Bijlage 1 Inventarisatie Jeugd- en Jongerenwerk 2027-2030
Tekst van het document
Wat
Waarom
Bereik
Richtbedrag per jaar*
Bouwsteen 1: Hybride jongerenwerk (verdieping)
Structureel online aanwezig zijn: signaleren, contacten opbouwen en jongeren toeleiden naar hulp of activiteiten. Als verdieping op de "online light"-basis.
Jongeren brengen een groot deel van hun tijd online door. Juist daar komen onderwerpen snel aan de oppervlakte en kunnen ze ook sneller escaleren. Als de sociale basis de plek moet zijn waar vragen vroeg landen, geldt dat óók digitaal.
Stadsbreed ( €15.000 per gebied)
€75.000
Een flexibele schil (extra teams, uren, avonden) die tijdelijk kan opschalen bij hotspots, zonder dat dit ten koste gaat van de basis in kwetsbare wijken.
Meldingen van jeugdoverlast groeiden met 156% tussen 2022 en 2025. Zonder opschaalcapaciteit gaat versterking op de ene plek altijd ten koste van inzet elders.
Stadsbreed (€25.000 per gebied)
€125.000
Vaste koppeling van een jongerenwerker aan scholen en een doorlopende lijn.
Scholen zijn een van de belangrijkste knooppunten in de sociale basis.
4 uur per 1 school per jaar
€12.500
Een duurzaam anker voor jongeren vóór, tijdens en na ondersteuning. Gezamenlijke opvolging voorkomt versnippering, zodat jongeren niet steeds opnieuw hun verhaal hoeven te doen en hun leefwereld centraal blijft staan
Gezamenlijke opvolging voorkomt versnippering, zodat jongeren niet steeds opnieuw hun verhaal hoeven te doen en hun leefwereld centraal blijft staan.
Per casus/ jaar
€4650 (1,5 uur per casus per week)
Meer, openere en geschiktere locaties voor jongeren, betere openingstijden, multigebruik van ruimtes en verhoging van het activiteitenbudget.
In meerdere gebieden is het aantal toegankelijke plekken onvoldoende. Activiteitenbudget voor de ondersteuning voor initiatieven.
Stadsbreed (€20.000 per gebied)
€100.000
Een stadsbreed leer- en ontwikkelprogramma om werkwijzen te borgen: methodiekontwikkeling, monitoring, intervisie en innovatiepilots.
Kanteling lukt alleen als er ruimte is om te leren, te reflecteren en nieuw gedrag te verankeren. Onder hoge werkdruk grijpen professionals sneller terug op vertrouwde werkwijzen.
Stadsbreed
€32.000
Bouwsteen 2: Hotspoten opschaalcapaciteit
Bouwsteen 3: Structurele inbedding in en om school
Bouwsteen 4: Integrale opvolging & casusondersteuning
Bouwsteen 5: Jongerenhubs & plekken geschikt maken
Bouwsteen 6: Borging, kennis, innovatie & lerend werken (versneller)
*De richtbedragen zijn een inschatting van de jaarlijkse kosten op basis van gesprekken met Buurts.
