CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Ruimtelijke onderbouwing

gemeenteraad 24 oktober 2024, gemeente HaarlemBij agendapunt: Schipholpoort 40-100: ontwerp-omgevingsvergunning voor het realiseren van 625 appartementen, commerciële voorzieningen en parkeervoorzieningen37.768 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

Mees Ruimte & Milieu | 20042.01.RO

Pagina | 89

Figuur 1. Criteria windhinder volgens NEN 8100.

Bij een goed windklimaat ondervindt men geen overmatige windhinder. In een situatie zonder overmatige windhinder heeft het merendeel van het publiek onder normale omstandigheden geen last van windhinder. Bij een matig windklimaat ervaart men af en toe overmatige windhinder. In een slecht windklimaat ervaart men regelmatig overmatige windhinder. In een dergelijke situatie heeft het merendeel van het publiek last van windhinder. Er wordt doorgaans naar gestreefd, om binnen de verschillende activiteitenklassen, een goed, eventueel nog matig windklimaat te realiseren. Voor windgevaar wordt 15 m/s uurgemiddelde windsnelheid als drempelwaarde VDR;G gehanteerd. Op basis van de NEN 8100, wordt bepaald of sprake is van windgevaar. Figuur 2. Risico classificatie.

De norm stelt: “Situaties waarvoor een overschrijdingskans geldt van 0,05 < p < 0,30 mogen alleen worden geaccepteerd als deze vallen binnen activiteiten klasse I (doorlopen). Voor activiteiten klasse II en III geldt de eis p ≤ 0,05. Situaties met een overschrijdingskans van p ≥ 0,30 zijn evident gevaarlijk en behoren te allen tijde te worden vermeden; het publiek mag hier niet aan worden blootgesteld.”

Relatie tot ontwikkeling Omdat de beoogde bebouwing hoger wordt dan 30 meter, is het uitvoeren van een windhinderonderzoek noodzakelijk. Derhalve is door Peutz een onderzoek naar windhinder uitgevoerd. De rapportage d.d. 28 juni 2023 is bijgevoegd als bijlage bij deze ruimtelijke onderbouwing. In het onderzoek is de focus gelegd op het windklimaat rond de ontwikkeling Schipholpoort. Aanvullend is het windklimaat op balkons en buitenruimtes inzichtelijk gemaakt. Resultaten op maaiveldniveau Uit de resultaten van het onderzoek door Peutz (d.d. juni 2023) op basis van het voorlopig ontwerp van de geplande bebouwingssituatie is overwegend sprake van een goed windklimaat op hoofdhoogte (1,75 meter boven plaatselijk maaiveld). Op diverse plaatsen is echter een matig tot zeer plaatselijk slecht windklimaat vastgesteld. Deze hoge hinderkansen zijn met name een gevolg van de zeer open ligging van het plangebied ten opzichte van de dominante zuidwestelijke windrichtingen. Op basis van de berekeningen is er in het gebied rond de geplande nieuwbouw geen overschrijding van het gevaarcriterium te verwachten. Ter plaatse de geplande gebouwentrees, aangegeven in figuur 25, is overwegend sprake van een goed windklimaat voor de activiteit slenteren. De meest noordelijke entree aan de westzijde van blok 2 ligt kritisch, hier zouden windafschermende maatregelen kunnen worden overwogen.

Hierbij kan worden gedacht aan schermen haaks op de gevel, of het verdiepen van de entree in de gevel. Opgemerkt dient te worden dat het wind remmende effect van de geplande begroeiing, gezien het beperkte effect bij jonge aanplant, niet in de berekening is meegenomen. Na een bepaalde groeiperiode kan de

Mees Ruimte & Milieu | 20042.01.RO

Pagina | 90

vastgestelde hinderkans als gevolg van de afschermende werking van de begroeiing in de praktijk afnemen. Daarnaast kan aan de hand van de resultaten van het onderzoek worden vastgesteld op welke plaatsen het afschermende effect van begroeiing gewenst is. Het windklimaat voldoet op veel plaatsen aan de door de gemeente Haarlem gestelde uitgangspunten, namelijk een beoordeling goed voor de betreffende activiteit. Op diverse plaatsen zal een beoordeling matig door de open ligging van het plangebied echter niet te voorkomen zijn. Hier zou gezien het ontbreken van windhinderbeperkte maatregelen plaatselijk een beoordeling matig kunnen worden toegestaan door middel van een bestuurlijke afweging. Figuur 25. Uitsnede windhinderresultaten maaiveld(Peutz, bewerkt).

