CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Toelichting bij bestemmingsplan Domus Plus -Fuikvaartweg

gemeenteraad 28 maart 2024, gemeente HaarlemBij agendapunt: Bestemmingsplan Domus Plus - Fuikvaartweg vaststellen21.893 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

60

bestemmingsplan "Domus Plus - Fuikvaartweg" (vastgesteld)

I.

Waterveiligheid: de primaire en regionale waterkeringen voldoen aan de norm. II. Voldoende water: peilbeheer wordt uitgevoerd volgens peilbesluiten, die weer passen bij de functies en kenmerken van een gebied. III. Schoon water: schone meren en plassen die voldoen aan de ecologische normen uit de KRW en het versterken van de biodiversiteit. IV. Waterketen: de Rijnlandse AWZI's voldoen in groeiende mate aan het maatwerkbesluit. V. Rijnland duurzaam: Rijnland zet samen met de omgeving in op duurzaam werken door de kringloop van water, energie en grondstoffen zoveel mogelijk te sluiten. VI. Rijnland klimaatadaptief: Alle gebieden zijn in 2050 klimaatbestendig ingericht en het waterbewustzijn wordt versterkt. 4.13.3.3.2 Keur en beleidsregels Rijnland Rijnland dient haar taken als waterkwaliteits- en kwantiteitsbeheerder adequaat te kunnen uitvoeren. De “Keur” is een verordening van de waterbeheerder met juridisch bindende regels (gebod- en verbodsbepalingen). Zo zijn werken en werkzaamheden in en bij waterkeringen (dijken, kaden, duinen) en watergangen (sloten, vaarten, plassen) zonder of in afwijking van een vergunning op grond van de Keur niet toegestaan. Ook het aanbrengen van verhard oppervlak (bebouwing, bestrating) en het onttrekken van grondwater zijn in veel gevallen vergunningsplichtig.

In de “Beleidsregels” die bij de “Keur” horen, is het beleid van Rijnland nader uitgewerkt. De “Keur en Beleidsregels” van Rijnland zijn te vinden op www.rijnland.net. 4.13.3.3.3 Beleid riolering en afvalwaterzuivering Rijnland Rijnland geeft de voorkeur aan het scheiden van hemelwater en afvalwater. Naast een voorkeursvolgorde voor afvalwater geldt voor de behandeling van hemelwater de zorgplicht. Rijnland geeft daarbij de voorkeur aan brongerichte maatregelen boven 'end-of-pipe' maatregelen. Hierbij geldt de volgende toelichting. 'Hemelwater kan de capaciteit van riolering en zuivering aanzienlijk belasten. Dat is niet wenselijk en vaak ook niet nodig. Zeker bij nieuwbouw ontwikkelingen is het gescheiden aanbieden van hemelwater en afvalwater vaak een doelmatige maatregel. Rijnland volgt hierbij een de voorkeursvolgorde (rijksbeleid), waarbij vooropstaat het voorkomen van het ontstaan van afvalwater. Ten behoeve van afvalwater is het zoveel mogelijk beperken van verontreiniging en waar mogelijk afvalwaterstromen scheiden het uitgangspunt. De gemeente kan gebruik maken van deze voorkeursvolgorde bij de totstandkoming van het gemeentelijk rioleringsplan (GRP). De uiteindelijke afweging wordt lokaal gemaakt, waarbij doelmatigheid van de oplossing centraal staat'.

Het te lozen hemelwater mag geen significante verslechtering van de kwaliteit van het ontvangende oppervlaktewater veroorzaken. Maatregelen om dit te bereiken zijn duurzaam bouwen, infiltratie, het toepassen van berm- of bodempassage en straatkolken met extra voorzieningen. Als ondanks de zorgplicht en de preventieve maatregelen het te lozen hemelwater naar

