Bijlage 1 Masterplan Centrum Definitief
Tekst van het document
5.2.2 Omgevingsvisie
Voor de transformatie van winkelcentrum Schalkwijk tot hoogstedelijk stadsdeelcentrum, zijn de zes strategische keuzes uit de Omgevingsvisie vertaald naar zes ruimtelijk-programmatische uitgangspunten. In hoofdstuk 2 is uitgelegd wat deze keuzes betekenen voor de ontwikkeling van Centrum Schalkwijk. De uitwerking van de bouwblokken moeten hier samen met de herinrichting van de openbare ruimte, invulling aan geven. Eis 1. De uitwerking van de bouwblokken en de inrichting van de openbare ruimte dragen naar rato bij aan de realisatie van de zes ruimtelijkprogrammatische uitgangspunten voor Centrum
Schalkwijk. Deze zijn in hoofdstuk 2 uiteengezet op bladzijde 12.
5.2.3 Ontwikkelstrategie
Als onderdeel van het masterplan is een Ontwikkelstrategie opgesteld. Deze geeft antwoord op de vraag hoe het gebied ontwikkeld wordt, welke rol de gemeente daarin voor zich ziet en hoe en met welke (grondbeleids-) instrumenten de gemeente sturing wenst te geven. Hierin zijn onder andere spelregels vastgelegd met betrekking tot gefaseerde ontwikkeling, kostenverhaal en publiek parkeren. Eis 1. De spelregels zoals die zijn vastgelegd in de Ontwikkelstrategie zijn integraal van toepassing op de ontwikkeling van de deelgebieden van Centrum Schalkwijk, zie bijlage 8.
5.3 Stedenbouwkundige opzet Deelontwikkelingen binnen het exploitatiegebied van dit masterplan dienen te voldoen aan het masterplanontwerp uiteengezet in hoofdstuk 3. Dit betekent dat een initiatief ruimtelijk minimaal van dezelfde stedenbouwkundige kwaliteit moet zijn als het betreffende onderdeel van het masterplanontwerp. Programmatisch dient het initiatief te voorzien in het meegeven programma per bouwblok zoals in paragraaf 3.5 is aangegeven. Eisen 1. Een ontwikkelende partij dient ruimtelijk en programmatisch het masterplanontwerp voor zijn deelontwikkeling te volgen qua rooilijnen, massaopbouw, programmatische invulling, etc. Zie hoofdstuk 3. 2. Afwijken van de opzet van het masterplan is alleen mogelijk als dit niet tot een ruimtelijke verslechtering of programmatische verarming leidt ten opzichte van het masterplanontwerp.
Denk hierbij aan bezonning, windhinder, ontwikkelbaarheid omliggende bouwblokken, voorgeschreven programmamix, etc. Het Kwaliteitsteam Centrum Schalkwijk (Q-team) toetst of de gebouwontwerpen voor de deelontwikkeling voldoet aan het masterplanontwerp. Als dit niet het geval is, geeft het Q-team aan op welke punten de ontwerpen aangepast moeten worden. Zie voor uitleg paragrafen 1.6 en 7.5.
5.4 Programma Deze paragraaf geeft concrete invulling aan de ambities en visie op het woon- en voorzieningenprogramma in Centrum Schalkwijk. Er wordt onderscheid gemaakt in de randvoorwaarden, eisen en wensen met betrekking tot: 1. Programma algemeen 2. Commercieel programma, onderverdeeld in: a. Retail, horeca en dienstverlening b. Bedrijven, kantoren en overig werkprogramma 3. Sociaal-maatschappelijk programma, onderverdeeld in: a. Onderwijs b. Cultuur c. Sport d. Welzijn, zorg en jeugd 4. Woonprogramma, onderverdeeld in: a. Regulier woonprogramma b. Bijzondere doelgroepen, woonzorg, etc. De randvoorwaarden, eisen en wensen voor het programma en de ruimtelijk-programmatische vertaling hiervan, komt mede voort uit de adviezen van DTNP en STIPO en de woningcorporaties (zie bijlagen 2, 3 en 5). Deze invulling is dwingend voor de verdere uitwerking van bouwblokken, maar vanzelfsprekend is er hierbij ruimte voor optimalisaties en innovatieve ideeën, mits dit niet ten koste gaat van de kwaliteit en functionaliteit.
Centrum Schalkwijk | Masterplan | 5. Randvoorwaarden, eisen en wensen
56
5.4.1 Programma algemeen
Voor een goed functionerend en levendig centrumgebied is een passende functiemix noodzakelijk. Dit betekent dat er naast woningen ook werkplekken, commerciële- en sociaalmaatschappelijke voorzieningen aan het gebied worden toegevoegd en dat deze strategisch worden geplaatst, volgens het masterplanontwerp. Eisen 1. Het woon-, werk- en sociaal-maatschappelijke programma in Centrum Schalkwijk in fase 3 en verder wordt in vierkante meters en positionering ingevuld volgens de programmatabel en programmaplattegrond in paragraaf 3.5. 2. Het programma draagt bij aan een gemengd woon-werkmilieu in Centrum Schalkwijk waarbij levendigheid en rust met elkaar in balans zijn. 3. Centrum Schalkwijk fungeert programmatisch als hart van Schalkwijk. Er is samenhang en balans met de buurtcentra in de omliggende wijken. 4. Centrum Schalkwijk voorziet in betaalbare ruimtes voor sociaal-maatschappelijke voorzieningen, maar ook voor (semi-) commerciële voorzieningen en bedrijven, zodat startende of sociaalmaatschappelijk verantwoorde ondernemers hier ook een plek hebben. Wensen 1. Het woonprogramma, het sociaalmaatschappelijke programma en het commerciële werkprogramma zijn van positieve betekenis voor de huidige en toekomstige bewoners van Schalkwijk en sluiten aan op de lokale behoeften vanuit het stadsdeel. 2.
Centrum Schalkwijk bevat een aantal stadsdeeloverstijgende functies, die wat te bieden hebben voor alle Haarlemmers en bezoekers uit de regio. 3. Het programma is toekomstbestendig en flexibel; het kan meebewegen met de veranderende behoeften.
5.4.2 Commercieel programma
Maat
Oppervlakte
Aantal
Centrum Schalkwijk houdt een winkelhart, maar compacter dan nu en meer gericht op de behoefte van het stadsdeel, met de nadruk op dagelijkse boodschappen en benodigdheden en meer lokaal aanbod. Er ontstaat ruimte voor (kwalitatieve) horeca, dienstverlenende bedrijven en kleinschalige, betaalbare kantoorruimten.
XS
< 100m2
ca. 30
S
100 - 200m2
ca. 20
M
200 - 400m2
20 - 25
L
400 - 750m2
5 tot 10
5.4.2.1 Retail, horeca en dienstverlening
XL
> 1.000m2
ca. 5
Er wordt gestreefd naar een diverse mix van horecagelegenheden, voor zowel bestaande als nieuwe bewoners, bezoekers en werknemers, met een gevarieerder, gezond en betaalbaar aanbod. Daarnaast vraagt een centrumgebied ook om nachthoreca, bijvoorbeeld cafés, bars en plekken om clubavonden en feesten te organiseren. Een hotel kan ook een mooie toevoeging aan het gebied zijn, mits het van toegevoegde waarde is doordat het concept iets biedt voor het centrum en heel Schalkwijk. Eisen 1. Het retail-, horeca en dienstverleningsprogramma in Centrum Schalkwijk fase 3 en verder wordt in vierkante meters en positionering ingevuld volgens de programmatabel en -plattegrond in paragraaf 3.5. 2. Winkels, horeca en dienstverleners worden aan de hoofdroutes in het winkelcircuit geplaatst en zijn zichtbaar, bereikbaar en toegankelijk vanaf de openbare ruimte en gepositioneerd in de plinten van de gebouwen: begane grond met eventuele overloop op de eerste verdieping. Kantoren en kleinschalige bedrijvigheid kunnen ook op de verdiepingen gepositioneerd worden, bijvoorbeeld op plekken die minder geschikt zijn voor wonen. 3. Het programma in het winkelcircuit biedt een gebalanceerde variatie aan unitgrootte en faciliteert zo verhuurbare ruimtes voor verschillende concepten en met verschillende prijsniveaus. Zie de volgende tabel afkomstig uit het advies van DTNP:
4. Een eventuele hotelontwikkeling dient te voldoen aan het Haarlemse hotelbeleid en dient van toegevoegde waarde te zijn voor het centrumgebied. Niet enkel een bijdrage in bedden en lokale werkgelegenheid, maar bijvoorbeeld ook flexwerkplekken, toegankelijke en bijzondere horeca, maatschappelijke voorzieningen, zaalverhuur of een overnachtingsconcept wat ook voor omwonenden interessant kan zijn. 5. In Centrum Schalkwijk is geen ruimte voor perifere detailhandelsvestigingen. Wensen 1. Het winkel-, horeca- en dienstverlenende aanbod in Centrum Schalkwijk is divers, sluit aan op de behoefte van Schalkwijk en is aanvullend op het huidige aanbod. 2. Centrum Schalkwijk faciliteert lokaliteit en maak het mogelijk voor lokale ondernemers om hier een bedrijf te vestigen. 3. Het plan bevat een vers-cluster gekoppeld aan een levendig winkel- en horecaplein. 4. Er komt geen fastfood meer bij in Centrum Schalkwijk, maar wel horeca gericht op een langer verblijf en met een gevarieerder en gezonder aanbod. 5. Binnen het winkelcircuit ligt de focus op dag- en eventueel avondhoreca, op de pleinen op avonden eventueel nachthoreca.
