CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Jaarverslag 2022 Spaarnesant

gemeenteraad 30 november 2023, gemeente HaarlemBij agendapunt: Realisatie instandhouding openbaar primair (speciaal) onderwijs 202231.234 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4



ϲ 







 

sĞƌĂŶƚǁŽŽƌĚŝŶŐƉĂƐƐĞŶĚŽŶĚĞƌǁŝũƐŵŝĚĚĞůĞŶ

  

<ĂůĞŶĚĞƌũĂĂƌϮϬϮϮͮƌĞƚŽƵƌĂĂŶƐĂŵĞŶǁĞƌŬŝŶŐƐǀĞƌďĂŶĚǀŽŽƌϭϱŵĂĂƌƚϮϬϮϯĂĂŶƌ͘ƌŽďŝƐŽŶΛƉŽͲnjŬ͘Ŷů 



tŝũĚĞtĞƌĞůĚ

d>s/ϮϬϭϲͲϬϬϮϬϭ,



d>s/ϮϬϭϳͲϬϬϬϳϮ,

ƵŝĚǁĞƐƚĞƌ

d>s/ϮϬϮϮͲϬϬϮϰϵE ϱŵŶĚ͕d>s/ϮϬϮϮͲ ϬϬϮϰϴϱŵŶĚ

/ŶƐĐŚŽŽůũĂĂƌϮϬϮϮͲϮϬϮϯŝƐŚĞƚŐĞůĚǀŽůůĞĚŝŐŝŶŐĞnjĞƚ ǀŽŽƌĚĞƐŽĐŝĂĂůͲĞŵŽƚŝŽŶĞůĞŽŶƚǁŝŬŬĞůŝŶŐǀĂŶ͘Ğ ŽŶĚĞƌƐƚĞƵŶŝŶŐǀĂŶDĞůŝƐƐĂ͕ƚƌĂŝŶƐƚĞƌǀĂŶKK<͕ŝƐ ǀŽŽƌƚŐĞnjĞƚ͘ŝũŬŽŵƚǁĞŬĞůŝũŬƐůĂŶŐƐ͘ĞĞŶĞǁĞĞŬ ŐĞĞĨƚnjĞϭŽƉϭďĞŐĞůĞŝĚŝŶŐĂĂŶĂĂŶďŝũŚĞƚďĞŚĂůĞŶ ǀĂŶnjŝũŶĚŽĞůĞŶŽƉƐŽĐŝĂĂůͲĞŵŽƚŝŽŶĞĞůǀůĂŬ͘ĞĂŶĚĞƌĞ ǁĞĞŬŚĞĞĨƚ͘ŵĞƚǀŝĞƌůĞĞƌůŝŶŐĞŶƵŝƚŐƌŽĞƉϴĞĞŶ ǁĞĞƌďĂĂƌŚĞŝĚƐƚƌĂŝŶŝŶŐ͗,ŽĞǀƌĂĂŐŝŬƚŝũĚĞŶƐĚĞƉĂƵnjĞ ĂĂŶĞĞŶĂŶĚĞƌŬŝŶĚŽĨnjĞǁŝůůĞŶƐƉĞůĞŶ͍,ŽĞŐĞĞĨŝŬ ŵŝũŶŐƌĞŶƐĂĂŶĂůƐŝŬĚĂƚŶŝĞƚǁŝů͍,ŽĞŝŬŶĞĞŵ ŝŶŝƚŝĂƚŝĞĨ͍ ͘,͘;ŐƌŽĞƉϲͿŬƌŝũŐƚĞdžƚƌĂŝŶĚŝǀŝĚƵĞůĞŽŶĚĞƌƐƚĞƵŶŝŶŐ ǀŽŽƌnjŝũŶĐŽŐŶŝƚŝĞǀĞŽŶƚǁŝŬŬĞůŝŶŐǀĂŶĞĞŶůĞĞƌŬƌĂĐŚƚ ďƵŝƚĞŶĚĞŐƌŽĞƉ͘ĞnjĞŽŶĚĞƌƐƚĞƵŶŝŶŐǁŽƌĚƚ ƵŝƚŐĞǀŽĞƌĚǀŽůŐĞŶƐŚĞƚŽƉŐĞƐƚĞůĚĞKWW͘ƌŝƐ ĂĨƐƚĞŵŵŝŶŐŵĞƚŽƵĚĞƌƐ͘'ĞĚƵƌĞŶĚĞŚĞƚϮϬϮϮŝƐ ĚĂĂƌŶĂĂƐƚĂĂŶĚĂĐŚƚŐĞŐĞǀĞŶĂĂŶĚĞŽǀĞƌƐƚĂƉŶĂĂƌĚĞ ďŽǀĞŶďŽƵǁ͕ĚĞƐŽĐŝĂůĞǁĞĞƌďĂĂƌŚĞŝĚĞŶŝƐŐĞƐƚĂƌƚŵĞƚ ŽƌŝģŶƚĂƚŝĞƌŝĐŚƚŝŶŐƵŝƚƐƚƌŽŽŵŶĂĂƌŚĞƚ ƉƌĂŬƚŝũŬŽŶĚĞƌǁŝũƐ͘ ͘,ͲŐƌŽĞƉϱ͕ŬƌŝũŐƚĞdžƚƌĂŽŶĚĞƌƐƚĞƵŶŝŶŐǀĂŶZdͲĞƌŽŵ ĚĞƉĞƌŝŽĚĞĚĂƚŚŝũŽŽŬŶŝĞƚŶĂĂƌƐĐŚŽŽůŬĂŶŽƉƚĞ ǀĂŶŐĞŶ͘,ŝũŬƌŝũŐƚĞdžƚƌĂŽŶĚĞƌƐƚĞƵŶŝŶŐǀĂŶĚĞ ůĞĞƌŬƌĂĐŚƚƚŝũĚĞŶƐĚĞŐLJŵůĞƐ͘ƌŝƐĂĨƐƚĞŵŵŝŶŐŵĞƚ ŽƵĚĞƌƐ͘ ͘ĞŶE͘<ŚĞďďĞŶĚĞĚŝĂŐŶŽƐĞƐĞůĞĐƚŝĞĨŵƵƚŝƐŵĞ͘ŝũ ǁŽƌĚĞŶďĞŚĂŶĚĞůĚĚŽŽƌĞĞŶƉƐLJĐŚŽůŽŽŐĚŝĞŚŝĞƌǀŽŽƌ ŽƉƐĐŚŽŽůŬŽŵƚ͘ d>sͲŵŝĚĚĞůĞŶǁŽƌĚĞŶŝŶŐĞnjĞƚŽŵĚĞnjĞůĞĞƌůŝŶŐĞŶŽƉ ƐŽĐŝĂĂůͲĞŵŽƚŝŽŶĞĞůŐĞďŝĞĚĞdžƚƌĂƚĞŽŶĚĞƌƐƚĞƵŶĞŶĞŶ

