CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Bestemmingsplan Beatrixplein

gemeenteraad 25 april 2024, gemeente HaarlemBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Beatrixplein24.761 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

langs de Groene as. 17 bomen hebben een zeer slechte conditie. Het gaat om bomen waarvan de kroon (grotendeels) is afgestorven). Bijvoorbeeld: een deel van gekandelaberde paardenkastanjes heeft een nagenoeg afgestorven kroon.

4.11.3.1 Monumentale bomen Vanaf 2015 bieden Haarlemse bestemmingsplannen bescherming aan de groeiplaatsen van monumentale en waardevolle bomen. Als er in dit bestemmingsplan gesproken wordt over monumentale bomen worden daarmee monumentale én waardevolle bomen bedoeld. De bescherming van de monumentale boom zelf is geregeld in een gemeentelijke verordening. Voor dit bestemmingsplan zijn alle monumentale en waardevolle bomen en hun groeiplaats in het plangebied geïnventariseerd. Een boom kan als monumentaal zijn aangewezen als deze voldoet aan één of meer van de volgende criteria: de boom is minimaal 50 jaar oud, van cultuurhistorisch belang, het is een bijzondere soort of een herdenkingsboom. De vastgestelde monumentale bomen staan op de monumentale bomenlijst van Haarlem. Dit bestemmingsplan legt groeiplaatsen voor monumentale bomen vast die in de openbare ruimte staan. Groeiplaatsen van bomen op particuliere terreinen die voldoen aan de criteria om monumentaal te worden, zijn niet opgenomen. Hiervoor geldt dat er nog geen beleid is vastgesteld en dat er ook (nog) geen afspraken zijn gemaakt met de eigenaren van de gronden waar deze monumentale bomen staan. Om de groeiplaats te kunnen bepalen is voor alle monumentale bomen in de openbare ruimte de te verwachten maximale kroonprojectie onderzocht.

Dit is de maximale oppervlakte van de kroon gemeten in het horizontale vlak van een volgroeide boom. Deze is bepaald door onderzoek naar maximale groeiverwachting en afhankelijk van het type boom, de huidige leeftijd en de groeiomstandigheden van de bomen. In het bestemmingsplan is voor deze groeiplaatsen de dubbelbestemming 'Waarde - Groeiplaats monumentale boom' opgenomen. Binnen deze dubbelbestemming geldt een bouwverbod en is een omgevingsvergunning nodig voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden (aanlegvergunning). Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen om af te wijken van het verbod om te bouwen als de aanvrager met een groentoets aantoont dat de groeiplaats van de monumentale boom niet onevenredig wordt aangetast. Opname van de groeiplaatsen van monumentale bomen in bestemmingsplannen is maatwerk. Hierbij wordt onder andere rekening gehouden met bestaande bouw- en gebruiksmogelijkheden op particuliere gronden. De dubbelbestemming 'Waarde - Groeiplaats monumentale boom' valt daarom niet over particuliere gronden heen.

69

bestemmingsplan "Beatrixplein" (vastgesteld)

Het plangebied met de onderzoeksbomen. De groene punten geven de stamposities van de onderzochte bomen weer. Bomen met een monumentaal karakter hebben een rode punt met groene cirkel eromheen. Grijze punten zijn stobben of niet aanwezige bomen. De rode lijn is de projectgrens.

4.11.3.2

Effect ontwikkeling op het groen

Werkzaamheden en knelpunten De belangrijkste werkzaamheden waar de bomen hinder van zullen ondervinden, zijn: Slopen van gebouwen. Realiseren van de nieuwbouw. Aanleg van de parkeerkelder, waarbij bronbemaling nodig is. Verwijderen van bestaande verharding op locaties met oppervlakkige wortels. Uitgraven van de wadi’s en aanleg drainagevoorziening. Veranderde waterstand door wadi’s en drainage. Knelpunten De volledige standplaats van de boom moet plaatsmaken voor nieuwbouw. Verlies kroonvolume vanwege de benodigde werkruimte tijdens de bouw/sloopwerkzaamheden. Verdroging door bronbemaling tijdens het groeiseizoen. Wortelsterfte als gevolg van bodemverdichting door het rijden met zware machinesen ophoping van grond binnen de kroonprojectie. Verlies van wortelvolume door graafwerkzaamheden. Schade aan de stam, stamvoet en (stabiliteits)wortels door 70

bestemmingsplan "Beatrixplein" (vastgesteld)

graafwerkzaamheden.Door beschadiging van bastweefsel kan het transport van water en voedingstoffen in de boom onderbroken of belemmerd worden. Bij schade aan het houtweefsel kunnen invalspoorten ontstaan voor houtrotveroorzakende schimmels. Verhoging of verlaging van de grondwaterstand door de wadi’s of drainage kan tijdens het groeiseizoen leiden tot afsterving van wortels. Volgens het ontwerp wordt het zo ingericht dat maximaal 48 uur water in de wadi’s blijft staan. Als dit incidenteel voorkomt is dit geen noemenswaardig knelpunt. De waterstand wordt tijdens natte periodes wordt maximaal 70 cm beneden maaiveld. Dit is gunstiger dan onder de huidige omstandigheden. 4.11.4

Conclusie De bomen met een voldoende of matige projectinvloed zijn duurzaam te behouden door te werken volgens de algemene randvoorwaarden en adviezen. Bomen met een onvoldoende projectinvloed kunnen duurzaam worden ingepast door de wadi’s zo te ontwerpen dat zo min mogelijk wortels verloren gaan. Dit kan door de wadi aan te leggen op plekken waar nu asfalt ligt en in ieder geval niet te graven binnen de stabiliteitskluit. Bij bomen waar een deel van de kroon verloren gaat ten behoeve van de werkruimte, moet vooraf bepaald worden welke ruimte nodig is. De snoei dient te worden uitgevoerd door een ETW-er (European Tree Worker). Bomen met een slechte of zeer slechte projectinvloed staan te dicht op de nieuwbouw of zelfs volledig binnen de nieuwbouw. Deze bomen kunnen alleen behouden worden als de nieuwbouw verschoven wordt. Specifieke maatregelen Bestaande verharding op locaties met wortelopdruk verwijderen onder toezichtvan een boomtechnisch deskundige. Het ontwerp van de wadi’s moet worden afgestemd op de te behouden bomen. Er is voldoende ruimte binnen de Groene as. Op plekken waar bomen staan die vanwege hun slechte toekomstverwachting niet behouden kunnen blijven, kan de ruimte worden benut om de wadi breder te maken. Geen graafwerkzaamheden binnen de stabiliteitskluit. De diameter van de stabiliteitskluit is de stamdiameter x 8.

Verlies van ondergrondse groeiruimte kan worden gecompenseerd door de kwaliteit van de resterende groenstrook te verbeteren. Bij bomen in verharding kan pneumatische groeiplaatsverbetering (luchtcompressiemethode) worden toegepast om de bodem luchtiger te maken (met name de bovenste 50 cm). Bij bomen in open grond adviseren we een organische mulchlaag aan te brengen rond de stamvoet.

