CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Toelichting bij bestemmingsplan Domus Plus -Fuikvaartweg

gemeenteraad 28 maart 2024, gemeente HaarlemBij agendapunt: Bestemmingsplan Domus Plus - Fuikvaartweg vaststellen21.893 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Domus Plus - Fuikvaartweg

bestemmingsplan "Domus Plus - Fuikvaartweg" (vastgesteld)

2

bestemmingsplan "Domus Plus - Fuikvaartweg" (vastgesteld)

Inhoudsopgave

Toelichting Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 1.7

Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8

Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4

Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14 4.15

Hoofdstuk 5 5.1 5.2

Hoofdstuk 6 6.1 6.2 6.3

5 INLEIDING

7

Bestemmingsplan Begrenzing van het plangebied Aanleiding tot actualisering van het bestemmingsplan Doel van het bestemmingsplan Geldende planologische regelingen Bestemmingsplanprocedure Leeswijzer plantoelichting

BESCHRIJVING BESTAANDE SITUATIE Korte historische schets Ruimtelijke structuur Functionele structuur Beschrijving ontwikkeling Locatiekeuze Ruimtelijke inpassing Verkeer en parkeren Participatie

9 9 9 10 10 11 11

13 13 15 17 17 20 20 21 23

BELEIDSKADER

25

Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid

25 28 34 35

MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN

45

Bedrijven en milieuzonering Bodemparagraaf Externe veiligheid Geluid Luchtkwaliteit Archeologie Cultuurhistorie Duurzaamheid en energie Groenparagraaf Kabels, leidingen, straalpaden en andere belemmeringen Natuurwaarden Vliegverkeer Waterparagraaf Niet gesprongen explosieven MER-beoordeling

45 46 47 48 50 51 53 54 54 55 55 58 59 64 64

JURIDISCHE ASPECTEN Inleiding Juridische planopzet

67 67 67

UITVOERBAARHEID Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid Handhaving

73 73 73 74

3

bestemmingsplan "Domus Plus - Fuikvaartweg" (vastgesteld)

4

bestemmingsplan "Domus Plus - Fuikvaartweg" (vastgesteld)

Toelichting

5

bestemmingsplan "Domus Plus - Fuikvaartweg" (vastgesteld)

6

bestemmingsplan "Domus Plus - Fuikvaartweg" (vastgesteld)

Hoofdstuk 1

INLEIDING

Volgens de Wet Maatschappelijke Ondersteuning zijn gemeenten verantwoordelijk voor de opvang van mensen die niet op eigen kracht zelfredzaam zijn. In januari 2021 heeft de Haarlemse gemeenteraad het regionaal beleidskader Kader Opvang, Wonen en Herstel 2022 tot en met 2027 vastgesteld om invulling te geven aan deze taakstelling. Om te voldoen aan de taakstelling met betrekking tot de opvang van mensen met een psychische stoornis en-/of een verslaving, wil de gemeente een bijzondere woonzorgvoorziening (Domus Plus) realiseren aan de Nieuweweg 2. Domus Plus is een regionale voorziening voor Beschermd Wonen voor een zware en complexe doelgroep van 24 cliënten en waar 24 uur per dag toezicht en begeleiding aanwezig is. Er wordt een integraal plan gemaakt voor het terrein aan de Nieuweweg 2. De bestaande boerderij met schuur blijft behouden waarbij deze een functie krijgen als beheerdersruimte tijdens bedrijfsuren van de buurttuinderij. Het is namelijk ook de bedoeling om een deel van de gronden aan te wenden voor een buurttuinderij.

7

bestemmingsplan "Domus Plus - Fuikvaartweg" (vastgesteld)

Afbeelding: Ligging van het bestemmingsplangebied, indicatief met een rood kader aangegeven

8

bestemmingsplan "Domus Plus - Fuikvaartweg" (vastgesteld)

1.1

Bestemmingsplan Het bestemmingsplan Domus Plus - Fuikvaartweg bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De regels bevatten juridische regels over het gebruik van de ruimte. Deze regels geven aan of, en zo ja, hoe ruimte bebouwd mag worden en welke functies (bestemmingen) zijn toegestaan. De verbeelding geeft de exacte plaats van de bestemmingen aan, en verwijst naar de regels. De toelichting, tenslotte, is de onderbouwing van regels en verbeelding. Hierin staan het doel van het bestemmingsplan en de toekomstige ontwikkeling van het gebied. De toelichting gaat in op onderwerpen die voor die ontwikkeling van belang zijn, zoals de stedenbouwkundige structuur, de haalbaarheid van het plan en milieuaspecten.

1.2

Begrenzing van het plangebied Het plangebied van bestemmingsplan Domus Plus - Fuikvaartweg Het plangebied (2,8 ha.) ligt ten oosten van het Reinaldapark, begrensd door de Nieuweweg aan de noordzijde, de Fuikvaartweg aan de westzijde en het bestaande bebouwingscluster waaronder de boerderij Nieuweweg 2 aan de oostzijde (zie voorgaande en navolgende afbeelding).

Afbeelding: Plangebied

1.3

Aanleiding tot actualisering van het bestemmingsplan Voor het plangebied Domus Plus - Fuikvaartweg is het voornemen om een woonzorggebouw (Domus Plus) te realiseren voor 24 bewoners/cliënten (verder: bewoners). Dit gebouw en de omliggende gronden bieden tevens de mogelijk tot het bieden van dagbesteding voor de bewoners. De omliggende gronden worden groen ingericht en bieden mogelijkheden voor: 9

bestemmingsplan "Domus Plus - Fuikvaartweg" (vastgesteld)

een buurttuinderij met schuur en/of beheerdersruimte; een bosrand die de overgang naar/afscheiding met de N205 (Schipholweg) vormt; natuurlijk grasland, eventueel gecombineerd met lage begroeiing; water; wandelpaden. Op de reden om voor deze planlocatie te kiezen wordt later ingegaan. Het vigerende bestemmingsplan is niet afgestemd op deze ontwikkeling en daarom dient een nieuw planologisch-juridisch regime te worden vastgesteld. Dit is het voorliggende bestemmingsplan.

1.4

Doel van het bestemmingsplan Hoofddoel van het nieuwe bestemmingsplan Domus Plus - Fuikvaartweg is het opstellen van een actueel juridisch kader, waarbinnen de nieuwe ontwikkeling juist wordt geregeld, zowel wat betreft gebruik als wat betreft bebouwingsmogelijkheden.

1.5

Geldende planologische regelingen Binnen het plangebied Domus Plus - Fuikvaartweg gelden de volgende bestemmingsplannen:

IMRO-nummer Naam van het plan NL.IMRO.0392.BP3120016-va01 Liewegje NL.IMRO.0392.BP0120001-va01 Parapluplan parkeernormen Haarlem 2018 NL.IMRO.0392.BP0120003-va01 Reparatieplan B Haarlem 2019 NL.IMRO.0392.BP0120005-va01 Reparatieplan C Haarlem 2020

Vastgesteld 16-12-2010 17-5-2018 21-11-2019 22-4-2021

Tabel: Geldende bestemmingsplannen op moment van opstellen bestemmingsplan.

Bij het van kracht worden van het bestemmingsplan Domus Plus - Fuikvaartweg zullen de in tabel 1 genoemde plannen, voor het deel dat ligt binnen het plangebied, hun rechtskracht verliezen.

10

bestemmingsplan "Domus Plus - Fuikvaartweg" (vastgesteld)

1.6

Bestemmingsplanprocedure Het bestemmingsplan Domus Plus - Fuikvaartweg doorloopt de wettelijke procedure. Het conceptontwerpbestemmingsplan wordt op basis van het wettelijk vooroverleg ex artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) toegestuurd aan de relevante overlegpartners. In het kader van participatie is over het schetsplan overleg gevoerd met een voor dat doel opgerichte wijkprojectgroep. Deze wijkprojectgroep heeft geholpen bij de uitwerking van verschillende ontwerpvarianten en het maken van een keuze voor de in het bestemmingsplan opgenomen variant. De reacties op basis van het wettelijke vooroverleg, kunnen leiden tot aanpassing van het conceptontwerpbestemmingsplan Domus Plus - Fuikvaartweg. Vervolgens geeft het college van burgemeester en wethouders het ontwerpbestemmingsplan vrij voor tervisielegging volgens artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Na publicatie wordt het ontwerp gedurende zes weken ter inzage gelegd. In die tijd kunnen door eenieder zowel mondeling als schriftelijk zienswijzen worden ingediend bij de gemeenteraad. De gemeente organiseert in deze periode een informatiebijeenkomst waarin het bestemmingsplan wordt toegelicht. Na verwerking van de zienswijzen en mogelijke ambtelijke aanpassingen besluit de gemeenteraad over de vaststelling van het bestemmingsplan.

