voor deze ondernemers een belangrijk uitgangspunt en ze hebben tevens een bedrijfsmodel dat in een inkomen voorziet. Een groep circulaire ondernemers is gevestigd op het Maak Terrein in de Waarderpolder. Deze plek is opgericht als hub voor circulaire makers om te kunnen experimenteren, kennis te delen en elkaar te vinden voor samenwerking. Nog een centrale plek in de stad waar meerdere ondernemers zich hebben gevestigd is de Kweektuin. Kledinginitiatieven maken een flink deel uit van de circulaire ondernemers.
Bij de Sustainable Fashion Week in 2023 werden 42 winkels in Haarlem als ‘Fair Fashion’ winkel aangemerkt. Dat is bijna 25% van de circa 170 kleding-, schoenen- en lederwarenwinkels in de stad. Er is ook een koplopersgroep duurzaam textiel van Haarlemse ondernemers die samen met de gemeente aandacht besteedt aan de verduurzaming van textiel. Verder zijn er in Haarlem acht kringloopwinkels, soms als non-profit opgezet en soms als bedrijf. Een aantal circulaire winkels is tegelijkertijd een sociale onderneming. Zo bieden Stichting Mooizooi, Stichting Juttersgeluk, kringloopwinkels Rataplan en de Snuffelmug werk aan mensen met afstand tot de arbeidsmarkt. Een ander voorbeeld van een plek waar duurzaamheid en sociale doelen bij elkaar komen is kringloopwinkel Woord en Daad in Molenwijk. De winkel is in hetzelfde pand gevestigd als het café van Stichting Ontmoeting. De plek wordt gerund door vrijwilligers, het is een
7
ontmoetingsplek voor de buurt en er worden gratis maaltijden geserveerd met eten van HFF Voedsel Redden.
1.4
Hoe functioneren duurzaamheidsinitiatieven?
Duurzaamheidsinitiatieven zijn divers, maar hebben ook het een en ander gemeen. De onderstaande tabel geeft inzicht in hoe duurzaamheidsinitiatieven functioneren in vergelijking tot conventionele bedrijven11.
Doelstelling
Winst Motivatie Monetarisering
Duurzaamheidsinitiatieven Maatschappelijke doelstelling staat voorop. Schade wordt voorkomen of hersteld. Initiatief draagt bij aan herstel ecosystemen en verbeteren welzijn.
Winst wordt geïnvesteerd in het initiatief of in de doelstelling. Intrinsieke motivatie van initiatiefnemers en betrokkenen. Neigen tot de-monetariseren: meer zaken zijn gratis, goedkoop, of vrij toegankelijk.
Conventionele bedrijven Financiële doelstelling staat voorop. Schade aan de leefomgeving door bedrijfsvoering wordt afgewenteld op de maatschappij. Winst komt ten goede aan eigenaar of aandeelhouders. Motivatie met name financieel gedreven. Neiging tot monetariseren. Voor steeds meer zaken moet worden betaald.
Het is allereerst belangrijk om op te merken dat er geen strikte scheiding is tussen beide categorieën. Het is eerder een continuüm. Aan de ene kant staan bedrijven die nauwelijks met duurzaamheid bezig zijn, dit loopt via greenwashing naar bedrijven die op een serieuze manier aan verduurzaming werken en (veel) verder gaan dan wettelijke kaders, tot aan de andere kant bedrijven die tot het uiterste gaan om een bijdrage te leveren aan de transitie naar een duurzamere samenleving. Een belangrijk verschil tussen de categorieën is de doelstelling. Voor duurzaamheidsinitiatieven is hun maatschappelijke doelstelling vaak belangrijker dan de financiële doelstelling, of minstens zo belangrijk. Het investeren in maatschappelijke doelen kan natuurlijk gevolgen hebben voor de financiële winst. Een bedrijf dat tot het gaatje gaat om afval te voorkomen of te hergebruiken, maakt hogere kosten dan een bedrijf dat het afval weggooit. Een bedrijf dat stikstofuitstoot minimaliseert, maakt hogere kosten (of realiseert een lagere opbrengst) dan een bedrijf dat dit niet doet. Oftewel, er bestaat een ongelijk speelveld tussen gangbare bedrijven en duurzame initiatieven. De gemeente kan een rol spelen in het effenen van dit speelveld wanneer er een visie is op verduurzaming van de economie en de rol die lokale initiatieven daarin spelen.
Ook al staat de maatschappelijke doelstelling bij duurzame initiatieven voorop, in veel gevallen wordt er ook financiële winst gemaakt, met name bij de impact ondernemers. Die winst wordt ingezet om de initiatiefnemer en medewerkers van een inkomen te voorzien. Als er meer winst wordt gemaakt, komt dit bij veel initiatieven niet ten goede aan de eigenaar of aandeelhouders, maar wordt het aan de maatschappelijke doelstelling besteed, bijvoorbeeld door een donatie aan een goed doel. In andere gevallen maken de initiatieven geen winst. Er wordt met bescheiden budgetten gewerkt en eigen financiële middelen en onbetaalde arbeid worden ingezet.
