CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage IV bij AO- SPvE Centrum Schalkwijk Fase II dd 14 juli 2022

gemeenteraad 19 februari 2026, gemeente HaarlemBij agendapunt: Centrum Schalkwijk - Sluiten Anterieure Overeenkomst Blok O2 met Pack Devolopment37.963 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Werk met gebiedseigen soorten, autochtoon materiaal (en ook zonder gif gekweekt). Er moet een nulmeting worden verricht naar de aanwezige flora en fauna in de huidige situatie, zodat de verhoging van de biodiversiteit in de nieuwe situatie zichtbaar wordt. In het beplantingsplan moet worden aangetoond dat de biodiversiteit toeneemt. De kade aan de oostrand in Fase 1 wordt doorgetrokken in Fase 2 (en toekomstige fases) inclusief de brede beplantingsvakken. Hiermee ontstaat gefaseerd een groene rand aan het water van de Europavaart over de volledige lengte van Centrum Schalkwijk. Toevoegen van onverharde groenplekken ten behoeve van waterbergend vermogen van de openbare ruimte.

• Europavaart is ecologische verbinding (Ecologisch Beleidsplan en NatuurNetwerk Haarlem); de hoofdgroenstructuur en de ecologische verbindingen worden versterkt door de zuid- en oostrand te vergroenen. • Op de Costa del Sol dient er (ecologisch belang) een doorgaande groenstructuur te worden gecreëerd middels zo breed mogelijke en zoveel als mogelijk aaneengesloten beplanting tussen de Europaweg en de Europavaart aan de oostkant. Deze wordt ook verbonden middels een groenstrook met de faunapassage richting de zuidkant van de Europavaart. • Soortendiversiteit: inheems en oorspronkelijk genoom voor bomen en struiken. Het stedelijk gebied bevat ten minste 50% inheemse soorten (met oorspronkelijk genoom). Het ecologisch gebied (het groen langs de Europavaart) bevat ten minste 80% inheemse soorten. • Bij het doortrekken van de beplanting op de oostelijke kade is net als in Fase 1 van belang dat de vegetatie bestaat uit verschillende lagen: er is kruidenbeplanting aanwezig (natte en droge), struikbeplanting en er zijn bomen. Dit geldt ook voor de rest van de groene/ecologische verbinding langs de Costa del Sol. Verspreide struiken leveren hier een aanzienlijke meerwaarde in de ecologische waarden. • Toevoegen groene speelplekken. • Aanbrengen faunapassages.

Door middel van een faunapassage (richel) langs de brug tussen Roosje Vosplantsoen en Costa del Sol wordt een ecologische verbinding gemaakt die het groen langs de Europavaart verbindt met de groene zone die loopt aan de zuidkant van de Europavaart.

4.4.5 Nieuwe bomen Eisen • De minimale plantafstand voor nieuwe bomen ten opzichte van een watergang is in verband met het onderhoud van de oever in beginsel 4 meter. Dit is afhankelijk van de situatie, zoals talud breedte. • Alle straten hebben minimaal 1 rij bomen, minimaal 2e grootte, aansluitend bij het groenplan ‘groen op rood’, van Fase 1 (zie de

principeprofielen). • Bovengrondse standplaatseisen voor bomen: Д Boom 1e grootte (= > 15 meter hoog en 10 meter breed), plantafstand minimaal 5 meter uit de gevel, streefafstand 6 meter; Д Boom 2e grootte (= 8 tot 15 meter hoog en 7,5 meter breed), plantafstand minimaal 4 meter uit de gevel, streefafstand 5 meter; Д Boom 3e grootte (=<8 m en 5 meter breed), plantafstand minimaal 3 meter uit de gevel streefafstand 4 meter; Д Deze plant-strook heeft bij voorkeur een groen invulling, bijvoorbeeld gras of heesters. Indien verharding wordt toegepast, dan moet dit een vocht- en luchtdoorlatende verharding zijn die niet zwaar belast wordt. • De minimale aanplantmaat van bomen in de hoofdbomenstructuur moet 25-30 cm zijn om vandalisme te voorkomen en eerder het gewenste beeld te bereiken. De boomspiegel (de zwarte grond rond de stam) moet een minimale maat hebben van 1,80 bij 1,80 meter (zie Hior).

Eisen • Winkelstraat; voetgangersdomein, autovrij, wandelen en verblijven, laden en lossen binnen venstertijden: Д Breedte 13 meter: minimaal 1 strook met bomen (orde grootte minimaal 2) in losse hagen; Д Hart van de bomenrij minimaal 4 meter uit de rooilijn (vrije ruimte tussen gevel en haag 3 meter).

4.4.6 Principeprofielen, type straten, ruimtes en plekken Centrum Schalkwijk zal net als Haarlem Centrum worden gekenmerkt door een geheel van verschillende stedelijke ruimtes. Hoewel sterk samenhangend en eenduidig, zullen de verschillende typen straat of ruimte een eigen herkenbare inrichting (functie, uitstraling) krijgen. De type straten en ruimtes worden hier kort benoemd en verder toegelicht bij de profielen.

Randvoorwaarde • Afgekoppeld hemelwater wordt geborgen op straat en vertraagd afgevoerd op het boezemsysteem. Bergingscapaciteit van de profielen is tenminste 90 mm zonder dat er water de gebouwen inloopt.

Principe Rivièradreef

SPvE Centrum Schalkwijk - Fase 2

41

• Aanloopstraat/Entree; Costa del Sol, langzaam verkeerverbinding, toegankelijkheid, optimaal vergroend, verspringende rooilijnen, voetgangersdomein, auto te gast (om bij de garage te kunnen komen), nood-en hulpdiensten: Д Breedte 9 meter: minimaal 1 strook met bomen (2e orde grootte) in losse hagen; Д Breedte 13 meter: minimaal 2 stroken met bomen (2e orde grootte) in losse hagen; om de 10 tot 15 meter een boom. Doorgaande boomstructuur (min. 2e orde grootte) van de Europaweg tot aan de wandelkade aan de oostzijde met om de 10 tot 15 meter een boom. Д Hart van de bomenrij minimaal 3,5 meter uit de rooilijn (vrije ruimte tussen gevel en haag 2,5 meter); Д Zoekgebied ondergrondse afvalcontainers; Д Entreegebieden gebouwen. • Woonstraat; voetgangersdomein, autovrij, wandelen, verblijven, groen: Д Groene margestroken aan de gevel met bloeiende vaste planten, klimplanten, en bloeiende heesters, breedte minimaal 1 meter; Д Eventueel omsloten met een haag; Д Minimaal 1 strook met bomen in losse hagen, orde grootte: minimaal 2; Д Kleine informele speelplekken.

Principe woonstraat

Principe Entree (Costa del Sol)

42

Gemeente Haarlem - JCAU - Buro Lubbers

• Wandelkade; voetgangersdomein, bereikbaarheid woningentrees, sociale veiligheid, verblijven, toegankelijkheid: Д Waterzijde, voortzetten Fase 1; Д Huizenzijde, 4 meter brede langzaam verkeersroute naar entrees woningen; Д Huizenzijde margestrook 2.2 meter; Д Voetgangersruimte/ trottoir 2.2 meter. • Stadsstraat Europaweg; wandelroute, voetgangersdomein, groen, fietsparkeren, verblijven en spelen: Д Margestrook 2.2 meter; Д Trottoir 3 meter; Д Margestrook bomen/ groen/ verblijven et cetera 4 meter.

Principe wandelkade

Principe Europaweg

SPvE Centrum Schalkwijk - Fase 2

43

• Marktplein (= Fase 1); de huiskamer, verblijven, terrassen, weekmarkt, evenementen: Д Verbijzondering in de openbare ruimte; Д Bijzondere afwijkende boomsoort draagt bij aan herkenbaarheid plein; Д Verhard plein; uitstraling, functionele vloer voor evenementen; Д Bomen zonder ritme geplaatst in haagblokken (orde grootte 1); Д Opstelling van de weekmarkt afgestemd op de bomen; Д Inrichting en bomen op van marktplein maakt terrassen mogelijk en het plaatsen van stroomkasten. • Entreeplein; voetgangersdomein, autovrij, zoveel mogelijk fietsvrij, verblijven en spelen, terrassen: Д Bestaande bomen behouden (orde grootte 1); Д Bijzondere afwijkende boomsoort draagt bij aan herkenbaarheid plein; Д Sterke vergroening; bloeiende vaste planten, heesters en bomen (orde grootte 1); Д Verbijzondering in de openbare ruimte; Д Extra inzetten op verblijfskwaliteit.

