CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Kadernota 2026

gemeenteraad 3 juli 2025, gemeente HaarlemBij agendapunt: Besluitvorming Vaststellen Kadernota 2026, Voortgangsrapportage 2025 en MPG 2025-202843.529 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

-

Kadernota 2026

21

-

•

UVP Oppervlaktewater: er komen acht watergangen in de stad om ervoor te zorgen dat het overtollige water snel en efficiënt afgevoerd kan worden. UVP Stedelijk Afvalwater en Hemelwater: borgen dat het riool optimaal functioneert om vuil water af te voeren en hemelwater (regen) waar nodig af te voeren naar open water. Op deze manier is er minder wateroverlast en daarmee minder impact op de openbare ruimte. UVP Grondwater: het grondwater speelt een cruciale rol in klimaatadaptatie. Het zorgt ervoor dat in natte tijden veel water opgevangen kan worden door infiltratie. In droge tijden zorgt het voor beschikbaarheid van water voor het groen, maar beschermt het ook funderingen. In het uitvoeringsprogramma wordt het meetnet uitgebreid om te beoordelen waar ingrepen nodig zijn om deze taken goed vorm te geven. Deelname aan PCP Wise PCP Wise Haarlem heeft een Europese subsidie gekregen om mee te doen aan de ontwikkeling van een systeem om scenario’s te berekenen die kunnen helpen bij het bepalen hoe wijken klimaatadaptief te maken en hoe dit te monitoren. Hierbij wordt onder meer gebruik gemaakt van satellietbeelden. Dit project is gestart in januari 2025 en heeft een doorlooptijd van drie jaar.

In de tweede helft van 2025 ontvangt de gemeenteraad een informatienota waarin uitleg wordt gegeven over de verwachte impact van de nieuwe KNMI-klimaatscenario’s op de stad. Daarnaast wordt in de Programmabegroting 2026-2031 een verdere vertaalslag en verdieping van de klimaatrisico’s voor de gemeentelijke organisatie gemaakt. Initiatieven op regionaal niveau waar de gemeente Haarlem in vertegenwoordigd is, zijn onder meer: •

• •

•

MRA In de ‘MRA Agenda 2025 – 2028’ zijn ambities geformuleerd voor landschap, groen, water en klimaatadaptatie. Deze worden samengebracht in een nieuw programma ‘Groenblauw groeit mee’. Met een woningbouwopgave van 175.000 woningen vóór 2030, is het van cruciaal belang dat deze opgave duurzaam en toekomstbestendig gerealiseerd wordt. De schaal van de metropool leent zich bij uitstek voor het creëren van een gelijk speelveld voor ontwikkelaars en gemeenten. Daarbij staat de MRA sterker met één gezamenlijke boodschap richting het Rijk en kunnen het uitgangspunt ‘bodem en water sturend’ blijvend bepleit worden. Lokaal hitteplan Samen met de GGD wordt een lokaal hitteplan opgesteld (Handreiking Lokaal Hitteplan Klimaatadaptatie). Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) In het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie staan alle projecten en maatregelen die ervoor gaan zorgen dat Nederland in 2050 waterrobuust en klimaatbestendig is. In 2025 wordt gestart met een tweede cyclus van het DPRA. Er wordt onder meer gekeken naar herijking van het eerdere plan en hoe klimaatdoelen geconcretiseerd kunnen worden binnen werkregio's. Ook worden in deze cyclus nieuwe klimaatstresstesten uitgevoerd, waarin de effecten van de laatste klimaatscenario' s zichtbaar worden gemaakt.

Portefeuillehoudersoverleg (PHO) Klimaatadaptatie Zuid-Kennemerland en Velsen Aansluitend op de DPRA-werkregio vindt er vanuit Zuid-Kennemerland het portefeuillehoudersoverleg Klimaatadaptatie plaats. Dit PHO heeft als doel om door middel van de samenwerking tussen gemeenten, het Hoogheemraadschap van Rijnland en waterbedrijven in te kunnen spelen op regionale effecten van klimaatsverandering. Er wordt

Kadernota 2026

22

•

•

gewerkt aan een gezamenlijk uitvoeringsprogramma dat invulling geeft aan de doelstelling van het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie. Studie Toekomstbestendig watersysteem Rijnland Het hoogheemraadschap van Rijnland werkt aan een studie ‘toekomstbestendig watersysteem’ om de impact van klimaatverandering en ruimtelijke ontwikkelingen op thema's als waterveiligheid, wateroverlast, waterbeschikbaarheid (watertekort/verzilting) en waterkwaliteit in beeld te brengen. Bovenregionale stresstesten NOVEX (Nationale OmgevingsVisie Executiekracht)-gebieden Met een ‘bovenregionale stresstest’ wordt in een aantal stappen vastgesteld het beste voorbereid kan worden op een extreme gebeurtenis in een groot gebied, zoals de grote hoeveelheid neerslag die in 2021 in Limburg in korte tijd viel. Voor onze regio wordt er een bovenregionale stresstest voor de NOVEX- gebieden, Schiphol, MRA en het Noordzeekanaalgebied uitgevoerd.

1.4.10 Doorontwikkeling ‘Trends & Ontwikkelingen’ In de komende periode wordt de aanpak gericht op het volgen en duiden van trends en ontwikkelingen, die invloed (kunnen) hebben op de gemeente en haar beleid, verder ontwikkeld. Het gerichter en systematischer volgen van trends en ontwikkelingen moet op termijn leiden tot een beter gesprek met de raad en binnen de organisatie, en beter onderbouwde afwegingen met betrekking tot strategische keuzes, beleidsvorming, interventies, doelen met bijbehorende indicatoren en de ontwikkeling van het financieel kader.

1.5 Samenvatting Doorontwikkeling Duurzaamheidsbegroting In deze paragraaf wordt ingegaan op de doorontwikkeling van de duurzaamheidsbegroting van Haarlem. Duurzaamheid is een centraal thema, zoals vastgelegd in het coalitieakkoord 2022-2026 'Actie!'. De duurzaamheidsbegroting biedt inzicht in de CO₂-uitstoot van de gemeente en ondersteunt effectief klimaatbeleid. De gemeente streeft ernaar duurzaamheid te integreren in alle beleids-, investerings- en besluitvormingsprocessen. In deze samenvatting worden de acties voor komende periode op hoofdlijnen toegelicht, in bijlage 3 van deze kadernota is de uitgebreide toelichting van de doorontwikkeling van de duurzaamheidsbegroting gepresenteerd. Actualisatie van de CO₂ Routekaart De CO₂-reductiedoelstelling voor Haarlem is een vermindering van 60% in 2030 ten opzichte van 2017, met een streefpercentage van 65%. De nieuwe prognose toont een reductie van 2 kton minder CO₂ dan eerder verwacht, maar voldoet nog ruim aan de minimale doelstelling van 60%

Kadernota 2026

23

Opvolging motie “Duurzaamheidsbegroting: maatregelen op de plank” (2024/10780403) Het college van Haarlem voelt zich gesteund door de motie om extra maatregelen te onderzoeken voor CO₂-besparing. De raad wil tijdig geïnformeerd worden als de jaarlijkse CO₂-reductiedoelen niet gehaald worden. Hoewel de huidige cijfers geen reden geven om in te grijpen, blijft het college alert op wereldwijde ontwikkelingen en stelt voor om periodiek te evalueren of de huidige aanpak nog voldoet. Externe factoren zoals wereldmarktontwikkelingen en beperkte netcapaciteit kunnen invloed hebben op het klimaatbeleid. Het college wil wanneer nodig bestaande maatregelen intensiveren met lokale middelen, zoals energiearmoede aanpakken, warmtenetten aanleggen, isolatie verbeteren en subsidies voor slimme energiesystemen verstrekken. Eventuele maatregelen worden toegelicht in de vijfde update van de Uitvoeringsagenda Transitievisie Warmte in oktober 2025. CO₂ prestatieladder Sinds 2020 is Haarlem gecertificeerd op niveau 3 van de CO₂-Prestatieladder. In januari 2025 is een nieuw handboek gepubliceerd, met ambitieuzere vereisten. Haarlem zal zich in februari 2026 certificeren volgens het nieuwe handboek op trede 1 en streeft naar certificering op trede 2 in 2027. De komende maanden worden de benodigde investeringen onderzocht.