Na aanpassing van het bestemmingsplan met inachtneming van de door de raad aangebrachte wijzigingen wordt het vastgestelde bestemmingsplan weer zes weken ter inzage gelegd (aanvang beroepstermijn). Belanghebbenden en iedereen die een zienswijze heeft ingediend bij de gemeenteraad kunnen beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Daarnaast kunnen belanghebbenden beroep instellen tegen wijzigingen die de gemeenteraad bij de vaststelling van het bestemmingsplan heeft aangebracht.

1.7

Leeswijzer plantoelichting Dit hoofdstuk van de toelichting is de inleiding van het bestemmingsplan. Vervolgens gaat hoofdstuk 2 in op de bestaande ruimtelijk-functionele structuur van het plangebied. De ontstaansgeschiedenis van het gebied verklaart namelijk de huidige verschijningsvorm voor een belangrijk deel. Hoofdstuk 3 behandelt het voor het plangebied relevante beleid. Hoofdstuk 4 bevat een inventarisatie van de verschillende milieu- en omgevingsaspecten en de resultaten van de verschillende onderzoeken. Het gaat hierbij om alle zaken die kunnen leiden tot ruimtelijke beperkingen. Het uitvoeren van onderzoeken en het maken van analyses van het plangebied is nodig op basis van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening. Hoofdstuk 5 beschrijft de visie op het plangebied en gaat in op ontwikkelingen die nu of mogelijk in de toekomst in het plangebied spelen. Hoofdstuk 6 gaat in op de juridische aspecten en licht de planregels, milieuzoneringslijst, waarderingskaart, verbeelding en de regeling voor bebouwing toe. Het laatste hoofdstuk beschrijft de financieel-economische uitvoerbaarheid en licht de uitkomsten van het gevoerde vooroverleg toe. Bij de toelichting hoort ook een aantal bijlagen. Daarmee sluit de toelichting af.

11

bestemmingsplan "Domus Plus - Fuikvaartweg" (vastgesteld)

12

bestemmingsplan "Domus Plus - Fuikvaartweg" (vastgesteld)

Hoofdstuk 2

BESCHRIJVINGBESTAANDE SITUATIE

In dit hoofdstuk wordt een historische schets van het bestemmingsplangebied gegeven. Ook komt in dit hoofdstuk aan de orde wat de huidige situatie is van de ruimtelijke en functionele structuur.

2.1

Korte historische schets De geologische ondergrond van Haarlem wordt gekenmerkt door een aantal evenwijdig aan de kust lopende strandwallen, die voor een groot deel de geschiedenis van de stad bepalen. De strandwallen zijn ongeveer 5600 jaar terug ontstaan. Na een zeespiegelstijging wisselden periodes van sterke zandafzetting zich af met periodes waarin dit langzamer verliep. Een periode van sterke zandafzetting resulteerde in een strandwal. Een aantal herhalingen van dit proces heeft geresulteerd in een reeks strandwallen waardoor de kust steeds verder naar het westen opschoof. De ouderdom van de strandwallen neemt dus richting het westen af. Door de strandwallen had de zee geen invloed meer op het achtergelegen water; alleen via riviermondingen was de invloed van de zee op het achterland merkbaar. Verdere ontwikkeling van de strandwallen vond plaats onder invloed van de wind die zand vanaf het strand op de strandwallen afzette. In het door de zee niet meer beïnvloedde water trad verzoeting van het milieu op waardoor, mede onder invloed van slechte waterafvoer, veengroei ontstond. Deze veengebieden worden strandvlakten genoemd. Via een uitgebreid stelsel van rivieren waterde het veengebied af. De Liede en het Spaarne zijn als veenrivier ontstaan.

Strandwal De oudste strandwal loopt, globaal, vanaf de plaats Monster in Zuid-Holland, via het oostelijk deel van de gemeente Haarlem, naar Bergen in Noord-Holland. Van deze strandwal is heel veel verdwenen. De vergraving ten behoeve van de huidige bollenvelden, het moderne diepploegen en, in de bewoningsgebieden, de moderne woningbouw hebben er voor gezorgd dat van deze vroegste woonlocatie nauwelijks wat over is. Van wat er van deze strandwal nog intact is ligt het grootste gedeelte in Haarlem. Aan de oostzijde van de Zuiderpolder bevinden zich hier en daar nog kleine ongestoorde stukjes. Het grootste deel hiervan ligt in het bestemmingsplangebied ten noordwesten van het bestemmingsplanplangebied Liewegje. Booronderzoek heeft aangetoond dat van de hier aanwezige strandwal meer dan de helft, ten behoeve van zandwinning, benodigd voor de aanleg van de tramverbinding Amsterdam-Haarlem- Zandvoort, is vergraven. Over blijft een ongestoord stuk met een lengte van ca. 80 meter. Het voorliggend plangebied is gedeeltelijk gelegen op de resten van de strandwal. Bewoning is op de strandwallen begonnen; de strandvlakten waren door de veenvorming moeilijk bewoonbaar. De eerste sporen van bewoning dateren uit het Laat-Neolithicum. Bodemvondsten uit de Bronstijd, IJzertijd en Romeinse tijd geven aan dat ook in deze periodes occupatie aanwezig was.

De omvang van bewoning is niet constant; wanneer de bewoning van een meer permanente aard wordt en tot een nederzetting uitgroeit, is niet duidelijk. De middeleeuwse delen van de stad laten duidelijk de ligging van de strandwallen zien. Pas aan 13

bestemmingsplan "Domus Plus - Fuikvaartweg" (vastgesteld)

het einde van de 19e eeuw vindt grootschalige uitbreiding in veengebieden plaats. Periodes van grote economische bloei en stagnatie wisselden elkaar in de opeenvolgende eeuwen af. De grote bloei van de Haarlemse economie tijdens de 14e en het begin van de 15e eeuw resulteerde in een grote groei van de bevolking. In de tweede helft van de 15e ontstond er echter een periode van verval door onlusten en handelsproblemen. Pas na de Spaanse bezetting, in 1577, keerde het tij voor de economie en de 17e eeuw was weer een periode van welvaart. Vanaf het begin van de 18e tot het eind van de 19e eeuw ondervond Haarlem de gevolgen van de economische crisis waarin het gehele land zich toen bevond. Vanaf de industriele revolutie bloeide de economie weer op. Ten oosten van het langgerekt ontwikkelde Kennemerland is in de loop van eeuwen een weide- en bouwland poldergebied ontstaan, dat zich tot de Amsterdamse agglomeratie uitstrekte. In de Zuiderpolder komt veen, zand en klei aan de oppervlakte voor. Het overgrote deel van de polder bestaat uit veengrond. De goede veraarding is ontstaan na het eeuwenlang uitstrooien van bagger, duinzand en stalmest. Het in een voedselrijk milieu ontwikkelde rietseggeveen bevindt zich onder de zode. In de vorige eeuw heeft het Liewegje zich ontwikkeld tot een landweg met agrarische bebouwing en akkers.

In de laatste decennia heeft de agrarische functie in het gebied langzamerhand plaatsgemaakt voor een zuivere woonfunctie. Dit proces is versneld door de bouw van de Zuiderpolder op een groot deel van het agrarisch achterland. Het voorliggende plangebied is gelegen ten westen van het Liewegje en is agrarisch gebleven met aan de randen een groene omzoming.