Principe Marktplein

• Woonplein; voetgangersdomein, autovrij en groen, wandelen, verblijven, Д sporten, spelen Д verbijzondering in de openbare ruimte Д groen plein: groen is de basis, verharding de uitzondering Д speelplek

Principe Entreeplein

44

Gemeente Haarlem - JCAU - Buro Lubbers

4.4.7 Maaiveldinrichting Eisen • Bij een waterdiepte van 20 cm op de rijbaan door extreme regen en/of overstromingen mag geen schade optreden aan gebouwen en elektrische installaties in de openbare ruimte en blijven de hoofdwegen begaanbaar. • De vloerverharding is eenduidig qua materiaal voor geheel Schalkwijk Centrum; Fase 2 sluit in materialisatie aan op Fase 1. • Randen sluiten aan op de context: Д Oostrand: De inrichting van de stedelijke kade sluit aan op het gerealiseerde van Fase 1: een wandelkade aan het water op dezelfde hoogte (-0.40 meter nap) met een sterke verblijfsfunctie en een brede groenstrook. Materialen, kleuren, verbanden et cetera, lopen vloeiend door in Fase 2. Д Westrand: Centrum Schalkwijk vloer is trottoir Europaweg Stadstraat. Aansluiten op profiel Europaweg. Д Zuidrand: heldere beëindiging van de vloerverharding wordt gedicteerd door de maat van groene toegankelijke verblijfsplekken aan het water. • Alle materialen, formaten, kleuren en verbanden sluiten aan op Fase 1. • Er moet voldaan worden aan het technisch PVE. • De dimensionering van de middengoot wordt bepaald aan de hand van het vereiste waterbergende vermogen van de openbare ruimte • Kaderstellend bij de profielen zijn allereerst afwatering en bergend vermogen van het profiel bij piekbuien (90 mm). • Verhang max. 2 %. • Boomspiegels en plantvakken liggen verlaagd/ a-niveau.

In overleg met de gemeente kan hiervan eventueel worden afgeweken waar het een situatie betreft met bomen op een parkeergarage die omwille van voldoende wortelruimte in boombakken worden geplaatst. • Standaarddetailering rond objecten sluit aan op Fase 1. • Minimale opdeling van de vloer in verkeersfuncties en suggestiestroken voor rijbanen, conform Fase 1. • De fietsroute noord-zuid sluit naadloos aan op Fase 1. • Reservering encroachmentzone woonsituatie en voorzieningensituatie (zie principeprofielen).

• Armaturen, kleur, lichtmastenopstelling sluiten aan op Fase 1. Langs de Europavaart wordt faunavriendelijke verlichting toegepast. • Eisen OGVC’s bovengronds: Bij vergroening (aanplanten bomen) in de buurt van ondergrondse afvalcontainers wordt rekening gehouden met ten minste 10 meter hoogte vrije ruimte voor de kraan. Ook dient aandacht te zijn voor de draaicirkel van de kraan. Ook de bereikbaarheid van het inzamelvoertuig (de route naar de aanbiedlocatie) dient te worden gegarandeerd (5 meter). • Nutsvoorzieningen zoals trafostations en andere installaties (waaronder eventuele WKO-installatie met uitzondering van de bronput en leidingwerk) worden niet in de openbare ruimte geplaatst, maar inpandig en zo veel mogelijk uit het zicht opgelost. • Lichtmasten moeten minstens drie meter vanaf de stam van de boom staan. Dit om te voorkomen dat de kronen te veel licht afschermen. De volgroeide kroon moet minstens één meter uit de gevel blijven. Dit om overlast aan gebouwen te voorkomen. Met het oog op kostenbewust bomenbeheer moeten bomen zoveel mogelijk in grasstroken of beplanting worden geplant (bomenbeleidsplan Haarlem). • Toegankelijkheidsmaatregelen, zie paragraaf 4.8 Mobiliteit. • Sociale veiligheid, zie paragraaf 4.9 Sociale Veiligheid. • Klimaatadaptieve maatregelen, zie paragraaf 4.10 Duurzaamheid.

4.4.8 Fietsparkeren Eisen Fietsparkeren voor bewoners wordt volledig inpandig opgelost. Fietsparkeren voor bezoekers wordt deels opgelost in de openbare ruimte. Er zal door de gemeente worden bepaald wat het maximaal laadvermogen van de openbare ruimte is. Hierbij worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: • fietsparkeren in de openbare ruimte leidt niet tot inperking van het beoogde groen en de ruimte voor bomen, • gaat niet ten kosten van de benodigde ruimte voor, en toegankelijkheid tot vuilcontainers, • leidt niet tot onbereikbare en onbeheersbare ondergrondse infrastructuur, • staat de toegankelijkheid van de gebouwen en vrije doorgang van

de (langzaam)verkeersroutes niet in de weg. • leidt niet tot overlastplekken, bijvoorbeeld onder de arcades, zie paragraaf 4.9.2, Het eventuele tekort zal inpandig opgelost moeten worden, zie paragraaf 4.8.5.

4.4.9 Ondergrond Eisen • Ondergrondse reservering Bomen: Д 1e grootte minimaal 20 m³ per boom, minimaal 2,5 meter breed en 8 meter lang, vrij van kabels & leidingen. Д 2e grootte minimaal 16 m³ per boom, minimaal 2,5 meter breed 6 meter lang, vrij van kabels & leidingen. Д 3e grootte minimaal 10 m³, minimaal 2,5 meter breed en 4 meter lang, vrij van kabels & leidingen. • Ondergronds reservering Warmtenet; vrije zone van 4 meter. • Reservering Riool; circa 4 meter reservering voor gescheiden riool en drainage (bij voorkeur in rijbaan, kan onder asfalt. Riolering en drainage worden aangelegd in een sleuf onder het midden van de openbare weg. De sleufbreedte tijdens vervanging is afhankelijk van de diepteligging/ • Reservering OGVC’s ondergronds 2 meter in het breedteprofiel en hier geen kabels en leidingen. • Diepriool: vrije zone aan weerszijde van 3 meter ten opzichte van bomen om toekomstige vervanging mogelijk te maken. • HWA/DWA: vrije zone aan weerszijde van 2 meter. • Behoud bestaande ondergrondse wijk infra is het uitgangspunt. Bij verleggen dient het tracé te worden gebundeld.

• Standaardprofiel (APVE 2006): Д alle kabels en leidingen (waterleiding, stroom, telecom) onder voetpaden direct tegen de erfgrens, Д breedte 2,10 meter (smal profiel: 1.80 meter, hoofdtracés breder), Д elk nutsbedrijf heeft in het profiel eigen zone, in verband met beheer onderhoud, Д reservering huisaansluitingen. • Diameter van de leidingen varieert tussen de 4 en 8 m¹. Bij

SPvE Centrum Schalkwijk - Fase 2

45

vervanging van diepriolen (> 4 meter diep) kan de leidingsleuf van 8 m¹ onvoldoende zijn. • Kabels en leidingen minimaal 2 meter buiten de stam van een boom in verband met behoud wortels bij werkzaamheden. Bomen moeten minstens één meter vanaf de wegkant worden geplaatst in verband met strooizout en aanrijdingen.

4.4.10 Afvalinzameling In de openbare ruimte worden de grondstoffen centraal ingezameld. Dit gebeurt in een vijftal stromen: restafval, papier en karton, verpakkingsglas, PBD (plastic, blik en drankenkartons) en GFT (groente-, fruit- en tuinafval). Dit geldt zowel voor particulieren als voor bedrijfsafval.

Eisen particulier afval • Particulier wordt aangesloten op ondergrondse containers. Het aantal ondergrondse containers is afhankelijk van het aantal huishoudens. • Ondergrondse containers worden op logische en voor de bewoners veilig te bereiken plekken geplaatst. De routes zijn ook voor ouderen en mindervaliden goed begaanbaar. Let hierbij op dat eventuele hoogteverschillen makkelijk te nemen zijn met een afvalbak of zak in de hand. • Wat betreft de loopafstand naar de grondstoffencontainers (grondstofstraatjes voor GFT, PBD, papier: deze moet zo klein mogelijk zijn, maar maximaal 75 meter gemeten vanaf de entree van het appartementengebouw tot aan de container. Het betreft de daadwerkelijk te lopen route, dus niet hemelsbreed gemeten. • De vereiste maximale loopafstand tot de restafvalcontainer is maximaal 125 meter meter gemeten vanaf de entree van het appartementengebouw tot aan de container. Het betreft de daadwerkelijk te lopen route, dus niet hemelsbreed gemeten. • Containers zijn goed bereikbaar voor de inzamelwagen conform eisen Spaarnelanden. • Het inrichten van aanbiedplaatsen voor particulier afval gebeurt volgens de richtlijnen uit de structuurvisie openbare ruimte (SOR) om de ruimtelijke impact van deze containers te beperken:

46

Gemeente Haarlem - JCAU - Buro Lubbers

Д Д Д Д Д

Containers zijn niet zichtbaar vanaf ‘lange lijnen’; Containers zijn minimaal zichtbaar vanaf straat- of pleinzijde; Containers worden centraal geclusterd in lijn- of blokopstelling; Clustering vindt plaats met overig meubilair; Groenstroken blijven vrij van containers.

