Bijlage 1 Masterplan Centrum Definitief
Tekst van het document
Uitzonderingen hierop zijn mogelijk mits het passend is binnen de vorm van het ensemble en deze versterken.
Ook terugliggingen en doorkijkjes, niet alles is een wand. Vorm centraal, vrijheid bij plaatsing gevelopeningen.
Knikken straat blijven zichtbaar in het gebouw.
Centrum Schalkwijk | Masterplan | 6. Beeldkwaliteit
Verzachting van de hoeken.
83
Torens krijgen aan minimaal 1 en maximaal 3 zijden setbacks op ongelijke hoogtes. De onderbouw houdt relatie met de straat.
Stadswoningen liggen grondgebonden rondom een binnen-wereld en brengen menselijke schaal en maat in de ruimte. Torens verjongen zich.
6. Extra (symmetrische) setbacks bij de kroon van het gebouw zijn toegestaan maar worden omlijst. Zo blijft de toren als heldere vorm leesbaar. 7. Setbacks bij torens zijn minimaal 2m diep. Bij het bepalen van de diepte wordt het windklimaat op straatniveau meegenomen als factor. 8. In de torens mag een grid-ritmiek zichtbaar zijn die een relatie legt met de torens van fase 2. Het gevelontwerp geeft de torens een abstract uiterlijk.
Stadswoningen
Stadswoningen zijn grondgebonden woningen rondom een woonhof. De stadswoningen geven aan de hofjes een rustig beeld; een uniforme omlijsting van een robuuste groeninrichting. De stadswoningen brengen een menselijke schaal en maat in de ruimte. Criteria 1. De stadswoningen bestaan uit drie lagen. De derde laag heeft een setback van minimaal 2m diepte. De daklijn van de setback is uniform en continueert het rustige beeld. 2. Stadswoningen hebben een heldere architectuuruitstraling waarbij het gebouw als geheel wordt ervaren. De materialisering is uniform. De individuele woningen zijn afleesbaar in de ritmiek van het gebouw, maar domineren niet het gevelbeeld (geen pandje-pandje). 3. De plint alsmede de setback zijn in materialisatie of textuur verbijzonderd binnen het materialenpalet van de zachte stad, zie ook paragraaf 6.3.4. Deze verbijzonderingen vinden zoveel mogelijk plaats over de breedte van het gehele pand, waarbij eventuele verschillen tussen woningen slechts subtiel zijn.
Soms landt een toren aan een grotere stedelijk ruimte, zoals een plein.
Stadswoningen met een setback en terras met daarachter een toren met een abstracter uiterlijk.
Centrum Schalkwijk | Masterplan | 6. Beeldkwaliteit
Stadswoningen met een setback met terras.
84
6.3.2 Materialen, kleuren en texturen
Het materialenpalet van de zachte stad voegt zich in het bestaande palet van Schalkwijk en fase 1 en 2, maar verrijkt en verzacht het. Het bestaande kleuren- en materialenpalet wordt uitgebreid tot een reeks subtiele en warme tonen. In het vertalen van de grote bouwblokken naar de menselijke maat, spelen textuurverschillen en licht- en schaduwwerking op de gevel een grote rol.
Kleurenpalet accenten, indicatie, niet limitatief:
Gevelmaterialen
Criteria 1. Het materialenpalet bestaat onder andere uit natuursteen, baksteen, geglazuurde baksteen en keramiek, gekeimde, gekaleide of gestucte gevels, en/of metalen (golf- of trapezium) plaat. Deze lijst is niet limitatief; ook andere materialen, bijv. bio-based materialen, die passen bij het beeld, kunnen worden toegepast. 2. Beton in de gevel wordt alleen als accent gebruikt, tenzij architectonisch beton wordt toegepast waar vuil minimaal aan hecht, en de hoge onderhoudseisen kunnen worden geborgd. 3. Het gebruik van duurzame en bio-based materialen wordt toegejuicht. Hout in de gevel wordt echter alleen toegepast met een afwerking die mooi veroudert. Ongelijke verwering van hout wordt vermeden. 4. Gevelmaterialen zijn met zorg uitgezocht en toegepast. Vlak kleurgebruik wordt vermeden, evenals grote contrasten of een te gemêleerde mix. 5. Wanneer metselwerk wordt toegepast, wordt er gespeeld met verbanden, textuur en schaduwwerking. 6. Te donkere kleuren, zoals donkere baksteen, worden vermeden. 7. Alle toegepaste materialen zijn kleurecht en behouden op lange termijn hun kwaliteit. De materialen en bevestigingen kunnen tegen weersinvloeden en verouderen mooi.
Accentmaterialen
Criteria 1. Accentmaterialen worden subtiel (niet-overheersend) toegepast en geven een extra verfijning en (kleur)accent aan het gebouw.
Centrum Schalkwijk | Masterplan | 6. Beeldkwaliteit
85
6.3.3 Gevelopeningen, kozijnen en negges
De plaatsing en uitdrukking van gevelopeningen reageert op de stedenbouwkundige context. Gevelopeningen versterken de dieptewerking in de gevel en geven een levendige schaduwwerking gedurende de dag.
Gevelopeningen
Criteria 1. Gevelopeningen zijn een uitdrukking van het achterliggende programma. Waar in de torens meer een gridstructuur mag worden gezocht, is de plaatsing van gevelopeningen in de lagere delen van het plan vrijer en verrassender. 2. Ramen liggen verdiept in de gevel, met een neggediepte van minimaal 190mm. Deze mag ook stapsgewijs worden opgezocht. Uitzonderingen hierop zijn als incident mogelijk en kunnen juist de afwisseling in de gevel versterken.