61

bestemmingsplan "Domus Plus - Fuikvaartweg" (vastgesteld)

verwachting een aanmerkelijk negatief effect heeft op de oppervlaktewaterkwaliteit, kan in overleg tussen gemeente en waterschap gekozen worden voor aanvullende voorzieningen, een verbeterd gescheiden stelsel of- als laatste keus - aansluiten op het gemengde stelsel. 4.13.3.3.4 Compensatieregeling Een algemene regel met betrekking tot de waterkwantiteit is het compenseren van een eventuele toename van verharding (wegen, gebouwen). Indien verharding in een gebied toeneemt, zullen waterhuishoudkundige maatregelen getroffen moeten worden om waterbezwaar als gevolg van de toegenomen verharding te voorkomen. Gemeente Haarlem en het Hoogheemraadschap van Rijnland stellen als richtlijn dat - indien gebouwd wordt en hierbij meer dan 500 m2 onverhard oppervlak omgezet wordt naar verhard oppervlak - minimaal 15 procent van de toename aan verharding gecompenseerd dient te worden in de vorm van oppervlaktewater.Voor toename aan verhard oppervlak, graven of dempen van oppervlaktewater, werken in of nabij de kern- en beschermingszones van waterkeringen of oppervlaktewater of in kwelgevoelig gebied moet een vergunning/melding op grond van de Waterwet te worden aangevraagd bij het hoogheemraadschap via het Omgevingsloket Online (OLO). Voor deze water gerelateerde aspecten zijn de Keur van Rijnland 2020 en de bijbehorende uitvoeringsregels van toepassing.

Het uiteindelijk te compenseren oppervlak hangt af van overige maatregelen die de waterhuishouding in een gebied ten goede kunnen komen, zoals het vertraagd afvoeren van hemelwater. Of maatregelen mogelijk zijn en welke maatregelen dat zijn vraagt om nadere afstemming tussen de gemeente en het waterschap. 4.13.3.4 Gemeentelijk beleid 4.13.3.4.1 Integraal waterplan Haarlem De gemeente Haarlem en het Hoogheemraadschap van Rijnland hebben eind 2004 het Integraal Waterplan Haarlem vastgesteld en in 2014 geactualiseerd. Centrale doelstelling van het Integraal Waterplan is het ontwikkelen en behouden van een veilig, veerkrachtig en ecologisch gezond watersysteem. Het plan functioneert als strategisch kader voor gerelateerde beleidsvelden zoals het grondwater-, afvalwater-, en baggerbeleid. Om ervoor te zorgen dat het Haarlemse waternetwerk bestand is tegen klimaatsverandering (hoger zeeniveau, toename van de hoeveelheid en intensiteit van de neerslag), inklinking van de bodem, en verstedelijking (toename verhard oppervlak) is ruimte voor oppervlaktewater nodig. Ruimte voor extra oppervlaktewater kan worden gevonden door het verbreden van bestaande watergangen, het graven van nieuwe watergangen en het weer open leggen van gedempte grachten.

Doelstelling voor het oppervlaktewater is het creëren van een veilig watersysteem met voldoende afwaterend en bergend vermogen, een adequate doorstroming en maximale benutting van gebiedseigen water. Als streefbeeld heeft de gemeente voor ogen een verbeterd waternetwerk dat uitgebreid is met nieuw water.

62

bestemmingsplan "Domus Plus - Fuikvaartweg" (vastgesteld)

4.13.3.4.2 Gemeentelijk rioleringsplan Het GRP is een beleidsmatig en strategisch plan waarin het verbreed rioleringsbeheer (incl. financiën) en de visie op riolering voor de langere termijn worden beschreven. Met het GRP beschikt de gemeente over een instrument om systematisch inzicht te krijgen in de te beheren en onderhouden rioleringsobjecten en de wijze waarop de gemeente invulling geeft aan de wettelijke (milieu)eisen. Door het opstellen van het GRP wordt het verbreed rioleringsbeleid inzichtelijk en toetsbaar. Er zijn vier doelstellingen voor het GRP van toepassing, te weten: I. het doelmatig inzamelen van het afvalwater en het hemelwater; II. het transporteren van het rioolwater naar een geschikt lozingspunt; III. het zoveel mogelijk voorkomen van wateroverlast; IV. het beperken van vervuiling door overstorten middels aanleg van randvoorzieningen (o.a. BBB's) en afkoppelen.

