Bijlage 1 Jaarverslag Stichting Spaarnesant 2024
Tekst van het document
43
4 Verantwoording van de financiën 4.1 Ontwikkeling in meerjarenperspectief Leerlingen Voor de komende jaren gaat Spaarnesant uit van een lichte groei van het totaal aantal leerlingen. Het basisonderwijs groeit licht, het speciaal basisonderwijs en het speciaal onderwijs nemen iets af. Deze afname komt doordat leerlingen minder overstappen van het reguliere onderwijs naar het speciaal basisonderwijs of speciaal onderwijs. De geanticipeerde groei is bescheiden. De gemeente Haarlem voorziet op korte termijn eenzelfde ontwikkeling. Op de langere termijn voorziet de gemeente een sterkere groei. In 2042 verwacht de gemeente dat de reguliere scholen van Spaarnesant 7206 leerlingen hebben. In de telling van 2024 waren dit er nog 6508. Deze forse groei van ruim 10% is gerelateerd aan de toename van het aantal woningen. Aantal leerlingen op peildatum 1 februari
Basisonderwijs (BAO)
2022
2023
2024
2025
2026
2027
2028
6.515
6.441
6.508
6.563
6.619
6.681
6.704
Speciaal Basis Onderwijs (SBO)
238
227
222
214
206
197
196
(Voortgezet) Speciaal Onderwijs ((V)SO)
301
321
331
333
343
348
348
7.054
6.989
7.061
7.110
7.168
7.226
7.248
-0,9%
1,0%
0,7%
0,8%
0,8%
0,3%
Aantal leerlingen Percentage verschil
De formatie binnen Spaarnesant is gebaseerd op het leerlingaantal per school en de beschikbare bekostiging. In 2021 is het NPO aangekondigd: een grote financiële impuls in het onderwijs om corona-achterstanden in te lopen. De middelen zijn door OCW verstrekt in de twee schooljaren 20212022 en 2022-2023. Voor de besteding hebben de scholen vier schooljaren, tot en met 2024-2025. Wat in die periode nog niet is uitgegeven, blijft behouden voor de school en mag daarna nog worden ingezet. De oorzaak van de personeelsterugloop is het stoppen van de NPO-middelen. In 2024 is het aantal FTE’s gestegen. Dit komt door de inzet van meer ondersteunend personeel op de incidentele middelen van NPO en Masterplan Basisvaardigheden. Daarnaast is er meer personeel op het stafbureau dan vorig jaar. Op het stafbureau zijn inmiddels alle functies vervult wat een daling op inhuur van personeel laat zien. Aantal fte
2022
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
Bestuur/management
35,7
37,8
37,5
36,6
36,6
36,6
36,5
36,5
Onderwijzend personeel
404,3
411,6
412,9
409,3
398,0
397,2
395,9
395,3
Ondersteunend personeel
202,6
210,5
215,4
199,6
194,5
193,1
192,8
192,3
Totaal
642,6
660,0
665,8
645,5
629,1
626,8
625,2
624,0
In het volgende overzicht staat het aantal medewerkers door het jaar en op 31 december voor de jaren 2023 en 2024. Er zijn minder medewerkers die gezamenlijk wel iets meer FTE werken.
44
Aantal medewerkers door het jaar
FTE
Gemiddeld 2023
2024
2023
Aantal medewerkers december
2024
2023
2024
Bestuur/management
37,8
37,5
47
46
44
41
Onderwijzend personeel
411,6
412,9
567
628
541
572
Ondersteunend personeel *
210,5
215,4
425
348
344
303
Totaal
660,0
665,8
1.039
1.022
929
916
Het ondersteunende personeel bevat het OOP en OOP-Z personeel.
4.2 Staat van baten en lasten en balans In deze paragraaf worden voor de staat van baten en lasten alsook de balans de ontwikkelingen besproken in meerjarenperspectief. Ook wordt een toelichting gegeven op de vergelijking van beiden ten opzichte van de realisatie vorig jaar en de begroting van 2024. Daarnaast wordt ingegaan op de ontwikkeling van de gevormde bestemmingsreserves NPO, Verbetering Basisvaardigheden en School en Omgeving.
4.2.1
Staat van baten en lasten in meerjarenperspectief Realisatie 2022
Realisatie 2023
Realisatie 2024
Raming 2025
Raming 2026
Raming 2027
Raming 2028
Raming 2029
X € 1.000
X € 1.000
X € 1.000
X € 1.000
X € 1.000
X € 1.000
X € 1.000
X € 1.000
61.795
65.248
68.293
68.247
67.065
68.368
68.685
68.759
686
902
807
700
635
637
639
639
Overige baten
2.890
2.801
2.724
2.657
2.683
2.703
2.657
2.658
TOTAAL BATEN
65.371
68.951
71.824
71.604
70.382
71.708
71.981
72.056
Personeelslasten
51.561
57.806
60.102
60.956
60.512
60.842
61.143
61.492
Afschrijvingen
2.554
2.368
2.380
2.566
2.720
2.799
2.855
2.931
Huisvestingslasten
3.945
4.472
4.625
4.760
4.905
4.769
4.826
4.823
Overige lasten
4.504
4.548
5.083
4.773
4.318
4.214
4.216
4.123
TOTAAL LASTEN
62.564
69.194
72.189
73.055
72.455
72.624
73.040
73.369
2.807
-243
-366
-1.451
-2.073
-916
-1.059
-1.313
14
515
603
250
150
25
25
25
2.821
273
237
-1.201
-1.923
-891
-1.034
-1.288
BATEN Rijksbijdragen Overige overheidsbijdragen en subsidies
LASTEN
SALDO Saldo baten en lasten Saldo financiële baten en lasten TOTAAL RESULTAAT
In meerjarenperspectief is in zowel de ontwikkeling van de baten als van met name de personeelslasten het verloop van de financieringsstromen te zien: NPO middelen worden uitgegeven tot in de eerste helft van 2027. De middelen die nu nog beschikbaar zijn worden bij de scholen ingezet in schooljaar 2025-2026. De middelen die overkoepelend voor alle scholen worden ingezet zijn in het afgelopen jaar gebruikt voor het financieren van de opleidingsdagen voor medewerkers die naast hun werk in en voor de klas een
45
opleiding volgen (Pabo, Adpep en Zij-instroom). Ook in 2025 en 2026 worden deze middelen hiervoor gebruikt. Scholen dragen deze kosten niet individueel. Op dit moment is de subsidie Basisvaardigheden voor 2 scholen afgelopen (de Wilgenhoek en de Camelot). Voor tien scholen loopt de subsidie Basisvaardigheden (2023-2025, de Dolfijn, de Wijde Wereld, Piramide, ML King, de Globe, de Erasmus, IKC Schalkwijk en de van Voorthuijsenschool en 2024-2026, de Cirkel en de Molenwiek Dalton). De overige scholen hopen met de laatste tranche van de subsidie in aanmerking te komen. Voor de inkomsten zijn alleen de toegekende, beschikte subsidies meegenomen. Vanaf 1 januari 2027 is de structurele bekostiging voor alle scholen in de begroting opgenomen. School en Omgeving is opgenomen voor de toegekende subsidie met looptijd 2023-2025. Bij het opstellen van de begroting was nog niet duidelijk hoe de regeling er voor 2025-2028 uit zou gaan zien.
De personeelslasten zijn opgenomen conform de laatste CAO er is geen rekening gehouden met komende indexaties omdat deze dan ook in de bekostiging worden opgenomen en naar verwachting geen of een heel beperkte invloed hebben op het resultaat. De opgenomen afschrijvingen zijn het resultaat van de afschrijvingen van de aanwezige activa en alle geplande investeringen op school en stichtingsniveau. Voor de investeringen geldt dat gewerkt is met het prijspeil van nu. Alle lasten zijn nagenoeg niet geïndiceerd (bij uitzondering op grootboekrekeningniveau omdat de start al in het lopende jaar plaatsvindt). Dit om geen vertekend beeld te hebben met de baten die ook niet geïndiceerd zijn. Het resultaat is negatief voor de komende jaren. Zoals bij de bespreking van de huidige financiële positie, in de volgende paragraaf, wordt toegelicht vraagt dit om actief bijstellen en bijsturen. Stichting Spaarnesant is zich daar terdege van bewust. De Stichting wil echter niet te veel vooruitlopen omdat de ervaring van de laatste jaren is dat er, op het laatste moment, veel aanpassingen plaatsvinden in de bekostiging. Zoals iedere stichting ervaart ook Spaarnesant de spanning tussen de werkdruk voor de huidige bezetting, die wordt verlicht met extra personeel door de tijdelijke middelen, en het stoppen van die middelen en daarmee het moeten terugbrengen van het structurele personeelsbestand.