Kozijnen
Criteria 3. In de plint worden houten kozijnen toegepast met een warme uitstraling. 4. In woonplinten en op hoger gelegen verdiepingen wordt hout of aluminium gebruikt.
Gevelopeningen met verschillende dieptes.
Zonwering
Criteria 1 Zonwering wordt geintegreerd in de architectuur van de woonblokken en wordt ontworpen in overleg met de supervisor. Zie ook paragraaf 5.5.4 waarin gesteld wordt dat voor kozijnen in de zuid- en westgevel standaard buitenzonwering wordt aangebracht. Het kozijn mag een accentmateriaal/kleur zijn.
Centrum Schalkwijk | Masterplan | 6. Beeldkwaliteit
86
6.3.4 De plint
De plint toont zich in zowel de architectuur als de invulling als meest gedetailleerde en levendige gedeelte van het gebouw. De plint biedt een continue verrijking en menselijke maat voor de straat.
Architectonische plint
Criteria 1. Een begane grondverdieping heeft een vrije hoogte van 4 tot 5m van vloer tot plafond (of van vloer tot vloer). Woningen zijn hierop een uitzondering, hier geldt een vrije hoogte op de begane grond van tussen de 3 en 4m. 2. Gebouwen met niet-woonprogramma op de begane grond hebben een architectonische plint die de begane grond- en eerste verdieping beslaat, met een totale hoogte van tussen de 7 en 8m. Deze architectonische plint is onderscheidend van de hoofdmassa in detaillering en ritmiek. Hoewel op de eerste verdieping onder andere wordt gewoond, doet deze mee met de vormgeving van de plint als geheel element. 3. Gebouwen met woningen op de begane grond kennen een enkellaagse plint. 4. Tussen de verschillende panden onderling en met de torens verspringt de plint (optisch) licht van hoogte, met een minimum van 10cm.
De architectonische plint is tussen de 7 en 8m hoog (twee lagen) en verspringt per pand iets in hoogte.
Markiezen geven menselijke schaal aan de plint. Houten kozijnen in de winkelplint.
Dichte of half-dichte delen van de plint beslaan maximaal 6 (dicht) tot 12m (halfdicht) en liggen ver uit elkaar.
Levendigheid aan de straat
Criteria 1. Dichte delen van de plint zijn maximaal 6m lang. Functionele delen die niet dicht zijn, maar minder bijdragen aan de levendigheid, zoals fietsenstallingen, zijn maximaal 12m lang. 2. In de winkelstraten liggen minimaal zeven entrees per 100m per zijde. Daarbuiten liggen minimaal vier entrees per 100m per zijde. 3. Op hoeken en in lange zichtlijnen wordt altijd een levendig programma gesitueerd. Luwere functies liggen zoveel mogelijk in de straat en tegenover een levendige invulling aan de overzijde van de straat.
Een tweelaagse 'architectonische plint'.
Centrum Schalkwijk | Masterplan | 6. Beeldkwaliteit
Markiezen en terrassen, eenvoudige bedrukking.
87
Detaillering en materialisering Criteria 1. De detaillering van de architectonische plint is rijk en verfijnd; een bezoeker van het gebied kan zich aan de schaal relateren en er valt veel te zien. De plint is een essentieel onderdeel in de schaalsprong naar de menselijke maat. 2. Kozijnen in de plint zijn van hout en hebben een warme uitstraling. 3. Plinten van winkels, diensten en ander levendig, stedelijk programma hebben een zo transparant mogelijke uitstraling, zonder dat de gebouwen gaan ‘zweven’. Dat wordt als volgt bewerkstelligd: a Er valt schaduw op het glas door een neggediepte van minimaal 190mm bij grotere etalageramen. Uitzonderingen kunnen incidenteel voorkomen; een enkele etalage kan ook eens vlak in de gevel liggen. b Transparante delen van de plint dienen transparant te blijven. Het is niet toegestaan deze met met folies af te plakken en/of stellingkasten, magazijnruimten, etc. achter de begane grond puien te plaatsen. c Er valt ook schaduw op het glas door het toepassen van uitklapmarkiezen over de volle breedte van de gevelopening. Er wordt één type per winkel toegestaan, passend in het straatbeeld en het kleurenpalet van de zachte stad. Bedrukking van markiezen met typografie is toegestaan, mits niet overheersend en na goedkeuring van de supervisor. d Winkeletalages gelegen op het zuiden krijgen anti-reflecterend glas. 4.
Winkelplinten kunnen tegen een stootje. Dat wordt als volgt bewerkstelligd: a Etalageramen komen niet tegen de grond, maar liggen iets hoger in de gevel. Een natuurstenen rand van minimaal 30cm hieronder biedt bescherming (bijv. voor de veegwagen). De penanten hebben een minimale breedte van 30cm en krijgen een natuurstenen ‘sokje’. b De materialisering van de plint is stevig en kan tegen een stootje. c Er wordt een anti-graffitilaag op de plint aangebracht en hoeken en randjes waar afval zich kan verzamelen worden vermeden. 5. Plinten van woningen aan het maaiveld hoeven niet zo transparant te zijn en worden vormgegeven met (deels) een hogere borstwering. Het dichtzetten van plinten met gordijnen of lamellen door de bewoners of het in het zicht staan van spullen wordt door goed ontwerp voorkomen. 6. Woningen aan het maaiveld hebben woonkamer of keuken (geen slaapkamers) aan de straat en maken contact met de openbare ruimte.
