Bijlage 2 Toelichting en bijlagen bij de toelichting bestemmingsplan Schalkwijkerweg
Tekst van het document
Dit betekent dat het plaatsgebonden risico geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Groepsrisico Het LPG-tankstation heeft een invloedsgebied van 150 meter. De huidige personendichtheid in het invloedsgebied is uiterst laag, namelijk 3 woningen – 8 personen. De hoogte van het groepsrisico is in de bestaande situatie zeer laag (kleiner dan 0,1 * orientatiewaarde). Aangezien het een consoliderend bestemmingsplan betreft, zal er niet snel een zodanige toename in bouwvolume gerealiseerd worden dat het groepsrisico significant oploopt. Een nadere verantwoording van het groepsrisico is niet noodzakelijk. Conclusie Het plangebied Schalkwijkerweg bevindt zich binnen de invloedsgebieden van een drietal risicobronnen. Het bestemmingsplan voorziet niet in het toevoegen van (beperkt) kwetsbare objecten. Het aspect externe veiligheid staat de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan niet in de weg. De gasleiding is binnen het plangebied Schalkwijkerweg een planologisch relevante leiding en is als dubbelbestemming, inclusief veiligheidszone, 61
bestemmingsplan "Schalkwijkerweg" (vastgesteld)
opgenomen in de regels en de verbeelding. Het LPG-tankstation is binnen het plangebied Schalkwijkersweg een planologisch relevante inrichting en is als specifiek bedrijf, inclusief veiligheidszone, opgenomen in de regels en de verbeelding.
4.6
Geluid Beleidskader De Wet geluidhinder (Wgh) bevat normen voor weg-, rail- en industrielawaai om geluidgevoelige bestemmingen zoals een woning te beschermen tegen geluidhinder. Bij vaststelling of wijziging van een bestemmingsplan waarbij het realiseren van nieuwe geluidgevoelige bestemmingen of de aanleg van een nieuwe geluidbron mogelijk is moet er getoetst worden aan deze normen. Relevantie plangebied Wegen In het kader van de Wgh bevinden zich langs wegen geluidzones. Binnen de zone moet voor het realiseren van een nieuwe geluidsgevoelige bestemming onderzoek worden gedaan naar de optredende geluidbelasting. Het plangebied bevat wegen met een snelheidsregime van 50 en 30 km/uur. De wegen met een snelheidsregime van 50 km/uur hebben een geluidzone van 200 meter aan weerszijde van de weg. Wegen op woonerven en wegen waarvoor een maximum snelheid van 30 km/uur geldt, hebben geen zone. Het bestemmingplan is in grote lijnen consoliderend van aard. Er zijn vier wijzigingsbevoegdheden opgenomen, waar bij drie een geluidgevoelige bestemmingen (wonen) mogelijk wordt gemaakt. Wijzigingsgebied 2 ligt aan de Schalkwijkerweg, met weinig verkeer. Deze weg is doodlopend. Op het moment dat het bestemmingsplan op deze locatie wonen mogelijk maakt zal zonodig een akoestisch onderzoek worden uitgevoerd. Het staat vast dat op deze locatie een goed woon- en leefklimaat kan worden geboden.
Wijzigingsgebied 3 betreft een ruim gebied. Een deel van het gebied ligt binnen de directe invloed van de Europaweg. Als hier wonen wordt mogelijk gemaakt zal een akoestisch onderzoek worden opgesteld. Direct langs de Europaweg is wonen niet gewenst, gelet op de hoge geluidbelasting en de hinder van de voegen in de weg. Deze piekgeluiden zijn storend. Nieuwe bouwaanvragen zijn in het kader van de bestemmingsplanprocedure niet aan de orde. Spoorwegen De omvang van de geluidzone van een spoorlijn is 300 meter aan beide zijden van het spoor. Er is geen spoorlijn aanwezig op een afstand kleiner of gelijk aan 300 meter tot het plangebied. Industrieterreinen In of nabij het plangebied is geen gezoneerd industrieterrein aanwezig.
62
bestemmingsplan "Schalkwijkerweg" (vastgesteld)
Conclusie Het bestemmingsplan Schalkwijkerweg is een consoliderend plan. Akoestisch onderzoek is pas nodig bij het gebruik maken van de wijzigingsbevoegdheden of in geval van toekomstige bouwaanvragen.
4.7
Groen De groenparagraaf biedt inzicht in de kwaliteit en de kwantiteit van het aanwezige groen binnen het plangebied. Deze paragraaf sluit aan op het gemeentelijke beleid en beschrijft niet alleen duidelijk welke effecten dit bestemmingsplan heeft op het aanwezige groen, maar gaat ook in op de kansen voor en de bescherming van groen. De aspecten water en natuurwaarden werkt deze paragraaf niet verder uit. Paragraaf 4.14 gaat dieper in op het aspect water en paragraaf 4.11 op het aspect ecologie/ natuurwaarden. Beleidskader De hoofdgroenstructuur ligt vast in het Structuurplan Haarlem 2020. Doelstelling is zowel versterking van groen met ecologische waarde als van groen met stedelijke waarde. Het beleid is erop gericht om deze ladderstructuur herkenbaar te maken door groengebieden met elkaar te verbinden. Bomen vormen een belangrijk tegenwicht voor de verstening van onze leefomgeving. Het Bomenbeleidsplan 2009-2019 geeft de visie van de gemeente Haarlem op bomen en schept samenhang in de uitvoering van het bomenbeleid. Uitgangspunt voor de bomenstructuur is de verdere uitbouw en verbetering van het Haarlemse bomenbestand. Het plangebied is gelegen langs een hoofdbomenstructuur. Relevantie plangebied De Noord- en Zuid Schalkwijkerweg zijn omgeven door groen dat onderdeel vormt van de groenstructuur van Haarlem, vastgelegd in het Groenbeleidsplan 2022 en de Omgevingsvisie.
De groentypen die aanwezig zijn langs deze weg zijn zowel stadsgroen als natuurgroen. Het doel is om de bestaande groenstructuur beter op elkaar te laten aansluiten (door de groengebieden die hier onderdeel van uitmaken met elkaar te verbinden), te beschermen en robuuster te maken. Groengebieden binnen deze structuur mogen niet verder worden bebouwd of verhard en het huidige oppervlak groen dient minimaal gelijk te blijven en de bestaande kwaliteit dient te worden behouden (of zo mogelijk te worden verbeterd). Met de ligging naast het Spaarne maken de Noord- en Zuid Schalkwijkerweg ook onderdeel uit van het Spaarnelandschap. Voor het beweegvriendelijk maken van de stad en het vrijmaken van ruimte om de recreëren wordt dit landschap versterkt. Bomen Algemeen Bomen zijn van invloed op de kwaliteit van de leefomgeving en hebben meerdere betekenissen. Zowel in de belevingssfeer als ruimtelijk, 63
bestemmingsplan "Schalkwijkerweg" (vastgesteld)
milieutechnisch, ecologisch cultuurhistorisch als educatief zijn bomen van belang. Daarom is een boom het waard om zorgvuldig mee om te gaan. Langs de Noord- en Zuid Schalkwijkerweg staan diverse bomen, waaronder bomen met een leeftijd van ouder dan 50 jaar die door hun leeftijd beschermwaardig zijn en monumentale bomen. Bomen vormen een belangrijk tegenwicht voor de verstening van onze leefomgeving. Oudere bomen hebben meer waarden voor biodiversiteit, klimaat en leefbaarheid dan jongen bomen. Het uitgangspunt is dan ook het bestaande bomenbestand te behouden. Wanneer ingrepen plaatsvinden die mogelijk effect hebben op bestaande bomen, is een Boom Effect Analyse (BEA) verplicht. Alleen onderbouwd met een BEA kan bij ruimtelijke ingrepen worden afgeweken van het uitgangspunt om het bestaande bomenbestand te behouden. Daarnaast is een groenanalyse met bijbehorende beheerkosten verplicht wanneer ruimtelijke ingrepen effect hebben op bestaand groen (bomen en/of overig groen). Bij kap van bomen is herplant verplicht, met zowel voldoende boven- als ondergrondse groeiruimte. In de gebieden die deel uitmaken van de hoofdbomenstructuur staat de ontwikkeling van een duurzame bomenstructuur centraal. Bomen die hier staan dienen zulke leefomstandigheden te krijgen dat ze een leeftijd van ten minste 80 jaar kunnen bereiken en mogen niet worden gekapt.
