Financieel kader 2022
Tekst van het document
1.000
2.000
3.000
4.000
5.000
6.000
7.000
8.000
9.000 10.000 11.000 12.000
Op basis van de uitkomsten uit het begrotingskader worden drie scenario’s uitgelicht. Omdat de financiële consequenties vaak niet eenduidig aan te geven zijn en soms afhankelijk zijn van nog te maken beleidskeuzes worden de ontwikkelingen op basis van aannames en scenario’s opgenomen. Tabel 8: Scenario’s voor structurele beleidsvoorstellen Scenario’s beleidsintensiveringen (in duizenden €)
Structureel per jaar
Scenario 1: € 4 miljoen financiële ruimte voor nieuwe beleidsvoorstellen
4.000
Scenario 2: € 6 miljoen financiële ruimte voor nieuwe beleidsvoorstellen
6.000
Scenario 3: € 8 miljoen financiële ruimte voor nieuwe beleidsvoorstellen
8.000
6.2 Structurele beleidsinventarisaties Binnen het financieel kader zal enige ruimte gereserveerd dienen te worden voor nieuwe beleidsvoorstellen die voortvloeien uit het nog op te stellen coalitieprogramma. In hoofdstuk 7 zijn de structurele (extra) beleidsvoorstellen per domein in beeld gebracht. In onderstaande tabel worden de
22
totalen per domein weergegeven (bijlage 5). Hierbij dient opgemerkt te worden dat een aantal beleidsinventarisaties nog op PM staan. Tabel 9: Geïnventariseerde beleidsvoorstellen structureel Totaal te overwegen beleidsvoorstellen structureel (in duizenden €) Sociaal domein Fysiek domein Burger en Bestuur Totaal
Per jaar 8.017 5.665 6.339 20.021
In Tabel 10 worden de drie scenario’s aangehouden die ruimte bieden voor structurele beleidsvoorstellen. In alle drie de scenario’s zal er geen ruimte zijn om alle geïnventariseerde beleidsvoorstellen structureel uit te kunnen voeren. Dit maakt duidelijk dat in elk gekozen scenario prioritering noodzakelijk is met betrekking tot de toekomstige beleidsvoorstellen. Tabel 10: Ruimte voor beleidsvoorstellen tegenover beleidsinventarisatie Ruimte voor nieuw beleid (in duizenden €) Scenario 1: € 4 miljoen financiële ruimte voor nieuwe beleidsvoorstellen Scenario 2: € 6 miljoen financiële ruimte voor nieuwe beleidsvoorstellen Scenario 3: € 8 miljoen financiële ruimte voor nieuwe beleidsvoorstellen
Scenario
Beleidsinventarisatie
Verschil
4.000
20.021
-16.021
6.000
20.021
-14.021
8.000
20.021
-12.021
6.3 Conclusies sluitende begroting Onderstaand wordt in Tabel 11 weergegeven wat de gevolgen voor de gemeentelijke begroting zijn wanneer gekozen wordt voor een bepaalde ruimte voor nieuw beleid in combinatie met een bepaalde netto schuldquote. In hoofdstuk 5 wordt onder andere de ruimte op de balans voor nieuwe investeringen en/of deelnemingen weergeven met een netto schuldquote van 125%. Bij het doen van berekeningen blijkt dat enkel bij een keuze voor € 2 miljoen of minder aan structurele beleidsruimte er een sluitende begroting gepresenteerd kan worden bij deze schuldquote. Dit lijkt niet realistisch en daarom is er voor gekozen om geen scenario’s met een netto schuldquote van 125% weer te geven. Wanneer de ruimte voor nieuwe investeringen en deelnemingen volledig wordt ingevuld bij een netto schuldquote van 120%, kan enkel een sluitende begroting worden voorgelegd wanneer gekozen wordt voor scenario 1 (een in te vullen beleidsruimte van € 4 miljoen. Voor de overige scenario’s is er geen sluitende begroting met deze netto schuldquote. Bij de keuze voor een netto schuldquote van 105% zijn alle scenario’s begrotingstechnisch mogelijk. Bij alle scenario-combinaties is er sprake van per saldo voordelige incidentele middelen in de komende vier jaar.
In onderstaande tabellen is uitgegaan van het basis begrotingskader uit Hoofdstuk 4 in combinatie met de lasten behorende bij de (volledige gebruik van de) in te vullen investeringsruimte en de reservering voor (extra) beleidsvoorstellen.