ĚĞǀĞƌƚĂĂůƐůĂŐǀĂŶƚŚĞƌĂƉŝĞŶĂĂƌĚĂŐĞůŝũŬƐĞƉƌĂŬƚŝũŬƚĞ ŵĂŬĞŶ͘ ƌŝƐŶƵǀŽŽƌĞĞŶĂĂŶƚĂůƵƵƌĂƐƐŝƐƚĞŶƚŝĞǀŽŽƌ ƉĞƌƐŽŽŶůŝũŬĞďĞŐĞůĞŝĚŝŶŐĂĂŶǁĞnjŝŐ͘ ĞnjĞƉĞƌƐŽŽŶ͗ x

x

x



ŚĂĂŬƚŽ͘Ă͘ĂĂŶďŝũĚĞƚŚĞƌĂƉŝĞƐĞƐƐŝĞƐĞŶŚĞůƉƚ ďŝũŚĞƚƵŝƚǀŽĞƌĞŶǀĂŶĚĞ ͚ŽƉĚƌĂĐŚƚĞŶͬŽĞĨĞŶŝŶŐĞŶ͛ĚŝĞŚŝĞƌƵŝƚǀŽŽƌĚĞ ůĞĞƌůŝŶŐĞŶǀŽŽƌƚŬŽŵĞŶ͖ ĚŽĞƚŽďƐĞƌǀĂƚŝĞƐĚŝĞŶŽĚŝŐnjŝũŶĞŶ ŽŶĚĞƌƐƚĞƵŶƚĚĞůĞĞƌŬƌĂĐŚƚĚŝĞŽƉĚĞnjĞŵĂŶŝĞƌ ϭŽƉϭŬĂŶǁĞƌŬĞŶŵĞƚĚĞůĞĞƌůŝŶŐĞŶͬŽĨŬĂŶ ŽǀĞƌůĞŐŐĞŶŵĞƚĚĞƚŚĞƌĂƉĞƵƚ͖ ďĞŐĞůĞŝĚƚĚĞůĞĞƌůŝŶŐĞŶŵĞƚŚƵŶǁĞƌŬŝŶĚĞ ŐƌŽĞƉ;ϭŽƉϭͿ͘