Centrum Schalkwijk | Masterplan | 5. Randvoorwaarden, eisen en wensen
57
5.4.2.2 Bedrijven, kantoren en overig werkprogramma
Het huidige aanbod kantoor- en bedrijfsruimte in Schalkwijk is relatief beperkt ten opzichte van het Haarlems gemiddelde. Vanuit het economisch beleid heeft Haarlem de ambitie om het aantal banen mee te laten groeien met het aantal inwoners en werk en wonen dichter bij elkaar te brengen. De transformatie van Centrum Schalkwijk biedt kansen voor lokale initiatieven en ondernemers die een bedrijf willen starten of willen doorgroeien. Om dit te faciliteren bieden we in Centrum Schalkwijk ook ruimte voor betaalbare kantoor- en bedrijfsruimten, onder andere in de Circulaire Hub. Zo dragen we bij aan een gezondere en meer diverse lokale economie. Eisen 1. Het commerciële werkprogramma in Centrum Schalkwijk in fase 3 en verder wordt in vierkante meters en positionering ingevuld volgens de programmatabel en -plattegrond in paragraaf 3.5. 2. 20% van het totale aanbod aan commerciële ruimten is betaalbaar, zodat er een diverse en gezonde economie ontstaat waarbij ondernemers kunnen starten en doorgroeien richting het reguliere aanbod. 3. In de Circulaire Hub is betaalbare ruimte voor ondersteunende horeca, lokale kringloop initiatieven zoals Snuffelmug en MooiZo en voor (dienstverlenende) ambachten zoals schoenmakers, kleermakers, reparateurs, circulaire en impactondernemers. Wensen 1. Wij staan open voor nieuwe werkconcepten en het mengen van verschillende functies.
Bijvoorbeeld het mengen van horeca en kantoorlocaties of creatieve bedrijvigheid en sociale voorzieningen, die de samenwerking en interactie tussen verschillende gebruikers stimuleren 2. Realiseer informele werklocaties. Te denken valt bijvoorbeeld aan multi-tenant-ruimtes
(eigen kantoor binnen een ruimte met meerdere gebruikers en met gedeelde, collectieve voorzieningen).
5.4.3 Sociaalmaatschappelijk programma
Centrum Schalkwijk is het hart van Schalkwijk. Bewoners kunnen hier terecht om elkaar te ontmoeten, te sporten, te leren en te ontwikkelen, cultuur te beleven en te beoefenen, maar ook voor ondersteuning of met een hulpvraag. Een goede sociaal-maatschappelijke basisinfrastructuur is hierbij van groot belang, in samenhang met de bestaande voorzieningen in het stadsdeel en de stad. Naast ruimte voor onderwijs, heeft Centrum Schalkwijk straks een Sportanker, een Cultuuranker en een Zorganker.
5.4.3.1 Onderwijs
Met de groei van Schalkwijk neemt ook het aantal kinderen in de leerplichtige leeftijd toe. In het Strategisch Huisvestingsplan Onderwijs is deze toenemende huisvestingsbehoefte al in beeld gebracht. Gezien de sterke groei van Schalkwijk is aanvullende onderwijshuisvesting onontkoombaar. Dit wordt op de korte termijn deels opgelost in de bestaande onderwijsstructuur door vervangende nieuwbouw en gedeeltelijke uitbreiding van scholen, maar op middellange en lange termijn ontbreekt deze ruimte. Het is daarom wenselijk in Centrum Schalkwijk aanvullende ruimte te reserveren voor een integraal kind centrum (IKC), bestaande uit een basisschool en kinderdagopvang. Daarnaast is er behoefte aan een aparte kinderdagopvang elders in het centrum. Eisen 1. Het onderwijsprogramma in Centrum Schalkwijk in fase 3 en verder wordt in vierkante meters en positionering ingevuld conform de programmatabel en -plattegrond in paragraaf 3.5. 2. Het (mogelijke) IKC bestaat tenminste uit een basisschool voor ca. 400 leerlingen met een kinderopvang. De bijbehorende buitenruimte is
minimaal 1.500m².* 3. De separate (extra) kinderopvang heeft een buitenruimte van minimaal 300m². 4. De buitenruimtes zijn integraal onderdeel van het gebouwontwerp en na schooltijd, in de avonden en weekenden openbaar toegankelijk voor kinderen uit de buurt. 5. Het schoolgebouw wordt zodanig ontworpen en beheerd dat andere sociaal-maatschappelijke activiteiten in de avonduren en weekenden gebruik kunnen maken van het schoolgebouw (medegebruik). 6. Leerlingen van het IKC maken voor het bewegingsonderwijs gebruik van de sportvoorzieningen in het nabijgelegen sportgebouw. Wensen 1. Het IKC wordt verder aangevuld met voorschoolse voorzieningen (peuteropvang, buitenschoolse opvang) en jeugdzorg. 2. De buitenruimte van het IKC wordt ingericht als groen schoolplein. 3. De directe omgeving van het IKC leent zich goed voor bewegen en spelen. 4. De directe omgeving van het IKC is vrij van fastfood-vestigingen en andere aanbieders van snel en ongezond voedsel en aanbieders van alcoholhoudende dranken.
* Of Centrum Schalkwijk de juiste plek is voor een IKC zal de komende jaren nader onderzocht worden. Dit is afhankelijk van de groei van het aantal leerlingen in Schalkwijk, de capaciteit van de bestaande basisscholen en de bevolkingssamenstelling van Centrum Schalkwijk. Mogelijk geluidsoverlast van het schoolplein zal hierbij ook in overweging genomen worden.
Centrum Schalkwijk | Masterplan | 5. Randvoorwaarden, eisen en wensen
58
5.4.3.2 Cultuur
In Schalkwijk blijft het culturele aanbod achter ten opzichte van de rest van Haarlem terwijl er behoefte is aan meer lokaal aanbod. De gemeente heeft de ambitie dit te veranderen door meer ruimte te bieden en door cultuur toegankelijker te maken en beter te verbinden met andere thema’s. Ook is er de wens voor meer nachtcultuur. Daarom is er in Centrum Schalkwijk ruimte voor een nieuwe bibliotheek (fase 2), een broedplaats (huidige bibliotheek) en een cultureel podium voor heel Schalkwijk. Het culturele podium wordt een plek met ruimte voor oefenen en presentatie, interessant cultureel aanbod/ (nacht)programmering, van en voor de wijk en open voor initiatieven uit de wijk en buiten de wijk. Het vormt hiermee het Cultuuranker voor Schalkwijk. Eisen 1. Het culturele programma in Centrum Schalkwijk in fase 3 en verder wordt in vierkante meters en positionering ingevuld conform de programmatabel en -plattegrond in paragraaf 3.5. 2. Het cultuurpodium bestaat uit meerdere zalen, is multifunctioneel, aanpasbaar en geschikt voor zowel professionele- als amateur cultuurverenigingen en organisaties, maar ook voor meer welzijn-, sport-, of zorg gerelateerde activiteiten. Er is ruimte voor de Wereldmuziekschool, een opnamestudio en een DJ-booth. 3.
Het cultuurpodium is tevens (functioneelakoestisch) geschikt voor nachtcultuur in de vorm van feesten en concerten, met de kanttekening dat dit niet de hoofdactiviteit zal zijn. 4. Het cultuurpodium heeft een open karakter en uitstraling. Zaalruimtes bevinden zich dieper in het bouwblok of op de verdieping zodat dode plinten aan de straatzijde worden voorkomen. 5. De bouwtechnische eisen en de wijze van exploitatie worden uitgewerkt in een separaat programma van eisen.