23
Tabel 11: Scenario’s Structureel beleid inclusief investeringsscenario’s Scenario’s (in duizenden €) Incl. investeringsscenario's Scenario 1; € 4 miljoen beleid Scenario 1,1 (NSQ=105%) Scenario 1,2 (NSQ=120%) Scenario 2; € 6 miljoen beleid Scenario 2,1 (NSQ=105%) Scenario 2,2 (NSQ=120%) Scenario 3; € 8 miljoen beleid Scenario 3,1 (NSQ=105%) Scenario 3,2 (NSQ=120%)
2022
2023
2024
2025
Incidenteel totaal
2026
-9.816 -9.816
v v
-12.560 -11.114
v v
-14.811 -11.920
v v
-15.795 -11.458
v v
-6.377 -595
v v
-63.358 v -48.903 v
-9.816 -9.816
v v
-10.560 -9.114
v v
-12.811 -9.920
v v
-13.795 -9.458
v v
-4.377 1.405
v n
-55.358 v -42.308 v
-9.816 -9.816
v v
-8.560 -7.114
v v
-10.811 -7.920
v v
-11.795 -7.458
v v
-2.377 3.405
v n
-47.358 v -36.308 v
Uit de tabellen wordt duidelijk dat de begrotingsruimte eerder onder druk komt te staan dan dat de netto schuldquote onder druk komt te staan als gevolg van toenemende schulden. Het hanteren van een maximale netto schuldquote van 120% voor de financiële gezondheid van de stad lijkt een juiste keuze. De schuld overstijgt de baten van de gemeente om te kunnen groeien als stad zonder dat enkele financiële tegenvallers leiden tot een schuldquote van 130% waarbij de VNG stelt dat actie ondernomen moet worden. Onderstaand worden twee alternatieve scenario-combinaties weergegeven. Waar er in bovenstaande tabellen wordt gesteld dat de ruimte onder een gekozen netto schuldquote volledig benut wordt, hoeft dit in de praktijk niet het geval te zijn. Onderstaande scenario’s geven een weergave van Scenario 2 en Scenario 3 met een maximale netto schuldquote van 120%. Er wordt hier echter niet gekozen voor volledig gebruik van de ruimte onder de 120%, maar voor het hanteren van een extra investeringsruimte die leidt tot een sluitende begroting in 2026 en verder. De ruimte die hier weergegeven wordt, is expliciet de ruimte die beschikbaar is voor investeringen. Voor deelnemingen kan gesteld worden dat de bijbehorende lasten (enkel rente) wegvallen tegen de bijbehorende baten (rendement in de vorm van dividend.
Daarmee hebben deelnemingen wel impact op de schuldpositie van de gemeente, maar niet of nauwelijks een begrotingseffect. Tabel 12: alternatieve scenario’s naar sluitend kader Scenario’s (in duizenden €) Scenario 2,2a Scenario 3,2a
BegrInv.ruimte NSQ ruimte 2026 120% 117.793 1.405 n 116% 120% 117.793 3.405 n 111% NSQ
Inv.- Begr.ruimte ruimte sluitend 2026 94.666 0 60.618 0
Incidenteel ruimte
Ruimte voor deelnemingen*
44.373 41.480
23.127 57.175
*Bij het volledige gebruik van de ruimte voor deelnemingen, naast het gebruik van de getoonde extra investeringsruimte voor een sluitende begroting, zal de netto schuldquote alsnog de maximale 120% bedragen.
6.4 Incidentele middelen Naast de incidentele ruimte per jaarschijf, zijn voor de komende vier jaar ook andere incidentele dekkingsbronnen beschikbaar zoals beschreven in Hoofdstuk 4. Deze incidentele dekkingsbronnen zijn gezamenlijk circa € 30 miljoen.
24
Tabel 13: Incidenteel beschikbaar bij sluitende begroting Incidenteel totaal
Incidenteel (in duizenden €) Concept-Jaarrekening resultaat 2021 naar algemene reserve Niveau weerstandsvermogen op minimaal ruim voldoende Totaal incidenteel beschikbaar
-16.500 v -13.200 v -29.700 v
De scenario’s leiden tot verschillende uitkomsten van een sluitende begroting. Het verschil in structureel beleid vanaf 2023 en de fasering van kapitaallasten leidt tot een verschil in incidentele ruimte. Grafiek 8 geeft de incidentele ruimte voor 2022-2026 weer per scenario uit Tabel 11. Naast de incidentele ruimte uit de algemene middelen (Tabel 13) zijn er ook een aantal bestemmingsreserves beschikbaar als incidentele dekkingsbron, deze worden niet in bovenstaande tabel en onderstaande Grafiek 8 betrokken. Voor het Fysiek domein wordt in paragraaf 4.3.2 een constructie beschreven waar een aantal bestemmingsreserves (wel) als dekking gebruikt worden. Grafiek 8: Incidentele ruimte per scenario
Totaal incidenteel beschikbaar per scenario 100.000 80.000 60.000 40.000 20.000 0 Scenario 1,1
Scenario 1,2 Scenario 2,1 Scenario 2,2a Scenario 3,1 Incidenteel beschikbaar per jaarschijf Niveau weerstandsvermogen op minimaal ruim voldoende Jaarrekening resultaat 2021 naar algemene reserve
Scenario 3,2a
7. Overwegingen Gezien de verschillende uitkomsten van een sluitende begroting zijn investeringen en nieuw beleid geïnventariseerd. De geïnventariseerde lijsten zijn een indicatie van de mogelijkheden, maar niet alles omvattend. In dit hoofdstuk worden de geïnventariseerde overwegingen van investeringen en beleidsvoorstellen binnen elk domein weergegeven. Vanuit de domeinen ‘Sociaal’, ‘Fysiek’ en ‘Burger en Bestuur’ zijn factsheets opgesteld waarin de overwegingen voor de nieuwe coalitie weergegeven worden. Ook is er bij het coalitieakkoord van 2018 tot een aantal intensiveringen besloten, waarvan een aantal aflopen. Daarnaast zijn bij de Programmabegroting 2022-2026 structurele beleidsvoorstellen en investeringen doorgeschoven voor besluitvorming naar de Kadernota 2023. De overwegingen zijn per domein opgenomen en de keuzes daarin hebben weerslag op het financieel kader.