ϳ 

   





sĞƌĂŶƚǁŽŽƌĚŝŶŐƉĂƐƐĞŶĚŽŶĚĞƌǁŝũƐŵŝĚĚĞůĞŶ

 

<ĂůĞŶĚĞƌũĂĂƌϮϬϮϮͮƌĞƚŽƵƌĂĂŶƐĂŵĞŶǁĞƌŬŝŶŐƐǀĞƌďĂŶĚǀŽŽƌϭϱŵĂĂƌƚϮϬϮϯĂĂŶƌ͘ƌŽďŝƐŽŶΛƉŽͲnjŬ͘Ŷů 







ƌŝƐƌĞŐĞůŵĂƚŝŐŽǀĞƌůĞŐƚƵƐƐĞŶ͗ƐĐŚŽŽůͲŽƵĚĞƌͲ ƚŚĞƌĂƉĞƵƚ͘ 

ϴ 90

5. Jaarrekening 2022

91

Grondslagen voor de jaarrekening Algemeen 'H]HMDDUUHNHQLQJEHYDWGHȴQDQFL­OHJHJHYHQVRYHUKHWNDOHQGHUMDDUYDQ6WLFKWLQJ6SDDUQHVDQW De jaarrekening is opgemaakt door de bestuurder onder de eindverantwoordelijkheid van de Raad van Toezicht in haar toezichthoudende en controlerende rol binnen de stichting. De in de jaarrekening opgenomen bedragen zijn vermeld in hele euro’s. De jaarrekening is opgesteld volgens de inrichtingsvereisten zoals opgenomen in de Regeling Jaarverslaggeving Onderwijs (RJO). Op basis van deze regeling is Titel 9 in boek 2, van het Burgerlijk Wetboek en de richtlijnen van de Raad voor de Jaarverslaglegging, met in het bijzonder Richtlijn “660 Onderwijsinstellingen”, van toepassing Activa en passiva, met uitzondering van het eigen vermogen, worden in het algemeen gewaardeerd tegen GHYHUNULMJLQJVRIYHUYDDUGLJLQJVSULMVRIGHDFWXHOHZDDUGHΖQGLHQJHHQVSHFLȴHNHZDDUGHULQJVJURQGVODJ is vermeld, vindt waardering plaats tegen de verkrijgingsprijs. In de balans, de staat van baten en lasten en het kasstroomoverzicht zijn referenties opgenomen. Met deze referenties wordt verwezen naar de toelichting.”

Continuiteit De in de onderhavige jaarrekening gehanteerde grondslagen van waardering en resultaatbepaling zijn dan ook gebaseerd op de veronderstelling van continuïteit van de stichting.

Vergelijkende cijfers Voor zover van toepassing zijn ter vergelijking de realisatiecijfers opgenomen van het voorgaande jaar, alsmede de cijfers van de meest recente, vastgestelde versie van de begroting van het verantwoordingsjaar. Er hebben geen presentatiewijzigingen van posten in de balans of de staat van baten en lasten plaatsgevonden ten opzichte van de jaarrekening 2021.

Schattingen Bij het opstellen van de jaarrekening dient het bestuur, overeenkomstig algemeen geldenden grondslagen, bepaalde schattingen en veronderstellingen te doen die mede bepalend zijn voor de opgenomen bedragen. De feitelijke resultaten kunnen van deze schattingen afwijken.