4.12 Natuurwaarden 4.12.1

Inleiding Toetsingskader Het beschermingsregime betreffende soorten (flora en fauna) is opgenomen in hoofdstuk 3 van de Wnb. De verbodsbepalingen zijn hierbij afhankelijk gesteld 71

bestemmingsplan "Beatrixplein" (vastgesteld)

van de soort (en daarmee de opname van die soort op de diverse lijsten) en de voorgenomen handelingen. Bovendien is een algemeen geldende zorgplicht opgenomen om handelingen achterwege te laten of maatregelen te treffen, om te voorkomen dat nadelige gevolgen ontstaan voor in het wild levende dieren en planten. Conform de Wet natuurbescherming is de initiatiefnemer bij ruimtelijke ingrepen verplicht op de hoogte te zijn van mogelijke voorkomende beschermde soorten binnen het plangebied. Vanuit die kennis dienen plannen en projecten getoetst te worden aan eventuele strijdigheid met de verbodsbepalingen uit de Wnb. Conform vaste jurisprudentie kan een plan worden vastgesteld indien aannemelijk wordt gemaakt dat het aspect flora en fauna niet aan de uitvoerbaarheid van het plan in de weg staat. 4.12.2

Onderzoek Ten behoeve van de ontwikkeling Beatrixplein is een natuurtoets uitgevoerd, bijgevoegd als Bijlage 18 bij deze toelichting. Het onderhavige plangebied maakt deel uit van het onderzoeksgebied van de natuurtoets. Het onderzoek heeft tot doel om in te schatten of er op de onderzoekslocatie planten- en diersoorten aanwezig zijn die volgens de Wet natuurbescherming een beschermde status hebben en die mogelijk negatieve gevolgen kunnen ondervinden door de voorgenomen ingreep.

4.12.3

Conclusie Er zijn geen beschermde functies van vogels met jaarrond beschermde nesten, kleine marterachtigen of vleermuizen vastgesteld binnen het projectgebied. In de directe omgeving van het projectgebied zijn vier baltsterritoria van de gewone dwergvleermuis vastgesteld waarvan de bijbehorende paarverblijfplaatsen in de bebouwing buiten het projectgebied verwacht wordt voor te komen. In de directe omgeving van het projectgebied is essentieel leefgebied en zijn er enkele nestlocaties van de huismus aangetroffen. De aanvraag van een ontheffing inzake de Wet natuurbescherming wordt niet noodzakelijk geacht. Het wordt geadviseerd om voor de werkzaamheden een ecologisch werkprotocol op te stellen ten aanzien van algemene broedvogels en vrijgesteld amfibieën en zoogdieren.

4.13 Stikstof 4.13.1

Inleiding Gelet op de Wet natuurbescherming en de Beleidsregels natuurbescherming van de provincie Noord-Holland mag een plan alleen worden vastgesteld indien er geen significante gevolgen zijn voor een Natura 2000-gebied. Stikstofemissie wordt veroorzaakt door verkeer, mobiele werktuigen, het houden van vee, mest, etc. Als gevolg daarvan kan stikstofdepositie plaatsvinden op grote afstand van de bron. Projecten waarbij tijdens de uitvoering meer dan 0,00 mol/ha/jaar stikstofdepositie plaatsvindt op een Natura 2000-gebied zijn natuurvergunningplichtig. Projecten waarbij het gebruik 72

bestemmingsplan "Beatrixplein" (vastgesteld)

resulteert in een toename van meer dan 0,00 mol/ha/jaar stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied is niet toegestaan. Om te bepalen wat de toename door het gebruik is, wordt het toekomstige plan vergeleken met de feitelijke, legale, planologische situatie van het huidige plan.

4.13.2

Onderzoek Met behulp van het rekenprogramma AERIUS Calculator 2023 zijn de effecten m.b.t. stikstofdepositie als gevolg van de voorliggende ontwikkeling in beeld gebracht. Er zijn drie berekeningen uitgevoerd, waarvan twee verschilberekeningen, waarbij de emissies van de realisatiefase en de gebruiksfase zijn vergeleken met de emissies van de referentiesituatie. Voor de voorgenomen ontwikkeling toont AERIUS Calculator voor de realisatiefase en de gebruiksfase vergeleken met de referentiesituatie nergens een verschil groter dan 0,00 mol/ha/jaar. Zie voor de resultaten ook Bijlage 19.

4.13.3

Conclusie Uit de berekeningen van de realisatiefase en gebruiksfase blijkt dat het voornemen niet leidt tot een toename van stikstofdepositie ter plaatse van enig Natura 2000-gebied. Significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden ten gevolge van stikstofdepositie zijn daarmee uitgesloten. Het aspect stikstofdepositie staat verdere besluitvorming derhalve niet in de weg.

4.14 Vliegverkeer 4.14.1

Inleiding Vanaf 20 februari 2003 is het Luchthavenindelingbesluit Schiphol (LIB) van kracht, welke nadien enkele malen is gewijzigd. Dit besluit wijst rond het luchthavengebied een beperkingengebied aan. Binnen dat gebied gelden regels voor beperkingen van bestemming en gebruik van grond. Het gaat om beperkingen voor bebouwing, hoogte en het realiseren van vogelaantrekkende bestemmingen, vogelaantrekkend gebruik, windturbines en lasers. Deze paragraaf gaat in op deze beperkingen en eventuele gevolgen voor dit bestemmingsplan.

4.14.2

Onderzoek Bebouwing en gebruik Binnen het plangebied gelden geen beperkingen voor bebouwing en het gebruik daarvan als bedoeld in artikel 2.2.1 tot en met 2.2.1.e van het LIB voor het externe veiligheidsrisico en de geluidbelasting door het luchthavenverkeer. Het plangebied ligt namelijk niet in een aan- en uitvliegroute van het vliegverkeer en daarnaast op een te grote afstand van de luchthaven. Hoogte Voor het hele plangebied gelden wel hoogtebeperkingen op basis van de artikelen 2.2.2 en 2.2.2a van het LIB. De hoogtebeperkingen zorgen ervoor dat

73

bestemmingsplan "Beatrixplein" (vastgesteld)

vliegtuigen op een veilige manier van en naar de luchthaven Schiphol kunnen vliegen. De maximaal toegestane hoogte op grond van artikel 2.2.2 bedraagt circa 41 meter NAP. Deze bouwhoogte wordt niet overschreden. Vogelaantrekkende bestemmingen en vogelaantrekkend gebruik In het hele plangebied is het niet toegestaan om vogelaantrekkende bestemmingen en vogelaantrekkend gebruik mogelijk te maken volgens het LIB. Dit voorkomt concentraties vogels in de nabijheid van de luchthaven die hinderlijk kunnen zijn voor liegtuigen. Onder vogelaantrekkende bestemmingen en vogelaantrekkend gebruik wordt verstaan: industrie in de voedselsector met extramurale opslag of overslag; viskwekerijen met extramurale bassins; opslag of verwerking van afvalstoffen met extramurale opslag of verwerking; natuurreservaten en vogelreservaten; moerasgebieden en oppervlaktewateren groter dan 3 hectare. Dit bestemmingsplan maakt geen vogelaantrekkende bestemmingen en vogelaantrekkend gebruik mogelijk. Windturbines en lasers Rondom de luchthaven Schiphol wijst het LIB een toetszone aan waarin extra beperkingen voor windturbines en vaste laserinstallaties gelden. Deze regels moeten hinder voor landend en startend vliegverkeer voorkomen en een goede werking van de luchtverkeersapparatuur waarborgen.