25
7.1 Hoofdoverweging over domeinen Binnen de weergegeven scenario’s zijn verschillende invullingen mogelijk van beleid en investeringen. Een eerste belangrijke stap in deze invulling is de afweging van Jeugd en Wmo. Vanuit de scenarioanalyse Jeugd en Wmo komt een nadeel van circa € 7 miljoen. Gelet op de trend en hoe de gemeente daar tot nu mee omgaat zou, voortzetten van huidig beleid leiden tot deze lasten en is dit onderdeel prioritair bij de te maken afweging omtrent invullen beleidsruimte. Dit legt een aanzienlijk beslag op de structurele ruimte voor 2022 en verder die uit het basis begrotingskader en de verschillende scenario’s beschikbaar zijn. De omgang met de trendanalyse Jeugd en Wmo en de bijbehorende lasten zijn dan ook een belangrijke afweging voor de invulling van het gekozen scenario. Gezien de omvang van Jeugd en Wmo binnen het begrotingskader en de scenario’s, wordt de structurele ruimte voor het Fysiek en Burger & Bestuur domein aanzienlijk beperkt. Tegelijk staat ook het onderhoudsniveau van de openruimte onder druk door het verouderen van het areaal. Dit vraagt om een impuls in onderhoud voor de komende 10 jaar om het onderhoudsniveau te behouden. Binnen het fysieke domein is het dan ook mogelijk om de dekkingsconstructie uit paragraaf 4.3.2. te overwegen.
Hiermee worden de reserve Onderhoud Openbare Ruimte (OOR) en de reserve Kapitaallasten Maatschappelijk Nut (KMN) aangewend, er is dan vanaf 2026 € 1,1 miljoen structureel nodig om de afgesproken beeld kwaliteit openbare ruimte te behouden. Er hoeft met deze constructie minder gebruik te worden gemaakt van de beperkte structurele ruimte uit het basis begrotingskader. Deze ruimte blijft beschikbaar voor andere opgaven vanuit o.a. het Burger en Bestuur domein en de woonlasten. In 7.2, 7.3 en 7.4 wordt per domein inzicht gegeven in de impact van het geïnventariseerde beleidsvoorstellen en investeringen op basis van factsheets, doorgeschoven voorstellen Programmabegroting 2022-2026 en beleidsintensiveringen 2018. Het is zijn daarmee niet per definitie complete inventarisaties.
7.2 Overwegingen Sociaal domein In het financieel kader is de doorwerking van de scenarioanalyse van Jeugd en Wmo niet opgenomen, deze staan in de onderstaande tabel ter overweging. In totaal zijn er (voorlopig) € 111 miljoen aan investeringen opgenomen voor het Sociaal domein over de periode 2023-2026. De investeringen voor zwembaden zijn niet opgenomen in onderstaande tabel, aangezien deze vanaf 2028 opgenomen moeten worden. Het abonnementstarief Wmo is zowel in de baten als de laste kan niet opgenomen en staat voorlopig op Pm. De € 7 miljoen voor Jeugdhulp en Wmo is het bedrag dat past bij het voortzetten van het huidige beleid en de scenario-analyse die is gedaan, deze posten lijken daarmee prioritair in de te maken afweging omtrent het invullen van de beschikbare beleidsruimte. Tabel 15: Voorlopig geïnventariseerd beleid Sociaal Geïnventariseerd beleid (in duizenden €)
2023
2024
2025
2026
Jeugdhulp Wmo Maatschappelijke opvang
3.385 n 3.884 n Pm
3.385 n 3.851 n Pm
3.120 n 3.851 n Pm
3.115 n 3.852 n Pm
Inburgering
Pm
Pm
Pm
Pm
Arbeidsmarkt
250 n 800 n
250 n
250 n
250 n
800 n
800 n
800 n
8.319 n
8.286 n
8.021 n
8.017 n
Armoede en schulden Subtotaal Sociaal domein
26
Tabel 16: Voorlopig geïnventariseerde investeringen Sociaal Investeringen Sociaal domein (in duizenden €) Sport Onderwijs Totaal
IP 2023-2026 51.000 60.000 111.000
7.3 Overwegingen Fysiek domein Voorlopig is er voor circa € 5,7 miljoen per jaar aan structurele beleidsvoorstellen voor de exploitatie. Incidentele beleidsvoorstellen zijn veelal nog PM. De investeringen die voorliggen zijn (voorlopig) circa € 109 miljoen voor de periode 2023-2026. De overwegingen van het Fysiek domein zijn opgenomen in onderstaande tabel. Tabel 17: Voorlopig geïnventariseerd beleid Fysiek Geïnventariseerd beleid (in duizenden €) Mobiliteit Wonen, groei van de stad Vergroenen en Vernatten en aanvullende beleidsambities Onderhoud Openbare ruimte Energietransitie en duurzaamheid Verder versterken ontwikkelcapaciteit en -expertise Economie en cultuur Subtotaal Fysiek domein
2023 530 n 230 n
2024 480 n 230 n
2025 680 n 230 n
2026 680 n 230 n
2.035 n 2.235 n 2.235 n 3.335 n 350 n 350 n 600 n 600 n Pm Pm Pm Pm 820 n 820 n 820 n 820 n 3.965 n 4.115 n 4.565 n 5.665 n
Tabel 18: Voorlopig geïnventariseerde investeringen Fysiek IP 2023-2026 31.548 15.840
Investeringen Fysiek domein (in duizenden €) Mobiliteit Wonen, groei van de stad Vergroenen en Vernatten en aanvullende beleidsambities Onderhoud Openbare ruimte Energietransitie en duurzaamheid Totaal *Waarvan t.l.v. rioolheffing
47.782* 14.000 109.170 *13.170
7.4 Overwegingen Burger en Bestuur In het domein van Burger en Bestuur zijn ruim € 6,9 miljoen aan structurele beleidsvoorstellen geïnventariseerd, waarvan ook incidentele beleidsvoorstellen. De investeringen zijn € 4 miljoen voor aanvullende investeringen in de informatievoorzieningen. Verder staat het Hybride werken nog op PM en kan invloed hebben op incidenteel, structureel en/of IP. Tabel 19: Voorlopig geïnventariseerd beleid Burger en Bestuur structureel in duizenden € Geïnventariseerde beleidsvoorstellen Informatievoorzieningen en organisatieontwikkeling Samenwerking, belangenbehartiging en dienstverlening Subtotaal Burger en Bestuur