Stelselwijziging In 2022 is een stelselwijziging doorgevoerd ten aanzien van de verwerking van kosten groot onderhoud. Spaarnesant is overgestapt op de componentenmethode, waarbij kosten van groot onderhoud worden geactiveerd onder de post materiële vaste activa. Deze stelselwijziging beoogt een verbetering van het inzicht in het resultaat en vermogen van de stichting. Bij toepassing van de componentenmethode worden alle uitgaven aan groot onderhoud geactiveerd en afgeschreven tegen de economische levensduur. Uitgaven voor klein onderhoud (>€ 500) worden – ongewijzigd ten opzichte van voorafgaande jaren

92

– rechtstreeks in de staat van baten en lasten verantwoord. De stelselwijziging is retrospectief verwerkt vanaf 1 januari 2021 waarbij in deze jaarrekening de vergelijkende cijfers voor het boekjaar 2021 zijn aangepast. Met deze verwerkingswijze wordt aangesloten bij de RJ 140 stelselwijzigingen. 'H]HVWHOVHOZLM]LJLQJKHHIWH΍HFWRSGHDIVFKULMYLQJHQHQGRRUKHWZHJYDOOHQYDQGHGRWDWLHDDQGH voorziening groot onderhoud op de huisvestingslasten in de Staat van Baten en Lasten. De Balans is gewijzigd aan de activa zijde omdat met terugwerkende kracht is geactiveerd. Aan de passiva zijde is de Voorziening groot onderhoud vervallen en zijn de veranderingen in het Algemene reserve JHPXWHHUG+HWH΍HFWRSYHUVFKLOOHQGHSRVWHQXLWGHMDDUUHNHQLQJLVKLHURQGHUZHHUJHJHYHQ

Staat van Baten en Lasten

31.12.2021 gepubliceerd

31.12.2021 na stelselwijziging

Aanpassing

€

€

€

4.2

Afschrijvingen

1.455.688

2.109.425

653.737

4.3

Huisvestingslasten

4.704.943

3.614.423

-1.090.520







Resultaat Balans ACTIVA 1.1

VASTE ACTIVA

1.1.2

Materiële vaste activa

1.1.2.1

Gebouwen en terreinen

1.876.719

9.087.575

1.1.2.3

Inventaris en apparatuur

5.649.837

5.755.778

1.1.2.4

Overige materiële vaste activa

830.681

830.681

1.1.2.5

In uitvoering en vooruitbetaling

48.823

48.823

8.406.060

15.722.857

7.316.797 

Aanpassing ACTIVA PASSIVA 2.1

Eigen vermogen

2.1.1

Verloopoverzicht eigen vermogen

2.1.1.1

Algemene reserve

11.900.169

19.711.426

2.1.1.2

Bestemmingsreserve NPO (publiek)

1.834.073

1.834.073

2.1.1.3

Bestemmingsreserves (privaat) Totaal eigen vermogen

2.2.3

Voorziening groot onderhoud

Aanpassing PASSIVA

597.436

597.436

14.331.679

22.142.935

7.811.257

494.460

0

-494.460 

93

Balans 0DWHUL­OHYDVWHDFWLYD De materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs plus bijkomende kosten of vervaardigingsprijs, verminderd met de afschrijvingen. De afschrijvingen vinden lineair en naar tijdsgelang plaats op basis van de verwachte toekomstige gebruiksduur. Waarbij de afschrijving van de investeringen uit het ORSHQGHERHNMDDUZRUGWEHSDDOGRSKHW[GHHOYDQKHWMDDUQDGHPDDQGYDQDDQVFKDI+LHUELMLV[KHW aantal maanden dat het jaar nog heeft te gaan. De gehanteerde activeringsgrens is voor alle catergorieën € 500 uitgezonderd Groot onderhoud. Voor Groot onderhoud is de activeringsgrens €2.000. Investeringssubsidies worden direct inmindering gebracht op de investeringen en niet gepassiveerd in de balans. Er wordt rekening gehouden met de bijzondere waardeverminderingen die op balansdatum worden verwacht. De gehanteerde afschrijvingspercentages zijn: Gebouwen

2,5 – 11,1 % (9 - 40 jaar)

Groot onderhoud

2,5 – 16,7 % (6 – 40 jaar)

Meubilair en inventaris

5

Apparatuur en installaties

10 %

(10 jaar)