4.13.4

Watertoets Voor het voorliggende bestemmingsplanis een digitale watertoets uitgevoerd via www.dewatertoets.nl. Naar aanleiding van deze watertoets is het overleg met waterschap Rijnland opgestart. Hierna worden de verschillende wateraspecten belicht. Regionale waterkering Ten noorden van het plangebied is een regionale waterkering aanwezig ter plaatse van de Fuikvaartweg. Het voorliggende bestemmingsplan heeft geen invloed op deze waterkering. Oppervlaktewater Binnen het plangebied zijn oost-west gerichte sloten aanwezig. Deze worden vergroot om meer ruimte te bieden voor water en om te compenseren voor de toename aan verharding als gevolg van het woongebouw en bijbehorende oppervlakteverharding van Domus Plus. Van demping is daarom geen sprake. Oppervlakteverharding Het gebouw van Domus Plus heeft een maximale grondoppervlakte van maximaal 800 m2. Rekening houdend met overige verhardingen als gevolg van toegangspaden, parkeerplaatsen en erven, wordt uitgegaan van een verhardingstoename van maximaal 2.000 m2. Uitgaande van een compensatie-eis van 15% betekent dit dat er 300 m2 aan compensatiewater moet worden gerealiseerd. Hieraan wordt ruim voldaan binnen voorliggend plangebied. De exacte hoeveelheid water dat wordt gegraven is nog niet bekend, maar het zal ruim meer zijn dan de vereiste oppervlakte.

Riolering Er is een gemengd riool aanwezig waar voor het vuil water op wordt aangesloten. Hemelwater Het hemelwater wordt zoveel mogelijk natuurlijk afgevoerd en wordt

63

bestemmingsplan "Domus Plus - Fuikvaartweg" (vastgesteld)

afgekoppeld van het gemengde stelsel. De neerslag van een hevige bui (1/100 jaar, 70 mm in een uur) op wordt op eigen terrein opgevangen en vertraagd afgevoerd. De berging wordt de eerste 24 uur daarna niet geleegd en is in maximaal 60 uur weer beschikbaar. 4.13.5

Conclusie Met de voorgenomen plannen is er geen strijd met het beleid van de diverse bestuurslagen op het gebied van water. Uit de watertoets blijkt dat het plan uitvoerbaar is en er geen extra maatregelen nodig zijn. Voor de werkzaamheden zal een watervergunning worden aangevraagd.

4.14 Niet gesprongen explosieven Op Open Data Portaal van de gemeente Haarlem is een kaart beschikbaar gesteld met de locaties waar waarschijnlijk niet gesprongen explosieven aangetroffen kunnen worden bij werkzaamheden aan de bodem. Op basis van deze kaart is beoordeeld dat er geen risico is op de aanwezigheid van niet gesprongen explosieven binnen het plangebied.

4.15 MER-beoordeling De centrale doelstelling van het instrument milieueffectrapportage is het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming over activiteiten met mogelijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. De basis van de milieueffectrapportage wordt gevormd door de EU-richtlijn m.e.r. Deze richtlijn is in Nederland geïmplementeerd in de Wet milieubeheer en het Besluit m.e.r. In het Besluit m.e.r. bestaat een belangrijk onderscheid tussen bijlage C en bijlage D. Voor activiteiten die voldoen aan de diverse criteria uit bijlage C geldt een m.e.r.-plicht. In bijlage D staan de activiteiten benoemd waarvoor een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt: er moet beoordeeld worden of sprake is van (mogelijke) belangrijke nadelige milieugevolgen. Als deze niet uitgesloten kunnen worden, geldt een m.e.r.-plicht. Kunnen deze belangrijke nadelige milieugevolgen wel uitgesloten worden, dan is een m.e.r. niet noodzakelijk. Voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de D-lijst die beneden de drempelwaarden vallen, dient een toets uitgevoerd te worden of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd.

64

bestemmingsplan "Domus Plus - Fuikvaartweg" (vastgesteld)

4.15.1

Onderzoek Onderhavig bestemmingsplan voorziet in de realisatie van een maatschappelijke bestemming ten behoeve van een bijzondere woonzorgvoorziening. Dit zou kunnen worden gekwalificeerd als stedelijk ontwikkelingsproject, welke voorkomt in bijlage D categorie 11.2 van het Besluit m.e.r.. Een stedelijk ontwikkelingsproject is m.e.r.-beoordelingsplichtig wanneer het betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. Onderhavige ontwikkeling valt daarmee ruim onder de drempelwaarden. Er geldt geen directe m.e.r.-beoordelingsplicht, een vormvrije m.e.r.-beoordeling is wel noodzakelijk. Indien hieruit blijkt dat belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu niet kunnen worden uitgesloten, geldt alsnog een m.e.r.-beoordelingsplicht. Ook worden gronden binnen het plangebied aangepast door de realisatie van water en groen. Dit kan worden gezien als een landinrichtingsproject, welke voorkomt in bijlage D categorie D9 van het Besluit m.e.r. Een landinrichtingsproject is m.e.r.-beoordelingsplichtig wanneer het betrekking heeft op een functiewijziging van meer dan 125 hectare of meer, van water, natuur, recreatie of landbouw, of de vestiging betreft van een glastuinbouwgebied of bloembollenteeltgebied van 50 hectare of meer.

