Bijlage 1 Jaarverslag 2022 Spaarnesant
Tekst van het document
ϲ
sĞƌĂŶƚǁŽŽƌĚŝŶŐƉĂƐƐĞŶĚŽŶĚĞƌǁŝũƐŵŝĚĚĞůĞŶ
<ĂůĞŶĚĞƌũĂĂƌϮϬϮϮͮƌĞƚŽƵƌĂĂŶƐĂŵĞŶǁĞƌŬŝŶŐƐǀĞƌďĂŶĚǀŽŽƌϭϱŵĂĂƌƚϮϬϮϯĂĂŶƌ͘ƌŽďŝƐŽŶΛƉŽͲnjŬ͘Ŷů
tŝũĚĞtĞƌĞůĚ
d>s/ϮϬϭϲͲϬϬϮϬϭ,
d>s/ϮϬϭϳͲϬϬϬϳϮ,
ƵŝĚǁĞƐƚĞƌ
d>s/ϮϬϮϮͲϬϬϮϰϵE ϱŵŶĚ͕d>s/ϮϬϮϮͲ ϬϬϮϰϴϱŵŶĚ
/ŶƐĐŚŽŽůũĂĂƌϮϬϮϮͲϮϬϮϯŝƐŚĞƚŐĞůĚǀŽůůĞĚŝŐŝŶŐĞnjĞƚ ǀŽŽƌĚĞƐŽĐŝĂĂůͲĞŵŽƚŝŽŶĞůĞŽŶƚǁŝŬŬĞůŝŶŐǀĂŶ͘Ğ ŽŶĚĞƌƐƚĞƵŶŝŶŐǀĂŶDĞůŝƐƐĂ͕ƚƌĂŝŶƐƚĞƌǀĂŶKK<͕ŝƐ ǀŽŽƌƚŐĞnjĞƚ͘ŝũŬŽŵƚǁĞŬĞůŝũŬƐůĂŶŐƐ͘ĞĞŶĞǁĞĞŬ ŐĞĞĨƚnjĞϭŽƉϭďĞŐĞůĞŝĚŝŶŐĂĂŶĂĂŶďŝũŚĞƚďĞŚĂůĞŶ ǀĂŶnjŝũŶĚŽĞůĞŶŽƉƐŽĐŝĂĂůͲĞŵŽƚŝŽŶĞĞůǀůĂŬ͘ĞĂŶĚĞƌĞ ǁĞĞŬŚĞĞĨƚ͘ŵĞƚǀŝĞƌůĞĞƌůŝŶŐĞŶƵŝƚŐƌŽĞƉϴĞĞŶ ǁĞĞƌďĂĂƌŚĞŝĚƐƚƌĂŝŶŝŶŐ͗,ŽĞǀƌĂĂŐŝŬƚŝũĚĞŶƐĚĞƉĂƵnjĞ ĂĂŶĞĞŶĂŶĚĞƌŬŝŶĚŽĨnjĞǁŝůůĞŶƐƉĞůĞŶ͍,ŽĞŐĞĞĨŝŬ ŵŝũŶŐƌĞŶƐĂĂŶĂůƐŝŬĚĂƚŶŝĞƚǁŝů͍,ŽĞŝŬŶĞĞŵ ŝŶŝƚŝĂƚŝĞĨ͍ ͘,͘;ŐƌŽĞƉϲͿŬƌŝũŐƚĞdžƚƌĂŝŶĚŝǀŝĚƵĞůĞŽŶĚĞƌƐƚĞƵŶŝŶŐ ǀŽŽƌnjŝũŶĐŽŐŶŝƚŝĞǀĞŽŶƚǁŝŬŬĞůŝŶŐǀĂŶĞĞŶůĞĞƌŬƌĂĐŚƚ ďƵŝƚĞŶĚĞŐƌŽĞƉ͘ĞnjĞŽŶĚĞƌƐƚĞƵŶŝŶŐǁŽƌĚƚ ƵŝƚŐĞǀŽĞƌĚǀŽůŐĞŶƐŚĞƚŽƉŐĞƐƚĞůĚĞKWW͘ƌŝƐ ĂĨƐƚĞŵŵŝŶŐŵĞƚŽƵĚĞƌƐ͘'ĞĚƵƌĞŶĚĞŚĞƚϮϬϮϮŝƐ ĚĂĂƌŶĂĂƐƚĂĂŶĚĂĐŚƚŐĞŐĞǀĞŶĂĂŶĚĞŽǀĞƌƐƚĂƉŶĂĂƌĚĞ ďŽǀĞŶďŽƵǁ͕ĚĞƐŽĐŝĂůĞǁĞĞƌďĂĂƌŚĞŝĚĞŶŝƐŐĞƐƚĂƌƚŵĞƚ ŽƌŝģŶƚĂƚŝĞƌŝĐŚƚŝŶŐƵŝƚƐƚƌŽŽŵŶĂĂƌŚĞƚ ƉƌĂŬƚŝũŬŽŶĚĞƌǁŝũƐ͘ ͘,ͲŐƌŽĞƉϱ͕ŬƌŝũŐƚĞdžƚƌĂŽŶĚĞƌƐƚĞƵŶŝŶŐǀĂŶZdͲĞƌŽŵ ĚĞƉĞƌŝŽĚĞĚĂƚŚŝũŽŽŬŶŝĞƚŶĂĂƌƐĐŚŽŽůŬĂŶŽƉƚĞ ǀĂŶŐĞŶ͘,ŝũŬƌŝũŐƚĞdžƚƌĂŽŶĚĞƌƐƚĞƵŶŝŶŐǀĂŶĚĞ ůĞĞƌŬƌĂĐŚƚƚŝũĚĞŶƐĚĞŐLJŵůĞƐ͘ƌŝƐĂĨƐƚĞŵŵŝŶŐŵĞƚ ŽƵĚĞƌƐ͘ ͘ĞŶE͘<ŚĞďďĞŶĚĞĚŝĂŐŶŽƐĞƐĞůĞĐƚŝĞĨŵƵƚŝƐŵĞ͘ŝũ ǁŽƌĚĞŶďĞŚĂŶĚĞůĚĚŽŽƌĞĞŶƉƐLJĐŚŽůŽŽŐĚŝĞŚŝĞƌǀŽŽƌ ŽƉƐĐŚŽŽůŬŽŵƚ͘ d>sͲŵŝĚĚĞůĞŶǁŽƌĚĞŶŝŶŐĞnjĞƚŽŵĚĞnjĞůĞĞƌůŝŶŐĞŶŽƉ ƐŽĐŝĂĂůͲĞŵŽƚŝŽŶĞĞůŐĞďŝĞĚĞdžƚƌĂƚĞŽŶĚĞƌƐƚĞƵŶĞŶĞŶ