Leermiddelen

12,5 %

( 8 jaar)

Computerapparatuur en telefonie

20 %

(5 jaar)

Digiborden

10 %

(10 jaar)

iPads

25%

(4 jaar)

Gymnastiek/speellokaal/zwembad materiaal 5

- 10 %

– 10 %

(20 jaar)

(10 - 20 jaar)

De investeringen gebouwen hebben betrekking op: • Een aandeel van Spaarnesant in een investering welke deels ten behoeve van buitenschoolse opvang is, uit 2011. De investering wordt in 40 jaar afgeschreven. Deze investering is nog uit de periode van voor de lumpsum bekostiging. Spaarnesant verhuurt het onderdeel buitenschoolse opvang, tegen minimaal kostendekkende tarieven aan de stichting BSO op Stoom. De afschrijvingslasten van circa € 8.5 k worden bij op Stoom in rekening gebracht. Spaarnesant is met de gemeente Haarlem overeengekomen dat bij buitengebruikstelling van het schoolgebouw voor onderwijs, dit deel van het schoolgebouw in eigendom wordt overgedragen aan de gemeente Haarlem. De gemeente Haarlem zal dan de resterende boekwaarde van de investering vergoeden aan Spaarnesant. • Een aandeel van Spaarnesant in investering in het pand Schipholpoort 2 in 2013. Dit pand wordt gehuurd ten behoeve van de huisvesting van het bestuur en het stafbureau. Door een jaarlijkse korting op de huurprijs, wordt deze investeringen terugverdiend (de korting is gerelateerd aan de afschijvingslast van € 45 k). • Duurzaamheidsinvesteringen, zoals zonnepanelen, ledverlichting en installaties.

Vlottende activa Vorderingen worden bij eerste verwerking gewaardeerd tegen de reële waarde van de tegenprestatie onder aftrek van een voorziening voor oninbaarheid.

94

Liquide middelen Liquide middelen bestaan uit kas en banktegoeden met een looptijd korter dan 12 maanden. De liquide middelen staan ter vrije beschikking van de stichting en zijn direct opeisbaar. Liquide middelen worden gewaardeerd tegen nominale waarde.

Eigen vermogen - Algemene reserve De algemene reserve is er ter waarborging van de continuïteit van de scholen en wordt opgebouwd uit resultaatbestemming van overschotten die ontstaan uit het verschil tussen de baten en de lasten. De algemene reserve wordt beschouwd als deel van de publieke middelen en is vrij besteedbaar.

Eigen vermogen – Bestemmingsreserve NPO publiek De bestemmingsreserve NPO publiek is gevormd door het verschil tussen de ontvangen middelen NPO HQGHODVWHQYDQGHXLWJHYRHUGHDFWLYLWHLWHQWRWGHFHPEHU'H]HPLGGHOHQ]LMQVSHFLȴHNEHVWHPG voor het uitvoeren van NPO activiteiten.

Eigen vermogen - Bestemmingsreserve privaat De bestemmingsreserve privaat is gevormd door het verschil tussen baten en lasten van rekeningen van o.a. ouderraden, tussen- en naschoolse opvang en overige eigen middelen van de school.

Voorzieningen Voorzieningen worden gevormd voor in rechte afdwingbare of feitelijke verplichtingen die op de balansdatum bestaan, waarbij het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen noodzakelijk is en waarvan de omvang op betrouwbare wijze is te schatten. De voorzieningen worden gewaardeerd tegen de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de verplichtingen per balansdatum af te wikkelen. De voorzieningen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde van de uitgaven die naar verwachting noodzakelijk zijn om de verplichtingen af te wikkelen, tenzij anders vermeld. De voorzieningen worden QLHWWHJHQFRQWDQWHZDDUGHJHZDDUGHHUGRPGDWKHWH΍HFWYDQGHWLMGVZDDUGHQLHWPDWHULHHOLV'HUHQWH die wordt gerekend over de banktegoeden is verwaarloosbaar. Toevoegingen aan de voorzieningen vinden plaats door dotaties ten laste van de staat van baten en ODVWHQ'HRQWWUHNNLQJHQYLQGHQUHFKWVWUHHNVSODDWVWHQODVWHYDQGHEHWUH΍HQGHYRRU]LHQLQJ Voorzieningen worden onderscheiden naar aard en doel.