Wensen 1. Het culturele programma in Centrum Schalkwijk is breed toegankelijk, laagdrempelig en heeft wat te bieden voor de verschillende doelgroepen in Schalkwijk en daarbuiten. 2. De programmering en exploitatie van het cultuurpodium wordt bij voorkeur gedaan door Schalkwijkse (culturele) partijen. 3. Aan het cultuurpodium is horeca verbonden, wat bij voorkeur wordt geëxploiteerd door een sociaalcultureel gerichte ondernemer. 4. Het culturele programma legt inhoudelijk en functioneel de verbinding met andere beleidsthema’s, zoals welzijn, zorg, sport, erfgoed en economie in en rond het gebouw. 5. Onderzocht wordt of een stilteruimte een plek kan krijgen in het cultuurpodium of een andere publieke voorziening in Centrum Schalkwijk. 6. Er is ruimte voor 10 tot 15 (betaalbare) atelierwoningen in nabijheid van de Circulaire Hub en/of het Cultuuranker. 7. Centrum Schalkwijk bevat meerdere kunstobjecten in de openbare ruimte. Dit wordt integraal meegenomen bij het ontwerp voor de openbare ruimte (zie paragraaf 4.5). Ook is de openbare ruimte geschikt voor het organiseren van (kunst-) evenementen.
5.4.3.3 Sport
Sport is belangrijk omdat het gezond is, maar ook vanwege het sociale element. In Schalkwijk bewegen en sporten inwoners minder dan in andere stadsdelen. Het is onze ambitie dat iedere Haarlemmer kan sporten en bewegen. Sport en bewegen heeft vanzelfsprekend een relatie met de openbare ruimte. We zetten in op goede verbindingen met het buitengebied en een beweegvriendelijke inrichting die erop is gericht mensen te verleiden, uit te nodigen en te motiveren te bewegen, zodat dit vanzelfsprekend wordt. Het Wil Merkiespark voorziet straks in buitensportvoorzieningen en ruimte om informeel te sporten en te bewegen. Er ligt in Schalkwijk een
vervangingsvraagstuk van het Boerhaavebad en de Spaarnehal. Centrum Schalkwijk gaat hierin voorzien met een Sportanker, zoals toegelicht in bijlage 24. Ook biedt het stadsdeelcentrum ruimte voor commerciële sportaanbieders. Eis algemeen 1. Het sportprogramma in Centrum Schalkwijk in fase 3 en verder wordt in vierkante meters en positionering ingevuld conform de programmatabel en -plattegrond in paragraaf 3.5. Eisen sportgebouw 1. Het gecombineerd sportgebouw met zwembad vervangt de bestaande Spaarnehal en het Boerhaavebad. Daarbij is ook ruimte voor andere commerciële en niet-commerciële (sport) aanbieders zoals sportzalen, horeca, jongerenhonk en een medische voorziening. 2. Vanuit het sportgebouw wordt sport zoveel mogelijk zichtbaar naar buiten toe. 3. Sport- en maatschappelijke verenigingen en organisaties kunnen in de avonden en weekenden gebruik maken van de sporthal. Doordeweeks overdag gebruiken scholen, senioren en overige sportaanbieders de hal. 4. De bouwtechnische eisen worden uitgewerkt in een separaat programma van eisen. Eisen openbare ruimte 1. Het centrumgebied sluit aan op bestaande en nieuwe fiets-, (hard-)loop- en wandelroutes richting het buitengebied. 2. Centrum Schalkwijk (incl. Wil Merkiespark) voorziet in totaal in ca. 3.000m² aan sport- en spelelementen.
Bankjes, groenbakken en trappen zijn ook bruikbaar als informeel sportelement, gericht op urban sports. Wensen 1. Het multifunctionele sportgebouw stimuleert dubbelgebruik en kruisbestuiving tussen
Centrum Schalkwijk | Masterplan | 5. Randvoorwaarden, eisen en wensen
59
sportaanbieders en maatschappelijke organisaties. 2. Het sportgebouw en de openbare ruimte voorzien in sportaanbod voor specifieke doelgroepen zoals ouderen, jongeren, mensen met een beperking, Haarlemmers met een Haarlempas en sporters die om verschillende redenen geen gebruik kunnen maken van regulier sportaanbod of behoefte hebben aan privacy. 3. In of nabij het sportgebouw is eigen een plek voor jongeren om af te spreken, te ontspannen en zich te uiten. Deze plek heeft een sterke relatie met het sportgebouw. 4. Sportvoorzieningen bovenop gebouwen zijn denkbaar, mits openbaar toegankelijk en waarbij vanzelfsprekend constructie, ontsluiting, toegankelijkheid, geluids- en lichtoverlast aandachtspunten zijn. 5. Het Wil Merkiespark voorziet in een voetbalveld, vrije ruimte om te sporten en te bewegen en speelplekken.
5.4.3.4 Welzijn, zorg en jeugd
De gemeente heeft de ambitie om gezondheidsachterstanden in de stad te verkleinen. De groei van het inwonersaantal betekent bovendien een groeiende zorgvraag en grotere behoefte aan welzijnsvoorzieningen. Om die redenen komt er in Centrum Schalkwijk ruimte voor een Zorganker in de vorm van een ZOED (ZorgOnder-Een-Dak) en jongerenwerk. Daarnaast is het de ambitie om de nieuwe bibliotheek, het sportgebouw en het cultuurhuis mede in te zetten voor de welzijnsactiviteiten van Buurts. Zo ontstaat er intensief dubbelgebruik van voorzieningen, vindt er kruisbestuiving plaats tussen voorzieningen en doelgroepen, kunnen activiteiten op logische locaties plaatsvinden en wordt de voedingsbodem van de voorzieningen versterkt zonder dat er volwaardig Huis van de Wijk noodzakelijk is. Daarnaast zal Buurts ook een vaste plek krijgen in het stadsdeelcentrum. Tot slot zetten we in op een meer gebalanceerd en gezond voedselaanbod in het gebied.
Eisen 1. Het welzijn-, zorg- en jeugdprogramma in Centrum Schalkwijk in fase 3 en verder wordt in vierkante meters en positionering ingevuld conform de programmatabel en -plattegrond in paragraaf 3.5. 2. In Centrum Schalkwijk komt een integraal zorgcentrum (ZOED) van 2.100m² bvo met een breed aanbod van zorgaanbieders, waaronder huisartsen, verloskundigen, diëtisten, logopedisten, praktijkverpleging, apotheek, etc. 3. Het Huis van de Wijk wordt gevormd door de multifunctionele ruimtes in het cultuurpodium, de bibliotheek en het sportgebouw. De bibliotheek vormt de basis voor Buurts in Centrum Schalkwijk. Activiteiten van Buurts worden verspreid door het gebied georganiseerd afhankelijk van doelgroep en activiteit. 4. Bij het cultuurpodium en het sportgebouw komen plekken voor jongeren(-werk) gekoppeld aan hun behoeften. 5. Centrum Schalkwijk bevat meerdere kleine formele en informele plekken om te spelen en speelroutes voor kinderen tot 12 jaar. Zowel in de openbare ruimte als in de binnenhoven op maaiveld als op de verdieping. Daarnaast zijn er goede verbindingen naar de speel- en sportplekken en het Wil Merkiespark. Wensen 1. Publiekstoegankelijke voorzieningen zoals apotheek, receptie en ontvangstkamers bevinden zich in de plint op de begane grond.
Gesloten voorzieningen, zoals wachtruimtes, praktijkruimten en behandelkamers bevinden zich op de verdieping of achter de publiektoegankelijke voorzieningen, en dus niet in de plint aan de straatzijde. 2. Het gebied krijgt een gebalanceerd horeca- en voedselaanbod zodat mensen een gezonde keuze kunnen maken, dit wordt uitgewerkt in de plintenstrategie.
5.4.4 Woonprogramma
Wonen is straks een integraal onderdeel van het Centrum Schalkwijk. De herontwikkeling biedt de kans om een aanzienlijke bijdrage te leveren aan het terugdringen van het tekort op (betaalbare) woningen en biedt ruimte voor nieuwe woonconcepten en bijzondere doelgroepen. Voor de eisen m.b.t. maximaal aantal woningen in één woongebouw en op één hoofdentree, zie paragraaf 5.9.3.
