CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Kaderstellende startnotitie met programma van eisen en schets

gemeenteraad 27 juni 2024, gemeente HaarlemBij agendapunt: Herinrichting Gedempte Oostersingelgracht: vaststellen kaderstellende startnotitie met programma van eisen en schets24.983 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Sweco | Kaderstellende startnotitie Gedempte Oostersingelgracht Projectnummer 51018641 Datum 23-05-2024

Versie D3

Document referentie NL24-648800269-87718

25/30

7.2

Subsidiemogelijkheden en gemeentelijk budget

Naast de gemeentelijke budgetten voor de financiële dekking van de herinrichting van de Gedempte Oostersingelgracht zijn ook subsidiemogelijkheden onderzocht. Uit deze subsidiescan is een drietal mogelijke subsidieregelingen naar voren gekomen. Dit zijn:  Groene buurtinitiatieven gemeente Haarlem;  Klimaatadaptatie bij fysieke uitvoeringsprojecten;  Subsidie Kleine Infrastructuur Noord-Holland. De gemeente Haarlem kan geen gebruik maken van de regeling ‘Groene buurtinitiatieven gemeente Haarlem’ aangezien de doelgroep bestaat uit (groepen) bewoners als zij voor eigen initiatief/ inzicht een (beperkt) deel van de openbare ruimte willen vergroenen. De uitvoeringsregeling ‘Klimaatadaptatie bij fysieke uitvoeringsprojecten’ is inmiddels gesloten. Het is derhalve niet meer mogelijk om nieuwe aanvragen in te dienen. De subsidie ‘Kleine Infrastructuur Noord-Holland’ is bestemd voor de realisatie van infrastructurele maatregelen ter bevordering van de verkeersveiligheid en/of de regionale fietsbereikbaarheid. Bij toekenning van de subsidie is 55% tot maximaal 90% van de kosten subsidiabel. De risico’s voor het verkrijgen van deze subsidie zijn: a) De regeling heeft een looptijd tot 01-01-2025 waarbij het onduidelijk is of de regeling opnieuw opengesteld wordt; b) De regeling is voor projecten waarvan de totale subsidiabele kosten niet meer bedragen dan € 3.500.000,-.

Gemeentelijke budgetten Naast de mogelijke subsidieregelingen zijn bij de gemeente reeds de volgende budgetten beschikbaar gesteld. Onderstaande tabel geeft de budgetten zoals deze in de Procesopdracht staan beschreven en die zijn opgenomen in de Programmabegroting 2024-2028 van de gemeente. Tabel 7.1 budget ID

Dekking

Product (indien EP)

Bedrag (in EUR)

01

SOR.29

Vergroening en Fietsring Gedempte Oostersingelgracht

€ 1.000.000

02

OR.021

Vergroening Gedempte Oostersingelgracht

€ 3.800.000

03

OR.029

Vergroening en Fietsring Gedempte Oostersingelgracht

€ 1.100.000

03

Onderhoudsbudget VRI

IP MN VRI (90xx): K8151 Gedempte OostersingelgrachtPapentorenvest en K8161 Gedempte OostersingelgrachtAmsterdamsevaart, inclusief fietsoptimalisaties, verkeersmaatregelen en VAT (26%)

€ 508.000

04

Onderhoudsbudget OVL

IP MN OV (90xx): Vervangen 85 standaard lichtmasten met armatuur, inclusief af- en aansluiten Liander en VAT (26%)

€ 166.000

05

Onderhoudsbudget Riolering

IP 63.19 : Aanleg RWA (afkoppelen)

€ 147.000

Sweco | Kaderstellende startnotitie Gedempte Oostersingelgracht Projectnummer 51018641 Datum 23-05-2024

Versie D3

Document referentie NL24-648800269-87718

26/30

8

JURIDISCH

8.1

Eigendomsgrenzen

Het projectgebied ligt binnen de eigendomsgrenzen van de gemeente Haarlem, met uitzondering van het kruisende spoorlichaam. Dit is van ProRail. Eigendom en bevoegdheden van de spoortunnel zijn bij de aanleg vastgelegd met (de voorganger van) ProRail. De betonnen tunnelbak is, evenals het spoorlichaam en het betonnen viaduct eigendom van ProRail. De gemeente is verantwoordelijk voor reiniging en gladheidsbestrijding en voor het geasfalteerde wegdek, de verlichting en de pompinstallatie die de tunnel droog houdt. Het fietspad en het voetpad (westzijde) bevinden zich buiten de tunnelbak, maar voor beheer geldt hier hetzelfde als voor de tunnelbak. Technisch vormt de betonnen bak voor beide tunnelbuizen één geheel. Een constructieve aanpassing, mocht de wens of de noodzaak daartoe bestaan, kan alleen door ProRail worden uitgevoerd.

8.2

Bestemmingsplannen

De voorgestelde aanpassingen in dit document (versmalling van het wegprofiel) vinden allemaal plaats binnen de huidige verkeersruimte. Daarmee passen deze ook binnen het bestemmingsplan.

Sweco | Kaderstellende startnotitie Gedempte Oostersingelgracht Projectnummer 51018641 Datum 23-05-2024

Versie D3

Document referentie NL24-648800269-87718

27/30

9

PLANNING EN VERVOLG

In de uitgangspuntennotitie is onderstaande planning opgenomen. Deze is nog steeds actueel.

Fase

Producten

Initiatieffase

Uitgangspuntennotitie Vervolgopdracht Plan van Aanpak

Definitiefase

Onderzoeken

Ontwerpfase

Voorbereidingsfase

Realisatiefase

Kaderstellende startnotitie met PvE en schets Participatie Voorlopig Ontwerp vrijgeven voor inspraak DO vaststellen Technische uitwerking Vergunningen Werkvoorbereiding Start uitvoering Uitvoering gereed

Bevoegd

Planning gereed Q3 2023 Q4 2023 Q4 2023

Raad

Q4 2023 – Q1 2024 Q2 2024

B&W Raad

Q3 2024 Q1 2025 Q3 2025

B&W

Q4 2025 Q4 2025 Q1 2026 Q2 2026 Q3 2027

Sweco | Kaderstellende startnotitie Gedempte Oostersingelgracht Projectnummer 51018641 Datum 23-05-2024

Versie D3

Document referentie NL24-648800269-87718

28/30

Bijlage 1

Programma van Eisen

Sweco | Kaderstellende startnotitie Gedempte Oostersingelgracht Projectnummer 51018641 Datum 23-05-2024

Versie D3

Document referentie NL24-648800269-87718

29/30

Programma van Eisen Herinrichting Gedempte Oostersingelgracht

Lijst met aanpassingen Versie

Datum

Sweco Nederland B.V. Onderwerp

Projectnummer Klant Auteur Gecontroleerd door Vrijgegeven door Datum Documentnummer

Beschrijving van de wijziging

Herzien

Vrijgegeven door

Handelsregister 30129769 RID HRL Herinrichting en vergroening Gedempte Oostersingelgracht 51018641 Gemeente Haarlem Ramon Anbeek Reza Kamerbeek Gijs Jan Vermeij 26-04-2024 NL24-648800269-81302

2/27

Inhoudsopgave

1

Inleiding ......................................................................................................................... 5 1.1 Projectomschrijving ........................................................................................... 5 1.2 Scope project .................................................................................................... 6 1.3 Scope rapportage.............................................................................................. 6 1.4 Dilemma’s ......................................................................................................... 6 1.5 Leeswijzer ......................................................................................................... 7

2

Systeemanalyse ............................................................................................................ 8 2.1 Objectenboom ................................................................................................... 8 2.2 Topeisen ........................................................................................................... 9

3

Beleidseisen ................................................................................................................ 10 3.1 A – SOR 2040 ................................................................................................. 10 3.2 B – Mobiliteitsbeleid ........................................................................................ 11 3.3 C – Groenbeleidsplan ..................................................................................... 11

4

Onderzoeken ............................................................................................................... 13 4.1 Verkeer en VRI’s ............................................................................................. 13 4.1.1 Verkeersstromen en verkeersafwikkeling (Dilemma I) ................... 13 4.1.2 N200 (Dilemma I) ............................................................................ 15 4.1.3 Fietsring (Dilemma II) ..................................................................... 15 4.1.4 Busroute (Dilemma III) .................................................................... 16 4.1.5 Entree parkeergarage Koepel (Dilemma V) ................................... 17 4.1.6 Parkeerplaatsen Oostvest (Dilemma VII) ....................................... 18 4.2 Water en Doorvaarbaarheid (Dilemma IV)...................................................... 18 4.2.1 Inleiding........................................................................................... 18 4.2.2 Dimensionering watergang voor ontwatering ................................. 19 4.2.3 Dimensionering doorvaarbare watergang ...................................... 20 4.3 Constructie Spooronderdoorgang (Gedempte) Oostersingelgracht ............... 21 4.3.1 Geen constructieve aanpassingen aan het spoorviaduct...............