46
4.2.2
Staat van baten en lasten t.o.v. begroting Begroting 2024
BATEN Rijksbijdragen Overige overheidsbijdragen en subsidies
Verschil Verschil Realisatie Realisatie Realisatie 2024 2024 2024 Begroting Begroting 2024 2024
X € 1.000
X € 1.000
X € 1.000
%
63.657
68.293
4.636
6,8%
939
807
-133
-16,5%
Overige baten
2.676
2.724
48
1,8%
TOTAAL BATEN
67.273
71.824
4.551
6,3%
Personeelslasten
59.289
60.102
813
1,4%
Afschrijvingen
2.450
2.380
-70
-2,9%
Huisvestingslasten
4.259
4.625
366
7,9%
LASTEN
Overige lasten
4.530
5.083
553
10,9%
TOTAAL LASTEN
70.528
72.189
1.661
2,3%
-3.255
-366
2.889
-790,1%
SALDO Saldo baten en lasten Saldo financiële baten en lasten TOTAAL RESULTAAT
295
603
308
51,0%
-2.960
237
3.197
1349,7%
Het grote verschil tussen de baten in de begroting en de realisatie zit hem - zoals meestal in de afgelopen jaren - in meer inkomsten uit de Rijksbijdragen. In onderstaand overzicht is te zien in welke elementen van de Rijksbijdrage de verschillen zitten.
Basisbekostiging (Lumpsum, Onderwijsachterstanden) NPO Bekostiging Nieuwkomers Arbeidsmarkttoelage Masterplan basisvaardigheden School en omgeving Samenwerkingsverbanden Overig Extra rijksbijdragen 2024 t.o.v. begroot
Verschil Realisatie 2024 Begroting 2024 X € 1.000 830 100 530 400 1.775 730 275 4.640
Voor de basisbekostiging komt een groot deel van het verschil door de indexatie die net wat hoger is uitgevallen dan waar rekening mee was gehouden (5,37% tov 4,95%). Daarnaast is de indexatie toegepast op alle elementen en niet alleen op de Lumpsum, ook op de achterstandsmiddelen. De bekostiging voor nieuwkomers bleek nog iets hoger te zijn dan begroot. De Arbeidsmarkttoelage stond bij het opstellen van de begroting onder discussie. Zowel de baten als de lasten die hierbij horen zijn niet begroot. De baten voor de subsidie basisvaardigheden zijn hoger uitgevallen dan voorzien. Deze subsidie is aan meer scholen toegekend. De inkomsten voor School en Omgeving waren niet begroot. Bij het
47
opstellen van de begroting is er voor deze subsidie vanuit gegaan dat de baten en lasten over de periode dat de subsidie loopt met elkaar in evenwicht zouden zijn en de impact op het resultaat beperkt zou zijn. We kunnen nu concluderen dat de scholen die deze subsidie ontvangen voldoen aan de subsidie voorwaarden maar een bedrag over houden dat ze na afloop van de subsidietermijn kunnen inzetten voor andere activiteiten. De baten gerelateerd aan deze subsidie zijn opgenomen voor het deel waarvoor de activiteiten zijn uitgevoerd. De baten van het samenwerkingsverband waren in de begroting opgenomen op basis van de door hen pro forma verstrekte informatie. Deze bleek na vaststellen van de begroting voor Spaarnesant, niet correct. Begin 2025 was al duidelijk dat daar een correctie op zou volgen. Dit is niet aangepast in de Spaarnesant begroting. Met betrekking tot de hogere personele lasten kan aangegeven worden dat dit voornamelijk komt door de Arbeidsmarkttoelage die is ontvangen en uitgekeerd aan het personeel van de scholen die dit hebben ontvangen (€500 k). Daarnaast zijn de salariskosten hoger dan begroot voor met name de subsidie basisvaardigheden (€530 k) en zijn er significante dotaties nodig geweest voor met name de personeelsvoorzieningen (bij elkaar €300k). De huisvestingslasten staan onder druk door de hoge kosten in de bouw sector.
Bij het opstellen van de begroting werd nog gedacht een verlaging in de onderhoudslasten te kunnen bewerkstellingen, door specifiekere afspraken met scholen over de inzet van externen voor ‘kleine’ onderhoudsklussen. Dit heeft echter door de gestegen prijzen niet het gewenste effect gehad, waardoor de kosten voor gebouwenonderhoud in plaats van lager, hoger dan begroot zijn uitgekomen (€370k). De overig lasten bestaan uit de lasten voor administratie en beheer, de kosten voor inventaris en apparatuur, de kosten voor leer en hulpmiddelen en overige lasten. Met name de overige lasten zijn in de realisatie duidelijk hoger dan begroot. De overige lasten zijn met name hoger door uitgaven voor de groene schoolpleinen (niet begroot en wel € 130k uitgegeven), hogere lasten voor contributies en abonnementen (40k), hogere telefoonlasten door de overgang van systeem (30k), hogere uitgaven voor cultuureducatie (met name stichting Hart, 90k) en hoger uitgaven vanuit de Eigen Fondsen (170k). Tot slot is het resultaat van de financiële baten en lasten veel hoger dan begroot. Dit komt door de rentestand die hoger is gebleven dan verwacht en daarbij het liquide saldo dat veel minder is afgenomen dan bij het opstellen van de begroting werd voorzien.
48
4.2.3
Staat van baten en lasten t.o.v. vorig jaar
BATEN Rijksbijdragen Overige overheidsbijdragen en subsidies
Realisatie 2023
Realisatie 2024
Verschil Realisatie 2024 Realisatie 2023
Verschil Realisatie 2024 Realisatie 2023
X € 1.000
X € 1.000
X € 1.000
%
65.248
68.293
3.045
4,5%
902
807
-95
-11,8%
Overige baten
2.801
2.724
-77
-2,8%
TOTAAL BATEN
68.951
71.824
2.873
4,0%
Personeelslasten
57.806
60.102
2.296
3,8%
Afschrijvingen
2.368
2.380
12
0,5%
Huisvestingslasten
4.472
4.625
153
3,3%
LASTEN
Overige lasten
4.548
5.083
535
10,5%
TOTAAL LASTEN
69.194
72.189
2.996
4,1%
Saldo baten en lasten
-243
-366
-123
33,7%
Saldo financiële baten en lasten
515
603
88
14,5%
TOTAAL RESULTAAT
273
237
-36
-15,1%
SALDO
Het grote verschil tussen de realisatie van 2024 en 2023 zit hem in beduidend meer Rijksbijdragen. Van 2020 tot en met 2024 zijn de baten voor stichting Spaarnesant gestegen van circa € 55 mln. naar € 72 mln, een toename van 30%. In onderstaand overzicht is het verschil te zien in de elementen van de Rijksbijdrage.
Basisbekostiging (Lumpsum, Onderwijsachterstanden) NPO Bekostiging Nieuwkomers Arbeidsmarkttoelage Masterplan basisvaardigheden School en omgeving Samenwerkingsverbanden Overig Extra rijksbijdragen 2024 t.o.v. begroot
Verschil Realisatie 2024 Realisatie 2023 X € 1.000 3.350 -2.850 -200 -240 815 1.580 530 65 3.050
De afwijkingen zijn op dezelfde elementen als eerder genoemd in de toelichting tussen begroting en realisatie over 2024. Het enige toegevoegde element in het verschil tussen 2023 en 2024 is het NPO. In 2023 is daar nog € 2,8 mln. voor ontvangen in 2024 niets meer. Het verschil tussen de ontvangen basisbekostiging tussen 2024 en 2023 is groot. Dit komt met name door de CAO die loopt van 1 oktober 2023 tot 1 november 2024 en waar een loonsverhoging van 4,9% deel van uitmaakt.
49
De bekostiging voor nieuwkomers is in 2024 lager dan in 2023. Deze bekostiging was in 2023 uitzonderlijk hoog vanwege de situatie in de Oekraïne waardoor er veel nieuwkomers op de verschillende scholen instroomden. De arbeidsmarkttoelage was lager in 202 4 omdat voor de van Voorthuijsenschool (locatie Hoofddorp) geen vergoeding is ontvangen in tegenstelling tot het jaar 2023. Spaarnesant gaat in beroep tegen het niet toekennen van de vergoeding voor 2024. Dit komt door het feit dat door een administratieve aanpassing de leerlingen uit Hoofddorp voor 2024 ingeschreven hebben gestaan op de locatie Haarlem. Dit is na de constatering dat er geen arbeidsmarkttoelage werd toegekend direct aangepast. Het bezwaar dat Spaarnesant maakt richt zich erop dat de Stichting het niet juist vindt dat de medewerkers de toelage niet ontvangen door deze administratieve wijziging die niet tijdig is gecorrigeerd. De baten voor de subsidie basisvaardigheden zijn hoger doordat de subsidie aan meer scholen is toegekend. Voor school en omgeving geldt dat de baten in het resultaat worden opgenomen, op het moment dat aan de verplichting, die ertegenover moet staan, wordt voldaan. De verplichting wordt gesteld als het aantal uren dat wordt georganiseerd en het aantal leerlingen dat deze activiteiten bijwoont. Ook de middelen die via het Samenwerkingsverband worden ontvangen zijn in 2024 hoger dan in 2023.