Plinten zijn transparant, maar het gebouw 'landt' wel op straat; bovenliggend gebouw lijkt niet te zweven boven een glasvlak.
Een natuurstenen sokje beschermt de plint.
Een natuurstenen sokje beschermt de plint.
4.
De plint is transparant, maar toch landt het gebouw op de straat.
Houten kozijnen en markiezen.
Centrum Schalkwijk | Masterplan | 6. Beeldkwaliteit
Ook woonplinten zijn mooi gedetailleerd.
88
6.3.5 Woonentrees
Centrum Schalkwijk is een gemengd centrumgebied; een voorzieningenmilieu én een woonmilieu. Het wonen gebeurt niet ‘ergens boven’. Het landt zichtbaar in de plint, en bewoners hebben het gevoel dat ze aan de straat wonen. Daarom zijn woonentrees royaal in maat en transparant vormgegeven, waarbij de relatie binnen/buiten wordt benadrukt. Entrees zijn verdeeld over het openbaar gebied, en bieden ook in de avond een levendige en verlichte plek die bijdraagt aan de sociale veiligheid.
Positionering
Criteria 1. Entrees worden op een logische plek aansluitend op het openbare gebied gesitueerd, zodanig dat over en weer zicht is op de entree respectievelijk het openbaar gebied. 2. Entrees van appartementen aan de Europaweg liggen aan de Europaweg, entrees van appartementen aan de Aziëweg liggen aan de Aziëweg. 3. Entrees in- en rondom het winkelgebied liggen ofwel aan de winkelstraat ofwel net ‘om de hoek’, goed zichtbaar vanuit de winkelstraat.
Er zijn royale en transparante woonentrees verdeeld over het centrumgebied. 3.
Aan de gebiedsranden worden dubbelhoge entrees toegepast.
Maatvoering en uitstraling
Criteria 1. De entrees aan de Europaweg en Aziëweg zijn dubbelhoog, evenals de entrees in alle torens. 2. Een entreehal is in maat royaal, en zichtbaar verbonden met een grotere collectieve ruimte en/of biedt doorzicht richting de collectieve binnentuin vanaf de straat, zie ook paragraaf 5.9.3. 3. Entrees liggen ca 1m verdiept in de gevel, waarbij rekening wordt gehouden met sociale veiligheid (bijvoorbeeld met afgeschuinde zijvlakken). 4. Postbussen en beltableaus belemmeren niet het zicht op de entreehal. Bij grotere woongebouwen worden postbussen in de entreehal of een separate ruimte opgelost. Postbussen mogen ook in de gevel zijn opgenomen, integraal mee-ontworpen met de architectuur. 5. Entrees worden goed verlicht, enerzijds ten behoeve van de herkenbaarheid, anderszijds voor de sociale veiligheid. 6. De entree is transparant over de volle gevelbreedte. 7. Er wordt zorg besteed aan een hoogwaardige afwerking en extra kwaliteit van de entreehal, gezien de zichtbaarheid vanuit de straat.
Doorzicht naar de binnentuin (daktuin). Postbussen zijn bij grotere woongebouwen binnen opgelost.
Aan de gebiedsranden worden dubbelhoge entrees toegepast.
Centrum Schalkwijk | Masterplan | 6. Beeldkwaliteit
Entreepartij als informele, collectieve woonkamer.
89
6.3.6 Galerijen
De vorm van de gebouwen wordt verlevendigd en verzacht met het gebruik van veelal omlijste galerijen en setbacks als onderdeel van de architectuurtaal.
Positie en maatvoering
Criteria 1. Galerijen bevinden zich niet aan de publieke ruimte, maar zijn gesitueerd aan de binnenzijde van het bouwblok. 2. De binnenzijde van de samengestelde bouwblokken bestaat niet enkel uit galerijen, maar kent een samenspel van galerijen, balkons, loggia's, etc. 3. Galerijen zijn niet ‘aangehangen’, maar zijn een integraal en mee-ontworpen onderdeel van het gebouw. 4. Wanneer de galerij aan de zonzijde van de woning ligt, wordt een leefgalerij toegepast met private buitenruimte in de zon.
Materialisering en detaillering
Criteria 1. Er wordt diversiteit en verzachting in het gevelbeeld gezocht door te spelen met het gebouwvolume op de galerijlijn. 2. De galerij en diens constructie/omlijsting is rank gedetailleerd. In de regel is daarmee de draagconstructie van de galerij niet in baksteen of natuursteen uitgevoerd, maar eerder in dun staal, hout of beton. Uitzonderingen hierop zijn mogelijk wanneer passend in het stedelijk ensemble. 3. De constructie rondom de galerij is een kleur- en/of materiaalaccent in de architectuur. 4. De materialisering en detaillering is hoogwaardig en veroudert mooi. Wanneer betonnen platen worden toegepast, is de afwerking kwalitatief. 5. Lichtbronnen, lichtintensiteit en kleur worden meegenomen in het ontwerp van de galerijen. Harde beeldbepalende lichtbronnen moeten voorkomen worden.
Spelen met bouwvolume op galerijlijn en kleuraccent. ‘Zachte’ materialisering en detaillering.