2023 5.314 n 1.145 n 6.459 n
2024 5.716 n 1.820 n 7.536 n
2025 4.019 n 1.820 n 5.839 n
2026 4.519 n 1.820 n 6.339 n
Tabel 20: Voorlopig geïnventariseerd beleid Burger en Bestuur incidenteel in duizenden € Geïnventariseerd beleidsvoorstellen incidenteel Informatievoorzieningen en organisatieontwikkeling Subtotaal Burger en Bestuur
2023 2.360 n 2.360 n
2024 2.262 n 2.262 n
2025
2026
27
Tabel 21: Voorlopig geïnventariseerde investeringen Burger en Bestuur in duizenden € Investeringen Burger en Bestuur Aanvullende investeringen Hybride werken Totaal
IP 2023-2026 4.000 PM 4.000
7.5 Overweging indexatie Bestaand beleid leidt tot een structureel nadeel van € 2,2 miljoen naar aanleiding van de indexatie. Gezien het risico op hogere inflatie in 2023 is in het financieel kader de aanname gemaakt dat de daadwerkelijke inflatie hoger zal uitvallen (4,5%) en dat dit doorberekend wordt in o.a. de heffingen belastingen. Dit leidt tot een geraamd nadeel van € 2,8 miljoen. De hogere inflatie van 2022 is niet opgenomen in het financieel kader. Dit betekent wel dat hier expliciet voor gekozen moet worden en conform werkwijze invloed heeft op o.a. subsidies. Niet kiezen voor een hoger percentage in 2023 leidt tot een afname van het nadeel van 2,8 naar 2,2, maar ook tot een hoger risico dat de indexatie niet voldoende is om de prijsstijgingen op te vangen. Bij het daadwerkelijk voordoen van hogere prijsstijgingen kan doorberekening niet meer plaatsvinden en is het nadeel juist groter, namelijk € 5,9 miljoen. De definitieve doorberekening met de percentages voor indexatie kan bij de programmabegroting. Om de hogere prijsstijgingen op te kunnen vangen bij de begroting, valt de afweging bij de kadernota.
7.6 Overwegingen Woonlasten Op de drie componenten van de woonlasten zijn overwegingen in kaart gebracht. Om tot lagere woonlasten te komen kan er voor gekozen worden om minder kosten aan de rioolheffing of de afvalstoffenheffing toe te rekenen. Het niet doorrekenen van bepaalde kosten zal een negatief effect hebben op de begroting en leiden tot minder structurele ruimte voor (extra)beleidsvoorstellen en investeringen. Daarnaast is het ook mogelijk om de OZB belasting te verhogen of te verlagen. Een verhoging leidt tot een voordeel en een verlaging tot een nadeel in het financieel kader. 7.6.1 OZB- belasting Het tarief voor de OZB-woningen kan direct worden beïnvloed. Als voortzetting van het uitgangspunt van gematigde ontwikkeling van woonlasten gewenst is, dan past daarbij het scenario om het tarief alleen voor inflatie aan te passen. Dit kan worden aangevuld met de mogelijkheid om het tarief aan te passen voor een (meestal) negatief effect op de algemene uitkering vanwege het verschil in de waardeontwikkeling van het onroerend goed. Wanneer de waardeontwikkeling in Haarlem sneller stijgt of langzamer daalt) dan de landelijk gemiddelde waardeontwikkeling staat daar een korting vanuit het Gemeentefonds tegenover. Ook past een afweging van een verhoging van de tarieven tegen het gewenste voorzieningen niveau in de stad, om zo extra structurele ruimte vrij te maken.
7.6.2 Rioolheffing Voor de rioolheffing is tot op heden 100% kostendekkendheid het uitgangspunt, zonder een plafond voor het tarief in euro’s. De afgelopen jaren zijn de kosten met € 5 per huishouden gestegen (van € 149 in 2017 naar € 154 in 2022), de relatief kleine stijging is voornamelijk het gevolg van een daling van de rentetarieven en het verlagen van de toerekening van de kosten van straatvegen. Het niveau van de rioolheffing in Haarlem is daarmee nog steeds lager dan het gemiddelde van de 40 grote gemeenten. De overweging met betrekking tot de rioolheffing is dat het met de VNG modelverordening mogelijk is om de grondslag te verbreden. Ook is het mogelijk om bepaalde indirecte kosten meer of minder toe te rekenen aan de rioolheffing.
28
7.6.3 Afvalstoffenheffing De kosten van afvalinzameling en -verwerking zijn de afgelopen jaren gestegen van € 324 per huishouden in 2018 naar € 412 per huishouden in 2021, een stijging van 28% in vier jaar. De belangrijkste oorzaken hiervan zijn een hogere rijksbelasting voor verbranden van restafval en de uitvoering van het strategisch plan afvalbeheer. Ook de reguliere kosten voor inzamelen en verwerken zijn gestegen. Het niet meer toerekenen van kosten voor straatvegen heeft de stijging daarentegen enigszins beperkt. Om de afvalstoffenheffing in 2022 op het niveau van 2021 te houden, is een bedrag van € 872.000 incidenteel ten laste van de algemene middelen gebracht. Het dekkingspercentage in 2022 daalt hierdoor naar afgerond 97%. Afgelopen jaar is tariefdifferentiatie besproken. In de Programmabegroting 2022-2026 is vooralsnog niet ingestemd met tariefdifferentiatie. In de paragraaf lokale heffingen van de Programmabegroting 20222026 is hierover het volgende opgenomen: “Vooralsnog is niet ingestemd met een voorstel tot verdere tariefdifferentiatie naar de omvang van een huishouden, omdat de tarieven voor grotere huishoudens dan te hoog worden. Dat zou voorkomen kunnen worden door bepaalde lasten niet meer door te berekenen in de afvalstoffenheffing, zoals de kosten van kwijtschelding.