Windturbines kunnen hierop namelijk van extra invloed zijn door onder andere hun hoogte en de aanwezigheid van bewegende delen. Het gebruik van laserinstallaties met een bepaalde lichtintensiteit op de grond en in de directe omgeving van Schiphol kan de vliegveiligheid ook beïnvloeden. Voor nieuwe windturbines geldt een maximaal toegestane tiphoogte van 35 meter of bij plaatsing van een dakturbine op een gebouw een maximale tiphoogte van de turbine van 5 meter waarbij de hoogte van het gebouw inclusief de tiphoogte van de turbine de 35 meter niet mag overschrijden. Uiteraard blijven daarnaast de eerder genoemde hoogtebeperkingen gelden. Afwijking van één van de hoogtebeperkingen is niet toegestaan tenzij een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 8.9 van de Wet luchtvaart is verkregen. Ook voor nieuwe laserinstallaties met een bepaalde lichtintensiteit binnen de toetszone is een dergelijke verklaring van geen bezwaar nodig. Voor dit bestemmingsplan hebben de extra beperkingen geen gevolgen omdat de bouw- en gebruiksmogelijkheden die het bestemmingsplan biedt voldoen aan de gestelde beperkingen c.q. niet zien op windturbines/ lasers.

74

bestemmingsplan "Beatrixplein" (vastgesteld)

4.14.3

Conclusie Het bestemmingsplan is in overeenstemming met het LIB. De maximale bouwhoogte van het gebouw is gelegen onder de max. toegestane hoogte op grond van het Lib.

4.15 Bezonning 4.15.1

Inleiding Als het project vanwege een toename of verandering van het bouwvolume gevolgen heeft voor de bezonningssituatie op de omliggende percelen, is het van belang dat een bezonningsstudie wordt overlegd waarin het verschil in bezonning ten opzichte van de bestaande en/of planologische toegestane situatie tot uitdrukking wordt gebracht. De bezonningsstudie dient daarbij op minimaal vier dagen verspreid over het jaar op minimaal vier tijdstippen op een dag inzichtelijk te worden gemaakt. Daarbij dienen in ieder geval de langste en de kortste dag te worden meegenomen en daarnaast nog twee daartussen liggende dagen. Er wordt getoetst aan de TNO-norm (licht en zwaar)

4.15.2

Onderzoek Voor het project Beatrixplein in Haarlem heeft de De Zwarte Hond een stedenbouwkundige zon- en schaduw-impactstudie laten uitvoeren door OMRT (Bijlage 20). Het doel van het onderzoek is om de zon- en schaduw-impact in het projectgebied te onderzoeken en of het plan daarmee voldoet aan de TNO-norm. Resultaten De meeste woongebouwen rondom het perceel hebben een beperkte vermindering van zonuren door de nieuwbouwvolumes. De TNO norm wordt vrijwel overal behaald. Qua aantal zonuren heeft de nieuwbouw de grootste invloed op het noordelijke deel van de kavel. Daarnaast is er aan de westkant, met name op de straat en deels op de woninggevels een vermindering van zonuren. Een deel van de gebouwen aan de noordzijde van het perceel heeft geen woonfunctie, waardoor voldoen aan de TNO-norm niet vereist is. De westgevels van woningen langs de Kromhoutlaan ten noorden van het kavel hebben op 19 februari minder dan 2 uur zon. De enkelzijdige woningen aan deze gevels voldoen niet aan de norm. De nadere schaduwstudie toont dat de impact op deze gevels vooral in de wintermaanden is, met een lagere zonnestand en kortere dagen. Rond maart en september is de invloed beperkt tot enkele woningen. Tussen maart en half september heeft het hoogte-accent geen invloed op deze woningen.

Omdat de invloed van de nieuwbouw beperkt is kan de gemeente concluderen dat een aanpassing van het plan niet vereist is. Woningen beïnvloed door de nieuwe volumes die wel aan de norm voldoen:

75

bestemmingsplan "Beatrixplein" (vastgesteld)

Woningen langs de Prins Bernhardlaan ten westen van het perceel Woningen langs de Pr. Beatrixdreef in het zuidelijke deel van het perceel Woningen langs de Vincent van Goghlaan, in de wijk Zuidoost Woningen op het perceel langs de Vincent van Goghlaan 4.15.3

Conclusie Het plan kan in voldoende mate bezonning garanderen. Hiermee is sprake van een acceptabel woon- en leefklimaat.

4.16 Windhinder

4.16.1

Inleiding Voor de ontwikkeling van het Beatrixplein in Haarlem heeft de Zwarte hond een stedenbouwkundig windonderzoek laten uitvoeren door OMRT. Het doel van het onderzoek is om het windklimaat in het projectgebied te onderzoeken en windcomfortkwaliteitsklassen vast te stellen, gericht op de locatie van de entrees van het gebouw. Windhinder is een indicatie van hoeveel wind een invidu zal ervaren. Het ervaren van windhinder is afhankelijk van de activiteit die men onderneemt; de kans op hinder bij een bepaalde windsnelheid is bij stilzitten groter dan bij het lopen. Onderstaande tabel uit de NEN8100 laat zien hoe goed of slecht een windklimaat is, afhankelijk van de acitiviteit. Windhinder is acceptabel, zolang deze niet te vaak voorkomt. Een matig of slecht windlimaat kan worden opgelost door gevoelige functie te verplaatsen, of door maatregelen te nemen die het windklimaat beïnvloeden. Op plaatsen waar regelmatig mensen komen, moet ten allen tijde wingevaar worden voorkomen. Windgevaar kan optreden vanaf een snelheid van 15 m/s. De kwalificatie van windgevaar verwijst naar de kans op het overschrijden van een hoge windsnelheid. Windgevaar is onafhankelijk van acitiviteit.

76

bestemmingsplan "Beatrixplein" (vastgesteld)

Wettelijke normen en eisen Er zijn geen formele landelijke eisen voor windhinder en windgevaar in de gebouwde omgeving. Wel kunnen gemeenten richtlijnen opstellen met betrekking tot windhinder en windgevaar. Regelmatig wordt de NEN8100 'Windhinder en windgevaar in de gebouwde omgeving' als uitgangspunt genomen, waarbij de kans op overschrijding van referentiesnelheden wordt gerelateerd aan een comfortklasse. De NEN8100 maakt onderscheid tussen windhinder en windgevaar. 4.16.2

Onderzoek Het gebied is voornamelijk onderhevig aan zuidwestelijke windstromingen. Dit is duidelijk zichtbaar in zowel de windrooskaart (afbeelding hieronder) als de gewogen gemiddelde windsnelheidskaart (21), die hogere waarden voor deze richting benadrukt (zuidenwinden worden ook geaccentueerd door de grote open ruimte aan de zuidkant van het perceel).