Eisen bedrijfsafval • Bedrijfsafval worden op eigen terrein en niet zichtbaar vanaf de openbare ruimte, gestald. Voor de commerciële en maatschappelijke voorzieningen in de plinten van de blokken betekent dit dat deze een inpandige opslagruimte voor bedrijfsafval hebben. Alleen de toegangen tot deze ruimten zijn zichtbaar vanaf de openbare ruimte.

4.4.11 Beeldkwaliteitsregels Openbare Ruimte • De vloerverharding is eenduidig qua materiaal voor geheel Centrum Schalkwijk; Fase 2 sluit in materialisatie, formaten, kleuren, verbanden, behandelingen naadloos aan op Fase 1. • Alle maaiveldinrichtingsprincipes, profielen en routes die voortvloeien uit Fase 1 worden naadloos doorgezet in fase 2. Aanpassingen hieraan op basis van technische noodzaak zoals een extra water afvoerend of bergend vermogen in het profiel zijn eenduidig en worden onderbouwd vanuit het basisprincipe dat Centrum Schalkwijk een samenhangende en eenduidige openbare ruimte kent. • Randen aansluiten op context; Oostrand: De inrichting van de stedelijke kade sluit aan op het gerealiseerde van Fase 1: een wandelkade aan het water op dezelfde hoogte (-0.40 meter nap) met een sterke verblijfsfunctie en een brede groenstrook. Materialen, kleuren, verbanden et cetera lopen vloeiend door in Fase 2. Westrand: Centrum Schalkwijkvloer is trottoir Europaweg Stadstraat. Zuidrand: heldere beëindiging van de vloerverharding wordt gedicteerd door de maat van groene toegankelijke verblijfsplekken aan het water. Extra vergroening versterkt de Costa del Sol als groene route, wijkentree en luwe woonzone. • De inrichting van de Hoofdwinkelstraat sluit vloeiend aan op Fase 1.

• Het beplantingsconcept van Fase 2 sluit aan op dat van Fase 1 conform het groenconcept ‘groen op rood’, dat voor geheel Centrum Schalkwijk van kracht is met bloeiende bomen van minimaal 2e grootte, hagen en vaste planten. De in Fase 2 toegevoegde beplantingselementen, de groene encroachment zones bij woon- en voorzieningenplinten, worden opgenomen binnen hetzelfde concept. Voor de concrete inkleuring van de planten, bomen en bloemen in het beplantingsplan is er, afhankelijk van context en programmering van plekken, speelruimte om te variëren. • Het zuidwestelijke entreeplein (de huidige McDonald’s- en FEBO-locatie) zal net als het marktplein gekenmerkt worden door een eigen, verbijzonderde inrichting, de focus ligt op vergroening en verblijfskwaliteit. Basis vormen hier de acht te handhaven bestaande gemeentelijke waardevol geoormerkte lindes (Tilia cordata). In het maaiveldontwerp voor deze plek wordt duidelijk hoe de bestaande bomen een onderdeel vormen van het nieuwe groenconcept. • Standaarddetails conform Fase 1. • Boomspiegels en plantvakken liggen verlaagd/ a-niveau. In overleg met de gemeente kan hiervan eventueel worden afgeweken waar het een situatie betreft met bomen op een parkeergarage die omwille van voldoende wortelruimte in boombakken worden geplaatst.

• De objectencatalogus (meubilair, fietsparkeervoorzieningen, verlichtingsmasten en armaturen et cetera) van Fase 2 wordt 1 op 1 overgenomen van Fase 1 (kleuren, typen et cetera).

4.5

Groenparagraaf

Deze paragraaf geeft aan waar een groenparagraaf, gekoppeld aan het stedenbouwkundig plan op in dient te gaan. In paragraaf 2.2 is beschreven wat de huidige groen- en bomenkwaliteit is (mede op basis van de gemaakte Bomen Effect Analyse, zie bijlage II). In paragraaf 3.4.8 is de stedenbouwkundige afweging omschreven tussen behoud van bestaande (deels gemeentelijk waardevolle) bomen en het inpassen van nieuwe woongebouwen.

Randvoorwaarden • De ontwikkelende partijen stellen een groenparagraaf op. Deze wordt gekoppeld aan het stedenbouwkundig plan en het maaiveldontwerp en moet voldoen aan de in dit SPvE gestelde randvoorwaarden en eisen. Hierbij wordt de bestaande en de nieuwe situatie tegen elkaar afgewogen en wordt de nieuwe situatie onderbouwd. Dit betreft: Д groenoppervlakte (onverhard terrein bestaand en nieuwe), Д bomen (bestaande bomen, bestaande waardevolle bomen, nieuwe bomen), Д ecologische waarden (bestaand en nieuw), Д beeldkwaliteit van het groen (bestaand en nieuwe). Eisen • Voor bomen met dwarsdoorsnede van de stam van minimaal 15 centimeter (omtrek 50 cm) op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld geldt een vergunningplicht voor kap en een herplantplicht. • De in de planvorming te kappen bomen worden onderbouwd in het SP. Hiervoor wordt een compensatieplan opgesteld. De bomen waarvoor herplantplicht geldt, worden in ieder geval gecompenseerd binnen het plan (zie kaders 4.4.4). Behalve een kwantitatieve onderbouwing wordt er ook een kwalitatieve onderbouwing gevraagd. Hierin wordt ook ingegaan op de kwalitatieve compensatie van de te verwijderen beschermwaardige bomen (bomen zijn minimaal 2e grootte).

• Voor alle bomen die door de planvorming niet houdbaar zijn op hun huidige standplaats geldt de eis dat wordt onderzocht door een gediplomeerd boomtechnisch adviseur in afstemming met de gemeente (OMB & BBOR) of de boom verplantbaar is met behoud van de huidige levensverwachting en beeldkwaliteit en welke eisen

4.6 hierbij gelden (zoals extra standplaatseisen). • Er komt meer groen terug in de nieuwe situatie; de beeldkwaliteit wordt sterk verbeterd en de ecologische waarde neemt toe door een (grotendeels) inheems beplantingsassortiment dat bijdraagt aan een hogere biodiversiteit.

Gebouwen

Deze paragraaf geeft de stedenbouwkundige kaders waar de gebouwontwerpen aan moeten voldoen. De kaders zijn onderverdeeld in de volgende thema’s: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11.

Harde- & flexibele rooilijnen Gebouwhoogten, setbacks, balkons & loggia’s Plinten algemeen: levendig en transparant Commerciële en maatschappelijke voorzieningen in de plint Wonen in de plint en overgang openbaar/privé Hoofdentrees appartementen Parkeergarages, laden & lossen en bijbehorende entrees Fietsenstallingen, bergingen en bijbehorende entrees Nutsvoorzieningen en andere installaties in de gebouwen en op de daken Beeldkwaliteit gebouwen Specifieke kaders voor de ontwikkeling van blok O.1

4.6.1 Harde- & flexibele rooilijnen De positionering van de bouwvlakken komt voort uit de stedenbouwkundige hoofdopzet, zie hoofdstuk 3 en paragraaf 4.3. De doorgetrokken rode lijnen op de spelregelkaart Openbare ruimte & ondergrond (zie paragraaf 4.2.1) zijn de harde, vereiste rooilijnen. Deze zijn van belang om te borgen dat Centrum Schalkwijk goed wordt aangetakt op grotere structuurlijnen in Schalkwijk aan de west- en oostrand. Ze zijn ook van belang om te borgen dat Fase 2 goed wordt aangesloten op de rest van Centrum Schalkwijk, waaronder Fase 1. Behalve harde rooilijnen heeft Fase 2 ook een aantal flexibele rooilijnen. Deze zijn bewust flexibel: ofwel omdat een gevarieerde straatruimte gewenst is, ofwel omdat er ruimte aan de ontwikkelende partijen wordt geboden voor een eigen oplossing binnen de meegegeven kaders. De niet nader genoemde rooilijnen zijn flexibel en in te vullen door de ontwikkelaars, mits er voldoende ruimte overblijft voor de noodzakelijke verblijfsruimten, infrastructuur, kabels en leidingen en water en groen.

