I.e Advies van de commissie Besluit Begroting en Verantwoording aan de minister van Binnenlandse Zaken, 25 november 2025, Commissie BBV
Tekst van het document
o
o
a. de van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel; b. overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen.
2 De voorschotten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, worden uitgesplitst naar de nog te ontvangen bedragen van: o o o
1°. Europese overheidslichamen; 2°. het Rijk, en 3°. overige Nederlandse overheidslichamen.
43. Artikel 40b Aan de actiefzijde van de balans wordt buiten de balanstelling het bedrag opgenomen waarvan het recht bestaat op verliescompensatie krachtens de Wet op de vennootschapsbelasting 1969. Paragraaf 4.5.5. Vaste Passiva 44. Artikel 41 Onder de vaste passiva worden afzonderlijk opgenomen het eigen vermogen, de voorzieningen en de vaste schulden, met een rentetypische looptijd van één jaar of langer. 45. Artikel 42 1 Het eigen vermogen bestaat uit de reserves en het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening. 2 Het in het eerste lid bedoelde resultaat wordt afzonderlijk opgenomen als onderdeel van het eigen vermogen. 46. Artikel 43 1 In de balans worden de reserves onderscheiden naar: o o
a. de algemene reserve; b. de bestemmingsreserves.
2 Een bestemmingsreserve is een reserve waaraan provinciale staten respectievelijk de raad een bepaalde bestemming heeft gegeven. 47. Artikel 44 1 Voorzieningen worden gevormd wegens: o
a. verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs te schatten; 51
o o
o
b. op de balansdatum bestaande risico's ter zake van bepaalde te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is te schatten; c. kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt, mits het maken van die kosten zijn oorsprong mede vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren; d. de bijdragen aan toekomstige vervangingsinvesteringen, waarvoor een heffing wordt geheven als bedoeld in artikel 35, eerste lid, onder b.
2 Tot de voorzieningen worden ook gerekend van derden verkregen middelen die specifiek besteed moeten worden, met uitzondering van de voorschotbedragen, bedoeld in artikel 49, onderdeel b. 3 Voorzieningen worden niet gevormd voor jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume.I 48. Artikel 45 Rentetoevoegingen aan voorzieningen zijn niet toegestaan. 49. Artikel 46 In de balans worden onder de vaste schulden afzonderlijk opgenomen: a. obligatieleningen; b. onderhandse leningen van: 1. binnenlandse pensioenfondsen en verzekeringsinstellingen; 2. binnenlandse banken en overige financiële instellingen; 3. binnenlandse bedrijven; 4. openbare lichamen als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Wet financiering decentrale overheden; 5. overige binnenlandse sectoren; 6. buitenlandse instellingen, fondsen, banken, bedrijven en overige sectoren; c. door derden belegde gelden; d. waarborgsommen; e. vooruitontvangen bedragen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer. Paragraaf 4.5.6. Vlottende passiva 50. Artikel 47 52
Onder de vlottende passiva worden afzonderlijk opgenomen de netto-vlottende schulden, met een rentetypische looptijd korter dan één jaar en de overlopende passiva. 51. Artikel 48 In de balans worden onder de netto-vlottende schulden afzonderlijk opgenomen: • • • •
a. kasgeldleningen aangegaan bij openbare lichamen als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Wet financiering decentrale overheden; b. overige kasgeldleningen; c. banksaldi; d. overige schulden.
52. Artikel 49 1 In de balans worden onder de overlopende passiva afzonderlijk opgenomen: o
o
o
a. verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume; b. de van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren; c. overige vooruit ontvangen bedragen die ten bate van het volgende begrotingsjaar komen.
2 De voorschotten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, worden uitgesplitst naar de ontvangen bedragen van; o o o
1°. Europese overheidslichamen; 2°. het Rijk, en 3°. overige Nederlandse overheidslichamen.