19
2027-2030 6.Financieel versterkingspad 2027–2030 6.8 Twee meerjarig uitgewerkte investeringsvarianten 2027–2030 De bouwstenen uit §6.7 bieden een keuzemenu. Om concreet inzicht te geven in wat de bouwstenen in de praktijk zouden kunnen betekenen, zijn hieronder twee investeringsvarianten verkend. Beide varianten starten vanuit de structurele basis (Scenario B) en schalen gefaseerd op tot maximaal €1.050.000 per jaar in 2030, maar met een ander sturingsprincipe. Variant A — Bouwsteengericht versterken Principe: stuur op herkenbare, stadsbreed uitvoerbare bouwstenen. Start met de basis en voeg jaarlijks bouwstenen toe. Dit biedt focus en leervermogen: de uitvoering kan per bouwsteen leren wat werkt en snel bijsturen, zonder versnippering. Er wordt direct gestart met Bouwsteen 6, om zo de kanteling vanaf het eerste jaar te versnellen en in te zetten op kennis, innovatie en ontwikkeling. Meerjarige uitwerking Variant A Jaar
Structurele Basis
Totaal gemeentelijke investering per jaar
2027
€500.000
B6 (€32.000)
€532.000
2028
€500.000
B1 (€75.000), B2 (€125.000), B6 (€32.000)
€732.000
2029
€500.000
B1, B2, B3 (€125.000), B4 (€93.000), B6
€950.000
2030
€500.000
B1, B2, B3, B4, B5 (€100.000), B6
€1.050.000
Bouwstenen
6.8.1 Onderbouwing Variant A: concrete invulling bouwstenen 3 en 4 Door direct in te zetten op de toevoeging van een versneller wordt er vanaf het begin ingezet op kennis, innovatie en ontwikkeling, zodat dit mee kan groeien. Door B3 te richten op scholen met een hoog risicoprofiel wordt de investering gerichter en effectiever. Een vaste koppeling van een jongerenwerker aan scholen met een hoog risicoprofiel, met structurele aanwezigheid (4 uur/week per school) en een doorlopende lijn. De opdracht jeugd en jongerenwerk richt zich op jongeren bij wie "meedoen of opgroeien minder vanzelf gaat". Bouwsteen 3: Geselecteerde risicoscholen (10 locaties, stadsbreed): Schooltype Vmbo (basis/kader/gemengd)
In scope?
Onderbouwing
✅
Hoogste risicoprofiel op schooluitval, werkloosheid, overlast, criminaliteit. Landelijk 3–5× hoger risico op voortijdig schoolverlaten dan havo/vwo.
SO overig (bv. Van Voorthuijsen, Van Gilse)
✅ ✅ ✅ ❌ ❌ ❌
ISK (Schakelklas)
❌
Praktijkonderwijs (PRO) SBO (Speciaal Basisonderwijs) VSO cluster 4 (gedragsproblemen) VSO zmlk (bv. De Schelp) SO revalidatie (bv. De Parel)
Idem, nog sterker. Doorstroomscholen naar PRO/VSO; vroegsignalering begint hier. Directe overlap met overlast- en criminaliteitspreventie. Primair verstandelijke beperking — andere ondersteuningsroute. Specifieke leer-/ontwikkelingsbehoeften — andere route. Specifieke leer-/ontwikkelingsbehoeften — andere route. Tijdelijke schakelklas — primair taalverwerving; koppeling met structureel jongerenwerk is minder duurzaam.
20
2027-2030 6.Financieel versterkingspad 2027–2030
School
Type
Leerlingen
Gebied
Schoterbos (loc. 1 + 2)
SBO
256
Noord
Prof. Dr. Gunning VSO
VSO cluster 4
126
Noord
VSO Daaf Geluk
VSO cluster 4
510
Noord
Praktijkcollege De Schakel
Praktijkonderwijs
122
Noord
Spaarne College
Vmbo
836
Noord
Oost ter Hout
Praktijkonderwijs
238
Oost
Focus
SBO
178
Zuid-West
IKC Schalkwijk
SBO
189
Schalkwijk
Haarlem College
Vmbo
815
Schalkwijk
Bereik: circa 3.270 leerlingen. Door de focus op vmbo en praktijkonderwijs naast SBO/VSO is het bereik per geïnvesteerde euro aanzienlijk groter dan bij een selectie op alleen gespecialiseerd onderwijs .