21 4.3.2 Beperkte constructieve aanpassingen aan het spoorviaduct ......... 22 4.3.3 Grote constructieve aanpassingen aan het spoorviaduct .............. 22 4.3.4 Te doorlopen stappen met ProRail ................................................. 23 4.3.5 Conclusie en aanbevelingen .......................................................... 23 4.4 Bodem ............................................................................................................. 23 4.5 Kabels & Leidingen ......................................................................................... 24 4.6 Groen en bomeninventarisatie ........................................................................ 24 4.6.1 Analyse ........................................................................................... 24 4.6.2 Resultaten ....................................................................................... 24

5

KES ............................................................................................................................. 26

3/27

Bijlage Klanteisenspecificatie ................................................................................................ 27

4/27

1

Inleiding

1.1

Projectomschrijving

In navolging van een bewonersinitiatief van een groep bewoners uit de buurt Scheepmakersdijk is eind 2021 in de gemeenteraad een amendement aangenomen waarmee de herinrichting van de Gedempte Oostersingelgracht in het investeringsprogramma is opgenomen. De bewoners hebben 8 doelen geformuleerd en een schets opgesteld van een mogelijke inrichting van het gebied tussen de Papentorenvest en de Oudeweg onder de titel Groene Singel. De 8 doelen zijn:  vergroening van de versteende openbare ruimte;  verbetering van de luchtkwaliteit;  verbetering van de klimaatbestendigheid;  uitbreiding van recreatiemogelijkheden voor meer sociale interactie;  verbetering van de grondwaterhuishouding door meer infiltratie;  mogelijkheid maken om bromfietsen op de rijbaan te laten rijden;  inrichting van een hondenlosloopgebied;  burgerparticipatie op basis van vertrouwen. Daarnaast is er groot onderhoud benodigd aan het wegdek, inclusief de onderlagen, en aan de verkeersregelinstallaties (VRI’s). Tot slot zijn er diverse beleidsmatige wensen en eisen die een plek moeten krijgen op deze locatie, waaronder de mobiliteitstransitie, de fietsring, een mogelijke busroute en het (sterk) beperken van het autoverkeer.

Sweco | Programma van Eisen Projectnummer 51018641 Datum 22-04-2024

Versie 1

Documentreferentie NL24-648800269-81302

5/27

1.2

Scope project

Voor het project is onderstaande scope vastgesteld, waarbij het deel van de Gedempte Oostersingelgracht tussen de Papentorenvest en Oudeweg samenvalt met de Groene Singel vanuit het bewonersinitiatief. De kruispunten van de Gedempte Oostersingelgracht met de Papentorenvest en de Amsterdamsevaart, inclusief het tussenliggende wegvak zijn aan de Groene Singel toegevoegd vanwege de verkeerskundige samenhang als verbinding tussen de N200 en de Amsterdamsevaart/Lange Herenvest.

1.3

Scope rapportage

Dit Programma van Eisen (PvE) is onderdeel van de variantenstudie die is uitgevoerd als eerste stap in de definitiefase van het HCPP. In deze studie zijn de eerste onderzoeken uitgevoerd en zijn varianten opgesteld en beoordeeld.

1.4

Dilemma’s

Doel van de variantenstudie is om te komen tot een ontwerpvariant die duidelijkheid biedt ten aanzien van de 7 dilemma’s die geformuleerd zijn voor dit project (zie hiervoor ook de Uitgangspuntennotitie). Dit zijn: 1. Met welke ingreep moet N200-verkeer worden gerouteerd zodat zij altijd gebruik zullen maken van de Oudeweg waardoor de Gedempte Oostersingelgracht daadwerkelijk vervalt als doorgaande route voor dit verkeer? Welke varianten zijn hiervoor denkbaar met welke effecten voor

Sweco | Programma van Eisen Projectnummer 51018641 Datum 22-04-2024

Versie 1

Documentreferentie NL24-648800269-81302

6/27

2.

3.

4.

5.

6.

7.

ander (doorgaand) verkeer? Voor welke ontsluitende routes blijft de Gedempte Oostersingelgracht dan wel beschikbaar voor auto’s? Via welke route en aan welke zijde van de weg komt de fietsring definitief te liggen en hoe worden er goede aansluitingen gemaakt op de rest van het fietsnetwerk? Uit de lijnennetstudie moet blijken of er op korte termijn bussen zullen gaan rijden over de Gedempte Oostersingelgracht. Als dat zo is, zal de betekenis ervan een plek moeten krijgen in de startnotitie en het PvE. Bekeken moet worden of dit leidt tot bushaltes (met of zonder haltekom) en tot busopstelstroken. Ook moet worden bekeken of de route van remise naar Stationsplein via de Papentorenvest behouden moet blijven.

Moet er rekening gehouden worden met de aanleg van oppervlaktewater in de Papentorenvest en langs het zuidelijke deel van de Oostvest en moet dit water doorvaarbaar zijn? Onder welke voorwaarden past dit in het horizontale en verticale profiel, met name ter hoogte van de kruising met de Papentorenvest en ten zuiden daarvan? Hoe kan de ingang van de parkeergarage van de Koepel het beste worden ontsloten, zowel voor aankomende als vertrekkende auto’s, in relatie tot de nabijheid van de kruising Papentorenvest – Gedempte Oostersingelgracht en de toekomst van de Papentorenvest? Wat zijn de mogelijkheden voor de vrijkomende westelijke tunnelbuis? Het onttrekken van dit deel uit de grondwaterdichte betonnen tunnelbak vereist de medewerking van ProRail en is waarschijnlijk duur en tijdrovend. Het behoud van de tunnelbak beperkt sterk de mogelijkheden om de westelijke tunnelbuis inclusief de toeritten als groene en prettige ruimte in te vullen In hoeverre is het behoud van de parkeerplaatsen bij de Oostvest van belang, ook in relatie tot de parkeervraag en -voorziening van de Koepel en eventueel benodigde ruimte voor ondergrondse afvalinzameling en nutsvoorzieningen?

1.5

Leeswijzer

Dit PvE beschrijft de onderzoeken die uitgevoerd zijn in relatie tot de 7 dilemma’s. Hiermee worden de eisen voor de latere uitwerking van het ontwerp vastgelegd. In hoofdstuk 2 is daartoe eerst een analyse van het projectgebied gemaakt, met onderscheid in de verschillende objecten in het plan. Ook worden hier de topeisen geformuleerd die de opgave van het project vormen en de basis vormen voor de onderliggende eisen per object. Vervolgens worden de eisen vanuit beleid, onderzoeken en objecten geformuleerd. Per onderzoek zijn hierbij de conclusies en ontwerpafwegingen beschreven. Tot slot zijn de actoren benoemd waarmee KES-gesprekken zijn gevoerd. Onderdeel van de studie waren de klant-eis gesprekken (KES) die gevoerd zijn met diverse stakeholders. Deze zijn in een apart KES-document weergegeven.

Sweco | Programma van Eisen Projectnummer 51018641 Datum 22-04-2024

Versie 1

Documentreferentie NL24-648800269-81302

7/27

2

Systeemanalyse

2.1

Objectenboom

Voor het project Gedempte Oostersingelgracht (Gedempte Oostersingelgracht) is de volgende objectenboom opgesteld: bomen groen groenvoorziening

sport- en speelvoorzieningen voorzieningen zitgelegenheden

fietsring

Gedempte Oostersingelgracht

wegen

openbaar vervoer

auto

constructies

spooronderdoorgang

ondergrond

kabels & leidingen

hemelwaterafvoer water doorvaarbaarheid

Sweco | Programma van Eisen Projectnummer 51018641 Datum 22-04-2024

Versie 1

Documentreferentie NL24-648800269-81302

8/27

2.2

Topeisen

Voor het project Gedempte Oostersingelgracht zijn de volgende topeisen afgeleid uit de procesopdracht. Zij vormen de basis voor de onderliggende eisen Tabel 2.1 Top 5 eisen projectopdracht ID

Eisnaam

Object

Eis

Top-1

Vergroening

Groen

Het is noodzakelijk om meer groen te realiseren langs de Gedempte Oostersingelgracht. De Gedempte Oostersingelgracht en het gehele Scheepmakerskwartier zijn sterk versteend.