14

bestemmingsplan "Domus Plus - Fuikvaartweg" (vastgesteld)

Afbeelding: ontwikkeling plangebied en omgeving vanaf 1850 (linksboven) tot nu (rechtsonder) (bron: Topotijdreis.nl)

2.2

Ruimtelijke structuur Het plangebied is gelegen aan de zuidkant van de Zuiderpolder. Dit gebied maakt deel uit van een groene randzone aan de oostkant van Haarlem, tot aan de Ringvaart en de Buitenliede. Het voorliggende plangebied is samen met de weilanden ten noorden van de Nieuweweg nog als polder te zien. Aan de noordzijde van de Fuikvaart en aan de westzijde de Fuikplas en het burgemeester Reinaldapark. De verkaveling is regelmatig met oost-west gerichte sloten. Aan de westzijde wordt het plangebied begrensd door een bomenrij en de Fuikvaartweg. Aan de noordzijde wordt het begrensd door ook een bomenrij en de Nieuweweg. Aan de oostzijde wordt het begrensd door het agrarische kavel met moestuinen. Welke een overgang maken richting de bebouwing dat aanwezig is ten oosten van het plangebied. Aan de zuidzijde wordt het plangebied begrensd door veel en hoogopgaand groen in de vorm van bomen. De N205 is hierdoor niet tot nauwelijks zichtbaar vanaf het plangebied. In de noordoosthoek is de enige bebouwing aanwezig, zijnde de boerderij.

15

bestemmingsplan "Domus Plus - Fuikvaartweg" (vastgesteld)

Afbeelding: aanzicht plangebied vanaf de Nieuweweg richting zuidoosten

Afbeelding: aanzicht plangebied vanaf de Nieuweweg richting zuidwesten

Afbeelding: boerderij Nieuweweg 2

16

bestemmingsplan "Domus Plus - Fuikvaartweg" (vastgesteld)

2.3

Functionele structuur In de huidige situatie is de bestemming van de hele kavel aan de Nieuweweg 2 ‘agrarisch’. In de noordoostelijke hoek staat een bestaande bedrijfswoning met schuur (de boerderij) met daaromheen een tuin met wat struiken, bomen en een moestuin. Het grootste deel van de kavel bestaat uit grasland waar voorheen koeien stonden. Rondom het agrarische terrein bevindt zich een groene strook met gras, bomen en struiken en waarvan de bestemming ‘recreatief’ is. Bomen en struikgewas schermen het agrarische grasland af van de N205 (Schipholweg).

2.4

Beschrijving ontwikkeling Domus Plus De gemeente Haarlem is verantwoordelijk voor de maatschappelijke opvang in de regio's Haarlemmermeer, IJmond en Zuid-Kennemerland voor cliënten die kampen met feitelijke dakloosheid en verminderde zelfredzaamheid door complexe problemen. Er zijn echter geen passende voorzieningen beschikbaar voor een kleine groep die niet zelf in onderdak kan voorzien en evenmin in staat is om zelfstandig te wonen en te functioneren. De Gezamenlijke ketenpartners binnen de Maatschappelijke Opvang en de Openbare Geestelijke Gezondheidszorg (OGGZ) regio Kennemerland, hebben aangegeven dat er dringend behoefte is aan een voorziening voor deze groep. Domus Plus biedt intensieve zorg en begeleiding voor verbetering van gedrag en levensstijl, waardoor overlast voor de omgeving kan afnemen. Daarom zet gemeente Haarlem zich in voor de realisatie van een Domus Plus voorziening voor 24 personen en één bed voor kortdurend tijdelijk verblijf (time-out of crisisopvang) in Veiligheidsregio Kennemerland. Door deze mensen een vaste woonplek en dagbesteding te geven, ontkomen ze aan de stress van het straatleven en wordt dakloosheid, overlast en criminaliteit voorkomen. Domus Plus is een concept dat door het Leger des Heils in Nederland is geïntroduceerd.

Het is een beschermde woonvorm voor dak- en thuisloze mensen met verslavingsproblemen, psychische problemen en soms een verstandelijke beperking, die nergens anders terecht kunnen. Het Leger des Heils exploiteert Domus en Domus Plus voorzieningen in het hele land, waaronder Amsterdam, Doetinchem, Nijmegen, Wehl, Zwolle, Eindhoven, Almere en Heerlen. Domus en Domus Plus zijn geen exclusieve merknamen van het Leger des Heils. Het zijn begrippen die staan voor een unieke woonvorm waarbij bewoners 24-uurs begeleiding, een eigen kamer en benodigdheden voor het eerste levensonderhoud krijgen. Het doel is om cliënten te helpen bij het beheersen en verminderen van middelengebruik, zoals alcohol en drugs, en om een dagelijkse routine op te bouwen waarbij dagbesteding een vast onderdeel is. Samen met de bewoners worden afspraken gemaakt om hun welzijn te verbeteren. Waar nodig wordt samengewerkt met instanties zoals de schuldhulpverlening, verslavingszorg, GGZ, politie of justitie. Doordat zij een 17

bestemmingsplan "Domus Plus - Fuikvaartweg" (vastgesteld)

vaste woonplek en dagbesteding hebben, kunnen cliënten ontkomen aan de stress van het straatleven of het bestaan binnen een opvangvoorziening waar zij niet de juiste begeleiding kunnen krijgen. Domus Plus kan een enorme impact kan hebben op het leven van dak- en thuislozen die hun leven niet zelf op orde krijgen en op straat of in reguliere opvang verblijven waar zij niet de juiste zorg en begeleiding krijgen. Het is een bewezen succesvolle aanpak die bewoners een veilige woonplek en de juiste begeleiding biedt om hun leven in een rustiger vaarwater te krijgen en die effectief is in het verminderen van overlast voor de omgeving. Gebouw Domus Plus en aangrenzend terrein Binnen voorliggend bestemmingsplan wordt de hiervoor beschreven functie mogelijk gemaakt in een gebouw van maximaal 2 bouwlagen met daarop een kap en een maximum oppervlak van 1.600 m2 bvo. Er wordt hiervoor een maatschappelijke bestemming opgenomen met een bouwvlak. Binnen het bouwvlak is de bebouwing mogelijk en daar buiten onder andere parkeergelegenheid. Het terrein wordt met bomen en struiken omzoomd zodat het grotendeels aan het zicht wordt onttrokken vanaf de openbare ruimte. Zoveel mogelijk groen op het terrein en zo min mogelijk verharding is een van de uitgangspunten. Door de positionering van het gebouw en de erfafscheidingen ontstaan er voldoende beschutte plekken.

De inrichting van de buitenruimte is onderdeel van de ontwerpopgave die volgt bij de vergunningsaanvraag. Qua beeldkwaliteit is onder meer bepaald dat het gebouw één helder volume krijgt, bestaande uit twee of drie bouwlagen. Het volume is passend in het landschap. Grotendeels bestaat het uit houtbouw met terughoudend kleurgebruik. Het gebouw wordt natuurinclusief. Boerderij en overige gronden De boerderij blijft behouden en zal een functie ten behoeve van de buurttuinderij krijgen. Te denken valt aan ruimte voor ontmoeting, verkooppunt en opslag producten buurttuinderij, workshops en educatieve lessen. Ook wordt de mogelijkheid om te wonen behouden. De bestaande bouwmogelijkheden die horen bij het agrarisch bouwperceel worden weggenomen en in de plaats daarvan komt er een buurttuinderij met mogelijk een voedselbos, waar de lokale gemeenschap gezamenlijk voedsel kan verbouwen. Op de boerderij en buurttuinderij kan tevens dagbesteding worden geboden aan de cliënten van Domus Plus. De mogelijkheid bestaat een 'community supported agriculture' te vestigen. Dit is een agrarisch bedrijf waarbij opbrengsten en risico's door de boer en de gemeenschap gezamenlijk worden gedragen. De overige gronden krijgen een landschappelijke en ecologische opwaardering. De bestaande waarden zijn zeker niet laag, maar is wel een monofunctioneel agrarisch land dat meer diversiteit kan krijgen.