Randvoorwaarden (harde rooilijnen) • Aan de oostzijde wordt de rooilijn van blok D gedicteerd door de

SPvE Centrum Schalkwijk - Fase 2

47

benodigde ruimte voor de aanleg van een wandelkade langs de Europavaart voortbordurend op Fase 1. • De noordelijke rooilijnen van blok D en E, en de oostelijke rooilijnen van blokken G en F sluiten aan op de rooilijnen van Fase 1 en ronden het nieuwe formele ‘marktplein’ aan het Californiëplein af. • De westelijke rooilijn van blok F ligt in lijn met de bestaande rooilijn van de hoofdwinkelstraat. • De noordelijke rooilijn van blok O.1 ligt 1,5 meter ten zuiden van de kronen van de te behouden bomen rond het FEBO-paviljoen.

Eisen (flexibele rooilijnen) • De noordelijke rooilijnen van blokken A, B, C, en de zuidelijke rooilijnen van D en E kunnen onderling verspringen, mits er voldoende (ondergrondse) ruimte voor beplanting en infrastructuur over blijft (zie paragraaf 4.4). • Aan de zuidzijde van blokken A, B en C is flexibiliteit opgenomen om balkons over het water uit te kunnen laten kragen. Uitgangspunt is dat de gebouwen de hydraulische capaciteit van de Europavaart niet verslechteren (zie paragraaf 4.4).

4.6.2 Gebouwhoogten, setbacks, balkons & loggia’s De kaders met betrekking tot gebouwhoogten, setbacks, balkons en loggia’s komen voort uit de stedenbouwkundige hoofdopzet, zie hoofdstuk 3 en paragraaf 4.3. Op de spelregelkaart Gebouwhoogten, setbacks, buitenruimtes & daken (zie paragraaf 4.2.3) zijn de randvoorwaarden en eisen te zien met betrekking tot gebouwhoogten, setbacks, balkons en loggia’s. Let op: de randvoorwaarden en eisen met betrekking tot bezonning en windhinder zijn te vinden in paragraaf 4.11.

Randvoorwaarde • De maximale bouwhoogte van (de hoogteaccenten op) de blokken A, G en H is 76 meter conform de Hoogbouwprincipes van Haarlem. Van deze maximale hoogte kan niet afgeweken worden middels een aanvraag om gebruik te maken van de 10% afwijkingsbevoegdheid van het college.

48

Gemeente Haarlem - JCAU - Buro Lubbers

Eisen • De spelregelkaart Gebouwhoogten, setbacks, buitenruimtes & daken in paragraaf 4.2.3 geeft de bouwhoogten, de setbacks en de gevels waar balkons en waar loggia’s moeten komen. • De op de spelregelkaart aangeven hoogten van gebouwen en accenten zijn exclusief dakranden en eventuele installaties op het dak, met uitzondering van de absolute maximale bouwhoogte van (de hoogteaccenten op) de blokken A, G, en H. • De blokken rondom het Californiëplein (D, E, F en G) hebben een duidelijk te onderscheiden tweelaagse plint met arcade (zie paragraaf 4.6.4) met daarop vier of vijf bouwlagen en sluiten nauwkeurig aan op de noordwand van het plein (Fase 1). • Blok G wordt doorgetrokken tot aan de zuidgevel van de bioscoop met onderdoorgang naar het achterliggende binnenterrein (zie ook paragraaf 4.9.1). • Een setback betreft de bovenste bouwlaag en is minimaal 2 meter gemeten vanaf de rooilijn. Bij blok H betreft de setback alle lagen vanaf de achtste bouwlaag.

4.6.3 Plinten algemeen: levendig en transparant Op de spelregelkaart Routes, plinttypen & functies begane grond (zie paragraaf 4.2.2) is te zien welke gebouwplinten een levendig programma moeten huisvesten en een begane grond gevel krijgen die voldoende transparant is. Levendige, actieve plinten dragen voor een belangrijk deel bij aan een prettige openbare ruimte die zowel overdag als ’s avonds sociaal veilig is. In de paragrafen 4.6.4 t/m 4.6.10 worden onderstaande algemene eisen verder uitgewerkt in specifieke eisen per thema.

Algemene eisen • De spelregelkaart Routes, plinttypen & functies begane grond (zie paragraaf 4.2.2) geeft aan welke plinten levendige functies moet krijgen met een voorkantuitstraling. • Gevelwanden van voorzieningen op de begane grond moeten minimaal 70% transparant zijn. Gevelwanden van woningen op de begane grond moeten minimaal 50% transparant zijn. Let hierbij

op dat onder transparantie meer wordt verstaan dan voldoende glasvlakken in de gevel: het gaat om de ervaring van de gevel op ooghoogteniveau. • De aangeduide levendige voorzieningen- of woonplinten krijgen niet te grote onderbrekingen door bijvoorbeeld een entreehal naast een entree van fietsenstalling en een trafo-ruimte te plaatsen. Door deze combinatie wordt de onderbreking te groot. Noodzakelijk ‘doods’ of weinig levendig programma, dient dus zo veel mogelijk afgewisseld te worden met levendig voorzieningenen woonprogramma.

4.6.4 Commerciële en maatschappelijke voorzieningen in de plint Op de spelregelkaart Routes, plinttypen & functies begane grond (zie paragraaf 4.2.2) is te zien waar de commerciële en maatschappelijke voorzieningen gepositioneerd dienen te worden. Het Californiëplein en het nieuwe entreeplein (rond de huidige FEBO-locatie) zijn de plekken met de meeste reuring. In de plinten van de omliggende gebouwen komen functies die zowel overdag als ’s avonds bijdragen aan het levendige karakter van deze pleinen. In de plint van de blokken D en E kan dienstverlening of maatschappelijke functies komen (het betreft een noordgevel en is dus minder geschikt voor horeca).

Eisen functies • De spelregelkaart Routes, plinttypen & functies begane grond (zie paragraaf 4.2.2) geeft aan waar de commerciële en maatschappelijke voorzieningen dienen te komen. Zie voor kaders programma paragraaf 4.7. Eisen afmetingen • Alle voorzieningen hebben een hoogte van 4,5 meter van begane grond tot en met eerste verdiepingsvloer met een architectonische plint van 7,5 meter (zie principedoorsnede plinttype 1, paragraaf 4.2.2). Uitzondering vormt blok H, deze krijgt een hoogte van 3,9 meter van begane grond tot en met eerste verdiepingsvloer (zie principedoorsnede plinttype 3) • Aan het Californiëplein krijgen blokken D, E, F en G een arcade van 7,5 meter hoog en minimaal 4 meter diep (zie principedoorsnede

plinttype 2). • De zuidplint van de blokken O.2 en G krijgt een overstek van 2 meter.

Overige, kwalitatieve eisen • Raampartijen die vanwege achterliggende functies door de gebruiker waarschijnlijk afgedekt gaan worden met folie of lamellen worden niet als transparante gevels beschouwd (zie ook paragraaf 5.13). • Plinten, arcades en overstekken worden zorgvuldig ontworpen met als doel het creëren van een sterke relatie en interactie tussen gebouw en openbare ruimte. Arcades en overstekken zijn in de avonduren goed verlicht en belicht.

4.6.5 Wonen in de plint en overgang openbaar/privé De blokken A, B en C en het zuidelijk deel van de blokken D en E krijgen geen voorzieningen in de plint, hier zal ook op de begane grond gewoond gaan worden. De opgave is hier enerzijds het bieden van voldoende privacy voor de bewoners, maar tegelijkertijd zorgen voor voldoende levendige plinten ten bate van een sociaal veilige en aangename openbare ruimte. Dit wordt bereikt door levendige functies zoals een keuken, kantoor of woonkamer aan de openbare ruimte te situeren, de begane grondlaag hoger te maken, de woningen een eigen voordeur te geven en de overgang openbaar/privé zorgvuldig vorm te geven middels een voortuin of ‘Delftse stoep’. Een maisonnettewoning is een voorbeeld van een woningtypologie die voldoet aan bovenstaande doelstellingen. De blokken A, B en C grenzen met hun zuidgevel (C ook met de oostgevel) direct aan de Europavaart. Om te voorkomen dat er een te hoge gesloten plint aan het water komt, wordt de afstand van de begane grond tot de waterspiegel niet te groot.