53. Artikel 50 Aan de passiefzijde van de balans wordt buiten de balanstelling opgenomen het bedrag waartoe aan natuurlijke en rechtspersonen borgstellingen of garantstellingen zijn verstrekt. Paragraaf 4.5.7. Toelichting op de balans 54. Artikel 51 n de toelichting op de balans wordt aangegeven volgens welke methoden de afschrijvingen worden berekend. 55. Artikel 52 1 In de toelichting op de balans worden onder de materiële vaste activa afzonderlijk opgenomen: 53
o o o o o o o
a. gronden en terreinen; b. woonruimten; c. bedrijfsgebouwen; d. grond-, weg- en waterbouwkundige werken; e. vervoermiddelen; f. machines, apparaten en installaties; g. overige materiële vaste activa.
2 In de toelichting op de balans wordt het verloop van de activa, als bedoeld in het eerste lid, gedurende het begrotingsjaar, in een sluitend overzicht weergegeven. Daaruit blijken, voor zover van toepassing: o o o o o o
a. de boekwaarde aan het begin van het begrotingsjaar; b. de investeringen of desinvesteringen; c. de afschrijvingen; d. bijdragen van derden direct gerelateerd aan een actief; e. afwaarderingen wegens duurzame waardeverminderingen; f. de boekwaarde aan het einde van het begrotingsjaar.
56. Artikel 52a 1 In de toelichting op de balans wordt per uitkering met een specifiek bestedingsdoel het verloop gedurende het jaar van de ontvangen voorschotbedragen, bedoeld in artikel 49, onderdeel b, in een overzicht weergegeven. Daaruit blijken: o o o o
a. het saldo aan het begin van het begrotingsjaar; b. de ontvangen bedragen; c. de vrijgevallen bedragen of de terugbetalingen; d. het saldo aan het einde van het begrotingsjaar.
2 In de toelichting op de balans wordt per uitkering met een specifiek bestedingsdoel het verloop gedurende het jaar van de nog te ontvangen voorschotbedragen, bedoeld in artikel 40a, onderdeel a, in een overzicht weergegeven. Daaruit blijken: o o o o
a. het saldo aan het begin van het begrotingsjaar; b. de toevoegingen; c. de ontvangen bedragen; d. het saldo aan het einde van het begrotingsjaar.
57. Artikel 52b De aard en omvang van de aangebrachte dan wel geraamde waardeverminderingen van de leningen en vorderingen, bedoeld in artikel 63, achtste lid, van de vaste activa, bedoeld in artikel 65, eerste lid, en van de deelnemingen en voorraden, bedoeld in artikel 65, tweede lid, worden in de toelichting op de balans opgenomen. 58. Artikel 52c In de toelichting op de balans wordt vermeld: 54
• •
a. het drempelbedrag voor het begrotingsjaar waarover verantwoording wordt afgelegd; en b. voor ieder kwartaal van dat jaar, het bedrag aan middelen, bedoeld in artikel 2, vierde lid, van de Wet financiering decentrale overheden, dat in het kader van het drempelbedrag door de provincie onderscheidenlijk de gemeente buiten ’s Rijks schatkist is aangehouden.
59. Artikel 52d 1 In de toelichting op de balans wordt ten aanzien van de bouwgronden in exploitatie voor het totaal van de in exploitatie zijnde complexen aangegeven: o o o o o o
a. de boekwaarde aan het begin van het begrotingsjaar; b. de vermeerderingen en verminderingen in het begrotingsjaar; c. de boekwaarde aan het einde van het begrotingsjaar; d. de geraamde nog te maken kosten met een onderbouwing; e. de geraamde opbrengsten met een onderbouwing; f. het geraamde eindresultaat en de berekeningswijze die hiervoor is gehanteerd met een onderbouwing en de aannames die eraan ten grondslag liggen.