Hiervoor is alternatieve structurele dekking noodzakelijk, waarvoor geen alternatieven zijn aangedragen en waarvoor nu geen structurele dekking beschikbaar is. Een mogelijke verdere tariefdifferentiatie, al dan niet in samenhang met een gewijzigde kostentoerekening of wijziging van het kostendekkingspercentage, wordt in verband hiermede onderwerp van gesprek bij de totstandkoming van de Kadernota 2023.” Tabel 14: Overwegingen woonlasten in duizenden € Overwegingen Woonlasten OZB-belasting OZB gelijk aan korting gemeentefonds Rioolheffing Verbreding grondslag Niet doorrekenen BTW exploitatie Niet doorrekenen kosten Cocensus Niet doorrekenen straatvegen Doorrekenen BTW investeringen Afvalstoffenheffing Niet doorrekenen BTW Niet doorrekenen kosten Cocensus Niet doorrekenen kwijtscheldingen Totaal
Effect begroting
Effect woonlasten
-720
v
Pm
Pm 1.183 275 960 -1.300
n n n v
Pm -14 -3 -11 15
4.200 600 1.500 6.698
n n n n
-66 -9 -23 -111
7.7 Batenverwervingsstrategie In de afgelopen jaren heeft de inzet op belangenbehartiging en lobby veel goede resultaten opgeleverd. Haarlem is een sterkere speler geworden in de MRA en de G40 en kan nu een aantal ambities en opgaven in de regio en ten behoeve van de ontwikkelzones (woningbouw, economisch herstel, regionale mobiliteit en verduurzaming) via de regio gaan waarmaken. Ook binnen de EU worden kansen aangegrepen om ons als gemeente te profileren (public procurement). In de komende periode wil Haarlem inzetten op grootschalige gebiedsontwikkeling in de ontwikkelzones en OV-knooppunten, denk bijvoorbeeld aan de grootschalige woningbouw, werklocaties, mobiliteit en energietransitie. Ook dit vraagt om goede regionale afstemming (zie ook 2021/510722 “Versterken en professionaliseren belangenbehartiging en lobby”).
29
Het is daarom van belang dat Haarlem nog (veel) meer afspraken moeten maken met (naast private-) publieke investeerders, zoals buurgemeenten, Vervoerregio, Provincie en Rijk over het uitvoeren van regionale projecten en subsidieverwerving. Dat geldt ook voor economische herstel na de coronacrisis waarvoor veelal EU- en Rijksfondsen beschikbaar zijn of komen. Dit vereist een verdere professionalisering van de Haarlemse belangenbehartiging om meer partners te verwerven die bereid zijn mee te investeren in Haarlemse ontwikkelingen.
8. Hoofdscenario’s Uit bovenstaande paragrafen volgen drie hoofdscenario’s. Deze drie scenario’s zijn een combinatie van extra investeringsruimte en extra exploitatielasten voor nieuw beleid. Dit zijn communicerende vaten, een keuze voor extra begrotingsruimte voor beleid beperkt de ruimte voor extra investeringen en vice versa. De hoofdscenario’s uit Tabel 22 zijn ten eerste gebaseerd op de drie scenario’s voor beleidsruimte uit Hoofdstuk 6.1, zijnde € 4 miljoen, € 6 miljoen en € 8 miljoen. Deze ruimtes worden gecombineerd met een bepaalde ruimte voor aanvullende investeringen. Hiermee wordt bedoeld de totale extra investeringsruimte voor de komende 4 jaar ten overstaan van het Investeringsprogramma (IP) zoals vastgesteld bij de Programmabegroting 2022-2026 (inclusief de € 97,6 miljoen aanvullende investeringen). Voor de investeringsruimte worden twee uitgangspunten gehanteerd, zie ook Hoofdstuk 6.3. Ten eerste dat de maximale netto schuldquote 120% bedraagt en ten tweede dat de meerjarige begroting sluitend moet zijn, rekening houdend met de bij de investeringen behorende kapitaallasten. Tabel 22 geeft de daaruit volgende hoofdscenario’s weer en geeft tevens aan welke totale incidentele ruimte er in totaal per scenario is in de komende 4 jaar. Ook wordt inzichtelijk gemaakt welke ruimte er, naast de extra investeringsruimte, nog gebruikt zou kunnen voor deelnemingen.
