CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Delftplein PvEL

gemeenteraad 18 juli 2024, gemeente HaarlemBij agendapunt: Delftplein - Programma van Eisen van de Leefomgeving (PvEL)18.963 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Ziegler | Branderhorst

36

•

zweefvliegen (en insectenetende dieren) Aan water en oevers gebonden soorten: Doelsoorten o.a.: kikkers, gewone pad, kleine watersalamander, vissen, libellen, waterkevers

Toelichting: om een hoogwaardig habitat te creëren, wordt voor elk van de doelsoorten voldaan aan de vijf V’s: 1. Voedsel (& Vocht): voor de soorten zijn binnen de actieradius voldoende voedselbronnen aanwezig en is (drink)water beschikbaar. 2. Voortplanting: voor de soorten voldoet het terrein aan de eisen voor het vinden van een geschikte nest- of voortplantingsplaats. Denk aan: (nest)kasten voor vogels en vleermuizen (voor de laatstgenoemde ook verblijven van voldoende kwaliteit om te fungeren als kraamverblijfplaatsen), boomholten, boomkronen en struikgewas, dood hout (voor wilde bijen en andere insecten), kale grond (voor o.a. wilde bijen). 3. Veiligheid: in het gebied is schuilgelegenheid aanwezig voor elk van de doelsoorten. Denk aan (groenblijvende) struiken, overstaande kruidenvegetatie, boomholten en kasten voor vogels en vleermuizen (voor de laatstgenoemde ook verblijven van voldoende kwaliteit om te fungeren als winterverblijfplaatsen), water met natuurvriendelijke oevers en waterplanten, kale grond voor holletjes, dood hout, insectenhotels/een bijenburcht, keien… 4. Verplaatsing: voor elk van de doelsoorten geldt dat zij zich vrij kunnen verplaatsen tussen het groen binnen en buiten het gebied. Barrièrevorming wordt voorkomen (geen muren, afscheidingen, drukke wegen zonder faunapassages) en groen wordt aanééngesloten aangelegd.

5. Variatie: binnen het gebied zijn alle groenlagen vertegenwoordigd. Zo is er een natte en droge (bloemrijke) kruidenvegetatie, is er een struiklaag en een boomlaag. Tussen de lagen zijn natuurlijke overgangen (denk aan natuurvriendelijke oevers en zoom- en mantelvegetaties). De hoge lagen nemen niet de kwaliteit van de lagere lagen weg: er zijn voldoende zonnige, beschutte plekken aanwezig. Gebouwbewonende soorten Huismus: het uitgangspunt is het aanbrengen van ten minste 25 inbouwkasten voor deze soort in het gebied. De kasten worden aan de noordof oostzijde van de panden in groepjes van ongeveer vijf kasten bij elkaar geplaatst (met ten minste 50 cm tussen elke kast), op een hoogte van ten minste 3 meter en niet hoger dan de 3e etage. In de directe omgeving van het nest is drie à vier meter hoog opgaand groen aanwezig (groenblijvende struiken of klimplanten zoals klimop). Daarnaast zijn zanderige plekken aanwezig voor een stofbad. Inheemse (besdragende) struiken leveren voedsel en trekken insecten aan, die op hun beurt ook weer voedsel bieden. • Spreeuw: het uitgangspunt is het aanbrengen van ten minste 20 kasten in het gebied, aan de noord- of oostzijde van de bebouwing, op 3 tot 5 meter hoogte. Kruidenrijk grasland en (inheemse) struiken met bessen en fruitbomen leveren voedsel (direct en indirect door het aantrekken van insecten).

De kasten worden zo opgehangen dat de spreeuwen in een rechte lijn naar het grasland kunnen vliegen. • Gierzwaluw: het uitgangspunt is het aanbrengen van ten minste 20 inbouwkasten in het gebied, aan de noord- of oostzijde van de bebouwing. Kasten worden zo hoog

•

•

•

mogelijk geplaatst en er is een vrije valruimte aanwezig bij de ingang van de kast. Gewone dwergvleermuis (en andere gebouwbewonende vleermuizen): het uitgangspunt is het aanbrengen van ten minste 25 ingebouwde vleermuiskasten (of kies voor openingen die leiden tot toegankelijke spouwmuren). Ten minste vijf verblijfplaatsen hebben een groter formaat waardoor ze kunnen dienen als kraam- of winterverblijf. Combineer deze grotere verblijfruimtes bijvoorbeeld met technische ruimtes (zoals een liftschacht of een verwarmingsruimte). De kasten worden geplaatst op ten minste 3 meter hoogte en hebben een vrije aanvliegroute van twee meter voor en onder de opening. Huiszwaluw: deze soort maakt kleinesten onder overstaande dakranden. Het aanbrengen van deze randen aan de gebouwen (op 5 tot 10 meter hoogte), aan de noord- of oostzijde en wit van kleur, zorgen voor de mogelijkheid dat de soort zich er vestigt. De soort heeft (kruidenrijk) grasland, water en modder in de omgeving nodig. Scholekster: door het aanbrengen van bruine daken op de bebouwing, kan de scholekster deze gebruiken als broedplaats.

Het horizontale en verticale oppervlak van de ontwikkeling wordt in samenhang met de groenblauwe structuren in de bredere omgeving ingericht (met minimaal 50% groen, boomkroonoppervlak telt mee). Toelichting: Dit geldt dus ook voor gevels en daken: deze worden met zoveel mogelijk groen gerealiseerd. Door het toepassen van een voldoende dikke substraatlaag op de daken, wordt variatie in beplanting mogelijk

gemaakt. De locatie leent zich voor realisatie van bruine daken, die gerealiseerd worden met grond (met daarin de bestaande zaadbank) die momenteel aanwezig is op de ontwikkellocatie. Dit zorgt voor een gebiedseigen begroeiing op de daken, die een hogere waarde heeft voor de biodiversiteit. Zo biedt het voedsel en leefgebied voor diverse insecten zoals wilde bijen. Ook vogels kunnen erop broeden en voedsel zoeken, zoals de scholekster en de witte kwikstaart. Bruine daken worden aangevuld met bijvoorbeeld grind, keien, dood hout en water (poeltjes) voor hogere natuurwaarden. Waterschapsverordening hoogheemraadschap van Rijnland Het hoogheemraadschap van Rijnland stelt in de regels van de Waterschapsverordening, dat bij een toename van verharding boven de 500m2 en minder dan 5000 m2, er voor de verhardingstoename 15% dient te worden gecompenseerd in de vorm van een open water of een alternatieve waterberging. In dat geval stelt het hoogheemraadschap de volgende eisen: •

•

•

•

Bij een toename van verhard oppervlakte dient oppervlaktewater gegraven te worden van minimaal 15% van de toename in verhard oppervlakte; Bij aanleg van nieuwe woonwijken vanaf 10 of meer woningen, tellen de nog onverharde tuinen voor 50% mee als verhard oppervlakte; Als het waterstaatkundig toelaatbaar is, kan gebruik gemaakt worden van een afname aan verharding die tussen de 5 en 10 jaar geleden heeft plaatsgevonden. Is het niet mogelijk dit oppervlaktewater te realiseren dan kan gebruik worden gemaakt van Berging Rekening Courant (BRC) van

• • • •

•

de gemeente. Wanneer een alternatieve waterberging wordt aangelegd hoeft er geen oppervlaktewater gegraven te worden; De alternatieve waterberging dient een bergingscapaciteit van 55 mm per m² te hebben; De alternatieve waterberging dient een afvoer van 0,6 liter/uur/m² te hebben. Indien de verhardingstoename meer dan 5.000 m2 bedraagt, dan dient het plangebied ook te voldoen aan de klimaateisen die Rijnland stelt in zijn waterschapsverordening. Indien de verhardingstoename meer dan 50.000 m2 bedraagt, dan dient er minimaal 80% van de te compenseren verhardingstoename te worden gecompenseerd in de vorm van open water.