Windroos Beatrixplein

77

bestemmingsplan "Beatrixplein" (vastgesteld)

Resultaten Windhinder Grote C/D-kwaliteitsgebieden in het zuidelijke deel van het perceel en nabij het meest zuidelijke projectgebouw, veroorzaakt door het groet meer en de afwezigheid van bebouwing in het gebied. Rondom de noordblokken vertonen sommige gevels, vanwege hogere projectgebouwen, klasse B- en gedeeltelijk klasse C-gebieden. Bij het plaatsen van entrees dient het C-gebied te worden vermeden, aangezien dit geen ideaal klimaat is voor langdurig verblijf. De projectgebouwen in het centrale deel van het perceel hebben een goed windklimaat, maar langs de Prins Bernhardlaan heerst overwegend klimaat B, met gedeeltelijk klimaat C in specifieke gebieden. Er treedt geen windgevaar op in het projectgebied, mede door de afwezigheid van zeer hoge gebouwen die de gemiddelde windsnelheid zouden verhogen. Windcomfort Het stedelijk windcomfort wordt berekend, om aan te geven welke windsnelheden een goed en slecht windklimaat veroorzaken. In het noorden zorgt de wegbreedte voor windversnelling op de Prins Bernhardlaan waardoor uitgestrekte klasse B-gebieden langs de gevels ontstaan en luchtstromingen rond de gebouwen van het winkelcentrum circuleren, met als gevolg de vorming van incidenteel klasse C- en D-gebieden.

Ook ontstaan er kleine B- en C-klasse gebieden op scherpe hoeken en in knelpunten tussen de gebouwen (dit klimaat is 'matig' om te slenteren, en 'goed' om door te lopen). Aan de binnenzijde van het projectgebied heerst algemeen een goed windklimaat. Het zuidelijk gebouw staat bloot aan directe wind uit de Fuikplas, waardoor lokaal C-klasse gebieden ontstaan; met name in het gebied voor de westgevel ontstaan zelfs lokaal klasse D-gebieden (deze gebieden zijn slecht om door te lopen of te zitten). Windgevaar Het stedelijk windgevaar wordt berekend om aan te geven welke windsnelheden een veilig of gevaarlijk windklimaat veroorzaken. Door de afwezigheid van opvallend hoge gebouwen bereikt de wind nooit dergelijke snelheden dat er gevaar ontstaat. Windsnelheid De gewogen gemiddelde windsnelheid wordt berekend om aan te geven welke waarden een goed of slecht windklimaat veroorzaken. Gewogen gemiddelde windsnelheden worden berekend aan de hand van de windstatistiek. De afbeeldingen tonen de gemiddelde windsnelheden uit alle richtingen waarbij gegevens voor het hele jaar worden samengevoegd. In het noorden is op de Prins Bernhardlaan windacceleratie afleesbaar met een resulterende luchtstroom die rond de gebouwen van het winkelcentrum circuleert. De windsnelheid neemt ook toe rond de scherpe hoeken en de smallere ruimtes tussen gebouwen, terwijl de binnenkant van het 78

bestemmingsplan "Beatrixplein" (vastgesteld)

projectgebied wordt afgeschermd door de westelijke gebouwen. In het zuiden zorgt de afwezigheid van obstakels ervoor dat windstromen versnellen en het meest zuidelijke gebouw van het projectperceel bereiken. 4.16.3

Conclusie In het ontwerpscenario zijn de algemene windcondities goed, met name in het binnengebied, dat dankzij de projectbebouwing aan de Prins Bernhardlaan afgeschermd is wind. Geconcludeerd wordt dat in geen van de geanalyseerde gebieden windgevaarlijke scenario's zullen ontstaan. Klasse B heeft de overhand tussen de gebouwen in het noorden, met kleine klasse C-gebieden in beperkte gebieden, die geen grote problemen veroorzaken met betrekking tot de locatie van de ingangen van gebouwen. Dit resulteert in een grotendeels goed, en plaatselijk matig windklimaat, conform het beleid van de gemeente. Het gebied rond het meest zuidelijke projectgebouw heeft voor een klein gebied een slecht windklimaat. Ten zuiden van het plan is reeds in de bestaande situatie een groot gebied met klasse D. De klasse D rond de entree van het gebied kan voorkomen worden als de omschreven maatregelen in acht worden genomen in de verdere uitwerking van het ontwerp van het plan. Deze maatregelen richten zich op het plaatsen van vegetatie, en potentieel landschappelijk anders inrichten van de entree van het ontwerp en het positioneren van ingangen aan gevels met een windklimaat A of B. Hiermee kan het plan voldoen aan het beleid van de gemeente Haarlem om een goed tot matig windklimaat te realiseren, zonder windgevaar.

Windkaart Beatrixplein

4.17 Kabels, leidingen straalpaden en andere belemmeringen De hierna volgende leidingen zijn planologisch relevant, voor zover zij geen deel 79

bestemmingsplan "Beatrixplein" (vastgesteld)

uitmaken van een inrichting zoals bedoeld in de Wet milieubeheer. a. hoogspanningsverbindingen van 50 kV en hoger; b. buisleidingen voor transport van aardgas met een uitwendige diameter van meer dan 50 mm en een druk van meer dan 16 bar; c. buisleidingen voor transport van aardolieproducten met een uitwendige diameter van meer dan 70 mm en een druk van meer dan 16 bar; d. buisleidingen met een diameter van 400 mm of meer buiten de bebouwde kom; e. buisleidingen voor transport van andere stoffen dan aardgas en aardolieproducten, die risico's met zich meebrengen voor mens en/of leefomgeving wanneer deze leidingen beschadigd raken. Ter plaatse van het plangebied zijn geen planologisch relevante kabels en leidingen aanwezig. Indien nodig zal in een later stadium van onderhavig project een KLIC-melding worden uitgevoerd. Er zijn geen belemmeringen met betrekking tot de aanwezigheid van kabels en leidingen.

4.18 Niet-gesprongen explosieven In opdracht van de gemeente Haarlem heeft het bureau REASeuro in 2016 historisch vooronderzoek gedaan naar niet gesprongen explosieven uit de Tweede Oorlog. Op Open Data Portaal van de gemeente Haarlem is een kaart beschikbaar gesteld met de locaties waar waarschijnlijk niet gesprongen explosieven aangetroffen kunnen worden bij werkzaamheden aan de bodem. Deze kaart is verwerkt in de verbeelding en de regels van het bestemmingsplan "Reparatieplan C". Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een locatie waar niet gesprongen explosieven zijn te verwachten.