Revolverend Fonds Energiebesparing Het Revolverend Fonds Energiebesparing (RFE) is een reserve die financiële belemmeringen wegneemt voor duurzame investeringen. Energiebesparingen worden gestort in het RFE, dat verdere investeringen mogelijk maakt. Gemeentelijk vastgoed zal de komende jaren verduurzaamd worden, wat leidt tot hogere dotaties. In 2025 worden panden beheerd door SRO verduurzaamd, met energiebesparingen die in 2026 aan het fonds worden toegevoegd. Kadernota 2026

24

Circulaire stad 2040 Haarlem streeft ernaar om in 2040 een circulaire stad te zijn, tien jaar eerder dan de nationale doelstelling van Nederland. Dit betekent efficiënter gebruik van grondstoffen, reductie van grondstoffen en inzet van schonere grondstoffen om klimaatverandering, milieuvervuiling en biodiversiteitsverlies tegen te gaan. De gemeente probeert de circulaire economie steeds beter te monitoren door inzicht te krijgen in grondstof- en afvalstromen. Haarlem zet stappen om de circulaire economie inzichtelijk en meetbaar te maken, met nieuwe informatie uit de ICER 2025. Hierdoor wordt aangesloten bij landelijke en provinciale meetmethodieken en worden zes indicatoren gevolgd: • • • • • •

Direct Material Input (DMI) en Raw Material Input (RMI) Domestic Material Consumption (DMC) en Raw Material Consumption (RMC) CO₂-uitstoot binnen scope 3 Milieukostenindicator Leverings(on)zekerheid Verbeterpotentieel in afvalverwerking

In de Programmabegroting 2026-2030 zal worden ingaan op de CO₂-uitstoot en de invloed van fossiele brandstoffen. Het verlagen van afhankelijkheid van nieuwe grondstoffen en efficiënter gebruik van bouwmaterialen zijn belangrijke maatregelen. Brede Welvaart In het coalitieakkoord staat de ambitie opgenomen om Brede Welvaart te integreren in de programmabegroting. Een pilot in 2024 toonde de waarde van een brede benadering van beleid. In 2025 wordt de pilot voortgezet en verbreed. Handreiking duurzaamheidsrapportage voor decentrale overheden Vanuit een vrijwillige werkgroep is een handreiking opgesteld die richtlijnen en praktische tips geeft voor decentrale overheden op het gebied van duurzaamheidsrapportage. Haarlem zet goede stappen, maar mist nog enkele zaken vergeleken met de Handreiking. De ontbrekende delen zullen worden toegevoegd aan de P&C documenten.

1.6 Investeringsplan: vergroten uitvoeringskracht Inleiding In de afgelopen jaren zijn kostenstijgingen helaas een herkenbaar beeld geworden. Dit heeft ook impact in het fysiek domein: bij onderhuisvesting, vastgoed en in het bijzonder bij fysieke projecten. Dat vraagt iets van hoe er omgaan dient te worden met de programmering. Tegelijkertijd is de organisatie de afgelopen jaren zowel in de gebiedsontwikkeling als in het onderhoud van de openbare ruimte steeds beter in staat om werk met werk te maken. Als we investeren in groot onderhoud zien we dat als aanleiding om meteen de stad toekomstbestendig te maken op het gebied van duurzaamheid, vergroening, toegankelijkheid, klimaatadaptatie en of mobiliteit. In het Strategisch Plan Beheer Openbare Ruimte is deze strategie door de gemeenteraad bekrachtigd. Een belangrijke factor hierbij is het feit dat afgelopen periode belangrijke kaders zijn vastgesteld die de inhoudelijke onderbouwing vormen voor het gemeentelijk investeringsprogramma. Kadernota 2026

25

Dat geldt voor zowel de gebiedsontwikkeling als voor het onderhoud van de openbare ruimte. De meeste ontwikkelzones kennen intussen naast de ontwikkelvisie ook een ontwikkelstrategie en een masterplan. Daarin wordt ook de investeringsopgave en de bijbehorende financieringsstrategie beschreven. Met het recent aangeboden beleid ‘Ruimte voor mens en mobiliteit mens’ (2024/1441221) zijn ook de meeste beleidskaders voor de openbare ruimte beschikbaar (Groenbeleid, Fietsbeleid, HIOR, etc.); in de komende periode rondt het college ook het Warmteprogramma af en wordt gewerkt aan het nieuwe Bomenbeleid. Twee jaar geleden heeft de gemeenteraad een eerste meerjarenprogrammering Openbare Ruimte vastgesteld. Een belangrijke factor bij deze meerjarenprogrammering zijn de kostenstijgingen waarmee de gemeente de afgelopen periode geconfronteerd is. De gemeenteraad is hier eerder ook over geïnformeerd (2025/347926). Deze kostenstijgingen doen zich over de volle breedte van het investeringsplan voor, maar zijn het meest significant bij de projecten in de openbare ruimte. Dat komt enerzijds door het stijgende volume aan projecten en anderzijds doordat we per project vaak feitelijk meer doen dan voorheen: werk met werk bij groot onderhoudsinvesteringen in de openbare ruimte.

Gezien die kostenstijgingen en de nu al hoge investeringsambities kiest het college ervoor om terughoudend te zijn met het toevoegen van nieuwe projecten aan het investeringsprogramma. Slechts als er al sprake is van financiële dekking, duidelijke noodzaak en realisme in de haalbaarheid stelt het college een aantal aanvullingen op het huidige investeringsprogramma voor. Zie hiervoor de paragraaf Investeringen in deze kadernota. Kostenstijgingen projecten Ten behoeve van deze Kadernota 2026 is een eerste analyse gemaakt van de genoemde kostenstijgingen. Het voorlopige beeld is als volgt: Kostenverhogingen bij onderwijshuisvesting en vastgoed hebben voornamelijk betrekking op prijsstijgingen in de markt en indexering op actueel prijspeil. Die prijsstijgingen zijn voor civiele projecten al grotendeels in de Kadernota 2025 verwerkt. Civiele projecten zijn toen – met de kennis van dat moment - robuust gemaakt voor prijspeil en toekomstige prijsstijgingen, maar bij de recente actualisatie voor deze Kadernota 2026 blijken er opnieuw significante kostenstijging te zijn. Voor een selectie van deze civiele projecten is meer gedetailleerd gekeken naar de verklaring voor deze hogere kostenramingen. Dit zijn vooral projecten die al vergaand zijn uitgewerkt (Voorlopig Ontwerp / Definitief Ontwerp).

Ruim de helft van de hogere kostenramingen (ten opzichte van het oorspronkelijke bedrag dat opgenomen is in het IP) wordt veroorzaakt door het uitbreiden van de scope van een project en/of het verhogen van het ambitie- en kwaliteitsniveau. Ongeveer een kwart is toe te rekenen aan prijsstijgingen en marktontwikkelingen. Tot slot wordt een deel verklaard door aanvullende maatregelen op het gebied van elektrisch materieel, verschillen in ramingsmethodiek en extra omgevingsmanagement. Nog niet alle projecten zijn op deze manier geanalyseerd. In de aanloop naar de Programmabegroting 2026-2030 zal kritisch gekeken worden naar de wenselijke en noodzakelijke besturing op de overige projecten. Het accepteren van hogere kosten is immers geen automatisme. Bij projecten kan ervoor gekozen worden om voor een meer gemiddeld ambitieniveau te kiezen. Het college gaat in dat geval meer uit van een al dan niet verrijkte groot onderhouds-aanpak en niet een gedeeltelijke of volledige herinrichting van de openbare ruimte). Hier is ook differentiatie in de stad mogelijk – in sommige wijken is namelijk meer noodzaak voor vergroening of klimaatadaptieve maatregelen dan in andere wijken. Bij de Programmabegroting 2026-2030 komt het college met

Kadernota 2026

26

voorstellen hoe met deze kostenstijgingen om te gaan, met als uitgangspunt dat het financieel kader tot en met 2029 leidend is. Een aantal opties is daarbij in beeld. Voor beleidsambities ten aanzien van vergroenen, vernatten, mobiliteit, verkeersveiligheid en verduurzamen was bij de Strategische Beheervisie 2022 uitgegaan van circa 9% extra kosten. Dat was – zoals aangegeven in die visie – een inschatting op basis van algemene inzichten. Op basis van de voorlopige analyse blijkt de gereserveerde 9% niet toereikend om alle ambities te bekostigen, zeker niet op het moment dat er sprake is van een projectgebonden ambitie (uitkomsten van co creatie, terugbrengen historische inrichting, etc.). De ambities ten aanzien van riolering en water zijn ook kostenverhogend en worden daar waar mogelijk toegerekend aan en gedekt uit de rioolheffing. Later in de tijd programmeren van lopende projecten kan ook een optie zijn, zeker in relatie tot de (nog) ontbrekende ruimte voor extra groen en water. Als de parkeerdruk in bepaalde wijken voorlopig nog te hoog is kan echte, toekomstbestendige vergroening en vernatting pas na verlaging van de parkeerdruk een plaats krijgen (bijvoorbeeld als de in de nota Ruimte voor mens en mobiliteit aangekondigde buurtgarages gerealiseerd zijn). Vergelijkbare problematiek kan spelen t.a.v.