De hogere personele lasten zijn vooral het gevolg van de CAO verhoging van de salarissen (€ 1,9 mln.). Daarnaast zijn de salariskosten ten laste van de subsidie basisvaardigheden veel hoger dan in 2023 (€ 500 k). De overige lasten nemen to. Dit wordt voor een groot deel veroorzaakt door de uitgaven voor de groene schoolpleinen (€ 130 k). Ook wordt er meer uitgegeven aan losse projecten (€140 k) en cultuureducatie ((€180 k). Deze hogere uitgaven worden vooral gemaakt in het kader van de subsidies voor verbetering basisvaardigheden.
4.2.4
Resultaat toegelicht naar financieringsstroom
Vanwege de grote impact op het resultaat van de subsidies is in onderstaand overzicht het resultaat opgesplitst naar de resultaten die betrekking hebben op incidentele middelen en het resultaat zonder de incidentele effecten. Realisatie 2021
Realisatie 2022
Realisatie 2023
Realisatie 2024
Raming 2025
Raming 2026
Raming 2027
Raming 2028
Raming 2029
2021 t/m 2028
X € 1.000
X € 1.000
X € 1.000
X € 1.000
X € 1.000
X € 1.000
X € 1.000
X € 1.000
X € 1.000
X € 1.000
Totale resultaat
4.183
2.821
273
237
-1.201
-1.924
-891
-1.034
-1.288
1.176
Effect NPO
1.834
3.124
609
-2.459
-1.962
-822
-356
0
0
-32
Effect MBV
0
0
0
333
-35
29
0
0
0
327
Effect School en Omgeving
0
0
0
1.355
235
0
0
0
0
1.590
-6
13
10
8
7
Effect OAB Effect vervallen vordering OCW Resultaat zonder incidentele effecten
-2.700 2.349
2.397
32 -2.700
-337
1.008
567
-1.144
-546
-1.042
-1.295
50
2.645
Het negatieve effect van de NPO uitgaven op het resultaat worden voor 2024 voor een groot deel gecompenseerd door de basisvaardigheden subsidie en de subsidieregeling school en omgeving. In 2025 is dat volgens de begroting minder. Inmiddels is de regeling voor school en omgeving voor 2025 tot en met 2028 bekend geworden. Naar verwachting zullen door deze subsidie voor Spaarnesant de resultaten voor 2025 tot en met 2028 een stuk minder negatief zijn. Sinds 2021 heeft stichting Spaarnesant een bestemmingsreserve voor de ontvangen NPO middelen. In onderstaand overzicht wordt het verloop van deze reserve weergegeven. Hierbij is het verloop tot en met 2024 de werkelijkheid. Voor de komende jaren is het gebaseerd op een inschatting. Verloop bestemmingsreserve NPO opgenomen in meerjarenbegroting In mln. €
2022
t/m 2023
2024
2025 0,0
2026 0,0
2027 0,0
Totaal 2021 - 2027
Ontvangst vanuit OCW
5,4
2,8
0,0
10,7
NPO uitgaven
2,3
2,2
2,4
2,0
Naar reserve
3,1
0,6
-2,4
-2,0
0,8
0,4
10,7
-0,8
-0,4
Bestemmingsreserve NPO
4,9
5,6
3,2
1,2
0,4
0,0
0,0
51
4.2.5
Balans in meerjarenperspectief
Realisatie 2022
Realisatie 2023
Realisatie 2024
Raming 2025
Raming 2026
Raming 2027
Raming 2028
Raming 2029
Materiële vaste activa
17,7
19,5
20,6
22,5
23,4
22,9
23,7
23,2
Vorderingen
1,2
1,9
1,9
1,6
1,6
1,6
1,6
1,6
- Liquide middelen publiek
16,9
17,0
16,0
12,8
10,0
9,5
7,7
6,9
- Liquide middelen privaat
0,6
0,6
0,5
0,5
0,5
0,5
0,5
0,5
Liquide middelen
17,5
17,6
16,5
13,3
10,5
10,0
8,2
7,4
Tota le a ctiva
36,4
39,0
39,0
37,4
35,5
34,6
33,5
32,3
-
-
-
-
-
-
-
Bedra gen x € 1 mln.
ACTIVA
Waarvan gebouwen en terreinen
-
PASSIVA - Publiek vermogen
19,5
19,1
19,9
22,1
21,0
20,5
19,5
18,2
- Bestemmingsreserves*
5,0
5,6
5,0
1,2
0,4
0,0
-
-
- Privaat vermogen
0,6
0,6
0,5
0,5
0,5
0,5
0,5
0,5
Eigen vermogen
25,0
25,2
25,5
23,8
21,9
21,0
20,0
18,7
Voorzieningen
1,2
1,5
1,7
1,3
1,3
1,3
1,3
1,3
Kortlopende schulden
10,2
12,2
11,8
12,2
12,2
12,2
12,2
12,2
Tota le passiva
36,4
39,0
39,0
37,4
35,5
34,6
33,5
32,2
Langlopende schulden
De balansontwikkeling laat zien dat de materiële vaste activa over de komende jaren eerst nog wat toenemen om daarna redelijk stabiel te blijven. Er wordt naartoe gewerkt dat het investeringsniveau van Spaarnesant in lijn is met de afschrijvingen. In de eerste twee jaar is dat nog niet het geval conform de huidige meerjarenraming. Dan zijn de investeringen hoger dan het niveau van afschrijven. Dit komt deels doordat er bij de overgang van het werken met de voorziening voor groot onderhoud naar de methode van activeren en afschrijven toch nog niet voldoende lang is teruggegaan in de tijd. Het activa volume neemt nog iets toe in de tijd. Daarnaast komt de stijging ook doordat de prijzen in de bouw zijn gestegen. De kosten voor vervanging en aanpassing van activa zijn veel hoger dan de waarde van het afgeschreven actief was. Het verschil is niet zo groot dat er bij aanwijsbare activa sprake zou moeten zijn van een waardevermindering. De liquide middelen zullen in de komende jaren afnemen. De afgelopen twee jaar was de afname minder dan voorzien. Lopende het jaar werden er middelen ontvangen die bij het begroten niet bekend waren. De afname van de liquiditeitspositie is wederom afgestemd op de afname van de bestemmingsreserves. Ook het investeringsvolume (minus afschrijvingen) heeft impact op de terugloop van liquide middelen.
Voor de andere balansposten worden geen substantiële wijzigingen voorzien.
52
4.2.6
Balans t.o.v. begroting
Bedrag en x € 1 mln.
Raming 2024
Realisatie 2024
Verschil Realisatie 2024 Begroting 2024
20,0
20,6
0,6
AC TIVA Materiële vaste activa Vorderingen - Liquide middelen publiek
1,6
1,9
0,3
10,5
16,0
5,5
- Liquide middelen privaat
0,5
0,5
-0,0
Liquide middelen
11,0
16,5
5,5
Totale activa
32,6
39,0
6,3
-
-
- Publiek vermogen
19,2
19,9
- Bestemmingsreserves*
3,0
5,0
2,1
- Privaat vermogen
0,5
0,5
-0,0
Eigen vermogen
22,7
25,5
2,8
Voorzieningen
1,3
1,7
0,4
8,6
11,8
3,2
32,6
39,0
6,3
Waarvan gebouwen en terreinen
PASSIVA 0,7
Langlopende schulden Kortlopende schulden
Totale passiva
Ten opzichte van begroot is het verschil in liquide middelen dat Spaarnesant eindejaar in haar bezit heeft hoog. Deze afwijking wordt veroorzaakt door de volgende redenen: Hogere eindstand 2023 Hoger resultaat uit operationele activiteiten 2024 Lagere afschrijvingen Hogere mutaties voorzieningen Lagere investeringen Overig Verschil in Liquide middelen tussen realisatie en begroot
X € 1.000 2.550 3.200 -80 -190 -40 80 5.520
Duidelijk is dat de belangrijkste redenen zijn de hogere eindstand in 2023 en het veel hogere resultaat dat hierboven is toegelicht. De toename in kortlopende schulden ten opzichte van begroot komt voort uit het feit dat de afname die heeft plaatsgevonden voor de vooruitontvangen NPO vergoeding weer toeneemt met vooruit ontvangen subsidie voor basisvaardigheden, school en omgeving en nog andere kleinere subsidies.
53
4.2.7
Balans t.o.v. vorig jaar
Bedrag en x € 1 mln.