ĚĞǀĞƌƚĂĂůƐůĂŐǀĂŶƚŚĞƌĂƉŝĞŶĂĂƌĚĂŐĞůŝũŬƐĞƉƌĂŬƚŝũŬƚĞ ŵĂŬĞŶ͘ ƌŝƐŶƵǀŽŽƌĞĞŶĂĂŶƚĂůƵƵƌĂƐƐŝƐƚĞŶƚŝĞǀŽŽƌ ƉĞƌƐŽŽŶůŝũŬĞďĞŐĞůĞŝĚŝŶŐĂĂŶǁĞnjŝŐ͘ ĞnjĞƉĞƌƐŽŽŶ͗ x
x
x
ŚĂĂŬƚŽ͘Ă͘ĂĂŶďŝũĚĞƚŚĞƌĂƉŝĞƐĞƐƐŝĞƐĞŶŚĞůƉƚ ďŝũŚĞƚƵŝƚǀŽĞƌĞŶǀĂŶĚĞ ͚ŽƉĚƌĂĐŚƚĞŶͬŽĞĨĞŶŝŶŐĞŶ͛ĚŝĞŚŝĞƌƵŝƚǀŽŽƌĚĞ ůĞĞƌůŝŶŐĞŶǀŽŽƌƚŬŽŵĞŶ͖ ĚŽĞƚŽďƐĞƌǀĂƚŝĞƐĚŝĞŶŽĚŝŐnjŝũŶĞŶ ŽŶĚĞƌƐƚĞƵŶƚĚĞůĞĞƌŬƌĂĐŚƚĚŝĞŽƉĚĞnjĞŵĂŶŝĞƌ ϭŽƉϭŬĂŶǁĞƌŬĞŶŵĞƚĚĞůĞĞƌůŝŶŐĞŶͬŽĨŬĂŶ ŽǀĞƌůĞŐŐĞŶŵĞƚĚĞƚŚĞƌĂƉĞƵƚ͖ ďĞŐĞůĞŝĚƚĚĞůĞĞƌůŝŶŐĞŶŵĞƚŚƵŶǁĞƌŬŝŶĚĞ ŐƌŽĞƉ;ϭŽƉϭͿ͘
ϳ
sĞƌĂŶƚǁŽŽƌĚŝŶŐƉĂƐƐĞŶĚŽŶĚĞƌǁŝũƐŵŝĚĚĞůĞŶ
<ĂůĞŶĚĞƌũĂĂƌϮϬϮϮͮƌĞƚŽƵƌĂĂŶƐĂŵĞŶǁĞƌŬŝŶŐƐǀĞƌďĂŶĚǀŽŽƌϭϱŵĂĂƌƚϮϬϮϯĂĂŶƌ͘ƌŽďŝƐŽŶΛƉŽͲnjŬ͘Ŷů
ƌŝƐƌĞŐĞůŵĂƚŝŐŽǀĞƌůĞŐƚƵƐƐĞŶ͗ƐĐŚŽŽůͲŽƵĚĞƌͲ ƚŚĞƌĂƉĞƵƚ͘
ϴ 90
5. Jaarrekening 2022
91
Grondslagen voor de jaarrekening Algemeen 'H]HMDDUUHNHQLQJEHYDWGHȴQDQFLOHJHJHYHQVRYHUKHWNDOHQGHUMDDUYDQ6WLFKWLQJ6SDDUQHVDQW De jaarrekening is opgemaakt door de bestuurder onder de eindverantwoordelijkheid van de Raad van Toezicht in haar toezichthoudende en controlerende rol binnen de stichting. De in de jaarrekening opgenomen bedragen zijn vermeld in hele euro’s. De jaarrekening is opgesteld volgens de inrichtingsvereisten zoals opgenomen in de Regeling Jaarverslaggeving Onderwijs (RJO). Op basis van deze regeling is Titel 9 in boek 2, van het Burgerlijk Wetboek en de richtlijnen van de Raad voor