de benodigde ruimte voor warmtenetten en verzwaring van het elektriciteitsnet (netcongestie, TVW). Wat meer tijd nemen voor de herinrichting helpt om later de gewenste ambitie te realiseren. Dit geeft daarbij financiële ruimte op de korte termijn, maar heeft ook consequenties op langere termijn. Het college wil het tempo in de uitvoering vasthouden. Om die reden wordt doorgegaan met het aanbieden van Voorlopige ontwerpen om deze vrij te geven voor inspraak met een disclaimer, daar kostenstijgingen tot en met 2029 binnen het financieel kader ingepast dienen te worden. Dit vraagt om het maken van keuzes waarvoor voorstellen in voorbereiding zijn. Met het toenemende investeringsvolume, de blijvende wens om ambitie te kunnen toevoegen in de uitvoering en de dynamiek in markt- en prijsontwikkeling acht het college het noodzakelijk om ook in de bestuurlijke en ambtelijke aansturing aanpassingen en verbeteringen door te voeren. Daarbij wordt in ieder geval aandacht besteed aan: •

• •

•

De initiatieffase van een project, waarbij vooruitlopend aan de startnotitie (met scenariokeuzes) al gesprekken en participatie in de buurt plaatsvinden. Gekeken moet worden hoe verwachtingsmanagement in de buurt en ruimte om bestuurlijk-politieke keuzes te maken zich op een goede manier tot elkaar verhouden. Versterken van het opdrachtgeverschap en de aansturing van de projecten, de projectenportefeuille en de meerjarenprogrammering. Het eerder in het proces inzichtelijk maken van de verwachte financiële consequenties van de voorliggende keuzes. Dat vraagt om aanscherping van de kostenramingen, snellere bijstelling van de kostenkentallen aan marktontwikkelingen en eerder helderheid over de scope en ambitie. Dit wordt opgepakt in samenwerking met de raamcontractpartners. Daarbij kijkt het college ook naar vergelijkbare gemeenten. Het beeld bestaat dat veel gemeenten in Nederland geconfronteerd worden met vergelijkbare prijsontwikkeling, maar het is van waarde om daar diepgaander naar te kijken en ook ervaring uit te wisselen over effectieve bijsturingsmaatregelen.

Het college zet allereerst in op maatregelen van versterkte sturing om de kosten stijgingen beheersbaar te houden en daarnaast het jaarlijks volume onderhoudsnetwerk (uitvoeringskracht) te verhogen. Daarna wordt gekeken welke aanpassingen nodig zijn in programmering en

Kadernota 2026

27

portefeuillesturing. Dat laatste gekoppeld aan aanvullende spelregels op basis van de evaluatie van het HCCP. Zichtbaar betrekken bij gebiedsontwikkeling van vernieuwingsopgave sociaal maatschappelijke voorzieningen De investeringen in maatschappelijke voorzieningen in de periode 2025 – 2029 zijn zichtbaar in 2028 bij de ontwikkeling van het Beatrixplein, waar het Huis van de Wijk en het Integraal Kindcentrum (IKC) worden gerealiseerd. In de Europawegzone wordt in 2027 een IKC en een basketbalveld gerealiseerd. De voorbereidingen voor het zwembad en de sporthal starten in 2028. Zwaartepunt voor de realisatie van de overige maatschappelijke voorzieningen in de zones is voorzien na 2029. In de recent opgeleverde masterplannen Schalkwijk Centrum en Zijlweg is dit zichtbaar gemaakt. Uitbreiding van woningen en inwoners houdt daarmee gelijke tred met het voorzieningenniveau. Het combineren van gebiedsontwikkeling met de vernieuwings- en uitbreidingsopgave van maatschappelijke voorzieningen is daarmee voorzien in het investeringsprogramma. Dat betekent wel dat de realisatie ook onderdeel wordt van het totale ontwikkeltempo in het gebied en dus meebeweegt met de dynamiek die in gebiedsontwikkeling altijd aan de orde is. Los van de maatschappelijke voorzieningen in de zones worden de Turnhal (2026), zwembad Noord en sporthal Floris van Adrichem (2029) gerealiseerd.

Verbeteren uitvoeringskracht onderwijshuisvesting en sportvoorzieningen Voor onderwijshuisvesting is sprake van een (relatief) flexibele programmering. Met de schoolbesturen is voor de eerste uitvoeringsfase van het SHO een prioritering opgesteld van de te realiseren projecten. Tevens is de afspraak gemaakt dat, wanneer er sprake is van vertraging in de uitvoering van deze projecten, er reeds gestart wordt met de planvorming van projecten die geen onderdeel waren van de prioriteitenlijst eerste fase of een aantal renovatieprojecten uit de tweede uitvoeringsfase. Deze flexibiliteit maakt schuiven van projecten mogelijk, zodat in samenwerking met schoolbesturen het beschikbare investeringsvolume ingezet blijft en er blijvend sprake is van vernieuwing van de onderwijshuisvesting. Deze verbeterde sturing krijgt zijn beslag in het SHO dat eind 2025 aan de raad wordt voorgelegd en waarbij rekening wordt gehouden met de complexe opgaven (duurzaamheid, inpassing in stedelijk gebied, netcongestie, erfgoed, etc.) zodat ook daar een realistischere planning uit voort komt. De organisatie gaat in gesprek over de kwaliteit van de functie bouwheer van de onderwijsbesturen en beziet of de inzet van een gemeentelijke procesmanager de uitvoeringskracht kan vergroten. Over het algemeen is de levensduur van sportvelden (buitensport) goed te voorspellen en is vervanging hierdoor goed te plannen.

Dat is ook terug te zien in de uitputting van de budgetten voor die onderdelen. Dat gaat goed. Voor de binnensport is de vernieuwingsopgave in kaart gebracht en de uitbreidingsopgave geactualiseerd. Veel gymzalen en sporthallen in Haarlem zijn verouderd en bereiken in de komende jaren het einde van hun levensduur. Op basis van deze informatie wordt een MJIP voor de binnensport opgesteld en bij de Kadernota 2027 voorgelegd aan de raad. Voor deze opgave is het lastiger om een goede planning te maken. Ruimtegebrek, procedures, bezwaren en stijgende bouwkosten spelen ook in deze projecten een rol. Verbeteren uitvoeringskracht maatschappelijke opvang Als centrumgemeente voor maatschappelijke opvang werkt Haarlem met regiogemeenten, woningcorporaties en zorg aanbieders aan een regionale aanpak dakloosheid. Dit is een Kadernota 2026

28

veranderstrategie gericht op de beweging van "opvang" naar "wonen eerst". Voor Haarlem zijn de gebouwen Velserpoort, Wilhelmina en Spaarnezicht strategisch van belang voor deze beweging. Dat betekent dat er geïnvesteerd moet worden in het in eerste instantie doen van haalbaarheidsonderzoeken naar (verwerving) en de mogelijkheid om hier opvang en woonoplossingen te realiseren die aansluiten bij Wonen eerst. De beweging naar “Wonen eerst” heeft omvangrijke gevolgen voor de huidige locaties maatschappelijke opvang in Haarlem. In het investeringsprogramma is de aankoop van twee locaties opgenomen. Het uitgangspunt is dat binnen de bestaande locaties (lokaal) woonoplossingen geboden kunnen worden, in plaats van enkel opvang. Daarom is in het kader van Wonen Eerst onderzoek nodig naar de mogelijkheid om in samenwerking met de corporaties een deel van de opvanglocaties te transformeren naar woonruimte. De hiermee gemoeid zijnde voorbereidingskosten (procesmanagement, onderzoek, etc.) en incidentele uitvoeringskosten (uitvoeringscapaciteit, communicatie, etc.) worden betrokken bij de Programmabegroting 20262030. Voorbereidingsbudgetten buiten het investeringsplan Er worden voorbereidingskredieten beschikbaar gesteld wanneer een project is opgenomen in het investeringsplan (en dus al uitgaat van een bepaalde (realisatie-)planning en investeringsvolume).

Het bepalen van de haalbaarheid van een project inclusief een realistische planning én een adequate bepaling van de benodigde investering is echter een belangrijke voorwaarde voor het daadwerkelijk uitvoeren van die investeringen. Hiervoor worden regelmatig voorbereidende onderzoeken uitgevoerd waarvoor niet of nauwelijks voorbereidingsbudget aanwezig is. Het gaat om kosten die niet via een investering of grondexploitatie kunnen lopen maar uit de reguliere budgetten betaald moeten worden. Het betekent elke keer een tijdrovende zoektocht naar incidentele dekkingsmiddelen. Het college onderzoekt de wenselijkheid om hiervoor een voorbereidingsbudget op te nemen in de programmabegroting.