Eisen • De woonplinten van de blokken A, B, C, D en E krijgen een begane grondlaag met een hoogte van minimaal 3,9 meter (van vloer tot vloer). De eerste verdiepingslaag vormt samen met de

•

• •

•

begane grondlaag een architectonische plint van 6,9 meter (zie principedoorsnede plinttype 3, paragraaf 4.2.2). Woningen op de begane grond krijgen aan de kant van de openbare ruimte zo veel mogelijk levendige functies zoals een keuken, kantoor of woonkamer. Woningen op de begane grond krijgen zo veel mogelijk een eigen voordeur aan de openbare ruimte. De overgang openbaar/privé dient zorgvuldig ontworpen te worden zodat het de bewoners voldoende privacy biedt en tegelijkertijd bijdraagt aan de levendigheid en het groene karakter van de openbare ruimte. De woonplinten van de blokken A, B en C die grenzen aan de Europavaart krijgen een balkon die circa 60 cm boven de waterspiegel ligt (zie principedoorsnede plinttype 4).

4.6.6 Hoofdentrees appartementen Appartementen dienen volwaardige hoofdentrees aan de straat te krijgen zonder hoogteverschillen. De entrees dienen vanaf de straat goed zichtbaar te zijn en royale afmetingen te krijgen (in breedte en hoogte). Doel hiervan is het vergroten van de sociale veiligheid ter plekke van de entrees. Bij smalle gevels, bijvoorbeeld van blok G en H dient echter voorkomen te worden dat een te groot deel van de plint in beslag genomen wordt door de entreepartij. Een te brede entreepartij draagt namelijk niet bij aan de hier noodzakelijke levendige plint. Speciale aandacht vragen brievenbussen bij entrees waar veel woningen op ontsloten worden. Hierbij dient voorkomen te worden dat een te groot deel van de begane grondgevel in beslag genomen wordt door een lange, ‘doodse’ brievenbussenwand.

Eisen • Hoofdentrees van appartementengebouwen krijgen royale afmetingen in breedte en hoogte. • Hoofdentrees van appartementengebouwen krijgen een transparant gevel. • Hoofdentrees aan pleinen of in zichtassen domineren de plint van het gebouw niet.

• Geen lange, ‘doodse’ brievenbussenwanden bij entrees waar veel woningen op ontsloten worden.

4.6.7 Parkeergarages, laden & lossen en bijbehorende entrees Autoparkeervoorzieningen voor bewoners en bezoekers dienen inpandig en uit het zicht opgelost te worden, zie paragraaf 4.8.6. De toegangen tot de parkeergarages dienen de gebouwplinten en de openbare ruimte waaraan ze gelegen zijn niet te domineren.

Eisen • Autoparkeervoorzieningen voor bewoners en bezoekers dienen inpandig en uit het zicht opgelost te worden (zie ook paragraaf 4.8.6). • Eventueel noodzakelijke loading docks en containers bedrijfsafval worden inpandig en uit het zicht opgelost. • Toegangen tot parkeergarages (en eventuele inpandige loading docks) worden niet aan pleinen of in zichtlijnen van straten gepositioneerd. • Toegangen tot parkeergarages (en eventuele inpandige loading docks) worden minimaal 5 meter uit de hoek van een gebouw geplaatst. • Toegangen tot parkeergarages worden zodanig geïntegreerd in de gebouwontwerpen dat ze de kwaliteit van de begane grondgevel zo min mogelijk verstoren.

4.6.8 Fietsenstallingen, bergingen en bijbehorende entrees Fietsparkeren voor bewoners en werknemers dient inpandig en uit het zicht opgelost te worden. Indien de openbare ruimte maar een deel van het fietsparkeren voor bezoekers van de voorzieningen en woningen kan herbergen (zie paragraaf 4.4.7), dan wordt het resterende deel ook inpandig opgelost (zie paragraaf 4.8.5).

Eisen • Fietsparkeren voor bewoners en werknemers (en mogelijk een deel van het fietsparkeren bezoekers) dient inpandig en zo veel mogelijk uit het zicht vanaf de openbare ruimte, opgelost te worden.

SPvE Centrum Schalkwijk - Fase 2

49

• Inpandige fietsenstallingen (en eventueel individuele bergingen) worden zodanig gepositioneerd en ontworpen dat deze zo min mogelijk zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte. • De plint van een gebouw wordt nooit gedomineerd door inpandige fietsenstallingen, tenzij het een gevel aan een (af te sluiten) binnenterrein betreft of een ondergeschikt tussenstraatje. • Toegangen tot de fietsenstallingen worden minimaal 5 meter uit de hoek van een gebouw geplaatst. • Toegangen tot de fietsenstallingen worden zodanig geïntegreerd in de gebouwontwerpen dat ze de kwaliteit van de begane grondgevel zo min mogelijk verstoren.

4.6.9 Nutsvoorzieningen en andere installaties in de gebouwen en op de daken De ontwikkelende partijen inventariseren bij de verschillende nutsen telecombedrijven de behoefte aan nutsvoorzieningen zoals trafostations en andere kasten (waaronder eventuele WKO-installaties) en bijbehorende technische randvoorwaarden. Uitgangspunt is dat al deze voorzieningen inpandig en zo veel mogelijk uit het zicht worden opgelost. De ontwikkelende partijen maken ook een inventarisatie van de benodigde technische voorzieningen die boven op de gebouwen geplaatst moeten worden zoals liftopbouwen, klimaatinstallaties en duurzame energieopwekking. Uitgangspunt is dat deze voorzieningen niet zichtbaar zijn vanaf de openbare ruimte of verwerkt worden in de architectonische signatuur van het gebouw. Uit wetenschappelijk onderzoek zijn aanwijzingen gevonden dat er een verhoogde kans op kinderleukemie is als de blootstelling over langere tijd gemiddeld boven de 0,4 microtesla magnetische veldsterkte komt. Daarom geldt de randvoorwaarde dat in verblijfsruimten nabij een transformator de gemiddelde veldsterkte beneden de 0,4 microtesla moet blijven.

Randvoorwaarde • Traforuimten dienen zodanig ontworpen en gepositioneerd te

50

Gemeente Haarlem - JCAU - Buro Lubbers

worden dat het jaargemiddelde magnetische veld bij de omliggende woningen beneden 0,4 microtesla blijft. Concreet betekent dit dat er geen verblijfsruimten direct naast of boven traforuimten geplaatst mogen worden.

de ontwikkelende partijen. Samen met het ambtelijke projectteam beoordeeld de supervisor of dit beeldkwaliteitsplan voldoende invulling geeft aan de in dit SPvE meegegeven beeldkwaliteitskaders.

Eisen • Nutsvoorzieningen zoals trafostations en andere installaties (waaronder eventuele WKO-installatie met uitzondering van de bronput en leidingwerk) worden niet in de openbare ruimte geplaatst, maar inpandig en zo veel mogelijk uit het zicht opgelost. • Technische ruimten liggen minimaal 5 meter uit de hoek van het gebouw. Dit geldt niet voor een gevel aan een (af te sluiten) binnenterrein. • Indien er geen andere opties voorhanden zijn dan technische ruimten in de voorgeschreven levendige voorzieningen- of woonplinten te plaatsen (zie spelregelkaart paragraaf 4.2.2), dan dient voorkomen te worden dat er een te lange onderbreking in de levendige plint ontstaat, zie paragraaf 4.6.3. • Gevels van, en toegangen tot technische ruimten worden zodanig in de gebouwenontwerpen geïntegreerd dat ze de architectonische kwaliteit van de begane grondgevel zo min mogelijk verstoren. • Toegangen tot technische ruimten veroorzaken geen onveilige situaties of overlast van onderhoudsvoertuigen op fiets- en wandelpaden. • Technische voorzieningen die boven op de gebouwen geplaatst moeten worden (zoals liftopbouwen, klimaatinstallaties en duurzame energieopwekking) zijn niet zichtbaar vanaf de openbare ruimte of worden verwerkt in de architectonische signatuur van het gebouw.

4.6.11 Specifieke kaders voor de ontwikkeling van blok O.1 In de ontwikkeling van Centrum Schalkwijk Fase 2 neemt blok O.1 een bijzondere positie in. Dit relatief kleine bouwblok dient als afbakening van het zuidwestelijke entreeplein, de huidige Febo-locatie. Doel van het gebouw is ook het verhogen van de verblijfskwaliteit van het entreeplein.