2 De gegevens, bedoeld in het eerste lid, zijn gebaseerd op een waardering per complex. 60. Artikel 53 In de toelichting op de balans wordt vermeld; a. de niet in de balans opgenomen belangrijke financiële verplichtingen waaraan de provincie of de gemeente voor toekomstige jaren is verbonden, en b. indien de provincie of de gemeente financiële derivaten hanteert, per derivaat: o o
o
1°. de naam en rating van de financiële onderneming waarbij het derivaat is afgesloten; 2°. het type en de belangrijkste kenmerken van het derivaat en de hoogte en de looptijd van de financieringsbehoefte waaraan het derivaat kan worden toegerekend, en 3°. in het geval van een niet-effectieve positie, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel k, in welk opzicht daarvan sprake is, de maatregelen die zijn genomen om die positie ongedaan te maken en de termijn die daarvoor naar verwachting nodig is.
61. Artikel 54 1 In de toelichting op de balans worden de aard en reden van elke reserve en de toevoegingen en onttrekkingen daaraan toegelicht. 2 Per reserve wordt het verloop gedurende het jaar in een overzicht weergegeven. Daaruit blijken: 55
o o o o o
a. het saldo aan het begin van het begrotingsjaar; b. de toevoegingen of onttrekkingen uit hoofde van het voorgaande boekjaar; c. de toevoegingen of onttrekkingen bij het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening; d. de verminderingen in verband met afschrijvingen op activa waarvoor een specifieke bestemmingsreserve is gevormd; e. het saldo aan het einde van het begrotingsjaar.
62. Artikel 55 1 In de toelichting op de balans worden de aard en reden van de voorzieningen, bedoeld in artikel 44 en de wijzigingen daarin toegelicht. 2 Per voorziening wordt het verloop gedurende het jaar in een overzicht weergegeven. Daaruit blijken: o o o o o
a. het saldo aan het begin van het begrotingsjaar; b. de toevoegingen; c. ten gunste van de rekening van baten en lasten vrijgevallen bedragen; d. de aanwendingen; e. saldo aan het einde van het begrotingsjaar.
63. Artikel 56 In de toelichting op de balans wordt de rentelast voor het begrotingsjaar vermeld van alle vaste schulden, genoemd in artikel 46. 64. Artikel 57 1 In de toelichting op de balans worden de borgstellingen, bedoeld in artikel 50, gespecificeerd naar de aard van de geldleningen. •
2 Per specificatie wordt vermeld: a. het oorspronkelijk bedrag van de gewaarborgde geldlening; o o o
b. het percentage van het leningbedrag waarvoor borgstelling is verleend; c. het restantbedrag van de lening bij aanvang van het begrotingsjaar; d. het restantbedrag van de lening aan het eind van het begrotingsjaar.
3 In de toelichting op de balans wordt een specificatie opgenomen van de garantstellingen als bedoeld in artikel 50. 4 In de toelichting wordt ook opgenomen het totaalbedrag van de betalingen die inzake de borg- en garantstelling zijn gedaan tot en met het eind van het begrotingsjaar. 65. Artikel 58 Artikel 29 is van overeenkomstige toepassing op de balans. 56
Titel 4.6. De bijlage met de verantwoordingsinformatie over specifieke uitkeringen. 66. Artikel 58a 1 Bij de jaarrekening is een bijlage gevoegd waarin verantwoordingsinformatie over specifieke uitkeringen wordt verstrekt op basis van indicatoren. 2 Onze Minister stelt, in overeenstemming met Onze Minister wie het aangaat, bij ministeriële regeling een model vast voor de in het eerste lid bedoelde bijlage en bepaalt daarbij over welke specifieke uitkeringen daarin verantwoordingsinformatie wordt opgenomen en welke indicatoren worden gebruikt.
Hoofdstuk V. Waardering, activeren en afschrijven 67. Artikel 59 1 Alle investeringen worden geactiveerd. 2 In afwijking van het eerste lid worden kunstvoorwerpen met een cultuur-historische waarde niet geactiveerd. 68. Artikel 60 Kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief kunnen worden geactiveerd indien: • • • •
a. het voornemen bestaat het actief te gebruiken of te verkopen; b. de technische uitvoerbaarheid om het actief te voltooien vaststaat; c. het actief in de toekomst een economische of maatschappelijke nut functie heeft zal genereren en; d. de uitgaven die aan het actief zijn toe te rekenen betrouwbaar kunnen worden vastgesteld.