Voorliggende ontwikkeling valt ruim onder de drempelwaarden en er is geen directe m.e.r.-beoordelingsplicht. Een vormvrije m.e.r. is wel noodzakelijk. Omdat sprake is van een vormvrije m.e.r.-beoordeling is een aanmeldingsnotitie opgesteld. Het bevoegd gezag heeft hierover een besluit genomen en geoordeeld dat geen significante negatieve effecten te verwachten zijn en dat een nadere m.e.r. beoordeling niet noodzakelijk is. Volledigheidshalve zijn de aanmeldingsnotitie en het goedkeuringsbesluit als Bijlage 11 opgenomen bij deze toelichting. Vermeld moet worden dat de aanmeldingsnotitie nog uitgaat van 750 m2 grondoppervlak en 1.500 m2 vloeroppervlak. Na ter inzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan is dit aangepast naar respectievelijk 800 m2 en 1.600 m2. Afgewogen is dat deze aanpassing geen effect heeft op de conclusie uit de aanmeldingsnotitie dat er geen significante effecten zijn te verwachten. De hoeveelheid wooneenheden blijft immers gelijk en uit de stikstofnotitie blijkt dat de vergroting van het vloeroppervlak geen effect heeft op de conclusies uit dat rapport. Ook op overige milieu- en omgevingsaspecten heeft deze wijziging geen merkbaar effect.

65

bestemmingsplan "Domus Plus - Fuikvaartweg" (vastgesteld)

66

bestemmingsplan "Domus Plus - Fuikvaartweg" (vastgesteld)

Hoofdstuk 5 5.1

JURIDISCHEASPECTEN

Inleiding De Wet ruimtelijke ordening (Wro) verplicht gemeenten bestemmingsplannen op te stellen. In de Wro en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is verder uitgewerkt uit welke onderdelen een bestemmingsplan in ieder geval moet bestaan. Het gaat om een verbeelding met planregels en een toelichting daarop. Daarnaast biedt zowel de Wro als het Bro opties voor een verdere juridische inrichting van een bestemmingsplan. Hierbij moet worden gedacht aan de toepassing van afwijkingsmogelijkheden en wijzigingsbevoegdheden en het toepassen van nadere eisen. De bruikbaarheid van deze instrumenten is geheel afhankelijk van het doel van het bestemmingsplan en de gewenste bestemmingsmethodiek van de gemeente Haarlem. Uitgangspunt is dat het bestemmingsplan moet voorzien in een passende regeling voor de komende tien jaar. Dat is in principe de geldigheidsduur van een bestemmingsplan. Er is één landelijke voorziening waar alle ruimtelijke plannen voor een ieder volledig toegankelijk en raadpleegbaar zijn. Hiertoe moeten alle bestemmingsplannen voldoen aan landelijk vastgestelde standaarden. In de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP2012) zijn de hoofdgroepen van bestemmingen bepaald, zoals Wonen, Bedrijven e.d. Ook geeft de SVBP2012 bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, zo ook voor de regels.

Dat leidt ertoe dat de systematiek zoals gehanteerd in dit bestemmingsplan, op ondergeschikte onderdelen af kan wijken van de voorheen geldende planologische regelingen. Het juridische bindende onderdeel van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en de regels. De planregels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en gebouwen en bepalingen over de toegelaten bebouwing. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor de toepassing van de regels en ook de functie van visualisering van de bestemmingen.

5.2

Juridische planopzet Bij bestemmingsplannen gaat het om de belangen van burgers en bedrijven. Zij dienen zich snel en op eenvoudige wijze een juist beeld te kunnen vormen van de planologische mogelijkheden en beperkingen op één of meer locatie(s). Daarnaast is de vergelijkbaarheid van ruimtelijke plannen van groot belang voor degenen die deze plannen in grotere samenhang wensen te bezien. Denk hierbij aan degenen die betrokken zijn bij de planvoorbereiding, de planbeoordeling, het monitoren van beleid en de handhaving. Er is één landelijke voorziening waar alle ruimtelijke plannen voor iedereen volledig toegankelijk en raadpleegbaar zijn: www.ruimtelijkeplannen.nl. Hiertoe moeten alle bestemmingsplannen voldoen aan landelijk vastgestelde standaarden. In de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP2012) zijn de hoofdgroepen van bestemmingen bepaald, zoals Wonen, Bedrijven e.d.