Resultaten op verhoogd niveau Op specifiek aangeven van de gemeente is tevens het windklimaat op de balkons en buitenruimtes inzichtelijk gemaakt. In f 3.3 t/m f 3.5 wordt in een horizontale doorsnede op hoofdhoogte (1,75 meter boven plaatselijk niveau) de berekende hinderkans weergegeven. Uit de resultaten blijkt dat op het overgrote deel van de balkons een goed windklimaat voor de activiteit slenteren te verwachten is, weergegeven met de kleuren grijs en blauw. Op enkele locaties, met name op hoger niveau, neemt de hinderkans toe, en wordt het windklimaat plaatselijk als matig (groen) tot slecht (geel/rood) voor slenteren beoordeeld. Zeer plaatselijk is tevens sprake van een beperkt risico op windgevaar. Het windklimaat kan lokaal worden verbeterd door het plaatsen van schermen. In het ontwerp zijn op de plaatsen waar nodig dan ook balkonschermen doorgevoerd om te zorgen voor een goed windklimaat. Hiermee kan op de balkons worden voldaan aan de door de gemeente Haarlem gestelde uitgangspunten, namelijk een beoordeling goed voor de betreffende activiteit.

Mees Ruimte & Milieu | 20042.01.RO

Pagina | 91

Op de daktuinen is het windklimaat op veel plaatsen matig tot slecht voor de activiteit slenteren, plaatselijk met een beperkt risico op windgevaar. Opgemerkt wordt dat de geplande begroeiing van de daktuinen niet is meegenomen. Met behulp van een uitgekiende terreininrichting kan het windklimaat worden verbeterd, waardoor luwe zones kunnen worden gecreëerd. Bovendien kan worden overwogen de gebieden met een hogere hinderkans ontoegankelijk te maken, door hier groenvoorzieningen te plaatsen. Het ontwerp voor de buitenruimte is op basis van het windonderzoek aangepast en zijn luwe zones gecreëerd. Met deze maatregelen kan voldaan worden aan de door de gemeente gestelde uitgangspunten. Figuur 26. Uitsnede windhinderresultaten verhoogd niveau(Peutz, bewerkt).

Figuur 27. Uitsnede windhinderresultaten verhoogd daktuinen (Peutz, bewerkt).

Mees Ruimte & Milieu | 20042.01.RO

Pagina | 92

Figuur 28. Uitsnede windhinderresultaten daktuinen niveau(Peutz, bewerkt).

Afweging Rond de geplande bebouwing en ter plaatse van de geplande gebouwentrees en op de meeste balkons is overwegend sprake van een goed windklimaat. Het windklimaat voldoet op veel plaatsen aan de gemeentelijke uitgangspunten, namelijk ‘goed’ voor de betreffende activiteit. Wel is sprake van enkele situaties waarin niet aan een goed windklimaat kan worden voldaan. Zo is de noordelijke entree van gebouw 2 matig tot slecht en is op diverse plaatsen ten gevolgen van de zeer open ligging van het plangebied een beoordeling matig vastgesteld. Ook op enkele balkons en op veel plaatsen bij de daktuinen is het windklimaat matig tot slecht. Door het toevoegen van schermen bij de balkons waar nodig en het specifiek uitwerken van de terreininrichting waardoor luwe zones gecreëerd zijn, is het windklimaat hier verbeterd. In het kader van de nadere uitwerking van de openbare ruimte wordt daarnaast nog expliciet gekeken welke verbeteringen doorgevoerd kunnen worden bij de entree van gebouw 2 waarin de insteek is dit met beplanting op te lossen. Daarnaast kan worden gesteld dat de grootste kwaliteit van deze ontwikkeling niet in het aspect wind zit, maar in het toevoegen van hoogwaardige woningbouw voor een specifieke doelgroen (voornamelijk jongeren) en het verbeteren van de leefbaarheid en sociale veiligheid in het gebied.

Het realiseren van hoogbouw op deze ‘open’ locatie vormt qua wind een uitdaging, maar toch is middels een zorgvuldig ontwerp zo veel mogelijk windhinder voorkomen. Daarnaast worden geen kwetsbare groepen die minder zelfredzaam zijn of ouderen gevestigd in de gebouwen, waardoor ook vanuit dit oogpunt het acceptabel is dat vanuit de berekeningen (zonder volgroeid groen) op enkele plekken een matig tot slecht windklimaat is.