Realisatie 2023
Realisatie 2024
Verschil Realisatie 2024 Realisatie 2023
19,5
20,6
1,1
AC TIVA Materiële vaste activa Vorderingen - Liquide middelen publiek
1,9
1,9
-0,0
17,0
16,0
-1,0
- Liquide middelen privaat
0,6
0,5
-0,1
Liquide middelen
17,6
16,5
-1,1
Totale activa
39,0
39,0
-0,0
-
-
- Publiek vermogen
19,1
19,9
0,8
- Bestemmingsreserves*
5,6
5,0
-0,5
Waarvan gebouwen en terreinen
PASSIVA
- Privaat vermogen
0,6
0,5
-0,1
Eigen vermogen
25,2
25,5
0,2
Voorzieningen
1,5
1,7
0,2
Kortlopende schulden
12,2
11,8
-0,4
Totale passiva
39,0
39,0
0,0
Langlopende schulden
Ten opzichte van de balans over 2023 is de balans over 2024 niet heel anders. De materiële activa zijn iets toegenomen. Er is ruim meer geïnvesteerd (€1,1 mln.) dan de afschrijvingslasten over 2024. Er was een toename begroot, maar deze is hoger uitgevallen door hogere investeringen. Deze hogere investeringen zijn met name gedaan in inventaris zoals toegelicht op pagina 37. De liquide middelen zijn door de ontvangsten van andere subsidies nog steeds erg hoog ten opzichte van voor de Corona periode. Voor veel scholen loopt op dit moment de subsidie Verbetering Basisvaardigheden. De bestemmingsreserve is afgenomen. Hoewel er voor NPO wel €2,45 mln. is uitgegeven en de NPO bestemmingsreserve daarmee afneemt zijn er twee andere bestemmingsreserves gevormd. Namelijk die voor de subsidie verbetering basisvaardigheden van € 0,33 mln. en voor de subsidie School en Omgeving 1,36 mln. Dat de voorzieningen zijn gestegen komt door stijging van de jubileumvoorziening (€ 80k, loonsverhoging en geen verjonging van het personeelsbestand) en de stijging van de voorziening voor de gespaarde uren in het kader van duurzame inzetbaarheid (€ 130k). De kortlopende schulden zijn in 2024 lager dan in 2023. Er is een forse afname van de vooruitontvangen bedragen van OCW (€ - 1,7 mln.) door het in het resultaat verwerken van veel ontvangen middelen voor School en Omgeving.
Deze daling wordt voor een groot deel ongedaan gemaakt door een hogere schuld op belastingen en premies door de salarisverhoging (€ 0,3 mln.),
54
een hoger uitstaand bedrag bij de gemeente ten opzichte van vorig jaar (€ 0,1 mln.) en in het voren ontvangen subsidie voor Duurzaam Maatschappelijk Vastgoed (Dumava, € 0,8 mln.) en meer vooruit ontvangen krediet voor (ver)bouw van de gemeente ten opzichte van vorig jaar (€ 0.1 mln.)
4.2.8
Kasstroomoverzicht
In de volgende afbeelding wordt het kasstroomverloop voor 2023 en 2024 en de prognose voor de komende vijf jaar getoond. Het resultaat is negatief voor alle jaren. Dit wordt voor een groot deel veroorzaakt door het uitgeven van middelen die in het verleden zijn ontvangen. De geplande investeringen zijn in totaal bijna ieder jaar hoger dan de afschrijvingen. Deze situatie is op termijn niet wenselijk. Er wordt ingezet op het zodanig verdelen van de investeringen in de tijd dat ze qua omvang ieder jaar in lijn zijn met de afschrijvingslasten. Voor zowel het meerjarig onderhoudsplan voor huisvesting als alle ICT investeringen zijn hier stappen in gemaakt. Uitdagend blijft dat voor sommige panden waar nieuwbouw voor gepland is (onder andere de Zonnewijzer en IKC Schalkwijk) een deel van het groot onderhoud niet is uitgevoerd omdat verwacht werd naar nieuwbouw over te gaan. Doordat deze nieuwbouw steeds opnieuw wordt uitgesteld zal er toch wel een deel van moeten worden uitgevoerd.
55
56
Eindstand liquide middelen
Beginstand liquide middelen Mutaties liquide middelen
Mutaties liquide middelen 17.551 95
17.646
95 17.646 -1.116
0
Kasstroom uit financieringsactiviteiten: Mutaties kredietinstellingen Mutaties overige langlopende schulden 0
0
753 -3.653
-3.254
603 0
40 -684
2.355 0 191
-4.406
515
888
2.587
-242
Realisatie 2024 X € 1.000
Kasstroom uit investeringsactiviteiten: Investeringen: Materiële vaste activa Desinvesteringen: Materiële vaste activa
515 0
-645 1.533
Veranderingen in vlottende activa: Vorderingen Kortlopende schulden
Kasstroom uit bedrijfsoperaties: Ontvangen interest Betaalde interest
2.298 0 289
Aanpassingen voor: Afschrijvingen Mutaties eigen vermogen Mutaties voorzieningen
Kasstroom uit operationele activiteiten Resultaat
Realisatie 2023 X € 1.000
16.530
-1.116
0
-3.254
603
-644
2.545
-366
16.530 -2.909
0
-4.265
0 0
0 0
2.557 0 0
13.621
-2.909
0
-4.265
0
0
2.557
13.621 -2.855
0
-3.652
0 0
0 0
2.720 0 0
X € 1.000
X € 1.000
-1.201
Raming 2026
Raming 2025
10.766
-2.855
0
-3.652
0
0
2.720
-1.923
10.766 -446
0
-2.354
0 0
0 0
2.799 0 0
X € 1.000
Raming 2027
10.320
-446
0
-2.354
0
0
2.799
-891
10.766 -1.828
0
-3.648
0 0
0 0
2.854 0 0
X € 1.000
Raming 2028
8.938
-1.828
0
-3.648
0
0
2.854
-1.034
10.320 -764
0
-2.407
0 0
0 0
2.931 0 0
X € 1.000
Raming 2029
9.556
-764
0
-2.407
0
0
2.931
-1.288
4.3 Financiële positie 4.3.1
Kengetallen
In onderstaand overzicht zijn de kengetallen weergegeven waarop OCW signaleringsnormen heeft afgegeven. Omschrijv ing kengetallen OCW Solvabiliteit 2 Weerstandsvermogen PO Liquiditeit (current ratio) Rentabiliteit 2-jarige rentabiliteit 3-jarige rentabiliteit
(Eigen Vermogen + voorzieningen)/ Totaal Vermogen Eigen Vermogen / Totale Baten Vlottende activa / Kortlopende schulden Resultaat / Totale Baten
Signalering OCenW
2 023
20 24
202 5
2 02 6
2 027
20 28
2 029
< 30%
69%
70%
67%
66%
65%
64%
62%
<5% < 0,75
37% 1,60
35% 1,56
33% 1,22
31% 0,99
29% 0,95
28% 0,80
26% 0,74
< -10% < -5% < 0%
0,4% 2,2% 3,5%
0,3% 0,4% 1,5%
-1,7% -0,7% -0,3%
-2,7% -2,2% -1,4%
-1,2% -2,0% -1,9%
-1,4% -1,3% -1,8%
-1,8% -1,6% -1,5%
-0,9% -0,6% 0,7%
1,4% 0,3% 0,1%
0,8% 1,1% 0,5%
-1,6% -0,4% 0,2%
-0,8% -1,2% -0,5%
-1,4% -1,1% -1,3%
-1,8% -1,6% -1,3%
26,9 21,4 21,0 ja
26,5 20,5 20,5 ja
Rentabiliteit zonder subsidies Resultaat zonder subsidies / Totale Baten 2-jarige rentabiliteit 3-jarige rentabiliteit Normatief publiek eigen vermogen
boekwaarde MVA + 5%* totale baten (x mln €)
norm Spaarnesant SPS zonder best. Res. binnen de norm
22,9 24,7 19,1 ja
24,2 25,0 19,9 ja
26,0 23,3 22,1 ja
27,3 19,5 19,5 ja
26,8 18,2 18,2 ja
Deze kengetallen worden als volgt berekend.
De rentabiliteit is op twee manieren berekend, namelijk met het totaal behaalde resultaat inclusief resultaten op de financiering van het NPO, de Verbetering Basisvaardigheden Subsidie en de School en Omgeving subsidie. Daarnaast is het resultaat berekend zonder deze losse financieringsstromen. Dit is gedaan om een goed beeld te hebben van de Stichting zonder deze extra middelen met bijbehorende activiteiten. Met name de School en Omgeving subsidie richt zich op activiteiten buiten de primaire taak van de Stichting “het onderwijs verzorgen”. Deze subsidie richt zich op activiteiten buiten schooltijd die de brede ontwikkeling van de kinderen stimuleert.
4.3.2
Toelichting op de financiële positie
Voor 2024 bevestigen de kengetallen dat Spaarnesant een gezonde stichting is. Het publieke eigen vermogen is aan de hoge kant. Dit komt door de bestemmingsreserves die er nog zijn van NPO (€ 3,1 mln), Basisvaardigheden (€ 333 k) en School en Omgeving (€ 1,3 mln). Als gekeken wordt naar het eigen vermogen van de Stichting en deze reserves buiten beschouwing worden gelaten valt het eigen vermogen duidelijk binnen de norm. De reserves worden conform de meerjarenbegroting
57
afgebouwd in de komende jaren en zijn eind 2026 nagenoeg geheel verdwenen. De solvabiliteit en het weerstandvermogen blijven voor de volledige periode waarvoor de kengetallen zijn berekend ruimschoots voldoende. De liquiditeit is volgens deze signaleringsnorm afdoende tot 2028. Spaarnesant houdt haar liquide middelen bij voorkeur op een hoger niveau dan door OCW voorgeschreven. De controlerend accountant van de Stichting is van mening dat de liquiditeitsratio boven de 1,1 zou moeten liggen. Vanuit dat perspectief is de liquiditeit een punt van aandacht. Met de nu getoonde ontwikkeling wordt die liquiditeit eind 2026 al net niet meer gehaald. Spaarnesant is zich hiervan bewust en houdt de ontwikkeling van de liquiditeit ook in tussentijdse rapportages scherp in de gaten. Zij doet dit door haar uitgaven goed te monitoren, met name de investeringen omdat dit vaak om grote bedragen ineens gaat. De signalering van OCW richt zich op een 0% rendement over 3 jaar. Met de nu voorliggende meerjarenbegroting voldoen we hier niet aan vanaf 2025 als we naar het totaalresultaat van de stichting kijken. Wanneer we de financieringsstromen van NPO, Verbetering Basisvaardigheden en School en Omgeving elimineren uit het resultaat aan zowel baten als lasten kant wordt de driejarige rentabiliteit pas in 2027 een punt van aandacht. Dit komt door de wijze van financieren van met name het NPO.