80

bestemmingsplan "Beatrixplein" (vastgesteld)

Hoofdstuk 5 JURIDISCHE ASPECT EN 5.1

Inleiding De Wet ruimtelijke ordening (Wro) verplicht gemeenten bestemmingsplannen op te stellen. In de Wro en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is verder uitgewerkt uit welke onderdelen een bestemmingsplan in ieder geval moet bestaan. Het gaat om een verbeelding met planregels en een toelichting daarop. Daarnaast biedt zowel de Wro als het Bro opties voor een verdere juridische inrichting van een bestemmingsplan. Hierbij moet worden gedacht aan de toepassing van afwijkingsmogelijkheden en wijzigingsbevoegdheden en het toepassen van nadere eisen. De bruikbaarheid van deze instrumenten is geheel afhankelijk van het doel van het bestemmingsplan en de gewenste bestemmingsmethodiek van de gemeente Haarlem. Uitgangspunt is dat het bestemmingsplan moet voorzien in een passende regeling voor de komende tien jaar. Dat is in principe de geldigheidsduur van een bestemmingsplan. Er is één landelijke voorziening waar alle ruimtelijke plannen voor een ieder volledig toegankelijk en raadpleegbaar zijn. Hiertoe moeten alle bestemmingsplannen voldoen aan landelijk vastgestelde standaarden. In de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP2012) zijn de hoofdgroepen van bestemmingen bepaald, zoals Wonen, Bedrijven e.d. Ook geeft de SVBP2012 bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, zo ook voor de regels.

Dat leidt ertoe dat de systematiek zoals gehanteerd in dit bestemmingsplan, op ondergeschikte onderdelen af kan wijken van de voorheen geldende planologische regelingen. Het juridische bindende onderdeel van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en de regels. De planregels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en gebouwen en bepalingen over de toegelaten bebouwing. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor de toepassing van de regels en ook de functie van visualisering van de bestemmingen.

5.2

Juridische planopzet ij bestemmingsplannen gaat het om de belangen van burgers en bedrijven. Zij dienen zich snel en op eenvoudige wijze een juist beeld te kunnen vormen van de planologische mogelijkheden en beperkingen op één of meer locatie(s). Daarnaast is de vergelijkbaarheid van ruimtelijke plannen van groot belang voor degenen die deze plannen in grotere samenhang wensen te bezien. Denk hierbij aan degenen die betrokken zijn bij de planvoorbereiding, de planbeoordeling, het monitoren van beleid en de handhaving. Er is één landelijke voorziening waar alle ruimtelijke plannen voor een ieder volledig toegankelijk en raadpleegbaar zijn: www.ruimtelijkeplannen.nl. Hiertoe dienen alle bestemmingsplannen te voldoen aan landelijk vastgestelde standaarden. In de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (hierna

81

bestemmingsplan "Beatrixplein" (vastgesteld)

SVBP 2012) zijn de hoofdgroepen van bestemmingen bepaald, zoals Wonen, Bedrijven e.d. Ook geeft de SVBP bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, zo ook voor de regels. De regels van het bestemmingsplan vallen conform de SVBP 2012 in 4 hoofdstukken uiteen. Hoofdstuk 1 Inleidende regels Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Hoofdstuk 3 Algemene regels Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Bij de planregels is ook een bijlage bijgevoegd: Bijlage 1 Lijst van creatieve functies 5.2.1 Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen In dit artikel worden de begrippen gedefinieerd, die in de regels worden gehanteerd. Daardoor wordt vermeden dat verschillende interpretaties van de begrippen tot verschillen van mening over de regelgeving zouden kunnen leiden. Bij toetsing aan het bestemmingsplan wordt uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis. Voor zover er geen begrippen zijn gedefinieerd wordt aangesloten bij het normaal spraakgebruik. Artikel 2 Wijze van meten Dit artikel geeft aan hoe hoogte- en andere maten gemeten moeten worden. Een aantal bepalingen is op grond van de SVBP dwingend voorgeschreven. 5.2.2 Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 Dienstverlening Deze bestemming is bedoeld voor de gronden waar een mobiliteitshub is toegestaan.

Dit is een voorziening met als hoofdfunctie parkeren, maar daarnaast zijn ook andere functies toegestaan: zakelijke en/of consumentgerichte dienstverlening, (sociaal-)medische, (sociaal-)culturele voorzieningen of wijkvoorzieningen. In deze bestemming zijn tevens de benodigde bijbehorende voorzieningen toegestaan. Het aantal toegestane m2 bvo aan dienstverlening en voorzieningen mag binnen deze bestemming en binnen de bestemming 'Wonen' gezamenlijk niet meer bedragen dan 850 m2. Horeca is niet rechtstreeks toegestaan, maar het zou kunnen dat een horecabedrijf (categorie 1) binnen deze bestemming de levendigheid wel zou kunnen vergroten. Het college van burgemeester en wethouders kan dan ook afwijken. Daarbij geldt wel de voorwaarde dat binnen de bestemmingen 'Dienstverlening', 'Wonen' en 'Gemengd-2' het bvo aan horeca maximaal 600 m2 mag bedragen. Voor de bouwregels binnen deze bestemming wordt verwezen naar Hoofdstuk 3: Algemene regels.

82

bestemmingsplan "Beatrixplein" (vastgesteld)

Artikel 4 Gemengd - 2 Binnen deze bestemming zijn ook verschillende functies toegestaan: een supermarkt, detailhandel, horeca, zakelijke en/of consumentgerichte dienstverlening. Deze functies mogen uitsluitend op de begane grond plaatsvinden. Op de begane grond en de verdiepingen zijn woningen (eventueel met een aan huis gebonden beroep, gastouderopvang of bed&breakfast) toegestaan. De omvang van de supermarkt is gemaximeerd tot 2.800 m2 bvo. Daarnaast mag er nog maximaal 1.350 m2 bvo aan overige detailhandel plaatsvinden. Ook de omvang van dienstverlening en horeca is gemaximeerd. Voor de bouwregels binnen deze bestemming wordt verwezen naar Hoofdstuk 3: Algemene regels. Artikel 5 Groen Deze bestemming is opgenomen voor het beoogde openbaar gebied. Dit openbaar gebied zal een groen karakter krijgen. Binnen deze bestemming zijn openbare voorzieningen toegestaan zoals groenvoorzieningen, voet- en fietspaden, straten en wegen, (ondergrondse of halfverdiepte) parkeervoorzieningen en dergelijke. Binnen deze bestemming is het uitsluitend toegestaan om bouwwerken geen gebouwen zijnde te bouwen. Ondergronds is het wel mogelijk een gebouw te realiseren. De bouwmogelijkheden zijn beperkt om het groene karakter van het openbaar gebied zoveel mogelijk in stand te houden.