de Jaarverslaglegging, met in het bijzonder Richtlijn “660 Onderwijsinstellingen”, van toepassing Activa en passiva, met uitzondering van het eigen vermogen, worden in het algemeen gewaardeerd tegen GHYHUNULMJLQJVRIYHUYDDUGLJLQJVSULMVRIGHDFWXHOHZDDUGHΖQGLHQJHHQVSHFLȴHNHZDDUGHULQJVJURQGVODJ is vermeld, vindt waardering plaats tegen de verkrijgingsprijs. In de balans, de staat van baten en lasten en het kasstroomoverzicht zijn referenties opgenomen. Met deze referenties wordt verwezen naar de toelichting.”
Continuiteit De in de onderhavige jaarrekening gehanteerde grondslagen van waardering en resultaatbepaling zijn dan ook gebaseerd op de veronderstelling van continuïteit van de stichting.
Vergelijkende cijfers Voor zover van toepassing zijn ter vergelijking de realisatiecijfers opgenomen van het voorgaande jaar, alsmede de cijfers van de meest recente, vastgestelde versie van de begroting van het verantwoordingsjaar. Er hebben geen presentatiewijzigingen van posten in de balans of de staat van baten en lasten plaatsgevonden ten opzichte van de jaarrekening 2021.
Schattingen Bij het opstellen van de jaarrekening dient het bestuur, overeenkomstig algemeen geldenden grondslagen, bepaalde schattingen en veronderstellingen te doen die mede bepalend zijn voor de opgenomen bedragen. De feitelijke resultaten kunnen van deze schattingen afwijken.