Door de middelen ineens beschikbaar te stellen en de manier van rapporteren, waarbij de baten al volledig zijn verwerkt in het resultaat in de jaren van ontvangst. De uitgaven worden gedaan over een veel langere periode. Deze uitgaven drukken in die jaren de rentabiliteit zolang deze uitgaven plaatsvinden. Hoewel het in beide gevallen, liquiditeit en rentabiliteit om een signalering gaat en niet om een harde norm, maakt het verloop van deze ratio’s duidelijk dat ook bij de volgende meerjarenbegroting scherp gekeken moet worden naar de stand van zaken en de consequenties daarvan voor het beleid op dit punt. Spaarnesant begrijpt het belang dat aan de ratio’s wordt gehecht, maar de waarde ervan wordt wel minder door een grillig bekostigingsbeleid van de Rijksoverheid. Vanaf het NPO is de impact op de stabiliteit van de bekostiging enorm. Die onvoorspelbaarheid aan de inkomstenkant maakt het erg uitdagend, zo niet onmogelijk, om een goede doorkijk naar de wat langere toekomst op te stellen en daar het beleid op te baseren. Daarom kiest Spaarnesant voor een werkwijze waarin in ieder geval steeds goed zicht is op de actuele stand van zaken en hebben wij in onze beleidscyclus veel flexibliteit ruimte ingebouwd om op steeds wijzigende omstandigheden in te kunnen spelen.
Met deze ruimte doelen we op het werken met het Kompas in tegenstelling tot een koersplan dat de komende vier jaren vastlegt. Vanuit het Kompas wordt er gewerkt met een half jaarlijkse plaatsbepaling van waaruit de benodigde stappen naar de toekomst worden aangescherpt. De sector vraagt al jaren om een stabiele financiering en ook de onderwijsraad heeft de minister opgeroepen hierop in te zetten. Desondanks blijven de keuzes ad hoc en onvoorspelbaar.
58
5 Verslag intern toezicht 5.1 Verantwoording raad van toezicht In dit deel van het jaarverslag legt de raad van toezicht verantwoording af over de toezichthoudende rol in 2024. Dit omvat zowel de naleving van de wettelijke en financiële kaders als hoe het rechtmatig en doelmatig verwerven en besteden van de middelen van Spaarnesant vorm krijgt. 5.1.1 Werkwijze raad van toezicht In het ‘toezichtkader raad van toezicht Spaarnesant’ is vastgelegd hoe het interne toezicht op het bestuur van de stichting is geregeld. Dit kader is leidend bij de naleving van de ‘Code goed bestuur in het primair onderwijs’, door de PO-raad vastgesteld in 2020. De RvT voert, vanuit het policy governance model van Carver, het gesprek met het CvB aan de hand van verantwoordingsrapportages van het CvB die inzicht geven in de prestaties op het gebied van onderwijs, mensen en bedrijfsvoering. De RvT werkt verder met een meerjaren toezichtkalender en een jaarplanning waarin alle belangrijke toezichtstaken en besluitvormingsmomenten zijn opgenomen op basis van de planning- en-controlcyclus. De RvT heeft drie commissies, de commissie kwaliteit en onderwijsinnovatie, de commissie financiën en de werkgeverscommissie. Waar nodig bereiden deze commissies agendapunten voor, zorgen voor extra verdieping en adviseren de RvT. De RvT blijft als geheel verantwoordelijk.
5.1.2
Beoogde resultaten
De RvT heeft met het CvB de beoogde resultaten geformuleerd die Spaarnesant voor de doelgroep wil bereiken. Deze beoogde resultaten in het toezichtkader zijn: 1.5.1 Gelijke kansen in een pedagogische omgeving Spaarnesant bestaat opdat alle leerlingen die een school van Spaarnesant bezoeken • een gelijke kans hebben op optimale ontwikkeling; en • zich ingebed voelen in een pedagogische omgeving. 1.5.2 Optimale ontwikkeling in brede zin Deze optimale ontwikkeling houdt in ieder geval in, dat de leerlingen: • de door de overheid gestelde leerdoelen bereiken; • hun persoonlijkheid en talenten ontdekken en ontplooien; • passend onderwijs krijgen; en • gelukkig zijn op school. Daarmee wordt uiteindelijk beoogd dat leerlingen met zelfvertrouwen naar de toekomst kijken, zodat zij: • hun rol in de maatschappij kunnen vervullen; en • goed van start gaan op een passende plek in het voortgezet onderwijs; • dan wel een goede start maken op de arbeidsmarkt. De doelgroep bestaat uit alle ingeschreven en potentiële leerlingen van Spaarnesant (leeftijd 4-12 en so 4-20 jaar). Op basis van de voortgangs- en verantwoordingsrapportages en goedkeuringsbesluiten (besluiten op grond van statuten en/of wettelijke bepalingen) geeft het CvB invulling aan deze doelen en bepalingen. Op basis hiervan beoordeelt de RvT of binnen de gestelde kaders wordt gehandeld door het CvB.
59
5.1.3
Werkgeversrol
5.1.4
Zelfevaluatie RvT
5.1.5
Contact stakeholders
5.1.6
Rechtmatigheid en rechtmatige verwerving en besteding van middelen
De RvT houdt als werkgever toezicht op het functioneren van het CvB. Dit gebeurt door voortgangsgesprekken met het CvB, zowel individueel als gezamenlijk. Jaarlijks beoordeelt de RvT het CvB. In 2024 werd het functioneren van het CvB als uitstekend beoordeeld. De RvT heeft ook een actieve rol bij het werven en selecteren van de bestuurders. Marten Elkerbout gaat per 1 augustus 2025 met pensioen. In 2024 is de procedure voor werving en selectie van een nieuwe bestuurder, inclusief profielschets, besproken in de RvT en goedgekeurd. Er zijn afspraken gemaakt over de benoemingsadviescommissie (BAC). De procedure is begin 2025 van start gegaan.
De zelfevaluatie van de RvT heeft in januari 2025 plaats gevonden. Naast dit vaste moment van reflecteren, heeft de RvT ook gedurende het jaar tijdens vergaderingen gesproken over verdere verbeteringen van de effectiviteit van bijvoorbeeld commissies, schoolbezoeken en evalueert het elke vergadering na afloop kort. De jaarlijkse evaluatie van het toezichtkader heeft enkele wijzigingen tot gevolg gehad en een aanscherping van het waarderingsformulier voor de beoordeling van de verantwoordingen van het CvB. Dit met het oog op het verbeteren van deze beoordeling.
De leden van de RvT hebben regelmatig contact met verschillende stakeholders zoals de ouders, de schooldirecties en personeelsleden op de scholen. Dit contact vindt plaats via gezamenlijke (thema)vergaderingen van de leden van de RvT met de GMR. Dit jaar was het thema “Anders toetsen”. De voorzitters van de RvT en GMR hebben regelmatig contact en de verslagen van de vergaderingen van de RvT en GMR worden over en weer uitgewisseld. De leden bezoeken jaarlijks enkele scholen en gaan tijdens deze schoolbezoeken in gesprek met ouders, leerkrachten, leerlingen en directeuren. De scholen die in 2024 zijn bezocht zijn de van Voorthuijsenschool Hoofddorp, Zuidwester, ML King/Hildebrand en Spaarneschool. Er was een bijeenkomst van de leden van de RvT met (een afvaardiging van) de directeuren over leiding geven vanuit Het Kompas. Verder vindt overleg met de gemeente plaats, specifiek in contact met de wethouder onderwijs. Op initiatief van Spaarnesant is er sinds een aantal jaar een jaarlijkse bijeenkomst van de toezichthouders in het onderwijs in Haarlem, waar een aantal toezichthouders aan hebben deelgenomen.