Grafiek 8 plot de hoofdscenario’s op de lijn die de (financiële) mogelijke verhoudingen tussen investeringen en beleid weergeeft. Naast de getoonde ruimtes voor investeringen en beleid is het bij alle scenario’s mogelijk om daarnaast in te zetten op een batenverwervingsstrategie. De drie hoofdscenario’s gaan niet verder in op de versnellingsmogelijkheden in de openbare ruimte uit paragraaf 4.3.2. Deze afweging betreft een eigenstandige keuzemogelijkheid. Tabel 22: Hoofdscenario’s sluitende begroting Maximale Extra Structurele NSQ bij Scenario investeringsruimte beleidsintensiveringen investeringen 2023-2026 A (1.2) B (2.2a) C (3.2a)
€4 €6 €8
€ 118 € 95 € 61
120% 116% 111%
Aanvullende ruimte Incidentele deelnemingen ruimte bij max. NSQ 2022-2026 120% €0 € 45 € 23 € 40 € 57 € 37
30
Grafiek 8: Afwegingslijn inclusief hoofdscenario’s
Ruimte investeringen versus beleidsruimte 200.000 180.000 160.000 140.000 NSQ 120%
120.000 Scenario 1,2
100.000
Scenario 2,2a
80.000 60.000
Scenario 3,2a 40.000 20.000 0 0
1.000
2.000
3.000
4.000
5.000
6.000
7.000
8.000
9.000 10.000 11.000 12.000
Hoofdscenario A (scenario 1,2) Hoofdscenario A bestaat uit de keuze voor een structurele beleidsruimte van € 4 miljoen. Aan begrotingsruimte is daarbij genoeg ruimte om voor in totaal € 127 miljoen aan extra investeringen toe te voegen in de komende vier jaar. De maximale netto schuldquote van 120% beperkt dit bedrag tot een totaal van € 118 miljoen aan extra investeringen en/of deelnemingen. Wanneer deze ruimte (mede) ingevuld wordt door deelnemingen leidt dit tot minder kapitaallasten waardoor ruimte ontstaat voor beleidsvoorstellen of extra investeringen (tot de netto schuldquote van 120% bereikt wordt). Gezien de voorliggende overwegingen, en dan met name de geïnventariseerde scenarioanalyse voor Jeugd en Wmo van € 7 miljoen structureel, leidt dit scenario tot het waarschijnlijk moeten afschalen van bestaand beleid. Wel kan volop ingezet worden op extra investeringen ten overstaan van het huidige IP. Daarbij moet wel gekeken worden in hoeverre het sterk verhogen van het IP realistisch is in verhouding tot het daadwerkelijk kunnen realiseren van deze investeringen. Bij een keuze voor hoofdscenario A (=scenario 1,2) blijft er voor € 595 duizend aan structurele over en is er daarnaast in totaal € 45 miljoen in de periode 2022-2026 beschikbaar voor incidentele uitgaven. Buiten deze dekking zijn er ook bestemmingsreserves beschikbaar als incidentele dekkingsbron.
De stad die past bij dit scenario is een stad die zich focust op groei van de stad. Waarbij het aantal voorzieningen stijgt maar het niveau van de voorzieningen wel beperkt is. Daarnaast zal bestaand beleid afgeschaald moeten worden om de scenarioanalyse Jeugd en Wmo (Hoofdstuk 7.2) te voorzien. Hoofdscenario B (scenario 2,2a) Hoofdscenario B bestaat uit de keuze voor een structurele beleidsruimte van € 6 miljoen. Aan begrotingsruimte is daarbij genoeg ruimte om voor in totaal € 95 miljoen aan extra investeringen toe te voegen in de komende vier jaar. Er is meer ruimte voor extra investeringen als gekeken wordt naar de maximale netto schuldquote van 120%, maar dat zou leiden tot een niet sluitende meerjarige begroting door de lasten die bij investeringen horen. De ruimte tot aan een netto schuldquote van 120% (€ 23 miljoen) zou wel benut kunnen worden voor deelnemingen van de gemeente, aangezien de aanname is dat daar per saldo geen begrotingsruimte voor nodig is. De structurele doorwerking van de scenarioanalyse van Jeugd en Wmo (€ 7miljoen) past ook in dit scenario niet en dat zou leiden tot het
31
afschalen van bestaand beleid, al is dat wel in mindere mate in vergelijking met hoofdscenario A. Incidenteel is er in totaal € 40 miljoen beschikbaar in de periode 2022-2026 beschikbaar. Buiten deze dekking zijn er ook bestemmingsreserves beschikbaar als incidentele dekkingsbron. Dit scenario typeert een stad die door investeert in voorzieningen, maar daarbij ruimte houdt onder de maximale netto schuldquote van 120%. Wel dienen er keuzes gemaakt te worden in het schrappen van bestaand beleid. De ruimte voor beleidsvoorstellen is, met name met het oog op de scenarioanalyse van Jeugd en Wmo, niet omvangrijk genoeg om dit te dekken. Hoofdscenario C (scenario 3,2a) Hoofdscenario C bestaat uit de keuze voor een structurele beleidsruimte van € 8 miljoen. Naast deze beleidsruimte is in de begroting dan nog ruimte om voor in totaal € 61 miljoen aan extra investeringen toe te voegen in de komende vier jaar. Er is meer ruimte voor extra investeringen als gekeken wordt naar de maximale netto schuldquote van 120%, maar dat zou leiden tot een niet sluitende meerjarige begroting door de bij deze investeringen behorende lasten. Deze aanvullende ruimte van € 57 miljoen kan wel benut kunnen worden voor deelnemingen van de gemeente, aangezien de aanname is dat daar per saldo geen begrotingsruimte voor nodig is.
Incidenteel is er in totaal € 37 miljoen beschikbaar in de periode 2022-2026 beschikbaar. Buiten deze dekking zijn er ook bestemmingsreserves beschikbaar als incidentele dekkingsbron. In tegenstelling tot hoofdscenario’s A en B kan in dit scenario de structurele doorwerking van de scenarioanalyse Jeugd en Wmo van € 7 miljoen wel gedekt worden, zonder dat gekort hoeft te worden op huidig beleid. Daarnaast blijft nog circa € 1 miljoen over voor structureel nieuw beleid, wat bijvoorbeeld als dekking voor de onderhoudsimpuls in de openbare ruimte ingezet kan worden. Aanvullende beleidsvoorstellen die de ruimte van € 8 miljoen te boven gaan hebben dekking nodig door het afschalen van huidig beleid of investeringen. In dit scenario ligt de focus op het niet, of zo min mogelijk, afschalen van bestaand beleid. De scenarioanalyse Jeugd en Wmo kan gedekt worden uit de algemene middelen en er blijft ruimte voor de impuls in openbare ruimte. Het kwaliteitsniveau kan worden behouden, maar er is minder ruimte voor groei ten opzichte van hoofdscenario A en in mindere mate hoofdscenario B.