Het uitgangspunt voor de hoofdbomenstructuur is de verdere uitbouw en verbetering van het Haarlemse bomenbestand. Structurele boombeplanting is de drager van het landschap, de stedenbouwkundige structuur en de infrastructuur. De bomen langs de volgende wegen zijn onderdeel van de hoofdbomenstructuur: 1. Schipholweg 2. Belgiëlaan 3. Europaweg
64
bestemmingsplan "Schalkwijkerweg" (vastgesteld)
Kaart hoofdbomenstructuur Monumentale bomen Vanaf 2015 bieden de Haarlemse bestemmingsplannen bescherming aan de groeiplaatsen van monumentale en waardevolle bomen. Als er in dit bestemmingsplan gesproken wordt over monumentale bomen worden daarmee monumentale én waardevolle bomen bedoeld. De bescherming van de monumentale boom zelf is geregeld in een gemeentelijke verordening. Voor dit bestemmingsplan zijn alle monumentale en waardevolle bomen in het plangebied geïnventariseerd. Een boom kan als monumentaal zijn aangewezen als deze voldoet aan één of meer van de volgende criteria: de boom is minimaal 50 jaar oud, van cultuurhistorisch belang, het is een bijzondere soort of een herdenkingsboom. De vastgestelde monumentale bomen staan op de monumentale bomenlijst van Haarlem. Dit bestemmingsplan legt groeiplaatsen voor monumentale bomen vast die in de openbare ruimte staan. Bomen op particuliere terreinen die voldoen aan de criteria om monumentaal te worden, zijn niet opgenomen. Hiervoor geldt dat er nog geen beleid is vastgesteld en dat er ook (nog) geen afspraken zijn gemaakt met de eigenaren van de gronden waar deze monumentale bomen staan. Om de groeiplaats te kunnen bepalen is voor alle monumentale bomen in de openbare ruimte de te verwachten maximale kroonprojectie onderzocht. Dit is 65
bestemmingsplan "Schalkwijkerweg" (vastgesteld)
de maximale oppervlakte van de kroon gemeten in het horizontale vlak van een volgroeide boom op een locatie. Deze is bepaald door onderzoek naar maximale groeiverwachting en afhankelijk van het type boom, de huidige leeftijd en de groeiomstandigheden. In het bestemmingsplan is voor deze groeiplaatsen de dubbelbestemming 'Waarde - Groeiplaats monumentale boom' opgenomen. Binnen deze dubbelbestemming geldt een bouwverbod en is een omgevingsvergunning nodig voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden (omgevingsvergunning). Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen om af te wijken van het verbod om te bouwen wanneer de aanvrager met een groentoets aantoont dat de groeiplaats van de monumentale boom niet onevenredig wordt aangetast. Opname van de monumentale bomen in bestemmingsplannen is maatwerk. Hierbij wordt onder andere rekening gehouden met bestaande bouw- en gebruiksmogelijkheden op particuliere gronden. De dubbelbestemming 'Waarde - Groeiplaats monumentale boom' valt daarom niet over particuliere gronden heen. Effecten op groen Het bestemmingsplan Schalkwijkerweg is een hoofdzakelijk consoliderend bestemmingsplan, zonder (planologisch) nieuwe ontwikkelingen. Het bestemmingsplan heeft derhalve geen effecten op groen.
Conclusie Het bestemmingsplan Schalkwijkerweg is een hoofdzakelijk consoliderend bestemmingsplan, zonder (planologisch) nieuwe ontwikkelingen. Voor het plangebied geldt dat er geen wijzigingen aan de bestaande situatie worden doorgevoerd als gevolg van het bestemmingsplan.
4.8
Kabels, leidingen, straalpaden en andere belemmeringen Beleidskader In bestemmingsplannen worden kabels en leidingen (gas, water, elektra, rioolpersleidingen) opgenomen die ruimtelijke relevantie hebben en/of van belang zijn in het kader van beheer, externe veiligheid of gezondheidsrisico's. Het gaat dan altijd om de hoofdtransportstructuur/ planologisch relevante leidingen. De planologisch relevante leidingen De planologisch relevante leidingen binnen het plangebied Schalkwijkerweg zijn de watertransportleiding en de aardgasleiding. De ligging van de aardgasleiding is globaal vastgelegd op provinciale risicokaarten. In elk bestemmingsplangebied bevinden zich uiteraard ook kabels en leidingen voor distributie en huisaansluitingen, maar die worden niet in het bestemmingsplan opgenomen. Conclusie De desbetreffende leidingen zijn opgenomen in het bestemmingsplan. Het onderwerp kabels en leidingen vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. 66
bestemmingsplan "Schalkwijkerweg" (vastgesteld)
4.9
LuchthavenindelsingsbesluitSchiphol (LIB) Beleidskader Vanaf 20 februari 2003 is het Luchthavenindelingbesluit Schiphol (LIB) van kracht. Dit besluit wijst rond het luchthavengebied een beperkingengebied aan. Binnen dat gebied gelden regels voor beperkingen van bestemming en gebruik van grond. Het gaat om beperkingen voor bebouwing, hoogte en het realiseren van vogelaantrekkende bestemmingen, vogelaantrekkend gebruik, windturbines en lasers. Het bestemmingsplan is in overeenstemming met het LIB. Bebouwing Binnen het plangebied gelden geen beperkingen voor bebouwing en het gebruik daarvan als bedoeld in artikel 2.2.1 van het LIB voor het externe veiligheidsrisico en de geluidbelasting vanwege het luchthavenverkeer. Het plangebied ligt namelijk niet in een aan- en uitvliegroute van het vliegverkeer en daarnaast op een te grote afstand van de luchthaven. Hoogte Voor het hele plangebied gelden wel hoogtebeperkingen op basis van de artikelen 2.2.2 en 2.2.2a van het LIB. De hoogtebeperkingen zorgen ervoor dat vliegtuigen op een veilige manier van en naar de luchthaven Schiphol kunnen vliegen. Voor het bestemmingsplan hebben de hoogtebeperkingen gezien de gehanteerde maximale hoogten geen gevolgen.
Vogelaantrekkende bestemmingen en vogelaantrekkend gebruik In het hele plangebied is het niet toegestaan om vogelaantrekkende bestemmingen en vogelaantrekkend gebruik mogelijk te maken op grond van het LIB. Dit voorkomt concentraties vogels in de nabijheid van de luchthaven die hinderlijk kunnen zijn voor vliegtuigen. Onder vogelaantrekkende bestemmingen en vogelaantrekkend gebruik wordt verstaan: industrie in de voedselsector met extramurale opslag of overslag; viskwekerijen met extramurale bassins; opslag of verwerking van afvalstoffen met extramurale opslag of verwerking; natuurreservaten en vogelreservaten; moerasgebieden en oppervlaktewateren groter dan 3 hectare. Dit bestemmingsplan maakt geen vogelaantrekkende bestemmingen en vogelaantrekkend gebruik mogelijk. Windturbines en lasers Rondom de luchthaven Schiphol wijst het LIB een toetszone aan waarin extra beperkingen voor windturbines en vaste laserinstallaties gelden. Deze regels moeten hinder voor landend en startend vliegverkeer voorkomen en een goede werking van de luchtverkeersapparatuur waarborgen. Windturbines kunnen hierop namelijk van extra invloed zijn door onder andere hun hoogte en de aanwezigheid van bewegende delen. Het gebruik van laserinstallaties met een bepaalde lichtintensiteit op de grond en in de directe omgeving van Schiphol kan de vliegveiligheid ook beïnvloeden.
Voor nieuwe windturbines geldt een maximaal toegestane tiphoogte van 35 67
bestemmingsplan "Schalkwijkerweg" (vastgesteld)
meter of bij plaatsing van een dakturbine op een gebouw een maximale tiphoogte van de turbine van 5 meter waarbij de hoogte van het gebouw inclusief de tiphoogte van de turbine de 35 meter niet mag overschrijden. Uiteraard blijven daarnaast de eerder genoemde hoogtebeperkingen gelden. Afwijking van één van de hoogtebeperkingen is niet toegestaan tenzij een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 8.9 van de Wet luchtvaart is verkregen. Ook voor nieuwe laserinstallaties met een bepaalde lichtintensiteit binnen de toetszone is een dergelijke verklaring van geen bezwaar nodig. Conclusie Voor het bestemmingsplan hebben de extra beperkingen geen gevolgen omdat de bouw- en gebruiksmogelijkheden die het bestemmingsplan biedt voldoen aan de gestelde beperkingen. Het bestemmingsplan is in overeenstemming met het LIB.