69. Artikel 61 Bijdragen aan activa in eigendom van derden kunnen worden geactiveerd, indien: • • • •
a. er sprake is van een investering door een derde; b. de investering bijdraagt aan de publieke taak; c. de derde zich heeft verplicht tot het daadwerkelijk investeren, op een wijze zoals is overeengekomen en; d. de bijdrage kan worden teruggevorderd, indien de derde in gebreke blijft of de provincie onderscheidenlijk gemeente anders recht kan doen gelden op de activa die samenhangen met de investering.
70. Artikel 62 1 Alle vaste activa worden voor het bedrag van de investering geactiveerd. 57
2 In afwijking van het eerste lid worden de bijdragen van derden die in directe relatie staan met het actief op de waardering daarvan in mindering gebracht. 3 In afwijking van het eerste lid moeten de voorzieningen, bedoeld in artikel 44, eerste lid, onder d, in mindering gebracht worden op de investeringen, bedoeld in artikel 35, eerste lid, onder b. 71. Artikel 63 1 Activa worden gewaardeerd op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. 2 De verkrijgingsprijs omvat de inkoopprijs en de bijkomende kosten. 3 De vervaardigingsprijs omvat de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten, welke rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. In de vervaardigingsprijs kunnen voorts worden opgenomen een redelijk deel van de indirecte kosten en de rente over het tijdvak dat aan de vervaardiging van het actief kan worden toegerekend; in dat geval vermeldt de toelichting dat deze rente is geactiveerd. 4 Voor in erfpacht uitgegeven gronden geldt de uitgifteprijs van eerste uitgifte als verkrijgingsprijs. Gronden in eeuwigdurende erfpacht worden gewaardeerd tegen registratiewaarde. 5 Van activa waarvan de bestemming verandert, wordt de actuele waarde van de nieuwe bestemming in de toelichting op de balans opgenomen.
6 In afwijking van het eerste lid is waardering tegen actuele waarde toegestaan voor de activa van de Nazorgfondsen bedoeld in artikel 15.47 van de Wet milieubeheer. 7 Passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, met uitzondering van voorzieningen die tegen contante waarde zijn gewaardeerd. 8 Eventuele voorzieningen wegens oninbaarheid worden met de boekwaarde van leningen en vorderingen verrekend. 72. Artikel 64 1 De afschrijvingen geschieden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar. 2 Slechts om gegronde redenen mogen de afschrijvingen geschieden op andere grondslagen dan die welke in het voorafgaande begrotingsjaar zijn toegepast. De reden van de verandering wordt in de toelichting op de balans uiteengezet. Tevens wordt inzicht gegeven in haar betekenis voor de financiële positie en voor de baten en de lasten aan de hand van aangepaste cijfers voor het begrotingsjaar of voor het voorafgaande begrotingsjaar. 3 Op vaste activa met een beperkte gebruiksduur wordt jaarlijks afgeschreven volgens een stelsel dat is afgestemd op de verwachte toekomstige gebruiksduur. 58
4 In afwijking van het derde lid is de afschrijvingsduur voor de immateriële vaste activa, bedoeld in artikel 34 onder a, maximaal gelijk aan de looptijd van de lening. 5 In afwijking van het derde lid is de afschrijvingsduur voor de immateriële vaste activa, bedoeld in artikel 34 onder b, ten hoogste vijf jaar. 6 Voor bijdragen aan de activa in eigendom van derden, bedoeld in artikel 34, onderdeel c, is de afschrijvingsduur maximaal gelijk aan die van de activa waarvoor de bijdrage aan derden wordt verstrekt. 73. Artikel 65 1 Naar verwachting duurzame waardeverminderingen van vaste activa worden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking genomen. 2 Voorraden en deelnemingen worden tegen de marktwaarde gewaardeerd indien de marktwaarde lager is dan de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. 3 Een actief dat buiten gebruik wordt gesteld wordt afgewaardeerd op het moment van buitengebruikstelling, indien de restwaarde lager is dan de boekwaarde.