32
9. Bijlagen 9.1 Autonome ontwikkeling Onderstaande tabel geeft de autonome ontwikkelingen weer van de P&C cyclus van 2021, en zijn dus reeds verwerkt in het financieel kader. Deze tabel is gebruikt om een inschatting te maken van de autonome ontwikkelingen voor de P&C cyclus van 2022. Dit betreft dus een inschatting en de daadwerkelijke hoogte van de autonome ontwikkelingen moet blijken. Autonome ontwikkelingen in P&C cyclus 2021 Kadernota 2022 Voortgangsrapportage 2021, structurele doorwerking Programmabegroting 2022-2026
2022
Autonoom per jaar
2023
2024
2025
2026
-149
v
995
n
1.187
n
1.148
n
603
n
-1.593
v
2.487
n
2.132
n
2.444
n
1.875
n
1.038 -704
n v
450 3.932
n n
447 3.766
n n
485 4.077
n n
785 3.263
n n
9.2 Berekening strategisch beheerplan openbare ruimte 2023 vrijspelen reserve kapitaallasten kosten DDO Totaal claim Algemene middelen Groot onderhoud basis toename GO 1 kosten DDO 2 dekken uit reserve OOR reserve OOR per 1-1-21 JR onttrekkingen paragraaf Onderhoud Kap JR21
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
2031
1.100
1.100
1.100
1.100
1.100
1.100
-
-
-
-
-
1.100
1.100
1.100
1.100
1.100
1.100
5.000 1.000 2.900 -8.900
5.000 1.000 2.900 -8.900
5.000 1.000 2.900 -8.900
5.000 1.000 2.900 -8.900
5.000 1.000 2.900 -8.900
5.000 1.000 2.900 -8.900
5.000 1.000 2.900 -8.900
5.000 1.000 2.900 -8.900
5.000 1.000 2.900 -8.900
10.037 -5.707
reserve OOR per 1-1 dekken uit reserve OOR restant materieel budget POW dotatie vanuit reserve KMN stand reserve 31-12
4.330 -8.900
3.549 -8.900
2.272 -8.900
501 -8.900
25.658 -8.900
22.897 -8.900
19.640 -8.900
15.889 -8.900
11.642 -8.900
8.119
7.624
7.129
6.634
6.139
5.644
5.149
4.654
4.159
3.549
2.272
501
25.658
22.897
19.640
15.889
11.642
6.901
investeringen MN extra investeringen MN 3 extra investeringen beleidsambitie 4 totaal investeringen MN
3.300 4.800
3.300 4.800
3.300 4.800
3.300 4.800
3.300 4.800
3.300 4.800
3.300 4.800
3.300 4.800
3.300 4.800
900
900
900
900
900
900
900
900
900
9.000
9.000
9.000
9.000
9.000
9.000
9.000
9.000
9.000
27.424
33
te dekken kapitaallasten MN kapl t.l.v. stelpost Investeringen MN stelpost investeringen MN stelpost GO POW restant materieel budget POW totaal extra nodig vanuit STRABE 23-31 (1+2+3+4)
182
677
1.172
1.667
2.162
2.657
3.152
3.647
4.142
-182
-677
-1.172
-1.667
-2.162
-2.657
-3.152
-3.647
-4.142
3.300
3.300
3.300
3.300
3.300
3.300
3.300
3.300
3.300
5.000
5.000
5.000
5.000
5.000
5.000
5.000
5.000
5.000
8.119
7.624
7.129
6.634
6.139
5.644
5.149
4.654
4.159
9.600
9.3 Netto schuld quote BDO Benchmark Nederlandse gemeenten 2022.
34
9.4 Geïnventariseerde investeringen Geïnventariseerde investeringen in duizenden € Sport Zwembaden Investeringsagenda uitbreiding areaal binnensport Uitbreiding binnensport Schalkwijk Vervanging Spaarnehal Onderwijs Onderwijshuisvesting Subtotaal Sociaal domein Mobiliteit Investering Bereikbare Stad/mobiliteitstransitie Nul-emissie zone Eigen Vloot Haarlem emissievrij Parkeren op afstand P+R SOR mobiliteit Fietsbeleid aanvulling tot ambitieus Wonen, groei van de stad Onrendabele top overige 5 zones realisatie stadsrandpark C-district Schalkwijk Centrum Nieuwbouw bibliotheek Vergroenen en Vernatten en aanvullende beleidsambities Onderhoud Openbare ruimte Klimaatbestendige nieuwbouw keuzen max beleidsambitie Bestrijden knelpunten wateroverlast Bestrijden alle knelpunten hittestress Meekoppelen beleid klimaatadaptatie bij onderhoud OR Groenbeleidsplan 2030, 2040 of 2050 scenario Extra investeringen vervanging openbare ruimte (excl. riool)* extra investeringen beleidsambitie investeringen OR (excl riool)* Klimaatadaptie stelpost SOR Groen Herinrichting Spaarnwouderstraat Wilheminastraat (ambitie) Energietransitie en duurzaamheid Verduurzaming Gemeentelijk bezit Subtotaal Fysiek domein Informatievoorzieningen en organisatieontwikkeling Aanvullende investeringen Hybride werken Subtotaal Burger en Bestuur Totaal
IP 2023-2026 0 25.000 1.000 25.000 60.000 111.000
20.668 680 PM PM 8.000 10.200 10.940 Pm Pm 4.900