Een deel van het plangebied zal natuurlijk grasland blijven. Dit om de overgang naar het agrarisch weiland aan de noordzijde van de Nieuweweg te behouden. Het middendeel zal als natte natuur worden ingericht. Aan de zuidkant wordt de bestaande bosrand versterkt door de bosrand naar het noorden uit te breiden. De navolgende afbeelding toont een voorbeelduitwerking van het schetsontwerp. 18

bestemmingsplan "Domus Plus - Fuikvaartweg" (vastgesteld)

Afbeelding: voorbeelduitwerking nieuwe inrichting

Concreet Samenvattend maakt voorliggend bestemmingsplan de volgende ontwikkelingen mogelijk: I. Het realiseren van een gebouw voor Domus Plus. II. Omvorming van het agrarisch bouwperceel tot buurttuinderij of agrarische buurtfunctie. III. Vergroening van het plangebied door: a. agrarisch weiland naar natuurlijker groen b. natte natuur c. toevoeging bosrand d. meer water Het bovenstaande wordt vormgegeven door het opnemen van een bestemmingsvlak Maatschappelijk voor Domus Plus. De buurttuinderij krijgt een bestemming Agrarisch. De centrale natte 'natuur' krijgt een bestemming Natuur en de overige gronden een bestemming Groen.

19

bestemmingsplan "Domus Plus - Fuikvaartweg" (vastgesteld)

2.5

Locatiekeuze De Nieuweweg 2 is een groene plek aan de rand van de stad en blijft ook een groene plek. De locatie is in beeld gekomen na een locatiestudie waarin circa 60 potentiële plekken in de stad zijn onderzocht en gewogen. Over deze locaties is ook geparticipeerd met de Haarlemse bevolking. De Nieuweweg 2 blijkt om meerdere redenen de geschiktste locatie voor deze maatschappelijke voorziening. Zo ligt de locatie in een rustige, prikkelarme omgeving met ruime afstand tot bestaande woningen. Ook zijn er geen kwetsbare voorzieningen, zoals scholen, sportverenigingen of kinderdagopvangen te vinden binnen een straal van 100 meter. Verder is het terrein overzichtelijk, waardoor het goed te beheersen valt voor de begeleiding van de cliënten, beveiliging en handhaving. Vanuit de bevraagde professionals in het werkveld wordt de Nieuweweg 2 beschouwd als een geschikte locatie.

2.6

Ruimtelijke inpassing Zoals eerder gesteld is het de bedoeling om Domus Plus in te passen met minimaal het behoud van de bestaande landschappelijke en natuurlijke waarden. De ambitie is om de waarden te versterken. Dit wordt onder meer gedaan door Domus Plus groen in te passen en een ingetogen beeldkwaliteit van het te realiseren gebouw. De open ruimte wordt versterkt door het toevoegen van water en het verhogen van de kwaliteit hiervan, zoveel mogelijk behoud van bestaande bomen en anders vervanging ervan en nieuwe beplanting toevoegen ter bevordering van de biodiversiteit en de klimaatadaptatie. Het gebied waar het Domus Plus terrein (ongeveer 3500 m2) moet worden ingepast, is een 2,8 ha groot nog vrij gaaf langwerpig weidegebied ten oosten van de Fuikvaartweg en ten zuiden van de Nieuweweg. Het behoort tot Bijzonder Provinciaal landschap. Kernkwaliteiten van dit stukje veenweidegebied zijn de openheid (een fraai contrast met het dichtbegroeide Reinaldapark), het nog gave verkavelingspatroon en de nog goed zichtbare overgang tussen de wat hogere gelegen strandwal (zand) en het lagere weidegebied (waardveen). Het is randvoorwaardelijk om de kernkwaliteiten van dit kwetsbare landschap te bewaren. Tegelijk met de vorming van voorliggend bestemmingsplan wordt er voor het gehele gebied een inrichtingsschets gemaakt.

Met deze inrichtingsschets wordt gewaarborgd dat de kernkwaliteiten van het gebied zoveel mogelijk behouden of versterkt worden. Het bestaande slotenpatroon wordt als basis genomen. Een deel van de sloten wordt verbreed waardoor het slotenpatroon versterkt wordt en het weiland zichtbaarder wordt verdeeld in drie langwerpige kavels 'eilandjes'. Het meest zuidelijke kavel wordt gebruikt om het gebied sterker in te bedden in z'n omgeving. Door dit kavel fors op te hogen en te beplanten ontstaat een bosstrook waarmee een grotere buffer kan worden gemaakt voor de Schipholweg aan de zuidzijde. Met de hogere beplantingswal kan aansluiting 20

bestemmingsplan "Domus Plus - Fuikvaartweg" (vastgesteld)

worden gezocht met het Reinaldapark. Het Domus terrein wordt zo compact mogelijk ingepast op het kavel ten noorden hiervan, aan de westrand van het gebied tegen het Reinaldapark. Door deze ligging kan een groot deel van het gebied open gehouden worden. De brede sloten vormen op een natuurlijke manier een erfafscheiding. Opgaande beplanting wordt alleen aan de zuidrand en op het Domus kavel toegevoegd. Een groot deel van het gebied blijft open in de vorm van weiland of moeras. Water toevoegen aan het gebied biedt behalve het versterken van de leesbaarheid ook kansen voor klimaatadaptie en waterbeheersing, veenherstel en ecologie. Met het vergroten van sloten in het gebied kan de nog goed leesbare overgang tussen hoger gelegen strandwal en lager gelegen veen nog meer versterkt worden. Het meest noordelijke kavel wordt zo open mogelijk gehouden in de vorm van weiland. De natuurwaarden zullen worden verhoogd door een aangepast extensief maaibeheer waardoor hoog kruidig grasland kan ontstaan met brede natuurvriendelijke oevers. De Nieuweweg blijft een landelijke weg met aan weerszijden open weiland.

2.7

Verkeer en parkeren Zowel Domus Plus als de bestaande boerderij aan de Nieuweweg 2 krijgen een eigen toegang. De toegang naar de boerderij is bestaand, aan de Nieuweweg. De toegang voor Domus Plus is nieuw, vanaf de Fuikvaartweg. Domus Plus Omdat er geen autobezit is onder de cliënten van de Domus Plus, behoeft niet te worden voorzien in autoparkeerplaatsen voor hen. In de Nota Parkeernormen van de gemeente Haarlem komt een maatschappelijke functie als Domus Plus niet voor. Het ligt voor de hand dat aansluiting wordt gezocht bij de norm voor verpleeg- en verzorgingstehuizen (0,5 parkeerplaatsen per wooneenheid). Dit betekent dat voor Domus Plus 12 parkeerplaatsen nodig zijn. Het terrein biedt voldoende ruimte voor parkeren volgens deze norm. Uit ervaringscijfers blijkt dat deze hoeveelheid parkeerplaatsen voor een functie als Domus Plus ruim voldoende is en dat er waarschijnlijk minder parkeerplaatsen nodig zijn. Dit is afgestemd met een mogelijke exploitant. Als er bij aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen blijkt dat er minder parkeerplaatsen zullen worden gerealiseerd, zal dit op dat moment worden onderbouwd. Dit is in lijn met de Nota Parkeernormen. Er is voldoende ruimte voor de parkeernorm voor verpleeg- en verzorgingstehuizen en daarom vormt het aspect parkeren geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

Hier hangt aan vast dat ook de hoeveelheid verkeersstromen van en naar Domus Plus laag zijn. Het zal vooral bestaan uit medewerkers. Er wordt ontsloten op de Fuikvaartweg die weer ontsluit op de Leonard Springerlaan / Vrijheidsweg. Door de kleine verkeersgeneratie en de lage verkeersintensiteit in de bestaande situatie (Nieuweweg: 300 mvt/etmaal, bron: akoestisch

21

bestemmingsplan "Domus Plus - Fuikvaartweg" (vastgesteld)

onderzoek Bijlage 6) worden er geen problemen verwacht voor de verkeersafwikkeling. Voor fietsparkeren worden de volgende normen aangehouden: per wooneenheid 1 fietsparkeerplek voor bewoners en 0,5 fietsparkeerplek voor bezoekers. Daarnaast zijn er 8 fietsparkeerplekken voor medewerkers. Er zijn 46 fietsparkeerplekken nodig en daarvoor is voldoende ruimte op het terrein van Domus Plus. Boerderij en buurttuinderij Naast de boerderij wordt ruimte gereserveerd om te kunnen parkeren. Er is voldoende ruimte om hierin te voorzien. Dit wordt nog nader uitgewerkt. De norm voor een volkstuin in het parkeerbeleid is 0,3 parkeerplaats per perceel. Omdat het onduidelijk is hoeveel percelen dit worden, is het voor nu nog niet exact te bepalen hoeveel parkeerplaatsen nodig zijn. Wel is het gezien de buurtfunctie de verwachting dat veel bezoekers op de fiets zullen komen. Voor fietsparkeervoorzieningen wordt ook in voldoende mate gezorgd. Omdat de boerderij een bredere functie gaat vervullen moet ook rekening worden gehouden met overige functies. Als wordt uitgegaan van de functie 'cultureel centrum of wijkgebouw' zoals genoemd in de Nota Parkeernormen, dan is dit een functie waarmee de gemeenschapsboerderij inclusief buurttuinderij mee te vergelijken is (het is niet de bedoeling dat het daadwerkelijk een cultuureel centrum of wijgebouw wordt).