Hoofdstuk VI. Uitvoeringsinformatie 74. Artikel 66 1 De door gedeputeerde staten onderscheidenlijk het college van burgemeester en wethouders vast te stellen uitvoeringsinformatie bestaat: o o o
a. uit een totaaloverzicht van de geraamde baten en lasten per taakveld, ten tijde van de begroting; b. uit een totaaloverzicht van de gerealiseerde baten en lasten per taakveld, ten tijde van de jaarstukken; c. het verdelingsprincipe waarmee de taakvelden over de programma’s zijn verdeeld.
2 De raming onderscheidenlijk realisatie van het totaaloverzicht van de baten en lasten per taakveld is integraal en omvat dezelfde totaalbedragen als de begroting onderscheidenlijk de jaarstukken. 3 Voor het overzicht met de gerealiseerde baten en lasten worden hetzelfde verdelingsprincipe en dezelfde indeling gebruikt als voor het overzicht met de ramingen. 4 De voor de uitvoeringsinformatie te gebruiken taakvelden worden bij ministeriële regeling vastgesteld. Artikel 67 [Vervallen per 14-04-2016] 59
Artikel 68 [Vervallen per 14-04-2016] Artikel 69 [Vervallen per 01-07-2013] Artikel 70 [Vervallen per 14-04-2016]
Hoofdstuk VII. Informatie voor derden 75. Artikel 71 1 Gedeputeerde staten onderscheidenlijk het college van burgemeester en wethouders verstrekken aan Onze Minister en het CBS de volgende informatie voor derden : o o o o o
o o o
a. de uitvoeringsinformatie, bedoeld in artikel 66, eerste lid; b. de economische categorieën per taakveld; c. de balansmutaties verbijzonderd naar economische categorie; d. de ontwikkelingen per kwartaal van de balansstanden van de bij ministeriële regeling vast te stellen activa en passiva; e. het aan de hand van een door het CBS beschikbaar gesteld model berekende EMU-saldo over het vorig begrotingsjaar, het geraamde bedrag over het begrotingsjaar en het geraamde bedrag over het jaar volgend op het begrotingsjaar; f. de actuele begroting; g. de kengetallen als bedoeld in artikel 11, tweede lid, onder d; h. de bij ministeriële regeling vast te stellen beleidsindicatoren, waarvan gemeenten onderscheidenlijk provincies bronhouder zijn.
2 Bij ministeriële regeling wordt geregeld welke informatie, bedoeld in het eerste lid, wordt verstrekt: o o o
a. ten tijde van het opstellen van de begroting vóór 15 november van het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar; b. ten tijde van het opstellen van de jaarrekening vóór 15 juli van het jaar volgend op het begrotingsjaar; en, c. gedurende het begrotingsjaar per kwartaal, binnen een maand na afloop van het betreffende kwartaal.
3 Het CBS toetst of de informatie voor derden tijdig en op de juiste wijze is verstrekt en kwalitatief op orde is. De resultaten daarvan worden medegedeeld aan gedeputeerde staten onderscheidenlijk het college van burgemeester en wethouders en Onze Minister. 4 Bij belangrijke wijzigingen in de administratie kan Onze Minister een accountantsverklaring aan gedeputeerde staten onderscheidenlijk het college van burgemeester en wethouders vragen. 60
5 Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de te verstrekken informatie voor derden en de wijze waarop dit geschiedt. Artikel 72 [Vervallen per 14-04-2016] Artikel 73 [Vervallen per 14-04-2016] Artikel 74 [Vervallen per 14-04-2016]
Hoofdstuk VIII. Commissie besluit begroting en verantwoording 76. Artikel 75 1 Er is een commissie voor het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. 2 De commissie draagt zorg voor een eenduidige uitvoering en toepassing van dit besluit, en voor een visie ten aanzien van rechtmatigheid in de controleverklaring van gemeenten, gemeenschappelijke regelingen, waterschappen en provincies. De commissie draagt daartoe ten minste zorg voor: o o o
a. een document dat de eenduidige interpretatie van dit besluit bevordert; b. het onderhouden van de Kadernota rechtmatigheid voor het geven van een visie ten aanzien van rechtmatigheid in de controleverklaring; c. de beantwoording van vragen.