4.6.10 Beeldkwaliteit gebouwen De kaders met betrekking tot de beeldkwaliteitsaspecten van de gebouwen zijn te vinden in Hoofdstuk 5 Kaders beeldkwaliteit gebouwen. Dit hoofdstuk geeft op hoofdlijnen de thema’s weer die verder uitgewerkt moeten worden in het beeldkwaliteitsplan behorende bij het stedenbouwkundig plan voor Fase 2. Net als het stedenbouwkundig plan wordt dit beeldkwaliteitsplan opgesteld door

Randvoorwaarde • De randvoorwaarde voor de ontwikkeling van dit gebouw is echter dat het huidige Febo-paviljoen van het plein verdwijnt. Alleen hierdoor kan er een echte pleinruimte rond en tussen de acht te behouden bomen ontstaan. De kerktoren moet hierbij wel behouden blijven en dient als herkenningspunt een plek op of bij blok O.1 te krijgen. Ook moet onderzocht worden in hoeverre (een deel van) blok O.1 al ontwikkeld kan worden voordat de rotonde verwijderd is. Eisen • De ontwikkeling van blok O.1 is alleen mogelijk als het Febopaviljoen van het entreeplein verdwijnt. • De acht bomen rondom het Febo-paviljoen blijven bij de sloop ervan behouden. • De kerktoren op het Febo-paviljoen dient behouden te blijven, maar moet verplaatst worden. • Blok O.1 dient zodanig ontworpen te worden dat het enerzijds een positief effect heeft op het windklimaat van het entreeplein, maar tegelijkertijd de zontoetreding tot het noordelijk en oostelijk deel van het plein (de geschikte plekken voor middag- en avondterrassen) grotendeels ongehinderd laat. • De plint van blok O.1 wordt gevuld met levendige voorzieningen en wordt aan alle zijden transparant. • De verplaatste kerktoren wordt op een zodanige wijze op of bij blok O.1 gezet dat het een herkenningspunt voor de bewoners van

Schalkwijk blijft. • Blok O.1 wordt in nauwe afstemming met de supervisor en het ambtelijk projectteam als een ‘special’ ontworpen. Dit betekent dat het zich qua vormgeving en materialisatie niet hoeft te houden aan de beeldkwaliteitsregels die wel voor de andere blokken gelden.

4.7

Programma

Deze paragraaf maakt de vertaalslag naar een concreet programma dat invulling geeft aan de gestelde ambities en de visie op de ontwikkeling van Centrum Schalkwijk en Fase 2 zoals te lezen is in hoofdstuk 2 en 3. Voor een goed functionerend stadsdeelcentrum is het bereiken van een goede functiemix noodzakelijk. Concreet betekent dit dat er woningen, werk-, cultuur- en sociaal-maatschappelijke functies en voorzieningen worden toegevoegd aan het stadsdeelcentrum en dat deze strategisch worden gepositioneerd. In het plangebied van de tweede fase is geen ruimte opgenomen voor detailhandel. Om de ambities te verwezenlijken gelden de volgende randvoorwaarden met bijbehorende eisen en wensen, uitgesplitst naar: woonprogramma en niet-woonprogramma.

4.7.1 Woonprogramma Randvoorwaarden • De ontwikkeling van Fase 2 draagt bij aan de transformatie van een monofunctioneel winkelcentrum naar een multifunctioneel stadsdeelcentrum door woningen toe te voegen. • Wonen is alleen toegestaan boven de voorzieningen, met uitzondering van de blokken A, B, C, D en E, waar ook in de plint gewoond mag worden. In blokken D en E is in de plint aan het marktplein wonen niet toegestaan.

Eisen • Op de verdeling van de woningen is een maatwerkafspraak van toepassing: 20% sociaal, 60% middelduur en 20% duur (met uitzondering van blok O.2. Hiervoor geldt de reguliere verdeling).

• De sociale huurwoningen hebben een minimale oppervlakte van 40m² GBO en beschikken tenminste over één slaapkamer. Deze eis geldt niet voor de sociale huurwoningen in blok H, hier zijn maatwerkafspraken gemaakt over de exploitatie en maatvoering van de sociale huurwoningen. Van het aandeel sociale huurwoningen in blok H mag 70% kleiner zijn dan 40m² GBO. De overige 30% moet groter zijn dan 40m² GBO. • Voor de overige blokken in het plangebied geldt dat van de minimale oppervlakte van 40 m² GBO voor sociale huurwoningen en de eis voor een aparte slaapkamer, kan worden afgeweken indien sprake is van een technische beperking als gevolg van het Bouwbesluit of conflicterende belangen met de stedenbouwkundige randvoorwaarden en eisen, mits de afwijking niet groter is dan 5 m² GBO en voor de blokken F en G tot een maximum van 4 sociale huurwoningen en voor de blokken A t/m E tot een maximum van 10 sociale huurwoningen . Zowel de betrokken woningcorporatie als de gemeente dient hiermee akkoord te zijn. • Het betreft zelfstandige woningen. Een zelfstandige woning is een woning met o.a. eigen toegang en eigen keuken, badkamer, slaapkamer en toilet. • De ontwikkeling zet overwegend in op betaalbare twee- en driekamerappartementen in het middensegment, met nadruk op starters en ouderen, conform vastgesteld woonvisie.

• De woningen in de middencategorie zullen voor 60% worden ingevuld met lage middeldure huur en/of koop en voor 40% worden ingevuld met hoge middeldure huur en/of koop. • Middeldure huurwoningen hebben een minimale oppervlakte van 50m² GBO en tenminste 50% van de op te leveren middeldure huurwoningen is groter dan 60m² GBO. • Voor de blokken F, G en H geldt dat van de minimale oppervlakte van 50m² GBO voor middeldure huurwoningen kan worden afgeweken indien sprake is van een technische beperking als gevolg van het Bouwbesluit of conflicterende belangen met de stedenbouwkundige randvoorwaarden en eisen. Voor blok H geldt dat met hooguit 2 m² GBO en bij maximaal 15 woningen mag worden afgeweken. Voor blokken F en G geldt dat met hooguit 4m2 GBO en bij maximaal 4 woningen mag worden afgeweken. De

gemeente dient akkoord te geven in het geval van een hierboven genoemde afwijking. • Voor blokken A t/m E geldt dat van het percentage voor de middeldure huurwoningen met een minimale oppervlakte van 60m² GBO kan worden afgeweken indien sprake is van een technische beperking als gevolg van het Bouwbesluit of conflicterende belangen met de stedenbouwkundige randvoorwaarden en eisen. Deze afwijkingsruimte is zeer beperkt en de gemeente dient akkoord te geven in het geval van een dergelijke afwijking.

Wensen • Woningen kleiner dan 60m² zijn schakelbaar zodat deze vergroot kunnen worden. Woningen in de plint zijn geschikt om in de toekomst om te zetten naar andere (niet-woon-) functies. • Niet iedereen kan zelfstandig wonen. Er is ruimte voor diverse vormen van begeleid wonen waarbij we ook ruimte bieden aan bijzondere doelgroepen (i.c.m. zorg). • De locatie en stedelijkheid in het gebied leent zich goed voor woonwerk-concepten.

4.7.2 Niet-Woonprogramma Randvoorwaarden • De ontwikkeling van Fase 2 draagt bij aan de transformatie van een monofunctioneel winkelcentrum naar een multifunctioneel stadsdeelcentrum door werk-, commerciële, culturele en maatschappelijke functies toe te voegen. • De herontwikkeling draagt bij aan de transformatie van het winkelcentrum door het uitnemen van vierkante meters detailhandel. Er is in Fase 2 geen ruimte voor detailhandel. • De westzijde van het Californiëplein (plinten van de blokken F en G) sluit aan op fase 1. Functies zijn gericht op verblijven zoals horeca en maatschappelijke voorzieningen. • Publieke functies zijn gelegen langs de hoofdroutes en zijn zichtbaar, bereikbaar en toegankelijk gepositioneerd in de plinten van de gebouwen, op bijzondere plekken of op de 1e verdieping aansluitend op openbaar toegankelijk gebied. Commerciële voorzieningen zoals kantoren en kleinschalige bedrijvigheid kunnen

SPvE Centrum Schalkwijk - Fase 2

51

ook op de verdiepingen gepositioneerd worden, bijvoorbeeld op plekken die minder geschikt zijn voor wonen.

Eisen • In Fase 2 wordt ca. 8.800m² BVO bestaande detailhandel gesaneerd en ca. 6.000m² commercieel (niet zijnde detailhandel). • Het plan bevat minimaal ca. 4.000m² BVO commerciële ruimte (niet zijnde detailhandel) waarvan tenminste ca. 500 BVO horeca en ca. 3.500m² BVO voor overige commerciële functies. Er is planologisch ruimte voor maximaal 5.500m² BVO commerciële functies, waarvan ca. 2.300m² BVO voor horeca (conform rapportage DTNP). • Het plan bevat een bibliotheek van ca. 1.600m² BVO. Wanneer de komst van bibliotheek niet haalbaar blijkt wordt de ruimte aangewend voor andere maatschappelijke of commerciële functies. • Rond het zuidwestelijke entreeplein - de huidige FEBO-locatie komen in de plinten van de blokken H, G, F en 0.1 levendige functies, zoals horeca, dienstverlening, co-workingspaces of kleinschalige bedrijvigheid. De zuidzijde van het Californiëplein (blok D en E) krijgt in de plinten aan het plein dienstverlening en/of maatschappelijke functies. • De hierboven genoemde ruimtes voor niet-woonfuncties voorzien in werkgelegenheid. Ontwikkelaars maken inzichtelijk om hoeveel arbeidsplaatsen het gaat. Naast bovenstaande functies kan gedacht worden aan kleinschalige bedrijvigheid en kantoorruimte, dienstverlening, sport, kinderdagopvang, co-workingspaces, pakketpunten en andere wijkverzorgende economische functies.