Mee-ontworpen van groen aan de galerij.
De galerij als verblijfs- en ontmoetingsruimte
Criteria 1. Een galerij is meer dan een ontsluiting, maar creëert ook ruimte voor ontmoeting en vergroening (semi-privaat). 2. Bij leefgalerijen, waar de buitenruimte aan de galerij gesitueerd is, is de overgang tussen het private en het collectieve gedeelte mee-ontworpen, bijvoorbeeld met geïntegreerde plantenbakken.
Een verzachting van het hoofdvolume.
Centrum Schalkwijk | Masterplan | 6. Beeldkwaliteit
Nette detaillering van de buitenontsluiting.
90
6.3.7 Balkons en loggia’s
In het plan zijn meerdere soorten private buitenruimtes op hoogte toegestaan: een loggia, een deels inpandig balkon, een aangehangen balkon, een leefgalerij. Daarnaast zijn er woningen met een Frans balkon. Balkons en overige buitenruimtes zijn integraal onderdeel van de architectuur, en het toegepaste type is afhankelijk van de stedenbouwkundige context. Het behouden van licht, zon, levendigheid en een prettig beeld vanuit de openbare ruimte is essentieel.
Positionering buitenruimtes Criteria 1. De plaatsing van balkons, loggia's en andere buitenruimtes wordt in de ontwerpfase van de blokken met de supervisor en het Q-team afgestemd. 2. In de regel worden in de binnenstraten loggia’s, Franse balkons of halfinpandige balkons toegepast, die maximaal 0,5m buiten de gevellijn uitsteken. Aan de randen van het gebied en aan torens kunnen balkons tot 1m uitsteken. In uitzonderingsgevallen kan dit tot maximaal 1,8m buiten de gevellijn, na afstemming met de supervisor. 3. Buitenruimtes aan torens dragen bij aan aan de rankheid van het torensilhouet. 4. De totale lengte van de balkons op een gevelvlak beslaat niet meer dan de helft van de breedte van dat gevelvlak aan de straat. 5. Geluidsbelaste buitenruimtes zijn een integraal mee-ontworpen onderdeel van de architectuur. Waar mogelijk hebben woningen een niet-geluidsbelaste buitenruimte, zoals een leefgalerij aan de binnenzijde van het blok. 6. Het windklimaat op balkons en andere private buitenruimtes moet prettig zijn, zie ook de eisen m.b.t. windhinder in paragraaf 5.6.2.
Architectuur, materialisering en detaillering
Het balkon half binnen-half buiten.
Criteria 1. Balkons dienen een onderdeel van (het concept van) het gebouw te zijn. 2. Vormgeving, materiaal- en kleurgebruik van de balkons inclusief balustraden is passend bij het beoogde architectonische beeld. 3. Balkons zijn elegant en rank gedetailleerd. Er is aandacht voor de vormgeving van de onderzijde van de balkons. 4. De materialisering en detaillering van balkons en loggia's is hoogwaardig en veroudert mooi. Wanneer betonnen platen worden toegepast, is de afwerking en de aansluiting van de balustrade op de vloerplaat kwalitatief. Zie ook 6.2.1. 5. Bij privacy-gevoelige plekken wordt een dicht balkon- of loggiahek aangeraden om een wildgroei aan privacy-afscherming te voorkomen. 6. Groen op balkons, wordt waar mogelijk en wenselijk gestimuleerd, bijvoorbeeld door middel van het integreren van bloembakken in de balustraden.
Zorgvuldige detaillering van Franse balkons in een accentkleur.
5.
Mee-ontworpen groen aan balkons.
Centrum Schalkwijk | Masterplan | 6. Beeldkwaliteit
91
6.3.8 Daken
Centrum Schalkwijk fase 3 e.v. kent drie type daken binnen ‘de zachte stad’; de lagere collectieve gebruiksdaken, de panddaken en de torendaken.
Algemeen
Het dak wordt gezien als vijfde gevel en is een integraal onderdeel van het gebouwontwerp. Criteria 1. Alle daken hebben natuurwaarde, zie eisen paragraaf 5.5.1. Collectieve daken zijn robuust en weelderig groen ingericht, panddaken hebben genoeg gronddekking voor een diversiteit aan inheemse plantensoorten, en torendaken worden minimaal uitgevoerd als bruin dak. 2. Alle daken dragen bij aan hemelwaterbuffering, zie paragraaf 5.5.3 in het gebied als geheel.
Collectieve daktuinen
Daktuin met voldoende privacy voor de woningen.
De collectieve daktuinen zijn groen ingericht, gericht op maximale biodiversiteit, verblijfskwaliteit en zicht op groen voor de bewoners van de omliggende panden. Criteria 1. De collectieve daktuinen hebben natuurwaarde. Ze zijn robuust en weelderig groen ingericht, met heesters, hoge grassen en vaste planten, en 3e orde (meerstamminge) bomen. De gronddekking is minimaal 100cm op constructief sterkere delen, zoals boven kolommen, en minimaal 40cm op overige dakdelen. 2. Op de daktuinen zijn collectieve verblijfs-, speel-, en ontmoetingsplekken. 3. De daktuinen zijn bereikbaar vanuit de ontsluitingskernen van de woningen, met waar mogelijk een zichtlijn op het dakgroen door de entreehal vanaf de publieke ruimte. Er worden extra toegangen vanuit hoger gelegen woningen naar de daktuin gemaakt, zoals via een opgewaardeerde vluchtroute. 4. Installaties worden niet op de collectieve daktuinen geplaatst, maar op de hogere pand- en torendaken. Mocht het om goed onderbouwde redenen toch noodzakelijk zijn hier installaties te plaatsen dan worden deze zo compact mogelijk gegroepeerd, omkaderd en overkapt met een (ventilerend) materiaal dat past in de beeldkwaliteit, zoals strekmetaal, geperforeerd plaatmateriaal of een natuurlijk materiaal in kleurstellingen passend bij onderliggende gebouwen. Dit element wordt met groen ingepast in het ontwerp van de daktuin.