11
Gebaseerd op Ontgroei in de Prakijk – lokale initiatieven in Haarlem (p.9) (https://www.ontgroei.nl/inspiratie/ontgroei-de-praktijk-lokale-initiatieven-haarlem )
8
Bij de Haarlemse initiatieven zijn een aantal strategieën te zien om met het ongelijke speelveld tussen duurzaamheidsinitiatieven en conventionele bedrijven om te gaan, namelijk door ofwel lagere kosten te maken, ofwel ergens hogere inkomsten uit te halen. 1. Vrijwilligerswerk of laagbetaald werk. Veel initiatiefnemers halen weinig inkomsten uit hun initiatief of maken gebruik van vrijwilligerswerk, waardoor er gratis of laagbetaalde werkuren zijn om aan de doelstelling te besteden. In sommige gevallen doen mensen het werk naast een betaalde baan, of een pensioen. 2. Lage kosten voor een plek. Veel initiatieven maken gebruik van een plek (gebouw of grond) die door de gemeente voor een lage huur ter beschikking wordt gesteld. Dit heeft het nadeel dat het vaak om een tijdelijke plek gaat. 3. Hogere kosten voor het product voor de consument die bereid is om ervoor te betalen. De maatschappelijke meerkosten worden dan doorberekend, denk bijvoorbeeld aan biologische voeding, duurzame kleding of ambachtelijke circulaire producten waar vaak een hoger prijskaartje aan hangt. 4. Diversifiëren van inkomsten. Bijvoorbeeld naast groente verbouwen of een circulaire onderneming ook mensen begeleiden met afstand tot de arbeidsmarkt. Door gebruik te maken van deze strategieën lukt het duurzaamheidsinitiatieven in een ongelijk speelveld overeind te blijven en aan hun doelstelling te werken.
Het werken met vrijwilligers, genoegen nemen met een laag inkomen of tijdelijke locatie of een hogere prijs rekenen aan de consument is vaak een voorwaarde om een positieve impact te realiseren. Daarnaast maken initiatieven soms op projectbasis gebruik van subsidies.
1.5
Bestaand beleid
Het ondersteunen van duurzaamheidsinitiatieven komt in een aantal beleidsdocumenten aan de orde: De Routekaart Duurzaamheid, het Actieprogramma Circulaire Economie, het Actieprogramma Impact Ondernemen en het Participatiebeleid. Routekaart Duurzaamheid Doel: in de Routekaart Duurzaamheid zijn de CO2 reductiedoelstellingen van de gemeente opgenomen. Gemeente Haarlem stelt als minimale doelstelling 60% CO2-reductie in 2030 vast ten opzichte van 2017 en streeft naar 65% CO2-reductie, zodat bij tegenvallers de 60% emissiereductie binnen bereik blijft. De CO2 reductie moet plaatsvinden binnen de thema’s Wonen, Werken, Mobiliteit en Elektriciteit en opwek.12 In de Routekaart Duurzaamheid wordt het belang van initiatieven uit de stad om de duurzame doelen te realiseren op meerdere plekken benadrukt. Deze initiatieven worden op verschillende manieren ondersteund: •
• •
•
12
Circulaire initiatieven worden gestimuleerd door het aanbieden van trainingen, subsidies, promotie, het bieden van vestigingsplekken, het stimuleren van circulair gedrag bij burgers en door middel van circulaire inkoop van de gemeente zelf. Bij informatievoorziening en bewustwording van Haarlemse burgers wordt een rol gezien voor initiatieven. En ook voor ondernemers en instellingen: “Haarlem wil haar ondernemers en instellingen gaan informeren om de transitie in gang te zetten. Hiervoor zal de inzet van de afgelopen jaren worden voortgezet, aangevuld met campagnes en samenwerkingen met initiatieven.” Initiatieven spelen ook een rol bij de opwek van duurzame energie en bij de duurzame gebouwde omgeving. “Verspreid over de stad worden al veel duurzame initiatieven genomen
https://gemeentebestuur.haarlem.nl/bestuurlijke-stukken/20221782261-2-Bijlage-1-Update-RoutekaartDuurzaamheid-Route-voor-CO2-reductie-2.pdf
9
op de transitiepaden hernieuwbare energieopwekking en duurzame gebouwde omgeving. De gemeente ziet deze initiatiefnemers als belangrijke partners in de energietransitie. De gemeente betrekt deze initiatieven niet alleen bij de uitvoering, maar ook bij het opstellen van nieuw beleid.” Er wordt aangegeven dat initiatieven als het zonnewarmtenet Ramplaankwartier bijdragen aan het vergroten van draagvlak voor de energietransitie. Juist op het thema energie zijn initiatieven essentieel. Ze worden gekoesterd en ondersteund en kunnen ook hulp krijgen bij het opstarten wanneer ze niet spontaan in de wijk ontstaan. Dit wordt verder uitgewerkt in de Transitievisie Warmte en de bijbehorende uitvoeringsagenda. Actieprogramma Circulaire Economie Doel: Het Actieprogramma Circulaire Economie is een uitwerking van het onderdeel Ketenverantwoordelijkheid uit de Routekaart Duurzaamheid. Haarlem wil in 2040 een circulaire stad zijn. Daartoe zijn ook een aantal tussendoelen gedefinieerd. Zo moet in 2030 de inkoop van de eigen organisatie 100% circulair zijn. Er zijn ook concrete doelen geformuleerd op het gebied van bouw, textiel, voedsel en consumptiegoederen. 13 In het Actieprogramma staan een heel aantal punten waarmee duurzaamheidsinitiatieven worden ondersteund. Zoals: Duurzame en circulaire inkoop door de gemeente; Koplopergroep circulair textiel, o.a.
deelname aan Dutch Sustainable Fashion Week, de Fair Fashion Route en andere manieren van bewustwording; 3. Het stimuleren van stadslandbouw: streven naar behoud van stadslandbouwlocaties en het stimuleren van nieuwe initiatieven en dit meenemen bij ruimtelijke ontwikkelingen. Tijdelijke locaties worden waar mogelijk omgezet naar locaties voor onbepaalde tijd; 4. Jaarlijkse voedselcampagnes met een focus op het stimuleren van een duurzame voedselkeuze, het stimuleren van biodiversiteit middels stadslandbouwinitiatieven en het tegengaan van voedselverspilling; 5. Samenwerken met voedselinitiatieven, zoals Haarlem Food Future, Ecoring, Wij Telen Groente, etc. 1. 2.