2.232 13.170 1.610 6.170 1.800 19.200 3.600 2.444 2.000 Pm 2.750 14.000 109.170
4.000 PM 4.000 224.170
35
9.5 Geïnventariseerde beleidsvoorstellen Geïnventariseerd beleid
2023
2024
2025
2026
3.385 n
3.385 n
3.120 n
3.115 n
3.884 n
3.851 n
3.851 n
3.852 n
Pm
Pm
Pm
Pm
Pm
Pm
Pm
Pm
250 n
250 n
250 n
250 n
800 n
800 n
800 n
800 n
8.319 n
8.286 n
8.021 n
8.017 n
Nul-emissie zone
280 n
280 n
280 n
280 n
Eigen Vloot Haarlem emissievrij
Pm n
Pm n
Pm n
Pm n
Parkeren op afstand P+R
PM n
Pm n
Pm n
Pm n
Voorzetten campagnes verkeersveiligheid Hogere beheerlasten fietsestallingen Wonen, groei van de stad
250 n
50 n 150 n
50 n 350 n
50 n 350 n
Uitvoeringsagenda Woonvisie 2022 Vergroenen en Vernatten en aanvullende beleidsambities Onderhoud Openbare ruimte Onderzoek, strategie, evaluatie en communicatie kosten per jaar
230 n
230 n
230 n
230 n
170 n
170 n
170 n
170 n
Jeugdhulp Scenarioanalyse Jeugd Wmo Scenarioanalyse Wmo Maatschappelijke opvang Maatschappelijke opvang Inburgering Uitvoering nieuwe wet inburgering Arbeidsmarkt Garantiebaan Armoede en schulden Aanschrijven minima Subtotaal Sociaal domein Mobiliteit
Stimuleringsregeling
150 n
150 n
150 n
150 n
Groenbeleidsplan
1.125 n
1.125 n
1.125 n
1.125 n
Subsidie groene daken via klimaatadaptieplan
100 n
100 n
100 n
100 n
Groeninitiatievenvia klimaatadaptieplan
200 n
200 n
200 n
200 n
Groeninitiatieven (steenbreek)
200 n
200 n
200 n
200 n
Bestrijden Japanse Duizendknoop
240 n
240 n
240 n
240 n
Advieskosten/aanschaf materiaal luchtmetingen toename Groot Onderhoud (excl riolering)
50 n
50 n
50 n
50 n
1.000 n
1.000 n
1.000 n
1.000 n
extra kosten Dagelijks onderhoud (excl riolering)
2.900 n
2.900 n
2.900 n
2.900 n
onttrekking reserve Onderhoud Openbare ruimte vrijspelen reserve kapitaallasten
-3.900 v
-3.900 v
-3.900 v
-3.900 v 1.100 n
Pm n
Pm n
Pm n
Pm n
250 n
250 n
350 n
350 n
350 n
350 n
Energietransitie en duurzaamheid Routekaart Duurzaamheid Energietransitie wijkaanpak aflopende intensivering KN18* Extra capaciteit energietransitie en circulaire economie intensivering KN18* integrale wijkaanpak uitbreiden over andere wijken
Pm
Pm
Pm
Pm
Wijkaanpak Rozenprieel*
120 n
120 n
120 n
120 n
dekking uit reserve leefomgeving
-120 v
-120 v
-120 v
-120 v
capaciteit uitwerken stedelijke strategie
Pm
Pm
Pm
Pm
capaciteit uitwerken lobby/subsidie strategie
Pm
Pm
Pm
Pm
verstrekken ondersteuning en sturingsinstrumentarium FD
Pm
Pm
Pm
Pm
Verder versterken ontwikkelcapaciteit en -expertise
36
Economie en cultuur Frans Hals Museum MJOP en klimatologisch onderzoek
720 n
720 n
720 n
720 n
Frans Hals Museum lopend onderzoek financiele gevolgen
Pm
Pm
Pm
Pm
Subsidieregeling herstel historische winkelpuien
100 n
100 n
100 n
100 n
Impact ondernemen Subtotaal Fysiek domein
120 n
120 n
120 n
120 n
3.965 n
4.115 n
4.565 n
5.665 n
Informatievoorzieningen en organisatieontwikkeling Versterken digitale vaardigheden
500 n
500 n
500 n
500 n
Minimumniveau beheer en onderhoud informatievoorziening
500 n
1.000 n
1.500 n
2.000 n
Pm
Pm
Pm
pm
pm
Programma organisatieontwikkeling
Pm
Pm
Traineeships
923 n
875 n
Recruitment Arbeidsmarktcommunicatie
Pm
pm
pm
Hybride werken
Pm
Pm
Pm
Pm
Bedrijfscontinuïteit/security
695 n
695 n
695 n
695 n
Beheer ICT netwerken apparaten openbare ruimte
202 n
202 n
Privacy en security
202 n
202 n
267 n
267 n
Datagedreven werken
910 n
910 n
Digitale participatie en inspraak
143 n
93 n
Implementatie gegevensmanagement
649 n
649 n
649 n
649 n
Financiële projectbewaking iPPM
75 n
75 n
75 n
75 n
Projectportfolio officer
89 n
89 n
89 n
89 n
Versterken informatiemanagement
244 n
244 n
244 n
244 n
Openbaarheid
182 n
182 n 675 n
675 n
675 n
Samenwerking, belangenbehartiging en dienstverlening Belangenbehartiging en lobby Continueren programma dienstverlening
200 n
200 n
200 n
200 n
Continueren Nieuwe democratie
945 n
945 n
945 n
945 n
Subtotaal Burger en Bestuur
6.459
n
7.536 n
5.839 n
6.339 n
Totaal beleidsintensiveringen
18.743 n
19.937 n
18.425 n
20.021 n
*bevat intensivering Kadernota 2018
37
________________________________ Postbus 511 2003 PB Haarlem Tel. 14 023 haarlem.nl 38