Ook elementen ten behoeve van natuurlijke ventilatie worden passend gematerialiseerd en mee-ontworpen. 5. Woningen aan de daken hebben directe toegang tot het groendak. Aan deze woningen mag een priveterras van maximaal 3m diepte worden aangelegd (soms deels onder de galerij). Tussen de terrassen zijn plantvakken,
Daktuin met voldoende privacy.
Collectieve daktuinen met verblijfskwaliteit.
Centrum Schalkwijk | Masterplan | 6. Beeldkwaliteit
Verschillende panden zichbaar vanuit de daktuin.
92
plantenbakken of schermen met klimplanten als privacy-afscherming meeontworpen met het geheel. Door bewoners geplaatste schuttingen of hekken zijn niet toegestaan, de noodzaak hiertoe wordt door goed ontwerp voorkomen. en het verbod op schermen wordt vastgelegd in het koop- en huurcontract. 6. Het dak is in blok 1, 2, 4a en 6b zichtbaar vanuit de straat, door een hap in de bebouwing. Door juist op deze plek een (verlichte) ontmoetingsruimte te situeren, wordt de sociale veiligheid op straat extra versterkt en vice versa.
Panddaken
Panddaken zijn groen ingericht en zijn een prettig uitzicht voor omliggende woningen. In het groen kunnen diverse functies aan het dak worden gegeven, zoals een energiedak of een extra collectieve buitenruimte. Criteria 1. De panddaken hebben natuurwaarde. Ze worden uitgevoerd als groen dak met een gronddekking van minimaal 15cm waar een ruim assortiment aan inheemse plantsoorten kan groeien. Het dak biedt een groen uitzicht vanuit belendende panden dat het hele jaar aantrekkelijk blijft. 2. Wanneer een panddak bereikbaar is vanuit een aanliggende woning van dat pand onstaat een dakterras, en wordt een extra collectieve of private buitenruimte gecreëerd die een connectie legt met de straat. 3. Installaties op het dak worden door een verhoogde dakrand aan het zicht onttrokken of worden verwerkt in de architectonische signatuur van het gebouw (bijvoorbeeld liftopbouwen). Deze worden zo compact mogelijk gegroepeerd, omkaderd met een (ventilerend) materiaal dat past in de beeldkwaliteit, zoals strekmetaal, geperforeerd plaatmateriaal of een natuurlijk materiaal in kleurstellingen passend bij onderliggend gebouw. 4. De bovenzijde van PV-panelen ligt onder de opstaande dakrand.
3.
Verblijfsruimte op de panddaken.
Torendaken
Mee-ontwerpen installaties op daken
Torendaken hebben natuurwaarde en worden minimaal uitgevoerd als bruin dak. Criteria 1. Installaties en techniek zijn weggewerkt met een omkadering van materiaal dat past in de beeldkwaliteit, zoals strekmetaal, geperforeerd plaatmateriaal of een natuurlijk materiaal in kleurstellingen passend bij omliggende gebouwen. 2. De bovenzijde van PV-panelen ligt onder de opstaande dakrand.
Zonnepanelen en groen op de panddaken.
Centrum Schalkwijk | Masterplan | 6. Beeldkwaliteit
93
6.3.9 Groen bij en op de gebouwen
Groen is op meerdere schaalniveaus aanwezig in het plan; van park tot daktuin tot gevelgroen. Er zijn altijd verschillende type groen ervaarbaar vanaf maaiveld. Het belangrijkste groen van Centrum Schalkwijk ligt in de openbare ruimte in de volle grond. Het gebouwgebonden groen is aanvullend. Gevelgroen en groene daken verrijken het groenbeeld op ooghoogte, vervriendelijken de plint en ‘verzachten’ de architectuur. Criteria 1. Tegen de gebouwen in het winkelgebied wordt op passende plekken gevelgroen geplaatst. Hiervoor wordt een ruimte van 25 - 50cm voor het gebouw gebruikt. 2. Gevelgroen kan in de grond staan, van de bestrating afgescheiden door een opsluitbandje, of in lage plantenbakken. Klimplanten tegen de gebouwen aan worden wanneer nodig ondersteund met een dunne constructie zoals een rvsdraad of net. Dit element is niet overheersend in het gevelbeeld en maakt deel uit van de architectuur. 3. Groene daken zijn zichtbaar vanaf de straat. 4. Door de woonentrees zijn collectieve binnentuinen zichtbaar vanuit de (winkel) straat (zie paragraaf 6.3.5) 5. Setbacks worden als groen ervaren vanuit de (winkel)straat. Hiervoor dienen groenranden opgenomen te worden met een diepte van minimaal 0,5m, die minstens 2/3 van de lengte van de dakrand beslaan. Deze zijn een integraal onderdeel van de architectuur. 6.