Top-2

Fietsring

Wegen

Langs de Gedempte Oostersingelgracht moet de fietsring van 4 meter breed gerealiseerd worden

Top-3

Wegprofiel

Wegen

Het nieuwe wegprofiel bestaat uit een rijstrook per rijrichting. Hiervoor wordt alleen de oostelijke ‘tunnelbuis’ onder het spoort gebruikt

Top-4

Openbaar Vervoer

Wegen

In het ontwerp moet rekening worden houden met mogelijk toekomstige nieuwe buslijnen en bushaltes

Top-5

Hemelwaterafvoer

Water

Er moet ruimte gereserveerd worden voor een waterverbinding tussen het water bij de Amsterdamsepoort en het Spaarne (bij de molen ‘de Adriaan)

Sweco | Programma van Eisen Projectnummer 51018641 Datum 22-04-2024

Versie 1

Documentreferentie NL24-648800269-81302

9/27

3

Beleidseisen

Bij de variantenstudie zijn de volgende beleidsdocumenten van de gemeente Haarlem/Zandvoort meegewogen: A - Structuurvisie Openbare Ruimte 2040 (SOR 2040) B - Mobiliteitsbeleid C - Groenbeleidsplan Daarnaast zijn de eisen uit de procesopdracht van de gemeente van toepassing.

3.1

A – SOR 2040

Met de Structuurvisie Openbare Ruimte (SOR 2040) wordt de gemeente verdeeld in 3 zones; de binnenstad, het centraal stedelijk gebied, en het stedelijk gebied. Het projectgebied ligt op de rand van de binnenstad en de centraal stedelijke ring (ondernemerszone). Vanuit de SOR worden de volgende ontwikkelrichtingen beschreven: In de Binnenstad staat de verblijfskwaliteit voor voetgangers en fietsers centraal. Voor de centraal stedelijke ring (ondernemerszone) is de richting voor meer ruimte voor verblijven op straat, spelen, de voetganger en groen te realiseren. De plannen voor de Groene Singel passen bij deze ontwikkelrichtingen door het vervangen van verharding voor meer groen, speelruimte en water. Dit sluit aan bij de ambitie voor een klimaatbestendige stad waarbij waterhuishouding en verkoeling door groen van belang zijn. Tabel 3.1 Eisen afgeleid uit SOR 2040 ID

Eisnaam

Object

Eis

A-1

Vergroening

Groen

De Gedempte Oostersingelgracht als onderdeel van de Hoofdbomenstructuur moet behouden blijven. Er is meer groen (en sport- en spelvoorzieningen) nodig voor de leefbaarheid in de wijk en verkoeling van de stad

A-2

meer ruimte voor de fiets

Wegen

Voor het stimuleren van het fietsgebruik is een behoefte aan verkeersveiligheid en comfortabele fietsroutes rondom de binnenstad. De Gedempte Oostersingelgracht en Papentorenvest maken onderdeel uit van het recreatieve fietsroutenetwerk

A-3

Meer ruimte voor water

Water

Ten behoeve van leefbaarheid en klimaatbestendigheid is meer open water nodig voor opvang en afvoer van hemelwater De Gedempte Oostersingelgracht en Papentorenvest zijn onderdeel van de sloepenroute.

Sweco | Programma van Eisen Projectnummer 51018641 Datum 22-04-2024

Versie 1

Documentreferentie NL24-648800269-81302

10/27

3.2

B – Mobiliteitsbeleid

Het Mobiliteitsbeleid legt voor het stedelijk gebied de nadruk op fietsers, voetgangers en OV-verplaatsingen. De mobiliteitstransitie die hiervoor nodig is, betekent onder andere dat een proces van “omgekeerd ontwerpen” wordt gevolgd, waarbij het autoverkeer niet meer de prioriteit heeft. In het Mobiliteitsbeleid heeft de fiets een prominente plek. Dat uit zich onder andere in de realisatie van een fietsring rond de binnenstad. Deze ring bestaat uit een vrijliggend fietspad met maximaal comfort en veiligheid voor de fietsers. Deze fietsring ligt ook langs de Gedempte Oostersingelgracht. Voor de bereikbaarheid van de stad is de N200 (Oudeweg) een van de drie aangewezen route. De andere 2 routes zijn via de N205 en N208. Conform de Redeneerlijn is de Gedempte Oostersingelgracht niet langer onderdeel van de doorgaande autoverbinding tussen de Oudeweg (N200) en de Amsterdamsevaart. Deze laatste is bedoeld voor verkeer richting Haarlem-Zuid en Haarlem-Oost. Ten aanzien van het openbaar verkeer is de Gedempte Oostersingelgracht onderdeel van een mogelijk nieuwe route voor buslijnen. Doel hiervan is om de verwachte reizigersgroei niet alleen via de bestaande routes te vervoeren. Hiermee wordt niet alleen de binnenstad ontlast, maar ook gebieden aan de oostzijde van de binnenstad worden beter bediend. Tabel 3.2 Eisen afgeleid uit SOR 2024 ID

Eisnaam

Object

Eis

B-1

Fietsring

Wegen

Realiseer de fietsring langs de Gedempte Oostersingelgracht

B-2

HOV

Wegen

Houdt rekening met nieuwe HOV-routes via de Gedempte Oostersingelgracht

B-3

Bereikbaarheid

Wegen

De Gedempte Oostersingelgracht vervalt als schakel uit de N200-route. De Amsterdamsevaart is de ontsluitingsroute voor Haarlem-Zuid en -Oost

3.3

C – Groenbeleidsplan

Het Groenbeleidsplan 2030 van de gemeente Haarlem geeft invulling aan de strategische keuzes uit de Omgevingsvisie 2045 middels 4 speerpunten met concrete doelen, vertaald naar handvatten, en 4 groene sporen. Deze speerpunten zijn: 1. naar een kwalitatievere, groenere woonomgeving; 2. naar een klimaatbestendige stad; 3. naar een meer biodiverse stad; 4. naar een groen bewustere stad. De uitwerking van deze speerpunten vindt plaats via 4 groene sporen: 1. Groeninclusief ontwerpen: in alle projecten binnen Haarlem wordt vergroening geïntegreerd; 2. Robuust netwerk van groenstructuren: groene verbindingen voor planten en dieren worden gelegd om de biodiversiteit te versterken en kunnen op plekken tevens worden benut voor het recreatieve netwerk;

Sweco | Programma van Eisen Projectnummer 51018641 Datum 22-04-2024

Versie 1

Documentreferentie NL24-648800269-81302

11/27

3. Samen maken we Haarlem groen: bij het vergroenen betrekt de gemeente nadrukkelijk meerdere actoren zoals wijkplatforms, maatschappelijke organisaties en inwoners, maar ook onze natuur- en milieueducatie; 4. Groenere woonomgeving, experimenten en projecten. De volgende aanvullende eisen zijn uit dit beleid afgeleid: Tabel 3.3 Eisen afgeleid uit het Groenbeleidsplan ID

Eisnaam

Object

Eis

C-1

3-30-300 regel

groen

de vuistregel 3-30-300 dient nagestreefd te worden: • vanuit elke woning zijn 3 bomen te zien; •

is 30 % aan openbaar groen als percentage van het totale oppervlak in de wijk aanwezig;

•

is in de nabijheid van 300 m van een woning een groen park of plantsoen toegankelijk

Sweco | Programma van Eisen Projectnummer 51018641 Datum 22-04-2024

Versie 1

Documentreferentie NL24-648800269-81302

12/27

4

Onderzoeken

Beschrijving van uitgevoerde onderzoeken en eventuele eisen en randvoorwaarden die volgen.

4.1

Verkeer en VRI’s

Inzichten in de dilemma’s I, II, III, V en VII worden gegeven vanuit de verkeerskundige studie die gedaan is voor de Gedempte Oostersingelgracht. In deze studie is met behulp van het verkeersmodel beoordeeld hoe groot de verkeersstromen zijn bij verschillende situaties. Doel daarbij is te onderzoeken wat er nodig is om de verkeersstromen op de Gedempte Oostersingelgracht te verminderen zonder daarbij knelpunten te veroorzaken in andere delen van Haarlem.