5.4.4.1 Regulier woonprogramma
Centrum Schalkwijk is aantrekkelijk voor verschillende leefstijlen en doelgroepen en draagt bij aan de doorstroming op de woningmarkt. Collectiviteit, ontmoeten, omkijken naar elkaar, beheer en cocreatie zijn kernbegrippen in de ontwikkeling van de nieuw te creëren woon- en leefconcepten, zodat eenzaamheid en anonimiteit wordt voorkomen. Eisen 1. De nieuw op te leveren woningen voldoen aan de vereisten zoals opgenomen in de geactualiseerde Haarlemse spelregels voor woningbouwprogrammering. Deze vereisten (spelregels) behelzen o.a. prijsgrenzen, onderverdeling prijssegmenten (40-40-20), minimale oppervlakte, doelgroepen, toewijzing, huurverhoging, exploitatieperiode, zelfbewoning, antispeculatie en toegankelijkheid. 2. Het woningaanbod is gericht op diversiteit aan inkomensgroepen, woonproducten en woonmilieus. Een divers woningaanbod met aandacht voor de menselijke maat maakt dat de bewoners zich thuis voelen en betrokken zijn bij hun woonomgeving. 3. De woningbouw in Centrum Schalkwijk richt zich qua doelgroepen op starters, ouderen en kleine gezinnen, aansluitend bij de actuele Woonvisie, en biedt ruimte en een hoog voorzieningenniveau voor specifieke doelgroepen (zie volgende paragraaf). 4. Alle appartementen voldoen aan de richtlijn
Centrum Schalkwijk | Masterplan | 5. Randvoorwaarden, eisen en wensen
60
voor het kunnen ontvangen van lichte zorg conform de Haarlemse spelregels voor woningbouwprogrammering. 5. De sociale huurwoningen worden afgenomen door één van de in Haarlem actieve woningcorporaties en dit wordt vastgelegd in anterieure overeenkomsten. De corporaties worden vroegtijdig bij de planvorming betrokken. 6. In overleg met de corporaties wordt de haalbaarheid onderzocht of minimaal 2/3 van het aandeel sociale huurwoningen gerealiseerd kan worden met drie kamers per woning en een minimaal gebruiksoppervlak van 65-70m². 7. Bij het ontwerp van complexen en woningen wordt nadrukkelijk rekening gehouden met (de organisatie van) toekomstig beheer. Wensen 1. Het is wenselijk om woonconcepten te realiseren die inzetten op het delen van (collectieve) ruimtes en dagelijkse gebruiksvoorwerpen (o.a. auto). Dit gaat niet ten koste van woonoppervlak of beoogde publieke voorzieningen. 2. Wooncomplexen worden via co-creatie met toekomstige bewoners ontwikkeld.
5.4.4.2 Bijzondere doelgroepen, intramuraal, etc.
Het toevoegen van woningen in een stadsdeelcentrum met veel voorzieningen, biedt kansen voor bijzondere en kwetsbare doelgroepen. Dat betekent dat alle woningen geschikt zijn om zorg in te verlenen en te ontvangen, de woning en woonomgeving toegankelijk zijn en er sprake is van gemeenschapsgevoel. Algemene eis 1. Het woonprogramma voor de bijzondere doelgroepen, zoals hieronder uitgewerkt, wordt gerealiseerd conform de programmatabel en -plattegrond in paragraaf 3.5. Eisen huisvesting ouderen 1. Er worden minimaal 100 geclusterde woningen
voor ouderen gerealiseerd waarvan 50% binnen het aandeel sociale huur en 50% in het aandeel lage middensegment. In lijn met de definitie van het Rijk voor de nieuwbouw zijn dit clusters van minimaal 12 woningen per cluster, waarbij een ontmoetingsruimte binnen het complex of binnen afstand van 100m aanwezig is. 2. Binnen dit aanbod geclusterde woningen zijn minimaal 80 woningen geschikt om (op termijn) WLZ-zorg thuis te kunnen leveren. Eis huisvesting overige aandachtgroepen 1. Binnen de sociale huur wordt 30% van de woningen gereserveerd voor mensen uit de aandachtsgroepen. Eisen Intramuraal, woonvormengericht op WLZ vormen (buiten de ouderenzorg) 1. Het intramurale programma biedt ruimte voor beschermde en beschutte woonvormen die vanuit de WMO en de WLZ (gehandicaptenzorg (GZ) en GGZ). 2. Onzelfstandige eenheden met clusters tussen de 8 en 12 eenheden, waarbij intensieve zorg verleend kan worden. Wensen 1. De wens is om binnen het woonprogramma sociale huur een gemengd-wonen-complex tot stand te brengen. Onder gemengd wonen verstaan we een complex, waarbij begeleide en niet begeleide bewoners doelbewust samenwonen en gezamenlijk activiteiten ontwikkelen. 2. De gewenste clustergrootte van de geclusterde woningen voor ouderen is tussen de 24 en 40 woningen. 3. Vormgeven van een dementievriendelijke woonomgeving vanuit de geclusterde woonvormen. 4.
Nabijheid van dagbesteding voor mensen vanuit intramurale woonvormen (en/of geclusterde ouderenwoonvormen) is gewenst.
5.5 Natuur-, klimaat- en duurzaamheidsaspecten Deze paragraaf geeft de kaders waar de ontwikkelingen in de Centrum Schalkwijk op de volgende aspecten aan moeten voldoen: 1. Natuurinclusiviteit en biodiversiteit 2. Bomen 3. Water en klimaatadaptatie 4. Energie 5. Circulariteit
5.5.1 Natuurinclusiviteit en biodiversiteit
Natuurinclusiviteit en biodiversiteit dragen bij aan natuurbeleving, een gezonde leefomgeving en klimaatadaptatie (voorkomen hittestress, droogte en wateroverlast). Het huidige centrum van Schalkwijk is versteend en kent weinig natuurwaarden. Het bestaande groen bestaat hoofdzakelijk uit bomen, vaak in een stenige ondergrond. Rondom het centrumgebied zijn grotere groenstructuren aanwezig. Doelstelling voor Centrum Schalkwijk is het vergroten van de biodiversiteit en het creëren van habitats voor gebiedseigen flora en fauna. Dit wordt bereikt door de groenstructuur te verbeteren, ecologische verbindingen aan te leggen en de bebouwing van het centrum natuurinclusief te ontwikkelen. Randvoorwaarden 1. Er wordt ontwikkeld conform de Omgevingswet, in het bijzonder de bepalingen opgenomen in hoofdstuk 11 van het Besluit activiteiten leefomgeving. 2. Elke ruimtelijke ontwikkeling moet met een Natuurtoets (ecologisch onderzoek) beoordeeld worden op ecologische effecten, inclusief quickscan ecologie, plus eventuele vervolgonderzoeken die hieruit naar voren komen. Hierbij hoort ook een inventarisatie van invasieve exoten.
Centrum Schalkwijk | Masterplan | 5. Randvoorwaarden, eisen en wensen
61
Algemene eisen 1. Bij werkzaamheden die van invloed zijn op flora en fauna wordt gewerkt volgens de actuele Gedragscode soortbescherming gemeenten. 2. Natuurinclusief bouwen volgens het Convenant Toekomstbestendige Woningbouw op niveau ‘Brons’: a. Voor grootschalige projecten (oppervlak ≥ 2000m² en maximale hoogte ≥ 30m) betekent dit het realiseren van een hoogwaardig habitat voor ten minste 3 van de 5 soortencategorieën.* b. Per soortcategorie wordt aangegeven welke maatregelen worden genomen voor het realiseren van een hoogwaardige habitat, waarbij wordt ingegaan op de samenhang tussen de 5 V’s: voedsel, veiligheid, voortplantingsmogelijkheden, variatie en verbinding. c. De 3-30-300 beleidsregel wordt toegepast: 3 bomen zijn zichtbaar vanuit elke woning, 30% van het openbaar én private oppervlak (binnenhoven en daken) is groen en binnen 300m van elke woning is een openbare groenvoorziening zoals een park. 3. De te nemen maatregelen moeten voldoen aan de volgende zaken: a. Nieuwe beplanting is (zoveel mogelijk) gebiedseigen en biologisch, klimaatbestendig en passend bij de habitatwensen van de doelsoorten.