Jubileumvoorziening De voorziening jubilea is opgebouwd om de kosten van 25-jarig respectievelijk 40-jarig ambtsjubileum van de personeelsleden te betalen. De voorziening is tegen nominale waarde opgenomen.

Voorziening werkloosheidsbijdragen De voorziening werkloosheidsbijdragen bestaat uit de verwachte wettelijke en bovenwettelijke WW-uitkering van werknemers die voor het ontstaan van dit recht bij Spaarnesant werkzaam waren en waar het Participatiefonds de vergoeding (nog) niet heeft geaccepteerd op basis van de ontslaggronden en – procedure.

Voorziening langdurig zieken De voorziening langdurig zieken bestaat uit de verwachte doorbetaalde loonkosten bij ziekte wegens eigen risicodragerschap. Ook de uit te betalen transitie vergoeding is opgenomen in de voorziening.

95

Voorziening duurzame inzetbaarheid De voorziening duurzame inzetbaarheid wordt opgenomen tegen de waarde van de gespaarde uren per einddatum verslagperiode, voor personeelsleden ouder dan 57 jaar, waarbij een opnameplan is overeenJHNRPHQYRRUHHQORRSWLMGYDQPD[LPDDOMDDU9RRUGHEHUHNHQLQJYDQGHZDDUGHYDQGHJHVSDDUGH uren wordt met de actuele loonkosten gerekend.

Kortlopende schulden Schulden met een op balansdatum resterende looptijd van ten hoogste één jaar worden aangeduid als NRUWORSHQG'HRYHUORSHQGHSDVVLYDEHWUH΍HQYRRUXLWRQWYDQJHQEHGUDJHQHQQRJWHEHWDOHQEHGUDJHQ ter zake van lasten die aan een verstreken periode zijn toegekend. Van bedragen die voor meerdere jaren beschikbaar zijn gesteld, wordt het nog niet bestede gedeelte op deze post aangehouden. Vrijval ten gunste van de staat van baten en lasten geschiedt naar rato van besteding. Kortlopende schulden worden bij de eerste verwerking gewaardeerd tegen reële waarde. Kortlopende schulden worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, dit is meeestal de nominale waarde.

Staat van baten en lasten Algemeen Het resultaat wordt bepaald als het verschil tussen de baten en lasten over het verslagjaar, met inachtneming van de hiervoor reeds vermelde waarderingsgrondslagen. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Lasten en risico’s die hun oorsprong vinden vóór het einde van het verslagjaar, zijn in acht genomen als zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden.

Rijksbijdragen 2QGHUGH5LMNVELMGUDJHQ2&:(=ZRUGHQGHYHUJRHGLQJHQYRRUGHH[SORLWDWLHRSJHQRPHQYHUVWUHNWGRRU het Ministerie OCW/EZ. Tevens worden hier verantwoord de door het samenwerkingsverband ontvangen doorbetalingen van de Rijksbijdrage. De ontvangen (normatieve) rijksbijdrage en de niet geoormerkte OCW-subsidies (vrij besteedbare doelsubsidies zonder verrekeningsclausule) worden in het jaar waarop de toekenningen betrekking hebben volledig verwerkt als bate in de de staat van baten en lasten. Geoormerkte OCW subsidies met een vrij besteedbaar overschot (doelsubsidies waarbij het overschot geen verrekeningsclausule heeft) worden ten gunste van de staat van baten en lasten verantwoord naar rato van de voortgang van de gesubsideerde activiteiten. Het deel van de subsidies waarvoor nog geen activiteiten zijn verricht per balansdatum, worden verantwoord onder de overlopende passiva. Geoormerkte OCW subsidies met een verrekeningsclausule worden ten gunste van de staat van baten en lasten verantwoord in het jaar waarin de gesubsideerde lasten komen. Niet bestede middelen worden verantwoord onder de overlopende passiva zolang de bestedingstermijn niet is verlopen. Niet bestede middelen worden verantword onder de kortlopende schulden zodra de bestedingstermijn is verlopen op balansdatum.