4.1.1

Verkeersstromen en verkeersafwikkeling (Dilemma I)

Dilemma 1 luidt: “Met welke ingreep moet N200-verkeer worden gerouteerd zodat zij altijd gebruik zullen maken van de Oudeweg waardoor de Gedempte Oostersingelgracht daadwerkelijk vervalt als doorgaande route voor dit verkeer? Welke varianten zijn hiervoor denkbaar met welke effecten voor ander (doorgaand) verkeer? Voor welke ontsluitende routes blijft de Gedempte Oostersingelgracht dan wel beschikbaar voor auto’s?” De basis van de studie bestaat uit de situatie in 2030 zoals dit in het vigerende verkeersmodel van de gemeente Haarlem is opgenomen. Hieraan zijn vervolgens enkele netwerkwijzigingen toegevoegd. Dit zijn:  Op de Amsterdamsevaart wordt de overgang van 70 naar 50 km/u verplaatst van de Pr. Bernhardlaan richting Fly-over bij IKEA (Oostpoort). Inkomend verkeer moet hierdoor op de Amsterdamsevaart eerder met een lagere snelheid rijden. Hiermee moet de N200 (Oudeweg) een snellere en aantrekkelijkere route worden;  Het profiel op de Prins Bernardlaan wordt versmald conform de plannen naar 2x1 (een rijstrook per rijrichting op de wegvakken);  ‘Knip’ voor autoverkeer op de Schalkwijkerstraat bij de Schipholweg;  Profiel op de Gedempte Oostersingelgracht versmald naar 2x1. Deze maatregelen zorgen voor een verlaging van de intensiteit op de Gedempte Oostersingelgracht van enkele duizenden voertuigen per etmaal.

Vervolgens zijn de effecten van diverse maatregelen doorgerekend met als doel om de intensiteit op de Gedempte Oostersingelgracht verder te verlagen. Voorbeelden hiervan zijn:  Volledige ‘knip’ op de Gedempte Oostersingelgracht tussen Papentorenvest en N200/Oudeweg);  Volledige ‘knip’ op de Gedempte Oostersingelgracht tussen Papentorenvest en Amsterdamsevaart;  Verbieden van rijrichtingen op de kruispunten;  Instellen van 30 km/u (in Haarlem). De effecten van mobiliteitstransitie zijn nog niet meegenomen. Omdat de maatregelen die horen bij deze transitie nog niet duidelijk zijn, is het ook niet mogelijk om het effect op de Gedempte Oostersingelgracht te bepalen. Daarbij kan de herinrichting van de Gedempte Oostersingelgracht bijdragen aan deze

Sweco | Programma van Eisen Projectnummer 51018641 Datum 22-04-2024

Versie 1

Documentreferentie NL24-648800269-81302

13/27

mobiliteitstransitie. De mobiliteitstransitie is beschouwd als een extra set maatregelen die in de toekomst zorgen voor een verdere afname van het verkeer. Uit het verkeersmodel blijkt dat het maken van knippen leidt tot flinke verschuivingen van het autoverkeer naar andere routes. Gedeeltelijk gebeurt dat naar de Oudeweg, maar voor een groot deel ook naar straten die hiervoor niet zijn ingericht, zoals de Harmenjansweg en de route langs de westoever van het Spaarne (bij een noordelijke knip) of de Burgwalbuurt en de Amsterdamsebuurt (bij een zuidelijke knip). Dit heeft ermee te maken dat de Gedempte Oostersingelgracht ook wordt gebruikt door lokaal noord-zuidverkeer voor wie de Oudeweg geen alternatief is. Bovendien is de huidige Oudeweg een route met weerstand op de doorstroming voor het regionale oostwestverkeer. Ook afslagverboden op de route Amsterdamsevaart – Gedempte Oostersingelgracht – Prinsenbrug hebben vergelijkbare effecten in het verkeersmodel Deze studie heeft daarom geresulteerd in twee varianten die vervolgens zijn doorgerekend op kruispuntniveau voor zowel de ochtend- en avondspits, waarmee inzicht ontstaat in de afwikkelingscapaciteit en de wachtrijlengtes. De berekeningen zijn voor de 3 kruispunten solitair uitgevoerd met het rekenprogramma COCON. Hierbij is niet alleen gekeken naar het drukste uur in deze spitsen, maar ook naar het 2e drukste uur.

De intensiteiten in het 2e drukste uur zijn in het verkeersmodel circa 18% lager dan in het drukste uur. Hiermee is inzichtelijk gemaakt hoe lang eventuele drukte en lange wachtrijen blijven bestaan bij hoge intensiteiten. De 2 varianten zijn: Variant A:  Basisjaar 2030 met de netwerkwijzigingen zoals hierboven beschreven;  Aparte busstrook voor bussen in noordelijke richting op de Gedempte Oostersingelgracht. Variant B:  Variant A, aangevuld met: o Afslagverboden voor autoverkeer tussen de Gedempte Oostersingelgracht en de Oudeweg (oostzijde). Bussen van en naar de remise kunnen deze bewegingen wel blijven maken; o Afslagverboden voor autoverkeer tussen de Gedempte Oostersingelgracht (noord) en de Papentorenvest. Bussen van en naar de remise kunnen deze bewegingen wel blijven maken. Vanuit de eis om alleen de oostelijke tunnelbuis te gebruiken voor het nieuwe wegprofiel zijn maximaal 4 rijstroken mogelijk in deze onderdoorgang. Hierbij is gekozen voor 1 rijstrook in zuidelijke richting en 3 rijstroken in noordelijke richting, waarvan 1 aparte busstrook. Bij de VRI-berekeningen is daarom rekening gehouden met een busstrook op de Gedempte Oostersingelgracht in noordelijke richting en linksaf naar de Prinsenbrug. Op basis van de berekeningen is de conclusie dat de 3 kruispunten in deze varianten niet (goed) regelbaar zijn.

Dit wordt versterkt door het feit dat de berekeningen met het verkeersmodel en COCON geen rekening kunnen houden met openingen van de Prinsenbrug, invloed van de kruispunten

Sweco | Programma van Eisen Projectnummer 51018641 Datum 22-04-2024

Versie 1

Documentreferentie NL24-648800269-81302

14/27

onderling en prioriteit voor bussen. Deze hebben een negatief effect op de resultaten van de berekeningen. Ook is geconcludeerd dat er aanvullende maatregelen mogelijk zijn om de verkeersstromen te doseren, zodat het verkeer op deze kruispunten beter doorstroomt en kortere opstelvakken nodig zijn. Hiertoe moeten op omliggende kruispunten extra detectielussen (file-lussen) aangelegd worden en de software in de verkeersregelingen moet aangepast zodat de kruispunten stroomopwaarts in het netwerk als ‘kraantjes’ fungeren en het verkeer op afstand doseren. Deze werkwijze wordt nu ook al toegepast op de Schipholweg, waarbij het kruispunt met de Amerikaweg als doseerpunt fungeert voor verkeer vanuit oostelijke richting. Om de effecten hiervan goed te kunnen bepalen zijn in het vervolgtraject gedetailleerde berekening nodig met een dynamisch verkeersmodel om de vormgeving van de kruispunten (lengtes van de opstelstroken) goed te kunnen bepalen. De aanpassingen aan de 3 kruispunten van de Gedempte Oostersingelgracht leiden tot aanpassingen buiten de scopegrens. Voor de vervolgstappen dienen deze grenzen daarop aangepast te worden.

4.1.2

N200 (Dilemma I)

Doorstroming op de N200 (Oudeweg) is voorwaardelijk om verkeer van de route Amsterdamsevaart – Gedempte Oostersingelgracht naar de Oudeweg te verschuiven. Door het doseren van verkeer op de route Amsterdamsevaart – Gedempte Oostersingelgracht zal de weerstand voor dit verkeer toenemen, hetgeen leidt tot een verschuiving naar Oudeweg mits de weerstand daar lager is. Er zijn aanpassingen noodzakelijk om de doorstroming en de veiligheid op de Oudeweg te verbeteren. Er ontbreekt echter nog een perspectief op de wijze en de termijn waarop dit gaat gebeuren.