Het toezichtkader bevat specifieke richtlijnen voor rechtmatigheid. Hierin staat dat het CvB bij de uitvoering van de handelingsruimte rekening dient te houden met de volgende kaders: Meest omvattende uitspraak: college van bestuur en medewerkers handelen niet onethisch, onrechtmatig of onzorgvuldig. Meer specifiek geformuleerd, houden deze drie termen het volgende in: Rechtmatigheid college van bestuur en medewerkers handelen niet in strijd met overheidsregels, statuten, en overige interne regelingen. Integriteit college van bestuur en medewerkers: 1 houden niet bewust informatie achter;
60
2 3 4 5
laten eigen belang en/of gewin niet meespelen in beslissingen; voorkomen elke schijn van belangenverstrengeling; voorkomen onveiligheid; en voorkomen (escalatie van) imagoschade.
Basis op orde college van bestuur en medewerkers voorkomen dat er nu of in de toekomst verrassingen ontstaan t.a.v. de basiskwaliteit op het gebied van: 1 onderwijs 2 mensen 3 bedrijfsvoering De RvT beoordeelt jaarlijks de begroting en meerjarenraming ter toetsing van de mate waarin middelen doelmatig en rechtmatig worden besteed. Strategische keuzes met betrekking tot investeringen en sturing op liquiditeit en reserves worden in de RvT besproken. Jaarlijks wordt de begroting vastgesteld. In het treasuryplan wordt jaarlijks vastgesteld dat middelen verantwoord worden beheerd. Voor verdieping analyseert de financiële commissie door het jaar heen en middels vergaderingen met het CvB alle financiële documenten voor een zorgvuldige toetsing van verwerving en besteding van middelen en het toegepaste risicomanagement. Er is specifiek aandacht besteed aan eventuele risico’s als gevolg van onzekerheid over toekomstige bekostiging, het wegvallen van de NPOmiddelen, werven en behouden van voldoende personeel, cybersecurity en vertraging in huisvesting. Door deze systematische aanpak heeft de RvT inzicht in de transparante en doelmatige manier waarop middelen worden verworven en besteed. Alles in lijn met de wettelijke eisen en de maatschappelijke opdracht van Spaarnesant. Integriteit De RvT heeft in het toezichtkader het bewaken van de integriteit specifiek benoemd.
Een veilige werkomgeving binnen de organisatie heeft de aandacht. In lijn met het toezichtkader heeft de RvT als uitgangspunt dat het CvB en medewerkers niet onethisch, onrechtmatig of onzorgvuldig handelen. Besluitvorming is transparant en belangenverstrengeling wordt voorkomen. De RvT wordt regelmatig geïnformeerd over acties in dit kader, zoals onder meer het versterken van het netwerk van vertrouwenspersonen, de aandacht voor de impact van leiderschap op een veilige werkomgeving en diverse HR processen. Voor het in kaart brengen van sociale veiligheid en werkklimaat heeft het CvB dit jaar een medewerkers onderzoek afgenomen bij het voltallige personeel om zo nodig signalen in kaart te brengen. Het onderzoek zal iedere vier jaar worden herhaald.
5.1.7
Overzicht toezichttaken en activiteiten raad van toezicht 2024
In aanvulling op het vorenstaande heeft de RvT de doelmatige en rechtmatige besteding van middelen in dit verslagjaar verder geborgd, door de verantwoording die het CvB heeft afgelegd via verantwoordingsrapportages en formele documenten in de planning-en-controlcyclus. In het verslagjaar 2024 heeft de RvT besluiten genomen c.q. goedkeuring verleend aan: Verantwoordingsrapportage Mensen Verantwoordingsrapportage Bedrijfsvoering Vaststelling WNT-norm 2024 Jaarverslag en de jaarrekening 2023 (incl. toelichting accountant) Mid-Term-Review 2024; geactualiseerde plaatsbepaling
61
met de verantwoordingsrapportage Onderwijs Oprichting en samenwerking met Onderwijsregio HAK Rooster van aftreden en herbenoemingen leden raad van toezicht Jaarplanning RvT schooljaar 2024 – 2025 Jaarplan 2025 Begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2029 Treasuryplan 2025 Beoordeling leden college van bestuur
Verder heeft het CvB ook in dit verslagjaar de leden van de RvT goed op de hoogte gehouden via (financiële) voortgangsrapportages en bestuursverslagen over de voortgang van het strategische beleid in het Kompas, de ontwikkelingen op de scholen, personele, financiële en huisvestingsaangelegenheden en de diverse lopende ontwikkelingen binnen de stichting. Ook de bijdrage van de leden van het CvB aan de diverse landelijke overlegorganen en ontwikkelingen is ter kennisneming gedeeld. Daarbij is in dit verslagjaar ook regelmatig gesproken door de RvT met het CvB over de governance rondom de toetsing. Specifiek over de vraag hoe de organisatie handelt in het kader van de beweging binnen Leve het onderwijs en de intentie van scholen van Spaarnesant om te stoppen met de doorstroomtoets. De RvT heeft, met het oog op de optimale ontwikkeling van de kinderen, de argumenten, opties en alternatieven meermaals besproken en afgewogen ook in een gezamenlijke bijeenkomst met de leden van de GMR. Tot slot is in september 2024 de opdrachtbevestiging voor de werkzaamheden door de externe accountant, de Jong & Laan Controle B.V. goedgekeurd.
5.1.8
Samenstelling raad van toezicht
De samenstelling van de raad van toezicht was in 2024 als volgt: Eveline Kroezen (voorzitter en lid werkgeverscommissie) Henk Tulner (vicevoorzitter en lid commissie onderwijs en kwaliteit) Sandra Schoonhoven (lid werkgeverscommissie en financiële commissie) Elvira Sweet (lid commissie onderwijs en kwaliteit) Jochem Streefkerk (lid financiële commissie) De hoofd- en nevenfuncties van de leden van het intern toezichtsorgaan worden, overeenkomstig de Code Goed Bestuur, onderstaand vermeld: Raad van toezicht: Eveline Kroezen Hoofdfunctie: coach en adviseur bij EKIM. Nevenfunctie: geen Henk Tulner Hoofdfunctie: adviseur/interimmanager onderwijs en ICT vanuit Connict B.V. Nevenfuncties: geen Sandra Schoonhoven Hoofdfunctie: Lead Sustainability, ING Bank N.V. Nevenfuncties: geen Elvira Sweet Hoofdfunctie: interim bestuurder, adviseur, coach en mediator bij EMS Consultancy Nevenfuncties: voorzitter RvT stichting Black Achievement Month (augustus 2023), lid raad van commissarissen omroeporganisatie EO en BABS bij de gemeente Amsterdam
62
Jochem Streefkerk Hoofdfuncties: advocaat bij Streefkerk Onderwijsrecht Nevenfuncties: fractievoorzitter PvdA Leidschendam-Voorburg, adviseur SvRK De zittingstermijn van Sandra Schoonhoven en Henk Tulner loopt op 1 augustus 2025 ten einde. Afgesproken is de RvT te laten bestaan uit vijf leden met een goede spreiding van kennis en persoonlijkheden. Een procedure voor de werving van twee nieuwe leden van de RvT wordt begin 2025 gestart.
5.1.9
Vergoeding
De leden ontvangen een vergoeding gebaseerd op het advies van de Vereniging van Toezichthouders in Onderwijsinstellingen (VTOI) en een vergelijking (benchmark) van vergelijkbare onderwijsorganisaties.
5.1.10 Tot slot
De RvT kijkt terug op een intensief en leerzaam jaar waarin belangrijke stappen zijn gezet in de ontwikkeling van Spaarnesant. We zijn trots op de inzet van alle betrokkenen.
63
5.2 Verantwoording GMR 5.2.1
Medezeggenschap binnen Spaarnesant
5.2.2
Verantwoording GMR 2024
5.2.3
Samenstelling GMR en commissies
5.2.4
Vergaderingen GMR
De Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad (GMR) speelt een essentiële rol in de medezeggenschap binnen Spaarnesant. Zowel de ouders als personeelsleden in deze raad zetten zich in om de belangen van kinderen, ouders en personeel op bovenschools niveau te behartigen. Goede medezeggenschap ondersteunt het onderwijs en is belangrijk voor de scholen en de stichting. In het medezeggenschapsstatuut van Spaarnesant zijn de visie op en de inrichting van medezeggenschap vastgelegd en afspraken gemaakt over de informatieverstrekking. In de medezeggenschapsraden op de scholen (MR’en) zetten betrokken ouders en personeelsleden zich ook in om medezeggenschap binnen Spaarnesant goed vorm te geven. De betrokkenheid vanuit deze raden bij het onderwijs op de scholen is onmisbaar voor goede besluitvorming op schoolniveau. De GMR speelt ook een verbindende rol tussen de MR’en op de scholen.
De GMR is een actief opererend medezeggenschapsorgaan en denkt in een vroeg stadium mee met het bestuur bij voorbereiding van het beleid en diverse ontwikkelingen binnen Spaarnesant. In 2024 heeft de GMR actief bijgedragen aan beleidsvorming binnen Spaarnesant en instemming of advies uitgebracht en meegedacht over diverse onderwerpen die alle scholen aangaan. De GMR heeft ook actief geparticipeerd bij veranderingen binnen het onderwijs en de gevolgen hiervan voor de scholen.