Hierbij wordt aansluiting gezocht op de lokale behoeften en de lokale beroepsbevolking. • Publieke voorzieningen in de plint hebben een open uitstraling en zijn openbaar toegankelijk. Meer naar binnen gekeerde (commerciële) voorzieningen zoals praktijkruimten voor huisen tandartsen en overige (para-)medische dienstverlening bevinden zich niet op prominente plekken, hebben een beperkte gevelbreedte en plakken deze niet af. Wensen • De bibliotheek is geschikt voor dubbelgebruik door andere (culturele) functies.

52

Gemeente Haarlem - JCAU - Buro Lubbers

• De ontwikkeling biedt kansen voor kunst en cultuur in gebouwen en in de openbare ruimte, maar ook voor (tijdelijke) muurschilderingen; bijvoorbeeld op eventuele blinde gevels tijdens het transformatieproces. • Het horeca-aanbod voegt kwaliteit toe en onderscheid zich van reeds bestaande horeca, bijvoorbeeld in type keuken, gezondheid, kwaliteit en/of uitstraling. In de directe omgeving van de bioscoop is (extra) fastfood ongewenst. • Het is wenselijk om meer ruimte bieden aan sociaalmaatschappelijke voorzieningen, zoals het sociaal wijkteam, jongerencentrum, een politiepost of welzijnsvoorzieningen.

4.8

Mobiliteit

In deze paragraaf worden de kaders voor de volgende mobiliteitsaspecten behandeld: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.

Bijdrage Haarlemse mobiliteitstransitie Toegankelijkheid voetgangers & mindervaliden Fietspaden & fietsenstallingen Fietsparkeren bewoners & werknemers Fietsparkeren bezoekers Autoparkeren bewoners, werknemers en bezoekers Toegankelijkheid calamiteitendiensten Afvalinzameling, laden & lossen, pakketbezorging, personenvervoer, et cetera

Met het stedenbouwkundig plan (SP) en het mobiliteitsplan (MP) onderbouwen de ontwikkelende partijen hoe aan de in dit hoofdstuk beschreven onderdelen wordt voldaan. In het MP wordt ook beschreven hoe de (toekomstige) bewoners duidelijk op de hoogte worden gesteld van de mobiliteitsoplossingen in het gebied. Hierin wordt ook aangegeven hoe de communicatie voor de komende (tenminste) vijf jaar is geborgd.

4.8.1 Bijdrage Haarlemse mobiliteitstransitie Bij de ontwikkeling van het Centrum Schalkwijk Fase 2 geven we invulling aan de Haarlemse mobiliteitstransitie en sluiten we aan bij de gemeentelijke doelstellingen. Het Haarlemse Mobiliteitsbeleid is hierbij uitgangspunt (zie hoofdstuk 2). De inrichting van Centrum Schalkwijk Fase 2 nodigt uit om je te verplaatsen te voet, te fiets of met het openbaar vervoer. De voorzieningen voor deze gewenste vervoerswijzen worden excellent vormgegeven en routes vormen logische, directe verbindingen. De voetganger en fietser voelt zich welkom en begrepen, evenals de OVreiziger. De openbare buitenruimte is vooral het domein van deze doelgroepen. Een goede toegankelijkheid te voet maar ook met de fiets en korte verbindingen van of naar het openbaar vervoer dragen daar aan bij. Wil men toch gebruik maken van de auto dan krijgen schoneen deelvoertuigen voorrang. Voldoende oplaadmogelijkheden, deelvoertuigen dichtbij en ‘Mobiliteit as a service’ (MAAS) moeten daar voor zorgdragen. Door de parkeervoorzieningen voor de auto in centrum Schalkwijk aan de randen te situeren en uit het zicht te leggen, domineren deze het straatbeeld niet en wordt binnen Centrum Schalkwijk fase 2 prioriteit gegeven aan de eerder genoemde modaliteiten. Ook logistieke stromen hebben beperkt toegang tot het plangebied en doorkruisen deze niet.

Overkoepelende eis Door middel van een mobiliteitsplan tonen de ontwikkelende partijen aan op welke manier Centrum Schalkwijk Fase 2 maximaal gaat bijdragen aan het Haarlems Mobiliteitsbeleid waarbij in 2030: • Bijna alle (90%) korte verplaatsingen met een afstand van minder dan 2,5 km binnen de stad met de fiets of te voet plaatsvinden. • Meer dan de helft (60%) de verplaatsingen vanuit of naar Haarlem toe met het OV of de fiets plaatsvinden. Randvoorwaarden • Het mobiliteitsplan geeft inzicht in op welke wijze de ontwikkeling

en mobiliteitsoplossingen invulling geven aan de mobiliteitstransitie zie Mobiliteitsbeleid. • De voor een eventuele reductie van parkeernormen voor auto’s toe te passen mobiliteitsoplossingen worden onderbouwd/gemotiveerd inclusief daarvan te verwachten verschuiving(en) naar andere modaliteiten. • De wijze waarop de voorgestelde mobiliteitsoplossingen de komende 5 jaar daadwerkelijk gaan/moeten gaan functioneren cq. leiden tot een verschuiving van de modaliteiten, wordt in de mobiliteitsplan nader ingevuld en onderbouwd. Dat betreft onder meer hoe bewoners geïnformeerd worden over de beschikbare vervoersopties, hoe zij die kunnen gebruiken en hoe zij gestimuleerd worden daar ook gebruik van te maken (cq. hoe het systeem moet gaan werken).

4.8.2 Toegankelijkheid voetgangers & mindervaliden In het gebied is het gemakkelijk, veilig en comfortabel verblijven voor voetgangers. Hiermee wordt Centrum Schalkwijk Fase 2 levendig en zijn ontmoetingen op straat makkelijk. Door Fase 2 lopen enkele hoofdroutes die in het gebied de verschillende voorzieningen met elkaar verbinden en de woningen ontsluiten. Deze looproutes sluiten ook aan op de looproutes naar omliggende wijken. Hiermee wordt het gebied en de omliggende wijken gemakkelijk toegankelijk en veilig bereikbaar voor voetgangers.

Eisen • Het mobiliteitsplan laat de effecten van verandering in verkeersintensiteiten op de verkeersafwikkeling (voor ontsluiting van het gebied, voor de routes in het gebied en ontsluitingen van de te realiseren parkeergarages) en eventuele daarvoor noodzakelijke maatregelen zien. Naast de verkeersafwikkeling wordt daarin ook verkeersveiligheid meegenomen. • In de mobiliteitsplannen wordt aangegeven op welke wijze het gebied autovrij en parkeervrij wordt ingericht en welke maatregelen (bijv. venstertijden, regulering) daarvoor nodig zijn. • Een inschatting wordt gemaakt van een eventuele (ongewenste) overloop van parkeren naar aangrenzende gebieden. Noodzakelijke maatregelen om dit tegen te gaan worden aangegeven. • De vastgoedeigenaar, beheerder of VVE is verantwoordelijk voor de instandhouding van de mobiliteitsoplossingen (inclusief deelauto’s) voor een periode van minimaal vijf jaar. Hierna wordt beoordeeld of de mobiliteitsoplossing nog voldoet aan de wensen en eisen van de bewoners en eventueel bijgesteld. Dit gebeurt in overleg met de gemeente. De vastgoedeigenaar, beheerder of VVE blijft verantwoordelijk voor een geschikte mobiliteitsoplossing. De gemeente heeft hier een faciliterende rol in.

Eisen • Het hele gebied en alle bestemmingen zijn toegankelijk voor mensen met een beperking en wordt conform bouwbesluit, richtlijnen CROW (ASVV) en Richtlijn toegankelijkheid (CROW 337) ingericht. • De looproutes van en naar de ingangen van de gebouwen sluiten op een logische manier aan op de doorgaande looproutes in en door het gebied. • Looproutes zijn sociaal veilig. De routes bieden voldoende zicht, zijn voldoende breed, goed verlicht en hebben vooral voldoende contact met omgeving zodat de voetganger gezien wordt (zie paragraaf 4.9). • Alle bestemmingen zijn goed bereikbaar voor mindervaliden. Reisafstanden voor mindervaliden bedragen maximaal een factor 1,4 ten opzichte van niet beperkte verplaatsingen. • Trappartijen ter overbrugging van eventuele hoogteverschillen in de openbare ruimte worden in de (directe) nabijheid voorzien van een hellingbaan voor mindervaliden. Hellingbanen voor minderinvaliden worden zodanig ontworpen dat misbruik door bijv. fietsers wordt tegengegaan. • Entrees van gebouwen zijn voldoende breed voor mensen met een beperking (rolstoelvriendelijk).