4.10 Luchtkwaliteit Beleidskader De luchtkwaliteit is van belang voor de gezondheid van mens en dier en voor de kwaliteit van het milieu. In de Europese Unie zijn daarom grenswaarden afgesproken voor de concentraties van een aantal gezondheidsrelevante stoffen in de buitenlucht. Deze grenswaarden en regelgeving om ze te handhaven zijn in Nederland opgenomen in de Wet milieubeheer, titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen. Indien een bestemmingsplan vastgesteld of gewijzigd wordt dient vast te staan dat de gevolgen voor de luchtkwaliteit voldoen aan die eisen (als gevolg van art. 5.16 lid 1 en 2). Die gevolgen worden bepaald door de verandering in gebruik en functies die door het bestemmingsplan worden mogelijk gemaakt ten opzichte van de bestaande (toegestane) functies. Daarbij is de met de veranderingen samenhangende groei van de uitstoot van de stoffen stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10), vooral door toename van autoverkeer, maatgevend. Op basis daarvan zijn in artikel 5.16 lid 1 een aantal situaties vastgelegd waarin de vaststelling of wijziging van een bestemmingsplan doorgang kan vinden vanuit oogpunt van luchtkwaliteit.
Niet in betekenende mate (NIBM) Een van die situaties waarin een bestemmingsplan doorgang kan vinden is dat aannemelijk is dat het plan een verwaarloosbare, 'Niet in betekenende mate' (“NIBM”) toename levert van de concentratie van stoffen waarvoor grenswaarden gelden (Wm 5.16 lid 1 onder c). Verder onderzoek is dan niet nodig. Het NIBM-criterium is nader gedefinieerd en uitgewerkt in een AmvB NIBM gevolgen luchtkwaliteit en een Regeling NIBM gevolgen luchtkwaliteit.. Van NIBM is sprake zolang de toename zowel van NO2 als van fijnstof kleiner is dan 3% van de grenswaarde ofwel 1,2ug/m3. Volgens de Regeling NIBM komt dit overeen met de bouw van 1500 woningen. Beleid hooggevoelige bestemmingen De gemeente Haarlem wil bestemmingen waarin -inherent aan hun functie68
bestemmingsplan "Schalkwijkerweg" (vastgesteld)
gevoelige groepen regelmatig of langdurig verblijven zoveel mogelijk vermijden op korte afstand van drukke wegen. Dit betreft met name kinderopvang, scholen en verpleegtehuizen. Over de vestiging of aanmerkelijke uitbreiding van dergelijke functies in de eerste lijnsbebouwing binnen 50m van drukke wegen (verkeersintensiteit >10.000 motorvoertuigen) wordt daarom voorafgaand aan een besluit advies ingewonnen bij de GGD. Binnen het plangebied betreft dit de Schipholweg en de Europaweg. Relevantie plangebied Om de geschiktheid van bestaande en te verwachten luchtkwaliteit in het plangebied te beoordelen is tevens de zogeheten NSL-Monitoringstool geraadpleegd (www.nsl-monitoring.nl). Hiermee stelt de Rijksoverheid jaarlijks de luchtkwaliteit langs relevante wegen en in de omgeving van andere uitstootbronnen in Nederland vast. De drukste weg in en rond het plangebied is de Schipholweg. Er zijn geen andere relevante bronnen in het gebied; indien langs deze weg wordt voldaan aan de grenswaarden is dit zeker het geval in de rest van het plangebied. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de hoogste jaargemiddelde concentraties van te toetsen stoffen langs de Schipholweg in 2020 en 2030.
Tabel . Berekende hoogste concentratie NO2 en fijnstof binnen of nabij bestemmingsplan Schalkwijkerweg volgens het NSL-Monitoringtool De Monitoringtool geeft aan dat de hoogste concentraties in de rekenjaren 2020 en 2030 langs de Schipholweg in/nabij het plangebied zeer ruim voldoen aan de grenswaarden. Langs de andere wegen en elders in het plangebied zijn de concentraties in de betreffende jaren lager. De bestaande en te verwachten luchtkwaliteit in het plangebied levert daarom ook vanuit oogpunt van goede ruimtelijke ordening geen belemmering op voor de vaststelling van het bestemmingsplan. Conclusie De invloed van de door het plan toegelaten ontwikkelingen op de luchtkwaliteit is verwaarloosbaar (NIBM). Tevens voldoet de bestaande en te verwachten luchtkwaliteit in het plangebied ruim aan de geldende grenswaarden. De 69
bestemmingsplan "Schalkwijkerweg" (vastgesteld)
luchtkwaliteit vormt daarom geen belemmering voor de vaststelling van het bestemmingsplan Schalkwijkerweg. In het kader van aanvullende bescherming voor hooggevoelige groepen wordt over eventuele vestiging of uitbreiding van kinderdagverblijven, scholen of verzorgingsinstellingen langs de Schipholweg en de Europaweg vooraf advies van de GGD ingewonnen.
4.11 Natuurwaarden Beleidskader De Wet natuurbescherming beschermt natuurgebieden en planten- en diersoorten. De wet zorgt voor bescherming en instandhouding van de natuurlijke habitats van de kwetsbare (bescherming van bedreigde) dier- en plantensoorten, zodat ze niet verdwijnen. Voorafgaand aan eventuele toekomstige ruimtelijke ingrepen en bij (ver)bouwactiviteiten zal in opdracht van de initiatiefnemer aan de hand van veldonderzoek nader geïnventariseerd moeten worden of wettelijk beschermde soorten aanwezig zijn in het plangebied. Mocht dat het geval zijn dan zal de initiatiefnemer van de betreffende ruimtelijke ingreep of verbouwing een ontheffing van de Wet Natuurbescherming moeten aanvragen, waarin onder andere aangegeven wordt welke compenserende maatregelen genomen gaan worden. Op locaties met beschermde soorten wordt zorgvuldig gehandeld, met als uitgangspunten: d. behoud van aanwezige soort(en); e. behoud van aanwezige rust- en voortplantingsplaatsen; f. behoud van functionaliteit aanwezige rust- en voortplantingsplaatsen; behoud van essentieel leefgebied. Daarnaast wordt te allen tijde voldaan aan de Zorgplicht van de Wet Natuurbescherming. Dat wil zeggen dat werkzaamheden die nadelig kunnen zijn voor dieren en planten in redelijkheid zo veel mogelijk worden nagelaten en er maatregelen worden genomen om onnodige schade aan dieren en planten te voorkomen.
Bij het beheer en onderhoud van de openbare ruimte en bij ruimtelijke ontwikkelingen wordt gewerkt volgens de Gedragscode soortbescherming voor gemeenten, uitgegeven door Stadswerk. Het ecologisch beleidsplan uit 2013 heeft als doel het kwalitatief verbeteren en verhogen van de ecologische waarden en de richtlijnen uit het beleid verankeren in planprocessen en beheer- en onderhoudsprogramma's. Duurzaamheid, biodiversiteit en participatie zijn onderwerpen die een belangrijke rol spelen bij de invulling en uitvoering hiervan. Het ecologisch beleid bevat een afwegingskader bij projecten en andere ingrepen dat weergeeft waar men op moet letten bij projecten. Hierdoor is er minder kans op vertraging. Ook wordt ingezet op het verbeteren van beheer en inrichting van de locaties met ecologische potentie. Dit kan alleen als beheer en inrichting zoveel mogelijk gebaseerd zijn op ecologische principes. Binnen Haarlem zijn verschillende gebieden aangegeven als ecologische hotspots of als ecologische potentiegebieden. Deze laatste zijn waardevolle groene gebieden die zich door 70
bestemmingsplan "Schalkwijkerweg" (vastgesteld)
de juiste inrichting en beheer tot hotspots kunnen ontwikkelen. Relevantie plangebied Het groen langs de Noord- en Zuid Schalkwijkerweg vormt een belangrijke ecologische verbindingszone aangewezen in het Ecologisch Beleidsplan en in het in 2022 vastgestelde Natuur Netwerk Haarlem. Daarnaast grenzen aan de Noord- en Zuid Schalkwijkerweg verschillende ecologische hotspots en potentiezones opgenomen in het Ecologisch Beleidsplan en het Natuur Netwerk Haarlem. Het gaat hierbij om: Het Engelandpark, een stadspark met momenteel vooral een recreatieve functie. Het betreft een ecologische potentiezone die zich met de juiste ingrepen kan ontwikkelen tot een ecologische hotspot. De noord- en zuidoever van de Schouwbroekerplas, beide ecologische potentiezones. De noordoever is niet toegankelijk voor mensen waardoor de natuur vrij spel heeft. Aan de zuidoever staat waardevolle moerasvegetatie die met de juiste ingrepen en beheer nog waardevoller kan worden in de toekomst. Het Romolenpark, een ecologische hotspot die bestaat uit een heempark met hoge natuurwaarden. De Verenigde Polders, een gebied dat belangrijk is voor weidevogels en aangewezen is als potentiezone. In verband met het weidevogelleefgebied mogen in dit gebied en direct aangrenzend hieraan geen bomen worden geplant.