3 De commissie bestaat uit: a. één onafhankelijk voorzitter; b. één secretaris; c. drie leden werkzaam als financieel ambtenaar bij gemeenten; d. twee leden werkzaam bij een provincie; e. twee leden werkzaam bij of voor de waterschappen; f. twee leden werkzaam bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; g. een lid werkzaam bij het Ministerie van Infrastructuur en Milieu; 61
h. één lid werkzaam bij het Ministerie van Financiën; i. één lid werkzaam bij het CBS; j. twee leden werkzaam in de provinciale of gemeentelijke accountancy, waarvan één verbonden aan een van de vier grootste gemeenten; k. één lid werkzaam als gemeentesecretaris; l. één lid werkzaam als raadsgriffier of statengriffier; m. één lid werkzaam bij de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. n. één lid werkzaam bij de Vereniging van Raadsleden; o. één lid werkzaam bij de Nederlandse Vereniging van Rekenkamers en rekenkamercommissies; 4 De leden van de commissie hebben op persoonlijke titel zitting in de commissie en nemen deel aan de vergaderingen zonder last. 5 Onze Minister benoemt en ontslaat de voorzitter, bedoeld in het derde lid, onder a. 6 De voorzitter benoemt de leden, bedoeld in het derde lid, onder b tot en met o. De benoeming geschiedt op voordracht van: a. de Vereniging van Nederlandse Gemeenten voor twee van de leden, bedoeld in het derde lid, onder c, en het lid, bedoeld in het derde lid, onder m; b. de Vereniging Federatie van Algemene Middelenmanagers bij de Overheid voor één van de leden, bedoeld in het derde lid, onder c; c. het Interprovinciaal Overleg voor de leden, bedoeld in het derde lid onder d; d. de Unie van Waterschappen voor de leden, bedoeld in het derde lid, onder e; e.
Onze Minister voor de secretaris en voor de leden, bedoeld in het derde lid, onder f; f. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu voor het lid, bedoeld in het derde lid, onder g; g. Onze Minister van Financiën voor het lid, bedoeld in het derde lid, onder h; h. het CBS voor het lid, bedoeld in het derde lid, onder i; i. het Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants voor de leden, bedoeld in het derde lid onder j;
62
j. de Vereniging van Gemeentesecretarissen voor het lid, bedoeld in het derde lid onder k; k. de Vereniging van Griffiers voor het lid, bedoeld in het derde lid onder l; l. de Vereniging voor Raadsleden voor het lid, bedoeld in het derde lid onder n; m. de Nederlandse Vereniging van Rekenkamers en Rekenkamercommissies voor het lid, bedoeld in het derde lid onder o. Bij het besluit tot benoeming houdt de voorzitter rekening met in de commissie noodzakelijke kennis en ervaring. 7 In overleg met de commissie kan de voorzitter een of meerdere adviseur aanstellen. 8 Het lidmaatschap van de commissie vervalt zodra een lid niet langer werkzaam is op het terrein, aangegeven in het derde lid, dan wel een instantie als genoemd in het zesde lid, onder a tot en met k, een andere persoon voordraagt als lid aan de voorzitter van de commissie. 9. In overleg met de commissie kan de voorzitter een of meerdere agendaleden aanstellen.