De norm uit de beleidsregels is 1,0 parkeerplaats per 100 m2 bvo. Rekening houdend met 200 m2 bvo, betekent dit een parkeerbehoefte van 2,0 parkeerplaatsen voor deze functie. Dit is uitvoerbaar binnen de voorziene buitenruimte. Net als bij Domus Plus is de verkeersgeneratie laag, omdat het een buurtfunctie betreft. Veel bezoekers zullen met de fiets komen. De Nieuweweg en Fuikvaartweg zullen daardoor niet overbelast raken. Ook niet als de verkeersintensiteiten van de beide functies bij elkaar worden genomen. Bovendien wordt de planologische mogelijkheid van een agrarische functie sterk in oppervlakte beperkt. Dit maakt de toename aan verkeersintensiteiten nog lager. Beoordeling De locatie is goed bereikbaar, zowel met de auto als met de fiets/wandelend. De toename aan verkeer is niet significant en daardoor ontstaan er geen afwikkelingsproblemen. Er kan in voldoende mate in parkeervoorzieningen worden voorzien.

22

bestemmingsplan "Domus Plus - Fuikvaartweg" (vastgesteld)

2.8

Participatie Het vinden van een geschikte locatie voor Domus Plus verliep moeizaam en ook het ontwerpen en voorbereiden van het bestemmingsplan is geen gemakkelijk proces vanwege weerstand in de omgeving. Sommige buurtbewoners zijn namelijk bang voor overlast door de toekomstige cliënten. Het is daarom belangrijk dat, naast de gemeente, ook de toekomstige zorgaanbieder een rol speelt in het zorgen voor begrip en acceptatie in de buurt, zodat zowel de cliënten als de buurtbewoners zich prettig voelen in de omgeving van Domus Plus. Het informeren en betrekken van buurtbewoners in een vroeg stadium is daarbij cruciaal. Om begrip, acceptatie en wederkerigheid te bevorderen, is er een wijkprojectgroep opgericht met betrokken Haarlemmers uit de omgeving van de Nieuweweg 2, die voorafgaande aan het opstellen van het bestemmingsplan, hebben meegedacht over de inrichting van het terrein.

23

bestemmingsplan "Domus Plus - Fuikvaartweg" (vastgesteld)

24

bestemmingsplan "Domus Plus - Fuikvaartweg" (vastgesteld)

Hoofdstuk 3

BELEIDSKADER

In dit hoofdstuk worden de beleidskaders belicht voor zover dat leidend is voor het bestemmingsplan. Eerst wordt kort ingegaan op de relevante (ruimtelijke) beleidskaders van het Rijk, de provincie en de gemeente. Het rijks- en provinciaal beleid voor archeologie wordt beschreven in de paragraaf archeologie van hoofdstuk 4. Het rijks- en provinciaal beleid over water en het beleid van het Hoogheemraadschap van Rijnland wordt samen met het gemeentelijk beleid beschreven in de paragraaf water van hoofdstuk 4.

3.1

Rijksbeleid

3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht. Dit noemen we 'nationale belangen'. Het Rijk heeft voor alle nationale belangen een zogenaamde systeem-verantwoordelijkheid. Voor een aantal belangen is het Rijk zelf eindverantwoordelijk. Maar voor een groot aantal nationale belangen zijn dat de medeoverheden. De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen, en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen. Voorbeelden van nationale belangen zijn: Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving. Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. Zorgdragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoefte. Waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem. Zorgdragen voor nationale veiligheid en ruimte bieden voor militaire activiteiten. Waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater. Verbeteren en beschermen van biodiversiteit.

Behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang. De belangrijkste keuzes die worden gemaakt richten zich op het volgende. De opwekking van duurzame energie moet worden ingepast met oog op omgevingskwaliteit. Iedereen krijgt de komende jaren te maken met de overstap naar duurzame energie. Daarvoor zijn bijvoorbeeld meer windmolens en zonnepanelen nodig. Clustering is daarbij van belang en zonnepanelen worden in eerste instantie op en aan gebouwen gerealiseerd. Ook moet er ruimte zijn voor een overgang naar een circulaire economie. Hergebruiken van grondstoffenen materialen en benutten van duurzame energiebronnen wordt steeds belangrijker. De inrichting van de leefomgeving

25

bestemmingsplan "Domus Plus - Fuikvaartweg" (vastgesteld)

moet een aantrekkelijk vestigingsklimaat zoveel mogelijk bevorderen. Een aantrekkelijke omgevingskwaliteit vraagt goede inpassing van bedrijven, logistieke functies en datacentra. Tot 2030 moeten er ongeveer 1 miljoen woningen gebouwd worden. Er wordt zoveel mogelijk gebouwd binnen bestaand stedelijk gebied, zodat open ruimtes en groen tussen steden behouden blijft. De nieuwe woningen moeten betaalbaar en goed bereikbaar zijn. Bewoners moeten tevens een prettige, gezonde en veilige leefomgeving ervaren. Dat vergt grote investeringen in openbaar vervoer, veilige fiets en wandelpaden, meer groen, ontmoetingsruimte en wateropvang in de stad, en goede verbindingen met recreatiegebieden in de nabijheid van de stad. Het landgebruik moet in balans zijn met natuurlijke systemen. Bijvoorbeeld door kringlooplandbouw. Zo wordt een goede bodem- en waterkwaliteit en biodiversiteit bevorderd. Om te kunnen blijven genieten van het landschap moet behoud van de kwaliteit van het landschap sterker meewegen in de keuzes die worden gemaakt. Planspecifiek Het voorliggende plan zorgt voor de toevoeging van een maatschappelijke woonvoorziening waar grote behoefte aan is. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan een nationaal belang. Bovendien hangt daarmee samen het bevorderen van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving.

Het wijzigen van de functie van de boerderij en omliggende gronden draagt bij aan maatschappelijke binding en een versterking van landschappelijke en ecologische waarden. Het bestemmingsplan is in lijn met de NOVI. 3.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) geeft regels waar concrete ruimtelijke projecten aan moeten voldoen. Zo is in het Bro de ladder voor duurzame verstedelijking verankerd. Deze ladder is gericht op vraaggericht programmeren en het zorgvuldig benutten van ruimte. Op 1 juli 2017 is het Bro gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. In artikel 3.1.6, lid 2 Bro is voorgeschreven dat indien bij een bestemmingsplan 'een nieuwe stedelijke ontwikkeling' mogelijk wordt gemaakt, de toelichting van het bestemmingsplan een beschrijving van de behoefte bevat en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied (BSG) mogelijk maakt, een motivering is opgenomen waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Planspecifiek Uit jurisprudentie blijkt dat bij de ontwikkeling van meer dan 11 woningen sprake is van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'. Voor wat betreft de ontwikkeling van Domus Plus is hierdoor in beginsel sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling.

De voorliggende woningen zijn echter geen reguliere woningen, maar betreffen een bijzondere beschermde woonvorm: een combinatie van 26

bestemmingsplan "Domus Plus - Fuikvaartweg" (vastgesteld)

wonen en begeleiding voor mensen met langdurige psychiatrische en/of verslavingsproblemen die 24 uur per dag toezicht nodig hebben. Er is dus geen sprake van wonen en de ontwikkeling kan worden gezien als een andere stedelijke voorziening. Uit jurisprudentie volgt dat dat wanneer een bestemmingsplan voorziet in een terrein met een ruimtebeslag van meer dan 500 m² of in een gebouw met een bruto-vloeroppervlakte groter dan 500 m², deze ontwikkeling in beginsel als een stedelijke ontwikkeling dient te worden aangemerkt. De oppervlakte van de bebouwing van Domus Plus heeft een grondoppervlak van maximaal 800 m2 en een bvo van maximaal 1.600 m2. Er wordt weliswaar een agrarisch bouwvlak van circa 1.250 m2 wegbestemd, maar een agrarische functie is nooit een stedelijke functie. Ook vanuit een andere functie dan wonen wordt Domus Plus daarom aangemerkt als nieuwe stedelijke ontwikkeling. Vastgesteld hebbende dat de ontwikkeling een nieuwe stedelijke ontwikkeling betreft, schrijft de ladder van duurzame verstedelijking voor dat de ontwikkeling in beginsel binnen BSG moet plaatsvinden. Omdat de gronden in de bestaande situatie een agrarische functie hebben is geen sprake van BSG. De volgende stap is het beantwoorden van de vraag waarom de functie niet binnen BSG kan worden gerealiseerd.