Kadernota 2026

29

2 Ontwikkelingen meerjarenraming en financiële positie 2.1 Financiële ontwikkelingen en meerjarenraming Inleiding en samenvatting Het voorliggende financieel kader Kadernota 2026 kent als startpunt de eindstand Programmabegroting 2025 – 2029. Deze laat een negatief begrotingssaldo zien in 2028 van circa € 700.000 en € 6 miljoen in 2029. Autonome ontwikkelingen De autonome ontwikkelingen die in kaart zijn gebracht kennen een per saldo voordelig effect op het begrotingssaldo, fluctuerend van circa € 4,5 miljoen in 2025 tot € 6,7 miljoen in 2029. De grootste voordelen betreffen die uit de Decembercirculaire Rijk, actualisatie hoeveelheden gemeentefonds, bijstellen baten BUIG en een batig saldo op de indexatie. Nadelen vloeien voort uit de Septembercirculaire Rijk, bijstellen begroting op basis van trendanalyse jeugd en het rekening houden met nog verwachte autonome ontwikkelingen tussen Kadernota 2026 en Programmabegroting 2026. De actualisatie van het IP naar aanleiding van verschuivingen in de tijd is als saldo neutrale ontwikkeling opgenomen. Uitgestelde investeringen zorgen voor een vrijval van begrote kapitaallasten op korte termijn. De ruimte die dit oplevert wordt beschikbaar gehouden voor dekking van de kapitaallasten van deze investeringen in de toekomst en niet zoals gebruikelijk toegevoegd aan het begrotingssaldo.

Voor de financiële ontwikkelingen in het sociaal domein wordt voortgeborduurd op de in voorgaande jaren ingezette systematiek, waarbij de begroting sociaal domein aan de hand van trendanalyses wordt gecompenseerd voor prijs- en volume effecten o.b.v. t+1 systematiek én rekening wordt gehouden met doorwerking effecten voorgaande jaar. Specifiek voor de BUIG wordt de begroting aangepast op basis van de veronderstelling dat Haarlem de komende jaren een voordeel gemeente blijft. Binnen deze financiële ontwikkelingen zijn ook enkele niet autonome ontwikkelingen ondergebracht; de afspraak gewijzigde verdeelsleutel regio (jeugd), inhaalslag door meenemen volume effect collectieve voorzieningen (Buurts), intensivering banenafspraak (BUIG). Inzet Algemene reserve naar reserve Kapitaallasten De raad wordt gevraagd in te stemmen met een dotatie vanuit het vrij beschikbare deel van de Algemene reserve aan de reserve Kapitaallasten en om deze te gebruiken als dekkingsmiddel voor bestaande projecten uit het investeringsplan (IP). Het gaat dan niet om een keuze voor specifieke projecten, maar als post die de netto kapitaallasten vermindert. Om direct voordeel te behalen van de kapitaallastendekking, wordt zowel in 2025 als in 2026 € 50 miljoen (totaal € 100 miljoen) onttrokken uit de Algemene reserve ten gunste van de reserve Kapitaallasten t.b.v. gedane investeringen.

Dit levert een voordeel op voor het begrotingssaldo van € 2 miljoen in 2025, oplopend naar € 4 miljoen structureel vanaf 2026. Kadernota 2026

30

Na autonome ontwikkelingen en overheveling van het vrij besteedbare deel van de Algemene reserve aan de reserve Kapitaallasten ontstaat een voordelig begrotingssaldo fluctuerend van € 12 miljoen in 2025 tot € 4,6 miljoen in 2029. Binnen dit saldo zijn beleidsvoorstellen voor zowel exploitatie en IP ingepast, uitgaande van een sluitende meerjarenbegroting 2026-2029. Beleidsvoorstellen Eerder is besloten om stapsgewijs de kostendekkendheid van de leges te verhogen. Voor 2026 wordt voorgesteld een volgende stap hierin te zetten. Deze stap levert circa € 0,5 miljoen structureel voordeel op. Bij de Programmabegroting 2026-2030 (en belastingvoorstellen 2026) volgt een voorstel hoe dit te realiseren. Voorgesteld wordt te investeren in bedrijfsvoering; o.a. het I domein, functioneel beheer en het voldoen aan wettelijke verplichtingen die de wet open overheid stelt. Daarnaast ook meer budget te reserveren voor onderhoud van het vastgoed en om maatregelen te nemen om netcongestie tegen te gaan. De nota Ruimte voor mens en mobiliteit (2024/1441221) wordt verwerkt in de Kadernota 2026, wat leidt tot totaal € 3,4 miljoen aan incidentele lasten verspreid over jaarschijven 2026 tot en met 2030. In 2030 is dit bedrag nagenoeg nihil.

Voorgesteld wordt om een deel van de beleidsvoorstellen uit het coalitieakkoord 2022-2026 Actie! incidenteel te verlengen in 2027 om zo een ‘zachte landing’ te creëren. De som van alle overige incidentele voorstellen leidt tot een aanvullend beslag op de begrotingsruime in 2026, 2027 en 2028 van respectievelijk € 2,5 miljoen, € 2,9 miljoen en € 0,7 miljoen. In voorliggende Kadernota 2026 worden tevens voorstellen tot aanvullende en nieuwe investeringen gedaan die per saldo leiden tot € 2,1 miljoen aan hogere kapitaallasten in 2029. Na het inpassen van bovengenoemde beleidsvoorstellen is er sprake van een sluitende meerjarenbegroting 2026-2029 met positieve begrotingssaldi fluctuerend van € 4,8 miljoen in 2025 tot afgerond € 2 miljoen in 2029 en wordt de problematiek van de ravijnjaren voor Haarlem overbrugd. Het structurele saldo (gecorrigeerd voor incidentele baten en lasten) 2029 ligt echter lager, namelijk op € 0,4 miljoen positief. Ontwikkelingen in aanloop naar de Programmabegroting 2026-2030 In aanloop naar de Programmabegroting 2026-2030 is er een aantal ontwikkelingen. Het gaat o.a.

om: a) De gevolgen van de Voorjaarnota 2025 Rijk inclusief de verwerking daarin van het advies van de commissie Van Ark (en de doorwerking daarvan in de Meicirculaire 2025) in relatie tot de stelposten die hiervoor reeds zijn opgenomen in de begroting aan zowel de lasten- als de batenkant alsook de onzekerheden over de financiering van de jeugdzorg na 2028. b) Een eventuele benodigde dotatie aan de Algemene reserve als gevolg van een geactualiseerd risicoprofiel bij de Programmabegroting 2026-2030 en daaruit voortvloeiende benodigde weerstandscapaciteit.

Kadernota 2026

31

c) Oplopende kapitaallasten na 2029. De onderstaande tabel en grafiek geven inzicht in de som van de oplopende kapitaallasten (na actualisatie huidige investeringen en inclusief nieuwe/hogere investeringen over de periode 2025 tot en met 2030). Hierin wordt zichtbaar dat de kapitaallasten voor 2030 met € 5,6 miljoen stijgen ten opzichte van 2029. En daarmee gelijk een financiële opgave voor 2030 in de Programmabegroting 2026 c.q. Kadernota 2027 ontstaat. Kapitaallasten 2025-2030 2025 2026 2027 2028 2029 2030 Geactualiseerde kapitaallasten 46.675 n 45.768 n 53.913 n 61.248 n 70.317 n 75.763 n Kapitaallasten nieuwe en hogere investeringen 226 n 969 n 1.749 n 2.116 n 2.243 n Totaal kapitaallasten 46.675 n 45.994 n 54.882 n 62.997 n 72.433 n 78.006 n

Structurele intensiveringen en voorstellen tot reëler ramen Ook zijn er door het college noodzakelijk geachte structurele intensiveringen geïnventariseerd welke nog niet zijn geprioriteerd, waarvoor nu onvoldoende ruimte is en nog niet zijn ingepast in de meerjarenbegroting. Bij de Programmabegroting 2026-2030 volgt afweging en een voorstel tot eventuele inpassing ervan in de meerjarenbegroting. Het college ziet kansen om in navolging van de Kadernota 2025 op basis van de Jaarrekening 2024 in aanloop naar de Programmabegroting 20262030 met verdere voorstellen tot reëler ramen te komen ter dekking hiervan.