67

bestemmingsplan "Domus Plus - Fuikvaartweg" (vastgesteld)

Ook geeft de SVBP2012 bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, zo ook voor de regels. De regels van het bestemmingsplan vallen op grond van de SVBP2012 in 4 hoofdstukken uiteen. Hoofdstuk 1 Inleidende regels Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Hoofdstuk 3 Algemene regels Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels 5.2.1 Hoofdstuk 1: Inleidende regels Artikel 1 Begrippen Dit artikel definieert de begrippen die in de regels worden gehanteerd. Daardoor wordt vermeden dat verschillende interpretaties van de begrippen tot verschillen van mening over de regelgeving zouden kunnen leiden. Bij toetsing aan het bestemmingsplan wordt uitgegaan van de in dit artikel aan de begrippen toegekende betekenis. Voor zover er geen begrippen zijn gedefinieerd wordt aangesloten bij het normaal spraakgebruik. Artikel 2 Wijze van meten Dit artikel geeft aan hoe hoogte- en andere maten gemeten moeten worden. Een aantal bepalingen schrijft de regeling SVBP2012 dwingend voor. 5.2.2 Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels 5.2.2.1

Bestemmingen

Artikel 3 Agrarisch Binnen de bestemming 'Agrarisch' is een grondgebonden agrarisch bedrijf mogelijk en tevens een 'gemeenschapsboerderij': een agrarisch bedrijf volgens 'community supported agriculture' (csa), waaronder bijvoorbeeld ook valt een gemeenschappelijke buurttuinderij of voedselbos. Binnen het bouwvlak zijn gebouwen toegestaan, binnen en buiten het bouwvlak bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Artikel 4 Groen De groene delen van het plangebied aan de noord-, zuid- en een strook aan de westzijde hebben de bestemming 'Groen' gekregen. Hier zijn groenelementen en water toegestaan. Alleen bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. Aan de westzijde van de bestemming Maatschappelijk is een functieaanduiding 'specifieke vorm van verkeer - in- en uitrit' opgenomen. Deze aanduiding regelt dat alleen ter plaatse van deze aanduiding een ontsluiting ten 68

bestemmingsplan "Domus Plus - Fuikvaartweg" (vastgesteld)

behoeve van Domus Plus is toegestaan. Atikel 5 Maatschappelijk De bestemming 'Maatschappelijk' wordt gehanteerd voor beschermde woonvormen en zorgwonen en is bedoeld om Domus Plus toe te staan. Andere maatschappelijke functies zijn niet toegestaan. Hoofdgebouwen zijn toegestaan binnen het bouwvlak. Binnen hoofdgebouwen zijn in totaal maximaal 24 zorgwoningen toegestaan en één bed voor tijdelijk, kortdurend verblijf (time-out of crisisopvang). De maximale bouwhoogte voor hoofdgebouwen bedraagt 10 meter. Het grondoppervlak bedraagt niet meer dan 800 m2 en het maximum vloeroppervlak mag niet meer zijn dan 1.600 m2. Ter plaats evan de functieaanduiding 'groen' is een extensiever gebruik toegestaan. In ieder geval zijn gebouwen hier niet mogelijk. Artikel 6 Natuur Deze bestemming is toegekend aan de kern van het plangebied. Hier wordt het behoud, herstel en de ontwikkeling van natuurwetenschappelijke- en ecologische waarde beoogd. Water is hier een belangrijk onderdeel van. Extensief gebruik in de vorm van wandelpaden is toegelaten. Artikel 7 Water Het op de verbeelding aangeduide water betreft de in het plangebied voorkomende watergangen/sloten.