Zoals uit paragraaf 2.5 blijkt is voorliggende locatie overgebleven aan de hand van een grootschalige locatieafweging. Hieruit blijkt ook dat de functie van Domus Plus niet binnen BSG kan worden gerealiseerd vanwege de afstandseis van 100 meter. De boerderij aan Nieuweweg 2 heeft zijn bedrijfsmatige agrarische functie verloren en in combinatie met Domus Plus biedt dit een mogelijkheid om een gewenste maatschappelijke ontwikkeling te realiseren, bestaande uit de woonzorgvoorziening en een buurttuinderij. Als bijkomend voordeel geeft dit de mogelijkheid om de landschappelijke en natuurlijke kwaliteit van de omliggende gronden binnen het plangebied te verhogen. Voor wat betreft het moeten voldoen aan een behoefte kan het volgende worden gesteld. Zoals uit paragraaf 2.4 blijkt is vanuit maatschappelijk oogpunt grote behoefte aan woningen voor mensen die kampen met feitelijke dakloosheid en verminderde zelfredzaamheid en die niet zelfstandig kunnen wonen en functioneren. Dit verklaart ook de keuze voor de voorliggende locatie. Het agrarisch bouwperceel met bijbehorende boerderij heeft de agrarische functie verloren en kan zoals gesteld zorgen voor een maatschappelijke binding in de buurt en het opwaarderen van de huidige agrarische gronden.

Geconcludeerd kan worden dat wordt voldaan aan de ladder voor duurzame verstedelijking en dat er sprake is van een behoefte waarin met voorliggend bestemmingsplan wordt voorzien.

27

bestemmingsplan "Domus Plus - Fuikvaartweg" (vastgesteld)

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1 Omgevingsvisie NH2050 Op 19 november 2018 heeft de provincie Noord-Holland de “Omgevingsvisie NH2050 – Balans tussen economische groei en leefbaarheid” vastgesteld. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Noord-Holland 2014. De provincie wil balans tussen economische groei en leefbaarheid. Dit betekent dat in heel Noord-Holland een basiskwaliteit van de leefomgeving wordt gegarandeerd. De provincie ontwikkelt zoveel mogelijk natuurinclusief en met behoud van (karakteristieke) landschappen, clustert ruimtelijke economische ontwikkelingen rond infrastructuur en houdt rekening met de ondergrond. Ambities Noord-Holland heeft een relatief hoog welvaarts- en welzijnsniveau. Om deze ook voor de toekomst vast te kunnen houden, richt de provincie zich op een goede balans tussen economische groei en leefbaarheid. Zodanig dat bij veranderingen in het gebruik van de fysieke leefomgeving de doelen voor een gezonde en veilige leefomgeving overeind blijven. Dit is de hoofdambitie. Als subambities zijn er een aantal opgenomen: I.

Leefomgeving a. Klimaatverandering Noord Holland moet voorbereid zijn op klimaatverandering en waterrobuust worden ingericht. b. Gezondheid en veiligheid De ambitie is het behouden en waar mogelijk verbeteren van de kwaliteit van bodem-, water- en lucht, externe veiligheid, geluidbelasting en (ontwikkelingen in) de ondergrond. Gestreefd wordt naar een gezonde leefomgeving, wat inhoudt: een woon-werkomgeving waar je zo min mogelijk wordt blootgesteld aan ongezonde stoffen en veiligheidsrisico's en die een gezonde levensstijl ondersteunt. c. Biodiversiteit en natuur De ambitie is om de biodiversiteit in Noord-Holland te vergroten, ook omdat daarmee andere ambities/doelen kunnen worden bereikt. Dit betekent dat ontwikkelingen zoveel mogelijk natuurinclusief zullen zijn. II. Gebruik van de leefomgeving a. Economische transitie De ambitie is een duurzame economie, met innovatie als belangrijke motor. Economische ontwikkelingen dienen qua aard, omvang en vorm aan te sluiten bij de regio of plek. b. Wonen en werken De ambitie is dat vraag en aanbod van woon- en werklocaties (kwantitatief en kwalitatief) beter met elkaar in overeenstemming zijn. c. Mobiliteit De ambitie is dat de inwoners en bedrijven van Noord-Holland zichzelf of

28

bestemmingsplan "Domus Plus - Fuikvaartweg" (vastgesteld)

producten effectief, veilig en efficiënt kunnen verplaatsen, waarbij de negatieve gevolgen van de mobiliteit op klimaat, gezondheid, natuur en landschap steeds nadrukkelijk meegewogen worden. Clustering van functies is een belangrijk duurzaamheidsprincipe. d. Landschap De ambitie is het benoemen, behouden en versterken van de unieke kwaliteiten van de diverse landschappen en de cultuurhistorie. III. Energietransitie De ambitie is dat Noord-Holland als samenleving in 2050 volledig klimaatneutraal en gebaseerd is op (een maximale inzet op opwekking van) hernieuwbare energie. Sturingsfilosofie In de aanpak om de ambities waar te maken geldt het principe 'lokaal wat kan, regionaal wat moet' als sturingsfilosofie. Daarbij staat de opgave altijd centraal. Deze bepaalt het schaalniveau, de samenstelling van samenwerkende partijen en de tijdspanne. Vanuit een gedeelde visie op de (bestaande en toekomstige) kwaliteiten van een gebied. Vijf bewegingen Vanuit de ambities zijn een vijftal bewegingen opgesteld die laten zien hoe Noord-Holland wil omgaan met de opgaven die op onze samenleving afkomen en die de provincie wil faciliteren. a. Dynamisch schiereiland: Benutten van de unieke ligging, waarbij de kustverdediging voorop staat, waar toeristische- en recreatieve kansen worden benut en waar natuurwaarden worden toegevoegd. b.

Metropool in ontwikkeling: De Metropoolregio Amsterdam gaat steeds meer als één stad functioneren en de reikwijdte wordt groter. c. Sterke kernen, sterke regio's: deze beweging gaat over de ontwikkeling van centrumgemeenten die daarmee het voorzieningenniveau in de gehele regio waarin ze liggen vitaal houden en de kernen hun herkenbare identiteit behouden. d. Nieuwe energie: het benutten van de economische kansen van de energietransitie en circulaire economie. e. Natuurlijk- en vitaal landelijke omgeving: het ontwikkelen van natuurwaarden in combinatie met het versterken van de (duurzame) agrifoodsector. Planspecifiek Voorliggende ontwikkeling komt tegemoet aan de vraag naar een maatschappelijke woonvorm die niet in de bestaande woonstructuur kan worden gerealiseerd. Daarbij draagt het bij aan een natuurlijk- en vitaal landelijke omgeving. Dit draagt vervolgens weer bij aan het hoge welzijnsniveau dat wordt nagestreefd in Noord-Holland, aan de ambitie met betrekking tot wonen en aan die van landschappen. Het op een duurzame wijze produceren van voedsel past ook in de beweging die ziet op een natuurlijk- en vitaal landelijke omgeving.