Hemelwaterverordening Haarlem De hemelwaterverordening stelt regels voor nieuwbouw en omliggend perceeloppervlak dat wordt voorzien van tegels of andere soorten bestratingsmateriaal. De verordening regelt dat hemelwater wordt geborgen en dit hemelwater vertraagd wordt afgevoerd. De capaciteit van deze waterberging moet toereikend zijn om een flinke bui van bijvoorbeeld 70 l/m² op te kunnen vangen. Dit sluit aan bij de eisen die de gemeente Haarlem stelt aan het klimaatadaptief inrichten van de stad. Het doel van deze verordening is om bij grote regenbuien, die steeds vaker voorkomen, waterschade in de stad zoveel mogelijk te voorkomen. Een deel van de hemelwaterberging van de Hemelwaterverordening mag meetellen als compensatie voor de Waterschapsverordening die hierboven is genoemd. Welk deel dit is, is afhankelijk van de leegloopsnelheid van deze waterberging. Op dit moment zijn de

gemeente Haarlem en het hoogheemraadschap bezig met de afronding van de bergingsmatrix waarin beide eisen met elkaar kunnen worden gecombineerd. Klimaatbestendige nieuwbouw De handreiking “klimaatbestendige nieuwbouw Metropoolregio Amsterdam” is opgesteld om in de metropoolregio Amsterdam dezelfde uitgangspunten en voorwaarden te hanteren op het gebied van klimaatbestendige nieuwbouw. In het Plan Stedelijk Water zijn de resultaten van de handreiking in uitgangspunten voor hemelwater weergegeven in tabelvorm. In onderstaande tabel zijn de uitgangspunten weergegeven. Nota Ruimtelijke Kwaliteit (NRK) Het plangebied valt onder de Consolidatie Regie met als typologie ‘Divers’. Dit type regie is gericht op behoud van het onderscheidende karakter van de buurten, met daarbinnen Uitgangspunt neerslag Hevige neerslag (1/100 jaar, 70 mm in een uur) zorgt niet voor schade in en aan gebouwen, infrastructuur en voorzieningen.

38

Notitie Hoogbouwprincipes (NHP) In de notitie ‘Hoogbouwprincipes, kansen voor hoogbouw in Haarlem’ wordt de locatie Delftplein als volgt omschreven: De bijzondere positie als noordelijke entree van de bebouwde kom leent zich voor een markante vorm van hoogbouw en een nieuw duidelijk oriëntatiepunt van Haarlem Noord. Het knooppunt kenmerkt zich door redelijke dichtheden aan bebouwing, maar met een gering ruimtegebruik door geconcentreerde hoogbouw in een groene omgeving. Het stedenbouwkundig beeld is een

A. De neerslag van een hevige bui (1/100 jaar, 70 mm in een uur) op privaat terrein wordt op dit terrein opgevangen en vertraagd afgevoerd. De berging wordt de eerste 24 uur daarna niet geleegd en is in maximaal 60 uur weer beschikbaar. B. In het gebied is natuurlijke afwatering zoveel mogelijk aanwezig.

Bij hevige neerslag (1/250 jaar, 90 mm in een uur) blijven vitale en kwetsbare infrastructuur en voorzieningen functioneren en bereikbaar.

C. Bij een waterdiepte van 20 cm op rijbaan door extreme regen en/of overstromingen mag er geen schade op treden aan gebouwen en elektrische installaties in de openbare ruimte en blijven hoofdwegen begaanbaar. D. De ontwikkeling gebeurt waterneutraal en leidt niet tot extra aanvoer/afvoer van water. Hemelwater wordt zoveel mogelijk vastgehouden en hergebruikt in het plangebied.

Uitgangspunten Stategisch Plan Klimaatadaptatie Ziegler | Branderhorst

vrijheid voor individuele invullingen. In de geconsolideerde stad gaat het wat betreft ruimtelijke kwaliteit letterlijk om de hoofdlijnen: de hoofdstructuren die de woonbuurten begrenzen. Daar moet de ruimtelijke kwaliteit in orde zijn. Door de ligging van het plangebied aan deze hoofdlijnen verdient dit bijzondere aandacht.

groepering rond een (groen) verkeersplein, met 1 a 2 hoogte-accenten, bijvoorbeeld op de snijlijn van de zichtlijn vanaf de Vondelweg en de Rijkstraatweg. Daarbij is het van belang dat er ook een architectonische oriëntatie op de Westelijke randweg komt, omdat dit een van de drie belangrijkste invalswegen is waar Haarlem zich presenteert. Handboek Inrichting Openbare Ruimte (HIOR) Het Handboek Inrichting Openbare Ruimte (HIOR) benoemt het Streefbeeld Delftwijk: • Kenmerkend is de loskoppeling van langzame en snelle (auto)verkeersroutes. • Langzaam verkeersroutes zijn gekoppeld aan een heldere groenstructuur. • Groengebieden aan elkaar geschakeld door wandelroutes • Een nieuw wijkpark en een plein met winkels. • Uitstraling: een wijk met allure en een zachte, (woon)vriendelijke binnenkant. Structuurvisie openbare ruimte (SOR) In de structuurvisie openbare ruimte 2040 zijn de volgende opgaven onderscheiden voor Delftplein: • Een ontbrekende schakel in de boomstructuur ter hoogte van het HOVknooppunt Delftplein. • Door looproutes naar HOV-haltes en regionale- of hoofdfietsroutes via knooppunten laten lopen wordt het interessant om de fiets en ov te combineren. Fietsdeelconcepten en autodelen zijn voorzieningen die passen op deze knooppunten. Mobiliteitsbeleid Haarlem 2030 Binnen het mobiliteitsbeleid van Haarlem

Ziegler | Branderhorst

40

zetten we in op de mobiliteitstransitie. Binnen de stad reizen we zoveel mogelijk te voet of met de fiets, de reizen van en naar de stad doen we zoveel mogelijk met een steeds schoner OV en we gebruiken de (elektrische) auto alleen als het niet anders kan. In de openbare ruimte wordt prioriteit gegeven aan directe, aangename en comfortabele routes en goede faciliteiten voor voetgangers en fietsers in de stad en een verbetering van het fiets- en OVnetwerk in de MRA. Fietsparkeren, vooral bij OV-knooppunten (ketenmobiliteit), wordt hierbij gezien als topprioriteit. Binnen het mobiliteitsbeleid is Delftplein aangegeven als een P+R zoeklocatie. Nota Parkeernormen In het kader van het parkeren moet voldaan worden aan de Nota parkeernormen Haarlem 2022, welke het CROW als uitgangspunt heeft. De nota beschrijft het beleid van de gemeente Haarlem over hoe fiets- en autoparkeren in ruimtelijke ontwikkelingen moet worden opgelost. Voor de planlocatie moet voldaan worden aan de normen behorende bij de gebiedsindeling ‘’stedelijk gebied’’. De parkeerbehoefte dient op eigen terrein te worden opgelost.

4. Visie 4.1. Visie op het gebied: Campus Parkzone

Door het concept ‘Campus Parkzone’ leidend te maken streven we naar een overkoepelende identiteit van het gebied. Binnen het concept kunnen de knelpunten en kansen op het gebied van verkeer, openbare ruimte en leefbaarheid worden opgelost of opgepakt. Deze visie ligt ten grondslag aan de volgende uitgangspunten uit de interne werksessie van het Atelier Omgevingsvisie: Opschalen van de stadsrandzone naar een Campus Parkzone • De hele noordrand van Haarlem (over de grens met Velsen) zou als één groenstedelijk gebied gezien kunnen worden dat getypeerd wordt door de term “campus parkzone” • Het Delftplein moet beter oversteekbaar worden zodat de nieuwe woonlocatie Delftplein beter verbonden is met de HOV-halte en onderdeel is van de campus parkzone. • Voor de campus parkzone zou één landschapsontwerp gemaakt kunnen worden dat uitgaat van de bevordering van biodiversiteit, klimaatbestendig is met 100% hemelwaterafkoppeling en een robuust toekomstbestendig groenplan met inheemse soorten.

Ruimtelijke kwaliteit en samenhang van het HOV-knooppunt verbeteren • Herpositionering van de HOV-halte, afhankelijk van de ontwikkeling van de verschillende buslijnen en richtingen • Ruimtelijke begeleiding gewenst van de HOV-halte • De projectlocatie Delftplein, de HOV-halte en de zone van het ziekenhuis vormen één nieuwe stedelijke zone • Afname van het ruimtebeslag voor verkeer is nodig. Er ligt heel veel verharding die onvoldoende wordt benut (vrije busbaan die geen direct vervolg krijgt), • Voor de campusachtige omgeving is bebouwd parkeren noodzakelijk

Delftplein als deel van de Campus Parkzone

Ziegler | Branderhorst

42

4.2. Stedenbouwkundige Visie op Delftplein Vier deelgebieden Sluitsteen Ensemble: Een groen gemengde buurt als sluitsteen van Delftwijk en tevens accentuering van de Stadsentree Dijkzichtkamer: Dit deelgebied wordt niet ontwikkelt, en vormt zo de entree van het groene Velsen Accent: De hoogbouwlocatie van Spaarne Gasthuis die separaat wordt ontwikkeld en bijdraagt aan de stadsentree Stadsentree: Markeert het Delftplein als entree van de stad Haarlem Stadsentree De ontwikkeling van Delftplein markeert de stadsentree van Haarlem. Het ensemble van acht bouwmassa’s vormt een sterk silhouet met een variatie in bouwhoogtes. Het “sluitsteen ensemble” heeft een karakteristieke compositie, waarbij de balans tussen stevige massa’s en lommerrijke groene tussenruimtes is onderzocht. Deze afgewogen compositie heeft twee hoekaccenten: een hoekaccent in de zuidwesthoek die het ensemble adresseert aan de Randweg en de afrit richting Delftplein. Een tweede hoekaccent bevindt zich in de noodoosthoek van het ontwikkelgebied aan het Delftplein. Dit hoekaccent vormt het meest beeldbepalende element van het ensemble aan deze stadsentree van Haarlem. Beoogd programma De ontwikkeling van de locatie bestaat voornamelijk uit betaalbaar woonprogramma. Er wordt uitgegaan van een woonmilieu met een bandbreedte van 300 tot 400 appartementen, waarvan 60% sociaal.