Dit in verband met het gebruik van bomen door roofvogels als uitkijkpost, wat een bedreiging vormt voor broedende weidevogels. De oever van het Spaarne is over de gehele lengte van het plangebied aangewezen als ecologische verbindingszone in het Natuur Netwerk Haarlem.
De ecologische waarden van locaties die zijn opgenomen in het Ecologisch Beleidsplan en het Natuur Netwerk Haarlem mogen niet worden aangetast en dienen zo mogelijk versterkt te worden. Hotspots en potentiezones mogen niet bebouwd worden en de ecologische verbindingszone langs de Noord- en Zuid Schalkwijkerweg dient aanééngesloten te blijven. 71
bestemmingsplan "Schalkwijkerweg" (vastgesteld)
Het plangebied is volledig in het buitengebied van Haarlem gelegen. Dat wil zeggen dat de vegetatie een inheems karakter dient te hebben. Plantensoorten die hier worden aangeplant moeten voor ten minste 80% tot bij voorkeur 100% uit inheemse (gebiedseigen, autochtone) soorten bestaan en gifvrij zijn gekweekt. Invasieve exoten mogen niet worden toegepast. Het groen wordt daarnaast overal waar mogelijk ecologisch beheerd. Wanneer binnen het gebied nieuwbouw wordt gerealiseerd, dient natuurinclusief te worden gewerkt. Zo moeten voorzieningen voor fauna worden ingebouwd, zoals kasten voor vleermuizen, huismussen en (gier)zwaluwen. Verder wordt het toepassen van groene daken en groene gevels gestimuleerd. Stikstofdepositie In en rond beschermde natuurgebieden (Natura 2000-gebieden) dient de stikstofdepositie te worden beoordeeld in het kader van de Wet natuurbescherming. Het betreft een consoliderend bestemmingsplan. Er ontstaat geen verandering van de emissie van stikstofhoudende verbindingen binnen het plangebied en daarmee ook van de stikstofdepositie in nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Op voorhand kan worden uitgesloten dat dit een negatief effect heeft op deze natuurgebieden. Het aspect stikstofdepositie hoeft daarom niet nader te worden onderbouwd via onderzoek.
Conclusie Voor het plangebied geldt dat er geen wijzigingen aan de bestaande situatie worden doorgevoerd als gevolg van het nieuwe bestemmingsplan. Een toets aan de Wet natuurbescherming (quickscan flora en fauna) is daarom niet noodzakelijk. Geconcludeerd wordt dat de ecologische situatie in het plangebied en de natuurwetgeving geen belemmering vormen voor de vaststelling van dit bestemmingsplan.
4.12 Niet Gesprongen Explosieven Vooronderzoek In opdracht van de gemeente Haarlem heeft het bureau REASeuro in 2016 historisch vooronderzoek gedaan naar niet gesprongen explosieven uit de Tweede Oorlog. Op Open Data Portaal van de gemeente Haarlem is een kaart beschikbaar gesteld met de locaties waar waarschijnlijk niet gesprongen explosieven aangetroffen kunnen worden bij werkzaamheden aan de bodem. Deze kaart is verwerkt in de verbeelding en de regels van het bestemmingsplan "Reparatieplan C". Relevantie plangebied
72
bestemmingsplan "Schalkwijkerweg" (vastgesteld)
Uitsnede Risicokaart Niet gesprongen explosieven Bovenstaande uitsnede uit de risicokaart Niet Gesprongen Explosieven (NGE) laat zien dat in het bestemmingsplangebied delen van twee risicogebieden voor Niet Gesprongen Explosieven aanwezig zijn. Zuider Buiten Spaarne tussen de Buitenrustbrug en het Henk van Turnhoutpad Tijdens grootschalige baggerwerkzaamheden in onder andere het Spaarne zijn NGE aangetroffen. De watergangen die reeds zijn gebaggerd en waarin munitie is aangetroffen, worden afgebakend als NGE-Risicogebieden. Het aantreffen van munitie in deze watergangen is aanleiding om te concluderen dat er nog meer munitie onder en op de waterbodem aanwezig kan zijn. Romolenpolder In de nacht van 19-20 juni 1940 hebben een drietal vliegtuigen twaalf 250 LBS brisantbommen afgeworpen boven Haarlem (Romolenpolder). Tien van deze brisantbommen zijn gedetoneerd. Een tweetal Brisantbommen is niet afgegaan. Bij de inslagkraters van de gedetoneerde bommen is daarom een risicogebied ingetekend voor Niet Gesprongen Explosieven. Conclusie In het plangebied Schalkwijkerweg zijn twee locaties aanwezig waar niet gesprongen explosieven zijn te verwachten. Deze risicogebieden vormen geen belemmering voor de bestaande functies, maar zijn wel van belang bij nieuwe ontwikkelingen. 73
bestemmingsplan "Schalkwijkerweg" (vastgesteld)
Voor nieuwe ontwikkelingen zal mogelijk in de bodem gegraven moeten worden en daarvoor is het dan nodig om een Projectgebonden risicoanalyse uit te voeren. Daarmee moet duidelijk worden of de voorgenomen graafwerkzaamheden zonder belemmering door NGE kunnen worden uitgevoerd, of in het slechtste geval dat daadwerkelijk een NGE aanwezig is dat moet worden geruimd. In de regels is een aanduiding 'Veiligheidszone – niet gesprongen explosieven' opgenomen ter bescherming van iedereen bij en rondom grondroerende werkzaamheden nabij locaties waar niet gesprongen explosieven aanwezig kunnen zijn.
4.13 Verkeer en parkeren Beleidskader Voor een ruimtelijk plan geldt dat de verkeerseffecten die optreden als gevolg van een planvoornemen in het kader van een goede ruimtelijke ordening moeten worden onderbouwd. De nadruk ligt daarbij op de effecten van de ontwikkeling op de verkeersafwikkeling en parkeren (bereikbaarheid), de verkeersveiligheid en de verkeershinder (leefbaarheid). Om te kunnen bepalen welke extra parkeerbehoefte een nieuwe ontwikkeling veroorzaakt, wordt gebruik gemaakt van parkeernormen. De functie en de locatie bepalen de parkeernormen en liggen vast in de 'Beleidsregels parkeernormen'. Uitgangspunt daarbij is dat er voldoende parkeerplaatsen en ruimte voor het laden en/of lossen van goederen op het eigen terrein worden gerealiseerd. Onder bepaalde voorwaarden is het mogelijk om af te wijken van de parkeernormen. Deze voorwaarden zijn opgenomen in de 'Beleidsregels parkeernormen'. Een gewijzigde parkeerbehoefte kan zowel gaan over het toevoegen van bouwactiviteiten als over het wijzigen van een functie. Relevantie plangebied Het parkeerbeleid is alleen van toepassing op nieuwe ontwikkelingen. Al bestaande situaties zijn hiervan uitgezonderd. Conclusie Voorliggend bestemmingsplan voorziet niet in nieuwe functies.