Artikel 6 Maatschappelijk Binnen deze bestemming zijn de volgende specifieke maatschappelijke voorzieningen toegestaan: een sportzaal, (sociaal-)medische en (sociaal-)culturele voorzieningen, wijkvoorzieningen, educatieve voorzieningen, levensbeschouwelijke voorzieningen en voorzieningen ten behoeve van de openbare dienstverlening. Daarnaast is het college van burgemeester en wethouders bevoegd om onder voorwaarden af te wijken ten behoeve van de vestiging van één kinderdagverblijf. Voor de bouwregels binnen deze bestemming wordt verwezen naar Hoofdstuk 3: Algemene regels. Artikel 7 Tuin - 1 Binnen deze bestemming zijn tuinen en verhardingen toegestaan bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdbebouwing. Binnen deze bestemming zijn onder voorwaarden bouwwerken geen gebouwen zijnde toegestaan. Het parkeren op gronden met deze bestemming is expliciet als strijdig gebruik opgenomen. Artikel 8 Wonen Binnen deze bestemming zijn woningen toegestaan. Naast reguliere woningen mogen ook zorgwoningen worden gerealiseerd. Daarnaast zijn andere functies, zoals zakelijke en/of consumentgerichte dienstverlening, (sociaal-)medische voorzieningen, (sociaal-)culturele voorzieningen of wijkvoorzieningen toegestaan. Alleen ter plaatse van de aanduiding 'maatschappelijk' is onderwijs toegestaan op de begane grond en de eerste 83

bestemmingsplan "Beatrixplein" (vastgesteld)

verdieping (met een maximum van 1.850 m2 bvo). Woningen zijn daar ter plaatse toegestaan vanaf de tweede verdieping. Het toegestane aantal m2 aan zakelijke en/of consumentgerichte dienstverlening, (sociaal-)medische voorzieningen, (sociaal-)culturele voorzieningen of wijkvoorzieningen, tezamen met de toegestane m2 binnen de bestemming 'Dienstverlening' bedraagt maximaal 850 m2.Ter plaatse van de aanduiding 'dienstverlening' moet minimaal twee keer 100 m2 bvo van deze 850 m2 bvo op de begane grond te worden gerealiseerd voor de genoemde functies. Het betreft een vestiging aan de Prinses Beatrixdreef en een vestiging aan de Prinses Beatrixplein. Deze maatregel draagt bij aan de levendigheid van het beoogde plein. Horeca is niet rechtstreeks toegestaan, maar het zou kunnen dat een horecabedrijf (categorie 1) binnen deze bestemming de levendigheid wel zou kunnen vergroten. Het college van burgemeester en wethouders kan dan ook afwijken. Daarbij geldt wel de voorwaarde dat binnen de bestemmingen 'Dienstverlening', 'Wonen' en 'Gemengd-2' het bvo aan horeca maximaal 600 m2 mag bedragen. Zie voor nadere regels voor wonen of voor de bouwregels ook Hoofdstuk 3: Algemene regels. Artikel 9 Waarde - Archeologie 4 De aanwezige archeologische verwachtingswaarden krijgen bescherming door het toekennen van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4'.

De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, naast de andere voor die gronden aangewezen bestemmingen, ook bestemd voor de bescherming en de veiligstelling van archeologische waarden. Binnen het plangebied is categorie 4 toegekend. In de gebieden die tot deze categorie behoren toonden archeologische vondsten aan dat in deze zones archeologische waarden te verwachten zijn in een relatief lagere dichtheid. Voor categorie 4 geldt dat bij plannen waarbij bodemverstorende activiteiten plaatsvinden van meer dan 2.500 m² die dieper gaan dan 30 centimeter onder het maaiveld, een waardestellend archeologisch rapport dient te worden overlegd bij een aanvraag om een omgevingsvergunning. Artikel 10 Waarde - Groeiplaats monumentale boom In het bestemmingsplan is de dubbelbestemming 'Waarde - Groeiplaats monumentale boom' met een bouwverbod en een aanlegvergunningstelsel opgenomen. Binnen deze dubbelbestemming is geen nieuwe bebouwing mogelijk. Er kan met een omgevingsvergunning afgeweken worden van het verbod om te bouwen als uit een zogenaamde groentoets blijkt dat de groeiplaats van de boom niet onevenredig wordt aangetast. Daarnaast is voor een aantal werken of werkzaamheden een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden (aanlegvergunning) vereist. Het bevoegd gezag kan het bestemmingsplan wijzigen door de 84

bestemmingsplan "Beatrixplein" (vastgesteld)

dubbelbestemming 'Waarde - Groeiplaats monumentale boom' geheel of gedeeltelijk te verwijderen. Het verwijderen van de dubbelbestemming kan alleen als de bescherming van de groeiplaats niet langer nodig is of er sprake is van een zwaarwegend maatschappelijk belang. 5.2.3 Hoofdstuk 3: Algemene regels Artikel 11 Anti-dubbeltelregel Met deze regel wordt voorkomen dat er in feite meer wordt gebouwd dan het bestemmingsplan beoogt. Bijvoorbeeld in het geval (onderdelen van) bouwpercelen - al dan niet tijdelijk - van eigenaren wisselen. De regeling is met name van belang met het oog op nieuwbouw. Door verwerving van een extra (bouw)perceel of een gedeelte daarvan, kunnen de gronden niet meegenomen worden met de berekening van de bouwmogelijkheden van het nieuwe perceel als de nieuw verworven gronden reeds meegenomen zijn bij de berekening van een eerdere omgevingsvergunning. Het is dus niet toegestaan gronden twee keer in te zetten om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit te verkrijgen. Artikel 12 Algemene bouwregels Het stedenbouwkundig volume en de programmering van de bouwblokken worden in het bestemmingsplan gereguleerd door het maximaal aantal woningen dat opgenomen is in het bestemmingsplan. Dit artikel bevat alle bouwregels. In totaal mogen er maximaal 572 woningen worden gerealiseerd, waarvan in ieder geval 32 zorgwoningen.

De 32 zorgwoningen maken onderdeel uit van de in totaal 40% sociale woningen. De zorgwoningen worden zo gebouwd dat ze eventueel later om te zetten zijn naar reguliere sociale woningen. Een woning is een geluidgevoelig gebouw. Om het woon- en leefklimaat te garanderen is een voorwaardelijke verplichting ten behoeve van geluid opgenomen. Ondergronds bouwen is toegestaan. Wel geldt de voorwaardelijke verplichting om grondwaterneutraal te bouwen. Een geohydrologisch onderzoek dient te worden uitgevoerd en bij de aanvraag omgevingsvergunning toegevoegd te worden. Daarnaast is er een voorwaardelijke verplichting opgenomen met betrekking tot externe veiligheid. Als de bouwhoogte van gebouwen hoger is dan 15 m moet er een windhinderonderzoek worden uitgevoerd. Dit onderzoek moet voldoen aan de normstelling NEN 8100:2006. Deze normstelling gaat uit van het kwaliteitsniveau 'goed', 'matig' of 'slecht' voor 'doorlopen', 'slenteren' of 'langdurig zitten'. Een hogere bouwhoogte dan 15 m is alleen toegestaan als voor 'doorlopen' en 'slenteren' het kwaliteitsniveau 'goed' of 'matig' wordt behaald. Het college van burgemeester en wethouders kan van het vereiste kwaliteitsniveau afwijken, maar zal dat enkel doen als blijkt dat vanwege specifieke locatieomstandigheden, het windhinderklimaat in alle redelijkheid niet verbeterd kan worden.