Hoofdstuk IX. Overgangs- en slotbepalingen 77. Artikel 76 1 In afwijking van artikel 63, eerste lid, worden activa, die op 31 december 1994 tegen actuele waarde zijn gewaardeerd, volgens de op dat moment aanwezige boekwaarde voor de rest van de periode afgeschreven. 2 In afwijking van artikel 62, eerste lid, worden alle activa waar voor 31 december 2003 reserves op in mindering zijn gebracht op de waarde volgens de op 31 december 2003 aanwezige boekwaarde voor de rest van de periode afgeschreven. 78. Artikel 76a 1 De artikelen 40a, 52a en 52b zijn niet van toepassing op de begrotingswijzigingen, de jaarstukken, de uitvoeringsinformatie en de informatie voor derden en de daarbij behorende toelichtingen voor het begrotingsjaar 2007. 2 Op de begrotingswijzigingen, de jaarstukken, de uitvoeringsinformatie en de informatie voor derden en de daarbij behorende toelichtingen voor het begrotingsjaar 2007, zijn de artikelen 2, vierde lid, 19, 43, 44, tweede lid, 49, 55, eerste lid, 63, achtste lid, 64, derde lid, van toepassing zoals deze golden op 9 juli 2007. 3 Gemeenten die meerjarige specifieke uitkeringen ontvangen, waarvan de meerjarige uitkeringsperiode vóór 1-1-2007 aanving, kunnen hierover verantwoording afleggen op grond van de artikelen 44, tweede lid, 49 en 55, eerste lid zoals deze golden op 9 juli 2007. 63
79. Artikel 77 Het Besluit comptabiliteitsvoorschriften 1995 wordt ingetrokken, met dien verstande dat het voor de begrotingswijzigingen, de jaarrekening en het jaarverslag over het jaar 2003 nog van kracht blijft. 80. Artikel 78 Dit besluit treedt in werking per 1 februari 2003, met dien verstande dat de begroting, meerjarenraming, de jaarstukken, de uitvoeringsinformatie en de informatie voor derden en de daarbij behorende toelichtingen met ingang van de begroting voor het begrotingsjaar 2004 voldoen aan de bepalingen van dit besluit. 81. Artikel 79 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten.
64
11. Onderwerpen niet opgenomen in de notitie • • • • •
• • •
Renteomslag afschaffen (rente toerekenen over eigen vermogen als baat zien) Waardering voorziening (grex op eindwaarde) Overlopende activa en passiva: notitie Algemene dekkingsmiddelen toerekenen aan programma’s en taakvelden Vervallen notitie incidentele en structurele baten en daarmee bijbehorend overzicht Presentatie van het structureel begrotingssaldo (bedragen x € 1.000)
2019
2020
2021
2022
Saldo baten en lasten
-1.460
-1.500
-1.690
-1.335
Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves
1.660
1.630
1.500
1.250
Begrotingssaldo na bestemming
200
130
-190
-85
Waarvan incidentele baten en lasten (saldo)
-150
-100
200
50
Structureel begrotingssaldo
50
30
10
-35
Aanpassingen geprognosticeerde overzicht (zie ook oplegnotitie) Uitvoeringsinformatie niet opnemen in begroting en jaarstukken. Sisa problematiek (zie onderstaande tekst) Inzicht en controle: Wat is sisa wat is ENSIA, WOO ook?. Het onderwerp ENSIA raakt aan de SISA (single issue, single audit) verklaringen. De commissie BBV is van mening dat noch ENSIA noch SISA onderdeel zouden moeten zijn van de begroting en jaarstukken. De reden hiervoor is tweeledig: de raad krijgt geen inzicht door het toevoegen van SISA stukken aan de jaarrekening. In de praktijk worden deze stukken genegeerd en zijn zij slechts onderdeel van het controlepakket voor de accountant. Het toevoegen van SISA stukken zorgt echter ook voor meer werkdruk bij gemeente en accountants omdat het aantal uitkeringen (SPUK) waar SISA op toegepast moet worden enorm gegroeid is sinds de introductie. De inspanning die geleverd moet worden voor de accountantscontrole is te groot.>>piek en onduidelijkheden. Jan heeft link gelegd met onrechtmatigheid. Maar bedragen vallen al binnen de reguliere controles. Materiele bedragen door de omvang? Geen argument, dat valt binnen het reguliere werk.
65
66