Overige overheidsbijdragen Onder de overige overheidsbijdragen worden de vergoedingen opgenomen verstrekt door gemeente, provincie of andere overheidsinstellingen. De overige overheidsbijdragen worden toegerekend aan het verslagjaar waarop ze betrekking hebben.

Overige baten Onder de overige baten worden de vergoedingen opgenomen die niet verstrekt zijn door het Ministerie van OCW/EZ, gemeenten, provincie of andere overheidsinstellingen. De overige baten worden toegerekend aan het verslagjaar waarop ze betrekking hebben.

Personele lasten Onder de personele lasten worden de lasten opgenomen van de personeelsleden die in dienst zijn van de rechtspersoon, alsmede de overige personele lasten die betrekking hebben op onder andere het inhuren YDQH[WUDSHUVRQHHOVFKROLQJVNRVWHQHQEHGULMIVJH]RQGKHLGV]RUJ

Periodiek betaalbare beloningen Lonen, salarissen en sociale lasten worden op grond van de arbeidsvoorwaarden verwerkt in de winst-en-verliesrekening voor zover ze verschuldigd zijn aan werknemers respectievelijk de belastingautoriteit.

Pensioenen Stichting Spaarnesant heeft voor haar werknemers een toegezegde pensioenregeling. Hiervoor in aanmerking komen de werknemers die op de pensioengerechtigde leeftijd recht hebben op een pensioen dat is gebaseerd op het gemiddeld verdiende loon berekend over de jaren dat de werknemer pensioen heeft opgebouwd. De verplichtingen, welke voortvloeien uit deze rechten van haar personeel, zijn ondergebracht bij het bedrijfstakpensioenfonds ABP. Aan het ABP worden premies betaald waarvan een deel door de werkgever en een deel door de werknemer wordt betaald. 'HSHQVLRHQUHFKWHQZRUGHQMDDUOLMNVJH±QGH[HHUGLQGLHQHQYRRU]RYHUGHGHNNLQJVJUDDGYDQKHWSHQVLRHQIRQGV KHWYHUPRJHQYDQKHWSHQVLRHQIRQGVJHGHHOGGRRUKDDUȴQDQFL­OHYHUSOLFKWLQJHQ GLWWRHODDW Per 31 december 2022 heeft dit pensioenfonds een dekkingsgraad van 110,9%. De pensioenverplichting wordt gewaardeerd volgens de “verplichting aan de pensioenuitvoerder benadering”. In deze benadering wordt de aan de pensioenuitvoerder te betalen premie als last in de staat van baten en lasten verantwoord. Er bestaat geen verplichting tot het voldoen van aanvullende bedragen in het geval van een tekort ELMKHW$%3DQGHUVGDQKHWH΍HFWYDQKRJHUHSUHPLHV'DDURP]LMQDOOHHQGHYHUVFKXOGLJGHSUHPLHVWRW en met het einde van het boekjaar verantwoord in de jaarrekening.

Afschrijvingen Op materiële vaste activa wordt zoals hierboven beschreven afgeschreven. Over terreinen en vastgoedbeleggingen wordt niet afgeschreven. Indien een schattingswijziging plaatsvindt van de toekomstige gebruiksduur, dan worden de toekomstige afschrijvingen aangepast. Boekwinsten en -verliezen uit de incidentele verkoop van materiële vaste activa zijn begrepen onder de afschrijvingen.

97

Huisvestingsprojecten Met betrekking tot de huisvestingsprojecten waar Spaarnesant het bouwheerschap voert en risicodrager is, worden de gemeentelijke subsidies verantwoord onder de baten en de huisvestingslasten onder ODVWHQ'HEHWUH΍HQGHJHPHHQWHLVFRQIRUPGHJHOGHQGHZHWHQUHJHOJHYLQJYHUDQWZRRUGHOLMNYRRU huisvesting en buitenonderhoud.

Overige lasten De overige lasten hebben betrekking op uitgaven die voortvloeien uit aangegane afspraken dan wel noodzakelijk zijn voor het geven van onderwijs en worden toegerekend aan het verslagjaar waarop ze betrekking hebben.