Conclusie Het aspect windhinder vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling ter plaatse van de projectlocatie.

(VORMVRIJE) M.E.R-BEOORDELING Algemeen De centrale doelstelling van het instrument milieueffectrapportage is het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming over activiteiten met mogelijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu.

Mees Ruimte & Milieu | 20042.01.RO

Pagina | 93

De basis van de milieueffectrapportage wordt gevormd door de EU-richtlijn m.e.r. Deze richtlijn is in Nederland geïmplementeerd in de Wet milieubeheer en het Besluit m.e.r. In het Besluit m.e.r. bestaat een belangrijk onderscheid tussen bijlage C en bijlage D. Voor activiteiten die voldoen aan de diverse criteria uit bijlage C geldt een m.e.r.-plicht. In bijlage D staan de activiteiten benoemd waarvoor een m.e.r.beoordelingsplicht geldt: er moet beoordeeld worden of sprake is van (mogelijke) belangrijke nadelige milieugevolgen. Als deze niet uitgesloten kunnen worden, geldt alsnog een m.e.r.-plicht. In bijlage D worden in kolom 2 drempelwaarden gegeven. Indien een ontwikkeling boven de drempelwaarden uitkomt, geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht. Op het moment dat een ontwikkeling genoemd staat in bijlage D, maar onder de drempelwaarden valt, dient te worden beoordeeld of sprake kan zijn van mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen. Deze beoordeling vindt plaats middels de zogeheten ‘vormvrije m.e.r.-beoordeling’. Sinds 16 mei 2017 dient het bevoegd gezag een m.e.r.-beoordelingsbesluit te nemen teneinde vast te stellen of voor een ruimtelijke ontwikkeling kan worden volstaan met een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Hiertoe dient een aanmeldnotitie te worden opgesteld door de initiatiefnemer.

Dit volgt uit de implementatie van artikel 1, vierde lid, onder a en b, van Richtlijn 2014/52/EU.

Relatie tot ontwikkeling De ontwikkeling omvat de realisatie van 625 woningen en commerciële voorzieningen in de plint. Een dergelijke ontwikkeling kan worden getypeerd als stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit m.e.r. Een stedelijk ontwikkelingsproject staat genoemd in bijlage D, onderdeel D11.2 en is m.e.r.beoordelingsplichtig wanneer het betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. Onderhavige ontwikkeling valt daarmee ruim onder de drempelwaarden. Er geldt geen directe m.e.r.beoordelingsplicht, een vormvrije m.e.r.-beoordeling is wel noodzakelijk. Indien hieruit blijkt dat belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu niet kunnen worden uitgesloten, geldt alsnog een m.e.r.-beoordelingsplicht. Aanmeldnotitie Ten behoeve van de ontwikkeling is een aanmeldnotitie opgesteld. De aanmeldnotitie van 24 november 2023 (geactualiseerd 4 april 2024) met daarin opgenomen de vormvrije m.e.r.-beoordeling is toegevoegd aan de bijlagen bij voorliggende ruimtelijke onderbouwing. Op basis van de aanmeldnotitie neemt het bevoegd gezag een m.e.r.-beoordelingsbesluit. Geconcludeerd wordt dat het project niet leidt tot significante negatieve milieueffecten, waardoor een m.e.r.-beoordeling of plan-m.e.r. niet noodzakelijk is.

Mees Ruimte & Milieu | 20042.01.RO

Pagina | 94

5

BESCHRIJVING UITVOERBAARHEID ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID Het project wordt door initiatiefnemer uitgevoerd. De kosten in verband met de realisatie zijn voor rekening van initiatiefnemer. Er is geen aanleiding om aan de economische haalbaarheid van het plan te twijfelen. Ten behoeve van de herontwikkeling aan de Schipholpoort 40-100 is een overeenkomst gesloten tussen Gemeente Haarlem en Entree Haarlem B.V. Hierin wordt overeengekomen dat op het moment er sprake is van planschade, voortvloeiend uit voorliggende planologische mutatie, deze schade in zijn geheel ten laste komt aan initiatiefnemer.

MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID Participatie Participatie SPvE januari 2021: uitgangspunt In december 2020 en januari 2021 zijn de omwonenden voor het eerst geïnformeerd en betrokken over het Stedenbouwkundig Plan van Eisen (SPvE) van Haarlem Nieuw Zuid wat door de gemeente is opgesteld en waarbij de behoeften en wensen van de omgeving zijn betrokken. Onderdeel van de participatie bij het SPvE waren ook de drie ontwikkelingen in Haarlem Nieuw Zuid: Schipholweg1, Spaarnepoort en Schonenvaert. Uit het participatieproces kwamen een aantal thema’s, vragen en zorgen die meegenomen zijn in het verdere participatie- en communicatieproces voor de drie ontwikkelingen. Denk bijvoorbeeld aan bouwhoogtes, type voorzieningen, veiligheid, de wens voor veel groen en duurzame mobiliteit. Participatie Spaarnepoort Donderdag 2 november 2023 organiseerde ontwikkelaar Being, onderdeel van de Entree Haarlem BV, een informatiebijeenkomst over Spaarnepoort. Entree Haarlem BV wil de bewoners graag meenemen in de plannen. Omwonenden uit onder andere de Kruidenbuurt zijn uitgenodigd voor de bijeenkomst. De bijeenkomst vond plaats in één van de kantoren die plaats maken voor de nieuwe woningen. Aan de hand van informatiepanelen vertelden de ontwikkelaar en de architecten over het plan. Bewoners kregen de ruimte om hun vragen te stellen, eventuele zorgen te uiten en suggesties mee te geven.

Uiteindelijk kwamen er 35 omwonenden naar de bijeenkomst. Met een hapje en drankje ontstonden constructieve gesprekken. Tijdens de bijeenkomst was er ruimte voor omwonenden om vragen te stellen en suggesties mee te geven. Omwonenden deden suggesties over verkeersveiligheid en verkeerdrukte door nieuwe bewoners. Daarnaast zijn er ook opmerkingen gemaakt over de hoogte van de gebouwen en de invulling van de commerciële ruimtes. Ook gaven omwonenden aan dat de huidige situatie onprettig is, de kantoorgebouwen zijn niet goed verlicht, dat geeft een onveilig gevoel ’s avonds. De nieuwe woningen zijn een kans om dat op te lossen. Van de avond is een verslag gemaakt die aan de bezoekers in de vorm van een nieuwsbrief is verzonden. Deze nieuwsbrief is als bijlage terug te vinden. Platform Groen en Wijkraad Europawijk Op 2 november jl. hebben er naast de inloopavond ook een tweetal gesprekken plaatsgevonden met Platform Groen en de Wijkraad Europawijk. In beide gesprekken heeft de projectarchitect van NUDUS architecten het

Mees Ruimte & Milieu | 20042.01.RO

Pagina | 95

plan gepresenteerd en hebben we (Entree Haarlem BV) grove tijdslijnen besproken. De gesprekken waren vooral informerend en er zijn geen directe aandachtspunten of acties uit de gesprekken gekomen. Met Platform Groen is wel afgesproken dat we het ontwerp van de openbare ruimte nog een keer laten zien als deze verder is uitgewerkt.

Planologische procedure Voor deze ontwikkeling wordt de uitgebreide planologische procedure doorlopen. Het is daarom in eerste instantie voor een ieder mogelijk door middel van een inspraakreactie of zienswijze te reageren op het ontwerpbesluit, dat gedurende zes weken ter inzage ligt. Vervolgens staat nog de gang naar de rechtbank en daarna de Raad van State open. Met bovenstaande procedures wordt de maatschappelijke betrokkenheid afdoende gewaarborgd.

Mees Ruimte & Milieu | 20042.01.RO

Pagina | 96

6

CONCLUSIE RUIMTELIJKE EN FUNCTIONELE INPASBAARHEID De initiatiefnemer heeft als doel 625 woningen en een commerciële plint van 3.193 m2 en een ondergrondse parkeergarage te realiseren ter plaatse van de locatie Schipholpoort 40-100 te Haarlem. Voor deze ontwikkeling dient een planologische procedure te worden doorlopen. De planologische procedure wordt aan de hand van een omgevingsvergunning doorlopen. Middels voorliggende rapportage is het project gemotiveerd aan relevante beleidskaders en omgevingsaspecten. Tevens is de uitvoerbaarheid van het initiatief getoetst aan de diverse omgevingsaspecten en de bijbehorende regelgeving. Hieruit blijkt dat er geen belemmeringen zijn voor voorgenomen ontwikkeling. De ruimtelijke en functionele inpasbaarheid is daarmee gewaarborgd.

Mees Ruimte & Milieu | 20042.01.RO

Pagina | 97

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14647560/2