5.2.2.2

Dubbelbestemmingen

Artikel 8 Leiding - Leidingstrook Een klein deel aan de zuid- en westzijde van het plangebied heeft de dubbelbestemming 'Leiding - Leidingstrook'. Op deze gronden mag in principe niet worden gebouwd, uitgezonderd bouwwerken geen gebouwen zijnde ten behoeve van de bestemming. Voor bepaalde werken/ werkzaamheden is een aanlegvergunningenstelsel opgenomen. Artikel 9 Waarde - Archeologie De aanwezige archeologische verwachtingswaarden krijgen bescherming door het toekennen van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie'. De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, naast de andere voor die gronden aangewezen bestemmingen, ook bestemd voor de bescherming en de veiligstelling van archeologische waarden. Het bestemmingsplan houdt rekening met de (voorlopige) Archeologische Beleidskaart Haarlem. In het plangebied komen de categorieën 2a en 5a voor. 69

bestemmingsplan "Domus Plus - Fuikvaartweg" (vastgesteld)

Categorie 2a In de gebieden die tot deze categorie behoren geldt een hoge archeologische verwachting. Voor deze categorie geldt dat bij plannen waarbij bodemverstorende activiteiten plaatsvinden van 50 m² en groter en die dieper gaan dan 30 cm beneden maaiveld, een waardestellend archeologisch rapport moet worden overlegd bij de aanvraag van een omgevingsvergunning. Aan deze gebieden is de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2a' toegekend. Categorie 5a In de gebieden die tot deze categorie behoren geldt een lage archeologische verwachting. Voor deze categorie geldt dat bij plannen waarbij bodemverstorende activiteiten plaatsvinden van 2.500 m² en groter en die dieper gaan dan 30 cm beneden maaiveld, een waardestellend archeologisch rapport moet worden overlegd bij de aanvraag van een omgevingsvergunning. Aan deze gebieden is de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 5a' toegekend. Artikel 10 Waarde - Cultuurhistorie De binnen de bestemming 'Waarde - Cultuurhistorie' aangewezen gronden zijn ook bestemd voor het behoud en de versterking van de cultuurhistorische- en landschappelijke waarden. Voor deze bestemming geldt voor bepaalde activiteiten en werkzaamheden een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken (voorheen: aanlegvergunningenstelsel) . Artikel 11 Waarde - Groeiplaats monumentale boom Langs de Nieuweweg zijn diverse bomen aanwezig die behoudenswaardig zijn.

Dit is geconstateerd bij de bomeninventarisatie die is uitgevoerd. De bomen zijn middels deze dubbelbestemming beschermd. Er is een aanlegvergunning nodig om werkzaamheden uit te kunnen voeren binnen de kroonprojectie van de boom. Bouwen is niet toegestaan.

5.2.3 Hoofdstuk 3: Algemene regels Artikel 12 Anti-dubbeltelregel Met deze regel wordt voorkomen dat er in feite meer wordt gebouwd dan het bestemmingsplan beoogt. Bijvoorbeeld in het geval (onderdelen van) bouwpercelen - al dan niet tijdelijk - van eigenaren wisselen. De regeling is vooral van belang met het oog op nieuwbouw. Door verwerving van een extra (bouw)perceel of een gedeelte daarvan, kunnen de gronden niet meegenomen worden met de berekening van de bouwmogelijkheden van het nieuwe perceel als de nieuw verworven gronden al meegenomen zijn bij de berekening van een eerdere omgevingsvergunning. Het is dus niet toegestaan gronden twee keer in te zetten om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit te verkrijgen.

70

bestemmingsplan "Domus Plus - Fuikvaartweg" (vastgesteld)

Artikel 13 Algemene gebruiksregels Dit artikel geeft algemene regels met betrekking tot ongewenst gebruik van gronden die in alle gevallen opgeld doen, tenzij dit in de specifieke gebruiksregels expliciet alsnog wordt toegestaan. Artikel 14 Algemene afwijkingsregels Het bestemmingsplan als bindende verordening is opgebouwd uit objectief vastgelegde ruimtelijke begrenzingen. De mogelijkheden en onmogelijkheden voor het bouwen en het gebruik zijn nauwkeurig vastgelegd. Die ruimtelijke en functionele begrenzing is een afgeleide van de basisgegevens van de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT), stedenbouwkundige afwegingen en het bestaande gebruik. In de praktijk kunnen afwijkingen voorkomen. Ook kan, bij nieuwe ontwikkelingen, veranderde wetgeving of voorschreidend inzicht, toch behoefte zijn aan een andere maatvoering oif een andere functie van bouwwerken. Starheid van bestemmingsregels mag niet de oorzaak zijn van gekunstelde oplossingen, waarmee de kwalitatieve doelstelling van het bestemmingsplan niet gediend is. Door middel van dit artikel is enige mate van flexibiliteit mogelijk. Zo kan er een afwijking plaatsvinden voor de in het plan aangegeven maten tot ten hoogste 10%.