Actieprogramma Impact Ondernemen Doel: Het actieprogramma Impact Ondernemen heeft als ondertitel ‘op weg naar de betekeniseconomie in Haarlem’. Daarmee wordt bedoeld dat de economische activiteiten in de stad “bijdragen aan het aanpakken en oplossen van de maatschappelijke vraagstukken waar de gemeente voor staat.” Het actieprogramma heeft als doel dit middels vijf actielijnen zoveel mogelijk te faciliteren en aan te jagen: een gemeentelijk aanspreekpunt Impact Ondernemen (Kennemer Impact Helpdesk), het faciliteren van netwerkactiviteiten, impact via inkoop en aanbestedingen (Kennemer Inkoop Platform), het aantrekken van financiering en het vergroten van zichtbaarheid. 14 Participatiebeleid Ook vanuit het participatiebeleid worden initiatieven ondersteund. Dit wordt omschreven als overheidsparticipatie. Het initiatief komt niet vanuit de gemeente maar vanuit de samenleving en de overheid participeert daarin. Er zijn drie manieren waarop de gemeente initiatieven ondersteunt:
13
https://gemeentebestuurhaarlem.notubiz.nl/document/12710290/1/20230317984+2_+Bijlage+1_+Actieprogramma+Circulaire+Econom ie+2023+t_m+2025 14 https://www.stichtingstadsgarage.nl/actieprogramma-sociaal-ondernemerschap/
10
• •
•
Enthousiasmeren en verbinden (zoals met het initiatievencafé, platform Haarlem link en de initiatievenschool) Samenwerken en inhaken: na het invullen van een vragenlijst komt een initiatiefnemer in contact met een ambtenaar. Daarbij wordt gekeken hoe de gemeente samenwerking kan faciliteren, zoals door informatie, samenwerking of Right2Challenge. Stimuleren en financieren van maatschappelijke initiatieven in de wijk, door ondersteuning met capaciteit of door wijkbudgetten.
We zien dus in het beleid dat initiatieven een belangrijke rol vervullen bij het realiseren van doelen op gebied van de circulaire economie, duurzaam voedsel en de energietransitie, en dat de initiatieven op allerlei manieren worden ondersteund. Is dit initiatiefvoorstel dan nog wel nodig? Wij denken niet dat er nieuw beleid nodig is, maar wel dat er in de uitwerking en uitvoer nog veel kansen liggen. Dit bleek ook uit vele gesprekken met initiatiefnemers. We gaan daar in de komende hoofdstukken verder op in rondom de thema’s beginnende initiatieven, gemeenschapszin, werkgelegenheid en locatie. Aan het eind volgt een conclusie met alle aanbevelingen op een rij.
11
H2 Beginnende Initiatieven “Eline wilde haar initiatief om plastic te recyclen eigenlijk starten in haar achtertuin. Ik kwam bij haar langs, omdat ze een plant had aangeboden aan het plantenasiel. Toen zag ik dat ze bezig was om een schuurtje te bouwen om plastic in te zamelen. Haar woonkamer stond helemaal vol met apparatuur. Dus ik nam haar mee om bij ons in de Stookkamer te komen kijken. We konden haar een plek aanbieden waar ze veel zichtbaarder was. Als je langsliep zag je het meteen bij het hek, en ze heeft ook vaak presentaties gegeven over het project, aan pubers van scholen en aan wie het maar horen wilde. We hebben haar echt een duwtje in de rug kunnen geven.” Laura Schön, over de Stookkamer (Inmiddels is Eline Hoedeman met haar circulaire bedrijf Snippr grote stappen aan het zetten en verkoopt ze online en op markten.) Niet alle startende initiatieven hebben een Stookkamer om de hoek die ze een duwtje in de rug kan geven. Ook al zijn er zeker al manieren om ondersteuning te krijgen, zoals het initiatievencafé, er zijn ook nog veel initiatieven die tegen obstakels aanlopen. We schetsen een aantal uitdagingen en behoeften van beginnende initiatieven en doen voorstellen om hen beter te ondersteunen.
2.1
Wat zijn de uitdagingen?
Moeilijke toegang tot informatie Beginnende initiatieven, zowel burgerinitiatieven (non-profit) als profitgerichte duurzame ondernemingen, ondervinden vaak problemen bij het verkrijgen van toegang tot de juiste informatie binnen de gemeentelijke structuren. De procedures voor vergunningen, subsidies en ondersteuning zijn vaak niet duidelijk gecommuniceerd, waardoor initiatiefnemers vastlopen in een doolhof van regels en formulieren. Het ontbreken van een overzichtelijke informatiebron en heldere begeleiding vertraagt de voortgang en vermindert de effectiviteit van deze initiatieven. Inzicht in andere initiatieven Er is een sterke behoefte onder initiatiefnemers om te weten welke andere duurzame projecten er zijn binnen Haarlem. Dit inzicht bevordert samenwerking en kennisdeling, wat vooral gunstig is voor non-profitinitiatieven die afhankelijk zijn van gedeelde kennis en middelen. Behoefte aan een vast aanspreekpunt Veel initiatiefnemers, vooral non-profitinitiatieven, hebben behoefte aan een vast aanspreekpunt binnen de gemeente die hen kan begeleiden bij het navigeren door gemeentelijke procedures. Deze persoon of accountmanager zou fungeren als de schakel tussen de initiatieven en de gemeente, wat de processen aanzienlijk zou kunnen versnellen en vergemakkelijken.
Leren van succesverhalen Het delen van succesverhalen en best practices is essentieel voor het inspireren van nieuwe initiatieven en het voorkomen van veelvoorkomende valkuilen. Deze verhalen geven inzicht in de uitdagingen en oplossingen die eerdere projecten hebben ondervonden en kunnen dienen als blauwdruk voor nieuwe projecten. Informatie over subsidies Momenteel zijn er nog geen gemeentelijke subsidies specifiek voor duurzame initiatieven in Haarlem. Vooral non-profitorganisaties en kleinschalige profitondernemingen hebben dringend behoefte aan financiële ondersteuning. Het beschikbaar maken van subsidies is cruciaal om de financiële haalbaarheid en impact van duurzame projecten te vergroten.