De gemeenteraad heeft besloten dat de overige 40% van de woningen in het middensegment wordt uitgevoerd. Aanvullend is er ruimte voor maximaal 600 m2 BVO buurtgericht programma in de vorm

Ziegler | Branderhorst

44

van wijkvoorzieningen of werkplekken. Bij een gemengd woningbouwprogramma zal Elan Wonen het deel sociale huur op zich nemen en de grond die daarvoor nodig is verwerven. De grond voor woningen in het middensegment zal door derden worden ontwikkeld. Slechten van verkeersbarrières: De visie anticipeert op het verkeersplein van de toekomst en sorteert daarmee voor op een toekomstige afname van het ruimtebeslag voor gemotoriseerd verkeer. Er worden 3 varianten voorgesteld voor verbeterde oversteken voor de voetganger en fietser. Ook de verbinding met de HOV-halte zal verbeterd worden. Met de nieuwe ontwikkeling ontstaat een snellere en logischere verbinding van de regionale fietsroute. Deze zal bovendien eenduidig in materiaal uitgevoerd worden ten behoeve van het gebruik en de herkenbaarheid. Doorwaadbare nieuwe buurt: De wijk bouwt op een eigentijdse wijze voort op de naoorlogse stedenbouw van Delftwijk: woongebouwen omspoeld met openbaar groen, een netwerk van wandelpaden en groene plekken voor ontmoeting en spelen. Het autoluwe karakter wordt doorgezet, “de auto is te gast” in de buurt. Zo ontstaan ommetjes en doorsteken voor voetgangers en fietsers vanuit de bestaande wijken. Informele routes zoals het hooggewaardeerde groene ommetje langs de randweg wordt doorgezet langs de nieuwe ontwikkeling en de afrit.

Terugdringen autogebruik: De gemeenten Haarlem en Velsen willen het blik in de straat verminderen en daarmee het autobezit in de nieuwe buurt ontmoedigen. Het is daarom belangrijk om een goed alternatief aan te bieden zodat nieuwe bewoners gebruik

Stedenbouwkundige visie op het gebied. Deelgebieden op basis van ruimtelijke identiteit

Ensemble als sluitsteen van Haarlem maken van de fiets, deelmobiliteit en het OV. Met het mobiliteitsplan wordt ingezet op deelauto’s en ingespeeld op de nabijheid van de R-nethalte bij het Spaarne Gasthuis. Auto’s worden uit het zicht geparkeerd en elk blok krijgt een hoogwaardige collectieve fietsenstalling. Ongedeeld gemengde buurt: Haarlem heeft een urgente opgave voor het realiseren van betaalbare en sociale huurwoningen. Het beoogde woonmilieu kent een bandbreedte van ongeveer 300 tot 400 woningen waarvan ruim de helft als sociale woningen zullen worden ontwikkeld. In de nieuwe woonbuurt is het onderscheid tussen sociale woningen en woningen in het middensegment niet af te lezen in de kwaliteit van de architectuur. De gelijkwaardige kwaliteit van de woongebouwen is de basis voor een sterk en ongedeeld woonmilieu. Eén van de woonblokken voor het middensegment kan worden ingezet voor de ontwikkeling van een wooncoöperatie. Woonblokken in het groen De visie voor Delftplein komt het meest concreet tot uiting in de typologie van de voorgestelde woonblokken in het groen. De woongebouwen die in de parkzone zijn gesitueerd staan rondom in het groen en hebben een ruim bemeten kern. In de woonblokken fungeert de centrale kern als collectieve ruimte voor ontmoeting.

Deze ruimte kan uitgewerkt worden als een ruim atrium of wintertuin met daglicht waaromheen de woningen zijn ontsloten. In de collectieve kern van het gebouw komen bewoners elkaar tegen en is er tussen de verschillende verdiepingen contact. In de footprint van de woonblokken is voldoende oppervlakte voor een integrale parkeeroplossing voor alle woningen in het gebouw, naast een royale entree, een hoogwaardige fietsenstalling en, indien passend, appartementen op de begane grond.

Ziegler | Branderhorst

46

5. Ruimtelijke kaders De ontwikkeling van de locatie Delftplein vraagt om heel specifieke ruimtelijke kaders. Het ruimtelijk concept voor Delftplein kan alleen gerealiseerd worden als er duidelijke en concrete kaders worden meegegeven. In dit hoofdstuk is de visie uiteengezet in een ruimtelijk raamwerk dat als opmaat dient voor de uitwerking van een stedenbouwkundig plan voor de nieuwe buurt Delftplein. Het ruimtelijk raamwerk vertaalt zich in acht stedenbouwkundige uitgangspunten. Vervolgens horen bij het ruimtelijk raamwerk kaders die de beeldkwaliteit van de ontwikkeling borgen. Deze ruimtelijke kaders zullen daarbij als toetsingskader dienen voor de AOK Haarlem bij de beoordeling van de uitwerking van het plan.

Ziegler | Branderhorst

48

5.1. Acht uitgangspunten 1. Dijkzichtlaan

2. Campus

3. Ensemble

4. Groene parkstructuur

De historische route tussen Haarlem en Velsen blijft als royaal fietspad liggen in het midden van het projectgebied Delftplein. Deze route blijft voor langzaamverkeer de meest directe en veilige route. Bovendien blijft deze zone benut voor het PWN-waterleiding tracé.

Het ruimtelijk concept voor de invulling van het projectgebied Delftplein is een “Campus”: een compositie van woonblokken in een parkachtige setting. De losse bouwblokken hebben een specifieke typologie van woonblokken in het groen.

De acht woonblokken zijn in maat en schaal verwant aan elkaar zodat ze samen een ensemble vormen. De woonblokken hebben een collectieve kern. De beeldkwaliteit van het gebied zet in op verwantschap in architectuur en inpassing in het groen.

De groene parkstructuur wordt langs de randweg doorgetrokken en is verweven met de nieuwe bebouwing. De woonblokken staan rondom in het park.

Ziegler | Branderhorst

50

5. Auto ‘te gast’

6. Geïntegreerde

7. Aansluitende hoek op Delftwijk

8. Entree Delftplein

De nieuwbouw op Delftplein sluit ruimtelijk aan op de naastliggende buurt Delftwijk. Het hoekblok in het zuidwesten heeft meer hoogte om de aansluiting te maken. Bovendien adresseert het ensemble zich met dit accent aan de Randweg en het begin van de afrit.

De nieuwbouw op Delftplein maakt deel uit van de stadsentree van Haarlem. Het hogere hoekblok en de twee wanden aan het Delftplein markeren de entree. De stadsentree van Haarlem krijgt een markant silhouet.

parkeeroplossing

De auto-ontsluiting van de nieuwe buurt is een informeel vormgegeven pad dat met twee haakse hoeken langs alle woonblokken meandert. De auto is “te gast” in deze parkachtige buurt.

Ziegler | Branderhorst

De parkeervoorziening voor de bewoners van de nieuwe woningen zijn bouwkundig geïntegreerd in gebouwde parkeervoorzieningen, halfverdiept dan wel op de begane grond van de woonblokken. Alleen bezoekersparkeerplaatsen zijn gesitueerd in de openbare ruimte. Ook fietsparkeren voor bewoners is in de gebouwvolumes in hoogwaardige collectieve fietsenstallingen voorzien, in de nabijheid van de entrees.

52

5.2. Kaders op thema Mobiliteit De ontsluiting van de nieuwe woonbuurt sluit aan bij het netwerk van de omgeving. De autoontsluiting maakt gebruik van de bestaande inrit aan de Rijksstraatweg en gaat over als een informeel pad door de nieuwe buurt. De fietsroute over de Dijkzichtlaan blijft zoals die nu al door het gebied ligt. Wandelpaden doorkruisen de nieuwe buurt en verbinden de parkzone rondom de buurt. De HOVhalte is straks veel beter te bereiken door het verbeteren van de oversteek. In Delftwijk ligt een noord-zuid wandelpad (langs de speeltuin) dat wordt doorgezet in de nieuwe woonbuurt Delftplein.