Nestkasten en rustplekken voor vogels, vleermuizen, solitaire bijen en vlinders op een zodanige manier in de gevelontwerpen integreren dat het een verrijking van de plastiek en textuur van de gevels oplevert.
Ruimte voor groen voor de gevel.
Vergroening ook in de winkelstraat.
Groene daken zijn zichtbaar vanaf de straat.
Setbacks worden als groen ervaren.
Centrum Schalkwijk | Masterplan | 6. Beeldkwaliteit
Ruimte voor klimgroen via RVS-kabels.
94
6.4 De experimentele stad In paragraaf 6.1.2 is uiteengezet wat onder experimentele stad wordt verstaan en welke gebouwen daartoe behoren. Deze gebouwen brengen verfrissing en verrassing, maar blijven in hun uitdrukking dienstbaar aan hun functie voor het collectief. Een experimenteel gebouwontwerp kent een grote mate van vrijheid, maar wel – juist – met hoogwaardige architectuur als doel. De specifieke kwaliteitscriteria voor deze gebouwen worden hieronder beschreven. De gebouwen voldoen aan de algemene criteria zoals beschreven in hoofdstuk 6.2. De architectenselectie en het ontwerpproces gebeurt in nauw overleg met de supervisor en zijn Q-team.
6.4.1 De experimentele stad onderscheidt zich van de zachte stad
Hoewel Centrum Schalkwijk waarschijnlijk binnen één decennium zal worden getransformeerd, streeft het masterplan niet naar één esthetiek. Het centrum mag diversiteit en contrast kennen, juist in de gebouwen met een publieke functie. De experimentele stad zorgt voor een welkome spanning, maar houdt rekening met de contextuele inpassing: verrassend, maar nooit opdringerig. Criteria 1. Het experimentele gebouw onderscheidt zich van de zachte stad in vorm, plasticiteit, materiaal, kleur, ritme en constructie – maar nooit in al deze aspecten tegelijk. Het ontwerp zoekt een balans waarbij sommige aspecten afwijken en andere aansluiten. Het gebouw zoekt contrasten, maar voegt zich ook in de context. Het is niet onverschillig richting zijn omgeving. 2. Het contrast in elk ontwerpaspect is genuanceerd en nooit maximaal. Een vorm is karakteristiek, maar niet lomp. Een kleur is verfrissend, maar niet schreeuwerig. 3. Bij het ontwerpen met bijzondere vormen en materialen staat verfijnde detaillering voorop. De experimentele stad biedt vrijheid in het gebruik van constructiematerialen, plaatmaterialen en vliesgevels, maar alleen bij excellente kwaliteit van het materiaal zelf (bijvoorbeeld door samenstelling of textuur), van aansluitingen (geen kitvoegen), bevestiging en details. De gebouwen zijn onderhoudsvriendelijk en verouderen mooi. 4.
Het experimentele gebouw kan zich ook onderscheidt door zichtbaar duurzaam en circulair materiaalgebruik.
Experimentele gebouwen onderscheiden zich van de zachte stad, maar overschreeuwen niet
Gebouwen zijn markant en tegelijkertijd passend in de context
Duurzaam en circulair materiaalgebruik is zichtbaar in de architectuur
Centrum Schalkwijk | Masterplan | 6. Beeldkwaliteit
95
6.4.2 De experimentele stad laat het gebied over de tijd verkleuren De architectuur in Centrum Schalkwijk zou niet te nadrukkelijk één tijdsperiode moeten weerspiegelen. Het doel is een gelaagde stad, die voortbouwt op haar verleden en zich door de tijd heen kan ontwikkelen. Deze verkleuring in tijdslagen – met gebouwen van verschillende levensduur – komt vooral tot uiting in het nietwoonprogramma: de experimentele stad.
Criteria 1. Enkele experimentele gebouwen, waaronder ten minste het kringloopcentrum en het verscluster, behouden herkenbare elementen van het bestaande overdekte winkelcentrum en omarmen daarin het collectieve geheugen van Schalkwijk. In alle gebouwen wordt duurzaamheid en circulariteit toegejuicht. 2. De experimentele gebouwen zijn constructief gescheiden van de zachte stad, zodat ze, ieder op zich, op elk gewenst moment kunnen worden vervangen of aangepast. 3. De experimentele gebouwen combineren onderdelen met verschillende levensduur. Een gebouw kan bestaan uit een robuuste (‘monumentale’) draagstructuur met een flexibele, aanpasbare inbouw. Zo blijft de constructie een blijvende identiteitsdrager van Centrum Schalkwijk, terwijl de invulling en aansluiting op de openbare ruimte kunnen meegroeien met de tijd.
Een robuuste drager met flexibele inbouw. In zijn vorm niet typologisch dwingend, wel uitgesproken
6.4.3 De experimentele stad geeft uitdrukking aan collectief gebruik
De gebouwen van de experimentele stad zijn duidelijk herkenbaar als gebouwen voor openbaar of collectief gebruik; het zijn stedelijke ontmoetingsruimtes. De architectuur onderscheidt zich daarmee van de zachte stad, die bestaat uit gebouwen met een plint en daarboven woningen. Hoewel de architectuur van de experimentele stad niet eenduidig hoeft te zijn en tot denken mag aanzetten, betreft het expliciet geen woongebouwen.