Artikel 13 Algemene gebruiksregels In dit artikel staat in het eerste lid alle vormen van gebruik die in ieder geval 85

bestemmingsplan "Beatrixplein" (vastgesteld)

strijdig zijn met de in dit bestemmingsplan opgenomen bestemmingen. In het tweede lid staan de gebruiksregels voor wonen opgenomen. Onderdeel van het project is het realiseren van sociale huurwoningen. Artikel 3.1 van de Wet op de ruimtelijke ordening geeft de mogelijkheid om sociale woningbouw in het bestemmingsplan te regelen. In dit bestemmingsplan moet 40% van de woningen als sociale huurwoning worden gebruikt. Deze regel kan alleen in het bestemmingsplan worden opgenomen als er een zogeheten doelgroepenverordening aanwezig is. Op 27 februari 2020 heeft de gemeenteraad de Verordening doelgroepen woningbouw Haarlem 2020 vastgesteld. Hiermee is de weg vrij gemaakt om sociale woningbouw te regelen in het bestemmingsplan. Binnen de genoemde 40% mogen de sociale huurwoningen ook als zorgwoningen worden gebruikt, met een maximum van 32. In het derde lid is een afwijkingsbevoegdheid opgenomen voor creatieve bedrijven. Daar waar 'zakelijke en/of consumentgerichte dienstverlening' is toegestaan kan het college van burgemeester en wethouders afwijken om een creatief bedrijf toe te staan, zoals genoemd op de lijst van creatieve functies (Bijlage 1). Tot slot is in het vierde lid een afwijkingsbevoegdheid opgenomen om horeca categorie 2 of 3 toe te staan, daar waar reeds op basis van de overige planregels horeca categorie 1 is toegestaan.

Artikel 14 Algemene afwijkingsregels Het stedenbouwkundig volume en de programmering van de bouwblokken worden in het bestemmingsplan gereguleerd door het maximaal toegestane aantal woningen en bvo's, de bouwregels en bouwvlakken die zijn opgenomen in de bestemmingsregels. Dit artikel geeft het college van burgemeester en wethouders de mogelijkheid om medewerking te verlenen aan een bouwplan dat net niet binnen de bouwregels van het bestemmingsplan past. Alvorens deze overweging plaatsvindt, brengen zowel de supervisor als de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit (Ark) een advies uit. Het is belangrijk dat de ruimtelijke kwaliteiten van zowel het vastgestelde stedenbouwkundige plan, het beeldkwaliteitsplan als het inrichtingsplan voor de openbare ruimte behouden blijven. Het college betrekt de adviezen van het supervisieteam en de Ark bij haar afwegingen. Indien aangetoond wordt dat een (minimale overschrijding, zoals in artikel 14.1 is opgenomen) noodzakelijk is voor de uitvoering van het project, kan uit oogpunt van redelijkheid en billijkheid overwogen worden om medewerking te verlenen aan het verzoek. Het is hierbij wel van belang dat het woon- en leefklimaat niet onevenredig wordt aangetast, met dien verstande dat in ieder geval sprake moet zijn van een akoestisch aanvaardbare situatie.

Eventueel kan het college van burgemeester en wethouders indien dat noodzakelijk is nadere eisen stellen met betrekking tot de situering. Artikel 15 Overige regels In dit artikel is een regeling opgenomen waarmee wordt gewaarborgd dat binnen het plangebied voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd.

86

bestemmingsplan "Beatrixplein" (vastgesteld)

5.2.4 Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels Artikel 16 Overgangsrecht Het overgangsrecht is van toepassing op bestaande situaties (gebruik en/of bebouwing) die op het moment van het van kracht worden van dit bestemmingsplan niet passen binnen het nieuwe plan. Het overgangsrecht houdt in dat gebruik en bebouwing dat in strijd is met het nieuwe bestemmingsplan, maar al aanwezig was ten tijde van de voorgaande plannen, onder voorwaarden, mag worden voortgezet. Ook bouwwerken die op basis van een geldige omgevingsvergunning nog gebouwd mogen worden, worden onder het overgangsrecht geschaard. Het overgangsrecht is nadrukkelijk niet bedoeld voor bouwwerken die een gebruik kennen dat onrechtmatig is op het moment van het van kracht worden van dit bestemmingsplan. Er is geen sprake van legalisatie van al strijdig gebruik door dit bestemmingsplan en er kan ook nog steeds gehandhaafd worden. Ook bouwwerken die op de peildatum illegaal zijn, blijven illegaal. Artikel 17 Slotregel Het laatste artikel van de regels betreft de citeertitel van dit bestemmingsplan.

87

bestemmingsplan "Beatrixplein" (vastgesteld)

88

bestemmingsplan "Beatrixplein" (vastgesteld)

Hoofdstuk 6 UIT VOERBAARHEID 6.1

Economische uitvoerbaarheid Bij ontwikkelingen die middels het bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt, is het noodzakelijk aan te tonen in hoeverre de beoogde plannen financieel haalbaar zijn en wie de risicodragende partij is. In dit kader is in afdeling 6.4 Wro bepaald dat de gemeenteraad een exploitatieplan moet vaststellen, indien een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen. Hiervan kan worden afgeweken indien het verhaal van de kosten van een grondexploitatie over de in het plan begrepen gronden anderszins verzekerd is. Voor het project zijn Dreef Beheer, Pré Wonen en de Gemeente de initiatiefnemers. Zij zijn bereid voor eigen rekening en risico de investeringen te verrichten. Het project bestaat vanuit gemeentelijk financieel perspectief uit enerzijds gronduitgiften en anderzijds de ontwikkeling en realisatie van het maatschappelijk programma. Bij de gronduitgifte wordt door de initiatiefnemers een grondwaarde betaald. Daarnaast dragen Dreef Beheer en Pré Wonen via het wettelijke kostenverhaal, een eenmalige bijdrage en de nota bovenwijks bij aan de herinrichting van de openbare ruimte, overige benodigde (bovenwijks)investeringen, waaronder de gebiedsontsluiting en de realisatie van de mobiliteitshub. De Gemeente sluit met Dreef Beheer en Pré Wonen een exploitatie-, koopen/of realisatieovereenkomsten.

De financiële verkenning laat zien dat er een positief grondwaarderesultaat mogelijk is waarmee het plan economische uitvoerbaar is. Partijen hebben de uitgangspunten en (financiële) basisafspraken over de voorbereiding en realisatie van de ontwikkeling vastgelegd in een Afsprakenbrief.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

6.2.1 Wettelijk vooroverleg Artikel 3.1.1 van het Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro) geeft aan dat bij de voorbereiding van een bestemmingsplan burgemeester en wethouders overleg met de besturen van bij het plan betrokken waterschappen plegen. Waar nodig plegen zij tevens overleg met besturen van andere gemeenten, met de provincie, de inspecteur voor de ruimtelijke ordening en met eventuele andere diensten van Rijk en provincie die belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. In het kader van het wettelijke vooroverleg ex. artikel 3.1.1. Bro wordt het voorontwerpbestemmingsplan verzonden aan: Provincie Noord-Holland; Hoogheemraadschap Rijnland; 89

bestemmingsplan "Beatrixplein" (vastgesteld)

Liander; Omgevingsdienst IJmond; Veiligheidsregio Kennemerland; Wijkraad; GGD; Gasunie. De instanties die gereageerd hebben kunnen zich vinden in het bestemmingsplan. 6.2.2 Zienswijzen De vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan vindt plaats volgens artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening. Het ontwerpbestemmingsplan heeft zes weken ter inzage gelegen, van 14 december 2023 tot en met 24 januari 2024. In deze periode zijn zienswijzen ingediend. De zienswijzen en een reactie daarop zijn opgenomen in het Wijzigingsoverzicht (Bijlage 23).