De GMR bestaat uit twaalf leden, waarvan zes leden voor de oudergeleding inclusief een kwaliteitszetel voor het speciaal onderwijs, en de personeelsgeleding bestaande uit zes leden, waarvan één lid vanuit het stafbureau. Er hebben wisselingen plaatsgevonden binnen de geledingen van de GMR in dit verslagjaar, waarbij de GMR zich steeds inspant om nieuwe leden te werven en vacante plaatsen zo snel mogelijk te vervullen. De zetel voor speciaal onderwijs is helaas in 2024 nog niet ingevuld. Dit verslagjaar werkte de GMR met een tweehoofdig voorzitterschap. Beide voorzitters vormen met de secretaris het dagelijks bestuur van de GMR (DB-GMR). Voorafgaande aan de vergaderingen vindt overleg plaats tussen de leden van het DB en college van bestuur (cvb) over de voorbereiding van de vergaderingen. Ook commissies van de GMR bespreken diverse onderwerpen voorafgaand aan de vergaderingen met leden van het cvb en/of specialisten van het stafbureau. De GMR heeft een commissie Personeel, een commissie Financiën en een commissie Kwaliteit.
De GMR bespreekt met het cvb beleid dat voor alle scholen geldt en geeft, op basis van het GMRreglement, advies- of instemming op de diverse onderwerpen. Ook geeft de GMR het cvb ongevraagd advies. De GMR heeft in 2024 vier reguliere vergaderingen gehad. Basis voor deze vergaderingen zijn de onderwerpen uit de planning- en controlcyclus. Daarnaast zijn twee extra (thema)vergaderingen gehouden in februari en in november, over de uitgangspunten van het bestuursformatieplan, het benoemingsbeleid schooldirecties en het profiel en de werving van de nieuwe bestuurder. De GMR heeft in 2024, op basis van het GMR-reglement, instemming of advies gegeven op de onderstaande onderwerpen: • Bestuursformatieplan 2024-2025 • Jaarplanning GMR schooljaar 2024/2025
64
• • • • • • • •
Jaarverslag en jaarrekening 2023 Uitgangspunten begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2029 Samenwerking met de Onderwijsregio HAK Herbenoeming leden Raad van Toezicht Rooster van aftreden leden GMR Jaarplan 2025 Benoemingsbeleid schooldirectie en adjunct-directeuren Werkkostenregeling 2025 (WKR)
De GMR is door het cvb geïnformeerd over en betrokken bij specifieke onderwerpen waaronder: de noodplannen op de scholen, herinrichting van het stafbureau, de Mid term review 2024 en geactualiseerde plaatsbepaling, tussentijdse financiële stand van zaken, de risicoanalyse 2025, het Treasuryplan 2025, kansengelijkheid en inclusief onderwijs, het medewerkers tevredenheidsonderzoek (MO), de arbeidsmarkttoelage en meerdere keren de doorstroomtoets. De GMR is in dit verslagjaar ook betrokken bij de procedure voor de werving en selectie van een nieuw lid van het college van bestuur. Vanuit de GMR hebben twee leden (een ouder en een personeelslid) zitting in de benoemingsadviescommissie. Intern heeft de GMR diverse onderwerpen besproken zoals de GMR-commissies en vacatures in de GMR, en werden het huishoudelijk reglement en het medezeggenschapstatuut van de GMR opnieuw doorgenomen en vastgesteld. Verder bespreekt de GMR regelmatig hoe zij hun rol binnen de medezeggenschap en het contact met de achterban nog verder kunnen verbeteren.
5.2.5
Toezicht en medezeggenschap
5.2.6
Medezeggenschapsraden
De voorzitters van de RvT en GMR hebben regelmatig contact, en de verslagen van de vergaderingen van de RvT en GMR worden gedeeld. In maart hebben de leden van de RvT, GMR en cvb gesproken over pedagogisch adviseren en de ontwikkelingen en ervaringen op scholen met het adviesproces in relatie tot governance.
Alle scholen van Spaarnesant hebben op schoolniveau een eigen medezeggenschapsraad (MR). Ook deze raden vervullen een belangrijke rol in het kader van de medezeggenschap. Waar de GMR de gesprekspartner is van het bestuur en betrokken is bij beleid van alle scholen, zijn de leden van de MR de gesprekspartner van de directeur van een school voor zaken op schoolniveau. Goede interactie tussen de leden van de GMR en de MR’en is van belang. Door goed contact met de achterban kan de GMR de kwaliteit van de advisering naar het bestuur immers nog meer verbeteren. Deze interactie vindt onder meer plaats door het organiseren van een zgn. Meet & Greet van de GMR en de MR’en. In deze bijeenkomsten wordt over specifieke onderwerpen kennis gedeeld en het contact tussen de leden van de GMR en MR’en versterkt.
65
6 Bijlagen
66
6.1 Bijlage I
Leerlingenprognoses per school Brin
2023
2024
2025
2026
2027
2028
Bos en Vaart
15SB
550
561
561
561
561
561
Cruquiusschool
15SB
155
170
198
204
210
210
De Kring
15UJ
516
543
550
550
550
550
Hannie Schaft
15UJ
226
244
241
248
250
250
De Cirkel
15WQ
271
258
252
247
250
250
M.L. Kingschool
16KG
238
242
240
240
240
240
Ter Cleeff
16AR
591
623
600
600
600
600
IKC De Argonauten
16AR
206
209
205
209
210
210
De Wilgenhoek
16CH
212
211
215
215
220
220
De Beatrixschool
16DS
425
436
420
420
420
420
De Dolfijn
16GK
245
240
243
252
260
260
De Zonnewijzer
16HS
439
452
455
455
465
470
De Zuidwester
16JB
422
401
390
400
400
400
Telling 1 februari Basisonderwijs
Camelot
16LF
175
176
186
196
206
216
De Globe
16NG
128
143
155
164
172
180
De Erasmus
16NG
280
260
260
260
260
260
De Piramide
16NG
160
154
155
155
155
155
Molenwiek Dalton
16WT
467
437
445
445
445
445
De Wijde Wereld Montessori
16WT
177
186
208
211
215
215
De Spaarneschool
16YQ
144
150
172
175
180
180
De Peppelaer
16ZF
414
412
412
412
412
412
Totaal BAO
6.441
6.508
6.563
6.619
6.681
6.704
Mutatie tov voorgaand jaar
-1,1%
1,0%
0,8%
0,9%
0,9%
0,3%
SBO en SO Hildebrand
18QX
42
34
24
14
3
0
IKC Schalkwijk
18RW
185
188
190
192
194
196
Totaal SBO Mutatie tov voorgaand jaar
227
222
214
206
197
196
-4,6%
-2,2%
-3,6%
-3,7%
-4,4%
-0,5%
Van Voorthuijsen School
18IS
197
213
221
231
236
236
De Parel
18LW
124
118
112
112
112
112
Totaal SO Mutatie tov voorgaand jaar
321
331
333
343
348
348
6,6%
3,1%
0,6%
3,0%
1,5%
0,0%
Totaal SBO en SO
548
553
547
549
545
544
Mutatie tov voorgaand jaar
1,7%
0,9%
1,7%
1,9%
-0,5%
-1,6%
Totaal Spaarnesant
6.989
7.061
7.110
7.168
7.226
7.248
Mutatie tov voorgaand jaar
-0,9%
1,0%
0,7%
0,8%
0,8%
0,3%
67
6.2 Bijlage II
Verantwoording aan SWV PO-ZK
68
69
70
71
72
73
74
75
6.3 Bijlage III
NPO-begroting gezamenlijke activiteiten 2022
2023
2024
2025
2026
Totaal MJB 2024
totaal na MTR 2022
totaal oorspronkelijk
Samen opleiden en professionaliseren Binden en boeien Anders organiseren Formatief toetsen
55.127 250.059 78.037 -
90.000 94.000 -
515.500 -
515.500 -
115.000 -
1.291.127 250.059 172.037 -
631.405 676.393 329.000 18.500
909.535 689.893 96.000 18.500
Totaal
383.223
184.000
515.500
515.500
115.000
1.713.223
1.655.298
1.713.928
personeel Inhuur derden Academie NPO
301.247 5.462 76.515
148.210 20.969 14.821
€ 496.200 € 19.300
€ 515.500 -
€ 115.000 1.576.157 26.431 110.636
1.330.018 209.000 116.280
1.495.893 96.500 121.535
Bovenschools NPO totaal
383.223
184.000
€ 515.500
515.500
115.000
1.655.298
1.713.928
Totaal
Totaal Oorspronkelijk €
NPO begroting
1.713.223
Samen Opleiden en Professionaliseren Samen opleiden en professionaliseren Realisatie 2022 €
Prognose 2023 €
2024 €
2025 €
€
Kosten Personeel: Extra inzet (beschrijving + FTE's) Schoolopleiders aug 2022 en verder Programmaleiding (Mariette 0,2 kosten via Academie + 0,2 fte )
6.552 22.033
28.000
€ 6.552 50.033
Bovenschoolse schoollopleiders
19.009
48.210
67.219
Vergoeden studiedag en stagedag Ad pep Vergoeden studiedag en stage medewerkers Pabo Stagedag betalen HBO studenten Stagedag betalen MBO studenten
€ 66.700 € 270.000 € 127.500 € 32.000
86.000 270.000 127.500 32.000
115.000
868.500 15.000
152.700 655.000 255.000 64.000
inhuur derden: Scholing (inkoop Academie): Beschrijving + kosten Grip op de groep (meerwerk 2 x 2 personen) Talentfluisteren (meerwerk) Velon basisregistratie schoolopleiders (3x) Professionele identiteit (meerwerk) Training onderwijsassistenten 2 x Feedback geven (interventie NPO) 2 x rekenspecialist 4 personen taalspecialist 2 personen Lezing rekentaal Rekencoordinator 4 personen Communiceren met ouders
415 5.310 1.808
Schoolleiders opleiding basisbekwaam 5 keer, deel 2023 Benodigd budget
415 5.310 1.808 -
55.127
13.790
€ 19.300
90.000
€ 515.500
1.000 1.000 2.685 1.000 6.000 900 6.900 6.300 250