Kadernota 2026

32

2.2 Financieel kader (begrotingskader, toelichting voorstellen)

1 2 3 4 5 6 7 8 9 1 0 1 1

Begrotingskader

2025

Startpositie Programmabegroting 2025-2029

2026

-5.545

v

-3.634

v

-5.927

Beginsaldo Kadernota 2026

-5.545

v

-3.634

v

-5.927

Autonoom Septembercirculaire 2024 Decembercirculaire 2024 Actualisatie hoeveelheden Gemeentefonds Structureel ramen ruimte onder BCF Wmo Jeugd BUIG Effect actualisatie IP Autonome voor- en nadelen KN26 Waarvan reserve mutaties

-1.508 -848 -3.344 -1.186 1.119 -3.875 1.031 4.135 3.751

v v v v n v n n n

2028

2029

v

714 n

6.061 n

v

714 n

6.061 n

-1.088 v -799 v -4.014 v -400 v -258 v 2.555 n -3.190 v -161 v v 1.949

-228 v -1.324 v -4.080 v -400 v -158 v 2.733 n -3.072 v -679 v v 2.278

681 n -1.818 v -4.335 v -400 v -58 v 2.911 n -2.931 v -486 v v 2.385

1.338 n -2.317 v -4.336 v -400 v -58 v 2.911 n -2.931 v 516 n v 2.403

1.000

1.000

Saldo 'reguliere' indexatie 2026

-

Stelpost Autonome ontwikkelingen i.a.n. PB26

-

1.000

4.476

8.303

Totaal autonome ontwikkelingen

v

2027

n v

8.485

n v

7.819

n v

1.000 n v 6.680

Inzet Algemene Reserve 1 2

Inzet AR tbv IP: dekking afschrijvingslasten Totaal inzet Algemene Reserve

Subtotaal

1 3 1 4 1 5 1 6 1 7 1 8 1 9 2 0

Beleidsvoorstellen Leges (kostendekkendheid omgevingsvergunning)

2.000 2.000 12.021

-234

Vastgoed

4.000

Incidentele beleidsvoorstellen overig Netcongestie Kapitaallasten nieuwe en hogere investeringen Totaal beleidsvoorstellen Eindsaldo Kadernota 2026 waarvan het structurele saldo

Kadernota 2026

v

v

-

Bedrijfsvoering

Nota Ruimte voor mens en mob. (inc. t/m 2030) Incidentele beleidsvoorstellen coalitieakkoord 2027

v

595

v n n

2.521 350

-4.789 -25.603

v v

n n

v v

v v

4.000 4.000

v v

4.000 4.000

v v

v

18.412

v

11.105

v

4.619

v

-500

v

-500

v

-500

v

500

v

1.508

n

530

2.867 1.650 226

n

4.000 4.000

15.937

6.281 -9.656 -10.526

1.205

n

n

-

7.232

4.000 4.000

1.013 3.845

n n n n v v

724

7.256 -11.156 -13.791

n

451

n n n

969

246

n n v v

649

n

600

-

-

-

-

-

-

1.749 2.144 -8.962 -7.335

n

n

n

2.116 n

n

2.668 n

v v

-1.951 -383

33

v v

2 1 2 2 2 3 2 4 2 5 2 6

Begrotingskader Ontwikkelingen i.a.n. Programmabegroting 2026

2025

2026

Taakstelling jeugd HVAJ lastenkant

5.000

Taakstelling jeugd HVAJ batenkant

2.413

Voorjaarsnota: verwerking Van Ark

3.300

Benodigde dotatie t.b.v. AR

PM

Structurele beleidsvoorstellen

1.742

Taakstelling reëler ramen

v

10.500

n n

PM 3.447

PM

v

PM

Totaal ontwikkelingen i.a.n. PB26

1.558

v

360

Eindsaldo Programmabegroting 2026

6.347

v

9.296

2027

n n v n n v n v

5.000 1.793 10.300 PM 3.739 PM 232 10.924

2028

n n

5.000 1.593

v n n

2029

n

5.000 n -

n

-

-

-

-

3.739

n

3.739 n

v

PM

v

PM

n

10.332 n

v

1.371 n

8.739 n

6.788

Toelichting 1. Septembercirculaire 2024 Ten opzichte van de Meicirculaire 2024 volgen uit de Septembercirculaire 2024 budgettaire voordelen voor de jaren 2025 t/m 2027. De belangrijkste oorzaak van het voordeel is de accresontwikkeling. In de jaren 2028 en 2029 is er sprake van budgettaire nadelen, welke voornamelijk het gevolg zijn van de ontwikkeling van de landelijke hoeveelheden van de maatstaven. Al deze oorzaken liggen buiten de invloedssfeer van de gemeente. Voor meer uitgebreide informatie wordt verwezen naar de informatienota 'Gevolgen van de Septembercirculaire 2024 Gemeentefonds' (2024/1870104). 2. Decembercirculaire 2024 Uit de Decembercirculaire 2024 volgen structureel voordelige budgettaire effecten ten opzichte van de Septembercirculaire 2024. De grootste mutaties vinden plaats door een correctie vanuit het CBS op de bij de septembercirculaire gehanteerde indexatiecijfers. De gemeente heeft geen directe invloed op deze mutaties. Voor meer inhoudelijke informatie wordt verwezen naar de nota ‘Gevolgen Decembercirculaire 2024 Gemeentefonds’ (2025/2370). 3. Actualisatie hoeveelheden gemeentefonds Eenmaal per jaar worden de aantallen waarop de algemene uitkering is gebaseerd geactualiseerd. Dit geeft in het jaar 2025 een voordelig effect van € 3,3 miljoen oplopend tot ruim € 4,3 miljoen vanaf jaar 2028. 4.

Structureel ramen ruimte onder BCF Voor de geschatte onbenutte ruimte in het BTW compensatiefonds wordt vanaf het jaar 2026 een bedrag van € 400.000 voordelig begroot in de algemene uitkering. 5. Wmo 5. Wmo Trendanalyse Wmo: Structurele effecten kosten a o.b.v. 2024 Kadernota 2026

v

2025

2026

2027

2028

2029

-1.450 v

-1.455 v

-1.455 v

-1.468 v

-1.468 v 34

n

Trendanalyse Wmo: Capaciteit versterken casemanagement Wmo Trendanalyse Wmo: Invulling taakstelling huishoudelijke c ondersteuning d Trendanalyse Wmo: Prijseffecten e Wmo: Groei collectieve voorzieningen (claim) Totaal b

123 n -250 250 141 -1.186

123 n

v n n v

-200 275 999 -258

v n n v

123 n

123 n

123 n

v n n v

275 n 1.012 n -58 v

275 n 1.012 n -58 v

-100 275 999 -158

Voor een toelichting wordt verwezen naar de subparagraaf Financiële ontwikkelingen Sociaal Domein. 6. Jeugd

a b c d

6. Jeugd

2025

Trendanalyse Jeugd: Groei aantal cliënten Jeugd Trendanalyse Jeugd: Structurele effecten kosten o.b.v. 2024 Trendanalyse Jeugd: Prijseffecten Indexatie CJG en JGZ Totaal

350 -51 675 145 1.119

2026 n v n n n

1.550 135 725 145 2.555

2027 n n n n n

1.550 313 725 145 2.733

2028 n n n n n

1.550 491 725 145 2.911

2029 n n n n n

1.550 491 725 145 2.911

n n n n n

Voor een toelichting wordt verwezen naar de subparagraaf Financiële ontwikkelingen Sociaal Domein. 7. BUIG

a b c d e

7. BUIG

2025

Reëler en offensiever ramen Herijking 0-situatie flexibele schil Investeren vakmanschap Beschut werk Banen als basis (claim) Totaal

-3.875 -3.875

2026 v

v

-5.000 586 363 361 500 -3.190

2027 v n n n n v

-5.000 586 363 479 500 -3.072

2028 v n n n n v

-5.000 586 363 620 500 -2.931

2029 v n n n n v

-5.000 586 363 620 500 -2.931

v n n n n v

Voor een toelichting wordt verwezen naar de subparagraaf Financiële ontwikkelingen Sociaal Domein. 8. Effect actualisatie IP 8. Effect actualisatie IP a b c d

Verwijderen oude kapitaallasten Opvoeren geactualiseerde kapitaallasten Omzetting investeringsbedragen naar exploitatie Stelpost t.b.v. toekomstig IP (geen vrijval in FK) Totaal

2025 -47.199 46.675 1.555 1.031

2026

2027

2028

2029

v -49.478 v -56.019 v -62.295 v -68.654 v n 45.768 n 53.913 n 61.248 n 70.317 n n 1.003 n 450 n 275 n 200 n 2.707 n 1.656 n 772 n -1.863 v n -

Uitgestelde investeringen zorgen voor een (positief) effect op de kapitaallasten op korte termijn. Deze effecten worden nu niet verwerkt maar blijven beschikbaar voor dekking van de kapitaallasten van deze investeringen in de toekomst in de vorm van een bij de Programmabegroting 2026-2030 in te stellen reserve. Het tekort in 2025 als gevolg van investeringen die niet geactiveerd kunnen worden en rechtstreeks ten laste van de exploitatie dienen te komen lopen wel over het begrotingssaldo. Voor een toelichting wordt verwezen naar de paragraaf Investeringen.