12
Workshops en webinars Veel initiatiefnemers, vooral binnen non-profit, hebben behoefte aan praktische kennis over hoe zij succesvol subsidies kunnen aanvragen en duurzame projecten kunnen uitvoeren. Implementatie en ondersteuning Het succes van de voorgestelde maatregelen moet continu worden geëvalueerd en gemonitord om verbeteringen door te voeren en aan te passen aan veranderende omstandigheden. Dit betreft zowel profit- als non-profitinitiatieven.
2.2
Aanbevelingen 1. Betere informatie a. Ontwikkel een bekende en zichtbare website met informatie over procedures, contactpersonen en beschikbare ondersteuning en waar succesverhalen worden gedeeld. b. Tevens (of in combinatie) een online platform met een overzicht van lopende en afgeronde initiatieven inclusief contactinformatie, projectbeschrijvingen en resultaten. Dit platform moet een forum bieden voor discussie en samenwerking. Dit kan mogelijk door doorontwikkeling van Haarlem Link. c. Eens per jaar wordt er een fysieke stadsgids gepubliceerd met een overzicht van zoveel mogelijk initiatieven, zodat bewoners kunnen zien wat er gebeurt in de stad op gebied van duurzaamheid en hoe ze hieraan kunnen deelnemen of bijdragen. Type initiatief: Zowel voor non-profit als profitorganisaties. 2. Persoonlijk aanspreekpunt De aanstelling van een fulltime accountmanager die de initiatieven ondersteunt door hen te helpen met het invullen van subsidieaanvragen, het geven van advies over gemeentelijke processen en het verbinden van initiatieven met relevante gemeentelijke afdelingen. Type initiatief: Vooral voor non-profitinitiatieven, maar kan ook nuttig zijn voor kleine profitondernemingen. 3.
Ontwikkeling van een subsidiegids Ontwikkeling en implementatie van gemeentelijke subsidieprogramma's gericht op het ondersteunen van duurzame en sociale initiatieven die bijdragen aan de gemeenschap en aan de doelstellingen uit de Routekaart Duurzaamheid en het Actieprogramma Circulaire Economie. Deze subsidies moeten een breed scala aan projecten dekken, van kleinschalige buurtinitiatieven tot grotere innovatieve projecten. Subsidies kunnen variëren van €5.000 tot €50.000 per project, afhankelijk van de omvang en impact15. Type initiatief: Gericht op zowel non-profit als kleinschalige profitinitiatieven.
15
Ter illustratie: gemeente Amsterdam heeft reeds een subsidieregeling voor duurzame initiatieven. https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR636073
13
H3 Gemeenschapszin Ik vind de sfeer op de tuinderij erg fijn, er heerst een gemeenschapsgevoel. Mensen houden rekening met elkaar. Iedereen die dat wil kan meewerken. Maar als je alleen komt oogsten is het ook goed. Dat samen werken en elkaar ontmoeten bleek extra belangrijk tijdens coronatijd. In die tijd werkten wij door en voor sommigen was het de enige plek waar ze anderen zagen. Een vrijwilliger zei: dat is m’n redding geweest. Want verder heb ik al die tijd niemand gezien. Dus die impact heb je ook als initiatief. Ik vind het ook fijn dat je hier mensen ontmoet die nadenken over klimaatverandering, over de wereld, hoe het anders moet. Sommige mensen zeggen: als je hier bent geweest, dan heb je weer positieve energie! -Annitta Bodegraven, Wij Telen Groente Hoe staat gemeenschapszin ervoor, in Nederland en in Haarlem? Op welke manieren dragen duurzaamheidsinitiatieven bij aan de sociale cohesie en kan dit aspect worden versterkt?
3.1
Individualisme in Nederland
Nederland behoort met enkele Scandinavische landen tot de meest individualistische landen ter wereld16. Dit betekent dat van mensen wordt verwacht dat ze voor zichzelf en hun naaste familie zorgen. Sociale structuren zijn losjes verbonden, wat makkelijke beweging in en uit deze structuren mogelijk maakt. Individualisme leidt tot een sterke voorkeur voor het benadrukken en uiten van persoonlijke wensen en behoeften. In tegenstelling tot individualisme, zorgt collectivisme ervoor dat individuen zich hecht verbonden voelen met een of enkele sociale structuren, waarin ze verwachten dat familieleden of leden van een bepaalde groep voor hen zorgen in ruil voor loyaliteit. Er wordt meer waarde gehecht aan het behouden van harmonie binnen de groep. Door de verregaande individualisering is het sociale vangnet van mensen beperkt. Hierdoor doen mensen sneller een beroep op overheidsvoorzieningen, maar de overheid is niet in staat om alle problemen van haar burgers op te lossen. Dit komt mede doordat er minder mensen zijn die zich willen inzetten voor het maatschappelijk belang, deels door vergrijzing en deels door andere carrièrekeuzes. Dit versterkt het wantrouwen tegen de overheid.
3.2
Gemeenschapsinitiatieven
Natuurlijk betekent dit niet dat er in Nederland en in Haarlem geen vormen van collectivisme bestaan. Er is een rijke traditie van gemeenschappen die met een gezamenlijk doel bij elkaar komen, zoals sportverenigingen, muziekverenigingen, politieke partijen en religieuze gemeenschappen. Ook duurzame initiatieven kunnen die rol vervullen. Ondanks een actief verenigingsleven zien we echter een toenemende segregatie tussen verschillende groepen, met name op basis van inkomen, opleidingsniveau en migratieachtergrond, de zogenaamde bubbels. Bovendien is niet iedereen in staat om deel te nemen aan een gemeenschap, wat leidt tot eenzaamheid, vooral onder ouderen. Gemeenschappen staan onder druk doordat steeds minder mensen vrijwilligerswerk willen doen. Dit komt deels doordat een sportvereniging bijvoorbeeld meer als een dienst wordt gezien dan als iets dat bijdraagt aan de vorming van duurzame relaties.