Op eventuele bouwinitiatieven zijn de parkeernormen zoals die zijn opgenomen in de Beleidsregels parkeernormen zoals die gelden ten tijde van de ontvangst van de aanvraag om een omgevingsvergunning van toepassing. Daartoe is in de algemene gebruiksregels bij dit bestemmingsplan in artikel 30 een zogenaamde dynamische verwijzing opgenomen. Het aspect verkeer en parkeren staat de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan niet in de weg.
74
bestemmingsplan "Schalkwijkerweg" (vastgesteld)
4.14 Water Een belangrijk ordenend principe bij ruimtelijke plannen is het waterbeheer: de zorg voor veiligheid tegen overstromingen en voor voldoende en gezond oppervlaktewater. Waterbeheerders worden in een zo vroeg mogelijk stadium betrokken bij het proces van ruimtelijke planvorming. De Watertoets is hiervoor het wettelijk geregelde procesinstrument, zie www.dewatertoets.nl. De resultaten van het doorlopen van dit proces van afstemming zijn weergegeven in deze waterparagraaf. Deze paragraaf benoemt de waterbeheerder, beschrijft het relevante beleid en het huidige watersysteem en gaat in op de effecten daarop van ruimtelijke ontwikkelingen die dit bestemmingsplan mogelijk maakt. De waterbeheerder in het plangebied Het hoogheemraadschap van Rijnland is in het plangebied het bevoegd gezag voor het beheer van waterkeringen, oppervlaktewater en (ondiep) grondwater. In het proces van ruimtelijke planvorming heeft Rijnland een adviserende rol. In de uitvoerings- en beheerfase van ruimtelijke plannen heeft Rijnland een regelgevende rol. Beleidskader Bestuursakkoord Water Het Bestuursakkoord Water (2011) vervangt het Nationaal Bestuursakkoord Water (2003 en geactualiseerd in 2008) en het Bestuursakkoord Waterketen (2007).
In het Bestuursakkoord Water zetten het Rijk, provincies, gemeenten, waterschappen en drinkwaterbedrijven in op versterking van de watersector door te investeren in kennis, innovatie en samenwerking mede ter uitvoering van de Europese Kaderrichtlijn Water. Het doel is een mooi, veilig, schoon, gezond en duurzaam beheer van het watersysteem en de waterketen tegen zo laag mogelijke maatschappelijke kosten. Nationaal Waterprogramma 2022-2027 Het Nationaal Water Programma 2022-2027 is vastgesteld op 18 maart 2022. In het Nationaal Water Programma (NWP) 2022-2027 beschrijft de Rijksoverheid de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de uitvoering ervan in de rijkswateren en -vaarwegen. Het NWP beschrijft de nationale beleids- en beheerdoelen op het gebied van: klimaatadaptatie waterveiligheid zoetwater en waterverdeling waterkwaliteit en natuur scheepvaart en de functies van de rijkswateren. Het NWP 2022-2027 gaat in op thema's als het omgaan met droogte, dijken, het borgen van de drinkwatervoorziening en de bevaarbaarheid van onze rivieren en kanalen. Hierbij wordt gekeken naar de raakvlakken binnen en tussen de verschillende waterthema's, ook in de verschillende 'water' gebieden (dit zijn: Noordzee, Zuidwestelijke Delta, Waddengebied, IJsselmeergebied,
75
bestemmingsplan "Schalkwijkerweg" (vastgesteld)
Rivieren, Kanalen en Rijnmond-Drechtsteden). Dat brengt samenhang in het waterbeleid aan. Daarnaast worden de raakvlakken tussen water en andere thema's als landbouw, landschap, bodem en het energie- en klimaatbeleid zichtbaar gemaakt. Het programma biedt daarmee overzicht en inzicht van wat Nederland nu en in de toekomst te wachten staat. Nationaal Waterplan en Deltaprogramma Het in december 2015 vastgestelde Nationaal Waterplan 2016-2021 (NWP2) bevat de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid in de planperiode 2016-2021 met een vooruitblik richting 2050. In het plan zijn de afspraken uit het Bestuursakkoord Water en de Deltabeslissingen uit het Deltaprogramma opgenomen. Het NWP2 richt zich op een klimaatbestendige inrichting van het watersysteem met een goede bescherming tegen overstromingen, het voorkomen van wateroverlast en droogte en het bereiken van een goede waterkwaliteit en een gezond ecosysteem als basis voor welzijn en welvaart. Het Deltaprogramma anticipeert op ons veranderende klimaat en heeft als doel Nederland te beschermen tegen overstromingen en te zorgen voor voldoende zoetwater. Uit het Deltaprogramma zijn vijf zogenaamde Deltabeslissingen voortgekomen, waaronder de Deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie, dat zich richt op een klimaatbestendige (her)ontwikkeling in bebouwd gebied.
Provinciale watervisie Met de Watervisie 2021 zoals vastgesteld op 16 november 2015 geeft de provincie Noord-Holland vervolg aan het Provinciaal Waterplan 2010-2015. De Watervisie is afgestemd met de Stroomgebiedbeheerplannen uit de Kaderrichtlijn Water. De Watervisie is een strategisch beleidsdocument voor de periode 2016-2012 en beschrijft de ambitie en kaders voor het regionale waterbeheer in Noord-Holland richting 2021 met doorkijk naar 2040. De Watervisie is integraal onderdeel van het strategisch omgevingsbeleid en heeft een directe relatie met de provinciale structuurvisie. In de Watervisie richt de provincie zich op de thema's veilig, schoon en voldoende water en werkt die uit in doelstellingen voor onder andere veilige dijken en duinen, robuuste inrichting van het achterland, rampenbeheersing bij overstromingen, kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater, zoetwatervoorziening en het tegengaan van wateroverlast. Waterbeheerprogramma Rijnland In het Waterbeheerprogramma 2022 – 2028 geeft het Hoogheemraadschap van Rijnland (hierna te noemen: Rijnland) zijn ambities aan en welke maatregelen in het watersysteem worden getroffen. De hoofddoelen zijn 1. waterveiligheid 2. voldoende water 3. schoon water 4. waterketen 5. Rijnland duurzaam en circulair 6.
Rijnland klimaatadaptief Bij het doel 'waterveiligheid' wordt gestreefd naar het beschermen tegen overstromingen vanuit zee, de rivieren en het regionale watersysteem. Het zet in op gevolgbeperking en het voorbereiden op eventuele calamiteiten. Bij voldoende water wordt gestreefd naar juiste waterpeilen, instandhouding van het 76
bestemmingsplan "Schalkwijkerweg" (vastgesteld)
watersysteem, voorkomen van wateroverlast en voldoende zoetwater. Bij schoon en gezond water wordt gestreefd naar het verminderen van watervervuiling, het versterken van de biodiversiteit, ecologisch beheer en onderhoud, het realiseren van schone meren, plassen en natuurgebieden en schone en veilige zwemwaterlocaties. Bij het doel waterketen wordt gestreefd naar het op een doelmatige wijze verwerken van afvalwater en het verduurzamen van de verwerking van afvalwater en het optimaal hergebruiken van afvalwater. Daarnaast zet Rijnland zich in om samen met de omgeving duurzaam te werken door de kringloop van water, energie en grondstoffen zoveel mogelijk te sluiten. Ook streeft Rijnland ernaar de inrichting van de omgeving aan te passen aan de gevolgen van klimaatverandering. Het Waterbeheerprogramma 2022 – 2028 van Rijnland is te vinden op www.rijnland.net. Waterschapsverordening de Rijnlandse keur Rijnland dient haar taken als waterkwaliteits- en kwantiteitsbeheerder adequaat te kunnen uitvoeren. De waterschapsverordening van de waterbeheerder bevat juridisch bindende regels (gebod- en verbodsbepalingen). Zo zijn werken en werkzaamheden in en bij waterkeringen (dijken, kaden, duinen) en watergangen (sloten, vaarten, plassen) zonder of in afwijking van een vergunning op grond van de Keur niet toegestaan.