Kadernota 2026

35

9. Autonome voor- en nadelen Kadernota 2026

a b c d e f g h i j k l

9. Autonome voor- en nadelen KN26

2025

Areaaluitbreiding en exploitatielasten gemeentelijk vastgoed Baten naheffingsaanslagen Bijdragen Museum van de Geest 2025 en 2026 Bijstellen legesinkomsten reisdocumenten Budgetverhoging verkiezingen a.g.v. gewijzigde kieswet Exploitatie De Greiner Incidentele bijdrage ODIJ voor programma 2025 Onregelmatigheidstoeslag handhavers Overgang gemeentelijke medewerkers naar Buurts Waarborgen continuiteit systeemaanbieder Kenter Fietsparkeren (beheerlasten fietsdepot en stallingen) Bijstelling budget kermis Subtotaal

285 -526 140 -593 -42 279 250 -159 170 445 135 384

Reserve mutaties Ontwikkelzones: dotatie reserve tbv BC Molenwijk Noordm Waddenbuurt Subtotaal reserve mutaties Totaal

2026

2027

2028

v n n v n n n n

284 -526 140 -777 180 -104 250 -159 416 135 -161

n 284 n v -526 v n v -1.156 v n 180 n v -104 v n 250 n v -159 v n 416 n n 135 n v -679 v

284 -526 -962 180 -104 250 -159 416 135 -486

3.751 n

-

-

-

-

3.751

-

-

-

-

4.135 n

-161 v

-679 v

-486 v

516 n

n v n v

2029 n v v n v n v n n v

284 -526 39 180 -104 250 -159 416 135 516

n v n n v n v n n n

a. Areaaluitbreiding en exploitatielasten gemeentelijk vastgoed Het planmatig, dagelijks en preventief onderhoud van gemeentelijk vastgoed is uitbesteed aan contractpartner SRO, die hier ook een beheersvergoeding voor ontvangt. Door areaaluitbreiding en uitbreiding werkzaamheden die volgen uit herinspecties van panden stijgen de totale lasten voor onderhoud alsmede de beheersvergoeding. Er worden echter ook meer baten uit de verhuur van het gemeentelijk vastgoed ontvangen en deze worden ingezet om de kostenstijging op te vangen. De stijging in baten komt voort uit voorraadmutaties, maar ook doordat de werkelijke huurverhoging (procentueel) hoger is dan de richtlijn bij het opstellen van de begroting. b. Baten naheffingsaanslagen Uitgaande van het aantal opgelegde naheffingsaanslagen in 2024 en de stijging van het tarief van de naheffing in 2025 met 2,7 % ten opzichte van 2024 is er een stijging van de parkeerbaten van ruim € 500.000. c. Bijdragen Museum van de Geest 2025 en 2026 Op 19 december 2024 heeft de gemeenteraad besloten in 2025 en 2026 een incidentele subsidie van jaarlijks € 140.000 aan het Museum van de Geest te verstrekken en dit te verwerken bij de Voortgangsrapportage 2025 en Kadernota 2026. Zie raadsvoorstel Bijdrage aan behoud Museum van de Geest (2024/2013456). d.

Bijstellen legesinkomsten reisdocumenten Door de gewijzigde cyclus van geldigheid van reisdocumenten van vijf jaar naar tien jaar (per 2014) is er een golfbeweging ontstaan in het volume reisdocumenten waar de geldigheid van verloopt. De komende jaren is er een verwachte grotere vraag van inwoners naar reisdocumenten, met als piekjaar 2027. Hierna zal het volume verlopen reisdocumenten weer afnemen, waarbij in 2029 (en de jaren hierna) het volume dusdanig laag is dat er een tekort wordt verwacht. Uitgangspunt voor de verwachting zijn de eigen gegevens (PUN) en het rekenmodel van de VNG. De ontwikkeling van de

Kadernota 2026

36

bevolkingsgroei en de samenstelling van de bevolking zorg naast de golfbeweging voor een te verwachten structurele hogere vraag naar reisdocumenten, hetgeen is meegenomen in de prognose. e. Budgetverhoging verkiezingen a.g.v. gewijzigde kieswet De Kieswet is per 1 januari 2023 aangepast. In 2023 en 2024 is gewerkt aan nieuwe werkprocessen waarbij doelmatigheid en kostenefficiëntie de uitgangspunten waren. In beide jaren is het beschikbare budget echter overschreden, wat is gerapporteerd in de bestuursrapportage en de jaarrekening. Geconstateerd is dat er een structurele ophoging van het beschikbare budget nodig is als gevolg van de gewijzigde Kieswet. Vooralsnog is er geen duidelijkheid of gemeenten via het gemeentefonds gecompenseerd worden voor de hogere kosten als gevolg van de Kieswet. In november 2022 werd aangekondigd dat gemeenten en provincies vanaf het voorjaar van 2023 structureel extra middelen zouden ontvangen om publieke en maatschappelijke voorzieningen te compenseren voor hogere kosten. Echter, er is geen expliciete vermelding dat deze middelen betrekking hebben op de kosten als gevolg van de gewijzigde Kieswet. Momenteel zijn gemeenten, samen met de VNG, in gesprek met het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) over een passende compensatie.

BZK heeft een onderzoek uitgevoerd naar de kostenvergoeding via het gemeentefonds, maar er is nog geen besluit genomen over een eventuele ophoging van de vergoeding. Indien de vergoeding niet wordt verhoogd, zal dit betekenen dat gemeenten de extra kosten structureel zelf moeten dragen. Dit kan leiden tot financiële knelpunten en mogelijk gevolgen hebben voor de capaciteit en uitvoering van de verkiezingsprocessen. Op basis van de nu beschikbare informatie is er geen specifieke datum bekend waarop het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) een besluit zal nemen over een eventuele ophoging van de vergoeding. f. Exploitatie De Greiner Met de aankoop van De Greiner, conform raadsvoorstel (2024/1884902), stijgen zowel de exploitatielasten van onderhoud als de huurbaten van gemeentelijk vastgoed. Vooruitlopend op het Meerjarenonderhoudsplan (MJOP) wordt op basis van kostenkengetallen een jaarlijkse exploitatielast van € 142.000 begroot. De huurbaten bedragen naar verwachting jaarlijks € 246.000 (in 2025 € 184.500 i.v.m. verhuur vanaf april). De financiële gevolgen van het definitieve MJOP (inclusief de servicekosten) en huurbaten worden bij de Programmabegroting 2026-2030 verwerkt. Het huidige positieve resultaat ontstaat omdat de afschrijvingslast van de investering integraal verwerkt wordt.

Het uitgangspunt blijft dat exploitatie van De Greiner minstens budgetneutraal is. g. Incidentele bijdrage ODIJ voor programma 2025 De raad heeft op 24 oktober 2024, met raadsbesluit (2024/1588528), besloten in te stemmen met een eenmalige extra bijdrage van € 279.000 in 2025 om de kritische functies van de Omgevingsdienst IJmond (ODIJ) te versterken en scenario's voor een toekomstbestendige organisatie uit te werken. Daarnaast heeft de raad als voorwaarde gesteld dat ODIJ de gemeente actief betrekt bij het vervolgonderzoek en tijdig informeert over de ontwikkelingen. Op basis van de aangepaste verdeelsleutel draagt de gemeente Haarlem € 279.000 bij aan het verbetertraject. Deze bijdrage komt ten laste van de algemene middelen. h. Onregelmatigheidstoeslag handhavers De afdeling Veiligheid en Handhaving speelt een cruciale rol in het handhaven van de openbare orde en veiligheid binnen de gemeente Haarlem. Handhavers werken in wisselende en onregelmatige diensten, waaronder avond- en weekenddiensten, om toezicht te houden en overlast te verminderen. Om de continuïteit en aantrekkelijkheid van deze functies te waarborgen, is een adequate vergoeding van onregelmatige diensten noodzakelijk en overigens ook conform CAO verplicht. Gezien het belang van een toenemende vraag naar onregelmatige inzet van handhavers en Kadernota 2026

37

het tekort aan middelen binnen de huidige begroting, wordt voorgesteld om het budget voor de onregelmatigheidstoelage structureel te verhogen met € 250.000. i. Overgang gemeentelijke medewerkers naar Buurts Per 1 januari 2025 zijn de gemeentelijke medewerkers in vaste dienst, die werkzaam zijn in de wijkteams, van rechtswege overgegaan naar coöperatie Buurts. Het gaat om de functies casemanager Wmo (8,89 FTE, schaal 9), budgetcoach en functies schulddienstverlening (5,39 FTE, schaal 9). Dit wordt dan toegevoegd aan het budget voor de uitvoering van de opdracht Gewoon in de wijk. j. Waarborgen continuïteit systeemaanbieder Kenter De gemeente Haarlem is als regievoerder verantwoordelijk voor de continuïteit van de systeemaanbieder Kenter Jeugdhulp. De afgelopen jaren kwam Kenter in zwaar weer. Vanuit de gemeentelijke regierol is Haarlem in the lead om de continuïteit te garanderen. Hiervoor is externe inzet noodzakelijk. Het verbeterplan Kenter loopt door in 2025, de externe inhuur dus ook. Daarom worden de kosten nog voor één jaar opgevoerd. k. Fietsparkeren (beheerlasten fietsdepot en – stallingen) Met het uitvoeringsplan Fietsparkeren wordt beoogd om het stallen van fietsen in de openbare ruimte beter te reguleren en hierdoor overlast op straat te verminderen en de leefbaarheid in de stad te vergroten.