16
Sociaal Cultureel Planbureau, Nederlandse waarden en normen internationaal vergeleken, 2019
14
3.3
Sociale kwaliteit van Haarlem
Recente statistieken tonen aan dat Haarlemmers dit jaar een lager rapportcijfer geven voor de sociale kwaliteit van hun buurt (een 6,3 tegenover een 6,6 vorig jaar) en de saamhorigheid in de buurt is gedaald (46% nu tegenover 50% vorig jaar). Het deel inwoners dat vindt dat ze niet voldoende contacten heeft of meer contacten zou willen, nam toe van 26% naar 28%. De meeste inwoners vinden wel dat ze een duurzaam sociaal netwerk hebben (94%). Ook wordt ervaren dat er te weinig plekken zijn voor jongeren om te verblijven.
3.4
Buurts initiatief Haarlem
Het vermelden waard is het Buurts initiatief. Buurts heeft in Haarlem de unieke opdracht om iedere Haarlemmer die het even zelf niet redt, verder te helpen. Hoewel belangrijk en nuttig, heeft Buurts ook niet de mogelijkheid om duurzame relaties aan te gaan. Kortom, we zien een stad waarin de inwoners sterk geïndividualiseerd zijn, waarin een grote vraag is naar overheidstaken, maar waarin de overheid deze niet voldoende kan oplossen. De gemeenschappen die er zijn, zijn sterk gesegregeerd. Investeren in gemeenschappen en het aanmoedigen van deelname kan een groot verschil maken.
3.5
Versterken van sociale cohesie via duurzame initiatieven
In Haarlem kunnen duurzaamheidsinitiatieven een rol spelen in het versterken van de gemeenschapszin en het tegengaan van eenzaamheid. Initiatieven zoals creatief hergebruikcentrum Mooizooi of stadslandbouwproject Wij Telen Groente bieden niet alleen duurzame alternatieven voor alledaags leven, maar creëren ook sociale verbindingspunten voor mensen uit de wijk. Deze projecten benadrukken de sociale aspecten van duurzaamheid door het organiseren van gemeenschappelijke activiteiten waarbij burgers samenwerken en leren over duurzaam leven. Verder spelen spelotheken en repair cafés een belangrijke rol in het faciliteren van ontmoetingen en het delen van kennis en vaardigheden, wat bijdraagt aan een sterker gemeenschapsgevoel. Een ander voorbeeld is de Wereldtuin, die als multiculturele tuin zowel de biodiversiteit van de stad verrijkt als een ontmoetingsplek biedt waar inwoners van diverse achtergronden elkaar kunnen treffen. Deze initiatieven zijn niet alleen belangrijk voor het bevorderen van duurzame levensstijlen, maar ze zijn ook essentieel in het creëren van een onderling verbonden en zorgzame gemeenschap. Om de impact van deze initiatieven te maximaliseren, is het belangrijk om te onderzoeken wat nodig is om de verbinding met de gemeenschap nog sterker te maken en hoe deze initiatieven nog meer kunnen bijdragen aan de sociale cohesie binnen Haarlem.
3.6 Aanbevelingen 4. Netwerken Organiseer een jaarlijkse netwerkbijeenkomst over duurzaamheid en sociale cohesie voor zowel duurzame initiatieven als organisaties die actief zijn in het sociale domein. Duurzame en sociale initiatieven die naar aanleiding hiervan 'uit hun bubbel treden' en een nieuwe samenwerking aangaan, kunnen eenmalig worden ondersteund door de gemeente. Deze ondersteuning kan bijvoorbeeld bestaan uit hulp bij het opzetten van een concrete activiteit. 15
5. Training en ontwikkeling Versterk de rol van community builders en vrijwilligers door bestaande trainingsprogramma's zoals de Initiatievenschool en Impact Helpdesk uit te breiden met specifieke modules over gemeenschapsopbouw, conflicthantering en het betrekken van diverse groepen. Bied aanvullende ondersteuning via mentorschapsprogramma's en toegang tot een netwerk van experts. Integreer daarnaast een systeem voor taakontwikkeling en -differentiatie voor vrijwilligers. Hierbij worden vrijwilligers gestimuleerd om zich te specialiseren in verschillende rollen, zoals boekhouding, communicatie, en fondsenwerving. Bied gerichte trainingen aan om deze specifieke vaardigheden te ontwikkelen en creëer een platform waar vrijwilligers hun expertise kunnen delen en van elkaar kunnen leren. Deze aanpak versterkt community builders, stimuleert nieuwe leiders en specialisten, en vergroot de betrokkenheid van vrijwilligers door hen te ontwikkelen op basis van hun interesses. Dit bevordert de groei en stabiliteit van projecten en creëert een flexibele pool van bekwame vrijwilligers. 6. Communicatie – week van de community De gemeente dient een actieve en faciliterende rol te spelen in het ondersteunen en activeren van community builders.
Dit kan onder meer door het organiseren van een jaarlijkse 'Week van de Community, waarbij duurzame en sociale initiatieven in de spotlights worden gezet middels gerichte communicatiecampagnes, evenementen en media-aandacht. Door deze proactieve benadering kan de gemeente de waarde van community building onderstrepen en meer inwoners inspireren om zich in te zetten voor hun gemeenschap.
16
H4 Locaties “In het begin van het proces rondom de gebiedsontwikkeling zijn we zeker gehoord. Maar in de huidige fase, anno 2024, hebben we opnieuw zelf contact moeten zoeken met de nieuwe projectleider, we leken een beetje vergeten te zijn. Ik hoop dat we meer duidelijkheid krijgen, want het is echt koffiedik kijken. Ik begrijp wel dat er gebouwd moet worden hoor. Maar dan zie je ineens een artikel in de krant, dat dit ideale gebieden zijn om groepswonen te organiseren met een voorbeeld erbij met allemaal tegels! Daar werd ik erg treurig van. Dus wat is onze toekomst? Geen idee! Maar we gaan gewoon door, je moet vooral niet op de rem gaan staan. Gewoon toch maar weer de aardappelen in de grond. En doorgaan met planten in het voedselbos. Misschien krijgen we een andere plek aangewezen. Wat ons vooral hoog zit, is dat wij delen van ons terrein hebben ingericht volgens ecologisch ontwerp, daar is een enorme toename van insecten. Dat dit verloren kan gaan, gaat ons echt aan het hart.“– Bep Barreveld, Permacultuurcentrum Haarlem
Veel duurzaamheidsinitiatieven hebben moeite om een betaalbare locatie te vinden of hebben te maken het onzekerheden rondom tijdelijke locaties. Gebruik maken van een betaalbare locatie is één manier om met het ongelijke speelveld tussen duurzame initiatieven en conventionele bedrijven om te gaan. Wat is de behoefte en waar liggen kansen voor verbeteringen?