33.090 515.500
115.000
1.291.127
909.535
76
Binden en Boeien Binden en boeien 2022 €
2023 €
2024
2025 €
€
Totaal €
Totaal Oorspronkelijk €
Kosten Personeel: Extra inzet (beschrijving + FTE's) coachen startende leerkrachten 0,4 FTE, va aug 22 Training professionele identiteit vanuit talent Vervanging verlofdag schoolleidersopleiding ( 11 x 0,2 fte)
180.870
180.870
178.500 2.893 360.000
-
35.000 1.500 30.000 5.000
inhuur derden: W&S Reclamebureau en media-inkoop intervisie starters Inventarisatie vertrekkende leerkrachten + beleid aanpassing Digitaal platform Spaarnesant Sport Aon Vitaliteitsprogramma Spaarnesant Sport
2.739
2.739
61.123
61.123
4.156 1.171
4.156 1.171
250.059
250.059
Scholing (inkoop Academie): Beschrijving + kosten Inductieprogramma starters Opleiding Pedagogisch Leiderschap
5.000 72.000
Andere kosten: Overige kosten schoolleidersopleiding Overige kosten schoolleidersopleiding Benodigd budget
689.893
Anders organiseren Anders organiseren 2022 €
2023 €
2024
2025 €
€
Totaal €
Totaal Oorspronkelijk €
Kosten Personeel: Extra inzet (beschrijving + FTE's) Van ideeën naar opgave naar uitvoering
72.782
72.000
144.782
71.000
2.723
20.969
23.692
10.000
-
4.000 3.000 7.000 1.000
168.474
96.000
inhuur derden: Externe expertise
Scholing (inkoop Academie): Beschrijving + kosten Loopbaanfit Inspiratiesessies ZoomT jaarprogramma hier opnemen? leernetwerk ZoomT opzetten coordinator van dit leernetwerk
Andere kosten: Benodigd budget
2.532
1.031
78.037
94.000
-
-
-
77
Formatief toetsen Formatief toetsen 2022 FTE €
2023 FTE €
2024 FTE€
2025 FTE €
Totaal
FTE €
€
Totaal Oorspronkelijk €
Kosten Personeel: Extra inzet (beschrijving + FTE's) vacature (beschrijving functie + FTE + schaal)
inhuur derden: Externe expertise
15.000
Scholing (inkoop Academie): Beschrijving + kosten Annsluiten netwerk en bezoek bijeenkomsten Benodigd budget
-
-
3.500
-
18.500
78
Jaarrekening 2024 Haarlem, 4 april 2024
Jaarrekening Stichting Spaarnesant 2024
Inhoud Grondslagen voor de jaarrekening ...................................................................................................... 2 Balans (na verwerking resultaatbestemming)..................................................................................... 8 Staat van baten en lasten .................................................................................................................. 10 Kasstroomoverzicht ........................................................................................................................... 11 Toelichting op de balans .................................................................................................................... 12 Toelichting op de staat van baten en lasten ..................................................................................... 18 Bestemming van het resultaat .......................................................................................................... 21 Niet uit de balans blijkende verplichtingen en activa ....................................................................... 22 Verbonden partijen ........................................................................................................................... 25 Gebeurtenissen na balansdatum.......................................................................................................
25 Overige gegevens .............................................................................................................................. 26 WNT: Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector ................ 27 Model G1 ........................................................................................................................................... 31 Model G2 ........................................................................................................................................... 32 Gegevens over de rechtspersoon ...................................................................................................... 33
1
Jaarrekening Stichting Spaarnesant 2024
Grondslagen voor de jaarrekening Algemeen Deze jaarrekening bevat de financiële gegevens over het kalenderjaar 2024 van Stichting Spaarnesant. De jaarrekening is opgemaakt door de bestuurder onder de eindverantwoordelijkheid van de Raad van Toezicht in haar toezichthoudende en controlerende rol binnen de stichting. De in de jaarrekening opgenomen bedragen zijn vermeld in hele euro’s. De jaarrekening is opgesteld volgens de inrichtingsvereisten zoals opgenomen in de Regeling Jaarverslaggeving Onderwijs (RJO). Op basis van deze regeling is Titel 9 in boek 2, van het Burgerlijk Wetboek en de richtlijnen van de Raad voor de Jaarverslaglegging, met in het bijzonder Richtlijn “660 Onderwijsinstellingen”, van toepassing. Activa en passiva, met uitzondering van het eigen vermogen, worden in het algemeen gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs of de actuele waarde. Indien geen specifieke waarderingsgrondslag is vermeld, vindt waardering plaats tegen de verkrijgingsprijs. In de balans, de staat van baten en lasten en het kasstroomoverzicht zijn referenties opgenomen. Met deze referenties wordt verwezen naar de toelichting.”
Continuïteit De in de onderhavige jaarrekening gehanteerde grondslagen van waardering en resultaatbepaling zijn dan ook gebaseerd op de veronderstelling van continuïteit van de stichting.
Vergelijkende cijfers Voor zover van toepassing zijn ter vergelijking de realisatiecijfers opgenomen van het voorgaande jaar, alsmede de cijfers van de meest recente, vastgestelde versie van de begroting van het verantwoordingsjaar. Er hebben geen presentatiewijzigingen van posten in de balans of de staat van baten en lasten plaatsgevonden ten opzichte van de jaarrekening 2023.
Schattingen Bij het opstellen van de jaarrekening dient het bestuur, overeenkomstig algemeen geldende grondslagen, bepaalde schattingen en veronderstellingen te doen die mede bepalend zijn voor de opgenomen bedragen. De feitelijke resultaten kunnen van deze schattingen afwijken.
Balans Materiële vaste activa De materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs plus bijkomende kosten of vervaardigingsprijs, verminderd met de afschrijvingen. De afschrijvingen vinden lineair en naar tijdsgelang plaats op basis van de verwachte toekomstige gebruiksduur. Waarbij de afschrijving van de investeringen uit het lopende boekjaar wordt bepaald op het x/12 deel van het jaar na de maand van aanschaf. Hierbij is x het aantal maanden dat het jaar nog heeft te gaan. De gehanteerde activeringsgrens is voor alle categorieën € 500 uitgezonderd Groot onderhoud. Voor Groot onderhoud is de activeringsgrens €2.000. Investeringssubsidies worden direct in mindering gebracht op de investeringen en niet gepassiveerd in de balans. Er wordt rekening gehouden met de bijzondere waardeverminderingen die op balansdatum worden verwacht. 2
Jaarrekening Stichting Spaarnesant 2024 De gehanteerde afschrijvingspercentages zijn: Gebouwen Groot onderhoud Meubilair en inventaris Apparatuur en installaties Leermiddelen Computerapparatuur en telefonie Digiborden IPads Gymnastiek/speellokaal/zwembad materiaal
2,5 – 11,1 % 2,5 – 16,7 % 5 - 10 % 10 % 12,5 % 20 % 10 % 25% 5 – 10 %
(9 - 40 jaar) (6 – 40 jaar) (20 jaar) (10 jaar) ( 8 jaar) (5 jaar) (10 jaar) (4 jaar) (10 - 20 jaar)
De investeringen gebouwen hebben betrekking op: Een aandeel van Spaarnesant in een investering welke deels ten behoeve van buitenschoolse opvang is, uit 2011. De investering wordt in 40 jaar afgeschreven. Deze investering is nog uit de periode van voor de lumpsum bekostiging. Spaarnesant verhuurt het onderdeel buitenschoolse opvang, tegen minimaal kostendekkende tarieven aan de stichting BSO op Stoom. De afschrijvingslasten van circa € 8.5 k worden bij op Stoom in rekening gebracht. Spaarnesant is met de gemeente Haarlem overeengekomen dat bij buitengebruikstelling van het schoolgebouw voor onderwijs, dit deel van het schoolgebouw in eigendom wordt overgedragen aan de gemeente Haarlem. De gemeente Haarlem zal dan de resterende boekwaarde van de investering vergoeden aan Spaarnesant.