Ook het aanbrengen van verhard oppervlak (bebouwing, bestrating) en het onttrekken van grondwater zijn in veel gevallen vergunningsplichtig. De waterschapsverordening is te vinden op www.rijnland.net. Beleid riolering en afvalwaterzuivering Rijnland Rijnland geeft de voorkeur aan het scheiden van hemelwater en afvalwater. Naast een voorkeursvolgorde voor afvalwater geldt voor de behandeling van hemelwater de zorgplicht. Rijnland geeft daarbij de voorkeur aan brongerichte maatregelen boven 'end-of-pipe' maatregelen. Hierbij geldt de volgende toelichting. 'Hemelwater kan de capaciteit van riolering en zuivering aanzienlijk belasten. Dat is niet wenselijk en vaak ook niet nodig. Zeker bij nieuwbouw ontwikkelingen is het gescheiden aanbieden van hemelwater en afvalwater vaak een doelmatige maatregel. Rijnland volgt hierbij een de voorkeursvolgorde (rijksbeleid), waarbij vooropstaat het voorkomen van het ontstaan van afvalwater. Ten behoeve van afvalwater is het zoveel mogelijk beperken van verontreiniging en waar mogelijk afvalwaterstromen scheiden het uitgangspunt. De gemeente kan gebruik maken van deze voorkeursvolgorde bij de totstandkoming van het gemeentelijk rioleringsplan (GRP). De uiteindelijke afweging wordt lokaal gemaakt, waarbij doelmatigheid van de oplossing centraal staat'.
Het te lozen hemelwater mag geen significante verslechtering van de kwaliteit van het ontvangende oppervlaktewater veroorzaken. Maatregelen om dit te bereiken zijn duurzaam bouwen, infiltratie, het toepassen van berm- of bodempassage en straatkolken met extra voorzieningen. Als ondanks de zorgplicht en de preventieve maatregelen het te lozen hemelwater naar verwachting een aanmerkelijk negatief effect heeft op de oppervlaktewaterkwaliteit, kan in overleg tussen gemeente en waterschap gekozen worden voor aanvullende voorzieningen, een verbeterd gescheiden 77
bestemmingsplan "Schalkwijkerweg" (vastgesteld)
stelsel of- als laatste keus - aansluiten op het gemengde stelsel. Integraal waterplan Haarlem De gemeente Haarlem en het Hoogheemraadschap van Rijnland hebben eind 2004 het Integraal Waterplan Haarlem vastgesteld en in 2014 geactualiseerd. Centrale doelstelling van het Integraal Waterplan is het ontwikkelen en behouden van een veilig, veerkrachtig en ecologisch gezond watersysteem. Het plan functioneert als strategisch kader voor gerelateerde beleidsvelden zoals het grondwater-, afvalwater-, en baggerbeleid. Om ervoor te zorgen dat het Haarlemse waternetwerk bestand is tegen klimaatsverandering (hoger zeeniveau, toename van de hoeveelheid en intensiteit van de neerslag), inklinking van de bodem, en verstedelijking (toename verhard oppervlak) is ruimte voor oppervlaktewater nodig. Ruimte voor extra oppervlaktewater kan worden gevonden door het verbreden van bestaande watergangen, het graven van nieuwe watergangen en het weer open leggen van gedempte grachten. Doelstelling voor het oppervlaktewater is het creëren van een veilig watersysteem met voldoende afwaterend en bergend vermogen, een adequate doorstroming en maximale benutting van gebiedseigen water. Als streefbeeld heeft de gemeente voor ogen een verbeterd waternetwerk dat uitgebreid is met nieuw water. Gemeentelijk rioleringsplan Het GRP is een beleidsmatig en strategisch plan waarin het verbreed rioleringsbeheer (incl.
financiën) en de visie op riolering voor de langere termijn worden beschreven. Met het GRP beschikt de gemeente over een instrument om systematisch inzicht te krijgen in de te beheren en onderhouden rioleringsobjecten en de wijze waarop de gemeente invulling geeft aan de wettelijke (milieu)eisen. Door het opstellen van het GRP wordt het verbreed rioleringsbeleid inzichtelijk en toetsbaar. Er zijn vier doelstellingen voor het GRP van toepassing, te weten: het doelmatig inzamelen van het afvalwater en het hemelwater; het transporteren van het rioolwater naar een geschikt lozingspunt; het zoveel mogelijk voorkomen van wateroverlast; het beperken van vervuiling door overstorten middels aanleg van randvoorzieningen (o.a. BBB's) en afkoppelen. Compensatieregeling Een algemene regel met betrekking tot de waterkwantiteit is het compenseren van een eventuele toename van verharding (wegen, gebouwen). Indien verharding in een gebied toeneemt, zullen waterhuishoudkundige maatregelen getroffen moeten worden om waterbezwaar als gevolg van de toegenomen verharding te voorkomen. Gemeente Haarlem en het Hoogheemraadschap van Rijnland stellen als richtlijn dat - indien gebouwd wordt en hierbij meer dan 500 m2 onverhard oppervlak omgezet wordt naar verhard oppervlak - minimaal 15 procent van de toename aan verharding gecompenseerd dient te worden in de vorm van oppervlaktewater.
Het uiteindelijk te compenseren oppervlak hangt af van overige maatregelen die de waterhuishouding in een gebied ten goede kunnen komen, zoals het vertraagd afvoeren van hemelwater. Voorbeelden zijn grasdaken en ontkoppeling van het rioolstelsel, waarbij het ontkoppelde water in de bodem 78
bestemmingsplan "Schalkwijkerweg" (vastgesteld)
geïnfiltreerd wordt. Tevens onderschrijft het Waterplan de noodzaak op het vlak van baggeren, afkoppelen, saneren overstorten, inrichten natuurvriendelijke oevers, en afkoppelen schone verharding, en het creëren van extra open water ter compensatie van toegenomen verharding. Relevantie plangebied Voor het voorliggende bestemmingsplan is een watertoets uitgevoerd. Van een verhardingstoename binnen het gebied is geen sprake Omdat dit een op hoofdlijnen behoudend plan betreft, is er voor vaststelling van dit bestemmingsplan geen compensatie nodig. Wel geldt altijd de verplichting om de benodigde compensatie te regelen als bij een ontwikkeling de toevoeging van het verharde oppervlak toeneemt met meer dan 500 m². Hierna worden de verschillende wateraspecten belicht. Waterkwantiteit Het noordelijke deel van het plangebied maakt onderdeel uit van het watersysteem van de Romolenpolder. Het zuidelijk deel van het plangebied maakt onderdeel uit van het watersysteem van de Verenigde Groote en Kleine Polders. De Europavaart en de Schouwbroekerplas zijn onderdeel van het boezemwater. De gemeente heeft in samenwerking met het Hoogheemraadschap van Rijnland een watersysteemanalyse voor de Romolenpolder uitgevoerd. Uit deze analyse is gebleken dat in het gebied boven de Belgiëlaan een waterbergingstekort aanwezig is.
Bij hevige regenval kunnen er wateroverlastsituaties optreden vanuit het watersysteem. Er bestaat dus de noodzaak om in het noorden van het plangebied waterberging in de vorm van sloten, watergangen of andere vormen van waterberging te realiseren. Riolering In toekomstige situaties wordt er in het plangebied waar het kan een gescheiden rioolstelsel aangelegd en worden verharding afgekoppeld van de bestaande riolering. Conclusie Het bestemmingsplan is een op hoofdlijnen behoudend plan. De toekomstige situatie wijkt alleen op detailniveau af van de bouw- en gebruiksmogelijkheden die gelden op basis van de bestemmingsplannen die dit bestemmingsplan vervangt. Dit betekent dat er door de vaststelling van dit bestemmingsplan geen veranderingen in de waterhuishouding optreden (behoudens afkoppelen). Wel moet er altijd worden ingegaan op kansen voor verbetermaatregelen (vergroting waterberging) van het oppervlaktewatersysteem indien die zich voordoen.