* De soortencategorieën zijn onderverdeeld in vijf hoofdgroepen: gebouwbewonend, boombewonend, struweel-gebonden, bloemrijk grasland-gebonden, aan water en oevers-gebonden. De kaart in paragraaf 3.6.10 en bijlage 6 laat zien waar hoogwaardige habitats voor de verschillende soortencategorieën gerealiseerd moeten worden. Op deze manier wordt geborgd dat op de juiste locatie de juiste maatregelen worden genomen.
b. Nieuwe beplanting draagt maximaal bij aan de doelstelling dat ten minste 50% van de beplanting in het plangebied inheems dient te zijn. 4. Voor alle maatregelen geldt dat ze aantoonbaar: a. Realiseerbaar zijn binnen de invloedsfeer van de uitvoerende partij. b. Op deskundige wijze worden uitgevoerd. c. In goede staat moeten blijven en niet in een later stadium mogen worden weggehaald. d. Zijn goedgekeurd door de gemeente. Eisen bouwblokken 1. Per bouwblok realiseren van een hoogwaardig habitat voor de volgende drie soortcategorieën: gebouwbewonend, struweel-gebonden, bloemrijk grasland-gebonden. 2. Daken worden als natuurdaken uitgevoerd. Voor de eisen met betrekking tot pakketdikten en beeldkwaliteit, zie paragraaf 6.3.8. 3. Gevels worden benut voor gebouwbewonende soorten (Insectenstenen, nestkasten, verblijfplaatsen, etc.). Eisen openbare ruimte 1. De hoofdbomenstructuur wordt versterkt. 2. De groenblauwe structuren worden versterkt (met nestkasten niet-gebouwbewonende soorten, vergroenen bermen, hagen, planten, ecologische wadi’s, natuurvriendelijke oevers, groeiplaatsen bomen verbeteren etc.). 3. Realiseren en/of versterken ecologische verbindingen (faunapassages etc.). 4. Groenvakken worden zonder barrières op het maaiveld aangelegd. 5. Verontreiniging en verrijking van grond wordt voorkomen en aanvullende grond is humusarm. 6.
Langs de natuurverbindingen worden hoektrapjes voor amfibieën geplaatst in de putten. 7. Ten minste 80% van de beplanting in Natuur Netwerk Haarlem (NNH), in de hoofdbomenstructuur en in parken is inheems.
Locatiespecifieke eisen 1. Het Wil Merkiespark - onderdeel van NNH, krijgt een natuurvriendelijke oever, aansluitend op de ecologische kwaliteiten van het Romolenpark en dus 80% inheemse beplanting. 2. De ecologische kwaliteit van de Europaweg, de Aziëweg en de oever van de Amerikavaart (allen NNH) dient verbeterd te worden. Langs de wegen dient aanééngesloten groen gerealiseerd te worden. De oever van de Amerikavaart dient ten minste aan één kant een natuurvriendelijke oever te worden. 3. Barrières in het NNH dienen verholpen te worden door de aanleg van faunapassages. Deze zijn nodig onder de Europaweg en de Aziëweg, waardoor het Romolenpark met het Wil Merkiespark, met het groen langs de Amerikavaart, met het Aziëpark wordt verbonden. Wensen 1. Natuurinclusief bouwen volgens het Convenant Toekomstbestendige Woningbouw op niveau ‘Zilver/Goud’: a. Hoogwaardige habitat voor meer soortencategorieën dan geëist bij niveau ‘Brons’. c. Het horizontale en verticale oppervlak wordt in samenhang met de groenblauwe structuren in het plangebied ingericht met meer dan 30% biodivers en hoogwaardig groen (boomkroonoppervlak telt mee). c. Speelplekken worden gecombineerd met groen.
5.5.2 Bomen
Bomen dragen bij aan verblijfskwaliteit, klimaatadaptatie en biodiversiteit. Daarom behouden we monumentale en gezonde bomen en voegen we bomen toe in de openbare ruimte en op privaat terrein. Bomen worden zo geplaatst dat ze optimaal kunnen groeien. De focus ligt op kwaliteit, niet op kwantiteit. Voor bestaande en nieuwe bomen gelden verschillende eisen.
Centrum Schalkwijk | Masterplan | 5. Randvoorwaarden, eisen en wensen
62
Bestaande bomen
Eisen met betrekking tot bestaande monumentale, waardevolle en gezonde bomen staan beschreven in de Bomenverordening van Haarlem. Let hierbij op dat gezonde bomen van 50 jaar en ouder ook als waardevolle bomen behandeld dienen te worden. Uit de Quickscan Bomeneffectanalyse (bijlage 12) blijkt het masterplan effect heeft op 44 bomen waarvan 3 ouder dan 50 jaar. 38 van deze bomen zijn recent geplant en kunnen verplaatst worden. Eisen 1. Als onderdeel van het ontwerp openbare ruimte dient waar nodig een nadere bomeninventarisatie uitgevoerd te worden. Hierbij dient te worden geïnventariseerd wat de leeftijdsverwachting, gezondheid, beheerbaarheid, kroonprojectie en eventuele verplantbaarheid is. 2. Te behouden bomen: bestaande wortelruimte conform kroonprojectie blijft onaangetast en groeiplaatsverbeteringen toepassen waar nodig. 3. Kapvergunningen aanvragen conform de Bomenverordening.
2. Voldoende maat in het profiel voor bestaande en nieuwe boomstructuren. 3. Soortkeuze baseren op 50% inheemse bomen in de openbare ruimte. 4. Plantafstanden en soortkeuze, boven- en ondergrondse groeiplaats en groeiplaatsinrichting: conform HIOR. 5. Bij planvorming een ruimtereservering in acht nemen voor het behouden van bestaande waardevolle en monumentale bomen, boomstructuren, groengebieden met (ecologische) waarde. Rekening houden met het eindbeeld van de boom. Wensen 1. Diversiteit aan boomsoorten aanplanten, minstens 3 per straat, maar streef naar 5 soorten evenredig verdeeld. 2. Compensatie van de te kappen bomen berekenen aan de hand van de baten van boom via een berekening met iTree. Berekenen met 50% van de baten direct compenseren en binnen 10 jaar 100% van de verloren baten terug.
Nieuwe bomen
5.5.3 Water en klimaatadaptatie
Randvoorwaarde 1. Waterschapsverordening Rijnland, voor plantafstand voor nieuwe bomen ten opzichte van watergang ten behoeve van goed beheer en onderhoud van de oever. Dit is afhankelijk van de het type oever.
Randvoorwaarden 1. Conform de Waterschapsverordening dient bij verhardingstoename 15% te worden gecompenseerd in de vorm van open water binnen een straal van 5km van het ontwikkelingsgebied (en binnen hetzelfde peilgebied). 2. Conform de Waterschapsverordening gelden voor een ontwikkellocatie waarbij meer dan 5.000m² wordt verhard de volgende kaders: a. Er moet worden aangetoond dat het gebied
Naast de 38 bestaande bomen die verplaatst kunnen worden, zullen ongeveer 130 nieuwe bomen in het masterplangebied geplant worden. Dit wordt uitgewerkt in het ontwerp openbare ruimte. Voor de eisen ten aanzien van de groeiplaatsinrichting voor nieuwe bomen: zie HIOR-paragraaf 7.2.4.
Eisen 1. Bomenverordening, herplant van de te kappen bomen één-op-één vervangen.
De klimaatverandering brengt langdurige regenbuien, piekbuien, hittestress en perioden van droogte met zich mee. Ontwikkellocaties in de zone moeten in staat zijn om de klimaatveranderingen op te vangen en overlast te voorkomen, nu en in de toekomst. Bijlage 13 geeft de quickscan water.
waarin de ontwikkeling ligt een bui van 90mm in een etmaal kan bergen. b. Hevige neerslag (1/100 jaar, 70mm in een uur) zorgt niet voor schade in en aan gebouwen, infrastructuur en voorzieningen. c. Bij hevige neerslag (1/250 jaar, 90mm in een uur) blijven vitale en kwetsbare infrastructuur en voorzieningen functioneren en bereikbaar. Eisen 1. Conform Plan Stedelijk Water gelden de volgende kaders met betrekking tot droogte: a. De ontwikkeling vindt plaats volgens een grondwaterneutraal ontwerp. Hiervoor moet worden onderzocht wat de effecten zijn op de mogelijk aanwezige grondwaterstromen. Dit vereist een geohydrologisch onderzoek waarin wordt aangetoond dat de ontwikkeling daadwerkelijk grondwaterneutraal is. b. De ontwikkeling is waterneutraal en leidt niet tot extra aanvoer/afvoer van water. Hemelwater wordt zoveel mogelijk vastgehouden, in de bodem gebracht en hergebruikt in het plangebied. c. De inrichting van de locatie is afgestemd op de verwachte grondwaterstanden en de zoetwaterbeschikbaarheid tijdens droogte. Vitale en kwetsbare functies moeten bestand zijn tegen langdurige droogte. d. Er dienen maatregelen in het ontwerp te worden opgenomen die schade door bodemdaling tegengaan en kostenefficiënt zijn over de levensduur van 60 jaar. Vitale en kwetsbare functies moeten bestand zijn tegen langdurige droogte. 2.