4.1
Behoefte aan locaties
Grond voor stadslandbouw Er zijn in Haarlem vier stadslandbouwinitiatieven en vele andere voedselinitiatieven. Van deze vier heeft één initiatief nu een permanente plek (de kas in de Kweektuin die wordt gebruikt door Wij Telen Groente). De andere locaties maken tijdelijk gebruik van braakliggende grond of pachten grond met een tijdelijke overeenkomst. De initiatieven die gebruik maken van een tijdelijke locatie, zouden graag een permanente locatie willen. Vanuit het Actieprogramma Circulaire Economie wordt daar ook naar gestreefd. Daarnaast is er vanuit verschillende initiatieven behoefte om uit te breiden. Betaalbare locaties voor circulaire ondernemers Momenteel zijn er twee belangrijk plekken in de stad voor circulaire ondernemers: de Kweektuin en het Maak Terrein. Maar er is meer behoefte aan betaalbare ruimte voor circulaire ondernemers (profit en nonprofit). In sommige gevallen is een tijdelijke locatie een goede optie, zodat bijvoorbeeld beginnende circulaire ondernemingen een vliegende start kunnen maken. Het is ook belangrijk dat er permanente locaties komen waar duurzame initiatieven die van belang zijn voor de stad een plek hebben. Er kan onderscheid worden gemaakt tussen profits en nonprofits, om te voorkomen dat een oneerlijk concurrentievoordeel ontstaat.
Nonprofits zoals stichtingen of coöperaties met een maatschappelijke doelstelling en zonder winstoogmerk zouden niet meer moeten betalen dan een kostendekkende huurprijs, en zouden een subsidie voor de huur kunnen ontvangen. Kleinere ruimtes Kleine initiatieven die vaak werken met vrijwilligers (zoals repair cafe’s, spelotheken of wijkcoöperaties) hebben geen eigen pand nodig, maar er is wel behoefte aan een ruimte die zij regelmatig kunnen gebruiken. Dit kan worden gecombineerd met een buurthuis, welzijnsinstelling, kerk, bibliotheek of kringloopwinkel. Zeker als het aantal van dit soort kleinere initiatieven wordt 17
uitgebreid met het oog op de circulaire economie, is het belangrijk dat dergelijke plekken beschikbaar zijn. Zo zijn er in het verleden een aantal spelotheken gestopt, omdat er geen betaalbare ruimte was.
4.2
Kansen voor ruimte
Met het vaststellen van het Actieprogramma Circulaire Economie en ook de andere genoemde beleidsstukken, is het duidelijk dat Haarlem duurzame initiatieven in de stad wil faciliteren. Het is daarom tijd voor een volgende stap, namelijk dat de gemeente zorgt voor genoeg locaties voor deze initiatieven. Volgens het Actieprogramma Circulaire Economie wordt stadslandbouw meegenomen bij ruimtelijke ontwikkelingen. Maar er kan actiever en creatiever worden gezocht naar plekken. Kan er in een ontwerp voor herinrichting van een plein een buurttuin worden geïntegreerd? Hebben bewoners interesse om een bloemperk of grasveld om te zetten in een moestuintje of kruidenpluktuin? Kan er een voedselbosroute door de Waarderpolder komen te lopen, of langs een weg? In een park kunnen moestuinen voor buurtbewoners gecombineerd worden met recreatie. En het is interessant om te onderzoeken of ecologische landbouw of permacultuur mogelijk is in een natuurgebied zonder dat dit afbreuk doet aan de ecologische waarde. Door op deze manier naar grotere en kleine locaties te kijken liggen er allerlei kansen. De ruimtevraag van circulaire ondernemingen wordt momenteel weliswaar welwillend behandeld, maar dit gebeurt op ad hoc basis. Het is nog geen gemeentelijke taak om ruimte te bieden aan duurzame of circulaire initiatieven, zoals de gemeente ruimte biedt aan cultuur, onderwijs, sport en welzijn.
Wanneer Haarlem een circulaire economie wil worden, heeft de gemeente hier wel een taak. Daarom moeten er middelen beschikbaar worden gesteld voor locaties voor duurzame en circulaire initiatieven en moet er actief naar locaties worden gezocht om in de behoefte te voorzien.
4.3
Transparante toewijzing door online platform
Een volgend verbeterpunt is transparantie bij toewijzing van een locatie. Het is nu niet altijd duidelijk wat de criteria zijn om een bepaalde plek (tijdelijk) te gebruiken. Sommige initiatieven zijn aan een tijdelijke locatie gekomen, omdat ze een ingang hadden bij de gemeente. Andere initiatieven weten niet hoe ze in aanmerking kunnen komen. Dit gebrek aan transparantie zorgt niet alleen voor scheve gezichten, het leidt ook tot gemiste kansen. Wanneer het breder bekend wordt gemaakt dat een bepaalde locatie (tijdelijk) beschikbaar is, kunnen er meer initiatieven vanuit de stad op gang komen. Daarom moet er een online platform komen voor maatschappelijk gemeentelijk vastgoed (een soort Funda). Daar komen locaties op die beschikbaar zijn voor permanent of tijdelijk gebruik met bijbehorende voorwaarden (huurprijs, maar ook duurzame en sociale doelen). Op basis van deze voorwaarden worden de initiatieven geselecteerd en wellicht kan ook de buurt hier een stem in krijgen. Zowel grotere locaties als kleinere leegstaande ruimtes of stukjes grond worden zo op een transparante manier beschikbaar gesteld aan initiatieven uit de stad.