Legenda

Ziegler | Branderhorst

54

Ontbrekende schakel

Voorstel herinrichting W.F. Hermansstraat

De fietser die gebruik wil maken van de regionale plusroute (Vondelweg – Dijkzichtlaan) wordt nu geconfronteerd met een “ontbrekende schakel” ter hoogte van het plangebied. Deze ontbrekende schakel dient opgeheven of verbeterd te worden waardoor het voor de fietser een prettige en snelle verbinding wordt. Er zijn meerdere tracés voor deze route door het plangebied mogelijk. Omdat de inpassing van een tracé een directe relatie heeft met de overige ruimtelijke elementen wordt een mogelijk tracé niet voorgeschreven maar worden enkele mogelijke tracés meegegeven.

Mogelijke tracés voor de ‘‘ontbrekende schakel’’ Ziegler | Branderhorst

56

Er zijn 2 principe tracés: 1. een tracé aan de rand van het plangebied, (weergeven in groen) 2. een tracé door het plangebied (weergeven in blauw) Om deze tracés aan te laten sluiten op de Vondelweg moet de Rijksstraatweg worden gekruist. Dat kan alleen met verkeerslichten (weergeven in rood). Dit dient in de verdere uitwerking meegenomen te worden.

Aan de noordzijde van de W.F. Hermansstraat is in de huidige situatie geen trottoir aanwezig. Door de ontwikkeling van het gebied en de bouw van ca. 400 appartementen is de aanleg van een trottoir aan de noordzijde noodzakelijk. Voor het bestaande appartementsgebouw is in de huidige situatie haaksparkeren aanwezig welk gehandhaafd c.q. terug moeten komen. Door de ontwikkeling van het gebied kan de W.F. Hermansstraat ingericht worden conform

Voorstel herinrichting W.F. Hermansstraat

de gewenste HIOR profielen. Dit HIOR profiel houdt rekening met het haaksparkeren, groeninpassing (klimaat adaptief), fietsers op de rijbaan en voetgangers. Omdat er voldoende ruimte aanwezig is dienen de trottoirs minimaal 2.00 m breed te worden zodat er voldoende ruimte is voor rolstoelgebruikers. Het wegprofiel zal worden verbreed naar 6.00 m zodat er voldoende ruimte is om haaks in te parkeren.

Bebouwing en accenten Deze kaart toont een uitwerking van de bebouwingsopzet. Op hoofdlijnen zijn de positie en de hoogte van de gebouwen bepaald, zoals aangegeven op de spelregelkaart. Hier zit nog een zekere mate van flexibiliteit in. Dit geldt zowel voor het bouwvlak als voor het aantal bouwlagen. Het oppervlakte aan openbaar groen in het totaal plan dient minimaal gelijk te blijven in de uitwerking. Hierbij volgt puntsgewijs een nadere toelichting en uitleg van de notaties in de kaart. • Het westelijk deel wordt ingezet om Delftwijk af te ronden en te koppelen aan de laagbouw van de Dijkzichtlaan middels een aflopende bouwhoogtes. • De woonblokken van het oostelijk deel markeren de stadsentree en begeleiden de routes naar de stad. • Binnen de woonblokken is het mogelijk om na een aantal bouwlagen setbacks of verjonging toe te passen. Een royale footprint en voldoende ruimte in het basement van de woonblokken is echter nodig om het parkeren (auto’s en fietsen), de collectieve entrees en woonruimte op maaiveld te realiseren. Het voorzien van woonruimte in de plint speelt een rol in de levendigheid van de beoogde buurt.

Legenda

Ziegler | Branderhorst

58

•

De kaart toont de afgewogen compositie van bouwvolumes in hoogte. In deze kaart zijn de belangrijkste bouwmassa’s in de omgeving zijn ook meegenomen. Enkele belangrijke zichtlijnen op hoogteaccenten rondom Delftplein gevel vorm aan het beeld en het silhouet van de stadsentree.

Groen en Water Deze kaart legt de nadruk op de parkachtige setting van de nieuwe woonbuurt. Daarbij streven we naar een groene invulling van de buitenruimte als uitgangspunt, tenzij verharding of bebouwing is vereist. Dit betekent dat we uitgaan van 40-50% groen voor de gehele ontwikkeling. De bestaande informele parkrand langs de Randweg (N208) wordt van zuid naar noord doorgetrokken en omkadert daarmee het plangebied. Deze parkrand bestaat uit twee delen: Randweg en Stadsentree. Het deel ‘Randweg’ heeft een variërende breedte van 25 tot 50 meter. Hier is ruimte om het natuurlijke en besloten karakter van de bestaande parkrand en zijn struinroute door te zetten. Bovendien kan de sloot langs de Rotondeweg met natuurlijke oevers worden verbreed t.b.v. watercompensatie, waterkwaliteit en biodiversiteit. De parkrand van het deel ‘Stadsentree’ heeft een variërende breedte van 10 tot 30 meter. Dit is een smallere, formele, maar natuurlijke groenstrook met een open karakter. Hier is

Legenda

Ziegler | Branderhorst

60

plaats voor vegetatie, bomen en wadi’s t.b.v. waterberging. Groene plekken in de buurt worden met zichtlijnen verbonden. Aan weerzijden van de kavels aan de Dijkzichtlaan worden de driehoeken ingeplant (sloten en wadi’s toegevoegd). De bestaande sloot van ca. 400 m2 open water langs de Dijkzichtlaan vervalt. Deze bergingscapaciteit dient in het plan terug te worden gebracht. Daar komt bovenop dat de toename van verhard oppervlak gecompenseerd moet worden middels open water of alternatieve waterberging zoals wadi’s. In het PvEL is voldoende ruimte gereserveerd in de groene zoom rondom de ontwikkeling om de wateropgave te borgen. Rondom het plangebied zijn locaties voor het versterken van buitenplanse groenstructuur aangewezen. Door twee noordelijke boomgroepen te versterken wordt de omzoming van het Delftplein versterkt. Verbetering van groenkwaliteit rondom de HOV-halte draagt bij aan de verblijfskwaliteit.

5.3. Spelregelkaart De stedenbouwkundige spelregelkaart vat alle uitgangspunten samen en geeft de compositie van het ensemble op een abstracte wijze weer. De minimale maat van de groenzoom rondom en de groene middenstrook zijn in de spelregelkaart bepaald. Hiermee is de groene rand en de parkachtige omzooming geborgd.

gebouwen zo veel mogelijk vermeden wordt en dat de woningen een zo optimaal mogelijke bezonning krijgen.

Op hoofdlijnen zijn de positie en de hoogte van de gebouwen bepaald, zoals aangegeven op de spelregelkaart. Hier zit nog een zekere mate van flexibiliteit in. Dit geldt zowel voor het bouwvlak als voor het aantal bouwlagen. Na dit PvEL wordt een stedenbouwkundig plan (SP) opgesteld waarin de definitieve rooilijnen en bouwhoogten worden vastgelegd. Om deze te kunnen bepalen moeten er nog een aantal zaken onderzocht worden met betrekking tot zichtlijnen, bezonning en windhinder. Gebouwvolumen zullen in het SP zodanig gepositioneerd en gemodelleerd worden dat er zo veel mogelijk rekening gehouden wordt met het zicht vanuit, en afstand tot de bestaande bebouwing. Hiernaast is het ook belangrijk dat windhinder ten gevolge van de nieuwe

Concreet betekent dit dat de bouwvlakken nog niet de definitieve positie van de gebouwen weergeven. Hiermee is er voor het opstellen van het SP nog enige ruimte om te kunnen schuiven met de gebouwen. Dit geldt ook voor het aantal bouwlagen. Om bovenstaande redenen kan het verstandig zijn om één of twee lagen van het ene gebouw ter verplaatsen naar een ander gebouw. Wel zijn hier een aantal randvoorwaarden aan gekoppeld: het schuiven met bouwlagen mag niet nadeliger uitpakken voor de omliggende bebouwing, de gemiddelde gebouwhoogte blijft 5 à 6 lagen en de maximale bouwhoogte blijft 8 lagen. Deze spelregelkaart legt vast wat nodig is voor de basiskwaliteiten, maar laat open wat nu nog niet bepaald hoeft te worden.* Spelregelkaart Legenda

*Het oostelijke deel zal later worden ontwikkelt en is daarom nog onderhevig aan verandering door verdere uitwerking van uitgangspunten/ ambities uit de Omgevingsvisie. De Acht globalere uitgangspunten van het raamwerk bieden daarbij een handvatten om de identiteit van één buurt te borgen.

Ziegler | Branderhorst

62

5.4. Beeldkwaliteit De beoogde kwaliteit van de nieuwe buurt is gebaseerd op een samenhangend ontwerp van de verschillende volumes en de inpassing daarvan in de groene setting. Deze kwaliteit wordt beschreven in acht uitgangspunten die zijn geïllustreerd met principe schetsen en enkele referentiebeelden. Het is van belang om de referentiebeelden alleen te lezen als voorbeeld bij een principe, niet als een na te streven totaalbeeld.