Bouwsteen 4: 20 casussen per jaar, flexibel inzetbaar Verdeling 5 gebieden × 4 casussen
Casussen 20
Kosten €93.000
21
2027-2030 6.Financieel versterkingspad 2027–2030 Variant B — Gebiedsgericht versterken Principe: stuur op urgentie per gebied. Zet bouwstenen gefaseerd in op plekken waar de druk het hoogst is. Dit sluit het beste aan op de gebiedsgerichte werkwijze van gemeente Haarlem en Buurts. De hotspot- en opschaalcapaciteit kan flexibel meebewegen tussen gebieden. De gebiedsgerichte verdeling weerspiegelt het principe "ongelijk investeren voor gelijke kansen". Jaar
2027
2028
2029
2030
Structurele Basis
€500.000
€500.000
€500.000
€500.000
B1 Online/hybride
€15.000 (Schalkwijk)
€45.000 (+Noord, Oost)
€75.000 (5 gebieden)
B2 Hotspot/opschalen
€50.000 (Noord, Schalkwijk)
€100.000 (+ZW, Oost)
€125.000 (5 gebieden)
B3 Risicoscholen
€75.000 (Noord: 4 Schalkwijk 2)
€112.500 (+Oost 1, ZW 1, Noord 3)
€125.000 (10 loc.)
B4 Casusondersteuning
€27.900 (6 flex)
€65.100 (14 flex)
€93.000 (20 flex)
B5 Hubs/plekken
€20.000 (Noord)
€60.000 (+Schalkwijk, ZW)
€100.000 (5 gebieden)
B6 Versneller/innovatie
€32.000
€32.000
€32.000
€32.000
Totaal gemeentelijke investering per jaar
€532.000
€719.900
€914.600
€1.050.000
Onderbouwing Variant B: concrete invulling bouwstenen 3 risicoscholen per gebied De selectie van risicoscholen is identiek aan Variant A, maar de fasering volgt de gebiedsurgentie: Gebied
Risicoscholen
Noord
B3-kosten
Onderbouwing
Schoterbos SBO ×2, 6 Gunning VSO, Daaf Geluk VSO, De Schakel PRO, Spaarne College vmbo
€75.000
6 van de 10 risicoscholen staan in Noord; hoogste jeugdhulpgebruik; lange periode zonder structureel jongerenwerk. Spaarne College (836 vmbo-leerlingen) bereikt een grote groep kwetsbare leerlingen uit een fusie van historisch kwetsbare scholen .
Schalkwijk
IKC Schalkwijk SBO, Haarlem College vmbo
2
€25.000
In Meerwijk groeit ca. 1 op 4 kinderen op in armoede; meeste jongeren in aanraking met criminaliteit . Haarlem College (815 vmbo-leerlingen) is de grootste vmbo-school in het meest kwetsbare stadsdeel.
Oost
Oost ter Hout praktijkschool
1
€12.500
Structurele overlast; ca. 1 op 5 niet-schoolgaande jongeren werkloos; exponentiële groei jongeren komende 5 jaar . Oost ter Hout bedient precies deze kwetsbare groep.
Zuid-West
Focus SBO
1
€12.500
Groot tekort aan aanbod 14+; transgenerationele gezinsproblematiek . Focus SBO (178 leerlingen) biedt vroegsignalering voor kinderen die doorstromen naar PRO/VSO.
Centrum
-
0
€0
Geen risicoscholen in Centrum. Overlastproblematiek wordt bediend via B2 (hotspot-capaciteit).
10
€125.000
Totaal
Locaties
Bouwsteen 4: Groei naar max. 20 casussen per jaar, flexibel inzetbaar over de gebieden Verdeling
2027
2028
2029
2030
Kosten
20 cassussen
0
6
14
20
€93.000
22
2027-2030 6.Financieel versterkingspad 2027–2030
6.9 Aandachtspunten en risico's Aandachtspunt
Toelichting
Preventie met Gezag loopt af (juli 2027)
De €280.000 voor 2%-straathoekwerk is in geen van beide varianten structureel geborgd. Zonder vervangende dekking valt er een gat in het straathoekwerk .