4.1.3

Fietsring (Dilemma II)

“Via welke route en aan welke zijde van de weg komt de fietsring definitief te liggen en hoe worden er goede aansluitingen gemaakt op de rest van het fietsnetwerk?” Langs de Gedempte Oostersingelgracht moet ook de Fietsring worden ingepast. In beginsel dient de fietstring aan de ‘binnenkant’ van de ring te liggen. Op de Prinsenbrug is vooralsnog geen mogelijkheid om de fietsring te realiseren. Fietsers rijden hier aan beide zijden van de brug in één richting. Op het wegvak tussen de Prinsenbrug en de Gedempte Oostersingelgracht ligt een fietspad in éénrichting aan de zuidwestzijde van de rijbaan. Aan de noordoostzijde ligt een fietspad in twee richtingen. Ten zuiden van het projectgebied ligt het ‘doorgaande’ fietspad nu via de Herensingel, omdat er langs de Lange Herenvest geen ruimte is voor een vrijliggend fietspad. Dit fietspad loopt ook voorbij de Herensingel aan de westzijde van de Antoniestraat en over de zuidzijde van de Langebrug. Gezien de profielbreedte van de Lange Herenvest en de indeling van de Langebrug is het niet waarschijnlijk dat deze situatie zal wijzigen. Ten noorden van de Herensingel zet deze fietsroute zich momenteel voort als een tweerichtingsfietspad aan de oostzijde van de Gedempte Herensingel en

Sweco | Programma van Eisen Projectnummer 51018641 Datum 22-04-2024

Versie 1

Documentreferentie NL24-648800269-81302

15/27

de Gedempte Oostersingelgracht. Het verbindt fietsers, via de Voormalige Oudeweg, snel met de Waarderpolder. Tussen de Amsterdamsepoort en Papentorenvest ligt de Oostvest waar fietsers ook gebruik van kunnen maken. In het verlengde hiervan loopt een twee richtingen fietspad vanaf de Papentorenvest, via de Oostvest naar de N200. Hiermee is ook een fietsroute in twee richtingen beschikbaar aan de westzijde van de Gedempte Oostersingelgracht. Beide routes blijven behouden en bij het kruispunt Gedempte Oostersingelgracht-Papentorenvest zijn beide routes met elkaar verbonden middels een oversteekplaats ten noorden van het kruisingsvlak. De oversteekplaats aan de noordzijde is beter voor de algehele doorstroming op het kruispunt. Dit is het advies vanuit de kruispuntberekeningen, omdat deze oversteek dan tegelijkertijd met de linksaf beweging vanaf de Gedempte Oostersingelgracht naar de Papentorenvest kan rijden. Bovendien betekent het dat fietsers op de route van de fietsring hier maar één geregelde oversteek hebben op deze kruising Binnen het project ligt de fietsring op het zuidelijk deel van de Gedempte Oostersingelgracht aan de oostzijde via het bestaande fietspad (route via Oostvest is alternatief) en op het noordelijk deel (tussen Papentorenvest en de N200) aan de westzijde.

Dit noordelijke deel dient opgenomen te worden in het ontwerp van de Groene Singel en aangesloten op de bestaande tunnelonderdoorgang voor fietsers. Er moet in de volgende fase worden besproken met de buurt of het de voorkeur heeft om dit deel van de fietsring langs de woningen te realiseren, als fietsstraat gecombineerd met de noordelijke Oostvest, of dat het als fietspad zo lang mogelijk dicht langs de rijbaan ligt.

4.1.4

Busroute (Dilemma III)

Dilemma III luidt: “Uit de lijnennetstudie moet blijken of er op korte termijn bussen zullen gaan rijden over de Gedempte Oostersingelgracht. Als dat zo is, zal de betekenis ervan een plek moeten krijgen in de startnotitie en het PvE. Bekeken moet worden of dit leidt tot bushaltes (met of zonder haltekom) en tot busopstelstroken. Ook moet worden bekeken of de route van remise naar Stationsplein via de Papentorenvest behouden moet blijven.” Uit de beleidsnota Toekomst OV in Haarlem blijkt dat het wenselijk is voor de mobiliteitstransitie dat het aantal (H)OV-bussen kan toenemen en dat in de toekomst een BRT-net in gebruik wordt genomen. Alle bussen zullen het nieuwe busstation Nieuw-Zuid aandoen maar vele willen ook aansluiten op een treinstation. Tussen Nieuw-Zuid en het station rijden de bussen momenteel via twee bestaande routes (Wilhelminastraat en Gedempte Oude Gracht). Meer bussen tussen Nieuw Zuid en het station zouden niet een grotere belasting mogen betekenen voor deze twee routes. De route via de Lange Herenvest – Gedempte Oostersingelgracht en Prinsenbrug lijkt een aantrekkelijk alternatief.

Uit de KES-gesprekken met de Provincie Noord-Holland en de Vervoersregio Amsterdam is gebleken dat deze partijen de route nog niet voldoende aantrekkelijk vinden vanwege de drukte op de Prinsenbrug en omdat een eindhalte aan de noordzijde van het station lastig in te passen is en in hun ogen slecht functioneert vanwege de beperkte verbinding met het Stationsplein. Wel

Sweco | Programma van Eisen Projectnummer 51018641 Datum 22-04-2024

Versie 1

Documentreferentie NL24-648800269-81302

16/27

keert mogelijk HOV-buslijn 244 binnen enkele jaren waarschijnlijk terug op het traject Lange Herenvest-Gedempte Oostersingelgracht-Prinsenbrug, zonder halte bij het station met als eindpunt het Delftplein. Verwacht wordt dat dit tussen 2026 en 2029 gaat gebeuren. In het ontwerp bij dit Programma van Eisen is daarom geen vrije busstrook opgenomen. Wel is rekening gehouden met een opstelstrook voor bussen zodat die de wachtrij voor verkeerslichten kan passeren. Bij de kruising Gedempte Oostersingelgracht – Oudeweg wordt deze strook voorlopig nog gebruikt als opstelstrook voor auto’s. Indien deze busstrook later wenselijk blijkt, kan een strook middels aanpassing van de markering tot busstrook gemaakt worden. Daarvoor zal dan ook de VRI worden aangepast. Om deze route aantrekkelijk te houden voor HOV en toekomstige BRT, blijft de maximumsnelheid hier 50 km/u. Bovendien wordt er ruimte gereserveerd voor bushaltes ter hoogte van de Papentorenvest.

4.1.5

Entree parkeergarage Koepel (Dilemma V)

“Hoe kan de ingang van de parkeergarage van de Koepel het beste worden ontsloten, zowel voor aankomende als vertrekkende auto’s, in relatie tot de nabijheid van de kruising Papentorenvest – Gedempte Oostersingelgracht en de toekomst van de Papentorenvest?” De huidige entree van de noordelijke Oostvest, richting de toekomstige parkeergarage van de Koepel, is een ‘rechts-in-rechts-uit’-constructie vanwege de nabijheid van de kruising Papentorenvest – Gedempte Oostersingelgracht. In het bestemmingsplan voor de Koepel is opgenomen dat voor dit verkeer verderop op de Papentorenvest een keerlus moet worden gemaakt. Dit is geen ideale situatie omdat het geen rekening houdt met de toekomstig gewenste inrichting van de Papentorenvest en omdat autoverkeer vanaf de Catharijnebrug naar de parkeergarage verondersteld wordt via de Harmenjansweg en (mogelijk) de Damaststraat te rijden. Een complete aansluiting van de kruising (noordelijke) Oostvest met de Papentorenvest lijkt wenselijker. Bij de VRI-berekeningen is gekeken naar de noodzaak om deze aansluiting integraal op te nemen in de VRI op het kruispunt van de Gedempte Oostersingelgracht met de Papentorenvest. De combinatie van deze twee aansluitingen in een verkeersregeling kost altijd efficiency.

En omdat verwacht wordt dat de drukste spits op het kruispunt Gedempte Oostersingelgracht met de Papentorenvest niet samenvalt met het drukste moment waarop verkeer de garage in- of uitrijdt, is ervoor gekozen om de aansluiting van de garage op de Papentorenvest niet in de verkeersregeling op te nemen, maar wel volledig op de Papentorenvest aan te sluiten. De hiaten van de verkeersstromen vanaf de kruising met de Gedempte Oostersingelgracht geven voldoende ruimte voor auto’s om de noordelijke rijbaan van de Papentorenvest over te steken. Eventueel kunnen uitrijdende auto’s er daarom incidenteel alsnog voor kiezen om rechtsaf te rijden op de Papentorenvest als ze toch moeite ervaren om de rijbaan over te steken.