Ziegler | Branderhorst

64

5.4.1. Beeldkwaliteitseisen Architectuur 1. Groen tot aan de gevels

De aansluiting van de gebouwen op het maaiveld is heel specifiek: de woonblokken staan in een openbaar park. Het groen loopt door tot aan de gevels. De rooilijn is de grens tussen openbaar en privé. Planten en bomen rondom de gebouwen staan in de volle grond en klimplanten kunnen tegen de gevels op groeien.

Ziegler | Branderhorst

66

Blok K Funen, Amsterdam NL architects

Chassepark, Breda Kollhoff & Polls Architecten

Gemetselde architectuur aan het park Korteknie Stuhlmacher Architecten

Kanaal, Wijnegem Coussee Goris Huyghe architecten

2. Heldere, royale entree

Elk gebouw heeft een helder en royaal adres, een entreepui en een collectieve entreehal. Deze is dubbelhoog of kent in ieder geval een royale transparante entreepui. Deze zichtbare entree vormt het ‘adres’ voor 3050 huishoudens en draagt daarmee bij aan de kwaliteit van alle woningen in het complex.

Ziegler | Branderhorst

68

Golvenstraat, Oostende Korthielens architecten

Zuiderschans, Den Bosch KAW architecten

Heldere royale entree Korthielens architecten

S west Orange architects

3. Samenhangende gemetselde architectuur

De nieuwe woonbuurt kenmerkt zich door ‘gemetselde architectuur’ in aansluiting bij de architectuur van Delftwijk. Alle acht blokken maken deel uit van dezelfde architectonische familie, het Sluitsteen Ensemble. De kleurstelling in de referentiebeelden is indicatief, echter staat vast dat deze in één nader te bepalen hoofdkleur moet worden uitgevoerd. In de volgende fase is ruimte voor differentiatie in de architectonische uitwerking van de hoekaccenten ten opzichte van de overige blokken. Dit is wenselijk om de

Ziegler | Branderhorst

70

entree naar de stad meer te accenturen. Er wordt gebruik gemaakt van materialen die mooi verouderen. De gevelopeningen geven diepte en gelaagdheid aan de gevels. De kozijnen liggen diep in de gevel en neggen tonen een lichtspel op de gevel (schaduwlijnen en reflectie).

Golvenstraat, Oostende Korthielens architecten

Grauwaart, Utrecht Bedaux de Brouwer

Gemetselde architectuur aan het park Korteknie Stuhlmacher Architecten

Cadix, Antwerpen HCVA

4. Balkons zoveel mogelijk inpandig

Hunziker Areal Building C Miroslav Sîk architects

De buitenruimtes van de woningen zijn deels binnen de bouwmassa gesitueerd. Balkons hangen niet los aan de gevel maar zijn altijd voor minimaal de helft in de bouwmassa geschoven. Balkons en buitenruimtes zijn mee ontworpen met de architectuur. Buitenruimtes die direct grenzen aan de openbare ruimte zijn voorzien van een terras in een collectieve groenzone om

Halfinpandige buitenruimte Hunziker Area, Zürich

een uniform beeld te bewaken. Erfafscheidingen zijn niet toegestaan, buiten de afscheidingen die zijn mee ontworpen met de architectuur bij de oplevering.

Golvenstraat, Oostende Korthielens architecten Ziegler | Branderhorst

72

Bloemenbuurt, Krimpen ad IJssel Hans van der Heijden Architecten

5. Parkeren zoveel mogelijk in gebouwde parkeervoorziening

Het parkeren voor de bewoners wordt in zijn geheel opgelost in gebouwde parkeervoorzieningen. Voor het sociale segment zal dit waarschijnlijk op de begane grond van het gebouw plaatsvinden. Hierbij moet voorkomen worden dat er levenloze en sociaal onveilige plinten ontstaan. De parkeervoorziening wordt daarom gedeeltelijk ‘’ingepakt’’ met woningen op de begane grond, levendige Ziegler | Branderhorst

74

entreevoorzieningen of een landschappelijk talud met beplanting. De gebouwde parkeervoorzieningen zijn zoveel mogelijk geïntegreerd in de bouwmassa. Op beperkte plekken zal de gebouwde parkeervoorziening buiten de massa zijn uitgebreid. Op deze plekken ontstaat een ‘dek’ waarop de woningen privé en collectieve tuinen kunnen realiseren.

Delftwijk, Haarlem Marge architecten

Voorsterbeeklaan, Utrecht AWG architecten

Schepelruwe, Maastricht Jules Beckers architecten

Dinkelpark, Groningen De Zwarte Hond architecten

6. Waardige gevelbeëindiging

Platte daken zijn het uitgangspunt. Dit komt overeen met de omliggende bebouwing van Delftwijk en het Vondelkwartier. Er is extra aandacht voor de beëindiging van de gevels. Deze zijn ‘verhoogd’ en ‘scherp gesneden’ om installatietechniek en PV-panelen aan het zicht te onttrekken. Zoals verbeeld in de schets is een waardige gevelbeëindiging op meerdere manieren voorstelbaar: Ten minste een dakrand detail en extra hoogte in de bovenste verdieping om het gebouw

Ziegler | Branderhorst

logisch te beëindigen. Ook kan door middel van een setback kwalitatieve buitenruimte en extra bouwhoogte worden toegevoegd zonder daglicht aan de buurt en omwonenden te ontnemen. Tot slot integreert het daklandschap klimaatadaptatie en energie op voorhand in één samenhangend architectonisch ontwerp. Denk hierbij aan het vertraagd afvoeren van hemelwater door middel van een groen dak, pvpanelen en andere duurzame installaties.

76

Extra hoogte Little C Rotterdam, JVST

Setback Cadix Antwerpen, HCVA

Bijzonder accent raam Bezner turm Ravensburg, Bachlemeid architekten

Dakrand detail Tuinhuis Almere, Korthielens architecten

5.4.2. Beeldkwaliteitseisen Buitenruimte 7. Duurzame en natuur-inclusieve buitenruimte

De woonbuurt Delftplein zal een duurzaam en natuur-inclusief ontwerp voor zowel de buitenruimte als de architectuur nastreven. De focus op concrete ambities moet worden uitgewerkt in de volgende fase.

Ziegler | Branderhorst

78

Speelaanleidingen

Wadi’s voor waterberging

Informele padenstructuur

Verharding zoveel mogelijk vermijden

8. Tussenruimte voor ontmoeting, ontspanning en bevorderen biodiversiteit

Hunziker Areal, Zurich De ruimte tussen de woonblokken wordt als park ingericht met specifieke plekken voor ontmoeting, ontspanning en het bevorderen van biodiversiteit. Hierbij geldt het uitgangspunt: ‘’Groen tenzij…’’: Verharding wordt alleen toegepast wanneer vereist.

Ziegler | Branderhorst

80

Samen met de huidige bewoners in de omgeving en de toekomstige bewoners van de buurt, wordt invulling gegeven aan deze mooie plekken in het park.

6. Proefverkaveling Op basis de spelregelkaart laat de hierna getoonde proefverkaveling zien dat, uitgaande van het genoemde programma (wonen, voorzieningen en parkeren) en rekening houdend met het deels verleggen van de waterleiding, op hoofdlijnen mogelijk een financieel haalbaar plan gerealiseerd kan worden. De opgenomen proefverkaveling is geen eindbeeld, maar toetst de haalbaarheid van de ontwikkeling van dit gebied. Ook laat het de ambities voor de beoogde ruimtelijke kwaliteit zien van de gemeente Haarlem en de betrokken partijen. De uitwerking kan in een later stadium nog wijzigen. Dit wordt ondervangen door de speelruimte die is opgenomen in de spelregelkaart.

Ziegler | Branderhorst

82

6.1. Planopzet en woonprogramma Programma Opgenomen is een rekenkundige uitwerking. De gehele ontwikkeling (proefverkaveling) kent de volgende woningdifferentiatie: • 60% sociaal (50 m2 GO) • 20% midden klein (55 m2 GO) • 20% midden groot ( 60 m2 GO) Een volledig overzicht is opgenomen in de bijlage.

F A

E

B

Blok

Woningen Categorie

Aandeel GO Voorz. 2 p.w. (m ) (m2)

A

35

Midden klein

19%

55

B (soc)

46

Sociaal

25%

50

C (soc)

68

Sociaal

37%

50

D

34

Midden groot

19%

60

Totaal Fase 1

183

E (soc)

40

Sociaal

24%

50

F (soc)

56

Sociaal

34%

50

G

38

Midden groot

23%

60

H

32

Midden klein

19%

55

Totaal Fase 2

166

TOTAAL

349

200

100%

H

D

C

Ziegler | Branderhorst

84

G

200

200

100% 600

6.2. Voorzieningen op maaiveld Parkeerbehoefte - R-net en Deelmobiliteit: Blok

F

won. aantal

bew pp. bez. pp.

bew. fiets pp.

bez. fiets pp.