Financieel resultaat 5HQWHEDWHQHQUHQWHODVWHQZRUGHQWLMGVHYHQUHGLJYHUZHUNWUHNHQLQJKRXGHQGPHWGHH΍HFWLHYHUHQWHYRHWYDQGHGHVEHWUH΍HQGHDFWLYDHQSDVVLYD%LMGHYHUZHUNLQJYDQGHUHQWHODVWHQZRUGWUHNHQLQJ gehouden met de verantwoorde transactiekosten op de ontvangen leningen.

Kasstroomoverzicht Het kasstroomoverzicht is opgesteld volgens de indirecte methode. Bij de indirecte methode wordt het H[SORLWDWLHUHVXOWDDWDOVEDVLVJHQRPHQ'LWRYHU]LFKWJHHIWZHHUZDDUDDQGHLQGHYHUVODJSHULRGHEHVFKLNbaar gekomen gelden zijn besteed en waar ze uit voort zijn gekomen. In samenhang met de balans en de VWDDWYDQEDWHQHQODVWHQGUDDJWKHWNDVVWURRPRYHU]LFKWELMDDQKHWLQ]LFKWLQGHȴQDQFLHULQJGHOLTXLGLteit, de solvabiliteit en het vermogen van de instelling om geldstromen te genereren. De liquiditeitspositie in het kasstroomoverzicht bestaat uit liquide middelen onder aftrek van gerealiseerde bankkredieten. In het kasstroomoverzicht wordt onderscheid gemaakt tussen operationele, investeULQJVHQȴQDQFLHULQJVDFWLYLWHLWHQ



Balans (na verwerking resultaatbestemming) 1. ACTIVA

31.12.2022

1.1

VASTE ACTIVA

1.1.2

0DWHUL­OHYDVWHDFWLYD

31.12.2021

1.1.2.1

Gebouwen en terreinen

9.950.391

9.087.575

1.1.2.3

Inventaris en apparatuur

6.740.585

5.755.778

1.1.2.4

Overige materiële vaste activa

738.602

830.681

1.1.2.5

In uitvoering en vooruitbetaling

223.624

Totaal vaste activa

48.823 17.653.202

15.722.857





1.2

VLOTTENDE ACTIVA

1.2.2

Vorderingen

1.2.2.1

Debiteuren

145.391

217.970

1.2.2.2

Vorderingen op OCW / EZ

98.079

2.511.845

1.2.2.3

Vorderingen op gemeente

72.627

343.848

1.2.2.10

Overige vorderingen

277.472

239.651

1.2.2.12

Vooruitbetaalde kosten

636.320

391.775 3.705.089

1.229.889 1.2.4

Liquide middelen

1.2.4.1

Kasmiddelen

1.2.4.2

Tegoeden op bankrekeningen

82

51

17.551.904

11.699.994 17.551.986

11.700.045

Totaal vlottende activa



15.405.134

TOTAAL ACTIVA



31.127.991

99

2. PASSIVA 2.1

31.12.2022

31.12.2021

EIGEN VERMOGEN

2.1.1

Verloopoverzicht eigen vermogen

2.1.1.1

Algemene reserve

19.451.449

19.711.427

2.1.1.2

Bestemmingsreserve NPO (publiek)

4.958.498

1.834.073

2.1.1.3

Bestemmingsreserves (privaat)

554.354

597.436 

Totaal eigen vermogen

22.142.935

2.2

VOORZIENINGEN

2.2.1

Personele voorzieningen

2.2.1.4

Jubileumvoorziening

544.900

452.739

2.2.1.5

Werkloosheidsbijdragen

329.300

279.300

2.2.1.6

Langdurig zieken

250.974

276.791

2.2.1.8

Duurzame inzetbaarheid

110.018

71.082

Totaal voorzieningen

1.235.192

1.079.912

KORTLOPENDE SCHULDEN 2.4.8

Kortlopende schuld gemeente

131.977

118.982

2.4.9

Crediteuren

1.511.798

913.036

2.4.12

Belastingen en premies sociale verzekeringen

3.095.731

2.559.184

2.4.14

Overige kortlopende schulden

152.268

299.363

2.4.16

Vooruitontvangen subsidies OCW geoormerkt

1.286.028

287.755

2.4.17

Vooruitontvangen bedragen

2.245.442

2.264.385

Vakantiegeld

1.812.342

1.462.439

Totaal kortlopende schulden



7.905.144

TOTAAL PASSIVA



31.127.991

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13532257/2