Stelselwijziging In 2022 is een stelselwijziging doorgevoerd ten aanzien van de verwerking van kosten groot onderhoud. Spaarnesant is overgestapt op de componentenmethode, waarbij kosten van groot onderhoud worden geactiveerd onder de post materiële vaste activa. Deze stelselwijziging beoogt een verbetering van het inzicht in het resultaat en vermogen van de stichting. Bij toepassing van de componentenmethode worden alle uitgaven aan groot onderhoud geactiveerd en afgeschreven tegen de economische levensduur. Uitgaven voor klein onderhoud (>€ 500) worden – ongewijzigd ten opzichte van voorafgaande jaren
92
– rechtstreeks in de staat van baten en lasten verantwoord. De stelselwijziging is retrospectief verwerkt vanaf 1 januari 2021 waarbij in deze jaarrekening de vergelijkende cijfers voor het boekjaar 2021 zijn aangepast. Met deze verwerkingswijze wordt aangesloten bij de RJ 140 stelselwijzigingen. 'H]HVWHOVHOZLM]LJLQJKHHIWHHFWRSGHDIVFKULMYLQJHQHQGRRUKHWZHJYDOOHQYDQGHGRWDWLHDDQGH voorziening groot onderhoud op de huisvestingslasten in de Staat van Baten en Lasten. De Balans is gewijzigd aan de activa zijde omdat met terugwerkende kracht is geactiveerd. Aan de passiva zijde is de Voorziening groot onderhoud vervallen en zijn de veranderingen in het Algemene reserve JHPXWHHUG+HWHHFWRSYHUVFKLOOHQGHSRVWHQXLWGHMDDUUHNHQLQJLVKLHURQGHUZHHUJHJHYHQ
Staat van Baten en Lasten
31.12.2021 gepubliceerd
31.12.2021 na stelselwijziging
Aanpassing
€
€
€
4.2
Afschrijvingen
1.455.688
2.109.425
653.737
4.3
Huisvestingslasten
4.704.943
3.614.423
-1.090.520
Resultaat Balans ACTIVA 1.1
VASTE ACTIVA
1.1.2
Materiële vaste activa
1.1.2.1
Gebouwen en terreinen
1.876.719
9.087.575
1.1.2.3
Inventaris en apparatuur
5.649.837
5.755.778
1.1.2.4
Overige materiële vaste activa
830.681
830.681
1.1.2.5
In uitvoering en vooruitbetaling
48.823
48.823
8.406.060
15.722.857
7.316.797
Aanpassing ACTIVA PASSIVA 2.1
Eigen vermogen
2.1.1
Verloopoverzicht eigen vermogen
2.1.1.1
Algemene reserve
11.900.169
19.711.426
2.1.1.2
Bestemmingsreserve NPO (publiek)
1.834.073
1.834.073
2.1.1.3
Bestemmingsreserves (privaat) Totaal eigen vermogen
2.2.3
Voorziening groot onderhoud
Aanpassing PASSIVA
597.436
597.436
14.331.679
22.142.935
7.811.257
494.460
0
-494.460
93
Balans 0DWHULOHYDVWHDFWLYD De materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs plus bijkomende kosten of vervaardigingsprijs, verminderd met de afschrijvingen. De afschrijvingen vinden lineair en naar tijdsgelang plaats op basis van de verwachte toekomstige gebruiksduur. Waarbij de afschrijving van de investeringen uit het ORSHQGHERHNMDDUZRUGWEHSDDOGRSKHW[GHHOYDQKHWMDDUQDGHPDDQGYDQDDQVFKDI+LHUELMLV[KHW aantal maanden dat het jaar nog heeft te gaan. De gehanteerde activeringsgrens is voor alle catergorieën € 500 uitgezonderd Groot onderhoud. Voor Groot onderhoud is de activeringsgrens €2.000. Investeringssubsidies worden direct inmindering gebracht op de investeringen en niet gepassiveerd in de balans. Er wordt rekening gehouden met de bijzondere waardeverminderingen die op balansdatum worden verwacht. De gehanteerde afschrijvingspercentages zijn: Gebouwen
2,5 – 11,1 % (9 - 40 jaar)
Groot onderhoud
2,5 – 16,7 % (6 – 40 jaar)
Meubilair en inventaris
5
Apparatuur en installaties
10 %
(10 jaar)
Leermiddelen
12,5 %
( 8 jaar)
Computerapparatuur en telefonie
20 %
(5 jaar)
Digiborden
10 %
(10 jaar)
iPads
25%
(4 jaar)
Gymnastiek/speellokaal/zwembad materiaal 5
- 10 %
– 10 %
(20 jaar)