Het zou helemaal mooi zijn als dit platform in de toekomst wordt doorontwikkeld en niet alleen door de gemeente wordt gebruikt, maar ook door vastgoedbeheerders of andere organisaties (zoals kerken) of particulieren die een duurzame of maatschappelijke invulling zoeken voor ruimtes die ze bezitten. In het geval een locatie tijdelijk beschikbaar wordt gesteld, moeten de gebruikers proactief worden geïnformeerd over ontwikkelingen die de locatie aangaan.
18
4.4
Aanbevelingen 7. Meer permanente locaties voor circulaire ondernemingen (profit of nonprofit) en stadslandbouw die bijdragen aan de duurzame en circulaire doelen van de gemeente door: a. Een huisvestingsplan voor circulaire initiatieven & stadslandbouw te ontwikkelen met o.a. de huisvestingsdoelen, een toetsingskader en subsidiemogelijkheden. De doelen uit het Actieprogramma Circulaire Economie zijn hierbij leidend. b. Bij de ontwikkeling van een gebied mogelijkheden verkennen voor ruimte voor circulaire initiatieven en stadslandbouw; c. Mogelijkheden te onderzoeken om door middel van het bestemmingsplan of vergunningen ruimte te bestemmen voor circulaire initiatieven; 8. Meer permanente locaties voor stadslandbouwinitiatieven (profit of nonprofit) door: a. Te onderzoeken of stadslandbouw gecombineerd kan worden met andere functies, zoals recreatie of natuur, zonder dat dit afbreuk doet aan de recreatieve of ecologische waarde; b. Te onderzoeken of kleinere stukken verstening of groen in de openbare ruimte gebruikt kunnen worden voor buurttuinen. 9. Ontwikkel een online platform voor (gemeentelijke) panden of grond die tijdelijk beschikbaar is waarop geïnteresseerden uit de stad zich kunnen inschrijven. Maak de toekenning transparant en volgens duidelijke criteria.
(Dit kunnen criteria zijn op gebied van duurzaamheid, maar ook voor sociale, maatschappelijke of culturele activiteiten, of een combinatie.) Soort initiatief: nonprofit of eventueel profit. Dit kan in de criteria worden aangegeven. 10. Faciliteer kleine initiatieven in hun vraag naar locaties door: a. Het contact te faciliteren tussen kleine initiatieven en organisaties die hen aan een ruimte kunnen helpen; b. Indien mogelijk locaties van de gemeente (zoals NME-gebouw) in te zetten om kleine initiatieven een ruimte te bieden.
Soort initiatief: kleine nonprofit initiatieven
19
H5 Werkgelegenheid “We hebben geprobeerd om bepaalde restproducten te verwerken tot bruikbaar materiaal met hulp van statushouders. Dat ging met ups en downs. Sommigen waren er heel goed in, anderen niet. En het lastige is dat er geen continue stroom werk is. Soms hadden we niet genoeg opdrachten en dus niet genoeg werk. Het moet allemaal op z’n plek vallen. Het verhaal was goed, de mensen waren leuk en we gunden het hen ook. Maar we zijn toch gestopt, omdat de balans niet goed te vinden was. Zo was het voor de statushouders ook geen goede basis.” - Juan Nibbelink, ENZ Remake
Een onderneming drijven of baan hebben is voor veel mensen een belangrijke invulling van het dagelijks leven. Ook ontlenen mensen bestaanszekerheid en eigenwaarde aan werken en ondernemen. De andere kant is ook waar. (Langdurig) aan de kant staan tast zowel de bestaanszekerheid als de eigenwaarde aan. De maatschappelijke ontwikkeling laat zien dat duurzaamheid daarbij een steeds belangrijkere factor wordt. Aan de ene kant wordt van bedrijven verwacht dat zij hun steentje bijdragen aan duurzaamheid en aan de andere kant is een ‘groen’ imago belangrijk voor (toekomstige) werknemers en klanten. Voor velen is onze huidige economie een vaststaand feit en een natuurgegeven. Ook het fiat geld dat wij kennen wordt als zodanig beschouwd. De nominale waarde van fiat geld berust niet op een bepaald gewicht en gehalte van edelmetaal maar op het vertrouwen dat de economische actoren stellen in de waarde van de munteenheid. Het woord fiat komt uit het Latijn en betekent 'Laat het zo zijn'. In onze economie is geld schaars en duur. Immers, geld lenen kost geld! Dit geldt tevens voor de overheid, maar met name ook voor het MKB, dat doorgaans een hogere rentevergoeding betaalt dan het grootbedrijf. Daarbij is het MKB de banenmotor die voorziet in 80% van onze werkgelegenheid.
5.1 Uitdagingen Werkgelegenheid en belasting De belasting op arbeid dient vooraf te worden voldaan. De winstbelasting wordt achteraf betaald. Deze belasting (vooraf) maakt arbeid duur ten opzichte van materiaalgebruik en het financiële risico van werkloosheid ligt bij de werknemer (loonderving) en de overheid (uitkeringen). De overheid investeert doorgaans cyclisch. Minder geld in de samenleving leidt dan tot bezuinigingen wat de crisis doorgaans verdiept en leidt tot (nog) meer werkloosheid. Krapte op de arbeidsmarkt Door de vergrijzing is er krapte op de arbeidsmarkt. Dat zorgt ervoor dat vrijwilligersorganisaties minder goed aan vrijwilligers kunnen komen en dat bedrijven moeite hebben met het invullen van vacatures. De verwachting is dat dit probleem de komende jaren eerder toe- dan afneemt. De uitdaging is om zoveel mogelijk mensen te betrekken bij de samenleving. Ondanks de krappe arbeidsmarkt komen mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt moeilijk aan het werk. Bestaanszekerheid Onderzoek toont aan dat geldstress heel nadelig is voor de gezondheid. Een aantal mensen vragen zich af of ze niet worden gesanctioneerd. Een (gedeeltelijk) basisinkomen, bijvoorbeeld voor hen met een afstand tot de arbeidsmarkt, kan deze stress verminderen. 20
Stageplekken De verwachting is dat over enige tijd een stagevergoeding verplicht wordt. De vraag is of arbeidsintensieve ondernemingen, zoals stadslandbouw en kringloopwinkels dit kunnen betalen.