4.15 (vormvrije) m.e.r.-beoordeling Beleidskader De centrale doelstelling van het instrument milieueffectrapportage is het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming over activiteiten met mogelijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. De basis van de milieueffectrapportage wordt gevormd door de EU-richtlijn m.e.r. 79
bestemmingsplan "Schalkwijkerweg" (vastgesteld)
Deze richtlijn is in Nederland geïmplementeerd in de Wet milieubeheer en het Besluit m.e.r. In het Besluit m.e.r. bestaat een belangrijk onderscheid tussen bijlage C en bijlage D. Voor activiteiten die voldoen aan de diverse criteria uit bijlage C geldt een m.e.r.-plicht. In bijlage D staan de activiteiten benoemd waarvoor een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt: er moet beoordeeld worden of sprake is van (mogelijke) belangrijke nadelige milieugevolgen. Als deze niet uitgesloten kunnen worden, geldt een m.e.r.-plicht. Kunnen deze belangrijke nadelige milieugevolgen wel uitgesloten worden, dan is een m.e.r. niet noodzakelijk. Voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de D-lijst die beneden de drempelwaarden vallen, dient een toets uitgevoerd te worden of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Relevantie plangebied Het bestemmingsplan Schalkwijkerweg is een hoofdzakelijk consoliderend bestemmingsplan, zonder (planologisch) nieuwe ontwikkelingen. In dit bestemmingsplan wordt dan ook niet voorzien in de realisatie van m.e.r.-plichtige of m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten.Het opstellen van een aanmeldnotitie is niet noodzakelijk.
Conclusie In voorliggend bestemmingsplan wordt niet voorzien in de realisatie van m.e.r.-plichtige of m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten. Er wordt daarmee voldaan aan de wettelijke verplichtingen hieromtrent.
80
bestemmingsplan "Schalkwijkerweg" (vastgesteld)
Hoofdstuk 5 5.1
VISIE OP HET PLANGEBIED
Behoud en versterking bestaande kwaliteiten De visie op het plangebied bestaat uit behoud en waar mogelijk versterking van bestaande kwaliteiten in het gebied. Deze kwaliteiten zijn in de voorgaande hoofdstukken aan bod gekomen en bestaan samengevat uit: Landschapsbeleving: De prettige beleving van dit deel van de groene zoom wordt voor een belangrijk deel bepaald door de aanwezige ruimtelijke karakteristiek en de aanwezige cultuurhistorische waarden. Waaronder onder andere de landschappelijke kwaliteit van het karakteristieke veenweidelandschap met de wijdse uitzichten waardoor een intense beleving van de wijdsheid in het gebied mogelijk is. Maar ook de cultuurhistorische waarde van de (dijk) Schalkwijkerweg met de gevarieerde lintbebouwing, met doorzichten tussen de bebouwing door en richting molens, en het Spaarne, met jaagpad. En de waterhuishouding, met de Schalkwijkerweg als karakteristieke dijk en typerende polderpatronen van het veenweidelandschap. Stedelijk uitloopgebied: De routes via Schalkwijkerweg en Jaagpad verzorgen tevens de recreatieve aantrekkelijkheid van de groene zoom. In het plangebied is het mogelijk gevarieerd te recreëren, van intensieve sport tot wandelen in het park en fietsen in de polder.
De groene zoom, oorspronkelijk ingericht als uitloopgebied voor de inwoners van Schalkwijk, heeft ondertussen een waarde voor heel Haarlem gekregen, als schakel van de stad naar Spaarnwoude. De recreatieve waarde van de Spaarne-oevers wordt in navolging op diverse beleidsdocumenten ook in dit bestemmingsplan onderschreven. Verschillende aspecten kunnen bijdragen aan het versterken van de recreatieve functie van de Spaarne-oevers. Het in stand houden en daar waar mogelijk doortrekken van het Jaagpad is uitgangspunt. Verder is het van belang doorzichten te creëren vanaf het Jaagpad en/of de Schalkwijkerweg naar het Spaarne. Bij herontwikkeling van aan het Spaarne gelegen locaties zal dit dan ook uitgangspunt zijn. Uitgangspunt is het respecteren van de vergunde situatie ten aanzien van de woonschepen, maar in het kader van het bestemmingsplan wel flexibiliteit te bieden ten aanzien van de exacte situering. Woonkwaliteit: De landschappelijke kwaliteiten zorgden in de loop der jaren voor functieverandering en verdichting met woningen langs de Schalkwijkerweg. De lintbebouwing draagt bij aan de ruimtelijke kwaliteit van het gebied. Deze kwaliteit is ook kwetsbaar. Het bestemmingsplan maakt verdere verdichting van het lint niet mogelijk. Dit is passend binnen gemeentelijk en provinciaal beleid.
Groene en natuurwaarden: De ligging in landelijk gebied en de aanwezigheid van groen en water zorgen voor mogelijkheden voor een brede natuurontwikkeling in dit gebied, bijvoorbeeld in de Verenigde Groote en Kleine polders, rond de Schouwbroekerplas en langs het jaagpad.
81
bestemmingsplan "Schalkwijkerweg" (vastgesteld)
Bovenstaande kwaliteiten kunnen slechts beperkt via het bestemmingsplan beschermd of geborgd worden. Een bestemmingsplan ziet immers alleen op bouw- en gebruiksmogelijkheden toe. Ongewenste bebouwing of ongewenste functies worden daarom geweerd uit het gebied. Versterking is complexer, omdat het bestemmingsplan alleen faciliteert (toelatings- en uitnodigingsplanologie) en partijen in het gebied niet verplicht tot verbetering van bijvoorbeeld de natuurwaarden. Duidelijk is wel dat de kwaliteiten ervoor zorgen dat er zeer diverse belangen in het gebied spelen en de kunst is om hierin een juiste balans te vinden. Deze visie op het landschap heeft geleid tot een bestemmingsplanregeling die het karakteristieke landschap op een passende wijze beschermt. Ruimtelijke ontwikkelingen worden, naast de bepalingen in dit bestemmingsplan, getoetst aan de Kaart ruimtelijke karakteristiek en de Kaart monumenten en cultuurhistorische waarden. Naast de aangewezen monumenten worden in het plan karakteristieke panden aangewezen en beschermd.
5.2
Geen nieuwe planologische (bouw)mogelijkheden Dit bestemmingsplan staat geen nieuwe planologische (bouw- en gebruiks-) mogelijkheden toe ten opzichte van de vorige bestemmingsplannen (zie paragraaf 1.3). Geldende planologische regelingen) en verleende omgevingsvergunningen. De planologische ruimte die de vorige bestemmingsplannen boden voor bijvoorbeeld bedrijfuitbreidingen is wel gehandhaafd (zie ook hieronder het kopje Wijzigingsbevoegdheden). Die mogelijkheden vallen immers onder de bestaande c.q. verworven bouw- en gebruiksrechten. Ook verleende ontheffingen, afwijkingen, vrijstellingen en (omgevings-)vergunningen zijn uiteraard als bestaande rechten in dit bestemmingsplan overgenomen. Toekomstige veranderingen blijven mogelijk Dit neemt echter niet weg dat het in de toekomst voor een initiatiefnemer mogelijk blijft om via een aparte ruimtelijke procedure (bijvoorbeeld een omgevingsvergunning of nieuw bestemmingsplan) ontwikkelingen in het gebied tot stand te brengen, mits dat maar voldoende onderzocht en voldoende gemotiveerd wordt. Wijzigingsbevoegdheden geactualiseerd Op een aantal locaties in het plangebied zijn wijzigingsbevoegdheden opgenomen. Hier zijn in de planperiode van 10 jaar planologische wijzigingen mogelijk.
Een wijzigingsbevoegdheid is een bevoegdheid voor het college van burgemeester en wethouders om het bestemmingsplan op afgebakende onderdelen te wijzigen. In dat geval wordt een zogenaamd wijzigingsplan opgesteld (een variant van het bestemmingsplan) en een wijzigingsprocedure doorlopen (met daarbij ook de mogelijkheid om een zienswijze over de plannen in te dienen). De wijzigingsbevoegdheden uit de vorige bestemmingsplannen zijn getoetst op haalbaarheid en uitvoerbaarheid. Dit heeft er toe geleid dat niet alle wijzigingsbevoegdheden gehandhaafd blijven. Ze komen hieronder per deelgebied aan bod. 82
bestemmingsplan "Schalkwijkerweg" (vastgesteld)
De wijzigingsbevoegdheid komt overigens niet terug in de Omgevingswet. Onder de Omgevingswet wordt de wijzigingsbevoegdheid wel onderdeel van het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Burgemeester en wethouders kunnen echter op basis van de Omgevingswet geen wijzigingsplan of uitwerkingsplan meer vaststellen. Wél kan er een vergunning verleend worden voor een binnenplanse omgevingsactiviteit, als deze past binnen de kaders van de wijzigingsbevoegdheid. Dus als deze past in de wijzigingsbevoegdheid in het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Dit regelt artikel 22.32 (bruidsschat). Burgemeester en wethouders hebben hierbij beslissingsruimte. Zij zijn dus niet verplicht tot het verlenen van de vergunning. Het college toetst hierbij ook aan de instructieregels, instructies en voorbereidingsbesluiten. Dit regelen de artikelen 22.32 lid 2 en 22.33 bruidsschat. Ook toetst het college of het bouwplan uit oogpunt van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties aanvaardbaar is. Dit is in lijn met de jurisprudentie onder de Wet ruimtelijke ordening dat bij toepassing van een wijzigingsbevoegdheid de goede ruimtelijke ordening werd beoordeeld. Wijzigingsgebied 1 (Zuid Schalkwijkerweg 36a) Het Davo-terrein heeft conform het huidige gebruik een bestemming Bedrijfsdoeleinden, hoveniersbedrijf voorzien van een aanduiding waardoor wonen is uitgesloten.