Sweco | Programma van Eisen Projectnummer 51018641 Datum 22-04-2024

Versie 1

Documentreferentie NL24-648800269-81302

17/27

4.1.6

Parkeerplaatsen Oostvest (Dilemma VII)

“In hoeverre is het behoud van de parkeerplaatsen bij de Oostvest van belang, ook in relatie tot de parkeervraag en -voorziening van de Koepel en eventueel benodigde ruimte voor ondergrondse afvalinzameling en nutsvoorzieningen?” Langs de Oostvest liggen nu 17 parkeerplaatsen. In het ontwerp van de bewoners komen deze te vervallen. De huidige bewoners parkeren in garages bij de woningen. En omdat er een nieuwe garage gerealiseerd wordt, is er ook voor bezoekers een alternatief. Daarmee kan de verwachting worden uitgesproken dat deze plaatsen kunnen komen te vervallen. Dit is nu ook zo opgenomen in de schets die bij dit PvE hoort. Als gevolg van het nieuwe kruispunt Gedempte OostersingelgrachtPapentorenvest verdwijnen ook 11 parkeerplaatsen langs de Papentorenvest. Dit zijn er 6 aan de zuidzijde van de hoofdrijbaan van de Papentorenvest en 5 langs de middenberm. Parkeeronderzoek moet uitwijzen hoe vaak en hoe lang deze plekken bezet worden en wat het effect is wanneer deze komen te vervallen. Indien deze plekken (deels) gewenst zijn, kan in de nadere uitwerking van de Groene Singel beoordeeld worden hoe deze passend in het plan kunnen worden opgenomen, bijvoorbeeld langs de noordelijke Oostvest.

4.2

Water en Doorvaarbaarheid (Dilemma IV)

Deze paragraaf heeft betrekking tot Dilemma IV: “Moet er rekening gehouden worden met de aanleg van oppervlaktewater in de Papentorenvest en langs het zuidelijke deel van de Oostvest en moet dit water doorvaarbaar zijn? Onder welke voorwaarden past dit in het horizontale en verticale profiel, met name ter hoogte van de kruising met de Papentorenvest en ten zuiden daarvan?” Ten behoeve van de variantenstudie voor de Gedempte Oostersingelgracht is onderzoek gedaan naar de benodigde afmetingen van de watergangen langs de Gedempte Oostersingelgracht en de Papentorenvest. Met deze afmetingen kan bepaald worden of (en hoe) een watergang in te passen is in het nieuwe profiel. Hierbij is onderscheid in twee scenario’s: een watergang voor de afvoer (en opvang) van hemelwater en voor een doorvaarbare watergang. De conclusies zijn in deze paragraaf beschreven.

4.2.1

Inleiding

De wens voor een nieuwe watergang komt voort uit eerder uitgevoerde onderzoeken die hebben geleid tot een afkoppelplan voor de Amsterdamsebuurt. Om de ontwatering van deze wijk te voorzien is de gemeente Haarlem van plan om een nieuwe watergang te graven in het tracé van de voormalige Amsterdamsevaart. Dit tracé (blauw gestippeld), samen met het afkoppelgebied van de Amsterdamsebuurt, is schematisch weergegeven in figuur 1.

Sweco | Programma van Eisen Projectnummer 51018641 Datum 22-04-2024

Versie 1

Documentreferentie NL24-648800269-81302

18/27

Figuur 1: afkoppelgebied afkoppelplan Amsterdamse Buurt.

De watergang langs de Amsterdamsevaart ligt buiten de scopegrenzen van het project Gedempte Oostersingelgracht. De watergangen langs de Gedempte Oostersingelgracht en de Papentorenvest vormen de directe verbinding met het Spaarne. Nog niet geheel duidelijk is of dit deel van de watergang, langs de Gedempte Oostersingelgracht en de Papentorenvest, vanuit het oogpunt van de waterhuishouding strikt noodzakelijk is. Zowel voor de Papentorenvest als voor de Amsterdamsevaart zijn in de SOR en de visie Spaarnesprong sterk gewijzigde inrichtingen opgenomen ten opzichte van de huidige inrichting, mede vanwege de wens of noodzaak om hier water aan te leggen. Belangrijk is dat de kruisingen van deze wegen met de Gedempte Oostersingelgracht zo worden ontworpen dat in de toekomst ook op nieuwe profielen kan worden aangesloten. In de vervolgfase worden de verwachte profielen voor de Papentorenvest en de Amsterdamsevaart ontworpen zodat in het VO hier goed op kan worden aangesloten. In het uitvoeringsprogramma Stedelijk afvalwater en hemelwater 2024-2033 is de omgeving van de beoogde watergang niet gekenmerkt als aandachtsgebied.

4.2.2

Dimensionering watergang voor ontwatering

Voor de maatvoering van de watergang zijn twee profielen onderzocht en beoordeeld: een watergang met taluds (trapezoïde) en een watergang met rechthoekig profiel. De belangrijkste ontwerpparameters voor het inpassingsvraagstuk zijn de bodembreedte, het talud en de waterdiepte. Voor een trapezoïde dwarsprofiel hangt het profiel af van het talud. Een talud is doorgaans 1:2. Uitgaande van een minimum bodembreedte van 0,4 m is de breedte op de waterlijn dan 4,8 m en de breedte op maaiveldniveau 7,2 m. Voor een rechthoekig dwarsprofiel is een minimale breedte van 1 meter vereist. Figuur 2 geeft beide situaties weer.

Sweco | Programma van Eisen Projectnummer 51018641 Datum 22-04-2024

Versie 1

Documentreferentie NL24-648800269-81302

19/27

Figuur 2: minimaal benodigde afmetingen watergang

Met de versmalling van het wegprofiel van de Gedempte Oostersingelgracht komt er voldoende ruimte vrij om dit profiel in te passen. Bij de kruispunten kunnen de watergangen met elkaar worden verbonden met duikers. In de variantenstudie is de wisselwerking van het dimensioneren van de watergang en het functioneren van de riolering niet benoemd. Bij de gehanteerde dimensionering kan een significante peilstijging optreden. Uitvoering van een watersysteemanalyse is vereist om dit goed in beeld te brengen.

4.2.3

Dimensionering doorvaarbare watergang

De mogelijkheden voor een doorvaarbare watergang zijn onderzocht. Hierbij is onder andere gebruik gemaakt van het nautisch advies van de Haarlemse Havendienst. Hierbij is gekeken naar zowel een- als tweerichtingsverkeer in de watergang voor sloepen (de grootste markt). Het advies geeft aan dat de noodzakelijke breedte van de watergang 7 meter breed is voor vaarverkeer in 2 richtingen en 5 meter voor eenrichtingsverkeer. De benodigde doorvaarthoogte is 1,5 meter. De boogstraal in de watergang is minimaal 25 meter ten behoeve van het ‘doorzicht’. Dit laatste geldt met name bij verkeer in 2 richtingen. Qua profielbreedte lijkt de watergang in te passen. Het knelpunt is het realiseren van de doorvaarthoogte. Naast de doorvaarthoogte van 1,5 meter is namelijk een constructiedikte van de ‘brug’ over de zijwegen vereist. Deze kruisingen zijn bijvoorbeeld nodig bij de Harmenjansweg, de Oostvest (en aansluiting nieuwe parkeergarage De Koepel), bij het kruispunt met Papentorenvest - Gedempte Oostersingelgracht en tegenover de Amsterdamsepoort. Dit betekent dat het dek van deze bruggen circa 1,5 meter hoger komt te liggen dan het bestaande maaiveld. Er zijn hellingen vereist om dit hoogteverschil te overbruggen. De kruispunten van de Papentorenvest met de Oostvest en de Gedempte Oostersingelgracht liggen dichtbij elkaar.

Wanneer deze beide worden opgetild om de watergang doorvaarbaar te maken, betekent dit dat het oostelijk deel van de Papentorenvest over een lengte van circa 80-100 circa 1,5 meter hoger komt te liggen dan de huidige weg. Dit hoogteverschil heeft daardoor niet alleen ongewenste impact op de aansluitende wegen, maar ook op de leefbaarheid en het gehele ontwerp van het gebied. De wenselijke boogstraal voor vaarverkeer in twee richtingen is met het huidige ontwerp niet haalbaar in de bocht van Papentorenvest naar de Amsterdamsepoort. Ook bij de aansluiting van de toekomstige Amsterdamsevaart op het bestaande water voor de Amsterdamsepoort is dit een knelpunt.