Conform het Plan Stedelijk Water moet het ontwerp ook tijdens hitte een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving bieden. Hiervoor worden de volgende kaders gehanteerd: a. Er is tenminste 40% schaduw voor langzaamverkeerroutes en verblijfsplekken in het plangebied tijdens de hoogste zonnestand
Centrum Schalkwijk | Masterplan | 5. Randvoorwaarden, eisen en wensen
63
in de zomer. b. Koele plekken (minimaal 200m²) zijn op loopafstand (maximaal 300m) aanwezig. c. Ten minste 50% van alle horizontale en verticale oppervlakten worden warmtewerend of verkoelend ingericht/gebouwd om opwarming van het stedelijk gebied en gebouwen zelf te verminderen. d. Gebouwkoeling leidt niet tot opwarming van de (verblijfs)ruimtes in de directe omgeving. 3. Conform de Hemelwaterverordening gelden de volgende kaders: a. Regenwater dat op particulier terrein valt mag niet direct worden afgewenteld naar openbaar terrein. Hiervoor dient een hemelwaterberging op eigen terrein te worden aangelegd (minimale capaciteit van 70 liter per m²). b. Voor de afvoer van hemelwater hanteert de gemeente een voorkeursvolgorde waarbij hemelwater alleen mag worden afgevoerd via het gemengd riool als andere afvoermogelijkheden zoals HWA of infiltratie naar de bodem niet mogelijk zijn. De voorkeursvolgorde is eerst infiltratie naar de bodem, dan afvoer via HWA of direct naar oppervlaktewater en dan pas gemengd riool. 4. Conform het Convenant Toekomstbestendige Woningbouw, niveau ‘Brons’ dient afhankelijk van de plaatselijke overstromingskans en optredende waterdiepte ingezet te worden op het voorkomen van schade, het beperken van schade of het voorkomen van slachtoffers. Voor vitale en kwetsbare functies gelden aanvullende eisen.
Welke eisen van toepassing zijn op het plangebied is dus afhankelijk van de overstromingskans en diepte. Wat de overstromingskans per waterdiepte is, is te vinden in de klimaateffectatlas. Binnen bovenstaande beleidsstukken met betrekking tot water, droogte en hitte bestaat inhoudelijke overlap en/of samenhang. In overleg met Hoogheemraadschap Rijnland en de gemeente
kunnen de maatregelen worden gecombineerd om aan de verschillende randvoorwaarden en eisen te voldoen. Om aan te tonen dat de initiatiefnemer aan bovenstaande randvoorwaarden en eisen voldoet, dienen de volgende berekeningen in de ontwerpfase van HRPP aangeleverd te worden: 1. Berekening areaal verhardingscompensatie. 2. Waterbergingsberekening volgens rekentool Hoogheemraadschap Rijnland. 3. Klimaatstresstest, zie handreiking Kennisplatform Klimaatadaptatie.
5.5.4 Energie
In Centrum Schalkwijk zetten we in op energiereductie, duurzame energieopwekking en lokale warmte met als doel (ten minste) energieneutraliteit. We streven ernaar om minimaal niveau ‘Brons’ uit het Convenant Toekomstbestendige Woningbouw te halen. Voor gebruik van een centrale warmte-koudeopslag (WKO) is een bodemenergieplan opgesteld, zie bijlage 14. Door het toepassen van passief bouwenprincipes en toepassing van groen (in combinatie met waterberging en pv-panelen) op de gebouwen wordt de hittebestendigheid verbeterd en worden goede kansen gecreëerd voor een klimaatadaptief centrumgebied. Randvoorwaarden 1. Bij grondgebonden woningen is de maximale energiebehoefte voor verwarming en koeling 55kWh/m²/jaar, aandeel fossiele energie < 0 (BENG2) en aandeel duurzame energie 100% (BENG3). Bij gestapelde woningen is dit 65kWh/ m²/jaar (BENG1). 2. Bij grondgebonden woningen is het minimaal aandeel hernieuwbare energie 50%, bij gestapelde woningen is dit 40% (BENG3), aandeel fossiele energie < 20 (BENG2) en aandeel duurzame energie 80% (BENG3). Deze randvoorwaarden zullen naar verwachting veranderen door toekomstige aanscherping van de BENG-eisen.
In Centrum Schalkwijk wordt hemelwater via de natuurdaken en wadi’s vertraagd afgevoerd naar de Amerikavaart.
Eisen 1. De toepassing van conventionele koel- of verwarmingsinstallaties, zoals lucht-waterwarmtepompen, elektrische boilers, conventionele koelmachines en gasverbranders, zijn niet toegestaan. 2. De gebouwen worden voorzien van een geclusterde centrale warmte-koudeopslag (WKO) voor de verwarming en koeling van alle functies, zie paragraaf 5.5.4.1. 3. Duurzame energieopwekking wordt in samenhang
Centrum Schalkwijk | Masterplan | 5. Randvoorwaarden, eisen en wensen
64
met groen, natuur en waterberging uitgewerkt en geïntegreerd in het architectonisch ontwerp. Gemiddeld wordt 50% van de daken benut voor pv-panelen waaronder 70% van de torendaken en 30% van de pandendaken. 4. Het installatieplan is onderdeel van het goed te keuren VO en DO van de gebouwen, zie paragrafen 5.9.6 en 7.5.3. 5. Ruimten voor trafo’s, WKO-installaties, warmtehubs e.d. worden met een zodanige overmaat ontworpen dat de beperkte openbare ruimte ook in de toekomst gevrijwaard blijft van trafo’s en andere facilitaire bouwwerken, zie paragraaf 5.9.6. 6. Voor kozijnen in zuid- en westgevels buitenzonwering standaard toepassen en integreren in gebouwontwerp. Voor beeldkwaliteitscriteria zie paragraaf 6.3.3. Wensen 1. Er dient onderzocht te worden of de omliggende buurten aangesloten kunnen worden op de te realiseren centrale warmtevoorziening. 2. Er liggen kansen voor een Slim Energienet (Smart GRID) i.c.m. energieopslag waarmee energie wordt bespaard, opgeslagen, netcongestie wordt tegengegaan en energie slim wordt ingezet voor duurzame installaties en laden van elektrische vervoersmiddelen. 3. De bovenste parkeerlaag van de Floridagarage (onderdeel van Fase 2) voorzien van een pergolaconstructie met zonnepanelen.
5.5.4.1 Bodemenergie
Vanwege de hoge energiedichtheid binnen Centrum Schalkwijk kan niet aan de warmte- en koudevraag worden voldaan met perceelgebonden monobronnen zoals voorgeschreven in de Beleidsregel gronden weigering vergunning bodemenergiesystemen interferentiegebieden Zuid-West en Europaweg. Om wel aan de vraag te kunnen voldoen en onderlinge beïnvloeding van de bestaande - en geplande systemen te voorkomen neemt de gemeente
regie en zijn vier clusters van bouwblokken gevormd en een bronnenplan met in totaal vijf doubletten ontworpen (zie bijlage 14). Voor de haalbaarheid van de realisatie van het bronnenplan moet de gemeente vanuit haar regierol de volgende concessies doen: 1. De warmtevoorziening voor het sportcomplex moet van buiten het projectgebied komen. 2. Er moet een oplossing gekozen worden voor het suboptimaal liggende doublet SchalkwijkFloridaplein. 3. De geplande koude bron van fase 2 moet gewijzigd worden. De eisen uit het bronnenplan zullen worden vastgelegd in de eerdergenoemde beleidsregel. Randvoorwaarden 1. De aanleg en het gebruik van zowel open als gesloten bodemenergiesystemen is onder de Omgevingswet een aangewezen milieubelastende activiteit. Dit geldt ook voor de lozingen die horen bij de aanleg en het gebruik van bodemenergiesystemen 2. Onder de Omgevingswet gelden algemene rijksregels voor open en gesloten systemen. Het aanleggen of gebruiken van zowel een open als gesloten systeem in Centrum Schalkwijk is vergunningplichtig. Eisen 1. Verordening aanwijzing interferentiegebieden bodemenergiesystemen gemeente Haarlem. 2. Beleidsregel gronden weigering vergunning bodemenergiesystemen interferentiegebieden Zuid-West en Europaweg. 3. Uitgangspunt voor nieuw in te passen bronnen is het voor Centrum Schalkwijk ontworpen bronnenplan (zie figuur 4.2 in bijlage 14).
Uit het bronnenplan volgen diverse aandachtspunten, waaronder: a. In verband met de jaarlijkse regeneratie,
ruimte op het dak gereserveerd moet worden voor droge koelers. b. In het ontwerp invulling gegeven moet worden aan de warmte- en koude levering tijdens onderhoud of storingen. c. Vanwege de beperkte ruimte de bovengrondse inpassing van de WKO-bronkoppen en het horizontale leidingwerk mee te nemen in het definitieve ontwerp van de WKO-bronnen.