Bij beëindiging van deze functie is het wenselijk om ook hier watergebonden bedrijvigheid te realiseren, in aansluiting op de omgeving en passend bij de ligging aan het Spaarne. Daartoe is een wijzigingsbevoegdheid naar Bedrijfsdoeleinden – jachthaven opgenomen ten behoeve van de realisatie van een jachthaven en/of jachtwerf. Andere bedrijvigheid zien wij bij voorkeur op een regulier bedrijventerrein en niet in de groene zoom. Wijzigingsgebied 2 (Zuid Schalkwijkerweg 51) Zuid Schalkwijkerweg 51 heeft op dit moment een agrarische bestemming inclusief agrarisch bouwvlak. Mocht sprake zijn van bedrijfsbeëindiging dan is het niet aannemelijk dat op het agrarische bouwperceel nog sprake kan zijn van een agrarisch bedrijf, zonder bijbehorend weiland. Met de wijzigingsbevoegdheid kan het agrarisch bouwperceel gewijzigd worden ten behoeve van een reguliere woonfunctie. Het aantal woningen in het gebied neemt hierdoor niet toe. Toekomstige veranderingen blijven mogelijk Het consoliderend karakter van het bestemmingsplan neemt niet weg dat het in de toekomst voor een initiatiefnemer mogelijk blijft om via een aparte ruimtelijke procedure (bijvoorbeeld een omgevingsvergunning of omgevingsplan) ontwikkelingen in het gebied tot stand te brengen, mits dat maar voldoende onderzocht en voldoende gemotiveerd wordt.
83
bestemmingsplan "Schalkwijkerweg" (vastgesteld)
5.3
Flexibiliteit inrichting openbare ruimte Binnen de op de verbeelding opgenomen bestemmingen Verkeer en Groen bestaat ruimte om zonodig veranderingen te kunnen aanbrengen in de inrichting van de openbare ruimte, afgestemd op wijzigende behoeften. Ter bescherming van de parken en groenvoorzieningen is ervoor gekozen terughoudend te zijn qua bouwmogelijkheden. Binnen de bestemming verkeer is ruimte voor diverse verkeerstechnische aanpassingen (zoals veiligere inrichtingen), goede inrichting voor fietsers en voetgangers, goede en voldoende parkeervoorzieningen, verkeersremmende maatregelen in woonstraten (drempels, 30-km/u-zones), bermen, water en aanleg van kleine groen- en speelvoorzieningen. Bij de inrichting van de openbare ruimte moeten gebruik, veiligheid en beeldkwaliteit samengaan, zoals vastgelegd in de Nota Ruimtelijke Kwaliteit. Het groen in dit gebied maakt onderdeel uit van de hoofdgroenstructuur van Haarlem. Groengebieden binnen deze structuur mogen niet verder worden bebouwd of verhard en het huidige oppervlak groen dient minimaal gelijk te blijven en de bestaande kwaliteit dient te worden behouden (of zo mogelijk te worden verbeterd). Met de ligging naast het Spaarne maken de Noord- en Zuid Schalkwijkerweg ook onderdeel uit van het Spaarnelandschap.
Voor het beweegvriendelijk maken van de stad en het vrijmaken van ruimte om de recreëren wordt dit landschap versterkt.
84
bestemmingsplan "Schalkwijkerweg" (vastgesteld)
Hoofdstuk 6 6.1
JURIDISCHE ASPECTEN
Inleiding De Wet ruimtelijke ordening (Wro) verplicht gemeenten bestemmingsplannen op te stellen. In de Wro en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is nader uitgewerkt uit welke onderdelen een bestemmingsplan in ieder geval moet bestaan. Het gaat om een verbeelding met planregels en een toelichting daarop. Daarnaast biedt zowel de Wro als het Bro opties voor een nadere juridische inrichting van een bestemmingsplan. Hierbij moet worden gedacht aan de toepassing van afwijkingsmogelijkheden en wijzigingsbevoegdheden en het toepassen van nadere eisen. De bruikbaarheid van deze instrumenten is geheel afhankelijk van het doel van het bestemmingsplan en de gewenste bestemmingsmethodiek van de gemeente Haarlem. Het juridische bindende onderdeel van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en de regels. De planregels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en gebouwen en bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor de toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen.
6.2
Juridische planopzet Bij bestemmingsplannen gaat het om de belangen van burgers en bedrijven. Zij dienen zich snel en op eenvoudige wijze een juist beeld te kunnen vormen van de planologische mogelijkheden en beperkingen op één of meer locatie(s). Daarnaast is de vergelijkbaarheid van ruimtelijke plannen van groot belang voor degenen die deze plannen in grotere samenhang wensen te bezien. Denk hierbij aan degenen die betrokken zijn bij de planvoorbereiding, de planbeoordeling, het monitoren van beleid en de handhaving. Er is één landelijke voorziening waar alle ruimtelijke plannen voor een ieder volledig toegankelijk en raadpleegbaar zijn: www.ruimtelijkeplannen.nl. Hiertoe dienen alle bestemmingsplannen te voldoen aan landelijk vastgestelde standaarden. In de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (hierna SVBP 2012) zijn de hoofdgroepen van bestemmingen bepaald, zoals Wonen, Bedrijven e.d. Ook geeft de SVBP bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, zo ook voor de regels. De regels van het bestemmingsplan vallen conform de SVBP 2012 in 4 hoofdstukken uiteen. Hoofdstuk 1 Inleidende regels Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Hoofdstuk 3 Algemene regels Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels
85
bestemmingsplan "Schalkwijkerweg" (vastgesteld)
6.2.1 Hoofdstuk 1: Inleidende regels Artikel 1 Begrippen In dit artikel worden de begrippen gedefinieerd, die in de regels worden gehanteerd. Daardoor wordt vermeden dat verschillende interpretaties van de begrippen tot verschillen van mening over de regelgeving zouden kunnen leiden. Bij toetsing aan het bestemmingsplan wordt uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis. Voor zover er geen begrippen zijn gedefinieerd wordt aangesloten bij het normaal spraakgebruik. Artikel 2 Wijze van meten Dit artikel geeft aan hoe hoogte- en andere maten gemeten moeten worden. Een aantal bepalingen is op grond van de SVBP dwingend voorgeschreven. 6.2.2 Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels 6.2.2.1
Bestemmingen Artikel 3 Agrarisch De bestemming 'Agrarisch' regelt het bestaande gebruik van de gronden van de bestaande agrarische bedrijven in het plangebied. De gronden mogen worden gebruikt overeenkomstig het huidige gebruik. Ook de bestaande bouwmogelijkheden zijn opgenomen in dit bestemmingsplan. Wonen is uitsluitend toegestaan in de op de verbeelding aangeduide bedrijfswoningen. Er wordt niet voorzien in een uitbreiding van het aantal bestaande bedrijfswoningen. Artikel 4
Agrarisch met waarden
De bestemming 'Agrarisch' regelt het bestaande gebruik van de gronden van de bestaande agrarische bedrijven in het plangebied. De gronden mogen worden gebruikt overeenkomstig het huidige gebruik. Ook de bestaande bouwmogelijkheden zijn opgenomen in dit bestemmingsplan. Wonen is uitsluitend toegestaan in de op de verbeelding aangeduide bedrijfswoningen. Er wordt niet voorzien in een uitbreiding van het aantal bestaande bedrijfswoningen. Artikel 5