5.2 Voorbeelden van de complementaire economie In de wereld zijn tal van complementaire initiatieven actief en mogelijk. Deze zijn zeer divers in schaal en opzet. Zorgruil is de eenvoudigste vorm; een uur is een uur. Een uur ‘dienstverlening’ aan een buur of wijkgenoot levert een uur op, die ingezet kan worden voor degene zelf of een hulpbehoevend familielid of vriend. Door een dergelijk systeem wordt ‘waarde’ gecreëerd in de vorm van tijd. Dit zou kunnen helpen bij het mitigeren van de uitdaging die met de vergrijzing op ons afkomt in de zin van onderlinge ondersteuning en de mogelijkheid om uren te geven aan hulpbehoevenden. Dit ook ter bestrijding van eenzaamheid en vraagverlegenheid. Een voorbeeld van een wijkmunt gecombineerd met een uren-ruilsysteem is de Makkie in Amsterdam: https://makkie.amsterdam/verdienen/ Ruilsysteem (b.v. LETS) is een vorm waarbij particulieren goederen en diensten uitwisselen met gebruik van een complementaire munt, al dan niet met negatieve rente.
Dit maakt ‘arbeid’ relatief goedkoop ten opzichte van materiaalgebruik, wat een duurzaam effect heeft door meer reparatie en hergebruik: https://nl.wikipedia.org/wiki/Lokale_ruileconomie De Haarlemse gemeenteraad bezocht ooit de wijk Rabot-Blaisantvest in Gent en maakte daar kennis met een wijkmunt https://torekes.be//nl/home/ Door een dagdeel iets voor de wijk te doen ontvangt een inwoner 10 Torekes (torentjes). De geldwaarde is € 0,10 per Toreke. Een volkstuin huren kost bijvoorbeeld 150 Torekes per jaar. De sociale impact van dit systeem is enorm en deze wijkmunt is op 4 mei 2023 overgedragen aan een gemeentelijke dienst. Een stadsmunt of regiogeld is een betaalmiddel tussen MKB bedrijven en consumenten. Negatieve rente is vrijwel altijd een onderdeel van een dergelijk betaalmiddel. Dit zorgt voor een hoge omloopsnelheid en dus meer welvaart. De duur van de betalingstermijmen tussen MKB ondernemers neemt hierdoor af of is geheel afwezig en dat zorgt voor een lagere rentedragende kapitaalbehoefte: https://regiogeld.org Barter is een handelssysteem tussen bedrijven door middel van een eigen ruilmiddel, zonder fiatgeld. Een voorbeeld is: https://tradexchange.nl/hoe-werkt-tx.htm Ook in Haarlem is er momenteel een voorbeeld van een wijkmunt: de ‘Groene Raatjes’ (social credits) die in omloop zijn bij het Groene Raadhuis op de stadskweektuin NME. (www.groeneraadhuis.nl)
5.3 Revolverend werkgelegenheidsfonds In 2009 is in Haarlem de motie ‘Probeer Prohef’ aangenomen.Deze motie maakte het – in de laatste financiële crisis – mogelijk om geld van het werkdeel van de toenmalige Wet Werk en Bijstand in te zetten voor werkgelegenheid in het Haarlemse MKB. Het Haarlemse MKB steunde dit initiatief dan ook. De Prohef methode bestond eruit dat een MKB ondernemer ongeveer € 7.000,- per jaar ontving als deze een werkzoekende (met afstand tot de arbeidsmarkt) in dienst nam en na een jaar (eventueel) 21
terugbetaalde op basis van de brutowinst (gemiddeld 25% van de brutowinst gedeeld door het aantal werknemers). Op deze manier werd de ‘accijns’ op arbeid verlaagd en zou de gemeente acyclisch gaan investeren in het MKB. Tot uitvoering is het helaas niet gekomen. Vanwege de invoering van de Participatiewet is deze methode nu minder goed toepasbaar.
5.4 Coalitieakkoord 2022-2026 In het huidige coalitieakkoord staat dat een vorm van een revolverend werkgelegenheidsfonds nader wordt onderzocht en dat is gebeurd. Dit heeft geleid tot het oprichten van een social bond17. Social Impact Bond (SIB) Met het Actieprogramma Impact Ondernemen stimuleert de gemeente Haarlem ondernemen met impact. Dit kan impact zijn op sociaal gebied, maar ook op het gebied van duurzaamheid en circulariteit. Vanuit deze gedachte is de gemeente Haarlem aangehaakt op twee Social Impact Bonds, die beiden nog lopen. Bij een SIB pakken publieke en private partijen gezamenlijk een maatschappelijk probleem aan. Pas als de onderneming heeft bijgedragen in het oplossen van het probleem, betaalt de overheid de investeerder vanuit de besparing die de oplossing oplevert. Deze driehoeksverhouding vereist maatwerk én een welwillende investerende partij. Een SIB komt vaak tot stand om de investerende partij meer zekerheid te bieden. De gemeente Haarlem staat open voor een gesprek met elke impact ondernemer die interesse heeft in een vergelijkbare constructie. Sociaal Impact Fonds (SIF) Zuid-Kennemerland en IJmond (ZKIJ) Een van de pijlers binnen het Actieprogramma Impact Ondernemen is het wegnemen van de financiële drempel om (meer) impact te maken. Het vinden van financiering vormt vaak een obstakel bij startende impact ondernemers.