A

35

25

5

105

18

B (soc)

46

28

7

138

23

C (soc)

68

41

10

204

34

D

34

24

5

102

17

Totaal Fase 1

183

117

27

549

92

E (soc)

40

24

6

120

20

F (soc)

56

34

8

168

28

G

38

27

6

114

19

H

32

22

5

96

16

Totaal 166 Fase 2

107

25

498

83

Totale normatieve 217 parkeerbehoefte

52

1.047 175

10% reductie Rnet

201

47

-

-

20% reductie autodeelconcept

161+8* -

-

-

Parkeerbehoefte na correctie

169

47

1.047 175

Parkeren in proefverkaveling

169

47

**

Voor de berekening van de parkeerbalans is kennis genomen van de Nota parkeernormen Haarlem 2022, welke het CROW als uitgangspunt heeft. Vanuit de parkeernormennota wordt aangegeven dat de parkeerbehoefte op eigen terrein moet worden opgelost, er zou dus geen sprake moeten zijn van overloop. Hierbij moet worden aangemerkt dat in de huidige proefverkaveling de parkeerbehoefte van de voorzieningen nog niet zijn meegenomen.

A E B H D G

C

Coll. fietsenstalling: Voorzieningen of wonen: Wonen: Entree:

Ziegler | Branderhorst

895 m 600 m2 300 m2 540 m2

Reservering voor p.p. t.b.v. voorzieningen Bewonersparkeren: 161 p.p. Bezoekersparkeren: 47 p.p. Autodeelconcept parkeren: 8 p.p. Totaal: 216 p.p.

2

86

***

Aantekeningen: *8 deelautoplekken i.p.v. 40 bew. pp ** 1.047 plekken = 466 m2 fietsenstalling. De proefverkaveling voorziet ruimschoots in de vraag (zie bijlage voor rekenmethode) *** Fietsparkeren voor bezoekers vindt plaats in de openbare ruimte

6.3. Overgangen openbaar-privé

A

Doorsneden proefverkaveling

D B

C

Indicatie doorsneden

A. Doorsnede t.h.v. afrit Randweg

C. Doorsnede t.h.v. fietspad Dijkzichtlaan

B. Doorsnede t.h.v. plein W.F. Hermansstraat

D. Doorsnede t.h.v. Delftplein

Ziegler | Branderhorst

88

7. Vervolg Vervolgstappen vaststellen document: • Juli: collegebesluit gemeente Velsen en Haarlem m.b.t. vrijgeven concept PvEL voor inspraak • Sept: start inspraak • Okt: eind inspraak, start beantwoording inspraak en aanpassen PvEL • Nov: Definitief PvEL gereed • Dec: besluit Colleges Velsen en Haarlem • 2024: besluit gemeenteraden Velsen en Haarlem De ontwikkeling doorloopt de fases van het Haarlems Ruimtelijk Planproces. Na het vaststellen van het Programma van Eisen van de Leefomgeving door beide gemeenteraden worden de kaders voor de verdere uitwerking opgesteld. De planning is globaal als volgt:

Fase

Product

Definitiefase

•

Onderzoek mogelijke omgang gemeentegrens Raad

2025

Ontwerpfase

• • • • •

Verkoopvoorwaarden inclusief criteria Stedenbouwkundig plan Inrichtingsplan openbare ruimte Omgevingsplan Ontwerp gebouwen

2025 2025 2026 2026 2027

Ziegler | Branderhorst

Bevoegdheid Planning

90

B&W B&W B&W Raad

Bijlagen Bijlage 1: Bijlage 2: Bijlage 3: Bijlage 4: Bijlage 5: Bijlage 6: Bijlage 7: Bijlage 8: Bijlage 9:

Kabels en leidingen Eigendomsituatie Afweging fietsroutes Delftplein Vergaderverslag Klankbordgroep Delftplein NEN-conditiemeting bomen Quickscan ontwikkeling Delftplein mobiliteit Bezonningsstudie Zicht vanuit Delftwijk op proefverkaveling Overzicht cijfers proefverkaveling

Ziegler | Branderhorst

92

Nutsbedrijf Pwn PWN Liander

ID

Kabel / leiding water AC leiding water PVC leiding laagspanning Gas hoge druk 160 PE 100 17.4 bar gas lage druk ligt aan Middenspanning MS trafo en kabel laagspanning openbare verlichting

VW telecom KPN Tele2

datakabel datatransport datatransport

Ziggo gemeente Haarlem

datatransport Riool druk persrriool datatransport laagspanning (OV) vrijverval 1250 mm beton riool druk persriool laagspanning riool laagspanning

gemeente Velsen prov NH

locatie fietspad doorgaand fietspad doorgaand afsluiters bestaande gebouw Dijkzichtlaan ligt aan zuidzijde weg bestaande gebouw Dijkzichtlaan langs fietspad leiding nbaij bestaand gebouw boring noordwest hoek langs fietspad en zuidkant langs wf Hermanslaan

knelpunt Opmerking vrije zon 10 m weerzijde leiding overleg mag naar 15 m vrije zon 10 m weerzijde leiding zie verslag

langs Dijkzichtlaan en gebouw HPE VRI lussen VRI ten noorden van Wf Hermanslaan langs fietspad

mogelijk ja afhankelijk ontwerp langs fietspad geen direct raakvlak VRI installatie geen direct raakvlak VRI installatie ja loop ook onder prov. Weg door

? rotonde weg

Bijlage 1 Kabels en leidingen

Ziegler | Branderhorst

komt onder bebouwing geen direct raakvlak komt onder bebouwing

? mogelijk ja afhankelijk ontwerp nee

geen raak vlak nee nee

Bijlage 2 Eigendomsituatie

94

Afweging fietsroutes Delftplein Binnen het project Delftplein ligt een regionale en een stedelijke plusroute hebben lopen door het Delftplein. Hoe deze route precies door het gebied loopt is nog niet vastgelegd.

Verschillende opties Om het netwerk van de regionale plusroute volledig te maken is een geregelde oversteek over de Rijksstraatweg vanaf de Vondelweg nodig. Hoe de regionale route aansluit op de stedelijke route moet verder worden onderzocht. Optie 1: volledig ontvlochten fietsroute over Dijkzichtlaan met oversteek Rotondeweg + Ontvlochten fietsroute; aantrekkelijke route voor de fietser

Huidige situatie

Huidige oversteek niet wenselijk als onderdeel van een regionale plusroute.

Uitzoeken: Er loopt een belangrijke fietsroute over de Dijkzichtlaan. Dit is een verbinding in het regionale fietsnetwerk (regionale plusroute) tussen F205 (Velsen- Hoofddorp via de Vondelweg) en de F208 (Velsen- Heemstede langs de N208). In deze verbinding ontbreekt een directe oversteek over de Rijksstraatweg (fietsers steken nu met een omweg over bij de Gerard Revestraat). De huidige route heeft een oversteek bij de afslag van de N208 en de rotondeweg. Auto’s komen vanaf de N208 met een bocht en hebben mogelijk minder zicht. Deze oversteek is op deze manier niet wenselijk als onderdeel van een regionale plusroute. De Dijkzichtlaan is tevens onderdeel van de stedelijke plusroute langs de Rijksstraatweg richting Santpoort en Velsen. Data oversteek Rotondeweg huidige situatie • Snelheden: De gemeten snelheid op de Rotondeweg ter hoogte van de oversteek heeft een V85 van 46,4 km/u. Er geldt op dat punt een snelheidslimiet van 50 km/u. • Ongevallen: o vrijdag 30 oktober 2020 23:32: auto en fietser, delict fietser: zich zodanig gedragen dat gevaar/hinder op de weg ontstaat/kan ontstaan (ieder). o dinsdag 14 mei 2019 13:20: eenzijdig ongeval met scootmobiel o donderdag 9 juli 2015 20:09: Motor bestuurder en snorfiets bestuurder • Intensiteiten: In het gebied zijn geen tellingen. Daarom halen we de intensiteiten uit het fietsmodel.

Volgens model zijn er bijna 3000 fietsers per richting over het Dijkzichtstraat, die voornamelijk vanaf de Rijksstraatweg (4000 per richting) komen. Het fietsmodel is naar de randen van de gemeente toe minder nauwkeurig.

•

Onderzoeken hoe de inrichting van de oversteek van de Rotondeweg veiliger kan.

Optie 2a: Fietsroute langs Delftplein met gereguleerde oversteek + Veilige oversteek Rotondeweg voor fietsers van naar Vondelweg Minder aantrekkelijke fietsroute voor de fietser langs de autoweg Wachttijden voor fietser door gereguleerde oversteek: Verwachting is dat wachttijden beperkt zijn omdat de fietsroute parallel loopt aan de dominante autoroute Oversteek voor stedelijke fietsroute blijft over Rotondeweg.