29

bestemmingsplan "Domus Plus - Fuikvaartweg" (vastgesteld)

Er is geen strijd met de Omgevingsvisie NH2050. 3.2.2 Omgevingsverordening Op 16 november 2020 is de Omgevingsverordening NH2020 in werking getreden. Hierin zijn 21 provinciale verordeningen samengevoegd, waaronder ook de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV). De provincie wil met de omgevingsverordening ontwikkelingen, zoals woningbouw en de energietransitie, mogelijk maken en zet in op het beschermen van mooie en bijzondere gebieden in Noord-Holland. Gezocht is naar een evenwichtige balans tussen economische groei en leefbaarheid. De belangrijkste ambities voor Noord-Holland, zoals omschreven in de Omgevingsvisie, zijn verankerd in de Omgevingsverordening NH2020. In de verordening zijn werkingsgebieden vastgelegd. Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient rekening te worden gehouden met de regels die aan deze werkingsgebieden verbonden zijn. Hierna wordt per relevant werkingsgebied ingegaan op de regels. Landelijk gebied / MRA - Landelijk gebied Artikel 6.9 van de omgevingsverordening NH2020 geeft aan dat een ruimtelijk plan binnen het werkingsgebied MRA- landelijk gebied niet kan voorzien in een kleinschalige woningbouwontwikkeling. Het betreft hier niet de realisatie van woningen, maar van een maatschappelijke functie. Er wordt weliswaar gewoond, maar dit betreft een maatschappelijke woonvorm waar geen sprake is van zelfstandig wonen.

Het betreft dus geen kleinschalige woningbouwontwikkeling. De voorwaarden voor een kleinschalige ontwikkeling staan beschreven in artikel 6.4. Dit artikel geeft aan dat een kleinschalige ontwikkeling mogelijk is indien: a. de ontwikkeling plaatsvindt op een locatie waar een stedelijke functie is toegestaan; b. het toegestane bebouwd oppervlak niet wordt vergroot; en c. het aantal burgerwoningen niet toeneemt. De voorliggende ontwikkeling voldoet niet aan deze voorwaarden. Ruimtelijke inpassing in landelijk gebied Afdeling 6.5 gaat over de ruimtelijke inpassing in landelijk gebied. Artikel 6.59 geeft aan dat bij de inpassing van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in het werkingsgebied 'landelijk gebied' rekening wordt gehouden met de 'Leidraad Landschap en Cultuurhistorie', op de volgende wijze: a. rekening wordt gehouden met: de ambities en ontwikkelprincipes van het toepasselijke ensemble en van de toepasselijke provinciale structuren; b. bij de inpassing wordt betrokken: de kansen zoals beschreven bij de ambities en ontwikkelprincipes; en c. bij de inpassing wordt betrokken: de ontstaansgeschiedenis en de kernwaarden van het toepasselijke ensemble en van de toepasselijke provinciale structuren. 30

bestemmingsplan "Domus Plus - Fuikvaartweg" (vastgesteld)

Zuid-Kennemerland Voorliggend plangebied is onderdeel van het ensemble Zuid-Kennemerland. Het landschap heeft een noordzuidgerichte opbouw evenwijdig aan de kust en kent daardoor een grote diversiteit van oost naar west. Achter de brede duinzone van het jonge duinlandschap bevindt zich het strandwallen en -vlaktenlandschap. Het duinlandschap is uitgestrekt en heeft een grote maat. Het landschap is open tot matig open. Op de toppen van de duinen kun je ver weg kijken. De duinzoom, de overgangszone met bos en landgoederen, is zeer gesloten van karakter. Aan de voet van de duinzoom liggen langgerekte open ruimten van de strandvlaktes. Veel buitenplaatsen kijken vanuit de duinzoom uit over de strandvlaktes (zichtlijnen). De strandwal van Haarlem-Heemstede is verstedelijkt en verdicht. Enkele smalle, diffuse half-verdichte zones scheiden de kernen van elkaar. De aanwezigheid van de Stelling van Amsterdam (met forten, schootvelden en inundatiegebieden) heeft ervoor gezorgd dat het landschap aan de noordoostzijde van Haarlem open is gebleven. De duinzoom en de noordzuidgerichte strandwallen vormen de belangrijkste dragers in het ensemble. Bebouwing ontwikkelde zich langs de duinzoom (Herenweg) en de wegen op de strandwallen (Rijksstraatweg, Heemsteedse Dreef).

De Stelling van Amsterdam valt vrijwel samen met de loop van de Liede en zuidelijker de ringvaart van de Haarlemmermeer en vormt de drager aan de oostkant van Haarlem. De Stelling vormt een verbinding tussen diverse grote groene ruimten en recreatieve voorzieningen van Spaarnwoude tot en met het Floriadegebied in de Haarlemmermeer. De relevante ambities en ontwikkelprincipes voor het ensemble zijn als volgt: I.

De lineaire opbouw van het landschap, evenwijdig aan de kust, is structurerend. De ruimtelijke kwaliteit is gebaat bij: a. In noordzuidrichting zijn de continuïteit en herkenbaarheid van de verschillende landschapskarakteristieken belangrijk. Houd in oostwestrichting de overgangen contrastrijk en versterk de beleving van deze afwisseling van verschillende landschapstypen. b. de grote maat van het duinlandschap (openheid, schijnbare oneindigheid). II. In de duinzoom zijn bebouwing en landschap verweven. Behoud ‘parels’ zoals villaparken, buitenplaatsen en open ruimten. De ruimtelijke kwaliteit is gebaat bij: a. het behoud van open ruimten. b. behoud van het bosrijke karakter van villaparken en historische complexen: wonen in het groen (niet: groen tussen het wonen). III. Aan de oostzijde van Haarlem vormen het water en de aanwezigheid van de Stelling van Amsterdam belangrijke kwaliteiten. De ruimtelijke kwaliteit is gebaat bij: a. Behoud de openheid tussen het water en de stedelijke randen van Haarlem. b. Gebruik ruimtelijke ontwikkelingen om de zichtbaarheid van De Stelling van Amsterdam en zijn onderdelen te versterken. Behoud het 31

bestemmingsplan "Domus Plus - Fuikvaartweg" (vastgesteld)

kleinschalige karakter van het cultuurlandschap grenzend aan de Stelling. De voorliggende ontwikkeling zorgt voor de toevoeging van bebouwing in een gebied dat onderdeel is van het ensemble Zuid-Kennemerland. De toevoeging wordt echter zorgvulig uitgevoerd en zorgt er voor dat het contrast benadrukt wordt. Met het oog op de hoge bosrand aan de zuidzijde, de hoge bomen langs de Fuikvaartweg en het aangrenzende Reinaldapark wordt Domus Plus als een overgang naar de rest van het plangebied ingepast. De openheid ter plaats is in de huidige situatie beperkt, waardoor deze inpassing niet zorgt voor een significante beperking van de openheid. Geconcludeerd wordt dat er sprake is van een inpassing die in overeenstemming is met de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie. Hiermee wordt voldaan aan de ruimtelijke kwaliteitseis uit artikel 6.5. Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde Artikel 6.49 gaat over de bescherming van erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde. Een ruimtelijk plan ter plaatse van dit werkingsgebied bevat regels ter bescherming en versterking van de kernkwaliteiten van het erfgoed. De stelling van Amsterdam is een dergelijk erfgoed. De kernkwaliteiten zijn als volgt: I.

Het unieke, samenhangende en goed bewaard gebleven, laat negentiende-eeuwse en vroeg twintigste-eeuwse hydrologische en militair-landschappelijke geheel, bestaande uit: a. een doorgaand stelsel van liniedijken in een grote ring om Amsterdam; b. sluizen en voor- en achterkanalen; c. de forten, liggend op regelmatige afstand, voornamelijk langs dijken; d. inundatiegebieden; e. voormalige schootsvelden (visueel open) en verboden kringen (merendeels onbebouwd gebied); f. de landschappelijke inpassing en slechte zichtbaarheid van de voormalige militaire objecten; II. Relatief grote openheid; III. Groene en relatief stille ring rond Amsterdam. De voorliggende planontwikkeling zorgt er niet voor dat de kernkwaliteiten worden aangetast. Het plangebied is niet gelegen binnen een schootsveld. Het gebied is door de groene omzoming niet aan te merken als een nog open landschap en daarmee zorgt de invulling met Domus Plus niet voor een aantasting van de relatief grote openheid. De planontwikkeling is daarmee niet in strijd met artikel 6.49 van de Omgevingsverordening NH2020. Bijzonder Provinciaal Landschap Artikel 6.46 regelt de bescherming van Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL). Voorliggend plangebied is onderdeel van BPL 'Spaarnwoude en omgeving'. De 32

bestemmingsplan "Domus Plus - Fuikvaartweg" (vastgesteld)

kernkwaliteiten behorende bij het BPL dienen te worden beschermd. Een nieuwe stedelijke ontwikkeling die de kernkwaliteiten aantast is mogelijk indien er sprake is van een groot openbaar belang, er geen reële alternatieven zijn en de aantasting zoveel mogelijk wordt beperkt en gecompenseerd. Spaarnwoude en omgeving De kernkwaliteiten van het BPL zijn als volgt: I.