(10 - 20 jaar)
De investeringen gebouwen hebben betrekking op: • Een aandeel van Spaarnesant in een investering welke deels ten behoeve van buitenschoolse opvang is, uit 2011. De investering wordt in 40 jaar afgeschreven. Deze investering is nog uit de periode van voor de lumpsum bekostiging. Spaarnesant verhuurt het onderdeel buitenschoolse opvang, tegen minimaal kostendekkende tarieven aan de stichting BSO op Stoom. De afschrijvingslasten van circa € 8.5 k worden bij op Stoom in rekening gebracht. Spaarnesant is met de gemeente Haarlem overeengekomen dat bij buitengebruikstelling van het schoolgebouw voor onderwijs, dit deel van het schoolgebouw in eigendom wordt overgedragen aan de gemeente Haarlem. De gemeente Haarlem zal dan de resterende boekwaarde van de investering vergoeden aan Spaarnesant. • Een aandeel van Spaarnesant in investering in het pand Schipholpoort 2 in 2013. Dit pand wordt gehuurd ten behoeve van de huisvesting van het bestuur en het stafbureau. Door een jaarlijkse korting op de huurprijs, wordt deze investeringen terugverdiend (de korting is gerelateerd aan de afschijvingslast van € 45 k). • Duurzaamheidsinvesteringen, zoals zonnepanelen, ledverlichting en installaties.
Vlottende activa Vorderingen worden bij eerste verwerking gewaardeerd tegen de reële waarde van de tegenprestatie onder aftrek van een voorziening voor oninbaarheid.
94
Liquide middelen Liquide middelen bestaan uit kas en banktegoeden met een looptijd korter dan 12 maanden. De liquide middelen staan ter vrije beschikking van de stichting en zijn direct opeisbaar. Liquide middelen worden gewaardeerd tegen nominale waarde.
Eigen vermogen - Algemene reserve De algemene reserve is er ter waarborging van de continuïteit van de scholen en wordt opgebouwd uit resultaatbestemming van overschotten die ontstaan uit het verschil tussen de baten en de lasten. De algemene reserve wordt beschouwd als deel van de publieke middelen en is vrij besteedbaar.
Eigen vermogen – Bestemmingsreserve NPO publiek De bestemmingsreserve NPO publiek is gevormd door het verschil tussen de ontvangen middelen NPO HQGHODVWHQYDQGHXLWJHYRHUGHDFWLYLWHLWHQWRWGHFHPEHU'H]HPLGGHOHQ]LMQVSHFLȴHNEHVWHPG voor het uitvoeren van NPO activiteiten.
Eigen vermogen - Bestemmingsreserve privaat De bestemmingsreserve privaat is gevormd door het verschil tussen baten en lasten van rekeningen van o.a. ouderraden, tussen- en naschoolse opvang en overige eigen middelen van de school.
Voorzieningen Voorzieningen worden gevormd voor in rechte afdwingbare of feitelijke verplichtingen die op de balansdatum bestaan, waarbij het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen noodzakelijk is en waarvan de omvang op betrouwbare wijze is te schatten. De voorzieningen worden gewaardeerd tegen de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de verplichtingen per balansdatum af te wikkelen. De voorzieningen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde van de uitgaven die naar verwachting noodzakelijk zijn om de verplichtingen af te wikkelen, tenzij anders vermeld. De voorzieningen worden QLHWWHJHQFRQWDQWHZDDUGHJHZDDUGHHUGRPGDWKHWHHFWYDQGHWLMGVZDDUGHQLHWPDWHULHHOLV'HUHQWH die wordt gerekend over de banktegoeden is verwaarloosbaar. Toevoegingen aan de voorzieningen vinden plaats door dotaties ten laste van de staat van baten en ODVWHQ'HRQWWUHNNLQJHQYLQGHQUHFKWVWUHHNVSODDWVWHQODVWHYDQGHEHWUHHQGHYRRU]LHQLQJ Voorzieningen worden onderscheiden naar aard en doel.