De experimentele stad brengt verschillende tijdslagen bij elkaar
Criteria 1. De gebouwen zijn herkenbaar als niet-woongebouwen, maar vermijden een te eenduidige typologie. De kwaliteit van de experimentele stad ligt juist in het samenbrengen van verschillende functies binnen één gebouw. Zo komt er geen traditioneel theater, maar een cultuurpodium voor voorstellingen, danscursussen en muzieklessen. De architectuur weerspiegelt deze veelzijdigheid. 2. Er wordt gestreefd naar een onderscheidende uitdrukking voor het gebouw, die tegelijkertijd ontvankelijk blijft - zelfs inspirerend is - voor toekomstige aanpassingen. De architectuur is niet te beperkend, maar ook niet te algemeen (geen generieke doos). Gevels lichten ‘s avonds op
Centrum Schalkwijk | Masterplan | 6. Beeldkwaliteit
96
6.4.4 Experimentele gebouwen zijn identiteitsdragers en oriëntatiepunten in het centrum
Alle gebouwen van de experimentele stad bevinden zich op scharnierpunten in het stratenplan – grotere stedelijke ruimtes die op meerdere zichtlijnen liggen. De gebouwen fungeren als oriëntatiepunten in het gebied; ze begeleiden de bezoekers en verrijken de ruimtelijke beleving van plek naar plek. Criteria 1. De gebouwen zijn zorgvuldig ontworpen om vanuit elke richting - ook van veraf, een interessant perspectief te bieden dat de nieuwsgierigheid prikkelt. 2. ‘s Avonds komen (delen van) de gevels van deze gebouwen tot leven door verlichting. Ook dan vormen ze herkenbare bakens die bijdragen aan de levendigheid en sociale veiligheid in het gebied. Gedacht kan worden aan het gebruik van transparante of translucente materialen die van binnenuit oplichten, aan externe verlichting, of een combinatie van beide. 3. Bij deze gebouwen kan niet-commerciële typografie worden ingezet als integraal en expressief onderdeel van de architectuur. Denk hierbij aan gebouwnamen, aanduidingen van publieke functies of lokale ondernemingen (bijvoorbeeld het verscluster of cultuurpodium) en bewegwijzering.
Het gebouw geeft karakter aan de stedelijke ruimte
6.4.5 Experimentele gebouwen zijn een uitnodigend onderdeel van de stad De gebouwen van de experimentele stad verenigen diverse functies en zijn zo een belangrijk onderdeel van de stedelijke dynamiek. Het interieur is een voortzetting van de stad. De gebouwen liggen aan openbare pleinen, waarbij gebouw en plein elkaar wederzijds versterken in karakter en functie.
Criteria 1. Er is maximale aandacht voor de ruimtelijk-programmatische interactie tussen de plint en de aangrenzende openbare ruimte. 2. Met een uitgesproken voorzijde geeft elk gebouw het plein een eigen identiteit, zonder het te domineren. 3. De entreehal – hoog, licht en uitnodigend – voelt als een verlengstuk van de openbare ruimte. Ook de entree zelf krijgt bijzondere aandacht in het ontwerp. 4. De routing door het gebouw voelt als een logisch onderdeel van het stedelijk weefsel. 5. De openbare ruimte en de entreehal vloeien in elkaar over: 6. Van buiten naar binnen: de buitenruimte loopt door in het gebouw, (bijvoorbeeld) zichtbaar in het vloerontwerp en de vormgeving van het interieur; 7. Van binnen naar buiten: het interieur en de activiteiten manifesteren zich in de buitenruimte, bijvoorbeeld middels meubilair, een terras, tentoonstelling of evenement (zie ook 6.5.1).
Centrum Schalkwijk | Masterplan | 6. Beeldkwaliteit
De foyer is hoog en licht. Binnen en buiten lopen in elkaar over
De entreehal en routing door het gebouw zijn uitnodigend en voelen als onderdeel van de stad
97
6.4.6 Het verscluster
6.4.7 Het cultuurpodium
Het verscluster is het hart van het centrum en de plek waar de experimentele stad landt in het winkelgebied. Het dak is zo gepositioneerd dat deze uitsteekt over de publieke ruimte de straten in; zo is het verscluster zichtbaar vanuit alle omliggende straten.
Het cultuurpodium is een gebouw met zalen, oefenruimtes en de muziekschool. Op de hoek, zichtbaar vanuit alle richtingen, ligt de entree met de foyer en horeca.
1. Het dak heeft een uitgesproken architectonische expressie die past bij de experimentele stad. De minimale vrije hoogte is 8m. Onder de kap is het licht, open en voelt het sociaal veilig, zowel overdag als 's avonds. 2. De gevel onder het dak is zo transparant mogelijk en kan open gezet worden. 3. De verswinkels zijn in winkelunits in het gebouw geplaatst. Deze zijn alzijdig, onderdeel van de architectuur en zijn zo geplaatst dat de ruimte als een deel van het plein blijft voelen. Ze zetten de ruimte niet dicht tot parallelle straten.
Elementen van de bestaande kap hergebruiken?
Het verscluster als onderdeel van het plein.
1. De gevel van het cultuurgebouw is gelaagd; de zaal ligt niet tot op de gevellijn, maar hier achter en is zichtbaar van buiten. Ook de trap naar boven is een prominent element en onderdeel van het gebouwconcept. Het gebouw heeft een zekere eerlijkheid; het is helder hoe het programma en de routing is georganiseerd. 2. Het cultuurpodium heeft een minimaal dubbelhoge plint met entree. 3. De seizoensprogrammering is in de gevel van het cultuurpodium zichtbaar -zonder dat de gevel hierdoor wordt gedomineerd- zodat elke bezoeker aan het centrum het culturele aanbod van de komende tijd kan zien.