5.5.5 Circulariteit
Haarlem wil stappen zetten in de richting van een circulaire economie. De doelstelling is dat Haarlem per 2040 circulair is. Met het Actieprogramma Circulaire Economie kiest Haarlem voor het niveau ‘Zilver’ bij circulair bouwen uit het Convenant Toekomstbestendige Woningbouw. Voor de milieuprestatie van gebouwen (MPG-score) is dit een aanscherping ten opzichte van het wettelijk vereiste. Randvoorwaarde 1. MPG-score van 0,8 €/m²/bvo. Eisen 1. Bij de beoordeling van het ontwerp wordt de toepassing van circulaire materialen meegenomen. 2. Massapercentage van de grondstoffen dat is hergebruikt (non-virgin) en/of hernieuwbaar (biobased) bedraagt > 45%. 3. Vanaf 2025 wordt minimaal 20% van de nieuwe gebouwen in hout gerealiseerd conform het Convenant Houtbouw. 4. Gebouwen worden opgenomen in materialenpaspoort (Madaster) en er wordt een demontageplan opgesteld. Dit om in de toekomst de materialen te kunnen hergebruiken. 5. Adaptief en demontabel bouwen: scheiden van drager en inbouw en droge verbindingen/prefab zodat het gebouw flexibel en toekomstbestendig is en de indeling desgewenst aangepast kan worden. 6. Voldoen aan 3 indicatoren van het “Nieuwe
Centrum Schalkwijk | Masterplan | 5. Randvoorwaarden, eisen en wensen
65
normaal”, waaronder voldoen aan Paris-proof – materialen < 200 kg CO²/m². 7. Het scheiden van afval wordt zo makkelijk mogelijk gemaakt/gefaciliteerd, zodat mensen het eenvoudig kunnen opnemen in de dagelijkse routine. Wensen 1. MPG-score van < 0,4 €/m²/bvo wordt behaald. 2. Toepassing van zichtbare circulaire materialen in de gevel en houtbouw in de constructie van gebouwen. 3. Massapercentage van de grondstoffen dat is hergebruikt (non-virgin) en/of hernieuwbaar (biobased) bedraagt > 55%. 4. Groenafval wordt zoveel mogelijk binnen het gebied gecomposteerd en hergebruikt. 5. Faciliteren op kavel dat bewoners hun afval kunnen scheiden – glas, papier, plastic, textiel, GFE (groente fruit en etensresten) en grijs (rest) – zodat we het gescheiden afval kunnen inzamelen via de ondergrondse afvalcontainers in de openbare ruimte. 6. Pilot inzet voedselvermalers GFE en perscontainers bij rest en plastic.
5.6 Milieu- en omgevingsaspecten Deze paragraaf benoemt milieu- en omgevingsaspecten waarmee vanaf het begin van de ontwerpfase rekening gehouden moet worden voor een gezonde en veilige leefomgeving met een goede omgevingskwaliteit. Het betreft de volgende onderwerpen: 1. Stikstof 2. Windklimaat 3. Bezonning 4. Geluid 5. Luchtkwaliteit 6. Bodemkwaliteit 7. Archeologie
5.6.1 Stikstof
Middels een stikstofdepositieberekening (AERIUSberekening) is onderzocht of het masterplan voldoet aan de Omgevingswet, zie bijlage 15. Randvoorwaarden 1. Er moet voldaan worden aan de zorgplicht als bedoeld in de Omgevingswet en artikel 11.6 van het Besluit activiteiten leefomgeving. De zorgplicht betreft het zo veel mogelijk beperken van uitstoot door middel van inzet van schoon en emissieloos materieel. 2. Om het effect op de Natura 2000-gebieden te beoordelen moet een AERIUS-berekening worden uitgevoerd aan de hand van de meest recent beschikbare AERIUS-calculator, zoals wordt voorgeschreven in de Omgevingswet. 3. Als de ontwikkeling leidt tot een toename van de stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen in een Natura 2000-gebied, moet worden uitgezocht welke stappen gevolgd moeten worden om te kunnen voldoen aan de eisen van de Omgevingswet.
5.6.2 Windklimaat
Het masterplanontwerp is geanalyseerd op windhinder door middel van een computersimulatie, zie bijlage 16. Uitgangspunt bij de uitwerking van de bouwblokken is dat eventuele aanpassingen aan de volumes niet leiden tot een significante verslechtering van het windklimaat van de openbare ruimte en gebouwen in en om Centrum Schalkwijk. Het streven is een beter windklimaat dan het masterplanontwerp. Eisen ontwerpproces 1. Vanaf een bouwhoogte van 15m dient windhinderonderzoek te worden verricht conform NEN 8100: 2006. 2. Indien afgeweken wordt van het betreffende bouwvolume in het masterplan, dan dient het schetsontwerp voorzien te worden van een volledig en goed leesbaar windhinderonderzoek waardoor
de gemeente kan toetsen wat de effecten zijn voor de openbare en collectieve buitenruimte en de gebouwen. 3. Voor de toetsing van de voorlopige en definitieve gebouwontwerpen wordt het onderzoek verder verfijnd, waarbij ook inzichtelijk gemaakt wordt wat de effecten zijn op de private buitenruimten en de woningen. Eisen kwaliteitsniveau 1. Het uit te werken bouwvolume leidt niet tot een significante verslechtering van het windklimaat van de openbare ruimte en gebouwen in en om Centrum Schalkwijk ten opzichte van het masterplanontwerp, zie windhinderonderzoek in bijlage 16. 2. Nergens mag sprake zijn van (beperkt) risico op windgevaar ten gevolge van de nieuwbouw. 3. Bij windhindergevoelige functies zoals (horeca) terrassen, zitplekken in de openbare ruimte én private buitenruimten zoals balkons, dient sprake te zijn van kwaliteitsklasse A (goed).* 4. Voor zover nodig wordt aangetoond welke maatregelen worden genomen om de vereiste kwaliteitsklasse te bereiken. Wens 1. De bouwvolumen worden zodanig gepositioneerd en vormgegeven dat het windklimaat van openbare ruimte en gebouwen wordt verbeterd ten opzichte van het masterplanontwerp.
* Indien niet voldaan kan worden aan het vereiste kwaliteitsniveau vanwege specifieke locatieomstandigheden en het windklimaat in redelijkheid niet kan worden verbeterd, kan na instemming van de gemeente van deze eis worden afgeweken. Er kan dan gebruikgemaakt worden van een aangepaste normstelling voor private buitenruimtes, mits deze door een windhinderdeskundige is onderbouwd.
Centrum Schalkwijk | Masterplan | 5. Randvoorwaarden, eisen en wensen
66
5.6.3 Bezonning
Het masterplanontwerp is geanalyseerd op schaduwwerking door middel van een bezonningsstudie, zie bijlage 17. Uitgangspunt bij de uitwerking van de bouwblokken is dat eventuele aanpassingen aan de volumes niet leiden tot een significante verslechtering van de bezonning van de openbare ruimte en gebouwen in en om Centrum Schalkwijk. Het streven is een beter bezonningsituatie dan het masterplanontwerp. Eisen ontwerpproces 1. Indien afgeweken wordt van het betreffende bouwvolume in het masterplan, dan dient het schetsontwerp voorzien te worden van een volledige en inzichtelijke bezonningstudie op basis van de TNO-normen, waardoor de gemeente kan toetsen wat de effecten zijn voor de openbare en collectieve buitenruimte en de gebouwen. 2. Voor de toetsing van de voorlopige en definitieve gebouwontwerpen wordt deze studie verder verfijnd, waarbij ook inzichtelijk gemaakt wordt wat de effecten zijn op de private buitenruimten en de woningen. Eisen kwaliteitsniveau 1. Het uit te werken bouwvolume leidt niet tot een significante verslechtering van de bezonning van de openbare ruimte en gebouwen in en om Centrum Schalkwijk ten opzichte van het masterplanontwerp, zie bezonningsstudie in bijlage 17. 2. Er moet minimaal worden voldaan aan de ‘lichte’ TNO-norm.
Indien niet voldaan kan worden aan de ‘lichte’ TNO-norm, dient gemotiveerd te worden waarom de ontwikkeling alsnog aanvaardbaar wordt geacht, met inachtneming van de maatschappelijke belangen van de ontwikkeling in relatie tot de negatieve effecten op de omwonenden. 3. Voor verblijfsgebieden binnen en rondom de te ontwikkelen locatie, zoals (horeca-)terrassen,
zitplekken in de openbare ruimte en balkons moet worden aangetoond dat sprake zal zijn van voldoende zonuren. Wens 1. Het bouwvolume wordt zodanig gepositioneerd en vormgegeven dat de bezonning van openbare ruimte en gebouwen wordt verbeterd ten opzichte van het masterplanontwerp.