Sweco | Programma van Eisen Projectnummer 51018641 Datum 22-04-2024

Versie 1

Documentreferentie NL24-648800269-81302

20/27

4.3

Constructie Spooronderdoorgang (Gedempte) Oostersingelgracht

Het onderzoek gedaan naar de constructie van de spooronderdoorgang heeft betrekking tot dilemma VI: “Wat zijn de mogelijkheden voor de vrijkomende westelijke tunnelbuis? Het onttrekken van dit deel uit de grondwaterdichte betonnen tunnelbak vereist de medewerking van ProRail en is waarschijnlijk duur en tijdrovend. Het behoud van de tunnelbak beperkt sterk de mogelijkheden om de westelijke tunnelbuis inclusief de toeritten als groene en prettige ruimte in te vullen.” In de huidige situatie kent het spoorviaduct een hybride constructie van een ouder deel en een nieuwer deel. De middelste tunnelbuis, nu gebruikt voor verkeer in zuidelijke richting, is onderdeel van het nieuwere deel (zie groene arcering in Figuur X). Papentorenvest

Oudeweg

Bij het vrijkomen van deze tunnelbuis zijn er diverse opties om dit gebied te gebruiken. Hierbij is gekeken naar drie verschillende oplossingsrichtingen:

4.3.1

Geen constructieve aanpassingen aan het spoorviaduct

Oplossingsrichtingen waarbij geen constructieve aanpassingen aan het spoorviaduct benodigd zijn, zullen veelal mogelijk zijn zonder significante constructieberekeningen. Daarbij is uitgangspunt dat er ook geen grote belastingen binnen of buiten de toeritten worden aangebracht. Doordat er constructief niks wijzigt, zullen oplossingen veelal mogelijk zijn. Ook zal ProRail naar verwachting inhoudelijk geen bezwaren hebben als het gaat over de constructieve aspecten. Het blijft sowieso nodig om een constructief adviseur te laten kijken bij de gewenste oplossingsrichtingen. Te denken valt aan oplossingsrichtingen als:  Het realiseren van een dunne afdekking/afwerking van de tunnelvloer. Als het gaat om een grondaanvulling, kan in eerste instantie gedacht worden aan maximaal 30cm aanvulling;  Het aanbrengen van een (verhoogde) roostervloer of vlonderconstructie ten behoeve van een (semi) verhoogd maaiveld;  Het aanbrengen van lichtgewicht ophoogmateriaal (EPS);  Aanbrengen van een sport- en speelvoorziening zoals een voetbalkooi.

Sweco | Programma van Eisen Projectnummer 51018641 Datum 22-04-2024

Versie 1

Documentreferentie NL24-648800269-81302

21/27

De afwatering bij deze aanpassingen is altijd oplosbaar. Gebruik maken van de bestaande afwatering is mogelijk, maar ook bij toepassing van bijvoorbeeld een leeflaag kan drainage worden aangebracht met afvoer naar de bestaande kelder onder de constructie. Bij deze oplossingen is het noodzakelijk om af te stemmen met onderhoud en beheer.

4.3.2

Beperkte constructieve aanpassingen aan het spoorviaduct

Onder beperkte constructieve aanpassingen in de context van de Gedempte Oostersingelgracht wordt verstaan het aanbrengen van lokale wijzingen in de constructie ten behoeve van een gewijzigde functionaliteit, zonder de hoofd krachtswerking te wijzigen. De verwachting (op basis van expert judgement) is dat deze categorie oplossingen mogelijk en voor ProRail acceptabel zijn. Daarvoor moet wel door een constructief adviseur naar de aanpassingen gekeken worden. Gekeken naar het dilemma is het mogelijk om boomgroeiplaatsen aan te brengen, middels het aanbrengen van bakken die op de bestaande constructie staan. Het gewicht van deze bakken is daarbij bepalend. Het is eventueel ook mogelijk om ‘gaten’ in de helling aan te brengen waardoor bomen kunnen groeien. Bij deze aanpassingen is het noodzakelijk om de constructie hiervoor nader te onderzoeken op benodigde voorzieningen ten behoeve van het behoud van waterdichtheid en de krachtswerking bij naastgelegen belastingen. Ook de wenselijkheid vanuit de groeiplaats voor bomen is hierbij onduidelijk met het oog op de grondwaterstand. Daarnaast kunnen sparingen in de toeritwanden worden aangebracht voor het verbinden van de toerit met de omgeving.

4.3.3

Grote constructieve aanpassingen aan het spoorviaduct

Grote constructieve aanpassingen leiden tot een gewijzigde krachtswerking in de constructie. Hiervoor is een beschouwing benodigd van een constructief en geotechnisch adviseur. Daarbij zal ook ProRail moeten worden aangehaakt om tot een gedragen oplossing te komen. In de oplossingsrichtingen is onderscheid gemaakt tussen constructieve aanpassingen aan de toeritten en het gesloten deel. Bij grote constructieve aanpassingen aan de toeritten wordt gedacht aan het slopen van vloeren en/of wanden waardoor een ‘normaal’ maaiveld ontstaat, waarin bomen en planten kunnen groeien in een volwaarde groeiplaats. Deze oplossingsrichting draagt bij aan een oplossing voor dilemma VI. Op basis van expert judgement lijkt dit mogelijk. Bij grote constructieve aanpassingen aan de gesloten moot wordt gedacht aan het slopen van de constructievloer en/of wanden ten behoeve van het realiseren van een (doorvaarbare) watergang of het vrijmaken van volle grond als volwaardige groeiplaats voor groen. Dit lijkt op het eerste gezicht geen haalbare oplossing en ook ProRail moet deze oplossing grondig onderzoeken. Dit brengt hoge kosten en naar verwachting een lange(re) doorlooptijd met zich mee ten opzichte van andere oplossingsrichtingen.

Sweco | Programma van Eisen Projectnummer 51018641 Datum 22-04-2024

Versie 1

Documentreferentie NL24-648800269-81302

22/27

4.3.4

Te doorlopen stappen met ProRail

Er geldt bij alle (bouw)activiteiten binnen 10m vanaf het hart (buitenste spoor) dat de spoorwegwet van toepassing is. Om hier te kunnen (ver)bouwen is daarom een vergunning bij ProRail benodigd. Daarnaast is er sprake van een ‘beschermingszone’ waarbinnen bouwactiviteiten ofwel vergunningsplichtig, danwel meldingsplichtig zijn. Omdat dit een spoors kunstwerk betreft geldt dit voor alle activiteiten binnen 30 meter van het spoor.

4.3.5

Conclusie en aanbevelingen

De conclusie is dat er diverse opties mogelijk zijn voor de vrijkomende westelijke tunnelbuis. Afhankelijk van de uiteindelijke invulling van dit gebied zijn aanpassingen mogelijk. De keuze ten aanzien van de aanpassingen aan de constructie hebben impact op de kosten en het proces met ProRail. Met deze input kan in een vervolgfase de buitenruimte ontworpen worden. Geadviseerd wordt om daarnaast vanuit de gemeente Haarlem op korte termijn een intakegesprek met ProRail aan te gaan om de oplossingsrichtingen en consequenties daarvan gezamenlijk te onderzoeken. Dit helpt ook bij het te doorlopen vergunningentraject.

4.4

Bodem

Het onderzoek ten aanzien van de bodemkwaliteit draagt niet specifiek bij aan het oplossen van één van de dilemma’s. De milieuhygiënische bodemkwaliteit is daarentegen van algemeen belang bij het onderzoeken van de herinrichting. Dit vooronderzoek is de eerste fase van een volledig bodemonderzoek. Hieruit blijkt of er sprake is van een verdachte locatie of niet. Uit het vooronderzoek moet blijken of dat een verkennend onderzoek nodig is. Hiernavolgend wordt het uitgevoerde vooronderzoek en de uitkomsten daarvan nader toegelicht. Het vooronderzoek is uitgevoerd met de onderzoeksystematiek behorend bij aanleiding A ‘uitvoeren van bodemonderzoek, saneren van een milieubelastende activiteit en/of realiseren van een gebouw op een bodemgevoelige locatie' uit de NEN 5725.

De conclusie van dit vooronderzoek is Uit de informatie die verzameld is, zijn de onderstaande conclusies getrokken over de beïnvloeding van de bodem en de verwachting van de bodemkwaliteit:  De onderzoekslocatie bevindt zich binnen bodemkwaliteitszone B8/O8 van de gemeente Haarlem waar veelal sprake is van licht verhoogde gehalten aan zware metalen, PAK, minerale olie en PCB’s;  In de ondergrond komen naar verwachting licht verhoogde gehalten aan koper, kwik, lood, PAK en minerale olie voor;  Uit het voorgaande onderzoek (Asfaltonderzoek, gemeente Haarlem, projectnr.: 1704803, d.d.: 24-04-2006) blijkt dat de asfaltverharding op diverse plaatsen verontreinigd is met PAK en niet kan worden hergebruikt. Over de kwaliteit van onderliggende bodem kan geen uitspraak worden gedaan;  Bij het vooronderzoek zijn ten aanzien van PFAS geen potentiële risicoactiviteiten geconstateerd. Verwacht wordt dat de PFAS-gehalten voldoen aan de achtergrondwaarden zoals vastgesteld in de ‘Beleidsregel PFAS gemeente Haarlem 2023’;

Sweco | Programma van Eisen Projectnummer 51018641 Datum 22-04-2024

Versie 1

Documentreferentie NL24-648800269-81302

23/27

Grenzend aan Gedempte Oostersingelgracht ligt een werkplaats van de NS. Hier hebben vrijwel zeker milieubelastende activiteiten plaatsgevonden, die mogelijk ook de bodemkwaliteit van de onderzoekslocatie hebben beïnvloed.