In het uitvoeringsplan wordt aangegeven wat voor aanpak nodig is in de gehele keten van fietsparkeren. l. Bijstelling budgetten kermis De kermissen in Haarlem zijn druk bezochte evenementen met elk een uniek karakter. In de begroting zijn hiervoor middelen geraamd. Door de prijsstijgingen van onder andere elektra en beveiliging worden er meer kosten gemaakt en is met ingang van 2025 structureel aanvullend budget nodig van € 135.000 ten laste van de algemene middelen. m. Ontwikkelzones: dotatie reserve t.b.v. BC Molenwijk Noord-Waddenbuurt In de Kadernota 2024 is besloten om een zonereserve in te stellen. Deze zonereserve dient als dekking voor de benodigde cofinanciering van de ontwikkelzones. Bij het vaststellen van de businesscase van een zone wordt incidenteel de gehele eigen bijdrage in het tekort in de reserve gestort. Bijstellingen in de hoogte van de reserve vindt plaats bij de kadernota. Op 6 februari 2024 heeft het college besloten (2024/167884) een woningbouwimpulssubsidie (WBI) aan te vragen voor de business case Molenwijk Noord-Waddenbuurt. Voor het publieke tekort op de business case Molenwijk Noord-Waddenbuurt heeft de gemeente op 15 april 2024 een WBI subsidie bevoorschot gekregen van € 1.685.392. De overige € 4.000.000 dient als cofinanciering te worden geleverd door de gemeente.

Na aftrek van de reeds geleverde cofinanciering van € 249.140 in 2024 dient er nog eenmalig een storting van € 3.750.860 aan de reserve Ontwikkelzones te worden gedaan. Voorgesteld wordt deze te dekken uit de algemene middelen. Hier staat tegenover dat de hiervoor eerder opgenomen post in het IP komt te vervallen, hetgeen nog niet zichtbaar is vanwege het jaar 2031 waarin deze geraamd staat. Reserve Ontwikkelzones Dotatie Res Onttrekking Dotatie Res Kadernota 2026

2025 Kapitaallasten maatschappelijk nut Leefomgeving Ontwikkelzones

2026

2027

2028

2029

-500 v 500 n 3.751 n 38

Saldo (mutatie Algemene middelen)

3.751 n

10. Saldo ‘reguliere’ indexatie 10. Saldo 'reguliere' indexatie a Algemene uitkering indexatie 2026 Indexatie materieel, subsidies, verbonden partijen en b belastingen 2026 c Indexatie personeelsbegroting 2026 Totaal

2025

2026

2027

2028

2029

-

-9.912 v -9.912 v -9.912 v -9.912 v

-

5.153 n

4.926 n

4.784 n

4.771 n

2.810 n

2.708 n

2.743 n

2.737 n

-

-1.949 v -2.278 v -2.385 v -2.403 v

Deze post betreft het saldo van de indexatie van de materiele- subsidie- en loonsom alsook die van belastingen en legesopbrengsten (b. en c.) ten opzichte van de verwachte compensatie hiervoor vanuit het Rijk in de algemene uitkering bij de Meicirculaire 2025. Het positieve saldo hierop dient in samenhang te worden gezien met de voorgestelde te vormen stelpost 11. voor autonome ontwikkelingen in aanloop naar de Programmabegroting 2026-2030. 11. Stelpost autonome ontwikkelingen in aanloop naar PB26 Deze stelpost wordt in aanloop naar de Programmabegroting 2026 -2030 aangehouden en dient o.a. ter dekking van het risico op afwijkingen in de indexatie van verbonden partijen ten opzichte van de door Haarlem gehanteerde normbedragen als vastgesteld door het college op 2 april jl. Nu bekende risico’s zijn; • Boven-reguliere indexatie Veiligheidsregio Kennemerland € 750.000 structureel. • Boven-reguliere indexatie Omgevingsdienst IJmond; € 162.000 structureel. • Incidentele bijdrage Omgevingsdienst IJmond; € 126.000 in 2026. Besluit: In te stemmen met de autonome ontwikkelingen (posten 1 t/m 11 in het financieel kader). 12. Inzet Algemene reserve t.b.v. IP: dekking afschrijvingslasten In voorliggende Kadernota 2026 wordt voorgesteld om het financieel kader voor 2029 zo sluitend mogelijk te begroten.

Dit kan door vanuit het beschikbare deel van de Algemeen reserve aan de reserve Kapitaallasten te doteren om te gebruiken als dekkingsmiddel voor bestaande projecten uit het investeringsplan (IP). Het gaat dan niet om een keuze voor specifieke projecten, maar als post die de netto kapitaallasten verminderd. Het financieel kader verbetert bij het hanteren van deze methodiek. Een storting in de reserve Kapitaallasten van € 100 miljoen zorgt voor een voordeel van € 4 miljoen gedurende 25 jaar. De 25 jaar is gebaseerd op een schatting van de gemiddelde levensduur van een project in het IP. Opgemerkt dient te worden dat dit voordeel na 25 jaar stopt. Om direct voordeel te behalen van de kapitaallastendekking, wordt voorgesteld om zowel in 2025 als in 2026 € 50 miljoen (totaal € 100 miljoen) te onttrekken aan de Algemene reserve ten gunste van de reserve Kapitaallasten. Het spreiden van de beschikbare € 100 miljoen over twee jaarschijven heeft als voordeel dat waar nodig de storting van € 50 miljoen in het tweede jaar nog heroverwogen kan worden. Het toevoegen van € 50 miljoen in zowel 2025 als 2026 betekent concreet dat in 2025 € 2 miljoen en vanaf 2026 € 4 miljoen per jaar aan kapitaallastendekking beschikbaar is ten gunste van het structureel financieel kader. Deze dekking eindigt na 25 jaar, in respectievelijk 2049 en 2050.

Besluit: In te stemmen met een dotatie vanuit het vrij beschikbare deel van de Algemene reserve van € 50 miljoen in zowel 2025 als 2026 aan de reserve Kapitaallasten en deze de komende jaren te gebruiken Kadernota 2026

39

als dekkingsmiddel voor kapitaallasten voortvloeiende uit bestaande (reeds door de raad over besloten) projecten uit het investeringsplan (IP). 13. Leges (kostendekkendheid omgevingsvergunning) Eerder is besloten om stapsgewijs de kostendekkendheid van de leges te verhogen. Voor 2026 wordt voorgesteld hierin een volgende stap te maken. Deze stap levert circa € 0,5 miljoen structureel voordeel op. Bij de Programmabegroting 2026-2030 (en Belastingvoorstellen 2026) volgt een voorstel hoe dit te in te vullen (middels tariefstijgingen en /of aan de lastenkant). Besluit: De kostendekkendheid van de leges in 2026 verder te verhogen en het structurele voordeel van € 0,5 miljoen te verwerken in de begroting. 14. Bedrijfsvoering 14 a b c d e f g h

Bedrijfsvoering Aanvullend budget Wet Open Overheid Fysieke beveiliging gemeentelijke kantoorgebouwen Kosten I domein Meerjarenonderhoud decentrale locaties Verlenging programma hybride werken Informatieveiligheid Functioneel beheer Bijdrage Zandvoort in gemeenschappelijke bedrijfsvoeringskosten Totaal

2028

2029

Schatting FTE

400 n

-

-

2,0

50 n

50 n

50 n

50 n

0,5

-200 v

-225 v

-200 v

-175 v

300 n

-

170 n

95 n

-

-

-

70 n

-

-

-

NB

-

991 n 196 n

788 n 196 n

277 n 196 n

44 n 196 n

4,7 2

-59 v

-144 v

-124 v

-102 v

-139 v

-234 v

1.508 n

1.205 n

246 n

451 n

2025

2026

2027

-

400 n

25 n

Schaal

10 10

9,2

a. Aanvullend budget Wet open overheid Op 1 mei 2022 is de Wet open overheid (Woo) in werking getreden. De Woo heeft net als de Wob het hoofddoel openbaarheid van overheidsinformatie. De intentie is dat bestuursorganen er alles aan doen zo open en transparant als mogelijk te zijn. De kaders zijn eerder door de raad bepaald, waarbij de primaire doelstelling was te voldoen aan de wettelijke verplichtingen en de door de raden gestelde plus-ambitie. Het plan om de doelstellingen te realiseren is recentelijk geactualiseerd, waarbij de scope van de plusvariant nader is gedefinieerd en de technische complexiteit van het uitgangspunt ‘openbaar, tenzij’ opnieuw tegen het licht is gehouden. De verwachting is dat er extra middelen nodig zijn voor de jaren 2026 en 2027 van € 400.000. Eerder is gemeld dat het programma Open Overheid langer moet doorlopen om de doelstelling te realiseren en er extra capaciteit nodig is om de organisatie te ondersteunen bij het aanpassen van processen en systemen. b. Fysieke beveiliging gemeentelijke kantoorgebouwen Voor de duurzame borging van fysieke beveiligingsmaatregelen binnen de gemeentelijke kantoorgebouwen is 0,5 fte structurele beheercapaciteit nodig. Deze inzet is essentieel voor de naleving van AVG-normen, continue monitoring en risicobeoordeling.