5.6.4 Geluid
Haarlem kiest voor het beperken van geluidshinder als gevolg van wegverkeer ter bevordering van een gezonde leefomgeving. Uit het geluidonderzoek (bijlage 18) komt naar voren dat bij de bebouwing aan de Europaweg, Aziëweg en Briantlaan, rekening gehouden moet worden met geluidshinder. Er moet hierbij voldaan worden aan de geluidsnormen, zodat een gezond leefklimaat gegarandeerd kan worden. Bij overschrijding van de voorkeursgrenswaarde is de Beleidsregel hogere waarden van toepassing, met inbegrip van eventuele wijzigingen en opvolgend beleid. Randvoorwaarde 1. Er moet een akoestisch onderzoek worden uitgevoerd op basis van de Omgevingswet. Eisen ontwerpproces 1. Op basis van het schetsontwerp wordt een oriënterend akoestisch onderzoek uitgevoerd. 2. Voor gebouwen bij plekken waar veel activiteiten plaatsvinden (bijvoorbeeld speelvoorziening, schoolplein of horecaterras), moet in het akoestisch onderzoek aandacht worden besteed aan het beperken van geluidoverlast van deze activiteiten op bestaande en nieuwe woningen. Eisen kwaliteitsniveau 1. Bij overschrijding van de standaardwaarde geluid door activiteiten op geluidgevoelige gebouwen, dient minimaal aan het volgende te worden
voldaan (met inbegrip van eventuele wijzigingen naar aanleiding van nieuwe beleidsregels): a. Een woning dient ten minste één geluidsluwe gevel te hebben die voldoet aan de standaardwaarde zoals gedefinieerd in het Besluit kwaliteit leefomgeving. b. Eenzijdig georiënteerde geluidgevoelige gebouwen zijn uitsluitend toegestaan indien sprake is van een geluidluwe gevel. c. Bij een geluidsbelasting 5dB hoger dan de standaardwaarde, moet ten minste één slaapkamer aan de geluidsluwe gevel liggen. Indien gemotiveerd niet voldaan kan worden aan het vereiste kwaliteitsniveau, kan na instemming van de gemeente van deze eisen worden afgeweken mits compenserende maatregelen worden getroffen in de volgende volgorde: 1. Geluidscompenserende maatregelen. Hierbij kan gedacht worden aan loggia-voorzieningen als alternatief voor een geluidsluwe zijde bij bijvoorbeeld moeilijk oplosbare hoekwoningen. 2. Alternatieve compenserende maatregelen die bijdragen aan een gezonde leefomgeving (genoemd in bijlage 18). Hierbij kan gedacht worden aan extra groen rondom de woning, wat kan worden toegepast als aanvulling op de geluidscompenserende maatregelen. Met een combinatie van bovengenoemde maatregelen wordt zodoende een acceptabel alternatief kwaliteitsniveau bereikt.
5.6.5 Luchtkwaliteit
De luchtkwaliteit is van belang voor de gezondheid van mens en dier en voor de kwaliteit van het milieu. Aan de huidige Rijksomgevingswaarden wordt overal in het plangebied voldaan (o.a. voor fijnstof en stikstofdioxide). Ook beneden deze waarden zijn gezondheidseffecten voor kwetsbare of gevoelige groepen niet uitgesloten. Daarom werkt Haarlem samen met andere overheden en het Rijk
Centrum Schalkwijk | Masterplan | 5. Randvoorwaarden, eisen en wensen
67
aan een verdere, permanente verbetering van de luchtkwaliteit in het Schone Lucht Akkoord waarin een groot aantal maatregelen staan vermeld. Daartoe behoren een reeks maatregelen om de uitstoot uit onder meer mobiliteit, bouwapparatuur en houtstook tegen te gaan. Daarnaast gaat het om maatregelen om de blootstelling van gevoelige groepen aan luchtverontreiniging te beperken. Eisen 1. Tussen nieuwe gevoelige functies in eerstelijnsbebouwing en drukke binnenstedelijke wegen (met een verkeersintensiteit hoger dan 10.000 motorvoertuigen per etmaal) dient 25m afstand aangehouden te worden. Dit is van toepassing op de Europaweg en de Aziëweg ten westen van de Amerikaweg. 2. Gevoelige functies zijn in elk geval: basisscholen, scholen voor voortgezet onderwijs, kinderopvang (kinderdagverblijven, crèches, peuterspeelzalen en buitenschoolse opvang), woonzorgcentra voor ouderen. Voor deze functies gelden de afstandscriteria als eis. Hiervan kan, na inwinning van een GGD-advies, gemotiveerd worden afgeweken als de vereiste afstand redelijkerwijs niet mogelijk is, en (redelijkerwijs) mogelijke maatregelen worden getroffen om de blootstelling binnenshuis te verlagen. 3. De afstandseisen gelden ook bij uitbreiding van een bestaande gevoelige functie met meer dan 10% van het aantal personen waarvoor deze bestemd was. 4.
Om zeer plaatselijke blootstelling aan houtrook tegen te gaan, worden in grondgebonden nieuwbouw geen rookgaskanalen voor houtstook aangebracht. 5. Waar horeca nabij woningen mogelijk wordt gemaakt, wordt bijzondere aandacht gegeven aan voorkoming van geuroverlast bij de woningen. Wensen 1. Woningen kunnen ook gevoelige personen
huisvesten en zijn daarmee in principe ook een gevoelige bestemming. Vanwege het belang van voldoende huisvestingsmogelijkheden in onze compacte stad gelden de afstandscriteria hier echter als wens. Bij afwijking hiervan moet wel gemotiveerd worden welke mogelijkheden wel en niet worden toegepast om blootstelling te verlagen en/of toename van het aantal belaste gevoelige personen te voorkomen. 2. Tot de mogelijkheden om de blootstelling binnenshuis of het aantal blootgestelden te verlagen behoren in elk geval: a. Aanpassing van de doelgroep of functie van een gebouw (bijvoorbeeld meer starterswoningen en minder ouderen in de eerstelijnsbebouwing). b. Gevoelige functies of doelgroepen binnen het gebouw op grotere afstand van de weg plaatsen, bij voorkeur aan de andere kant ten opzichte van de weg (een gebouw is een effectief scherm). c. Woningentrees en aanzuiging luchtverversing aan de afzijdige kant van gebouw ten opzichte van de weg. d. Speelplaatsen aan de afzijdige kant van het gebouw. e. Hogere verdiepingen voor gevoelige functies of groepen (ook hoogte draagt bij aan de afstand).
5.6.6 Bodemkwaliteit
Het doel van bodembeleid is enerzijds de bescherming van de gezondheid van mens, dier en plant die op en in de bodem leven en anderzijds het behoud van de functionele eigenschappen van de bodem, zodat deze geschikt blijft om te gebruiken. Een belangrijk uitgangspunt is dat nieuwe verontreinigingen voorkomen moeten worden. Met de Nota Bodembeheer regelt de gemeente het bodembeheer en het omgaan met vrijkomende grond in Haarlem. Binnen de ontwikkelzone is op de
locatie Floridaplein 14 een grondwaterverontreiniging aanwezig waar een beschikking op rust. Bijlage 19 geeft een lijst met de bij de gemeente bekende uitgevoerde bodemonderzoeken. Randvoorwaarden 1. Er wordt ontwikkeld conform de eisen die de Omgevingswet hieraan stelt, in het bijzonder de bepalingen opgenomen in het Besluit activiteiten leefomgeving. Als er een ontwikkeling plaatsvindt op de locatie Floridaplein 14 dan is op grond van de Aanvullingswet bodem overgangsrecht van toepassing. Bij ontwikkelingen met betrekking tot bodem op deze locatie dient daarom voldaan te worden aan de eisen die de Wet bodembescherming hieraan stelt. 2. Om in het kader van de Omgevingsvergunning te kunnen toetsen of de bouwactiviteit op een bodemgevoelige locatie kan worden toegelaten, is het nodig om op alle locaties binnen de ontwikkelzone een verkennend bodemonderzoek volgens de NEN 5740 uit te voeren. Eisen 1. Het bodembeheer mag niet leiden tot nieuwe gevallen van ernstige verontreiniging of het verplaatsen van ernstige verontreiniging. 2. Grondverzet moet uitgevoerd worden volgens de regels van de Nota Bodembeheer. 3. Aan het begin van de planvorming rekening houden met huidige bezetting van ondergrondse ruimte voor kabels en leidingen, ruimtebehoefte bodemenergiesystemen, boomwortelpakketten, hemelwaterberging en grondwatervoorzieningen. Wens 1.