Bij werkzaamheden onder de fundering van de wegen (zoals graven van een watergang, (ver)leggen kabels en leidingen) is contact met de (wellicht verontreinigde) ondergrond te verwachten. Verkennend bodemonderzoek op die plaatsen is dan noodzakelijk.

4.5

Kabels & Leidingen

De aanwezige kabels en leidingen zijn geïnventariseerd door het uitvoeren van een KLIC-melding. Daarnaast is het project aangemeld en besproken in het reguliere NUTS overleg van Haarlem. Hierin zijn schetsmatig de plannen gepresenteerd en is besproken wat de impact ervan is op het de bestaande ondergrondse infrastructuur. Omdat het project focust op een versmalling van het wegprofiel zijn er weinig bijzonderheden. Er liggen geen kabels en leidingen (in lengte richting) onder de rijbanen van de Gedempte Oostersingelgracht. Bij de aanplant van nieuwe bomen dient wel rekening te worden gehouden met de ondergrondse infrastructuur. Op het noordelijk deel van de Gedempte Oostersingelgracht ligt nu een bundel kabels direct naast de westelijke kant verharding. Wanneer het profiel versmald wordt, ligt deze bundel ‘middenin’ de Groene Singel. In het vervolg moet hiermee rekening worden gehouden bij het ontwerp van de buitenruimte en intekenen van nieuwe bomen. Alternatief is dat onderzocht wordt of de kabels verlegd kunnen worden.

4.6

Groen en bomeninventarisatie

Het onderzoeken van groen en de inpasbaarheid- en verplantbaarheid van bomen aan de Gedempte Oostersingelgracht sluit aan bij de doelstellingen voor het vergroenen en vernatten, maar ook bij het bevorderen van een gezonde leefomgeving. Er is niet één specifiek dilemma waaraan dit onderzoek onderhevig is. Onderzocht is welke van de bestaande bomen te behouden zijn en welke eventueel verplantbaar zijn. Hierbij zijn de houtopstanden inzichtelijk gemaakt en bijbehorende boom- en inventarisatiegegevens in kaart gebracht.

4.6.1

Analyse

Op basis van de inventarisatiegegevens, standplaats en restlevensduur wordt bepaald of een boom duurzaam behoudbaar is. Op basis van onder andere de soort, vitaliteit en standplaats wordt bepaald of een boom technisch verplantbaar is. Hiermee kan later in het ontwerp rekening worden gehouden.

4.6.2

Resultaten

In totaal zijn 105 bomen beoordeeld binnen het gebied dat ruimer is dan het projectgebied. In onderstaande tabel zijn de aantallen behoudbare en verplantbare bomen weergegeven.

Sweco | Programma van Eisen Projectnummer 51018641 Datum 22-04-2024

Versie 1

Documentreferentie NL24-648800269-81302

24/27

Behoudbaar

Verplantbaar

Ja

84

71

Nee

3

34

Met maatregel

18

In totaal staan er 3 bomen met een slechte conditie. Bij herinrichting zijn deze bomen niet het behouden waard. Dit zijn de bomen direct ten noorden van het spoor aan de oostzijde van de Gedempte Oostersingelgracht. Omdat deze buiten de betonnen bak van de hellingbaan staan, vallen deze buiten het ontwerp van de Gedempte Oostersingelgracht. De bomen aan de zuidoostzijde van de Gedempte Herensingel zijn behoudbaar met maatregelen. In totaal zijn er 71 bomen die verplantbaar zijn. Dit zijn voornamelijk jonge iepen en zomerlindes. De bomen die niet verplantbaar (rode puntjes in figuur 3) zijn, staan (binnen het scopegebied) vooral aan de oostzijde van de Gedempte Oostersingelgracht en in de Oostvest tussen de parkeervakken. Met name deze bomen hebben ook een monumentaal karakter. Hieruit volgt de eis dat behoudenswaardige bomen zoveel mogelijk worden behouden en bomen met een monumentaal karakter alleen mogen verdwijnen als dit zeer noodzakelijk is om de doelstellingen van het project te behalen. Verplantbare bomen zijn eventueel op een andere locatie terug te brengen. Hoe jonger de boom, hoe makkelijker dit zal gaan.

Sweco | Programma van Eisen Projectnummer 51018641 Datum 22-04-2024

Versie 1

Documentreferentie NL24-648800269-81302

25/27

5

KES

De eisen en wensen van de gebruikers zijn opgenomen in de KES (Klanteisenspecificatie). Deze is als losstaand document bijgevoegd. Deze KES is tot stand gekomen uit (KES-) gesprekken met:  Platfom Groen;  Platform Toegankelijkheid;  Politie;  Veiligheidsregio Noord-Kennemerland;  Provincie Noord-Holland;  Vervoersregio Amsterdam;  Fietsersbond;  ROVER.

Sweco | Programma van Eisen Projectnummer 51018641 Datum 22-04-2024

Versie 1

Documentreferentie NL24-648800269-81302

26/27

Bijlage Klanteisenspecificatie

Sweco | Programma van Eisen Projectnummer 51018641 Datum 22-04-2024

Versie 1

Documentreferentie NL24-648800269-81302

27/27

ID Eistitel KE-0612 Fietsersbond - 001

Eistekst Realiseer de fietsring aan de westzijde van de GOSG

KE-0613 Fietsersbond - 002

Behoud fietspad aan de oostzijde

KE-0614 Fietsersbond - 003

Pas het huidige fietspad tussen GOSG en Harmenjansweg (aan de zuidzijde van de N200) aan voor fietsers in twee richtingen

KE-0615 Fietsersbond - 004

Realiseer een oversteekplaats voor fietsers over de Gedempte Herensingel

KE-0616 ROVER -001

Houdt rekening in het ontwerp met toekomstige buslijnen

KE-0617 ROVER -002

Maak een ontwerp die voorbereid is op goede doorstroming van het Openbaar vervoer

KE-0618 ROVER -003

Houdt rekening in het ontwerp met toekomstige bushalte langs de GOSG aan de noordzijde van de Papentorenvest

KE-0619 ROVER -004

Ontwerp haltes conform richtlijnen R-Net-haltes

KE-0620 Concessiehouders - 001

Houdt rekening in het ontwerp met toekomstige buslijnen

Toelichting In verband met de ruimte heeft het de voorkeur om de fietsring aan de westzijde van de GOSG te realiseren. Bij de fietsring aan de westzijde valt een fietsstraat bij de Oostvest onder de mogelijkheden. De fietsersbond geeft aan dat een fietspad aan de oostzijde van de GOSG wenselijk is voor fietsers tussen de Amsterdamsebuurt en de Waarderpolder.

Initiator Fietsersbond

Status Hardheid Advies honoreren Actueel Wens Honoreren

Toelichting op advies is opgenomen in ontwerp

Brondocument Gespreksverslag Fietsersbond d.d. 29-02-2024

Eisopvolging Borgen in ontwerp

Fietsersbond

Actueel Wens

Honoreren

is opgenomen in ontwerp

Gespreksverslag Fietsersbond d.d. 29-02-2024

Borgen in ontwerp

De fietsersbond geeft aan dat zij de wens hebben om aan de zuidkant langs de Oude weg (N200) tussen de GOSG en de Harmenjansweg een tweerichtingsfietspad aan Fietsersbond te leggen. De fietsring loopt hiermee dan van de GOSG door naar de kruising bij de Harmenjansweg en steekt daar in westelijke richting over naar de andere kant van de Prinsenbrug. Fietsersbond De fietsersbond geeft aan dat een fietsoversteek in de zuidzijde van de Amsterdamsevaart wenselijk is vanwege de ligging ten opzichte van de fietsroute van en naar Amsterdam. Dit is daarmee een logische koppeling met de fietsring.

Actueel Wens

Niet honoreren

Risico

Neutraal

Gespreksverslag Fietsersbond d.d. 29-02-2024

Risico

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14305759/2