Kolommen als onderdeel van de buitenruimte.
Met een trap vanuit de foyer bereik je de zalen.
Centrum Schalkwijk | Masterplan | 6. Beeldkwaliteit
98
6.4.8 Het sportcomplex
6.4.9 De parkeergebouwen
Het sportcomplex is een samengesteld blok met het sportprogramma, een publieke fietsenstalling, enkele winkels en diensten en woningen. Een deel van het blok behoort tot 'de zachte stad'. Het zwembad- en sportgedeelte behoort tot de experimentele stad en mag in architectuuruitdrukking anders zijn.
De parkeergebouwen kennen een meer ingetogen architectuur. In matieraalgebruik wijken de gebouwen af van 'de zachte stad', terwijl ze zich wel als gebouw wel voegen in de pandenstructuur van de stadswand.
1. Het sportgebouw heeft rondom levendige plinten. De aantrekkelijke delen van het sportprogramma worden zoveel mogelijk in de Casablancastraat en op de hoeken gepositioneerd; denk aan de entree, horeca en/of een winkeltje. 2. Het sportgebouw en het woongebouw staan constructief los van elkaar. Wanneer het sportgebouw niet meer aan de behoeften van de tijd zou voldoen, kan deze worden getransformeerd of vervangen, terwijl de woningen blijven staan. 3. Het sportgebouw voelt niet als een dicht blok, door grote ramen vanaf de eerste verdieping en translucente delen van de gevel. 4. Het dak is geprogrammeerd met sportactiviteiten. Deze activiteiten zijn vanaf het maaiveld te zien en dragen bij aan de herkenbaarheid van het sportblok.
Het sportblok heeft ramen en is translucent. Speelse buitenruimte op het dak.
1. De parkeergebouwen passen in de pandenstructuur maar mogen een meer abstract gevelvlak hebben dan de woongebouwen. Er is geen sprake van overdreven expressie of dieptewerking. 2. Er wordt ofwel demontabel ontworpen, ofwel met mogelijke toekomstige transformatie van het gebouw in het achterhoofd. 3. Het gebruik van duurzame materialen en groen wordt toegejuicht, mits dit zich voegt in het gevelbeeld (pandenstructuur) van het gehele blok. 4. De parkeergebouwen aan de Europaweg zijn familie van elkaar. 5. Er wordt specifieke aandacht besteed aan de gebruikerservaring en het prettig aankomen in het centrumgebied. De gebouwen blijven schoon, heel en veilig. ‘s Avonds lichten ze op. 6. De uitbreiding van het bestaande parkeergarage Floridastraat (fase 1) is geen los pand. Deze is in principe omzoomd (door de zachte stad), maar wordt op enkele plekken toch aan de straat zichtbaar. Hier kan onderzocht worden of de bestaande gevelbekleding aan de zijde van het Floridaplein naar deze delen kan worden overgezet. 7. Auto's in parkeergarages zijn niet zichtbaar vanaf de openbare ruimte. Er moet extra aandacht besteed worden aan het voorkomen van geluid, stank en lichtoverlast voor omwonenden. Dit laatste betreft niet alleen het verlichtingssysteem van de parkeergarage, maar ook voorkomen dat koplampen van auto's door de buitengevel schijnen. 8.
In verband met de sociale veiligheid worden de routes naar de in- en uitgangen 1. 2. van de parkeergarage met zorg ontworpen. 9. Parkeren op de begane grond is niet toegestaan en de plint dient voorzien te zijn van levendige voorzieningen.
Centrum Schalkwijk | Masterplan | 6. Beeldkwaliteit
99
6.5 Openbare ruimte 6.5.1 Overgang binnen-buiten Hoofdprincipes 1. De inrichting van de openbare ruimte van alle fases heeft een samenhangend materiaalgebruik. 2. De overgang van binnen naar buiten wordt in het gebied verzacht vormgegeven; er ontstaat een zone ('encroachment zone') voor het gebouw. Bij voorzieningenplinten betekent dat een uitstalzone of juist een strook met een groene inrichting waar minder actief programma in de plint ligt. Voor wonen op maaiveld is dat een privacyzone waar de bewoner zich de ruimte eigen mag maken. 3. De gevellijn is een heldere grens in materialisering en blijft goed afleesbaar. De overgangszone is onderdeel van de publieke ruimte en hoort bij het straatprofiel. Alleen achter de gevellijn, zoals in een nisje, zijn plantenbakken of zitelementen onderdeel van de architectuur van het gebouw.
Beplanting draagt bij aan privacy. Privacyzone voor de woningen op maaiveld
In de experimentele stad Hoofdprincipe De gebouwen van de experimentele stad staan allemaal aan een herkenbare stedelijke ruimte, zoals een plein, waaraan ze maximaal kleur mogen geven. Buiten mag naar binnen komen en binnen naar buiten. De openbare ruimte biedt een ‘podium’; tafels en stoelen mogen naar buiten worden gebracht, de huurders van de broedplaatsen kunnen hier klussen en er kunnen evenementen plaatsvinden. Er is hier ontwerpvrijheid om de inrichting van de openbare ruimte af te stemmen op de architectuur. De bestrating van binnen komt naar buiten, of andersom.
Centrum Schalkwijk | Masterplan | 6. Beeldkwaliteit
100