Jubileumvoorziening De voorziening jubilea is opgebouwd om de kosten van 25-jarig respectievelijk 40-jarig ambtsjubileum van de personeelsleden te betalen. De voorziening is tegen nominale waarde opgenomen.
Voorziening werkloosheidsbijdragen De voorziening werkloosheidsbijdragen bestaat uit de verwachte wettelijke en bovenwettelijke WW-uitkering van werknemers die voor het ontstaan van dit recht bij Spaarnesant werkzaam waren en waar het Participatiefonds de vergoeding (nog) niet heeft geaccepteerd op basis van de ontslaggronden en – procedure.
Voorziening langdurig zieken De voorziening langdurig zieken bestaat uit de verwachte doorbetaalde loonkosten bij ziekte wegens eigen risicodragerschap. Ook de uit te betalen transitie vergoeding is opgenomen in de voorziening.
95
Voorziening duurzame inzetbaarheid De voorziening duurzame inzetbaarheid wordt opgenomen tegen de waarde van de gespaarde uren per einddatum verslagperiode, voor personeelsleden ouder dan 57 jaar, waarbij een opnameplan is overeenJHNRPHQYRRUHHQORRSWLMGYDQPD[LPDDOMDDU9RRUGHEHUHNHQLQJYDQGHZDDUGHYDQGHJHVSDDUGH uren wordt met de actuele loonkosten gerekend.
Kortlopende schulden Schulden met een op balansdatum resterende looptijd van ten hoogste één jaar worden aangeduid als NRUWORSHQG'HRYHUORSHQGHSDVVLYDEHWUHHQYRRUXLWRQWYDQJHQEHGUDJHQHQQRJWHEHWDOHQEHGUDJHQ ter zake van lasten die aan een verstreken periode zijn toegekend. Van bedragen die voor meerdere jaren beschikbaar zijn gesteld, wordt het nog niet bestede gedeelte op deze post aangehouden. Vrijval ten gunste van de staat van baten en lasten geschiedt naar rato van besteding. Kortlopende schulden worden bij de eerste verwerking gewaardeerd tegen reële waarde. Kortlopende schulden worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, dit is meeestal de nominale waarde.
Staat van baten en lasten Algemeen Het resultaat wordt bepaald als het verschil tussen de baten en lasten over het verslagjaar, met inachtneming van de hiervoor reeds vermelde waarderingsgrondslagen. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Lasten en risico’s die hun oorsprong vinden vóór het einde van het verslagjaar, zijn in acht genomen als zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden.
Rijksbijdragen 2QGHUGH5LMNVELMGUDJHQ2&:(=ZRUGHQGHYHUJRHGLQJHQYRRUGHH[SORLWDWLHRSJHQRPHQYHUVWUHNWGRRU het Ministerie OCW/EZ. Tevens worden hier verantwoord de door het samenwerkingsverband ontvangen doorbetalingen van de Rijksbijdrage. De ontvangen (normatieve) rijksbijdrage en de niet geoormerkte OCW-subsidies (vrij besteedbare doelsubsidies zonder verrekeningsclausule) worden in het jaar waarop de toekenningen betrekking hebben volledig verwerkt als bate in de de staat van baten en lasten. Geoormerkte OCW subsidies met een vrij besteedbaar overschot (doelsubsidies waarbij het overschot geen verrekeningsclausule heeft) worden ten gunste van de staat van baten en lasten verantwoord naar rato van de voortgang van de gesubsideerde activiteiten. Het deel van de subsidies waarvoor nog geen activiteiten zijn verricht per balansdatum, worden verantwoord onder de overlopende passiva. Geoormerkte OCW subsidies met een verrekeningsclausule worden ten gunste van de staat van baten en lasten verantwoord in het jaar waarin de gesubsideerde lasten komen. Niet bestede middelen worden verantwoord onder de overlopende passiva zolang de bestedingstermijn niet is verlopen. Niet bestede middelen worden verantword onder de kortlopende schulden zodra de bestedingstermijn is verlopen op balansdatum.
Overige overheidsbijdragen Onder de overige overheidsbijdragen worden de vergoedingen opgenomen verstrekt door gemeente, provincie of andere overheidsinstellingen. De overige overheidsbijdragen worden toegerekend aan het verslagjaar waarop ze betrekking hebben.