6.3

Handhaving Met dit bestemmingsplan beoogt de gemeenteraad een voor de burgers duidelijk en herkenbaar ruimtelijk beleid te formuleren. Op grond daarvan mag dan ook verwacht worden dat het college van burgemeester en wethouders handhavend optreedt als iemand de regels van het bestemmingsplan niet naleeft. Immers, de ruimtelijke kwaliteit van het gebied loopt gevaar als men in strijd met het bestemmingsplan een bouwwerk bouwt of als men in strijd met het bestemmingsplan gronden of bouwwerken gebruikt. Het achterwege laten van handhaving kan ertoe leiden dat zich ongewenste ruimtelijke ontwikkelingen voordoen, die negatieve gevolgen hebben voor de ruimtelijke kwaliteit en de veiligheid. Daarom wordt hier het beleid inzake de handhaving uiteengezet en aangegeven hoe de handhaving van de bestemmingsplanregels wordt opgepakt. Volgens vaste jurisprudentie bestaat er een beginselplicht om handhavend op te treden. Dit houdt in dat, gelet op het algemeen belang dat gediend is met de handhaving, in geval van overtreding van een wettelijk voorschrift of regel het bestuursorgaan dat bevoegd is om met bestuursdwang of een last onder dwangsom op te treden, in de regel van deze bevoegdheid gebruik moet maken. Slechts onder bijzondere omstandigheden mag van het bestuursorgaan worden gevergd dit niet te doen. Dit kan zich voordoen als er concreet zicht op legalisatie bestaat.

Voorts kan handhavend optreden zodanig onevenredig zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen dat van optreden in die concrete situatie behoort te worden afgezien. De gemeente Haarlem voldoet aan deze beginselplicht door daadkrachtig en consequent op te treden. Eens in de vier jaar stelt de gemeente Haarlem een integraal handhavingsbeleid vast waarin de projecten staan aangegeven die worden opgepakt. De opzet is dat de afdeling Handhaving Bebouwde Omgeving niet alle illegale situaties tegelijk aanpakt, maar wel een werkbaar aantal zaken,

90

bestemmingsplan "Beatrixplein" (vastgesteld)

hetgeen een uitstralend effect zal hebben. Nieuw vastgestelde bestemmingsplannen lenen zich bij uitstek voor deze projectmatige aanpak. Uiteraard wordt bij calamiteiten altijd opgetreden. Handhaving van de regels van bestemmingsplannen vindt in de gemeente Haarlem plaats langs bestuursrechtelijke weg. Rechtszekerheid en gelijke behandeling van burgers staan hierbij voorop. Daarbij is ook communicatie belangrijk. Hier kan bovendien een preventieve werking van uitgaan. De gemeente brengt met name de relatie met de na te streven beleidsdoelstellingen onder de aandacht, zodat voor iedere inwoner, eigenaar en ondernemer duidelijk mag zijn hoe en wanneer het college handhaaft. Ook voor dit plangebied zal de handhaving van de kaders van het bestemmingsplan tevens plaatsvinden na het verstrekken van omgevingsvergunningen voor de activiteiten 'bouwen', 'het uitvoeren van een werk' en 'het gebruiken van gronden en bouwwerken'. Want niet alleen handelingen zonder vergunning zijn onderwerp van handhaving, maar ook handelingen in afwijking van een omgevingsvergunning vormen een overtreding. Het gemeentelijk toezicht tijdens de vergunningplichtige activiteiten is gewaarborgd doordat inspecteurs in Haarlem volgens het Landelijk Toezichtprotocol werken.

Deze inspecteurs classificeren projecten volgens het protocol, waarmee zij de noodzakelijke frequentie en het niveau van de controles tijdens de bouw bepalen. De rapportage van deze controles slaan zij digitaal op. Aldus draagt het college zorg voor de handhaving van de bestemmingsplanregels.

91

bestemmingsplan "Beatrixplein" (vastgesteld)

92

bestemmingsplan "Beatrixplein" (vastgesteld)

BIJLAGEN BIJ DE T OELICHT ING

93

bestemmingsplan "Beatrixplein" (vastgesteld)

94

bestemmingsplan "Beatrixplein" (vastgesteld)

Bijlage 1

Stedenbouwkundig Program m a van Eisen

95

Stedenbouwkundig Programma van Eisen Prinses Beatrixplein en omgeving, Haarlem 19 augustus 2022

BE A

Pla SP ngr vE en s

Inhoudsopgave 1. Aanleiding

6

4.2.2.

Kunst & cultuur

49

1.1.

Inleiding

7

4.2.3.

Gezondheid

50

1.2.

Doel van dit document

8

4.2.4.

Sociale veiligheid

51

1.3.

Planproces

9

4.2.5.

Rust, reuring, ruis

52

1.4.

Leeswijzer

10

4.2.6.

Windhinder & bezonning

53

Richtlijn duurzaam bouwen

56

4.3.

2. Analyse van het gebied

12

2.1.

Historie

13

4.3.1.

Klimaatadaptatie

56

2.2.

Positionering Parkwijk & Haarlem

16

4.3.2.

Groen en ecologie

58

2.3.

Projectgebied

18

4.3.3.

Energie, warmte en circulariteit

62

2.4.

Verkeerskundige situatie

19

4.3.4.

Mobiliteit

63

2.5.

Huidig programma

20

5. Programma

66

2.6.

Kwaliteiten

21

5.1.

Nieuw programma

67

2.7.

Uitdagingen

22

5.2.

Werken & commerciële functies

68

2.8.

Kansen

24

5.3.

Maatschappelijke voorzieningen

70

3. Opgave en ambities

26

5.4.

Openbare ruimte

71

3.1.

Opgave

27

6. Spelregelkaart

73

3.2.

Ambitie

29

7. Haalbaarheid

78

3.3.

Maatschappelijke voorzieningen

31

7.1.

79

3.4.

Van ambities naar uitgangspunten

32

7.1.1.

Bodemkwaliteit

79

3.5.

Beoogd programma

35

7.1.2.

Geluid

80

4. Stedenbouw & landschap

37

7.1.3.

Bedrijven en milieuzonering

80

4.1.

38

7.1.4.

Luchtkwaliteit

81

Stedenbouwkundige kaders

Milieu-technische haalbaarheid

4.1.1.

Concept: autoluw woonpark

38

7.1.5.

Archeologie en cultuurhistorie

81

4.1.2.

Concept: de dreef

40

7.1.6.

Externe veiligheid

82

4.1.3.

Concept: Palazzo’s

42

7.1.7.

M.E.R.

82

4.1.4.

Concept: activeren openbare ruimte

44

7.1.8.

Vliegverkeer

83

4.1.5.

Plancontour

46

7.1.9.

Stikstof

83

48

7.1.10.

Niet gesprongen explosieven

84

48

7.1.11.

Afvalinzameling

84

4.2.

Deelaspecten

4.2.1.

Ontmoeting

4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14066916/2