De aardkundige waarde ter plaatse is de onregelmatige en regelmatige strokenverkaveling van de veenweideplder. II. De open ruimte met vergezichten in veenpolders en droogmakerijen. III. Habitat voor weidevogels. De voorliggende planontwikkeling zorgt niet voor het dempen van sloten. Wel worden bestaande sloten vergroot en daarmee wordt het verkavelingspatroon versterkt. Het plangebied is in de bestaande situatie reeds behoorlijk besloten. De voorliggende groene inpassing van Domus Plus zorgt daarom niet voor een aantasting van de openheid. Er is geen sprake van belangrijk weidevogelgebied. Geconcludeerd wordt dat geen strijd is met artikel 6.46. Conclusie Uit het voorgaande volgt dat er geen strijd is met de Omgevingsverordening NH2020. 3.2.3 Woonagenda 2020-2025 In de Woonagenda 2020 - 2025 heeft de provincie bepaald dat er voldoende betaalbare, duurzame en toekomstbestendige woningen voor alle doelgroepen moeten komen. De woningbouwproductie moet omhoog, waarbij binnenstedelijk bouwen de voorkeur heeft. Buitenstedelijk zijn er ook mogelijkheden, maar dient er wel sprake te zijn van zorgvuldig ruimtegebruik. De afstemming binnen de regio gebeurt via op te stellen 'woonakkoorden' tussen provincie en gemeenten. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor wonen en zorg. In het woonbeleid van de provincie worden daarom geen kaders voor dit onderwerp meegegeven.

De provincie constateert dat gemeenten en corporaties op dit terrein voor een belangrijke taak staan. Toekomstbestendig bouwen betekent aandacht voor de sociale infrastructuur, zeker bij een bepaalde omvang aan woningen. Mensen die zorg en ondersteuning nodig hebben, willen en kunnen steeds langer zelfstandig wonen. Planspecifiek Met voorliggende realisatie van een bijzondere woonvorm wordt invulling gegeven aan de ruimte die er is vanuit het provinciale woonbeleid op het gebied van wonen en zorg.

33

bestemmingsplan "Domus Plus - Fuikvaartweg" (vastgesteld)

3.3

Regionaal beleid

3.3.1 Woonakkoord Zuid-Kennemerland / IJmond 2021-2025 De regio Zuid-Kennemerland/IJmond bestaat uit de gemeenten Beverwijk, Bloemendaal, Haarlem, Heemskerk, Heemstede, Velsen en Zandvoort en werkt in deze samenstelling al acht jaar samen. Sinds 2012 heeft deze regio afspraken gemaakt over wonen in een Regionaal Actieprogramma (RAP) Wonen. Eerst in het RAP 2012-2015. Daarna in het RAP 2016-2020 'De regio Zuid-Kennemerland/IJmond geeft thuis!', dat door het voorliggende woonakkoord is vervangen. De opgaven die in het RAP 2016-2020 zijn beschreven, gelden grosso modo nog steeds. Het Woonakkoord is dan ook in veel opzichten een voortzetting van de lijnen uit het RAP. Dit geldt bijvoorbeeld voor het woningbouwprogramma, waarbij de geactualiseerde RAP-afspraken uit 2019 worden voortgezet. Het Woonakkoord legt wel een aantal nieuwe accenten. Zo is duurzaamheid een belangrijker onderwerp geworden en vraagt ook de huisvestingssituatie van diverse doelgroepen meer aandacht. Het woonakkoord bestaat uit een meerjarig bestuursakkoord en een uitvoeringsagenda met concrete acties en afspraken gericht op de uitvoering. De hoofdstad van de provincie is een prettige woonstad met bedrijvigheid en cultuur. Het is de relatief jongste gemeente in de regio, door de instroom van jonge huishoudens. De woningvoorraad groeit binnenstedelijk door nieuwbouw, herstructurering en transformaties.

Er vinden dan ook tal van verhuizingen plaats binnen de regio, zowel binnen deelregio’s als tussen deelregio’s waarbij Haarlem een centrale functie vervult. Ook blijkt hieruit de sterke samenhang met de MRA: er verhuizen meer huishoudens vanuit Amsterdam naar de regio Zuid-Kennemerland/ IJmond dan andersom. Met name Haarlem is in trek. De relevante opgaven kunnen als volgt worden samengevat: I.

Er worden versneld voldoende woningen toegevoegd om te voorzien in de verwachte groei van de woningbehoefte en om het huidige woningtekort te verminderen. In elk segment wordt van Haarlem een toevoeging verwacht. Aandacht is nodig voor de vraag naar grondgebonden woningen. II. Er wordt zoveel mogelijk binnenstedelijk gebouwd en bij OV-knooppunten. III. Elke gemeente realiseert in de woningbouwproductie 30% sociale huur. IV. Elke gemeente voegt middensegment toe. V. Huisvesting van kwetsbare doelgroepen krijgt aandacht. VI. Er wordt meer klimaatadaptief en natuurinclusief gebouwd. Planspecifiek Voorliggende ontwikkeling vindt aansluiting bij de opgave uit het woonakkoord met betrekking tot het huisvesten van kwetsbare doelgroepen.

34

bestemmingsplan "Domus Plus - Fuikvaartweg" (vastgesteld)

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1 Omgevingsvisie Haarlem 2025 De gemeenteraad van Haarlem heeft op 27 januari 2022 de Omgevingsvisie Haarlem 2045 vastgesteld. De Omgevingsvisie Haarlem geeft aan de hand van zes strategische keuzes en 14 speerpunten een integrale ontwikkelrichting van de stad voor 2045 weer. De zes strategische keuzes voor de leefomgeving dragen bij aan de integrale opgaven waar Haarlem voor staat. De keuzes worden niet uniform over heel Haarlem op dezelfde manier uitgevoerd maar houden rekening met de eigenschappen van de verschillende buurten. Dit betekent een verdere uitwerking op gebiedsniveau in samenwerking met betrokkenen voor het betreffende deelgebied. Deze zes genoemde strategische keuzes zijn: 1. Mengen en verdichten 2. Buurtgericht ontwikkelen 3. Vergroenen & vernatten 4. Bevorderen gezonde leefomgeving 5. Ruimte voor de energietransitie 6. Mobiliteitstransitie. De strategische keuzes hebben geleid tot 14 speerpunten: I. Woningbouw concentreren in grootschalige gebiedsontwikkelingen. II. Substantieel aantal arbeidsplaatsen toevoegen aan de Waarderpolder en bij de OV-knooppunten. III. Beschermen bestaande wijken: menging en cultuurhistorische waarden behouden. IV. De leefbaarheid van wijken en buurten te versterken met buurtgroen. V. Versterken tien-minuten netwerk en stadsstraten. VI. Sociale basis en ontmoetingsplaatsen in de buurt versterken. VII.

Ruimte creëren voor klimaatadaptatie ten koste van ruimte voor de auto. VIII.Boezemwaterstructuur versterken. IX. Bij nieuwbouw het parkeren van auto’s in principe ondergronds te realiseren, met inachtneming van reeds gemaakte afspraken. X. Meer kwaliteit in het buitengebied: onder andere opwaarderen natuurwaarde van boerenland. XI. Ecologische verbindingen in en om de stad tussen hotspots versterken. XII. Ruimte reserveren en vrijmaken voor energietransitie. XIII.Regionale fietsverbindingen verbeteren en verbinden met tien-minuten-netwerk. XIV.Knooppuntontwikkelingen in combinatie met verbeteren HOV-bereikbaarheid. In het kader van buurtgericht ontwikkelen wil Haarlem het sociaal weefsel versterken. Hiervoor wordt ingezet op het versterken van het sociaal-maatschappelijk voorzieningenaanbod. Hiervoor moet onder andere specifieke aandacht zijn voor voor doelgroepen met onvoldoende kansen op de 35

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13960705/2