Overige baten Onder de overige baten worden de vergoedingen opgenomen die niet verstrekt zijn door het Ministerie van OCW/EZ, gemeenten, provincie of andere overheidsinstellingen. De overige baten worden toegerekend aan het verslagjaar waarop ze betrekking hebben.
Personele lasten Onder de personele lasten worden de lasten opgenomen van de personeelsleden die in dienst zijn van de rechtspersoon, alsmede de overige personele lasten die betrekking hebben op onder andere het inhuren YDQH[WUDSHUVRQHHOVFKROLQJVNRVWHQHQEHGULMIVJH]RQGKHLGV]RUJ
Periodiek betaalbare beloningen Lonen, salarissen en sociale lasten worden op grond van de arbeidsvoorwaarden verwerkt in de winst-en-verliesrekening voor zover ze verschuldigd zijn aan werknemers respectievelijk de belastingautoriteit.
Pensioenen Stichting Spaarnesant heeft voor haar werknemers een toegezegde pensioenregeling. Hiervoor in aanmerking komen de werknemers die op de pensioengerechtigde leeftijd recht hebben op een pensioen dat is gebaseerd op het gemiddeld verdiende loon berekend over de jaren dat de werknemer pensioen heeft opgebouwd. De verplichtingen, welke voortvloeien uit deze rechten van haar personeel, zijn ondergebracht bij het bedrijfstakpensioenfonds ABP. Aan het ABP worden premies betaald waarvan een deel door de werkgever en een deel door de werknemer wordt betaald. 'HSHQVLRHQUHFKWHQZRUGHQMDDUOLMNVJH±QGH[HHUGLQGLHQHQYRRU]RYHUGHGHNNLQJVJUDDGYDQKHWSHQVLRHQIRQGV KHWYHUPRJHQYDQKHWSHQVLRHQIRQGVJHGHHOGGRRUKDDUȴQDQFLOHYHUSOLFKWLQJHQ GLWWRHODDW Per 31 december 2022 heeft dit pensioenfonds een dekkingsgraad van 110,9%. De pensioenverplichting wordt gewaardeerd volgens de “verplichting aan de pensioenuitvoerder benadering”. In deze benadering wordt de aan de pensioenuitvoerder te betalen premie als last in de staat van baten en lasten verantwoord. Er bestaat geen verplichting tot het voldoen van aanvullende bedragen in het geval van een tekort ELMKHW$%3DQGHUVGDQKHWHHFWYDQKRJHUHSUHPLHV'DDURP]LMQDOOHHQGHYHUVFKXOGLJGHSUHPLHVWRW en met het einde van het boekjaar verantwoord in de jaarrekening.
Afschrijvingen Op materiële vaste activa wordt zoals hierboven beschreven afgeschreven. Over terreinen en vastgoedbeleggingen wordt niet afgeschreven. Indien een schattingswijziging plaatsvindt van de toekomstige gebruiksduur, dan worden de toekomstige afschrijvingen aangepast. Boekwinsten en -verliezen uit de incidentele verkoop van materiële vaste activa zijn begrepen onder de afschrijvingen.
97
Huisvestingsprojecten Met betrekking tot de huisvestingsprojecten waar Spaarnesant het bouwheerschap voert en risicodrager is, worden de gemeentelijke subsidies verantwoord onder de baten en de huisvestingslasten onder ODVWHQ'HEHWUHHQGHJHPHHQWHLVFRQIRUPGHJHOGHQGHZHWHQUHJHOJHYLQJYHUDQWZRRUGHOLMNYRRU huisvesting en buitenonderhoud.
Overige lasten De overige lasten hebben betrekking op uitgaven die voortvloeien uit aangegane afspraken dan wel noodzakelijk zijn voor het geven van onderwijs en worden toegerekend aan het verslagjaar waarop ze betrekking hebben.