Randvoorwaarde • Alle voetpaden hebben een minimaal effectieve breedte van 2,2 meter. Effectief betekent dat: zonder obstakels van (wild) geparkeerde fietsen, straatmeubilair, e.d.

4.8.3 Fietspaden & fietsstallingen De fiets wordt het aangewezen vervoersmiddel voor de bewoners en bezoekers van Centrum Schalkwijk. Hiervoor verbeteren we de bereikbaarheid voor fietsers, de fietsbeleving en het gemak waarmee de fiets gepakt en gestald kan worden. Fietsparkeerplaatsen worden vlak bij de bestemming gerealiseerd en liggen op logische, makkelijk te bereiken plaatsen aan de fietsroute. De fietsroutes zijn voldoende breed om comfortabel en veilig gebruikt te worden door uiteenlopende fietsers, zoals snelle elektrische fietsers, ouderen en kinderen.

Eisen toegankelijkheid • Centrum Schalwijk Fase 2 wordt voor fietsers vanuit de omliggende wijken goed ontsloten met veilige, directe en voldoende brede fietspaden. In Fase 2 zijn alle bestemmingen eenvoudig, en goed te bereiken per fiets. • Elke bestemming is goed bereikbaar vanaf de doorgaande fietsroutes in het gebied. • Hellingbanen naar eventuele verhoogde maaivelden liggen op logische plekken, zijn voldoende breed en makkelijk te nemen voor iedere fietser, dus ook voor ouderen zonder elektrische fiets, conform richtlijnen CROW (ASVV). Eisen fietsstallingen algemeen • Fietsenstallingen worden conform de in de hoofdstukken 2 en 3 opgenomen basis en gedifferentieerde eisen van het normstellend document Fietsparkeersystemen versie 2 (Stichting FietsParKeur, 5 juli 2021) vorm gegeven. • Fietsenstallingen zijn logisch en overzichtelijk ingedeeld. • De route vanuit de fietsenstalling naar de bijbehorende bestemming en vice versa is logisch, snel en eenvoudig. Bij voorkeur kan men vanuit de stalling rechtstreeks (liefst binnendoor) doorlopen naar de bestemming, zonder terug te hoeven lopen door de stalling. • De stalling heeft een voetgangersuitgang in de richting van de eindbestemming. • Gebruikers kunnen elkaar in de verkeersruimtes van de stalling

SPvE Centrum Schalkwijk - Fase 2

53

goed passeren. • Stallingen bieden voldoende parkeermogelijkheden voor scooters, bakfietsen en andere fietsen die afwijken van de standaardmaten. • Stallingen bieden voldoende oplaadmogelijkheden voor elektrische tweewielers. • Vanuit de openbare ruimte is de toegang van de stalling duidelijk zichtbaar en herkenbaar, gezien vanaf de aanrijroute richting bestemming(en). • De toegang vanaf de weg tot een stalling op lager of hoger niveau is goed en comfortabel te gebruiken voor alle fietsen en scooters; dus ook voor zware fietsen, elektrische fietsen en fietsen met afwijkende maten (kratten, brede sturen, brede banden, lange fietsen, et cetera). • De fietsenstalling is beter, comfortabeler en sneller te bereiken dan eventuele autoparkeerplaatsen. • De sociale veiligheid van de stalling dient geborgd te worden en foutief gebruik vermeden. Er dient onderbouwd te worden hoe beide zaken bereikt gaan worden. • De stalling en toegang daartoe dient geschikt te zijn voor kinderen.

4.8.4 Fietsparkeren bewoners & werknemers Al het fietsparkeren van de bewoners en de werknemers van de voorzieningen wordt volledig inpandig opgelost (zie paragraaf 4.6). Stallingen zijn makkelijk toegankelijk.

Eisen fietsparkeren bewoners • Fietsparkeren van bewoners wordt inpandig opgelost. • (Collectieve) stallingen voor bewoners moeten voldoen aan de Haarlemse Beleidsregel bergingen nieuwe woongebouwen (2018) met een aantal aanscherpingen om de fiets echt prioriteit te geven conform het Haarlemse Mobiliteitsbeleid (2021): Д Er dient onderbouwd te wordt dat de fietsparkeervoorziening substantieel uitnodigender is dan de parkeervoorziening voor de auto. Д De stalling waar de bewoner zijn fiets stalt, ligt zo dicht mogelijk bij de entree, trappartij of lift van het appartementengebouw waar de bewoner woont, de afstand is maximaal 50 meter

54

Gemeente Haarlem - JCAU - Buro Lubbers

(aanscherping t.o.v. beleidsregel). Д Stallingen zijn makkelijk toegankelijk om stallen in openbare ruimte tegen te gaan. De fietsenstalling is afsluitbaar en niet toegankelijk voor onbevoegden. Д Er mogen maximaal twee deuren tussen de openbare ruimte en stallingsplek zitten. Deze deuren zijn gemakkelijk, licht en snel in het gebruik. Bij voorkeur gemakkelijk automatisch en snel te openen. Д De stalling is met de fiets te bereiken via hoogwaardige fietsinfrastructuur vanaf de openbare weg. De toegang tot de stalling ligt bij voorkeur aan een doorgaande fietsroute

Eisen fietsparkeren werknemers • Fietsparkeren werknemers wordt gerealiseerd op eigen terrein/ inpandig en uit het zicht vanaf de openbare ruimte. • Er dient onderbouwd te worden dat de fietsparkeervoorziening substantieel uitnodigender is dan de parkeervoorziening voor de auto (stimuleren fietsgebruik). • Ligt op maximaal 25 meter van de hoofdentree of stijgpunt naar de bestemming. • De te realiseren aantallen en maatvoering conform de richtlijnen van het CROW (Leidraad fietsparkeren) waarbij de maximale bandbreedte wordt aangehouden. • Per functie is er minimaal één afsluitbare fietsenstalling aanwezig, tenzij de functie een fietsparkeervraag van minder dan vijf fietsen heeft. In dat geval mag de fietsenstalling gecombineerd worden met een fietsenstalling voor andere werknemers in het gebied. • Er mogen maximaal twee deuren tussen de openbare ruimte en stallingsplek zitten. Deze deuren zijn gemakkelijk, licht en snel in het gebruik. • De stalling is met de fiets te bereiken via hoogwaardige fietsinfrastructuur vanaf de openbare weg, bij voorkeur aan een doorfietsroute door het gebied.

4.8.5 fietsparkeren bezoekers Het maximaal laadvermogen van de openbare ruimte bepaalt hoeveel fietsparkeerplaatsen er voor bezoekers van de voorzieningen en

de woningen gerealiseerd kunnen worden in de openbare ruimte en hoeveel er eventueel in inpandige fietsenstallingen gerealiseerd moeten gaan worden (zie paragraaf 4.4.8) .

Eisen • In het mobiliteitsplan dient aangetoond te worden op welke manier het fietsparkeren bezoekers kwantitatief en kwalitatief opgelost gaat worden. • Voor het stallen van fietsen van bezoekers moet 0,5 fietsparkeerplek per woning worden gerealiseerd. • Aantallen en maatvoering voor fietsparkeren van de bezoekers van de verschillende voorzieningen conform de richtlijnen van het CROW (Leidraad fietsparkeren) waarbij de maximale bandbreedte moet worden aangehouden. • Het totale aantal benodigde stallingsplaatsen wordt, met eventuele verrekening van medegebruik met fietsparkeerplaatsen voor bezoekers van de woningen en voorzieningen, op basis van aanwezigheidspercentages bepaald. Het benodigde aantal plaatsen wordt in de mobiliteitsplannen nader onderbouwd. • Fietsparkeren mag niet tot een te hoge parkeerdruk in de openbare ruimte leiden. Eventuele tekorten moeten in openbare of collectieve, inpandige fietsenstallingen worden opgelost. • Aandachtplekken zijn de arcades, overstekken en entreegebieden: deze plekken mogen niet gedomineerd gaan worden door ‘wildparkeren’. Entrees moeten altijd toegankelijk blijven voor mindervaliden en hulpdiensten. Zie paragraaf 4.9.2.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16601479/2