SPUK-financiering Nova College (t/m 2027)
Het outreachend jongerenwerk op het Nova College (16–20 uur/week) heeft na 2027 geen dekking.
20 casussen is een startvolume
Bij toenemende vraag kan het aantal casussen groeien. Het budget van €93.000 is dan een ondergrens. Monitoring en evaluatie van Bouwsteen 4 is essentieel.
Evaluatiemoment inplannen
Eind 2028: eerste ervaringen met B3-schoolkoppelingen en B4-casusondersteuning evalueren en bijsturen waar nodig.
Dynamische context: jaarlijkse herijking
Deze inventarisatie is een momentopname op basis van de huidige beleids- en maatschappelijke context. Ontwikkelingen in wetgeving (o.a. Wetsvoorstel Reikwijdte Jeugdwet), regionaal beleid (ZKIJ), demografische verschuivingen en veranderende opgaven in de gebieden kunnen de komende jaren aanleiding geven om prioriteiten, fasering of investeringsniveaus bij te stellen. Dit vraagt daarom om in de jaarlijkse koersen verantwoordingscyclus te gebruiken als expliciet ijkmoment.
6.10 Samenvatting In Haarlem groeit het aantal jongeren voor wie opgroeien niet vanzelfsprekend is. De druk op jongeren, gezinnen en professionals neemt toe. Met de aangekondigde aanscherping van de jeugdhulpplicht wordt de opdracht aan de sociale basis groter, niet kleiner. Dit hoofdstuk laat zien dat er drie wegen zijn: de huidige koers voortzetten (Scenario A), de structurele basis realiseren (Scenario B), of gericht en gefaseerd versterken waar de opgave het grootst is (Scenario C). Vraag
Scenario A (huidige koers)
Scenario B (structurele basis)
Scenario C (structurele basis + gerichte versterking)
Wat wordt bereikt?
Buurts schuift intern; groeibudget 2026 wordt ingezet; geen uitbreiding mogelijk
Stadsbreed fundament op orde; geen gerichte versterking per gebied
Basis + alle 6 bouwstenen; 10 risicoscholen, 20 casussen, 5 gebieden volledig bediend
Risicoscholen
0
0
10 locaties, ~3.270 leerlingen
Casusondersteuning
0
0
20 casussen/jaar
Online jongerenwerk
Incidenteel
Basis (light)
Structureel
Hotspot-capaciteit
Gaat ten koste van basis
Minimale basis
Flexibele schil in alle gebieden
Hubs/plekken voor jongeren
Geen verbetering
Geen verbetering
5 gebieden versterkt
Geen ruimte
Structureel programma
Borging en lerend werken Geen ruimte Tijdelijke financiering geborgd?
❌ PmG en SPUK niet geborgd
❌ PmG en SPUK niet geborgd ❌ PmG en SPUK niet geborgd
Investering per jaar
€0 extra
€500.000
€532.000 → €1.050.000
Ter integrale afweging voorgelegd in een volgende raadsperiode.
Ter integrale afweging voorgelegd in een volgende raadsperiode.
Financiële consequenties voor het begrotingssaldo
23
2027-2030 6.Financieel versterkingspad 2027–2030
6.11 Haarlem in perspectief: investering in jeugd- en jongerenwerk afgezet tegen jeugdhulp Om de omvang van de voorgestelde investering in perspectief te plaatsen, is het zinvol deze af te zetten tegen de kosten van jeugdhulp in Haarlem. In 2025 bedragen de totale kosten voor jeugdhulp in Haarlem circa €44,2 miljoen (perceel 1, perceel 2 en overig), voor 3.514 unieke cliënten. De huidige investering in jeugd- en jongerenwerk binnen Gewoon in de Wijk bedraagt circa €2,2 miljoen, grofweg 5% van het jeugdhulpbudget. De structurele basisinvestering van Scenario B (€500.000) komt overeen met circa 1,1% van de jaarlijkse jeugdhulpuitgaven. De maximale investering van Scenario C (€1.050.000 in 2030) met circa 2,4%. Jongerenwerk als preventieve hefboom op jeugdhulpkosten De Hervormingsagenda Jeugd en het Regionaal Programmaplan Jeugd/ZKIJ sturen op een verschuiving: vragen en signalen moeten eerder landen in de sociale basis, waar normaliseren en versterken centraal staan, en pas worden opgeschaald wanneer dat noodzakelijk is.