Uitzoeken: • •

Onderzoeken hoe de inrichting van de oversteek van de Rotondeweg veiliger kan. Is er voldoende ruimte aan de westzijde van Delftplein voor de fietsroute?

Optie 2b: Oversteek bij VRI Delftplein dan afbuiging naar Dijkzichtlaan. +

Veilige oversteek voor fietsers van naar Vondelweg

± Deels aantrekkelijke ontvlochten fietsroute Wachttijden voor fietser door gereguleerde oversteek: Verwachting is dat wachttijden beperkt zijn omdat de fietsroute parallel loopt aan de dominante autoroute Oversteek voor stedelijke fietsroute blijft over Rotondeweg.

Conclusie: relatief weinig ongevallen geregistreerd. Mogelijk omdat de oversteek kort en overzichtelijk is. Veiligheid verder vergroten door de snelheid van het autoverkeer op de afrit verder te verminderen. Uitzoeken: •

Bijlage 3 Afweging fietsroutes Delftplein Ziegler | Branderhorst

96

Onderzoeken hoe de inrichting van de oversteek van de Rotondeweg veiliger kan.

Vergaderverslag Klankbordgroep Delftplein

Verkeer

Onderwerp

Klankbordgroep Delftplein

Datum vergadering

20 april 2023

Locatie

Delftwijk

Aanwezig

Dhr. Buysman, Dhr. Drost, Dhr Berkhout, Dhr Kessens, Mevr. Koudijs, Dhr Wijkhuise, Dhr. Miedema, Mevr. De Roos, Dhr. Ziegler, Dhr. Vd Grind, Dhr. Beekman, Dhr. Wessel, Dhr. Janssen, Mevr. Beenke, Mevr. De Visser

Afwezig

[Namen]

Zorg van de bewoners is de toegang van het gebied en het parkeren. Er wordt aandacht gevraagd voor de toename van drukte in de aangrenzende straten bij de te kiezen verkeersoplossing. De fietsroute door het gebied wordt intensief gebruikt, oversteek binnen het gebied van de fietsroute moet veilig zijn. Ook bij de oversteek over de afrit van de N208 voor de fietsers en de toegang van de woningen aan de Dijkzichtlaan voor auto’s is veiligheid een punt van aandacht. Tenslotte wordt over de noodzaak een dubbele rijbaan per rijrichting op Delftplein twijfels geuit omdat voor en na dit punt de wegen uit enkele rijbanen bestaan.

Verseon registratienr [#] Notulist

Mevr. De Visser

Overige In onderstaande vindt u het verslag van het gesprek met de klankbordgroep op 20 april 2023 en de terugkoppeling over wat er met uw inbreng is gedaan. Het verslag geeft niet woordelijk weer wat er besproken is, maar geeft een weergave van het gesprek aan de hand van besproken onderwerpen. Nogmaals dank voor de openheid van het gesprek en de informatie die u ons hebt gegeven.

• •

Aangegeven is dat de gemeentegrens die nu dwars door het te ontwikkelen gebied loopt nu geen onderwerp van gesprek is. Dat eerst wordt gewerkt aan het PvEL. Bij het slopen van de bestaande woningen voor statushouders worden de bewoners gespreid over de stad ondergebracht De overige vrije kavels rond Dijkzichtlaan maken geen onderdeel uit van deze planontwikkeling. Deze concentreert zich op het besproken gebied.

Inleiding

•

Na een kennismaking in december 2021 zijn enkele onderzoeken uitgezet, zoals naar de opgave voor dit project vanuit de inmiddels vastgestelde omgevingsvisie van Haarlem. Nu de onderzoeken zijn afgerond heeft het bureau Ziegler|Branderhorst hun werkzaamheden opgepakt. Zij hebben de eerder besproken visie aangepast naar aanleiding van de onderzoeken en zij werken deze nu uit in een Programma van Eisen van de Leefomgeving (PvEL). Na een korte introductie waarin is aangegeven dat wij het gesprek voeren om informatie op te halen geeft het bureau toelichting op de aangepaste visie en de uitwerking in het PvEL. Vanuit de klankbordgroep is op verschillende onderwerpen gereageerd op de presentatie.

Vervolg Het PvEL wordt aangevuld en aangepast. Indien deze concept gereed is wordt deze rond de zomer aangeboden aan de colleges van beide gemeentes om ter inzage te leggen. Iedereen krijgt dan de kans om te reageren op de plannen tijdens deze officiële inspraakprocedure.

Visie Bij de voorgestelde bebouwing worden de dichtheid van de gebouwen en de hoogtes van de gebouwen als zorgpunten benoemd. De zorg zit in het uitzicht, de vraag of er straks nog wel genoeg zon bij de woningen komten in een beklemmend gevoel van het wonen in een stedelijke omgeving. De inrichting van de openbare ruimte wordt als positief gezien, de huidige inrichting geeft overlast. Met de komst van bewoners in dit gebied neemt de sociale controle mogelijk toe.

Programma van Eisen van de Leefomgeving (PvEL) Opgemerkt wordt dat het toepassen van baksteen voor de woningen de voorkeur heeft. Het nu aanwezige beton in de wijk vervuilt sterk, wat een negatief gevolg heeft voor de uitstraling en sfeer in de wijk. Gevraagd wordt om bij de aanplant van nieuw groen te investeren in meer volgroeide bomen of voor de planontwikkeling uit bomen te planten, zodat deze het zicht al (deels) wegnemen bij het opleveren van de woningen en direct groen kwaliteit aanwezig is. Langs de randweg en de driehoek achter de woningen aan de Dijkzichtlaan zijn genoemd als mogelijke locaties om bomen toe te voegen.

Bijlage 4 Vergaderverslag Klankbordgroep Delftplein Ziegler | Branderhorst

1/5

98

Vergaderverslag Klankbordgroep Delftplein

2/5

Terugkoppeling Naar aanleiding van het gesprek met de klankbordgroep heeft het bureau Ziegler|Branderhorst de opmerkingen onderzocht. In onderstaande een overzicht van de reactie van het bureau per onderwerp: Uitzicht en bezonning: ‘’Vermijd zoveel mogelijk belemmering van uitzicht en houdt rekening met bezonning.’’ Bij de locatiekeuze van gebouwen en de bouwhoogtes is rekening gehouden met een logische overgang in Delftwijk en de bebouwing aan de Dijkzichtlaan, deze is zorgvuldig afgewogen. Daarop is een Ook is een bezonningsstudie uitgevoerd en is nauwkeurig gekeken of de nieuwe bouwvolumes geen overmatige schaduwwerking hebben.

Verkeersdrukte organiseren: ‘’Nieuwe bewoners betekent nieuwe drukte, voor de toegang van het gebied en het parkeren.’’ De ontwikkeling van een nieuw woonbuurtje gaat per definitie gepaard met een toename aan verkeersbewegingen. In het PvEL wordt echter zoveel mogelijk vastgelegd om het effect op de buurt van toegenomen verkeer zoveel mogelijk te beperken. Zo wordt uitsluitend de W.F. Hermansstraat gebruikt om de nieuwe buurt te ontsluiten en wordt verkeer zo snel mogelijk de parkeergarages ingeleid. Het parkeren voor de nieuwe buurt vindt volledig op het eigen terrein plaats. Fietsen veiliger maken: ‘’De fietsroute door het gebied wordt intensief gebruikt, dat moet veiliger kunnen.’’ Naar aanleiding hiervan is gekozen om de nieuwe auto ontsluiting niet meer samen te laten vallen met de fietsroute door het gebied heen, in het verlengde van de Dijkzichtlaan. In plaats daarvan kruist de auto ontsluiting eenmalig de fietsroute en wordt de fietsroute autovrij.

Lucht en ruimte: ‘’Vermijd een beklemmend gevoel van het wonen in een stedelijke omgeving. Intensiteit en hoogte van bebouwing spelen hierbij een rol.’’ Het (uit)zicht en het gevoel van ruimte is inzichtelijk gemaakt door middel van enkele gemaakte perspectieven van het uitzicht vanuit de flat aan de W.F. Hermansstraat. Hierbij wordt geacht voldoende afstand en vrije ruimte te hebben gecreëerd. Wel zal de situatie voor de huidige bewoners veranderen. Waar zij nu aan een open rand wonen, zullen zij in de toekomstige situatie meer aan een groen plein wonen. In het PvEL is opgenomen dat een verjonging in de bouwmassa mogelijk is, waardoor er verschillende afwegingen tussen bouwhoogte in relatie tot rankheid van de gebouwen mogelijk zijn. Groene steivige openbare ruimte: ‘’Groene ruimte ook voor omwonenden, zorg voor condities waardoor sociale controle toeneemt.’’ In de ruimtelijke randvoorwaarden voor de ontwikkeling is veel ruimte voor groen, minimaal 40 tot 50%. Dit betreft openbaar toegankelijk groen, voor zowel de nieuwe- als huidige bewoners. Ook is in het PvEL opgenomen dat levenloze en sociaal onveilige plinten voorkomen moeten worden. Een plint is de begane grond van een gebouw. Zo is er op cruciale plekken ruimte voor woningen op de begane grond opgenomen zodat voldoende ‘’ogen op straat’’ geborgd zijn. Duurzaam materiaalgebruik: ‘’Gebruik materialen die mooi oud worden.