Eerdere audits tonen aan dat de fysieke beveiliging op punten onvoldoende scoort, wat risico’s met zich meebrengt. Zonder deze capaciteit blijft de gemeente kwetsbaar voor onbevoegde toegang en incidenten die de continuïteit Kadernota 2026

40

van de dienstverlening kunnen verstoren. Daarom wordt voorgesteld een structurele uitbreiding met 0,5 fte te realiseren om de beveiliging op peil te houden en risico’s te beperken. Kosten: 2025 € 25.000 en 2026 en latere jaren € 50.000. c. Kosten I domein Bij de Decemberrapportage 2024 zijn door de gemeenteraad middelen vrijgemaakt om een aantal noodzakelijke ontwikkelingen in het I domein te kunnen dekken en is de reserve I domein ingesteld. Conform besluitvorming bij de Decemberrapportage 2024 wordt een bedrag van € 9,6 miljoen in de jaren 2025 tot en met 2028 aan deze reserve onttrokken en ingezet voor maatregelen in het I domein. De resterende € 0,2 miljoen valt vrij ten gunste van de algemene middelen conform besluitvorming in de decemberrapportage. Daarnaast is ter dekking van de structurele kosten van de nota I domein het budget “noodzakelijke verbeteringen I domein” (€ 0,5 miljoen) ingezet. Dit betreft een meerjarig incidenteel budget dat loopt tot en met 2028. Om te voorkomen dat er na 2028 een dekkingsprobleem ontstaat, is voorstel om hier een structureel budget van te maken. Onderstaande tabel geeft de mutaties op de reserve weer. Kosten i domein 2025 2026 2027 2028 Wijzigingen met effect op reserve Programma 6 Kosten i domein 2025 e.v. -50 v 50 n 150 n 250 n Programma 7 Kosten i domein 2025 e.v.

2.350 n 2.525 n 2.350 n 1.375 n Toevoegingen/Onttrekkingen reserve Onttrekking Reserve Verbeteringen I domein -2.500 v -2.800 v -2.700 v -1.800 v Saldo (mutatie Algemene -200 v -225 v -200 v -175 v middelen)

2029 50 n 250 n

300 n

d. Meerjarenonderhoud decentrale locaties SRO heeft recent de decentrale locaties en het benodigde onderhoud in kaart gebracht. Tot en met 2027 is hiervoor een bedrag van € 265.000 nodig (€ 170.000 in 2026 en € 95.000 in 2027). Dit onderhoud kan niet in het investeringsplan worden opgenomen vanwege de kleine omvang per locatie, waardoor het volledig uit exploitatiemiddelen moet worden bekostigd. Tot en met 2027 zijn alle onderhoudsmiddelen ingezet voor de herinrichting van de Raaks- en de Zijlpoort in het kader van het hybride werken en daardoor niet beschikbaar voor het onderhoud van de decentrale locaties. Vanaf 2028 worden de kosten binnen bestaande budgetten gedekt. e. Verlenging programma hybride werken Het programma Hybride Werken blijft een essentieel onderdeel van de transitie naar een flexibele en toekomstbestendige werkomgeving binnen de gemeente Haarlem. Vanwege de complexiteit en de samenhang tussen de fysieke aanpassingen, digitale voorzieningen en gedragsverandering, is verlenging van het programma tot de zomer van 2026 noodzakelijk. De kosten hiervan bedragen € 70.000, dit bedrag is bedoeld voor personele inzet binnen het programmateam, communicatie rondom de implementatie en workshops en trainingen om medewerkers te ondersteunen bij de nieuwe hybride werkomgeving.

Daarnaast is een deel van het budget bestemd voor interventies die gewenst gedrag stimuleren, zoals de inzet van floorwalkers die medewerkers begeleiden bij de nieuwe werkplekconcepten. f. Informatieveiligheid Voor toelichting op deze mutatie wordt verwezen naar de paragraaf Bedrijfsvoering. Kadernota 2026

41

g. Functioneel beheer Functioneel beheerders zorgen ervoor dat digitalisering efficiënt bijdraagt aan processen. Deze taken zijn structureel en essentieel om de continuïteit van de organisatie te waarborgen. Functioneel beheer is ondergebracht bij afdeling ID. Na 2025 neemt de voor deze taak beschikbare formatie af van 21,66 fte naar 16,9 fte omdat een deel van de dekking wegvalt. Het team Functioneel Beheer van ID wordt sinds 2023 namelijk deels gefinancierd met incidentele middelen. In de Kadernota 2024 is afgesproken om in 2025 te evalueren of de incidentele inzet structureel moet worden gemaakt. Na evaluatie is overall de conclusie dat structurele bemensing op het niveau van 2025 (18,96 fte) nodig is voor zowel het sociaal als het fysiek domein om de continuïteit van de bedrijf kritische applicaties binnen deze domeinen te waarborgen en door te ontwikkelen (dit naast de basisdienstverlening aan alle domeinen). Het voorstel is om vanaf 2026 structureel € 196.000 (2 fte schaal 10) toe te voegen aan het team van Functioneel Beheer. h. Bijdrage Zandvoort in gemeenschappelijke bedrijfsvoeringskosten Haarlem en Zandvoort werken met een gezamenlijke bedrijfsvoeringsorganisatie. Voor een aantal claims uit deze kadernota geldt dat volgens de geldende spelregels een bijdrage van de gemeente Zandvoort kan worden verwacht. 15.

Vastgoed Door minder en/of latere verkoopbaten dan geraamd (met name de Egelantier, waarvan de levering nog niet heeft plaatsgevonden) is de verwachting dat de reserve Vastgoed al vanaf 2025 negatief wordt. Om een eventuele negatieve reservestand te voorkomen wordt (incidenteel) € 4 miljoen gedoteerd aan de reserve Vastgoed. 16. Parkeren Met het vastgestelde parkeerbeleid zal uitvoering gegeven worden aan een wijkaanpak op basis van het stoplichtenmodel. Dit vraagt in eerste instantie incidenteel exploitatiebudget om het proces te doorlopen. Na het treffen van diverse voorzieningen zal in een aantal wijken parkeerregulering ingevoerd worden. Dit leidt tot structurele baten én lasten. Daarnaast worden kostbare parkeergarages gebouwd. De tekorten in de businesscase worden in de eerste jaren opgevangen met een bijdrage uit de algemene middelen. De structureel hogere lasten worden gedekt met een taakstelling die gerealiseerd wordt door de tarieven voor bezoekers in garages en op straat te verhogen. 17. Incidentele beleidsvoorstellen coalitieakkoord 2027 Er is in de Programmabegroting 2023-2027 en latere P&C producten budget toegekend voor beleidsvoorstellen vanuit het coalitieakkoord.

Voor dat deel van de beleidsvoorstellen voortvloeiende uit het coalitieakkoord dat na de Kadernota 2025 nog incidenteel is, ligt de vraag voor of deze voor 2027 nog incidenteel verlengd dienen te worden. Onderstaande tabel geeft deze beleidsvoorstellen weer (met een totaal van € 7,9 miljoen). Het voorstel is om een deel van de beleidsvoorstellen uit het coalitieakkoord (met een totaal van € 3,8 miljoen) incidenteel voor 2027 te verlengen om zo een ‘zachte landing’ te creëren. Het is aan een volgende raad om hierin verdere (structurele) keuzes te maken. Voor een ander deel van deze beleidsvoorstellen geldt dat voorgesteld wordt deze niet te verlengen omdat deze in de aard echt incidenteel en of projectmatig van aard zijn. Voor een ander deel van deze beleidsvoorstellen geldt dat dit beleid inmiddels op een andere wijze is belegd en of gedekt en verlenging niet nodig is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15708459/2