Het toepassen van een afwijkingsbevoegdheid gebeurt altijd met inachtneming van het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht, zodat belanghebbenden de mogelijkheid tot bezwaar/beroep hebben wanneer op grond van dit artikel van het plan wordt afgeweken. Artikel 15 Overige regels Parkeren, laden en lossen Dit artikel legt een koppeling tussen de regels van het bestemmingsplan en de gemeentelijke beleidsregels voor het parkeren. De normen voor parkeren, stallen, laden en lossen zelf liggen namelijk niet vast in dit bestemmingsplan, maar in gemeentelijke beleidsregels. Die beleidsregels geven aan wanneer er sprake is van voldoende ruimte voor parkeren, stallen, laden en lossen. Uitgegaan wordt altijd van de gemeentelijke beleidsregels voor het parkeren zoals die gelden op het moment van de ontvangst van de aanvraag om een omgevingsvergunning. 5.2.4 Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels Artikel 16 Overgangsrecht Het overgangsrecht is van toepassing op bestaande situaties (gebruik en/of bebouwing) die op het moment van het van kracht worden van dit bestemmingsplan niet passen binnen het nieuwe plan. Het overgangsrecht houdt in dat gebruik en bebouwing dat in strijd is met het nieuwe bestemmingsplan, maar al aanwezig was ten tijde van de voorgaande 71

bestemmingsplan "Domus Plus - Fuikvaartweg" (vastgesteld)

plannen, onder voorwaarden, mag worden voortgezet. Ook bouwwerken die op basis van een geldige omgevingsvergunning nog gebouwd mogen worden, worden onder het overgangsrecht geschaard. Het overgangsrecht is nadrukkelijk niet bedoeld voor bouwwerken die een gebruik kennen dat onrechtmatig is op het moment van het van kracht worden van dit bestemmingsplan. Er is geen sprake van legalisatie van al strijdig gebruik door dit bestemmingsplan en er kan ook nog steeds gehandhaafd worden. Ook bouwwerken die op de peildatum illegaal zijn, blijven illegaal. Artikel 17 Slotregel Het laatste artikel van de regels betreft de citeertitel van het onderliggende bestemmingsplan.

72

bestemmingsplan "Domus Plus - Fuikvaartweg" (vastgesteld)

Hoofdstuk 6 6.1

UITVOERBAARHEID

Economische uitvoerbaarheid Bij ontwikkelingen die middels het bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt, is het noodzakelijk aan te tonen in hoeverre de beoogde plannen financieel haalbaar zijn en wie de risicodragende partij is. In dit kader is in afdeling 6.4 Wro bepaald dat de gemeenteraad een exploitatieplan moet vaststellen, indien een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen. Hiervan kan worden afgeweken indien het verhaal van de kosten van een grondexploitatie over de in het plan begrepen gronden anderszins verzekerd is. Met dit bestemmingsplan wordt beoogd het vigerende juridisch-planologisch kader te herzien naar aanleiding van de gewenste realisatie van Domus Plus, de buurttuinderij op Nieuweweg 2 en de landschappelijke- en ecologische opwaardering van de aangrenzende agrarische gronden. Er is hierdoor sprake van een bouwplan zoals bedoeld in artikel 6.2.1 Bro. Daarom is het opstellen van een exploitatieplan noodzakelijk, tenzij de kosten van de ontwikkeling anderszins verzekerd zijn. De gemeente Haarlem is eigenaar van de gronden waarop het initiatief wordt gerealiseerd. Er is binnen de begroting voldoende budget om het plan te realiseren. Hiermee zijn de kosten van de ontwikkeling anderszins verzekerd en is een exploitatieplan niet nodig.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

6.2.1 Wettelijk vooroverleg Overeenkomstig artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is het ontwerp-bestemmingsplan toegezonden aan de volgende instanties: provincie Noord-Holland; Hoogheemraadschap van Rijnland; Veiligheidsregio Kennemerland. De volgende instanties hebben niet gereageerd: Hoogheemraadschap van Rijnland; Veiligheidsregio Kennemerland. De provincie heeft aangegeven akkoord te kunnen gaan met de inpassing in het Bijzonder Provinciaal Landschap: Vanuit het BPL gezien is er nauwelijks aantasting van de kernkwaliteit openheid. Het betreft al een kleinschalig gebied met stadsrandfuncties. De ontwikkeling wordt ingepast in een hoek van de kavel en aan de zijde van de Nieuweweg blijft het gebied open.