Dit is positief voor de kwaliteit binnen de wijk.’’ In de beeldkwaliteitseisen van de architectuur is gebruik van gemetseld materiaal, dat mooi verouderd, opgenomen. Vroege aanplant van groen: ‘’Investeer in meer volgroeide bomen of plant kleinere bomen alvorens de ontwikkeling wordt ingezet zodat bij oplevering reeds grotere bomen als buffer en kwaliteit aanwezig zijn.’’ We streven er naar om het driehoekige perceel achter de Dijkzichtlaan, waar de rij met populieren staat, verder te vergroenen. Het streven is ook om dit al op een vroeg moment te doen zodat er bij oplevering van de nieuwe woonbuurt daar reeds een robuust groen beeld is ontstaan.

Vergaderverslag Klankbordgroep Delftplein

Ziegler | Branderhorst

3/5

100

Vergaderverslag Klankbordgroep Delftplein

4/5

Condities van de bomen binnen plangebied PvEL, uit de NEN inspectie van alle Haarlemse bomen. • Roze stippen: Bomen met een goede conditie (score 2). • Groene stippen: Bomen met een matige conditie die verbeterd kan worden (score 3, m.a.w. het is de investering waard om de omstandigheden voor de boom te verbeteren, zodat de conditie ook verbeterd wordt). Totaal overzicht van de zes scores die behaald kunnen worden: 1. uitstekende conditie (geen knelpunten binnen 15 jaar) 2. goede conditie (geen knelpunten binnen 15 jaar) 3. matige conditie die verbeterd kan worden (het is de investering waard) (oplosbare knelpunten binnen 15 jaar) 4. matige conditie die niet meer reageert op groeiplaatsverbetering 5. slechte/zeer slechte conditie 6. dode of onwenselijke boom

Bijlage 5 NEN-conditiemeting bomen Ziegler | Branderhorst

102

Geen van de bestaande bomen zijn 50 jaar of ouder en daarmee op moment van schrijven beschermwaardig. Één van de bomen is momenteel 43 jaar, deze komt in de buurt van het verkrijgen van een beschermwaardige status op basis van leeftijd. Het gaat om de gewone esdoorn aan de zuidkant van het plangebied. Voor niet-beschermwaardige bomen geldt het uitgangspunt dat deze behouden worden, tenzij met een Bomen Effect Analyse wordt aangetoond dat behoud echt niet mogelijk is. Er dient altijd voor de inpassing gekozen te worden waarmee zo veel mogelijk bomen met goede conditie behouden kunnen blijven.

Ontwikkeling Delftplein, gevolgen voor mobiliteit In deze memo betreft een “quick-scan” naar de gevolgen van de ontwikkeling Delftplein op het gebied van mobiliteit. Kan de bestaande verkeerssituatie deze ontwikkeling opvangen of dienen er aanvullende maateregelen genomen te worden. Met de ontwikkeling Delftplein worden ca: • •

maximaal 400 woningen, waarvan ruim de helft als sociale woningen zullen worden; maximaal 600 m2 BVO buurtgericht wijkvoorzieningen of werkplekken.

Om deze ontwikkeling mogelijk te maken worden enkele bestaande voorzieningen verwijderd: • •

160 tijdelijke huisvesting (zelfstandige wooneenheden) Ca 520m2 stadstuinen.

Te verwachte verkeersgeneratie Op basis van de CROW-publicatie “Toekomstbestendig parkeren - Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie” kan de verkeersgeneratie van deze ontwikkeling berekend worden. De volgende uitgangspunten worden gehanteerd (vertaling programma naar systematiek richtlijn): • • • •

Stedelijkheidsgraad, zeer stedelijk. Gebied, schil centrum. Is conform gebiedsindeling Nota parkeernormen Programma: 400-160=240 “Huur, appartement, midden/goedkoop (incl. sociale huur)” met een verkeersgeneratie van 1,15 per woning per dag 600m2 kantoren zonder baliefunctie (verkeerskundig worst-case) met een verkeersgeneratie van 2,2 per 100m2 30 volkstuinen met een verkeersgeneratie van 1,1 per 10 tuinen.

De te verwachte verkeersgeneratie is (240*2,2)+(6*1,15)-(3*1,1)=532 voertuigen per etmaal dat neer komt op een toename van 53 voertuigen in de spits. Te verwachte verkeersintensiteiten 2040 gebied Met het Regionaal Verkeersmodel Noord-Holland Zuid 3.2, kan een inschatting gemaakt worden van de te verwachte verkeersintensiteiten. Onderstaand zijn 2 figuren naast elkaar weergegeven, nl: de verkeersintensiteiten in 2018 en de prognose voor 2040. In de prognose zijn autonome ontwikkelingen en vastgesteld beleid meegenomen. Ook is in de figuren de kruispuntbelasting weergegeven. In de prognose is de ontwikkeling Delftplein niet meegenomen. De getoonde verkeersintensiteiten zijn van een avondspits van 2 uren. Kijkend naar de verkeersprognose van de ontwikkeling Delftplein heeft deze een zeer marginaal effect hebben op de aangrenzende wegen. De aangrenzende wegen en kruispunten worden de komen jaren drukker maar hebben nog restcapaciteit. Wel zijn er op de Vondelweg, Delftplein en Hoofdstraat zowel in 2018 als 2040 kruispunten die tegen hun capaciteit zitten (boven 85%). Dit is echter niet het directe gevolg van deze ontwikkeling.

Bijlage 6 Quickscan ontwikkeling Delftplein mobiliteit Ziegler | Branderhorst

104

21 maart (wintertijd)

23 september (zomertijd)

9:00

12:00

9:00

12:00

15:00

18:00

15:00

18:00

21 juni (zomertijd)

22 december (wintertijd)

9:00

12:00

9:00

12:00

nvt. zon is onder

Bijlage 7 15:00 Bezonningsstudie Ziegler | Branderhorst

18:00

106

15:00

18:00

Zicht vanuit Delftwijk op proefverkaveling

Voor de beoogde compositie zoals opgenomen in de proefverkaveling is aandachtig ontworpen op de relatie tussen nieuwe en bestaande bebouwing. In deze mogelijke verkaveling is getracht een balans te vinden tussen het algemeen belang (vraag woonprogramma) en die van de leefkwaliteit van de huidige bewoners. In de beoogde situatie grenst het bestaande appartementsgebouw aan de W.F. Hermansstraat aan een groen plein. Om dit groene plein is ook nieuwe bebouwing gesitueerd. Naar verwachting zal sociale controle en verblijfskwaliteit in het plangebied toenemen.

Bijlage 8 Zicht vanuit Delftwijk op proefverkaveling Ziegler | Branderhorst

108

Invulbaar: Indeling Blokken per laag

Blok A B C D

Fase 1 E F G H

Fase 2

Resultaat: Totaal programma

Opp. tussenliggende Opp. atrium t.b.v. bouwlaag t.b.v. woningen collectieve ruimte, stijgpunten etc. excl. Atrium

Opp. bovenste bouwlaag met terugliggende gevelllijn

Bouwlaag BVO Atriumlaag BVO Setbacklaag BVO Garagelaag Footprint BVO (m2) (m2) (m2) (m2) (aantal) 5,0 775 650 125 500 6,0 1.885 650 115 430 8,0 620 380 5,0 870 700 165 480

Programma Woonlaag volledig Woonlaag setback laag 1 3 1 1 4 1 1 6 1 1 3 1

5,0 8,0 6,0 5,0

1 1 1 1

3.530

2.620

405

1.790

1.570

710 500 660 610

150

480 310 450 430

790 710

3.070

130 100

2.480

380

1.670

3 6 4 3

Resultaat: Totaal programma

Totale footprint tbv parkeeroplossing, fietsgarage etc.

1 1 1 1

1 1 1 1

4.880 3.510 4.530 3.370

Fase 1 E F G H

Fase 2

200

600 0 650 400

200

16.290

3.070

400

1.650

34.015

6.600

600

3.385

3.530

200

5,0 8,0 6,0 5,0

0

200

1.735

600 0

12.260

Opp. tussenliggende 790 200 Opp. atrium t.b.v.650 bouwlaag t.b.v. woningen collectieve ruimte, 710 stijgpunten etc. 400 excl. Atrium

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14385441/2