De Maatschappelijke Business Case Jongerenwerk, opgesteld in opdracht van het Ministerie van VWS (2017)*, beschrijft drie mechanismen waarmee jongerenwerk kan bijdragen aan het beheersen van jeugdhulpkosten: Voorkomen van instroom: door preventieve inzet is (formele) zorg niet of niet meteen nodig; Afschalen en normaliseren: jongerenwerk biedt een context waarbinnen jongeren uit zwaardere trajecten kunnen uitstromen; Versterken van hulpverlening: het combineren van jongerenwerk met zorg kan de effectiviteit van het hulptraject vergroten. De studie benoemt dat landelijk gemiddeld 15% van de jongeren wordt bereikt door jeugd- en jongerenwerk. Van die groep heeft een deel uiteindelijk geen hulp nodig, heeft een deel lichtere hulp nodig dan anders het geval zou zijn geweest, en stroomt een deel niet door naar zwaardere hulpvormen. Wat betekent dit voor Haarlem? Vertaald naar de Haarlemse situatie: als het versterkte jeugd- en jongerenwerk erin zou slagen om jaarlijks 120 (3,4%) tot 180 (5,1%) jeugdhulptrajecten ( ⅓ Perceel 1, ⅔ Perceel 2) te voorkomen of te verkorten (door vroegsignalering, lichte ondersteuning, warme toeleiding en het fungeren als anker vóór, tijdens en na ondersteuning) vertegenwoordigt dat een rekenkundig besparingspotentieel van €800.000 tot €1.200.000 op het jeugdhulpbudget.
Ter vergelijking: dat overtreft de omvang van de voorgestelde investering in Scenario B en Scenario C. Dit potentieel wordt verder versterkt doordat de aangescherpte Jeugdwet (Wetsvoorstel Reikwijdte Jeugdwet) de sociale basis explicieter positioneert als plek waar vragen eerst moeten landen, en doordat het Regionaal Programmaplan Jeugd/ZKIJ inzet op het afbakenen van jeugdhulp en het normaliseren van opgroeivragen. Eerst investeren, dan oogsten Hierbij is een kanttekening op zijn plaats: het genoemde besparingspotentieel materialiseert niet onmiddellijk. De wachtlijsten in de jeugdhulp zijn lang en de druk op het stelsel is hoog. Versterking van de sociale basis leidt in de eerste jaren niet per definitie tot directe budgetverlaging in de jeugdhulp, maar kan er wel aan bijdragen dat wachtlijsten en kosten niet verder oplopen. Pas wanneer de sociale basis structureel stevig genoeg is om vragen eerder op te vangen, normaliseren en afschalen te realiseren én escalatie te helpen voorkomen, kan de instroom in duurdere jeugdhulp duurzaam afnemen. Dit sluit aan bij de landelijke Hervormingsagenda Jeugd, die erkent dat de beoogde besparing van €1,5 miljard op de jeugdzorg samenhangt met investeringen in het versterken van de sociale basis.
De voorgestelde investering kan in dat licht worden gezien als een investering aan de voorkant, gericht op het op termijn bijdragen aan een financieel houdbaarder jeugdstelsel. De scenario's in deze inventarisatie bieden de gemeente de mogelijkheid om die investering gefaseerd en stuurbaar vorm te geven.
*De maatschappelijke Business Case jongerenwerk voor gemeenten, Ministerie VWS 2017
24