Financieel resultaat 5HQWHEDWHQHQUHQWHODVWHQZRUGHQWLMGVHYHQUHGLJYHUZHUNWUHNHQLQJKRXGHQGPHWGHHHFWLHYHUHQWHYRHWYDQGHGHVEHWUHHQGHDFWLYDHQSDVVLYD%LMGHYHUZHUNLQJYDQGHUHQWHODVWHQZRUGWUHNHQLQJ gehouden met de verantwoorde transactiekosten op de ontvangen leningen.
Kasstroomoverzicht Het kasstroomoverzicht is opgesteld volgens de indirecte methode. Bij de indirecte methode wordt het H[SORLWDWLHUHVXOWDDWDOVEDVLVJHQRPHQ'LWRYHU]LFKWJHHIWZHHUZDDUDDQGHLQGHYHUVODJSHULRGHEHVFKLNbaar gekomen gelden zijn besteed en waar ze uit voort zijn gekomen. In samenhang met de balans en de VWDDWYDQEDWHQHQODVWHQGUDDJWKHWNDVVWURRPRYHU]LFKWELMDDQKHWLQ]LFKWLQGHȴQDQFLHULQJGHOLTXLGLteit, de solvabiliteit en het vermogen van de instelling om geldstromen te genereren. De liquiditeitspositie in het kasstroomoverzicht bestaat uit liquide middelen onder aftrek van gerealiseerde bankkredieten. In het kasstroomoverzicht wordt onderscheid gemaakt tussen operationele, investeULQJVHQȴQDQFLHULQJVDFWLYLWHLWHQ
Balans (na verwerking resultaatbestemming) 1. ACTIVA
31.12.2022
1.1
VASTE ACTIVA
1.1.2
0DWHULOHYDVWHDFWLYD
31.12.2021
1.1.2.1
Gebouwen en terreinen
9.950.391
9.087.575
1.1.2.3
Inventaris en apparatuur
6.740.585
5.755.778
1.1.2.4
Overige materiële vaste activa
738.602
830.681
1.1.2.5
In uitvoering en vooruitbetaling
223.624
Totaal vaste activa
48.823 17.653.202
15.722.857
1.2
VLOTTENDE ACTIVA
1.2.2
Vorderingen
1.2.2.1
Debiteuren
145.391
217.970
1.2.2.2
Vorderingen op OCW / EZ
98.079
2.511.845
1.2.2.3
Vorderingen op gemeente
72.627
343.848
1.2.2.10
Overige vorderingen
277.472
239.651
1.2.2.12
Vooruitbetaalde kosten
636.320
391.775 3.705.089
1.229.889 1.2.4
Liquide middelen
1.2.4.1
Kasmiddelen
1.2.4.2
Tegoeden op bankrekeningen
82
51
17.551.904
11.699.994 17.551.986
11.700.045
Totaal vlottende activa
15.405.134
TOTAAL ACTIVA
31.127.991
99
2. PASSIVA 2.1
31.12.2022
31.12.2021
EIGEN VERMOGEN
2.1.1
Verloopoverzicht eigen vermogen
2.1.1.1
Algemene reserve
19.451.449
19.711.427
2.1.1.2
Bestemmingsreserve NPO (publiek)
4.958.498
1.834.073
2.1.1.3
Bestemmingsreserves (privaat)
554.354
597.436
Totaal eigen vermogen
22.142.935
2.2
VOORZIENINGEN
2.2.1
Personele voorzieningen
2.2.1.4
Jubileumvoorziening
544.900
452.739
2.2.1.5
Werkloosheidsbijdragen
329.300
279.300
2.2.1.6
Langdurig zieken
250.974
276.791
2.2.1.8
Duurzame inzetbaarheid
110.018
71.082
Totaal voorzieningen
1.235.192
1.079.912
KORTLOPENDE SCHULDEN 2.4.8
Kortlopende schuld gemeente
131.977
118.982
2.4.9
Crediteuren
1.511.798
913.036
2.4.12
Belastingen en premies sociale verzekeringen
3.095.731
2.559.184
2.4.14
Overige kortlopende schulden
152.268
299.363
2.4.16
Vooruitontvangen subsidies OCW geoormerkt
1.286.028
287.755
2.4.17
Vooruitontvangen bedragen
2.245.442
2.264.385
Vakantiegeld
1.812.342
1.462.439
Totaal kortlopende schulden
7.905.144
TOTAAL PASSIVA
31.127.991
100