73

bestemmingsplan "Domus Plus - Fuikvaartweg" (vastgesteld)

6.2.2 Zienswijzen Gedurende een periode van 6 weken, van 8 december 2023 tot en met 18 januari 2024, is een ieder in de gelegenheid gesteld om te reageren op het plan. In Bijlage 13 is een samenvatting van de ingekomen zienswijzen, samen met de beantwoording van het gemeentebestuur opgenomen.

6.3

Handhaving Met dit bestemmingsplan beoogt de gemeenteraad een voor de burgers duidelijk en herkenbaar ruimtelijk beleid te formuleren. Op grond daarvan mag dan ook verwacht worden dat het college van burgemeester en wethouders handhavend optreedt als iemand de regels van het bestemmingsplan niet naleeft. De ruimtelijke kwaliteit van het gebied loopt namelijk gevaar als men in strijd met het bestemmingsplan een bouwwerk bouwt of als men in strijd met het bestemmingsplan gronden of bouwwerken gebruikt. Het achterwege laten van handhaving kan ertoe leiden dat zich ongewenste ruimtelijke ontwikkelingen voordoen, die negatieve gevolgen hebben voor de ruimtelijke kwaliteit en de veiligheid. Daarom wordt hier het beleid over de handhaving uiteengezet en aangegeven hoe de handhaving van de bestemmingsplanregels wordt opgepakt. Volgens vaste jurisprudentie bestaat er een beginselplicht om handhavend op te treden. Dit houdt in dat, gelet op het algemeen belang dat gediend is met de handhaving, in geval van overtreding van een wettelijk voorschrift of regel het bestuursorgaan dat bevoegd is om met bestuursdwang of een last onder dwangsom op te treden, in de regel van deze bevoegdheid gebruik moet maken. Alleen onder bijzondere omstandigheden mag van het bestuursorgaan worden gevergd dit niet te doen. Dit kan zich voordoen als er concreet zicht op legalisatie bestaat.

Verder kan handhavend optreden zodanig onevenredig zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen dat van optreden in die concrete situatie behoort te worden afgezien. De gemeente Haarlem voldoet aan deze beginselplicht door daadkrachtig en consequent op te treden. Eens in de vier jaar stelt de gemeente Haarlem een integraal handhavingsbeleid vast waarin de projecten staan aangegeven die worden opgepakt. De opzet is dat de afdeling Vergunningen, Toezicht en Handhaving niet alle illegale situaties tegelijk aanpakt, maar wel een werkbaar aantal zaken, wat een uitstralend effect zal hebben. Nieuw vastgestelde bestemmingsplannen lenen zich bij uitstek voor deze projectmatige aanpak. Uiteraard wordt bij calamiteiten altijd opgetreden. Handhaving van de regels van bestemmingsplannen vindt in de gemeente Haarlem plaats langs bestuursrechtelijke weg. Rechtszekerheid en gelijke behandeling van burgers staan hierbij voorop. Daarbij is ook communicatie belangrijk. Hier kan bovendien een preventieve werking van uitgaan. De gemeente brengt vooral de relatie met de na te streven beleidsdoelstellingen onder de aandacht, zodat voor iedere inwoner, eigenaar en ondernemer duidelijk mag zijn hoe en wanneer het college handhaaft.

Ook voor dit plangebied zal de handhaving van de kaders van het bestemmingsplan ook plaatsvinden na het verstrekken van omgevingsvergunningen voor de activiteiten 'bouwen', 'het uitvoeren van een 74

bestemmingsplan "Domus Plus - Fuikvaartweg" (vastgesteld)

werk' en 'het gebruiken van gronden en bouwwerken'. Want niet alleen handelingen zonder vergunning zijn onderwerp van handhaving, maar ook handelingen in afwijking van een omgevingsvergunning vormen een overtreding. Het gemeentelijk toezicht tijdens de vergunningplichtige activiteiten is gewaarborgd doordat inspecteurs in Haarlem volgens het Landelijk Toezichtprotocol werken. Deze inspecteurs classificeren projecten volgens het protocol, waarmee zij de noodzakelijke frequentie en het niveau van de controles tijdens de bouw bepalen. De rapportage van deze controles slaan zij digitaal op. Zo draagt het college zorg voor de handhaving van de bestemmingsplanregels.

75

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13960705/2